gereformeerd leven in nederland

10 mei 2022

Bidden is een verbondsactiviteit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De titel van dit artikel toont reeds welke kant het hier op gaat.
Wij gaan naar de God van hemel en aarde. Waarom? Hij heeft ons Zijn liefde verklaard. De profeet Jeremia spreekt erover in hoofdstuk 31: “Van verre tijden af is de Heere aan mij verschenen: Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid”. En de profeet Maleachi begint er zijn profetie mee: “Ik heb u liefgehad, zegt de Heere, maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad? Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de Heere. Toch heb Ik Jakob liefgehad”.
Bidden is een verbondsactiviteit. We spreken tot onze Geliefde![1]

Onze God heeft ons lief. Voor altijd. Dat verandert nooit meer. In aardse huwelijken zit wel eens een dip. Elk huwelijk schudt wel eens op zijn grondvesten. En God zou, om zo te zeggen, alle reden hebben om ons af te danken. Maar Gods liefde voor ons zit diep. En die liefde is er al van het begin.
Na de zondeval zoekt God de mensen op. Zie Genesis 3: “En zij – Adam en Eva – hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de Heere God te midden van de bomen in de hof. En de Heere God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?”. In Genesis 17 sluit God een verbond met Abraham: “Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen. Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn”. Gods liefde blijft eeuwig bestaan[2].

Hoe beantwoorden wij Gods oneindige liefde? Antwoord: door geloof. In het geloof zijn wij aan Abraham verwant. Dat blijkt in Romeinen 4. Paulus schrijft daar: “De wet brengt immers toorn teweeg, want waar geen wet is, is ook geen overtreding. Daarom is het uit het geloof, opdat het zou zijn naar genade, met als doel dat de belofte zeker zou zijn voor het hele nageslacht, niet voor dat wat uit de wet alleen is, maar ook voor dat wat uit het geloof van Abraham is, die een vader is van ons allen, zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. En hij heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn”.
Bidden doen we dus vanuit ons geloof.
Dat geloof is ons gegeven.
Wij behoren de Here te vragen om ons dicht bij Hem te houden: ‘blijf met uw Geest in onze harten werken’.
Daarom is de regel: bidt alleen samen met mensen die geloven in het verlossingswerk van Jezus Christus en in de beloften die Hij geeft.
Bidden met Jehova’s getuigen? Of met Mormonen? Niet doen[3].

Gods oneindige liefde stempelt ons leven. Wanneer heeft Hij dat stempel laten zien? Antwoord: op het moment van de doop.
W. van Vlastuin (thans hersteld hervormd) schreef daar in 1993 over: “We kunnen de doop nooit overwaarderen, wel op een verkeerde manier waarderen! (…) Wat denken de Joden? Als wij besneden zijn, dan is het wel in orde. Dan is boetvaardigheid overbodig, dan is een nieuw leven niet noodzakelijk, dan kunnen we blijven die we zijn. Dit komen we ook in de gereformeerde gezindte tegen. Aan de ene kant zijn er velen voor wie de doop eigenlijk geen betekenis heeft. Voor veel anderen betekent de doop dat ze zich niet zo druk behoeven te maken en als ze maar netjes leven dat ze dan wel mogen geloven dat ze een kind van God zijn”.
En:
“De doop verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Als we met een gedoopt voorhoofd op plaatsen komen waar we niet horen en boeken lezen die niet verantwoord zijn, dan breken we Gods verbond en halen Zijn verbondswraak over ons leven. Als we gedoopt zijn en leven zonder liefde tot Gods wet, dan hebben we van onze doop nooit iets begrepen”.
Gods eigendomsstempel heeft, als het goed is, ook invloed op onze levenshouding. Laten we het zo zeggen: wie niet wandelt met God, kan niet oprecht bidden[4].

Bidden is een verbondsactiviteit.
Maar we bidden ook in verbondenheid. De mensen in de kerk zijn vrijwel allen bidders. Om met 1 Corinthiërs 12 te spreken: “En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee. Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden”. Op heel veel andere plaatsen in de wereld zijn ook bidders. En wij moeten ons ook met hen verbonden weten. Dat zien wij bijvoorbeeld in Colossenzen 4: “Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging. Bid meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent, om van het geheimenis van Christus te spreken, om welke oorzaak ik ook gebonden ben, opdat ik dit geheimenis mag openbaren zoals ik erover moet spreken”. Wij zien het bijvoorbeeld ook in 2 Thessalonicenzen 3: “Verder, broeders, bid voor ons dat het Woord van de Heere zijn loop mag hebben en verheerlijkt mag worden, zoals ook bij u”. Bidden gebeurt, om zo te zeggen, altijd en overal. Niet alleen voor gemeenteleden, maar voor al Gods kinderen, waar ook ter wereld[5].

