gereformeerd leven in nederland

14 juni 2018

Hulp bij spiritueel tekort

“Hulp van buiten is nodig om spiritueel tekort GKV aan te vullen”.
Dat zegt dominee Maarten van Loon over ‘zijn’ kerken, de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

In het Nederlands Dagblad stond er laatst een stukje over.

Geloven is in de GKv “een set waarheden” geworden.
Geloven is momenteel alleen maar een kwestie van het hoofd.
Veel gemeenteleden voelen dat aan. Zij gaan vervolgens spiritueel bijtanken. Het maakt niet zoveel uit waar dat bijtanken gebeurt.

Dominee Van Loon schrijft: “Persoonlijk denk ik dat er hulp van buiten nodig is als we als GKv stappen willen maken in het aanvullen van ons spirituele tekort. (…) Het gaat namelijk niet om een trucje dat je moet leren, maar om een verdieping en verbreding van je eigen spiritualiteit, het aanboren van lagen die er wel zijn, maar die nog niet benut worden”[1].

Een kerk die hulp van buiten nodig heeft… ik heb daar even tegen aan zitten kijken.

De kerk heeft namelijk eerst en vooral hulp van boven nodig.

Nu ik dat constateer, wijs ik meteen op de toespraak die Mozes voor Israël houdt, vlak voordat hij sterven gaat.
De laatste zinnen van die toespraak zijn: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u, Hij is uw majesteitelijke ​zwaard; daarom zullen uw vijanden zich geveinsd aan u onderwerpen, en ú zult hun hoogten betreden!”[2].

Veertig jaar lang heeft Mozes het volk geleid, uit Egypte tot vlak voor het beloofde land Kanaän.

Mozes prijst de Israëlieten gelukkig.
De kerk van het Oude Testament is uniek. Want God staat aan hun kant.
Hij voert uiteindelijk de gevechten voor Zijn volk. Hij is de grote Beschermer. Hij helpt waar dat nodig is, op ieder gewenst moment van dag of nacht. Israëlieten hoeven niet in training te gaan om strijdkracht te ontwikkelen. Want de overwinning komt van God!
Dat maakt vijanden bang. Gespeeld-nederig komen zij bij Israël. En het volk van God kan zonder veel moeite verder trekken. Desnoods dwars óver de hoogten die door de vijandelijke volken opgeworpen zijn om hun afgoden te dienen. Zo laten de Israëlieten zien: afgoden zijn niets waard; je moet het van God hebben.

In Deuteronomium 33 is dat geen overbodige boodschap.
Een relatief klein volk dat Kanaän compleet gaat ‘overnemen’ – dat is op z’n zachtst gezegd nogal ambitieus, zou je zeggen.
Maar Mozes zegt: als je God aan je zijde hebt, dan kan het lukken. En wanneer lukt dat dan? Als het in Zijn plan past.
Het innemen van het land Kanaän gaat lukken, omdat dat het welzijn van de Oudtestamentische kerk bevordert. Het gaat lukken, omdat het een grote stap is in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Dat wil niet zeggen dat er geen momenten zullen komen waarop het volk in grote nood komt. Er zullen ogenblikken zijn waarop het volk wanhopig naar boven blikt: God is er toch nog wel? Hij heeft Zijn hulp toch gegarandeerd? – nou, waar blijft Hij dan?

Nee, Mozes’ laatste oproep, zo vlak voor zijn sterven, is zeker niet overbodig.

Nu kunnen wij zeggen: luister eens, beste schrijver – dat is Deuteronomium 33. Maar wat heeft dat met 2018 te maken?

We hebben vandaag te maken met de Nieuwtestamentische kerk.
Die kerk moet de wil van God doen.
Die kerk moet het Evangelie verkondigen. De blijde Boodschap: er is redding door Jezus Christus!

Maar wat zeggen veel kerkmensen?
Die boodschap is wel goed, maar die past niet meer zo goed in de eenentwintigste eeuw. Je kúnt er op werkdagen zo weinig mee. We hébben er in het gewone leven zo weinig aan.
En nou ja, eigenlijk gaat het best wel goed zo. We kunnen onszelf best redden. We hebben de zaakjes netjes geregeld. Dus – wie doet ons wat?

