gereformeerd leven in nederland

11 juni 2018

Kent u Mefiboseth?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom zijn wij lid van de kerk?
Eenvoudig gezegd: omdat wij bij God horen. En omdat wij weten dat Hij de mensen die bij Hem in de kerk bijeenbrengt.
In de kerk laten we iets van Gods liefde zien.

Dat klinkt prachtig.
Maar in de praktijk is het allemaal niet ideaal.

Er zijn, bijvoorbeeld, veel rokers in de kerk. Terwijl allerlei personen en instanties ons bij de voortduur laten weten dat roken uiterst ongezond is.

Nog een voorbeeld.
Laatst was er iemand die over De Gereformeerde Kerk Groningen zei: bij jullie is alles niet zo goed, want jullie hebben een ouderling die een lichamelijke beperking heeft… Met andere woorden: u legt de Bijbel heel nauwkeurig uit, maar volmaakt is het bij u zeker niet.

Dat laatste klopt.
En eigenlijk is dat ook wel logisch.
Want God heeft Zijn kinderen niet uitgekozen omdat zij volmaakt zijn.

En het is duidelijk: hoe we ook ons best doen, volmaakt wordt het hier op aarde nooit.
Want wij blijven zondig, ook al zijn wij oud en wijs.

Dit alles overpeinzend, denk ik aan Mefiboseth[1].

Mefiboseth heeft een handicap.
Zijn voedster heeft hem tijdens een vlucht voor de Filistijnen haastig meegenomen. Maar er is iets heel erg mis gegaan. Het kleine jongetje is ernstig ten val gekomen. Zodoende is hij kreupel[2].
U kunt die historie terugvinden in 2 Samuël 4.

Deze Mefiboseth eet bij koning David aan tafel.
Dat blijkt uit 2 Samuël 9: “Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader ​Saul​ teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn ​tafel​ de maaltijd gebruiken”[3]. En: “Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de ​koning​ at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten”[4].

Dat koning David dat regelt is een prachtig staaltje van zelfoverwinning.
Kijkt u maar in 2 Samuël 5: “… En wat die kreupelen en die blinden betreft, ​David​ haat ze met heel zijn ziel. Daarom zegt men wel: Een blinde of kreupele zal niet in het ​huis​ komen”[5].
Zeg maar gewoon: David heeft een enorme hekel aan gehandicapten.

En toch komt Mefiboseth met regelmaat bij David eten.
Waarom zit die Mefiboseth – zoon van Jonathan – geregeld bij de koning aan tafel?
Antwoord: op die manier laat David zien dat zijn verbond met de vader van Mefiboseth, Jonathan, nog steeds geldig is.

In 1 Samuël 20 sluit David een verbond met Jonathan.
Ik citeer een paar verzen uit dat Schriftgedeelte. Jonathan zegt: “Zul je niet, als ik dan nog leef, mij de goedertierenheid van de HEERE bewijzen, zodat ik niet hoef te sterven? Je zult toch ook mijn ​huis​ tot in eeuwigheid je goedertierenheid niet onthouden, ook niet wanneer de HEERE eenieder van de vijanden van ​David​ van de aardbodem uitgeroeid zal hebben! Zo sloot Jonathan een ​verbond met het ​huis​ van ​David​ en zei: Laat de HEERE rekenschap eisen van de vijanden van ​David!”[6].
Er ligt dus een toezegging: David zal de nakomelingen van Jonathan altijd goed verzorgen. En David voegt de daad bij het erewoord.

Daarom kunnen we David een theocratisch koning noemen.
Theocratie: in dat begrip zitten twee Griekse woorden verborgen.
Theos betekent God; kratein vertalen wij met: regeren. David laat in zijn manier van doen zien hoe God regeert.

David heeft, als hij Mefiboseth aan tafel nodigt, een heleboel meegemaakt.
Er zijn oorlogen geweest, in binnen- en buitenland. David heeft Jeruzalem ingenomen: het is zijn residentie geworden. Hij heeft de ark van de Here naar Jeruzalem overgebracht. Bij de eerste poging daartoe zijn er allerlei dingen mis gegaan. De tweede keer gaat het echter goed. En nu zat David, in alle rust op zijn troon in Israël.

Mefiboseth mag in de vreugde delen.
Ook Mefiboseth mag het zien: hier heeft God grote dingen gedaan.
Mefiboseth ziet het voor zich: zo regeert God.

David en Mefiboseth zijn mensen met tekortkomingen: lichamelijk en geestelijk.
Zij zijn allebei in afwachting van de komst van de Messias.
En Hij is gekomen om David, Mefiboseth en al Zijn uitverkorenen te redden.
Daarom schrijft Paulus in Romeinen 8: “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. Wie is het die verdoemt? ​Christus​ is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook ​opgewekt​ is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit”[7].

