gereformeerd leven in nederland

24 augustus 2016

Dapper dienen

De geschiedenis van de drijvende bijl heb ik – eerlijk gezegd – altijd een tamelijk zonderling wonder gevonden[1].
Elisa woont, samen met een aantal andere profeten, in één huis. Maar de broeders zijn eigenlijk te klein behuisd. Om een aanbouw te kunnen realiseren willen zij hout gaan hakken. Dat hout is afkomstig van bomen bij de Jordaan. Op verzoek van de profeten gaat Elisa mee.
Juist als er druk gewerkt wordt verdwijnt een geleende bijl in de Jordaan. Dat wordt aan Elisa gemeld. Op de plaats waar de bijl in het water is gevallen gooit Elisa een stuk hout in de rivier. Prompt komt de bijl weer bovendrijven. Gelukkig maar!
Wat kunnen wij van dit mirakel leren?
Hoe moeten wij tegen dit wonder aan kijken?

Vandaag wil ik mijn gedachtegang als volgt samenvatten:
* De God van het verbond toont Zijn macht
* De God van het verbond redt de kerk
* De God van het verbond let op de kleintjes

In de eerste plaats dit: onze God is almachtig.
Hij stuurt niet alleen de kerk aan. En ook niet slechts het instrumentarium waarmee voor de bescherming van de kerk gezorgd wordt.
De Here heeft, om het zo maar uit te drukken, ook het buitenland in de hand.
In 2 Koningen 5 lezen we over de Syriër Naäman. Uiteindelijk doet Naäman gewoon wat Hem, via de profeet Elisa, door de Here bevolen wordt. God is ook buiten de grenzen van Israël actief[2]!
In 2 Koningen 6 gaat het over de manier waar de Here Zijn volk voor Aram afschermt. Letterlijk: door blindheid van de Arameeërs[3].

Jarenlang al wordt er op het kerkplein van gedachten gewisseld over de werfkracht van de kerk. Men praat over missionair werk. En over uitstraling.
Nee, dat is helemaal niet verkeerd. Integendeel.
Als wij ons daarbij maar wel realiseren dat de uitstraling van de kerk in feite door de God van het verbond wordt verzorgd.
In verband met de historie rond Naäman schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. van Rongen (1918-2006) eens: “Israël moest niet importeren, maar exporteren. Het moest niet ontvangen maar juist omgeven. Niet zich laten beïnvloeden van buitenaf maar zijn eigen invloed naar buiten laten gelden. Zij hadden zoveel te bieden!”[4].
Waarvan akte.

In de tweede plaats gaat het hier over profetenzonen.
Er zijn er zoveel dat het huis waar zij in wonen te klein wordt.
En dat terwijl Izebel haar uiterste best heeft gedaan om alle profeten van de Here uit te roeien.
Totale uitroeiing is echter door Gods macht voorkomen.
Leest u maar mee in 1 Koningen 18:
“Obadja was iemand, die de Here zeer vreesde. Toen Izebel de profeten des Heren uitroeide, had Obadja honderd profeten genomen en hen, vijftig bij vijftig, in een spelonk verborgen en met brood en water verzorgd”[5].
En:
“Is het mijn heer niet meegedeeld, wat ik gedaan heb, toen Izebel de profeten des Heren doodde? Toen heb ik van de profeten des Heren honderd man verborgen, vijftig bij vijftig in een spelonk, en ik heb hen met brood en water verzorgd”[6].

Obadja is niet de eerste de beste. Hij is de directeur van de koninklijke hofhouding. Vandaag de dag draagt zo iemand meestal de titel ‘grootmeester’[7].
Welnu, deze grootmeester is een instrument in de handen van God. Obadja heeft, om zo te zeggen, de opdracht om het werk in de kerk voort te laten gaan.
Wellicht zijn wij geneigd om, vervuld van somberheid, op te merken dat zulke mensen er amper meer zijn. Mensen die de kerk dapper dienen – als we hen zoeken, mogen wij wel een lantaarntje meenemen.
Maar in 1 Koningen 18 wordt duidelijk dat er maar één of twee mensen nodig zijn om de kerk verder te helpen. Zo groot is Gods macht!

