gereformeerd leven in nederland

5 oktober 2022

Vrolijk en onbezorgd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De profeet Habakuk stimuleert de kerk tot biddend zingen. Dat doet hij in hoofdstuk 3 van zijn profetie. Lees maar mee: “Al zal de vijgenboom niet in bloei staan en er geen vrucht aan de wijnstok zijn, al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen en zullen de velden geen voedsel voortbrengen, al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn en er geen rund in de stallen over zijn – ik zal dan toch in de Heere van vreugde opspringen, mij verheugen in de God van mijn heil. De Heere Heere is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten als die van de hinden, en Hij doet mij treden op mijn hoogten. Voor de koorleider, bij mijn snarenspel”[1].

Wij zijn wellicht geneigd om te denken: nou nou, die Habakuk is wel een optimist.
Man man, is Nederland wordt de toren van problemen steeds hoger! De energierekening is zo hoog dat massa’s mensen in de problemen komen. En het is te simpel om te zeggen: trek maar een extra trui aan…
En dan toch van vreugde opspringen? Is dat, op z’n zachtst gezegd, niet een tikkeltje wereldvreemd?
Laten wij ons een ogenblik bezinnen.

In de tijd van Habakuk waren er nog weinig of geen apparaten. Die zijn er nu wel. En wij maken er gretig gebruik van. Is er een coronacrisis? Kijk met behulp van de apparaten in het laboratorium of je het coronavirus kunt uitschakelen. Is er vogelgriep? Ga met behulp van apparaten bekijken of we deze ziekte de wereld uit kunnen helpen!
Natuurlijk – wij zeggen ook: u moet zorgen dat u veel beweging krijgt; dan kan die portie pillen hopelijk nog even wachten. Niettemin is het niet overdreven om te zeggen dat techniek ons leven maar al te vaak beheerst.

Oorzaak en gevolg hangen onverbrekelijk met elkaar samen.
Neem nu de lockdowns in verband met de coronacrisis. In den beginne begreep een ieder waarom die nodig waren. De effecten waren vaak niet al te groot. De neveneffecten bleken echter een enorme omvang te hebben. Wat doen we in een dergelijk geval? Wij zeggen tegen elkaar: laten we nog maar even volhouden… Als wij nu ingrijpen en vervolgens lang genoeg ons best doen, dan lukt het wel om er nog iets van te maken.
Is er een stikstofcrisis? Er moet ingegrepen worden, en wel zo spoedig mogelijk!
Is er een energiecrisis? Aanpakken die zaak. De problemen moeten opgelost worden!
Is er een crisis in de woningbouw? Versoepel de regels met spoed!

Volmondig moeten we erkennen dat wij in actie moeten komen als er problemen zijn. Op zichzelf is dat niet verkeerd.
Maar Habakuk leert ons dat wij ook iets anders moeten doen.
Wij moeten elkaar leren bidden.
Wij moeten elkaar leren zingen.
Niet zelden leren we elkaar andere dingen. We leren elkaar om uit te komen voor onze mening. We leren elkaar discussiëren – in het gezin, in de familie, in de kerk.
Wij leren elkaar twijfelen. Want ach, er zijn zoveel verhalen. Er zijn zoveel goedbedoelde en goed klinkende theorieën. Zelfs de toon van wetenschappers is bij tijden fel. Soms lijkt het wel een concurrentiestrijd… En als wetenschappers heldere verhalen houden blijken allerlei nuanceringen in de publieke opinie en in de communicatie vanuit overheidsinstanties rap weg te vallen.  
Habakuk wijzigt onze denkrichting. Hij leert ons om vrolijk en onbezorgd te zijn. Hij leert ons om niet altijd maar van gedachten te wisselen over de problemen in de wereld. Trouwens, het uitwisselen van meningen kan er soms ook de oorzaak van zijn dat broeders en zusters zich van elkaar verwijderen.
Habakuk wijst ons eerst en vooral op God.
Laten wij, als wij spreken over onze angsten, in het gebed samen naar de Verbondsgod toe gaan: biddend en/of zingend. Laten we maar proberen om, als wij onze ziektegeschiedenissen met elkaar doornemen, samen dichter bij de Heiland te komen. Laten tegenpolen in de kerk vooral pogingen blijven doen om elkaar lief te hebben. Laten wij maar tonen dat de maatschappij niet altijd maar maakbaar is[2].

Blij belijden – dat lukt ook vandaag. Dat lukt zelfs als veel boeren op zoek moeten naar een nieuwe, verantwoorde bedrijfsvoering. Dat lukt zelfs als het koud wordt in huis. Dat lukt altijd, welk onheil ons ook treft.
Wie in 2022 de Habakuk-strategie toepast vindt rust in zijn leven!

Noten:
[1] Habakuk 3:17-19.
[2] In het bovenstaande maak ik gebruik van: Aart Nederveen, “Wat heeft de coronacrisis met ons gedaan?”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 9 juni 2022, p. 30,31.  