Zo regeert God.
Ook vandaag.

En Hij maakt geen onderscheid tussen mensen met of zonder beperking. Hij geeft al Zijn kinderen alles wat nodig is om Hem te dienen.
Iedereen, gehandicapt of niet, mag het Johannes nazeggen: “… deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[8].

Nee, volmaakt is het in de Gereformeerde kerk niet.
En dat wordt het ook niet.
Maar de hemelse God gebruikt de gaven van iedereen.
Is dat niet prachtig?

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 18 februari 2008.
[2] Zie 2 Samuël 4:4: “Jonathan, de zoon van ​Saul, had een zoon die aan beide voeten verlamd was. Hij was vijf jaar oud toen het bericht over ​Saul​ en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster had hem opgepakt en was gevlucht, maar toen zij haastig op de vlucht sloeg, gebeurde het dat hij viel en kreupel werd. Zijn naam was Mefiboseth”.
[3] 2 Samuël 9:7.
[4] 2 Samuël 9:13.
[5] 2 Samuël 5:8 b.
[6] 1 Samuël 20:14, 15 en 16.
[7] Romeinen 8:32, 33 en 34.
[8] 1 Johannes 1:3 en 4.

23 maart 2018

Wasdom van wantrouwen?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kerk gaat kapot aan wantrouwen.

Tenminste, zo lijkt het maar al te vaak.
In de kerk gebeurt van alles. Er wordt over heel veel dingen gecommuniceerd. Massa’s mensen vragen zich af of het wel goed gaat in de kerk. Wordt er wel recht gedaan?

Wie naar al dat gekrioel kijkt, heeft de neiging om te zeggen: in de kerk bemoeit iedereen zich met iedereen. Als de gang van zaken niet welgevallig is, gaat men ijverig aan het werk met bezwaarschriften.

De kerk lijkt soms als twee druppels water op de wereld. Immers, daar is wantrouwen aan de orde van de dag.
Over de wereld gesproken… neem nou die PVV-kandidaat die via Twitter bekendmaakte: “Beste Volger, Ik Rob Jansen, zal me na de verkiezingen afsplitsen mocht ik gekozen worden. Dit omdat de PVV Utrecht er te gematigd in gaat. Deel dit”[1][2].
Het vertrouwen sijpelt uit de wereld weg. Wat? Het stroomt eruit!
Welnu – in de kerk moet het toch geheel anders gaan?

Is er nog wel hoop voor de kerk?
Jazeker.
Toch wel.

Alleen maar – dan moeten wij niet naar mensen kijken.
Wij moeten de blik op onze Heiland richten!

Graag wijs ik u vandaag op woorden uit Marcus 10: “Zie, wij gaan op ​naar Jeruzalem​ en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en de ​schriftgeleerden​ overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem aan de heidenen overleveren. En zij zullen Hem bespotten en Hem ​geselen​ en Hem bespuwen en Hem doden; en op de derde dag zal Hij weer opstaan”[3].

Dat is de derde aankondiging van het lijden.

Let u erop dat er ook staat: “En zij waren onderweg en gingen ​naar Jeruzalem​ en ​Jezus​ ging hen voor; en zij waren verbaasd en terwijl zij Hem volgden, waren zij bevreesd”[4].
Jezus gaat voorop.
De discipelen volgen schoorvoetend.
Erger nog: ze zijn verbijsterd.
Ontzet.
Bang.
Gaat hun Heer nu recht op een aanslag van de Farizeeën af? Dat doe je toch niet? Je solliciteert toch niet naar je dood? Waar gaat het toch heen in deze wereld?

Het gaat naar Jeruzalem.
Preciezer: de Heiland gaat naar Jeruzalem. In grote trouw doet Hij wat Zijn Vader van Hem vraagt. Hij gaat Zijn kinderen loskopen uit de macht van de duivel. Hij kiest de Zijnen uit. Hij roept die allen.
Jezus Christus gaat de weg die Zijn Vader hem wijst. Jezus weet precies wat er gebeuren gaat. Onze Heer gaat vol vertrouwen verder!

De discipelen snappen er niets van.
Zij gaan discussiëren over de plaats die zij in de hemel zullen krijgen. Ze willen wel graag een mooie plaats. En als het even kan graag de allermooiste!

Het lijkt 2018 wel. Immers, ook vandaag maken heel wat kerkmensen zich tamelijk druk over onbenullige dingen.
We praten uren met elkaar. We typen lange documenten, want de computer zegt nooit ‘stop!’.
En al doende sijpelt ons vertrouwen in elkaar onder de kerkdeur door. Weg is ‘t!

