gereformeerd leven in nederland

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 december 2018

Gevraagd: gehoorzaamheid en lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs hoorde ik iemand die ‘kerks opgevoed’ is, in onvervalst Gronings een treffende opmerking maken. Hij sprak: “Als ik zai wat er apmoal in wereld gebeurt, din denk ik van nou, Hai het toch ’n foutje mokt”. In vertaling luidt zijn statement: “Als ik zie wat er in de wereld gebeurt, dan denk ik: nou, Hij heeft toch een foutje gemaakt”[1].
De vraag die achter de stellingname van de spreker ligt is kraakhelder: als God zo machtig is, kan Hij toch ook wel zorgen dat de wereld er anders uitziet?
De heilige God krijgt, kortom, de schuld van het menselijk leed. En dat terwijl mensen er zelf een zootje van maken!

Met een schuin oog op het bovenstaande wijs ik nu op woorden uit Deuteronomium 8. Het zijn deze: “Weet dan in uw ​hart​ dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt, en neem de geboden van de HEERE, uw God, in acht door in Zijn wegen te gaan en door Hem te vrezen”[2].

Over Deuteronomium 8 schreef ik al eens: “In dat hoofdstuk wordt er op gewezen dat de tocht door de woestijn nodig is geweest om de Israëlieten te leren dat zij volledig afhankelijk zijn van God. (…) Lijden moet dus tot verootmoediging leiden.
In de woestijn leert Israël dat er meer is dan het brood der aarde. Uiteindelijk leeft iedereen van Gods Woord. Die levensles mogen ook wij ons eigen maken”[3].

Het is makkelijk om te zeggen: wij komen niet uit de woestijn.
Wij kunnen vervolgens simpelweg zeggen: in de supermarkt kunnen wij alles kopen wat wij van node hebben.
Wij kunnen daaraanvolgend mompelen: Deuteronomium 8 geldt derhalve niet meer voor ons; met die oude tekst kunnen wij niets meer aanvangen.
Maar dat gaat te snel. Veel te snel.

Want Deuteronomium 8 staat niet voor niets in onze Bijbels. Ook wij moeten leren dat we van God afhankelijk zijn.
In deze Nieuwtestamentische tijd behoren wij ons terdege te realiseren dat we onze Heiland in afhankelijkheid behoren te aanbidden. Want Hij heeft voor onze zonden betaald. Er was en is geen enkel ander schepsel op deze aarde dat die betaling kon verrichten.
Zelfs de sterkste mens kan dat niet. Zelfs de meeste intelligente mens kan dat niet.
De Enige die voor onze zonden betalen kon was de Here Jezus Christus. En dat deed Hij, in Zijn tijd op aarde en aan het kruis op Golgotha.
Zo zorgde Hij ervoor dat er in het aardse leven van Zijn kinderen altijd perspectief is. De weg naar Gods troon is open. De weg naar de hemel is geplaveid.
Daarom zegt Hij in Johannes 6: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet ​Mozes​ heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft”[4].
En:
“Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben”.

Terug nu naar Deuteronomium 8.
In dat hoofdstuk staat het volk Israël op het punt het land Kanaän binnen te trekken. Dat is – om Deuteronomium 8 te citeren – “een land met waterbeken, ​bronnen​ en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en ​granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing; een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken”[5].
Israël gaat eindelijk de rust vinden.
Israël gaat de welvaart tegemoet!

Wat zien wij als we overschakelen van Deuteronomium 8 naar de maatschappij van 2018?
We zien een samenleving die gaandeweg harder lijkt te worden. Men komt in actie tegen hoge brandstofprijzen, de verlaging van accijnzen, ontevredenheid over het zorgstelsel, de wens omtrent een ander migratiebeleid, de diepe wens om de pensioenleeftijd te verlagen, de wens van een basisinkomen voor iedereen alsmede het vertrek van de Neêrlandse minister-president.
De protestbeweging van de gele hesjes is heden ten dage een bekend fenomeen. Dood en verderf gaan bij de acties niet zelden hand in hand.
In die wereld leert de kerk “dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt”.
Gehoorzaamheid?
Het mocht wat!
Je moet voor je rechten opkomen, anders raak je binnen de kortste keren ondergesneeuwd!