Dat is het probleem in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En niet alleen daar.

Eigenlijk is dit een punt dat bij ons allemaal speelt: als we de boel nou keurig regelen, dan houden we de kerk wel overeind.

Maar de kwestie ligt anders.

Als je God aan je zijde hebt, dan gaat het kerkelijk leven bloeien. En wanneer bloeit dat dan? Als het in Zijn plan past.
De kerk krijgt Gods zegen, als zij met Zijn Woord leeft. Niet alleen op zondag; maar ook op dinsdag tot en met zaterdag. Zo’n leven bevordert het welzijn van de Nieuwtestamentische kerk. Zo zet de kerk iedere dag een grote stap in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Wanneer zijn onze gebeden het meest dringend?
Antwoord: als de nood hoog is. Als je heftige pijn voelt. Als je het idee hebt, dat de duivel je te pakken heeft. Als de toekomst dichtgetimmerd is. Als het leven totaal klem zit.

Daar
zit het probleem van veel christenen, Gereformeerd-vrijgemaakten inbegrepen.
Want zij hebben niet het idee dat de nood hoog is. Want och, het hobbelt nog prettig door. Nietwaar?
Laten we met z’n allen beseffen dat de nood hoog is. Als God niet machtig ingrijpt, dan gaan we ’t niet redden!

En als we dan bidden, moeten we niet denken dat de oplossing ons binnen een halfuurtje wordt aangeboden op ’t deftigste bonbonschaaltje dat er momenteel te koop is.
Soms moet je jaren wachten tot er perspectief komt.
Want God test Zijn volk nog wel eens: vertrouwt u echt op Mij, of doet u ’t toch liever zelf?

Deuteronomium 33 staat nog altijd in onze Bijbels: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u”.
Nee, dat merken wij niet altijd.
Onze God is niet voortdurend aanwezig met megafoon en zwaailicht.
Maar Hij is altijd present. In alle rust. In alle stilte, soms.

En soms beseffen we pas achteraf: God heeft ingegrepen. Oftewel: wat er nu gebeurd is, dat moet wel van God komen. Dan realiseren we ons: dit heeft de hemelse God zo bestuurd.

In God geloven…
Bij God horen…
Kind van God zijn…
uiteindelijk is dat de grootste troost die er in dit leven is.

Laten we ons maar gewoon aan Psalm 2 houden:
“Vreest God den HEER en dient Hem naar zijn eis,
verheugt u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart”[3].

Zalig zijn die schuilen aan zijn hart.
Die schuilplaats biedt eeuwige bescherming!

Noten:
[1] GKv ‘heeft hulp van buiten nodig’. In: Nederlands Dagblad, maandag 28 mei 2018, p. 2 (rubriek Blogs en bladen).
[2] Deuteronomium 33:29.
[3] Dit is het laatste deel van Psalm 2:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 februari 2018

Onder u Zijn eeuwige armen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Laatst hoorden mijn vrouw en ik van een vriendin dat het niet zo goed met haar gaat.
Die vriendin is verbonden aan een universiteit. Zij stelt vrijwel altijd hoge eisen aan zichzelf. De lat ligt hoog. En u begrijpt het wellicht: als u wetenschap, accuratesse, perfectionisme en dagelijkse praktijk op één stapel legt wordt dat zomaar een opeenhoping waar u niet meer bovenuit kunt kijken. Daarmee is, naar ik vrees, het probleem van die vriendin getypeerd.
Wij allen zijn niet zelden geneigd om hoge eisen aan onszelf te stellen. Ook in de kerk komt dat voor. Wij moeten onze talenten gebruiken, zeggen we dan. Maar het gebeurt vaak dat we doordraven.

In verband met het bovenstaande attendeer ik vandaag graag op woorden uit Deuteronomium 33:
“De eeuwige God is voor u een woning,
en onder u zijn eeuwige armen.
Hij verdrijft de vijand voor u uit,
en zegt: Vaag hem weg!”[1].

Die tekst ziet er, in eerste instantie, wellicht uit als een dooddoener. Eeuwigheid? Het mocht wat! Wij leven nu. En dat is bij tijd en wijle al zwaar genoeg. De actualiteit ligt ons heel vaak tamelijk zwaar op de maag. Daar hebben we dan, als het een beetje meezit, ook nog een Schriftuurlijke redenering bij. Immers – “elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”, zegt Jezus in Mattheüs 6[2]. En velen beamen dat: de zorgen van vandaag zijn vooreerst genoeg.