Bidden is een verbondsactiviteit die we midden in deze wereld uitvoeren.
Het Gereformeerde doopsformulier vat onze taak zo samen: wij moeten “deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven”.
Wie in nauw contact met God blijft staan, wordt blijmoediger en zekerder van Zijn zaak. Want hij leeft in een voortreffelijk Verbondskader![6]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Jeremia 31:3 en Maleachi 1:2.
[2] In deze alinea citeer ik Genesis 3:8,9 en Genesis 17:4-8.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 4:15-18.
[4] In deze alinea citeer ik uit: W. van Vlastuin, “Heeft de doop geen waarde meer als je de wet niet houdt?”. In: Terdege, woensdag 22 september 1993 [rubriek: Jouw vragen], p. 19.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 12:26,27, Colossenzen 4:2-4 en 2 Thessalonicenzen 3:1. Verder gebruik ik: Drs. A.J. van der Toorn, “Bidden voor de ander – over voorbede”. In: De Wekker, vrijdag 27 februari 2009, p. 250.
[6] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen aanstaande donderdagavond, 12 mei 2022, onder meer spreekt over het thema ‘Bidden in het verbond’. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
Bij de bespreking gebruikt men: H. Westerink, “Bidden in het verbond”. – Hoofdstuk 15 (pagina 83-89) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; Bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].

22 april 2022

Goed kneedbaar deeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”.
Dat schrijft de apostel Paulus aan de christenen in Corinthe. Dat doet hij in 1 Corinthiërs 5.
Wij moeten een nieuw deeg zijn. Het is bekend: deeg houdt van warmte. De vraag is dus: voelen we in de kerk de warmte van het Evangelie?[1]

‘Verwijder het oude zuurdeeg’, schrijft Paulus. Dat betekent in ieder geval dat wij geen slaven van de dood meer zijn. Nee, wij zijn kinderen van God voor het leven. Om met Romeinen 6 te spreken: “Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven”[2].
 
Dat zou je niet zeggen als je naar mensen kijkt.
De NOS meldde op zondag 17 april, Eerste Paasdag: “Bij confrontaties tussen Palestijnen en de Israëlische oproerpolitie op de Tempelberg in Jeruzalem zijn zeker zeventien Palestijnse gewonden gevallen, meldt hulporganisatie de Rode Halve Maan. Negen Palestijnen zijn opgepakt. De Israëlische politie betrad het terrein van de al-Aqsamoskee in Oost-Jeruzalem om de weg vrij te maken voor joodse bezoekers. Volgens de politie hadden Palestijnen stenen klaargelegd en barrières opgeworpen in afwachting van een confrontatie”.
Geloof levert maar al te vaak conflicten op. En agressie.  
Als wij dat constateren, ligt er meteen een vraag voor ons op tafel: laten wij ons confronteren met de levende Christus, die vrede maakt met Hem? Oftewel: geloven wij in de grote gevolgen van Christus’ eenmalige offer voor ons persoonlijke leven?[3]

Over die grote gevolgen schrijft Paulus in Romeinen 6.
Leest u maar mee: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
Wij worden zogezegd als nieuw!
Wandelen in een nieuw leven – dat klinkt in onze tijd enigszins irreëel. Een argeloze lezer van dit artikel vraagt wellicht: ‘Leeft de schrijver van die weblog onder een steen?’. Immers, op deze aarde is weinig als nieuw. De aarde is, menen velen, onderhevig aan ernstige slijtage. Ergens op het internet staat zelfs geschreven: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender uit het stopcontact trekken!”[4].

Het bovenstaande ziet er buitengewoon dramatisch uit. Edoch, het is beslist niet waar.
In Genesis 9 belooft de Here namelijk: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde”. En: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”.
Niettemin is het wel realiteit dat iedereen en alles door de zonde is aangetast. En ja, onze lichamen raken versleten naarmate wij ouder worden.
En toch is het nieuwe leven er al. Wij zijn immers met Hem begraven door de doop in de dood?
Dat moeten we blijven geloven![5]

Inmiddels is de doop in beeld gekomen.
Van gedoopte mensen mag verwacht worden dat zij in een nieuw leven zullen wandelen. Daar bidden wij trouwens ook om na een doopsbediening: “Laat dit kind door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten”[6].

