gereformeerd leven in nederland

5 maart 2015

De waarheid in geding

Wanneer roept de Here tot afscheiding of vrijmaking? “Alleen als die waarheid in geding is, hebben mensen het recht om zich vrij te maken. Ja, dan hebben ze de róeping om zich vrij te maken”. De scribent die deze zinnen opschreef, doelt op de waarheid van Gods Woord[1].
Heel expliciet zijn de bovenstaande zinnen niet. Nee, ik zeg niet dat die schrijver ongelijk heeft. Maar wanneer is de waarheid nu precies in geding?
De één zegt: ik kan niet langer in deze kerk blijven. Nummer twee zegt: de preken zijn hier nog goed. Nummer drie mompelt: ik ga pas weg als ik eruit gestuurd wordt.
De één maakt in 2003 een kerkelijke overgang. Een ander doet dat in 2005. Een derde gaat pas in 2011 over.
Gereformeerde mensen geven, kortom, heel verschillende antwoorden op de vraag wanneer de waarheid echt in geding is. Die antwoorden hebben in ieder geval ook te maken met het moment waarop de verandering van de waarheid die kerkmensen echt raakt.

Wat zegt de Bijbel over het antwoord op de vraag: wanneer is de waarheid in geding?
Daarover wil ik in het onderstaande iets opmerken[2].

In 1 Corinthiërs 10 wordt het volk Israël tot voorbeeld gesteld. In het verleden verwijderden de Israëlieten zich maar al te vaak van hun God. Paulus roept de kerkgeschiedenis in herinnering, en merkt verder op dat een duidelijke keuze van groot belang is. Hij schrijft: “Gij kunt niet de beker des Heren drinken èn de beker der boze geesten, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben èn aan de tafel der boze geesten. Of willen wij de Here tot naijver wekken? Zijn wij soms sterker dan Hij?”[3].
Paulus noteert ook: “Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is[4]. Dat betekent onder meer: we verwachten de wederkomst van Jezus Christus. De huidige wereldgeschiedenis komt tot een einde. Er zal een oordeel worden gegeven dat voor de ééuwigheid beslissend is. Een duidelijke keuze is blijkbaar heel belangrijk!

Paulus formuleert in 1 Corinthiërs 10 ook het volgende: “Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee…”[5]. Naar aanleiding van die tekst schreef ik al eens: “Israël onderging bij de uittocht uit Egypte een soort doop. Er was ook een soort Heilig Avondmaal. Toch bereikten de meesten van hen het beloofde land niet. Dat was een straf op de zonde. Israël maakte zich namelijk schuldig aan afgoderij en ontucht.
Daarom moeten de mensen in Corinthe niet denken dat zij, nu ze gedoopt zijn en het heilig Avondmaal gebruiken, geen werk meer hoeven maken van levensheiliging. Zij moeten hun leven aan de Here wijden.
Die boodschap geldt ook voor ons. Onze doop moet fungeren als een dagelijkse stimulans om in ons dagelijks leven de Here te dienen en te eren”[6]. Nu is het zo dat overdoop in zich Gereformeerd noemende kerken nogal eens wordt toegestaan. Men kan zich – bijvoorbeeld – in een evangelische gemeente laten overdopen, maar vervolgens wel lid blijven van een Gereformeerde kerk (vrijgemaakt). Zulke dingen lijken mij onbestaanbaar. De waarde van de doop wordt ontkend: dat lijkt mij een reden tot afscheiding of vrijmaking.

Nu ga ik naar Galaten 1.

