gereformeerd leven in nederland

17 juni 2019

Gedachten over de tweede kerkdienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waarom gaan we op zondag eigenlijk twee keer naar de kerk?
Kan men niet volstaan met één keer?

Die vraag komt aan de orde in een interview met de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee Kornelis Harmannij en de Nederlands Gereformeerde Jan van Dijk. Het interview staat in de editie van het Nederlands Dagblad, die verschijnt op donderdag 13 juni 2019.

U moet weten: er komt een nieuwe kerkorde voor de herenigde kerk van Nederlands Gereformeerden en Gereformeerde kerken vrijgemaakt.

Uit het lange ND-verhaal citeer ik het volgende.
“Harmannij: ‘We hebben jarenlang geprobeerd elkaar de kerkorde onder de neus te drukken: je moet op zondag twee keer naar de kerk. Maar dat joeg juist mensen de kerk uit. Het werkt veel beter om uit te zoeken hoe je de middagdienst zo aantrekkelijk maakt dat er weer mensen naartoe komen. Omdat ze ernaar verlangen’.
Zijn deze veranderingen in de kerkorde geen schop tegen het zere been van verontruste vrijgemaakten? Zij hebben moeite met het feit dat vrouwen nu ook diaken, ouderling en dominee kunnen worden. Voor een aantal van hen ligt ook de eenwording met de Nederlands-gereformeerden gevoelig. Is het dan wel verstandig om op punten als avondmaal, tweede dienst en catechismus de teugels te laten vieren?
Harmannij: ‘Vroeger hielden we elkaar de regels voor, maar dat werkt niet. Wat wel werkt, is elkaar enthousiast maken voor de liefde van God en het geloof in Christus. We hebben ervoor gekozen wel te spreken van “kerkdiensten”, in meervoud. Om in enkelvoud te schrijven zou voor ons een stap te ver zijn.’ Van Dijk: ‘Als je het niet vertrouwt, kom dan eens kijken in een kerk waar dit de praktijk is. Dan kun je zomaar een bloeiende gemeente treffen, met oprecht geloof, die nieuwe mensen trekt’”[1].

Nu is de discussie over de tweede kerkdienst al decennialang gaande.

Ten bewijze daarvan citeer ik iets uit het Gereformeerd Gezinsblad van maandag 5 oktober 1964. Het citaat zal leerzaam blijken te zijn.
“In de kroniek van het syn.-gereformeerd theologisch tijdschrift klaagt de thans aan de syn. theol. hogeschool te Kampen opgetreden dr. Rothuizen over de zondagsviering in het algemeen, doch zeer bijzonder over de tweede kerkdienst. Het is duidelijk, zegt hij dat deze aan het verbloeden is. Het eenmaal ter kerke gaan wordt meer en meer mode. De tweede kerkdienst is vanouds gewijd aan de behandeling van de catechismus. Ontbreekt daartoe de belangstelling, hoe zinkt dan ook de kennis der ware gereformeerde leer. Trouwens heel deze droeve gang van zaken moet, zegt prof. Rothuizen, leiden tot pure onkerkelijkheid. En hij roept in het bijzonder de thans in vele grote gemeenten verblijfhoudende psychologen, paedagogen en sociologen op om hun hand- en spandiensten te verlenen. Wij betwijfelen, gezien de houding van vele zich noemende intellectuelen, of deze hulp zou baten. Daar is al de eeuwen door maar één weg waarin een getrouwe opgang ter kerke blijft gehandhaafd. En die weg is de Gods Woord gehoorzame prediking ook. En de deugdelijke prediking inzake de goede belijdenis. Zodra prediking en onderwijs verzwakken, daalt ook de belangstelling voor het werk der kerk”[2].
Professor Rothuizen omschrijft enkele kernpunten van het christelijk leven:
* trouwe kerkgang
* Schriftuurlijke prediking
* degelijk onderwijs over de belijdenisgeschriften.
Die drieslag mag anno Domini 2019 niet worden vergeten!

Voor ons aller beeld – professor G.Th. Rothuizen (1926-1988) was van 1964 tot 1987 hoogleraar Ethiek, Evangelistiek en Encyclopedie aan de synodaal-Gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen[3].

