gereformeerd leven in nederland

4 oktober 2019

Nooit kan ’t geloof teveel verwachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel wordt enig licht geworpen op woorden uit Deuteronomium 1[1].
Citaat: “Toen zei ik tegen u: Schrik niet voor hen terug en wees niet bevreesd voor hen. De HEERE, uw God, Die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden, overeenkomstig alles wat Hij voor uw ogen in ​Egypte​ voor u gedaan heeft, en in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats gekomen bent. Maar ondanks deze woorden geloofde u niet in de HEERE, uw God, Die voor u uit ging op de weg, om voor u een plaats te zoeken om uw ​tenten​ op te zetten; ’s nachts met het vuur, om u de weg te tonen die u moest gaan, en overdag met de wolk. Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer: Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven!”[2].

Dit is kerkgeschiedenis. Deuteronomium 1 is niet zomaar een terugblik op het verleden. Het is geen verhaal in de stijl van: met de kennis van nu zouden we ’t heel anders hebben aangepakt. Want in een paar woorden wordt hier duidelijk gemaakt hoe machtig en wijs de God van het verbond is. Bij Hem gaat nooit wat fout. Hij doet alles weloverwogen. En vooral: alles wat de almachtige God doet komt Zijn kerk ten goede.

Als het moet, gaat de Here voor Zijn kerk vechten. Hij levert strijd – alles om te laten zien hoe groot de liefde voor Zijn volk is!

Als het moet, gaat de Here Zijn kinderen dragen. Want Hij is sterk. Hij is de grote Organisator van Zijn huisgezin. Hij biedt permanente veiligheid. Hij stippelt routes uit die Israël volgen kan.

Er is geen vuiltje aan de lucht, zou men zeggen. Harmonieuzer kunnen de verhoudingen niet worden.
Maar zo simpel ligt dat niet. Waarom niet? Het volk van God gelooft eenvoudig niet wat Vader zegt. De situatie lijkt heel vaak niet al te veilig. Sterker nog: soms zijn de omstandigheden ronduit beangstigend! En moet je dan geloven dat ’t allemaal in orde komt? Ach, zo werkt dat niet. Want je moet je vandaag zien te redden. Toch?

De God van het verbond is woedend. Dit is toch niet te geloven? Dit zijn Zijn schepselen; God heeft hen Zelf geformeerd.
Furieus is Hij! Witheet!
Deze slechte generatie zal ten onder gaan. En dat hebben zij aan zichzelf te danken. Want zij miskennen de macht van hun Schepper!

Het is vele, vele eeuwen later. Mozes leefde ongeveer in de veertiende eeuw voor Christus[3]. Maar wij niet. Wij leven in 2019. De kerkgeschiedenis is voortgeschreden. In de wetenschap zijn ontelbaar veel ontwikkelingen geweest. En ook nu lezen wij Deuteronomium 1.
Gaan wij het beter doen dan het Israël van de veertiende eeuw voor Christus?
Het antwoord is, zo valt te vrezen, tamelijk ontluisterend.
Leest u maar mee in Mattheüs 24: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam.
En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden. En doordat de ​wetteloosheid​ zal toenemen, zal de ​liefde​ van velen verkillen”[4].
Het wordt er, kortom, allemaal niet beter op!

Moeten wij nu gaan vrezen dat de kerk ten onder gaat?
Nee.
Zover komt het niet. In Deuteronomium 1 al niet: “Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven! Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne: die zal het zien en aan hem zal Ik het land geven dat hij betreden heeft, en aan zijn ​kinderen, omdat hij erin volhard heeft de HEERE na te volgen”[5].
En:
“Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen”[6].
Ja, wij moeten een voorbeeld nemen aan Jozua en Kaleb.
In Numeri 14 wordt de naam van Kaleb ook genoemd: “Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen”[7].
En in Numeri 32 komen Jozua en Kaleb nog een keer langs: “De mannen die uit ​Egypte​ zijn vertrokken, van twintig jaar en daarboven, zullen het land niet zien dat Ik ​Abraham, Izak en ​Jakob​ gezworen heb te geven! Want zij hebben er niet in volhard Mij na te volgen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en ​Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er wél in volhard de HEERE na te volgen”[8].

Jozua en Kaleb – die namen worden er bij ons ingehamerd.
Waarom?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft de reden: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na”[9].
Jozua en Kaleb – onthoud die namen!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Gods Woord na: “Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[10].

