gereformeerd leven in nederland

14 december 2020

God blijft voor de kerk zorgen

Gisteren was het zondag. Derhalve was het ook kerkdag. Gods kinderen werden bemoedigd: God zorgt voor u! Maar ook op deze maandag – en op alle dagen van de week – leven gelovigen niet ongetroost. Als het goed is, tenminste. Want God, onze God, geeft Zijn kerk de kracht om vol te houden. De Dordtse Leerregels zeggen het zo: “Deze leer dat de ware gelovigen en heiligen zullen volharden en daar zeker van mogen zijn, heeft God tot eer van zijn naam en tot troost van allen die Hem vrezen, zeer overvloedig in zijn Woord geopenbaard en Hij prent die in de harten van de gelovigen in. Weliswaar wordt deze leer door het vlees niet begrepen, door de satan gehaat, door de wereld bespot, door onkundige mensen en huichelaars misbruikt en door dwaalgeesten bestreden, maar de bruid van Christus heeft haar altijd als een schat van oneindige waarde innig liefgehad en standvastig verdedigd. God zal ervoor zorgen, dat zij dit ook zal blijven doen”[1][2].

Die leer – de leer over Jezus Christus, de Verlosser – wordt ‘door het vlees niet begrepen’. Dat betekent in ieder geval: gewone mensen kunnen er met hun verstand niet bij. Maar toch is het zo: het is echt een geloofszaak. De kerk blijft het zeggen: “òf Jezus is geen volkomen Verlosser, òf zij die deze Verlosser met waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben wat voor hun behoud nodig is”[3].

Het is een bekend lied:
“Zoek Jezus veel,
zoek Jezus vroeg.
Wie Jezus heeft,
die heeft genoeg”[4].
Dit eenvoudige lied, dat voor het eerst in 1937 gepubliceerd werd, is op zichzelf waar. Maar daarbij mogen we nooit de inzet van de Heidelbergse Catechismus vergeten: “Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus”[5].
De Heiland heeft ons gekocht. We zitten aan Hem vast. Sterker nog: “Wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente”. Zo staat dat in Efeziërs 5[6].
Daarom kan de kerk geen los zand zijn. Gods kinderen horen bij elkaar!

De profeet Jesaja sprak er in hoofdstuk 54 al over: “Want al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer”[7].
En in Openbaring 13 blijkt dat de kerk, populair gezegd, inderdaad niet weg te krijgen is. Lees maar mee: “En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk. En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam. Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af. Indien iemand oren heeft, laat hij horen. Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen”[8].
In het bovenstaande citaat staan een paar woorden cursief gedrukt. Kerkmensen staan geregistreerd in de burgerlijke stand van de hemel. En er is niemand die hen daar uit halen kan!

Wat nut het ons om dit alles te memoreren? Hieronder worden vier kwesties zaken uit de actualiteit van de laatste maanden op een rij gezet, waarbij geloofsvolharding zeker nodig is.
1.
In oktober jongstleden werd een Franse leraar geschiedenis en maatschappijleer, Samuel Paty, op straat onthoofd. De aanleiding is een spotprent van Mohammed die de leraar tijdens een les over vrijheid van meningsuiting heeft laten zien. Natuurlijk, Frankrijk is geen Nederland. Maar ook in ons land staat de hiervoor genoemde vrijheid onder druk. Denkt u maar aan alle ophef die er is geweest in verband met het (vermeende niet-)accepteren van een homoseksuele geaardheid in de Gereformeerde wereld. Waar gaat het naar toe? Wat zal de toekomst brengen? Laat het duidelijk zijn: de kerk wordt opgeroepen om Gods Woord in alles te eerbiedigen, en de Schriftuurlijke leer als een schat van oneindige waarde innig lief te hebben en standvastig te verdedigen.
2.
Overheid en overheidsinstanties zijn lang niet altijd betrouwbaar. Vooringenomenheid en bureaucratie zijn maar al te vaak aan de orde van de dag. Denkt u maar aan de affaire rond de kinderopvangtoeslag. Ongeveer 22.000 ouders werden onterecht slachtoffer van fraudeverdenkingen met de kinderopvangtoeslag en/of slachtoffer werden van een harde fraudeaanpak bij de Belastingdienst[9]. Gevolg: boze, verdrietige en zeer teleurgestelde burgers. Misschien zijn er wel wanhopige kinderen van God die in verband hiermee met grote aandrang smeken: ‘Here, help ons toch!’.
Laten wij elkaar wijzen op Psalm 33:
“De HEERE vernietigt de raad van de heidenvolken,
Hij verbreekt de gedachten van de volken.
Maar de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig,
de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie”[10].
Naar dit Schriftgedeelte wordt verwezen als de Dordtse Leerregels ons voorhouden: “…tegen Hem kan geen plan iets uitrichten en is geen enkele macht opgewassen”. Met andere woorden: de kerk kan in het geloof volharden omdat zij zeker weet dat niemand Gods plan met de wereld doorkruisen kan!
3.
Het aantal coronabesmettingen in Nederland is momenteel nog erg hoog. Het Nederlands Dagblad opende op woensdag 9 december jongstleden met het bericht: “Nederlanders zullen Kerst dit jaar in kleine kring moeten vieren. Het aantal coronabesmettingen laat een versoepeling niet toe. Sterker nog: als de cijfers niet verbeteren, wil het kabinet nog vóór de Kerst strengere maatregelen aankondigen”[11]. Het lijkt erop dat dit inderdaad gebeuren gaat.
Dit alles impliceert dat het voor velen eenzame donkere dagen blijven. De maatschappij wordt wat meer los zand. Maar Gods kinderen zijn één met hun Heiland. Die eenheid wordt nooit los zand. Daarom moet ook de kerk ervoor waken los zand te worden. Dat is immers de vergadering van Gods volk?
4.
De eenheid van allen die Gereformeerd willen blijven staat zwaar onder druk. Het Reformatorisch Dagblad meldde begin november: “De relatie tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) enerzijds en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) anderzijds staat flink onder druk”[12]. Er werd gezegd: “Eenheid lijkt verder weg dan ooit”. En: “Op landelijk niveau lopen de contacten steeds moeizamer en eenheid van kerkverbanden lijkt verder weg dan ooit”. Natuurlijk – op het kerkelijke terrein zijn er ook andere, meer hoopgevende ontwikkelingen. Maar het is best voorstelbaar dat sommigen denken: wat zal er uiteindelijk van de kerk overblijven?
Laat de onrust maar niet te groot worden! Immers, mét de Dordtse Leerregels mogen wij, ook vandaag, belijden: “Weliswaar wordt deze leer [over de volharding en de zekerheid die de heiligen hebben, BdR] door het vlees niet begrepen, door de satan gehaat, door de wereld bespot, door onkundige mensen en huichelaars misbruikt en door dwaalgeesten bestreden, maar de bruid van Christus heeft haar altijd als een schat van oneindige waarde innig liefgehad en standvastig verdedigd. God zal ervoor zorgen, dat zij dit ook zal blijven doen; tegen Hem kan geen plan iets uitrichten en is geen enkele macht opgewassen”.

