gereformeerd leven in nederland

30 april 2019

Nieuwe start in Romeinen 6

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hebt u soms ook zo’n zin om uit de sleur van alledag te stappen?
Of – vooruit, een andere vraag –: als u uw leven over mocht doen, welke keuze maakte u dan?
Kortom – waaraan denkt u als u een nieuw begin zou mogen maken?

Persoonlijk denk ik onder meer aan Romeinen 6.
Want daar gaat het, goed beschouwd, ook over een nieuw begin.
Leest u maar mee: “Als wij nu met ​Christus​ gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat ​Christus, nu Hij is ​opgewekt​ uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem”[1].

Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om bij bovenstaande Bijbeltekst een beeld te hebben.
Met Christus het graf in… en er daarna weer uit.
Hoe gaat dat?
Dat kunnen wij, met onze beperkte breinen, niet vatten.

Bij doopbedieningen horen we ’t in de Gereformeerde kerk zeggen: “Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert de Zoon ons ervan, dat Hij ons in zijn bloed wast en reinigt van al onze zonden. Hij maakt ons één met Zichzelf in zijn dood en opstanding, zodat wij van onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden”[2].

Gewassen in bloed…
Gereinigd van zonden…
Dat is onvoorstelbaar. Dit is nu echt een kwestie van geloof!

Intussen is één ding is wel zeker: we gaan een nieuw leven beginnen!

Kijk, nu komt het wat dichterbij.

Want op de televisie kun je wel programma’s bekijken over mensen die hun geluk elders gaan beproeven.
Mensen kopen een chalet in Frankrijk. Ze beginnen een bed & breakfast in Portugal. Of een mooi pension in Oostenrijk.
Maar alles gaat zelden van een leien dakje. Er zijn allerlei zakelijke verwikkelingen. Of: het dak lekt. Of: er komen te weinig gasten in de bed & breakfast. Het lijkt soms wel alsof de amusementswaarde van het tv-programma stijgt naarmate er meer mis gaat[3].

Maar, ergens diep in ons hart, kijken we vaak toch bewonderend naar de emigranten: zij durven een nieuw leven te beginnen.
Wat een ondernemingslust!
Wat een lef!

In die tv-programma’s zijn pech en tegenspoed niet zelden aan de orde van de dag.
Welnu, het nieuwe leven in Jezus Christus gaat niet mis.
Een kind van God mag zeker zijn van de vergeving van de zonden.
Een kind van God heeft een permanente bewoner van Zijn hart: Gods Heilige Geest.
Denkt u maar aan de woorden van Petrus in Handelingen 2: “Bekeer u en laat ieder van u ​gedoopt​ worden in de Naam van ​Jezus​ ​Christus, tot ​vergeving​ van de ​zonden; en u zult de gave van de ​Heilige​ Geest​ ontvangen”[4].

Moeten we daarvoor ondernemend wezen?
Moeten we ’t lef hebben om uit onze comfortzone te stappen?
Welnee.
Het enige wat wij hebben te doen is dit: met God door de wereld wandelen, en in Zijn licht blijven.
Laten we elkaar wijzen op 1 Johannes 1. Daar staat: “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde”[5].

En laten wij blijven geloven in de kracht van God, de Machthebber van hemel en aarde. Hij zal ervoor zorgen dat wij, om zo te zeggen, in Zijn lichtcirkel blijven.
Om met Colossenzen 2 te spreken: “U bent immers met Hem ​begraven​ in de doop, waarin u ook met Hem bent ​opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft ​opgewekt”[6].

Een nieuw leven beginnen? – dat is hier op aarde niet ideaal. Tegenslagen zullen er altijd wezen. Daar komt bij: je neemt altijd jezelf mee. In vrolijke tijden en in tijden dat je jezelf wellicht in de weg zit.
Hier geldt dat wijze woord dat dominee J.D. van ’t Zand onlangs schreef in het Christelijke Gereformeerde Kerkblad voor het Noorden: “We zijn een zorgvuldig gekozen verzameling van lastige en eigenaardige mensen. Ieder met zijn eigen kracht en valkuil. Wie zou je willen missen? Niemand! Juist de verscheidenheid geeft aan God glorie!”[7].

De God van de genade laat het leven van Zijn kinderen opnieuw beginnen.
Dat merken we niet zo vaak. En misschien ziet ons leven er niet eens zoveel anders uit als dat van de buurman. Maar laten we ons vergissen. Want niet voor niets zijn dit de slotwoorden van Romeinen 6: “Maar nu, van de ​zonde​ vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot ​heiliging​ leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”[8].