We leven in een tijd waarin jan en alleman allerlei individuele wensen heeft ten aanzien godsdienst en prediking. Onlangs zei de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D.J. van Diggele daarover: “De kerkganger wil in de kerk op maat bediend worden. Als predikant sta je voor mensen met verschillende behoeftes. Ondertussen vinden mensen preken ingewikkeld, vinden ze dat er niet genoeg aandacht is voor de jeugd”[11].
Intussen is de vraag of wij inderdaad geloven dat de Here voor ons strijden zal.
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: ga niet roepen dat ’t christelijk geloof vandaag niet zoveel meer voorstelt
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: houdt het vuur van de liefde tot God brandend. Voordat u ’t weet wordt het in en rond uw leven kil.
Voordat u ’t weet wordt het geloof vormelijk; de kerk wordt een kouwe bedoening.
Laten wij ’t maar proclameren: houd Jozua en Kaleb in gedachten!

Noten:
[1] De titel van dit artikel is de eerste regel van Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Deuteronomium 1:29-35.
[3] Zie voor deze datering https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 september 2019.
[4] Mattheüs 24:9-12.
[5] Deuteronomium 1:35 en 36.
[6] Deuteronomium 1:37.
[7] Numeri 14:24.
[8] Numeri 32:11 en 12.
[9] Hebreeën 13:7.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[11] Geciteerd uit: “Dominee gaat verder als vrachtwagenchauffeur”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 september 2019, p. 6.

17 september 2019

Gods toorn en de Verbondsernst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Wie onder ons kan verblijven bij een verterend vuur? Wie onder ons kan verblijven bij een eeuwige gloed?”. Dat zijn woorden uit Jesaja 33[1].

Als de profeet dat zegt is hij trouwens niet origineel.
Denkt u maar aan Deuteronomium 4: “Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God”[2]. En aan Deuteronomium 9: “Daarom moet u heden weten dat het de HEERE, uw God, is Die voor u uit de Jordaan overtrekt, een verterend vuur”[3].

Ook in het Nieuwe Testament wordt niet om de toorn van God heen gedraaid.
Laten wij elkaar wijzen op Johannes 3: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[4]. De vraag hoe wij in het leven staan heeft onder meer te maken met Gods toorn!

Laten wij nog een ogenblik naar Deuteronomium 4 kijken.
“Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis”[5].

Dat verbond zien we op heel wat plaatsen in Gods Woord terug. In de Psalmen bijvoorbeeld.
Denkt u alleen maar aan Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
HEER, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[6].
En:
“Gods vertrouwlijk’ omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont,
daar de HEER aan zijn beminden
zijn verbondsgeheimen toont”[7].

De toorn van God heeft alles te maken met Gods verbond. Dat verbond is een kwestie van belofte en eis. Aan Zijn eis kunnen mensen nimmer voldoen. Wij zijn afhankelijk van Goddelijke vergeving, vanwege het werk van Jezus Christus.

Als wij in de kerk spreken over de toorn van God, moeten wij onmiddellijk het verbond met Hem in beeld brengen.
De verleiding is groot om elkaar aan te kijken en te vragen: wat is de toorn van God eigenlijk?, om vervolgens al snel op licht blijmoedige toon te zeggen: God is liefde; in Zijn toorn negeert Hij ons niet – wat heerlijk!
Hoe waar dat laatste ook zijn mag, dat betekent vervolgens niet dat we ons met een jantje-van-leiden van het leven met God af kunnen maken! Zo van: Hij gaat met ons mee, en verder gaan we maar onze eigen gang.
De toorn van God is in de kerk een Verbondszaak.

Terecht schrijft iemand: “In het Oude Testament is de toorn van God een Goddelijke reactie op menselijke zonde en ongehoorzaamheid. Afgoderij was vaak de aanleiding voor Goddelijke toorn. Psalm 78:56-66 beschrijft de afgoderij van Israël. De toorn van God richt zich consequent op degenen die Zijn wil niet volgen (…). De profeten van het Oude Testament schreven vaak over een toekomstige ‘dag van razernij’ (…). Gods toorn tegen zonde en ongehoorzaamheid is volledig gerechtvaardigd omdat Zijn plan voor de mensheid heilig en volmaakt is, zoals God Zelf ook heilig en volmaakt is. God verschafte ons een mogelijkheid om Zijn Goddelijke gunst te verkrijgen – berouw – waarmee Gods toorn van de zondaar afgeleid wordt. Wie dat volmaakte plan afwijst, wijst Gods liefde, genade, barmhartigheid en gunst af, en roept Zijn rechtvaardige toorn over zich af”[8].

De toorn van God is een Verbondszaak.
Alleen daarom al is de toorn van God een zaak die levenslang impact heeft.
In Psalm 78 worden zaken uit de geschiedenis van Israël gememoreerd. Zeg maar: de Oudtestamentische kerkgeschiedenis komt aan de orde.
En daar staat dan:
“Hij sloeg Zijn tegenstanders vanachter,
Hij deed hun voor eeuwig smaad aan[9].
Een kind van God dat Zijn verbond negeert heeft daar voor eeuwig last van!

