gereformeerd leven in nederland

16 oktober 2019

Stikstofpaniek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Here leert ons dat wij zorgvuldig met de natuur moeten omgaan. Waarom? Ten diepste omdat de natuur de wijsheid van God weerspiegelt. Denkt u hierbij maar aan Psalm 104:
“Hoe groot zijn Uw werken, HEERE,
U hebt alles met wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van Uw rijkdommen”[1].
Wie de schepping bekijkt, ziet iets van Gods wijsheid. Die is het bewonderen waard!

Dat wordt ook duidelijk in Deuteronomium 22.
Mensen moeten, zo leren wij daar, goed voor elkaar zorgen. Leest u maar even mee:
“U mag niet het rund of het schaap van uw broeder zien als ze afgedwaald zijn, en u vervolgens aan uw plicht onttrekken. U moet ze beslist naar uw broeder terugbrengen”[2].
En:
“Zo moet u ook doen met zijn ezel, zo moet u doen met zijn kleren, ja, zo moet u doen met elk verloren voorwerp van uw broeder, dat hij verloren heeft en u vindt; u mag zich niet aan uw plicht onttrekken. U mag niet de ezel van uw broeder of zijn rund zien als die onderweg gevallen is, en u vervolgens aan uw plicht onttrekken. U moet die beslist samen met hem overeind helpen”[3].
In het verlengde daarvan klinkt het ook: “Wanneer u onderweg een vogelnest tegenkomt, in welke boom dan ook of op de grond, met jongen of eieren, en de moeder zit op de jongen of op de eieren, dan mag u met de jongen niet ook de moeder meenemen. U moet de moeder zeker vrijlaten, maar de jongen mag u voor uzelf meenemen, opdat het u goed zal gaan en u uw dagen zult verlengen”[4].
Welnu – de schepping is het eigendom van de hoge God. Daar behoren wij goed voor te zorgen!

Vandaag de dag maakt men zich druk over stikstof.
Men schrijft: “Stikstof is een gas – zonder kleur, geur en smaak – en alom aanwezig. De stof wordt zo genoemd omdat mensen en dieren stikken als ze in een ruimte zijn met enkel deze stof. Toch bestaat zo’n 78 procent van de lucht uit stikstof. Dat we kunnen ademen, komt door de 20 procent zuurstof en waterstof in de lucht”.
(…)
Door toedoen van de mens komt er steeds meer stikstof in de natuur. (…) Daarnaast ontstaat veel stikstof in de landbouw, in 2017 veertig procent van het totaal. Ammoniak, een belangrijk onderdeel van kunstmest en veelvuldig voorkomend in gewone mest, is een verbinding van stikstof en waterstof. De stikstof in de (kunst)mest verdampt in de lucht en slaat dan neer in natuurgebieden of sijpelt via de bodem en het grondwater weg uit landbouwgebied. In vergelijking met andere landen stoot Nederland veel stikstof uit. Dat komt doordat we in een dichtbevolkt land leven met veel verkeer en veel intensieve landbouw. (…)
Als er veel stikstof in de bodem zit, groeien planten als bramenstruiken en brandnetels in hoog tempo. Ze verdrukken planten die juist gedijen op voedselarme grond. Schrale heide wordt bijvoorbeeld overgenomen door grasland. Sommige dieren kunnen daar nauwelijks voedsel vinden. Zij zullen verdwijnen.
De problemen door stikstof zijn dan ook vooral funest voor de zogeheten Natura2000-gebieden, natuurgebieden waarin bepaalde dieren en planten extra worden beschermd. (…) De overheid lanceerde in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daarbij werd aan de ene kant gewerkt aan het terugdringen van de uitstoot van stikstof, bijvoorbeeld met luchtwassers voor boerderijen, en anderzijds door subsidies te geven voor natuurherstel”[5].
De vraag is nu: hoe moet de extra uitstoot van stikstof worden gecompenseerd?

Er wordt druk gepuzzeld om op die laatste vraag een evenwichtig antwoord te vinden.
Er wordt gewikt.
Er wordt gewogen.
Er wordt heen en weer gepraat.
Waar moet het heen met Nederland?

Eén ding is volstrekt duidelijk: er moet ruimte zijn voor alle inwoners van Nederland.
Eerst en vooral moet er plaats zijn voor de mensen. Immers: mannen, vrouwen en kinderen kan men niet voor het gemak even weg-regelen.
Mensen gaan boven natuur uit. Misschien betekent dat we stukken natuur moeten inleveren. Dat is een beetje droevig. Maar het is evenzeer onontkoombaar.

