gereformeerd leven in nederland

29 april 2019

Keuzevrijheid versus Deuteronomium 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”[1].
Zo staat dat in Deuteronomium 10.
Zo staat dat in onze Bijbels, ook anno Domini 2019.

Dat lijkt niet te passen bij onze maatschappij. Want in onze samenleving moet je keuzevrijheid hebben. Zodra dat niet meer zo is, gaan massa’s mensen scheef kijken.

Een voorbeeld daarvan is Siriz. Die organisatie pleit in voorlichting en campagnes voor één oplossing bij ongewenste zwangerschap: behoud van het kind.
Dat kan niet, zeggen heel wat Tweede Kamerleden. Mensen moeten wat te kiezen hebben.
De directeur van Siriz zegt: bij de concrete hulp aan zwangere vrouwen reiken we altijd meer dan één oplossing aan.
Maar de Tweede Kamer blijft kritisch. Want de keuzevrijheid is heilig.

Het Nederlands Dagblad meldt op donderdag 25 april jongstleden: “De linkse oppositie in de Tweede Kamer doet een uiterste poging om te voorkomen dat de organisatie Siriz subsidie krijgt van de overheid. Maar die poging strandt vandaag, omdat ook regeringspartijen VVD en D66 voorlopig kunnen leven met de subsidietoekenning”.
Staatssecretaris Blokhuis zegt: “Ik ga de gunning van de subsidie dan ook niet opschorten”[2].
Dat gaat dus nog net goed.
Maar het is duidelijk dat aardig wat Neêrlandse politici hun vergrootglas hebben gepakt om Siriz eens uitgebreid te bekijken en waar nodig niet-christelijke mores te leren.

In zo’n wereld staat het nog altijd in onze Bijbels: “De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

In het Bijbelboek Deuteronomium vinden we de afscheidsrede van Mozes. Het Bijbelboek bevat in totaal vier redevoeringen.
Deuteronomium 10 maakt deel uit van redevoering twee.
Daarin worden de Tien Geboden uitgebreid toegelicht. Ook zijn er heel wat bepalingen over het sociale leven: bepalingen voor aanbidding, reinheid, belastingen, de drie jaarlijkse feesten, de handhaving van het recht, van koningen, priesters en profeten, oorlog enzovoort[3].

Dat klinkt streng. Het ziet er bovendien ingewikkeld uit.
Er moet van alles. Je kunt maar één richting uit.
Is dat in 2019 nog wel te verkopen?
Zeker wel.
Maar dan moeten u en ik helder aangeven dat het allemaal niet bij die strenge regels begint.

Om het juiste startpunt aan te geven citeer ik nog een stukje uit Deuteronomium 10.
“Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is. Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].
Alles begint bij de liefde van God voor Zijn volk.

Vanuit die liefde geeft de Here Zijn zorg aan de mensen die het moeilijk hebben: de wees, de weduwe – en nog heel veel andere mensen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk uit Egypte bevrijd.
Vanuit die liefde zorgt God voor zwervers en vreemdelingen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk vruchtbaar gemaakt: er kwamen heel veel kinderen.
Jazeker, dat staat ook in Deuteronomium 10[5].

Deuteronomium 10 staat, kortom, bol van Gods liefde voor het menselijk leven.

Terug nu naar Siriz.
Op hun internetpagina staat te lezen: “Siriz – bemoedigend, oog voor elkaar, krachtig. Onze waarden zijn gebaseerd op een christelijke levensbeschouwing”[6].
Siriz werkt dus vanuit Gods liefde voor het menselijk leven.

Maar wat zeggen veel Tweede Kamerleden? Zij zeggen: Siriz biedt geen keuzevrijheid.
Misschien zeggen de parlementariërs ook wel: Gods liefde zegt ons niets; daar kunnen we niks mee.

Kort gezegd lijkt het er op neer te komen dat u en ik er allerlei levensovertuigingen op na mogen houden. En ja, u mag zichzelf gerust ‘christelijk’ noemen. Als u dan maar meteen beseft dat daar, wat veel medemensen betreft, een zekere eenzijdigheid in zit.

