gereformeerd leven in nederland

24 juli 2020

Opmerkelijke oorlogswetten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Dinsdag 21 juli 2020: schrijver dezes en diens onvolprezen echtgenote brengen met goede vrienden, tevens broeders en zusters van de kerk, een heerlijke vakantiedag door. Het blijft droog en de temperatuur is prima. De wandeling in Appelscha is aangenaam.
Na de gezamenlijke avondmaaltijd wordt er, zoals het een gezelschap van Gereformeerden betaamt, uit de Bijbel gelezen – Deuteronomium 20. Over de oorlogswetten.
Wat? Oorlogswetten? Is dat nou leesstof voor een vakantiedag?

Toch wel.
De inzet van Deuteronomium 20 luidt: “Wanneer u ten strijde trekt tegen uw vijanden, en u ziet paarden en strijdwagens, een volk dat groter is dan u, wees dan niet bevreesd voor hen. Want de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid, is met u”[1].
Wat is de situatie in Deuteronomium 20? Antwoord: Gods volk krijgt het beloofde land in bezit. Maar daarmee is niet alles gezegd. Het land moet veroverd worden. Gods kinderen krijgen een eigen verantwoordelijkheid. Een groot gebied komt er niet zomaar. Het is niet zo dat het volk van God, eenmaal in het nieuwe land aangekomen, kan wegzakken in leunstoelen die gereed gezet zijn. Gods kinderen worden tot actie aangezet!

Men zou kunnen denken: kijk eens aan, hier zien we nu hoe geloofsijver leidt tot geweld; we hebben ’t altijd al gedacht… Maar dan vergeet men gemakshalve dat de Here in Deuteronomium 20 Zijn beloften over een eigen land waarmaakt. Israël is, om zo te zeggen, Goddelijk instrumentarium bij het werk dat God doet. De Here beschermt Zijn volk. De Here schermt Zijn volk af. De Here schenkt Zijn volk een eigen grondgebied om kerk en maatschappij tot Gods eer te ontplooien. De Here creëert ruimte voor de natie die tot Zijn eer leeft. Kinderen van God moeten met Hem leven. Kinderen van God moeten aan het werk. Niet om hun eigen naam voorgoed te vestigen, maar om te laten zien hoeveel vrijheid Hij Zijn onderdanen gunt.

Genieten van het leven? Jazeker, dat kan. Doe dat vooral. Leven met God is geen misplaatste vorm van onderdrukking of slavernij.
Vakantie? Dat is prachtig. Maak er wat moois van! Vakantie? Dat mogen gerust gedenkwaardige dagen worden! Want daardoor geeft de Here nieuwe werkkracht. Daardoor geeft de Here nieuwe mentale spankracht en nieuwe veerkracht. Die herwonnen energie is nodig om in ons aardse leven God te blijven dienen, altijd en overal. Wij behoren Hem trouw te dienen, op een manier die in lijn is met Zijn beloften, en met heel Zijn Woord.

Anno Domini 2020 hebben wij ook te maken met vijanden. Nee, wij trekken niet met speren en zwaarden ten strijde. Maar we hebben wel degelijk rekening te houden met tegenstand. Wij hebben te maken met massa’s medemensen die geen rekening houden met God en Zijn Woord. We hebben – bijvoorbeeld – ook te maken met mensen die Gods Woord best willen lezen, maar dan op een literaire wijze: de Bijbel is wel waar, maar niet echt gebeurd. Of ook: Jezus is een mooi voorbeeld voor ons, en verder moeten we er op deze aarde zelf wat van maken.
Vaak zijn we geneigd om alleen maar te zeggen: nou ja, ieder heeft recht op z’n eigen overtuiging – punt. Maar laten we ’t niet vergeten: wij zijn vóór of tégen Christus. Er zitten geen vijftig tinten grijs tussen. Sterker nog – een grijs gebied is er niet. Wie God niet eert, is Zijn vijand. Uiteindelijk zal blijken dat dat de werkelijkheid is. Niet voor niets zegt Jezus in Johannes 16: “In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”[2].

In Deuteronomium 20 demonstreert God hoe liefdevol Hij met Zijn volk omgaat. Hij creëert ontplooiingsruimte. Daar is alles op gericht.
In dat Schriftgedeelte leert de God van het verbond ons alle eigenzinnigheid af. Het Koninkrijk van God kunnen wij niet op eigen kracht realiseren. Gods Koninkrijk komt er niet door ons geweld en onze opstand.
Niet voor niets wordt in Deuteronomium 20 het leger verkleind! Er zijn mensen die niet aan de mobilisatie mee hoeven doen:
* de mensen die een huis hebben gebouwd en op het punt staan dat in gebruik te nemen
* de mensen die een nieuwe wijngaard hebben geplant en de eerste oogst daarvan af moeten wachten
* de mensen die op het punt staan om te trouwen.
Het Israël van toen en de kerk van 2020: zij moeten het niet van mensen hebben!