Toch wil ik er in dit artikel gaarne voor pleiten Deuteronomium 33 wat nader te bezien.

In dit Schriftgedeelte wordt gesproken over de eeuwige God.
Dat is de God die er morgen ook is. En overmorgen ook. En de dag daarna ook. Hij is er altijd. Ook als wij het niet meer zien zitten. Ook als wij, op welke manier dan ook, ontsporen.

Ja maar, werpt u tegen, wij leven vandaag.
Die reactie is begrijpelijk.
Maar er staat: de eeuwige God is voor u een woning. Dat zegt wel iets. Want zegt u nu zelf: verhuizen doet u niet iedere dag. De Verbondsgod is steeds om u heen. Hij creëert een vertrouwde omgeving. Bij Hem mag u zich Thuis voelen. Voor eeuwig!

Zijn armen zijn gevouwen om mensen op te vangen als zij bijkans omvallen.
Is dat, als het er op aankomt, geen rustgevende troost?

Deuteronomium 33 is een hoofdstuk waarin Mozes zegeningen uitspreekt. Hij staat, zo vermeldt de schrijver, vlak voor zijn dood. De leider van de Israëlieten houdt zijn laatste toespraak. In die rede zien we vooral de genade van God naar voren komen.
Ruben, Juda, Levi, Benjamin, Jozef, Zebulon, Gad, Dan, Naftali en Aser – ze komen allemaal aan bod. Simeon ontbreekt echter in dit hoofdstuk; die stam zal op den duur opgaan in Juda.

Mozes is in het vervolg van dit kapittel heel stellig.
“Hij verdrijft de vijand voor u uit,
en zegt: Vaag hem weg!”.
Is dat, op de keper beschouwd, geen vervelende domper? Er staan heel wat zegeningen in dit hoofdstuk. En dan krijgen we dit. Op het eerste gezicht worden wij daar niet gelukkiger van.
Wij moeten ons echter niet vergissen.
De bedoeling is namelijk: de Here zal de Kanaänieten verjagen. Met andere woorden: de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij is de Strijder en Beschermer die nimmer faalt.

De God van het Verbond heeft eeuwige armen. In de kanttekeningen van de Statenvertaling wordt daarbij  aangetekend: “dat is, de eeuwige almachtigheid Gods zal hen beneden op aarde helpen en beschutten”[3].

De Here is een woning.
De Here vergadert Zijn volk in de kerk. Daar staat Hij, met Zijn armen wijd en uitnodigend: komt u gerust verder!
Daar, in de werkplaats van de Heilige Geest van God, gelden voor u en voor mij die welbekende en kalmerende woorden uit Psalm 33:
“In de grootste smarten
blijven onze harten
in de HEER gerust.
“k zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust”[4].
In de kerk heerst meestentijds vredige rust. In de kerk genieten wij, als het goed is, van de gemeenschap.
De God van hemel en aarde geeft bewegingsvrijheid aan Zijn volk. Hij geeft speelruimte aan elke volksgenoot!

Dat geeft kerkmensen gelegenheid om blijmoedig te werken. Maar het geeft diezelfde kerkmensen ook rust en ontspanning.

Die gerustheid, die kalmte gunnen gelovigen allen om hen heen.
Daarom zou ik tenslotte willen zeggen: welkom in de kerk!
En als het in de kerkzaal erg vol wordt… ach, dan zetten we er gewoon wat stoelen bij.

Noten:
[1] Deuteronomium 33:27.
[2] Mattheüs 6:34.
[3] Geciteerd via http://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Dt33.htm ; geraadpleegd op donderdag 25 januari 2018.
[4] Psalm 33:7; Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 november 2017

Me too

Momenteel komen we ‘m allerwegen tegen: de Twitter-aanduiding #metoo.
Dat is, zoals u wel zult weten, een wereldwijde actie waarbij mensen hun ervaringen met seksueel misbruik of intimidatie openbaar maken.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte gisteren: “Een op de elf mannen zegt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag, blijkt uit een enquête onder 305 mannen in opdracht van het Algemeen Dagblad”.
En:
“Een op de zeven ondervraagden twijfelt of hij weleens over de schreef is gegaan, 9,2 procent denkt wel eens te ver te zijn gegaan. Driekwart zegt zeker te weten nooit een misstap te hebben begaan”[1].