Niet-christenen realiseren zich blijkbaar niet dat het kortzichtig is om christelijke levensbeschouwingen zoveel mogelijk te negeren. Zo van: dat is niet ‘onze’ richting, dat past niet bij ons.

Gereformeerde Nederlanders moeten goed zien in welke samenleving zij leven.
En laten we er maar niet omheen draaien: de verleiding is groot om maar een beetje mee te praten. Over keuzevrijheid. En over tolerantie. De één mag dit vinden en de ander dat. Want zo gaat dat in het leven.
Voordat wij ’t weten staat de God van hemel en aarde in een rijtje van levensovertuigingen waar – zoals dat heet – wel wat in zit.

Laten we goed voor ogen houden dat God ons lief heeft.
Niet maar voor een stukje.
Niet maar een beetje.
In 1 Johannes 4 lezen we vervolgens: “Al wie belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de ​liefde​ die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is ​liefde​ en wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God in hem”[7].
Laten we er maar voor uit komen dat wij onverbrekelijk verbonden zijn met de God van hemel en aarde!
Daar mogen we voor gaan!

Mozes zegt in Deuteronomium 10 tegen Israël: “Hij is uw lof en Hij is uw God, Die bij u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben”[8].
Dat is nog eens wat anders dan wat omzichtig en zuinig gepraat over keuzevrijheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 10:20.
[2] “Weer poging om subsidie voor Siriz te stoppen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 25 april 2019, p. 2.
[3] Zie hiervoor ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[4] Deuteronomium 10:12-15.
[5] Deuteronomium 10:18-22.
[6] Geciteerd van https://www.siriz.nl/over-siriz/visie-en-missie/ ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[7] 1 Johannes 4:15 en 16.
[8] Deuteronomium 10:21.

2 april 2019

Weg met vage verhalen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wat zijn de behoeften van de jeugd?
Toegegeven – het is gevaarlijk om daar als scribent van middelbare leeftijd iets over te schrijven.
Eén ding is echter wel zeker: jongeren houden niet van vage verhalen[1].

De kerk moet concreet zijn. Er moet begrijpelijke taal worden gesproken. De boodschap die er wordt gebracht moet herkenbaar en inzichtelijk wezen.

Jongeren zijn de verlegenheid voorbij.
Zij pleiten voor duidelijkheid. Zij willen focus. Zij wensen dat de kerk de waarheid verkondigt. En niks anders dan dat.
Gedoe eromheen? Nee, dat is niet aan jongeren besteed.

Wat die duidelijkheid betreft is er overigens niets nieuws onder de zon.
Gods Woord geeft al aan hoezeer helderheid nodig is.

Als het volk Israël in Deuteronomium 27 wordt herinnerd aan Gods wetten en regels, wordt daar bij gezegd dat ze zorgvuldig gegraveerd moeten worden. Er mag geen misverstand over ontstaan. Ik citeer: “U moet op de stenen alle woorden van deze wet schrijven, duidelijk en goed”[2].
De Israëlieten moeten goed weten welke straffen er staan op overtreding van Gods geboden: “De ​Levieten​ moeten het woord nemen en tegen alle mannen van Israël zeggen met luide stem: Vervloekt is de man die een gesneden of ​gegoten beeld​ maakt, een gruwel voor de HEERE, het werk van de handen van een vakman, en dat op een verborgen plaats neerzet! En heel het volk moet antwoorden en zeggen: ​Amen”[3].
Heel Israël moet duidelijk horen wat er gezegd wordt. Al Gods kinderen behoren in hun leven te laten zien wat die leefregels betekenen.

