gereformeerd leven in nederland

15 mei 2020

De Machthebber heeft een naam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn bedrijven, organisaties en instanties waarop wij – het gewone volk van 2020 – nauwelijks invloed hebben.
Neem de banken. Het doen en laten van deze financiële instellingen is – zeker voor buitenstaanders als schrijver dezes – nogal eens schimmig, bij het duistere af.
Neem de oliemaatschappijen. Shell is nogal eens in het nieuws vanwege schending van mensenrechten[1]. Hetzelfde geldt voor ExxonMobil[2].
Er zijn dingen waar wij geen vat op hebben. En meestal hebben we er ook weinig weet van; dat is waarschijnlijk ook maar beter.

Mysterieuze machten – die zijn er altijd geweest.
Paulus schrijft erover aan de christenen in Colosse: “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten”[3].
Eén ding is zeker: de drie-enige God staat er boven. De God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, de Geest van wijsheid en van openbaring – ja, Hij heeft greep op de wereld.

Paulus noteert dat ook in Efeziërs 1: “Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere ​Jezus​ onder u, en van de ​liefde​ voor alle ​heiligen, houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen, en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende”[4].

Het is wel bekend: Paulus is, om zo te zeggen, gespecialiseerd in lange zinnen. En zeker in Efeziërs 1 buitelt van alles over elkaar heen. In de hierboven geciteerde zin staat zo veel dat een mens de weg zomaar kwijt kan raken.

Aan het eind van die zin maakt Paulus ten enen male duidelijk dat de drie-enige God twee werelden overziet: deze wereld en de komende. Hij is de Machthebber. Andere krachten zijn er niet.
Christus is totaal superieur. Dr. L. Floor schrijft over Efeziërs 1 onder meer: “De benamingen die de apostel gebruikt, waren in het late Jodendom gangbaar voor bovenaardse machten (…). Zij weerspiegelen de titulatuur die gebruikelijk was bij de hoven en bestuursorganisaties van de oude oosterse monarchieën”[5].

Ook in onze wereld hebben vele denkers zich over het fenomeen ‘macht’ gebogen.
Men spreekt vandaag onder meer over soevereine macht. “Soevereiniteit is het recht van een bestuursorgaan om het hoogste gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is verschuldigd aan een ander orgaan”, zo leert de internetencyclopedie Wikipedia ons[6].
De filosoof Michel Foucault (1926-1984) dacht veel na over de manier waarop macht werkt. Hij sprak onder meer over disciplinaire macht. “In de filosofie van Michel Foucault duidt de term disciplinemaatschappij op een maatschappij waar macht wordt uitgeoefend door middel van diverse disciplinaire ‘apparaten’ (…). Tot dergelijke instituten behoren de school, de kazerne, de gevangenis, de kliniek en het gekkenhuis. Deze instituten kneden het individu en vormen zo het subject. De disciplinemaatschappij vindt haar oorsprong in het vroegmoderne Europa maar kwam tot volledige bloei na de industriële revolutie: de vooruitgang in de wetenschappen, in de eerste plaats de geboorte van de moderne menswetenschappen, stelde machthebbers in staat hun onderdanen op wetenschappelijke wijze te besturen. Voorbij de disciplinemaatschappij ligt de controlemaatschappij, een begrip dat Foucault in zijn werk introduceerde maar niet uitwerkte”. Ook dat leert Wikipedia ons[7].
Kortom – over macht raakt men niet uitgedacht. Het lijkt er op dat er omtrent het onderwerp ‘macht’ nog heel wat lettertjes op papier komen te staan.
Men zou kunnen denken: hoe moet dat verder? Hoe vaak zal macht nog misbruikt worden?

Dat denken de eerste lezers van de brief aan de Efeziërs ook. Dr. Floor noteert: “Voor de lezers van de brief, die vol bijgeloof voor goede en kwade machten waren grootgebracht, is het een geweldige bevrijding geweest dat zij een Heer ontvingen die bewezen had superieur te zijn aan al die onbekende en naamloze machten. Christus bevrijdde daardoor van onzekerheid, angst en twijfel. Machten waar wel woorden voor zijn, maar die geen namen dragen, blijken nu ondergeschikt aan Hem die een naam draagt: Jezus Christus”[8].

