gereformeerd leven in nederland

9 augustus 2019

Evangelie tegen een donkere achtergrond

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Zaterdag 3 augustus 2019: het is de dag van de Canal Parade in de Neêrlandse hoofdstad[1]. Bijkans gans Amsterdam lijkt vol enthousiasme. Wat? Het applaus ruist over de lage landen!
Kleine lokale LHBT stichtingen, landelijke LHBT belangen verenigingen, gay-horeca, roze netwerken van multinationals en banken, roze overheidsinstellingen, politieke partijen, ministeries en (media)bedrijven – zij allen tonen hun sympathie.

Een commentator van het Nederlands Dagblad typeert de situatie onder meer als volgt: “Vandaag is de wereld van ons. Met dat gevoel zijn tienduizenden homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vandaag in Amsterdam. Vandaag zijn ze niet de uitzondering, die blikken op zich gericht voelen – oordelend, meewarig, soms dreigend. Ze zijn niet het probleem, waarop ze aangesproken worden en waarvoor beleid moet worden bedacht. Vandaag zijn zij normaal. Onder elkaar. Samen. Zichzelf”[2].
Men vindt het heerlijk om zichzelf te zijn!

In El Paso, Texas USA, komen in de afgelopen weekwisseling minstens twintig mensen om als iemand in en bij een supermarkt begint te schieten.
In Dayton, Ohio USA, komen in de afgelopen weekwisseling negen mensen om als iemand bij een bar begint te schieten[3].

Waren die schutters ook zichzelf?
Eén ding is zeker: zij deden het allemaal zelf.
Echter – zij vonden het vast niet prettig om zichzelf te zijn.

Je moet jezelf zijn, zeggen de mensen. Dat nu is, goed beschouwd, een sprookje.
De werkelijkheid staat in Romeinen 3: “Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open ​graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol ​vervloeking​ en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen”[4].

Paulus schrijft het bovenstaande aan christenen in Rome. Maar wat hij noteert, heeft hij niet helemaal zelf bedacht. Hij heeft zijn gedachten van David geleend. Want David zegt in Psalm 14:
“Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één.
Hebben zij dan geen kennis, allen die ​onrecht​ bedrijven,
die mijn volk opeten alsof zij brood aten?
Zij roepen de HEERE niet aan”[5].

Natuurlijk – er zijn ook mensen die netjes leven. Er zijn mensen die nog nooit een vlieg hebben gedaan.
Maar de zonde is in mensenlevens ingebakken.
Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”[6].

Zo staat het er voor met de mensen op aarde.
Ja, ook met de mensen van 2019.

Als mensen echt zichzelf zijn, zullen ze volstrekt dominant wezen.
Heeft u een diepgewortelde hekel aan de Canal Parade in Amsterdam, omdat daar dingen gebeuren waarmee God niet geëerd wordt? De mensen willen u ’t liefst doodzwijgen! En als blikken konden doden…

En ja, met echte wapens kun je mensen metterdaad om het leven brengen. Zoals daar in Texas. Zoals daar in Ohio.
Wat ook de precieze motivaties voor die schietpartijen geweest zijn, duidelijk is wel dat in het leven van de schutters de zon niet scheen.

Ook in deze mistroostige omstandigheden kan Gods Woord spreken. De Blijde Boodschap dient te worden verkondigd. Het Evangelie moet worden geproclameerd.

Wat is er nodig in Amsterdam…?
In El Paso..?
In Dayton…?
En bij ons…?
Wij behoren dóór te lezen in Romeinen 3: “Maar nu is zonder de wet ​gerechtigheid​ van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: namelijk ​gerechtigheid​ van God door het geloof in ​Jezus​ ​Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus”[7].

Daar staan bijzondere woorden: “tot allen en over allen die geloven”.
Tot alle gelovigen – dat wil zeggen: de vrijspraak van schuld door het geloof komt naar Gods kinderen toe. Dat geloof wordt hen gegeven. Zij krijgen het geloof, om zo te zeggen, op een presenteerblaadje aangeboden. Ziet u Gods uitverkiezing aan de horizon schemeren?
Over alle gelovigen – dat wil zeggen: de vrijspraak van schuld door het geloof overkoepelt het leven. Het hele bestaan wordt erdoor getekend. Het leven krijgt een andere kleur en ontvangt een ander perspectief. Gelovigen gaan het leven van een heel andere kant bekijken.