Laten wij elkaar, nu het over de doop gaat, wijzen op Mattheüs 28. In het begin van dat hoofdstuk lezen wij het Paasevangelie. U weet wel: “Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd”.
Jezus Christus is opgewekt. Zijn opstanding maakt de weg vrij voor veel meer opstandingen. Heel veel mensen mogen Hem volgen. Uiteindelijk krijgen al die door Hem uitgekozen mensen toegang tot de hemel. Dat Evangelie moet door de wereld gaan.
Welnu, daarom geeft Jezus aan het einde van datzelfde Mattheüs 28 ook het doopbevel: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”.
De kerk heeft een Woord voor de wereld – jazeker.
En die kerk bezit ook een kostbare belofte. Die staat in het laatste vers van Mattheüs 28: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Met andere woorden: door de wereld gaat een Woord, en Hij is er altijd bij. Voor eeuwig![7]

Het aardse leven van Gods kinderen is, als het goed is, een nieuw leven.
Laten wij in die wetenschap tenslotte nog even met een schuin oog naar 1 Corinthiërs 5 kijken.
Daar staat het: wij behoren een nieuw deeg te zijn.
Wij mogen het wel zó zeggen: de God van hemel en aarde kneedt ons. Hij maakt van ons ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Laten wij vooral zorgen dat wij goed kneedbaar blijven!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 5:7 en 8.
[2] Romeinen 6:6,7 en 8.
[3] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/artikel/2425499-zeker-zeventien-gewonden-bij-confrontatie-palestijnen-en-politie-op-tempelberg ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:4. Verder citeer ik van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 9:13 en Genesis 9:16.
[6] In deze alinea citeer ik uit het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek. Het citaat komt van p. 516.
[7] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:5,6,7,19 en 20.

11 april 2022

Dopen, Pasen en Pinksteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wij gaan naar Pasen toe.
Het is opvallend hoe in de Heidelbergse Catechismus de doop en het Paasfeest met elkaar verbonden worden. In Zondag 26 lezen we het volgende.
“Hoe wordt u in de heilige doop onderwezen en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus aan het kruis u ten goede komt?
Antwoord: Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben. Dit is even zeker als ik gewassen ben met het water, dat de onreinheid van het lichaam wegneemt”.
In het water van de doop rimpelt het Paasfeest al. En het wordt nog duidelijker. En mooier.
“Wat betekent dat: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? Antwoord: Dat wij van God vergeving van de zonden hebben uit genade, om het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook, dat wij door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn, zodat wij hoe langer hoe meer van de zonde afsterven en godvrezend en onberispelijk leven”.
De doop, Pasen en Pinksteren worden dus in één adem genoemd. Want het gaat over het waterbad van de doop, over het bloed van Christus dat Hij vergoten heeft en over de Heilige Geest die ons vernieuwt[1].

Er loopt een lijn in de geschiedenis. Die loopt van Genesis 1 naar Openbaring 22. De hoge God weet precies hoe die lijn loopt. En ook hoe lang die lijn gaat worden.
Wij denken heel vaak in momenten en fragmenten. Of misschien in periodes en tijdperken. Wij spreken over de COVID-19-crisis. En over de oorlog in Oekraïne. Het verleden verdwijnt al snel uit onze geheugens. Wij kunnen niet in de toekomst kijken.
Zondag 26 van de Heidelbergse Catechismus bewijst ons eens te meer dat onze God de lijnen in ons leven trekt. Laten wij ons, met heel ons hebben en houden, in Zijn handen geven!