Intussen mogen we nooit – inderdaad: nooit! – afleren om onze Heiland volledig te vertrouwen.
Hij weet in Marcus 10 al precies wat er gebeuren gaat: bespotting, geseling, kruisiging, dood, begrafenis…. en opstanding. Jazeker: opstanding.
De weg van de Heiland is uitgestippeld. Nee, daar heeft Hij geen planoloog voor nodig. Want Jezus Christus weet: uiteindelijk zal Ik triomferen over de dood!

Daar gaat het om, in de kerk.
Nu weten we: Hij heeft ons uit de klauwen van de duivel gered. Niemand kan ons bij onze Heiland wegtrekken.
Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “Daarom zegt de Schrift ons, als zij (…) dit gebrek aan vertrouwen van ons wil wegnemen, dat Jezus Christus in alle opzichten aan zijn broeders is gelijk geworden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun die verzocht worden, te hulp komen (Hebreeën 2:17 en 18). En om ons nog meer moed te geven om tot Hem te gaan, zegt de Schrift verder: Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden”[5].

Gebrek aan vertrouwen – dat is iets van alle tijden.
Gebrek aan vertrouwen in de macht van onze God – ja, dat komt in alle eeuwen voor.

In een wereld vol achterdocht en argwaan moeten we er ons in trainen om te vertrouwen op onze God!

Gaat de kerk kapot aan wantrouwen?
Nee, toch niet.
Wij mogen instemmen met de Dordtse Leerregels: “Intussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei zondige twijfel te strijden hebben en in zware aanvechting dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd voelen. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat hen niet boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen en Hij maakt door de Heilige Geest hen weer zeker van de volharding”[6].

Weet u wat Jezus in Marcus 10 ook zegt?

“U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie van u de eerste zal willen worden, die moet dienaar van allen zijn”[7].

Dat moeten wij in de kerk maar wat vaker bedenken.
Zeker in de lijdenstijd!

Noten:
[1] Geciteerd van @robjansen_pvv ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[2] Overigens verscheen op vrijdag 16 maart jl. de volgende tweet van Rob Jansen: “Beste na overleg en er een nachtje over geslapen te hebben, stop ik met mijn activiteiten ik stap op. Ik wens de pvv een goede vaart”.
[3] Marcus 10:33 en 34.
[4] Marcus 10:32 a.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 11.
[7] Marcus 10:42, 43 en 44.

27 november 2017

Heilige dienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In dit artikel is ‘dienstbaar’ een belangrijk trefwoord.

Daarbij wijs ik vooral op Romeinen 6.
“En, vrijgemaakt van de ​zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de ​gerechtigheid”[1].
Even verderop in datzelfde hoofdstuk staat:
“Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven”[2].

Waarom schrijf ik vandaag over dienstbaarheid?
In zo ongeveer alle Nederlandse kerkverbanden komen we ruzie tegen. Soms lopen de ruzies hoog op.
Eén van de meest geruchtmakende zaken in de laatste tijd is wel de kwestie-Kruiningen in de Gereformeerde Gemeenten[3].

Ambtsdrager zijn in de kerk: dat is niet altijd makkelijk. Dat kan ik uit ervaring zeggen; ik ben er zelf één.
De vraag is: kunnen we in zo’n wereld nog wel met goed fatsoen ambtsdrager wezen? Maak je jezelf niet belachelijk?
Trouwens, is het sowieso nog wel de moeite waard om in 2017 kerklid te wezen? Want zegt u nou zelf: er is altijd wel wát…

Mijn antwoord is: ambtsdrager en kerklid wezen, dat is beslist de moeite waard!

Zo kom ik op Romeinen 6.
Wij zijn van de zonde vrijgemaakt, staat er. Dat hebben we niet zelf gedaan.
Wij zijn aan God dienstbaar gemaakt. En wederom: dat hebben we niet zelf gedaan.
God zij dank, schrijft Paulus[4].
Het is aan God te danken dat wij keuzes maken die in lijn zijn met Gods Woord. De zonde is er nog wel in ons leven, maar die heeft geen macht meer over ons. Heilige boontjes zullen wij nooit worden, maar geheiligde mensen zijn we wel. Ondanks onszelf!
Wij gaan het eeuwige leven tegemoet. Wie naar zichzelf kijkt, denkt wellicht: hoe is ’t mogelijk? Nee – we hebben er geen recht op, maar het is echt waar. Die genadegave kregen wij van de God van het verbond. En die neemt niemand ons meer af!
Of we nu ambtsdrager of kerklid zijn: de belofte van de komende heerlijkheid dragen we altijd met ons mee.