30 mei 2022

Marcionisering

Er was een tijd dat nog niet precies vaststond wat onder Gods Woord moest worden verstaan. Mensen ontwikkelden diverse merkwaardige ideeën en gingen vervolgens schrappen in Gods Woord.
Als het hierom gaat komt Marcion in beeld[1].

Marcion komt uit Sinope. Die stad wordt tegenwoordig Sinop genoemd. Dat is een havenstad en badplaats op Kaap Ince, bij Kaap Sinop op het noordelijkste punt van de Turkse zijde van de Zwarte Zeekust. Zijn vader was de voorganger van de christelijke gemeente in die plaats.
Marcion veroorzaakte binnen die gemeente aardig wat opschudding. Zodanig zelfs dat zijn vader zich genoodzaakt zag zijn oproerige zoon de gemeente uit te zetten. Die klap zal nog lang nagegalmd hebben: vader die zijn zoon uit de gemeente verwijdert!
Marcion vertrekt naar Rome. Daar wordt hij met open armen ontvangen. Daar zit misschien ook wel een financiële reden achter: Marcion is namelijk niet onbemiddeld; hij kan aan de gemeente van Rome een grote schenking doen.
We schrijven 144 na Christus. Die zomer heeft Marcion de gelegenheid om te midden van de presbyters zijn ideeën uiteen te zetten.
Het probleem van Marcion is dit: naar zijn idee zit er een kloof tussen wet en Evangelie. Er zijn regels die je op moet volgen. Maar onze schuld is voldaan. Hoe is dat met elkaar te rijmen? Marcion vindt de oplossing. Volgens hem zijn er twee verschillende goden. Een schepper-god die heel boos is: kijk maar naar al het geweld in het Oude Testament. En een liefhebbende, ware God. Die God stuurt Christus als Zijn afgevaardigde naar de aarde. De boze schepper-god heeft op de aarde nog veel invloed. Zodoende komt Christus toch nog aan het kruis te hangen. Maar Christus is werkelijk volledig rechtvaardig. Dus Hij moest wel vrijgelaten worden. En hetzelfde geldt voor al Zijn volgelingen.

Het hoeft geen betoog dat Marcion in conflict komt met de evangeliën. De evangelisten benadrukken immers heel vaak dat de Schriften vervuld moesten worden. De evangeliën van Mattheüs, Marcus en Johannes schrapt hij als Woord van God. Het evangelie naar Lucas kan volgens Marcion grotendeels behouden blijven. En de brieven van Paulus dan? Marcion zegt: die zijn wel waar, ook al moet ik hier en daar iets schrappen. Uiteindelijk houdt hij tien brieven van Paulus over. Om het overzichtelijk te houden maakt Marcion een eigen lijstje Bijbelboeken.
Volgens Marcion is Christus een Verlosser. Maar Hij vervult het Oude Testament niet. Nee, Hij schaft dat af. Want Christus is gezonden door de goede God, te weten de God van het Nieuwe Testament.
Het lichaam van Jezus Christus is een schijnlichaam. Dat kan niet anders. Een aards lichaam komt namelijk van het terrein van de boze schepper-god.
Het is inmiddels duidelijk: volgens Marcion is er een wrede schepper-god uit het Oude Testament en een vreedzame Nieuwtestamentische god.
In de tweede eeuw stichten Marcions theorieën veel verwarring in de kerk. Alle Bijbelboeken die wij nu kennen waren er toen ook. Maar daarnaast waren er allerlei geschriften van dubieuze afkomst. Dubbelgangers van de evangeliën bijvoorbeeld. En bijvoorbeeld ook het Evangelie van Petrus, de Handelingen van Paulus en Thomas en de Openbaringen van Petrus.

De lijst van Bijbelboeken is pas in de vierde eeuw vastgesteld. Dat was tweehonderd jaar na het optreden van Marcion. In zijn tijd staat de canon dus niet vast.
Waarom wordt er dan zo woedend op Marcions theologie gereageerd?
Dat gebeurt omdat velen begrijpen wat Marcion feitelijk aan het doen is. Hij wil Gods Woord inkorten. Hij komt dus aan Gods werk. Alle eeuwen door levert dat in de kerk boosheid op.
Geen wonder eigenlijk dat Marcion de vader van de Schriftkritiek wordt genoemd.
Het was de kerkvader Iraeneus die eens tegen Marcion zei: ‘Het gaat om Jahweh, de God Die Zich aan Israël heeft bekendgemaakt, Ik ben Die Ik ben’. In het Oude Testament is er al aandacht voor allerlei volken in de wereld. In de Nieuwtestamentische tijd wordt die aandacht in Jezus Christus geïntensiveerd en uitgebreid: er is redding en eeuwig leven voor iedere wereldburger die in Hem gelooft. Zo horen Oude en Nieuwe Testament bij elkaar![2]  

Waarom is het belangrijk het verhaal van Marcion te kennen?
Die geschiedenis bewijst dat het manipuleren van Gods Woord al gebeurt sinds de Bijbel bestaat, en ook daarvóór al.
Waar zien wij die manipulatie vandaag?