Hoe ontwikkelde de geschiedenis zich in de bovengenoemde synodaal-gereformeerde kerken, het kerkverband waar Rothuizen actief was?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) schrijft daarover het een en ander in een boek over de Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945. Uit zijn beschrijving citeer ik het volgende.
“Uiteraard heeft de invloed van de moderne theologie, het loslaten van de Bijbel als absolute norm voor geloof en leven, ook grote betekenis voor de hele levensstijl. Zo is het ongehuwd samenleven vooral ook in de studentenwereld reeds een heel gewone zaak geworden. Voor de beleving van de homoseksualiteit wordt gemakkelijk met Schriftgegevens afgerekend. Men zegt dan dat de oorzaak van Paulus’ veroordeling van de homoseksualiteit in Romeinen 1 is, dat Paulus nog niets van de psychologie en dergelijke afwist. Hij was nog niet zover als wij. Deze hele ontwikkeling kan niet dienstbaar zijn aan de opbouw van het geestelijke en kerkelijke leven. De prediking verschraalt. In veel kerken wordt niet meer aan de hand van de Heidelbergse Catechismus gepreekt. Vooral de tweede kerkdienst wordt vaak slecht tot zeer slecht bezocht. In de classis Maastricht hebben zes van de acht kerken de tweede kerkdienst reeds afgeschaft. Het vanouds gereformeerde kerkvolk is en wordt door prediking, catechese en andere ambtelijke bearbeiding, door voorlichting in boeken en tijdschriften, door de radio en televisie geleidelijk aan omgeturnd. De gestadige drup holt ook de hardste steen uit”[4].
Dominee Bos wijst het zonder terughoudendheid aan: men moet een brede blik hebben om te begrijpen wat er in het kerkelijk leven gaande is!

Het bovenstaande maakt zonder omwegen duidelijk wat er gebeurt als men de teugels wat laat vieren.
Wij moeten concluderen dat, als God het niet verhoedt, kerkmensen zomaar bij God en Zijn Woord wegdrijven.
En wij hoeven er niet omheen te draaien: het afschaffen van de tweede zondagse kerkdienst is, in verreweg de meeste gevallen, een grote stap bij God vandaan!
En zeg dan, met een schuin oog op het bovenstaande, niet dat vandaag alles beter gaat. Zeg niet dat wij vandaag meer inzicht en doorzicht hebben. Zeg niet dat wij niet dat wij in 2019 standvastiger zijn dan de mensen in ons voorgeslacht. Want dat is onzin.

Word je er minder Gereformeerd van als je een tweede kerkdienst niet bijwoont?
Nee, dat niet.
Er zijn massa’s vaders en moeders die op zondag maar één ter kerke gaan omdat zij ’s zondags moeten oppassen.
Maar in deze tijd hebben we, via internet, extra mogelijkheden gekregen om, op de momenten dat ons dat uitkomt, kerkdiensten te volgen. Het is belangrijk om daar de hand aan te houden. Voordat je ’t weet houd je je alleen maar meer bezig met je eigen manier van doen. Dan zakt Godsdienst rap weg.

Tenslotte nog dit.
Schrijver dezes en zijn vrouw gaan in de regel op zondag twee keer naar de kerk.
Zodoende wordt de zondag, zeker fysiek bezien, een vrij drukke dag.
Maar zolang het kan zullen zij het doen.
Want Schrift en belijdenis zijn hen veel waard!

Noten:
[1] “Kerkorde vertelt niet hoe het moet”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 13 juni 2019, p. 6.
[2] Geciteerd uit de rubriek ‘Van Binnenlands Gebeuren’. In: Gereformeerd Gezinsblad, maandag 5 oktober 1964, p. 3.
[3] Zie voor meer informatie over professor Rothuizen https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Rothuizen ; geraadpleegd op donderdag 13 juni 2019.
[4] C.G. Bos, “Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945”. – Groningen: De Vuurbaak, 1980. – p. 78 en 79.

24 april 2019

Christus en Zijn Woord voorop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de Gereformeerde kerk spreken we vaak over de stad met fundamenten waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. Dat gezegde komt uit Hebreeën 11[1].

Dat is iets om goed te onthouden – God is de Bouwer van de kerk.

Mensen bouwen op het fundament van de kerk. De apostel Paulus bijvoorbeeld. Hij noemt zich in 1 Corinthiërs 3 zelfs een wijs bouwmeester. Maar die kwalificatie kan hij alleen maar gebruiken “overeenkomstig de ​genade​ van God die mij gegeven is”[2].
Wie die genade niet heeft bouwt verkeerd. Zo iemand doet niet wat de Here van hem vraagt.
Wie werkt in de kerk moet constant om Gods genade vragen!