Wij leven in een tijd waarin de toorn van God niet al te veel aandacht krijgt.
Meestal hebben we al meer dan genoeg aan onze eigen sores.
En zegt u nou zelf: u bent al blij als uw kinderen gelovig blijven en met een zekere regelmaat een kerkdienst bezoeken.
Iemand geeft in het Nederlands Dagblad een treffende kenschets van de sfeer in onze tijd: “Mensen hoppen tegenwoordig maar van baan naar baan, van kerk naar kerk en van blad naar blad. De meeste van onze kinderen lezen het ND ook niet, maar als ouders zijn mijn man en ik allang blij dat ze nog geloven”[10].
De typering is raak. Maar dat betekent niet dat het verbond maar stilletjes achter de coulissen moet verdwijnen!

Zeker, in Romeinen 5 lezen wij: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn”[11].
Inderdaad – die troost blijft recht overeind staan.

Maar in een tijd van kerkelijke oppervlakkigheid, in een samenleving waarin diepgang zelden aan de orde blijkt, is het goed om de Verbondsernst eens te benadrukken.

Noten:
[1] Over Jesaja 33 schreef ik in mijn artikel ‘Jesaja 33 geeft de burger moed’, hier gepubliceerd op maandag 16 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/16/jesaja-33-geeft-de-burger-moed/ .
[2] Deuteronomium 4:24.
[3] Deuteronomium 9:3 a.
[4] Johannes 3:36.
[5] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘God raakt ons nooit kwijt’; hier gepubliceerd op dinsdag 16 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/16/god-raakt-ons-nooit-kwijt/ .
[6] Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/toorn-van-God.html ; geraadpleegd op donderdag 12 september 2019.
[9] Psalm 78:66.
[10] Dat zegt Mieke Wubs-Janssen uit Roden. In: “Ik vind de feuilleton zo spannend”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 12 september 2019 (rubriek ‘De lezer’), p. 21.
[11] Romeinen 5:8 en 9.

16 augustus 2019

Onpersoonlijke God?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds”.

Deze woorden zijn afkomstig van Liebje Hoekendijk uit Bussum. Achtentachtig jaar is ze. Op zaterdag 10 augustus jongstleden wordt ze in het Nederlands Dagblad geïnterviewd.
Liebje zegt onder meer het volgende.
“Als tiener bad ik veel. Ik praatte tegen God om mijn eigen gedachten te ordenen. Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide. Op zondag ga ik niet naar de kerk, maar ik drink wel iedere week koffie met de ouderen van de protestantse gemeente in Bussum. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, vroeg ze me: ‘Zie ik jou later bij de troon van God?’ Voor geen goud wilde ik haar verdriet doen, maar ik wilde ook niet liegen. Daarom zei ik: ‘Ik heb het geloof nooit afgezworen’. Dat was voor haar voldoende”[1].

Het geloof in een persoonlijke God is wat naar de achtergrond geschoven.
Dat is, in zekere zin, bijzonder.
Gelooft Liebje Hoekendijk in een God die vooral onpersoonlijk is?
Gelooft zij in een God die zich niet bemoeit met individuele personen?
Voor de gemiddelde burger ziet dit mentale bochtenwerk er in eerste instantie enigermate ingewikkeld uit.

Hoe dat zij, wanneer wij nadenken over een persoonlijke God is het nuttig om elkaar te wijzen op Deuteronomium 7.
Citaat –
“Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte.
Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.
En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk; Hij zal tegenover wie Hem haat niet aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.
En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden”[2].

Het is van belang om de liefde van de Here hier prominent in beeld te houden. In Deuteronomium 7 gaat het niet om een werkgever en zijn personeel. De zaak draait niet om een simpele afspraak: als u dit doet, zal Ik dit voor u regelen. Hier is liefde in ’t spel.
De Here wil met heerlijke perfectie voor Zijn volk zorgen. Hij wil niets liever dan al Zijn kinderen, hoofd voor hoofd, gelukkig maken. En aan Hem zal het niet liggen! Want Hij blijft trouw. Hij zal nooit zeggen: zoek het nu in het verdere van uw leven maar uit.
Wanneer Israël roemloos in de vangrail eindigt, zal de Here al Zijn kinderen in grote genegenheid bij Zich roepen om hen weldadig herstel te geven.

In dat kader wordt in Deuteronomium 7 nadrukkelijk gewezen op de persoonlijke verantwoordelijkheid. Onze God, de Schepper van hemel en aarde, heeft wel degelijk aandacht voor individuen.
Mensen die Hem haten, ziet Hij.
Mensen die Hem liefhebben, ziet Hij dus ook.

