gereformeerd leven in nederland

10 september 2021

Niet te zuinig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Komt diaconie in de Bijbel voor?
Jazeker.
Dat zien wij bijvoorbeeld in Deuteronomium 15: “Overigens hoeft er onder u geen arme te zijn, want de HEERE zal u overvloedig zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft om dat in bezit te nemen, als u tenminste de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaamt, door al deze geboden die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen. Wanneer de HEERE, uw God, u gezegend heeft, zoals Hij tot u gesproken heeft, dan zult u aan vele volken leningen verstrekken, maar zelf zult u niets hoeven te lenen; en u zult over vele volken heersen, maar over u zullen zij niet heersen. Maar als er onder u een arme zal zijn, iemand uit uw broeders, binnen een van uw poorten, in uw land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, dan mag u uw hart niet verstokken, of uw hand sluiten voor uw broeder die arm is. Integendeel, u moet uw hand wijd voor hem opendoen en hem overvloedig lenen, genoeg voor wat hem ontbreekt. Wees op uw hoede dat niet de verderfelijke gedachte in uw hart opkomt dat het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, naderbij komt – waardoor u uw broeder die arm is niets gunt en hem niets geeft, en hij over u tot de HEERE roept en er zonde in u is. U moet hem overvloedig geven, en laat uw hart niet verdrietig zijn als u hem geeft. Want vanwege deze zaak zal de HEERE, uw God, u zegenen in al uw werk en in alles wat u ter hand neemt. Want armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land”1.

In ons land zijn veel minima. Naar men zegt leven 1.000.000 mensen in Nederland beneden de armoedegrens. Er zijn niet minder dan 171 voedselbanken in in ons land. Uitkeringstrekkers kunnen soms maar amper rond komen. En dat ligt lang niet altijd aan hun bestedingspatroon.
Ook vandaag mogen wij onbeschroomd zeggen: als wij overvloedig geven, zal de God van het verbond al ons werk zegenen. Doe uw hand maar wijd open, zegt God. Doe niet te bekrompen. Geef uit uw overvloed2.

In onze tijd mogen en moeten Gereformeerden sociale bewogenheid tonen. De coronacrisis die de wereld in de afgelopen jaren in zijn greep had, liet een en andermaal tot ons doordringen dat vergaderen niet alles is; en nog altijd zijn de gevolgen van COVID-19 en aanverwante virussen merkbaar. Juist in onze tijd is er alle kans om te laten zien wat wandelen met God in de praktijk betekent. Jezus was, zo staat in Lucas 24 geschreven, een Profeet die machtig was in werken en woorden voor God en heel het volk. Daar kunnen wij, gewone mensen van 2021, natuurlijk niet aan tippen. Dat neemt echter niet weg dat besluitvaardigheid en doortastendheid wel degelijk onze handelsmerken kunnen zijn!3

Juist in deze tijd mogen Gereformeerden laten zien dat Jezus Christus Zijn kinderen de wereld in stuurt.
Maar worden wij dan niet heel snel wat te makkelijk? Gaan wij dan niet vrij snel sjoemelen met de Gereformeerde leer? Dat gaat meevallen. Als wij ons dan maar altijd door het Woord van God laten gezeggen. Dat blijkt wel uit Johannes 17: “Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid”.
Zo worden de discipelen – en vervolgens ook al Gods kinderen – de wereld in gestuurd: “Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u”4.

Er is veel nood in onze samenleving. En als kerk kun je niet alles aanpakken, dat is waar. Maar laten we wel wezen: iets is beter dan niets. Hier geldt dat bekende woord van de apostel Paulus uit Galaten 6: “En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven. Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof”. Als we de gelegenheid hebben moeten wij dus goeddoen aan allen.
Misschien vragen de broeders diakenen zich wel eens af: moeten wij hier inspringen? of ook: moeten wij hier echt gaan helpen? Welnu, als er tijd en geld is luidt het parool: pak aan en wees niet te zuinig!5

Noten:
1 Deuteronomium 15:5-11.
2 De getallen in deze alinea zijn te vinden op https://voedselbankennederland.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 4 september 2021.
3 In deze alinea gebruik ik Lucas 24:19.
4 In deze alinea citeer ik Johannes 17:16-19 en Johannes 20:21.
5 In deze alinea citeer ik Galaten 6:9 en 10.

7 september 2021

Invloed: een oude afgod

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kerk is in de regel zeer beducht voor afgoden. Alles draait namelijk om Gods eer. Misschien hebben wij soms de neiging om te zeggen: we moeten niet al te streng zijn. Of ook: wij moeten het elkaar niet te moeilijk maken. Het is 2021, nietwaar?