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 15.
[2] Op woensdagavond 9 december 2020 vergaderde de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. In de bespreking stond hoofdstuk V van de Dordtse Leerregels centraal. In dit artikel is enige voorstudie voor die avond samengevat.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 30.
[4] Geciteerd van https://www.elkzingzijnlof.nl/lied.php?ID=156 ; geraadpleegd op woensdag 9 december 2020.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[6] Efeziërs 5:30.
[7] Jesaja 54:10.
[8] Openbaring 13:7-10.
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Toeslagenaffaire ; geraadpleegd op woensdag 9 december 2020.
[10] Psalm 33:10 en 11.
[11] Geciteerd uit: “Kerst dit jaar in kleine kring”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 9 december 2020, p. 1.
[12] “Relatie GKV/NGK en CGK op dieptepunt”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 2 november 2020, p. 15.

30 september 2020

Dwalingen rond de erfzonde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Want dit is het soevereine raadsplan, de genadige wil en het voornemen van God de Vader geweest, dat de levendmakende en reddende kracht van de kostbare dood van zijn Zoon ten goede zou komen aan alle uitverkorenen, om alleen hun het rechtvaardigend geloof te schenken en hen daardoor met vaste hand tot het volle heil te brengen. Anders gezegd: God heeft gewild dat Christus door zijn bloedstorting aan het kruis (waarmee Hij aan het nieuwe verbond rechtskracht verleend heeft) uit alle volken, stammen, geslachten en talen met kracht al diegenen – en hen alleen – zou verlossen, die de Vader van eeuwigheid tot het heil uitverkoren en aan zijn Zoon gegeven heeft. God heeft ook gewild dat Christus aan dezen het geloof zou schenken, dat Hij – evenals de overige reddende gaven van de Heilige Geest – door zijn dood voor hen verworven heeft. God heeft eveneens gewild dat Hij hen door zijn bloed zou reinigen van al hun zonden, zowel van hun erfzonde als van de zonden die zij voor of na het ontvangen van het geloof zouden bedrijven. En ook was het Gods wil dat Hij hen tot het einde toe trouw zou bewaren en hen tenslotte stralend zonder vlek of rimpel voor Zich zou plaatsen”.
Dat is de juichende taal van de Dordtse Leerregels[1].

In het leven van Gereformeerden vlamt voortdurend de blijdschap op: wij zijn gered!
Intussen wordt in het bovenstaande de macht van de zonde niet ontkend. Wij lezen over erfzonde. En over zonden die we doen nadat wij het geloof ontvangen hebben. Er zijn heel wat mensen die dat overdreven vinden. Op een website van de Evangelische Omroep staat te lezen: “Sommige christenen hebben inderdaad een overdreven beeld van erfzonde. (…) Natuurlijk zondigen baby’s niet actief – ze weten niet wat goed en kwaad is en kunnen er zeker niet tussen kiezen! De Bijbel praat nergens zo over kinderen. God heeft ons zorgvuldig gemaakt, dat staat er wel, ieder mens is ‘beeld van God’ en God bereikt zijn plannen via ‘de stemmen van kinderen en zuigelingen’. ‘Verdorven’ en dergelijke termen, die zijn dus nogal misplaatst”[2].
Nu is op het bovenstaande wel wat af te dingen. Want een ieder weet: baby’s zijn heus niet altijd voorbeeldig. Peuters en kleuters zijn vaak heel lief. Maar we hoeven er niet omheen te draaien: ze kunnen ook knap vervelend zijn!
Dat daargelaten – wat is het kernprobleem? Antwoord: hier zit de kwestie van de vrije wil achter. Oftewel: kunnen mensen zelf werken aan hun bekering tot God?
Er bestaat een rijmpje:
De vrije wil,
Dat is de spil
Waar ’t ganse rad om draait…
In feite zegt men dus: er is nog een beetje goede wil over. In verband hiermee schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant E. Koop (1912-1990) eens: “Waarom maakten de Remonstranten scheiding tussen de verwerving èn de toepassing van het heil door Christus verworven? Wel, juist omdat zij wilden vasthouden aan de vrije wil ten goede. Want die wil is tenslotte de beslissende instantie! Juist daarom wilden zij van een particuliere, persoonlijke verzoening niet weten. De Uitwerking van het heil, door Christus verdiend, moet gebeuren door de vrije wil van de méns. Christus is volgens hen voor alle mensen gestorven. En Hij heeft voor allen door de dood des kruises verzoening en vergeving der zonden verdiend. Maar of iemand die rijkdom zal ontvangen, dat hangt van de souverein verklaarde mens zelf af”[3].
Het loont de moeite om in dit verband ook te wijzen op David Pareus. Dat was een Duitse theoloog. Hij was hoogleraar te Heidelberg, en schreef een brief met een duidelijke boodschap voor de Remonstranten: “Wat betekent dan voor u, Remonstranten, ‘sterven voor iemand’? Dat wil toch zeker zeggen, dat men een ander door zijn eigen dood van de dood bevrijdt, zodat die ander leve?” Hij wijst dan op Davids klacht over Absalom: ‘Och dat ik, ik voor u gestorven ware!’ Dat kan toch niet anders betekenen dan: ‘Och, dat ik door mijn dood uw leven kon vrijkopen of u van de dood verlossen’. Daarom betekent die bewering ‘Christus is voor allen gestorven’ hetzelfde als: door Christus’ offer zijn alle mensen bevrijd van de dood en is hun het leven bereid”[4][5].
Dat was een heel logische redenering. Maar de Remonstranten wilden er niets van weten…

De erfzonde is door de eeuwen door vele geleerden bestudeerd en geanalyseerd.
En geloochend, ook. Hieronder staan daar drie voorbeelden van.