Er wordt met verschillend materiaal slechts één bouwwerk opgetrokken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, moeten we vooral niet gaan spreken over verschillende bouwwerken.
Als we in de kerk aan het werk zijn, gebeurt dat met verschillende bouwmaterialen en heel wat bouwvakkers. U begrijpt het wellicht reeds: die bouwvakkers zijn de kerkleden. Al die bouwvakkers/kerkleden moeten zich, terwijl zij druk aan het metselen en timmeren zijn, voortdurend vragen stellen als: kan mijn werk de Goddelijke toets doorstaan? En: komen mijn bouwactiviteiten door de hemelse controle heen? En: gaat het mij alleen om Gods eer, of ook een beetje om mijn eigen reputatie?[3]
De beantwoording van die vragen is belangrijk.
Want de kerk zelf is één bouwwerk – het Meesterwerk van de God van hemel en aarde.
Het is één bouwwerk, gebouwd op één fundament: Jezus Christus.
Die kerk bevindt zich overal ter wereld.
Maar het is één kerk.

In 1966 was er in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) een felle strijd aan de gang. In een open brief stonden toen de zinnen: “We worden met ons vaak klein vaderlands gedoe als Gereformeerde Kerken in Nederland weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk. En dat zal steeds meer gebeuren, of we dat wensen of niet. Daarheen dringt ons Christus’ leiding van de wereldgeschiedenis”[4].
Indertijd waren er veel discussies over die term ‘klein vaderlands gedoe’. Want Gereformeerden wisten in de jaren ’60 heel best dat zij deel uitmaakten van één groot bouwwerk waarvan God de Bouwer is. Die term ‘klein vaderlands gedoe’ heeft heel wat mensen veel pijn gedaan.
Wilt u een voorbeeld? De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Kok (1921-2005) zei in 1972 in een bidstond die aan een generale synode voorafging: “Gods wereldwijd kerkewerk staat of valt niet met ons werk. Het geeft aan de arbeid der synode ook een nieuwe dimensie. Het heft de spanning op tussen klein vaderlands gedoe en werken op wereldniveau. Met de behartiging van de huishoudelijke zaken van de gereformeerde kerken in dit land zijn de broeders te werk gezet in Gods universele tempelstad”[5].

Gereformeerden weten in 2019 nog steeds heel goed dat hun werk niet iets van de vierkante kilometer is. Want wereldwijd ligt er één fundament: Jezus Christus.

Jezus Christus en Zijn Woord – die gaan in de kerk altijd voorop.

Daarom zijn we in de kerk ook heel voorzichtig met het formuleren van allerlei rechten.
In de kerkstrijd die ik hierboven noemde spraken sommigen wel over ‘het recht van oppositie’.
Daarover schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee C.G. Bos: “Dat recht kent de kerk niet. De kerk kent alleen het recht en de plicht van de gehoorzaamheid aan Gods Woord. Opkomen voor de heerschappij van dat Woord is niet ’oppositie voeren’. Wie zich tegen de heerschappij van Gods Woord verzet, die voert oppositie”[6]. En dat recht hebben we dus niet.
In de kerk bewaken we samen de voorrangspositie van Jezus Christus en Zijn Woord. Bij alle stappen die we in de kerk zetten heeft dat prioriteit 1. Kerkenraden hebben daar een hoofdrol in.

Nu het hier om gaat noem ik ook de naam van dominee A. van der Ziel. Van der Ziel werd in 1943 predikant in Groningen. Hij is in de jaren ’60 geschorst en uiteindelijk afgezet. Kortgeleden schreef iemand over deze predikant: “Het hele ‘gedoe’ rondom dominee Van der Ziel is te danken aan zijn eigen optreden: je eigen gang gaan, vrijheid vragen daarvoor, kerkenraadsbesluiten naast je neerleggen”[7].
C.G. Bos noteerde trouwens jaren geleden reeds: dominee Van der Ziel “ging zijn eigen weg, voerde hij zijn eigen beleid, tegen het beleid van de kerkeraad in. Hij ging van het kerkeraadsbesluit, dat hij onschriftuurlijk achtte, niet in appèl. Volgens hem was er wel ’appèlrecht’, maar geen ’appèlplicht’: onschriftuurlijk geachte besluiten mocht men zonder meer naast zich neerleggen. Dit ’eigen beleid’ voeren, tegen het beleid van de kerkeraad in, werkte kerkontbindend, was muiterij, het aanrichten van tweedracht en scheuring. Hier moest de kerkeraad na lang en veel vermaan een einde aan maken…”[8].
Een ieder voelt wel aan dat dat niet zomaar past bij de stelling: Christus en Zijn Woord gaan altijd voorop.

