gereformeerd leven in nederland

3 juni 2019

Herkennen en erkennen

Dit artikel cirkelt rond het streven naar kerkelijke eenheid. Dat is, in sommige opzichten, een wat ongemakkelijk onderwerp. Zeker als het gaat om hernieuwde kerkelijke eenheid. Wat zo’n hernieuwing betekent dat er eertijds een splitsing is geweest. Dat levert pijn op. Er zijn de verdrietige herinneringen aan allerlei emotionele gebeurtenissen.
Niettemin mogen wij dat thema niet altijd ontwijken.

In dit stuk gaat het over de door velen zo vurig gewenste eenheid van twee kerkverbanden:
* De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK)
* Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)
Die beide kerkverbanden komen voort uit de verontrusting over de koers van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
DGK vindt haar beginpunt in 2003. GKN heeft haar startpunt in 2009.

Meer precies draait het om het ‘Tussentijds rapport met betrekking tot werkzaamheden in de contacten met de GKN’, gedateerd op vrijdag 24 mei 2019[1]. Dat rapport is afkomstig van Deputaten Adresvoering/Contacten Overheid/Binnenlandse Betrekkingen van De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK)[2].

In dat rapport staat onder meer de volgende zin: “T.a.v. de scheuringen en schorsingen die er in het verleden hebben plaatsgevonden menen wij dat het beste op plaatselijk niveau besproken kunnen worden nadat wij elkaar op kerkverbandelijk niveau herkend/erkend hebben als kerken van Christus”.

In dit artikel staat het woordenduo ‘herkennen/erkennen’ centraal.
Herkennen betekent: u weet weer wie iemand is. Oftewel: iemand die u vroeger vaak tegenkwam, komt opnieuw in uw leven.
Erkennen houdt in: als wettig beschouwen. Soms betekent het ook: zijn ongelijk toegeven.

Dat woordenduo geeft te denken.
Zeven denklijnen noteer ik hieronder.

Gedachte 1
Veel leden van de beide kerkverbanden herkennen elkaar nog van vroeger. Zij hebben, in het algemeen genomen, dezelfde levensstijl. Zij hebben dezelfde Schrift, dezelfde belijdenisgeschriften. Zij herkennen veel van elkaar.

Gedachte 2
Met die herkenning zit het dus wel goed. Men kent elkaar wellicht nog van vroeger. Grosso modo ziet men dezelfde kenmerken in levensstijl. Men weet van elkaar: wij hebben hetzelfde levensdoel.

Gedachte 3
Is het woord ‘herkend’ bedoelt als een verzachting, een eufemisme? Is het de bedoeling dat het woord ‘erkend’ niet al te hard klinkt? Het zou duidelijker zijn als dat woord ‘herkend’ niet meer wordt gebruikt.
Ten diepste gaat het namelijk om de erkenning van Gods Woord als norm voor het leven in kerk en maatschappij.

Gedachte 4
Het woord ‘erkennen’ betekent onder meer: zijn ongelijk toegeven. Wij mogen echter aannemen dat de bovenbedoelde deputaten vooral het oog hebben op die eerste betekenis van dat begrip: wettigheid van de kerk.

Gedachte 5
Als de kerken elkaar als wettig beschouwen, is het zaak dat zij zich door het Hoofd van de kerk bij elkander laten brengen. En wel zo snel mogelijk.

Gedachte 6
Waar het dus om gaat is: de wettige kerk.
Die wettige kerk wil zich buigen onder het juk van Jezus Christus.
Schrijver dezes stemt in met de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee C.G. Bos (1909-1988) die in verband hiermee schreef: “Het rechte zicht op het kerkvergaderend werk van Christus sluit elk gevoel van ’gearriveerdheid’ uit. Nooit heeft Christus Zich voor altijd gebonden aan enig kerkinstituut, maar Hij heeft zijn kerkinstituut voor altijd gebonden aan Zich en zijn Woord. Een kerkinstituut dat vandaag de ware kerk is, houdt op dat te zijn zodra het Woord van de HERE niet meer wordt aanvaard als het enige en absolute richtsnoer voor geloof en leven. Een kerk houdt niet direct op ware kerk te zijn wanneer misstanden insluipen, maar wel wanneer die misstanden worden gelegaliseerd”[3].