Wij lezen in de Heidelbergse Catechismus over het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft.
Als wij over dat bloedvergieten lezen denken we momenteel ook aan heel veel ander bloed. Het bloed van Oekraïeners, met name.
We denken aan het drama in Boetsja zijn op de straten tientallen lijken gevonden. Ook elders lagen lijken op straat; in Irpin bijvoorbeeld. De NOS meldde: “De vondst van tientallen lijken op de straten van de Oekraïense plaats Boetsja leidt wereldwijd tot geschokte reacties. Het lijkt erop dat terugtrekkende Russische soldaten uit frustratie en wraak willekeurige burgers dood hebben geschoten. De Oekraïense buitenlandminister spreekt van een ‘opzettelijke massaslachting’ door de Russen. Maar om in de rechtszaal te kunnen bewijzen dat het om oorlogsmisdaden gaat, moeten een paar belangrijke vragen worden beantwoord. Onderzoekers zijn daar nu al mee bezig”.
We denken bijvoorbeeld ook aan de vreselijke raketaanval in Kramatorsk, op donderdag 8 april jongstleden.
De gruwelijkheden der Russen zijn ronduit mensonwaardig.
Onmenselijk, in de meest letterlijke zin van het woord.
Wat er in Oekraïne gebeurt is een humanitaire ramp.
Het is verschrikkelijk.
Schokkend.
En net als we denken dat het niet erger kan, blijkt het nog monsterlijker, nog weerzinwekkender te kunnen worden.
Eigenlijk schieten woorden tekort.
Maar er is één ding dat we nimmer mogen vergeten: de God van hemel en aarde is de Schepper van alle leven. Zijn werk wordt vernield! Zijn werk wordt zwaar beschadigd!
De vraag klemt: zouden er onder al die doden ook kinderen van God zijn? Het antwoord is: zeer waarschijnlijk wel.
Of dat nu wel of niet zo is: drama’s als in Boetsja strepen Christus’ reddingswerk niet weg. Christus’ offer aan het kruis is namelijk borgtochtelijk: Hij heeft betaald voor de zondeschuld van allen die in Hem geloven! Dat staat recht overeind.
De feiten met betrekking tot dood en verderf in Oekraïne demonstreren menselijke frustratie, onmacht, wraaklust. En het moet maar weer eens tot ons doordringen: als de rem van Gods wet er niet op zit, doen wij dat zomaar net zo. Wellicht denken wij: zo erg is het met ons toch niet gesteld? Ach, laten wij het vooral nooit vergeten: in de kerk zitten mensen die van zichzelf één grote bron van smerigheid en vuil vormen. Als mensen niet beteugeld worden komen zij tot afgrijselijke en afzichtelijke dingen…
Zo bekeken is het een wonder dat er redding uit die ijzingwekkende ellende is!
Kinderen van God zijn met het bloed en de Geest van Christus gewassen. Dat verandert nooit. Gods kinderen zijn voor eeuwig schoon![2]

In de Heidelbergse Catechismus belijden wij dat we door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn.
Wat betekent dat? Paulus schrijft daarover aan de christenen in Rome: “Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade”.
De zonde is er wel. Maar die zonde is niet meer het overheersende element in ons bestaan. In ons leven zien we vooral Gods goedheid. Zelfs in de meest deplorabele omstandigheden is er wel reden om optimistisch te blijven over het vervolg van ons leven.
Want zelfs als wij het aardse leven plotsklaps los moeten laten is er dat vervolg in de heerlijkheid. In de hemel is voor alle kinderen van God een prachtige plaats gereserveerd![3]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit Heidelbergse Catechismus: Zondag 26, antwoorden 69 en 70.
[2] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2423804-boetsja-drama-lijkt-oorlogsmisdaad-maar-hoe-bewijs-je-dat ; geraadpleegd op maandag 4 april 2022.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:12-14.

9 februari 2022

Escapeknop?

O, wat zouden wij bij tijd en wijle graag aan de werkelijkheid ontsnappen!
Er is immers allerlei leed in de wereld. Extreem weer, droogte, armoede, hongersnood, ziekte… Dat rijtje kunnen wij moeiteloos nog veel langer maken.   
Wat veroorzaken coronavirussen veel leed!
En wat te zeggen over de schokkende berichten rond het seksueel misbruik? Die scheuren veel oude wonden open. Daar zit heel veel verdriet en psychische schade achter!

Ach, wij zouden er zo graag wat aan willen doen. Heel vaak staan wij echter machteloos. Weersomstandigheden zijn nauwelijks beïnvloedbaar. Hoe knap de artsen van vandaag ook zijn, voor heel veel ziekten en gezondheidsproblemen is nog geen genezing. Mensen sterven soms terwijl de dokters aan het bed staan.   