Romeinen 6 maakt deel uit van een groter geheel, dat in hoofdstuk 5 begint.
We stammen af van Adam, de eerste mens die ongehoorzaam werd aan Gods verordeningen. De erfzonde kwam in de wereld. Alle mensen verdienden daarom de zwaarst denkbare straf.
Maar in Christus krijgen Gods uitverkoren kinderen het leven terug.
Christus zorgt ervoor dat de oude mens de aftocht blazen moet. De oude mens is met Christus gekruisigd. In het leven van gelovigen is de zonde daarom niet de meer de grootste macht. Wat niet wegneemt, dat ons hele leven een hele strijd wezen kan!
Maar de afloop van die strijd staat al vast. Want Jezus Christus, onze Heiland, heeft de beslissende slag al gewonnen.
En wij weten het zeker: niets, helemaal niets, kan ons van Christus’ liefde scheiden![5]

Gereformeerden zijn geneigd om voor die overtuiging uit te komen. Duidelijk. Scherp omlijnd.
Bijna niemand gelooft hen. Want zo gaat dat in een seculiere maatschappij. Daarom is in die samenleving een gedecideerde houding nodig.
De assertieve houding die in de wereld nodig is, nemen we te vaak ook op het kerkplein en in het Nederlandse kerkelijke leven aan. Mede daardoor komt het dat Gereformeerden zo vaak scherp tegenover elkaar staan.
En dat terwijl alle gelovigen de beloften van de komende heerlijkheid ontvangen hebben. Alle kerkleden zijn dienstbaar gemaakt.

Wat betekent dat in de praktijk?
In ieder geval wel het volgende.
* Dat betekent dat op het kerkplein en in het Nederlandse kerkelijke leven goede samenwerking driedubbel zo belangrijk is als in de wereld.
* Dat betekent dat op het kerkplein en in het Nederlandse kerkelijke leven de saamhorigheid driedubbel zo belangrijk is als in de wereld.
* Dat betekent dat meningsverschillen over praktische dingen nooit tot een diepgaande kloof zouden mogen leiden.

In de kerk en op het kerkplein is iedereen, met zijn of haar eigen gaven, in dienst van de hoge God. Wij dragen zijn beloften mee, en proclameren die in de wereld. Dat mogen we, als ik dat zo zeggen mag, feestelijk radicaal doen. Ons leven heeft een gouden randje, wat er ook gebeurt.
Maar wij mogen niet radicaal zijn als iemand iets doet wat ons niet bevalt. Wij mogen niet extreem zijn als iemand iets schrijft dat ons niet welgevallig is. Naar mijn smaak komt het te vaak voor dat kerkmensen, al of niet stilzwijgend, worden afgeschreven.
In sommige gevallen gaat het niet om de kerkleer, maar om botsing van persoonlijkheden. Dat schijnt in de kwestie-Kruiningen zo te zijn[6].
Romeinen 6 leert ons dat dergelijke zaken totaal onacceptabele situaties opleveren!

Kinderen van God vormen samen, om zo te zeggen, het paleispersoneel waarover de hoge God op aarde de beschikking heeft.
Een betere roeping bestaat er niet!
Ik noteer het graag nog eens een keer: ambtsdrager en kerklid wezen – ja, dat is de moeite waard!

Ja, ik weet dat het een onoverzichtelijke tijd is.
Ja, ik weet dat Gods kinderen graag voelen dat zij het gelijk aan hun kant hebben.
Ja, ik weet dat kinderen van God het bij tijd en wijle grondig met elkaar oneens zijn. Dat geeft niet. Als wij steeds maar terugkeren naar onze kerntaak. De taak zoals Psalm 106 die omschrijft:
“Geprezen zij de HEER die leeft,
die Israël verkoren heeft.
Hij brengt straks heel zijn volk tezamen.
Gezegend zij zijn trouw beleid.
Zegg’ al het volk nu: Amen, amen.
Loof hem in alle eeuwigheid”[7].

Noten:
[1] Romeinen 6:18.
[2] Romeinen 6:22.
[3] Zie https://www.rd.nl/thema/kerk-religie/kwestie-kruiningen ; geraadpleegd op woensdag 15 november 2017.
[4] Romeinen 6:17.
[5] Het voorgaande is de korte inhoud van Romeinen 5:12-8:39. Zie ook http://www.oudesporen.nl/Download/HB325.pdf  ; geraadpleegd op woensdag 15 november 2017.
[6] Zie https://cip.nl/65318-synodepreses-ds-j-j-van-eckeveld-keurt-actie-ds-bredeweg-af ; geraadpleegd op woensdag 15 november 2017.
[7] Psalm 106:22 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