Dat betekent ook: Gods Woord moet goed uitgelegd worden.
Dat wordt in Nehemia 8 ook gedaan. U weet het wellicht wel: in het Bijbelboek Nehemia gaat het over de herbouw van de muren van Jeruzalem.
Maar daar vindt ook geestelijke opbouw plaats. Echte gemeenteopbouw, zogezegd. Men luistert geconcentreerd. Leest u maar mee: “En ​Ezra​ loofde de HEERE, de grote God, en heel het volk antwoordde, onder het opheffen van hun handen: ​Amen, ​amen! Zij knielden en bogen zich neer voor de HEERE met het gezicht ter aarde. Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja en de ​Levieten​ onderwezen het volk in de wet, en het volk stond op zijn plaats. Zij lazen uit het ​boek​ voor, uit de wet van God, gaven uitleg en verklaarden de betekenis, zodat men de voorlezing begreep”[4].
De leiders van de Israëlieten hebben, nu de ballingschap achter de rug is, heel goed door dat het kennen van en luisteren naar Gods wet veel consequenties heeft. Wandelen met God: dat moet te zien zijn.

Laten wij ook een ogenblik op Handelingen 4 letten.
In dat Schriftgedeelte lezen we dat apostelen gearresteerd worden.
Petrus en Johannes moeten zich voor een kerkelijke rechtbank verantwoorden.
De kerkelijke leiders zijn verlegen met de Evangelieverkondiging. Zij kunnen er echter niet omheen: “Wat zullen wij met deze mensen doen? Want dat er een alom bekend teken door hen is verricht, is duidelijk voor allen die in Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet ontkennen”[5].
Het is zonneklaar Wie in Handelingen 4 de macht in handen heeft. Heel de stad heeft er van gehoord. In Jeruzalem is er niemand meer die Hem negeren kan.

Wat kunnen wij van Deuteronomium 27, Nehemia 8 en Handelingen 4 leren?
In ieder geval dit: het Evangelie moet zo gebracht worden dat niemand het veronachtzamen kan. Dat is de stijl van onze God.

Vage verhalen komen voort uit de denkwereld van de mens.
Hoe ziet die wereld eruit? We praten dan over zaken als diep bederf, oproerigheid en koppigheid. Men zou kunnen zeggen dat mensen van nature met een enigszins vertroebelde blik naar Gods Woord kijken.

Denkt u vooral niet dat het bovenstaande aan het brein van schrijver dezes ontsproten is. Dat is namelijk niet het geval.
Het werd in 1618/’19 reeds te Dordrecht opgeschreven.
Volgens de zielzorgers uit Dordt beschikken wij over de volgende eigenschappen: “…wat zijn verstand betreft, blindheid, verschrikkelijke duisternis en een onbetrouwbaar en verdorven oordeel; wat zijn wil en hart aangaat, slechtheid, opstandigheid en hardnekkigheid; en bovendien in al zijn verlangens onzuiverheid”[6].
De waarnemingen die men in de zeventiende eeuw deed hebben, als u het mij vraagt, in de eenentwintigste eeuw nog niets van hun actualiteit verloren. In de grond van de zaak is er nog niks veranderd.

Dat zo zijnde moeten we in de kerk scherp blijven. En we moeten kerkgangers scherp houden.
Als we dat niet doen komen we zomaar terecht in de sfeer van mistige mystiek. Voor wij het weten wandelen we rond in een sfeer van narratieve nevels: vertellingen over de Bijbel die het treurige leven enigermate opleuken.

In de kerkelijke wereld voelt men momenteel weinig scherpte.
Zeker, preken klinken soms nog wel goed. Maar de praktijk is maar al te vaak mijlenver van zulke predicaties verwijderd.

Hoe zal dat zijn in, laten wij zeggen, het jaar 2029?
Professor dr. H.C. Stoffels, eertijds hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, sprak eens : “De kerk zal in 2029 een bescheiden maar wel aanwezige minderheid zijn. Er zal geen sprake zijn van een massale terugkeer naar religie, zeker niet van terugkeer naar de kerk”[7] .

Inderdaad: die befaamde socioloog sprak slechts woorden.
Maar intussen weten wij niet welke daden de hemelse God in de zin heeft.
Want zeg nu zelf: onze God kan wonderen doen.
En bovendien zou het best zo kunnen zijn dat de Here Jezus Christus vóór het jaar 2029 terugkeert op de wolken. Wie zal het zeggen?