Dominee G. Clements, rector van de theologische opleiding van de Gereformeerde Gemeenten, sprak een paar jaar geleden over de marcionisering van het huidige theologische denken. Marcion had grote moeite met de vreeswekkende God van het Oude Testament. Hij concentreerde zich liever op de God die liefdevol is. Dat denken past vrijwel naadloos op onze tijd. ‘God is liefde. Hij accepteert ons zoals we zijn’, zeggen de mensen vandaag. Begrippen als berouw, vergeving en de vreze des Heren raken steeds meer op de achtergrond.
Marcionisering van het theologische denken duidt dus op het selectief gebruik van Bijbelse gegevens, net als Marcion dat vroeger deed[3].

Prof.dr. J. Hoek schreef in september 2020 in het Reformatorisch Dagblad ook over marcionisering. Hij formuleerde als volgt: “In onze tijd is (…) de bestrijding van neomarcionitische tendensen urgent. De oude ketterij van Marcion (…) is springlevend. Hij zwoer het Oude Testament af en plaatste de liefdevolle Jezus in contrast met de grimmige God van het oude Israël. Dit marcionitische zuurdesem zien we volop terug in hedendaagse theologische beschouwingen. Het is van belang de belijdenis van de goedheid van God tegenover dit front scherp af te bakenen en anderzijds weg te blijven van een afstandelijk spreken over God als het ‘Opperwezen’, een ongekwalificeerde ‘Almacht’ zonder gezicht en zonder hart”.
Waarvan akte![4]

Men kan zich afvragen of er bij de doordenking van het vraagstuk van de vrouw in het ambt zo nu en dan ook sprake is van marcionisering van het denken.
Zeker, we willen graag aannemen dat de wens om vrouwen en mannen dezelfde plaats te geven in de kerk niet per se voortkomt uit liberalisme of gelijkheidsdenken. Men probeert het zo te regelen dat mannen en vrouwen in Christus een nieuwe schepping worden. Eén van de gangbare gedachten lijkt te zijn: de sterke overheerst nu niet meer de zwakke; daarom hoeft er op dit punt geen onderscheid meer te zijn tussen man en vrouw.
Daarbij blijft de scheppingsorde echter ongenoemd. En bijvoorbeeld ook 1 Petrus 3: “Evenzo, mannen, woon met begrip met haar samen; geef de vrouw, als de zwakkere, haar eer; u bent immers ook mede-erfgenamen met haar van de genade van het leven; opdat uw gebeden niet verhinderd worden”.
In september 2021 schreef dominee C.H. Hogendoorn, lid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk, in De Waarheidsvriend over deze zaak. Hij noteerde toen onder meer: “De vraag die hierbij onontkoombaar is: hoeveel schepping houden we in het Nieuwe Testament nog over? Wanneer we niet uitkijken, bevinden we ons voor we het weten in het spoor van Marcion (…), die door de Vroege Kerk als ketter werd veroordeeld, omdat hij een onderscheid maakte tussen de Schepper-God van het Oude Testament, tegenover een Verlosser-God van het Nieuwe”.
Laten wij op dit punt waakzaam zijn en blijven![5]

In de periode van de coronapandemie waren er heel wat mensen die vroegen: waarom doet God ons dit aan? God is een wrede Heerser, zeiden ze.
Met zulk spreken bevindt men zich feitelijk in dezelfde sfeer als Marcion.
In Johannes 9 wordt ook in die sfeer gedacht. ‘Wie heeft er gezondigd – de blindgeborene zelf of zijn ouders?’. De Heiland doorbreekt het vergeldingsdenken van de discipelen: de blindgeborene en zijn ouders hebben geen bijzondere zonden gedaan; het werk van God moest openbaar worden.
Terecht schreef de hervormde predikant A.J. Kunz vorig jaar: “God is niet als die vermeende goden, hoog op de Olympus, die onberekenbaar mensen straffen toeslingeren. Voor besmettelijke ziekten en andere rampen is vandaag de dag echter geen concrete oorzaak vast te stellen; of het moest de afval van God zijn, maar dat verdraagt de Heere nog steeds in het heden van Zijn genade”[6].

Marcionisering – die zit in ons allemaal. Daarom is de bede van Psalm 51 altijd actueel:
“Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht
en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg”[7].