Onze Machthebber heeft een naam: de Here Jezus Christus. In Zijn tijd op aarde was Hij zeer zichtbaar. Massa’s mensen liepen achter Hem aan.
En vandaag dan?
De Heiland loopt niet meer lijfelijk over de wereld. Wij kunnen Hem, fysiek gezien, niet meer tegenkomen. Maar in de kerk zindert liefde van God. In de kerk zindert de liefde vóór God. In de kerk zindert daarom ook de liefde voor elkáár.
Natuurlijk – in Nederland is de Gereformeerde kerk uitgedund. Maar nee, Gods werk houdt nooit op. Gods werk staat nooit helemaal stil.

En het is nog maar het begin.
Op de Hemelvaartsdag nam de opgestane Heiland plaats op Zijn hemelse troon. Over iets minder dan een week zal het weer Hemelvaartsdag zijn.
Laten wij het nu, en ook dan, maar bedenken: onze Machthebber heeft een naam. God heeft Hem “bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van ​Jezus​ zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader”[9].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Royal_Dutch_Shell ; geraadpleegd op vrijdag 8 mei 2020.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/ExxonMobil ; geraadpleegd op vrijdag 8 mei 2020.
[3] Colossenzen 1:16 a.
[4] Efeziërs 1:15-21.
[5] Dr. L. Floor, “Efeziërs: Eén in Christus”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1995; tweede druk 1998. – p. 79.
[6] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Soevereiniteit ; geraadpleegd op donderdag 7 mei 2020.
[7] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Disciplinemaatschappij; geraadpleegd op donderdag 7 mei 2020.
[8] Floor, a.w., p. 79.
[9] Philippen 2:9, 10 en 11.

5 maart 2020

Beste veiligheidsgarantie

Het is zo, schrijft Paulus in Efeziërs 3, “dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in ​Christus, door het ​Evangelie”[1].

Welke mensen zijn bij Paulus in beeld?
De Basisbijbel parafraseert deze woorden als volgt. “Dit is Gods plan: de mensen van andere volken mogen samen met de Joden Gods erfenis ontvangen. Want als zij het goede nieuws geloven, horen ook zij bij Gods gezin. En daardoor zijn de dingen die God in Jezus Christus aan de Joden heeft beloofd, nu ook voor hén”[2].
Die heidenen – dat zijn wijzelf dus[3]. In Efeziërs 3 gaat het over ons.

Efeziërs 3 zien wij als Schriftbewijs terug in de Nederlandse Geloofsbelijdenis als wij daar belijden: “Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus”[4].
Met andere woorden: wij zijn welkom in de hemelse troonzaal.
Zeg niet: dat hemelse paleis is te hoog voor ons.
Zeg niet: de Heiland staat lichtjaren ver van ons vandaan; want Hij geeft ons de enige mogelijkheid om dicht bij God te komen. Een alternatief is er niet.

Dat zien wij ook terug in het Heilig Avondmaal. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt daarover: “…zo zeker als wij het sacrament ontvangen en in onze handen houden en het eten en drinken met onze mond, om ons leven in stand te houden, zo zeker ontvangen wij in onze ziel door het geloof — dat de hand en mond van onze ziel is — het ware lichaam en het ware bloed van Christus, onze enige Heiland, om ons geestelijke leven in stand te houden”[5].
Wij worden, om zo te zeggen, met Jezus Christus vereenzelvigd.
Zeg dus nooit: mijn geloof is niet goed genoeg.
Zeg dus nooit: ik ben niet godsdienstig genoeg.
Wij mogen ons zogezegd met de Heiland identificeren!

Wil dat zeggen dat het lijden in de samenleving ons bespaard blijft? Zeker niet!
Denkt u maar aan Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”[6].
Dwars door hun lijden heen zijn gelovige mensen op weg naar de hemelse glorie. Wij erven ’t rijk des Heren, zingen wij[7]. Zulk zingen leert ons over de problemen van dit leven heen te kijken!

Dat laatste geldt niet alleen voor Paulus. En het geldt zeker ook niet alleen voor ons.
Het geldt al voor Abraham. Dat valt op te maken uit Hebreeën 11: “Door het geloof is hij – dat is Abraham – een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in ​tenten​ gewoond, met Izak en ​Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte”[8].
Ook Abraham heeft in Genesis 11 en volgende al uitzicht op een heerlijk hemelleven. In alle tijden en op alle plaatsen brengt onze God Zijn kinderen samen!