Daar lees ik onder meer dit: “Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!”[7].
Het evangelie van Gods genade, die bewerkt is door en bewezen is in Jezus Christus – dat is de kern van het Evangelie. Daar mogen wij niets af doen. Helemaal niets.
Maar in de Gereformeerde wereld gebeurt dat toch.
Daarbij denk ik aan de theorie van dr. J.M. Burger, universitair docent systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit. Iemand vatte die theorie als volgt samen.
“De volkomen toewijding van Jezus aan zijn Vader om zo zijn missie te volbrengen, dát is Jezus’ offer. En hij maakt ons mensen die net als hij aan God gewijd zijn. Zo wordt ook heel ons leven een offer (…). Het doel van Jezus’ leven en sterven is dat werkelijk samenzijn met God voor ieder mens weer een haalbare optie wordt (…). Dit bereikt Jezus door zelf die overgave en toewijding uit te leven.
De Bijbel tekent ons dus geen strenge God die bloed wil zien. Alsof God wil dat er koste wat kost doden vallen. Alsof hij een Vader is die zo bloeddorstig is dat hij dan maar zijn eigen Zoon slachtoffert: een nare, immorele God (…).
Echter hij gaat tot het uiterste om het hart van mensen terug te winnen. Jezus’ offer is een liefdevolle uitnodiging om Gods liefde niet af te blijven wijzen maar te beantwoorden.
Dit offer is ook een gave die ons antwoord mogelijk maakt. Jezus wordt immers aan ons gegeven en wij mogen hem ‘aantrekken’ (…). We zijn in staat onszelf met hem te identificeren. Zijn heilige toewijding aan God wordt ons nu gegeven en kan in het leven van alle dag de onze worden.
Geven en offeren is dan geen uiting van zwakte, maar een manier om op God te gaan lijken en dóór te geven wat we van hem hebben gekregen: belangeloze liefde.
Zo is Jezus’ offer het geheim van onze levenswijding”[8].
De noodzaak van de dood van Jezus wordt dus geloochend. Die theorie kan in allerlei preken blijkbaar ook straffeloos naar voren worden gebracht. Dat, geachte lezer, lijkt mij een reden tot afscheiding of vrijmaking.

Nu wijs ik graag nog op 2 Thessalonicenzen 2[9].

Ik citeer eerst een stuk uit dat Schriftgedeelte.
“Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven…”[10].
Hierboven staan zware woorden. Bijvoorbeeld:
1.
Geheimenis der wetteloosheid: ergens in het verborgene – op een manier die niemand opmerkt – wordt gewerkt aan de volslagen minachting van Gods Woord.
2.
Werken van de satan: hij zit achter allerlei opvallende gebeurtenissen in een wilde en alleszins wonderlijke wereld.
3.
Verlokkende ongerechtigheid: wie eenmaal door de ongerechtigheid is aangepakt, komt van kwaad tot erger.
Het is dus zaak om goed te letten.
Het is zaak om onszelf te beproeven. Zijn wij echt nog wel Gereformeerd?
Hoe sterk christenen ook in hun schoenen staan, er komt ooit een moment van verzwakking. En daar is, wat de satan betreft, het wachten op.
Wie zulk een verzwakking bij zichzelf bemerkt, moet het weten: er is alle reden tot afscheiding of vrijmaking.

Wat zal ik verder nog van deze dingen zeggen?
Ach, niet veel meer.

Eén Schriftwoord wil ik nog citeren. Daarvoor keer ik nog even terug naar 1 Corinthiërs 10. Het luidt zo: “…wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”[11].
Laten wij ons dat maar aantrekken!

Noten:
[1] Dat is T.L. Bruinius. In: “Terug naar het Woord. Over de vrijmaking van 2003 en volgende jaren – Schetsen kerkgeschiedenis”. – Bijbelstudiebond van De Gereformeerde Kerken, 2014. – p. 35.
[2] Vanavond zal mijn vrouw, tijdens een vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen, een inleiding houden over schets 6 van de in noot 1 genoemde publicatie. Het spreekt vanzelf dat ik graag meedenk.
[3] 1 Corinthiërs 10:22.
[4] 1 Corinthiërs 10:11.
[5] 1 Corinthiërs 10:1 en 2.
[6] Zie mijn artikel ‘Dopen in de wolk en in de zee’, hier gepubliceerd op dinsdag 16 december 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/12/16/dopen-in-de-wolk-en-in-de-zee/ .
[7] Galaten 1:6-9.
[8] H. van Dijk, ‘Cruciaal’. Dat artikel is te vinden op http://www.eeninwaarheid.info/index.php?rub=10&item=1080 .
[9] Teksten uit 1 Corinthiërs 10, Galaten 1 en 2 Thessalonicenzen 2 worden ook door Bruinius genoemd. En wel op pagina 39 van de genoemde schetsenbundel.
[10] 2 Thessalonicenzen 2:5-11.
[11] 1 Corinthiërs 10:12.

27 juni 2013

De hoofdbrekens van D.J. Bolt

De internetpagina Eeninwaarheid.info lees ik graag.
Niet alleen omdat ik eertijds wel eens artikelen heb gepubliceerd op de voorganger van die website, Eeninwaarheid.nl. Maar ook omdat Eeninwaarheid.info een helder licht werpt op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Zoals bekend ben ik binnen dat kerkverband opgegroeid; ook was ik er – tot mijn overgang naar DGK Groningen in juli 2011 – volop actief. Geen wonder dus dat ik de gebeurtenissen in de GKv nog gaarne volg.

