gereformeerd leven in nederland

7 juli 2020

Jezus Christus is Schepper en Koning

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden”.
Zo staat dat in Hebreeën 1[1].
God schiep de wereld. Alles en iedereen op aarde staat in Zijn dienst. Alles heeft zijn functie. Iedereen heeft een onderscheiden taak.
De God van hemel en aarde is volop actief. Zijn werk is zo groots dat het ons duizelt als wij ons daar een voorstelling van willen maken. Alles creëren… – mensen van deze tijd zouden zeggen: dat is niet te doen. Maar onze God is er toe in staat!

Waar legt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1 de nadruk op?
Hij wijst op Gods Zoon. Op de Here Jezus Christus dus. Hij wijst op onze Heiland. God spreekt door Zijn Zoon. Door Zijn Zoon heeft Hij de wereld geschapen, met alles wat er in is. Hij creëerde de wereld, compleet met ieder die op de aarde woont.
Als wij willen weten wat het karakter van God is, moeten wij de wereld bekijken. Dan zien wij iets van Zijn barmhartigheid. Soms zien wij Zijn toorn. Dan zien wij Zijn macht. Dan zien wij Zijn majesteit en glorie.

De Hebreeënschrijver zegt: Jezus Christus is uiterst belangrijk. Belangrijker nog dan de engelen. Engelen zijn zogezegd paleispersoneel. Maar Jezus Christus is Gods Zoon. Hij mag God Vader noemen!
Jezus Christus is voor eeuwig Koning. Aan troonsafstand doet Hij niet. Abdicatie is nimmer aan de orde. Jezus Christus is een rechtvaardig Koning. Dankzij Hem verdwijnen onrechtvaardigheid en oneerlijkheid voorgoed uit de wereld.
In het Oude Testament vinden we de wetten van Mozes. Eertijds gold: wie van die wetten afweek, werd streng gestraft.
In het Nieuwe Testament predikt Jezus Christus de blijde Boodschap van vergeving en verlossing. Het spreekt, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 2, vanzelf dat we zwaar gestraft worden als we die Boodschap niet aanvaarden. In Mozes’ tijd was de strafmaat al fors. Wie Gods Zoon negeert, kan er op rekenen dat de straf nog zwaarder wordt!

Welke betekenis heeft het dat in Hebreeën 1 het scheppingswerk zo nadrukkelijk genoemd wordt?
Zo zien we hoe groot Gods macht is. Als het aan Hem ligt, is de schepping een geordend geheel.
Het is natuurlijk ook bekend dat alle schepselen, ook anno Domini 2020, zondig en vuil zijn.
Maar wie Hem eerbiedigt, wie met Hem in het verbond leeft, die bewondert de schepping. Die bewondert daarin ook de scheppingsorde die er is. Schepping en scheppingsorde: dat is één groots werk van God!

Waarom moeten we anno 2020 niet aan die scheppingsorde voorbij kijken?
Omdat die scheppingsorde een grote rol speelt in de discussie over ‘de vrouw in het ambt’[2]. Eén van de Schriftgedeelten waar de discussie om gaat is 1 Timotheüs 2.
Citaat: “Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren, maar met goede werken, wat bij vrouwen past die belijden godvrezend te zijn. Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid”[3].
Naar aanleiding van 1 Timotheüs 2 en de heftige discussie over ‘de vrouw in het ambt’ schreef iemand eens: “De nieuwe uitleggers verzinnen er zelf van alles bij om deze tekst anders uit te kunnen leggen dan we altijd gedaan hebben. Zeker, ze gebruiken allerlei historische en culturele argumenten waarom het zo zou kunnen zijn. En het klinkt misschien plausibel. Maar het zijn eigen ideeën die aan de Bijbelse informatie worden toegevoegd. De uitleg is dan niet meer gebaseerd op de Bijbel alleen, maar minstens zoveel op hun eigen ideeën. En dat biedt natuurlijk geen enkele zekerheid”[4].
Wij moeten – kort door de bocht gezegd – gewoon de Bijbel lezen en vervolgens voorzichtig zijn met interpreteren. Hoe meer interpretaties, hoe meer kans op dwalingen!

