gereformeerd leven in nederland

11 oktober 2018

Spionage in Kanaän?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs was er spannend nieuws.

Het was dit.
“Vier Russische spionnen van de geheime dienst GRU kwamen in april naar Nederland. Zij hadden het voorzien op het netwerk van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), gevestigd in Den Haag. Die organisatie deed toen onderzoek naar de poging tot moord op voormalig dubbelagent Sergei Skripal in het Engelse Salisbury. Hij werd in maart bewusteloos gevonden na een aanval met zenuwgas. Ook onderzocht de OPCW de gifgasaanval in de Syrische plaats Douma. Of de Russische spionnen het specifiek op deze onderzoeken voorzien hadden, is niet bekend. ‘Eén ding weet ik zeker: ze waren van plan in te breken op het netwerk’(…).
Toen de cyberaanval begon, hield de MIVD de vier Russen aan. Zij werden direct uit Den Haag naar Schiphol ‘begeleid’, vandaar vertrokken ze naar Moskou. Al hun apparatuur bleef in Nederland achter. Zo’n uitzetting is gebruikelijk bij antispionageacties van geheime diensten”[1].

Het lijkt wel de proloog van een thriller!

Het bovenstaande bericht spreekt impliciet over de zucht naar macht.
Maar wat moeten wij er vandaag verder mee beginnen?

Dat bericht over Russische spionnen brengt ons vandaag bij Numeri 13.
In dat hoofdstuk worden er, om zo te zeggen, ook spionnen op uitgestuurd. Zij moeten het beloofde land gaan bekijken.
Kanaän is een rijk land. En God heeft grootse plannen met Zijn volk.

Maar er is meer.
Kanaän is namelijk een zéér goddeloos land.
Iemand schrijft: het is “een broeinest van de meest gruwelijke goddeloosheid die men zich maar kan voorstellen. Het land was vol met reuzen (…).
Reuzen van dit formaat zijn geen mensen die een beetje boven de anderen uitsteken; het is ook geen spontane mutatie van de natuur, maar ze zijn het gevolg van een doelbewuste onnatuurlijke lichamelijke omgang tussen gewone aardse vrouwen en gevallen engelen (…).
Het complete menselijke ras dat leefde vlak voor de grote vloed van Genesis 6 was ook op dezelfde manier vernield; alleen Noach en zijn familie was nog rein d.w.z. biologisch gezien nog 100% mens. Genesis 6:9 zegt: ‘Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten; Noach wandelde met God’.
God is rechtvaardig en pikt niet zomaar een willekeurig land uit om er vervolgens de hele bevolking uit te (laten) moorden, inclusief kinderen en grijsaards, om er dan Zijn volk Israël in te zetten. Zo werkt God niet”[2].

De Israëlieten krijgen dus een eigen land.
Dat is niet omdat God een machtswellusteling is. Nee, dat is omdat Hij het volk dat Hij uitgekozen een eigen plaats onder de hemel gunt.

Maar waarom moeten er nu zo nodig spionnen naar Kanaän worden gestuurd?
Antwoord: het volk moet er, via de spionnen, van doordrongen worden dat de Here God de macht heeft om, hoe sterk steden en vestingen ook zijn, altijd het vermogen heeft om de grootste problemen op te lossen.
Er zijn wel mensen die zeggen: zie je wel, die God is een Machthebber die met geweld Zijn wil doordrukt; als die God de kans krijgt hangt Hij de dictator uit…
Maar dat is een vertekening van de boodschap van Gods Woord.
De kwestie is: de God vol liefde en barmhartigheid redt totaal bedorven mensen uit een perverse en decadente wereld. Niet dat die slechte mensen dat verdiend hebben. Het is Gods vrije keuze.

Om het met de Dordtse Leerregels te zeggen: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[3].

Men moet dus niet uitgaan van menselijk belang.
Het startpunt is Goddelijke barmhartigheid.