Het eigenaardige is dat bij de Heer van de kosmos individu en volk in één oogopslag gezien worden.
Want in Deuteronomium 7 lezen we ook: “Want u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is”[3].
Gods volk en Zijn kind – die worden in Gods Woord in één adem genoemd.

Liebje Hoekendijk zegt: “Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide”.
Dat moet een vredig sfeertje geweest zijn! Stel u voor: een God die altijd welwillend glimlacht! Stel u voor: een God die niet teveel zegt en vooral een arm om u heen slaat!
Dat ziet er prachtig uit, maar het is onzin.
In Deuteronomium 7 wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de Here, vanwege Zijn diepgewortelde en diepdoorvoelde liefde heel veel doet. Hij bevrijdt nota bene een complete natie, Zijn eigen volk, uit de onderdrukking.
Er staat trouwens ook: “En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten”. Onze God leunt niet achterover bij stemmig kaarslicht, met een sigaar in de mond!

De manier van denken van Liebje Hoekendijk doet denken aan New Age.
New Age is, zo noteerde iemand, “een mix van verschillende ideeën en tradities vermengd met oosterse spiritualiteit, filosofie, psychologie en natuurkundige ideeën. Aanhangers van de New Age verlangen naar verbondenheid met het goddelijke, de levensbron en de eeuwige energie. Een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is. Men ervaart het leven niet langer als statisch en onveranderlijk, maar verrassend en groeiend naar levensdoelen. Men streeft naar een Nieuw Tijdperk”[4].
Daar is het: een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is!

Gods Woord drukt ons op het hart dat de Here alle mensen persoonlijk kent.
Denkt u maar aan 2 Corinthiërs 5: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van ​Christus​ openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad”[5].

Nog één keer kom ik terug bij Deuteronomium 7.
De Here stimuleert ons, hoofd voor hoofd, om Hem Persoonlijk trouw te zijn.
Zijn beloften zijn volstrekt duidelijk: “En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden. Dan zal het gebeuren, omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft. Hij zal u ​liefhebben, u ​zegenen​ en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot ​zegenen​ en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe ​wijn​ en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven. Gezegend zult u zijn boven al de volken”[6]!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 20.
[2] Deuteronomium 7:8-11.
[3] Deuteronomium 7:6.
[4] Geciteerd van https://www.spiritualnet.nl/8-religies/18-new-age ; geraadpleegd op maandag 12 augustus 2019. Zie ook mijn artikel ‘Het goddelijke in jezelf…?’, hier gepubliceerd op woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[5] 2 Corinthiërs 5:10.
[6] Deuteronomium 7:11-14 a.

16 juli 2019

God raakt ons nooit kwijt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deuteronomium 4 – dat is een lang hoofdstuk waarin Mozes zijn volksgenoten aanspoort om naar de geboden van God te leven.

Voeg niets toe!, waarschuwt Mozes.
Knabbel er niet een stukje van af!, vermaant Mozes Israël.
Want, zegt hij, u weet best dat de Here hard kan ingrijpen. Hij kan zelfs Zijn tegenstanders doden; dat hebt u zelf gezien.
Als u zich aan Gods geboden houdt, zullen de volken in de omgeving zeggen: wat een wijs en verstandig volk is dat!
Denk erom, zegt Mozes, vergeet die geboden niet. Stop ze niet weg. God heeft u Zijn geboden gegeven. Dat zijn verbondswoorden. Dat verbond is van blijvende betekenis.

Mozes zegt: “Daarom moet u heden weten en ter harte nemen dat de HEERE God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders! En u moet Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u heden gebied, alle dagen in acht nemen, opdat het u en uw ​kinderen​ na u goed gaat en opdat u uw dagen verlengt in het land dat de HEERE, uw God, u geeft, alle dagen”[1].

God heeft een verbond met mensen gesloten.
Het is dat verbond dat in Deuteronomium 4 centraal staat.
Dat verbond komen wij in Deuteronomium 3 en 4 steeds weer tegen. Leest u maar mee.
Deuteronomium 3:
“Hij maakte u Zijn ​verbond​ bekend, dat Hij u beval te doen, de Tien Woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen”[2].
En:
“Wees op uw hoede, dat u het ​verbond​ van de HEERE, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en voor u een beeld maakt, de afbeelding van enig ding dat de HEERE, uw God, u verboden heeft”[3].
En Deuteronomium 4:
“De HEERE, onze God, heeft een ​verbond​ met ons gesloten bij de ​Horeb. Niet met onze vaderen heeft de HEERE dit ​verbond​ gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn”[4].

Denk erom, zegt Mozes ook, u bent door de Here God uitgekozen om bij Hem te horen: “ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit ​Egypte​ geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is”[5].