Weet u wat de apostelen uit Handelingen 4 deden, toen ze weer vrijgelaten waren?
Ze gingen bidden.
Samen met andere volgelingen van Christus betraden zij in het gebed de troonzaal van God.
Leest u maar even mee. Zij “verhieven eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn, en Die bij monde van ​David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn ​Gezalfde”[8].
Ziet u dat? In Handelingen 4 gaat het over de strijd tussen God en Satan. En dat is een mondiaal gevecht. Het is een worsteling waar mensenlevens mee gemoeid zijn.
De apostelen en hun medestrijders in het geloof weten het: wij maken deel uit van een conflict dat zich bevindt op het niveau van Psalm 2.
Het is die strijd die uitgevochten wordt. En de veldslag zal pas eindigen als de Jongste Dag aangebroken is.

Op dat strijdtoneel groeperen óók Gereformeerden in Nederland zich.
En zij weten het – ook in 2019 is duidelijkheid geboden.
Ook vandaag is het gebruik van omfloerste woorden zo vaak uit den boze.
Want de strijd is in volle gang!
Ten diepste is dat de reden dat ook vandaag, in heel de wereld en op alle plaatsen, de oproep van Psalm 2 klinken moet:
“Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.
Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 27 januari 2009.
[2] Deuteronomium 27:8.
[3] Deuteronomium 27:14 en 15.
[4] Nehemia 8:7, 8 en 9.
[5] Handelingen 4:16.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 1.
[7] “Op weg naar apocalyptische tijden”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 26 januari 2009, p. 2.
[8] Handelingen 4:24, 25 en 26.
[9] Psalm 2:10, 11 en 12.

5 februari 2019

Door de wereld gaat een lied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”[1].

Hierboven staan woorden uit een lied van Mozes. Ze staan in Deuteronomium 32.

De Heer van hemel en aarde heeft Mozes laten weten dat het moment van diens sterven nabij is.
Er zullen dus bevoegdheden overgedragen moeten worden. Mozes en Jozua komen samen bij God in de tent van ontmoeting.

Dan gaat God spreken.
En Hij geeft een bericht door dat niet bepaald blijmoedig stemt. Leest u maar mee.
“Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in ​hoererij​ achter de ​vreemde ​goden​ van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn ​verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken.
Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrikkelijke dingen en noden zullen het volk treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?
Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot ​andere ​goden​ gekeerd”[2].

Heeft Mozes al zijn werk nu voor niets zitten doen? Zijn de vele inspanningen voor niets geweest?
U zult zo’n boodschap maar krijgen, vlak voor u sterven gaat! ‘Al dat werk van u levert niet al te veel rendement op…’. Zulke dingen wilt u dan toch helemaal niet horen?

De Here spreekt verder.

Mozes moet de Israëlieten een lied leren. Het is een lied dat tegen de Israëlieten getuigt. Een lied voor mensen in de beklaagdenbank, zeg maar.

God zegt: “En nu, schrijf voor u dit ​lied​ op en leer het de Israëlieten; leg het hun in de mond, opdat dit ​lied​ voor Mij een getuige is tegen de Israëlieten.
Want Ik zal dit volk brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, een land dat overvloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot ​andere ​goden​ wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn ​verbond​ verbreken.
En het zal gebeuren, wanneer veel verschrikkelijke dingen en noden het volk getroffen hebben, dat dit ​lied​ dan voor zijn aangezicht als getuige zal antwoorden; want het zal niet vergeten worden of uit de mond van zijn nageslacht verdwijnen”[3].

Ziet u wat hierboven gebeurt?
De Israëlieten lopen en masse bij God weg.
Maar de Here is trouw. Hij heeft Zijn volk een nieuw land beloofd. En ja, die belofte zal zeker worden ingelost!
En er zal nog iets bijzonders geschieden. Namelijk dit: de Here wordt gedurende lange tijd niet gediend, maar dat lied is – om zo te zeggen – het refrein van de geschiedenis. De Here wordt bijkans vergeten, maar dat lied kent iedereen nog. De hemelse God is uit het beeld weggedrukt. Maar dat lied wordt nog vaak gezongen. Of geneuried, misschien. En ja, iedereen kent de tekst nog…
Jazeker, op de lange duur realiseert het volk zich dat God al lang niets meer van Zich heeft laten horen. Uiteindelijk is er her en der wel iemand die zegt: “Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?”…
Maar dat lied? Dat lied echoot door de tijden heen.