19 augustus 2016

Dienstbaar en welgemoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Met een zekere regelmaat worden onderzoeken gedaan naar de geloofsbeleving van jongeren[1].
In november 1996 werd een onderzoek gedaan onder 700 vierdeklassers van het Gomarus College in Groningen; dat betrof toen onder meer het geloofsleven. Men constateerde dat er wel kennis van Gods Woord was, doch gaandeweg minder begrip van de Bijbel.
In 2004 schreef iemand dat jongeren van reformatorischen huize in zes groepen uiteenvallen, namelijk traditionele, reformerende, evangelische, tweeslachtige, existentialistische en schijn-bedriegt-refo’s.
Een jaar later – in 2005 dus – sprak iemand in verband met de jeugd over bewuste belijders, behoudende bewakers, verre vreemden en vlotte vernieuwers[2].
We hebben, kortom, over research op dit gebied niet te klagen.

Moeten wij jeremiëren over de jeugd van tegenwoordig?
Laten wij dat niet doen. Dat zou onjuist zijn.
Wij moeten naar onszelf kijken.

Kunnen wij, levend in een welhaast dolgedraaide informatiemaatschappij, uitleggen hoe christenen de hen verstrekte informatie selecteren en interpreteren?

Dit alles overpeinzend neem ik mijn uitgangspunt in Romeinen 1. De brief aan de christenen in Rome begint zo: “Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God”[3].
Zo typeert de apostel zichzelf dus.

Hij is een doulos, een dienstknecht.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) noteerde daar eens bij: “In het Oosten werd elke onderdaan van de koning slaaf genoemd, zelfs al was hij prins van den bloede. Paulus (en elke gelovige) is particulier bezit van de Christus…”[4].

Gods kinderen kunnen zichzelf, als het goed is, allemaal karakteriseren als dienstknechten en dienstmaagden van Christus.

Zijn daarmee de problemen weg?
Denkend over deze vraag wijs ik u op een uitlating van een jongeman die dit jaar de Wereldjongerendagen in het Poolse Krakau bezocht. U weet het wellicht: “de Wereldjongerendagen (…) zijn internationale bijeenkomsten die om de drie jaar door de Rooms-katholieke Kerk worden georganiseerd. Deze vinden plaats in of bij een grote stad, afwisselend in Europa en elders in de wereld, en worden door enkele honderdduizenden tot soms wel meer dan een miljoen voornamelijk jonge katholieke gelovigen bijgewoond”[5].
Welnu – de jongeman in kwestie, Roy Soeters, zegt: “‘Ik ben hier veranderd. Atheïsten zullen zeggen: ‘dat is psychologisch’. Het is veel meer dan dat. Je voelt de bevrijding in jezelf, had ik na een paar dagen al. Alle stress die je dagelijks ervaart, leg je hier weg. Die leg je bij Jezus”[6].
In het geval van Roy lijken de problemen weggevlogen.
Verdwenen.
Bijna ongemerkt ingevoegd in het honingraatpatroon van prachtige wolkenstraten.
Maar dat is gezichtsbedrog.
Want eenmaal teruggekeerd in het gewone leven komen de problemen ongetwijfeld weer heel snel op Roy af.
En ach, wij kennen allen stress. Wij ergeren ons bij tijd en wijle allen groen en geel aan bepaalde situaties, waaraan we soms ook nog niets kunnen doen. Wij allen hebben wel eens te maken met onwil, oneerlijkheid en onrechtvaardigheid. Tegenslagen? Ach, ze zijn soms aan de orde van de dag.
En ja – Paulus weet daar heus wel het een en ander van. Hij schrijft in Romeinen 1 over “onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, (…) nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid”[7].
De problemen zijn dus niet weg.
De kwestie is dat wij dienstknechten en dienstmaagden van Christus moeten wezen. Dat moeten ouderen aan jongeren leren; niet minder, maar zeker ook niet meer. En waar leren zij dat? Antwoord: in de kerk.

Wanneer wij in dienst zijn van God, leven wij niet altijd in volkomen ontspanning.
Maar we geloven wel in Jezus Christus. In de God die mens werd. In de Man die de dood overwon.
Zodoende predikt Paulus het Evangelie van de vergeving der zonden.
En het is dat blijde Bericht dat de kerk van 2016 nog altijd mag en moet proclameren: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”[8].

Wij denken vaak lang na over allerlei dingen die misgaan in het leven. Wij verwerken teleurstellingen. Wij vangen klappen op, waarvan wij de pijn nog lang voelen.
De Here God denkt echter nooit meer aan de zonden van Zijn kinderen die Hij vergeven heeft. Wij ontvangen de gerechtigheid van Christus. En daarom weten wij het honderd procent zeker: wij worden niet veroordeeld. De eeuwige straf? Nee, die gaan wij niet meemaken[9]!