Deuteronomium 8 roept de kerk niettemin op tot gehoorzaamheid.
En tot de lof op God, tevens.
Ik citeer: “Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft”[6].

De waarheid is in Jezus, het Brood des levens van Johannes 6.
Het is – om met Efeziërs 4 te spreken – de bedoeling “dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[7].

In Deuteronomium 8 is zogezegd sprake van het nieuwe land.
Ach, het is nog maar het begin.
In 2 Corinthiërs 5 zegt Paulus: alles wordt nieuw! Dat gaat zo: “als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door ​Jezus​ ​Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in ​Christus​ de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd”[8].

Om tenslotte Deuteronomium 8 nog eens te citeren: “…u moet de HEERE, uw God, in gedachten houden, dat Hij het is Die u kracht geeft om vermogen te verwerven, opdat Hij Zijn ​verbond​ zou bevestigen, dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft, zoals het op deze dag nog is”[9].

Bij het verbond dat Hij met Zijn kinderen gesloten heeft, steken die gele hesjes schril af.

En nee, de Verbondsgod maakt geen fouten.
Heus niet!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rtvnoord.nl/tv/programma/10250/Expeditie-Grunnen/aflevering/20351 ; geraadpleegd op maandag 3 december 2018.
[2] Deuteronomium 8:5 en 6.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Smart maakt soms sterk’, hier gepubliceerd op maandag 14 november 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/11/14/smart-maakt-soms-sterk/ .
[4] Johannes 6:32 b en 33.
[5] Deuteronomium 8:7 b, 8 en 9.
[6] Deuteronomium 8:10.
[7] Efeziërs 4:22, 23 en 24.
[8] 2 Corinthiërs 5:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 8:18.

23 oktober 2018

Veiligheid

Zo ongeveer de hele wereld lijkt in dit roerig tijdsgewricht bezig met activiteiten met betrekking tot het begrip dat tevens de titel van dit artikel is.
Op de site van de Volkskrant staat op donderdag 18 oktober 2018 een artikel over de veiligheid van scootmobielen; en vooral het gebrek aan die veiligheid[1]. De NOS kopt op dezelfde dag: ‘Nederlandse bouwsector al jaren niet meer serieus bezig met veiligheid’.

Bezig zijn met veiligheid is een must. Zeker in een land waar op ruim 41.000 vierkante kilometer zo’n 17.260.000 mensen wonen[2].

We zijn als Neêrlandse burgers verantwoordelijk voor elkaars welzijn.
Dat is trouwens niets nieuws.
Het Woord van God spreekt er al over.

In Deuteronomium 22 lezen we onder meer: “Wanneer u een nieuw ​huis​ bouwt, moet u op uw ​dak​ een borstwering maken, zodat u geen ​bloedschuld​ op uw ​huis​ laadt, wanneer iemand eraf valt”[3].

Over dat hoofdstuk schreef ik al eens: “Deuteronomium 22 gaat over rechten en plichten ten opzichte van de naaste. Zeg maar gewoon: over maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Stel dat u beesten tegenkomt die verdwaald zijn, maar die u herkent als dieren die behoren tot de veestapel van uw buurman. Zulke dieren mag u niet laten lopen. U moet ze naar de buurman terugbrengen. Datzelfde geldt ook voor kleren. Het feit dat u de buurman niet zo goed kent kan niet als excuus gelden.
Men moet maatschappelijk verantwoord bouwen. Wie dat niet doet, kan zomaar de grootst mogelijke ongelukken veroorzaken.
Bouwland moet men niet uitbuiten. De grond mag niet uitgemergeld worden. Kortom: het leven dient te worden beschermd”[4].