In dit verband is het ook goed om een ogenblik te kijken naar een ander belangwekkend detail van Deuteronomium 20: “Wanneer u een stad vele dagen belegert en ertegen strijdt om haar in te nemen, dan moet u haar vruchtbomen niet te gronde richten door de bijl erin te slaan. U kunt er immers van eten; daarom mag u ze niet omhakken om ze een belegeringswal voor u te laten worden, want het geboomte van het veld is voedsel voor de mens. Maar de bomen waarvan u weet dat het geen vruchtbomen zijn, mag u te gronde richten en omhakken om een belegeringswal te bouwen tegen de stad die oorlog tegen u voert, totdat ze ten onder gaat”[3]. Terecht schrijft een exegeet over die Schriftwoorden: “Wat als voedsel door God is geschapen en daarom goed is (…), moeten we sparen. Hier moeten we onderscheid maken tussen de dingen van de wereld en de dingen van de aarde of de schepping. Zo mogen we gebruik maken van de dingen van de schepping ten nutte van geestelijke doeleinden, waarbij we kunnen denken aan zaken als gebouwen en techniek”[4].

Gods volk ontvangt ruimte voor de godsdienst.
Nee, die ruimte gebruiken wij, ook in onze tijd, niet optimaal. Altijd moeten wij de neiging onderdrukken om onze eigen wil vooraan te zetten. Als Gods Woord geen rem op ons doen en laten zet, wordt Gods liefde voor Zijn volk volstrekt onzichtbaar. De zonde overheerst ons dan. ’t Liefst drukken wij met donder en geweld onze eigen zin door. Als het van onszelf komen moet, wordt het onze toekomst in Gods rijk helemaal niks.
Toch staat de deur naar de toekomst wijd open. Hoe kan dat? De Hebreeënschrijver zegt het in hoofdstuk 7 zo: “Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Want zo’n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven”[5]. Dus – de Advocaat voert Zijn pleidooi en het is zeker: hij verklaart ons rechtvaardig en hemel-waardig.
Ook voor vandaag geldt: de HEERE, uw God, Die Israël eertijds uit het land Egypte leidde, is met ons. Ook vandaag klinkt de oproep: dien Hem trouw, op een manier die in lijn is met Zijn beloften, en met heel Zijn Woord!
Dan, ja dan hebben wij de strijd bij voorbaat gewonnen. Om het met Psalm 27 te zeggen:
“Want bij de HERE ben ik welgeborgen:
Hij voert mij in de schuilplaats van zijn tent.
Daar ben ik veilig, Hij zal voor mij zorgen,
draagt mij naar hoogten die geen vijand kent.
Ik breng de HERE offers tot zijn eer.
Hij heeft mijn vijand van zijn macht beroofd.
In zegepraal verheft zich nu mijn hoofd.
Daarom zing ik een loflied voor de HEER”[6]

Noten:
[1] Deuteronomium 20:1.
[2] Johannes 16:33 b.
[3] Deuteronomium 20:19 en 20.
[4] Zie https://www.oudesporen.nl/Download/OS1008.pdf ; geraadpleegd op woensdag 22 juli 2020.
[5] Hebreeën 7:24, 25 en 26.
[6] Psalm 27:4; Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 juni 2020

De basis van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren de HEERE, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden”.
Zo staat dat in Deuteronomium 31[1].
Wie dat leest voelt zich wellicht ongemakkelijk. Bij elkaar komen? Dat is in deze tijd niet eenvoudig. Er moet anderhalve meter afstand zijn. Er moet een desinfecterende spray in de buurt wezen. En zo is er nog wel meer.
In het Groningse Bedum komt De Gereformeerde Kerk Groningen met dertig mensen samen in een gebouw waar zo’n zeshonderd mensen kunnen zitten. In die situatie zwerven er vraagtekens in de lucht: zijn sommige door de overheid afgekondigde maatregelen niet een tikje overdreven?
Daarachter ligt nog een andere vraag: is de duivel, de tegenstander van God, druk bezig om het kerkbezoek zo lang mogelijk tegen te houden?

Feit is dat in Deuteronomium 31 Gods werk doorgaat. Mozes gaat niet mee naar het land Kanaän. Jozua staat op het punt Mozes op te volgen. Maar het belangrijkste is: de God van het verbond gaat mee naar Kanaän. Hij is er bij. Hij is de steun en toeverlaat van Zijn volk.
Dat is in Deuteronomium 31 zo. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat dat in 2020 anders is!