Binnen het orthodoxe Jodendom wijst men het idee van de erfzonde af.
Iemand legt uit: “Volgens de orthodox Joodse visie heeft ieder mens twee neigingen in zich: tot het goede en tot het kwade. Maar hij is in staat om voor het goede en tegen het kwade te kiezen. Een mens heeft een vrije wil om het goede te doen. Dat betekent niet dat hij geen zonden kan begaan. Maar wanneer hij zonden begaat, kan hij weer verzoend worden met God. Daarvoor is boetedoening noodzakelijk. Hij moet wel oprecht berouw van zijn zonden hebben en zich ook vast voornemen om niet opnieuw te zondigen. Dit geldt zowel voor zonden ten opzichte van God als ten opzichte van de mens”[6].

En dan is er de van oorsprong Franse theoloog Josué de la Place – ook wel aangeduid als Josua Placeus – (circa 1596-circa 1655). De la Place hield zich intensief met de erfzonde bezig. De Gereformeerd-vrijgemaakte theoloog Piet Houtman schrijft over hem: “In de erfzonde worden, traditioneel, twee aspecten onderscheiden: erfschuld en erfsmet. Het laatste staat meestal centraal in de aandacht. Met die smet wordt onze zondige aard bedoeld, die van ouders op kinderen wordt doorgegeven. Het woord erfschuld duidt aan: de zonde maakt ons schuldig in Gods ogen; en ook die schuld gaat over van de eerste mensen op al hun nakomelingen.
Het onderscheid tussen erfschuld en erfsmet heeft een rol gespeeld in de discussie rond de zeventiende-eeuwse Franse theoloog La Place -Placeus-. Zijn leer werd door een synode veroordeeld, en ook in een Zwitsers belijdenisgeschrift. Hij verwierp de gedachte dat de schuld van ouders op kinderen wordt overgedragen; dat leek hem onrechtvaardig. Volgens hem komt alleen de zondige aard van ouders op kinderen over. Die kinderen zijn ook zondig en dáárom zijn ze schuldig. Placeus betoogt dat hij daarmee toch wel trouw is aan de leer van de erfzonde. De geldende leer zegt dat God de schuld van de eerste zonde, van Adam, aan ons toerekent. Placeus legt dat dan zo uit: die toerekening vindt plaats via het in zonde ontvangen en geboren worden; en niet rechtstreeks. In theologisch jargon: hij verwierp de ‘onmiddellijke toerekening’ en leerde de ‘middellijke toerekening’: de erfschuld wordt toegerekend alleen door middel van de erfsmet”[7].
Is het zo dat schuld van ouders op kinderen overgedragen wordt? Dat vindt La Place te dol.
Maar Gods Woord leert het ons echt: de mens staat vanaf het begin schuldig tegenover God; en die schuld wordt elke dag alleen maar groter. Denkt u in dit verband bijvoorbeeld maar aan Job 15:
“Wat is de sterveling dat hij zuiver zou zijn,
en dat hij, geboren uit een vrouw, rechtvaardig zou zijn?
Zie, zelfs op Zijn heiligen vertrouwt Hij niet,
en zelfs de hemel is niet zuiver in Zijn ogen.
Hoeveel te meer is dan een man afschuwelijk en verdorven
die het onrecht indrinkt als water!”[8].

De katholieke theologe Cecilia González-Andrieu zegt: Adams ongehoorzaamheid was niet het grote probleem; de kwestie was dat hij Eva de schuld gaf. Daardoor kwam er een deuk in de solidariteit van mensen[9].
Intussen gaat het door die denk-manoeuvre niet meer over de verhouding tussen God en mensen, maar tussen mensen onderling. Zo wordt de erfzonde een menselijke zaak.  

Laten wij maar gewoon Romeinen 5 blijven lezen: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben. Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou”[10]. En: “Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”[11][12].

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 8.
[2] Geciteerd van https://visie.eo.nl/artikel/2014/09/lezersvraag-bestaat-die-erfzonde-wel ; geraadpleegd op dinsdag 29 september 2020.
[3] In het bovenstaande gebruikte ik onder meer: Ds. E. Koop, “De Dordtse Leerregels dichterbij gebracht”. – tweede druk. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1985. – p. 89.
[4] E. Koop, a.w., p. 89.
[5] Zie over David Pareus https://en.wikipedia.org/wiki/David_Pareus (Engelstalig); geraadpleegd op dinsdag 29 september 2020.
[6] Geciteerd van https://www.israelendebijbel.nl/nl/bijbelonderwijs/digitale-bijbelstudie/Erfzonde/352 ; geraadpleegd op dinsdag 29 september 2020. De uitleg is van prof. dr. P.A. Siebesma.
[7] Geciteerd van http://piethoutman.net/erfzonde/ ; geraadpleegd op dinsdag 29 september 2020.
[8] Job 15:14, 15 en 16.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.trouw.nl/nieuws/de-erfzonde-is-het-kwaad-de-mens-eigen~b5d2c8cb/ ; geraadpleegd op dinsdag 29 september 2020.
[10] Romeinen 5:12, 13 en 14.
[11] Romeinen 5:19.
[12] De keuze van het onderwerp van dit artikel is ingegeven door het feit dat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen Deo Volente vanavond zal vergaderen. Aldaar zal hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels worden besproken. In verband met die vergadering publiceerde ik op woensdag 16 september 2020 hier het artikel ‘Wees dan waakzaam!’. Het artikel is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/09/16/wees-dan-waakzaam/ .