Voor een nieuw begin hoeven Gods kinderen niet per se te emigreren. Want zij hebben al een tweede vaderland. De hemel namelijk.

Noten:
[1] Romeinen 6:8 en 9.
[2] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986. Citaat van p. 513.
[3] Zie https://www.avrotros.nl/ik-vertrek/home/ ; geraadpleegd op vrijdag 26 april 2019.
[4] Handelingen 2:38.
[5] 1 Johannes 1:7.
[6] Colossenzen 2:12.
[7] Geciteerd uit Reformatorisch Dagblad, vrijdag 26 april 2019, p. 2; rubriek Zogezegd.
[8] Romeinen 6:22 en 23.

18 februari 2019

Half Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Als er een kindje wordt gedoopt, is dat een feestelijke gebeurtenis.
Het is duidelijk: dit kind is erfgenaam van Gods rijk.
Het is duidelijk: dit jongetje, dit meisje is opgenomen in het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft.

In het formulier dat in de Gereformeerde kerk gebruikt wordt, is de eerste vraag die aan de ouders gesteld wordt: “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig onderdeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?”[1].

Vandaag de dag zeggen sommige mensen: met het eerste stukje van die vraag kun je niet meer aankomen.

Zij zeggen: in zonde ontvangen en geboren – dat is een slecht begin van je leven.
Zij zeggen: ellende – nou nou, dat kan gerust wat minder.
Zij zeggen: eeuwig oordeel – moet je ’t daar al over hebben als het kindje een paar weken oud is? Kom kom…

Zij zeggen: “Door één zo’n zinnetje kunnen mensen bevestigd worden in alle vooroordelen die ze over God en de kerk hebben”.
Zij zeggen: “Je hoeft geen onnodige vervreemding te veroorzaken. En waar halen we het vandaan dat er per se zware dingen gezegd moeten worden als er gedoopt wordt? Dat is ook maar een keer bedacht in de kerkelijke traditie”.
Zij zeggen: “Ik sta wel achter de doopvragen uit het formulier, maar hik er tegenaan vanwege mijn familie en vrienden in de kerk”. En: “Als je zo de nadruk op zonde en oordeel legt, begin je een gesprek met hen met 3-0 achterstand”[2].

Nu is het inderdaad geen opgewekte boodschap: zondige mensen krijgen nageslacht wat net zo zondig is. Opa’s, oma’s, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen…, in alle generaties zit de zonde ingebakken.

We kunnen dat ook om ons heen zien: kinderen hebben ruzie, grote mensen hebben meningsverschillen. En conflicten. En vetes. En oorlogen. Dat alles is een gevolg van de diep ingewortelde zonde.
David heeft het er al over in de eenenvijftigste psalm:
“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren,
in ​zonde​ heeft mijn moeder mij ontvangen”[3].
David zegt: mijn moeder was zondig. En ik ook. Dat is het begin.
David weet het, en wij moeten het allemaal beseffen: zo ziet de start van ieder mens eruit.

Wat zeggen die mensen van hierboven?
Zij zeggen: als je met Psalm 51 begint ben je eigenlijk een spelbederver.
Zij zeggen: dat kindje ziet er zo lekker onschuldig uit.
Zij zeggen: David heeft wel gelijk, maar dat hoef je toch niet meteen bij de doop te verkondigen?
Zij zeggen: als je je bij de doop stilhoudt, blijft het echt feest; dat is prettiger voor de vrienden en de buren.
Maar dan maak je ’t Evangelie zwakker.
Waarom?
Laten we de redenering even op een rijtje zetten.

Een Evangelieverkondiger gaat proclameren: de Here geeft redding.
Vervolgens vragen de mensen: waarom is er dan redding nodig?
De Evangelieproclamator zegt: omdat we vastzitten aan de zonde; maar de Here Jezus heeft voor onze zonden betaald en nu zitten we niet meer levenslang aan zonde en schuld geketend.
Daarna vragen de mensen: vanaf wanneer zit je als mensen aan de zonde vast?
De Evangeliebrenger zegt: vanaf dag 1.
Daarna roepen de mensen: zeg dat dan meteen; dan was tenminste vanaf het begin helder geweest waarvan we gered moeten worden!

