gereformeerd leven in nederland

9 februari 2021

CDA, ChristenUnie en SGP

Versplintering en versnippering – dat zijn twee woorden waarmee men onze maatschappij typeren kan. We zien dat terug in het Nederlandse kerkelijk leven. Ook de politiek wordt er door gekenmerkt. Wie voor dergelijke problemen een oplossing zoekt moet teruggaan naar Gods Woord[1].

Daarom is het van belang om, als er op 17 maart aanstaande Tweede Kamerverkiezingen zijn, op een christelijke partij te stemmen.
Het loont de moeite om een blik te werpen in enkele verkiezingsprogramma’s. In het onderstaande zal het een en ander geciteerd worden uit verkiezingsprogramma’s van CDA, ChristenUnie en SGP. Diepgaande analyses staan in dit artikel niet. Het betreft slechts een globale oriëntatie. Of ook: enkele opmerkingen bij politieke programma’s.
Natuurlijk – over voornoemde verkiezingsprogramma’s valt veel meer te zeggen. Maar men moet ergens beginnen. En iets is beter dan niets.

In het verkiezingsprogramma van het Christelijk Democratisch Appel (CDA) komt het woord ‘Bijbel’ één keer voor: “…daar begint het voor ons allemaal mee, de grondbeginselen van de christendemocratie: solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid en rentmeesterschap. Deze grondbeginselen vinden hun basis in de Bijbel. Wij laten ons hierdoor inspireren in ons handelen voor mens, maatschappij en overheid. Voor een betere toekomst van Nederland ligt er een opgave voor ons allemaal. De opdracht van gespreide verantwoordelijkheid is daarmee actueler dan ooit en biedt een antwoord op de onzekerheid van deze tijd en de groeiende tegenstellingen in onze samenleving”[2].
CDA-ers laten zich inspireren door de Bijbel. Op zichzelf genomen is dat mooi. Maar het is, wat schrijver dezes betreft, een nogal onbeschermd woord. Wat betekent dat? Stimuleren? Aanmoedigen? Nee, men moet elkaar niet op woorden vangen. Maar ‘inspireren’ is een nogal wijds begrip!
Overigens – een opvallende passage uit het CDA-programma is de volgende.
“De vrijheid van onderwijs staat onder druk en wordt steeds verder ingeperkt. Wij staan pal voor de vrije keuze van ouders om de school te kiezen die past bij de opvoeding van hun kinderen -artikel 23 Grondwet-. Wij beschermen de ruimte voor bijzondere scholen -om zelf invulling te geven aan het onderwijs op basis van godsdienst, levensovertuiging of pedagogische visie voluit-, al mag artikel 23 nooit een vrijbrief zijn voor onverdraagzaamheid of inperking van elkaars rechten op scholen -begrenzing volgt uit de rechtsstaat zelf-. Met een goed toezicht op kwaliteitseisen en strenge handhaving zorgen we dat kinderen op elke school goed onderwijs krijgen”[3].
Het is te hopen dat het CDA in de komende jaren op dit punt de rug recht houdt!

De ChristenUnie noteert in haar verkiezingsprogramma onder meer: “Nadenken over de toekomst van ons land, kan niet zonder een andere omgang met Gods schepping. Onze tomeloze productie- en consumptiedrang trekt een catastrofale wissel op de aarde”[4].
Een catastrofale wissel? Dat klinkt alsof de aarde vernietigd zal worden. Echter – christenen weten beter. Laten wij elkaar wijzen op Genesis 9: “Dit is het teken van het verbond dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, alle generaties door tot in eeuwigheid: Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn verbond zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[5].
Zeker – we moeten rentmeesterlijk met de schepping omgaan. Maar om nu te zeggen dat het desastreus zal aflopen gaat te ver. De aarde zal nimmer Godverlaten en heilloos zijn!
In het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie wordt ook geschreven: “De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven en mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de seculier-liberale opvattingen van de meerderheid vormt een bedreiging voor de Nederlandse traditie van openheid, vrijheid en tolerantie”[6].
Dat klinkt goed. Maar op welke wijze zal het voorgaande in de nabije toekomst in de praktijk uitgewerkt worden?
Over euthanasie wordt geschreven: “De ChristenUnie beschouwt euthanasie niet als normaal medisch handelen. We verzetten ons tegen de sluipende verschuiving in de euthanasiepraktijk van ‘laatste redmiddel ter voorkoming van een vreselijke dood’ naar ‘een mogelijke uitweg uit een vreselijk leven’. Vond euthanasie voorheen vrijwel uitsluitend plaats bij terminale patiënten, nu komt het steeds vaker voor bij mensen met dementie, psychiatrische aandoeningen of een stapeling van ouderdomsklachten. Artsen ervaren steeds meer druk vanuit patiënten en familie, ook door het inschakelen van het Expertisecentrum Euthanasie. We zien dat een kernprincipe van de huidige euthanasiewetgeving onder druk staat, namelijk dat alleen levensbeëindigend mag worden gehandeld bij mensen die er nadrukkelijk zelf om vragen”[7].
Wat schrijver dezes betreft had daar moeten staan dat euthanasie – het op hun eigen verzoek bespoedigen van de dood of ter dood brengen van hevig lijdende, ongeneeslijke zieken – voor de ChristenUnie onaanvaardbaar is!

