gereformeerd leven in nederland

15 juli 2014

De werkelijkheid van Christus

Welke weg moet worden gegaan?
Dat is een van de vragen die D.J. Bolt, een beeldbepalende scribent op de internetpagina Eeninwaarheid.info, aan het klerikale lezersvolk stelt[1].
Die vraag hoeft overigens ons niet te bevreemden. Immers, datzelfde vragen Gereformeerde mensen zich regelmatig af. Wij vragen: waar gaat dit naar toe? En voorts: waar eindigt dit?
De vraag waar het vooral om lijkt te gaan is: hoe zijn wij Gereformeerd in 2014?

In verband met het bovenstaande vraag ik uw aandacht voor woorden uit Zondag 6 uit de Heidelbergse Catechismus.
“Wie is dan deze Middelaar, die echt God en tegelijk een echt en rechtvaardig mens is?
Antwoord: Onze Here Jezus Christus, die ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing”[2].

Die Middelaar moet in de kerk centraal staan.
Wij moeten ons door Hem wijs laten maken. Hij spreekt ons vrij van schuld. Hij reinigt ons van zonde. Zijn Heilige Geest heiligt ons. Zijn Geest maakt ons bestaan geschikt voor een leven in Gods dienst. Hij verlost ons, en belooft ons eeuwig leven.

Met die heldere belijdenis zijn we tegenwoordig niet meer dan een aardig kerkje, dat aan de rand van het kerkplein staat.
De kerk staat in een isolement, vandaag de dag. Dit past niet meer in de samenleving. De maatschappij kán er niets meer mee. Wat moet men zeggen over een Middelaar die mens werd, maar tegelijk God bleef? Wat moet men zeggen over Jezus Christus die  mensen redt, uit pure liefde – gratis en voor niets?
Daarom wordt de kerk in een hoekje weggestopt. Daar moet die kerk maar rustig blijven zitten. Dan heeft niemand er last van…

Hierboven wees ik op een vraag van D.J. Bolt, een bekend lid van één der Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
Welnu, in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) vinden velen het maar ouderwets dat de vrouw geen dominee, ouderling of diaken mag worden.
Wij kunnen en moeten, zo suggereert men nadrukkelijk, een eindweegs meegaan in de cultuur van vandaag. Dan wordt de kerk frisser. En moderner[3].
Met andere woorden: eigen wijsheid is voor vele GKv-ers ook heel belangrijk. We moeten van die ouderwetsigheid af, zo spreekt men in de GKv. Dat is iets voor seniorenwoningen. En voor grijze koppen.
Echter, als ik mij niet vergis is dat een sfeer die – in zekere zin – nogal verschilt van de zesde Zondag van de Heidelbergse Catechismus. Want zegt u nu zelf: de Catechismus klinkt daar verre van nieuwerwets!

Laten wij nog even nauwkeurig naar die aloude belijdenis kijken.
Leren Gods kinderen in Zondag 6 om op zoek te gaan naar Christelijke wijsheid? Naar de wijsheid van Christus, dus?
Nee. Zo’n speurtocht is namelijk volkomen overbodig.
Gods zonen en dochters hoeven geen zoektocht te ondernemen. Want die wijsheid is hen al gegeven. In en door Christus. En in het Woord, dat Hem als Redder predikt. Dat Woord moeten Gods kinderen lezen. De regels die in dat heilig Woord gegeven worden, moeten zij eerbiedigen. Ook in 2014.
Het Evangelie is al heel oud. Maar het is beslist niet ouderwets.

De werkelijkheid is van Christus, schrijft Paulus in Colossenzen 2.
Die term ‘werkelijkheid van Christus’ staat in vers 17. Die tekst is een van de Schriftbewijzen onder Zondag 6.

Ik citeer enkele verzen uit Colossenzen 2: “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is. Laat niemand u de prijs doen missen door gewilde nederigheid en engelenverering, als ingewijde in wat hij heeft aanschouwd, zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken, terwijl hij zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam, door pezen en banden ondersteund en samengehouden, zijn goddelijke wasdom ontvangt”[4].