16 september 2020

Wees dan waakzaam!

“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[1]. Dat is een zin uit hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels. Bij die zin wordt verwezen naar woorden uit 1 Corinthiërs 1: “…wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid”[2].
Het Evangelie is zo bekend dat het misschien een beetje langs ons heen gaat. We horen het elke zondag. Elke Gereformeerde dominee doet z’n best om dat Evangelie in allerlei variaties aan ons op te dienen.
Echter – ook hier geldt die bekende oproep uit Mattheüs 24: “Wees dan waakzaam”[3]!

Waar gaat dat tweede hoofdstuk van de Leerregels uit Dordrecht eigenlijk over?
Er worden een zevental dwalingen bestreden. Die dwalingen kunnen aldus worden samengevat.
a. Toen God zijn Zoon gaf, wist Hij niet wie verlost zouden worden
b. Christus’ bloed heeft niet het nieuwe verbond bevestigd
c. Christus heeft niet de zaligheid verdiend, maar de macht om met de mensheid te onderhandelen
d. Onder het nieuwe verbond is geloofsgehoorzaamheid hetzelfde als de wet houden
e. Alle mensen delen in de verzoening en niemand wordt vanwege de erfzonde veroordeeld
f. Christus heeft het heil verworven, wij kiezen zelf of we daarin willen delen
g. Christus is niet gestorven voor mensen die God van eeuwigheid liefhad.
Wat zetten Gereformeerden daar tegenover?
Dit:
1. Gods rechtvaardigheid eist dat onze zonden gestraft worden.
2. God heeft Zijn Zoon als Borg gegeven voor onze zondeschuld.
3. De dood van Christus is meer dan voldoende om alle zonden te verzoenen.
4. De dood van Christus is zo belangrijk omdat Hij eeuwig God is.
5. De belofte van het evangelie: geloof in Christus en wordt behouden.
6. Mensen gaan verloren door hun ongeloof.
7. Behouden worden is genade van God.
8. De zaligmakende kracht van Christus’ dood geldt alleen voor de uitverkorenen.
9. God vervult Zijn raadsplan[4].

Een vooraanstaand lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk, A.P. de Boer, zei onlangs: “‘We moeten eerlijk onder ogen zien dat de binding aan die formulieren in beide kerkverbanden steeds minder functioneert’. Dat komt (…) niet alleen doordat veel kerkleden deze belijdenisgeschriften nauwelijks meer kennen, maar ook doordat kerkleden zich vervreemd voelen van de taal en inhoud”. Het is “op papier in beide kerken goed geregeld met de binding aan de leer van de Bijbel”. Maar er is “een kloof tussen wat er op papier staat en wat kerkleden daarmee doen”[5].
Het bovenstaande is – als het goed is – voor alle kinderen van God een baken in zee. Ook zij moeten voorkomen dat er een kloof tussen leer en leven ontstaat!

Op woensdag 29 mei 2019 werd op de Nationale Synode namens veertig kerken een verklaring van verbondenheid getekend.
In die verklaring staat onder meer: “Wij ondergetekenden, vertegenwoordigers en leden van protestantse kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, verklaren bij dezen plechtig dat wij ons aan elkaar verbonden weten. Wij zijn aan elkaar gegeven door onze Here Jezus Christus en daarom willen we elkaar ook niet meer loslaten. Wij erkennen dat er onder ons grote verschillen zijn in overtuiging en in geloofsbeleving. Deze verschillen willen wij niet ontkennen of bagatelliseren. Maar wij zijn ervan overtuigd dat wat ons verbindt meer is: de naam van Jezus Christus. Daarom erkennen wij elkaar, zoals Hij ons aanvaard heeft. Wij erkennen dat we elkaar nodig hebben en wij zijn bereid van elkaar te leren en elkaar te steunen in de dienst van God. Door het Woord van de Zoon van God zijn wij één, zoals de Vader in de Zoon is. En als wij doen wat van zijn Vader komt, herkennen wij dat in elkaar”[6].
En de vraag klemt: Zijn wij, leden van De Gereformeerde Kerken in Nederland, te weinig oecumenisch ingesteld? Wij leggen toch ook veel, zo niet alle, nadruk op Christus’ werk?

Het is belangrijk om op dit punt niet te rationeel te gaan redeneren. Zo van: als we met veel mensen zijn, kunnen wij in de samenleving onze invloed beter laten gelden.
Sommigen gaan, wellicht ongewild, de remonstrantse kant op.
Een voorbeeld.
De historicus en schrijver Rutger Bregman publiceerde in september 2019 zijn boek ‘De meeste mensen deugen’[7]. Daarin wil Bregman “een realistisch beeld geven van de menselijke psychologie op basis van wetenschappelijke inzichten. En zo komt hij tot zijn conclusie dat de meeste mensen deugen. Niet dat álle mensen deugen of dat de héle mens deugt. Maar in het samenleven met elkaar moeten we uitgaan van vertrouwen in elkaar, de goede bedoelingen van de ander, en dus een positief mensbeeld hanteren.
En als je dat doet bij het geven van onderwijs, opvoeden, politiek bedrijven, gevangenissen inrichten en zorg verlenen, gebeurt er iets. Dan ga je uit van vertrouwen. Natuurlijk zet je je fiets op slot. Maar je weet dat de meeste mensen geen fietsendief zijn. Dat leerlingen er niet op uit zijn om een leraar in de hoek te zetten. Dat vertrouwen geven aan een gevangene soms beschaamd wordt, maar meestentijds tot veel betere resultaten leidt dan een repressief en streng beleid, waarbij je ervan uitgaat dat de ander niet deugt en dus niet te vertrouwen is”.
Wij kunnen uiteraard de Dordtse Leerregels citeren, en het nodige tegen het bovenstaande inbrengen.
Maar er is meer. Terecht schreef iemand: “De grote problemen van ons leven en ons samenleven zijn (…) niet op te lossen met inzichten uit de psychologie, economie, geschiedenis. Het probleem van de mens is een moreel probleem. Dat raakt aan onze waarden, zingeving, godsdienst, levensbeschouwing. Wetenschap, techniek, economie, democratie hielpen ons de natuur te leren beheersen, de macht onder controle te brengen, de welvaart te maximaliseren. Maar vertellen ons niets over de zin van het bestaan. Over de richting die we moeten kiezen. Daarvoor zijn moraal, religie en levensbeschouwing nodig. De verlichte moderne westerse mens heeft dat nu juist buiten de deur gezet.
Tijdens het laatst gehouden Nationaal Religiedebat werd gezegd: ‘Er is nog niets uitgevonden wat beter lijmt dan religie’. Ook Bregman heeft niet iets beters uitgevonden. Hij biedt wel een alternatief, maar dat bevredigt uiteindelijk toch niet”[8][9].