Mensen worden vrijgesproken van schuld. Mensen uit alle tijden. Mensen van allerlei komaf. Mensen uit allerlei plaatsen op de wereld.
De rechtsvervolging is ten einde. De deur van de rechtbank gaat dicht.
Die magnifieke vrijspraak komt niet uit de lucht vallen. In het Oude Testament wordt die al aangekondigd. Toegegeven – de ene keer gebeurt dat wat explicieter dan de andere keer, maar toch.
Het geloof in de schitterende kracht van het verlossingswerk van Jezus Christus, de Heiland – dat is voldoende. In Amsterdam, in El Paso, in Dayton en overal ter wereld.

Dat geloof glinstert en schittert des te mooier tegen de donkere achtergrond van zonde in de catacomben van het hart en duisternis in menselijke zielen.
Er zijn tegenwoordig heel wat genootschappen die zich ‘kerk’ noemen alwaar men zonde en duisternis het liefst een beetje verdonkeremaant.
Echter – steeds weer is daar die weerbarstige werkelijkheid. Laten we elkaar maar recht in de ogen kijken, en zonde en donkerheid vooral niet negeren.
Wie zich realiseert hoe armoedig mensen ten diepste zijn, beseft te meer hoe dankbaar hij mag wezen voor het feit van zijn redding!

Noten:
[1] De internetpagina van de Canal Parade is te vinden op https://pride.amsterdam/events/canal-parade-2019/ ; geraadpleegd op maandag 5 augustus 2019.
[2] “Een warm bad” – commentaar van Wim Houtman in: Nederlands Dagblad, zaterdag 3 augustus 2019, p. 3.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.telegraaf.nl/nieuws/587609633/9-doden-en-26-gewonden-bij-schietpartij-in-ohio en https://www.telegraaf.nl/nieuws/1017741188/zeker-20-doden-bij-bloedbad-el-paso ; geraadpleegd op maandag 5 augustus 2019.
[4] Romeinen 3:12-16.
[5] Psalm 14:3 en 4.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[7] Romeinen 3:21-24.

19 februari 2019

Zondebesef onontbeerlijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Bijbel bevat een blijde Boodschap: de Here Jezus Christus verlost Zijn kinderen van de zonde.
Zeker – heel hun aardse leven hebben zij nog met de zonde van doen.
Kinderen van God worden echter niet meer door de zonde beheerst. Iedere dag weer keren ze zich naar God toe. Zij willen Hem dienen. Met alles wat zij ter beschikking hebben.
Echter – de diepste motivatie voor die ijverige dienst aan God komt pas aan het licht als zij de ernst van de erfzonde met een zekere regelmaat tot zich door laten dringen.

In dat licht vraagt de schrijver van deze weblog graag aandacht voor enkele Paulinische formuleringen.

Het uitgangspunt van dit artikel ligt in Romeinen 3.
Ik bedoel de volgende woorden uit dat hoofdstuk.
“Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open ​graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol ​vervloeking​ en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de ​vrede​ hebben zij niet gekend. De vreze Gods staat hun niet voor ogen”[1].

De apostel Paulus is reuze Bijbelvast.
Hij grijpt namelijk terug op Psalm 14:
“De dwaas zegt in zijn ​hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
De HEERE heeft uit de hemel neergezien
op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was,
iemand die God zocht.
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[2].
Paulus lijkt ook met een scheef oog naar Psalm 53 te kijken; de inzet van dat kerklied lijkt sprekend op die van de veertiende psalm.

Iedereen heeft schuld. Niemand uitgezonderd.
Mensen zijn van nature in- en in-gemeen.
Ze zijn, vanuit zichzelf bezien gespecialiseerd in smaad en laster.
In alle ego’s zit de neiging om elkaar dwars te zitten en vijandig te bejegenen. Ook al zijn mensen nog zó vredelievend, altijd weer zijn daar die boze gedachten, steeds weer is er iets van frustratie over onbegrip en onrecht.
In vrede met elkaar leven, dat lukt mensen niet. In vrede met God leven – op eigen kracht lukt dat al helemaal niet.
Mensen gaan hun eigen weg. Eerbied voor God? Uit zichzelf komen mensen daar niet toe. Dat wordt niets. Als God het niet verhoedt eindigt alles en iedereen roemloos in de vangrail van het leven.