Mensen die in dienst zijn van de God van hemel en aarde prediken geen stressloze maatschappij.
Zij verkondigen wel vergeving der zonden. Dat vertellen ouderen aan jongeren door. En als het nodig is herinneren jongeren de ouderen daaraan.

In de praktijk van het leven moeten wij keuzes maken die terug gaan op Christus’ werk. Het is dat reddingswerk – om weer met Romeinen 1 te spreken – “dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften”[10].

In Gods blijde Boodschap staat Jezus Christus centraal.
Laten wij Hem maar maar volgen. Jongeren zowel als ouderen.
Dan komt het goed met ons.

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik verspreid over twee zaterdagen, 4 en 11 april 1998, schreef. Die notitie heeft het volgnummer 563 en is getiteld ‘Dienstknechten en dienstmaagden’.
[2] Zie hiervoor onder meer: W. Fieret, “Verbinders, schakelaars en ontkoppelaars”. In: PuntKomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 24 augustus 2012, p. 4 en 5.
[3] Romeinen 1:1.
[4] Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1974. – p. 21.
[5] Citaat van https://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldjongerendagen ; geraadpleegd op dinsdag 2 augustus 2016.
[6] Citaat van http://www.youngholy.nl/relitrends/wereld-jongerendagen-polen_201608 ; geraadpleegd op dinsdag 2 augustus 2016.
[7] Romeinen 1:29, 30 en 31.
[8] Johannes 3:16 en 17.
[9] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 56: “Omdat Christus voldaan heeft, wil God nooit meer denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang moet strijden. Maar God schenkt mij uit genade de gerechtigheid van Christus, zodat ik nooit meer door Hem veroordeeld word”.
[10] Romeinen 1:2.

13 april 2016

Vermaningen rond de voetwassing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vanavond wordt, tijdens een vergadering van de mannenvereniging waar ik lid van ben, nagedacht over een gedeelte van Johannes 13[1].
In die perikoop gaat het over de voetwassing. U weet wel: Jezus “legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was”[2].

Petrus betoont zich een fel tegenstander van die actie.
Maar als Jezus laat blijken dat juist uit de voetwassing blijkt dat Petrus bij Jezus hóórt, draait de tegenstander als een blad aan de boom om.

Een uitlegger noteert bij dit Schriftgedeelte: “Wat Jezus wil zeggen is dit: als het Mij, als Here en Meester (…), niet te min is om voeten te wassen, dan mogen jullie je er zeker niet te groot voor voelen. Als je erkent dat een dienaar niet boven zijn heer staat, dan moet je dat ook in dit geval erkennen. Het moet een vanzelfsprekendheid zijn elkaar de voeten te willen wassen. Bij wie dat niet vanzelf spreekt, valt te constateren dat hij groter wil zijn dan zijn Heer.
Theoretisch inzien en kennen van de algemene regel uit het vorige vers is geen probleem. De moeilijkheid is vaak het in de praktijk brengen ervan. De discipelen hebben wel het juiste inzicht. Maar naast dit kennen moet er een overeenkomstig handelen zijn”[3].

Persoonlijk voeg ik daar de volgende regels aan toe.
Altijd weer zullen we moeten beseffen wat ons motief is voor allerlei dienstverlening in de kerk: de eer van God of onze eigen reputatie.
We zullen in ons leven steeds weer wezenlijke keuzes moeten maken. De apostel Paulus laat in de brief aan de Romeinen blijken hoe principieel die keuzes zijn: “Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen”[4]. Kan het nog duidelijker?
In dit verband wijs ik u overigens ook graag op de inzet van het zesde hoofdstuk van Paulus’ brief aan de Galaten: “Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen. Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó zult gij de wet van Christus vervullen”[5].
Daarom roep ik uit: denk aan uw bloeddruk en hartslag; rustig aan maar, in de kerk!

In aanwezigheid van Judas zegt Jezus vervolgens: “Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven”[6].
Wat zal Jezus dit door de ziel gesneden hebben! En trouwens: zouden de discipelen geschrokken wezen?
Van alle emotie die hier achter ligt, horen we echter niets.

Bij het in de vorige alinea geciteerde woord uit Johannes 13 teken ik het navolgende aan.
* De verleiding is groot om allerlei verhalen te houden over gevoelens. Zo van: wat erg is dit! We kunnen zomaar zeggen: God geeft blijkbaar ruimte voor emoties, ook in onze levens. Het probleem is wel dat we daarover op dit punt van de geschiedenis niets te zien krijgen. We mogen er hier dus geen lange verhalen over houden.
* Jezus weet ondertussen heel goed wat Judas van plan is. Hij doorziet de zonde, en alle consequenties die die zonde heeft. Dat is een waarschuwing voor Judas, en voor ons. De hemelse God kan in onze harten kijken, en Hij doet dat ook!
* We zien hier hoe Jezus Christus de geschiedenis vorm geeft. Willens en wetens gaat Hij in de richting van het hoogtepunt van Zijn lijden. Dat is een heel bewuste keuze. Onze Heiland wil de wereld redden. Daartoe is Hij op aarde gekomen. Zijn plan wordt uitgevoerd, wat er ook gebeurt. Zijn genade is groot!