Zijn Gereformeerden spelbedervers?
Zijn Gereformeerden depri-types?
Welnee.
Alleen maar – zij confronteren zich van stonde aan met de waarheid. De naakte waarheid, als u mij permitteert.
Die waarheid wordt ook Nicodemus voorgehouden. U weet wel, die Schriftgeleerde die in Johannes 3 een geleerd gesprek met Jezus gaat houden.
Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het ​Koninkrijk van God​ niet zien”[4]. Dat is het eerste wat Jezus zegt. Het is Zijn binnenkomer. Het is Zijn start-statement.
En wat zeggen veel mensen in 2019?
Zij zeggen: dat kunnen we in de Gereformeerde kerk wel vinden, maar in de doopdienst verkondigen we dat niet. Daar wordt de sfeer zwart van. Het maakt de gesprekken met de buren moeilijker. Het is geen handig beginpunt bij eventuele verdere evangelisatieactiviteiten.
Gelet op Johannes 3 lijken we niet om de conclusie heen te kunnen: sommigen vinden dat ze het in de eenentwintigste eeuw beter weten dan Jezus; veel beter.

Wie de doop vanuit de mensheid bekijkt, begrijpt wel waarom sommigen zeggen: maak het begin maar niet al te zwart; maak er maar een grijs gebied van.
Maar zulke mensen gaan met een half Evangelie op pad.
Dat is zonde.
Eeuwig zonde.

Noten:
[1] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 515.
[2] De citaten in deze alinea komen uit: “Direct op 3-0 achterstand door die heftige doopvraag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 9 februari 2019, p. 18 en 19.
[3] Psalm 51:7.
[4] Johannes 3:3.

20 februari 2018

Ingeschreven in Gods burgerlijke stand

De doop is niet zo populair vandaag. De mensen vragen liever: ‘bent u een christen?’ dan ‘bent u gedoopt?’.

Dat komt mede omdat gedoopte kinderen niet zelden eigen wegen gaan. Misschien hebt u wel zes, zeven kinderen ten doop gehouden. En waar zijn zij nu? Heel vaak zijn zij maar amper aanspreekbaar op hun doop. Want die kinderen hebben persoonlijke keuzes gemaakt. En ach, het hoe en waarom van die keuzes snappen pa en moe toch niet… – laat maar. Zo gaat dat toch?

Vandaag zet ik de doop graag weer eens in de schijnwerpers.
Wij moeten ons de troost van de doop vooral niet af laten nemen!

Eerst een paar citaten uit de Heidelbergse Catechismus.

Zondag 26
“Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben”[1].
Zondag 27
“God zegt dat niet zonder dringende reden. Want Hij wil ons daarmee leren, dat onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden, evenals de onreinheid van het lichaam door het water. Maar vooral wil Hij ons door dit goddelijk pand en teken ervan verzekeren, dat wij even werkelijk van onze zonden geestelijk gewassen zijn, als ons lichaam met het water gewassen wordt”[2].

De doop is een waarborg.
Bij de Rooms-katholieken is de doop bijna een rituele wassing.
Maar in Gereformeerd Nederland is de doop een garantie.

De Zwitserse reformator Huldrych Zwingli (1484-1531) maakte er een herinneringsteken van. We moeten Gods beloften steeds in het hoofd houden, zei Zwingli. Op zichzelf is dat waar. Maar daarvoor is de doop niet bedoeld.
De doop is geen monument.
De doop is geen gedenkteken.
Zo vaak er wordt gedoopt, wordt het ons gegarandeerd:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt.
De HERE rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[3].

Jazeker – dat eerste vers van Psalm 32 geeft precies aan wat de kern van de doop is.
De doop betekent: geen straf meer.
De doop betekent: de schuld weggedaan.
Maar de doop betekent ook: blijmoedig voor de Here leven. Niet omdat dat onze eigen keuze is geweest. Maar omdat Hij Zijn kinderen uitverkoren heeft.

Laat ik op dit punt de in 1986 overleden Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P.K. Keizer citeren.
In een oude preek – daterend van vóór 1949 – zegt hij: “Nee, de doopshandeling is en blijft een bééld, een téken, een wáárteken, een zegel, een garantie van de zaak. Maar de doopshandeling is niet een léég teken! Zij is een beeld, waaraan de zaak verbonden is!
Op welke wijze? Niet op de manier van een tovermiddel of automatiek, maar op sacramentele wijze. Zó, dat God ons bij de instelling van het beeld de zaak-zelf beloofd heeft”[4].

De doop is, anno 2018, voor velen iets waar men zelf voor kiest. Men zegt dan bijvoorbeeld:
“Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn”[5].
Maar dat is allemaal te menselijk. Zo’n tekst – hoe sympathiek en charmant ook – begint precies aan de verkeerde kant: aan onze kant namelijk.
De doop is niet onze gave aan God.
De doop is Gods garantie aan ons.