Intussen leert David ons in Psalm 19:
“De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen”[6].
Het is van groot belang dat vast te houden.
Waarom?
Wie omhoog kijkt en de lucht beziet, moet het beseffen: daarboven wordt Gods eer geproclameerd. Luchtvervuiling zet die eer op de achtergrond.
Wie naar boven kijkt, kan zien welke grootse dingen onze God maakt.
Veel mensen zeggen: vervuiling van de nog aanwezige natuur moet worden tegengegaan. Dat is waar. Dat is goed voor mensen. Maar met het schoonhouden van de natuur eren wij – als het goed is – in de eerste plaats onze God, de Schepper van heel de kosmos.
De hemel vertelt een verhaal.
De wolken geven het door: God is actief aanwezig

Dat helpt ons ook van angst en vraagtekens af.
Men hoort het wel eens suggereren: als we zo doorgaan kunnen we de wereld niet goed overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen. Daarachter proeft men angst. Diepe angst. Waar gaat het heen met de wereld?
Als men zulke vragen stelt mogen gelovige kinderen van God zeggen “dat Hij ons om het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving van zonden en eeuwig leven uit genade schenkt”[7].
Als wij in de kerk het Heilig Avondmaal vieren betekent dat “dat wij met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en eeuwig leven verkrijgen. Verder ook, dat wij door de Heilige Geest, die tegelijk in Christus en in ons woont, steeds meer met zijn heilig lichaam verenigd worden, en wel zo, dat wij, hoewel Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn en ook zo, dat wij door één Geest eeuwig leven en geregeerd worden, zoals de leden van het lichaam door één ziel”[8].
Kijk, dan ebt de angst weg.
Kijk, dan komt er een nieuw begin.

Het lijkt wel alsof de stikstofproblematiek in snel tempo getransformeerd is tot stikstofpaniek.
Maar daar is ten principale geen reden voor.
Want de profeet Jesaja verkondigde het al namens zijn Opdrachtgever: “Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het ​hart”[9].
Dwars door alles heen werkt de God van de kosmos aan een nieuw begin. En dat nieuwe begin kent geen einde!

Noten:
[1] Psalm 104:24.
[2] Deuteronomium 22:1.
[3] Deuteronomium 22:3 en 4.
[4] Deuteronomium 22:6 en 7.
[5] Geciteerd van https://www.dvhn.nl/groningen/Zes-vragen-over-stikstof-en-waarom-het-nu-zon-probleem-is-24860748.html ; geraadpleegd op woensdag 9 oktober 2019.
[6] Psalm 19:2.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, antwoord 66.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, antwoord 76.
[9] Jesaja 65:17.

12 augustus 2019

Eeuwig leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Maandagavond 5 augustus jongstleden: op de televisie wordt het programma ‘We zijn er bijna’ uitgezonden[1].
Dat programma draait om een groep wat oudere vakantiegangers die met hun caravan of camper door een bepaald land of gebied trekken. Dit jaar verkent men de Balkan. Deze aflevering gaat over Servië en Montenegro.
En ach – hoe gaat dat?
Wie in vakantierust is, geeft zich wel eens over aan bespiegelingen.
Zo ook Lex.
Lex zit met een aantal andere vakantievierders op een bankje.
Hij spreekt de navolgende gedenkwaardige woorden.
“Ik wil niet eeuwig leven… Nee. Ik ben geen Jan Mulder! Ik moet er niet aan denken! Ik bedoel, wat moet je dat hele leven doen? Ik vind dit prachtig maar op een gegeven moment… nee nee… ik kan het niet helemaal beredeneren natuurlijk. Je weet het niet, maar… Zo zit het leven in elkaar. Het eindigt… Maar ja, wie ‘t wil, ga je gang”.

Lex refereert aan een ander tv-programma, ’Het eeuwige leven van Jan Mulder’.
Op de website van dat programma staat te lezen: “De vraag: ‘waarom zou je eeuwig willen leven?’ wordt bij elk van Jan zijn ontmoetingen anders beantwoord. Dit dwingt hem tot reflectie en duikt hij dieper in zichzelf dan hij vooraf had kunnen denken”[2].

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Johannes 3: “De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[3].

Geloven en gehoorzamen, daar gaat het in Johannes 3 om.