De mens heeft een vijand nodig, zo wordt wel gezegd. Anders verwordt politiek tot een saai woordenspel.
Ergens las ik: “Hoe kan een staat, een politieke eenheid, overleven als zij niet bereid is in het uiterste geval oorlog te voeren?”[3]. Als een land wil blijven bestaan, moet er een goed getraind leger zijn. De defensie moet op orde wezen.

Dit alles suist door het hoofd van schrijver dezes als hij denkt aan de zeer vele kerkmensen die de erfzonde maar een moeilijk onderwerp vinden.
En laten we er maar niet omheen draaien – dat is het ook.

Adam en Eva zijn na de zondeval zwaar gestraft.
Waarom eigenlijk?
Antwoord: omdat zij God niet op Zijn Woord geloofd hebben! Dat is in Genesis 3 het kernprobleem. Met die zonde zijn alle mensen behept. Van daaruit komen ook wij in 2019 tot hoogmoed, eerzucht en machtswellust.
Dat weten we in dit aardse leven al heel vroeg. Ouders worden erbij bepaald als zij hun kinderen laten dopen.

“Wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden”.
Zo worden wij in de Gereformeerde kerk onderwezen over de doop[4].
Daar begint het mee in de kerk.
En nee, dat is geen leuk begin. Nog vóór wij ons eigen kasteeltje hebben kunnen maken, wordt de in aanbouw zijnde vesting afgebroken. Zonder God is het leven uiteindelijk een ruïne. Het lijkt zo mooi. Soms is alles goud wat er blinkt. Maar het eindigt in iets wat verdacht veel op een ravage lijkt.

Wie het hierboven beschreven dieptepunt in het leven ziet, ontdekt vervolgens dat Gods genade ongelooflijk groot is. Sterker nog: de tegenstelling kan niet groter wezen!

De God van hemel en aarde trekt ons namelijk uit de smurrie. De zuigkracht van aarde en zonde blijkt opeens maar heel klein.
Paulus beschrijft dat schitterende nieuwe begin in 1 Corinthiërs 15 zó: “Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].
De Here Jezus Christus zorgt zelf voor een totaal nieuw begin.
Het leven begint opnieuw.
Het bestaan wordt gereset.
De vicieuze cirkel van boosheid, haat, nijd en vijandschap wordt voor eens en voor altijd doorbroken!

Hoe is het in de wijde wereld mogelijk dat de God van hemel en aarde nog iets te maken wil hebben met mensen die zichzelf telkens weer zo diep in het moeras werken?
Paulus geeft in Romeinen 8 het antwoord: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[6].
Het is die liefde waarop wij in de kerk gericht moeten zijn.
Het is die liefde die het fundament vormt voor ons dagelijks leven.

Als wij eerlijk naar deze wereld kijken, beseffen wij eens te meer hoe barmhartig God is. Hij trekt Zijn kinderen iedere dag weer naar Zich toe!

Noten:
[1] Romeinen 3:10 b-18.
[2] Psalm 14:1 b-3.
[3] Geciteerd van http://sggroningen.nl/en/evenement/nieuw-licht-vriend-en-vijand ; geraadpleegd op dinsdag 12 februari 2019.
[4] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512.
[5] 1 Corinthiërs 15:19-22.
[6] Romeinen 8:38 en 39.

18 februari 2019

Half Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Als er een kindje wordt gedoopt, is dat een feestelijke gebeurtenis.
Het is duidelijk: dit kind is erfgenaam van Gods rijk.
Het is duidelijk: dit jongetje, dit meisje is opgenomen in het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft.

In het formulier dat in de Gereformeerde kerk gebruikt wordt, is de eerste vraag die aan de ouders gesteld wordt: “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig onderdeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?”[1].

Vandaag de dag zeggen sommige mensen: met het eerste stukje van die vraag kun je niet meer aankomen.