Van al die berichten neem ik met enige verbazing kennis. Zeker – ik weet dat ontucht, en wat daar verder volgt, aan de orde van de dag is. Maar dat er zo’n wereldwijde vloedgolf seksueel getinte alarmberichten over de wereld klotst, dat is toch wel verrassend.

Wat betreft staat #metoo eerst en vooral voor de verdorvenheid van kerk en wereld.
Ja, dat bederf komen we ook vaak in de Bijbel tegen.
Mozes spreekt er in Deuteronomium 32 bijvoorbeeld van:
“Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld;
het zijn Zijn ​kinderen​ niet. Een schandvlek!
Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan,
dwaas en onwijs volk?
Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft,
Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[2].
Bederf en verrotting: dat zit niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk.

Niet voor niets zegt het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal over de zelfbeproeving: “Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient”[3][4].
De metoo-tsunami wrijft het ons nog eens in: wij moeten ons voor God verootmoedigen. Ook kerkmensen zijn zondig en van nature goddeloos. Laag-bij-de-grondse gedachten, woorden en daden laten ook gelovige mensen zomaar uit de bocht van de smalle weg vliegen.
Laat ik het zo zeggen: strikt genomen hebben we allemaal gevangenisstraf verdiend! En waarom? Omdat onze Schepper ons gemaakt heeft. We werken, hier op aarde, nooit op het niveau waarop Hij ons heeft gezet.

Allen die – getrouwd of ongetrouwd – hun lichaam niet rein bewaren hebben, zo zegt datzelfde Avondmaalsformulier, geen deel aan het rijk van Christus[5]. Hun paspoort voor de hemel wordt hen afgenomen. Al die mensen hebben, om zo te zeggen, geen dubbele nationaliteit.

Met #metoo mogen Gereformeerde mensen zichzelf echter nooit de put in praten.

Kent u Efeziërs 5?
Ik citeer: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past”[6].
Paulus spreekt daar nadrukkelijk in het meervoud.
Wij kunnen nimmer op ons eentje kerk-zijn. Dat kan niet, en dat gebeurt ook niet.
Het enige wat ons te doen staat, is: samen in de lichtbundel van het Woord blijven.
Samen – elk lid van de gemeente mag het verwonderd zeggen: ik hoor er ook bij. I belong to the congregation; me too!

Laten wij daarbij letten op de zekerheid die de apostel Paulus in Efeziërs 5 uitstraalt: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht”[7].
Nu bent u licht in de Heere, noteert Paulus. Kinderen van God hoeven zich dat niet af te vragen. Kinderen van God wapenen zich niet dagelijks met vijfduizend twijfels en tienduizend vraagtekens. Dankzij het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland, bewegen we ons in het schitterende licht dat God geven wil.
Wandel als kinderen van het licht, noteert Paulus echter ook. Dat is dus een oproep. Het is nu beslist niet de bedoeling dat wij zelfverzekerd op een stoel gaan zitten. We moeten aan het werk blijven. Het is toch niet voor niets licht geworden in ons leven?

Nog één keer geef ik een troostvol citaat uit het Avondmaalsformulier. Dat citaat is helder en duidelijk. Het is, dunkt mij, niet nodig daar nog veel bij te schrijven.
“Maar wij hebben door de genade van de Heilige Geest over deze zonden van harte berouw. Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven. Daarom mogen wij er vast van verzekerd zijn, dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, kan verhinderen, dat God ons in genade aanneemt en ons waardig keurt aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben”[8].

Dat geeft u vast troost. Ja, dat geeft u zekerheid.
Me too.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/eén-op-elf-mannen-wel-eens-over-de-schreef-1.1443911 ; geraadpleegd op donderdag 9 november 2017.
[2] Deuteronomium 32:5 en 6.
[3] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 522.
[4] Het gebruik van het Avondmaalsformulier in dit artikel is niet geheel toevallig. In De Gereformeerde Kerk Groningen zal, Deo Volente, zondagmiddag 12 november aanstaande het Heilig Avondmaal worden gevierd. Deze week is dus de week waarin de leden van DGK Groningen zich op die viering voorbereiden.
[5] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[6] Efeziërs 5:1, 2 en 3.
[7] Efeziërs 5:8.
[8] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.