En daarmee zijn wij weer terug bij de Dordtse Leerregels: “De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat”.
Niet de ratio overwint, maar Jezus Christus. Niet de macht van het getal overwint, maar onze Heiland.
Christus’ werk is onze redding – die geloofskennis overkoepelt ons leven![10].

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[2] 1 Corinthiërs 1:23.
[3] Mattheüs 24:42.
[4] Te vinden op https://www.dordtse-leerregels.nl/paragrafen ; geraadpleegd op zaterdag 12 september 2020.
[5] “Fusiekerk van GKv en NGK wil een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 11 september 2020, p. 2.
[6] Geciteerd van https://www.nationalesynode.nl/verklaring/ ; geraadpleegd op zaterdag 12 september 2020.
[7] De gegevens van dit boek zijn: Rutger Bregman, “De meeste mensen deugen; een nieuwe geschiedenis van de mens”. – Uitgeverij De Correspondent bv, 2019. – 528 p.
[8] De typering van het boek van Bregman, en de beoordeling daarvan komen uit: L.N. Rottier, “De meeste mensen deugen. Of toch niet?”. In: Vrijdag – Cultuur, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 3 januari 2020, p. 10 en 11.
[9] Rens Rottier is voorzitter van het college van bestuur van Driestar Educatief – praktijkgericht kenniscentrum voor christelijk onderwijs.
[10] Materiaal uit dit artikel zal worden gebruikt voor een korte inleiding die ik hoop voor te lezen tijdens de vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen op woensdagavond 30 september 2020. Aldaar zal hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels worden besproken.

18 maart 2020

Bidden in crisistijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Christelijke organisaties, waaronder de ChristenUnie en MissieNederland, organiseren vandaag de Dag van Nationaal Gebed. Vanwege de uitbraak van het coronavirus willen de organisaties via het gebed hun ‘ongerustheid overgeven aan God’.
Het Nederlands Dagblad meldt op zaterdag 14 maart: “‘Als christenen geloven we dat we ons niet hoeven te laten leiden door onzekerheid. We mogen vertrouwen dat God ook in deze situatie de Heer is’. Vanwege het virus worden er geen grote gebedsbijeenkomsten georganiseerd. In plaats daarvan wordt gemikt op een ‘virtuele gebedsbeweging’ van mensen in het land, via internet en sociale media. Die mensen kunnen op de website nationaalgebed.nl woensdag om 9.00, 12.00 en 15.00 uur een bijeenkomst volgen. Die wordt opgenomen in een kapel van de EO, waarin een predikant en een aantal gasten aanwezig zijn. De voorganger leidt de dienst in, waarna er ruimte is voor het gebed en het ‘online delen van gebedspunten en onderlinge verbinding’, bijvoorbeeld met hashtags via sociale media. De diensten duren ongeveer een kwartier tot halfuur. Om 19.00 uur wordt de dag via de livestream afgesloten”[1].

Bidden – dat is een heel goede zaak!
Maar dat geldt niet alleen op woensdag 18 maart 2020. Bidden, dat behoren wij heel ons leven te doen. Ook op donderdag 19, vrijdag 20, zaterdag 21 maart 2020 en verder.

Zeker in deze tijd heeft de kerk een dringende boodschap aan de wereld.
De Dordtse Leerregels zeggen het in hoofdstuk 2 zo: “De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven.
Velen die door het evangelie geroepen zijn, bekeren zich niet en geloven niet in Christus; zij gaan in ongeloof ten onder. Maar dit komt niet doordat Christus’ offer aan het kruis gebrekkig of ontoereikend zou zijn; het is hun eigen schuld.
Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[2].
In onze wereld moeten we zeggen: in de wereld redden we ’t niet; in de kerk leggen wij ons leven in de hand van God, en wij bidden Hem om Zijn ondersteuning en barmhartigheid.

In het Nederlands Dagblad merkt de christelijke relatiecoach Linda Pasman op: de door de coronacrisis vrijgekomen tijd is “‘een prachtig cadeau. Het is gaaf wat God aan het doen is. Hij geeft tijd en rust in gezinnen en relaties. Je hoeft niet naar de kerkdienst en andere georganiseerde activiteiten’”. Samen met haar man runt ze een coachingspraktijk in Utrecht. ‘Nu krijg je de kans bij elkaar te zijn – heerlijk’. Pasman adviseert mensen rust te nemen, te praten en samen iets te ondernemen”[3].
Dat klinkt wellicht reuze rustgevend. Maar het grootste cadeau is zonder twijfel: Gods genade voor Zijn kinderen. De grote vraag die anno Domini 2020 aan kerk en wereld wordt gesteld is: wat doen wij met de genade die door God wordt aangeboden – gratis en voor niets? Nemen wij die aan of zeggen we: ‘ik wil die genade niet hebben, geeft u die maar aan een ander’?
In de Gereformeerde kerk is dit, naar wij allen mogen hopen, een retorische vraag!