Het weergalmt in de tijd:
“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”.

Wie zich realiseert wat de voorgeschiedenis van dit lied is, bedenkt ook dat dit een waarschuwing is.
Bekende en zeer vrome liederen kunnen uit volle borst worden gezongen, terwijl de dienst aan de Here toch in de vergetelheid raakt. Christelijke liederen kunnen op harmonieuze wijze ten gehore worden gebracht, terwijl in het dagelijks leven het volgen van Jezus Christus nauwelijks een rol speelt.
Daar zullen we, ook in de kerk van de Here Jezus Christus, voor moeten uitkijken!

Maar daarmee is niet alles gezegd.
Want immers – het is de Here Zelf die er zorg voor draagt dat dat lied van Deuteronomium 32 in de geheugens blijft hangen.
Het is de Heilige Geest van God die ervoor gezorgd heeft dat het lied van Mozes nu in onze Bijbels staat.
De God van hemel en aarde zorgt er Persoonlijk voor dat Zijn werk doorgaat; zelfs als Zijn ‘instrumentarium’ – het volk dat Hij uitkoos – somtijds tegenwerkt!

Doen wij het goed in de kerk?
Maken wij, kerkmensen van 2019, de juiste keuzes?
Stelt de kerk van 2019 de juiste prioriteiten?
Dat zijn vragen waar niet altijd makkelijk een antwoord te geven is. De Bijbel leert ons op diverse plaatsen dat het zomaar mis kan gaan.
Maar laten wij, dat geconstateerd hebbende, niet wanhopig worden. Want de God van het verbond laat niet varen wat Zijn hand begon. Oftewel: de kerk gaat niet ten onder, hoezeer de wereld daar misschien ook haar best voor doet.

Wat dat betreft spreekt Psalm 145 boekdelen:
“Rechtvaardig is de HEER in zijn beleid,
zijn werk toont steeds zijn goedertierenheid”[4].
De Here is te allen tijde billijk. Zijn manier is altijd alleszins gerechtvaardigd.
Tegelijkertijd staat Zijn manier van doen bol van barmhartigheid.

Als Mozes dit lied aan zijn volksgenoten heeft doorgegeven zegt hij erbij: “Neem al de woorden waarmee ik u heden waarschuw, ter harte, zodat u uw ​kinderen​ gebiedt al de woorden van deze wet nauwlettend te houden. Want het is geen woord zonder inhoud voor u, maar het is uw leven”[5].
Dat wil zeggen: het is geen kwestie van overleven, maar van voluit leven in allerlei omstandigheden, relaties en verbanden – gezegend door God en tot eer van God.

Het is uw leven – die proclamatie klinkt ook in 2019.
Onze welgemeende reactie met Psalm 145 is daarom zeker gewettigd:
“Al wie tot Hem in waarheid roept, hoort Hij,
ja, Hij verlost, is in hun nood nabij.
De HEER bewaart hen die Hem trouw verwachten,
maar Hij verdelgt al wie zijn wet verachten.
Mijn mond zal spreken van de lof des HEREN.
Laat al wat leeft zijn naam voor eeuwig eren!”[6].

Noten:
[1] Deuteronomium 32:3 en 4.
[2] Deuteronomium 31:16, 17 en 18.
[3] Deuteronomium 31:19, 20 en 21.
[4] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Deuteronomium 32:46 en 47.
[6] Dit zijn de laatste regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 december 2018

Gevraagd: gehoorzaamheid en lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs hoorde ik iemand die ‘kerks opgevoed’ is, in onvervalst Gronings een treffende opmerking maken. Hij sprak: “Als ik zai wat er apmoal in wereld gebeurt, din denk ik van nou, Hai het toch ’n foutje mokt”. In vertaling luidt zijn statement: “Als ik zie wat er in de wereld gebeurt, dan denk ik: nou, Hij heeft toch een foutje gemaakt”[1].
De vraag die achter de stellingname van de spreker ligt is kraakhelder: als God zo machtig is, kan Hij toch ook wel zorgen dat de wereld er anders uitziet?
De heilige God krijgt, kortom, de schuld van het menselijk leed. En dat terwijl mensen er zelf een zootje van maken!