Misschien zegt iemand wel: in de kerk loop je aan de leiband. Of ook: het moet precies zo en niet anders.
Dat is gezichtsbedrog.
De kwestie is wel altijd: Christus en Zijn Woord staan bovenaan.
Eén vraag nog: is het goed om te zeggen dat men in heel veel stijlen op het fundament kan bouwen?
In de jaren ’60 van de vorige eeuw heeft men dat wel gezegd[9].
En in feite ziet men dergelijke opinies nog wel eens voorbij komen. Dan suggereert men bijvoorbeeld: de plaatselijke situatie vereist dat wij de vrouw in het ambt toestaan.
Laten we maar niet al te klakkeloos gaan roepen dat er heel veel christelijke stijlen zijn.
Paulus maant ons – en dat tenslotte – op dit punt tot grote voorzichtigheid.
Laten wij ons maar eenvoudig houden aan 2 Timotheüs 2: “…als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Breng deze dingen in herinnering en bezweer hun, ten overstaan van de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient dan tot de ondergang van de hoorders. Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”[10].

Noten:
[1] Hebreeën 11:10.
[2] 1 Corinthiërs 3:10.
[3] Zie hierover ook de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij 1 Corinthiërs 3:10. Geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[4] Geciteerd van http://beheer.ngk.nl/docs/openbrief.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 20 april 2019.
[5] Zie mijn artikel ‘De kerkstad uitgelicht’, hier gepubliceerd op 21 april 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/04/21/de-kerkstad-uitgelicht/ .
[6] C.G. Bos, “Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, 1980. – Citaat van p. 95 en 96.
[7] Jan Visser, “Schorsing predikant om ‘gedoe’? Nee”. In: Nederlands Dagblad, maandag 1 april 2019, p. 12 en 13.
[8] Bos, a.w., p. 98.
[9] Zie hierover: A.A.W. Bolland (samensteller), “Rondom de ‘Open Brief’ – artikelen, reacties en besluiten n.a.v. de ‘Open Brief’”. – Vlaardingen: Theologische boekhandel en antiquariaat Ton Bolland, [september 1967]. – p. 25.
[10] 2 Timotheüs 2:11 b-15.

21 maart 2019

De katholiciteit van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De titel van dit artikel is tegenwoordig bijna een modeterm: de katholiciteit van de kerk.
In orthodox-Gereformeerde kringen praat men daar met grote regelmaat over.
De kerk is katholiek, jazeker.
Maar wat betekent dat nu precies?

C.G. Bos (1909-1988) definieerde dat zo: “Katholiciteit; niet gebonden aan tijd, plaats, ras of volk”. De predikant voegde daar aan toe: “Ook toen de Here Abram en zijn geslacht afzonderde, diende dit de katholiciteit van de kerk”[1].
Dominee Bos wees daarbij op Genesis 12: “De HEERE nu zei tegen ​Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het ​huis​ van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u ​zegenen​ en uw naam groot maken; en u zult tot een ​zegen​ zijn. Ik zal ​zegenen​ wie u ​zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik ​vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden”[2].
Dus:
* de Here formeert Zelf een volk
* de Here zorgt dat dat volk heel groot wordt
* de Here geeft dat grote volk Zijn zegen.

C. Trimp (1926-2012) schreef over het begrip ‘katholiciteit van de kerk’: “…zij drijft niet een deel-waarheid, maakt geen reclame voor een specialiteit, heeft niet het ene jaar dit en het volgende jaar wat anders in de aanbieding, maar laat zich door de Geest van Christus rondleiden in de ‘volle waarheid’. Zij is uit op de maximalisering van de leer en haar kennis daarvan contra alle pogingen om de leer te minimaliseren, te amputeren of te pluraliseren”[3].
Dus:
* heel Gods Woord geeft een totaalplaatje van Gods magnifieke werk aan de kerk
* heel Gods Woord is voluit geldig
* niemand mag zeggen: ‘dit of dat hoort eigenlijk niet in de Bijbel thuis’.
* men mag de uitleg van de Bijbel niet aanpassen aan de tijd waarin men leeft.

P. Schelling (geb. 1938) heeft over katholiciteit gezegd: “…zoals de Here in de dagen van Achab nog zevenduizend getrouwen had die hun knieën niet voor de Baäls gebogen hadden, zo vergadert Hij door alle eeuwen heen zijn volk. En het geheim van dat volk is, dat het is gekocht voor God door het bloed van dat gehate Lam. Dat is de katholiciteit van de kerk. Dat is de ware oecumene. Gekocht met het bloed van het Lam uit alle stam en taal en volk en natie. Over de ganse wereld verspreid. Maar één in de koopprijs: het bloed van Christus.
Wat wordt er vandaag veel over de eenheid van de kerk gepraat (…). En wat wordt er veel over gebazeld. En let u maar eens op daar waar de kerk zich in de moderne oecumene begeeft, daar is ze geen geheim meer in de wereld. Daar wordt naar haar geluisterd. Of ze nu haar middelpunt nu in Rome heeft of in Genève, ze haalt de voorpagina’s van de kranten. Maar haar geheim heeft die kerk prijsgegeven. Zij wil haar eenheid niet meer baseren op het bloed van het Lam. En de kerk die dat wel wil, en zo haar eigen loflied op het Lam gestand wil doen, die moet maar aanvaarden dat ze een aanstoot en een ergernis is in deze wereld. Maar: ze is er, midden in de duisternis van de wereld rondom haar. En haar geheim is het bloed van het Lam waarmee ze voor God is gekocht”[4].
Samengevat:
* God vergadert Zijn volk, door de eeuwen heen
* dat volk is gekocht met het bloed van onze Heiland; dat bloed vloeide op Golgotha.