Gedachte 7
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H.J. Nijenhuis (1924-1994) sprak in een preek over woorden uit 1 Johannes 5 eens over nuances in geloofsopvattingen. “De één bindt het een beetje strakker aan dan de ander. De één is wat ruimer van inzicht dan zijn gespreksgenoot. En zo langzamerhand krijg je ook onder degenen die zich niet hebben afgescheiden de verschillen van inzicht en opvatting. De gemeenschap van de kerk gaat scheuren en barsten vertonen.
Stop — zegt Johannes — wij weten toch! Wij baseren ons geloof toch op het Woord van God! We spreken toch maar niet onze eigen woorden en verkondigen toch maar niet onze eigen inzichten? Nu dan, houdt u aan dat Woord!”[4].
Als wij op die basis blijven staan, komt de ware oecumene in zicht.
Laten wij daarbij nooit vergeten: de Here brengt bijeen wat bij elkaar hoort – zeker weten!

Noten:
[1] Dat rapport is te vinden op https://gereformeerde-kerken-hersteld.nl/files/Deputatenrapport_ACOBB,_mei_2019.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 31 mei 2019.
[2] In dat generaal-synodale deputaatschap hebben zitting: ds. M.A. Sneep, B. Lourens (secretaris/penningmeester), ds. H.W. van Egmond, ds. M. Dijkstra, ds. E. Heres, ds. C. Koster en ds. S. de Marie.
[3] C.G. Bos, “Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945”. – Groningen: De Vuurbaak, 1980. – p. 99 en 100.
[4] De preek van ds. Nijenhuis gaat over 1 Johannes 5:20 en 21. De preek heeft als thema en verdeling:
“De apostel Johannes roemt in onze nieuwe levensgemeenschap met de ware God in zijn Zoon Jezus Christus. In deze nieuwe levensgemeenschap
1. hebben wij de ware God leren kennen,
2. zijn wij in de ware God geborgen,
3. moeten wij de ware God nooit meer kwijtraken”.

6 december 2018

Kom naar de kerk!

“En toen ​Jezus​ uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen ​herder​ hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen”.
De bovenstaande woorden uit Marcus 6 vormen de inleiding tot de wonderbare spijziging van ongeveer vijfduizend mannen[1]. We weten niet of Marcus de vrouwen en kinderen bij die telling heeft gerekend. Hoe dat zij, er komen heel wat mensen op af!

Jezus is hevig geëmotioneerd. Dat verraadt ook het Griekse woord dat gebruikt wordt; plagchnizomai is afgeleid van een woord dat ‘ingewanden’ betekent. Het gaat Jezus door merg en been. Zijn hele lichaam protesteert klaarblijkelijk bij de aanblik van zoveel stuurloze mensen!

Stuurloos?
Gods volk gaat, mogen wij toch wel aannemen, met een zekere regelmaat naar de tempel? Israël is in Jezus’ aardse tijd geen losgeslagen boel. Hoezo stuurloos?
De kwestie is dat de Israëlieten geen Geestelijke leiding krijgen. Met andere woorden: zij worden niet bij de Here gebracht.
Zij worden gebonden aan menselijke vindingen, aan menselijke regeltjes. Zij krijgen te maken met religieuze criteria die kerkleiders netjes en aanvaardbaar vinden.
Edoch, Geestelijke voeding krijgen de Israëlieten niet.

Die term ‘schapen die geen herder hebben’ is ontleend aan Numeri 27. Daar spreekt Mozes over de overdracht van de leiding van Israël aan een opvolger: er is iemand nodig “die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
Wat voor een volk ziet Jezus in Marcus 6?
Daar ziet Hij een natie die iemand mist die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan. Er is, anders gezegd, niemand die de gelovigen leert om de God van hemel en aarde bij heel het leven te betrekken.