Het verkiezingsprogramma van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) is getooid met de naam ‘In vertrouwen’. Dat heeft een reden. “Het motto ‘In vertrouwen’ is bewust gekozen om in een tijd die gestempeld wordt door wantrouwen, kiezers houvast en uitzicht te geven. Lijsttrekker Kees van der Staaij zei daarover bij de presentatie dat dat vertrouwen een geloofsvertrouwen is. ‘Geloof en vertrouwen horen bij elkaar. Wij geloven dat er een levende God is Die regeert. Dat geeft rust en vertrouwen, ook in deze onzekere tijd”[8].
Dat zijn geen loze woorden.
In het verkiezingsprogramma staat onder meer te lezen: “Zoals gezegd: ons ankerpunt is dat God regeert en Hem niets uit de hand loopt. Daar staan we extra bij stil op zondag. Dé dag om tot bezinning te komen bij een open Bijbel en de verkondiging van Gods Woord, Wet en Evangelie. Laten we die dag koesteren als ‘vluchtheuvel’ in een jachtige tijd en onrustige wereld. De zondag is een weldadig geschenk om iedere week mee te beginnen vanuit de door God gegeven rust. We mogen dan, samen of alleen, even pas op de plaats maken en al ons werk loslaten en met een gerust hart in Zijn handen leggen. In het vertrouwen dat Hij weet wat goed is en regeert!”[9].
Dat statement is volkomen duidelijk. Het is een verademing om te zien dat de SGP begint bij de Here God, en bij de eerste dag van de week, de zondag.
De SGP heeft een heldere visie op het onderwijs: “Artikel 23 van de Grondwet garandeert inmiddels meer dan een eeuw de vrijheid van onderwijs met overheidsbekostiging. Die vrijheid om onderwijs te geven en te krijgen die aansluit bij de eigen, herkenbare overtuiging en leefwereld blijkt een succesformule. Er is voldoende aanbod van openbaar onderwijs en daarnaast is er in Nederland ook de mogelijkheid voor bijzonder onderwijs, dat eveneens van hoogwaardige kwaliteit is. Daar kan een systeem van dirigistisch staatsonderwijs niet tegenop. De vrijheid van onderwijs mag materieel niet verder onder druk gezet worden. Uiteraard vraagt vrijheid wel om verantwoordelijkheid en het stellen van grenzen. Bijzondere scholen dienen bij het toelaten van leerlingen en het benoemen van personeel eisen te kunnen (blijven) stellen die nodig zijn om recht te doen aan de identiteit van de school. De kerndoelen van het onderwijs mogen wel duidelijker, maar niet veel uitgebreider zijn dan nu het geval is. Bovendien dienen ze de pedagogisch-didactische visie en werkwijze van de school ongemoeid te laten”[10].
Aldus wordt onder meer de positie van Gereformeerd onderwijs veilig gesteld.
Over euthanasie laat de SGP geen misverstanden bestaan: “Het leven is het meest kostbare geschenk dat God ons geeft. Daar moeten mensen van afblijven. Het leven van ouderen is intrinsiek waardevol en betekenisvol. Wie zijn wij om het heft in eigen hand te nemen of anderen op verzoek te doden? Dat geldt eens temeer als het gaat om het beëindigen van het leven van wilsonbekwamen, zoals gehandicapten, (jonge) kinderen en mensen met dementie. De Euthanasiewet moet worden ingetrokken. Zolang dat nog niet gebeurd is, moet alles op alles worden gezet om het aantal euthanasiegevallen te laten afnemen”[11].
De SGP is op dit punt nogal wat duidelijker dan de ChristenUnie!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?
Laten we maar luisteren naar de oproep van de apostel Paulus in 1 Timotheüs 2: “Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker, Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen”[12].