De katholiciteit van de kerk wordt ook beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe”[5].

Laten we het nog maar eens benadrukken: in feite is er maar één kerk!

Wie een ogenblik in de wereld rondkijkt, weet dat het geen wonder is dat professor dr. G. van den Brink, momenteel hoogleraar theologie en wetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, onlangs in het Reformatorisch Dagblad opmerkte: “Ik zie een enorme verbrokkeling om me heen. De kerk marginaliseert, en wat overblijft is ook weer verdeeld. Er is niet veel reden tot optimisme. De spanning tussen wat je ziet en gelooft is soms heel groot. Des te meer hebben we het geloof in de ene heilige katholieke Kerk nodig. Te midden van al het menselijk geharrewar blijft die ons door de Geest gegeven”[6].

De waarneming van Van den Brink is allesbehalve wereldvreemd.
Wij weten allemaal van de gebrokenheid van de kerk.
Maar met de Apostolische Geloofsbelijdenis zeggen wij: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen”.
Dat betekent: wij geloven dat de Here stug doorwerkt aan de bouw van de kerk. Dat zien we lang niet altijd, maar zo is het wel.

En laten wij het maar toegeven: de katholiciteit van de kerk wordt door God gegarandeerd. En dat is maar gelukkig ook.
Voor onze ogen zien we wat er gebeurt als de kerk mensgericht wordt. Dan valt de kerk in scherven. Dan wordt de kerk op de vuilnisbelt gegooid. Dan kijkt niemand er meer naar om.
Laten wij maar blijven geloven dat onze God doorwerkt aan kerkbouw.
Niet voor niets gaat Paulus in Efeziërs 3 in gebed “opdat ​Christus​ door het geloof in uw ​harten​ woont en u in de ​liefde​ geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle ​heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de ​liefde​ van ​Christus​ zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God”[7]!

Noten:
[1] “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond…; behandeling van de Ned. Geloofsbelijdenis in vragen en antwoorden”. – Wezep: Drukkerij Bredewold, 1984. – derde herziene uitgave – p. 55.
[2] Genesis 12:1, 2 en 3.
[3] Dr. C. Trimp, “Kerk in aanbouw: haar presentie en pretentie”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre b.v., 1998. – p. 56.
[4] Dat zei dominee Schelling in een preek. De betreffende preek heeft als tekst Openbaring 5:8, 9 en 10. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Het loflied van de kerk op het Lam Gods. Zij bezingt:
1. het recht van Zijn heerschappij in de geschiedenis der wereld;
2. het geheim van Zijn volk in de duisternis der wereld;
3. de glorie van Zijn werk in het herstel der wereld.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] “Preken blijft altijd spannend”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 maart 2019, p. 18.
[7] Efeziërs 3:17, 18 en 19.

19 januari 2017

Zorgvuldigheid gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

“Om dit alles des te beter te kunnen onderhouden, is het volgens Gods Woord de roeping van alle gelovigen zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen, en zich bij deze vergadering te voegen op ieder plaats waar God haar gesteld heeft, zelfs al zouden de overheden en wetten van de vorsten zich daartegen verzetten en al zou er de dood of lijfstraf op staan. Daarom handelen allen die zich van haar afzonderen of zich niet bij haar voegen, in strijd met Gods bevel”.
Dat belijden Gereformeerde mensen in de Nederlandse Geloofsbelijdenis[1].

Die roep van de Here is onweerstaanbaar. Als Hij mensen roept, komen zij in beweging. Dan worden zij ingezet, op de plaats waar God hen hebben wil. De Here God gebruikt bijvoorbeeld hun aanleg. En hun talenten. En hun vakkundigheid.
Hij roept heel gewone mensen tot grote dingen. Soms zijn die mensen uiteindelijk niet meer dan voetnoten in onze kerkgeschiedenis. Maar voor het werk van de Here zijn zij niet minder belangrijk[2]!

Ware godsdienst gaat gepaard met een grote zorgvuldigheid.
Dat leren wij in 1 Samuël 15.