Iemand schreef eens: “In de doop komt de God van het verkiezend welbehagen Zelf tot ons en zegt Hij tot ons, dat we helemaal van Hem zijn — geheel Hem toegeëigend. Wie gedoopt is, is geen baas meer in eigen leven. Gods verkiezende liefde heeft haar eigendomsmerk op zijn leven gedrukt”. En: “we worden overgeschreven op de drievuldige Naam van de God des Verbonds, in Gods burgerlijke stand”[6].

De doop betekent: het is honderd procent zeker dat u ingeschreven bent in het hemelse boek van het leven.

Wie in die kaartenbak staat, blijft – als de betekenis hem daarvan duidelijk is – te allen tijde Vaderlandslievend. Hemel-lievend, zeg maar gerust. Wie ingeschreven is in Gods burgerlijke stand gaat zich daar ook naar gedragen. Hij geeft antwoord op zijn doop.
Want hij kent Openbaring 20: “En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken”[7].

En daarbij gelden dan die geruststellende woorden van Psalm 85:
“Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER,
in Jakobs harde lot bracht Gij een keer.
De schuld uws volks wilt Gij niet gadeslaan.
Gij hebt hun zonden uit uw boek gedaan”[8].
Daar staat het: de zonden zijn uit Zijn boek gedaan.
De zonden zijn weggestreept.
Geschrapt.
Uitgewist.
Daar is de doop de garantie van!

Schrijver dezes werd gedoopt op zondag 4 maart 1962.
Het werd indertijd eens en te meer duidelijk: deze jongen is ingeschreven in de burgerlijke stand van de hemel. Heel de toenmalige gemeente was er getuige van.
En anno Domini 2018 mag heel de kerk nog altijd uit volle borst zingen:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[9].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 26, antwoord 69.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, antwoord 73.
[3] Psalm 32:1, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Deze preek is onder meer te vinden op http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 15 februari 2018.
[5] Dit – oorspronkelijk Engelse – lied staat in de bundel Opwekkingsliederen-2015 als nummer 378.
[6] Geciteerd uit: Ds. G. Zomer, ds. M.K. Drost en ds. C.J. Smelik, “Gesterkt door genade”. – Groningen: De Vuurbaak, 1966. – p. 65 en 66.
[7] Openbaring 20:12.
[8] Psalm 85:1, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 103:4, Gereformeerd Kerkboek-1986.

27 september 2017

Gods werk gaat door

Het laatste deel van het Bijbelboek Genesis wordt gedomineerd door twee sterfbedden: dat van Jakob, en dat van Jozef.
Dat lijkt een treurig einde van deze geschiedenis. Gaat het eerste boek van de Bijbel, Genesis, nu als een nachtkaars uit?
Toch niet.
Want zowel Jakob als Jozef sterven in de Here. Dat wil zeggen: deze mannen geloven in het geloof dat Gods beloften waar zullen worden.
Terecht schrijft iemand: “Gods werk gaat door, ook als de mensen sterven”[1].

Op zijn sterfbed herhaalt Jakob nog eens zijn wensen ten aanzien van zijn begrafenis.
Een uitlegger schrijft hierbij: “Hieruit blijkt duidelijk zijn geloof in de opstanding en dat God de God van de opstanding is. Zijn hart is niet bij wat hij achterlaat, maar bij wat hem wacht in de opstanding”[2].

Als later Jozef sterft, zien we opnieuw iets van die toekomstverwachting.
“Ik ga sterven, maar God zal zeker naar jullie omzien en jullie uit dit land laten trekken naar het land dat Hij gezworen heeft aan ​Abraham, Izak en ​Jakob. En Jozef liet de zonen van ​Israël​ zweren: God zal zeker naar jullie omzien en dan moeten jullie mijn beenderen vanhier meenemen”[3].
Bij het verbondsvolk horen – dat is de diepste wens van Jozef.

Het is, meen ik, van het hoogste belang om ons het bovenstaande goed te realiseren.
Dat geldt voor bejaarde kinderen van God. Maar het geldt evenzeer voor de wat jongere mensen in de kerk.
Immers, bij onze doop is het al gezegd: “Laat het door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten. Geef dat het op de jongste dag voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon, met vrijmoedigheid zal verschijnen, door Hem, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen”[4].

In het bovenstaande zien we de grondhouding van Jakob omschreven.
Ja, wij vinden er ook de attitude van Jozef in terug.
Gelovige daadkracht – dat is het kenmerk van onze broeders in het geloof.