Als zo’n gedachte bij ons omhoog komt, is het goed ons te herinneren dat ook de God van hemel en aarde streng is als het om Zijn eer gaat. Leest u maar mee in Deuteronomium 13.
“Wanneer uw broer, de zoon van uw moeder, of uw zoon, of uw dochter, of uw innig geliefde vrouw, of uw boezemvriend u in het geheim aanspoort door te zeggen: Laten we andere goden gaan dienen, die u niet kent, u niet en ook uw vaderen niet, uit de goden van de volken die rondom u zijn, dicht bij u of ver bij u vandaan, van het ene einde van de aarde tot het andere einde van de aarde, bewillig er dan niet in en luister niet naar hem! Laat uw oog hem niet ontzien, heb geen medelijden en houd hem niet verborgen. Integendeel, u moet hem zeker doden. Eerst moet uw eigen hand zich tegen hem keren om hem ter dood te brengen, daarna de hand van heel het volk. U moet hem met stenen stenigen zodat hij sterft, omdat hij heeft geprobeerd u af te brengen van de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft geleid. Heel Israël zal het horen en bevreesd zijn, en een dergelijke wandaad niet meer in uw midden verrichten”1.
De boodschap is duidelijk: weg met de ketter!
Ja, ook als die ketter naaste familie is.
Hoedt u voor de afgoden!
Ja, in Deuteronomium 13 gaat het behoorlijk tekeer.

Welke afgoden kennen wij vandaag? Schrijver dezes noemt er vooreerst drie.
Voetbal – als de stadions niet gevuld mogen worden is Leiden in last.
De media – u telt pas mee als u een influencer of een televisiepersoonlijkheid bent.
De horeca – o wee als wij niet buiten de deur kunnen eten of drinken.
Mogen wij niet genieten van al die dingen? Jawel. Natuurlijk wel. Maar ons leven mag er niet van afhangen.

Er is nog een afgod die, om zo te zeggen, gelinkt is aan de media. Die afgod heet: invloed. We willen betekenis hebben. Liefst willen we wat achterlaten. Als wij er niet meer zijn weet de wereld nog dat wij hebben bestaan.
Die afgod wordt met name in de politiek gediend.

Wij zien hoe die afgod in de kabinetsformatie gediend wordt.
Elsevier Weekblad – vroeger onder meer Elseviers Weekblad, tegenwoordig EW geheten – gaf een poos geleden de volgende analyse van de formatie.
“De formatie loopt traag. Politici snappen oude spelregels niet meer. Ze denken niet in porties, maar in veelvouden.
Evenredigheid was een van de oude Haagse spelregels om tussen partijen een vergelijk te treffen. In een land van minderheden vond iedereen dat eerlijk. Naar gelang hun zetels in het parlement, kregen partijen burgemeestersposten. Je zag het ook terug bij ambtenaren op de ministeries: hun politieke kleuren weerspiegelden ruwweg de krachtsverhoudingen in de Tweede Kamer. Het was een van de grondprincipes van de verzuiling: elke minderheid krijgt haar deel”.
En:
“Evenredigheid stond gelijk aan rechtvaardigheid en was nog effectief ook. In kabinetsformaties hoefden de partijleiders niet te stoeien over bijvoorbeeld de budgetten voor katholieke en protestantse scholen, de geldstromen naar algemene en christelijke ziekenhuizen, de zendtijd voor de diverse omroepen. Alles werd naar rato toebedeeld en daarmee werden netelige debatten voorkomen”.
En:
“Maar zo werkt het dus niet meer. ‘GroenLinks,’ vertelt een VVD-bron, ‘eist met 8 zetels net zoveel invloed als wij met 34. Het gaat om het aantal partijen aan de onderhandelingstafel. Zijn dat er vier, dan wil iedereen 25 procent. Zijn dat er vijf, dan moet de VVD als grootste partij het doen met 20 procent. Vandaar dat wij niet met PvdA én GroenLinks willen”.
Het principe in de maatschappij is wel duidelijk: iedereen wil evenveel te vertellen hebben als de ander. Mevrouw Hamer, tot voor kort kabinetsinformateur, vreest dat Nederland onbestuurbaar wordt. ‘Niemand wil bewegen’.
Oei, oei – stel je toch voor dat u minder invloed hebt als uw buurman! Dan is er, anno Domini 2021, alle reden om ter plekke moord en brand te schreeuwen! Ziet u het probleem?23

Invloed en macht – ten diepste gaat het daar ook over in Deuteronomium 13. Want wat gebeurt daar? Iemand zegt: ‘Aan God hebben we niet genoeg. Op deze manier komen we er niet in de wereld. Er moet meer zijn. Zullen we eens gaan bekijken welke spirituele machten er in de landen om ons heen hun invloed laten gelden? Dat kan heel interessant zijn! Laten we afspreken dat wij God niet gaan vergeten. Want Hij is nog best van waarde. Maar het is goed om er ook nog wat naast te hebben. Anders krijgen we een tunnelvisie. En dat is heel onwenselijk. Weet je wat we doen? Onze God en de afgoden hebben in het vervolg allemaal evenveel te vertellen’.
Het komt in feite neer op: God is groot, maar de mensen en hun geestelijke drijfveren ook. En het is kraakhelder: de afgod Invloed torent boven alles en iedereen uit!

De verleiders van Deuteronomium 13 moeten gedood worden.
Ho ho, is dit niet veel te rigoureus? Toch niet. Want onze God moet alle eer ontvangen, eenvoudigweg omdat Hij almachtig is. Alleen al de gedachte dat wij iets of iemand naast Hem gaan bedenken, is voor onze goede God absoluut onverdraaglijk!