De werkelijkheid is van Christus.
Wat betekent dat eigenlijk? In ieder geval wel het volgende.
We doen niet meer aan offers. Rituelen zijn onnut geworden.
In de kerk hoeven we niet ingewijd te worden in allerlei mysteriën.
In de kerk hoeven we onszelf niet op een hoger niveau te tillen.
Nee, we staan simpelweg in de werkelijkheid van alledag.
In die werkelijkheid staan we niet met Christus. Nee, dat staat er niet. De realiteit is van Christus. Hij heeft die werkelijkheid geschapen. Hij heeft de wereld gemaakt. En daarom behoren wij alles en iedereen in die schepping te gebruiken zoals Hij Zijn schepselen heeft bedoeld. Het gaat om Christus’ glorie!
Onze eigen wensen en idealen zijn, in dat kader bezien, niet zo belangrijk meer.
En de conclusie ligt voor de hand: de cultuur van 2014 gaat niet boven Christus uit.
Oftewel: de dynamische wereld van de eenentwintigste eeuw wint het niet van Jezus Christus, en van het Woord dat Hij ons gaf. De cultuur om ons heen, de gewoontes en de publieke opinie kunnen en mogen voor de kerk nimmer bepalend wezen.
Kerkmensen moeten hun prioriteitenlijstje zo nu en dan maar eens goed bekijken!

De heer Bolt vraagt: welke weg moet worden gegaan?
Het is, geloof ik, de vraag van iemand die best weet wat er moet gebeuren.
De werkelijkheid is van Christus. Als iemand dat weet, dan is het Bolt wel. En wij moeten er maar niet omheen draaien: iedereen die op een bepaald levensterrein een andere werkelijkheid om zich heen bouwt, is – op de keper beschouwd – goddeloos bezig. Want dat betreft vrijwel altijd een eigen werkelijkheid. Het betreft in elk geval een menselijke werkelijkheid.
Ja, ik weet het: afscheiden doet pijn. Weglopen bij mensen die je liefhebt, dat doe je niet gauw.
Maar het moet soms wel. Zeker als, op verschillende belangrijke punten, eigen wijsheid van al of niet erudiete mensen prevaleert boven de werkelijkheid van Christus.

Hoe zijn wij Gereformeerd in 2014?
Door alles te verwachten van de Middelaar. Die Middelaar moest en echt mens en echt God zijn.
Echt mens:
“Omdat Gods gerechtigheid eist, dat de menselijke natuur, die gezondigd heeft, ook voor de zonde betaalt, en omdat een mens die zelf zondaar is, niet voor anderen kan betalen”.
Echt God:
“Om uit kracht van zijn godheid de last van Gods toorn aan zijn menselijke natuur te kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven te kunnen verwerven en teruggeven”[5].
Dat is een eeuwenoud Evangelie.
Dat Evangelie is niet cultuurbepaald.
Niettemin is het, ook in 2014, nog volop geldig.

Noten:
[1]  Zie http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=7&item=998 .
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, vraag en antwoord 18.
[3] Die suggestie klonk zelfs nadrukkelijk door in het afscheidslied van de GKv-synode. Zie https://www.youtube.com/watch?v=H8zvGSGRtdc&feature=youtu.be .
[4] Colossenzen 2:16-19.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoorden 16 en 17.

4 juli 2014

Vier vragen van Bolt

Op het kerkplein is veel onrust. Onder meer bij Gereformeerd-vrijgemaakten is veel beweging.
De internetpagina Eeninwaarheid.info geeft vaak woorden aan de bezorgdheid, de deining en de spanning aldaar.
Onlangs werd in een artikel die ongerustheid samengevat in vier vragen. Dat waren deze:
“Is de Schrift nog veilig in de GKv?
Bouwt het kerkverband op of breekt het af?
Is het nog verantwoord in deze kerkgemeenschap te blijven?
Zo niet, welke weg moet dan worden gegaan?”[1].

Het kan bekend zijn dat schrijver dezes en zijn vrouw de Gereformeerd-vrijgemaakte kerk hebben verlaten. In juli 2011 meldden we ons bij De Gereformeerde Kerk Groningen.
Dus kan men zeggen: het antwoord dat deze weblogschrijver gaat geven ligt voor de hand.

Desondanks waag ik het erop om een enkel woord over die indringende vragen te schrijven.

Het valt me op hoe onpersoonlijk de vragen zijn. Het lijkt wel alsof de mensen uit beeld gedrukt zijn. Ik lees niet: “Wij menen…”. Of: “Wij zoeken…”. Of: “Wij wenden ons tot…”.
De manier waarop die vragen geformuleerd zijn, leren mij hoe belangrijk het is om me te realiseren dat kerk en geloof over mij gaat. En over ons.
De Bijbel is Gods Woord. Het Woord van God, dus. Hij is geen mysterieuze kracht, die ergens ver weg Zijn werk doet. Hij spreekt mensen aan. Rechtstreeks en zonder omwegen.
De hierboven geformuleerde vragen suggereren een zekere afstandelijkheid. Dat is wel begrijpelijk. Moeilijke zaken moet men soms met een zekere distantie bekijken. Maar in dit geval is dat niet goed.