Noten:
[1] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘Gods kinderen in de frontlinie’; op deze plaats gepubliceerd op maandag 8 februari 2021. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2021/02/08/gods-kinderen-in-de-frontlinie/ .
[2] ‘Nu doorpakken’ – verkiezingsprogramma 2021-2025 van het CDA, p. 6 en 7. Te vinden via https://www.cda.nl/verkiezingsprogramma ; geraadpleegd op dinsdag 2 februari 2021.
[3] ‘Nu doorpakken’, p. 33.
[4] ‘Kiezen voor wat écht telt’ – verkiezingsprogramma 2021-2025 van de ChristenUnie, p. 9. Te vinden via https://www.christenunie.nl/verkiezingsprogramma ; geraadpleegd op dinsdag 2 februari 2021.
[5] Genesis 9:12-16.
[6] ‘Kiezen voor wat écht telt’, p. 14.
[7] ‘Kiezen voor wat écht telt’, p. 49.
[8] Geciteerd van https://sgp.nl/actueel/publicaties/verkiezingsprogramma-2021-2025 ; geraadpleegd op dinsdag 2 februari 2021.
[9] ‘In vertrouwen’ – verkiezingsprogramma 2021-2025 van de SGP, p. 5. Te vinden via https://sgp.nl/actueel/publicaties/verkiezingsprogramma-2021-2025 ; geraadpleegd op dinsdag 2 februari 2021.
[10] ‘In vertrouwen’, p. 18.
[11] ‘In vertrouwen’, p. 52.
[12] 1 Timotheüs 2:1-4.

25 maart 2019

Hoeksteen

In Nederland staan we naast elkaar; niet tegenover elkaar.
Misschien is het u wel opgevallen dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, de VVD, de eerste zin van dit artikel de laatste tijd gebruikt. In de campagne voor de jongstleden gehouden verkiezingen voor Provinciale Staten kwam dat statement met een zekere regelmaat langs.
Trouwens – u weet vast wel dat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, reeds jarenlang pleit voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, voor burgerschap en voor rechtvaardigheid[1].

Nu oogt die VVD-slogan best sympathiek.
En het aloude motto van het CDA is, op zichzelf genomen, ook zo gek nog niet.
Maar kunnen we ermee vooruit?
In het onderstaande zal dat blijken.

Het Schriftuurlijke uitgangspunt van dit artikel ligt in Handelingen 4. En wel bij de volgende woorden: “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

Dat zeggen Petrus en Johannes als zij in Handelingen 4 voor het Sanhedrin staan. Het Sanhedrin – dat is het Joodse gerechtshof. De discipelen moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Jezus’ leerlingen durven wel! ‘U hebt Jezus als een verachtelijk stuk vuil weggezet. Maar God maakte Hem de hoeksteen. De hoeksteen van de hemelse samenleving, wel te verstaan. Want alleen door Hem worden mensen zalig!’.
In Handelingen 4 klagen de beklaagden de rechters aan. Ongehoord eigenlijk!

Een hoeksteen – wat is dat precies?

Peter A. Slagter, voorganger in evangelische kringen, schrijft: “Een hoeksteen verbindt twee haaks op elkaar staande muren met elkaar. Bij oude bouwwerken werden dikwijls de afmetingen bepaald door eerst de zware, natuurstenen hoekblokken te plaatsen. Daartussen werd dan vaak van minder kostbaar materiaal, het eigenlijke muurwerk aangebracht. Bovenaan plaatste men soms opnieuw grotere hoekblokken. Later werden ook wel de hoeken van een gebouw over de volle hoogte door hoekblokken geaccentueerd”.
En even verder: “De onderste hoeksteen heeft te maken met het fundament, met de omvang en de vastheid van het bouwwerk. De bovenste hoeksteen echter, heeft te maken met de afronding, de voltooiing van het gebouw”[3][4].
Jezus Christus is, om zo te zeggen:
* de fundamentsteen waarop de kerk rust
* de hoogste gevelsteen die de kap van de kerk tot een echte en hechte eenheid maakt.