Anno 2020 is het belangrijk om dat alles vast te houden. Natuurlijk weten we dit wel. Maar het wonderlijke ervan dringt vaak maar amper tot ons door.
Iemand schrijft: “De laatste jaren horen we steeds vaker dat de aandachtsboog van consumenten korter wordt. Korter zelfs dan die van een goudvis (…). Door de grote informatiestroom waar consumenten dagelijks mee te maken krijgen worden ze bovendien steeds beter in het filteren van informatie die ze interessant vinden”[9].
Het gevaar is dat wij het ietwat gewoon gaan vinden. Laten wij maar blijven bedenken: het werk van onze Heiland is niet interessant, maar levensreddend!

Wij hebben te maken met technologische ontwikkeling, globalisering en duurzaamheid.
Men schrijft: “Dankzij de exponentiële groei van informatie- en communicatietechnologieën -ICT- zullen bestaande samenwerkingstechnologieën over slechts vijf jaar minstens tien keer beter zijn dan vandaag de dag, en zullen zij over tien jaar honderd keer beter zijn dan nu het geval is”[10].
Het wereldwijde contact met Gods kinderen wordt er dus makkelijker op. Zij kunnen elkaar opzoeken. Zij kunnen van elkaar leren. Zij kunnen elkaar opscherpen. Zij kunnen elkaar meenemen naar Gods toekomst toe. Alleen daarom al is het verstandig verder te kijken dan onze neus lang is. Laten wij maar rondkijken in de wereld en ons daarbij afvragen: waar zitten onze broeders en zusters?
Men spreekt over duurzaamheid. Over duurzame energie. Over circulaire economie. Er is zelfs een Duurzame Dagen Kalender 2020[11]. Maar in de kerk moeten we bedenken: er is niemand duurzamer dan onze Here Jezus Christus. Zing daarom maar mee met Psalm 102:
“Gij, dezelfde, gist’ren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij uw trouw betonen,
ja, uw volk zal veilig wonen.
En de komende geslachten
zal altoos uw vrede wachten”[12].

Van onze God krijgen wij de beste veiligheidsgarantie die maar denkbaar is!

Noten:
[1] Efeziërs 3:6.
[2] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/efezi__rs/3 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[3] Efeziërs 3 is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdagavond 5 maart 2020, een avond aan dit hoofdstuk wijdt. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[6] Romeinen 8:17 en 18.
[7] Namelijk in Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Hebreeën 11:9.
[9] Geciteerd van https://www.emerce.nl/achtergrond/dit-belangrijkste-social-trends-2020 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[10] Geciteerd van https://www.servicefutures.com/nl/trends-in-de-toekomst-van-facility-management ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[11] Zie http://www.mvofactor.nl/de-duurzame-dagen-kalender/ ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[12] Psalm 102:13.

6 februari 2020

De vredige kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Efeziërs 2 – dat is een Bijbelhoofdstuk dat ons midden in de kerk zet[1]. Dat zien wij al snel als wij naar de volgende indeling kijken. Die indeling komt uit de christelijke internetencyclopedie Christipedia.
Citaat:
“De brief aan Efeze valt naar de inhoud duidelijk uiteen in twee hoofdgedeelten:
I. Een leerstellig gedeelte
* Zegeningen voor gelovigen, 1:3-14
* Gebeden ten behoeve van de gelovigen, 1:15-21
* Het hoofdschap van Christus over zijn gemeente, 1:22+23
* Hoe de gelovigen als leden passen in zijn lichaam, 2:1-10
* De eenheid van de gemeente, 2:11-22
* De plaats van gelovigen uit de heidenen in de gemeente, 3:1-21
II. Een praktisch gedeelte
* Eenheid en verscheidenheid van de gemeenteleden, 4:1-3
* De eenmakende krachten van de gemeente, 4:4-16
* De plichten van de leden van het lichaam, 4:17-6:8
* De geestelijke wapenrusting, 6:10-20”[2].

De kerk stimuleert persoonlijk geloof
Efeziërs 2 leert ons dus wat de kerk is, en van Wie de kerk is. Men zou het kunnen samenvatten met woorden uit de Heidelbergse Catechismus: “Dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven”[3].
Die laatste zin is opmerkelijk. In de Catechismus gaat het over de gemeente, over de mensen die bij elkaar gezet zijn. Maar de laatste zestien woorden uit dat citaat bepalen ons nadrukkelijk bij ons persoonlijk geloof.
Het is belangrijk om dat helder voor ogen te hebben. Wij zeggen vaak tegen elkaar: wij moeten in de kerk met elkaar meeleven. En dat is waar. Maar dat meeleven tonen we niet simpelweg omdat wij – modern gezegd – lid zijn van een sociaal netwerk dat ‘kerk’ heet. Wij zijn eerst en vooral actief in de kerk om ons persoonlijke geloof te stimuleren. Dat stimuleren we door elkaar mee te nemen. Dat stimuleren we door met elkaar te praten. Dat stimuleren we door van elkaar te leren. Maar alles begint bij ons persóónlijke geloof.