Is er dan niets aan te doen? Kunnen wij niet anders doen dan toekijken aan de zijlijn?
Jawel, wij kunnen iets heel belangrijks doen. Wij kunnen bidden tot God.  
Bidden is, als alles goed gaat, één van de belangrijkste bezigheden in ons leven.   
Kinderen van God hebben daar alle gelegenheid voor.
Laat het in ons leven maar altijd Biddag zijn!

In de huizen van volgelingen van Christus is er dus grote gebedsactiviteit. In die zin zijn wij dus een beetje apart.
Sterker nog: wij zijn apart gezet. Wij zijn, om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken, “van alle andere volken en vreemde godsdiensten afgezonderd”. Dat was vroeger al zo. Mensen die besneden waren werden tot Gods volk gerekend. Kijkt u maar in Exodus 12.
Hoe heeft de God van hemel en aarde ons apart gezet? Antwoord: Hij heeft ons een plaats in de kerk gegeven.
Wij zijn gedoopt. Die doop laat het zien: wij worden gezuiverd van zonden. Gods Heilige Geest geeft ons een nieuwe start: wij worden zelfs opnieuw geboren!

Wij moeten ons goed realiseren dat er achter al dat leed, achter al die ziekten en achter alle berichten omtrent seksueel misbruik heel veel duivelse invloed zit. De duivel, de tegenstander van God, probeert ons voortdurend te tiranniseren. Maar wie gedoopt is, weet: de duivel kan mij nooit inlijven in zijn leger. Want Gods Heilige Geest pakt de zaak grondig aan. De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert het zo: “Hij wast onze ziel en reinigt haar grondig van alle onreinheden en ongerechtigheden”. Schoner wordt het niet.

Kennen wij dan geen verdriet? Natuurlijk wel. Negeren wij willens en wetens de ellende in de wereld? Nee, dat zeker niet. Wij weten heus wel wat straatintimidatie is. Wij kennen het kwaad van de abortus. En o ja, wij zijn ook wel een beetje coronamoe. Maar daarmee is het niet afgelopen. Want wij hebben, zegt onze belijdenis, een “volkomen troost”. Wij zijn immers opnieuw begonnen? Paulus schrijft erover in Romeinen 6. Wij wandelen in een nieuw leven, noteert hij.
Hoe kan dat? Antwoord: wij worden opnieuw aangekleed.
Men kan de protesten onmiddellijk horen: ‘Dat kan ik wel zelf’. Maar dat is in de kerk niet de bedoeling. Want wij krijgen de nieuwe mens aan. De oude mens wordt uitgetrokken. Daar heeft de Heilige Geest een hoop werk van. Want wij hebben voortdurend de neiging om tegen te stribbelen.
Mensen zouden al snel zeggen: red je dan zelf maar. Maar zo doet de Heilige Geest dat niet. Hij is trouw. Hij blijft altijd bij ons[1].

In onze wereld zijn er veel zorgen. Neem de vervuiling en de verarming van de natuur. Of de machtspolitiek van de Russische president Vladimir Poetin. Of de vervolging van christenen in vele landen. O, wat zouden wij veel dingen graag anders zien!

Is dat alles voor ons reden tot wanhoop? Nee, zeker niet.
Mensen die opnieuw geboren zijn hebben, om zo te zeggen, twee soorten leven in zich. In de eerste plaats is er het aardse leven. Maar er is ook nog een ander leven: de leefgemeenschap met Jezus Christus, de Heiland.
Voor het leven hier op aarde zijn er de bekende levensmiddelen die wij bij de supermarkt kunnen krijgen.
Voor dat andere leven krijgen we voeding als wij het geloof ontvangen. Wij krijgen gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus. Hoe werkt dat? Dat kunnen wij niet precies uitleggen. Het gaat ons verstand te boven. Maar het is honderd procent zeker: Christus’ schatten en gaven worden ook van ons. Het is honderd procent zeker: door Christus’ verlossingswerk is ook voor onze zonden betaald.
Dat vieren wij in het sacrament van het Heilig Avondmaal. Als het goed is wordt ons geloof door dat Heilig Avondmaal alleen maar sterker. Wij worden er des te meer van overtuigd: wij moeten wandelen met God, en behoren goed voor onze naasten te zorgen. Telkens als wij het Heilig Avondmaal vieren worden wij “bewogen tot een vurige liefde jegens God en onze naaste”[2].  