Een dominee zei eens in een preek: “…nergens lezen we dat God zijn verbond met Israël verbroken heeft. Israël heeft dat van zijn kant af wel vaak gedaan, maar de Here heeft zijn verbond met Israël niet afgeschaft. De Here komt niet op zijn afspraken terug! Hij blijft trouw aan wat Hij beloofd heeft. En daarbij komt ook dit: door het geloof in de Here Jezus, worden wij bij Gods verbond met Israël ingelijfd. God heeft wilde scheuten op de edele olijfboom geplant. Zo mogen ook wij heidenen door Zijn genade bij Zijn volk horen”[6].
Zo komt het dat ook Nederlanders in dat verbond opgenomen zijn!
Zo komt het dat Deuteronomium 4 ook in 2019 nog volop actueel is.

En het betreft hier een eeuwig verbond.
De Here spreekt er al over in Genesis 9: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[7]. En de profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël spreken er ook over.
En trouwens – in Psalm 105 zingen we al sinds jaar en dag:
“Vraagt naar de HEER en naar zijn sterkte
naar Hem die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt al wat Hij heeft verricht.
Slaat acht op ’t oordeel van zijn mond
en vreest Hem, volk van Gods verbond[8].

In het formulier voor de heilige doop wordt het zonder omwegen gezegd: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit. Hij neemt ons tot zijn kinderen en erfgenamen aan en zal ons daarom van al het goede voorzien en al het kwade van ons weren of voor ons doen meewerken ten goede”[9].

Het is belangrijk om het bovenstaande vast te houden.
In onze maatschappij hebben we veel te maken met dementie.
Experts schrijven: “In Nederland hebben ruim 280.000 mensen dementie.
Hiervan zijn er 12.000 jonger dan 65 jaar.
Hiervan wonen er ruim 80.000 in verpleeg- of verzorgingshuizen.
Hiervan hebben er ruim 100.000 nog geen diagnose.
Ieder uur krijgen vijf mensen in Nederland dementie. Erkenning duurt echter lang. Gemiddeld duurt het 14 maanden voordat de diagnose wordt gesteld. Bij jonge mensen duurt dit gemiddeld meer dan vier jaar.
Het aantal mensen met dementie zal als gevolg van de vergrijzing in de toekomst explosief stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar ruim 620.000”[10].
U begrijpt: er is nog niets gezegd over zestigplussers die niet dementeren, maar wel wat vergeetachtig worden.
Even voor ons beeld: er zijn in totaal ruim 4 miljoen zestigplussers in ons land[11]!
Voor al die ouderen is het des te belangrijker om te beseffen dat de God van het verbond een eeuwig verbond met Zijn kinderen sluit.
Dat verbond geldt ook als het verstand minder goed wordt.

Wilt u daar een voorbeeld van?
Vooruit dan.

Woensdag 10 juli 2019: schrijver dezes en zijn vrouw gaan op bezoek bij wat oudere vrienden. Achter in de zeventig zijn ze.
En het is bekend: zij dementeert. Vijf, zes keer vraagt de vrouw des huizes wat haar gasten in de koffie hebben. Terwijl zij vroeger een uiterst actieve vrouw en moeder was.
Hij controleert alles wat zij doet. Vrijwel voortdurend volgt hij haar met de ogen.
Het gesprek is geanimeerd.
Maar iedere aanwezige in de kamer weet en voelt: de afbraak van het bestaan is hier realiteit.
Wij houden het elkaar voor: wij gaan de goede kant op. Zo zeggen wij dat letterlijk. En dat wordt grif beaamd.

Voor dezulken blijft het recht overeind:
“God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken”[12].
Mensen kunnen van alles kwijt raken. Zelfs hun geheugen en verstand. Maar God raakt ons nooit kwijt!
Dat geldt voor ouderen. En ja, natuurlijk geldt dat ook voor jongeren.

Laten we Hem daarom maar trouw dienen.
Met de mogelijkheden die wij hebben.
Gewoon in het leven van alledag.
Velen kijken enigszins laatdunkend en meewarig naar gelovige kerkleden. “Mensen die religieus zijn, zijn over het algemeen minder intelligent dan atheïsten”, stelden geleerde onderzoekers eens vast. “De onderzoekers gaan ervan uit dat religieuzen gewend zijn meer op hun intuïtie te vertrouwen”[13]. Hier op aarde moge dat zo zijn. Maar Gods kinderen kijken verder. En daarom gaan zij moedig op pad. Iedere dag die hen op deze aarde gegeven wordt. Op weg naar de eeuwigheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 4:39 en 40.
[2] Deuteronomium 3:13.
[3] Deuteronomium 3:23.
[4] Deuteronomium 4:2 en 3.
[5] Deuteronomium 4:20.
[6] De woorden zijn geciteerd uit een preek van de hervormde predikant dr. G.C. Vreugdenhil. Te vinden op https://www.gcvreugdenhil.nl/preek/verbond-heel-leven/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[7] Genesis 9:16.
[8] Psalm 105:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. Citaat van p. 513.
[10] Geciteerd van https://www.alzheimer-nederland.nl/factsheet-cijfers-en-feiten-over-dementie ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[11] Zie hiervoor https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7461bev/table?ts=1562922010921 ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.
[12] Dit zijn de eerste regels van Psalm 105:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Geciteerd van https://www.hln.be/wetenschap-planeet/-atheisten-zijn-intelligenter-dan-gelovigen~a57885be/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 juli 2019.