De theologen in Dordrecht noteerden onder meer ook: “God heeft (…) gewild dat Hij hen – dat zijn de uitverkorenen – door zijn bloed zou reinigen van al hun zonden, zowel van hun erfzonde als van de zonden die zij voor of na het ontvangen van het geloof zouden bedrijven. En ook was het Gods wil dat Hij hen tot het einde toe trouw zou bewaren en hen tenslotte stralend zonder vlek of rimpel voor Zich zou plaatsen”[4].
Wij kennen ziekte en ellende in deze wereld. Wij zien voor onze ogen hoe één coronavirus veel meer kapot maakt dan ons lief is. Dat legt, om maar eens wat te noemen, het diepgewortelde egoïsme der mensen bloot. Er werd -en wordt?- flink gehamsterd, klaarblijkelijk om voorraden voor de kwade dag aan te leggen. Het Nederlands Dagblad meldt op zaterdag 14 maart: “Supermarkten en drogisterijen worden overlopen door mensen die massaal levensmiddelen, toiletpapier en medicijnen inslaan. Volgens Rutte is dat onnodig, omdat de winkels ruime voorraden achter de hand hebben en Nederland als belangrijke voedselproducent genoeg kan produceren. De premier noemt het hamstergedrag bovendien niet sociaal”[5]. Mensen zijn, zo blijkt, ten diepste op zichzelf gericht.
Maar de Here Jezus heeft in Johannes 10 gezegd: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken”[6].
De Verbondsgod is trouw!
Al onze tekortkomingen worden weggedaan!
De kerk wordt schoon.
Blinkend mooi.
Hemelwaardig!
Om met Paulus in Efeziërs 5 te spreken: Christus heeft Zich voor de gemeente overgegeven “opdat Hij haar zou ​heiligen, door haar te ​reinigen​ met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een ​gemeente​ zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij ​heilig​ en smetteloos zou zijn”[7].
Zie, zo breekt de Heiland de macht van de wereld.
Ja, zo gaat zelfs de macht van een verontrustend coronavirus teniet!

Laten wij daarom gelovig biddend Psalm 30 zingen:
“Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
‘k Ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven.

Hoor, HERE, let op mijn gebed,
wees mij een helper die mij redt.
Ik zoek uw aangezicht, o HEER
Schenk mij uw trouw en liefde weer.
Toon mij uw gunst en wees weldadig,
kom mij te hulp, hoor mij genadig”[8].

Noten:
[1] “Woensdag nationale gebedsdag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 3.
[2] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikelen 5, 6 en 7.
[3] “Taart of chips bij de online kerkdienst”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 4 en 5.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 8.
[5] “Rutte noemt hamsteren niet sociaal”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 maart 2020, p. 3.
[6] Johannes 10:27, 28 en 29.
[7] Efeziërs 5:26 en 27.
[8] Psalm 30:2 en 6 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 maart 2020

Probleem of troost?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

God heeft mensen uitgekozen om bij Hem te horen[1]. Dat is opmerkelijk. Want die mensen zijn van nature zondig. Zij zijn, op zichzelf bezien, zo smerig dat zij op geen enkele manier bij Gods heerlijkheid passen. Een aardse machthebber zou wellicht zeggen: met die mensen wil ik niets te maken hebben; verwijder hen uit mijn paleis. Maar zo werkt het bij de Here niet. Zijn keuze staat vast. Uitverkorenen horen bij Hem. Voor altijd!

Die uitverkiezing heeft vanouds veel discussie opgeleverd. Eertijds waren er remonstranten die zeiden: er is “een algemene en een bijzondere uitverkiezing, respectievelijk voor alle mensen en voor bepaalde mensen. De bijzondere uitverkiezing is dan weer onderverdeeld in een onvolkomen uitverkiezing, die herroepen kan worden en alleen bestaat bij beginnend geloof, en een volkomen uitverkiezing, die definitief en onvoorwaardelijk is, namelijk bij volharding in geloof. De niet-definitieve uitverkiezing berust op van tevoren gezien beginnend geloof, de definitieve uitverkiezing berust op van tevoren geziene volharding in geloof. Daarom zijn geloof, gehoorzaamheid, heiligheid enzovoort geen vruchten van het uitverkoren zijn, maar voorwaarden om uitverkoren te worden”[2].
De hoofdzaak is dus: “God is in zijn keuze en beslissing afhankelijk van de mens”[3].

Gereformeerden zetten daar tegenover: “God heeft zijn eeuwig besluit tot uitverkiezing en verwerping in zijn Woord duidelijk aan ons bekend gemaakt. Niet om daarover problemen te maken, maar om getroost te zijn. Er zullen vragen overblijven waarop we geen antwoord kunnen vinden. Toch is dat niet erg, omdat de HERE zoveel van zijn besluit heeft geopenbaard als voor ons genoeg is. Wat we niet weten kunnen, moeten we ook niet proberen te beredeneren. Wie zich afkeert van de DL, verzet zich tegen Gods genade en liefde in Christus. Die mens wil blijven volhouden dat hij zichzelf kan verlossen”[4].
En:
“Gods besluit tot uitverkiezing berust enkel en alleen op zijn genadig welbehagen, zonder rekening te houden met wat de mensen aan goeds menen te presteren. Het blijkt ook uit Gods besluit tot verwerping: de mens kan uit zichzelf niets goeds meer presteren. Zekerheid van onze uitverkiezing hebben we in Gods verbondsbeloften, die Hij ons doet aanvaarden in geloof, waarvan de vruchten in ons leven duidelijk te zien zijn. Zo wil God door ons verheerlijkt worden”[5].