Als Jakob is gestorven zijn de broers beducht voor wraak van Jozef.
Jozef troost Zijn broers echter. Hier is, zegt hij, sprake van Goddelijk beleid. Nee, dat beleid is lang niet altijd makkelijk te doorzien. Maar één ding is zeker: de Here werkt met geweldige kracht aan de komst van Zijn Koninkrijk. Ja, ook al in het Bijbelboek Genesis.
Zeker, indertijd hebben de grove misdaad gepleegd door Jozef simpelweg te verkopen. Jozef praat dat heus niet goed. Maar hij is wel vergevingsgezind.
Een dominee zei in een preek over Genesis 50 eens: “Door de kronkelpaden van de broers heen ging God een weg van redding en heil voor Zijn volk, de broers voorop. Nee, dat hadden ze niet verdiend. Dat is vrije genade van God”[5].
De dominee had dat goed gezien.
Welnu, Jozef begrijpt dat beter dan wie ook.
En ook wij moeten inzien dat de God van het verbond de weg naar de toekomst plaveit. Die weg is ook anno Domini 2017 nog open. Toegegeven: het is de smalle weg. Maar de toekomst wenkt!

Toekomstgerichtheid: dat is, goed beschouwd, het kenmerk van het Bijbelboek Genesis.
In dit deel van de Heilige Schrift vinden wij tien toledooth.
Iemand noteerde: “‘Genesis’ is een Grieks woord, dat betekent: geboorte, ontstaan, schepping. Het Hebreeuwse woord, waarvan dit een vertaling is, luidt: ‘toledooth’. Dat woord komt overal in Genesis voor, waar de Heilige Geest een nieuw hoofdstuk begint. Dat is voor het eerst het geval in 2 vers 4. In de Statenvertaling staat daar: ‘Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde’. In de NBG-‘51 is vertaald: ‘Dit is de geschiedenis van de hemel en van de aarde’. De HSV heeft: ‘Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam’. Al die verschillende vertalingen bewijzen wel hoeveel er in die Hebreeuwse term zit. Maar daarin zit vooral een schakel, een ‘link’ in de taal van tegenwoordig, naar het Nieuwe Testament. Want de Griekse vertaling van het Oude Testament heeft daar hetzelfde begin als het Evangelie naar Mattheüs: ‘biblios geneseoos’, kortweg vertaald met: boek van de geboorten”[6].
Boek van de geboorten: Genesis is vooral een boek van toekomstverwachting.

Het Bijbelboek Genesis kan als volgt worden ingedeeld:
vanaf hoofdstuk 2:4 de toledooth van de hemel en de aarde
vanaf 5:1 de toledooth van Adam
vanaf 6:9 de toledooth van Noach
vanaf 10:1 de toledooth van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth
vanaf 11:10 de toledooth van Sem
vanaf 11:27 de toledooth van Terah
vanaf 25:12 de toledooth van Ismaël
vanaf 25:19 de toledooth van Isaäk
vanaf 36:1 de toledooth van Esau
vanaf 37:2 de toledooth van Jakob.
De scheppende God stuwt de wereldhistorie voort.
En waar gaat het heen? Preciezer gezegd: waar gaat Hij met ons heen?
Wij zijn op weg naar het nieuwe Jeruzalem. U weet wel: die prachtige stad uit Openbaring 21. Ik citeer: “En ik, Johannes, zag de ​heilige​ stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de ​tent​ van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[7].

Op dat heil mogen Gods kinderen zich verheugen.
Het is daarom zonneklaar dat Psalm 104 niet overdreven is:
“De aarde wordt van alle zondaars rein,
de goddelozen zullen niet meer zijn.
Loof, halleluja, loof, mijn ziel, den HERE,
alles in allen zal Hij triomferen”[8].

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer www.hogerhoning.nl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[2] Die uitlegger is Gert Slings, eigenaar van de website www.hogerhoning.nl .
[3] Genesis 50:24 en 25.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen”. In: Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.
[5] De predikant in kwestie is dr. H.J.C.C.J. Wilschut. Deze dominee is momenteel predikant in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk. Tot december 2013 was hij predikant in het verband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De preek is te vinden op https://www.yumpu.com/nl/document/view/17599791/preek-over-genesis-50-15-21-hjccjwilschutnl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[6] Deze woorden werden geschreven door mijn vader, H.P. de Roos te Haren, in een schets over Genesis 1:1 en 2.
[7] Openbaring 21:2-5.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 104:10 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