29 april 2019

Keuzevrijheid versus Deuteronomium 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”[1].
Zo staat dat in Deuteronomium 10.
Zo staat dat in onze Bijbels, ook anno Domini 2019.

Dat lijkt niet te passen bij onze maatschappij. Want in onze samenleving moet je keuzevrijheid hebben. Zodra dat niet meer zo is, gaan massa’s mensen scheef kijken.

Een voorbeeld daarvan is Siriz. Die organisatie pleit in voorlichting en campagnes voor één oplossing bij ongewenste zwangerschap: behoud van het kind.
Dat kan niet, zeggen heel wat Tweede Kamerleden. Mensen moeten wat te kiezen hebben.
De directeur van Siriz zegt: bij de concrete hulp aan zwangere vrouwen reiken we altijd meer dan één oplossing aan.
Maar de Tweede Kamer blijft kritisch. Want de keuzevrijheid is heilig.

Het Nederlands Dagblad meldt op donderdag 25 april jongstleden: “De linkse oppositie in de Tweede Kamer doet een uiterste poging om te voorkomen dat de organisatie Siriz subsidie krijgt van de overheid. Maar die poging strandt vandaag, omdat ook regeringspartijen VVD en D66 voorlopig kunnen leven met de subsidietoekenning”.
Staatssecretaris Blokhuis zegt: “Ik ga de gunning van de subsidie dan ook niet opschorten”[2].
Dat gaat dus nog net goed.
Maar het is duidelijk dat aardig wat Neêrlandse politici hun vergrootglas hebben gepakt om Siriz eens uitgebreid te bekijken en waar nodig niet-christelijke mores te leren.

In zo’n wereld staat het nog altijd in onze Bijbels: “De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

In het Bijbelboek Deuteronomium vinden we de afscheidsrede van Mozes. Het Bijbelboek bevat in totaal vier redevoeringen.
Deuteronomium 10 maakt deel uit van redevoering twee.
Daarin worden de Tien Geboden uitgebreid toegelicht. Ook zijn er heel wat bepalingen over het sociale leven: bepalingen voor aanbidding, reinheid, belastingen, de drie jaarlijkse feesten, de handhaving van het recht, van koningen, priesters en profeten, oorlog enzovoort[3].

Dat klinkt streng. Het ziet er bovendien ingewikkeld uit.
Er moet van alles. Je kunt maar één richting uit.
Is dat in 2019 nog wel te verkopen?
Zeker wel.
Maar dan moeten u en ik helder aangeven dat het allemaal niet bij die strenge regels begint.

Om het juiste startpunt aan te geven citeer ik nog een stukje uit Deuteronomium 10.
“Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is. Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].
Alles begint bij de liefde van God voor Zijn volk.

Vanuit die liefde geeft de Here Zijn zorg aan de mensen die het moeilijk hebben: de wees, de weduwe – en nog heel veel andere mensen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk uit Egypte bevrijd.
Vanuit die liefde zorgt God voor zwervers en vreemdelingen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk vruchtbaar gemaakt: er kwamen heel veel kinderen.
Jazeker, dat staat ook in Deuteronomium 10[5].

Deuteronomium 10 staat, kortom, bol van Gods liefde voor het menselijk leven.

Terug nu naar Siriz.
Op hun internetpagina staat te lezen: “Siriz – bemoedigend, oog voor elkaar, krachtig. Onze waarden zijn gebaseerd op een christelijke levensbeschouwing”[6].
Siriz werkt dus vanuit Gods liefde voor het menselijk leven.

Maar wat zeggen veel Tweede Kamerleden? Zij zeggen: Siriz biedt geen keuzevrijheid.
Misschien zeggen de parlementariërs ook wel: Gods liefde zegt ons niets; daar kunnen we niks mee.

Kort gezegd lijkt het er op neer te komen dat u en ik er allerlei levensovertuigingen op na mogen houden. En ja, u mag zichzelf gerust ‘christelijk’ noemen. Als u dan maar meteen beseft dat daar, wat veel medemensen betreft, een zekere eenzijdigheid in zit.

Niet-christenen realiseren zich blijkbaar niet dat het kortzichtig is om christelijke levensbeschouwingen zoveel mogelijk te negeren. Zo van: dat is niet ‘onze’ richting, dat past niet bij ons.