In de derde plaats dit: laat niemand denken dat de Here God alleen maar groot denkt[8].
Hij heeft ook aandacht voor een bijl, die geleend is.
En voor de moeilijkheden die het zinken van die bijl voor de lener meebrengt. Het lijkt er op dat die lener ook geen geld heeft om een nieuwe bijl te kopen.

De Here heeft zeker aandacht voor de enkeling.
Ja, ook voor kleine Gereformeerde kerken in Nederland, zoals DGK: De Gereformeerde Kerken in Nederland. Kerken waar groot denkende Nederlanders – om het maar modern te zeggen – helemaal niets mee hebben. Kerken die zelfstandig werkende Nederlanders een beetje vergeten.
Die paar verzen uit 2 Koningen 6 maken ons duidelijk dat dapper dienen in de kerk zeer de moeite waard is!
Om weer met dominee Van Rongen te spreken: “Dit verhaal laat zien: De Here staat achter de zijnen. Hun zaak is zijn zaak! Deze geschiedenis is een nieuw bewijs: Gaat die ‘rest’ behouden en bouwt ze uit tot een nieuw Israël”[9].

De kerk wordt beschermd.
Ook in Nederland.
Soms lijkt dat niet zo.
Maar 2 Koningen 6 bewijst ons dat het wel zo is.

Noten:
[1] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik een notitie die ik op zaterdag 9 mei 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 566 en is getiteld ‘Elisa en Nederlandse linksigheid’.
[2] Over hem schreef ik op deze plaats onder meer in het artikel ‘Het voorbeeld van Naäman’; hier gepubliceerd op vrijdag 23 januari 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/01/23/het-voorbeeld-van-naaman/ .
[3] Zie hierover mijn artikel ‘Gods wil en 2 Koningen 6’; hier gepubliceerd op maandag 1 december 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/12/01/gods-wil-en-2-koningen-6/ .
[4] G. van Rongen, “Elisa, de profeet”. – Groningen: De Vuurbaak, z.j. – 195 p. – Citaat van p. 128.
[5] 1 Koningen 18:3 b en 4.
[6] 1 Koningen 18:13.
[7] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootmeester_(hofhouding) ; geraadpleegd op zaterdag 6 augustus 2016.
[8] In de alinea hieronder maak ik onder meer gebruik van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf ; pagina 84 en volgende. Geraadpleegd op zaterdag 6 augustus 2016.
[9] Van Rongen, a.w., p. 128.

11 mei 2015

Hemelvaartsdag in zicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gisteren, zondag 10 mei, is de week begonnen waarin dit jaar de Hemelvaartsdag valt. Aanstaande donderdag, 14 mei, hopen wij de troonsbestijging van onze Heiland te vieren.
Vandaag vraag ik uw aandacht voor een Oudtestamentische hemelvaart. Die van Elia, namelijk.

Elia’s hemelvaart staat beschreven in 2 Koningen 2. Dat is een hoofdstuk waarin meer wonderen gebeuren.
Elia en Elisa kunnen de Jordaan oversteken op een plaats waar deze, door toedoen van de Here, droog komt te staan[1].
Dan is er Elia’s hemelvaart.
En vervolgens kan Elisa de Jordaan weer oversteken op een door God droog gemaakte plaats[2].
Een wonderlijk hoofdstuk!

Nog miraculeuzer is dat het feit dat de Here Elia’s hemelvaart op Zijn agenda heeft gezet, algemeen bekend is. Want wij lezen: “Toen kwamen de profeten van Bethel naar Elisa en vroegen hem: Weet gij, dat de Here heden uw heer boven uw hoofd zal wegnemen? En hij antwoordde: Ook ik weet het, zwijgt stil”[3].

Elisa weigert zijn leermeester alleen te laten. Hij wil getuige zijn van alles wat Elia in zijn laatste uren op aarde meemaakt.