25 oktober 2017

Genderneutraal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er zweeft een nieuw begrip door het zwerk. Genderneutraliteit.

Niet zo lang geleden stond in de krant: “HEMA schrapt als eerste Nederlandse winkelketen alle geslachtsaanduidingen van kinderkleding. Vanaf eind dit jaar verwijdert het warenhuis de aanduiding jongen en meisje van verpakkingen en kledinglabels, meldt de Volkskrant vandaag.
Volgens de Volkskrant is een Facebookbericht van een 10-jarig meisje de aanleiding geweest voor HEMA om de kinderafdeling genderneutraal te maken. Het meisje liet zo’n twee jaar geleden weten dat ze het beu was om ondergoed met roze hartjes te dragen. Ze wilde stoerder meisjesondergoed. HEMA kreeg naar eigen zeggen meer van zulke verzoeken”[1].

Persoonlijk voel ik mee met die moeder die schreef: “Ouders rollebollen over elkaar heen om met vrienden, bekenden en het internet te delen hoe ontzettend ruimdenkend en tolerant ze zijn. Ook de speelgoedgidsen spelen er op in. Wee de fabrikant die het in zijn hoofd haalt om alleen meisjes te fotograferen bij de schoonmaakspulletjes. Of wanneer jongens speelgoed er net iets stoerder uit ziet dan meisjesspeelgoed. Als ik eerlijk ben, snap ik die trend van genderneutraal opvoeden dus totaal niet. En om eerlijk te zijn vind ik het de grootste onzin.
Zelf heb ik 3 dochters die ik niet genderneutraal worden opgevoed. Waarom niet? Nou gewoon omdat die term nog niet zo ‘in’ was toen ik mijn oudste dochter in de schoot geworpen kreeg. Ik deed maar wat.
Kocht speelgoed voor haar op basis van wat ze leuk vond. Kleedde haar zoals ik dat leuk vond en zoals het bij haar paste. Lekker spontaan zonder vooropgezet plan. Ging prima. Voor zover ik weet heeft dochterlief er geen blijvende schade aan over gehouden. Ook bij dochter nummer 2 volgde ik mijn gevoel”[2].
Dat is nuchtere taal, lijkt me.

Een commentator van het Reformatorisch Dagblad noteerde: “De HEMA nam ook het voortouw bij de discussie over Zwarte Piet, maakt reclame voor het Suikerfeest terwijl het woord ”Pasen” vervangen moest worden door ”voorjaar”, en verkocht T-shirts met twee rookworsten of twee tompouces rond een homomanifestatie. Dat soort acties wijst op een agenda. De warenhuisketen ziet het blijkbaar als zijn taak klanten op te voeden en, tegen de heersende opinie in, politiek correcte keuzes te maken”[3].

Wat is, als het over dit punt gaat, de agenda van Gereformeerde mensen?
Die agenda staat in Gods Woord.
De kaders van Gods wet bepalen de uitgangspunten van ons christelijk handelen.

In verband met genderneutraliteit wijs ik vandaag graag op woorden uit Deuteronomium 22: “De ​kleren van een man mogen niet door een vrouw gedragen worden, en een man mag geen vrouwenkleding aantrekken, want ieder die dat doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel”[4].

Deuteronomium 22 gaat over rechten en plichten ten opzichte van de naaste. Zeg maar gewoon: over maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Stel dat u beesten tegenkomt die verdwaald zijn, maar die u herkent als dieren die behoren tot de veestapel van uw buurman. Zulke dieren mag u niet laten lopen. U moet ze naar de buurman terugbrengen. Datzelfde geldt ook voor kleren. Het feit dat u de buurman niet zo goed kent kan niet als excuus gelden.
Men moet maatschappelijk verantwoord bouwen. Wie dat niet doet, kan zomaar de grootst mogelijke ongelukken veroorzaken.
Bouwland moet men niet uitbuiten. De grond mag niet uitgemergeld worden.
Kortom: het leven dient te worden beschermd.