16 augustus 2017

Verbondsverkeer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Van Abram naar Abraham: dat zou men kunnen beschouwen als het adagium van Genesis 17. Het gaat van Abram – verheven vader – naar Abraham – vader van een menigte.
De God van het verbond gaat nader invullen wat hij eerder, in hoofdstuk 15, aan zijn kind Abram beloofd heeft; dat is zo’n zestien jaar eerder[1][2].
Abraham wordt vader van veel volkeren. Dat geldt in lichamelijke zin. Maar vooral ook in geestelijke zin; hij is de ‘vader’ van allen die in de Verbondsgod geloven. Paulus omschrijft het in Romeinen 4 zo: “hij (Abraham dus) heeft het teken van de ​besnijdenis​ ontvangen als een ​zegel​ van de ​gerechtigheid​ van het geloof dat hij had toen hij nog onbesneden was, opdat hij een vader zou zijn van allen die geloven, hoewel zij onbesneden zijn, opdat ook hun de ​gerechtigheid​ toegerekend zou worden; en om een vader te zijn van hen die ​besneden​ zijn, voor hen namelijk die niet alleen ​besneden​ zijn, maar die ook wandelen in de voetsporen van het geloof van onze vader ​Abraham​ dat hij had toen hij nog onbesneden was”[3].

En over die besnijdenis gesproken: Stefanus spreekt in Handelingen 7 over het verbond van de besnijdenis[4].
Verbond en besnijdenis zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden! Wie de besnijdenis nalaat, begaat een doodzonde. Dat blijkt bijvoorbeeld in Exodus 4: “En het gebeurde onderweg, in de herberg, dat de HEERE hem (dat is Mozes) tegenkwam en hem wilde doden. Toen nam Zippora een vuurstenen mes en ​besneed​ de voorhuid van haar zoon. Zij wierp die voor Mozes’ voeten en zei: werkelijk, je bent voor mij een bloedbruidegom. Toen liet Hij hem met rust. Vanwege de besnijdenissen zei zij toen: bloedbruidegom”[5].

Die besnijdenis is bij ons vervangen door de heilige doop. En het moet ons duidelijk wezen hoe belangrijk de doop en het leven uit die doop zijn. In Romeinen 2 noteert de apostel Paulus: “dát is ​besnijdenis, die van het ​hart​ is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God”[6]. En in zijn brief aan de christenen in Colosse noteert hij: “In Hem bent u ook ​besneden​ met een ​besnijdenis​ die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de ​zonden​ van het vlees, door de ​besnijdenis​ van ​Christus”[7].
Laten wij ons vervolgens ook realiseren dat het agenderen van een doopzondag – een zondag waarop alle kinderen die in de afgelopen tijd geboren zijn worden gedoopt – helemaal niet zo’n goed idee is. In de praktijk betekent dat namelijk dat het dopen van kinderen wordt uitgesteld; men laat de Verbondsgod wachten, net als in Exodus 4!

De Verbondsgod voorzegt de geboorte van Isaäk. Abrahams zoon zal uit Sara geboren worden.
De God van hemel en aarde is in staat om oude lichamen zo sterk te maken dat het baren van een kind geen enkel probleem meer is. Dat is een wonder! Maar Abraham en Sara weten het: we mogen aan onze ouderdom voorbij kijken. Trouwens, Paulus zal het veel later ook opschrijven in Romeinen 4: “En niet verzwakt in het geloof, heeft hij er niet op gelet dat zijn eigen lichaam reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en dat ook de moederschoot van ​Sara​ verstorven was”[8][9].

Genesis 18 zet in met de laatste aankondiging van de geboorte van Isaäk.
Bij die aankondiging lacht Sara wat ongelovig. Zwanger worden? Op haar leeftijd? Dat kan toch niet meer?
In Hebreeën 11 lezen wij: “Door het geloof heeft ook ​Sara​ zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een ​kind​ te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had”[10]. Gaat het nu toch over het geloof van Sara? Of gaat het misschien over het geloof van Abraham? Zijn leven komt aan de orde in de verzen die aan het hierboven gegeven citaat vooraf gaan[11].
Heel duidelijk is dat niet. Maar één ding is wel helder: God zet zijn plan door, en daar heeft Hij de macht voor. Dat plan is reddend voor Zijn kinderen. Hier geldt: geen ding zal bij God onmogelijk zijn. Wilt u daarvan het ultieme bewijs? Lees dan Lucas 1 maar.
Ik citeer:
“En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam ​Jezus​ geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader ​David​ geven, en Hij zal over het huis van ​Jakob​ ​Koning​ zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.
Maria​ zei tegen de ​engel: Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man? En de ​engel​ antwoordde en zei tegen haar: De ​Heilige​ Geest​ zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het ​Heilige​ Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd. Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn”[12].
De geboorte van onze Heiland is het bewijs dat onmogelijke dingen bij God toch gebeuren!