Het volk heeft veertig jaar rondgezworven. Gods natie is in de afgelopen decennia een schare zonder vaste woon- of verblijfplaats geweest. Een hele generatie Israëlieten is gestorven vóórdat Kanaän in zicht kwam. Vaders en moeders zijn, al zwervend, oud geworden. De Here nam hen van de aarde weg voordat het beloofde land bereikt werd.
Een relatief jonge populatie Israëlieten staat nu klaar om het nieuwe land binnen te trekken.
Dat is iets om ook in onze tijd te accentueren.
Heel veel mensen moeten op dit moment de kerkdiensten online volgen. Zij zitten thuis bij hun laptop of hun desktop. De leden van de kerk zien elkaar niet. Zij spreken elkaar via de telefoon. Zij appen of mailen elkaar. Wordt de kerk nu ‘los zand’? Dat hoeft niet. Want de Heer van hemel en aarde houdt hen bij elkaar. Ook zij worden het nieuwe land binnengeleid. Maar anno Domini 2020 in Nieuwtestamentische zin. Het nieuwe land is de hemel. Voor ons geldt een bekend woord uit Mattheüs 6: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn”[2]. Zo mogen en moeten wij ons voorbereiden op het nieuwe land!

Wat is de grondwet in het nieuwe land?
Antwoord: de wet van God.
De regel is helder: “Na verloop van zeven jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van de kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest, als heel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen, moet u deze wet ten aanhoren van heel Israël voorlezen. Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren de HEERE, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden”[3].
C. Vonk noteert daarbij: “Men vermoedt, dat hij zich hiermede heeft aangesloten bij een gewoonte, die in zijn dagen bij het sluiten van verdragen gevolgd werd. De vazal werd daarbij verplicht het tractaat, dat zijn grootkoning hem had opgelegd, op gezette tijden te doen voorlezen”[4].
De kinderen kennen die wet nog niet. De consequenties zien zij niet. Op die punten moeten ouderen hen onderwijzen. En dat moet in de actuele situatie geschieden. Dat moet gebeuren aan de hand van de omstandigheden waarin men verkeert.
Ook dat is in 2020 niet veranderd. Ook wij moeten vandaag de dag de consequenties van Gods wet doordenken. Ook wij moeten jongeren leren hoe men – ook in coronatijd! – de Here dienen kan. Die wet moet regelmatig worden gerepeteerd.
Men zou kunnen vragen: is dit nu niet wat veeleisend? Of ook: de Israëlieten hebben voor straf veertig jaar door de wereld gezworven; wordt het geen tijd om hen enige vrijheid te geven om hen de gelegenheid te bieden een fatsoenlijk bestaan op te bouwen? Het antwoord op die vragen is: de wet van de Here is, door alle eeuwen heen, de basis van de samenleving in de kerk. Alles begint en eindigt bij onze goede God. In alle tijden en op alle plaatsen is Hij de Verbinder, de Verbondsgod van de kerk.
Ja, ook als het volk zwervende is.
Ja, ook als het volk een vaste woonplaats heeft.
Ja, ook als Gods volk, door een pandemie, tijdelijk niet bijeenkomen kan.

“Roep het volk bijeen”, lezen wij in Deuteronomium 31. De oppervlakkige lezer zegt: in juni 2020 kun je daar niks mee; ’t is coronatijd, nietwaar?
Maar dat gaat te snel. Dat is te simpel. Want in Deuteronomium 31 staat ook: “De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld”[5].
Ja, Gods volk zit, om zo te zeggen, overal en nergens. Hier is een huis waar Gereformeerden wonen. En daar, aan de andere kant van de stad. En daar, in dat dorp. Maar één ding is zeker: de God van het verbond roept Zijn kinderen bijeen. Hij zegt: luister naar Mijn Woord en leef ernaar!
Natuurlijk – er is afvalligheid. Er is wegloperij. Er wordt kerkelijk geshopt; want ach – dat kan zo makkelijk. Welnu, dat was in Deuteronomium 31 ook al zo. Leest u maar mee: “Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in hoererij achter de vreemde goden van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken”[6].
Maar in de hele wereldgeschiedenis weerklinkt dat troostende refrein van de Goddelijke garantie: Ik verlaat u niet!
Om het tenslotte met Hebreeën 13 te zeggen: “Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten. Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 31:12.
[2] Mattheüs 6:19, 20 en 21.
[3] Deuteronomium 31:10, 11 en 12.
[4] C. Vonk, “De voorzeide leer – deel 1 c: Numeri, Deuteronomium”. – Barendrecht: Drukkerij “Barendrecht”, 1966. – p. 812.
[5] Deuteronomium 31:8.
[6] Deuteronomium 31:14.
[7] Hebreeën 13:5 b en 6.