In die context staat het verbod met betrekking tot mannen die vrouwenkleding aantrekken, en andersom.
Het is duidelijk: de verschillen tussen mannen en vrouwen mogen  niet worden verdonkeremaand.
Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen taak in de maatschappij. Die taak is, als het er op aankomt, door de Here gegeven. Die opdracht mogen wij niet eigenmachtig veranderen. Niet dat daarmee onze plicht plotsklaps een makkie geworden is. Maar omdat onze opdracht een opgave van de Here is, kunnen we ‘m toch volvoeren; hoe moeilijk dat ook is.

Wij hebben allen ons ambt, onze plicht.
De God van het verbond geeft ons gaven om die plicht in het ambt aller gelovigen te vervullen. Daarbij hoeven wij ons niet anders voor te doen dan wij zijn.
Het adagium is: zorg goed voor elkaar. Niet vanwege het goede gevoel, maar simpelweg omdat de Here dat van ons vraagt.
Daarbij mogen we onze verschillende behoeften honoreren. Mannen hebben andere zorg nodig als vrouwen.

Vroeger moesten we allemaal zo nodig uniek wezen.
Tegenwoordig worden zo ongeveer alle mensen gelijkgeschakeld. Waarom? Omdat men bang is dat mensen ongelijkwaardig behandeld worden. En inderdaad – die vrees is gerechtvaardigd. Want zo gaat dat als mensen Gods wet negeren.
Dat hele gedoe met betrekking tot genderneutraliteit kan snel afgelopen wezen. Laat iedereen maar naar Gods Woord gaan leven. Daar wordt het een stuk eenvoudiger van.

Noten:
[1] “HEMA maakt kinderkleding genderneutraal”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 20 september 2017, p. 12.
[2] Zie https://www.goodgirlscompany.nl/de-onzin-van-genderneutraal-opvoeden/ ; geraadpleegd op zaterdag 23 september 2017.
[3] Zie https://www.rd.nl/opinie/commentaar/kleren-maken-de-mens-bij-de-hema-1.1431362 ; geraadpleegd op zaterdag 23 september 2017.
[4] Deuteronomium 22:5.

16 juni 2017

Memorabele mijmeringen rond het milieu

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In onze maatschappij is het milieu al jaren een zorgenkind.
Ook in de vorige eeuw wordt er al veel aandacht aan besteed.
Het is voorjaar 1972. In de Kerkbode voor de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Assen schrijft dominee H. Bouma (1917-2000) daarover een artikel dat ook vandaag nog het memoreren waard is[1].

Hij schrijft: “leder weet, dat de laatste jaren bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de menselijke bestaansmogelijkheid. De vrees is uitgesproken, dat binnen zeer afzienbare tijd die bestaansmogelijkheid niet langer zal bestaan. Ons menselijk bestaan wordt niet slechts bedreigd en aangevreten door toenemende misdadigheid, door verslaving aan drugs, door wegcijfering van normen. Maar wij consumeren die bestaansmiddelen, die straks niet meer zijn te vervangen; en wij vervuilen de atmosfeer zodanig, dat straks geen adem meer is te halen. Ik behoef dit alles niet breed te beschrijven”.

De dominee wijst zijn lezers op Genesis 2. Hij doet dat als volgt.

“…De bijbel spreekt méér over deze dingen, dan wij op het eerste oog misschien zouden denken. Te denken is aan de paradijsopdracht van de HERE God aan Adam: de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren – Genesis 2:15 . Het gaat in deze paradijs-opdracht om de verzorging van het paradijs; en dat verband is er eveneens sprake van ‘bewaren’.
Er was dus blijkbaar iets of iemand, waartegen de mens de tuin in Eden moest bewaken. Wat dat was, wordt hier niet gezegd, maar blijkt wel uit het vervolg. Wie bij dit ‘bewaren’ uitsluitend aan een bewaren voor verwildering zou willen denken, doet mijns inziens te kort aan de geladen betekenis van het vervolg. Er staat méér op het spel, dan alleen maar verwaarlozing van de aardbodem.
Dit ‘bewaren’ betekent wel allereerst: een bewaren voor satanische aanslagen. Maar we moeten ons er mijns inziens ook voor wachten, die satanische aanslagen al te zeer te beperken tot de directe betrokkenheid van de mens op God. Het ging er de satan heus niet uitsluitend om, de kroon van Gods schepping afvallig te maken. Neen, zijn einddoel was stellig ook, heel Gods schepping te verderven. En voor dit laatste gaat hij nu de mens inschakelen.
Die mens moet op des duivels wens Gods schepping zodanig misbruiken, dat er geen levensmogelijkheid overblijft. God had de hemel en de aarde geschapen als plaats, waar Hij met zijn volk eeuwig in paradijselijke vreugde wilde leven. De satan zocht toen deze door God gekozen mens van zijn hemelse Vader af te troggelen; maar hij poogde niet minder dat paradijs te veranderen in een hel. Daartegen nu heeft de mens van het begin af de opdracht ontvangen, die prachtige hof te bewaren! Wij moesten dus oppassen, dat de aarde een woestenij zonder leefklimaat zou worden”.