Het verhaal van de spionnen – de verspieders – is wel bekend[4]. Het merendeel van die mannen ziet het niet zitten om Kanaän te gaan bewonen. Want wat moeten ze aanvangen met die reuzen? Nog even en het ganse volk Israël gaat onderuit. Als het tegenzit wordt Gods natie weggevaagd. Uitgeroeid!
Voelt u de angst?
Ziet u de bibbers?
Het lijkt wel alsof de meerderheid van die spionnen zonder God leeft.
Voor de mensen die er zo’n levensstijl op na houden heeft 2 Petrus 2 weinig goede woorden over. Sterker nog – wij komen een tamelijk onsmakelijke beeldspraak tegen. Leest u maar mee: “Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de ​gerechtigheid​ niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het ​heilige​ gebod dat hun overgeleverd was. Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: De ​hond​ is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder”[5].

Slechts twee verkenners geven een positief en vooral gelovig advies: “Als de HEERE ons genegen is, zal Hij ons in dat land brengen en zal Hij het ons geven, een land dat overvloeit van melk en honing. Alleen, kom tegen de HEERE niet in opstand, en u, wees niet bevreesd voor de bevolking van het land, want zij zijn ons tot voedsel, hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!”[6].

Het is goed om die gelovige woorden eens tot ons door te laten dringen.
De berichten over die Russische spionage in de media kunnen immers het wantrouwen voeden. En de ongerustheid, tevens. Vervolgens komen de vragen:
* wat gebeurt er allemaal bij ons in de stad?
* kan het zijn dat een geheim agent in de straat woont?
* waar gaat het naar toe met de wereld, en waar eindigt het?

De hemelse God roept ons op om Hem te volgen.
Dat betekent niet dat wij ons altijd op prachtig geasfalteerde wegen bevinden.
Maar het einddoel staat ons helder voor de geest.
Jezus Christus omschrijft dat doel in een gesprek met zijn leerlingen zo: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de ​twaalf stammen​ van Israël zult oordelen”.
Zo staat dat in Mattheüs 19[7].

Het is een spannende aangelegenheid, dat verhaal over die spionnen uit Rusland.
Maar wie Numeri 13 erbij neemt, slaagt er beter in om die historie in het juiste perspectief te zien.

Noten:
[1] “Het Westen is hacken Russen zat; zeven spionnen aangeklaagd”. Geciteerd uit: Nederlands Dagblad, vrijdag 5 oktober 2018, p. 1.
[2] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/685/twee-spionnen-met-een-druiventros ; geraadpleegd op vrijdag 5 oktober 2018.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.prekendiespreken.nl/preken/dutch/num13v27.html ; dit betreft een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant B. van Veen (1965-2016).
[5] 2 Petrus 2:21 en 22.
[6] Numeri 14:8 en 9.
[7] Mattheüs 19:28.

13 juni 2018

Mooi voor de bruiloft

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag begint de heerlijkheid. Vandaag doet de Here nog wonderen!
En dus moeten we er hard aan trekken. We moeten volmaakt worden. We moeten beter worden. Vromer. Godsdienstiger!

Dergelijke redeneringen hoor je nog wel eens in evangelische kringen.
Niet zelden krijg je de indruk dat protestanten – Gereformeerden inbegrepen – door christenen uit de evangelische hoek beschouwd worden als slapjanussen.
Want protestanten geven het veel te gauw op. Omdat er te weinig verandert blijven zij maar gewoon in hun stoel zitten. Dat zou verboden moeten worden!

Toegegeven – het bovenstaande is wat gechargeerd. Overdreven. Ietsje vertekend, wellicht.
Maar de vraag is duidelijk: moeten we in de Gereformeerde wereld vaker op jacht naar de volmaaktheid?

Wie die vraag beantwoorden wil, kan terecht in de Dordtse Leerregels.

Dat belijdenisgeschrift werd opgesteld in 1618/’19. Dat gebeurde in Dordrecht; te Dordt dus.
Daar werd de Gereformeerde leer nog eens opgeschreven. Het werden dus leer-regels.

Er werd bezwaar gemaakt tegen de redenering van de remonstranten. Die redenering hadden zij opgeschreven in de remonstrantie: dat is een bezwaarschrift, een verweerschrift.
De remonstranten zeiden:
* de mens is in staat om zichzelf te verlossen
* er zit nog wel iets van goede wil in hem
* als hij echt wil, krabbelt hij op eigen kracht wel weer een stukje omhoog, uit het dal.
De Gereformeerden zeggen: wij zijn helemaal afhankelijk van Gods redding, en van Zijn genade.