Dat laatste is trouwens iets van alle tijden.
Het is zeker ook actueel in het jaar 2018.
In onze tijd komt heel wat religie over ons heen. Velen, zeer velen vertellen ijverig over het Woord van God. Echter, als het gaat over de consequenties in het dagelijks leven wordt ‘Voorzichtig!’ het adagium.
Want ach – zo lijkt men te redeneren – er zijn zoveel verschillende mensen. Er zijn zoveel verschillende situaties. Er zijn zoveel verschillende moeilijkheden. Een echte toepassing kun je niet maken. Want die schiet te vaak langs onze persoonlijke levens. De toepassing past maar zelden op het concrete leven van alledag… Ziet u het probleem?
In Marcus 4 spreekt Jezus, in verband met de gelijkenis van de zaaier, over mensen die “geen wortel in zichzelf hebben, maar zij zijn mensen van het ogenblik; als er later verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelen zij meteen”[3].
Daar zit een gevoelig punt.
Het Woord moet in ons leven wortelen. Het Woord moet bij allerlei gebeurtenissen in ons bestaan gebruikt worden – concreet en oprecht. Herders kunnen en moeten dat stimuleren, ook vandaag.

Wij zouden kunnen opmerken dat in Marcus 6 een grote massa mensen ongeorganiseerde mensen naar Jezus staat te luisteren. En ja, al die mensen luisteren in elk geval.
Kunnen we nu zonder hartzeer zeggen dat je niet zo nodig naar de kerk hoeft te gaan? Kunnen we zeggen dat het simpelweg naar Jezus luisteren voldoende is?
Nee, dat kunnen wij niet.
Dat is te makkelijk.
Waarom? Antwoord: de mensen moeten naar Jezus toe komen; wie thuis in zijn stoel blijft zitten, doet het Woord tekort.
Laat ik u op Marcus 1 wijzen: “En zij kwamen in Kapernaüm; en op de ​sabbat​ ging Hij meteen naar de synagoge​ en gaf Hij onderwijs”[4]. Ziet u dat? Jezus preekt in de kerk!
Laten we ook elkaar attenderen op Marcus 2: “En Hij vertrok weer naar de zee; en heel de menigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen”[5].
Ook is de inzet van Marcus 4 te noemen: “En Hij begon weer onderwijs te geven bij de zee; en er verzamelde zich een grote menigte bij Hem, zodat Hij in een schip ging zitten, op zee; en heel de menigte was op het land aan de zee”[6].

Wij moeten ook vandaag naar Jezus toe komen. Naar de kerk, betekent dat.
Wij belijden het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Jezus Christus…”[7].
Ook in onze tijd is die belijdenis nog volop relevant.

Wat kan het moeilijk zijn om de stap naar de kerk te nemen!
Vele, vele zich Gereformeerd noemende mensen zijn verontrust over bepaalde ontwikkelingen in het Nederlandse kerkelijke leven. Graag roep ik zulke mensen op om niet voortdurend verontrust te blijven. Kom naar een Gereformeerde Kerk; daar vindt u rust!

Daarbij moeten we ons haasten om een bede te noteren: laat onze God – de God die wonderen kan doen – bij elkaar brengen wat bij elkaar hoort!
U begrijpt het wel: schrijver dezes denkt hierbij met name aan De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

Het werd hierboven al geschreven: in Marcus 6 vindt een wonderbare spijziging plaats. Zeg maar gerust: een miraculeus feestmaal. Dat fysieke feestmaal is nog maar het begin. Er komt een hemelse maaltijd, met ongekende spijzen.
Laten we ons daar in de kerk maar op voorbereiden. Laten we ons er maar op verheugen. Wat zal het daar heerlijk wezen!

Noten:
[1] Marcus 6:34.
[2] Numeri 27:17.
[3] Marcus 4:19.
[4] Marcus 1:21.
[5] Marcus 2:13.
[6] Marcus 4:1.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.

12 november 2018

De spiegel voorgehouden

Asia Bibi: de naam van deze vrouw is allerwegen in het nieuws te horen[1].

De zaak is deze.
“De christelijke Asia Bibi werd acht jaar geleden in Pakistan ter dood veroordeeld wegens godslastering. Deze week sprak de hoogste rechter haar vrij. Maar een leven in vrijheid lijkt ver weg, nu extremistische leiders een prijs op haar hoofd hebben gezet.
De zaak begon voor Bibi in juni 2009. Op een snikhete zomerdag was ze op het land aan het werken. Volgens moslimvrouwen had ze water verontreinigd door als christen uit dezelfde kom te drinken als zij. Toen ze daar op werd aangesproken, zou ze de profeet Mohammed beledigd hebben. In het islamitische Pakistan is blasfemie een grote overtreding. (…). Zelf heeft Bibi altijd volgehouden onschuldig te zijn. De 54-jarige vrouw werd aangeklaagd en in 2010 als eerste vrouw ooit in Pakistan veroordeeld tot de doodstraf. Wereldwijd werd er toen met ongeloof gereageerd. Mensenrechten- en christelijke organisaties spraken hun afschuw uit. Twee opeenvolgende pausen, Benedictus XVI en Franciscus, spraken zich over de zaak uit, maar tevergeefs. In hoger beroep werd de eerdere uitspraak bekrachtigd. Deze week kwam daar dus toch verandering in. Het hooggerechtshof sprak haar vrij door een gebrek aan bewijs”[2].

