gereformeerd leven in nederland

31 juli 2019

Almachtige God is allesbepalend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

China krijgt steeds meer invloed in de wereld. Vriend en vijand zijn het daar wel over eens.
In een blad voor het midden- en kleinbedrijf staat te lezen: “De Amerikaanse financiële sector wordt (…) met vele miljarden van Chinese staatsbedrijven in leven gehouden. Het land kan daardoor meer eisen stellen. En dat hoeft niet in officiële termen te zijn. Je hebt dwang en dwang. Het bewerken van handelspartners is een fijn spel. Je hoeft ze niet openlijk onder druk te zetten, maar je kunt natuurlijk wel laten doorschemeren dat het ‘verstandig’ zou zijn om dichtbij de markt, in China dus, te produceren.
Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.

Men schrijft ook: “De ontwikkeling van China is niet tegen te houden. Voor Nederland, in Europa de tweede handelspartner van China (na Duitsland), zit er niets anders op dan die ontwikkeling nauwlettend te volgen en er waar mogelijk op in te spelen. Op zich hebben we niet zoveel te vrezen. Want gaat het economisch goed met China, dan gaat het ook goed met ons”[1].
Laten we de economische macht van China maar niet onderschatten!

Hoe staat het er in China voor als het over godsdienst gaat?
De organisatie Open Doors deed daar in januari jongstleden een boekje over open. Ik citeer: “In China is de situatie in de afgelopen tien jaar niet zo erg geweest voor christenen, sommigen zeggen zelfs dat hij niet zo erg is geweest sinds het einde van de Culturele Revolutie in 1976. Er is een nieuwe wet van kracht geworden die onder meer kinderen en jongeren verbiedt om godsdienstonderwijs te volgen. De communistische partij buigt zich nu over religieuze zaken, terwijl daar voorheen een aparte instantie voor was. Chinese kerken worden geacht de Chinese vlag hoger hangen dan het kruis op de kerk. Voorafgaand aan de dienst moet het volkslied worden gezongen. Een aantal rooms-katholieke kerken werd gedwongen afbeeldingen van Jezus Christus te vervangen door foto’s van president Xi”[2][3].

Hierboven staat het reeds: “Wat China officieel uitdraagt, is niet één op één wat het ook echt wil”.
Wat wil China dan precies bereiken?
In het Reformatorisch Dagblad staat daarover te lezen: “Verwerkelijking van de Chinese droom is wat Xi voor ogen heeft. Wat die droom precies inhoudt? De grote vernieuwing van de Chinese natie. En dat betekent kortweg geen ondergeschikte plek meer in de wereldpolitiek.
Xi wil die positie via twee wegen verwerkelijken. Allereerst door ervoor te zorgen dat een gunstig internationaal klimaat China’s verdere ontwikkeling als grootmacht bevordert in plaats van schaadt. Dat vraagt van China samenwerking met andere landen en betrokkenheid bij het oplossen van grote internationale problemen.
Positief en opbouwend, zou je denken, maar de Chinese president wil er wel iets voor terugkrijgen en dat is het op zijn kop zetten van de internationale orde. Die orde is volgens hem nu ‘onrechtvaardig en gedateerd’ – niet meer van deze tijd.
De ontwikkelde landen (lees: zij die behoren tot het rijke Westen) domineren volgens Peking de wereld ten koste van de ontwikkelingslanden, waartoe China zich nog altijd rekent.
Dat moet dus veranderen en Xi zet daarvoor een ‘diplomatie met Chinese kenmerken’ in. Zijn belangrijkste gereedschap is de Nieuwe Zijderoute, ofwel de aanleg van wegen, spoorlijnen, havens en vliegvelden wereldwijd. Vooral ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika dienen op die manier aan China te worden gebonden, zodat ze schouder aan schouder mét de Chinezen die westerse dominantie teniet doen”[4].

De internationale orde moet ondersteboven.
Dat voornemen jaagt velen angst aan.

In die wereld doen Gereformeerden er goed aan om te bedenken dat onze God oppermachtig is.
Iedere zondag belijden wij het in de kerk: wij geloven in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde[5].
Dat betekent “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”. Zo belijden wij dat in de Heidelbergse Catechismus[6].
Daar kan China niet tegenop.
De Chinese vlag hangt op aarde wellicht hoger dan het kruis op de kerk. Maar dat is aards machtsvertoon waar onze God ver boven staat!

In omstandigheden als deze is het nuttig om elkaar te wijzen op woorden uit Spreuken 16:
“De HEERE heeft alles gemaakt omwille van Zichzelf,
ja, zelfs de goddeloze voor de dag van het onheil”[7].