Elisa is de erfgenaam van Elia. Wij lezen: “En zodra zij overgestoken waren, zeide Elia tot Elisa: Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen? En Elisa zeide: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn. En Elia zeide: Gij hebt een moeilijke zaak gewenst. Indien gij mij zult zien, terwijl ik van u word weggenomen, dan zal het u aldus geschieden. Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.

En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel. En Elisa zag het…”[4].
En Elisa zag het: dat is een troostvolle vermelding. Want nu wordt het duidelijk dat het werk van God doorgaat.
Dat is iets waar we, denk ik, ook vandaag rekening mee moeten houden. Gereformeerden zijn er weinigen meer. Menselijk gesproken zouden wij zeggen: meer dan een paar clubjes zijn het niet. Of ook: in Gereformeerd Nederland is niet al te veel meer te beleven; het is een ingezakte boel. Laten we maar vaststellen dat dat gezichtsbedrog is. Want de kerk is werk van de Here. Zijn werk gaat door.
Soms denken wij wellicht: als het aardse leven van onze voorgangers door God wordt beëindigd, is het afgelopen met de kerk. Maar niets is minder waar. De Here zorgt voor Zijn kinderen. Hij blijft volop actief!

Elia is een uiterst belangrijke profeet geweest. Hij wordt vaak in de Bijbel genoemd.
In heel zijn werk was hij een type, een voorbeeld van, een richtingwijzer naar de wijze waarop Johannes over Jezus predikte; hij liet ook zien hoe Jezus Christus voor Zijn kinderen zorgt.
Zie daarvoor bijvoorbeeld Maleachi 4[5].
En Mattheüs 11, waar Jezus zegt: “Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Want al de profeten en de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe; en indien gij het wilt aanvaarden: Hij is Elia, die komen zou. Wie oren heeft, die hore!”[6].
En Romeinen 11, waar Paulus schrijft: “Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in (de geschiedenis van) Elia, als hij Israël bij God aanklaagt: Here, uw profeten hebben zij gedood, uw altaren hebben zij omvergehaald; ik ben alleen overgebleven en mij staan zij naar het leven. Maar wat zegt de godsspraak tot hem? Ik heb Mij zevenduizend man doen overblijven, die hun knie voor Baäl niet hebben gebogen”[7].
Jacobus schrijft in hoofdstuk 5 van zijn brief: “Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt. Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten”[8].
Een bekende Gereformeerd-vrijgemaakte predikant sprak daarom eens van de Elia-redivivus: de teruggekeerde Elia[9].
Elia heeft ons getoond hoe onze Here Jezus Christus werkt.
En uiteindelijk mocht Elia ook laten zien waar Christus, na de voltooiing van zijn taak op aarde, weer zou gaan wonen en werken.
Als u het mij vraagt is 2 Koningen 2 een bijzonder hoofdstuk van Gods Woord!

Waar is de Here? Dat vraagt Elisa als hij, na de hemelvaart van Elia, naar de Jordaan terugkeert[10].
Elisa slaat op het water. Maar dat niet alleen. Hij roept God aan: waar is de Here? Elisa weet het: als de Here niet aanwezig is, dan kan ik mijn roeping niet volbrengen.
Waar is de Here?
Die vraag mogen wij, anno Domini 2015, ook nog steeds stellen. Jezus zegt in Lucas 11: “Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt en wie zoekt, vindt en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Is er soms een vader onder u, die, als zijn zoon hem om een vis vraagt, hem voor een vis een slang zal geven? Of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen zal geven? Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?”[11].
De hemelse God wil Zijn Geest aan Zijn kinderen geven.
Als er één ding in 2 Koningen 2 duidelijk wordt, is het dat wel. Laten wij dat maar met vreugde vaststellen. De vraag kan zo maar in ons opkomen: zien wij het wel goed? Of ook: doen wij het wel goed? Of misschien: zijn wij te weinig flexibel en te stijf voor deze snelle wereld, waarin ‘aanpassingsvermogen’ zo ongeveer het trefwoord van de eeuw lijkt te zijn? Het antwoord ligt voor de hand. Wie de Here vraagt om Zijn Geest in het leven present te doen zijn, zal nooit teleurgesteld worden. De Here geeft gul, zonder terughoudendheid!