De predikant C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond, noteert onder meer: “Bij de Kanaänieten die vóór Israël het land Palestina bezaten, schijnt het leggen van een hoeksteen een hoogst gewijde en indrukwekkende ceremonie geweest te zijn. Onder zo’n belangrijke steen van tempels of andere grote gebouwen werden lichamen van kinderen of oudere personen gelegd, waardoor het bouwwerk door zo’n menselijk offer gewijd werd. Dit was een van de vele afschuwelijke riten en praktijken bij inwijding van een huis/ gebouw die Israël moest uitroeien”[5].

In Job 38 vraagt de Here aan Job: waarop zijn de pijlers van de aarde neergezet? “Of wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd”?[6]. De stabiliteit van de aarde en van heel de schepping is gegarandeerd!

Jesaja profeteert in Jesaja 28 over de Messias: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is”[7].
Het is duidelijk: de leiders van Israël en de ambtsdragers in de kerk moeten vooral niet teveel op zichzelf vertrouwen. Het fundament van Sion, de kerkstad, is onwrikbaar. Het ligt vast!

In Jeremia 51 wordt zonder omwegen verklaard dat hoekstenen niet bij Gods tegenstanders vandaan kunnen komen: “Zij zullen uit u (dat is Babel) geen steen halen voor een hoek of een steen voor fundamenten, want u zult eeuwige woestenijen worden, spreekt de HEERE”[8].

In Zacharia 4 staat te lezen: “Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van ​Zerubbabel​ zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: ​Genade, ​genade​ zij hem!”[9].
Zacharia profeteert:
* Zerubbabel is aan de herbouw van de tempel begonnen
* Hij zal ook de sluitsteen leggen
Als dat gebeurd is, zullen de mensen beseffen dat Zacharia’s profetische woorden niet voortkomen uit een persoonlijke drive; hij spreekt woorden van God.

Het bovenstaande zet één ding volop in het licht: de kerkleiders uit Handelingen 4 hadden heel goed kunnen weten hoe de zaken er vóór stonden. Want dat woord ‘hoeksteen’ was heel bekend!

Het is belangrijk om te constateren dat de hoeksteen ook anno Domini 2019 nog veel betekenis heeft.

En dat niet alleen omdat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, de ‘hoeksteen’ weer van stal gehaald heeft.
En ook niet omdat de VVD ervoor ijvert dat wij ons in de samenleving naast elkander opstellen, en niet tegenover elkaar.

De hoeksteen van Handelingen 4 moeten wij ook vandaag duidelijk zien zitten.
Als fundament van de kerk.
En als kap van de kerk.
De Heiland is de Samenbinder in de kerk.
En uiteindelijk is alleen Hij Degene die het cement van de samenleving wezen kan.
Vorige week maandag is het te Utrecht weer duidelijk geworden wat er gebeurt als een mens slechts op afgoden of op zichzelf gericht is. Als mensen gaan navelstaren dan wel naar elkaar gaan kijken, moeten we niet verbaasd opkijken als dergelijke dingen zich voordoen.

Wij behoren de blik omhoog te richten.
Om met Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

Ziet u de hoeksteen nog wel zitten?

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2016/10/hoe-het-cda-wil-breken-met-de-oppervlakkigheid-379997/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[2] Handelingen 4:11 en 12.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/341/de-kostbare-hoeksteen ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[4] Zie over Peter A. Slagter onder meer https://www.morgenrood.nl/over-ons ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[5] Geciteerd via http://dsdenboer.refoweb.nl/voordrachten/Het%20bijbelse%20kernwoord%20hoeksteen.doc ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[6] Job 38:6 b.
[7] Jesaja 28:16.
[8] Jeremia 51:26.
[9] Zacharia 4:7.
[10] Efeziërs 2:18-22.