De schrijver van het op 28 juni gedateerde artikel op Eeninwaarheid.info, D.J. Bolt, vraagt: is de Schrift nog veilig in de GKv?
Nu denk ik wel te begrijpen wat Bolt daarmee bedoelt.
Toch vind ik het een wat merkwaardige vraagstelling.
De Here heeft de Heilige Schrift zelf gegeven. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: “Wij belijden dat dit Woord van God niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door de Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben, zoals de apostel Petrus zegt (…). Daarna heeft God in zijn bijzondere zorg voor ons en ons behoud zijn knechten, de profeten en apostelen, geboden zijn geopenbaarde Woord op Schrift te stellen, en zelf heeft Hij met zijn vinger de twee tafelen van de wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften heilige en goddelijke Schriften”[2].
De Here zegt in Jesaja 55: Mijn woord “zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend”[3]. En in Openbaring 22: “Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn”[4].
Conclusie: de Here stelt Zijn Woord Zelf veilig.
De vragen zijn veeleer: wordt heel Gods Woord aan de gemeente verkondigd? Zeggen gemeenteleden met Romeinen 11: “O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods“? Spreken alle predikanten, parallel aan Efeziërs 2, nog over de overweldigende rijkdom van zijn genade naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus[5]? Zeggen alle aanwezige ambtsdragers met Paulus nog zonder enige reserve: “Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus”[6]?

Bolt vraagt: bouwt het kerkverband op of breekt het af?
Dat moet Bolt in de eerste plaats zelf zeggen. In dat kerkverband neemt hij immers een tamelijk prominente plaats in.
Buitenstaanders als ik, die zich enkele jaren geleden uit woede, frustratie of onvrede aan de GKv onttrokken hebben, geven een voorspelbaar antwoord.
Waar het om gaat kunnen we afleiden uit Efeziërs 4: alles draait om de toerusting “tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus”[7].
Opbouwen: dat doen ware gelovigen als zij de eenheid des geloofs zoeken; die eenheid staat recht tegenover individueel geloof.
Opbouwen: dat doen ware gelovigen als zij aan de waarheid houden.
En laten wij bij dit alles blijven bedenken dat in het kerkverband mensen aan het werk zijn. Mensen bouwen het kerkverband op. Mensen breken het kerkverband af.

Is het nog wel verantwoord om in de gemeenschap van de GKv te blijven?
Is dat nog aanvaardbaar?
Wanneer ik over het antwoord op deze vraag nadenk, kom ik uit bij Romeinen 15: “De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar het voorbeeld van Christus Jezus, opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken. Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods”[8].
Dat is een gebed van Paulus. Een gebed om ervaring en gevoel. Een gebed om een voorbeeld aan Christus te nemen. Vooral: een gebed om eendracht in de lof aan onze Heiland, de Here Jezus Christus. En een gebed om eenstemmigheid, vanwege de hemelse toekomst die er voor ware gelovigen is: een magnifieke toekomst met God.
Als dat alles aanwezig is, moet men elkaar aanvaarden.
Die eendracht is er nu echter niet. En er is ook geen kijk op dat die eenheid weer terugkomt. Moet men elkaar aanvaarden als mensen en meningen blijvend mijlenver uit elkaar liggen? Ik zou toch denken van niet.

Welke weg moet worden gegaan?
Dat is de vraag die Bolt stelt. Ik schreef het al: de reactie die deze weblogschrijver gaat geven ligt voor de hand. Voor iedereen die het nog niet begrepen heeft: sluit u aan bij een Gereformeerde kerk!
En daarbij noteer ik dan ook: De Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) en De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) (DGK) moeten zo spoedig mogelijk bij elkaar komen. Alle menselijke barrières moeten rap worden weggeruimd. Want het gaat om God en Zijn Woord!

Noten:
[1] Zie http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=7&item=998 .
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[3] Jesaja 55:11.
[4] Openbaring 22:18 en 19.
[5] Ik ontleen de formulering aan Efeziërs 2:7.
[6] Philippenzen 4:19.
[7] Efeziërs 4:12-15.
[8] Romeinen 15:5, 6 en 7.