Het is duidelijk: wij zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de veiligheid in de samenleving. Dat gegeven is al zo oud als de Bijbel. In een seculiere samenleving raken wij dat echter in snel tempo kwijt.
Wij leven in een maatschappij waarin verantwoordelijkheden nogal eens worden afgeschoven, of zelfs domweg worden genegeerd. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als de winstmarges in het bedrijfsleven onder druk staan. In zo’n situatie blijkt dat geld boven verantwoordelijkheid gaat.
De heer Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zegt: “Als er een probleem is, kijkt iedereen weg. Als het mis gaat, wijst iedereen naar de ander. Iedereen zit meer aan de aansprakelijkheid te denken dan aan de vraag: hoe zorgen we dat dit nooit weer gebeurt? We zien bij onderzoeken altijd hetzelfde stramien: veel spelers, weinig verantwoordelijkheid”[5].
Laten we het maar zonder omwegen vaststellen: gebrek aan verantwoordelijkheid – dat is een goddeloos uitgangspunt!
In de kerk moeten we daarom Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus maar regelmatig blijven repeteren: “…terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen”[6].

Alles begint en eindigt bij de God van hemel en aarde.
Bij Hem die in Deuteronomium 12 afkondigt: “Maar u zult de ​Jordaan​ oversteken en gaan wonen in het land dat de HEERE, uw God, u in erfelijk bezit geeft. Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom u, en u zult veilig wonen. Dan zal daar de plaats zijn die de HEERE, uw God, zal ​uitkiezen​ om Zijn Naam daar te laten wonen”[7].

De God van hemel en aarde geeft garanties voor veilig leven en wonen!
Wie de diepte van die constatering peilen wil, moet het geheel van het Bijbelboek Deuteronomium overzien.

Dat Bijbelboek herinnert Gods volk eerst aan al datgene wat de Heere voor en met Israël gedaan heeft sinds de uittocht uit Egypte, in een periode van bijna veertig jaar[8].
De wetten die de Here gegeven heeft worden nog eens herhaald. Ze worden nog wat uitgebreid en vooral ook nader verklaard. Het moet het volk van God helder voor ogen staan dat de veiligheid die de Here geeft, aangeboden wordt binnen het kader van de door Hem verstrekte voorschriften. In die zin is veiligheid echt een Verbondszaak[9].
Daarom houdt de Here de tien geboden nog eens nadrukkelijk aan Zijn volk voor. Het belang van gehoorzaamheid wordt er bijna ingehamerd[10].
Binnen het verbond bloeit het leven op. Dan zijn er altijd mensen die goed leiding kunnen geven. Geen wonder eigenlijk dat Mozes’ opvolging uitstekend geregeld wordt[11].
Zo garandeert de God van het Verbond veiligheid aan Zijn volk!

Onze God geeft veiligheidsgaranties.
Dat dat geen broze zekerheden zijn, zien we in de wereldgeschiedenis.
Wie optimaal van die garanties wil genieten moet gehoorzaam naar Gods wetten leven.
Die veiligheidsgaranties zullen ook in de toekomst gelden, als zich nieuwe generaties aandienen.
Onze God pakt de veiligheid van Zijn kinderen groots en integraal aan!
Zo ongeveer de hele wereld is druk doende met het bevorderen van de veiligheid in deze wereld.
Bezig zijn met veiligheid is heden ten dage absoluut noodzakelijk.
Maar kerkmensen staan, als het hierom gaat, met 1-0 voor.
Want in de kerk mogen wij weten: God biedt Zijn kinderen bescherming.
In de kerk moeten wij echter ook beseffen: de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van onze medemensen is ten diepste een kwestie die thuishoort binnen de kaders van het Verbond.

Noten:
[1] Te vinden op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-scootmobiel-gevaarlijker-dan-de-fiets-en-de-auto-aan-die-rem-moeten-ze-echt-wat-doen-~b47dcb40/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_naar_oppervlakte en https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/bevolkingsteller ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[3] Deuteronomium 22:8.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Genderneutraal’, hier gepubliceerd op woensdag 25 oktober 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/10/25/genderneutraal/ .
[5] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/tjibbe-joustra-als-er-een-probleem-is-kijkt-iedereen-weg-als-het-mis-gaat-wijst-iedereen-naar-de-ander-~b6253525/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 107.
[7] Deuteronomium 12:10 en 11 a.
[8] Zie de hoofdstukken 1 tot en met 4 van dit Bijbelboek.
[9] Zie de hoofdstukken 5 tot en met 26 van dit Bijbelboek.
[10] Zie de hoofdstukken 27 tot en met 30 van dit Bijbelboek.
[11] Zie de hoofdstukken 31 tot en met 34 van dit Bijbelboek.