Zij zeggen: in zonde ontvangen en geboren – dat is een slecht begin van je leven.
Zij zeggen: ellende – nou nou, dat kan gerust wat minder.
Zij zeggen: eeuwig oordeel – moet je ’t daar al over hebben als het kindje een paar weken oud is? Kom kom…

Zij zeggen: “Door één zo’n zinnetje kunnen mensen bevestigd worden in alle vooroordelen die ze over God en de kerk hebben”.
Zij zeggen: “Je hoeft geen onnodige vervreemding te veroorzaken. En waar halen we het vandaan dat er per se zware dingen gezegd moeten worden als er gedoopt wordt? Dat is ook maar een keer bedacht in de kerkelijke traditie”.
Zij zeggen: “Ik sta wel achter de doopvragen uit het formulier, maar hik er tegenaan vanwege mijn familie en vrienden in de kerk”. En: “Als je zo de nadruk op zonde en oordeel legt, begin je een gesprek met hen met 3-0 achterstand”[2].

Nu is het inderdaad geen opgewekte boodschap: zondige mensen krijgen nageslacht wat net zo zondig is. Opa’s, oma’s, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen…, in alle generaties zit de zonde ingebakken.

We kunnen dat ook om ons heen zien: kinderen hebben ruzie, grote mensen hebben meningsverschillen. En conflicten. En vetes. En oorlogen. Dat alles is een gevolg van de diep ingewortelde zonde.
David heeft het er al over in de eenenvijftigste psalm:
“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren,
in ​zonde​ heeft mijn moeder mij ontvangen”[3].
David zegt: mijn moeder was zondig. En ik ook. Dat is het begin.
David weet het, en wij moeten het allemaal beseffen: zo ziet de start van ieder mens eruit.

Wat zeggen die mensen van hierboven?
Zij zeggen: als je met Psalm 51 begint ben je eigenlijk een spelbederver.
Zij zeggen: dat kindje ziet er zo lekker onschuldig uit.
Zij zeggen: David heeft wel gelijk, maar dat hoef je toch niet meteen bij de doop te verkondigen?
Zij zeggen: als je je bij de doop stilhoudt, blijft het echt feest; dat is prettiger voor de vrienden en de buren.
Maar dan maak je ’t Evangelie zwakker.
Waarom?
Laten we de redenering even op een rijtje zetten.

Een Evangelieverkondiger gaat proclameren: de Here geeft redding.
Vervolgens vragen de mensen: waarom is er dan redding nodig?
De Evangelieproclamator zegt: omdat we vastzitten aan de zonde; maar de Here Jezus heeft voor onze zonden betaald en nu zitten we niet meer levenslang aan zonde en schuld geketend.
Daarna vragen de mensen: vanaf wanneer zit je als mensen aan de zonde vast?
De Evangeliebrenger zegt: vanaf dag 1.
Daarna roepen de mensen: zeg dat dan meteen; dan was tenminste vanaf het begin helder geweest waarvan we gered moeten worden!

Zijn Gereformeerden spelbedervers?
Zijn Gereformeerden depri-types?
Welnee.
Alleen maar – zij confronteren zich van stonde aan met de waarheid. De naakte waarheid, als u mij permitteert.
Die waarheid wordt ook Nicodemus voorgehouden. U weet wel, die Schriftgeleerde die in Johannes 3 een geleerd gesprek met Jezus gaat houden.
Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het ​Koninkrijk van God​ niet zien”[4]. Dat is het eerste wat Jezus zegt. Het is Zijn binnenkomer. Het is Zijn start-statement.
En wat zeggen veel mensen in 2019?
Zij zeggen: dat kunnen we in de Gereformeerde kerk wel vinden, maar in de doopdienst verkondigen we dat niet. Daar wordt de sfeer zwart van. Het maakt de gesprekken met de buren moeilijker. Het is geen handig beginpunt bij eventuele verdere evangelisatieactiviteiten.
Gelet op Johannes 3 lijken we niet om de conclusie heen te kunnen: sommigen vinden dat ze het in de eenentwintigste eeuw beter weten dan Jezus; veel beter.