Gods scheppingswerk en Christus’ Koningschap zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Een exegeet schreef: “Zo opent de schrijver in vers 2 met het noemen van twee hoofdmomenten uit het leven van de Zoon. God heeft door Jezus Christus het universum geschapen en Hem door Zijn verhoging tot Koning over alle dingen gesteld”[5].
Is het belangrijk om ‘de vrouw in het ambt’ in verband te brengen met scheppingswerk en Koningschap?
Dat is inderdaad belangrijk. Het scheppingswerk van Gods Zoon en de beschrijving daarvan in Genesis 1 tot en met 3 ontmoeten tegenwoordig vaak ongeloof. Ook in zich Gereformeerd noemende kerken worden dingen gezegd en geschreven als: “Ik geloof niet dat Genesis 1 en 2 ons een letterlijk te nemen verslag van dit proces bieden. De tekst van deze hoofdstukken letterlijk nemen leidt tot allerlei onzin”[6]. Echter – als men de eerste hoofdstukken van het Bijbelboek Genesis op losse schroeven zet, wankelt blijkens Hebreeën 1 ook het Koningschap van Jezus Christus. Vervolgens kan men bijvoorbeeld zeggen: Jezus Christus is Koning over ons leven, maar omtrent ‘de vrouw in het ambt’ stellen wij onze eigen regels. Of zelfs: Jezus is onze Leidsman, maar er moet wel ruimte blijven voor allerlei eigen interpretaties van Bijbelse gegevens.
Hoort u hoe de dwaling met veel lawaai het kerkplein op komt?

Eén ding nog.
De Gereformeerde predikant E. Heres schreef eens de navolgende zeer behartenswaardige woorden: “Als je het fundament -Gods Woord over de schepping- ondergraaft, kan je het gebouw -Gods Woord over herschepping en voltooiing- dan wel overeind houden? (…) Als je morrelt aan de betrouwbaarheid van Gods Woord, dan morrel je aan het fundament van het geloof van hen die jouw verhaal lezen. Je kan je ook onbedoeld laten meenemen op de weg van de bijbelkritiek. Bouwen op Gods vaste en betrouwbare Woord, daar ligt het geneesmiddel tegen geestelijke verslapping.
Ik weet bij lange na niet alles over het machtige scheppingswerk van God, maar wat de HERE daarover bekend gemaakt heeft, dat mag ik zonder meer voor waar en betrouwbaar aannemen. God is de Alfa en de Omega. Het begin en het einde. Wie Hem gelovig op Zijn Woord vertrouwt, zal niet beschaamd uitkomen!”[7]
Waarvan akte!

Noten:
[1] Het citaat vinden we in Hebreeën 1:10, 11 en 12.
[2] De zaak van ‘de vrouw in het ambt’ is volop actueel, getuige een artikel in het Nederlands Dagblad van vrijdag 3 juli 2020: “Het besluit dat vrouwen ambtsdrager mogen worden in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt blijft staan, als het aan een synodecommissie ligt”. En: “Wie het rapport ‘Elkaar van harte dienen’ leest, voelt al snel aan: de besluiten die de synode van Meppel nam in 2017 worden niet teruggedraaid. Wel komt de huidige synode met een nieuwe onderbouwing”. Geciteerd uit: “Samen beeld van God zijn”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 3 juli 2020, p. 7.
[3] 1 Timotheüs 2:9-15.
[4] Geciteerd van https://www.gerritveldman.nl/paulus-en-de-scheppingsorde/ ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 1:2.
[6] Deze zin werd geschreven door de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A.H. Verbree. Geciteerd van https://www.gereformeerde-kerk-dalfsen.nl/wp-content/uploads/2017/03/100901_Ds.Verbree_en_Genesis_1_en_2.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020.
[7] Geciteerd van https://www.gereformeerde-kerk-dalfsen.nl/wp-content/uploads/2017/03/100901_Ds.Verbree_en_Genesis_1_en_2.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020. Dominee E. Heres is predikant van De Gereformeerde Kerk Dalfsen.

22 juli 2016

Van 1.0 naar 2.0 en terug

Tegenwoordig spreekt men zowel van Gereformeerden 1.0 als van Gereformeerden 2.0 .

Gereformeerden 1.0 zijn mensen die zeggen: Gereformeerd is een vaste identiteit. Die ziet u terug in de belijdenisgeschriften. Schrift en belijdenis vormen de basis van het bestaan.
Gereformeerden 2.0 zijn mensen die vaststellen dat ‘Gereformeerd’ iets beweeglijks is. Gereformeerden zijn Godvrezend in hun eigen situatie. Met dank aan de voorvaderen, dat wel.

In april 2016 schreef professor A.L.Th. de Bruijne er een column over in het Nederlands Dagblad[1].