27 april 2015

Uw barmhartigheid kome over mij

De heer A.A.M. van Agt – minister-president van Nederland van 1977 tot 1982 – merkte tijdens het op zaterdag 11 april jongstleden gehouden congres van het Christen Democratisch Appel op dat hij van mening is “dat in Nederland een ‘geest van repressie, hardheid en terugslaan’ rondwaart, die ‘veel te sterk is geworden’”[1].
Een sfeer van verdringing en onderdrukking, van hardheid en agressie – dat klinkt niet best!
Wat staat de kerk in zo’n maatschappij te doen[2]?

Nu het hierom gaat wijs ik u graag op een woord uit Spreuken 22:
“Beroof de geringe niet, omdat hij arm is,
en vertreed de ellendige niet in de poort;
want de HERE zal hun rechtsgeding voeren
en hun berovers van het leven beroven”[3].

Vandaag wil ik iets schrijven naar aanleiding van die Schriftwoorden.

Het komt mij voor dat het voor de kerk in deze tijd van belang is om de barmhartigheid in het oog te houden.
En dan mogen ouden, zieken, zwakken en andere nooddruftigen het zich in de kerk herinneren: de Here zal ons rechtsgeding voeren. De barmhartigheid die wij betonen, hebben wij geleerd uit Zijn Woord. Want de Here heeft ons laten zien dat we leven van Zijn vergevingsgezindheid. Onze barmhartigheid heeft daarom geen intermenselijk karakter. Het heeft te maken met ons leven in het verbond met God.

Dat zien we, om een voorbeeld te noemen, ook in Deuteronomium 24. Ik citeer:
“Gij zult de arme, behoeftige dagloner niet hard behandelen, hetzij hij behoort tot uw broeders, hetzij tot de vreemdelingen, die zich in uw land, in uw steden zullen bevinden. Op de dag zelf zult gij zijn loon uitbetalen, de zon mag daarover niet ondergaan, omdat hij behoeftig is en er dus naar uitziet – opdat hij niet over u tot de HERE roepe en gij u bezondigt”[4].
Het staat allemaal in het kader van ons leven met de Here.

Ik keer terug naar Spreuken 22.
Eigenlijk, zo leren we daar, komt barmhartigheid vanzelf. Als we maar op de juiste manier tegen mensen aan kijken. Het gaat, zeg maar, om onze visie op de mens. We moeten steeds onthouden dat we schepsel zijn. Daar begint Spreuken 22 dan ook mee:
“Rijken en armen ontmoeten elkander;
hun aller Maker is de HERE”[5].
Barmhartig zijn: dat gaat min of meer vanzelf als we echt rekening houden met onszelf en anderen.
Dat blijkt ook uit Spreuken 28. Ik citeer:
“Een betrouwbaar man heeft veel zegen,
maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft”[6].
Tachtig uur of meer werken om veel geld te verdienen? Of om jezelf te ontwikkelen in allerlei vrijwilligerswerk? Daar draait niet alles om. De vraag is: zijn wij betrouwbaar, of niet? Want een betrouwbaar man ontvangt veel zegen. En de jakkeraars krijgen straf. Straf, notabene!

Ons aller Maker is de Here.
We horen het nog wel eens vragen: die vreemde verdeling tussen rijk en arm in de wereld, had God dat nu niet een beetje anders kunnen doen? En eerlijk is eerlijk: als op ons televisiescherm beelden uit Afrika voorbij schuiven, dan zijn er heel wat momenten dat ons dat wat doet. Als we de verhalen en de foto’s in de krant zien, dan worden we daar niet vrolijk van.
Maar daar moeten we de Here geen verwijten over maken. We moeten elkaar maar eens helder vertellen hoe de zaken werkelijk staan.
Vandaag doe ik dat eens met woorden uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
“Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zo gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen.
Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven, niet om de gelovigen zorgeloos in de zonde te laten voortleven, maar om hen door het besef van deze verdorvenheid dikwijls te doen zuchten van verlangen, uit het lichaam, dat in de macht van de dood is, verlost te worden”[7].
Ons aller Maker is de Here.
Als het goed is brengt die wetenschap:
* ons tot het besef dat ook wij met erfzonde behept zijn;
* ons terug bij Gods genade en barmhartigheid.

In Spreuken 22 is niet alles lieflijk en zacht.
“… de HERE zal hun rechtsgeding voeren
en hun berovers van het leven beroven”.
Hier is geen sprake van een roze wolk.
Nee, er is sprake van een uitverkoren volk!
En dat uitverkoren volk wil gewoonweg niets liever dan weg uit de baaierd van zonden en tekortkomingen, van teleurstellingen en van lijden.

