gereformeerd leven in nederland

10 december 2019

Een kwestie van leven of dood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met Samaria loopt het niet best af. Dat land wordt zwaar gestraft.
Het gaat behoorlijk te keer. De hele boel gaat plat.
Dat lezen wij in Jesaja 28.
Kijkt u maar mee: “Wee de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm, en een verwelkende bloem, een schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei van hen die geveld zijn door de ​wijn. Zie, de Heere heeft iemand die sterk en machtig is als een hagelstorm, een storm van verderf. Zoals een vloed van geweldige, alles wegspoelende wateren werpt hij ze hardhandig ter aarde. Met voeten zal vertrapt worden de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm. En de verwelkende bloem van zijn schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei zal zijn als een vroege ​vijg​ vóór de zomer: als iemand die ziet, slokt hij die meteen op uit zijn hand”[1].

Samaria is de hoofdstad van het tienstammenrijk.
De stad ligt op een berg. De bewoners wanen zich veilig. Wie op een berg woont is schier onaantastbaar. Vijanden kan men aan zien komen. Strijd leveren op een berg is bovendien uiterst ongemakkelijk. Kortom – wie doet je wat?
Welnu, zegt de Here, Ik zal u laten zien hoe onaantastbaar u bent…
In 2 Koningen 17 zien we wat het resultaat van het Goddelijk ingrijpen is: “Vervolgens trok de ​koning​ van ​Assyrië​ het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en ​belegerde​ het drie jaar lang”[2].

Wordt Gods volk helemaal uitgeroeid? Blijft er helemaal niets van over?
Waar is Gods trouw eigenlijk gebleven?…
Vrees niet!
Want God heeft Zijn verbond niet vergeten. Want in Jesaja 28 staat ook: “Op die dag zal de HEERE van de legermachten tot een schitterende ​kroon​ en sierlijke krans zijn voor het overblijfsel van Zijn volk”[3].
Met andere woorden: de kerk van het Oude Testament blijft overeind. Gedecimeerd weliswaar, maar toch.

In Samaria zegt men: we hebben een verdrag met Egypte gesloten. Als de troepen uit Assyrië binnenkomen, dan hebben we aan Egypte een trouwe bondgenoot. In Bijbelse taal klinkt dat als: “… u zegt: Wij hebben een ​verbond​ gesloten met de dood, en met het rijk van de dood zijn wij een ​verdrag​ aangegaan, wanneer de alles wegspoelende gesel voorbijtrekt, komt hij niet bij ons, want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt en in het bedrog hebben wij ons verborgen”[4].
Samaria zegt dus: wij hebben een verbond met Egypte.
Jesaja typeert dat gans anders. Hij poneert: jullie zijn een samenwerking met de dood begonnen!
En wat zegt de Here? Dit: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is. Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”[5].

De God van het verbond zegt het hier impliciet: de kerk is één in Christus, Hij bouwt Zijn kerk.
Dat brengt ons vervolgens ook bij 1 Petrus 2: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[6].
Jesaja 28 en 1 Petrus 2 zetten de tegenstelling op scherp: de dood bij zelfredzaamheid tegenover het leven voor wie steunt op de kostbare hoeksteen.
Dood of leven – daar gaat het om in Jesaja 28!