Met een schuin oog op het bovenstaande wijs ik nu op woorden uit Deuteronomium 8. Het zijn deze: “Weet dan in uw ​hart​ dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt, en neem de geboden van de HEERE, uw God, in acht door in Zijn wegen te gaan en door Hem te vrezen”[2].

Over Deuteronomium 8 schreef ik al eens: “In dat hoofdstuk wordt er op gewezen dat de tocht door de woestijn nodig is geweest om de Israëlieten te leren dat zij volledig afhankelijk zijn van God. (…) Lijden moet dus tot verootmoediging leiden.
In de woestijn leert Israël dat er meer is dan het brood der aarde. Uiteindelijk leeft iedereen van Gods Woord. Die levensles mogen ook wij ons eigen maken”[3].

Het is makkelijk om te zeggen: wij komen niet uit de woestijn.
Wij kunnen vervolgens simpelweg zeggen: in de supermarkt kunnen wij alles kopen wat wij van node hebben.
Wij kunnen daaraanvolgend mompelen: Deuteronomium 8 geldt derhalve niet meer voor ons; met die oude tekst kunnen wij niets meer aanvangen.
Maar dat gaat te snel. Veel te snel.

Want Deuteronomium 8 staat niet voor niets in onze Bijbels. Ook wij moeten leren dat we van God afhankelijk zijn.
In deze Nieuwtestamentische tijd behoren wij ons terdege te realiseren dat we onze Heiland in afhankelijkheid behoren te aanbidden. Want Hij heeft voor onze zonden betaald. Er was en is geen enkel ander schepsel op deze aarde dat die betaling kon verrichten.
Zelfs de sterkste mens kan dat niet. Zelfs de meeste intelligente mens kan dat niet.
De Enige die voor onze zonden betalen kon was de Here Jezus Christus. En dat deed Hij, in Zijn tijd op aarde en aan het kruis op Golgotha.
Zo zorgde Hij ervoor dat er in het aardse leven van Zijn kinderen altijd perspectief is. De weg naar Gods troon is open. De weg naar de hemel is geplaveid.
Daarom zegt Hij in Johannes 6: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet ​Mozes​ heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft”[4].
En:
“Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben”.

Terug nu naar Deuteronomium 8.
In dat hoofdstuk staat het volk Israël op het punt het land Kanaän binnen te trekken. Dat is – om Deuteronomium 8 te citeren – “een land met waterbeken, ​bronnen​ en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en ​granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing; een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken”[5].
Israël gaat eindelijk de rust vinden.
Israël gaat de welvaart tegemoet!

Wat zien wij als we overschakelen van Deuteronomium 8 naar de maatschappij van 2018?
We zien een samenleving die gaandeweg harder lijkt te worden. Men komt in actie tegen hoge brandstofprijzen, de verlaging van accijnzen, ontevredenheid over het zorgstelsel, de wens omtrent een ander migratiebeleid, de diepe wens om de pensioenleeftijd te verlagen, de wens van een basisinkomen voor iedereen alsmede het vertrek van de Neêrlandse minister-president.
De protestbeweging van de gele hesjes is heden ten dage een bekend fenomeen. Dood en verderf gaan bij de acties niet zelden hand in hand.
In die wereld leert de kerk “dat de HEERE, uw God, u gehoorzaamheid bijbrengt zoals een man zijn zoon gehoorzaamheid bijbrengt”.
Gehoorzaamheid?
Het mocht wat!
Je moet voor je rechten opkomen, anders raak je binnen de kortste keren ondergesneeuwd!

Deuteronomium 8 roept de kerk niettemin op tot gehoorzaamheid.
En tot de lof op God, tevens.
Ik citeer: “Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft”[6].