14 februari 2020

Democratische malaise

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De wereld heeft te maken met democratische malaise.

De Gereformeerd-vrijgemaakte A. van Leeuwen (1935-2018) uitte in november 2013 in het blad Nader Bekeken zijn zorgen over de democratie in onze samenleving. Hij schreef toen onder meer: “Wij leven in Nederland in een politieke wereld die sterk geseculariseerd is. De wereld van de onvolprezen volkssoevereiniteit, waarin de heerschappij (gratie) van God niet erkend wordt. Erkend wordt slechts de gelijkheid van de mens. Hij of zij is immers de maat van alle dingen. (…) Het christelijk geloof verdwijnt uit het publiek-juridische domein. Men vindt dat de samenleving steeds meer moet worden ingericht om ruimte te geven aan individuele keuzes en arbeidspatronen. Zelfs het taalgebruik wordt steeds meer aan die keuzes aangepast. In Nederland krijgen mensen geen kinderen meer, maar volgens de veelal gebruikte taal nemen zij kinderen. De termen zaaddonor en draagmoeder vloeien daar dan weer uit voort. Meerdere voorbeelden liggen voor het oprapen. En bedenk wel dat het, als die individuele keuzes de vanzelfsprekende meerderheid worden in Nederland, niet is uitgesloten, sterker nog, het voor de hand ligt dat het meerderheidsdenken zonder de erkenning van de soevereiniteit van de almachtige God, de dictatuur van de meerderheid in de hand werkt”[1].

Dr. K. van der Zwaag was al eerder tot een vergelijkbare conclusie gekomen. In 2011 schreef hij in ‘Zicht’, het kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij: wie de “zoektocht naar de democratie door de eeuwen onderneemt, beseft hoe complex deze populairste regeringsvorm is. We kunnen niet achter de democratie terug, willen dat ook niet meer, maar beseffen ook dat zij niet vanzelfsprekend is en altijd weer opnieuw bevochten moet worden. Vooral relevant lijkt me de waarschuwing door de eeuwen heen van de tirannie van de meerderheid als nevenverschijnsel van de macht van het volk. Daarom is ideologische normering van de democratie en een steeds opnieuw uitgewerkt geheel van ‘checks and balances’ een must om zich hiertegen te wapenen. Al is de tirannie van de meerderheid een zachte despoot, zij blijft een despoot die vermoedelijk in een secularistische samenleving als de onze steeds meer van zich laat horen”[2].

In de afgelopen jaren blijkt het er allemaal niet beter op te zijn geworden.
In een achtergrondartikel dat onlangs verscheen in een bijlage van het Nederlands Dagblad staat te lezen:
“Rusland en China werken al sinds 2005 aan een gezamenlijke ‘operatie ondermijning’. Nu doorpakken om haar af te schaffen, stellen ze”.
En:
“De ontevredenheid van burgers over de democratie is nog nooit zó hoog is geweest als nu. Dat geldt met name voor de grote democratische landen. Met name de Verenigde Staten en Groot-Brittannië springen er negatief uit”.
En:
“Maar de onvrede is niet iets typisch westers. ‘Over de hele wereld verkeert de democratie in malaise’, is de belangrijkste conclusie. Er is sprake van ‘een historisch verlies aan steun’, waarbij ‘de toename van de ontevredenheid na 2005 uitzonderlijk scherp is geworden’”.
En:
“De malaise in de democratie komt voor een deel ook door de hoge verwachtingen van de burgers in het stelsel, tekent het Democracy Report 2020 aan”.
En:
“‘De beste manier voor het herstel van de democratische legitimiteit’, zo luidt de laatste zin ervan, is dat ‘democratische regeringen de problemen van hun samenlevingen serieus nemen en geloofwaardig aanpakken’”.

Rusland en China zijn overeengekomen “‘onverbiddelijk’ te zullen streven naar ‘het bouwen van een nieuwe internationale orde’. Centraal daarin staat dat mensenrechten en andere begrippen, zoals de rechtsstaat, ondergeschikt zijn aan ‘de beginselen van het vastbesloten veiligstellen’ van de ‘soevereiniteit en stabiliteit van landen’”[3].

Dat alles is, zacht gezegd, enigermate onrustbarend.
Wat zal men van deze dingen zeggen?
Hoe kunnen Gereformeerde mensen hierop reageren?

Laten we het Woord van God openen.
In Deuteronomium 7 kunnen wij lezen: “Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE ​liefde​ voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[4].
In 1 Johannes 5 staat: “Ieder die gelooft dat Jezus de ​Christus​ is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is. Hieraan weten wij dat wij de ​kinderen​ van God ​liefhebben, wanneer wij God ​liefhebben​ en Zijn geboden bewaren. Want dit is de ​liefde​ tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last”[5].