De kerk is het middelpunt van de strijd
Lid zijn van de kerk is niet altijd makkelijk. Er is vaak herrie en geharrewar. In de kerk is nogal eens onmin. Ruzie. Strijd zelfs.
Bij dat alles mogen wij echter nooit vergeten dat er voor de kerk gestreden wordt.
De apostel Paulus heeft in Efeziërs 1 al geschreven: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente”[4].
Die formulering brengt ons bij Psalm 110:
“De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
tot een voetbank voor Uw voeten”[5].
En:
“De Heere is aan Uw rechterhand,
Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij spreekt recht onder de heidenvolken,
vult het slagveld met dode lichamen
en verplettert hem die het hoofd is over een groot land”[6].
Die Koning regeert de kerk. Die rechter brengt het recht in de kerk. Zo kan het gebeuren dat de kerk eeuwig blijft bestaan.
En de kerk is niet alleen maar een goedbedoeld gezelschap in Bedum, in de Nederlandse provincie Groningen. Of een groep in Amsterdam. Of mensen die, bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten bijeen komen. Welnee. De kerk van over de hele wereld wordt klaar gemaakt om de Koning van alle tijden voor eeuwig te laten gloriëren.
Voordat het zover is moet er nog een hoop gebeuren. Er is daarom veel in beweging. Er wordt immers voor de kerk gestreden? Nou dan! Geen wonder dat de kerk niet altijd niet altijd vredig en volledig in evenwicht is. Geen wonder dat we ons soms afvragen: welke kant gaat het op met de kerk? Er wordt aan de kerk getrokken – vaak en hard.
Hoe dat zij – dankzij de Here Jezus Christus, onze Heiland, staat de kerk op winst.
Wij moeten ons zeker niet van de wijs laten brengen!

De kerk is niettemin bolwerk van vrede
In de kerk moet één woord centraal staan.
Vrede.
Dat kan – dankzij de Heiland!
Wie de vrede in de kerk goed wil belichten moet niet in Efeziërs 2 blijven steken. Wie wil weten hoe de vrede van Christus eruit ziet moet lezen in Efeziërs 2, in Efeziërs 4 en in Efeziërs 6. Dat zal hieronder blijken.
Paulus schrijft: “Want Hij is onze ​vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo ​vrede​ zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het ​kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij door het ​Evangelie​ ​vrede​ verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren”[7].
De wet van Mozes stond indertijd tussen Joden en niet-Joden in. Maar die muur is afgebroken. Jezus Christus is gestorven om voor de zonden te betalen. Nu gaat het niet meer om Mozaïsche wetten en bepalingen. Alles draait nu om het geloof in Jezus Christus, de Redder van de wereld.
Laten wij het kortweg zo zeggen. Er waren twee soorten volken: 1. zonder Gods wet; 2. met Gods wet. Door Christus’ lijden en sterven zijn die twee soorten volken één natie geworden. Alle vijandschap is verdwenen. Er is één volk ontstaan dat ten diepste één grote taak in de wereld heeft: God eren.
Daarom moeten wij ons – om met Efeziërs 4 te spreken – “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de ​vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is”[8].
Zo kunnen we vooruit in de wereld. Paulus schrijft in Efeziërs 6 dat onze manier van werken in de wereld voortdurend aan vrede moet doen denken. Hoe moeten wij in de wereld staan? Antwoord: “de voeten geschoeid met bereidheid van het ​Evangelie​ van de ​vrede”[9].
Geen wonder eigenlijk dat Paulus zijn brief aan de Efeziërs zo eindigt: “Vrede​ zij de broeders, en ​liefde​ met geloof, van God de Vader en van de Heere Jezus ​Christus. De ​genade​ zij met allen die onze Heere Jezus ​Christus​ in onvergankelijkheid ​liefhebben. ​Amen”[10].
Laten wij maar zorgen dat het in de kerk vredig blijft. Niet omdat het dan zo gezellig is. Maar omdat de Heiland in de kerk centraal staat!