De waarheid is in Jezus, het Brood des levens van Johannes 6.
Het is – om met Efeziërs 4 te spreken – de bedoeling “dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[7].

In Deuteronomium 8 is zogezegd sprake van het nieuwe land.
Ach, het is nog maar het begin.
In 2 Corinthiërs 5 zegt Paulus: alles wordt nieuw! Dat gaat zo: “als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door ​Jezus​ ​Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in ​Christus​ de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd”[8].

Om tenslotte Deuteronomium 8 nog eens te citeren: “…u moet de HEERE, uw God, in gedachten houden, dat Hij het is Die u kracht geeft om vermogen te verwerven, opdat Hij Zijn ​verbond​ zou bevestigen, dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft, zoals het op deze dag nog is”[9].

Bij het verbond dat Hij met Zijn kinderen gesloten heeft, steken die gele hesjes schril af.

En nee, de Verbondsgod maakt geen fouten.
Heus niet!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rtvnoord.nl/tv/programma/10250/Expeditie-Grunnen/aflevering/20351 ; geraadpleegd op maandag 3 december 2018.
[2] Deuteronomium 8:5 en 6.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Smart maakt soms sterk’, hier gepubliceerd op maandag 14 november 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/11/14/smart-maakt-soms-sterk/ .
[4] Johannes 6:32 b en 33.
[5] Deuteronomium 8:7 b, 8 en 9.
[6] Deuteronomium 8:10.
[7] Efeziërs 4:22, 23 en 24.
[8] 2 Corinthiërs 5:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 8:18.

23 oktober 2018

Veiligheid

Zo ongeveer de hele wereld lijkt in dit roerig tijdsgewricht bezig met activiteiten met betrekking tot het begrip dat tevens de titel van dit artikel is.
Op de site van de Volkskrant staat op donderdag 18 oktober 2018 een artikel over de veiligheid van scootmobielen; en vooral het gebrek aan die veiligheid[1]. De NOS kopt op dezelfde dag: ‘Nederlandse bouwsector al jaren niet meer serieus bezig met veiligheid’.

Bezig zijn met veiligheid is een must. Zeker in een land waar op ruim 41.000 vierkante kilometer zo’n 17.260.000 mensen wonen[2].

We zijn als Neêrlandse burgers verantwoordelijk voor elkaars welzijn.
Dat is trouwens niets nieuws.
Het Woord van God spreekt er al over.

In Deuteronomium 22 lezen we onder meer: “Wanneer u een nieuw ​huis​ bouwt, moet u op uw ​dak​ een borstwering maken, zodat u geen ​bloedschuld​ op uw ​huis​ laadt, wanneer iemand eraf valt”[3].

Over dat hoofdstuk schreef ik al eens: “Deuteronomium 22 gaat over rechten en plichten ten opzichte van de naaste. Zeg maar gewoon: over maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Stel dat u beesten tegenkomt die verdwaald zijn, maar die u herkent als dieren die behoren tot de veestapel van uw buurman. Zulke dieren mag u niet laten lopen. U moet ze naar de buurman terugbrengen. Datzelfde geldt ook voor kleren. Het feit dat u de buurman niet zo goed kent kan niet als excuus gelden.
Men moet maatschappelijk verantwoord bouwen. Wie dat niet doet, kan zomaar de grootst mogelijke ongelukken veroorzaken.
Bouwland moet men niet uitbuiten. De grond mag niet uitgemergeld worden. Kortom: het leven dient te worden beschermd”[4].

Het is duidelijk: wij zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de veiligheid in de samenleving. Dat gegeven is al zo oud als de Bijbel. In een seculiere samenleving raken wij dat echter in snel tempo kwijt.
Wij leven in een maatschappij waarin verantwoordelijkheden nogal eens worden afgeschoven, of zelfs domweg worden genegeerd. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als de winstmarges in het bedrijfsleven onder druk staan. In zo’n situatie blijkt dat geld boven verantwoordelijkheid gaat.
De heer Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zegt: “Als er een probleem is, kijkt iedereen weg. Als het mis gaat, wijst iedereen naar de ander. Iedereen zit meer aan de aansprakelijkheid te denken dan aan de vraag: hoe zorgen we dat dit nooit weer gebeurt? We zien bij onderzoeken altijd hetzelfde stramien: veel spelers, weinig verantwoordelijkheid”[5].
Laten we het maar zonder omwegen vaststellen: gebrek aan verantwoordelijkheid – dat is een goddeloos uitgangspunt!
In de kerk moeten we daarom Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus maar regelmatig blijven repeteren: “…terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen”[6].