Maar we weten het: de God van het verbond komt voor Zijn uitverkorenen op. En zo kan het in Psalm 68 gebeuren dat we horen over een glorieuze zegetocht:
– “God staat op, zijn vijanden worden verstrooid,
zijn haters vluchten voor zijn aangezicht.
Gelijk rook verdreven wordt, verdrijft Gij hen” –
en meteen daarna bemerken dat de Here wel degelijk oog heeft voor de minder draagkrachtigen in de samenleving:
“Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen,
God in zijn heilige woning;
God, die eenzamen in een huisgezin doet wonen”[8].
Er zijn nog wel meer plaatsen in de Bijbel waar we éénzelfde tegenstelling zien. Denkt u alleen maar aan Psalm 146: de verdrukten krijgen recht; hongerigen ontvangen brood[9].

Laten we nog even bij dat CDA-congres gaan luisteren.
Ook oud-premier R.F.M. Lubbers verhief daar zijn stem. U weet het misschien nog wel: de heer Lubbers was tussen 1982 en 1994 eerste minister van ons land. Hij sprak: een adequate samenvatting van het begrip ‘christendemocratie’ is “dat mensen boodschap aan elkaar hebben”[10]. En de heer J.P. Balkenende, die tussen 2002 en 2010 vier kabinetten leidde, zei: “het gaat ten diepste niet om geld, maar om wat je bijdraagt aan de samenleving”, en: “het gaat niet om ‘ik en het hier en nu’, maar om ‘wij en later’”[11].
Dat klinkt prachtig.
Maar het klopt niet helemaal.
Want in ons leven moet het eerst en vooral om de Here gaan. De dienst aan Hem maakt ons barmhartig. De liefde voor Hem maakt ons betrouwbaar. Nee, de perfectie zullen wij in dit leven niet bereiken. Maar als wij een beroep blijven doen op Gods genade, mogen we er zeker van wezen dat de Here ons eens van alle aardse zonden en tekortkomingen verlossen zal.

In de kerk hebben we een boodschap aan elkaar. Nou en of.
Maar het begint ergens anders. Het begint bij Iemand anders. De Here God heeft een Boodschap aan ons.
Die Boodschap zal culmineren in eeuwige heerlijkheid. Dat is een magnifiek perspectief!
Zing het daarom maar: wij hebben een plaats “te midden van de vromen.
God kent de weg van wie rechtvaardig is,
maar bozen komen om in duisternis”[12][13].

Noten:
[1] Zie: “Het gaat niet om wat je krijgt, maar om wat je bijdraagt”. In: Nederlands Dagblad (maandag 13 april 2015), p. 3.
[2] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat artikel is gedateerd op donderdag 27 april 2006.
[3] Spreuken 22:22 en 23.
[4] Deuteronomium 24:14 en 15.
[5] Spreuken 22:2.
[6] Spreuken 28:20.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[8] Achtereenvolgens citeer ik Psalm 68:2, 3 a, 6 en 7 a (onberijmd).
[9] Zie Psalm 146:7, 8 en 9 (onberijmd).
[10] Zie voor meer informatie over hem http://nl.wikipedia.org/wiki/Ruud_Lubbers .
[11] Meer informatie over hem is te vinden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Peter_Balkenende en http://www.parlement.com/id/vg09lljrp5z5/j_p_jan_peter_balkenende  .
[12] Psalm 1:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[13] De titel van dit artikel ontleen ik aan Psalm 119:77:
“Uw barmhartigheid kome over mij, opdat ik leve,
want uw wet is mijn verlustiging”.

14 mei 2012

Verbeterpunten in de kerk

Bij het Christelijk Democratisch Appèl, het CDA, zijn ze op zoek naar een nieuwe lijsttrekker. En ze hebben een heuse lijsttrekkerverkiezing. Dat hoort tegenwoordig zo. Dat is democratisch.

En als een politieke partij de D van ‘democratisch’ in haar naam voert, dan is er natuurlijk een extra reden om dat zo te doen.
Denk ik.
Ik begrijp niet zo goed waarom die verkiezing luidkeels door ongeveer alle media moet worden begeleid. Maar dat zal wel aan mij liggen.