Dat is een hoofdstuk waarin Saul de opdracht krijgt om het oordeel van de Here over de Amalekieten te voltrekken. Dat volk heeft eens een aanval gedaan op de Israëlieten in de woestijn. Die historie vinden we in Exodus 17[3].
Amalek heeft Gods volk aangevallen! Onvergeeflijk!
Het oordeel van de Here over die wandaad is hard en duidelijk. Dat oordeel staat voor ons opgetekend in Deuteronomium 25: “Als de HEERE, uw God, u rust gegeven heeft van al uw vijanden van rondom, in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, moet het zó zijn dat u de gedachtenis aan Amalek van onder de hemel uitwist. Vergeet het niet!”[4].
Het is dat oordeel dat Saul eeuwen later moet voltrekken. De instructie luidt: “Ga nu heen, en versla Amalek, en sla alles wat hij heeft met de ban. Spaar hem niet, maar dood hen van man tot vrouw, van kind tot zuigeling, van rund tot schaap, en van kameel tot ezel”[5].

De opdracht tot totale uitroeiing der Amalekieten wordt echter maar half uitgevoerd.
Leest u maar mee: “Saul versloeg de Amalekieten vanaf Havila tot in de richting van Sur, dat tegenover Egypte ligt.
Agag, de koning van de Amalekieten, greep hij levend, maar al het volk sloeg hij met de ban, met de scherpte van het zwaard.
Maar Saul en het volk spaarden Agag, de beste schapen en runderen, en wat bijna het beste was, de lammeren en alles wat goed was. Zij wilden die niet met de ban slaan. Maar elk gebruiksvoorwerp dat waardeloos en vergaan was, sloegen zij met de ban”[6].
En dan volgt een dramatische beslissing.
De God van hemel en aarde zegt: “Ik heb er berouw over dat Ik Saul tot koning aangesteld heb, omdat hij zich van achter Mij afgekeerd heeft en Mijn woorden niet uitgevoerd heeft. Samuel was hierdoor diep geschokt en hij riep de hele nacht tot de HEERE”[7].
De Here haalt Saul van de troon af.
Want Samuël zegt: “Heeft de HEERE evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers
als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE?
Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer,
opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen.
Want opstandigheid is een zonde van waarzeggerij,
en tegenstreven is afgoderij en beeldendienst.
Omdat u het woord van de HEERE verworpen hebt,
heeft Hij u verworpen, zodat u geen koning meer zult zijn”[8].

Wat leren wij, anno Domini 2017, uit deze geschiedenis?

Wij leren eerst en vooral dat halve gehoorzaamheid geen gehoorzaamheid is.
Natuurlijk zullen er nu mensen zijn die zeggen: zie je wel, de God van Israël is een heel harde God. Wie dat zegt heeft echter niet goed begrepen wat er in 1 Samuël 15 gebeurt: de Here beschermt Zijn volk.
De maat van de wandaden der Amalekieten is, wat de Here God betreft, vol. En dan is het echt afgelopen! Koning Saul is een Goddelijk instrument om het volk van God in bescherming te nemen. Dat instrumentarium wil niet deugen. Dat instrumentarium brengt eigenzinnig nuances aan bij de uitvoering van Gods instructie. Dat instrumentarium gaat zijn eigen zin doorzetten.

Nu kan men tegenwerpen dat koning Saul iets representeert van Gods liefde. Is het niet een gouden regel dat kinderen van God eerbied moeten hebben voor de schepping, en dus ook voor de mensen die op deze aarde wonen? Dan is het doden van mensen toch niet aan de orde?
Op zichzelf is dat waar.
Maar we moeten niet vergeten dat de Here Zijn kerk beschermt. Daarom heeft hij een dienstbevel uitgevaardigd. En dat dienstbevel is maar half uitgevoerd.

Wordt koning Saul bij dit oordeel uit de hemel gestoten? Wordt koning Saul behouden?
Dat weten wij niet. Daar mogen wij niet over oordelen. Dat hoeft ook niet.
Zeker is wel dat het koningschap van Saul door de Here beëindigd wordt. Maar over Sauls uiteindelijke behoud horen we niets.

Wat betekent dat alles nu concreet voor ons?
Dominee C.G. Bos (1909-1988) schreef eens: “In de slotzin van artikel 28 worden allen die kerkelijk ontrouw zijn, die niet samenkomen waar Christus bijeenroept, ernstig gewaarschuwd, dat zij de Here weerstreven. Over hun uiteindelijk behouden worden wordt geen uitspraak gedaan. Het gaat hier over de plicht, de roeping van allen, te luisteren naar de strem van de Herder en zich door Hem te laten vergaderen tot zijn kudde, zich daar te voegen en te houden, waar Hij zijn kudde weidt. Ongehoorzaamheid aan dit bevel van de Here, kan door geen enkel ‘vroomheidsbetoon’ worden goedgemaakt, vergelijk 1 Samuël 15:22 en 23. Echte vroomheid drijft de eigenzinnigheid uit”[9].