Op 15 juni 2013 publiceert D.J. Bolt een artikel waarin hij nog één keer wil laten zien “hoe men in deze dagen probeert het gereformeerde karakter onze kerken af te breken. Daarbij focussen we ons op de betekenis die de gereformeerde belijdenis heeft en de binding daaraan”.

Hij schrijft:
“Als je nu al deze ontwikkelingen in onze kerken ziet, dan is mijn grote vraag waarom er geen opstand van gereformeerde voorgangers en kerkleden is. Laten we dit allemaal maar gebeuren? Hier past toch een luid en publiek protest? Het gaat er toch om gereformeerd en gereformeerde kerk te blijven? Om een kerk die voor ons en onze (klein)kinderen een betrouwbare Moeder is? Geen prima ballerina die op elke straathoek van de kerkstad haar vals oecumenische diensten aanbiedt maar een reine Bruid die voor haar Man versierd is, en haar kinderen voedt en verzorgt. Hoe lang laten we ons nog stenen voor brood voorzetten? Hoelang laten we toe dat het onderwijs aan de universiteit verziekt wordt? Accepteren we het dat het zo misschien in één generatie over en uit is met de gereformeerde kerken vrijgemaakt?
Waar staan we met ons allen? Zeker, we zitten niet stil. Er wordt geschreven tot de vingers blauw oplichten. We confereren jaarlijks om elkaar te bemoedigen. En wellicht gaan we het lezingencircuit van de afgelopen tien, vijftien jaar herhalen. Maar ondertussen dwaalt de hogesnelheidsafvaltrein ongeremd voort en laat al die goed bedoelde lokale boemeltjes ver achter zich.
Paulus schrijft aan Timotheüs dat God niet een geest van lafhartigheid maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid gegeven heeft. Ik vraag me af, en sluit me daar zelf bij in, heeft zo’n geest van lafhartigheid niet in zekere mate van ons bezit genomen? Hoe kan het dat zoveel gereformeerde predikanten (van de 200) en zoveel gereformeerde mensen (van de 123.012) het er bij lijken te laten zitten? Het strijdtoneel van de kerk lijken over te laten aan de vernielers van de kerken, zie boven? Waarom zeggen gereformeerde kerken, kerkenraden en gemeenten niet: tot hier en niet verder?! Zijn we lafhartig geworden met elkaar?
Velen voelen zich vereenzaamd in onze kerken. Zien geen uitweg meer. Laten dingen gelaten over zich heen komen. Verwachten het ook niet meer van gereformeerdekerkblijven of  eeninwaarheid of verontrustengroepen. De dingen zijn immers al zo vaak gezegd. Nieuwe verhalen bevestigen de koers. Er lijkt geen houden meer aan, zo zeggen ook prominente voorgangers.
Is niet alleen daadwerkelijke reformatie, dat wil zeggen, brede terugkeer naar het Woord nodig dat ons nog kan redden van de dreigende ondergang van de kerken die ons zo lief zijn”[1].

Waarom komt er geen opstand?
Dat heb ik mij ook afgevraagd. Sterker nog, ik heb mij dat jarenlang afgevraagd.
En steeds weer hoopte ik dat er een ommekeer zou komen.
Ik hield er, globaal bezien, een vijftal denkbeelden op na.
1.
Ik hoopte dat de dominees zouden zeggen: nee, met dingen als drama, mime, combo’s en bands bieden we geen oplossing voor de interne secularisatie; we moeten weer terug naar de duidelijke lijn die getekend wordt in Schrift en belijdenis. Misschien zeggen de mensen dan wel dat we op de harde lijn zitten. Maar dat is uiteindelijk beter dan het houden van allerlei sentimentele voordrachten waarbij de mens ten diepste belangrijker is dan God.
2.
Ik hoopte dat de kerkgangers zouden zeggen: we zijn al die zogenaamd moderne dingen in de kerk zát. Het is genoeg geweest. Want van Gods Woord horen we steeds een beetje minder.
Maar dat gebeurde niet.
3.
Ik dacht: ik moet een beetje geduld hebben.
Heel veel mensen hebben nogal wat tijd nodig om te zien wat de consequenties van kerkelijke handelingen zijn.
Het zal wel weer goed komen.
Maar het kwam niet goed.
4.
Mijn vrouw en ik bleven naar de kerk gaan.
Wij bleven actief in de GKv.
Maar eerlijk is eerlijk: soms ergerden wij ons groen en geel.
5.
Uiteindelijk waren wij de ergernissen zat. Wij hadden geen zin meer in scheldpartijen waarbij de koers van de kerk centraal stond.
Wij wilden onze geloofsblijdschap niet kwijt raken.
Mede daarom vertrokken mijn vrouw en ik in 2011 naar DGK Groningen.