14 juni 2018

Hulp bij spiritueel tekort

“Hulp van buiten is nodig om spiritueel tekort GKV aan te vullen”.
Dat zegt dominee Maarten van Loon over ‘zijn’ kerken, de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).

In het Nederlands Dagblad stond er laatst een stukje over.

Geloven is in de GKv “een set waarheden” geworden.
Geloven is momenteel alleen maar een kwestie van het hoofd.
Veel gemeenteleden voelen dat aan. Zij gaan vervolgens spiritueel bijtanken. Het maakt niet zoveel uit waar dat bijtanken gebeurt.

Dominee Van Loon schrijft: “Persoonlijk denk ik dat er hulp van buiten nodig is als we als GKv stappen willen maken in het aanvullen van ons spirituele tekort. (…) Het gaat namelijk niet om een trucje dat je moet leren, maar om een verdieping en verbreding van je eigen spiritualiteit, het aanboren van lagen die er wel zijn, maar die nog niet benut worden”[1].

Een kerk die hulp van buiten nodig heeft… ik heb daar even tegen aan zitten kijken.

De kerk heeft namelijk eerst en vooral hulp van boven nodig.

Nu ik dat constateer, wijs ik meteen op de toespraak die Mozes voor Israël houdt, vlak voordat hij sterven gaat.
De laatste zinnen van die toespraak zijn: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u, Hij is uw majesteitelijke ​zwaard; daarom zullen uw vijanden zich geveinsd aan u onderwerpen, en ú zult hun hoogten betreden!”[2].

Veertig jaar lang heeft Mozes het volk geleid, uit Egypte tot vlak voor het beloofde land Kanaän.

Mozes prijst de Israëlieten gelukkig.
De kerk van het Oude Testament is uniek. Want God staat aan hun kant.
Hij voert uiteindelijk de gevechten voor Zijn volk. Hij is de grote Beschermer. Hij helpt waar dat nodig is, op ieder gewenst moment van dag of nacht. Israëlieten hoeven niet in training te gaan om strijdkracht te ontwikkelen. Want de overwinning komt van God!
Dat maakt vijanden bang. Gespeeld-nederig komen zij bij Israël. En het volk van God kan zonder veel moeite verder trekken. Desnoods dwars óver de hoogten die door de vijandelijke volken opgeworpen zijn om hun afgoden te dienen. Zo laten de Israëlieten zien: afgoden zijn niets waard; je moet het van God hebben.

In Deuteronomium 33 is dat geen overbodige boodschap.
Een relatief klein volk dat Kanaän compleet gaat ‘overnemen’ – dat is op z’n zachtst gezegd nogal ambitieus, zou je zeggen.
Maar Mozes zegt: als je God aan je zijde hebt, dan kan het lukken. En wanneer lukt dat dan? Als het in Zijn plan past.
Het innemen van het land Kanaän gaat lukken, omdat dat het welzijn van de Oudtestamentische kerk bevordert. Het gaat lukken, omdat het een grote stap is in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Dat wil niet zeggen dat er geen momenten zullen komen waarop het volk in grote nood komt. Er zullen ogenblikken zijn waarop het volk wanhopig naar boven blikt: God is er toch nog wel? Hij heeft Zijn hulp toch gegarandeerd? – nou, waar blijft Hij dan?

Nee, Mozes’ laatste oproep, zo vlak voor zijn sterven, is zeker niet overbodig.

Nu kunnen wij zeggen: luister eens, beste schrijver – dat is Deuteronomium 33. Maar wat heeft dat met 2018 te maken?

We hebben vandaag te maken met de Nieuwtestamentische kerk.
Die kerk moet de wil van God doen.
Die kerk moet het Evangelie verkondigen. De blijde Boodschap: er is redding door Jezus Christus!

Maar wat zeggen veel kerkmensen?
Die boodschap is wel goed, maar die past niet meer zo goed in de eenentwintigste eeuw. Je kúnt er op werkdagen zo weinig mee. We hébben er in het gewone leven zo weinig aan.
En nou ja, eigenlijk gaat het best wel goed zo. We kunnen onszelf best redden. We hebben de zaakjes netjes geregeld. Dus – wie doet ons wat?