Gereformeerde Nederlanders moeten goed zien in welke samenleving zij leven.
En laten we er maar niet omheen draaien: de verleiding is groot om maar een beetje mee te praten. Over keuzevrijheid. En over tolerantie. De één mag dit vinden en de ander dat. Want zo gaat dat in het leven.
Voordat wij ’t weten staat de God van hemel en aarde in een rijtje van levensovertuigingen waar – zoals dat heet – wel wat in zit.

Laten we goed voor ogen houden dat God ons lief heeft.
Niet maar voor een stukje.
Niet maar een beetje.
In 1 Johannes 4 lezen we vervolgens: “Al wie belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de ​liefde​ die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is ​liefde​ en wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God in hem”[7].
Laten we er maar voor uit komen dat wij onverbrekelijk verbonden zijn met de God van hemel en aarde!
Daar mogen we voor gaan!

Mozes zegt in Deuteronomium 10 tegen Israël: “Hij is uw lof en Hij is uw God, Die bij u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben”[8].
Dat is nog eens wat anders dan wat omzichtig en zuinig gepraat over keuzevrijheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 10:20.
[2] “Weer poging om subsidie voor Siriz te stoppen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 25 april 2019, p. 2.
[3] Zie hiervoor ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[4] Deuteronomium 10:12-15.
[5] Deuteronomium 10:18-22.
[6] Geciteerd van https://www.siriz.nl/over-siriz/visie-en-missie/ ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[7] 1 Johannes 4:15 en 16.
[8] Deuteronomium 10:21.

2 april 2019

Weg met vage verhalen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wat zijn de behoeften van de jeugd?
Toegegeven – het is gevaarlijk om daar als scribent van middelbare leeftijd iets over te schrijven.
Eén ding is echter wel zeker: jongeren houden niet van vage verhalen[1].

De kerk moet concreet zijn. Er moet begrijpelijke taal worden gesproken. De boodschap die er wordt gebracht moet herkenbaar en inzichtelijk wezen.

Jongeren zijn de verlegenheid voorbij.
Zij pleiten voor duidelijkheid. Zij willen focus. Zij wensen dat de kerk de waarheid verkondigt. En niks anders dan dat.
Gedoe eromheen? Nee, dat is niet aan jongeren besteed.

Wat die duidelijkheid betreft is er overigens niets nieuws onder de zon.
Gods Woord geeft al aan hoezeer helderheid nodig is.

Als het volk Israël in Deuteronomium 27 wordt herinnerd aan Gods wetten en regels, wordt daar bij gezegd dat ze zorgvuldig gegraveerd moeten worden. Er mag geen misverstand over ontstaan. Ik citeer: “U moet op de stenen alle woorden van deze wet schrijven, duidelijk en goed”[2].
De Israëlieten moeten goed weten welke straffen er staan op overtreding van Gods geboden: “De ​Levieten​ moeten het woord nemen en tegen alle mannen van Israël zeggen met luide stem: Vervloekt is de man die een gesneden of ​gegoten beeld​ maakt, een gruwel voor de HEERE, het werk van de handen van een vakman, en dat op een verborgen plaats neerzet! En heel het volk moet antwoorden en zeggen: ​Amen”[3].
Heel Israël moet duidelijk horen wat er gezegd wordt. Al Gods kinderen behoren in hun leven te laten zien wat die leefregels betekenen.

Dat betekent ook: Gods Woord moet goed uitgelegd worden.
Dat wordt in Nehemia 8 ook gedaan. U weet het wellicht wel: in het Bijbelboek Nehemia gaat het over de herbouw van de muren van Jeruzalem.
Maar daar vindt ook geestelijke opbouw plaats. Echte gemeenteopbouw, zogezegd. Men luistert geconcentreerd. Leest u maar mee: “En ​Ezra​ loofde de HEERE, de grote God, en heel het volk antwoordde, onder het opheffen van hun handen: ​Amen, ​amen! Zij knielden en bogen zich neer voor de HEERE met het gezicht ter aarde. Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja en de ​Levieten​ onderwezen het volk in de wet, en het volk stond op zijn plaats. Zij lazen uit het ​boek​ voor, uit de wet van God, gaven uitleg en verklaarden de betekenis, zodat men de voorlezing begreep”[4].
De leiders van de Israëlieten hebben, nu de ballingschap achter de rug is, heel goed door dat het kennen van en luisteren naar Gods wet veel consequenties heeft. Wandelen met God: dat moet te zien zijn.