Noten:
[1] In dit artikel maak ik onder meer van gebruik van: Drs. A. Modderman en P. Poortinga, “Antwoord uit het verleden. Praktische kerkgeschiedenis”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1996. – p. 13-22.
[2] In deze alinea gebruik ik: “Gedragen door het ambt”- interview met de hervormde predikant J.A. van der Velden. In: De Waarheidsvriend, donderdag 4 maart 2021, p. 4-7.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Luther zei tegen zijn studenten dat predikant drie boeken nodig heeft”. Interview met dominee G. Clements. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 11 juni 2020, p. 2.
[4] Dr. J. Hoek, “Theologie staat in dienst van lofprijzing gemeente”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 22 september 2020, p. 24,25. Het artikel van professor Hoek is een samenvatting van de afscheidslezing over het thema ‘God is goed. Theologie als doxologie’, die hij hield als hoogleraar systematische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
[5] In deze alinea citeer ik uit: C.H. Hogendoorn, “Een heet hangijzer”. In: De Waarheidsvriend, donderdag 23 september 2021, p. 8-11. Uit Gods Woord citeer ik 1 Petrus 3:7.
[6] Geciteerd uit: Dr. A.J. Kunz, “Corona: roepstem tot bekering, of niet?”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 27 februari 2021, p. 5 [rubriek: Toegespitst].
[7] Psalm 51:12 en 13.

Materiaal uit dit artikel zal gebruikt worden in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-07 (juli 2022).

18 januari 2022

God boezemt ons vertrouwen in

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vertrouwen – dat is in onze maatschappij een nogal moeilijk woord geworden. COVID-19 en daarop volgende virussen hebben dat vertrouwen zeker niet bevorderd.
Een wetenschapsredacteur van de Volkskrant zegt in het Nederlands Dagblad: “Er is een rare sfeer ontstaan, waarin de wetenschap de schuld krijgt van problemen. Natuurlijk maken wetenschappers soms fouten, daar heb ik ook over geschreven. Toch vormt onderzoek de beste informatiebron die we hebben. Daarom benader ik wetenschappers altijd vanuit een basishouding van vertrouwen. Het zijn geen mensen die een spelletje spelen of bewust informatie achterhouden”.
Omdat er over de rondwarende virussen nog zo weinig bekend is, praten wetenschappers nog wel eens tegen elkaar in. Veel mensen die daarnaar luisteren raken van de wijs. Zij zeggen: ‘Zie je wel? Wij kunnen tegenwoordig niemand meer vertrouwen’.
Ja, soms lijkt dat zo.
Maar nee, dat is niet waar.
Onze God doet in Zijn Woord niet anders dan ons ervan overtuigen dat Hij te vertrouwen is. Hij is ver weg. En toch is Hij dichtbij![1]

Onze God troont boven de wereld. Zijn hemelse heiligheid past totaal niet bij deze wereld. Iets daarvan zien we in Exodus 33: “Toen zei Mozes: Toon mij toch Uw heerlijkheid! Maar Hij zei: Ík zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de Heere uitroepen, maar Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal. Hij zei verder: U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven. Ook zei de Heere: Zie, hier is een plaats bij Mij, waar u op de rots moet gaan staan. En het zal gebeuren, als Mijn heerlijkheid voorbijtrekt, dat Ik u in een kloof van de rots neer zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken totdat Ik voorbijgegaan ben. En zodra Ik Mijn hand wegneem, zult u Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden”.
De Koning van de kosmos is onvergelijkelijk met mensen op aarde. God en mensen naast elkaar zetten? Dat is appels met peren vergelijken![2]

In Exodus 33 horen wij dat de Machthebber der aarde heel boos is op Zijn volk.
Zeker, Hij komt Zijn belofte na: Hij zal het land Kanaän aan Israël geven. Hij maakt Kanaän klaar voor de nieuwe bewoners. Maar, zegt God, Ik ga niet met Israël mee. Waarom? Omdat Zijn volk koppig is! Omdat Zijn volk voortdurend ongehoorzaam is! Als het nog even zo doorgaat veegt God Israël met één machtige armzwaai van de wereldkaart!
De Here God en de mens Mozes praten op vriendschappelijk niveau met elkaar. Mozes pleit voor Israël: alleen als God meegaat, wordt voor de wereld goed zichtbaar dat Israël het volk is dat door God apart is gezet! Uiteindelijk komt God op Zijn besluit terug.
In een Studiebijbel staat hierover onder meer genoteerd: “Mozes presenteert zich op dit moment als een krachtig middelaar tussen God en het volk door tot tweemaal toe zichzelf en Israël voor te stellen als een onlosmakelijke twee-eenheid. Mozes heeft genade gevonden in de ogen van God en verdient daarom de aanwezigheid van God. Door zichzelf te verbinden met het volk, geeft Mozes aan dat ook zij recht hebben op de aanwezigheid van God”.
Als één ding in Exodus 33 duidelijk wordt, dan is het wel dit: het gaat met Israël maar net goed![3]

Wie Exodus 33 leest beseft eens te meer hoe groot het wonder is dat Jezus Christus naar de aarde toe kwam om allen die in Hem geloven eeuwig leven te geven, in de nabijheid van de grote God van deze wereld!
In Johannes 14 legt Jezus aan Philippus uit: wie naar Mij kijkt, ziet God. Wij lezen daar: “Filippus zei tegen Hem: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg. Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo’n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”.
Op de eerste Pinksterdag kwam de God van hemel en aarde nog dichterbij. De apostel schrijft daarover in Romeinen 10: “Zeg niet in uw hart: Wie zal naar de hemel opklimmen? Dat is Christus naar beneden brengen. Of: Wie zal in de afgrond neerdalen? Dat is Christus uit de doden naar boven brengen. Maar wat zegt zij? Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken”.
De hoge God komt in de Heiland dichtbij. Zijn Heilige Geest woont in de harten van onheilige gelovigen. Dat is niet te geloven. Niettemin is het waar![4]