De Here is buitengewoon doelgericht bezig. Hij weet welke taken de mensen krijgen die Hij schept. Ja, Hij kent ook de bestemming van Zijn tegenstanders. Hij weet welk oordeel zij krijgen op de Jongste Dag.
Een exegeet noteert hier bij: “Het is (…) niet zo dat de tekst aangeeft dat God welbewust mensen maakt om ten onder te laten gaan. De rest van het boek Spreuken maakt immers duidelijk dat ze zelf voor verkeerde wegen kiezen. De macht van de HERE is echter zodanig dat Hij in staat is alles te laten medewerken ten goede”[8].

In China zijn heel wat mensen zeer doelmatig bezig. Dat geldt zeker voor de leiders van de Chinezen. Zij geloven niet dat hun Schepper hun einddoel reeds vastgesteld heeft. Maar dat is wel zo.

Moeten wij bang zijn voor China?
Laten we de vrees voorlopig maar buiten de deur houden.
Natuurlijk, wij moeten de ontwikkelingen volgen. En wij moeten, als dat nodig blijkt, onze goede God en Zijn Woord verdedigen.
Maar laten we niet vergeten dat de apostel Paulus in Romeinen 8 schrijft: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[9].

De macht van China kan groot worden.
De kracht van China zal op de duur wellicht beangstigend wezen.
Maar de band tussen God en Zijn kinderen…, nee – die kunnen de Chinezen niet doorsnijden.

Kent u onderstaande woorden?
“Het ​hart​ van een mens overdenkt zijn weg,
maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen”.
Ja, dat is ook Spreuken 16![10]

Noten:
[1] Beide citaten komen van https://www.mkb.nl/sites/default/files/downloadables_vno/forum_1003_china_14997_0.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019.
[2] Geciteerd van https://opendoors.nl/nieuws/sterke-stijgers-china-car-libie-en-algerije ; geraadpleegd op zaterdag 27 juli 2019. Het bericht is gedateerd op woensdag 16 januari 2019.
[3] Xi Jing Ping is president van de Volksrepubliek China.
[4] “China en zijn buren: aantrekken en afstoten”. In: Zaterdag Zomer, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 27 juli 2019, p. 4 en 5. Het citaat komt uit een korte uitleg op pagina 5 onder het kopje: “Goed doen én agressie, dat gaat moeilijk samen”.
[5] Zo belijden we dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[7] Spreuken 16:4.
[8] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 16:1-9.
[9] Romeinen 8:28.
[10] Spreuken 16:9.

28 november 2017

Vrije wandelaars

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen”.
Die zin kennen de meeste lezers wel, naar ik aanneem. De woorden staan in Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Dat geloven wij.
Dat verkondigen wij.
Daar staan wij voor.
Voor veel lezers spreekt dat vertrouwen bijna vanzelf.

En natuurlijk, Gereformeerden worden wel eens met de nek aangekeken. Maar het is niet zo dat zij hun geloof niet meer mogen belijden. Kerkdiensten mogen worden belegd, in alle vrijheid.
Dat is prachtig.

In een land als China gaat het er heel anders aan toe.
Neem nu voorzitter Qi Yan van de Communistische Partij in de plaats Huangjinbu. Christenen in de regio Yugan moeten leren om hun vertrouwen te stellen op de partij, en niet op religie, zegt hij.
In het Reformatorisch Dagblad stond onlangs te lezen: “‘Veel mensen op het platteland zijn onwetend’, zei Yan dinsdag tegen de krant South China Morning Post. ‘Ze denken dat God hun helper is. Na het werk van onze partijkaders zullen ze hun misvattingen echter inzien en denken: we moeten niet langer op Jezus vertrouwen, maar op de partij voor hulp’”.
Het RD meldde ook:
“In Yugan moet de officieel atheïstische partij vechten voor haar invloed, tegenover het christendom dat steeds meer aanhang krijgt. Yugan staat zowel bekend om zijn hoge armoedecijfers als om zijn grote christelijke gemeenschap. Meer dan 11 procent van de 1 miljoen inwoners leven onder de armoedegrens, terwijl zo’n 10 procent zich tot het christendom rekent.
In heel China wint het christendom intussen aan populariteit. Volgens sommige schattingen zijn er meer christenen in het land dan de 90 miljoen leden van de Communistische Partij”[2].
En:
“Volgens de lokale partijleider Qi is de situatie niet zo dramatisch. Christenen is volgens hem niet gevraagd om de posters en symbolen helemaal weg te doen, maar die geen centrale plaats meer in de huizen te geven. „Ze kunnen die nog in andere kamers hangen (…). Wat we hen vragen, is om in het midden van hun woonkamers iets op te hangen wat de vriendelijkheid van de partij niet doet vergeten”.