Hoe blijkt die gehoorzaamheid? Die blijkt als we het Evangelie in woord en daad doorgeven. De apostel Paulus heeft het daar in Romeinen 1 ook over: “Door Hem hebben wij ​genade​ en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van ​Jezus​ ​Christus”[4].
Volgelingen van Christus dragen de blijde Boodschap door de wereld. In hun woorden. In hun gedrag.
Zo iemand heeft eeuwig leven. Dat leven is al begonnen. En in de hemel leeft hij of zij volmaakt verder. Daar is het leven een en al vrede en geluk. Iets van die vrede, een stukje van dat geluk kunnen we – als het goed is – vandaag al bij de christenen zien.
Laten we dat geluk, die vrede maar doorgeven. Bijvoorbeeld met de woorden van Romeinen 5: “Want zoals door de ​ongehoorzaamheid​ van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”[5].

Wat zullen wij in het eeuwige leven doen?[6]
Van onze bezigheden is, op de keper beschouwd, geen heldere beschrijving van te geven. Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, in 1 Corinthiërs 2: “…het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[7].
Dat aardse voorstellingsvermogen van ons schiet ten enenmale tekort. Wij denken in te krappe kaders. Ons denkraam is te klein.
Eén ding is wel zeker: wij gaan ons in de hemel beslist niet vervelen. Er is namelijk meer dan genoeg te zien. Dat blijkt wel uit Hebreeën 9: “… zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[8]. En ook uit 1 Johannes 3: “Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[9]. Wij kunnen onze God eindelijk eens live bekijken. En daar kunnen wij geen genoeg van krijgen!
Lex verzucht hierboven: wat moet je al die tijd doen? Dat is een typisch aardse vraag. Een vraag waarbij verdriet en teleurstellingen het uitgangspunt zijn. Echter – al die moeilijkheden en problemen zijn in de hemel afgeschaft. Lees maar mee in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”[10].

Lex is, als het erop aan komt, reuze tolerant: het eeuwige leven? – “wie ‘t wil, ga je gang”.
De spreker suggereert dat wij ’t voor het voor ’t kiezen hebben. Dat is een misvatting.
Het eeuwige leven wordt ons aangeboden – gratis en voor niets. Slechts één ding is nodig: geloof!

Dat blijkt in Johannes 3.
En ook in Johannes 5: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11].

Maar achter Johannes 3 en Johannes 5 is natuurlijk ook een scherpe tegenstelling zichtbaar: geloof tegenover ongeloof.
Lex is een typisch voorbeeld van ongeloof. Van aards denken. Zo’n man als Lex zou je geloof gunnen. Niet omdat hij dan precies weet wat er na dit leven nog komt. Maar wel om hem groot geluk en diepe vrede te geven.

Laten Gods kinderen de beloften over het eeuwig leven maar koesteren!

Noten:
[1] ‘We zijn er bijna’, programma van Omroep MAX, maandagavond 5 augustus 2019, NPO 1, vanaf 21.25 uur.
[2] Geciteerd van https://www.maxvandaag.nl/programmas/tv/het-eeuwige-leven-van-jan-mulder/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[3] Johannes 3:35 en 36.
[4] Romeinen 1:5 en 6.
[5] Romeinen 5:19.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-325.html ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[7] 1 Corinthiërs 2:9.
[8] Hebreeën 9:28.
[9] 1 Johannes 3:2.
[10] Openbaring 21:4.
[11] Johannes 5:24.

12 oktober 2018

In eeuwigheid bewaard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Uitgaan – met name jongeren weten daar alles van. Ergens iets drinken, eten, plezier hebben met vrienden…: zo wordt het leven een feestje!

In de Bijbel gaat het ook over uitgaan. En over ingaan.
Maar daar duidt het dan op het dagelijkse leven. Op de drukte van alledag: weggaan, terugkomen, nog gauw even een boodschap doen…

In die betekenis vinden we het in Psalm 121:
“De HEERE zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren,
van nu aan tot in eeuwigheid”[1].

Een exegeet legt uit: “Zowel bij het uitgaan als bij het ingaan, is het de Here die bewaart. Het ‘uitgaan’ wil zoveel zeggen als het vertrekken van huis of woonplaats om te gaan werken op het veld (…) of om op (pelgrims-)reis te gaan. Het ‘ingaan’ slaat op het weer naar huis terugkeren. De vermelding van zowel start als einde sluit alle tussenliggende activiteiten in. De bescherming tegen alle kwaad is voor altijd, zolang als de pelgrim en het volk zullen bestaan”[2].

De woordcombinatie uitgaan-ingaan komt in Gods Woord wel vaker voor.
Het gaat dan onder meer over Gods hele volk.