Het is belangrijk om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Tegenwoordig lijkt het parool te zijn: zolang er leven is, is bijna alles repareerbaar.
De volgende passage uit een bericht in het Nederlands Dagblad legt daar getuigenis van af. Citaat: “Het kabinet besluit begin 2020 of er een regeling komt voor levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) lijkt te voelen voor zo’n regeling, maar coalitiepartij ChristenUnie is tegen.
Eerder dit jaar werd in een rapport opgeroepen te kijken of er aanvullende regels moeten komen voor ernstig zieke kinderen, waarbij palliatieve zorg (zoals pijnbestrijding) niet meer voldoet. ‘Ik wil aan die oproep voldoen’, zei minister De Jonge woensdagmiddag in een Kamerdebat over medische ethiek. Hij benadrukte dat het in elk geval niet zal gaan om uitbreiding van de Euthanasiewet. ‘Géén kindereuthanasie dus’, beklemtoonde De Jonge, omdat het soms zo wel wordt genoemd. De bestaande Euthanasiewet geldt voor patiënten vanaf twaalf jaar; een van de belangrijkste criteria in die wet is wilsbekwaamheid.
Coalitiepartij ChristenUnie voelt niet voor een regeling voor jongere kinderen, bleek in het debat. ‘De overheid kan niet alle gebrokenheid herstellen met wetgeving’, zei Kamerlid Stieneke van der Graaf. ‘Daarom zijn we hier heel terughoudend in’”[7].

Het gaat niet slechts om aardse vindingrijkheid. De vraag is uiteindelijk niet: wie heeft op deze planeet de meeste macht? Immers – mensen hebben ten langen leste niet veel meer te bieden dan desillusie en gebrokenheid.
Zeker, een tijd lang kan alles rozengeur en maneschijn lijken. Maar op den duur komt die tegenstelling weer onontkoombaar voor onze aandacht: het is een kwestie van leven of dood.

Gods kinderen mogen het met Romeinen 8 blijven repeteren: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[8].

Jesaja zegt: “Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”.
Inderdaad – door de Heiland gekochte mensen schuilen bij hun Heiland!

Noten:
[1] Jesaja 28:1-4.
[2] 2 Koningen 17:5.
[3] Jesaja 28:5.
[4] Jesaja 28:15.
[5] Jesaja 28:16.
[6] 1 Petrus 2:4 en 5.
[7] Geciteerd uit: “Confrontatie dreigt over levensbeëindiging kind”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 december 2019, p. 1.
[8] Romeinen 8:38.

20 mei 2016

De grens van Gods gebod

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In de editie van het Nederlands Dagblad die op donderdag 19 mei 2016 verschijnt lees ik een bericht dat mijn aandacht trekt. “CU Zwolle stemt in met extra koopzondagen”, staat er boven.

Dat de ChristenUnie met de uitbreiding van het aantal koopzondagen in Zwolle instemt is, als u het mij vraagt, op zich al merkwaardig te noemen.
Maar waarom ligt de ChristenUnie in Zwolle niet dwars?
“Bij andere (coalitie)partijen, consumenten en ondernemers leeft de wens om het aantal koopzondagen uit te breiden, aldus fractievoorzitter Gerdien Rots van de ChristenUnie. ‘Wat ons betreft zou er geen zondagsopenstelling hoeven zijn. Maar wij willen ook een samenleving waarin we rekening houden met elkaars wensen. Dit besluit, waarin het bijzondere karakter van de zondag gewaarborgd blijft, brengt dat op een mooie manier tot uiting’.
Had de ChristenUnie vastgehouden aan het maximum van twaalf koopzondagen, dan zou de partij een kans hebben laten lopen om invloed uit te oefenen en te zorgen dat er respect blijft voor inwoners die hechten aan de zondagsrust, aldus Rots. Tegenstemmen had volgens haar misschien kunnen leiden tot nog meer koopzondagen”.

De ChristenUnie is dus eigenlijk tegen koopzondagen.
Maar, zo redeneert men in Zwolle, omdat we in onze samenleving rekening met elkaar moeten houden, gaat de ChristenUnie toch mee met de wens dat er meer koopzondagen komen.
Dan blijft er tenminste enig respect voor christenen.
Als de ChristenUnie tegen had gestemd, waren er misschien nog meer koopzondagen gekomen.
Begrijpt u de gedachtegang?

Er is nog een saillant detail.
“De partij, die in Zwolle samen met VVD, PvdA en D66 in een coalitie zit, steunt een voorstel van het College daartoe. In het coalitieakkoord uit 2014 staat dat het aantal koopzondagen tot 2018 niet wordt verruimd”[1].
Blijkbaar wordt het akkoord dus nu opengebroken.