Dominee H. Bouma redeneert verder, en opent daarbij het Bijbelboek Deuteronomium.

“Later, wanneer Gods volk voor de poorten van het beloofde land staat, geeft de HERE het opnieuw voorschriften, die het leven in dat land mogelijk moeten maken en mogelijk moeten doen blijven.
Wanneer de HERE in het boek Deuteronomium aan Israël, ‘op de grens van 2 werelden’ (nl. op de grens tussen de woestijn en het beloofde land), zijn gebodenten leven inscherpt, dan gebeurt dit, opdat dat land zal worden ‘bewaard’ voor de verwording, waarin het leven onmogelijk wordt. Met het oog hierop zou men heel ’t boek Deuteronomium eens aandachtig moeten doorlezen.
Ik kan thans niet meer doen, dan op een heel enkel gegeven wijzen. De HERE waarschuwt uitdrukkelijk tegen over-consumptie. Als iemand bijv. een vogelnest vindt, met jongen of eieren, dan is het verboden, zowel de moedervogel als de eieren of de jongen te consumeren. Dusdoende zou men immers de vogelstand zelf in de wortel aantasten en de levensmogelijkheid voor de toekomst aantasten – Deuteronomium 22:6 en 7. Als men zich wacht voor dergelijke overconsumptie, zal het goed gaan met de mens in het land der levenden. Een ander voorbeeld. Bij het bouwen van huizen moet om het platte dak een balustrade worden aangebracht, ter bescherming van het leven – Deuteronomium 22:8. De levensbodem mag niet worden uitgemergeld door dubbele beplanting van boomgaarden – Deuteronomium 22:9. Evenmin mag men het geboomte van een landstreek vernietigen in geval van oorlog; op die manier zou men weer de levensmogelijkheid aantasten – Deuteronomium 20:19 en 20. Te noemen zijn ook bepalingen voor hygiëne – Deuteronomium 33:10-14.
Er zou nog meer zijn te noemen. Mij dunkt, dat het genoemde duidelijk is. We worden gewaarschuwd tegen overconsumptie en tegen vervuiling van het milieu”.

Dominee Bouma schrijft ook:
“We mogen die geboden van onze God niet straffeloos naast ons neerleggen, ook al wonen wij dan niet meer in het beloofde land. Wij zijn geroepen, in alle zorgvuldigheid om te gaan met de ons toevertrouwde wereld. Daar hebben we allen onze eigen verantwoordelijkheid. Want we moeten de oorzaken van de massale vervuiling heus niet alleen zoeken bij de grote bewerkers. We zullen hier bij onszelf moeten beginnen”.

Nog één zin die dominee Bouma schreef wil ik hier citeren. Het is deze:
“Wij zullen als gereformeerde mensen er goed aan doen, telkens en telkens weer ons eigen gedrag te controleren, en de aandacht op deze dingen te vestigen”.

Er is vandaag veel te doen over milieu, CO2-uitstoot, klimaatafspraken en wat daar verder volgt.
Dominee Bouma doet echter Gods Woord open. Ook in een tijd als de onze is dat van grote waarde!

Noten:
[1] Ik citeer uit: “Om onze bestaansmogelijkheid”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 14 juni 1972, p. 4 (rubriek Persschouw). Ook te vinden via www.delpher.nl .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.