Maar Asia Bibi is haar leven niet meer zeker.
Ook haar advocaat moest een goed heenkomen zoeken. Momenteel is hij in Nederland.

Het trefwoord in deze zaak is: vijandschap.
De duivel wil alle christenen vernietigen. Weg met hen!

Zo wordt ook de kerk in Nederland een spiegel voorgehouden. Dit gebeurt er als de mensheid afzakt van godsdienst naar afgoderij. Van irritatie komt men tot verbittering. Van wrijving komt men tot haat.

Het is genade van God dat Hij, om zo te zeggen, de door Hem geroepen kinderen op de rem zet.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Galaten 5: “Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”[3].
Dat is een troostrijke tekst. Want het wordt duidelijk dat de Geest van God de innerlijke tweestrijd wint. De Heilige Geest van God is sterker dan alle satanische krachten bij elkaar!

In hoofdstuk 5 van de brief aan de Galaten wordt de tegenstelling in heldere lijnen getekend: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven.
De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[4].

Nu kan men zeggen: het wordt nu wel heel dramatisch.
Inmiddels hebben we in en rondom de kerk nogal eens te maken met vijandbeelden, ruzie, woede-uitbarstingen en onenigheid.

Neem alleen maar De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK).
Wat is daar, sinds 2003, al veel heen en weer gepraat! Met een zekere regelmaat hoort men van onttrekkingen, of zelfs een uittocht van enkele tientallen leden. Natuurlijk, men hoort ook heel goede dingen. Maar men kan de oren niet afsluiten voor het gekrakeel dat soms te horen is. En nee, men kan niet om vijandige bejegening heen kijken.
En ik vraag: zou het kunnen zijn dat onchristelijk leven daarmee begint? We zullen er voor moeten waken dat het van kwaad tot erger gaat!

Het is heel goed voorstelbaar dat iemand zegt: dat gedoe in de kerk – hoe eindeloos dat soms ook lijken mag – is toch heel wat anders dan die vervolging en de bijbehorende ellende die Asia Bibi meemaakt? En dat is natuurlijk waar.
Maar laat ik u nu mogen herinneren aan een passage uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Namelijk deze: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”[5].
Ziet u dat?
De zonde zit overal in.
In ons eigen hart.
En in de levens van al onze medemensen.
Wij kunnen er niet omheen.
Wij worden er pijnlijk mee geconfronteerd.
In het klein.
En in het groot.
Maar het komt allemaal uit één volkomen vervuilde bron!

Asia Bibi staat, geografisch bezien, tamelijk ver van ons af. De afstand tussen Groningen en de Pakistaanse stad Lahore bedraagt ruim 5800 kilometer[6][7]. Maar de afstand tussen Asia Bibi en wij wordt snel kleiner als wij beseffen dat wij allen te maken hebben met een tweekamp tussen de hemelse God en Diens tegenstander, de duivel.

Gods kinderen mogen verheugd zijn. Zelfs wanneer er sprake is van vervolging en andere rampspoed. Immers – zij horen bij de almachtige God. De God die eeuwig is, “niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[8].
Laten wij dat maar op de juiste waarde schatten en voor Hem leven: blijmoedig, harmonieus en toegewijd!

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over Asia Bibi https://nl.wikipedia.org/wiki/Zaak-Asia_Bibi ; geraadpleegd op dinsdag 6 november 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2257899-vrijgesproken-maar-asia-bibi-moet-altijd-over-haar-schouder-blijven-kijken.html ; geraadpleegd op maandag 5 november 2018.
[3] Galaten 5:17.
[4] Galaten 5:19-22.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[6] Asia Bibi komt uit Ittanwali, een dorp in de Pakistaanse provincie Punjab. Lahore is de hoofdstad van de provincie Punjab.
[7] Zie voor de berekening van de afstand https://nl.afstand.org/Groningen/Lahore ; geraadpleegd op dinsdag 6 november 2018.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.