Laten we elkaar op Numeri 27 wijzen. Daar zegt Mozes: “Laat de HEERE, de God Die aan alle vlees de adem geeft, over deze gemeenschap een man aanstellen die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[3].

En op 2 Samuël 5: “Toen kwamen alle ​stammen​ van Israël naar ​David​ in Hebron en zeiden: Zie, wij zijn uw beenderen en uw vlees. Al eerder, toen ​Saul​ ​koning​ over ons was, was ú het die Israël liet uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden en ú zult tot vorst zijn over Israël. Zo kwamen alle ​oudsten​ van Israël bij de ​koning​ in Hebron. En ​koning​ ​David​ sloot met hen in Hebron een ​verbond​ voor het aangezicht van de HEERE, en zij ​zalfden​ ​David​ tot ​koning​ over Israël”[4].

Jezus zegt in Johannes 10 zelf: “Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”[5].

Als wij Psalm 121 zingen hebben we wellicht de welhaast onbedwingbare neiging om de tekst vooral op onszelf te betrekken. Op de persoon. Op het zelfstandig opererend individu.
En dat is niet verkeerd.
Maar het gaat in Psalm 121 ook over de kerk. Over het volk dat door de Here gestuurd en beschermd wordt. Over de mensen die door God uitgekozen zijn!

Psalm 121 slaat op een individu.
Maar dus ook op het door God vergaderde volk[6].

Onze Heiland plaveit de weg waarop permanente bescherming wordt geboden. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[7]. Om met Colossenzen 1 te spreken: “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de ​Eerstgeborene​ van heel de schepping”[8].
Via Hem komt heel Gods volk in beeld.
Wij zien dat volk in Openbaring 14 staan: “En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid van citerspelers die op hun citers spelen. En zij zongen als een nieuw ​lied​ vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat ​lied​ leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren”[9].

Gods volk wordt bewaard.
Wat betekent dat?
Iemand noteert daarover: “Het klinkt misschien wat ongewoon: de Heere wil ons niet kwijt. Hij wil u niet kwijt. Hij wil jou niet kwijt. In die zin: Hij wil niet dat we verloren gaan! Van ons uit is geen andere verwachting dan verloren gaan, kwijt raken. Ons verliezen aan de wereld, aan het leven. Dan zijn we verloren en we worden gemist. Dat wil God niet. (….). Leven voor eigen risico; dat is verloren gaan. Leven voor Gods risico; dat is bewaard worden”[10].

Wij staan op naam van de Heiland.
Zo worden de risico’s geminimaliseerd.

Dat wil niet zeggen dat het leven altijd over rozen gaat.
Echter: als u – bijvoorbeeld – een been breekt en er vervolgens maanden heengaan met het herstel, betekent dat niet dat Psalm 121 even offline is.
In dit verband spreekt een Duitse hoogleraar praktische theologie van ‘christelijk atheïsme’: in het dagelijks leven verwachten veel christenen helemaal niks meer van hun Heer. Psalm 121 wordt nog wel gelezen en nagesproken, maar in het dagelijkse doen functioneert de belijdenis niet meer[11].

Welnu – terecht schreef een Nederlandse dominee: “De Heer heeft hemel en aarde geschapen. Dat geeft moed. Want schepping betekent niet alleen dat de Heer aan het begin van het geschapene staat. Ook nu nog houdt Hij door Zijn vaderlijke zorg alles in stand. Psalm 121 laat zien dat de Heer een pastorale God is. Hij blijft zich bezighouden met het leven en de leefwereld van de mensen op aarde”[12].
Psalm 121 betekent dat we nu voor de Here leven en dat ons – wat er ook gebeurt – het eeuwige leven niet meer kan ontgaan!

Kortom – het is nog steeds waar:
“De HEER zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed, / Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren, in eeuwigheid bewaren”[13].

Noten:
[1] Psalm 121:8.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Ps. 121:3-8.
[3] Numeri 27:16 en 17.
[4] 2 Samuël 5:1, 2 en 3.
[5] Johannes 10:9.
[6] In het onderstaande maakte ik onder meer gebruik van https://www.in-geest-en-waarheid.nl/egypte.htm ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[7] Johannes 14:6.
[8] Colossenzen 1:15.
[9] Openbaring 14:1, 2 en 3.
[10] Geciteerd van http://www.evangelist-van-dooijeweert.com/235697837 ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[11] De term ‘christelijk atheïsme’ wordt gebruikt door Michael Herbst, “Beziehungsweise: Grundlagen und Praxisfelder evangelischer Seelsorge”. – Neukirchener Verlag, 2013. – 700 p.
[12] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/02/2256/ ; geraadpleegd op maandag 8 oktober 2018.
[13] Psalm 121:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

15 augustus 2018

Vol vertrouwen in een onvoorspelbare wereld

Er zijn aardig wat mensen die vinden dat het leven een uitdaging moet zijn. Je moet je grenzen verleggen. Zo blijft het leven een avontuur.