In een oude verklaring van het boek Deuteronomium schrijft dominee C. Vonk (1904-1993): “In de oude souvereiniteitstractaten werd van de vazal geëist, dat hij het niet oogluikend zou mogen toestaan, wanneer er tegen zijn souverein snode woorden gesproken werden, hetzij deze de vorm aannamen van een openlijke belediging, hetzij ze slechts de betekenis van een geheime samenzwering hadden. Dan moest de vazal van zulk een belediging of opruiing aangifte doen. Kwam het tot daadwerkelijke opstand, dan moest hij militaire maatregelen tegen de overtreders nemen. Bovendien moest hij in zulke gevallen zich jegens zijn meester trouw betonen,wie de opstandeling ook was, ’t zij vorst of naaste betrekking (…) Men zal niet kunnen ontkennen, dat hier een treffende overeenkomst wordt aangewezen tussen de trouw, die oudtijds op grond van het vazalverbond geëist werd van de leenman door zijn leenheer, en de trouw, die God verwachtte van Zijn verbondsvolk Israël. En we mogen daaraan onmiddellijk toevoegen, dat God diezelfde liefde en trouw door Christus en diens apostelen ook aan ons, Zijn Christenen, heeft bevolen. Want het Horebverbond alsmede het verbond uit de velden van Moab mogen thans verdwenen zijn en de schaduwen van Mozes’ wet door de komst en het werk van Christus vervuld, niettemin is de substantie van die wet, met inbegrip van de Tien Woorden, ook hierin voor ons gebleven, dat ook wij thans God moeten liefhebben met ons gehele hart en onze gehele persoon en met geheel ons verstand”4.

Invloed en macht – daar draait het om in deze wereld. De vraag in de samenleving is meestal: wat hebben wij te vertellen? Maar dat hoort niet de kernvraag te wezen. De hoofdvraag is deze: wat heeft God te vertellen? En de vervolgvraag is: hechten wij geloof aan het Evangelie dat Hij geproclameerd heeft? De dood van Jezus Christus is de redding voor ieder die gelooft in Zijn beloften: vergeving van de zonden en eeuwig leven!

Invloed – dat is, op de keper beschouwd, een moderne afgod die al eeuwenoud is. Van oude tijden af willen wij graag veel invloed hebben. Welnu, Deuteronomium 13 leert ons dat alle afgoden rap aan de kant gezet moeten worden. Invloed kan ons niet redden. Jezus Christus wel!

Noten:
1 Deuteronomium 13:6-11.
2 De citaten komen van https://www.ewmagazine.nl/nederland/achtergrond/2021/06/delen-als-de-gouden-regel-238688w/ ; geraadpleegd op dinsdag 31 augustus 2021.
3 Zie over EW https://nl.wikipedia.org/wiki/Elsevier_Weekblad ; geraadpleegd op dinsdag 31 augustus 2021.
4 Het citaat komt uit C. Vonk, “De voorzeide leer”, deel Ic – Barendrecht: Drukkerij “Barendrecht”, 1966. – p. 557 en 558.

24 augustus 2021

Hij zal u niet loslaten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Het leven met God is goed. Kinderen van God mogen en moeten dat aan de wereld laten zien. Zij tonen wat Gods Woord in de praktijk betekent. Bijvoorbeeld vanuit die passage in Deuteronomium 31: “Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de Heere, uw God, Die met u meegaat. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten”.
Die woorden geven moed voor de dagelijkse dingen die ons voortdurend bezighouden. Die woorden geven uiteindelijk ook zicht op een toekomst na onze dood op de aarde.

Dat citaat uit Deuteronomium 31 omvat twee zinnen uit de afscheidstoespraak van Mozes. Jozua zal Mozes opvolgen als aardse leider van het volk Israël. Het is aan Mozes duidelijk gemaakt: u zult de Jordaan niet oversteken. Maar één ding is volstrekt helder: de God van het verbond gaat wel mee de rivier over. De volken die tot op dit moment in Kanaän wonen zullen vernietigd worden.
Dat lijkt keihard. Autoritair. Despotisch. Maar wie daarbij stil blijft staan, begrijpt niet goed wat God door de mond van Mozes zeggen wil. De Boodschap is: Ik geef Mijn volk de ruimte. De Boodschap is: Ik neem het altijd voor Mijn volk op. De Boodschap is: voor Mijn bondelingen is er toekomst – altijd, ja tot in lengte van jaren! Vanwege die trouw zal het volk Israël in staat wezen om het land Kanaän, om zo te zeggen, over te nemen. Het volk van God heeft in Deuteronomium 31 al een voorproefje gehad van de majestueuze wijze van werken die de Heer van hemel en aarde heeft: de Amorieten zijn al verslagen.
Nou dan!
De Here geeft Zijn volk altijd ruimte.
De kerk krijgt altijd mogelijkheden om God te dienen.
Soms zijn die mogelijkheden slechts beperkt.
Maar er ontstaat nimmer een situatie waarin de kerk echt geen kant op kan. Toegegeven – soms lijkt dat wel zo. Maar als we dan goed kijken blijkt er altijd ergens een opening te zijn.

Het is belangrijk om het bovenstaande goed voor ogen te houden.
Waarom?
Dat zal hieronder spoedig duidelijk worden.