Liefde tot onze naaste, inderdaad. Mensen die zich in onze omgeving bevinden dus. En nee, dat zijn niet per se kerkmensen. Wellicht doen zij zelfs nergens aan.
Maar laten wij ons niet vergissen: zij zitten, net als dat bij ons soms het geval is, vol met vragen. Over ziekte en lijden om hen heen. Over aardbevingen en oorlogen – waarom gebeurt dat allemaal? Kan God er niet iets aan doen?
Wie in deze wereld rond kijkt ziet al snel hoe groot de problemen van sommige mensen zijn. Er is veel werk te doen.
Bij al die noeste arbeid dienen wij ons te houden aan de regels die de overheid stelt. En juist in deze tijd komt dat erop aan. We hebben immers te maken met de ongebondenheid van de mensen. De goegemeente laat de teugels maar al te graag vieren!
Maar er is één ding dat altijd op de eerste plaats moet blijven staan: ons gebed voor overheid en volk.
Het moet in ons leven altijd Biddag wezen![3]

Onze activiteiten in de wereld staan niet op zichzelf.
Alles wat in deze wereld gebeurt zal uiteindelijk worden beoordeeld. Of het nu over duurzaamheid gaat, of over onze zorg voor anderen, of over onze beroepsarbeid, of over ons werk in de kerk – alles wordt beoordeeld.
Letterlijk alles en iedereen krijgt met het finale oordeel van de God van hemel en aarde te maken!
Maar dat is voor kerkmensen niet iets om bang van te worden. Uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis leren wij: “Terecht is daarom de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen, maar de rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen er vurig naar en putten er rijke troost uit. Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen”.
De wederkomst van Jezus Christus is een gebeurtenis waar de kerk naar uit kijkt![4]

Kinderen van God voelen zich heel vaak niet zo thuis in deze wereld.
O, wat zouden wij graag even uit deze wereld ontsnappen! Nee, die escapeknop hebben wij niet. Maar ten diepste kan het in ons leven toch elke dag tegelijkertijd biddag en dankdag zijn. Wie via het gebed contact zoekt met God krijgt zicht op zijn tweede vaderland!

Noten:
[1] In deze en in de voorafgaande alinea’s gebruik ik artikel 34 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[2] In deze alinea gebruik ik artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[3] In deze alinea gebruik ik artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In deze alinea gebruik ik artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Een bewerking van dit artikel zal worden opgenomen in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-03, maart 2022.

19 oktober 2021

Als twijfel ons bevangt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Soms staan wij in twijfel. Zo gaat dat bij mensen. Dat komt al in Gods Woord voor. Denkt u maar aan 2 Corinthiërs 4: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld”. Ook Paulus twijfelt blijkbaar wel eens. Waar het hem om gaat is dit: ons aardse bestaan is breekbaar; maar Gods geweldige kracht staat daar tegenover!1
Die zekerheid staat recht overeind. En dat is heel waardevol. Dat zal hieronder nog wel blijken.

Soms staan wij in twijfel.
Bijvoorbeeld bij de volgende redenering.
Heel veel mensen zeggen dat je op Gods beloften moet blijven vertrouwen. Intussen zijn er echter ook gedoopte mensen die wel ongelovig worden. Dus: er zijn situaties waarin het, om zo te zeggen, niet meer goed komt. Uiteraard stelt dat laatste niet bepaald gerust.

Hoe zit het eigenlijk met het eeuwige verbond dat God de Vader met gedoopte kinderen sluit?
Wij kennen allen het Gereformeerde formulier voor de heilige doop: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”.
Waar gaat het dan verkeerd?