Persoonlijk vind ik dat verhaal over 1.0 en 2.0 een valse tegenstelling.
Op basis van de Schrift en de belijdenis kunnen we reageren op de gebeurtenissen in onze maatschappij.
We kunnen er zelfs op anticiperen. Wij kunnen vooruitkijken. Wij kunnen wel zo ongeveer zien waar het op uit loopt.
Daarbij staan we op de schouders van ons voorgeslacht. Wij lezen over hen. Wij leren nog altijd van hen.
Derhalve moeten wij, als u het mij vraagt, geen scheiding aanbrengen tussen 1.0 en 2.0. Wat mij betreft hoort zo’n scheiding thuis in de categorie Weinig Succesvolle Onzin.

Trouwens, eerder al heb ik al dat genummer op het kerkplein op deze pagina al eens gerelativeerd.
Indertijd schreef ik onder meer:
“Nu meende ik te weten dat we inmiddels aan de kerk Drie Punt Nul toe waren.
Daarbij denk ik aan het boek “Kerk voor een nieuwe generatie”, van Sabine van der Heijden. Sabine is docente jeugdwerk van de Christelijke Hogeschool Ede.
Zij onderscheidt drie soorten kerken. En wel de volgende.
kerk 1.0: kerk tegenover jongerencultuur; de wereld is slecht, jongeren moeten leren ‘geheel anders’ te zijn;
kerk 2.0: men gebruikt elementen uit de jongerencultuur, en maakt daar een christelijke variant op;
kerk 3.0: kerken en groepen, waarin alles draait om relaties en authenticiteit”[2].
Ik wil maar zeggen: soms verzanden pogingen om het kerkelijk leven te systematiseren uiteindelijk in een tamelijk nutteloos ontwerp van een telraam. Tja.

Terecht schreef dr. Huijgen, universitair hoofddocent systematische theologie aan de Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit te Apeldoorn over de tegenstelling die De Bruijne tekent: “De belijdenis is niet allereerst een papieren of juridische werkelijkheid, maar een existentiële, een zaak van het hart. Belijden is immers in Bijbels licht nooit alleen iets formeels. Als de binding aan de belijdenis niet een vorm van liefde is, wordt de belijdenis inderdaad alleen maar een koude meetlat, waarbij de luiken dicht gaan, of juist een overtollige ballast. Maar zo hoeft het helemaal niet te gaan”.
En:
“Persoonlijk leef ik met de gereformeerde belijdenis en ik ervaar geen hindernis om te leren van andere tradities, open te staan voor modern bijbelonderzoek of nieuwe ideeën in de dogmatiek. Natuurlijk is dat wel spannend, maar spanning hoort bij de theologie en bij het geloofsleven.
Ik geef er geen nummer aan, maar wat mij betreft is dit gewoon gereformeerd”[3].

Professor de Bruijne laat tussen de regels door blijken dat hij zich best thuis voelt bij de Gereformeerden 2.0. De kerkmensen moeten zich, zegt hij, bewust worden van de verschuiving die er plaatsvindt.
Dominee E. Heres schrijft in reactie daarop: “Helder erkennen en je bewust worden dat het kerkverband van de GKV fundamenteel van koers veranderd is, dat is inderdaad winst. Het is niet minder schokkend. Hoeveel GKV-ers zien nog de ernst van deze ontwikkeling? Prof. De Bruijne schrijft daar in één zin ook iets over. Hij zegt: ‘Ook wie zich hierover zorgen maken, tolereren het wel’. Helaas moeten we zeggen dat ook deze waarneming juist lijkt te zijn. Het lijkt erop dat de verontrusting bezig is weg te ebben. Sommige vanouds gereformeerde broeders en zusters in de GKV zijn nog wel bezorgd, maar inderdaad, men komt niet meer in het geweer. Geve de HERE door zijn Geest dat, misschien mede door dit soort openlijke erkenningen, er nog ogen open gaan.
Ja want de grote vraag die bij het lezen van de column van prof. De Bruijne boven komt is deze: Hoe zit dat met ‘Gereformeerd 2.0’? Kijk, bij een andere versie van een internettechniek verandert er niets principieels. Maar de verschuiving van Gereformeerd 1.0 naar Gereformeerd 2.0 is wél principieel. Je kan toch niet de Schriftuurlijke belijdenisgeschriften ter discussie stellen en tegelijk zeggen dat je gereformeerd blijft!”[4].