Wie weet het beter? Dat is de vraag die in onze wereld vaak moet beantwoord moet worden.
Wie is in deze wereld het beste geïnformeerd? Op die vraag blijft de kerk het antwoord niet schuldig. Onze God weet precies waarom Hij iets doet en wanneer. Hij weet alles over heel de schepping. Want Hij is de Creator Zelf! Daarbij komt nog dat Hij uitermate consequent en zeer trouw is. In Exodus 33 proclameert Hij het zonder omhaal: “Maar Hij zei: “Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”.
Paulus maakt duidelijk dat die volzin alles te maken heeft met de Goddelijke uitverkiezing. Leest u maar mee in Romeinen 9: “Zoals geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat. Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet! Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt”.
Laten we dat maar vasthouden. Laten wij dat doen, ook in een wereld waarin de vragen zich opstapelen en de gegeven antwoorden soms heel verschillend zijn![5]

Noten:
[1] De betreffende journalist is Maarten Keulemans. Geciteerd uit: “‘Het coronavirus gaat echt niet meer weg’”. In: Nederlands Dagblad, maandag 10 januari 2022, p. 4 en 5.
[2] In deze alinea citeer ik Exodus 33:18-23.
[3] In deze alinea gebruik ik Exodus 33:1-17. Verder: de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 33:12-23.
[4] In deze alinea citeer ik Johannes 14:8, 9a en Romeinen 10:6b-8.
[5] In deze alinea citeer ik Exodus 33:19 en Romeinen 9:13b-16.

7 januari 2022

Uit onze eigen bubbel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De omstandigheden van onze tijd zorgen ervoor dat wij met een zekere regelmaat spreken over ‘onze eigen bubbel’. Wij leven relatief vaak in afzondering. Men adviseert ons om ons zoveel mogelijk van de buitenwereld af te sluiten. Invloeden van buitenaf moeten, naar men zegt, worden beperkt.
Dat alles maakt het gevaar groot dat wij gaan navelstaren. Wij gaan ons bezinnen. Vragen als: wie ben ikzelf? en: ligt mijn leven nog wel op de goede koers? kunnen ons zomaar een poosje bezighouden. Kerkmensen hebben niet zelden nog een aanvullende vraag. Namelijk deze: hoe moet het verder met de kerk?[1]   

In dit artikel focussen wij ons op het antwoord op de vraag: wat is de taak van de kerk vandaag?
Het antwoord op die vraag klinkt in Efeziërs 3. Paulus is, zo schrijft de Godsgezant daar zelf, door God aan het werk gestuurd. Hij moest gaan evangeliseren, “opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere. In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem”.
Wat gebeurt er in Efeziërs 3 feitelijk?
Antwoord: wij worden uit onze bubbel gehaald. De wereld blijkt aanzienlijk groter dan onze particuliere vierkante meters. Wij moeten verder kijken dan onze neus lang is. Onze God leert ons om naar de kosmos te kijken. Onze God is de hoogste Majesteit in een groots universum![2]

In Efeziërs 3 staat iets opvallends: de kerk beneden moet de wijsheid van God in de hemel bekendmaken.
Vanuit de hemel proberen tegenstanders om Gods gezag te ondermijnen. Die tegenstanders zetten, net als God, machtige energieën in. Die tegenstanders proberen de mensen op aarde ervan te overtuigen dat God heel ver weg is. Die tegenstanders zeggen: God bemoeit zich nergens meer mee; Hij staat op afstand. Die tegenstanders zeggen: de mensen op aarde moeten het allemaal zelf uitzoeken; er komt geen hulp van boven.
Die tegenstanders moeten vanaf de aarde luidop worden tegengesproken. Het moet duidelijk worden: wat de opponenten van God laten rondbazuinen is niet waar. De kerk moet de hemelse tegenstanders voortdurend tegenspreken. De kerk moet proclameren: de Here Jezus Christus troont boven Zijn tegenstrevers.
Op aarde lopen massa’s mensen rond die, zonder dat zij zich dat realiseren, een gewillig instrumentarium zijn van de duivel en diens trawanten. Die mensen drukken de kerk weg. Die mensen proberen het vanuit de kerk gebrachte Evangelie van Jezus Christus te overstemmen.
De kerk behoort, met alle kracht die God Zelf geeft, toch stem te geven aan de blijde Boodschap.
En dat gaat zeker lukken!
Waarom?
Omdat Jezus Christus de overwinning reeds behaald heeft. Zijn tegenwerkers zijn eigenlijk geen partij meer voor Hem. Hij zorgt er Zelf voor dat het juichen van de kerk in de hemelse gewesten doordringt[3].

