gereformeerd leven in nederland

4 juli 2019

God in Europa

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De verdeling van topfuncties binnen de Europese Unie gaf in de afgelopen dagen heel wat hoofdbrekens.
Gesteggel alom!
Achterkamertjes, bilateraaltjes, breakfastbreaks – het was er allemaal.

Het ging om een vijftal functies:
* de voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie.
* de voorzitter van de Europese Raad, waarin de regeringsleiders van alle EU-leiders vertegenwoordigd zijn.
* de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, zeg maar: de buitenlandcoördinator
* de voorzitter van de Europese Centrale Bank
* de voorzitter van het Europees Parlement[1].
Jan en alleman had allerlei belangen. Hij wilde zus, zij wilde zo. ‘Als jij mij dit geeft, schenk ik jou dat’. Het was, kortom, een ruilhandel op hoog niveau.
En dan is er nog niets geschreven over stuurlui die aan wal stonden, en aldaar verkondigden dat een eurofiel de EU-dictatuur gaat leiden[2].

Journalisten zaten er boven op. Zodra er nieuws zou zijn wilden zij het als eerste brengen; dat spreekt vanzelf.

De kernvraag is: wat moeten Godvrezende mensen van al dat gedoe zeggen?
Moeten wij het nieuws maar hoofdschuddend volgen, en daarna zacht mopperend een kop koffie gaan drinken?
Er is wel wat meer te zeggen.

Laten we de denklijn van Daniël 2 maar volgen: “De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht. Hij verandert de tijden en tijdstippen, Hij zet koningen af en stelt koningen aan, Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben. Hij openbaart diepe en verborgen dingen, Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem. U, God van mijn vaderen, dank en prijs ik, omdat U mij wijsheid en kracht hebt gegeven”[3].
Dat spreekt Daniël uit als hij in een nachtvisioen van de Here te zien krijgt wat Nebukadnezar heeft gedroomd, en welke uitleg daarbij hoort.
Een exegeet noteert erbij: “In het licht van het voorgaande, zouden we verwachten dat de openbaring die Daniël krijgt een hoogtepunt in dit hoofdstuk is, maar de vermelding gebeurt terloops. Dit verhoogt de ironie: wat voor de wijzen van Babel en hun goden volstrekt onmogelijk is, is voor de God van de hemel zo vanzelfsprekend dat het nauwelijks aandacht nodig heeft”[4].

U weet het wellicht wel: de magiërs, de bezweerders en de tovenaars van de koning kunnen die droom niet navertellen, en ook niet uitleggen. Al die hoogfilosofische denkers staan, nu het erop aan komt, met de mond vol tanden: “Er is geen mens op de aardbodem die de zaak van de ​koning​ te kennen zou kunnen geven. Daarom is er ook geen ​koning, hoe groot of machtig ook, die een zaak als deze gevraagd heeft van welke magiër, bezweerder of Chaldeeër dan ook. Want de zaak waar de ​koning​ om vraagt, is te moeilijk. Er is niemand anders die het in de tegenwoordigheid van de ​koning​ te kennen kan geven dan de ​goden, die hun verblijf niet bij de schepselen hebben”[5].

Natuurlijk is het niet zo dat ons denken wordt omgevormd tot ‘Groot Inzicht’ als wij Daniëls stijl overnemen. Het is geen toverspreuk waar we in een oogwenk drie keer slimmer van worden.
Maar het is wel zo dat wij, in navolging van Daniël, kunnen en moeten belijden dat God de toekomst beheerst. Hij regelt de zaken. Hij geeft de geschiedenis vorm, onze achterkamertjes, bilateraaltjes en breakfastbreaks ten spijt.

Het is de Gereformeerd-synodale predikant H. Veldkamp (1895-1956) geweest die over het Bijbelboek Daniël eens schreef: “… heel het boek Daniel, zoowel in z’n historisch als profetisch gedeelte is Messiaansch, Christocentrisch, in zooverre de voortreffelijkheid van het koningschap van Christus boven de koninkrijken dezer wereld heel den gedachtengang beheerscht. Het eerste is eeuwig en blijvend, de laatste zijn wisselend en voorbijgaand. Het is evenwel niet alleen de voortreffelijkheid van het een boven het ander, maar ook en met name de antithese tusschen Godsrijk en wereldrijk, vrouwenzaad en slangenzaad, die eigenlijk reeds in het eerste vers van het eerste hoofdstuk aan den dag treedt, waar Babel en Jeruzalem tegenover elkaar staan. Van de botsingen tusschen het Rijk dat niet en dat wel van deze wereld is, gewaagt feitelijk elke bladzijde”[6].

In Europa staat Goddelijke almacht tegenover menselijke kleinheid.
Het spreekt boekdelen dat voor de verdeling van de topfuncties meerdere lange vergaderingen nodig waren. Na een marathon van twintig uur was men simpelweg geen steek verder gekomen.
Dat is een duidelijke demonstratie van de onmacht der ‘machtigen’.
En het zou heel goed kunnen zijn dat onze God, de Schepper en Onderhouder van hemel en aarde, daarmee een boodschap afgeeft: mensen, erken Mijn almacht – dan pas komt er een echte oplossing, want dan komt er verlossing. Verlossing van zonde en pijn. En er komt zicht op een heerlijke toekomst die nimmer ophoudt!