De kerk is de tempel van God
In het Oude Testament was de kerk beperkt tot de Joden. Maar in de Nieuwtestamentische tijd staan de zaken anders. De Efeziërs zijn, zo maakt Paulus duidelijk “ondanks hun heidense achtergrond, dankzij het werk van Christus geen ‘tweederangs’-volksgenoten, maar horen er helemaal bij, samen met hun medegelovigen met een Joodse achtergrond”[11].
Ook de kerkleden van 2020 zijn eersterangs-burgers van Gods koninkrijk.
Met Gods kinderen van alle tijden vormen zij de tempel van God. Dat is veelbetekenend. Uiteindelijk blijkt dat zelfs allesbetekenend. Zie Openbaring 21: “Ik zag geen ​tempel​ in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar ​tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp”[12].
Wie Efeziërs 2 goed leest, krijgt ook zicht op het nieuwe Jeruzalem!

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdagavond 6 februari 2020, een avond wijdt aan Efeziërs 2. Van de genoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/E/Efeziërs_(brief_van_Paulus) ; geraadpleegd op dinsdag 4 februari 2020.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 54.
[4] Efeziërs 1:22.
[5] Psalm 110:1.
[6] Psalm 110:5 en 6.
[7] Efeziërs 2:14-17.
[8] Efeziërs 4:3-6.
[9] Efeziërs 6:15.
[10] Efeziërs 6:23 en 24.
[11] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 2:19.
[12] Openbaring 21:22 en 23.

15 januari 2020

Vertrouw maar op God!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Efeziërs 1 is een volgeladen hoofdstuk[1].
Na de groet begint het meteen: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke ​zegen​ in de hemelse gewesten in ​Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren​ heeft, opdat wij ​heilig​ en smetteloos voor Hem zouden zijn in de ​liefde”[2].
Dat is wat je noemt een afgeladen zin![3]

De apostel Paulus geeft alle eer aan God. Hij zegent Zijn volk vanuit de hemel. Hij gaf ons Zijn Heilige Geest omdat wij bij de Heiland horen. Al vóórdat de wereld bestond koos Hij Zijn kinderen uit. Genadig en zorgvuldig. En in Hem zijn wij volmaakt.

Het is belangrijk om dat laatste vast te stellen. Van onszelf zijn we niet volmaakt. Goed beschouwd is ons doen en laten soms niet meer dan wat gefröbel. En ja, dat geldt ook voor onze kerkelijke activiteiten.

Ergens werd geschreven: “Efeze 1:3-14 is op te delen in drie delen:
1 het werk van God de Vader – vers 3-6
2 het werk van Christus – vers 7-12, en
3 het werk van de Heilige Geest – vers 13-14.
Martyn Lloyd-Jones vatte het zo samen: ‘de Vader plande, de Zoon voerde het uit, en de Heilige Geest paste het toe’”[4][5].

Over de uitverkiezing zeggen de Dordtse Leerregels onder meer: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken. Deze uitverkiezing is dus de bron van al het goede, dat tot behoud leidt. Daaruit komen als vruchten het geloof, de heiligheid en de andere heilsgaven en tenslotte het eeuwige leven voort. De apostel getuigt immers: Hij heeft ons uitverkoren, (niet: omdat wij waren, maar:) opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht”[6].
En:
“Van hun eeuwige en onveranderlijke uitverkiezing tot behoud worden de uitverkorenen, ieder op zijn tijd, verzekerd, zij het niet bij iedereen even sterk en in gelijke mate. Die zekerheid ontvangen de uitverkorenen niet, wanneer zij de verborgenheden en diepten van God nieuwsgierig doorzoeken. Maar zij ontvangen haar, wanneer zij met een geestelijke blijdschap en heilige vreugde de onmiskenbare vruchten van de uitverkiezing, die Gods Woord aanwijst, bij zichzelf opmerken, zoals bijvoorbeeld het ware geloof in Christus, kinderlijk ontzag voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid.
Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben. Er is dan ook geen sprake van, dat zij door deze leer van de uitverkiezing en de overdenking ervan zouden verslappen in het onderhouden van Gods geboden, of in zondige zorgeloosheid zouden gaan leven. Dit gebeurt doorgaans naar Gods rechtvaardig oordeel met hen die op de wegen van de uitverkorenen niet willen gaan, terwijl zij zich lichtvaardig laten voorstaan op de genade van de uitverkiezing, of hun tijd verdoen met lichtzinnige praat daarover”[7].