De Dordtse Leerregels zeggen ook: op eigen kracht word je niet volmaakt.
Dat klinkt bijvoorbeeld zo.

De zonde is niet uit het leven van Gods kinderen verdwenen.
“Hierdoor zondigen zij in hun zwakheid elke dag weer en zelfs aan de beste werken van de heiligen kleven gebreken. Dit geeft hun voortdurend reden zich voor God te verootmoedigen en hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen. Ook gaan zij daardoor steeds meer het vlees doden door de Geest der gebeden en door zich te oefenen in een godvrezend leven en zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid. Dit doen zij, tot zij, verlost uit het lichaam des doods, met het Lam van God in de hemelen zullen regeren”[1].

Het staat er dan toch maar: “zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid”.
Dat is rigoureus. Radicaal.
En ja, dat is de Bijbel ook.

De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Colosse, Colossenzen 3: “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, ​onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die ​afgoderij​ is”[2].
Doden nog wel!

Paulus schrijft aan Timotheüs: “Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht”[3].
Onheilige en onzinnige verzinsels verwerpen – alsof het niks is!

Paulus wil, hoe dan ook, opstaan uit de dood. Net als Jezus Christus, de Eersteling. Aan de christenen in Philippi schrijft hij: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in ​Christus​ ​Jezus”[4].
Jagen, uitstrekken – er moet nogal wat gebeuren!

Maar de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Wij blijven zondig.
Wij moeten steeds beseffen dat wij, vergeleken met God, slechts klein en onbetekenend zijn.
Steeds moeten wij ons realiseren dat Jezus Christus voor ons aan het kruis heeft gehangen en dat Zijn lijden en opstanding de enige basis vormen voor onze redding.

Nee, de volmaaktheid bereiken we hier op aarde niet.
Maar we bereiden ons er wel op voor. We willen er op ons mooist uit zien. In ons mooiste pak. In een schitterende trouwjurk, misschien wel met sleep. Lang van tevoren wordt iedereen die maar enigszins belanghebbend zou kunnen zijn, officieel ingelicht.

De toestand van Mattheüs 22 is volkomen onbestaanbaar.
U weet wel: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker ​koning​ die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, en hij stuurde zijn dienaren eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen. Maar zij wilden niet komen. Opnieuw stuurde hij dienaren eropuit, andere, en hij zei: Zeg tegen de genodigden: Zie, ik heb mijn middagmaal gereedgemaakt; mijn ossen en de gemeste dieren zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed. Kom naar de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”[5].

Nee, zo doen wij dat niet in de kerk.
In de kerk verwachten we Jezus Christus terug, onze Bruidegom.

Hosea heeft er al over geprofeteerd: “Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in ​gerechtigheid​ en in recht, in goedertierenheid en in ​barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen”[6].

Volmaakt zullen we op aarde niet worden.
Maar in de hemel wel.
Daar bereiden we ons op voor.
Daarom geven wij het beste wat we hebben, in de kerk.
Ja, wij maken er hier het beste van.
Want in de hemel wordt het prachtig!

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 2.
[2] Colossenzen 3:5.
[3] 1 Timotheüs 4:7.
[4] Philippenzen 3:12, 13 en 14.
[5] Mattheüs 22:2-5.
[6] Hosea 2:18 en 19.

19 februari 2018

Klerikale keuzestress?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Kom hier! Leg al uw werk aan de kant en loop achter mij aan’.
‘Als u het zegt is dat prima. Ik kom eraan’.

Wie dit leest, denkt wellicht bij zichzelf dat dit toch een enigszins merkwaardige conversatie is. Een commando en een bijna dociel gehoorzamende volger. Kom daar vandaag eens om!
Dat komen we toch niet meer tegen, vandaag de dag?

Welnu, in de kerk is dat wel het geval.
Niet omdat de kerk vol zit met harken en horken.
Maar omdat we dergelijke situaties in Gods Woord tegenkomen.
Leest u maar eens mee in Marcus 1.
“En toen Hij bij de zee van Galilea wandelde, zag Hij ​Simon​ en ​Andreas, zijn broer, het ​net​ in de zee werpen, want zij waren ​vissers. En ​Jezus​ zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal maken dat u ​vissers​ van mensen wordt. En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem. En toen Hij vandaar wat verdergegaan was, zag Hij ​Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en ​Johannes, zijn broer, die in het schip de netten aan het herstellen waren. En meteen riep Hij hen, en zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de loonarbeiders en gingen weg, Hem achterna”[1].