Alles begint en eindigt bij de God van hemel en aarde.
Bij Hem die in Deuteronomium 12 afkondigt: “Maar u zult de ​Jordaan​ oversteken en gaan wonen in het land dat de HEERE, uw God, u in erfelijk bezit geeft. Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom u, en u zult veilig wonen. Dan zal daar de plaats zijn die de HEERE, uw God, zal ​uitkiezen​ om Zijn Naam daar te laten wonen”[7].

De God van hemel en aarde geeft garanties voor veilig leven en wonen!
Wie de diepte van die constatering peilen wil, moet het geheel van het Bijbelboek Deuteronomium overzien.

Dat Bijbelboek herinnert Gods volk eerst aan al datgene wat de Heere voor en met Israël gedaan heeft sinds de uittocht uit Egypte, in een periode van bijna veertig jaar[8].
De wetten die de Here gegeven heeft worden nog eens herhaald. Ze worden nog wat uitgebreid en vooral ook nader verklaard. Het moet het volk van God helder voor ogen staan dat de veiligheid die de Here geeft, aangeboden wordt binnen het kader van de door Hem verstrekte voorschriften. In die zin is veiligheid echt een Verbondszaak[9].
Daarom houdt de Here de tien geboden nog eens nadrukkelijk aan Zijn volk voor. Het belang van gehoorzaamheid wordt er bijna ingehamerd[10].
Binnen het verbond bloeit het leven op. Dan zijn er altijd mensen die goed leiding kunnen geven. Geen wonder eigenlijk dat Mozes’ opvolging uitstekend geregeld wordt[11].
Zo garandeert de God van het Verbond veiligheid aan Zijn volk!

Onze God geeft veiligheidsgaranties.
Dat dat geen broze zekerheden zijn, zien we in de wereldgeschiedenis.
Wie optimaal van die garanties wil genieten moet gehoorzaam naar Gods wetten leven.
Die veiligheidsgaranties zullen ook in de toekomst gelden, als zich nieuwe generaties aandienen.
Onze God pakt de veiligheid van Zijn kinderen groots en integraal aan!
Zo ongeveer de hele wereld is druk doende met het bevorderen van de veiligheid in deze wereld.
Bezig zijn met veiligheid is heden ten dage absoluut noodzakelijk.
Maar kerkmensen staan, als het hierom gaat, met 1-0 voor.
Want in de kerk mogen wij weten: God biedt Zijn kinderen bescherming.
In de kerk moeten wij echter ook beseffen: de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van onze medemensen is ten diepste een kwestie die thuishoort binnen de kaders van het Verbond.

Noten:
[1] Te vinden op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-scootmobiel-gevaarlijker-dan-de-fiets-en-de-auto-aan-die-rem-moeten-ze-echt-wat-doen-~b47dcb40/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_naar_oppervlakte en https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/bevolkingsteller ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[3] Deuteronomium 22:8.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Genderneutraal’, hier gepubliceerd op woensdag 25 oktober 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/10/25/genderneutraal/ .
[5] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/tjibbe-joustra-als-er-een-probleem-is-kijkt-iedereen-weg-als-het-mis-gaat-wijst-iedereen-naar-de-ander-~b6253525/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 107.
[7] Deuteronomium 12:10 en 11 a.
[8] Zie de hoofdstukken 1 tot en met 4 van dit Bijbelboek.
[9] Zie de hoofdstukken 5 tot en met 26 van dit Bijbelboek.
[10] Zie de hoofdstukken 27 tot en met 30 van dit Bijbelboek.
[11] Zie de hoofdstukken 31 tot en met 34 van dit Bijbelboek.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.