Op zaterdag 14 augustus stond in het Nederlands Dagblad een interview met Lale Gül. Wie is dat?
Een internetencyclopedie vermeldt: “Lale Gül groeide op in een streng-islamitisch gezin in Amsterdam-West. Haar schooltijd doorliep ze aan de Paulusschool (2001-2009) en het Hervormd Lyceum West (2010-2016). Gül studeert sinds 2018 Nederlands aan de Vrije Universiteit. (…) In februari 2021 publiceerde ze haar autobiografische debuutroman ‘Ik ga leven’ waarin ze afstand neemt van haar streng gelovige opvoeding. Na de publicatie werd Gül vanuit islamitische hoek ernstig bedreigd. Ook binnen haar familie werd het boek kritisch ontvangen. Hoewel ze in eerste instantie zei in haar ouderlijk huis te blijven wonen, besloot ze later diezelfde maand dat dit geen optie meer was”.
In het Nederlands Dagblad wordt geschreven: “Na twintig jaar te hebben moeten doen wat haar ouders en de islam van haar verwachten (‘Muziek mag niet, daten is verboden, het hebben van vrienden van het andere geslacht is onwettig, je leuk kleden en opmaken is ongepast’. En: ‘Moet ik dan veranderen in een broedkip zoals alle vrouwen om me heen?’) denderde ze in februari de literaire wereld binnen”.
En:
“Eigenlijk deelde ik al jarenlang niks met mijn ouders, want ik had een totaal dubbelleven. En alles wat mij gelukkig maakte, waar ik voor stond en wat ik wilde doen, was het tegenovergestelde van wat zij van mij verwachtten. De druk werd alleen maar opgevoerd. Zover dat ik dacht: misschien moet ik wel met iemand trouwen die zij goedvinden. Omdat ik goed ben opgevoed en niks tekort ben gekomen in principe, geen vreselijke dingen heb meegemaakt’. (…) Tot mijn achttiende was het echt koek en ei. Ik heb best een gelukkige jeugd gehad. Ik dacht dat zij de enigen in mijn leven waren die mij onvoorwaardelijke liefde konden schenken. Maar het was heel voorwaardelijk. Ik mis ze helemaal niet. Ik denk ook niet van: o, ik ben nu heel eenzaam. Ik was toen vooral eenzaam. Nu heb ik geestverwanten met wie ik – ondanks dat we geen bloedverwanten zijn – een betere connectie heb dan met mijn ouders’”1.

Er is sprake van een breuk. De benadering van Lale Gül is, wat schrijver dezes betreft, tamelijk kil. Een breuk met familie doet namelijk altijd pijn. Zeker, in dergelijke situaties is er vaak wel compensatie. Er komen andere contacten. En warme vriendschappen bovendien. Maar hoe men het ook wenden of keren wil: het verlies van familiair contact blijft een pijnpunt.
Trouwens – wie wil er nou familie of goede vriendschappen verliezen? Niemand toch?
Er is echter een belangrijkere vraag. Namelijk de volgende: wat zeggen wij in een dergelijke situatie? Oftewel: wat doen Gereformeerden als hun kinderen God en het geloof de rug toekeren?
Natuurlijk hebben we de neiging om onze (bijna) volwassen kinderen, om zo te zeggen, met donder en geweld te bekeren. Maar daar moeten wij voorzichtig mee zijn. Wat ouders in achttien tot twintig jaar bijbrengen, kan men er niet in twee of drie gesprekken nog eens flink ‘inpeperen’.
In het algemeen genomen is het zinvoller om op de trouw van God te blijven wijzen.
Men kan er bijna op rekenen dat er vragen komen als: waar zie ik die trouw van God nu dan? Daar kan men van alles op antwoorden. Men kan verwijzen naar Deuteronomium 31. Men kan allerlei verhalen uit het eigen leven vertellen.
En natuurlijk is daar Mozes. Hij kan ruim honderd jaar terugkijken. Hij zegt: “Ik ben heden honderdtwintig jaar oud. Ik kan niet meer uitgaan of ingaan”. Maar al die tijd is de God van Israël trouw geweest!
Mozes doet meer dan terugkijken. Hij kijkt ook vooruit. Leest u maar mee: “De Heere nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld”. Mozes meldt het zonder omwegen: De Here gaat voor u uit. De almachtige God legt in ons leven de loper uit. Niet dat die loper helemaal vlak is. Kinderen van God moeten dus goed uitkijken waar zij lopen. Maar het is heel helder welke route gevolgd dient te worden!2

De interviewster van het Nederlands Dagblad zegt: “Je moeder dreigde zelfmoord te plegen als je zou vertrekken. Het hield jou niet tegen, maar ik vond het ontzettend manipulatief”.
De reactie van Lale Gül luidt: “Als je overtuigd bent van een fysieke hel en hemel, na die twee minuten op deze wereld, ga je er alles aan doen om jezelf of je kind in de hemel te krijgen. Als ik er ongelukkig van word, denkt zij: nee, dat denk je alleen maar. Later word je er gelukkig van. Ik vind het leven soms zo absurd, met zo veel ellende, dat ik niet kan bevatten hoe je kunt geloven dat er een goede God is”.
Daar hebt u het: Lale kan niet bevatten dat er een goede God is. Toch is Hij er. Deuteronomium 31 bewijst het.
Hij maakt waar wat Hij heeft gezegd. Jezus Christus – de Heiland – heeft geleden, is gestorven en is weer opgestaan; zo bewerkte Hij het heil. Dat moeten wij niet proberen te bevatten. Dat mogen wij geloven.