In Marcus 1 zetten de vissers hun beroepservaring op prioriteit twee. Zomaar. Van het ene op het andere moment. Een wonder is het!
De Here Jezus Christus, de Heiland der wereld, kiest mensen uit om bij Hem te horen. Hij koopt hen vrij. Hij stuurt Zijn kinderen aan.
Dat is een grote troost.
Kinderen van God hoeven zich niet af te vragen: hoor ik er wel bij?

Op dit punt wijs ik gaarne op de Dordtse Leerregels.
Het onderwijs van dat belijdenisgeschrift wordt heden ten dage zo nu en dan bijna verguisd. Het boekje zou ouderwets zijn. Oubollig. En onbegrijpelijk bovendien.
Maar juist op het punt van de uitverkiezing zijn de leerregels reuze nuttig. De kerkleiders hebben in 1618 klerikale keuzestress willen voorkomen.

Klerikale keuzestress, inderdaad.
Spanning van het type: ben ik nou uitgekozen, of niet?
Goed beschouwd is er, ten diepste, trouwens weinig nieuws onder de zon.
Want zegt u nu zelf. Vandaag de dag horen we over groepsdruk: je hoort erbij of niet. We praten over liken: je moet elkaar vooral leuk vinden. Men probeert ijverig maatregelen tegen cyberpesten te nemen.
In onze maatschappij zoemt steeds weer die vraag rond: uitverkorene of uitgestotene?
Welnu, dergelijke mechanismen hoeven in de kerk niet aan de orde te wezen. Want daar geldt het adagium van Psalm 90:
“Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen
de zekerheid van allen die U vrezen”[2].
Natuurlijk zijn Gods kinderen wel eens wankelmoedig. Jazeker, de zonde speelt hen dagelijks parten. Daarom mogen wij bidden:
“Schep in mij, God, een hart dat leeft in ’t licht,
geef mij een vaste geest, die diep van binnen
zonder onzekerheid U blijft beminnen”[3].
Zo kunnen we, met Gods hulp en bijstand, de geloofszekerheid terugvinden.

Weet u Gods kinderen vier eeuwen geleden in Dordrecht opschreven?
Zij noteerden onder meer het volgende.
“De gelovigen kunnen voor zichzelf zeker zijn van deze bewaring der uitverkorenen tot behoud en van de volharding der ware gelovigen in het geloof. En zij hebben die zekerheid ook, naarmate zij vast geloven dat zij ware, levende leden van de kerk zijn en altijd zullen blijven, en dat zij vergeving van de zonden en een eeuwig leven hebben.
Deze zekerheid komt dus niet voort uit een of andere speciale openbaring zonder of buiten het Woord, maar uit het geloof in Gods beloften, die Hij in zijn Woord zo overvloedig tot onze troost geopenbaard heeft. Zij komt ook voort uit het getuigenis van de Heilige Geest, die met onze geest getuigt, dat wij Gods kinderen en erfgenamen zijn, en tenslotte hieruit, dat de gelovigen zich met heilige ernst toeleggen op een goed geweten en goede werken. En als Gods uitverkorenen in deze wereld de vaste troost dat zij de overwinning zullen behouden, moesten missen en zonder dit onbedrieglijke onderpand van de eeuwige heerlijkheid moesten leven, dan zouden zij de beklagenswaardigste van alle mensen zijn.
Intussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei zondige twijfel te strijden hebben en in zware aanvechting dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd voelen. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat hen niet boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen en Hij maakt door de Heilige Geest hen weer zeker van de volharding”[4].

Dringt het tot u door dat het werkelijk niet van onszelf afhangt?
Als wij wegzakken in de modder van onze eigen wisselvallige en somtijds wispelturige wil, pakt de drie-enige God ons vast. Psalm 37 zingt daarvan:
“De HERE grijpt de hand van wie Hem eren,
nooit geeft Hij prijs de vromen in hun nood”[5].

Laat ons thans nog eenmaal terugkeren naar Marcus 1.