Antwoord: het gaat verkeerd bij mensen.
Gedoopte kinderen leren Gods beloften kennen. Daarom mag van hen worden verwacht dat zij aanhangers van God zijn. Aangenomen mag worden dat zij op God vertrouwen. Wij mogen ervan uitgaan dat de liefde voor God diep zit. Hij redt ons! Hij laat ons niet in het moeras van ellende en zonde zitten.
En toch hecht een aantal gedoopte kinderen daar niet al te veel waarde aan. Hoe komt dat?
Zij zien niet goed wat er uiteindelijk gebeurt als zij God een beetje, of zelfs helemaal, aan de kant schuiven. Daar zijn zij blind voor.
Zij vormen hun eigen oordeel over mensen en gebeurtenissen in hun omgeving. Zij zien niet dat hun oordeel maar beperkt is. Hun opinie heeft alles te maken met de aarde, maar niets met de hemel. En niets met Gods wetten. Want, suggereren zij, zonder Gods wet komt het ook wel goed.
Zij beseffen best dat zij de perfectie nooit bereiken. Maar daar berusten zij in. Want zo gaat nu eenmaal in deze wereld. Want ontwikkelingen gaan langzaam. Soms zelfs heel langzaam; dan komt dat proces in de buurt van evolutie.
Gedoopte mensen die ongelovig zijn, zijn heus niet altijd obstinaat en dwars. Zij zijn best vredelievend. Echter – hoezeer zij ook hun best doen, zij kunnen nooit met iedereen vrede houden. Dat kan namelijk niemand. Zo komt het dat ook zij wel eens opstandig zijn. Zo komt het dat ook zij wel eens hardnekkig vasthouden aan hun eigen mening, ook al blijkt die heel kortzichtig te wezen.
Gedoopte mensen die ongelovig worden, zijn heus niet altijd loepzuiver. Hun manier van doen kan lang niet altijd door de beugel. En dat weten zij zelf ook best…
In de Dordtse Leerregels staat hoe ongelovige mensen leven en werken. Wat is de stand van zaken? Die is als volgt: “wat zijn verstand betreft, blindheid, verschrikkelijke duisternis en een onbetrouwbaar en verdorven oordeel; wat zijn wil en hart aangaat, slechtheid, opstandigheid en hardnekkigheid; en bovendien in al zijn verlangens onzuiverheid”2.

Op catechisatie leerden wij vroeger: Gods verbond is éénzijdig in zijn ontstaan en tweezijdig in zijn bestaan. Dat betekent in ieder geval: in het verbond hebben wij verantwoordelijkheid gekregen.
Debiteert Paulus in Philippenzen 2 dan een leugen als hij schrijft: “…het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”? Nee, dat niet. Laten wij het zo zeggen: de God van hemel en aarde brengt onze dienst aan Hem op gang; na een enorme ombuigingsoperatie komen wij ook zelf zover dat wij Hem willen dienen!3

Wij hoeven er niet omheen te draaien: er zijn gedoopte mensen die ongelovig worden; en ja, er zijn situaties waarin het niet meer goed komt. Dat is des mensen eigen schuld.
Maar de God van hemel en aarde wil niets liever dan ons Zijn genade schenken. Laten wij daarom maar bidden: wilt U ons bij Uw les houden?

Noten:
1 In deze alinea citeer ik 2 Corinthiërs 4:8.
2 Zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 1.
3 In deze alinea citeer ik Philippenzen 2:13.

30 juni 2021

Met naam en toenaam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Gelovige volgelingen van Christus zijn op weg naar een mooie toekomst. Dat geloven wij. Daar zijn wij 100% zeker van.
Intussen hebben we in dit aardse bestaan te maken met aftakeling. En soms met vermindering van verstandelijke vermogens.

Een zuster in het geloof werd wegens dementie opgenomen in een woonzorgcentrum. Zij zei tegen haar man, die zij overigens maar amper meer kende: ‘Ik ga op vakantie; en ik weet niet wanneer ik terugkom’. Haar man bleef verdrietig achter…
Vele ouderen kennen uiteindelijk hun eigen naam niet meer. De mensen in hun omgeving kijken er met medelijden naar. En misschien ook wel met wanhoop. ‘Is er nou niemand, helemaal niemand, die hier iets aan kan doen?’.

In zo’n situatie is het een grote troost te weten dat God ons kent. Hij kent ons als wij Hem, jong als wij zijn, nog niet kennen. En Hij kent ons ook nog als wij geen weet meer van Hem hebben.
Denkt u in dit verband maar aan Samuël. In 1 Samuel 3 kent hij de Here nog niet. Maar de Here kent Samuël wel. Van zijn leermeester Eli leert Samuel wat hij zeggen moet als de Here roept.
“Toen kwam de Heere en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert”1.