Wie de doop vanuit de mensheid bekijkt, begrijpt wel waarom sommigen zeggen: maak het begin maar niet al te zwart; maak er maar een grijs gebied van.
Maar zulke mensen gaan met een half Evangelie op pad.
Dat is zonde.
Eeuwig zonde.

Noten:
[1] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 515.
[2] De citaten in deze alinea komen uit: “Direct op 3-0 achterstand door die heftige doopvraag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 9 februari 2019, p. 18 en 19.
[3] Psalm 51:7.
[4] Johannes 3:3.

9 november 2017

Voortreffelijk Verbondslied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

De zonden worden weggedaan!

Zo staat dat in Psalm 103:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[1].

In de onberijmde versie lezen wij het zo:
“Want zo hoog de hemel is boven de aarde,
zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.
Zo ver het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze ​overtredingen​ van ons gedaan.
Zoals een vader zich ontfermt over zijn ​kinderen,
zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen”[2].

Het is, dunkt mij, belangrijk om goed te zien Wie de belangrijkste Persoon in Psalm 103 is: onze God.
Hij is onze Trooster.
Hij is onze Bevrijder.
Hij is, om zo te zeggen, de goedertierenheid Zelf.
Hij doet de wetsovertredingen weg.
Hij is de Ontfermer.
Het gaat in deze psalm dus niet in de eerste plaats om de vergevingsgezindheid die wij kennen. Psalm 103 komt, om het zo maar te zeggen, niet voort uit onze excuses en verontschuldigingen.
Het gaat in deze psalm om Goddelijke macht.
Hier staat Goddelijke barmhartigheid centraal.

Het is van belang om dat helder voor ogen te hebben.
Want voor we ’t weten wordt Psalm 103 alleen maar een lied van humane zachtzinnigheid.
Een lied waarin zo ongeveer alles een beetje meevalt.
Een lied van geitenwollen sokken: zie je wel? het komt best wel goed met ons!
Een lied van opluchting en herademing.
Een lied waaruit blijkt dat ons leven weer op orde is.

Maar Psalm 103 is niet slechts een lied van zachtheid en tissues. Het gaat hier zeker niet alleen om schouderklopjes en zakdoeken. Welnee.
Psalm 103 is een Verbondslied.
Het is een lied dat ons onze plaats leert zien.
Wij leren:
“Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn
en blijft bedenken dat wij stof zijn”[3].
Maar vervolgens ook:
“Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn ​gerechtigheid​ is voor de ​kinderen​ van hun ​kinderen,
voor wie Zijn verbond​ in acht nemen
en aan Zijn bevelen denken om ze te doen”[4].

Leven in het verbond: dat doen wij hier op aarde nooit op een perfecte manier. Hoe wij ook ons best doen, er mankeert altijd van alles aan ons doen en laten.
Of wij nu 24, 55, 73 of 90 jaar zijn: altijd borrelt de zonde weer in ons op. De zonde ontspringt uit onze verdorvenheid als opwellend water uit een giftige bron; zo lezen wij dat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis[5].

Psalm 103 wijst ons op de noodzaak van het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heiland.
Het lichaam en het bloed van onze Here Jezus Christus werden gegeven tot volkomen verzoening van al onze zonden. Zo wordt dat uitgesproken tijdens vieringen van het Heilig Avondmaal[6]. Onze Heiland heeft voor onze zonden betaald, eens en voor altijd.

Heden ten dage zijn menigten mensen best vergevingsgezind. ‘Dialoog’ is vandaag de dag een vaak gehoord woord.
Wilt u een voorbeeld?
Toen vijfhonderd jaar geleden – in 1517 – de Hervorming begon, stonden Rome en de reformatie scherp tegenover elkaar.
In 2017 ontmoeten Rooms-katholieken en Gereformeerden elkaar tijdens symposia en zo. De sfeer wordt momenteel veelal gekenmerkt door vriendelijkheid en minzaam geknik.

Niet zo lang geleden was er te Utrecht een debatavond van de Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato, een christelijke studentenvereniging op gereformeerde grondslag.