Nu ga ik weer naar D.J. Bolt.
In het citaat hierboven komt een keer of drie het woord ‘lafhartig’ voorbij.
Hij schrijft zelfs: “Ik vraag me af, en sluit me daar zelf bij in, heeft zo’n geest van lafhartigheid niet in zekere mate van ons bezit genomen?”.
Dat is moedig.
Het getuigt van dapperheid om van jezelf te zeggen dat je misschien te zoetsappig bent. Zouteloos. Karakterloos, zelfs wellicht.
Persoonlijk vind ik de heer Bolt overigens (nog) niet lafhartig. Jarenlang heeft hij zijn stem verheven tegen de gang van zaken in de GKv. Hij gaf blijk van grote belezenheid. En van een diep inzicht.
Nee – D.J. Bolt te Drachten is, wat mij betreft, op dit moment geen laffe man. Zeker niet.

Maar waarom zijn de heer en mevrouw Bolt nog lid van een GKv?

Natuurlijk kan ik niet in Bolt’s brein kijken. Ik weet niet wat hij denkt.
Maar ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: als ik nog GKv-lid ben, heb ik daar nog enig recht van spreken.
Ik zet daar tegenover: de GKv dwalen weg van Gods Woord; dat is – menselijk gesproken – onomkeerbaar. Wat doet Bolt daar dan nog?

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: als ik de GKv verlaat, raak ik veel GKv-vrienden en –kennissen kwijt.
Mijn reactie: dat hoeft helemaal niet.
Onlangs waren mijn vrouw en ik vijfentwintig jaar getrouwd. Op ons feest waren heel veel vrijgemaakte kennissen en vrienden. Er kwamen schriftelijke reacties van heel mensen die (nog) vrijgemaakt zijn. Oók uit de GKv Helpman, die wij verlaten hebben. ‘We missen jullie’, schreef iemand. Maar er was niemand die op de kaart schreef: u bent helemaal gek.
Toen wij, twee jaar geleden, de GKv verlieten waren er veel vrienden en kennissen die zeiden: dat begrijpen wij wel; jullie zijn inderdaad een beetje ‘die kant op’. De kerkelijke overgang werd vaak beschouwd als de consequentie van opinies die wij jaren lang ventileerden. Tijdens huisbezoeken. Tijdens verenigingsavonden. En op heel veel andere plekken.
Daarom noteer ik bij deze: wat doet Bolt nog in de GKv? Als hij zich onder opzicht en tucht stelt van DGK Opeinde e.o. kijkt er niemand raar op.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: in de DGK zit een stelletje stijve harken.
Mijn reactie: natuurlijk is de één ‘stijver’ dan de ander. Maar dat was in de GKv ook zo.
In de DGK nemen we Schrift en belijdenis serieus. Als wij een Bijbeltekst of een belijdenis citeren, staat iedereen op scherp. Daar vinden we elkaar. Daar komen we altijd weer op terug.
In de DGK weten we echt wel wat er in de wereld te koop is. Daar lezen we ook kranten. De media worden gebruikt, inclusief de sociale.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: in de DGK praten ze altijd over de ware kerk.
Mijn reactie: dat is niet waar. Maar we mijden het thema ook niet.
Want wij belijden het wel: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen. Wij spreken hier niet over de huichelaars, die zich in de kerk tussen de oprechte gelovigen bevinden en toch niet bij de kerk horen, al zijn zij voor het oog wel in de kerk. Maar wij bedoelen dat men het lichaam en de gemeenschap van de ware kerk moet onderscheiden van alle sekten, die beweren dat zij de kerk zijn. De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden”[2].
Mijn stelling is: de DGK is momenteel de ware kerk.
Maar daar zeg ik bij: ware kerk moet je zijn; iedere dag weer. In de kerk hebben we daar een term voor: dagelijkse bekering.
En ik zeg er ook bij: er zijn velen, bijvoorbeeld in de Gereformeerde Kerken Nederland – het kerkverband waarin onder anderen de predikanten Heres, Hoogendoorn en Van der Wolf een plaats hebben – die, als u het mij persoonlijk vraagt, eigenlijk bij de ware kerk horen[3]. En ook elders zitten mensen die ik van harte in de gelederen van de DGK zou verwelkomen.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: de DGK is maar klein.
Mijn reactie: dat klopt.
En als niemand de kerkelijke overgang maakt, blijven die kerken ook klein.
En dat ligt dan onder meer aan mensen als Bolt. Mensen die – soms rood van ergernis en frustratie – gewoon maar blijven zitten waar zij zitten. Omdat zij ook niet precies weten wat ze moeten doen.
Mijn vraag is: is eindeloos blijven zitten een optie? Mij dunkt: de vraag stellen is haar beantwoorden.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: binnen de DGK zijn weinig actieve dominees.
Ook die constatering is juist.
Maar er wordt aan gewerkt.
Er is een Opleiding tot de Dienst des Woords. Daar wordt intensieve arbeid verricht teneinde theologiestudenten een degelijke predikantsopleiding te geven.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: ik wacht op de uitkomsten van de GKv-synode van 2014.
Dat begrijp ik dan niet.
Heeft, menselijk gesproken, iemand de illusie dat de koers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zo wordt verlegd dat de GKv binnen afzienbare tijd het predicaat ‘ware kerk’ weer verdienen kan?
Wie die vraag onmiddellijk met ‘ja’ beantwoordt, is wel heel naïef.