Twee filosofen, Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, publiceerden niet zo lang geleden echter een boek met de titel ‘Avonturen bestaan niet’[1].

Hieronder zet ik vijf citaten uit een vraaggesprek dat het Nederlands Dagblad met de auteurs van dat boek had.

1.
“In zekere zin is onze verslaving aan avonturen (…) een mechanisme waarmee we ontkennen hoe onvoorspelbaar de wereld eigenlijk is”.
2.
“Kennelijk kunnen wij het dus niet laten problemen in een avontuurlijker toonsoort te formuleren. We zijn er erg goed in om dingen heel bombastisch te laten klinken”.
3.
“Betekenis geef je zelf aan het leven. Een heleboel mensen denken dat betekenis op de een of andere manier ergens is te vinden. Je ziet het veel in zelfhulpboeken: er zijn zes stappen die je moet volgen om succes te hebben, alsof de werkelijkheid zich wel even aanpast. (…) Zelfhulpboeken zijn sowieso walgelijk. Want wat steevast gebeurt, is dat het leven van iemand die toevallig succesvol is, wordt samengevat in zes stappen die iedereen kan volgen. Wat een onzin, die persoon had echt niet van tevoren een stappenplan klaarliggen, dat zie je pas achteraf”.
4.
“Het hele idee dat je de alledaagsheid doorbreekt door naar een andere plaats te gaan moet je dus vooral als metafoor zien. Je kunt ook gewoon op je plaats blijven zitten, het gaat om veranderingen in je psyche. Sommige mensen zien juist in meditatieoefeningen een avontuur dat het alledaagse doorbreekt. Het idee hierbij is dat je het gewone avontuurlijk maakt door het van een andere betekenis te voorzien, terwijl de wereld om je heen dezelfde blijft”[2].
5.
“Het punt is ook dat je gebeurtenissen in je leven pas achteraf een bepaalde structuur innemen die je vooraf niet kent. Als je dat beseft, kun je goed over je eigen leven vertellen zonder dat je daarbij garanties voor de toekomst gaat koesteren. Het is ook niet zo dat een levensles of persoonlijke groei niet bestaat, het ligt alleen niet zonder meer vast. Het kan dus best zo zijn dat alle vorige mislukkingen in de liefde lessen waren om de ware te ontmoeten. Maar dat weet je pas achteraf”.

Het leven is zeer onvoorspelbaar.
De betekenis van de gebeurtenissen in het leven zien we pas achteraf.
En die betekenis moeten we er, als ik het goed begrijp, vooral zelf aan geven. Je moet het gewone leven zelf avontuurlijk maken.
Aldus twee wijsgerige wetenschappers.

Schrijvend over het bovenstaande neem ik mijn uitgangspunt in Prediker 9.
En wel in deze woorden: “Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook ​liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem”[3].

Wie is de Prediker?
Er is eigenlijk maar één persoon die in aanmerking komt: koning Salomo. Hij regeert over Israël in de tiende eeuw voor Christus. Hij is beroemd om zijn wijsheid en rijkdom.

Prediker trekt in zijn boek tenminste vier lijnen:
* alles is ijdelheid
* de zoektocht naar de zin van het leven is vergeefs
* het is goed om voorzichtig, weldoordacht en ingetogen te leven
* richt je op God en luister naar Hem[4].

Prediker heeft de innerlijke overtuiging dat alles en iedereen in Gods hand is.
Voor ons is het leven onvoorspelbaar: je weet nooit wat er gebeuren kan. Je weet ook niet hoe de Here Zijn schepping bestuurt. Maar onze God weet precies wat Hij doet!

De filosofen zeggen: je kunt veel over jouw eigen leven vertellen; maar garanties voor de toekomst geeft zo’n vertelling niet.

Het Woord van God leert ons dat gelovige christenen nog wel wat meer te zeggen hebben. Laat ik enkele trefwoorden noemen.