1 november 2018

Gedachten bij Hebreeën 5

Melk is goed voor elk, zei men sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. De laatste jaren denkt men daar echter nogal wat genuanceerder over.
Wie de Bijbel leest, begrijpt alras dat in de kerk zeker niet alleen melk moet worden gedronken.

Vandaag publiceer ik enkele gedachten naar aanleiding van een passage uit Hebreeën 5.
“Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[1].

Wat is het probleem in Hebreeën 5?
Antwoord: er is wel kennis van het Woord. Men heeft echter grote moeite om die kennis toe te passen.
Door het offer van Christus ontvangt de gelovige gerechtigheid. Zijn leven wordt vernieuwd. Het leven van de gelovige past steeds beter op de typering van Psalm 15:
“Die met zijn tong niet lastert,
zijn vrienden geen kwaad doet
en geen smaad jegens zijn naaste op de lippen neemt.
In zijn ogen is de verworpene veracht,
maar wie de HEERE vrezen, eert hij.
Heeft hij gezworen tot zijn schade,
zijn eed verandert hij evenwel niet.
Zijn ​geld​ leent hij niet uit tegen ​rente,
een geschenk ten nadele van de onschuldige aanvaardt hij niet”[2].
Met andere woorden: voor de gelovige vormen Gods wetten en regels het kader van zijn leven.

Kerkmensen herkennen de vernieuwende gaven van God.
En zij erkennen dat zij met die gaven aan het werk moeten wezen.
Gelovigen gebruiken daarbij voortdurend hun zintuigen: zien, horen, proeven, ruiken en voelen[3].
Je kunt aan het gedrag van kerkmensen zien dat zij de God van hemel en aarde dienen.
Je kunt aan kerkmensen merken dat zij regelmatig preken horen; het gehoorde passen zij toe in de dagelijkse praktijk.
Kerkmensen proeven met regelmaat het brood en de wijn. Zij gedenken het verlossingswerk van de Heiland.
Kerkmensen verspreiden een geur van Christus. De apostel Paulus legt in 2 Corinthiërs 2 uit wat dat betekent: “Want wij zijn voor God een aangename geur van ​Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven”[4]. Dus:
* het leven van kerkmensen ruikt voor God aangenaam
* kinderen van God genieten van die geur.
* mensen die God negeren hebben een afkeer van die geur; zij moeten er niets van hebben.
Tegenwoordig zeggen we wel: het voelt goed. Welnu, in de kerk voelt het vertrouwd. Daar hangt, als het goed is, de sfeer van Spreuken 28:
“Goddelozen vluchten terwijl er geen vervolger is,
maar een rechtvaardige is moedig als een jonge leeuw”[5].
We kunnen ook vertalen: een rechtvaardige zal vertrouwen hebben[6].
Rechtvaardigen vertrouwen op God. Zij hebben vervolgens ook vertrouwen in elkaar. Dat zit aan elkaar vast. Dat spreekt vanzelf.
Zien, horen, proeven, ruiken en voelen – op die manier krijg je onderscheidingsvermogen: wat is goed? wat is zonde? En ook: wie hoort er bij de kerk, en wie niet?

Die laatste vraag is, als ik het goed zie, in verband met Hebreeën 5 van enig belang.

Laten wij, mede in verband met het bovenstaande, elkaar in gedachten meenemen naar een restaurantkeuken.

Aldaar zien wij vóór ons twee pannen op het vuur staan. In die beide pannen blijkt precies hetzelfde te zitten: een uiterst smakelijk gerecht. Met dezelfde kleur. Vanuit beide pannen stijgt, tot genoegen van de chefkok, dezelfde heerlijke geur op.
Als de kok het eten klaar heeft, worden de identieke gerechten in het restaurant opgediend. De ene pan gaat naar Tafel 1. De andere pan gaat naar Tafel 53 aan de andere kant van de zaal. Het is duidelijk dat de gasten aan beide tafels familie van elkaar zijn. Ze hebben klaarblijkelijk allen ongeveer dezelfde smaak. Ze converseren op luide toon met elkaar; andere gasten in de restaurantzaal kunnen meegenieten.
En de kok? Hij vraagt zich in stilte af waarom de gasten aan die tafels niet bij elkaar gaan zitten.
De gasten aan Tafel 1 en Tafel 53 herkennen elkaar.
Alle gasten erkennen dat het eten erg lekker is.
Waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

Dit ietwat merkwaardige beeld rijst op als wij kijken naar de DGK – De Gereformeerde Kerken in Nederland – en de GKN – de Gereformeerde Kerken Nederland.