Als u het mij vraagt moeten wij in de kerk heel voorzichtig zijn met nummeren.
Voordat wij ’t weten wordt zo’n nummer iets van ons. Voordat wij ’t weten kraait onze haan victorie.
Laten wij nooit vergeten dat de God van het verbond van een nummer zomaar een brandmerk maken kan.
Die situatie komen wij tegen in Jesaja 3 en 4. Ik citeer:
“Voorts zeide de Here: Omdat de dochters van Sion verwaten geworden zijn en rondlopen met gerekte hals en lonkende ogen, omdat zij met trippelende gang wandelen en haar voetringen laten rinkelen, zo zal de Here de schedel der dochters van Sion schurftig maken en de Here zal haar schaamte ontbloten. Te dien dage zal de Here wegnemen de pronk der voetringen, de voorhoofdbanden, maantjes, oorhangers, armbanden, sluiers, hoofddoeken, voetkettinkjes, gordels, reukflesjes, tovermiddelen, zegelringen, neusringen, feestgewaden, mantels, omslagdoeken, tasjes, handspiegels, onderkleding, hoofdtooi en overkleding. Dan zal er in plaats van balsemgeur vunsheid zijn, in plaats van een gordel een touw, in plaats van haarvlechten kaalheid, in plaats van een pronkgewaad omgording met een rouwkleed, een brandmerk in plaats van schoonheid. Uw mannen zullen vallen door het zwaard en uw helden in de strijd, en de poorten der stad zullen zuchten en jammeren, en uitgeschud zal deze ter aarde neerzitten.
Zeven vrouwen zullen te dien dage één man aangrijpen en zeggen: Ons eigen brood willen wij eten en ons eigen kleed aantrekken, laat ons slechts uw naam dragen, neem onze smaad weg.
Te dien dage zal wat de Here doet uitspruiten tot sieraad en heerlijkheid zijn, en de vrucht des lands tot glorie en luister voor de ontkomenen van Israël. En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten – ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven”[5].
Het gaat niet om onze vindingrijkheid.
Het draait niet om ons inzicht en onze inzet.
Het gaat om heiliging van Gods volk.
Dat was zo in 1517, in 1944, in 2003. En u begrijpt het al: dat zijn geen willekeurige jaarnummers.

We moeten niet nummeren, maar reformeren.
Dat is niets nieuws.
Echt niet.

Noten:
[1] De column staat in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op zaterdag 9 april 2016, p. 17.
[2] Zie mijn artikel ‘De kerk en de versienummers’; hier gepubliceerd op donderdag 19 juli 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/07/19/de-kerk-en-de-versienummers/ .
[3] Geciteerd via: Weerklank – gereformeerd maandblad voor toerusting en informatie van de Gereformeerde Kerken Nederland – jaargang 4, nr 6 (juni 2016), p. 11. Ook te vinden op http://www.rd.nl/theologenblog-arnold-huijgen-binding-aan-belijdenis-niet-hinderlijk-1.540620 ; geraadpleegd op maandag 11 juli 2016.
[4] Zie: http://www.gereformeerde-kerk-dalfsen.nl/files/artikelen/Gereformeerd2-0.pdf ; geraadpleegd op maandag 11 juli 2016.
[5] Jesaja 3:16-4:3.

21 september 2012

Verlangen naar vroeger

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Er zijn nogal wat mensen die heimwee hebben naar de kerkelijke sfeer van vroeger.
Zoals de Schooldag van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken in Kampen vroeger was, dat was geweldig! Over de geanimeerde sfeer tijdens sommige kerkelijke vergaderingen kunnen mensen soms hele verhalen houden.

Andere kerkgangers luisteren hoofdschuddend naar al die herinneringen. Wat, zo vragen zij, móet je met al die dingen van vroeger? Wij leven in het hier en nu. We moeten vandáág met de Here leven. Al dat gepraat over vroeger, dat helpt niet. Daar komen wij niet mee vooruit.

Natuurlijk is het waar dat we vandaag met de Here door het leven wandelen. Gereformeerd leven: dat doen wij, als het goed is, in de praktijk van alledag.
Maar wil dat zeggen dat het verkeerd is om naar het verleden te kijken? Is het een slechte zaak om eens een blik in het verleden te werpen?
Nee, dat is helemaal niet verkeerd.
Integendeel.
De dichter van Psalm 77 leert ons dat dat een heel goede zaak is[1].