Aldaar sprak monseigneur dr. G.J.N. de Korte: “In katholieke kring zijn het ‘wij’ en de gemeenschap meer dominant. De mens is een uniek schepsel, maar ook een relationeel wezen, in betrekking tot God en met anderen, wat erg belangrijk is in een cultuur die gericht is op individualisering”.
Ziet u dat?
Wij zijn dominant, zegt de bisschop uit ‘s-Hertogenbosch.
De mensen zijn best belangrijk, zegt de Roomse kerkleider.

De Christelijke Gereformeerde hoogleraar dr. A. Huijgen voerde tijdens die debatavond eveneens het woord.
Weet u wat hij zei?
“Onze seculiere tijd kenmerkt zich door een drang naar beheersing. Dus meten we onze gezondheid, proberen we ons leven in eigen hand te nemen en ons geluk na te jagen. Dat is een angstig gebeuren, vergelijkbaar met de aflaathandel in de zestiende eeuw, omdat je nooit weet wanneer het genoeg is. Hier is een radicalisering à la Luther op haar plaats: je denkt dat je een aardig eindje komt met je controle en dat je de zaak beheerst, maar je beheerst helemaal niks”[7].

Als u het mij vraagt is er sinds 1517 ten principale weinig veranderd. Rome en de reformatie staan ten diepste nog altijd diametraal tegenover elkaar.
In de twee alinea’s hierboven is de tegenstelling voelbaar en zichtbaar.
De aloude antithese is nog aan de orde van de dag.

Alleen daarom al is er alle reden om Psalm 103, dat mooie Verbondslied, te blijven repeteren:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”.

Jazeker, Hij heeft ons bevrijd.
Maar ook: Hij heeft ons bevrijd – tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[2] Psalm 103:11, 12 en 13.
[3] Psalm 103:14.
[4] Psalm 103:17 en 18.
[5] Artikel 15 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert het zo: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”.
[6] Zie het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal in het Gereformeerd Kerkboek. De bedoelde formuleringen zijn te vinden op pagina 527.
[7] Geciteerd van https://www.rd.nl/kerk-religie/debatavond-csfr-eerste-eeuwfeest-reformatie-waarin-dialoog-centraal-staat-1.1439984 ; geraadpleegd op donderdag 26 oktober 2017.

2 augustus 2017

Perspectief na de zondeval

Het woord ‘zondeval’ zegt, goed beschouwd, al veel.
De zonde komt in de wereld. De mensen komen ten val; zij stonden recht overeind, maar vanaf nu is dat heel anders.
En steeds weer lopen mensen in de val. Want wij hebben allen met de erfzonde te maken.

Zonde is, om zo te zeggen, uiterst besmettelijk. Werkelijk iedere wereldburger is ermee behept.
Dat beamen wij ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen”[1].

De desastreuze gevolgen van dat erfelijke kwaad zien we in Psalm 14:
“Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[2].

Het magnifieke van het Evangelie is dat de Here Zich, nadat de mensen zo revolutionair bezig zijn geweest, niet onbetuigd laat. Het is niet zo dat de God van hemel en aarde het nu maar helemaal zelf uit moet zoeken. De Here God komt bij de mens terug. En Hij spreekt een belofte uit waar heel veel in zit. Sterker nog: ten diepste is het zo dat de almachtige God Zijn reddingsplan voor deze wereld ontvouwt:
“En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen”[3].

Het in Genesis 3 gepresenteerde reddingsplan wordt daarom wel het ‘proto-Evangelie’ of ‘eerste Evangelie’ genoemd. Die aanduiding gebruikt men omdat in dit Schriftgedeelte de eerste vingerwijzing staat naar Gods verlossingsplan met deze wereld. In Gods Woord is het de eerste verwijzing  naar de komst van de Messias. In deze belofte liggen alle andere beloften over verlossing van de zonde en het herstel van Gods goede, volmaakte wereld besloten. Daarom noemt men dat ook wel de ‘moederbelofte’[4].
De Nederlandse Geloofsbelijdenis verwoordt het Goddelijke reddingsplan als volgt.
“Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich zo in de lichamelijke en geestelijke dood gestort had en zich volkomen rampzalig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte. God heeft hem getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw (…), om de kop van de slang te vermorzelen (…) en de mens voor eeuwig gelukkig te maken”[5].