Wie dat leest, beseft dat het er in Nederland nog heel beschaafd aan toe gaat.
Maar die lezer trekt waarschijnlijk ook zijn wenkbrauwen op.
Vanuit Nederlandse overheden wordt relatief weinig druk uitgeoefend  op het Neêrlandse kerkelijke leven. Goed, die druk is er soms wel. Maar die druk is toch vrij subtiel.
Er is dus sprake van lichte druk.
Maar nu al doen veel kerkmensen pogingen om het Evangelie een beetje aan te passen.

Bijvoorbeeld aldus:
* Wij hebben geen bloeddorstige God, zeggen sommigen
* De vrouw mag in het ambt staan, besluit een GKv-synode.
* Diverse niet-Schriftuurlijke samenlevingsvormen – samenwonen, homohuwelijk –  moeten we, naar men zegt, accepteren; schoorvoetend, maar toch.
En waarom trekt men dergelijke conclusies? Antwoord: men wil aansluiting vinden bij de hedendaagse cultuur. Met een bloeddorstige c.q. mensonvriendelijke Boodschap kun je, meent men, vandaag niet meer aankomen.
De grote vraag is natuurlijk: wat gebeurt er als de druk groter wordt? Wat gebeurt er als Gereformeerden in Nederland zulk een Evangelie niet meer mogen verkondigen? Gaan zij dan met de wereld mee? Of gaan zij dan terug naar het Evangelie?
In het laatste geval is er een gerede kans dat seculiere burgers dan vreemd opkijken: ‘jullie waren altijd zo meegaand, en nu…’.

In dit verband wijs ik u op Hebreeën 13: “Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de ​zonde​ door de ​hogepriester​ het ​heiligdom​ werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft ook ​Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te ​heiligen, buiten de ​poort​ geleden. Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen. Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige”[3].
De Hebreeënschrijver zegt eigenlijk:
* Scheidt u alvast maar af
* Dan gaan wij samen de goede kant op
* Want wij zoeken de toekomstige stad.

Gereformeerden streven er naar om daar te komen. Daarom is de huidige wereld, in zekere zin, niet zo belangrijk.
Wij zijn hoe langer hoe meer vreemdelingen in deze wereld.
Over dat vreemdelingschap schrijft Petrus in zijn eerste brief: “En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[4].

Als u zich, om zo te zeggen, al wandelend gaandeweg van de wereld afscheidt, moet u zich één ding blijven realiseren.
Dat is dit: zinloos wandelen is er niet meer bij.
Al wandelend zullen we er achter komen dat velen ons steeds vaker beschouwen als mensen uit een andere wereld. En strikt genomen is dat ook zo.
Wij wandelen als vrije mensen door de wereld, op weg naar een heerlijke samenleving.

En ook voor ons geldt dat moedgevende woord uit Jesaja 40: “…maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden”[5].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, antwoord 37.
[2] “Kruis weg, Xi Jinping in de plaats”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 15 november 2017, p. 1.
[3] Hebreeën 13:11-14.
[4] 1 Petrus 1:17, 18 en 19.
[5] Jesaja 40:31.

8 januari 2016

Vat moed en zijt sterk

Hoe gaat het kalenderjaar 2016 eruit zien? Wat zullen we zoal beleven?

Mensen uit de financiële wereld zeggen dat 2016 het jaar zal wezen waarin China een leidend land wordt. Er wordt onder meer geschreven over “China’s presidentschap van de G20 (…). Een van de vele zaken waarbij China de aanvoerder is of gaat worden”[1].

Dit nieuwe jaar wordt, naar men zegt, het Jaar van het Boek[2].

Voor de Staatkundig Gereformeerde Partij wordt 2016 het ‘jaar van het leven’; de partij “dit thema met nog meer energie dan nu op de politieke én de maatschappelijke agenda zetten”[3].

Ambitieuze heren bieden ons cursussen aan.
Daarin kunt u, zeggen ze, op een bijzondere manier ontdekken waar u naar verlangt.
U kunt ontdekken wat het belangrijkste verschil is tussen mensen die zich gelukkig en succesvol voelen en de rest.
U kunt ontdekken hoe u zichzelf helemaal vrij kunt voelen.
U krijgt een simpele tip om keuzes te maken die goed voor u zijn.
U hoort wat de belangrijkste les is van Nelson Mandela.
U begrijpt hoe je van Grote Dromen naar Echte Resultaten gaat.
U ziet wat nu de fijnste volgende stap is.
En nog veel meer[4].