Die dichter is Asaf, de man die ten tijde van David verantwoordelijk is voor de liturgische gezangen die in de tempel gezongen worden[2]. Geen wonder dus dat er nogal wat psalmen zijn die op zijn naam staan[3]. We komen zijn naam onder meer tegen in 1 Kronieken 16: “En hij (dat is koning David) stelde voor de ark des HEREN dienaren aan uit de Levieten: om de HERE, de God van Israël, te roemen, te loven en te prijzen. Asaf was het hoofd…”[4]. We kunnen zeggen: in de tempel bekleedt Asaf de functie van directeur muziek en zang. Hij is zogezegd hofcomponist en koordirigent tegelijk.
Maar Asaf is ook een profeet. Leest u maar even mee in 2 Kronieken 29: “Vervolgens bevalen koning Jehizkia en de oversten de Levieten, de HERE te loven met de woorden van David en van de ziener Asaf. En zij zongen de lofzang met vreugde, knielden en bogen zich neer”[5].
Asaf is dus een muzikale profeet.

Asaf zit diep in de problemen. Heel diep.
Vierentwintig uur per dag roept hij tot God. Hij voelt zich verlaten. Voor het besef van Asaf is de Here God onbereikbaar. En de vraag van Asaf is: zou dat altijd zo blijven? Asaf gaat heel ver; voor ons besef bijna té ver. Hij zegt notabene: het doet mij heel veel pijn dat God niet zo trouw is, als Hij beloofde[6]. Zou dat altijd zo blijven[7]?
De dichter heeft echter wel een antwoord op die vraag. En dat antwoord luidt: de situatie wordt vast en zeker anders. Dat realiseert Asaf zich als hij naar het verleden kijkt.

Zo doet Asaf de kerkmensen van 2012 een methode aan de hand om de moed niet te verliezen.
Zeker, de omstandigheden van vandaag kunnen deplorabel wezen. Ronduit beroerd, wellicht. En misschien flitst wel eens een gedachte door ons hoofd van het type: de Here heeft de kerk in Nederland vergeten. De kerkmensen vergaderen in relatief kleine groepen. In de alledaagse dynamiek kunnen voorbijgangers de ijverige kerkmensen zomaar over het hoofd zien… Ware gelovigen mogen echter nooit in treurnis en triestheid blijven hangen. Zij mogen nooit zeggen: het wordt nooit meer wat met ons.
Als zij die neiging hebben, moeten zij maar in Gods Woord gaan lezen. Nee, een willekeurig geschiedenisboek is onvoldoende. Verdrietige mensen moeten de Bijbel open doen. Want dáárin staat wat de Here vroeger zoal heeft gedaan. Uit dat Boek blijkt zonneklaar hoe groot Gods macht is. Uit de Heilige Schrift wordt snel helder hoe de Here situaties, die voor het oog hopeloos zijn, op een ongedachte en onverwachte manier om kan draaien.
Wie met de Here leeft, kan altijd blijven zeggen: alle hoop is nog niet vervlogen.
Asaf leert kerkmensen van vandaag: als u denkt dat God ontrouw geworden is, dan moet u zichzelf maar gauw corrigeren. Asaf zegt: een gedachte over de afwezigheid van God is heel menselijk; maar in de kerk mag het daar nooit bij blijven!

Een jaar of zes geleden sprak dominee E. Heres – nu predikant van de Gereformeerde Kerk (dolerend) te Dalfsen – op een landelijke vergadering van verontruste leden van Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) over Psalm 77. Hij sprak over de pijn en het verdriet over de uitholling van het gereformeerde leven, over het uit elkaar groeien en het elkaar niet meer bereiken met argumenten. Hij memoreerde toen ook de invloed van de charismatische beweging, het verdwijnende kerkbesef, de opkomst van het interkerkelijke denken en handelen en de doorwerking van bepaalde GKv-synodebesluiten.
Dominee Heres wees daar op Asaf. Voor het besef van deze muzikale profeet was de Here met Zijn arbeid gestopt. Maar, zei dominee Heres toen, “de dichter wordt uitgetild boven zijn ellende en wanhoop, doordat hij zich gelovig concentreert op de weg die God gegaan is én gaat met zijn volk”. Dominee Heres verwees impliciet naar Psalm 102 toen hij zei: “Als gelovig kind van God mag je houvast hebben aan de werkelijkheid dat de HERE de levende God is, en dat Hij Dezelfde is, gisteren en heden!”[8].
De predikant die hierboven aan het woord is, heeft gelijk. Een kind van God wordt boven een verdorven wereld úitgetild. Gods muzikale profeet laat ons zien hoe dat gaan kan.