Wij gaan een heerlijke toekomst tegemoet. Dat mogen wij onszelf en onze kinderen voorhouden. Nee, daar wordt ons aardse leven niet makkelijker van. Maar ons leven wordt wel langer. Het hemelleven duurt tot in eeuwigheid.
Dat mogen wij geloven.
Dat mogen wij doorgeven. Aan de kinderen. Aan de kleinkinderen. En aan ieder die het horen wil.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik van https://nl.wikipedia.org/wiki/Lale_Gül ; geraadpleegd op zaterdag 14 augustus 2021. En: “Moeilijk om onverbiddelijk te zijn” – interview met Lale Gül. In: Zomer, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 14 augustus 2021, p. 4 en 5.
2 In deze alinea citeer ik Deuteronomium 31, verzen 2 a en 8.

12 augustus 2021

Antithese in de geloofsblijdschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Op het kerkplein zijn nogal eens problemen aan de orde. Kerkmensen zijn lang niet altijd blij. Dat is heel begrijpelijk. Want zij gaan in de regel niet dansend door de wereld. Intussen moeten zij hun geloofsvreugde niet vergeten!
Dat blijkt al in het Oude Testament. In Deuteronomium 16 bijvoorbeeld: “Het Loofhuttenfeest moet u zeven dagen houden, als u de oogst van uw dorsvloer en van uw perskuip hebt ingezameld. Verblijd u op uw feest, u, uw zoon en uw dochter, uw slaaf en uw slavin, en de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen uw poorten zijn. Zeven dagen moet u het feest vieren voor de Heere, uw God, op de plaats die de Heere zal uitkiezen. Want de Heere, uw God, zal u zegenen in heel uw opbrengst en in al het werk van uw handen; daarom moet u werkelijk blij zijn”1.

De Israëlieten moeten dus werkelijk blij zijn. Zij moeten niet maar doen alsof ze het leven mooi vinden. Zij moeten echt verheugd wezen. Iedereen mag er van meegenieten: de familie, het personeel en bijvoorbeeld ook mensen die alleen zijn.
Wat is de reden van die blijdschap? Antwoord: de zegen van God over alles wat groeit en bloeit.

De profeet Zacharia spreekt ook over het Loofhuttenfeest. Dat doet hij in hoofdstuk 14. In dat kapittel gaat het over de manier waarop de vijanden van Jeruzalem zullen worden gestraft. Al die tegenstanders zullen met vreselijke rampen geconfronteerd worden. Vuur zal bij hen voor enorme brandwonden zorgen. Uiteindelijk worden zij zelfs weggebrand. Ook hun veestapel wordt door het vuur verslonden. Dat alles levert uiteraard grote paniek op. In die paniek gaan de vijandige volken elkaar uitmoorden.
De bewoners van Juda komen de belaagde Jeruzalemmers helpen. De buit zal gigantisch wezen: een overvloed aan goud, zilver en kleding!
Een rest uit de heidenvolken blijft over. Verbijsterd, berooid en totaal onder de indruk komen zij naar Jeruzalem. Daar vieren zij het Loofhuttenfeest mee. Maar o wee, als mensen uit de heidenvolken alsnog weigeren om dat feest mee te vieren! Wie de God van hemel en aarde dan nog steeds niet wil aanbidden, krijgt te maken met nieuwe straffen!
Hoe wordt Zacharia’s profetie precies vervuld? Heel duidelijk is dat niet. Eén ding staat echter als een paal boven water – er is reden voor grote vreugde: de hemelse Heer neemt de macht in de wereld over; Zijn volk zal overwinnen!2

Wij gaan weer terug naar Deuteronomium 16.
In een Studiebijbel wordt bij dat hoofdstuk opgemerkt: “Het is de bedoeling dat christenen de daden van God in Christus zullen gedenken, maar de vormgeving is minder voorgeschreven dan bij Israël. Tevens is het van belang dat wij in de christelijke gemeente gestalte geven aan vreugde, dankbaarheid en gemeenschap, ook voor de minderbedeelden. Daarmee kunnen wij ons onderscheiden van de hedendaagse feesten die vermaak, eigen genot en het zich uitleven centraal stellen”.
‘Je moet genieten’, zegt men tegenwoordig. Inderdaad – daar is niets tegen. Maar de achtergrond van die drie woorden is vaak: op deze wereld moet het gebeuren, want als je dood bent is het klaar. Uit. Afgelopen. Maar dat is een sprookje dat men zichzelf voorhoudt. Waar komt die fabel vandaan? Antwoord: die fabel komt voort uit ongeloof.
Er is dus gelovige blijdschap: vreugde over de gaven die God geeft. De grootste gave is Jezus Christus, onze Heiland. Hij geeft een toekomst waarin wij voor eeuwig zullen leven. Dat is een toekomst waarin nimmer tekorten zullen wezen. Want daar zal God alles in allen wezen!
Er is ook ongelovige blijdschap: gelukkige momenten, tot aan de grens van de dood. Dat is geluk die uitgaat van een scala aan aardse geneugten, zoals: aan jezelf werken; zorg voor voldoende slaap; zorg voor voldoende lichaamsbeweging; omring jezelf met positieve mensen; leer los laten wat anderen van je vinden; geniet van de kleine dingen; lees en kijk geen nieuws; doe iets voor een ander; lach zo veel als je kunt; knuffel vaker.
In Deuteronomium 16 zien we dus de antithese terug: de onoverbrugbare kloof tussen geloof en ongeloof3.