Dr. W. Verboom – emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan de Universiteit Leiden; erelid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk – zei over de Dordtse Leerregels eens: “Een bekende Bijbeltekst luidt: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ -Johannes 3:16-. Hieruit blijkt dat Christus voor de hele wereld is gestorven. Tegelijkertijd klinkt in Gods Woord de oproep om je te bekeren. God roept mensen en zet de deur naar Zijn koninkrijk wagenwijd open. Wanneer je bent binnengegaan en terugkijkt zie je dat er sprake is van een verkiezing. Dan vraag je jezelf af: ‘Wie ben ik dat ik bij God mag horen?’
Sterker nog, je doet God verdriet wanneer je stelt dat je niet zeker bent van je redding in Christus. Vergeet niet dat de Dordtse Leerregels sterke nadruk legden op de verkiezing omdat in die tijd veel kleine kinderen stierven. ‘Zouden ze uitverkoren zijn?’, vroegen mensen zich af. ‘Absoluut!,’ stellen de Dordtse Leerregels -I.17-. De vraag is vooral hoe we als predikanten hierover preken. Wie preekt in de lijn van ‘gemeente, er is een uitverkiezing dus de hemel is niet voor iedereen’ doet geen recht aan de Dordtse Leerregels”.
En:
“Soms denkt men dat de initiatiefnemers van dit belijdenisgeschrift van plan waren om een denksysteem over de Bijbel heen te leggen. Maar in de Dordtse Leerregels wordt juist benadrukt dat we aan Gods Woord genoeg hebben. Vandaar ook het woord ‘belijdenisgeschrift’. Belijden betekent uitspreken wat je gelooft op grond van Gods Woord. Daarom kunnen de Bijbel en belijdenisgeschriften die daarop gebaseerd zijn nooit in tegenspraak zijn met elkaar”[6].

In november 2019 zei Alex Brenninkmeijer, voormalig nationaal ombudsman, in het Nederlands Dagblad: “Geloven op de manier van de kerk ligt mij niet. Ik kijk er met respect naar en als onderzoeker wil ik weten hoe dat geloof doorwerkt in de cultuur. Onlangs ben ik in de Dordtse Leerregels gedoken, naar aanleiding van de discussie over de Nederlandse versie van de Nashville-verklaring. Ik vind het een fascinerend geschrift, maar het zou voor mij onmogelijk zijn het te aanvaarden”.
En:
“Op de kernvragen van ons leven – waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? – krijgen we uiteindelijk geen antwoord. En dat vind ik niet erg”[7].
De formuleringen van Brenninkmeijer bepalen ons bij de slotvraag van vandaag: vinden wij de Dordtse Leerregels een boeiend geschrift, of is het één van onze belijdenisgeschriften?
Oftewel: is de verkiezing een probleem of een troost?

Noten:
[1] Het onderwerp ‘uitverkiezing’ werd gekozen omdat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, woensdagavond 4 maart 2020, hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels zal bespreken.
[2] M.H. Sliggers, “Samen geloven, samen belijden; toelichting op Dordtse Leerregels, Apostolische Geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea, Geloofsbelijdenis van Athanasius”. – vierde druk. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1992. – p. 15.
[3] Sliggers, p. 16.
[4] Sliggers, p. 21.
[5] Sliggers, p. 28 en 29.
[6] Geciteerd van https://cip.nl/cip+/69651-de-dordtse-leerregels-wat-moeten-christenen-in-2018-ermee ; geraadpleegd op woensdag 26 februari 2020.
[7] “Mijn leven is een speurtocht”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 28 november 2019, p. 20 -rubriek: Houvast-.

19 februari 2020

Eigentijds doch omstreden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Dordtse Leerregels zijn bij veel mensen niet populair. Er komen zware zaken aan de orde. En wat kun je er, zo vraagt men, in het gewone leven mee? [1][2]

Het is, om te beginnen, goed om te beseffen dat dominee Hendrik de Cock de Leerregels in 1833 uitgeeft. Hij acht dat belijdenisgeschrift van zeer groot belang! Deze Leerregels bevorderen, zo schrijft hij bij die uitgave, de waarachtige dienst van God[3].
Als op 6 december 1854 te Kampen de theologische school van de afgescheiden Gereformeerde Kerken wordt geopend is zo ongeveer het eerste project binnen de opleiding: het moderniseren van de taal der Dordtse Leerregels. Want dat belijdenisgeschrift is, zo vindt men, een schat van de kerk. Die moet zo snel mogelijk toegankelijk gemaakt worden!

De Dordtse Leerregels zijn gericht tegen de remonstranten.
Wat leren zij?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M.H. Sliggers vat dat als volgt samen: “De remonstrantse dwaalleer houdt het volgende in -kort samengevat- : God verkiest mensen tot het eeuwige leven, maar dan op grond van hun eigen prestaties als geloof, goede werken en hun volharden daarin. God zag van tevoren al welke mensen dit zouden doen.
Ook wordt een algemene verzoening geleerd: Christus is voor alle mensen gestorven. Met hulp van Gods genade die in Christus aangeboden wordt, kan een mens het goede kiezen en doen. Het blijft echter zijn eigen beslissing. Zijn eeuwig behoud hangt af van zijn eigen wil, niet van de genade van God”[4].