Want zo gaat dat in het verbond dat God met Zijn kinderen heeft.
En in dat verbond gelden ook de woorden van Psalm 25:
“Gods vertrouwlijk’ omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont,
daar de HEER aan zijn beminden
zijn verbondsgeheimen toont”[13].
Een voorbeeld van die vertrouwelijke omgang vinden we in Genesis 18. God openbaart zijn voornemens aan Abraham. Abraham moet aan zijn nageslacht onderwijs geven over de inhoud van het verbond: vloek en zegen, belofte en eis.
In dat kader bidt Abraham ook voor Sodom. U kent vast de inhoud van dat gebed:
“Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen binnen de stad; wilt U hen ook wegvagen en de plaats niet sparen omwille van de vijftig rechtvaardigen die daarin zijn?”[14].
“Misschien zullen er daar veertig gevonden worden!…”[15].
“…misschien zullen er daar dertig gevonden worden!”[16].
Twintig!
Tien!
De Here luistert. En Hij reageert ook.
De kerk van vandaag mag op basis van Genesis 18 concluderen dat aan haar voorbede grote waarde wordt toegekend. De voorbede van de kerk heeft, om zo te zeggen, een remmende werking op de ondergang van deze wereld. God luistert naar de gebeden in de kerk.

Ook anno Domini 2017 is Verbondsverkeer van het hoogste belang!

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘God ziet naar ons om’, hier gepubliceerd op maandag 14 augustus 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/08/14/god-ziet-naar-ons-om/ .
[2] Zie voor de datering: Ds. I. de Wolff, “Genesis II: 9 schetsen (Hoofdstukken 11:27-25:11). – Utrecht: Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland, 1971. – p. 33.
[3] Romeinen 4:11 en 12.
[4] Handelingen 7:8.
[5] Exodus 4:24-27.
[6] Romeinen 2:29.
[7] Colossenzen 2:11.
[8] Romeinen 4:19.
[9] In het bovenstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1004.pdf ; geraadpleegd op donderdag 20 juli 2017.
[10] Hebreeën 11:11.
[11] Hebreeën 11:8, 9 en 10.
[12] Lucas 1:31-37.
[13] Psalm 25:7 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[14] Genesis 18:24.
[15] Genesis 18:29.
[16] Genesis 18:30.

7 februari 2017

Weidse blik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Kleinzieligheid en benepenheid: dat komen we zo nu en dan allen tegen. Ook in de kerk.
Bekrompenheid en kortzichtigheid lijken bij tijd en wijle handelsmerken van sommige kerkmensen.
Wie vervolgens wil helpen om wat verder te kijken, kan zomaar afgewezen worden.
Wellicht zijn we dan geneigd om uit te roepen: we zijn toch geen gemeenschap van onbenullen?

Wat kunnen wij in dergelijke situaties doen?

Vandaag wil ik daar iets van zeggen.
Zondag 27 van de Heidelbergse Catechismus gebruik ik daarbij als uitgangspunt.
Die Zondag kent u wellicht wel.

Ik citeer maar even:
“Waarom noemt de Heilige Geest de doop dan het bad van de wedergeboorte en de afwassing van de zonden?
Antwoord:
God zegt dat niet zonder dringende reden. Want Hij wil ons daarmee leren, dat onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden, evenals de onreinheid van het lichaam door het water. Maar vooral wil Hij ons door dit goddelijk pand en teken ervan verzekeren, dat wij even werkelijk van onze zonden geestelijk gewassen zijn, als ons lichaam met het water gewassen wordt”[1].

Onze levens zijn, om zo te zeggen, zo door en door bevuild met zonden dat ze spontaan onze poriën uitkomen. Ze zitten overal in ons leven. Ze zitten ons op de huid!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis legt het ons nog beeldender uit:
“Wij worden evenwel niet door het water als zodanig van onze zonden gereinigd, maar door de besprenkeling met het kostbaar bloed van de Zoon van God. Hij is onze Rode Zee, waar wij doorheen moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel — en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän”[2].

De Zoon van God is onze Rode Zee.
Dominee C.G. Bos (1909-1988) expliceert die term zo: “De Israëlieten zijn door de Rode Zee gegaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao; zo kwam voor hen de weg naar Kanaän vrij (…). Zo moeten wij ook door onze Rode Zee trekken, namelijk Christus; onze toevlucht tot Hem nemen en tot Zijn zoenbloed”[3].