* liefdevolle God
en
* luisterende kerk
Mozes heeft het daar in Deuteronomium 33 over. De Here “heeft de volken lief! Al Zijn ​heiligen​ zijn in Uw hand, Zíj zitten aan Uw voeten en vangen iets op van Uw woorden”[5].
In die wereld zitten dus veel luisterende kerkmensen.
Zij blijven bij hun God in de buurt. Zij willen zoveel mogelijk van en over Hem leren. Want zij weten dat Hij hun toekomst bepaalt. Het eindpunt staat vast. En tijdens het bewandelen van de route genieten Gods kinderen speciale bescherming van bovenaf.

* kroon en tulband
In Jesaja 62 wordt gezegd: “U zult een sierlijke ​kroon​ zijn in de hand van de HEERE en een koninklijke ​tulband​ in de hand van uw God”[6].
Dat vers maakt deel uit van een beschrijving van de toekomst van Gods volk. Er komt een heerlijke tijd aan. Dat weten kinderen van God heel zeker! Zij zullen voor altijd dicht bij God leven. Daar komt niemand, helemaal niemand, meer tussen.
Kinderen van God vullen te Zijner tijd Zijn troonzaal. En hun aanwezigheid maakt het hemelse feest alleen maar volmaakter en luisterrijker.

* eeuwigheid
De Here zegt tegen Zijn volk: u hoeft zelf geen betekenis aan uw leven te geven, want die geef Ik eraan.
Dat begint nu al, en het wordt nog veel mooier. Jezus geeft de garantie daarvan in Johannes 10: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[7].

* voorbereiding vol genade
In Efeziërs 2 maakt de apostel Paulus duidelijk dat de goede voorbereiding op die eeuwigheid al begonnen is. Daar heeft de God van hemel en aarde alles mee te maken.
Paulus schrijft: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[8].
Gods genade is een kernpunt in het Evangelie.
De Here zegt: nee, u hoeft het niet zelf uit te zoeken.
Het is God Zelf die Zijn kinderen klaarmaakt voor een nieuw begin!

Die twee filosofen van hierboven lijken onder meer te zeggen: maak er wat moois van en geef jezelf een betekenisvol leven; en bedenk daarbij dat het vooral gaat om veranderingen in je psyche.
Wie er zo tegenaan kijkt, beseft vervolgens al snel dat er in zijn leven nog heel veel te doen is; je bent per slot van rekening niet zómaar klaar voor de toekomst.
Maar onze God zegt iets heel anders. Zijn Evangelie luidt: u hoeft het gewone niet avontuurlijk te maken door allerlei gebeurtenissen van een andere betekenis te voorzien; want Ik zorg voor u.
De vernieuwing is al begonnen.
En er komt een heerlijk vervolg!

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, “Avonturen bestaan niet”. – Amsterdam: Boom Uitgevers, 2018. – 244 p.
[2] “Laat je niet misleiden door het avontuur” – vraaggesprek met Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 februari 2018, p. 6 en 7.
[3] Prediker 9:1.
[4] Zie hiervoor http://christipedia.nl/Artikelen/P/Prediker ; geraadpleegd op woensdag 1 augustus 2018.
[5] Deuteronomium 33:3.
[6] Jesaja 62:3.
[7] Johannes 10:27 en 28.
[8] Efeziërs 2:8, 9 en 10.

7 mei 2018

Doorgang naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Er zijn momenten waarop wij er allemaal mee te maken hebben: het sterven.
Soms gebeurt dat na een lang ziekbed. Mensen in de omgeving hebben de tijd gehad om zich op het naderende afscheid voor te bereiden.
Er zijn ook situaties waarin het sterven plotseling komt. Van het ene op het andere moment.
Maar altijd doet het pijn. Veel pijn.
De dood is een vijand. Een vijand waaraan niemand ontkomt.

Maar er is meer.
Gelukkig wel.

In de Bijbel wordt het sterven niet uit de weg gegaan.
In Romeinen 6 kunnen wij lezen: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”.
In de Bijbel in Gewone Taal vinden we datzelfde vers als: “Wie gehoorzaam is aan de ​zonde, krijgt als beloning de dood. Maar wie bij God hoort, krijgt het geschenk dat God ons wil geven: het eeuwige leven, dankzij onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus”[1].

Met deze tekst staan we meteen midden in de Romeinse wereld. Daar gebeurt het wel dat huisslaven zakgeld krijgen om hun persoonlijke uitgaven mee te bekostigen. Misschien denkt Paulus daar wel aan als hij het bovenstaande noteert[2].

In dit deel van de brief aan de christenen in Rome draait alles om de stelling: alleen het geloof in het werk van Jezus Christus kan ons redden.
Het reddingswerk van de Heiland heeft voor ons als resultaat: vrede met God. En dat betekent: het nieuwe leven begint nu!