Laat ik het maar ronduit zeggen: het komt mij voor dat de ChristenUnie te Zwolle een besluit heeft genomen waarover de Verbondsgod toornt.

De zondag is de rustdag.
Dat betekent in eerste instantie niet dat we alle tijd hebben om in een makkelijke stoel eens lekker uit te blazen. Nee, de basis van onze dagbesteding ligt in Exodus 20 en in Deuteronomium 5. Uit dat laatste Schriftgedeelte citeer ik: “Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de Here, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij; want gij zult gedenken, dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de Here, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm; daarom heeft u de Here, uw God, geboden de sabbatdag te houden”[2].
God geeft bevrijding en verlossing.
Op zondag wordt de christelijke vrijheid geproclameerd.

Die christelijke vrijheid kan nu zomaar gedwarsboomd worden. Want het winkelend gepeupel moet aan zijn trekken komen.
Dat kerkdiensten verstoord kunnen worden door de drukte in de omgeving doet er blijkbaar niet zo toe.

Daar komt nog wat bij. De tendens is dat Nederlandse gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden van de rijksoverheid overnemen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit de voorgenomen intrekking van de Zondagswet. Minister Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zegt: gemeenten mogen in het vervolg naar eigen inzicht verboden instellen[3]. Dat betekent in ieder geval dat er, landelijk bezien, niet langer één lijn wordt getrokken. Op termijn gaat dat zonder twijfel betekenen dat de zondagsrust steeds vaker niet gehandhaafd wordt.
In die sfeer is het beter om een statement te maken en te zeggen:
* wij zijn tegen koopzondagen
* want wij huldigen principes die op Gods Woord gegrond zijn
* of dat nu respectabel is of niet, hier gaat Gods Woord boven menselijke wensen
* Gods Woord gaat boven politieke meegaandheid.

In Zwolle lijkt men te zeggen: we willen meegaand zijn, en niet altijd principieel-stug wezen. We moeten, kortom, een beetje blijven meetellen.
En ja, menselijkerwijs kunnen wij vragen: ze willen in Zwolle toch gewoon een beetje mee blijven doen? Naar de mens gesproken zeggen we dan: ja, dat begrijpen wij wel.

Maar hier is ook een andere, een voluit-christelijke redenering mogelijk.
Men kan ook zeggen: in het stemgedrag met betrekking tot koopzondagen ligt een kans om te tonen dat het leven uit méér bestaat dan werken en consumeren alleen.
Op zondag kan er, rondom de kerkdiensten, veel aandacht worden besteed aan gezin, familie en vrienden.
Daar komt nog bij dat er op zondag ook extra aandacht kan wezen voor mensen die dat nodig hebben: bijvoorbeeld ouderen, mensen met een beperking en vluchtelingen.
Kortom: in een standpuntbepaling rond koopzondagen moet worden getoond wat God anno Domini 2016 van ons vraagt.

Hij vraagt van ons de Schepper van deze wereld te eren.
Hij vraagt van ons het welzijn van alle burgers van Nederland te bevorderen.
Dat is de reden dat we met regelmaat ons koningshuis, de regering en allen die gezag over ons hebben, in het gebed bij de Here onder de aandacht brengen.
Maar kunnen wij in een dergelijk gebed dan ook zeggen: ‘wij hebben ingestemd met een maatregel die rechtstreeks tegen uw geboden ingaat; maar met dat compromis willen we u toch eren’? Volgens mij kan dat niet. Echt niet.

Soms is het in dit leven nodig om duidelijke grenzen aan te geven.
Als het om de eer van onze God gaat is dat hoogst belangrijk. Als het om Zijn geboden gaat, geldt dat des te meer.