Dat is het probleem in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En niet alleen daar.

Eigenlijk is dit een punt dat bij ons allemaal speelt: als we de boel nou keurig regelen, dan houden we de kerk wel overeind.

Maar de kwestie ligt anders.

Als je God aan je zijde hebt, dan gaat het kerkelijk leven bloeien. En wanneer bloeit dat dan? Als het in Zijn plan past.
De kerk krijgt Gods zegen, als zij met Zijn Woord leeft. Niet alleen op zondag; maar ook op dinsdag tot en met zaterdag. Zo’n leven bevordert het welzijn van de Nieuwtestamentische kerk. Zo zet de kerk iedere dag een grote stap in de richting van de heerlijke toekomst die God voor Zijn volk creëert.

Wanneer zijn onze gebeden het meest dringend?
Antwoord: als de nood hoog is. Als je heftige pijn voelt. Als je het idee hebt, dat de duivel je te pakken heeft. Als de toekomst dichtgetimmerd is. Als het leven totaal klem zit.

Daar
zit het probleem van veel christenen, Gereformeerd-vrijgemaakten inbegrepen.
Want zij hebben niet het idee dat de nood hoog is. Want och, het hobbelt nog prettig door. Nietwaar?
Laten we met z’n allen beseffen dat de nood hoog is. Als God niet machtig ingrijpt, dan gaan we ’t niet redden!

En als we dan bidden, moeten we niet denken dat de oplossing ons binnen een halfuurtje wordt aangeboden op ’t deftigste bonbonschaaltje dat er momenteel te koop is.
Soms moet je jaren wachten tot er perspectief komt.
Want God test Zijn volk nog wel eens: vertrouwt u echt op Mij, of doet u ’t toch liever zelf?

Deuteronomium 33 staat nog altijd in onze Bijbels: “Welzalig bent u, Israël! Wie is zoals u? U bent een volk dat door de HEERE verlost is. Hij is een ​schild​ en een hulp voor u”.
Nee, dat merken wij niet altijd.
Onze God is niet voortdurend aanwezig met megafoon en zwaailicht.
Maar Hij is altijd present. In alle rust. In alle stilte, soms.

En soms beseffen we pas achteraf: God heeft ingegrepen. Oftewel: wat er nu gebeurd is, dat moet wel van God komen. Dan realiseren we ons: dit heeft de hemelse God zo bestuurd.

In God geloven…
Bij God horen…
Kind van God zijn…
uiteindelijk is dat de grootste troost die er in dit leven is.

Laten we ons maar gewoon aan Psalm 2 houden:
“Vreest God den HEER en dient Hem naar zijn eis,
verheugt u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart”[3].

Zalig zijn die schuilen aan zijn hart.
Die schuilplaats biedt eeuwige bescherming!

Noten:
[1] GKv ‘heeft hulp van buiten nodig’. In: Nederlands Dagblad, maandag 28 mei 2018, p. 2 (rubriek Blogs en bladen).
[2] Deuteronomium 33:29.
[3] Dit is het laatste deel van Psalm 2:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 februari 2018

Onder u Zijn eeuwige armen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Laatst hoorden mijn vrouw en ik van een vriendin dat het niet zo goed met haar gaat.
Die vriendin is verbonden aan een universiteit. Zij stelt vrijwel altijd hoge eisen aan zichzelf. De lat ligt hoog. En u begrijpt het wellicht: als u wetenschap, accuratesse, perfectionisme en dagelijkse praktijk op één stapel legt wordt dat zomaar een opeenhoping waar u niet meer bovenuit kunt kijken. Daarmee is, naar ik vrees, het probleem van die vriendin getypeerd.
Wij allen zijn niet zelden geneigd om hoge eisen aan onszelf te stellen. Ook in de kerk komt dat voor. Wij moeten onze talenten gebruiken, zeggen we dan. Maar het gebeurt vaak dat we doordraven.

In verband met het bovenstaande attendeer ik vandaag graag op woorden uit Deuteronomium 33:
“De eeuwige God is voor u een woning,
en onder u zijn eeuwige armen.
Hij verdrijft de vijand voor u uit,
en zegt: Vaag hem weg!”[1].