In het bovenstaande staat een tekst uit het begin van de Bijbel. En ook één die we achterin de Bijbel vinden.
Wij lezen over de liefde van God.
Wij lezen ook over de liefde tot God.
Ziehier het antwoord op de bovenbeschreven malaise: liefde!

Welke redenen heeft God om Zijn volk lief te hebben?
Eén ding is zeker: die redenen liggen niet bij of in dat volk. Het volk is niet netjes. Het volk is niet keurig. Het volk is niet supergodsdienstig. Het volk is niet beheerst en beschaafd. Nee, de hemelse God had maar één reden om Israël tot Zijn volk te maken: Zijn eigen liefde.
Daarom wordt van Gods volk oprechte liefde gevraagd. We kunnen rustig zeggen: in kerk en wereld is het prijzen van God het allerbelangrijkste dat er bestaat!

Wie dat motto toepast begrijpt alras dat je op deze manier snel van democratische malaise afkomt. Want dan begint het niet meer bij zondige mensen. Dan blijf je niet steken in aardse rimram en rommel. Dan kijk je boven democratisch heen-en-weer-gepraat uit.
Dan zien wij Gods liefde. Dan zien wij Gods leiding. Dan zien wij Gods voorzienigheid.

Laten wij nog een laatste blik werpen op Deuteronomium 7 en 1 Johannes 5.
In Deuteronomium 7 wordt over Hem gezegd: “Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties”[6].
In 1 Johannes 5 wordt er niet omheen gedraaid: “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de ​Zoon van God​ is?”[7]. De vraag stellen is haar beantwoorden.

De liefde van God is, om zo te zeggen, de pijler van het eeuwige leven – nu en in de komende eeuwen – voor al Gods kinderen. Die liefde is vele malen belangrijker dan welke democratie dan ook!

Noten:
[1] A. van Leeuwen, “Zorgen om de democratie”. In: Nader Bekeken, jg. 20 nr 11 (november 2013), p. 313-315. Citaat van p. 315.
[2] Dr. K. van der Zwaag, “Democratie, de beste maar niet onomstreden regeringsvorm”. In: Zicht, kwartaalblad van het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij, 2011-4, december 2011, p. 47-53. Citaat van p. 53.
[3] “Tijd voor een alternatief voor de democratie”. In ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 8 februari 2020, p. 8 en 9.
[4] Deuteronomium 7:7 en 8.
[5] 1 Johannes 5:1, 2 en 3.
[6] Deuteronomium 7:9 b.
[7] 1 Johannes 5:4 en 5.

12 februari 2020

FDF contra Schriftuurlijke verdediging

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn. En de HEERE zal u een overvloed ten goede geven, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw ​vee​ en in de vrucht van uw land, in het land dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven”.

Hierboven staan woorden uit Deuteronomium 28[1].
De boodschap van Deuteronomium 28 is duidelijk: wie leeft volgens de eis van het verbond kan zegen verwachten; wie dat verbond negeert moet rekenen op de vloek.

Deuteronomium 28 drukt ons met de neus op de feiten[2]. Er wordt in dat hoofdstuk namelijk veel meer aandacht besteed aan de vloek dan aan de zegen. De zegen wordt samengevat in veertien verzen; de vloek wordt breed uitgemeten, in vierenvijftig verzen.
Dit hoofdstuk zet ons in de realiteit van alledag. De geschiedenis wordt gekenmerkt door ontrouw. Mensen verwijderen zich steeds weer van Gods Woord. Als het alleen maar aan mensen ligt wordt het niets met de kerk.

Dat lijkt wat overdreven. Is dat niet wat pathetisch, wat al te theatraal?
Toch niet.

Een voorbeeld.
De regering is met Nederlandse boeren in overleg over maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen.
Op dinsdag 5 februari 2020 verspreidt Farmers Defence Force (FDF) een brief waarin staat dat vleesbazen, zuivelbobo’s, voerboeren, bankiers en anderen bij de minister langs mogen komen “om als een Judas de sector te verraden”. En: “een ieder die de sector nu verraad, zal dat weten”. FDF zal niet toestaan “dat we door onze eigen mensen verraden worden”[3].
Toegegeven – een dag later komen er excuses[4]. Maar het is toch maar gezegd. De toon is gezet.
Wie zonder God leeft en werkt slaat dit soort taal uit. Zo iemand redt zichzelf in de wereld. Zo iemand denkt het leven zelf vorm te kunnen geven. Zo iemand moet voor zichzelf opkomen. En wie hard genoeg schreeuwt, die komt er wel. Aldus luidt de volksopinie.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert ons: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken. Deze uitverkiezing is dus de bron van al het goede, dat tot behoud leidt. Daaruit komen als vruchten het geloof, de heiligheid en de andere heilsgaven en tenslotte het eeuwige leven voort. De apostel getuigt immers: Hij heeft ons uitverkoren, (niet: omdat wij waren, maar:) opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht -Efeziërs 1:4-[5].
Conclusie – door God uitgekozen mensen moeten zich steeds weer naar Hem toe keren; dan ontvangen zij Zijn zegen!