In de kerk steekt het nauw.
Halve gehoorzaamheid blijkt, als het over de toekomst van de kerk gaat, geen gehoorzaamheid te wezen.
Zodra in de kerk een mening wordt onderbouwd met een conclusie die begint met de woorden ‘Ik denk…’ is waakzaamheid geboden. Want die zin moet beginnen met: ‘In Gods Woord staat…’.
Zodra in een kerkgenootschap de eigentijdse cultuur boven de inhoud van Gods Woord komt te staan is grote alertheid op zijn plaats!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[2] Over de roeping om zich bij de kerk te voegen schreef ik eerder in mijn artikel “Gods roepstem geeft kracht”; hier gepubliceerd op woensdag 4 januari 2017, te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/01/04/gods-roepstem-geeft-kracht/ . En ook in het artikel “Tola en Jaïr”; hier gepubliceerd op maandag 9 januari 2017, te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/01/09/tola-en-jair/ .
[3] Exodus 17:8 en volgende.
[4] Deuteronomium 25:19.
[5] 1 Samuël 15:3.
[6] 1 Samuël 15:7, 8 en 9.
[7] 1 Samuël 15:11.
[8] 1 Samuël 15:22 en 23.
[9] C.G. Bos, “Geloven en belijden 2”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1978. –  p. 71.

14 oktober 2016

Hoe de wereld leefbaar blijft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Kerkmuren worden geslecht. Kerken kruipen bij elkaar. Daar is een mooi woord voor: oecumenisme.
Vandaag de dag zien we op het kerkplein veel toenadering. Men poogt dichterbij elkaar te komen.
In de jaren ’70 van de vorige eeuw deden pioniers daar al hun best voor.

In een oude editie van het Nederlands Dagblad schrijft de Gereformeerd-vrijgemaakte C.G. Bos (1909-1988) over de situatie in Oostelijk Flevoland[1].
“Er zijn ook gemeenschappelijke diensten met Roomsen en wie er zich verder maar bij laten vinden. Zo is er 26 september j.l. in het kader van de vredesweek in Dronten in de ‘Meerpaal’, ook met de Roomsen een gezamenlijke vredesdienst gehouden, ter vervanging van de gewone morgenkerkdiensten. Evenzo in Swifterbant. Daar gingen zowel een pastoor als een predikant voor. In Lelystad is zulk een gemeenschappelijke vredesdienst op zaterdagavond gehouden, 25 september.
En op 15 augustus j.l. was er een kerkdienst van de Vrije Evangelische Gemeente, die uitgezonden is via de radio. Daarin hebben de Hervormde en synodaal Geref. predikant van Dronten samen de liturgie verzorgd, terwijl de preek is gehouden door de predikant van de Vrije Evang. Gem. Leden van andere kerken waren speciaal voor deze dienst uitgenodigd. Verder verzorgden ‘de Protestantse kerken’ deze zomer gezamenlijke ‘kerkdiensten’ in de Rivièracamping en Flevocamping.
En dan was er 20 juni een interkerkelijke openluchtdienst, een ‘Hage-preek’, die als zodanig ook officieel onder de kerkdiensten van de synodaal Geref. Kerk te Dronten werd aangediend. Daarin ging voor Kapiteine R. Poppema van het Leger des Heils. U ziet hoe ‘ruim’ en ‘wijd’ het in Oostelijk-Flevoland is!”.

Als het bovenstaande tot ons is doorgedrongen begrijpen wij alras dat er feitelijk weinig nieuws onder de zon is.
Oostelijk Flevoland lijkt in de jaren ’70 van de vorige eeuw een proeftuin voor latere kerkelijke ontwikkelingen.

En wat is de filosofie achter al dat ijverig samenwerken?

“Het belangrijkste van al deze samenwerking is dat het wantrouwen tussen de mensen van verschillende groepen verdwijnt. Dan kan er samen gewérkt worden voor een beter leefbare wereld. Een wereld die onze straat, dorp, polder, land, de oecumene — dat is de hele bewoonde wereld — omvat”.
Samenwerking, dat moet je doen.
Dan wordt de wereld vriendelijker, zegt men.