De Volkskrant publiceerde afgelopen vrijdag – 11 mei – op haar internetpagina een artikel waarin enkele tips waren opgenomen “om de oude politiek nieuw leven in te blazen”. Het werd geschreven door Jordi Wiersma, voorzitter van het Raadspresidium van het Christelijk Democratisch Jongeren Appèl[1].

Die tips vormden voor schrijver dezes het uitgangspunt voor enige overdenkingen omtrent de kerk. In dit verband doel ik met name op De Gereformeerde Kerken (hersteld).
Ik citeer telkens een ‘CDA-tip’, of een deel daarvan. En geef er vervolgens enig commentaar bij.

Vooraf nog dit.
Ik ben mij ervan bewust dat ik in het onderstaande hier en daar een harde noot kraak. Maar ik wil duidelijk zeggen dat arrogantie mij vreemd is. En dat geldt zéker als het over de kerk gaat!
Verder begrijpt u, naar ik hoop, dat ik niet het einde van alle tegenspraak ben. En over de onderstaande punten is vast ook nog niet het laatste woord gesproken.

1.
“Koffiedrinken.
Een brede volkspartij word je niet met rapporten en begrotingen. De politiek straalt pas toegankelijkheid uit wanneer de politici zich laten zien met een open houding naar alle partijgenoten. De nieuwe lijsttrekker moet in en na verkiezingstijd een dagdeel per week vrijmaken om koffie te drinken met wie dat maar wil”.
Opmerking:
In onze gemeente drinken we na de ochtenddienst koffie. Daar is, als u het mij vraagt, niks mis mee. Daar gaat deze opmerking ook niet over.
Het gaat mij meer om de ‘interne open houding’ in de kerk. En om de ‘toegankelijkheid’.
We leven in een tijd waarin steeds meer mensen seculariseren. Gelovige mensen passen zich ook steeds makkelijker aan de wereld aan. Geen wonder dus dat wáre gelovigen steeds meer hun best moeten doen om gewoon Gereformeerd te blijven. En laten we eerlijk zijn: dat valt niet mee. Steeds opnieuw moeten we ons afvragen: wat is Schriftuurlijk? En: wat is goed Gereformeerd?
Bij het doordenken van die vragen sluiten we ons niet zelden grotendeels voor de wereld af.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we ons soms ook voor broeders en zusters afsluiten.
Bij tijd en wijle wordt al te snel geroepen dat een redenering, of een bepaalde manier van doen, echt niet kán. Als het tegenzit bejegenen we elkaar ronduit onfatsoenlijk. Er heerst, als u het mij vraagt, soms regelrecht wantrouwen.
Dat is verklaarbaar. Maar het is niet goed. We moeten er snel van af.

2.
“De huidige groep bewindslieden, die al eens een verkiezing heeft verloren, overschat zichzelf en straalt uit dat de macht een vanzelfsprekendheid is voor het CDA. Een periode in de oppositie maakt ons bescheiden, zorgt voor een minder bestuurlijke wind en zet frisse, nieuwe politieke talenten aan het front”.
Opmerking:
Het bovenstaande citaat zet ik hier neer vanwege die zelfoverschatting.
Gewone Gereformeerde mensen willen altijd en overal Schriftuurlijk redeneren. En als ze dat doen, willen zij vervolgens zekerheid uitstralen. De Here geeft ware gelovigen toch veel van Zijn Geest? Nou dan!
Steeds weer zien we op het kerkplein de tekorten van andere mensen uit de Gereformeerde gezindte. Die tekorten signaleren we. En het is logisch: zélf proberen we het op onderscheiden punten beter te doen.
In zo’n situatie lijden we al gauw aan zelfoverschatting.
Wij zijn, zo zeggen we, de kerk. De wáre kerk, ook nog. De rest is fout, en wij zijn goed.
Natuurlijk is dat laatste enigermate overdreven. Maar het is, meen ik, een herkenbare manier van spreken. Op dit punt zijn sommigen nogal eens tamelijk suggestief.
Het uitgangspunt behoort niet te zijn: wij doen het goed.
Alles begint met bescheidenheid.
Wij mogen zeggen en uitstralen: wij dienen de Here; en ieder die dat óók wil doen is bij ons van harte welkom.
‘Wij zijn de ware kerk’ – dat moeten wij vooral iedere dag doen. En dat doen we, als het goed is, samen. Met ouderen. En met jongeren. Wij laten dat niet over aan een klein groepje ‘kerkleiders’.