En reken er maar op, stel het u maar voor: steeds als het triomferend gejuich en gezang van de aardse kerk in de hemel te horen schudden de bestrijders van God geërgerd hun hoofd: alweer een tegenvaller! De bestrijders van God zuchten: het houdt nooit op, altijd blijft die kerk overeind! Zwaar geïrriteerd steken Gods hemelse vijanden de koppen bij elkaar: wij moeten nog meer ons best doen om de kerk te vernietigen… Gods opponenten zouden maar wàt graag de toegang van de hemel sluiten. Want dan komt er niemand meer in. Dan is het binnenkort afgelopen met dat koninkrijk van God. Einde. Uit.

Maar de hemeldeur gaat niet dicht. De deur is voor de Here Jezus Christus geopend. Om met Hebreeën 9 te spreken: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”.
Daarom kan Hij er ook Hoogstpersoonlijk voor zorgen dat die hemeldeur open blijft. De kerk mag het dagelijks proclameren: ga in het gebed maar vrijmoedig naar binnen. De kerk mag er bij alle mensen op aandringen: wees maar niet bang, vertrouw op Jezus Christus; Hij zit daarboven niet voor niets op Zijn troon![4]

In juli 2021 schreef iemand: “Als ik maar in mijn eigen bubbel leef dan is het goed, … Ik begrijp heel goed dat mensen zo denken, omdat ze zich machteloos voelen en geen idee hebben hoe ze zelf invloed uit kunnen oefenen om hun leven, en dat van anderen te verbeteren. Dit laatste, ‘en dat van anderen’, daar denken ze al niet eens over na. Jouw bubbel kan zomaar -ineens- van de één op de andere dag lek geprikt worden waardoor je in een luchtledig terecht gaat komen zonder ook maar enig houvast”.
Als Efeziërs 3 één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat kinderen van God nooit zonder houvast zijn. Zij komen nimmer in het luchtledige terecht. Ook in 2022 is het de taak van de kerk om daarop te wijzen.

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://www.ensie.nl/betekenis/in-zijn-eigen-bubbel-leven ; geraadpleegd op donderdag 30 december 2021.
[2] In deze alinea citeer ik Efeziërs 3:10, 11 en 12.
[3] In deze alinea gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 1:21, 3:10 en 6:12.
[4] In deze alinea citeer ik Hebreeën 9:12.

5 januari 2022

Antithese in crisistijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij leven in een wereld die zich regelmatig bezighoudt met de vraag: hoe ontduiken wij de Nederlandse corona-maatregelen? Er wordt in de lage landen bij de zee bovendien druk gediscussieerd over de zin en onzin van de maatregelen.
Op het kerkplein wordt ook druk gesproken; over een bededag bijvoorbeeld. Zo houden de Christelijke Gereformeerden op woensdag 12 januari een landelijke biddag in verband met de landelijke coronapandemie[1].

Misschien zijn er wel lezers die enigszins pessimistisch denken dat zulk bidden eigenlijk bitter weinig helpt. De nood is groot en wij moeten het samen oplossen, zo is de algemene gedachte. Wat helpt het eigenlijk om op God en Jezus te wijzen?

Dat is een geloofszaak.
Trouwens – denkt u dat mensen in Jezus Christus gaan geloven als er geen ziekte, epidemie of pandemie is? Denkt u dat mensen die fysiek en mentaal gezond zijn de Heiland gaan volgen? Welnu, niets is minder waar.
Dat zien wij bijvoorbeeld in Handelingen 3 en 4. Eerst een citaat uit Handelingen 3. Daar zegt Petrus: “Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en ga lopen! En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en onmiddellijk werden zijn voeten en enkels vast. En met een sprong stond hij overeind en liep rond, en hij ging met hen de tempel in, lopend en springend en God lovend. En al het volk zag hem lopen en God loven. En zij wisten dat hij degene was die voor een liefdegave bij de Schone Poort van de tempel gezeten had; en zij werden vervuld met verbazing en ontsteltenis over wat er met hem gebeurd was”.
Het boven beschreven wonder is de inleiding op een preek van Petrus. Hij proclameert het Evangelie van de opgestane Jezus Christus.
Het is van stonde aan duidelijk – de verkondiging van Christus’ opstanding zint de kerkleiding niet. Wat is dat voor ongerijmds? Moet men het kerkelijk gepeupel lastig vallen met iets dat alleen in sprookjes kan gebeuren? Uit de dood opstaan – dat is nog nooit vertoond! En dat zal ook nooit wat worden, menen de klerikale leiders. ’t Moet maar eens ophouden met dat gepreek over Jezus, zeggen ze…
Petrus en Johannes worden ontboden bij het Sanhedrin. Aldaar draait Petrus er niet omheen. Hij verkondigt het Evangelie zonder terughoudendheid: “Leiders van het volk en oudsten van Israël! Wanneer wij vandaag ondervraagd worden over de weldaad aan een zieke man bewezen, waardoor hij gezond geworden is, laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat. Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