In een brief aan de synode van De Gereformeerde Kerken (DGK), gedateerd op zaterdag 6 oktober 2018, wordt namens de generale synode GKN geschreven: “Allereerst is uitgesproken om u te herkennen als kerken van Christus, staande op het fundament van apostelen en profeten. Niet in ieder opzicht denken we helemaal gelijk, maar het is ook niet het fundament van de kerk dat we het in alles eens zijn. Wij verheugen ons zeer dat wij deze dingen in het huidige geestelijke klimaat mogen opmerken en we verwonderen ons”[7].
Laten we de zaken even op een rij zetten:
* alle gasten herkennen elkaar.
* alle gasten hebben ongeveer dezelfde smaak
* alle gasten erkennen dat het eten – zeg maar even: het geestelijk voedsel – erg lekker is.
* waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

De vraag dringt zich vandaag weer eens aan ons op: horen DGK en GKN echt bij elkaar?
Ik vraag het met een schuin oog op Hebreeën 5.
Duidt het mij niet euvel.

Noten:
[1] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[2] Psalm 15:3, 4 en 5.
[3] Zie over zintuigen onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Zintuig ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.
[4] 2 Corinthiërs 2:15 en 16 a.
[5] Spreuken 28:1.
[6] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; de vertaling van Spreuken 28:1.
[7] De brief is te vinden via https://www.gereformeerdekerkennederland.nl/2018/10/09/besluit-t-a-v-dgk/ ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.

31 augustus 2018

Zondag 52, DGK en GKN

Dit artikel begint met woorden uit het laatste deel van de Heidelbergse Catechismus:
“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat wil zeggen: Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht. Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Kenners hebben het bovenstaande mogelijk al wel herkend. Het zijn woorden uit Zondag 52[1].

Wij hoeven niet zo nodig gelijk te hebben. Alles draait om Gods heilige naam.
Zo staat dat in de laatste zin in het citaat: “Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Van daaruit is het maar een kleine stap naar de officiële contacten tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)[2].
Dat zijn kerkverbanden die heel dicht bij elkaar staan.
Kerkleden uit beide kerkverbanden willen God loven. Met alles wat zij hebben.
Zowel DGK-ers als GKN-ers willen, als het goed is, niets liever dan God eren. Zij zelf zijn niet zo belangrijk. Hun status en reputatie doen er uiteindelijk niet zoveel toe.

Een artikel waarin het gaat over de contacten tussen DGK en GKN maakt niet zelden nogal wat los. Er wordt gepraat. Men raakt niet zelden ontstemd. Er worden grote woorden gebruikt: sekte, scheurkerk… Dat soort termen moeten wij per onmiddellijk gaan vermijden. Zulke uitdrukkingen maken gedachtewisselingen vruchteloos.

God moet de eer krijgen die Hem toekomt.
Daar moet het om gaan als DGK en GKN contact met elkaar hebben.

Die contacten kunnen zomaar worden bemoeilijkt.
Bijvoorbeeld door een artikel in een landelijk kerkblad. Niet zo lang geleden is dat nog gebleken. Er werd tijdens een zitting van de generale synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland gesproken over een artikel in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken in Nederland – dat bij heel wat lezers nogal onaangenaam overkwam en tamelijk ruw landde.
In zulke situaties speelt van alles mee. De formulering van één of twee zinnen, bijvoorbeeld. En de timing van het publiceren van zo’n artikel, bijvoorbeeld.
Laten we maar eerlijk zijn: zulke gebeurtenissen blijven lang in het geheugen zwerven.
En steeds zijn daar die prangende vragen: wat is er precies verkeerd gegaan? En: hoe kunnen we ons leven beteren?
Feit is dat dergelijke zaken buitengewoon pijnlijk kunnen wezen. Laten we, als het daarom gaat, begrip voor elkaar opbrengen. Laten we het vooral ook aan de Here voorleggen. En laten we Hem maar dringend vragen: wilt u ons naar elkaar toe leiden, zodat wij u samen kunnen loven?