Ik kan mij voorstellen dat hij de gedachte is toegedaan: het gesprek met veel vrijgemaakte broeders en zusters, inclusief plaatselijke predikanten, is nog niet geëindigd.
Mijn idee daarover is: zulk een gesprek zal nooit eindigen. Altijd weer is er een goed klinkende reden om met vrijgemaakten in gesprek te blijven. Maar intussen zit je dan wel in een kerk die steeds sneller van Gods Woord wegdwaalt. Die gesprekken zijn, naar mijn bescheiden mening, geen reden om in een GKv-kerkbank te blijven zitten.

Hierboven schreef ik het reeds: mijn vrouw en ik zijn in 2011 overgegaan naar de DGK.
Toen was de vrijmaking van 2003 al een jaar of acht geleden. Men zou dus kunnen zeggen: wij kwamen rijkelijk laat de DGK binnen.
Maar ik schrijf er bij: het is nooit te laat om de DGK binnen te gaan. Voor de heer en mevrouw Bolt niet. En voor heel veel anderen ook niet. VAN HARTE WELKOM, zou ik zeggen!
Daarbij maak ik graag de ietwat vermanende notitie: mensen, ga niet zwerven. Ga niet shoppen. Ga niet zo nu en dan naar de GKv, en bij tijd en wijle naar de DGK. Laat ik nog wat duidelijker zijn: mensen, maak een resolute overstap. Waarom zeg ik dat? Omdat het – in een samenleving die bol staat van twijfels, onzekerheid en aarzelingen – een signaal is om een kordate keuze te maken. Met besluitvaardigheid demonstreert men geloofszekerheid.

Over de DGK zou nog veel te zeggen zijn.
Bijvoorbeeld dat de situatie er niet ideaal is.
Want ook in de DGK zitten gewone, zondige mensen.
Maar vooreerst is er genoeg gezegd.

Eén ding nog.
Het hierboven bedoelde artikel van Bolt eindigt met de woorden: Kyrie eleison – Heer, ontferm u over ons.
Met die bede stem ik graag in.
Die bede geeft kinderen van God trouwens ook de kracht om te doen wat Hij van hen vraagt. Op alle terreinen van het leven. Ook op het kerkplein, dus.

Noten:
[1]
Zie http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=12&item=833.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Om misverstanden uit te sluiten is het goed om hier te vermelden dat met ds. Heres de predikant van de Gereformeerde Kerk Zwijndrecht e.o., en de wijkgemeenten in Goes en Veenendaal wordt bedoeld; het gaat dus om ds. L. Heres. Niet te verwarren met de predikant van de DGK-gemeente te Dalfsen, ds. E. Heres!

Blog op WordPress.com.