U mag dit niet meer prediken, zegt de kerkleiding.
Dat gaat niet lukken, zeggen Petrus en Johannes, want wij moeten er wel over praten.
Er is dus een wonder gebeurd. De kerkleiders kunnen dat wonder voor hun ogen zien. Zij kunnen ook zeggen: ‘Dit móet wel van God komen; en misschien is die opstanding dan ook wel waar…’. Maar dat zeggen de leidslieden dus niet.
Het wonder zet hen niet aan het denken. Sterker nog: zij geven, ondanks het mirakel van Handelingen 3, blijk van ongeloof.
Laten wij het maar zo zeggen: hier staat geloof tegenover ongeloof. Oftewel: hier staat de kerk tegenover de wereld. En we moeten er vandaag de dag met elkaar voor zorgen dat dat zo blijft.     
Op dit punt is er in 2022 namelijk nog niet al te veel veranderd.
De wereld discussieert over coronamaatregelen.
In de kerk wordt gebeden. Tijdens een speciale bededag. Tijdens erediensten. Kerkmensen bidden ook thuis.
Wat gebeurt er feitelijk? Tijdens deze crisis openbaart zich de antithese: de vlijmscherpe tegenstelling tussen kerk en wereld.

Wordt er in de kerk en op het kerkplein dan niet over coronamaatregelen gediscussieerd? Jawel. En ook daar zijn grote verschillen te zien en te horen. Maar als het goed is zijn die verschillen niet zo groot dat samen in gebed gaan onmogelijk wordt.
Of kerkmensen nu voor of tegen vaccineren zijn, zij moeten zich er allen van bewust wezen dat zij hun keuzes in het bijzijn van God maken. Hoe kerkmensen ook denken over coronavirussen en de daaraan verbonden risico’s, zij moeten samen voor God verschijnen. De kloof gaapt – mogen wij van harte hopen – niet tussen gelovigen onderling, maar enkel en alleen tussen kerk en wereld!  

Laten we eens een eeuw teruggaan.
Honderd jaar geleden werd de mensheid getroffen door een ongekende catastrofe, waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar zijn.
De Spaanse griep, die van 1918 tot 1920 tussen de 50 en 100 miljoen slachtoffers maakte, was de grootste menselijke ramp van de geschiedenis. De mensheid werd op de proef werd gesteld door een allesverwoestend virus. De Spaanse griep verstoorde de wereldpolitiek, relaties tussen rassen, gezinsstructuren, de medische wetenschap, religie en de kunsten.
Hoe zou dat in onze tijd gaan? Er is niemand die dat nu al precies zeggen kan. Maar wat Gods kinderen allemaal wel mogen weten is dit: wij zijn in Gods hand, ook in 2022[3].

De kerk mag daarom proclameren: houdt moed! En nee, dat is geen loze kreet. Want Jezus Christus overwint de dood. Jezus Christus gaat verder, ook als de kerkleiders het Goddelijk ingrijpen maar een merkwaardige manier van doen vinden.
God richt mensen op. In 2022 mogen wij zeggen: er is structureel iets veranderd, want de Heiland heeft voor onze zonden betaald!
Van die veranderingen zien we vaak niet zoveel. Maar het is dan ook een geloofszaak!

Noten:
[1] Zie hierover bijvoorbeeld: “Christelijk-gereformeerden: landelijke biddag om corona”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 29 december 2021, p. 2.
[2] In deze alinea citeer ik Handelingen 3:6-10 en Handelingen 4:8-12.
[3] In deze alinea gebruik ik https://www.kerknet.be/kerknet-shop/product/de-spaanse-griep ; geraadpleegd op woensdag 29 december 2021.

29 december 2021

Doel in zicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat is uw doel vandaag? Dat lijkt een rare vraag.
U hebt waarschijnlijk van alles te doen. Er ligt allerlei werk.
Maar het kan ook zijn dat u niet zoveel meer te doen hebt. Misschien bent u al wat ouder, en ziet u op tegen de klusjes die u te doen hebt, ook al zijn die nog zo klein.

Op de website van een krant staat de kop: “Somber door de lockdown? ‘Stel elke dag een doel, dan heb je aan het einde van die dag toch voldoening’”.
Daaronder komt de psychiater Esther van Fenema aan het woord.
“Hoe is het gesteld met de veerkracht van Nederlanders?
[Antwoord]: Als soort zijn we er altijd in geslaagd ons aan te passen aan omstandigheden, dus dat zal ook nu blijken. Veel mensen hebben niet geleerd om plichten te doen voor de groep, maar wel om als individu rechten te hebben op van alles. Daarom zie je nu die polarisatie. Voor de jongeren geldt dat die veerkracht voor corona al matig was. Nu nog slechter. Met hen zou ik als ouder gaan zitten en ook dat gesprek hebben. Waar zit je somberheid? Maak het concreet.
Wat helpt echt?
[Antwoord]: Discipline en structuur. De mentale schijf van vijf, kijk per dag of je ze kunt afvinken. Dus: voldoende bewegen, investeren in sociale contacten, rust nemen, niet te veel op de telefoon en over je problemen praten. Over het algemeen geldt ook dat op de bank zitten en naar het nieuws over corona kijken niet goed is, iets doen wel”[1].