Noten:
[1] “CU Zwolle stemt in met extra koopzondagen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 19 mei 2016, p. 2.
[2] Deuteronomium 5:12-15.
[3] Zie hierover https://www.internetconsultatie.nl/intrekkingzondagswet/ . Geraadpleegd op donderdag 19 mei 2016.

13 januari 2015

Dienen of verdienen

Voor veel mensen is Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus een moeilijk deel van de belijdenis. U weet het wellicht: dat is die Zondag waarin de roomse mis een “vervloekte afgoderij” wordt genoemd. Nog altijd is dat een heet hangijzer. De hitte van dat ijzer voelen zowel protestanten als Rooms-katholieken.

Denkt u maar aan de zogeheten grondslagdiscussie binnen de ChristenUnie. In het Reformatorisch Dagblad stond in september jongstleden: “Welbeschouwd vraagt de partij van aspirantleden onderschrijving van de drie gereformeerde belijdenisgeschriften. Dat is voor evangelischen een probleem, omdat zij anders aankijken tegen kinderdoop en vrije wil. Roomsen storen zich onder meer aan de passage in de Heidelbergse Catechismus die de roomse mis betitelt als ‘een vervloekte afgoderij’”[1].
In november memoreerde een commentator van het RD het bovenstaande nog eens. Hij schreef toen: “Niet alleen is bij de CU de toestroom van evangelicalen en daarmee hun invloed toegenomen. Die valt voor een belangrijk deel te verklaren door de verwatering van het profiel van het CDA. Daardoor krijgen overigens ook steeds meer conservatieve rooms-katholieken sympathie voor de CU. Maar er is nog een andere ontwikkeling die deze discussie binnen de CU aanzwengelt. Een deel van de achterban hecht minder waarde aan de belijdenisgeschriften omdat het niet gaat om wat er op papier staat maar om de vraag hoe dat leeft in het hart en hoe dat in de praktijk blijkt. Hoe terecht dat ook is, toch blijft het noodzakelijk om gezamenlijke kaders af te spreken voor die praktijk”.
En:
“De Bijbel leert helder dat het bedrijven van politiek geen neutrale activiteit is. De CU doet er goed aan de huidige formulieren niet te snel bij het oud papier te zetten maar er een reeks fundamentele noties uit te distilleren die van belang zijn voor het politiek handelen”[2].

Het hoeft nu verder geen betoog dat Zondag 30 vandaag reuze actueel is!

Wat is de kernkwestie in Zondag 30?
Ten diepste gaat het daarin om de erkenning “van het enige offer en lijden van Jezus Christus”[3].
Intussen is het, dunkt mij, belangrijk dat tot ons doordringt dat die laatste formulering ook ons, Gereformeerden, veel te zeggen heeft.
Wat hoe gaat dat?
We gaan elke zondag naar de kerk. Twee keer, als het kan.
We leven mee in het kerkelijk leven.
En voordat we ’t weten zijn al die kerkelijke bezigheden een verdienste. Op die manier komen we de hemel wel binnen. Want wij doen het toch een stuk beter als de buurman die nergens aan doet…
We moeten er echter steeds aan denken dat in kerkelijke activiteit onze dankbaarheid blijken moet. Onze prestaties zijn echt geen sleutels voor de deuren van de hemel!

De vraag is: dienen of verdienen?
Als Gereformeerden actief zijn in de wereld, bijvoorbeeld in de politiek, is dat een kwestie van dienen. Niet van verdienen. Werkelijk Godsdienstige politici verwijzen, om zo te zeggen, door naar hun Heer. Hun eigen eer en reputatie zijn niet zo belangrijk.
Ten overvloede noteer ik het nog eens: dat laatste, over dat doorverwijzen en die reputatie, geldt – mutatis mutandis – voor alle Gereformeerde mensen.