27 juni 2013

De hoofdbrekens van D.J. Bolt

De internetpagina Eeninwaarheid.info lees ik graag.
Niet alleen omdat ik eertijds wel eens artikelen heb gepubliceerd op de voorganger van die website, Eeninwaarheid.nl. Maar ook omdat Eeninwaarheid.info een helder licht werpt op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Zoals bekend ben ik binnen dat kerkverband opgegroeid; ook was ik er – tot mijn overgang naar DGK Groningen in juli 2011 – volop actief. Geen wonder dus dat ik de gebeurtenissen in de GKv nog gaarne volg.

Op 15 juni 2013 publiceert D.J. Bolt een artikel waarin hij nog één keer wil laten zien “hoe men in deze dagen probeert het gereformeerde karakter onze kerken af te breken. Daarbij focussen we ons op de betekenis die de gereformeerde belijdenis heeft en de binding daaraan”.

Hij schrijft:
“Als je nu al deze ontwikkelingen in onze kerken ziet, dan is mijn grote vraag waarom er geen opstand van gereformeerde voorgangers en kerkleden is. Laten we dit allemaal maar gebeuren? Hier past toch een luid en publiek protest? Het gaat er toch om gereformeerd en gereformeerde kerk te blijven? Om een kerk die voor ons en onze (klein)kinderen een betrouwbare Moeder is? Geen prima ballerina die op elke straathoek van de kerkstad haar vals oecumenische diensten aanbiedt maar een reine Bruid die voor haar Man versierd is, en haar kinderen voedt en verzorgt. Hoe lang laten we ons nog stenen voor brood voorzetten? Hoelang laten we toe dat het onderwijs aan de universiteit verziekt wordt? Accepteren we het dat het zo misschien in één generatie over en uit is met de gereformeerde kerken vrijgemaakt?
Waar staan we met ons allen? Zeker, we zitten niet stil. Er wordt geschreven tot de vingers blauw oplichten. We confereren jaarlijks om elkaar te bemoedigen. En wellicht gaan we het lezingencircuit van de afgelopen tien, vijftien jaar herhalen. Maar ondertussen dwaalt de hogesnelheidsafvaltrein ongeremd voort en laat al die goed bedoelde lokale boemeltjes ver achter zich.
Paulus schrijft aan Timotheüs dat God niet een geest van lafhartigheid maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid gegeven heeft. Ik vraag me af, en sluit me daar zelf bij in, heeft zo’n geest van lafhartigheid niet in zekere mate van ons bezit genomen? Hoe kan het dat zoveel gereformeerde predikanten (van de 200) en zoveel gereformeerde mensen (van de 123.012) het er bij lijken te laten zitten? Het strijdtoneel van de kerk lijken over te laten aan de vernielers van de kerken, zie boven? Waarom zeggen gereformeerde kerken, kerkenraden en gemeenten niet: tot hier en niet verder?! Zijn we lafhartig geworden met elkaar?
Velen voelen zich vereenzaamd in onze kerken. Zien geen uitweg meer. Laten dingen gelaten over zich heen komen. Verwachten het ook niet meer van gereformeerdekerkblijven of  eeninwaarheid of verontrustengroepen. De dingen zijn immers al zo vaak gezegd. Nieuwe verhalen bevestigen de koers. Er lijkt geen houden meer aan, zo zeggen ook prominente voorgangers.
Is niet alleen daadwerkelijke reformatie, dat wil zeggen, brede terugkeer naar het Woord nodig dat ons nog kan redden van de dreigende ondergang van de kerken die ons zo lief zijn”[1].