Noten:
[1] Zie hiervoor https://nos.nl/artikel/2291442-invulling-topfuncties-eu-nabij-timmermans-mogelijk-ec-voorzitter.html ; geraadpleegd op maandag 1 juli 2019.
[2] Zie hiervoor https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/02/trump-bewonderen-en-timmermans-niet-a3965769 ; geraadpleegd op dinsdag 2 juli 2019. Met de eurofiel wordt Frans Timmermans aangeduid.
[3] Daniël 2:20-23 a.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Daniël 2:17-23.
[5] Daniël 2:10 en 11.
[6] H. Veldkamp, “Paraphrase van het boek Daniël”. – Franeker: T. Wever, z.j. – p. 10.

26 oktober 2011

Euro-pijn

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Brood en spelen: die term komt van de Romeinse dichter Juvenalis. Ooit schreef hij: “Vroeger verkochten we onze stem aan niemand. Al een hele tijd heeft het volk de macht afgestaan. Het volk benoemde vroeger militaire bevelhebbers, hoge ambtenaren, legioenen, alles. Nu beperkt het volk zichzelf en hoopt alleen nog op twee zaken: brood en spelen”.
De uitdrukking ‘brood en spelen’ betekent: de gunst van het volk winnen door het aanbieden van eten en vermaak[1].

Vandaag wijs ik op de woorden van Juvenalis omdat er een zogeheten eurotop plaatsheeft. De vraag is: hoe moeten wij de financiële crisis, waar wij momenteel mee te maken hebben, bezweren?
Het probleem is dat Griekenland zijn schulden waarschijnlijk niet meer zal kunnen financieren. Financiële markten raken in paniek. En de vraag is: kan de euro wel blijven bestaan?
Hoe zal het met ons geld gaan?
Zijn er nog wel mogelijkheden om brood en spelen te blijven bekostigen?

Wij gaan van crisis tot crisis steeds voort.
Veel Europese overheden zijn in 2007 in de problemen geraakt; financieel gezien, althans. De Amerikaanse huizenmarkt stortte in. Hypotheken werden minder waard. Banken kwamen in problemen. Het vertrouwen slonk snel: banken leenden elkaar geen geld meer. Diverse overheden hielpen banken om overeind te blijven. Daar ging natuurlijk een hoop geld in zitten.
Tel daarbij dalende belastingopbrengsten en meer uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen[2].
Het principe is simpel: als er niet al te veel geld binnenkomt, kun je ook niet veel geld uitgeven.
Maar als het over geld gaat spelen veel dingen mee: sentimenten, voorkeuren en stemmingen.

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?
Ons gezonde verstand zegt: als onze portemonnee leeg is, houdt het op. Of ook: wij passen ons uitgavenpatroon aan, naarmate ons inkomen stijgt of daalt.

Kinderen van God kunnen echter meer zeggen.
Want in het financiële verhaal, waarvan vandaag opnieuw een hoofdstuk wordt geschreven, spelen vertrouwenskwesties een grote rol.
En de vraag hangt boven het kerkplein: waar vertrouwen wij op? Laten wij ons vertrouwen op de Here stellen!

Tegen een man uit Lucas 18 zegt Jezus: “Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan”[3].
De aangesprokene heeft, om het maar zo te zeggen, een beste baan. En daarbij hoort uiteraard een dito inkomen[4]. Waarschijnlijk is het een ‘archoon’, een stadsoverste[5].
Dat zijn dus woorden die, in de gegeven omstandigheden, een tamelijk onaangenaam kleurtje hebben.

In Lucas 18 gaat het over een onrechtvaardige rechter. De man wordt de aandrang van een weduwe zat. Die weduwe lijdt onder onrecht en dringt aan op een rechtszaak. Uiteindelijk gaat de rechter maar aan het werk, ofschoon hij er weinig zin in heeft. Zo mogen Gods kinderen bij hun Heer aandringen op Zijn redding. Het is zeker: de Here zál luisteren[6].
In Lucas 18 gaat het ook over een farizeeër en een tollenaar. De Schriftgeleerde bidt met woorden waaruit een zekere zelfingenomenheid blijkt. De tollenaar heeft een diepgaand zelfonderzoek gedaan; hij ontdekte hoe verdorven zijn leven feitelijk is. ‘Wees mij genadig’, smeekt hij. Zó mogen Gods kinderen bij hun Heer aandringen op Zijn vergeving. Het is zeker: de Here zál vergeven[7].
In Lucas 18 gaat het ook over kinderen. Zij zijn wélkom bij de Here. Hij zegent hen. Zó worden kinderen van God hartelijk begroet als zij bij hun Heer komen[8].