God straft, jazeker. Onze God is geen almachtig Heer die, als het er op aankomt, alles door de vingers ziet. Wie Hem in de weg staat, krijgt met Hem te maken.
Maar er is meer.
Want onze God is ook barmhartig.
Eva krijgt een eretitel: Zij krijgt, om zo te zeggen, een koninklijke onderscheiding. Zij wordt ‘moeder van alle levenden’ genoemd[6].
De mensen ontvangen kleding van de hemelse Heer Zelf[7].
Zeker, de weg naar het paradijs wordt streng bewaakt. Daar kunnen de mensen niet meer terecht. Maar de Here laat Zijn schepselen niet in de steek.

In Genesis 3 zien we Gods genade:
* de Here laat Zich aan Zijn kinderen zien
* Hij geeft hen nakomelingen, en gaat dus met mensen verder
* het mondt uit in Abraham en in Israël, een keuze die tot zegen is voor heel de mensheid[8].

Wat moeten wij vandaag met Genesis 3 aanvangen?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H.J. Nijenhuis (1924-1994) zei daar in een preek eens het volgende over: “Christus werd door God verlaten, opdat wij nimmermeer door Hem zouden worden verlaten. Dat is het evangelie, dat ons reeds in Gen. 3 tegenklinkt uit Gods roep: waar zijt gij?
Die roep gaat ons nog altijd dwars door het hart. En daarom komen wij, geroepen kinderen van God, tevoorschijn uit deze zondewereld en gaan we tot God door onze Here Jezus Christus. En we erkennen deemoedig onze grove schuld voor Hem en geven ons aan zijn genade over. Want nu hebben we, opnieuw, gehoord en gezien hoe oneindig Gods deugden van barmhartigheid, liefde, ontferming en trouw zijn tot verlossing van zijn verloren, maar weergevonden kinderen”[9].

Trouwens, we kennen toch Hebreeën 2?
“Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die ​geheiligd​ worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen”[10].
En:
“Omdat nu die ​kinderen​ van vlees en ​bloed​ zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de ​duivel​ – teniet te doen,
en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.
Want werkelijk, Hij neemt de ​engelen​ niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan”[11].

En wij weten toch ook wat Paulus in 2 Timotheüs 1 schrijft?
“…Nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het ​Evangelie”[12].

Wij weten toch dat onze Heiland de sleutels van het dodenrijk in handen heeft?
Leest u maar mee in Openbaring 1. Daar zegt Hij: “Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. ​Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf”[13][14].

De uitwerking van het in Genesis 3 omschreven reddingsplan geeft de wereld perspectief!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[2] Psalm 14:3.
[3] Genesis 3:15.
[4] Zie ook http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/64725-genesis-315-proto-evangelie-zondeval-plan-van-verlossing.html ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 17.
[6] Genesis 3:20.
[7] Genesis 3:21.
[8] Zie hierover ook https://mjschuurman.wordpress.com/2013/07/18/genesis-3-een-verhaal-over-de-zonde/ ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[9] De preek had als tekst Genesis 3:8 en 9. Thema en verdeling van de preek luiden:
De eerste ontmoeting van de HERE God en de mens na de zondeval.
Bij deze ontmoeting
1. gaat de mens zich verbergen voor zijn God
2. gaat God op zoek naar zijn mens.
[10] Hebreeën 2:11.
[11] Hebreeën 2:14, 15 en 16.
[12] 2 Timotheüs 1:10.
[13] Openbaring 1:17 b en 18.
[14] In het bovenstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/HB392.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.

16 augustus 2016

Heerlijke bol?

Wij zijn, zegt de Heidelbergse Catechismus, “helemaal onbekwaam tot iets goeds en uit op elk kwaad”[1].