Een uitlegger tekent die kloof heel duidelijk uit. En wel als volgt.
“In Deuteronomium wordt iets nieuws toegevoegd. Het volk heeft de ervaringen van de woestijn achter de rug. Het heeft ondervonden wat in hun hart is. In de veertig jaar die ze in de woestijn hebben rondgetrokken, hebben ze niets geleerd, niet over zichzelf en niet over God Die hen heeft gedragen en verzorgd. In enkele lange toespraken stelt Mozes in dit boek die ervaringen voor, zowel met zichzelf als met God. Hij stelt hun ook de toekomst voor. Voordat ze de Jordaan doorgaan, roept Mozes hen met dit lange boek op tot bezinning. Hij stelt hun de zegen, maar ook de vloek voor. Gods genade hebben ze ervaren, wat zullen ze daarmee doen? De dringende vraag die gaandeweg op het volk afkomt, is deze: Zijn jullie van plan God te dienen of willen jullie je eigen weg gaan?”.
De conclusie is schier onontkoombaar: in de geloofsblijdschap wordt de antithese zichtbaar!4

Noten:
1 Deuteronomium 16:13, 14 en 15.
2 Zie Zacharia 14:12-19.
3 In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel – commentaar bij Deuteronomium 16:13-17 (‘Boodschap’). Verder gebruik ik https://mamametvrijheid.nl/gelukkig-zijn/ ; geraadpleegd op vrijdag 6 augustus 2021.
4 Het citaat in deze alinea komt uit https://www.oudesporen.nl/Download/OS1008.pdf ; p. 20 en 21.

5 augustus 2021

Opdat het u wèl ga

Opdat het u goed gaat – voor de kerk is dat een bekend keervers. We komen het zeven keer tegen in het Bijbelboek Deuteronomium; in de hoofdstukken 4, 5, 6, 12 en 191.

Opdat het u goed gaat – die woorden hebben te maken met de uitverkiezing.
Die woorden wijzen ook op Gods almacht. Hij bevrijdde het door Hem gekozen volk uit Egypte. Hij zorgde ervoor dat Zijn natie een eigen land kreeg om er te leven en om er te werken. Hij had en heeft Zijn volk innig lief, door alle eeuwen heen.
Is het een wonder dat de hemelse God om wederliefde vraagt?
Hij is de enige God in heel deze wereld!
Nee, dat is niet alleen een actualiteit in ons eigen leven. Het is een kwestie die in alle generaties geldt.
Leest u maar mee in Deuteronomium 4: “Omdat Hij uw vaderen liefhad en hun nageslacht na hen verkozen had, heeft Hij u Zelf met Zijn grote kracht uit Egypte geleid, om volken die groter en machtiger zijn dan u, van voor uw ogen uit hun bezit te verdrijven, om u in hun land te brengen en het u als erfelijk bezit te geven, zoals het op deze dag is. Daarom moet u heden weten en ter harte nemen dat de Heere God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders!”2.

Opdat het u goed gaat – dat staat ook in verband met erkenning van gezag. Het gezag van ouders, om te beginnen. En verder het gezag van iedereen die het in bepaalde situaties over ons te zeggen heeft.
Dat is moeilijk.
Ouders slaan de plank wel eens mis.
En op overheden kunnen we ook allerlei kritiek hebben. Laten wij maar eerlijk zijn: soms is het bijzonder moeilijk om overheden te eerbiedigen en respect voor hen te tonen. Wij zullen echter moeten bedenken dat de ongebondenheid der mensen steeds beteugeld moet worden. Anders komt er revolutie van.
Daarom is Deuteronomium 5 ook vandaag aan de orde van de dag: “Eer uw vader en uw moeder, zoals de Heere, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”3.

Opdat het u goed gaat – dat betekent dat wij moeten leven binnen de kaders en in de geest van Gods wet. In een maatschappij waarin ‘oog om oog, tand om tand’ steeds meer opgeld doet is dat niet altijd makkelijk. De samenleving wordt steeds harder. Er zijn wellicht situaties waarin we ons onrechtvaardig behandeld voelen. In die omstandigheden hebben we niet zelden de neiging om ons eigen recht te halen. Hoe ouder we worden, hoe meer deuken en krasjes wij op onzes ziel hebben.
Misschien is het wel om die reden dat in Deuteronomium 5 zo nadrukkelijk gezegd wordt: “Héél de weg die de HEERE, uw God, u geboden heeft, moet u gaan, opdat u leeft, en het u goed gaat, en u uw dagen verlengt in het land dat u in bezit zult nemen”4.