Wij spreken Gods Woord na als wij zeggen dat wij in Christus moeten blijven.
Denkt u maar aan Romeinen 6: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?
Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?
Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? [4]”.
En:
“Want wat Zijn sterven betreft, is Hij voor eens en altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere”[5].
Ons leven is, om zo te zeggen, geïncorporeerd in Christus’ leven. Wij zijn één met Hem.
Wie deel uitmaakt van Christus’ leven vindt rust. Wie met en door Hem leeft, vindt op een gegeven moment zijn kalmte terug. Om met Hebreeën 4 te spreken: “Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag.
Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God,
want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.
Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan, opdat niemand door het volgen van dit voorbeeld van ongehoorzaamheid ten val zal komen”[6].

Rust kunnen wij in Christus vinden.
Natuurlijk is die rust nog niet perfect. Die rust is op aarde nog niet volmaakt.
Maar die rust wordt wel volmaakt.
Leven in Christus betekent dus:
* het aardse leven wordt stabiel
* we weten zeker dat er een hemelse, volmaakte rust aan komt.
Het beloofde land, het geestelijke Kanaän, is in zicht!

In die verwachting is er een heerlijke troost.

En dat is heel hard nodig.
Zeker ook in ons kerkelijk leven.

Wij allen kennen wel die momenten waarop wij denken: met mensen die op deze manier redeneren, kan en wil ik niet optrekken.
Wij allen hebben wel eens de gedachte: is dit nu de kerk? Of ook: kun je op deze manier kerk wezen?
Wij allen komen wel eens mensen tegen in de kerk, waarvan we zeggen: dat zijn geen opbouwers; dat zijn afbrekers!
Wij allen hebben wel eens ogenblikken waarop wij denken: formeel hebben de broeders en zusters gelijk, maar waar is eigenlijk de liefde tot God en voor elkaar gebleven?
Misschien hebt u zich wel eens afgevraagd: waarom heeft de Here mij hier neer gezet?
Misschien hebt u, tijdens een storm in uw leven, zelfs wel eens bij uzelf gedacht: hier wil ik helemaal niet bij horen! Natuurlijk – toen het weer wat rustiger werd in uw ziel, corrigeerde u zichzelf. Maar toch…

Dat zijn hele menselijke gedachten.
Maar Gods Woord leert ons dat alles bij God de Vader begint. Hij heeft met voorkennis gehandeld.
U weet misschien wel dat in de effectenmarkt het begrip ‘handel met voorkennis’ een bekende term is. “Men spreekt van handel met voorkennis als iemand aandelen of andere effecten koopt of verkoopt terwijl diegene meer informatie over de onderliggende waarde heeft dan de informatie die algemeen beschikbaar is, dus als hij over voorwetenschap of voorkennis beschikt”[7]. Zulke handel is, bij mijn weten, in Nederland verboden.
Welnu, onze God heeft ook met voorkennis gehandeld. Maar die voorkennis werd gekenmerkt door genade. Leest u maar mee in 1 Petrus 1: “Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen in de verstrooiing in Pontus, Galatië, Cappadócië, Asia en Bithynië,
uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus Christus”[8].
Die voorkennis van God wijst niet zozeer op dat van tevoren weten. Nee, het gaat om: van te voren bestemmen[9].
Het doel van het leven van uitverkorenen staat van te voren vast.
Hij verzamelt mensen om Zich heen. Hij gaat dwars door onwil en onverstand heen.

Kinderen van God worden door al die kerkelijke dwarsigheid om hen heen beproefd.
Wij mogen en moeten, met 1 Petrus 2 blijven belijden: Christus “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven”[10]. Door Zijn striemen zijn wij genezen!

Kinderen van God worden door de hemelse God apart gezet.
Dat apart zetten komt soms op buitengewoon wonderlijke wijze tot stand. Stefanus zegt in Handelingen 7 dan ook: Mozes “heeft hen uitgeleid, terwijl hij wonderen en tekenen deed in het land Egypte, in de Rode Zee en in de woestijn, veertig jaar”[11].
Zulke wonderen gebeuren vandaag nog!

Kent u de eerste zin van de Dordtse Leerregels?
Dat is deze: “Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood”[12].
Het is een wonder, een regelrecht wonder, dat de Here ons bij Zich roept!
Laten wij Hem maar dankbaar wezen.
Dat verruimt onze blik. Echt waar.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 27, vraag en antwoord 73.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.
[3] C.G. Bos, “Geloven en belijden 2”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1978. – p. 116.
[4] Romeinen 6:3.
[5] Romeinen 6:10 en 11.
[6] Hebreeën 4:8-11.
[7] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Handel_met_voorkennis ; geraadpleegd op zaterdag 21 januari 2017.
[8] 1 Petrus 1:1 en 2.
[9] Zie hierover de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 1 Petrus 1:2.
[10] 1 Petrus 2:24.
[11] Handelingen 7:36.
[12] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.