Daar roept Jezus doodgewone mensen. Middenstanders die met hard werken hun brood moeten verdienen.
De Heiland begint in dit Schriftgedeelte niet bij de dure types. De Redder van de wereld start – om zo te zeggen – niet bij de bungalows, de villa’s en de BMW’s.
In de kerk gaat het niet om grote dingen. Het gaat niet om al of niet vooraanstaande posities. Het gaat erom dat u en ik blijmoedig reageren op het rustgevende bevel van de Heiland: ’Kom hier!’. Laten we maar gewoon blijven zeggen: ‘Ja Here, ik ga met u mee!’.

Noten:
[1] Marcus 1:16-20.
[2] Psalm 90:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 51:5; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikelen 9, 10 en 11.
[5] Psalm 37:10; Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 februari 2018

Liefde voor alles en iedereen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Geen mooier werk dan in de kerk.
Dat roept schrijver dezes nog wel eens als er weer een aantal uren verstrijken waarin allerlei kerkenraadswerk wordt gedaan.
Toegegeven, dat voelt ook wel eens anders. Waar kerkleden zijn, is wel eens onenigheid en ruzie.
Maar over het algemeen geldt het, wat mij betreft, toch wel: geen mooier werk dan in de kerk.

Want daar verkondigen wij het Evangelie. U weet wel:
“Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen. De apostel zegt immers: De hele wereld is voor God strafwaardig. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods (…). En: Het loon, dat de zonde geeft, is de dood (…).
Maar hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”.

De formulering die hierboven staat, is niet van de auteur van deze weblog. Het is een citaat uit de Dordtse Leerregels[1].

Er zijn wel mensen die de Dordtse Leerregels moeilijk vinden.
En dat is wel te begrijpen.
De boodschap van Romeinen 3 dat de hele wereld doemwaardig is voor God, staat ver van ons af[2].
Het feit dat we door en door zondig zijn…, dat spreekt ons niet zo aan. En dat we er dood aan gaan, dat loopt zo’n vaart niet. Immers: alles gaat toch z’n gangetje? Toch schrijft Paulus het zo in Romeinen 6[3].

Mensen zijn altijd op zoek naar een gezond evenwicht. Zoals iemand eens schreef: “Natuurlijk wil een mens gelukkig zijn, maar wie bij nare gevoelens automatisch naar de antidepressiva grijpt, laat het verdriet niet toe en kan dit ook nooit verwerken. Hoop is leuk, maar wel naast een dosis gezonde wanhoop”[4].
De filosofie is dus: een beetje verdriet en een beetje geluk, dan komen we er wel in het leven. Oftewel: een snuifje melancholie is niet verkeerd.

Het christelijk geloof spreekt niet van een zeker evenwicht.
Het christelijk geloof leert dat het leven een en al rampspoed zou worden als Gods Zoon niet een geweldig reddingswerk had aangepakt. Om het met 1 Johannes 4 te zeggen: “Hierin is de ​liefde​ van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem”[5].

Hierboven lezen wij een belangrijk begrip: liefde van God.

Onze God toont oneindige liefde voor heel de wereld.
Dat kunnen mensen niet laten zien. Wij hebben al moeite met Mattheüs 22: “U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand”[6]. En: “U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[7].
Liefde voor alles en iedereen in de wereld? Ach, dat proberen wij wel. Maar uiteindelijk komen we, wellicht onwillekeurig, toch altijd weer bij onszelf uit. De Britse schrijver Julian Barnes schreef eens: “We hebben meestal maar één verhaal te vertellen. Ik bedoel niet dat ons maar één ding overkomt in ons leven: er doen zich heel veel gebeurtenissen voor, waar we heel veel verhalen van maken. Maar er is er maar één dat ertoe doet, maar één dat de moeite van het vertellen waard is. Dit is dat van mij”[8][9]. Daar hebt u het: in onze harten schuilt dat diep-zondige egocentrisme!
Daar tegenover staat het Evangelie: “En zoals ​Mozes​ de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[10].

Er zijn wel mensen die de Dordtse Leerregels moeilijk vinden.
En dat is wel te begrijpen.
Weet u wat het is?
Gods Woord vraagt geloof. Hoe wij ook ons best doen, met al onze redeneerkunsten kunnen wij van de blijde Boodschap geen logisch  verhaal maken. Het Evangelie is niet te omvatten, niet te begrijpen, niet te rationaliseren.