3.
“De lijsttrekker moet debatleider zijn tijdens verjaardagsfeestjes. Nederlandse moeders werken te veel? Mobieltjes op school toch niet zo goed? Abortus niet het hoogtepunt van menselijke beschaving? Blijf appelleren, ook al krijg je daarna de wind van voren. Juist morele vraagstukken zetten aan tot denken. Christendemocratische politiek is niet voor bange mensen”.
Opmerking:
In het bovenstaande spreekt mij vooral aan: blijf appelleren!
In een klein kerkverband als De Gereformeerde Kerken (hersteld) moet men relatief veel tijd besteden aan het opnieuw opbouwen van het kerkelijk leven. En eerlijk is eerlijk: dan komen wij lang niet altijd aan de buitenwacht toe.
Laten we niet vergeten om een uitnodigende houding aan te nemen. En laten we vooral niet verzuimen om Schriftuurlijke opinies te publiceren over allerlei dingen die vandaag de dag spelen.
De kerk is niet voor bange mensen. Sterker nog: de kerk is in wezen antithetisch.

4.
“De meeste CDA-politici zijn goede, fatsoenlijke mensen. Eenmaal in de Kamer geraakt de politicus verstrikt in gijzeling van het Haagse politieke spel. Durf hierin niet altijd mee te gaan, we winnen zetels door meer zichtbaar door de samenleving te trekken. De nieuwe lijsttrekker moet de fractie inspireren om midden in de wereld te staan…”.
Opmerking:
Het lezen van het bovenstaande bracht mij op de gedachte dat we met zekere regelmaat snedig commentaar moeten leveren op de dingen die in onze wereld geschieden. Voor wij ’t weten zijn we zó druk met interne opbouw dat de buitenstaanders, de mensen om ons heen, een beetje in de vergetelheid raken.
Zeker – ik begrijp wel dat de DGK een klein kerkverband is. Met ruim 1000 mensen begin je niet zoveel.
Maar soms bekruipt me het gevoel dat, als het over de buitenwacht gaat, de heersende gedachte binnen de DGK is: men begrijpt ons toch niet; láát maar.
Wat mij betreft mogen we duidelijk laten zien waar we staan. DGK-leden zijn goede, fatsoenlijke mensen. Zij zijn Godvrezend, bovendien. En onze meningen? Die funderen wij op de Schrift!

5.
“De CDA-jongeren zijn bezig met ethische thema’s, de generatie Bleker omarmt de bestaande morele consensus. In een tijd van financiële crisis snakt onze generatie naar moreel leiderschap, niet naar economische experts. Onttrek je van het debat over cijfertjes en durf weer te inspireren door de diepere waarden van het leven naar boven te halen”.
Opmerking:
Mijn oog bleef haken bij die term ‘moreel leiderschap’. Ik vertaal die voor de kerk aldus: we moeten laten zien waar het echt om gaat. Daarmee verwijderen we ons vaak van anderen die zich op het kerkplein bevinden; dat zij dan zo. Altijd weer moeten wij teruggaan naar de Schrift. En naar de eer van God. Dáár gaat het om, in de kerk.

Tot zover de CDA-tips, en mijn opmerkingen.

Gaarne voeg ik er aan toe dat er in De Gereformeerde Kerken (hersteld) heel veel goed gaat.
Bijvoorbeeld:
* er is eerbied voor Gods Woord; als een Bijbeltekst wordt genoemd worden massa’s mensen attent
* velen hebben aandacht voor geschiedenis – naar mijn smaak wel eens wat té veel -; men wil beslist niet in oude fouten terugvallen
* er bestaat een bloeiend verenigingsleven; oud en jong tonen studiezin
* er is zorgzaamheid en behulpzaamheid.
In de DGK is het, wat mij betreft, goed toeven. Dat wil ik vandaag óók gezegd hebben.
Maar ’t zou nog wel wat beter kunnen. Daarom schreef ik dit stukje.

Noot:
[1] Zie http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3254126/2012/05/11/Met-een-bleke-CDA-voorman-heeft-het-voor-ons-weinig-zin-om-campagne-te-voeren.dhtml .

Blog op WordPress.com.