Hoe staat het met het geestelijk niveau van ons land?
Het valt te vrezen dat dat, vergeleken met pakweg 45 jaar geleden, niet ten goede gekeerd is.
In het Nederlands Dagblad stond toen: “Als er iets is wat wij aan het begin van dit nieuwe jaar kunnen constateren dan is het dit dat de ontkerstening in Nederland hand over hand toeneemt. Dat is aan veel zaken te merken. Wat voorheen als vaststaand, naar uitwijzen van Gods Woord, werd aangenomen, wordt thans niet meer als zodanig erkend of op z’n minst in twijfel getrokken. Dit proces voltrekt zich in tal van kerkelijke gemeenschappen. Waar de .Schrift wordt losgelaten, daar komt het leven op drift en men wordt steeds sneller stroomafwaarts meegevoerd. We zien dat op het gebied van de ethiek, waar echtscheiding als iets vanzelfsprekends wordt beschouwd en waar voorbehoedmiddelen als iets normaals worden aangemerkt. Wie nog bezwaren maakt tegen het gebruik van de pil wordt als conservatief beschouwd. Sex en pornografie zijn mode-artikelen geworden. Schaamte is er niet meer bij”[5].

Bij oppervlakkige lezing van het bovenstaande citaat zouden u en ik zelfs kunnen zeggen dat er weinig veranderd is. De toestand blijft zo’n beetje gelijk. Er lijkt een status quo te bestaan.

Maar die ambitieuze heren van hierboven bewijzen naar mijn idee dat er meer aan de hand is. Er is een nieuwe god gekomen. Die god heet: ik. Zo u wilt: dikke ik.
Weet u nog dat premier Rutte het daar een paar maanden geleden over had? “Hij mopperde onder meer op hufterigheid en het egoïsme van met belastinggeld gesteunde instellingen, zoals woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen en banken die gemakzuchtig omgaan met geld van de overheid”[6].

Waar komt dat van? En wat doen we daaraan?
De ND-commentator die vijfenveertig jaar geleden dat artikel schreef, wist al wat er moet gebeuren.
“Er is een oorzaak. En die oorzaak is dat men niet meer vraagt naar hetgeen de HEERE zegt in Zijn Woord. Dat Woord zelf gaat onder het mes der kritiek door. We moeten de boodschap Gods uit de bijbel pellen. De rest is maar een omhulsel, een bolster. Wie durft zich vermeten te zeggen: zo spreekt de HEERE? Dat zou hoogmoedig zijn. Dit betekent tevens dat de Schrift geen normen meer geeft. leder kan zo naar eigen goeddunken uit de Schrift halen wat hij er meent in te lezen. En dat kan dan allemaal gebeuren onder het mom van vrijheid. De autonome mens zal wel uitmaken wat goed en kwaad is, wat waar is of vals. De revolutiegeest openbaart zich niet meer in bruut geweld, maar onder het zacht gefluister van de vogelaar. Maar revolutie blijft het en het wordt ook openlijk als zodanig aangeprezen”.

In de politieke arena van de eenentwintigste eeuw wordt de kerk in beschaafd Nederlands dwarsgezeten. Gelovige mensen mogen gerust meepraten. Als partijen als de VVD, de PvdA en D66 hun zin maar krijgen.
Natuurlijk – dat wordt allemaal reuze eerlijk en democratisch geregeld. Er zijn steeds minder christenen. En de meerderheid beslist. Zo simpel ligt dat.
Daar kan niemand een kwaad woord van zeggen. Niet zeuren s.v.p.!
Maar de revolutiegeest is met een zekere regelmaat duidelijk zichtbaar. In alle rellen rond op te richten asielzoekerscentra, bijvoorbeeld.
Herinnert u zich nog de beelden van de rellen in Geldermalsen? Die vonden plaats op woensdagavond 16 december, tien dagen voor Kerst[7]. Maar met Advent had dat niets te maken.
Wel met revolutie.
En met angst. Dat laatste is eigenlijk geen wonder. Als mensen op zichzelf zijn aangewezen, rukt de bekommernis snel op!