Asaf wijst met name op de gebeurtenissen bij de Schelfzee. Hij schrijft: “…de wateren zagen U, zij sidderden”[9].
Het Hebreeuwse woord dat Asaf daar gebruikt doet denken aan geboorteweeën. Het volk Israël werd, om zo te zeggen, opnieuw geboren[10].
Er kómt een moment dat de Here Zijn volk bevrijdt en redt. Soms laat de Here op Zich wachten. Dan kunnen mensen benauwde ogenblikken beleven. Wat dacht u? De Israëlieten vreesden indertijd óók voor hun hachje. In Exodus 14 zeiden zij zelfs: “Waren er soms geen graven in Egypte, dat gij ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn? Wat hebt gij ons aangedaan door ons uit Egypte te leiden? Hebben wij u dit al niet gezegd in Egypte: laat ons met rust, en laten wij de Egyptenaren dienen. Want wij kunnen beter de Egyptenaren dienen dan in de woestijn sterven”[11]. De paniek is dus groot geweest, daar aan het water. Maar hoe reageerde Mozes? Ik citeer weer: “De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn”[12].

Asaf wijst het kerkvolk terecht. Hij zegt: mensen, weg met de paniek! Want er komt een ogenblik dat we opeens gaan merken dat de Here aan een réddingsoperatie bezig is. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij – als dat érgens geldt, dan is het wel in de kerk.

Bijna vijfenvijftig jaar geleden – het was op Oudejaarsdag 1957 – hield dominee W.C. Lamain een preek over Psalm 77. Dominee Lamain (1904-1984) was indertijd predikant in de Gereformeerde Gemeenten. De dominee preekte over de laatste verzen van deze Psalm:
“Uw weg was in de zee,
uw pad in grote wateren,
zodat uw voetsporen niet werden gekend.
Gij leiddet uw volk als een kudde
door de hand van Mozes en Aäron”[13].
Het gaat mij nu niet om de precieze inhoud van die predicatie, maar om het thema en de verdeling ervan. Want die zijn, wat mij betreft, veelzeggend.
“Een troostrijke herinnering op de laatste dag van het jaar. Een herinnering
1. die terugwijst naar Gods wonderlijke wegen
2. die getuigt van zijn van Zijn trouwe leiding
3. die tot ootmoedige erkenning opwekt”[14].
Daarmee is, dunkt mij, de kern van de zevenenzeventigste Psalm geraakt!

Oude mensen verlangen nog wel eens terug naar voorbije dagen.
Naar de tijd dat de Schooldagen nog toogdagen waren waar duizenden mensen kwamen. Naar de tijd dat men, vlak na de Vrijmaking van 1944, heel ijverig bezig was met de opbouw van de kerk.
Het is goed om naar die oude mensen te luisteren. Dan horen we dat de Here ook toen volop aan Zijn kerk werkte. Dan horen we dat het vuur ook nú nog volop brandt.

Nee, wij mogen niet vergeten dat de Here Zijn kerkvergaderende arbeid ook vandáág nog voortzet.
Hierover schrijvende denk ik aan een vergadering waar ik laatst was. Het was op een vrijdagavond; we schreven 7 september 2012. Plaats van handeling: Hooghalen, een dorp met enkele honderden inwoners, gelegen in de gemeente Midden-Drenthe. Het betrof een startvergadering van bijbelstudieverenigingen in Groningen, Friesland en Drenthe.
Ach, als u mij diep in mijn hart kijkt, zeg ik: zo’n startvergadering is heden ten dage niet meer zo nodig; wij kunnen het er ook wel zonder doen.
Maar ik zat daar wel. Al was het alleen al omdat de spreker – een actieve jongeman van 27 – een lid is van de mannenvereniging waar ook ik aan verbonden ben.
Er zaten, schat ik, zo’n zeventig leden van De Gereformeerde Kerken. Mensen die afkomstig waren uit Garrelsweer en Nijega-Opeinde. Uit Groningen en Assen. Uit Ten Boer en Drachten.
Was het een typisch Gereformeerde vergadering? Zeker. Maar denkt u niet dat daar in Hooghalen alleen maar oude mensen zaten. Verre daarvan! Er zaten heel wat jongeren. En weest u maar niet bang: die jongeren deden hun mond heus wel open. Er ontstond een geanimeerde bespreking, die bijna uitliep op een verkiezingsdebat…
Als ik aan die vergadering terugdenk, dan weet ik: Gereformeerde Geestdrift – met hóófdletter G! – bestaat nog!
En ik weet het weer: de God van hemel en aarde is ook vandaag druk doende met de uitvoering van Zijn plan met deze wereld.