Er wordt van kerkmensen activiteit gevraagd.
Gereformeerden zitten, als het goed is, nooit in de kerkbanken met de gedachte dat zij thans gearriveerd zijn en dat nu alles oké is.
Er moet gewerkt worden. Sterker nog: er moet gestreden worden.
De boeren van hierboven verdedigen zichzelf. Dat doen zij met bijkans alle middelen die zij ter beschikking hebben. En het gaat soms flink tekeer. Dat blijkt.
Welnu, Gereformeerden krijgen hun wapenrusting aangereikt. Leest u maar mee in Efeziërs 6: “Neem daarom de hele ​wapenrusting​ van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van ​het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[6]. Dat zo zijnde is de stimulans van Jacobus in hoofdstuk 4 logisch: “Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de ​duivel​ en hij zal van u wegvluchten”[7].

Wie in de Nederlandse samenleving leeft en werkt kan zomaar door twijfel bevangen worden. Vele Nederlanders negeren God. Het liefst willen ze Hem vergeten. En dat steken zij niet onder stoelen of banken. Het blijkt uit alles.
Heeft het in deze omstandigheden nog wel zin om God te dienen?
Laten wij ons realiseren dat Gods macht alle menselijke kracht te boven gaat! Om tenslotte met Efeziërs 3 te spreken: “Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij ​bidden​ of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de ​gemeente, door ​Christus​ ​Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[8].

Noten:
[1] Deuteronomium 28:10 en 11.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.oudesporen.nl/Download/OS1008.pdf , p. 294 en 295; geraadpleegd op donderdag 6 februari 2020.
[3] Geciteerd van https://twitter.com/IreenOostveen/ ; geraadpleegd op donderdag 6 februari 2020.
[4] Zie https://nos.nl/artikel/2321740-kabinet-breekt-overleg-met-boeren-af-wegens-dreigement.html en https://nos.nl/artikel/2321775-farmers-defence-force-maakt-toch-excuses-voor-verkeerde-woorden.html ; geraadpleegd op donderdag 6 februari 2020.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.
[6] Efeziërs 6:13.
[7] Jacobus 4:7.
[8] Efeziërs 3:20 en 21.

4 oktober 2019

Nooit kan ’t geloof teveel verwachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel wordt enig licht geworpen op woorden uit Deuteronomium 1[1].
Citaat: “Toen zei ik tegen u: Schrik niet voor hen terug en wees niet bevreesd voor hen. De HEERE, uw God, Die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden, overeenkomstig alles wat Hij voor uw ogen in ​Egypte​ voor u gedaan heeft, en in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats gekomen bent. Maar ondanks deze woorden geloofde u niet in de HEERE, uw God, Die voor u uit ging op de weg, om voor u een plaats te zoeken om uw ​tenten​ op te zetten; ’s nachts met het vuur, om u de weg te tonen die u moest gaan, en overdag met de wolk. Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer: Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven!”[2].

Dit is kerkgeschiedenis. Deuteronomium 1 is niet zomaar een terugblik op het verleden. Het is geen verhaal in de stijl van: met de kennis van nu zouden we ’t heel anders hebben aangepakt. Want in een paar woorden wordt hier duidelijk gemaakt hoe machtig en wijs de God van het verbond is. Bij Hem gaat nooit wat fout. Hij doet alles weloverwogen. En vooral: alles wat de almachtige God doet komt Zijn kerk ten goede.

Als het moet, gaat de Here voor Zijn kerk vechten. Hij levert strijd – alles om te laten zien hoe groot de liefde voor Zijn volk is!

Als het moet, gaat de Here Zijn kinderen dragen. Want Hij is sterk. Hij is de grote Organisator van Zijn huisgezin. Hij biedt permanente veiligheid. Hij stippelt routes uit die Israël volgen kan.

Er is geen vuiltje aan de lucht, zou men zeggen. Harmonieuzer kunnen de verhoudingen niet worden.
Maar zo simpel ligt dat niet. Waarom niet? Het volk van God gelooft eenvoudig niet wat Vader zegt. De situatie lijkt heel vaak niet al te veilig. Sterker nog: soms zijn de omstandigheden ronduit beangstigend! En moet je dan geloven dat ’t allemaal in orde komt? Ach, zo werkt dat niet. Want je moet je vandaag zien te redden. Toch?