De ND-commentator geeft een rake schets van de situatie in 1971.
“De kerk heeft zich niet genoeg aangepast. (…) Het moet nl. gaan om een verkondiging op basis van hetgeen de jeugd interesseert, zoals sex. De kerk zou zich moeten aanpassen bij de behoeften van de mens. Terecht werd opgemerkt dat in een tijd van welvaart een kleine kerk te groot is en in een tijd van nood een grote kerk te klein. Zo is het meestal, maar daaruit blijkt temeer dat de mens zichzelf tot norm heeft gemaakt. Hij zal zelf wel bepalen wanneer er behoefte is om naar de kerk te gaan en dat zal dan in tijden van nood meer nodig zijn dan in een tijd van voorspoed. De welvaart is een gevaar voor de kerk gebleken. Dat hier sprake is van het geen acht geven op het roepen des Heeren om te komen tot de vergadering van Zijn volk om daar naar Hem te horen, dat komt niet in het gezichtsveld”.

Hoe is de situatie in onze tijd?
Een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau leert ons: “Toch vormen de kerken in het hedendaagse Nederland in allerlei opzichten een factor van belang. Vergeleken met andere organisaties op het maatschappelijke middenveld is hun bindingskracht nog steeds groot. De langdurige leegloop bij de (vooral grote en vrijzinnige) kerken laat onverlet dat zij er als weinig andere organisaties in slagen het leeuwendeel van de in hun terrein geïnteresseerden te verenigen binnen hun organisatie.
Ook vandaag de dag werken tal van maatschappelijke organisaties vanuit een confessionele basis (van onderwijsinstellingen tot politieke partijen, van internationale hulporganisaties tot vakbonden, van zorginstellingen tot omroepen)”.
Maar daarmee is niet alles gezegd.
“Al bestaat er een duidelijke relatie tussen kerkelijkheid en gelovigheid, ze vormen geen twee kanten van dezelfde medaille. De onderzoeksgegevens wijzen op een duidelijk sterkere afbrokkeling van de band met een kerk dan van het geloof in een God of hogere macht of van de zelfdefiniëring als een gelovig of religieus mens. Buitenkerkelijken zijn niet per se religieus of spiritueel ongevoelig, zoals kerkleden (katholiek of protestant) niet altijd in alle opzichten overtuigd gelovige of in spiritualiteit geïnteresseerde mensen zijn. Meer dan vier op de tien buitenkerkelijken rekent zich niet tot de atheïsten of agnosten, maar gelooft in een God of zoiets als een hogere macht. Vier op de tien buitenkerkelijken onderschrijft minstens één kerkelijke leerstelling”[8].
Met andere woorden:
* de kerk is een samenbinder, maar meer ook niet
* de mensen zijn heus wel religieus of gelovig; maar het moet wel enigszins vrijblijvend wezen.

Wat staat Gereformeerde mensen te doen, dit jaar?
Laten we samen vaststellen dat de God van het verbond niet veranderd is.
Mede geef ik vandaag tenslotte nog eens het woord aan die ND-commentator die ik hierboven ook reeds citeerde. Aan de hand van woorden uit Openbaring 3 schrijft hij het volgende.

“’Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme’[9].
Neêrland, het land der reformatie, ons volk, geworden tot een natie in zware strijd voor Woord en Kerk en eens door ’s HEEREN zegen sterk, vervreemdt steeds meer van Gods geboden en kiest de dienst van andere goden, van revolutie-idealen die links en ‘rechts’ in de ogen stralen. Wanneer dit volk, eens zó gezegend, door God zó liefderijk bejegend, verblind blijft voortgaan naar ’t verderf, wat wordt dan van der vaderen erf? In die situatie roepen we het elkander toe aan het begin van dit nieuwe jaar:
Ziet op naar de hemel, vat moed en zijt sterk:
God houdt Zijn beloften, Hij zorgt voor Zijn kerk!”.

Noten:
[1] Zie http://beurs.com/2015/07/03/2016-wordt-het-jaar-van-de-chinezen . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[2] Zie http://www.2016jaarvanhetboek.nl/ . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[3] Zie http://www.cip.nl/nieuws/december-2015/53550-Bescherming-leven-wordt-speerpunt-voor-SGP . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[4] Zie http://365dagensuccesvol.nl/13stappen/ . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[5] “Houdt vast wat gij hebt”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 2 januari 1971, p. 1. Het commentaar is – blijkens de ondertekening met het initiaal B. – geschreven door A.A. Basoski.
[6] Zie http://nos.nl/artikel/2039137-kamer-wil-debat-met-rutte-over-dikke-ik.html . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[7] Zie http://nos.nl/artikel/2075694-veertien-mensen-opgepakt-na-rellen-geldermalsen.html . Geraadpleegd op donderdag 17 december 2015.
[8] Joep de Hart, “Geloven binnen en buiten verband; Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland”. – Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, mei 2014. – 151 p.
[9] Openbaring 3:10 en 11.

Blog op WordPress.com.