Gods kinderen belijden dat in een wereld die bol staat van de moeilijke zaken.

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran bijvoorbeeld. Met argusogen volgt de wereld wat er tussen die beide landen gebeurt. De zaken staan op scherp[8]!

Echter – ook dichterbij zijn er veel moeilijke kwesties. Het vertrouwen in de overheid wordt bij tijd en wijle ernstig geschaad.
Neem nu de MKZ-kwestie.
Een commentator van het Nederlands Dagblad schrijft: “De hoogste rechter heeft gesproken. De preventieve ruiming in 2002 van 60.000 dieren, in en om Kootwijkerbroek, was rechtmatig. Bijna twintig jaar na die fel omstreden ruiming, vanwege een uitbraak van het besmettelijke mond-en-klauwzeer (MKZ), stelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de overheid in het gelijk”.
En:
“In deze beladen MKZ-zaak zijn de emoties zo hoog opgelopen en zijn de wonden zo diep dat het te simpel is te stellen dat het nu over en uit is. Lau Jansen zei dat juridisch gezien er een streep door de zaak is gezet, maar dat ‘het rechtsgevoel in Kootwijkerbroek ernstig is aangetast’”[9].
En laten we maar eerlijk zijn: ons aller vertrouwen in overheden krijgt met zekere regelmaat een flinke knauw.
Het is in zo’n wereld niet verwonderlijk als wij ons af gaan vragen: wie is er heden ten dage nog te vertrouwen?

Het antwoord van Gereformeerde mensen is eenvoudig: wij kunnen op God aan!
De apostel Paulus schrijft over “de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende”[10].

Laten wij bij dit alles vooral niet vergeten dat Jezus Christus, onze Heiland, het hoofd is van alles en iedereen – in heel de wereld. En ja, Hij resideert in de kerk: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[11].
De kerk is een beschermde, een afgeschermde plaats.
Daar zijn we samen. We steunen elkaar daar. En we stimuleren elkaar daar. In de erediensten. En in allerlei activiteiten van verenigingen en commissies.
Laten wij dat maar blijven doen. Tot eer van God. En tot versterking van elkaar.

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen afgelopen donderdag, 9 januari 2020, een avond wijdde aan Efeziërs 1. Van die vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[2] Efeziërs 1:3 en 4.
[3] Op dinsdag 9 juli 2019 publiceerde ik op deze plaats over deze verzen het artikel ‘Gezegend vanwege de uitverkiezing’. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/09/gezegend-vanwege-de-uitverkiezing/ .
[4] Geciteerd van https://calvarychapel.nl/sermons/is-identiteit-op-gebaseerd-efeziers-11-14/?player=video ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[5] David Martyn Lloyd-Jones (1899-1981) was een Britse protestantse predikant. Hij had grote invloed binnen de reformatorische vleugel van de evangelische beweging in Engeland. Hij was bijna dertig jaar lang predikant in Westminster Chapel in Londen. Lloyd-Jones was een fel tegenstander van de liberale theologie die opgang vond in veel kerken. Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Martyn_Lloyd-Jones ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikelen 12 en 13.
[8] Zie hierover onder meer https://nos.nl/artikel/2317726-iran-bestookt-amerikaanse-luchtmachtbases-in-irak-aantal-slachtoffers-onduidelijk.html ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[9] Geciteerd uit: ’60.000 geruimde dieren’, commentaar van Piet H. de Jong. In: Nederlands Dagblad, woensdag 8 januari 2020, p. 3.
[10] Efeziërs 1:19, 20 en 21.
[11] Efeziërs 1:22 en 23.

30 december 2019

De nauwkeurigheid van Efeziërs 5

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Zolang je in de kerk ruimte krijgt, blijf je”.
Aldus een grote kop in het Nederlands Dagblad van maandag 23 december 2019. Daaronder staat een vraaggesprek met de historicus Harm Veldman. De in de gereformeerde wereld bekende geschiedkundige schreef het boek ‘De Vrijmaking van 1944. Hoe de start in Den Haag doorwerkte in Noord-Nederland’[1].
In het artikel zegt Veldman: “Ik zou mezelf nu omschrijven als een verontruste vrijgemaakte. Maar ik stap er toch niet uit, juist met de geschiedenis van de Vrijmaking in gedachten. Beter is het op je post te blijven, en je stem te laten horen. Mijn motto is: als je gedwongen wordt, moet je wel. Maar zolang men je ruimte laat, blijf je. Daarin sluit ik me aan bij Schilder en mijn andere favoriet, Hendrik de Cock”.
En:
“Zolang er geen vrijzinnigheid is, moet er een zekere elastische ruimte zijn om niet allemaal hetzelfde te laten denken. Door Gods Geest heeft de kerk ook zoiets als een zelfherstellend vermogen: samen kerk zijn, met alle zwakheden. Maar ik wil met dit kerkgeschiedenisboek tegelijk een signaal afgeven: mensen, vergeet het niet, dáár ging het toen om voluit kerk-zijn binnen de elastische bandbreedte van de confessie’”[2].