Indringend is het slot van de perikoop: “Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zend, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft”.
Jezus ziet al aankomen dat de geschiedenis – die door Hemzelf gevormd wordt! – in allerlei versies over de wereld zal gaan. Allerlei meer of minder invloedrijke voorgangers, en andere sprekers, zullen een nieuwe draai aan Christus’ lijden geven.
Maar Zijn leerlingen moeten het Evangelie brengen. En dan moet het duidelijk wezen: wie de Zoon aanneemt, aanvaardt ook de Vader!

Een scribent in het Reformatorisch Dagblad maakte naar aanleiding van Johannes 13 eens een notitie over persoonlijk leiderschap.
“Uiteindelijk heeft iedereen invloed op anderen. Op het werk, thuis of waar dan ook in de maatschappij. In een wereld die ten onder lijkt te gaan aan chaos en liefdeloosheid, is het zeer belangrijk om hierin als individuele christen en als kerken (liefdevol) leiderschap te tonen”[7].
Gereformeerd leiderschap verwijst door naar de Heiland. Van Hem is redding te verwachten. Dat wil niet zeggen dat voor alle concrete situaties onmiddellijk passende oplossingen voorradig zijn. Maar het betekent wel dat we het stuur van ons leven een stuk gemakkelijker uit handen kunnen geven. Want wij weten:
* de Vader zorgt voor ons
* de Heiland heeft voor ons geleden
* de beloften over een hemelse toekomst gelden voor ieder die in God gelooft.

Laten wij dat geloof blijven vasthouden!

Noten:
[1] Vanavond, woensdagavond 13 april 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 13:1-20 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Johannes 13:4 en 5.
[3] Het citaat komt uit de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Johannes 13:16 en 17.
[4] Romeinen 6:11 en 12.
[5] Galaten 6:1 en 2.
[6] Johannes 13:18.
[7] A.J. van der Lee, “Leiderschapslessen uit de lijdenstijd”. In: katern PuntKomma van het Reformatorisch Dagblad, maandag 16 maart 2015, p. 6. Ook te vinden via www.digibron.nl .

19 september 2013

Geloofsrealisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Afgelopen dinsdag was het weer Prinsjesdag. Dag van tradities. Doch niet van glorie.
Volgens de minister-president van ons land, de heer M. Rutte, was het veeleer een ‘dag van realisme’. De premier sprak: “Het is geen feest voor wie de gevolgen voelt van ontslag. Moeilijke tijden vragen om moeilijke beslissingen”[1].

Ach, geef die man eens ongelijk.
Velen in ons land staan voor moeilijke beslissingen. Iedereen moet bezuinigen. De broekriem moet een gaatje vaster. In zo’n geval kun je maar beter zeggen waar het op staat.

’t Was dinsdag een dag van realisme. En gisteren ook. En vandaag? Op deze donderdag moeten wij ook roeien met de riemen die wij hebben.

Gereformeerden leren in de kerk om vooruit te kijken.
Denkt u maar aan Spreuken 24:
“…voor de boze is er geen toekomst,
de lamp der goddelozen wordt uitgeblust”[2].
Of aan Romeinen 8: “Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here”[3].
En de klemmende vraag klinkt: zijn Gereformeerde mensen eigenlijk wel realistisch?

Kerkmensen kunnen anno 2013 immers niet onweerlegbaar bewijzen dat zij echt toekomst hebben. Zij kunnen niet aan de wereld tonen: voor ons wordt het later beter dan voor jullie.
Dat is een kwestie van geloof. Ware gelovigen zeggen het Paulus in Romeinen 8 na: “Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont”[4].

Dat geloof maakt optimistisch.
Dat geloof geeft levensvreugde in een tijd van crisis en neergang.

Wij moeten realistisch zijn, zeggen de mensen.
Ze moeten het doen met wat zij voorhanden hebben.
De koopkracht wordt minder. De portemonnee wordt maar halfvol, en de bankrekening wordt minder gespekt.
Zodoende gaan ze niet meer naar Saint-Tropez, maar naar Zeegse. Niet meer naar de Costa Brava, maar naar de camping. Heel vervelend. Zwaar balen, zogezegd.
Als zij echter hun best doen, komen ze er wel weer bovenop. Zeggen zij.
De appel is zuur, maar het zij zo. Na het zuur komt het zoet… het komt wel weer goed, ook al duurt dat nog even.
Maar ergens knaagt het. Want zij missen de guirlandes van het leven. De leuke franje ontbreekt.