De God van het verbond is woedend. Dit is toch niet te geloven? Dit zijn Zijn schepselen; God heeft hen Zelf geformeerd.
Furieus is Hij! Witheet!
Deze slechte generatie zal ten onder gaan. En dat hebben zij aan zichzelf te danken. Want zij miskennen de macht van hun Schepper!

Het is vele, vele eeuwen later. Mozes leefde ongeveer in de veertiende eeuw voor Christus[3]. Maar wij niet. Wij leven in 2019. De kerkgeschiedenis is voortgeschreden. In de wetenschap zijn ontelbaar veel ontwikkelingen geweest. En ook nu lezen wij Deuteronomium 1.
Gaan wij het beter doen dan het Israël van de veertiende eeuw voor Christus?
Het antwoord is, zo valt te vrezen, tamelijk ontluisterend.
Leest u maar mee in Mattheüs 24: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam.
En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden. En doordat de ​wetteloosheid​ zal toenemen, zal de ​liefde​ van velen verkillen”[4].
Het wordt er, kortom, allemaal niet beter op!

Moeten wij nu gaan vrezen dat de kerk ten onder gaat?
Nee.
Zover komt het niet. In Deuteronomium 1 al niet: “Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven! Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne: die zal het zien en aan hem zal Ik het land geven dat hij betreden heeft, en aan zijn ​kinderen, omdat hij erin volhard heeft de HEERE na te volgen”[5].
En:
“Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen”[6].
Ja, wij moeten een voorbeeld nemen aan Jozua en Kaleb.
In Numeri 14 wordt de naam van Kaleb ook genoemd: “Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen”[7].
En in Numeri 32 komen Jozua en Kaleb nog een keer langs: “De mannen die uit ​Egypte​ zijn vertrokken, van twintig jaar en daarboven, zullen het land niet zien dat Ik ​Abraham, Izak en ​Jakob​ gezworen heb te geven! Want zij hebben er niet in volhard Mij na te volgen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en ​Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er wél in volhard de HEERE na te volgen”[8].

Jozua en Kaleb – die namen worden er bij ons ingehamerd.
Waarom?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft de reden: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na”[9].
Jozua en Kaleb – onthoud die namen!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Gods Woord na: “Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[10].

We leven in een tijd waarin jan en alleman allerlei individuele wensen heeft ten aanzien godsdienst en prediking. Onlangs zei de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D.J. van Diggele daarover: “De kerkganger wil in de kerk op maat bediend worden. Als predikant sta je voor mensen met verschillende behoeftes. Ondertussen vinden mensen preken ingewikkeld, vinden ze dat er niet genoeg aandacht is voor de jeugd”[11].
Intussen is de vraag of wij inderdaad geloven dat de Here voor ons strijden zal.
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: ga niet roepen dat ’t christelijk geloof vandaag niet zoveel meer voorstelt
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: houdt het vuur van de liefde tot God brandend. Voordat u ’t weet wordt het in en rond uw leven kil.
Voordat u ’t weet wordt het geloof vormelijk; de kerk wordt een kouwe bedoening.
Laten wij ’t maar proclameren: houd Jozua en Kaleb in gedachten!

Noten:
[1] De titel van dit artikel is de eerste regel van Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Deuteronomium 1:29-35.
[3] Zie voor deze datering https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 september 2019.
[4] Mattheüs 24:9-12.
[5] Deuteronomium 1:35 en 36.
[6] Deuteronomium 1:37.
[7] Numeri 14:24.
[8] Numeri 32:11 en 12.
[9] Hebreeën 13:7.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[11] Geciteerd uit: “Dominee gaat verder als vrachtwagenchauffeur”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 september 2019, p. 6.

17 september 2019

Gods toorn en de Verbondsernst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie onder ons kan verblijven bij een verterend vuur? Wie onder ons kan verblijven bij een eeuwige gloed?”. Dat zijn woorden uit Jesaja 33[1].

Als de profeet dat zegt is hij trouwens niet origineel.
Denkt u maar aan Deuteronomium 4: “Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God”[2]. En aan Deuteronomium 9: “Daarom moet u heden weten dat het de HEERE, uw God, is Die voor u uit de Jordaan overtrekt, een verterend vuur”[3].

Ook in het Nieuwe Testament wordt niet om de toorn van God heen gedraaid.
Laten wij elkaar wijzen op Johannes 3: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[4]. De vraag hoe wij in het leven staan heeft onder meer te maken met Gods toorn!

Laten wij nog een ogenblik naar Deuteronomium 4 kijken.
“Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis”[5].