Die contacten worden ook bemoeilijkt door andere gebeurtenissen in het verleden. Door dingen die zijn gesuggereerd. Door dingen die zijn gezegd. Door daden die zijn gesteld.
Met het oog daarop worden soms voorwaarden geformuleerd. Dat is niet goed.
Waarom niet?
Vanwege Romeinen 8. Ik citeer: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest”[3].
Onze Heiland heeft voor de zonden betaald.
De zonden werden weggedaan.
Zo werd de weg vrijgemaakt voor de Heilige Geest. De apostel Paulus noteert: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij ​kinderen​ van God zijn”[4].
Daarom mag in de gesprekken tussen DGK en GKN steeds weer een nieuw begin worden gemaakt. Voor verkeerde en zondige dingen uit het recente verleden wordt, mogen wij aannemen, altijd vergeving gevraagd.
En dan geldt Psalm 103:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[5].

Opnieuw ga ik naar Zondag 52.
K. Schilder heeft in een preek over die Zondag eens gezegd: “Ware dankbaarheid is: gebruiken, wat de ander schenkt; de ander als het ware inademen in zijn geschenken, en dus hemzelf begeren en vlijtig het verkeer met hem zoeken. (…) En wanneer deze zesde bede vóór ons ligt, kunt u zien, hoe mooi de Heiland ons heeft leren bidden en vragen. Want in de zesde bede staat het zo, dat de kerk vraagt: Mijn God, wil alles in het leven zo schikken en de wegen zo effenen, dat wij in het leven van de heiligmaking Uw Geest nooit bedroeven; en waar U helemaal onze God bent, niet maar geschenken geeft, maar U-zelf, laat ons helemaal van U zijn…”[6].

De preek van K. Schilder is gedateerd op zondag 28 december 1941. Dat is nu, op een paar maanden na, zevenenzeventig jaar geleden.
Maar de innige wens die in het bovenstaande verwoord is mag en moet ook anno Domini 2018 de onze zijn.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 128.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van een brief d.d. 2 juni 2018 die door de Generale Synode Lansingerland 2017-2018 van De Gereformeerde Kerken in Nederland is verzonden aan de Gereformeerde Kerken Nederland. Te vinden op https://gereformeerde-kerken-hersteld.nl/generale-synode/lansingerland-2018 , doorklikken naar Brief aan GKN, Brief van synode DGK aan synode GKN, 2 juni 2018 ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.
[3] Romeinen 8:3, 4 en 5.
[4] Romeinen 8:16.
[5] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[6] De betreffende preek is te vinden via http://www.reformata.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.

1 februari 2018

Waar geloof kunt u zien

Wij zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld. Vroeger was dat een bekende zegswijze. Vandaag horen we die weinig meer. Wat niet wegneemt, dat het gezegde zeker nog van waarde is.
Immers, wie bij de God van het verbond schuilt, gaat heilig leven. Hij is apart gezet. Hij is vrijgesteld voor God.
Terecht schreef iemand eens: “Omdat de christen niet van de wereld is, is hij actief bezig tot Gods eer, en de wil van God bepaalt de grenzen van zijn bezig zijn. Het is daarom heel belangrijk dat een christen de Bijbel kent, er veel in leest en zich steeds afvraagt: wat wil de Heere dat ik doen zal? Het lezen van de Bijbel is nooit zonder vrucht!”[1].

Gelet op het bovenstaande schrijft Paulus in 1 Corinthiërs 9 opmerkelijke dingen.
Laten wij even lezen: “En ik ben voor de ​Joden​ geworden als een ​Jood, om ​Joden​ te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen. Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van ​Christus​ – om hen te winnen die zonder de wet zijn. Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden. En dit doe ik ter wille van het ​Evangelie, opdat ik daarvan ook zelf deelgenoot zou worden”[2].

Paulus’ betoog in dit hoofdstuk draait onder meer om aanpassingsvermogen. Zo u wilt: om inlevingsvermogen.