Dit alles geeft te denken.
Zijn al die mensen die de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in de afgelopen jaren hebben verlaten te kortaangebonden geweest? Waren zij te kort voor de kop? Te kortzichtig?
Nee.
Waarom niet?
Omdat de satan, de tegenstander van God, in onze tijd een andere verleiding aanbiedt als eerder in de geschiedenis. Het gaat in onze tijd niet om binding, maar om vrijheid. Iedereen krijgt de ruimte. Die ruimte is zo groot dat men in alle rust en met het grootste gemak bij Gods Woord kan wegdwalen. Vrijheid blijheid nietwaar?

In verband met het bovenstaande kunnen wij elkaar wijzen op Efeziërs 5. Meer precies op deze woorden: “Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en ​Christus​ zal over u lichten. Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is”[3].
Paulus zegt tegen de christenen in Efeze: val niet terug in allerlei gewoontes en filosofietjes, maar wandel nauwkeurig als kinderen van het licht. Akribos staat er. Dat betekent: precies, zorgvuldig, op nauwgezette wijze, met aandacht voor of inachtneming van details.
Dat woord geldt ook aan het eind van 2019. En dus zwabberen wij niet zomaar overal heen. Nee, wij blijven zo dicht mogelijk bij het Woord van God. Dat is toch logisch?

Wij leven in het laatste deel van de wereldgeschiedenis. In deze tijd zet de satan alle middelen in die hij ter beschikking heeft. En hij pakt natuurlijk de mensen aan waar hij steeds minder grip op heeft.
Denkt u maar aan Colossenzen 1: “Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn ​liefde”[4].
En aan 1 Petrus 5: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden”[5].
Doe het goede, zegt Paulus. Leef als wijze mensen[6]!

Veldman stelt: ‘zolang je in de kerk ruimte krijgt, blijf je’.
Daartegenover stelt schrijver dezes: dan blijf je dus ook als de kerk ver van Gods Woord afdwaalt; en alle kerkleden bivakkeren daar dan ook.
Laten wij er niet omheen draaien: dat valt maar moeilijk te rijmen met Efeziërs 5.

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: H. Veldman, “De Vrijmaking van 1944. Hoe de start in Den Haag doorwerkte in Noord-Nederland”. Bedum: Uitgeverij Profiel, 2019. – 240 p.
[2] “Zolang je in de kerk ruimte krijgt, blijf je”. In: Nederlands Dagblad, maandag 23 december 2019, p. 14 en 15.
[3] Efeziërs 5:14, 15 en 16.
[4] Colossenzen 1:13.
[5] 1 Petrus 5:8.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 5:14-16.

3 oktober 2019

Zwaar bewapend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

“Als predikant ben je nooit klaar. En je kunt jezelf afvragen wat het rendement van je werk is. Ik weet wel, dat moet je aan God overlaten, maar ik heb behoefte aan concreetheid”.
Aldus dominee D.J. van Diggele.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant wordt per 1 januari 2020 ontheven uit zijn ambt, maar houdt wel preekbevoegdheid.

Waar is het mis gegaan?
In het Nederlands Dagblad zegt hij: “Als eerste heeft dat te maken met de breedte van het predikantschap. Ik denk dat ik het vol had gehouden als de beweging van mensen inzetten naar hun gaven er eerder was geweest. Verder heeft het te maken met de verandering van de tijdgeest. De kerkganger wil in de kerk op maat bediend worden. Als predikant sta je voor mensen met verschillende behoeftes. Ondertussen vinden mensen preken ingewikkeld, vinden ze dat er niet genoeg aandacht is voor de jeugd. Maar predikanten zijn er voor de kern. Wij mogen mensen voor Christus plaatsen. Alles wat daarbij komt, leidt af van waar het om gaat”.