Opdat het u goed gaat – dat is een term die het oplaten van proefballonnetjes voorkomt.
Wij leven in een wereld waarin veel mensen van alles uitproberen. Door ervaring leert men het snelst, lijkt soms het parool te zijn.
Zo kan het ook zomaar gebeuren dat men van Gods wetten afwijkt, en dat vervolgens goedpraat. Samenwonen, bijvoorbeeld. Bijna alle uitgaven worden gehalveerd. ‘Op proef’ bij elkaar wonen heeft hopelijk als gevolg dat een eventueel huwelijk veel aangenamer wezen zal. Dat zal God toch wel goed vinden?
Juist in de kerk dienen wij te beseffen dat Gods wet heel vaak haaks staat op de heersende cultuur, de algemene opinie, aardse wetgeving en maatschappelijke zeden en gewoontes.
Laten wij, als het hierom gaat, letten op Deuteronomium 6: “U mag de Heere, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt. U moet de geboden van de Heere, uw God, Zijn getuigenissen en Zijn verordeningen, die Hij u geboden heeft, nauwgezet in acht nemen. En u moet doen wat juist en goed is in de ogen van de Heere, opdat het u goed gaat, en u er komt, en het goede land dat de Heere uw vaderen onder ede beloofd heeft, in bezit neemt”5.

Opdat het u goed gaat – die uitdrukking houdt ook verband met het verbod om bloed van een dier te nuttigen. De achtergrond daarvan is: de kerk van Oude Testament moet beseffen dat levenskracht door de God van hemel en aarde gegeven wordt. De kerk van alle tijden moet zich realiseren dat het leven van God komt. Hij is de Eigenaar van alle leven. Zolang het bloed door de aderen stroomt is er leven. Het bloed staat symbool voor het bestaan, voor de ziel. De Here zegt dus impliciet: ‘ga zorgvuldig met alle leven om!’.
Vanuit het vorenstaande komen wij als vanzelf bij de Nederlandse praktijken van abortus, euthanasie en voltooid leven. Wat is Nederland ver van ons Gods Woord weg gedwaald!
Wij moeten het maar eens goed tot ons laten doordringen: “Alleen, houd eraan vast geen bloed te eten, want het bloed is de ziel, en u mag niet, samen met het vlees, ook de ziel eten. U mag dat niet eten; u moet het op de aarde uitgieten als water. U mag dat niet eten, opdat het u en uw kinderen na u goed gaat, als u doet wat juist is in de ogen van de Heere”6.

Opdat het u goed gaat – het gebruik van die term wijst op eerbied voor het leven. Dat blijkt ook in Deuteronomium 19. Daar wordt de situatie beschreven waarin iemand een medemens opzettelijk doodt. De moordenaar vlucht naar een vrijstad, teneinde aan zijn straf te ontkomen. Hij moet opgehaald worden om vervolgens te worden uitgeleverd aan degene die de dood van het slachtoffer komt wreken. De moordenaar zal uiteindelijk ook de dood vinden. De boodschap in Deuteronomium 19 is volstrekt duidelijk: vergrijp u nooit aan menselijk leven!
In Deuteronomium 19 klinkt dat zo: “Maar als er iemand is die zijn naaste haat, een hinderlaag voor hem legt, hem aanvalt en om het leven brengt, zodat hij sterft, en dan naar een van die steden vlucht, dan moeten de oudsten van zijn stad boden sturen en hem vandaar meenemen, en zij moeten hem in de hand van de bloedwreker geven, zodat hij sterft. Laat uw oog hem niet ontzien, maar doe het bloed van de onschuldige uit Israël weg, opdat het u goed gaat”7.

Opdat het u goed gaat – dat is een actueel woord in onze tijd.
In Efeziërs 6 schrijft de apostel Paulus: “Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist. Eer je vader en moeder (dat is het eerste gebod met een belofte), opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde”. En even verder schrijft hij: “Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”.
Wij mogen het Woord van God als wapen gebruiken. Als wij dat doen kunnen wij het volhouden, ook in deze verwarrende tijd.
Opdat het ons wèl ga, en wij eeuwig zullen leven!8

Noten:
1 De term ‘opdat het goed gaat’ vinden we in Deuteronomium 4:40, 5:16, 5:33, 6:18, 12:25, 12:28 en 19:13.
2 Deuteronomium 4:37, 38, 39.
3 Deuteronomium 5:16.
4 Deuteronomium 5:33.
5 In deze alinea citeer ik Deuteronomium 6:16, 17 en 18. Verder gebruik ik onder meer https://leukegeit.nl/14x-fantastisch-samenwonen/ ; geraadpleegd op vrijdag 30 juli 2021.
6 Deuteronomium 12:23, 24 en 25. In deze alinea gebruikte ik ook: C.A. Tukker, “Mag een christen bloed eten?”. In: De Waarheidsvriend, 8 oktober 1992, p. 672 en 673.
7 Deuteronomium 19:11, 12 en 13.
8 In deze alinea citeer ik Efeziërs 6, de verzen 1, 2 en 3 en 10-13.