Het kernpunt is: als de zonde een overheersende factor in ons bestaan blijft, zal de dood het eindpunt wezen; als God ons van de zonden reinigt, wordt de dood een doorgang[3].
Oftewel: een stap naar de tweede en hemelse fase in ons bestaan: het eeuwige leven.

In Romeinen 6 schrijft Paulus: als je bij God hoort, blijf je niet in de zonde hangen.
Jezus Christus is, na Zijn opstanding uit de dood, een nieuw leven begonnen. Die opstanding was zo krachtig, dat Hij al Zijn kinderen daarin ‘meeneemt’. Ook zij zullen opstaan uit de dood. Ook zij krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven is feitelijk nu al begonnen.

Zo komt het dat wij nu geen slaven meer zijn.
Zeker – menselijk gesproken zijn we, vóór u en ik het weten, opnieuw verslaafd aan de zonde. Ver-slaafd: dan zijn wij er weer slaaf van geworden.
Maar vanwege Christus’ werk zal dat in het leven van Gods kinderen nu niet meer gebeuren.

Jezus Christus is uit de dood opgestaan.
De dood heeft het nu niet meer over Hem te zeggen.
Sterker nog: Hij is springlevend!
Paulus zegt tegen de christenen in Rome, en ook tegen gelovige Bijbellezers van vandaag: beschouw uzelf vooral als schepselen die behoren bij die categorie springlevende mensen!

Laten wij, schrijft Paulus verder, beseffen dat zonde en dood in ons leven niet meer overheersen.
We zullen er vooral voor moeten zorgen dat dat ook zo blijft. God geeft ons, wat dat betreft, een grote verantwoordelijkheid!
Onze energie moeten wij gebruiken om God te eren en te dienen. In kleine en grote dingen.

Dat vraagt om heldere keuzes.
Aan welke kant sta jij?
In welk kamp staan wij?

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken: vanaf nu moet ik heel erg mijn best doen; en als er wat fout gaat… – nou, dan zwaait er wat!
Maar als de zonde het in ons leven niet meer voor het zeggen heeft, worden wij “dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”[4]. Daar heeft de Here Zelf de hand in!
Een tussenweg is er niet.
Het is: leven voor de zonde of gewijd zijn aan God.
Het is zwart of wit.
Daar zit niets tussen.
Wij staan tot Gods beschikking. Wij zijn Zijn instrumentarium. Gereinigd instrumentarium – geschikt als Goddelijk werktuig, als hemels gereedschap.
Zo worden wij, dag na dag, door Hem klaargemaakt voor een schitterend leven in de woonplaats van de Machthebber van heel de wereld.

De dagen vliegen om.
De jaren suizen zogezegd langs ons heen.
Voor je ’t weet ben je 20, 30, 40…
De jaren gaan verder: 50, 60, 70, 80, 90…
Via de middelbare leeftijd wordt u langzaam ouder.
En opeens heet u ‘bejaard’. Of – erger nog – ‘hóógbejaard’.
Wat een troost is het dan om te weten dat u het eeuwige leven tegemoet gaat!

Het sterven komt voor ons allen onontkoombaar dichterbij.
Natuurlijk, als je jong bent duurt dat nog heel lang.
Als u van middelbare leeftijd bent, kan het ook nog wel enkele decennia duren.
En als u 90 bent? Of 96?
Ach, geen mens weet precies wanneer hij sterven zal. En dat is, goed beschouwd, maar goed ook.

Laten wij maar blij zijn met de genadegave van God.
Jezus Christus heeft, met Zijn betaling voor onze zonden, de deur van de hemel voor ons open gedaan!
Nee, niemand verheugt zich op het sterven.
Natuurlijk niet.
Maar wie gelooft dat Jezus Christus de Redder van het leven is, mag weten: het leven wordt prachtig; en het houdt nooit meer op!

Noten:
[1] Romeinen 6:23. Achtereenvolgens citeer ik de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 6:23.
[3] De term ‘reiniging van de zonde’ ontleen ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”.
[4] Romeinen 6:18.