Die tekst ziet er, in eerste instantie, wellicht uit als een dooddoener. Eeuwigheid? Het mocht wat! Wij leven nu. En dat is bij tijd en wijle al zwaar genoeg. De actualiteit ligt ons heel vaak tamelijk zwaar op de maag. Daar hebben we dan, als het een beetje meezit, ook nog een Schriftuurlijke redenering bij. Immers – “elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”, zegt Jezus in Mattheüs 6[2]. En velen beamen dat: de zorgen van vandaag zijn vooreerst genoeg.

Toch wil ik er in dit artikel gaarne voor pleiten Deuteronomium 33 wat nader te bezien.

In dit Schriftgedeelte wordt gesproken over de eeuwige God.
Dat is de God die er morgen ook is. En overmorgen ook. En de dag daarna ook. Hij is er altijd. Ook als wij het niet meer zien zitten. Ook als wij, op welke manier dan ook, ontsporen.

Ja maar, werpt u tegen, wij leven vandaag.
Die reactie is begrijpelijk.
Maar er staat: de eeuwige God is voor u een woning. Dat zegt wel iets. Want zegt u nu zelf: verhuizen doet u niet iedere dag. De Verbondsgod is steeds om u heen. Hij creëert een vertrouwde omgeving. Bij Hem mag u zich Thuis voelen. Voor eeuwig!

Zijn armen zijn gevouwen om mensen op te vangen als zij bijkans omvallen.
Is dat, als het er op aankomt, geen rustgevende troost?

Deuteronomium 33 is een hoofdstuk waarin Mozes zegeningen uitspreekt. Hij staat, zo vermeldt de schrijver, vlak voor zijn dood. De leider van de Israëlieten houdt zijn laatste toespraak. In die rede zien we vooral de genade van God naar voren komen.
Ruben, Juda, Levi, Benjamin, Jozef, Zebulon, Gad, Dan, Naftali en Aser – ze komen allemaal aan bod. Simeon ontbreekt echter in dit hoofdstuk; die stam zal op den duur opgaan in Juda.

Mozes is in het vervolg van dit kapittel heel stellig.
“Hij verdrijft de vijand voor u uit,
en zegt: Vaag hem weg!”.
Is dat, op de keper beschouwd, geen vervelende domper? Er staan heel wat zegeningen in dit hoofdstuk. En dan krijgen we dit. Op het eerste gezicht worden wij daar niet gelukkiger van.
Wij moeten ons echter niet vergissen.
De bedoeling is namelijk: de Here zal de Kanaänieten verjagen. Met andere woorden: de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij is de Strijder en Beschermer die nimmer faalt.

De God van het Verbond heeft eeuwige armen. In de kanttekeningen van de Statenvertaling wordt daarbij  aangetekend: “dat is, de eeuwige almachtigheid Gods zal hen beneden op aarde helpen en beschutten”[3].

De Here is een woning.
De Here vergadert Zijn volk in de kerk. Daar staat Hij, met Zijn armen wijd en uitnodigend: komt u gerust verder!
Daar, in de werkplaats van de Heilige Geest van God, gelden voor u en voor mij die welbekende en kalmerende woorden uit Psalm 33:
“In de grootste smarten
blijven onze harten
in de HEER gerust.
“k zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust”[4].
In de kerk heerst meestentijds vredige rust. In de kerk genieten wij, als het goed is, van de gemeenschap.
De God van hemel en aarde geeft bewegingsvrijheid aan Zijn volk. Hij geeft speelruimte aan elke volksgenoot!

Dat geeft kerkmensen gelegenheid om blijmoedig te werken. Maar het geeft diezelfde kerkmensen ook rust en ontspanning.

Die gerustheid, die kalmte gunnen gelovigen allen om hen heen.
Daarom zou ik tenslotte willen zeggen: welkom in de kerk!
En als het in de kerkzaal erg vol wordt… ach, dan zetten we er gewoon wat stoelen bij.

Noten:
[1] Deuteronomium 33:27.
[2] Mattheüs 6:34.
[3] Geciteerd via http://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Dt33.htm ; geraadpleegd op donderdag 25 januari 2018.
[4] Psalm 33:7; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.