Dat verbond zien we op heel wat plaatsen in Gods Woord terug. In de Psalmen bijvoorbeeld.
Denkt u alleen maar aan Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
HEER, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[6].
En:
“Gods vertrouwlijk’ omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont,
daar de HEER aan zijn beminden
zijn verbondsgeheimen toont”[7].

De toorn van God heeft alles te maken met Gods verbond. Dat verbond is een kwestie van belofte en eis. Aan Zijn eis kunnen mensen nimmer voldoen. Wij zijn afhankelijk van Goddelijke vergeving, vanwege het werk van Jezus Christus.

Als wij in de kerk spreken over de toorn van God, moeten wij onmiddellijk het verbond met Hem in beeld brengen.
De verleiding is groot om elkaar aan te kijken en te vragen: wat is de toorn van God eigenlijk?, om vervolgens al snel op licht blijmoedige toon te zeggen: God is liefde; in Zijn toorn negeert Hij ons niet – wat heerlijk!
Hoe waar dat laatste ook zijn mag, dat betekent vervolgens niet dat we ons met een jantje-van-leiden van het leven met God af kunnen maken! Zo van: Hij gaat met ons mee, en verder gaan we maar onze eigen gang.
De toorn van God is in de kerk een Verbondszaak.

Terecht schrijft iemand: “In het Oude Testament is de toorn van God een Goddelijke reactie op menselijke zonde en ongehoorzaamheid. Afgoderij was vaak de aanleiding voor Goddelijke toorn. Psalm 78:56-66 beschrijft de afgoderij van Israël. De toorn van God richt zich consequent op degenen die Zijn wil niet volgen (…). De profeten van het Oude Testament schreven vaak over een toekomstige ‘dag van razernij’ (…). Gods toorn tegen zonde en ongehoorzaamheid is volledig gerechtvaardigd omdat Zijn plan voor de mensheid heilig en volmaakt is, zoals God Zelf ook heilig en volmaakt is. God verschafte ons een mogelijkheid om Zijn Goddelijke gunst te verkrijgen – berouw – waarmee Gods toorn van de zondaar afgeleid wordt. Wie dat volmaakte plan afwijst, wijst Gods liefde, genade, barmhartigheid en gunst af, en roept Zijn rechtvaardige toorn over zich af”[8].

De toorn van God is een Verbondszaak.
Alleen daarom al is de toorn van God een zaak die levenslang impact heeft.
In Psalm 78 worden zaken uit de geschiedenis van Israël gememoreerd. Zeg maar: de Oudtestamentische kerkgeschiedenis komt aan de orde.
En daar staat dan:
“Hij sloeg Zijn tegenstanders vanachter,
Hij deed hun voor eeuwig smaad aan[9].
Een kind van God dat Zijn verbond negeert heeft daar voor eeuwig last van!

Wij leven in een tijd waarin de toorn van God niet al te veel aandacht krijgt.
Meestal hebben we al meer dan genoeg aan onze eigen sores.
En zegt u nou zelf: u bent al blij als uw kinderen gelovig blijven en met een zekere regelmaat een kerkdienst bezoeken.
Iemand geeft in het Nederlands Dagblad een treffende kenschets van de sfeer in onze tijd: “Mensen hoppen tegenwoordig maar van baan naar baan, van kerk naar kerk en van blad naar blad. De meeste van onze kinderen lezen het ND ook niet, maar als ouders zijn mijn man en ik allang blij dat ze nog geloven”[10].
De typering is raak. Maar dat betekent niet dat het verbond maar stilletjes achter de coulissen moet verdwijnen!

Zeker, in Romeinen 5 lezen wij: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn”[11].
Inderdaad – die troost blijft recht overeind staan.

Maar in een tijd van kerkelijke oppervlakkigheid, in een samenleving waarin diepgang zelden aan de orde blijkt, is het goed om de Verbondsernst eens te benadrukken.

Noten:
[1] Over Jesaja 33 schreef ik in mijn artikel ‘Jesaja 33 geeft de burger moed’, hier gepubliceerd op maandag 16 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/16/jesaja-33-geeft-de-burger-moed/ .
[2] Deuteronomium 4:24.
[3] Deuteronomium 9:3 a.
[4] Johannes 3:36.
[5] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘God raakt ons nooit kwijt’; hier gepubliceerd op dinsdag 16 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/16/god-raakt-ons-nooit-kwijt/ .
[6] Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/toorn-van-God.html ; geraadpleegd op donderdag 12 september 2019.
[9] Psalm 78:66.
[10] Dat zegt Mieke Wubs-Janssen uit Roden. In: “Ik vind de feuilleton zo spannend”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 12 september 2019 (rubriek ‘De lezer’), p. 21.
[11] Romeinen 5:8 en 9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.