Esther van Fenema geeft goede adviezen.
Toch ontbreekt er iets. Maar wat?
Wij gaan het zien als we wat beter naar het begin van het citaat kijken. Voor de duidelijkheid zet ik twee woorden cursief: “Als soort zijn we er altijd in geslaagd ons aan te passen aan omstandigheden”. Daar hebt u het: de mens is een soort. Er wordt een redenering gevolgd van het type: “De mens is de enige nog bestaande vertegenwoordiger van het geslacht Homo en maakt samen met chimpansees, gorilla’s en orang-oetans deel uit van de familie Hominidae (mensachtigen). De moderne mens ontstond ongeveer 300.000 jaar geleden in Afrika. Het evolutionaire succes van de mens wordt verklaard door onder meer het grotere brein met een goed ontwikkelde prefrontale cortex en temporale kwabben, die nodig zijn voor abstract redeneren, taalverwerving, probleemoplossing, evenals de ontwikkeling van socialiteit en cultuur”[2].

Wat is de mens?
Hij is een schepping van God. Hij is, om zo te zeggen, een prachtige kroon op Zijn werk. Hij is geschapen om God te eren.
In de kerk moeten wij dat samen doen.
In Romeinen 14 schrijft Paulus: “De een acht de ene dag boven de andere dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn. Wie de dag in ere houdt, houdt hem in ere voor de Heere, en wie de dag niet in ere houdt, houdt hem niet in ere voor de Heere. Wie eet, eet voor de Heere, want hij dankt God. En wie niet eet, eet niet voor de Heere, en ook hij dankt God. Niemand van ons leeft immers voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf. Want als wij leven, leven wij voor de Heere en als wij sterven, sterven wij voor de Heere. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere. Want met dit doel is Christus ook gestorven en opgestaan en weer levend geworden, dat Hij zowel over doden als levenden zou heersen”[3].

Paulus wil onder meer zeggen: iedere keuze in het leven doen wij voor het oog van het God. En als alles goed is maken wij elke keuze in het leven ter ere van God.
Christus’ lijden, opstanding en verheerlijking: die leiden Hem naar de positie van Heer der wereld. En zijn kinderen staan uiteindelijk om Hem heen.

Daar verlangen wij naar.
Hoe zal dat zijn, in de toekomst?
Dat weten wij niet.
Dat is, in de meest letterlijke zin van het woord, onvoorstelbaar. Ons voorstellingsvermogen schiet ten enenmale tekort.
Als het daarover gaat, belijden wij met de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. Toch is God niet de bewerker van de zonde die gedaan wordt, en evenmin draagt Hij er de schuld van. Want zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig. En al wat in zijn doen het menselijk verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, verder dan ons begrip reikt. Maar in alle ootmoed en eerbied aanbidden wij de rechtvaardige beslissingen van God, die voor ons verborgen zijn. Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden”[4].

De mensen worden, zo kopt een krant, somber over de lockdown. We kunnen geen kant op, zo klaagt men allerwegen.
En misschien zijn we soms ook wel eens wat somber over het uitblijven van de nieuwe hemel en de aarde. Wórdt dat nog wel wat? En wordt het geen tijd dat we wat van die toekomstige glorie gaan zien?
Welnu – in Romeinen 14 schrijft Paulus ook: het Koninkrijk van God bestaat uit “gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen. Laten wij dus najagen wat de vrede en de onderlinge opbouw bevordert”. Met andere woorden: wie goed kijkt, ziet en hoort in de kerk al eens van de luisterrijke toekomst die eraan komt. Zeker, bij al die geluiden zitten nu nog veel dissonanten. Maar wie in de kerk goed rondkijkt en zijn oor te luisteren legt, hoort soms mooie klanken. Dan mogen we ons realiseren: dit is al een mooi begin, en ’t wordt volmaakt!

Daar komt het doel van Gods kinderen in beeld!
Nee, kinderen van God zijn geen lid van een soort.
Zij zijn, hoofd voor hoofd, unieke creaties van de God van hemel en aarde. Daarom geldt: als zij leven, leven zij voor de Heere en als zij sterven, sterven zij voor de Heere; of zij dan leven of sterven, zij zijn van de Heere. Nee, ook in lockdown-tijd verandert dat niet![5] 

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.gelderlander.nl/gezond/somber-door-de-lockdown-stel-elke-dag-een-doel-dan-heb-je-aan-het-einde-van-die-dag-toch-voldoening~aa2f7820/ ; geraadpleegd op woensdag 22 december 2021.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Mens ; geraadpleegd op woensdag 22 december 2021.
[3] Romeinen 14:5-9.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[5] Deze woorden zijn in de wij-vorm te vinden in Romeinen 14:8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.