In dát kader komt nu de stadsbestuurder in beeld.
Het is niet zo dat die man niets van Jezus hebben moet. Hij noemt Hem ‘Goede Meester’; dat doet hij natuurlijk niet voor niks. Die, ongetwijfeld invloedrijke, man begrijpt dat Jezus recht van spreken heeft als het over Gods Koninkrijk gaat.
Waar zit nu het probleem bij die rijke meneer?
Dat zit niet bij een afwijzing van Jezus. De stadsgouverneur erkent Gods Zoon immers als goede Leraar.
Het probleem is veeleer dat hij de Here Jezus een beetje op afstand volgen wil.
En dat is, zo maakt Jezus duidelijk, volstrekt onmogelijk.
Wie Jezus volgen wil, moet zijn nááste liefhebben. Hij moet liefde betonen aan de mensen om hem heen.
Wie Jezus volgen wil, moet bereid zijn z’n complete bezit van de hand te doen. Het Koninkrijk van God is niet iets dat mensen, gelovend en Godsdienstig, tóevoegen aan hun huidige levensstandaard. Het Koninkrijk van God is niet bedoeld als een aanvulling op het aardse bestaan. Dat Koninkrijk is geen aanhangsel. Dat Koninkrijk is geen supplement of bijlage[9].

Vandaag, woensdag 26 oktober, staat het verhaal van die rijke man bovenaan op deze internetpagina.
Vanavond vindt een eurotop plaats. Een consilium Europaeum. En de vragen zijn: hoe komen we die financiële problemen te boven? en: wat gaan we doen om binnenkort weer boven de respectievelijke staatsschulden uit te kunnen kijken?
Laten we maar niet denken dat die twee weinig met elkaar te maken hebben.
De maatregelen die vanavond genomen gaan worden zullen we waarschijnlijk in onze portemonnees gaan voelen. Een commentator schreef gisteren in het Nederlands Dagblad: “Deze crisis is (…) niet op te lossen met pijnloze maatregelen, zeker niet na anderhalf jaar treuzelen. Hard ingrijpen is nodig om bijvoorbeeld de euro als gemeenschappelijk betaalmiddel te redden. Als die wil er niet is, dan is het einde van de eurozone zoals we die nu kennen, onontkoombaar. Wat de regeringsleiders morgen ook beslissen, hun besluiten zullen – hoe ellendig dat ook is – pijn doen. En als dat niet het geval is, dan zijn het geen echte oplossingen”[10].
De maatregelen zullen dus pijn doen.
Maar de Here Jezus Christus zegt: mensen, volg Mij. Dan is die euro-pijn best te verdragen.
De Here Jezus zegt: bid maar tot Mij als u financieel moet inleveren.
De Here Jezus zegt: ik zal u genadig zijn als de belastingdruk verhoogd wordt.
De Here Jezus zegt: vertrouw maar op Mij als de economie stagneert.

Zeker, de regeringsleiders moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Nou en of.
Maar de Here Jezus zegt: er is perspectief, want Mijn Koninkrijk komt er aan; dwars door alles heen.

Misschien zegt u: dit is een mooi verhaal.
Maar ondertussen raakt mijn portemonnee leeg.
En nee, ik kom niet rond.
En ja, aan het eind van mijn geld heb ik nog een stuk maand over[11].
Hoe móet dat nou?
Over mijn problemen heen kijken? Hoe is dat nou mogelijk?
Mag ik u dan wijzen op een prachtig machtswoord van de Heiland? Dat is dit: “Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God”[12].

Wellicht hebben wij veel, heel veel vragen.
Maar schuilend bij de Heiland is de euro-pijn te dragen.

Laten wij Psalm 49 maar repeteren:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid.
Vrees niet wanneer een man zichzelf verrijkt
en in zijn huis met eer en aanzien prijkt.
Het is vergeefs, geen rijkdom kan hem baten:
al zijn bezit – hij moet het achterlaten”[13].

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Brood_en_spelen .
[2] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_staatsschuldencrisis en http://nl.wikipedia.org/wiki/Tijdlijn_van_de_Europese_staatsschuldencrisis .
[3] Lucas 18:24.
[4] Zie Lucas 18:18: “En een hooggeplaatst man vroeg Hem en zeide: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?”.
[5] Zie: Dr. Jakob van Bruggen, “Lucas; het evangelie als voorgeschiedenis”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1993 (tweede druk: 1996). – p. 333.
[6] Lucas 18: 1-8.
[7] Lucas 18:9-14.
[8] Lucas 18:15-17.
[9] Van Bruggen, a.w., p. 334.
[10] Commentaar “Pijn”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 25 oktober 2011, p. 11.
[11] Deze zin is ‘geleend’ van wereldverbeteraars die zich indertijd verenigden onder de paraplu van Loesje. Hij staat op een door Loesje gepubliceerde poster. Het affiche verscheen in februari 1986. Zie http://loesje.nl/posterarchief/ .
[12] Lucas 18:27.
[13] Psalm 49:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Blog op WordPress.com.