Momenteel is de dominee vrachtwagenchauffeur. Maar over het predikantschap zegt hij: “Het is het mooiste beroep dat er bestaat, zelfs mooier dan vrachtwagenchauffeur. Een combinatie is het allermooist”[1].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?
Moeten wij een heel verhaal gaan houden over de afgang in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt)? Ach, laten wij dat op deze plaats maar niet doen.
Zeker is wel dat dominee van Diggele door een diep dal is gegaan. Gelukkig gaat het nu goed met hem.
En dat laatste noteert schrijver dezes niet alleen omdat hij dominee Van Diggele van vroeger kent en heel goede herinneringen aan hem heeft.

Dominee Van Diggele zegt zelf: “Wij mogen mensen voor Christus plaatsen. Alles wat daarbij komt, leidt af van waar het om gaat”.
Zo worden alle kinderen van God bij Zijn Woord teruggebracht.

Alleen daarom al brengt het verhaal van de rijdende predikant ons bij Efeziërs 6: “Neem daarom de hele ​wapenrusting​ van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van ​het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. Houd dan stand…”[2].
Dat schrijft Paulus aan de gemeente van Efeze. De Heilige Geest zorgde ervoor dat het schrijven van de apostel ook werd gericht aan Gods kinderen van 2019.

Paulus heeft het oog op de hele wapenrusting. Wat ziet hij? Hij ontwaart onder meer waarheid, gerechtigheid en rechtvaardigheid, het Evangelie van de vrede, geloof, het zicht op de zaligheid, het Woord van God, ons gebed en ons doorzettingsvermogen[3].
Dat is niet gering.
Gods kinderen moeten die wapenrusting dagelijks dragen. Dat betekent dat er elke dag gestreden moet worden. Want een soldaat in volle bepakking ligt in de regel niet op het strand onder een palmboom.
Bovendien is het uiteraard niet de bedoeling dat kinderen van God een deel van de wapenrusting uitdoen. Het geloof even aan de kant? Geen goed idee. De vrede even negeren? Dat past christenen niet. Een poosje geen zicht op de hemelse toekomst? Dat is ondenkbaar.
Dat betekent dan wel dat christenen in de wereld soms wat houterig lijken. Immers – lopen met zware bepakking is geen sinecure. Daarom zijn christenen soms een beetje harkerig. Een tikje stijfjes, misschien. Geen wonder – die bepakking is lastig. Die bepakking is evenwel noodzakelijk!

Kinderen van God blijven overeind. Zij blijven krachtig als zij heel de wapenrusting blijven benutten.
Hoe weten zij dat zo zeker? Omdat zij schuilen bij Hem “Die Zichzelf gegeven heeft voor onze ​zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader”[4].
En zie – daar is nog een reden voor de houterigheid van Gods kinderen. Zij moeten strijd leveren – jazeker. Maar bovendien heeft de God van hemel en aarde hen met Zijn almachtige kracht uit de wereld weggetrokken. Zij zijn apart gezet – of zij dat nu wilden of niet. Het leven buiten de kerk ziet er soms aantrekkelijk uit. Maar nee, daar hebben Gods kinderen geen vaste plaats. Want Vader heeft hen bij Zich geroepen. Of zij nu tegenspartelden, of niet. Nee, daar wordt het leven vaak niet makkelijker van. Maar het is wel de werkelijkheid!

Kind van God zijn: dat is in deze wereld niet eenvoudig. Niet voor niets wordt in Mattheüs 24 gezegd: “Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden”[5].
Het betreft een strijd op leven en dood. Het ligt voor de hand dat men daar wel eens doodmoe van is!

De volledige wapenrusting moet op orde wezen.
Dan is de overwinning zeker!

Met het bovenstaande wil niet gezegd zijn dat dominee Van Diggele meer uithoudingsvermogen had moeten tonen. Daar is het in dit artikel niet om te doen. Daar blijft schrijver dezes af.
Maar het verhaal van de vrachtrijdende predikant is wel een attentiesein. Een signaal voor al Gods kinderen: de strijd is zwaar; het is geen kwestie van ‘sit down and relax’.

Tenslotte –
laten wij gezamenlijk maar 1 Petrus 5 in herinnering roepen: “Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”[6].

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Dominee gaat verder als vrachtwagenchauffeur”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 september 2019, p. 6.
[2] Efeziërs 6:13 en 14 a.
[3] Zie Efeziërs 6:14-18.
[4] Galaten 1:4.
[5] Mattheüs 24:21 en 22.
[6] 1 Petrus 5:7, 8 en 9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.