De Here gebruikt mensen zoals Mozes. En Aäron. En Asaf. Mensen als u en ik.
Kleine mensen die een grote taak krijgen.
Soms zien die kleine mensen het helemaal niet meer zitten. Maar als zij Gods Woord gaan lezen, vatten zij weer nieuwe moed. Ook op vrijdag 21 september 2012 kunnen zij, door de kracht van de almachtige God, met Asaf instemmen:
“O God, in heiligheid is uw weg;
wie is een God, groot als God?
Gij zijt de God, die wonderen werkt,
Gij hebt onder de volken uw macht doen kennen”[15].

Noten:
[1] Eind oktober/begin november hoop ik in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken – Psalm 77:6 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek) kort toe te lichten in de rubriek ‘Psalm van de Week’. Dit stuk is het resultaat van enige voorstudie.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://miykayah.wordpress.com/2010/02/23/asaf/ .
[3] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Asaf . Het gaat met name om Psalm 50, en om de Psalmen 73 tot en met 83.
[4] 1 Kronieken 16:4 en 5.
[5] 2 Kronieken 29:30.
[6] Psalm 77:11: “Daarom zeg ik: Dit krenkt mij, / dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert”.
[7] Psalm 77:8: “Zal de Here dan voor altoos verstoten, / en niet meer goedgunstig zijn?”.
[8] Zie http://www.de-vijfhoek.nl/doc/slotwoord_landelijkedag_E_Heres_Ps_77_23-09-06.doc . Impliciet verwees dominee Heres naar Psalm 102. Ik citeer de eerste vier regels van Psalm 102:13 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek): “Gij, dezelfde, gistren, heden, / zult de toekomst tegentreden, / zult dezelfde zijn altijd, / eindeloos in majesteit”.
[9] Psalm 77:17.
[10] Zie: “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v., deel 4, p. 225. Kanttekening 27 bij Psalm 77:17.
[11] Exodus 14:11 en 12.
[12] Exodus 14:14.
[13] Psalm 77:20 en 21.
[14] Zie http://www.iclnet.org/pub/resources/text/nederlandse/lamain-ps77-20-21.html . Meer informatie over dominee Lamain is te vinden op http://www.gergeminfo.nl/ds__w_c__lamain.htm .
[15] Psalm 77:14 en 15.

21 oktober 2011

Bij een beslissing van dolerenden in Dalfsen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Groep-Heres in zee met hersteld-Gereformeerden”. Aldus kopte het Nederlands Dagblad afgelopen woensdag, 19 oktober.
In het bericht werd gemeld dat de Gereformeerde kerk Dalfsen (dolerend) – in oorsprong zo’n honderd mensen – heeft gezocht naar aansluiting met een kerkverband. Er waren contacten met de Gereformeerde Kerken in Nederland; dat zijn de gemeenten rond de predikanten Hoogendoorn en Van der Wolf.
Het principebesluit om zich te binden aan De Gereformeerde Kerken (hersteld) leidde tot een tweespalt binnen de Dalfser gemeente; vijfentwintig mensen wensten een vereniging met de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Nu overweegt men dus ernstig om zich te verbinden met de DGK[1].

Wie dit alles tot zich neemt proeft de innerlijke strijd van velen.
Waar leidt de Here ons naar toe? Waar gaat Hij heen?
En misschien ook: is het nu de bedoeling dat we ons aansluiten bij zo’n klein kerkverbandje? Is dit nu Gods weg? Wordt de kerk een vergadering waar mensen elkaar, om zo te zeggen, té goed kennen? Wordt de kerk knieperig en kneuterig?

Het is niet moeilijk om ons voor te stellen hoe zwaar de strijd is.

Daarbij ga ik zelf voorop. Hoe lang duurde het niet voordat mijn vrouw en ik zelf een kerkelijke overstap maakten?
Reeds vanaf het begin toonden wij onze belangstelling voor het toenmalige Reformanda. Pas in juli 2011 sloten wij ons aan bij De Gereformeerde Kerken.
Daar hoort een heel verhaal bij. Over aarzelingen. Over ergernissen. Over praktische omstandigheden. Enzovoort.

Laten wij intussen eerlijk zijn: in De Gereformeerde Kerken worden niet alle idealen verwezenlijkt.
DGK: dat is niet de afkorting voor iets paradijselijks.
Natuurlijk niet.

Er blijven vragen.
Gaan nu al die mensen die wij achterlieten verloren?
Wat heeft de Here vóór met al die Gereformeerd-vrijgemaakten die wij achterlieten? Met heel wat van hen onderhouden wij nog vriendschappelijke contacten. In het geloof noemen wij velen van hen onze broeders en zusters.  
Hoe moet dat nu verder met hen?
Mijn vrouw en ik hebben geconcludeerd dat dat onze zaak niet is.
Daar gaat de God van hemel en aarde over. Daaromtrent hoeven wij geen beslissingen nemen.