De Here Jezus Christus had en heeft liefde voor alles en iedereen op deze wereld.
In het leven kom je een paar mensen tegen die nimmer boos lijken te zijn, en immer en overal liefde uitstralen. Maar zelfs zulke mensen kunnen niet verbergen dat zij soms teleurgesteld en verdrietig zijn.
Welnu, onze Heiland betaalde de schuld van al onze zonden.
Hij is – om met Psalm 103 te spreken – de God “die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist”[11].

Ieder die dat gelooft, heeft eeuwig leven.
En daarom mag het steeds weer worden gezegd: geen mooier werk dan in de kerk!

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikelen 1 en 2.
[2] Romeinen 3:19: “Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God”.
[3] Romeinen 6:23 a: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood”.
[4] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/archief/de-wereld-gaat-ten-onder-aan-grijnzend-geluk~a903174/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 februari 2018.
[5] 1 Johannes 4:9.
[6] Mattheüs 22:37.
[7] Mattheüs 22:39.
[8] Geciteerd via https://www.volkskrant.nl/recensies/het-enige-verhaal-is-een-zoektocht-naar-de-ware-aard-van-de-liefde-prachtig-en-treurig-in-zijn-hopeloosheid~a4562067/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 februari 2018.
[9] Meer informatie over Julian Barnes is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Julian_Barnes ;  geraadpleegd op vrijdag 2 februari 2018.
[10] Johannes 3:14, 15 en 16.
[11] Psalm 103:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

13 oktober 2017

Vernieuwender dan D66

In een oude krant, verschenen in oktober 1972, kwam ik de volgende tekst tegen.

“Niet ten onrechte heeft de Amsterdamse afdeling van de KVP geëist dat drs. Hans Gruijters van D’66 zijn uitspraken over ‘de onbetrouwbaarheid van de christen-democratische partijen’ terugneemt. Zelfs in de politiek zijn er grenzen. De omschrijving in de desbetreffende motie van de KVP-Amsterdam van Gruijters’ uitlatingen is namelijk nogal aan de milde kant. In een vraaggesprek (…), enkele weken geleden, zei de heer Gruijters letterlijk: ‘Ik heb aan die confessionele heren geen boodschap. Ze hebben twee millennia (tweeduizend jaar) van onbetrouwbaarheid achter zich’.
Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over: de hele ellende met de confessionelen, met hen die handelen uit een geloofsbelijdenis, is begonnen bij Christus’ geboorte.
Nu liggen er om te beginnen in die tweeduizend jaar geschiedenis vele bewijzen van een bijna bovenmenselijke betrouwbaarheid der confessionelen — welke benamingen ze in die twintig eeuwen ook gedragen mogen hebben.
En verder klinkt een dergelijk oordeel nogal pedant uit de mond van een vertegenwoordiger van een partij die pas zes jaar oud is, en die toch al kans heeft gezien in die zes jaar een van de credo’s waarmee ze de politieke markt veroverde, het pragmatisme, onder de tafel te werken”[1].

Men hoort vaak beweren dat Gereformeerden onbetrouwbaar zouden zijn. ‘Zij zijn niks beter dan mensen die nergens aan doen’. En dan zeggen we in de kerk: ach ja, zulk gepraat is modern.
Het bovenstaande toont aan dat dat onzin is. Dergelijk spreken is van alle tijden.

De heer J.P.A. Gruijters leefde van 1931 tot 2005. En hij was niet de eerste de beste. Hij was één van de mede-oprichters van D66. Hij was Tweede Kamerlid. Voorts was hij tussen 1973 en 1977 minister van volkshuisvesting[2]. Uitspraken van zo’n politiek zwaargewicht hebben natuurlijk een zware lading.

We zien een diepgewortelde tegenstand tegen Christus’ kerk.
En één ding moet men D66’ers nageven: ze zijn daarin vrij consequent.
U kent ook de houding van de huidige D66-politici wel: ‘bij de gratie Gods’ moet uit wetteksten verdwijnen, kerken mogen geen toegang meer krijgen tot de gemeentelijke basisadministratie, de Zondagswet moet op de schop. En: liever geen samenwerking met de ChristenUnie tijdens de kabinetsformatie; D66’ers betreuren het eigenlijk dat dat laatste wel moest.
Wat is de achtergrond van dergelijke stellingen? Antwoord: iedereen moet gelijk behandeld worden.