De jonge Samuel wordt door de Here in dienst genomen. Maar de eerste boodschap die hij door moet geven is geen vrolijk bericht. De Here zegt: ‘Let op: er gaat iets gebeuren!’ Het huis van Eli – zijn familie en alles wat daarbij hoort – zal te maken krijgen met Gods eeuwig oordeel. De ongerechtigheden in Eli’s familie zijn groot. De zonden zijn zo grof en groot dat verzoening nooit meer mogelijk zal wezen.
Samuel moet aan zijn opdrachtgever dus een bericht vol onheil doorgeven. Wij kunnen ons afvragen: is dit, pedagogisch gezien, wel handig? Of ook: moet je dit nu per se zo doen? Maar daar wordt in 1 Samuël 3 niet naar gevraagd. De Here neemt zijn jonge dienaar in dienst. En vervolgens moet Samuel aan het werk.

Hoe vreemd het ook klinkt – daar zit ook troost in. Namelijk deze: de Here kent Zijn mensen. En Hij maakt hen geschikt voor de functie die Hij in gedachten heeft. Hij kent hun naam. Hij maakt Zijn uitverkorenen klaar voor het werk dat Hij te doen geeft.

De gebeurtenissen in 1 Samuel 3 bevatten voor ons ook een waarschuwing. Als wij door de God van het verbond geroepen en in dienst genomen zijn, behoren we trouw ons werk te doen. En daar krijgen wij dan ook de kracht voor!

De God van het verbond kent ons, vanaf het begin van ons leven. Dat komt ook naar voren in het Gereformeerde doopsformulier.
Gods kinderen worden op Zijn naam gezet: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Vader, verklaart en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade sluit”. En: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden”. En: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken”2.
Misschien komt er een tijd dat demente broeders en zusters hun eigen naam niet meer weten. Ook dan mogen omstanders het weten: hij en zij staan op naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

En er is meer. De complete kerkstad Sion krijgt een nieuwe naam. Laten wij elkaar in dezen wijzen op Jesaja 62: “Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn, totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans, en haar heil als een brandende fakkel. De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien en alle koningen uw luister; u zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond van de Heere bepalen zal”3. Heel de wereld zal zien hoe de kerk gerechtvaardigd wordt. Alle regeerders op deze aarde zullen ontdekken dat er een Koning boven hen staat. Die Koning geeft al Zijn onderdanen een nieuwe naam. Ja, ook als zij hun eigen naam niet meer weten.

In Openbaring 2 en 3 lezen wij ook over een nieuwe naam.
Eerst Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”4. In een Studiebijbel staat bij die woorden geschreven: “Witte stenen werden in die tijd onder andere gebruikt als teken van vrijspraak door een rechtbank en als toegangsbewijs voor feesten. Op dergelijke stenen stond echter geen naam, terwijl dat hier wel het geval is. De winnaar van een sportwedstrijd kreeg een plaatje met zijn naam erop mee naar huis, om daar aanspraak te kunnen maken op hulde. Volgens een joodse traditie vielen er kostbare stenen tussen het manna. Waarschijnlijk maakt Johannes zelf geen keuze tussen deze en nog andere betekenissen van de witte steen. De steen als toegangsbewijs verwijst naar de toegang tot het messiaanse feestmaal, die de gelovigen gegeven wordt. Het beeld van de sportwedstrijd sluit aan bij de kroon des levens”5. Waarvan acte!
Nu dan Openbaring 3: “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam”6. De prestaties van keizerlijke weldoeners werden toentertijd in inscripties vereeuwigd. Dat zal er wel indrukwekkend uit hebben gezien. Echter – de nieuwe naam die God aan door Hem gekochte mensen geeft gaat boven dat alles uit!

Onze God weet precies wie wij zijn. Hij kent onze naam, ook als wij die niet meer kennen.
Alle uitverkorenen krijgen prachtige merktekens: ‘eigendom van God’ en: ‘inwoner van de nieuwe stad’.
Onze dementerende broeders en zusters weten hier op aarde misschien niet meer hoe zij heten. Zij krijgen echter een nieuwe naam. Net als alle andere mensen die bij Jezus Christus horen.
Er zal een moment komen dat de God van hemel en aarde heel Zijn volk vergadert. Alsdan zullen wij elkaar kennen. Dan weten wij allemaal wie wij zijn. Met naam en toenaam. Onze door God gegeven namen horen dan voor eeuwig bij ons. Die namen vergeten wij nooit meer.

Noten:
1 1 Samuël 3:10.
2 Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. – citaat van p. 513.
3 Jesaja 62:1 en 2.
4 Openbaring 2:17.
5 Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:17.
6 Openbaring 3:12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.