25 juni 2021

Aanleg voor geloof?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Moeten wij aanleg hebben voor geloof en religie, om in de kerk te zitten? Is er een scheiding tussen mensen met geloofstalent en mensen zonder geloofs-DNA?
Soms wordt die suggestie wel gedaan. Laatst zei de schrijfster Marijke Schermer het nog.
U moet weten: uitgeverij Van Oorschot geeft momenteel de serie Terloops uit. Daarin maken schrijvers een wandeling, waarna zij er een boek over schrijven.
Welnu – Marijke Schermer wandelde stukken van het Brabantse Kloosterpad en verbleef bij de norbertinessen in het klooster Sint Catharinadal te Oosterhout.
Marijke zegt tegen het Nederlands Dagblad: “Tijdens het wandelen heb ik me heel erg afgevraagd of ik nou totaal ongeschikt ben voor religie. Een van de zusters vertelde me dat het haar geaardheid is, zoals je ook homo- of heteroseksueel kunt zijn, dat het in je zit of niet. Dat vond ik wel een aannemelijk verhaal omdat het ook verklaart waarom ik dan zo weinig religieus talent heb. Ik heb geen godsbezoek gekregen, nee. Het wandelen en nadenken en meegaan in het ritme van het klooster geeft wel rust en stilte in je hoofd, even weg uit de dagelijkse beslommeringen. Dus dat geeft wel wat bezinning, maar dat is niet religieus denk ik. Of wel?’”1.

Geloof – het zit in je. Of niet.
Is dat een aannemelijk verhaal? Het moet in ieder geval opvallen dat er zoveel verschillende mensen in de kerk zitten. Er zitten professoren en – om niet meer te noemen – hoogbegaafde technici. Conclusie: om te geloven hoeft men blijkbaar niet te voldoen aan bepaalde kenmerken.

Gods Woord leert dat ook niet. God kiest mensen uit om samen een volk van Hem te vormen. Leest u maar mee in Deuteronomium 7: “Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De Heere, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de Heere liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte”2.
Het volk van God is Zijn eigendom. Waarom? Omdat Hij liefde voor dat volk voelt. Daarom heeft Hij Zijn volk van onderdrukking in Egypte bevrijd.

Maar hoe kan het dan dat heden ten dage christenen nog onderdrukt worden? Het stond onlangs in de krant: “Het leger van Myanmar, dat op 1 februari de macht greep, verscherpt de repressie jegens gelovigen; christenen, maar ook kritische boeddhisten en vooral moslims. Dat blijkt uit recente rapporten en media”3.
Dat gebeurt omdat de satan op aarde nog steeds veel macht en invloed heeft. De apostel Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt”4. De Here geeft volharding. Juist dan blijkt Zijn macht. Tegen de verdrukking in behouden velen het geloof. Dat is een wonder!

Intussen is het genoegzaam bekend: de uitverkiezing blijft niet beperkt tot het volk Israël. Paulus schrijft aan de christenen in Thessalonica: “Wij weten immers, geliefde broeders, van uw verkiezing door God”5. De kracht van God is daar in alles merkbaar. De blijdschap van de Thessalonicenzen is ten diepste een magnifieke activiteit van de Heilige Geest. Er is daar geloof. En het blijft daar ook – ondanks alle vervolging die er komt. De mensen in Thessalonica zijn echt voorbeeldige christenen. Voor de mensen om hen heen, en voor de mensen van vandaag. Niet omdat zij zelf zulke beste mensen zijn, maar omdat de Heilige Geest daar een groots werk doet. Geloof wordt gegeven6!

Terug naar Marijke Schermer.
De schrijfster is, goed beschouwd, op zoek naar God. Zij is op zoek naar ‘het echte verhaal erachter’, zegt zij in het Nederlands Dagblad. Waarom zijn de norbertinessen te Oosterhout in het klooster ingetreden? Marijke vindt dat klaarblijkelijk nog altijd enigermate raadselachtig.
Hoe dat ook zij – Gods Woord is er allang. De Bijbel bestaat al eeuwen. En eigenlijk is het een wonder van formaat dat er nog steeds Gereformeerden zijn die in die Bijbel lezen. Want er is in het geheel niemand die aanleg heeft voor geloof. Om met Psalm 14 te spreken:
“Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”7.
Nee, er is geen mens die van nature religieus talent bezit. Er is geen enkel schepsel die aanleg heeft voor geloof. Maar in de kerk mogen wij voortdurend bidden om het prachtige werk van Gods Heilige Geest. En wij mogen elkaars geloof versterken. Om het tenslotte met de woorden van Psalm 51 te zeggen:
“Ontneem mij niet uw heil’ge Geest, o God,
laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden,
en richt geheel mijn wil op uw gebod,
dan zal ik zondaars op uw wegen leiden”8.

Noten:
1 Geciteerd uit: “Ik heb weinig religieus talent”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 18 juni 2021, p. 4 en 5. Zie voor meer informatie over Marijke Schermer http://www.marijkeschermer.nl/sections/biografie/ ; geraadpleegd op vrijdag 18 juni 2021.
2 Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
3 “Gelovigen Myanmar onder druk”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 17 juni 2021, p. 6.
4 Jacobus 1:2 en 3.
5 1 Thessalonicenzen 1:4.
6 Zie 1 Thessalonicenzen 1:4-7.
7 Psalm 14:3.
8 Psalm 51:6 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.