Laten wij ook een ogenblik op Handelingen 4 letten.
In dat Schriftgedeelte lezen we dat apostelen gearresteerd worden.
Petrus en Johannes moeten zich voor een kerkelijke rechtbank verantwoorden.
De kerkelijke leiders zijn verlegen met de Evangelieverkondiging. Zij kunnen er echter niet omheen: “Wat zullen wij met deze mensen doen? Want dat er een alom bekend teken door hen is verricht, is duidelijk voor allen die in Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet ontkennen”[5].
Het is zonneklaar Wie in Handelingen 4 de macht in handen heeft. Heel de stad heeft er van gehoord. In Jeruzalem is er niemand meer die Hem negeren kan.

Wat kunnen wij van Deuteronomium 27, Nehemia 8 en Handelingen 4 leren?
In ieder geval dit: het Evangelie moet zo gebracht worden dat niemand het veronachtzamen kan. Dat is de stijl van onze God.

Vage verhalen komen voort uit de denkwereld van de mens.
Hoe ziet die wereld eruit? We praten dan over zaken als diep bederf, oproerigheid en koppigheid. Men zou kunnen zeggen dat mensen van nature met een enigszins vertroebelde blik naar Gods Woord kijken.

Denkt u vooral niet dat het bovenstaande aan het brein van schrijver dezes ontsproten is. Dat is namelijk niet het geval.
Het werd in 1618/’19 reeds te Dordrecht opgeschreven.
Volgens de zielzorgers uit Dordt beschikken wij over de volgende eigenschappen: “…wat zijn verstand betreft, blindheid, verschrikkelijke duisternis en een onbetrouwbaar en verdorven oordeel; wat zijn wil en hart aangaat, slechtheid, opstandigheid en hardnekkigheid; en bovendien in al zijn verlangens onzuiverheid”[6].
De waarnemingen die men in de zeventiende eeuw deed hebben, als u het mij vraagt, in de eenentwintigste eeuw nog niets van hun actualiteit verloren. In de grond van de zaak is er nog niks veranderd.

Dat zo zijnde moeten we in de kerk scherp blijven. En we moeten kerkgangers scherp houden.
Als we dat niet doen komen we zomaar terecht in de sfeer van mistige mystiek. Voor wij het weten wandelen we rond in een sfeer van narratieve nevels: vertellingen over de Bijbel die het treurige leven enigermate opleuken.

In de kerkelijke wereld voelt men momenteel weinig scherpte.
Zeker, preken klinken soms nog wel goed. Maar de praktijk is maar al te vaak mijlenver van zulke predicaties verwijderd.

Hoe zal dat zijn in, laten wij zeggen, het jaar 2029?
Professor dr. H.C. Stoffels, eertijds hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, sprak eens : “De kerk zal in 2029 een bescheiden maar wel aanwezige minderheid zijn. Er zal geen sprake zijn van een massale terugkeer naar religie, zeker niet van terugkeer naar de kerk”[7] .

Inderdaad: die befaamde socioloog sprak slechts woorden.
Maar intussen weten wij niet welke daden de hemelse God in de zin heeft.
Want zeg nu zelf: onze God kan wonderen doen.
En bovendien zou het best zo kunnen zijn dat de Here Jezus Christus vóór het jaar 2029 terugkeert op de wolken. Wie zal het zeggen?

Weet u wat de apostelen uit Handelingen 4 deden, toen ze weer vrijgelaten waren?
Ze gingen bidden.
Samen met andere volgelingen van Christus betraden zij in het gebed de troonzaal van God.
Leest u maar even mee. Zij “verhieven eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn, en Die bij monde van ​David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn ​Gezalfde”[8].
Ziet u dat? In Handelingen 4 gaat het over de strijd tussen God en Satan. En dat is een mondiaal gevecht. Het is een worsteling waar mensenlevens mee gemoeid zijn.
De apostelen en hun medestrijders in het geloof weten het: wij maken deel uit van een conflict dat zich bevindt op het niveau van Psalm 2.
Het is die strijd die uitgevochten wordt. En de veldslag zal pas eindigen als de Jongste Dag aangebroken is.

Op dat strijdtoneel groeperen óók Gereformeerden in Nederland zich.
En zij weten het – ook in 2019 is duidelijkheid geboden.
Ook vandaag is het gebruik van omfloerste woorden zo vaak uit den boze.
Want de strijd is in volle gang!
Ten diepste is dat de reden dat ook vandaag, in heel de wereld en op alle plaatsen, de oproep van Psalm 2 klinken moet:
“Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.
Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 27 januari 2009.
[2] Deuteronomium 27:8.
[3] Deuteronomium 27:14 en 15.
[4] Nehemia 8:7, 8 en 9.
[5] Handelingen 4:16.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 1.
[7] “Op weg naar apocalyptische tijden”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 26 januari 2009, p. 2.
[8] Handelingen 4:24, 25 en 26.
[9] Psalm 2:10, 11 en 12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.