Wat moeten de mensen doen?
Een enkele marketingdeskundige komt, waarschijnlijk ongewild, een eindje in de goede richting.
Op een website van het dagblad De Telegraaf kwam ik althans het volgende bericht tegen:
“Veel Nederlandse bedrijven zouden betere resultaten behalen als ze dienstbaarder waren. Ondernemingen hebben de mond vol van klantgerichtheid, maar in de praktijk houden ze vaak weinig rekening met hun clientèle. Dat schrijft marketingdeskundige Paul Moers in zijn boek Dienstbaar zijn is het nieuwe goud, meldt dagblad Trouw”[5].
Wat wil die marketingdeskundige zeggen? Dit: “Dienstbaar zijn is het nieuwe klantgericht zijn. Veel bedrijven kiezen klantgerichtheid als nieuwe strategie, maar hebben geen idee hoe ze dit in de praktijk invullen, betoogt Moers. Door in dienstbaarheid te denken kunnen bedrijven echt meters maken. Consumenten en klanten verlangen immers optimale dienstverlening. Met minder nemen ze niet langer genoegen. Excelleren in dienstbaar zijn is wat er écht moet gebeuren”[6].

Dienstbaarheid: dat wordt ook van Gereformeerden gevraagd.
Dienstbaarheid wordt van al Gods kinderen gevraagd.
Dienstbaarheid: dat wordt, ten principale van heel de wereld gevraagd.
Maar het gaat dan wel over dienstbaarheid aan Gods wetten. Zulke dienstbaarheid geeft uiteindelijk een dúsdanige rijkdom, dat recessies en crises snel vergeten zijn.
Want zulke dienstbaarheid beloont de Here. In Genesis 26 zegt Hij tegen Isaäk: “En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten”[7].
De dienst van Gods kinderen is de moeite waard. Niet vanwege eigen verdienste. Maar vanwege de opofferingsgezindheid van Jezus Christus. Om het met Romeinen 6 te zeggen: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen”.
Van daaruit formuleert Paulus: “…en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid (…) Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven. Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here”[8].

Wij moeten dienstbaar zijn.
Onze dienst is dankbaarheidsdienst.
Onze dienst is gefundeerd op Christus’ dienst-werk. In de kerk gaat daarom het perspectief op de toekomst open.

Wat staat ons te doen?
Wat is onze taak – vandaag, morgen en overmorgen?
Wij moeten realistisch wezen, zegt wereld; op de lange duur komen we er samen wel uit.
Wij moeten dienstbaar wezen, zegt de marketingdeskundige. Sterker nog: wij moeten excelléren in dienstbaarheid.
Maar de kerk zegt: wij vertrouwen op de eenmalige offerdienst van Jezus Christus. Zijn offer geeft ons geloofsoptimisme en geloofsrealisme.

Op bergen en in dalen – ja overal is God.
Recessie? Hij is erbij!
Economische crisis? Hij helpt ons er door.
Daarom gaan Gereformeerde mensen niet demonstreren. Zij hangen geen spandoeken op. Welnee. Zij gaan naar de kerk. Elke week weer.
En met de werkelijkheidszin die ware gelovigen eigen is mogen zij daar, met Psalm 27, zingen:
“Daar in zijn huis, waar alles spreekt van Hem,
wil ik aanschouwen ’s HEREN heerlijkheid,
zijn schone dienst, verricht in heiligheid.
Ik wil aandachtig luistren naar zijn stem”[9].

Minister-president Rutte leeft in een sfeer van realisme.
De kerk verkondigt eenvoudigweg de feiten uit Gods Woord. Daarom is het in de kerk, ondanks de crisis van onze tijd, tóch een beetje feest.

Noten:
[1]
“‘Dag van realisme’ mocht vooral geen feestje worden”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 september 2013, p. 1.
[2] Spreuken 24:20.
[3] Romeinen 8:38 en 39.
[4] Romeinen 8:10 en 11.
[5] Zie http://www.telegraaf.nl/mijnbedrijf/geld/21899555/__MW_Trouw___Nederland_liever_dom_dan_dienstbaar___.html .
[6] De gegevens van het boek zijn: Paul Moers, “Dienstbaar zijn is het nieuwe goud; 8 stappen om uw klant te verdienen”. – Het Boekenschap, 2013. – 224 p.
[7] Genesis 26:4 en 5.
[8] Achtereenvolgens citeer ik de verzen 4, 18, 22 en 23.
[9] Psalm 27:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Blog op WordPress.com.