In 2 Koningen 2 is het al een beetje Hemelvaartsdag. En Pinksteren is ook in zicht.
En daarom dacht ik er goed aan te doen iets over dat hoofdstuk te schrijven.
Dan kunt u zich alvast op die feestdagen verheugen.

Noten:
[1]
2 Koningen 2:8: “Daarop nam Elia zijn mantel, wond hem samen en sloeg op het water; en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat zij beiden door het droge overstaken”.
[2] 2 Koningen 2:14: “En hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, sloeg op het water, en riep: Waar is de Here, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg op het water en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat Elisa kon oversteken”.
[3] 2 Koningen 2:3.
[4] 2 Koningen 2:9-12 a.
[5] Zie daarover ook mijn artikel ‘Elia komt er aan’, hier gepubliceerd op woensdag 15 april 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/04/15/elia-komt-er-aan/ .
[6] Mattheüs 11:12-15.
[7] Romeinen 11:1-4.
[8] Jacobus 5:16 b, 17 en 18.
[9] Dat was dominee G. van Rongen (1918-2006) in zijn boek “Elisa, de profeet”. – Groningen: De Vuurbaak, z.j. – 195 p. – Zie met name pagina 8.
[10] Zie hierover ook: Ds. J. van Walsem, “Elisa’s vraag”. In: PuntKomma – katern bij het Reformatorisch Dagblad – (vrijdag 23 augustus 2013), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[11] Lucas 11:9-13.

1 december 2014

Gods wil en 2 Koningen 6

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In een Gereformeerde kerkbode las ik eens een meditatie[1]. Die overdenking ging over 2 Koningen 6.
En de laatste regel van die meditatie luidde: ‘Geloven = realiseren’. Het was duidelijk wat de schrijver bedoelde: als u gelooft, kunt u alles.
Een denkfout, dacht ik. Of een drukfout, misschien. Maar het stond er echt.

Dat zinnetje ‘Geloven = realiseren’ laat, denk ik, nogal veel open. Het is te onbeschermd. Het laat de weg open naar de gedachte: als je maar flink je best doet met geloven, dan maak je een heleboel klaar.
Maar dat is in 2 Koningen 6 niet de bedoeling.

In 2 Koningen 6 gaat het vanaf vers 8 over oorlog. De koning van Aram voert oorlog tegen Israël. De profeet van God, Elisa, souffleert de koning van Israël over de Aramese strategie.
En dat valt natuurlijk op.
Het duurt niet lang of de Arameeërs vragen zich af wie toch die staatsgeheimen doorgeeft. Wie verraadt de krijgsplannen toch voortdurend?
Maar er is een heldere geest die het door heeft: het is Elisa die de boel voortdurend in het honderd stuurt. Het oordeel van de Aramese koning is hard maar duidelijk: neem die man gevangen!
De volgende morgen maakt men dat voornemen concreet.
En dan blijkt dat Elisa en zijn knecht worden beschermd door een voor de Arameeërs onzichtbaar hemels leger. Het leger van de Verbondsgod is uitgerukt, en hoe!
Het Aramese leger wordt met blindheid geslagen. Dat wil hier zeggen: de militairen zien nog wel wat, maar ze onderkennen en herkennen niets. En Elisa troont de soldaten mee naar Samaria.
Daar opent de Here de ogen van die Aramese manschappen.
De koning van Israël ziet de bui al hangen. Hij start een overleg met Elisa. En de vraag is: zal ik ze nu dan maar neerslaan, die militairen? Maar daar komt niets van in.
De soldaten krijgen een maaltijd aangeboden.
En daarna gaan ze gewoon weer terug naar Aram. En daar blijven ze ook: ze komen niet meer terug.