Nee, dat wil niet zeggen dat we op het Evangelie gaan inleveren. Christus’ verlossingswerk is nog altijd de kracht van Gods blijde Boodschap. Het perspectief op de hemelse toekomst wordt nimmer verdonkerd.
In het leven van een christen is het, om zo te zeggen, altijd mooi licht weer. Natuurlijk, er schuift ook wel eens een wolk voor de zon. En ja, het regent wel eens flink. Verdriet en moeiten blijven ons niet bespaard. In het leven van gelovige kerkmensen zien we soms hoe de schemering invalt. Maar diepe duisternis? – nee; altijd is er wel een lichtpunt.

Paulus schrijft: als ik bij Joden ben, gedraag ik mij als een Jood. Als mensen die zich niet aan de Joodse wetten houden, doe ik dat ook niet. Bij mensen met een zwak geloof pas ik me gaarne aan. Misschien lok ik hen zo naar de kerk!

Wellicht zijn er lezers die thans hun wenkbrauwen fronsen. Moeten christenen zich gaan aanpassen aan kroegtijgers? Moeten zij, als het maar lang genoeg duurt, zwaaiend en zwalkend huiswaarts keren na een lange avond waarin men heel diep in veel glaasjes heeft gekeken? Stel u gerust: de dronkenschap wordt in dit artikel niet gepropageerd.

Dat inlevingsvermogen van Paulus vind ik niettemin een opmerkelijk punt.

Wij leven in een tijd waarin de kerkelijke verdeeldheid groot is. En dat gaat dwars door families heen.
Een broeder uit één der DGK-gemeenten kan zomaar te maken krijgen met een familielid – laten wij zeggen: een zus – die lid is van een gemeente in het kerkverband van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Wellicht heeft die broeder sterk de neiging om zich tegen die zus af te zetten.
Welnu, als ik 1 Corinthiërs 9 lees, zeg ik: mensen, maak geen ruzie over de kerkelijke verschillen. Integendeel: getuig maar van de hoop die in u is; positief en zonder omwegen.

Natuurlijk, het is duidelijk dat die DGK-broeder het niet eens is met sommige keuzes van zijn zus. En dat die DGK-broeder andere keuzes maakt, is duidelijk; hij heeft zich immers bij De Gereformeerde Kerk aangesloten.
En in de praktijk doet hij dingen niet, die zijn zus wel doet. En andersom.
Trouwens – tien tegen één dat die zus ook wel ongeveer weet waar ze zich aan te houden heeft. Ze gaat tegenover die broeder vast niet over het Liedboek voor de Kerken beginnen.
Het lijkt mij niet nodig de verschillen altijd maar te benadrukken. Dat werkt slechts afstotend.

Maar, zo vraagt iemand, hoe zit het dan met de antithese? Je moet toch duidelijk laten zien waar je staat?
Dat is waar.
Wanneer we opnieuw in 1 Corinthiërs 9 gaan lezen, moeten we zeggen: je moet laten zien waar je loopt. Leest u maar even weer mee: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen. Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla”[3].
Het geloof is zonder de werken dood, schrijft Jacobus in zijn algemene brief[4]. Waar geloof kun je zien. Ook hier blijkt het bekende adagium ‘geen woorden maar daden’ te gelden. Praat niet te veel, maar doe des te meer. Zo geven we aanschouwelijk onderwijs over het leven met de God van het verbond.

Misschien heeft die DGK-broeder te maken met hatelijke familieleden. Of zelfs met kwaadaardigheid en hoon. Uiteraard is dan de aandrang groot om nijdig en venijnig terug te doen.
Persoonlijk zou ik willen zeggen: probeer u in te houden. Of ook: laat hen maar; die familieleden zullen zich later moeten verantwoorden.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 9: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”[5] . Met andere woorden: het trainingsprogramma is zwaar; het vraagt nogal wat! Maar wie goed getraind is zal er, door Gods genade, in slagen niets verwerpelijks te doen.

Kortom:
* getuig van de hoop die in u is.
* maar bedenk: soms zegt één daad meer dan duizend woorden.

Noten:
[1] Corien Nederveen, “Tussen wereldvreemdheid en wereldgelijkvormigheid”. In: Daniël – jeugdblad binnen de Gereformeerde Gemeenten – , vrijdag 15 april 2005, p. 7-9. Citaat van p. 9.
[2] 1 Corinthiërs 9:20-23.
[3] 1 Corinthiërs 9:25 en 26.
[4] Jacobus 2:26: “Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”.
[5] 1 Corinthiërs 9:27.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.