Waarom komt er geen opstand?
Dat heb ik mij ook afgevraagd. Sterker nog, ik heb mij dat jarenlang afgevraagd.
En steeds weer hoopte ik dat er een ommekeer zou komen.
Ik hield er, globaal bezien, een vijftal denkbeelden op na.
1.
Ik hoopte dat de dominees zouden zeggen: nee, met dingen als drama, mime, combo’s en bands bieden we geen oplossing voor de interne secularisatie; we moeten weer terug naar de duidelijke lijn die getekend wordt in Schrift en belijdenis. Misschien zeggen de mensen dan wel dat we op de harde lijn zitten. Maar dat is uiteindelijk beter dan het houden van allerlei sentimentele voordrachten waarbij de mens ten diepste belangrijker is dan God.
2.
Ik hoopte dat de kerkgangers zouden zeggen: we zijn al die zogenaamd moderne dingen in de kerk zát. Het is genoeg geweest. Want van Gods Woord horen we steeds een beetje minder.
Maar dat gebeurde niet.
3.
Ik dacht: ik moet een beetje geduld hebben.
Heel veel mensen hebben nogal wat tijd nodig om te zien wat de consequenties van kerkelijke handelingen zijn.
Het zal wel weer goed komen.
Maar het kwam niet goed.
4.
Mijn vrouw en ik bleven naar de kerk gaan.
Wij bleven actief in de GKv.
Maar eerlijk is eerlijk: soms ergerden wij ons groen en geel.
5.
Uiteindelijk waren wij de ergernissen zat. Wij hadden geen zin meer in scheldpartijen waarbij de koers van de kerk centraal stond.
Wij wilden onze geloofsblijdschap niet kwijt raken.
Mede daarom vertrokken mijn vrouw en ik in 2011 naar DGK Groningen.

Nu ga ik weer naar D.J. Bolt.
In het citaat hierboven komt een keer of drie het woord ‘lafhartig’ voorbij.
Hij schrijft zelfs: “Ik vraag me af, en sluit me daar zelf bij in, heeft zo’n geest van lafhartigheid niet in zekere mate van ons bezit genomen?”.
Dat is moedig.
Het getuigt van dapperheid om van jezelf te zeggen dat je misschien te zoetsappig bent. Zouteloos. Karakterloos, zelfs wellicht.
Persoonlijk vind ik de heer Bolt overigens (nog) niet lafhartig. Jarenlang heeft hij zijn stem verheven tegen de gang van zaken in de GKv. Hij gaf blijk van grote belezenheid. En van een diep inzicht.
Nee – D.J. Bolt te Drachten is, wat mij betreft, op dit moment geen laffe man. Zeker niet.

Maar waarom zijn de heer en mevrouw Bolt nog lid van een GKv?

Natuurlijk kan ik niet in Bolt’s brein kijken. Ik weet niet wat hij denkt.
Maar ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: als ik nog GKv-lid ben, heb ik daar nog enig recht van spreken.
Ik zet daar tegenover: de GKv dwalen weg van Gods Woord; dat is – menselijk gesproken – onomkeerbaar. Wat doet Bolt daar dan nog?