Thans komen wij tot de kern van de zaak.
Behandelt God de mensen niet gelijk? Antwoord: neen, geenszins.
Laat ik de Dordtse Leerregels citeren: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[3].
Het Evangelie dat ook vandaag tot ons moet doordringen is: de God van hemel en aarde is genadig. Ware Hij dat niet geweest, dan was het op deze aarde een bende. Een totale chaos. Sterker nog: dan was deze aarde wellicht inmiddels totaal vernietigd.

Het Evangelie van Gods genade vraagt om geloof.
De vraag is: hechten wij geloof aan Gods Woord, of niet?
Daarbij behoren wij te bedenken dat de God van hemel en aarde tijd en wereldgeschiedenis overziet. Om met Handelingen 15 te spreken: “Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend”[4].
Kijk, dat is nog eens wat anders dan die tweeduizend jaar van de heer Gruijters. Trouwens, meneer Gruijters werd 73. Daarna kreeg hij te maken met het oordeel van God. Denkt u in dat verband maar aan Hebreeën 9: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[5].

Die uitlating van meneer Gruijters brengt ons bij de antithese. En ja, die kloof tussen kerk en wereld is ook vandaag, anno Domini 2017, wijd en diep.
Gereformeerden worden vernieuwd in de geest van hun denken. Zij bekleden zich “met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[6].
Die mens gaat de door D66 zo vurig gewenste maatschappelijke vernieuwing ver voorbij!

Noten:
[1] Geciteerd uit: Nederlands Dagblad, vrijdag 13 oktober 1972, p. 2 (rubriek Persschouw). Onder meer te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie voor meer informatie over hem http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/gruijters ; geraadpleegd op maandag 25 september 2017.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[4] Handelingen 15:18.
[5] Hebreeën 9:27 en 28.
[6] Zie Efeziërs 4:24.

29 augustus 2017

Verbondslogica

God is liefde.
Jazeker.
Maar dat is eerst en vooral Verbondsliefde.
In dat verbond geeft de God van hemel en aarde Zijn beloften. Maar Hij stelt ook eisen.

Daarover onderwijst Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus ons:
“Wat eist God in zijn wet van ons?
Antwoord:
Dat leert Christus ons in een samenvatting, Mattheüs 22:37-40: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten”[1].

Dat woord eis ligt moeilijk, vandaag de dag.
Zelfs op de hoogste niveaus wordt dat zorgvuldig vermeden.

In de kabinetsformatie werd een paar weken geleden door D66-leider Pechtold geopperd: “We pakken het ene probleem aan op de manier die jij ideaal vindt en het andere zoals de ander dat zou zien. Dan kun je ook aan Nederland laten zien waarom je voortgang maakt met het één en over het ander afspreekt om dat niet te doen”. Er werd door de heer Segers, één der onderhandelaars namens de ChristenUnie, aan toegevoegd dat je “soms inderdaad dingen even open moet laten”[2].

Is het, in de omstandigheden van 2017, nog wel relevant om de verbondseis te stellen?
Zeker wel.
Het gaat namelijk over het verbond tussen God en Zijn kinderen. In dat verbond worden geen compromissen gesloten. In dat Verbond worden geen halfslachtige maatregelen getroffen.

Maar wat moeten we dan aanvangen met Zondag 2 en met Gods wet?
Die perfectie halen wij toch nooit?

Die laatste conclusie is juist.
Volmaaktheid – dat is op deze aarde iets onmogelijks.
Als wij dit dilemma alleen maar horizontaal bekijken, lopen wij er gegarandeerd in vast.

In verband daarmee wil ik vandaag op Spreuken 30.
Daar lezen wij woorden van Agur. Wat leert hij ons?
“Wie is er naar de hemel opgestegen en vandaar neergedaald?
Wie heeft de wind in zijn handen verzameld?
Wie heeft de wateren in een kleed gebonden?
Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld?
Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers?”[3].

Met andere woorden:
* onze God is onmetelijk groot
* Hij houdt alles onder controle.