Wij mogen vertrouwen op de leiding van onze God.
Die leiding zien we niet altijd. Maar die leiding is er wel.

Wat dit betreft wijs ik u op een woord uit 1 Timotheüs 1. Ik bedoel deze tekst: “Doe, zoals ik u bij mijn reis naar Macedonië aangeraden heb: blijf nog te Efeze, om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen, noch zich bezig te houden met fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden ten gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het geloof”[2].

Wat waren dat voor fabels? Waarom praatte men zo vaak over geslachtsregisters?
Dat weten wij niet precies.
Wel weten we dat sommigen zich bezig hielden met het opnieuw vertellen van de bijbelse geschiedenis. Daar gaf men dan een persoonlijke draai aan. Men voegde zogezegd eigen materiaal toe. Op die manier ontstond een flinke stapel half-bijbelse literatuur. En daar waarschuwde Paulus dus voor.
Paulus schreef over de oikonomia theou: de Goddelijke economie. De staatshuishouding van God. In die huishouding heeft speculeren geen zin. In de kerk moet u, zo bedoelde Paulus te zeggen, eenvoudigweg huisregels handhaven. Dat is soms niet makkelijk. Maar in geloofstrouw zal het wel lukken[3]. Wij mogen immers vertrouwen op de leiding van God in het geloof?

Over ons leven in en rond de kerk kunnen wij allerlei verhalen doen. In die geschiedenissen komt van alles langs. Bewondering voor Gods werk. Liefde voor de kerk. Warme herinneringen. Goede gesprekken. Troostvolle momenten. Diepe discussies.  Meningsverschillen. Frustratie. Ergernis. En nog veel meer.
Al die dingen mogen in de kerk – mét lidwoord! – echter niet de boventoon voeren.
In de kerk gaat het om liefde tot God en mensen, vanuit een hart dat schoongemaakt wordt door de nijvere arbeid van  Jezus Christus, onze Heiland[4].
In de kerk staat het besef van goed en kwaad centraal; een leven naar Gods wetten en regels.
In de kerk leven ware gelovigen in gemoedsrust. Niet omdat zij zich geheel en al van de wereld afkeren, maar omdat zij weten dat de Here Zijn beminden geeft wat zij nodig hebben[5].
In de kerk leven christenen eerzaam ten dienste van hun Heer. Daar praktiseren zij niet iets wat op geloof líjkt. Nee, dat geloof is echt. Gods kinderen weten allemaal dat Gods Woord betrouwbaar is. Gods kinderen vertrouwen er vast op dat hun zonden vergeven zijn, en dat het eeuwig heil wacht[6].
Persoonlijke emoties zijn belangrijk.
Pijnlijke ervaringen kunnen soms opeens weer even schrijnen.
Maar uiteindelijk gaat het – om met 1 Timotheüs 1 te spreken – om het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat ons is toevertrouwd[7].

In de kerk is er soms reden tot doleren. Tot klagen, dus.
En ja, er is alle reden om bedroefd te zijn over kerkelijke verdeeldheid.
Maar uiteindelijk moet onze insteek zijn: wij leven tot eer van God. Daarom – ja, dáárom moeten ware gelovigen zich door hun Heer laten verenigen.
Met 1 Timotheüs 1 mogen wij blijven belijden: “De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen”[8].

Noten:
[1] Zie: “Ex-vrijgemaakten Dalfsen zoeken aansluiting GKH”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 19 oktober 2011, p. 2; en: “Groep-Heres in zee met hersteld-Gereformeerden”.  In: Nederlands Dagblad, woensdag 19 oktober 2011, p. 2.
[2] 1 Timotheüs 1:3 en 4.
[3]  Zie hierover ook: Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Timoteüs Titus – pastorale brieven”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 2009. – p. 44 en 45.
[4] Ik wijs hier op de Heiland omdat Paulus in vers 1 en 2 van dit hoofdstuk duidelijk maakt dat hij zijn evangelisatieopdracht ontvangen heeft “van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze hoop”.
[5] Zie Psalm 127:2: “Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, / laat opblijft, brood der smarten eet – / Hij geeft het immers zijn beminden in de slaap”.
[6] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”.
[7] Zie 1 Timotheüs 1:11.
[8] 1 Timotheüs 1:17.

Blog op WordPress.com.