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: als ik de GKv verlaat, raak ik veel GKv-vrienden en –kennissen kwijt.
Mijn reactie: dat hoeft helemaal niet.
Onlangs waren mijn vrouw en ik vijfentwintig jaar getrouwd. Op ons feest waren heel veel vrijgemaakte kennissen en vrienden. Er kwamen schriftelijke reacties van heel mensen die (nog) vrijgemaakt zijn. Oók uit de GKv Helpman, die wij verlaten hebben. ‘We missen jullie’, schreef iemand. Maar er was niemand die op de kaart schreef: u bent helemaal gek.
Toen wij, twee jaar geleden, de GKv verlieten waren er veel vrienden en kennissen die zeiden: dat begrijpen wij wel; jullie zijn inderdaad een beetje ‘die kant op’. De kerkelijke overgang werd vaak beschouwd als de consequentie van opinies die wij jaren lang ventileerden. Tijdens huisbezoeken. Tijdens verenigingsavonden. En op heel veel andere plekken.
Daarom noteer ik bij deze: wat doet Bolt nog in de GKv? Als hij zich onder opzicht en tucht stelt van DGK Opeinde e.o. kijkt er niemand raar op.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: in de DGK zit een stelletje stijve harken.
Mijn reactie: natuurlijk is de één ‘stijver’ dan de ander. Maar dat was in de GKv ook zo.
In de DGK nemen we Schrift en belijdenis serieus. Als wij een Bijbeltekst of een belijdenis citeren, staat iedereen op scherp. Daar vinden we elkaar. Daar komen we altijd weer op terug.
In de DGK weten we echt wel wat er in de wereld te koop is. Daar lezen we ook kranten. De media worden gebruikt, inclusief de sociale.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: in de DGK praten ze altijd over de ware kerk.
Mijn reactie: dat is niet waar. Maar we mijden het thema ook niet.
Want wij belijden het wel: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen. Wij spreken hier niet over de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk. Maar wij bedoelen dat men het lichaam en de gemeenschap van de ware kerk moet onderscheiden van alle sekten, die beweren dat zij de kerk zijn. De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden”[2].
Mijn stelling is: de DGK is momenteel de ware kerk.
Maar daar zeg ik bij: ware kerk moet je zijn; iedere dag weer. In de kerk hebben we daar een term voor: dagelijkse bekering.
En ik zeg er ook bij: er zijn velen, bijvoorbeeld in de Gereformeerde Kerken Nederland – het kerkverband waarin onder anderen de predikanten Heres, Hoogendoorn en Van der Wolf een plaats hebben – die, als u het mij persoonlijk vraagt, eigenlijk bij de ware kerk horen[3]. En ook elders zitten mensen die ik van harte in de gelederen van de DGK zou verwelkomen.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: de DGK is maar klein.
Mijn reactie: dat klopt.
En als niemand de kerkelijke overgang maakt, blijven die kerken ook klein.
En dat ligt dan onder meer aan mensen als Bolt. Mensen die – soms rood van ergernis en frustratie – gewoon maar blijven zitten waar zij zitten. Omdat zij ook niet precies weten wat ze moeten doen.
Mijn vraag is: is eindeloos blijven zitten een optie? Mij dunkt: de vraag stellen is haar beantwoorden.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: binnen de DGK zijn weinig actieve dominees.
Ook die constatering is juist.
Maar er wordt aan gewerkt.
Er is een Opleiding tot de Dienst des Woords. Daar wordt intensieve arbeid verricht teneinde theologiestudenten een degelijke predikantsopleiding te geven.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: ik wacht op de uitkomsten van de GKv-synode van 2014.
Dat begrijp ik dan niet.
Heeft, menselijk gesproken, iemand de illusie dat de koers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zo wordt verlegd dat de GKv binnen afzienbare tijd het predicaat ‘ware kerk’ weer verdienen kan?
Wie die vraag onmiddellijk met ‘ja’ beantwoordt, is wel heel naïef.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: het gesprek met veel vrijgemaakte broeders en zusters, inclusief plaatselijke predikanten, is nog niet geëindigd.
Mijn idee daarover is: zulk een gesprek zal nooit eindigen. Altijd weer is er een goed klinkende reden om met vrijgemaakten in gesprek te blijven. Maar intussen zit je dan wel in een kerk die steeds sneller van Gods Woord wegdwaalt. Die gesprekken zijn, naar mijn bescheiden mening, geen reden om in een GKv-kerkbank te blijven zitten.

Hierboven schreef ik het reeds: mijn vrouw en ik zijn in 2011 overgegaan naar de DGK.
Toen was de vrijmaking van 2003 al een jaar of acht geleden. Men zou dus kunnen zeggen: wij kwamen rijkelijk laat de DGK binnen.
Maar ik schrijf er bij: het is nooit te laat om de DGK binnen te gaan. Voor de heer en mevrouw Bolt niet. En voor heel veel anderen ook niet. VAN HARTE WELKOM, zou ik zeggen!
Daarbij maak ik graag de ietwat vermanende notitie: mensen, ga niet zwerven. Ga niet shoppen. Ga niet zo nu en dan naar de GKv, en bij tijd en wijle naar de DGK. Laat ik nog wat duidelijker zijn: mensen, maak een resolute overstap. Waarom zeg ik dat? Omdat het – in een samenleving die bol staat van twijfels, onzekerheid en aarzelingen – een signaal is om een kordate keuze te maken. Met besluitvaardigheid demonstreert men geloofszekerheid.

Over de DGK zou nog veel te zeggen zijn.
Bijvoorbeeld dat de situatie er niet ideaal is.
Want ook in de DGK zitten gewone, zondige mensen.
Maar vooreerst is er genoeg gezegd.

Eén ding nog.
Het hierboven bedoelde artikel van Bolt eindigt met de woorden: Kyrie eleison – Heer, ontferm u over ons.
Met die bede stem ik graag in.
Die bede geeft kinderen van God trouwens ook de kracht om te doen wat Hij van hen vraagt. Op alle terreinen van het leven. Ook op het kerkplein, dus.

Noten:
[1]
Zie http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=12&item=833.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Om misverstanden uit te sluiten is het goed om hier te vermelden dat met ds. Heres de predikant van de Gereformeerde Kerk Zwijndrecht e.o., en de wijkgemeenten in Goes en Veenendaal wordt bedoeld; het gaat dus om ds. L. Heres. Niet te verwarren met de predikant van de DGK-gemeente te Dalfsen, ds. E. Heres!

Blog op WordPress.com.