Over deze dingen schrijvend wijs ik u graag op Jeremia 7: “Zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israël: Voegt uw brandoffers bij uw slachtoffers en eet vlees; want Ik heb tot uw vaderen, toen Ik hen uit het land Egypte leidde, niet gesproken noch hun een gebod gegeven ter zake van brandoffer en slachtoffer, maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij Mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga”[4].
Eigenlijk zegt de Here via Jeremia: ‘U verbrandt massa’s dieren voor mij. Maar daar heb ik toch helemaal niet om gevraagd? Eet dat vlees van u zelf maar op! Vanaf het moment dat ik de Israëlieten uit Egypte wegleidde gaf ik de leefregel: luister naar Mij en leef naar mijn geboden; dan zal het goed met u gaan. Daar draait alles om’.
In Jeremia 7 staat de woordvoerder van God in de poort van de tempel te preken. ‘U vertrouwt helemaal op de tempel en op religieuze gewoontes’, zegt hij. ‘Maar het is volkomen onverantwoord als u keurig naar de tempel gaat, en vervolgens allerlei heel zondige dingen doet. Het lijkt allemaal zo mooi. Maar u moet uw leveren drastisch gaan veranderen’.
In Jeremia 7 blijkt dat zelfs het gebed van Jeremia niet meer helpen zal. Bidden wordt notabene expliciet verboden: “Gij nu, bid niet voor dit volk; zend voor hen geen smeking op en geen gebed, en dring niet bij Mij aan, want Ik hoor naar u niet. Ziet gij niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem?”[5].

Als wij deze woorden tot ons door laten dringen, komen wij zomaar weer bij de ChristenUnie en de grondslagdiscussie uit.
Het mag gezegd: het aanzicht van de integratiegedachte is prachtig. Maar onderwijl trekken heel verschillende mensen samen op. Even kort door de bocht: de ene helft dient de Here uit dankbaarheid, de andere helft hoopt een plek in de hemel te verdienen.
Dat is, op de keper beschouwd, reuze tegenstrijdig.

Moeten wij in de kerk goed voor de dag komen?
Nee. Dat is niet nodig. En dat kan ook niet.
Immers – Zondag 30 bepaalt ons er allen bij dat wij, als het gaat om ons behoud, geheel en al afhankelijk zijn van Christus’ offer. Dat borgtochtelijke offer dat aan het kruis gebracht is.
Zondag 30 brengt ons weer tot het besef dat onze kerkgang en al onze kerkelijke bedrijvigheid niet leiden tot de reservering van een plaats in de hemel. Eventuele verdiensten in de seculiere maatschappij bezorgen ons ook geen hemelse zetel. Integendeel!
Met de Nederlandse Geloofsbelijdenis mogen en moeten wij zeggen: “Jezus Christus is onze gerechtigheid, doordat Hij ons toerekent al zijn verdiensten en al zijn heilige werken, die Hij voor ons en in onze plaats heeft gedaan. En het geloof is het middel dat ons met Hem in de gemeenschap van al zijn schatten en gaven verbonden houdt. Als deze ons eigendom zijn geworden, zijn zij meer dan voldoende om ons vrij te spreken van onze zonden”[6].
Wie dat van harte gelooft mag Psalm 24 meezingen:
“De HERE heeft hem heil bereid,
Hij schenkt aan hem gerechtigheid,
zijn zegen doet Hij hem ontvangen.
Dit is ‘t geslacht dat naar Hem vraagt,
’t is Jakobs volk dat God behaagt.
Uw aanschijn zoekt het met verlangen”[7].

Noten:
[1] Gerard Vroegindeweij, “Grondslagdebat CU gevolg van ingeslagen koers”. In: Reformatorisch Dagblad (24 september 2014), p. 4. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[2] “Grondslagdiscussie”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad (24 november 2014), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] De conclusie van Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, antwoord 80 is: “De mis is dus in de grond van de zaak niet anders dan een verloochening van het enige offer en lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij”.
[4] Jeremia 7:21, 22 en 23.
[5] Jeremia 7:16 en 17.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[7] Psalm 24:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Blog op WordPress.com.