De strijd over die dwaling wordt op het scherpst van de snede gevoerd.
Voorafgaand aan en tijdens de synode van Dordrecht in 1618/19 is de spanning bijna te snijden.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant E. Koop (1912-1990) schrijft daarover: “Het verwondert ons niet dat de Remonstranten fel tekeer gingen tegen de leeruitspraken van Dordt. In allerlei pamfletten stelden zij de Gereformeerde leer hatelijk voor als ‘schadelijke calvinisterij’.
Volgens die leer zou God de Auteur zijn van het kwaad, ja ‘de oorzaak van alle zonden die van de duivel en van de mensen gedaan worden”. Zij gaven in 1621 een ‘Verklaring van gevoelen’ uit. Daarin noemen zij de Dordtse Leerregels ‘een boos en onzalig onkruid, ja, lelijke smetten en etterbuilen van de christelijke religie — opgesteld in de Dordrechtsche samenrotting’ . Terwijl die Synode zelf werd gebrandmerkt als een vergadering van goddelozen en als ‘Babel’.
Hun afkeer van Dordt werd meer dan eens vertolkt door Vondel in sarcastische hekeldichten. Terwijl de Remonstrantse voormannen deelden in zijn lofprijzingen. Zo schrijft hij onder het portret van Arminius, de ‘vader’ van de Remonstranten:
Dit ’s ’t aanzicht van Armijn, die ’t zij hij schreef of sprak,
Het heilloos noodlot van Calvijn gaf zulk een knak,
Dat Lucifer nog beeft voor ’t dondren van zijn lessen ….
(Vondel noemt de aanvoerder van de opstandige engelen Lucifer.)
Ds. H. Slatius schreef een brief aan zijn vrouw vóór hij werd terechtgesteld wegens medeplichtigheid aan de aanslag op het leven van prins Maurits. Dat was in 1623. En in die brief schreef hij haar, dat zij hun kinderen moest opvoeden in de christelijke religie, ‘maar’ — zo voegt hij eraan toe — : ‘plant hen wel in den sinne de boosheit der calvinisten’ want ‘mijn ziel heeft een gruwel van de calvinisten’. Deze zelfde felle, hartstochtelijke haat tégen en afkeer van ‘Dordt’ vinden we later in de geschiedenis steeds terug”[5].
Dat laatste is juist.
Sterker nog: de Dordtse Leerregels worden aan de kant gelegd. Dominee Koop schrijft: “Na de strijd rondom de Vrijmaking in de veertiger jaren zijn de Gereformeerde kerken (synodaal) langzamerhand — hoewel de laatste jaren zeer snel — van de waarheid van de Schriften afgeweken. Ook de aan vallen op de Dordtse Leerregels bleven niet uit. De Generale Synode van die kerken in Lunteren 1970 heeft besloten de belijdenis over de verwerping — met name I,15 — los te laten. Daarmee is heel de belijdenis van Dordt op losse schroeven komen te staan. En sindsdien? Praktisch heerst in die kerken nu de leervrijheid. Principieel is dit bevestigd in het verwerpen van de onfeilbaarheid van Gods Woord. Zoals blijkt uit een rapport dat verscheen onder auspiciën van de Generale Synode van die kerken in 1981. Dat rapport draagt de titel ‘God met ons — over de aard van het Schriftgezag’. Helaas heeft een nieuwe vrijzinnigheid in die kerken heel de belijdenis krachteloos gemaakt ….”[6].

Bovenstaand relaas maakt het wel duidelijk: wie de Dordtse Leerregels omzichtig in een museum legt, verliest zomaar het goede zicht op de levende troost die onze God aan Zijn volk geven wil[7].

Het is overigens opmerkelijk dat de Leerregels niet beginnen met een uiteenzetting over Gods raad en Zijn uitverkiezing. Er wordt niet gevraagd hoe het er in de hemel voor staat. Nee, men begint met de situatie op deze aarde. Er wordt gesproken over de scheiding van gelovigen en ongelovigen op aarde. En laten wij er maar niet omheen draaien: de schuld van de mensen wordt breed uitgemeten.
Daartegenover staat dan Gods liefde. Tegenover de menselijke schuld staat Gods genade. Gods Zoon komt van Zijn hemelse troon om op aarde Zijn reddingswerk te doen. En alsof dat nog niet genoeg is geeft Hij al Zijn kinderen ook nog geloof in Zijn beloften van vergeving en eeuwig leven!

De Leerregels maken ons duidelijk dat God een eeuwig God is. Hij heeft een eeuwig voornemen gehad.
Natuurlijk – er wordt uitgebreid gesproken over verkiezing en verwerping. Maar het kader daarvoor wordt gevormd door Gods liefde, door Zijn genade en Zijn eeuwig voornemen. Dat is het raamwerk van het Goddelijk reddingswerk.

Intussen moeten wij ons niet vergissen.
Massa’s mensen zeggen: ‘ik kom wel in de hemel’. Of misschien: ‘hij heeft altijd zo netjes geleefd; hij komt wel in de hemel’. Voor vele wereldburgers is dit een ‘hot item’. Laten we dus niet net doen alsof de Dordtse Leerregels alleen maar hebben gediend om vrome vaad’ren uit een roemrucht verleden in het rechte spoor te houden. Het onderwijs uit Dordrecht is eigenlijk reuze eigentijds!

Noten:
[1] Dit artikel is geschreven met het oog op de vanavond te houden vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar zal over de Dordtse Leerregels worden gesproken.
[2] De blog ‘De actualiteit van Psalm 95’ die ik hier gisteren – dinsdag 18 februari 2020 – publiceerde, is te beschouwen als een preambule op dit artikel. Zie https://bderoos.wordpress.com/2020/02/18/de-actualiteit-van-psalm-95/ .
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer: professor J. Kamphuis, “De inzet van de Dordtse Leerregels”. In: Petah-Ja, maandblad van de Bond van Gereformeerde Mannenverenigingen in Nederland, juni-juli 1984, p. 70-84.
[4] M.H. Sliggers, “Samen geloven, samen belijden; toelichting op Dordtse Leerregels, Apostolische Geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea, Geloofsbelijdenis van Athanasius”. – vierde druk. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1992. – p. 11.
[5] Ds. E. Koop, “De Dordtse Leerregels dichterbij gebracht”. – tweede druk . – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1985. – p. 9.
[6] E. Koop, p. 10.
[7] Zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 14: “Deze leer van de goddelijke uitverkiezing is naar Gods wijze raad door de profeten, Christus zelf en de apostelen zowel onder het oude als onder het nieuwe verbond verkondigd en daarna in de Heilige Schrift beschreven en overgeleverd. Daarom moet deze leer ook nu op de juiste tijd en plaats onderwezen worden in Gods kerk – want juist aan haar is zij toevertrouwd – met onderscheidingsvermogen, eerbiedig en heilig, zonder nieuwsgierig naspeuren van de wegen van de Allerhoogste, tot eer van Gods heilige naam en tot een levende troost van zijn volk”.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.