Het kost ons weinig moeite om dat in onze wereld te herkennen.
Een redacteur van het Nederlands Dagblad schreef onlangs in een column: “In NRC las ik een geweldig initiatief: het nieuws niet meer volgen. Er zijn mensen die er gewoon mee stoppen.
‘Ik kon het niet meer bolwerken. Ik snapte de wereld niet meer’, vertelt een van hen.
Ik herken het wel; je hoofd gaat vol zitten met al het wereldleed, en je kunt er toch niets aan veranderen. Bram Peper slaat al het ellendige nieuws in de krant over, vertelde hij me tijdens een interview voor de serie Houvast.
Ik verlang naar mijn vakantie. Helemaal geen krant lezen, hooguit een keer een Telegraaf kopen, meer niet. En als je mazzel hebt, vind je in je vakantiehuisje oude tijdschriften. Dan lees je over een poema op de Veluwe. Dat waren nog eens tijden”[2].

De ellende in de wereld springt als een vloedgolf over ons heen.
En wat zeggen we dan? Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Dat lijkt een waarheid als een koe.
Voor het oog van de mensen is dat ook zo.

Maar voor Gereformeerde mensen begint het eigenlijk ergens anders. Het begint, om zo te zeggen, bij Zondag 3.
Van nature “zijn wij zo verdorven, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden”[3].

De ongehoorzaamheid van Adam heeft wereldwijd enorme gevolgen gehad[4].
Alle mensen zijn ermee besmet. Zonde, dat is het meest erfelijke wat er in deze wereld bestaat In feite is het daarom een wonder dat de meeste Gereformeerden in hun persoonlijk leven geen last hebben van persoonlijke agressie!
Zonde is gruwelijk en afschuwelijk. Afzichtelijk.
Zelfs met de doop kunnen we die zonden niet wegwassen. Terwijl die doop toch het teken van Gods verbond is. Zonde zit in ons leven ingemetseld. Het is een verdorvenheid, waaruit zonde “ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”.
Daarin zit dus de verklaring van de ellende in de wereld.

Velen om ons heen zeggen:
* we moeten liefde verspreiden
* laten we genegenheid uitstralen
* dan kunnen we de wereld verbeteren
* dan kunnen we de samenleving leefbaarder maken.
En ja, dat is een bruikbaar plan.
Ik doe er graag aan mee.
Hulp bieden in een moeilijke situatie, dat doe ik graag. Ja, ik weet zelf heel goed wat het is om hulp nodig te hebben. Want ik ben een zorgvrager pur sang. Als ik zelf dus iets voor anderen kan doen, zal ik dat beslist niet nalaten.
Alleen is het een illusie om te denken dat, wanneer de hele wereld met wereldverbeteraars vervuld zou zijn, de planeet aarde een heerlijke bol vol harmonie zou wezen.

Er is meer.
Veel meer.

Al die ellende geeft ons, als het goed is, een flinke stimulans om naar de Here toe te gaan.
Al die problemen in de wereld zijn voor Gereformeerden even zo vele aansporingen om de Here God om vergeving te vragen.
Al dat geweld op aarde geeft ons des te meer aandrang om een beroep te doen op Gods genade en barmhartigheid.

Vroeger luisterde ik vaak naar een dominee die in zijn preken zei: gemeente, wij moeten nog een spade dieper graven[5].
In de kwesties rond de erfzonde moeten we echter niet zozeer naar beneden. Wij moeten eerst en vooral omhoog. Wij moeten namelijk het verlangen ontwikkelen om uit ons aardse lichaam verlost te worden.
Wij moeten denken in de richting van 1 Thessalonicenzen 4: “…want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[6].

Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Zeggen de mensen.
Maar de wereld verbeteren, dat doen we niet uit onszelf.
Wij moeten “door de Geest van God opnieuw geboren worden”[7].
En dat gebeurt ook[8]!

De wereld verbeteren?
Nee, dat lukt ons nooit.
De aarde wordt nooit een heerlijke bol.
Maar Zondag 3 blijft niet in somberheid steken. Belijders van Zondag 3 stijgen tot grote hoogte. Ja, tot in de hemel toe!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, vraag 7.
[2] Roeland van Mourik, “Poema” – column. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 29 juli 2016, p. 12.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 7.
[4] In het onderstaande gebruik ik artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[5] Dat was de inmiddels geëmeriteerde Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M.A. Dronkers.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.
[8] Zie daarover mijn artikel ‘Gods Geest grijpt in’; hier gepubliceerd op dinsdag 24 juni 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/06/24/gods-geest-grijpt-in/ .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.