17 januari 2018

Die is, Die was en Die komt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“…Dat ene zinnetje: Die is, Die was en Die komt. Jongens en meisjes, dat moeten jullie maar goed onthouden. Vooral de betekenis ervan: God blijft altijd Dezelfde. En Hij doet wat Hij zegt. God die is, die was en die komt. Ik zou eigenlijk zeggen: als je dat nou dit jaar onthoudt, daar heb je meer dan genoeg aan. Maar je moet veel meer leren. God blijft altijd Dezelfde. En weet je, dan moet je maar je handen vouwen en Hem eren, Hem prijzen. En dat nooit meer vergeten, je leven lang, of je nu jong bent of oud. Hij is de komende”.

Dat zijn woorden die dominee M.A. Sneep uitsprak in een preek over Openbaring 4:8. Die preek hield hij op Nieuwjaarsdag 2018 in een eredienst van De Gereformeerde Kerk Groningen.

We moeten het dit jaar dus onthouden: Die is, Die was en Die komt.
Laten we die woorden dan nog maar eens tot ons laten doordringen.

Wij kunnen wel zeggen dat die woorden ‘Die is, Die was en Die komt’ een refrein is in de Openbaring van Johannes. Die term staat twee keer in Openbaring 1, een keer in Openbaring 4 en een keer in Openbaring 11[1].

Die woorden zijn, om te beginnen, eigenlijk een vrije weergave van woorden uit Exodus 3: “En ​Mozes​ zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen? En God zei tegen ​Mozes: Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij naar u toe gezonden”[2].
Ik ben – dat is een opmerkelijke aanduiding. Want mensen van 2018 hebben het bij hun presentatie nodig om een eigenschap te noemen: ik ben handig, ik ben machtig, ik ben een goede onderwijzer – enzovoort.
Maar bij de Here is het geven van een kwalificatie onnodig. “Ik ben”, dat is alles. Om het nooit meer te vergeten, zegt de Here het nog een keer: Ik ben, die Ik ben. De Here is: dat zegt alles over Zijn macht, Zijn daadkracht, Zijn liefde!

God is en God was – dat zegt dat Hij aanwezig is. Hij is present. Niet alleen nu, maar altijd. Hij is het begin. En ook het einde. Altijd is Hij in ons leven op de voorgrond aanwezig.
Hij is de alfa en de omega[3]. Dat zijn de eerste en laatste letter van het vierentwintig letters tellende klassiek-Griekse alfabet. De hemelse God gebruikt een beeld uit de wereld van de taal om duidelijk te maken wie Hij is. We mogen en moeten dus ook met name de taal gebruiken om de blijde Boodschap door te vertellen. Gesproken of op schrift, verkondig het Evangelie!

In Openbaring 4 lezen we over vier dieren die rondom de troon staan. En daarbij vertegenwoordigen zij de gehele schepping: de roofdieren, de tamme dieren, de mensen en de vogels.
Die dieren hebben als taak de lof van de Here te zingen. Heel de wereld zingt Gods lof! Het Evangelie wordt doorverteld. En de schepping gaat uiteindelijk blij zingen.
Iets van die blijheid mogen we ook vandaag laten zien. Nee, dat valt niet altijd mee. Als je ruzie hebt met andere mensen, is het leven heus niet alleen maar vrolijk. Als je vaak ziek bent ga je echt niet de hele dag zitten glimlachen. Maar er zijn en blijven altijd wel momenten dat je blij kunt zijn met de God van het verbond. Alleen al omdat je gelooft en dus stellig weet: het wordt beter. Voor eeuwig beter!

En dan is er Openbaring 11: “En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en ​Koning​ geworden bent”[4].
Er is nu iets aan die uitdrukking ‘Die is, Die was en Die komt’ toegevoegd. De Here is Koning geworden. En de vraag komt op: was Hij dat vóór die tijd dan niet? Antwoord: jazeker, Hij is altijd al Koning geweest; maar in Openbaring 11 breekt het moment dat Gods glorieuze gezag overal ter wereld wordt erkend en voor alle wereldburgers zichtbaar is.
Jazeker, Hij komt. Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Zo belijden we dat elke zondag in de eredienst. In de kerk is dat een troostwoord. Want Gods kinderen mogen, vanwege het verlossingswerk van Jezus Christus, de Heiland, hun entree maken in de woonplaats van God: de hemel.

God die is, die was en die komt – dat is de kleurrijke paraplu boven ons leven. Het is de overkoepeling van ons bestaan. Hij is, ook vandaag, onze schuilplaats op deze aarde!

Noten:
[1] Namelijk in Openbaring 1:4, Openbaring 1:8, Openbaring 4:8 en Openbaring 11:17.
[2] Exodus 3:13 en 14.
[3] Zie Openbaring 1:8 en Openbaring 22:13.
[4] Openbaring 11:16 en 17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.