En het is deze God die Zijn kinderen in bescherming neemt!
Leest u maar mee:
“Ieder woord van God is gelouterd,
Hij is een ​schild​ voor hen die tot Hem de toevlucht nemen”[4].

Dat Evangelie moet er, om zo te zeggen, bij ons ingehamerd worden. Want deze woorden komen vrijwel letterlijk niet minder dan drie keer in Gods Woord voor. In Spreuken 30 dus.
En in 2 Samuël 22:
“Gods weg is volmaakt,
de woorden van de HEERE zijn gelouterd,
Hij is een ​schild​ voor allen die tot Hem de toevlucht nemen”[5].
En in Psalm 18:
“Gods weg is volmaakt,
het woord van de HEERE is gelouterd,
Hij is een ​schild​ voor allen die tot Hem de toevlucht nemen”[6].
Het is alsof de Here wil zeggen: zowel David als Agur zeggen het, door de Heilige Geest gedreven; onthoud het voor eens en voor altijd, en leef er mee:
* het Woord is volmaakt en voor geen verbetering vatbaar
* de Here is uw Beschermer

De grote God in de hemel is voor Zijn kinderen op aarde een schild. Dat is, gedurende de hele wereldgeschiedenis, heel vaak verkondigd.

Ik wijs u graag op Genesis 15: “Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot ​Abram​ in een ​visioen: Wees niet bevreesd, ​Abram, Ik ben voor u een ​schild, uw loon zeer groot”[7].

De zonen van Korach bidden in Psalm 84:
“O God, ons ​schild, zie
en aanschouw het aangezicht van Uw ​gezalfde”[8].
En zij zingen blij: “Want God, de HEERE,
is een zon en een ​schild,
de HEERE zal ​genade​ en ​eer​ geven,
Hij zal het goede niet onthouden
aan wie in oprechtheid zijn ​weg gaat”[9].
De zonen van Korach bidden: O Here God, kijk naar Uw gezalfde. Is dat de koning? Of wellicht de hogepriester? Dat weten wij niet precies. Feit dat dat woord ‘gezalfde’ anno Domini 2017 een andere lading heeft. Want vandaag mag de kerk bidden: Here God, kijk naar onze Pleitbezorger! Zie op onze Heiland! Hij heeft toch voor ons geleden? Hij heeft Zijn reddingswerk volbracht!
En wij weten dat het naar de wederkomst van Christus toe gaat. De hemelse toekomst komt er aan. Dat is het eeuwige hoogtepunt van genade en eer. In die wetenschap beseffen wij, wat onze situatie op deze aarde ook is: met ons gaat het altijd goed!

De apostel Paulus schrijft in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”.
God is ons schild: laten wij ons achter Hem verschuilen!

God is ons schild. Dat heeft Hij beloofd.
In het verbond moeten de belofte nooit van de eis losmaken.
Genade kan niet los worden gezien van dienst aan God.

Is dat alles logisch verklaarbaar?
Nee.
Maar er is één vaste regel in de kerk: vergelijk nooit aardse dingen met gaven uit de hemel.

De Verbondsgod is een schild.
Maar dat ontslaat ons niet van eigen activiteit en oplettendheid.
Om met de Dordtse Leerregels te spreken:
“Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben. Er is dan ook geen sprake van, dat zij door deze leer van de uitverkiezing en de overdenking ervan zouden verslappen in het onderhouden van Gods geboden, of in zondige zorgeloosheid zouden gaan leven. Dit gebeurt doorgaans naar Gods rechtvaardig oordeel met hen die op de wegen van de uitverkorenen niet willen gaan, terwijl zij zich lichtvaardig laten voorstaan op de genade van de uitverkiezing, of hun tijd verdoen met lichtzinnige praat daarover”[10].

De verbondslogica van de kerk is ver verwijderd van de vanzelfsprekendheden der wereld!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2187277-formatiedag-127-d66-en-cu-zoeken-oplossing-voor-tegenstellingen.html ; geraadpleegd op woensdag 9 augustus 2017.
[3] Spreuken 30:4.
[4] Spreuken 30:5.
[5] 2 Samuël 22:31.
[6] Psalm 18:31.
[7] Genesis 15:1.
[8] Psalm 84:10.
[9] Psalm 84:12.
[10] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.