Eigenlijk verdient de maatschappij een herstart.
Een reset.
Een nieuw begin.
“In Nederland, ook in onze polder, betekent dat: meewerken om de overbevolking en de gevolgen daarvan voor onze omgeving te beteugelen, huizenbouw en stedebouw critisch bekijken en meezoeken naar betere mogelijkheden, meewerken aan een veranderende houding ten opzichte van man en vrouw in de maatschappij”.
Als u bovenstaande zinnen goed leest, proeft u hoe men zich losmaakt van godsdienst en grondslag. Deconfessionalisering, heet dat met een moeilijk woord.
Men houdt mooie verhalen. Intussen wordt Gods Woord zachtkens uit beeld geschoven.

Dominee Bos schrijft zelf:
“U leest hier: het gaat om een totale mentaliteitsverandering. Maar die wordt dan helemaal gericht op het intermenselijk verkeer. Mentaliteitsverandering, zonder dat er enige sprake is van bekering tot God. Die bekering komt zelfs helemaal niet binnen de gezichtskring! De mens zoekt naar zekerheden. Maar de weg van en naar de Bijbel, naar de Here Jezus Christus wordt niet gewezen. Terwijl de Bijbel juist zulke vaste zekerheden wijst, dat zelfs bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar dat de goedertierenheid van de HERE niet zal wijken van Zijn volk, dat Hem vreest, en dat Zijn vredesverbond niet zal wankelen, als wij maar in Zijn ontferming schuilen”.
En ook:
“De eenheid van de kerken, eenheid-ten koste-vanalles, moet blijkbaar de wereld overwinnen en niet meer het geloof!”.

Dominee Bos kijkt vervolgens weer naar de praktijk.
“Schrijnend scherp is dat ook uitgekomen op de bondsdag van de syn. geref. jeugd, die hier op Hemelvaartsdag j.l. is gehouden in de Meerpaal te Dronten. Dat men voor deze jeugddag juist Dronten koos heeft stellig mede zijn aanleiding gevonden in de kerkelijke mentaliteit hier. Daar is in zeven gespreksgroepen gediscussieerd over de vraag: ‘Wat heb ik eigenlijk aan God?’.
(…)
En dan trof me diep, dat in het verslag dat Trouw – bedoeld is het bekende dagblad, BdR – ervan gaf niet uitkwam dat ook maar iemand naar de Bijbel heeft gegrepen om een antwoord te vinden op de vraag: ‘Wat heb ik eigenlijk aan God’. Niemand heeft blijkbaar gevraagd: ‘Hoe komt God tot mij, hoe openbaart God zich aan mij?’”.

Tot zover de citaten uit het artikel van dominee Bos.

Het komt mij voor dat de predikant met name in het laatste deel van de citaten doordringt tot de kern van de zaak. Er is sprake van ongeloof. De mensen vragen: waar is God? Zij roepen in koor: ik kan God niet vinden; Hij is weg.
Dat doet men in de jaren ’70 van de vorige eeuw. En nu doet men dat nog.

Hoe openbaart God zich?

Daarover lezen we in de brief aan de Hebreeën[2].

In het Oude Testament maakt de Here God zich bekend door de proclamaties van de profeten.
“Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten…”[3].
Maar die profeten verkondigen maar een deel van Gods openbaring.

Boven dat profetische spreken uit horen wij de stem van Gods Zoon.
Door Hem is de wereld geschapen.
Hij draagt heel de wereld. Die kracht heeft Hij. Die macht heeft Hij.
Hij heeft betaald voor onze zonden. Nu zit hij, als onze Advocaat, aan ’s Vaders rechterhand.
In Hebreeën 1 klinkt dat zo: Hij heeft “…nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge”[4].

Onze Here Jezus Christus heeft dus een hoge positie gekregen. Zijn plaats is nu zelfs hoger dan die van de engelen.
En daarom is de kwaliteit en kwantiteit van dat hemelse heil ook ver boven alles verheven.
Dat getuigt de Heilige Geest in ons leven. Elke minuut van de dag. Dat is Zijn hoofdtaak in de wereld. Dat is, om zo te zeggen, Zijn core business.
Om het met de brief aan de Hebreeën te zeggen: “En tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten?
Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?
Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil”[5].

Hoe openbaart God zich?
U ziet wel dat de brief aan de Hebreeën daarop antwoord geeft.
In het verbond eist God geloof in Zijn beloften van heil en eeuwig leven.
God vraagt van gelovige mensen niet in om de maatschappij op de kop te zetten.

Een leefbare wereld begint bij God.
Een leefbare wereld staat of valt met het geloof in Gods weg en werk.

Noten:
[1] “Oecumenisme in O. Flevoland”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 13 oktober 1971, p. 5. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://holyhome.nl/bijbelstudie-423.html ; geraadpleegd op woensdag 28 september 2016.
[3] Hebreeën 1:1.
[4] Hebreeën 1:2 en 3.
[5] Hebreeën 1:13-2:4.

Blog op WordPress.com.