De meditatieschrijver in de kerkbode schreef dat Gods legers ook nu nog op aarde zijn. We zien ze niet, maar ze zijn er wel. “Wij zien die legers meestal niet. Dat hoeft ook niet. Als we maar geloven dat ze er zijn”.
“Wees niet bang als je nog nooit iets bijzonders van God te zien hebt gekregen. Als je maar gelooft, dat Gods hemelse werkelijkheid in en rondom je is. Geloven = realiseren”[2].

Dat die hemelse legermachten ook nú volop actief zijn, dat geloof ik stellig. Dat ben ik helemaal met die meditatieschrijver eens.
Maar daarmee is, naar het mij voorkomt, niet alles gezegd.

Elisa is in zijn tijd echt de man Gods. Hij is Gods boodschapper. Hij geeft door wat God tegen hem zegt. Dat is één.
En het tweede is: hij laat Gods kracht zien. Elisa realiseert in 2 Koningen 6 zelf niets. Hij laat op eigen kracht niets zien. Zo lijkt het wel, maar zo is het niet. Want hij handelt in opdracht. En vooral: hij handelt naar Gods wil.

Is geloven ook realiseren? Soms wel. Niet voor niets staat er in Psalm 18:
“Gij toch doet mijn lamp schijnen,
de HERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.
Met U immers loop ik op een legerbende in
en met mijn God spring ik over een muur”[3].
Maar dat hoogstandje vindt dan plaats met God.
En in 2 Koningen 6 wordt het toch heel duidelijk dat de Here in actie is.
Elisa bidt:
– “HERE, open toch zijn ogen, opdat hij zie”;
– “HERE, open hun de ogen, opdat zij zien”.
Het is de Here die blindheid gegeven heeft. En Hij is het ook die zicht op de legers biedt:
– “En de HERE opende de ogen van de knecht”;
– “En de HERE opende hun ogen, en zij zagen…”[4].

De Here is het die het draaiboek geeft. Zijn wil moet geschieden. Hij voert Zijn plan uit. “Als je maar gelooft, dat Gods hemelse werkelijkheid in en rondom je is”, formuleerde die dominee. Dat moge waar wezen. Maar zelfs mensen dat niet geloven, dan nog is de God van hemel en aarde volop actief.

Ruim tien jaar geleden preekte een protestantse studentenpastor over ditzelfde Schriftgedeelte. Kijk eens aan, zo zei hij, dit is een ‘tijdloos en anoniem verhaal’. De koningen en hun knechten worden niet bij name genoemd. Het is daarom een verhaal dat men heel vaak kan toepassen. Het is een ‘algemeen verhaal […], een verhaal van alle tijden, alle plaatsen, alle mensen’ . En het leert ons hoe wij ons in tijden van oorlog moeten gedragen. ‘De eindeloze schema’s van meer en sterker en slimmer worden opgelost in een groots gebaar van goede wil. Dat is de kracht van het goede, van de ontferming, van de geréchtigheid”. En de dominee zei erbij: na die maaltijd “kwamen de benden van Aram niet meer in het land van Israël. Dit begin van vrede werkt door!’.

Geloven is realiseren, zei de dominee uit het begin van dit artikel.
Het begint bij een gebaar van goede wil, zei de protestantse predikant hierboven.
De beide Bijbeluitleggers benadrukten allebei een menselijke kant van de zaak. De één deed het in een meditatie. De ander in een preek.

Eens te meer is het duidelijk: voordat u en ik het weten wordt de Bijbel een ‘menselijk zaakje’. Die neiging hebben we allemaal. Want zo gaat dat met zondige mensen.
En daarom moeten we steeds weer benadrukken dat de Here Zich aan ons laat zien. Hij is druk aan het werk. Niet voor niets noemen we de Bijbel Gods Woord.
En het is dat Woord dat ook in 2 Koningen 6 te lezen staat.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 1 december 2005.
[2] Ds. Jac. Ophoff, ‘Wees niet bang, wij zijn met meer dan zij’ – meditatie over 2 Koningen 6:16 in: Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Fryslân en Drenthe nr 44 (25 november 2005), p. 749.
[3] Psalm 18:29 en 30.
[4] 2 Koningen 6:17 en 20.

Blog op WordPress.com.