gereformeerd leven in nederland

8 oktober 2019

De realiteit van het hemels Koninkrijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Voor gelovige kinderen van God is het van het grootste belang om over de grens van het aardse leven heen te kijken.
Blijf de vernieuwing van het bestaan verwachten!
Dat blijkt zonneklaar in Lucas 16, in de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus.
Lazarus – die naam zegt heel veel. Lazarus, dat betekent namelijk: God is mijn hulp, of ook: God heeft geholpen[1].

Lazarus, onder de zweren, ligt elke dag voor de voordeur van een grootgrondbezitter. Elke dag voedt de arme man daar de hoop op de restjes eten die overblijven na de overvloedige maaltijden die men in het grote huis genoten heeft.
Wat een toestand is dat voor die zwaar zieke armoedzaaier – elke dag maar voor de deur van het ruime huis van die rijke heer… Wat is eigenlijk nog de kwaliteit van zijn leven?
Wel – die kwaliteit is schitterend. Dat komt omdat Lazarus gelooft in het glorierijke eeuwige leven dat de God van hemel en aarde aan hem beloofd heeft.
Als de aardse levens van de rijke man en de arme Lazarus tot een einde gekomen zijn wordt dat alras duidelijk.
De tegenstelling wordt levendig getekend: “En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij ​Abraham​ van ver en ​Lazarus​ in zijn schoot. En hij riep en zei: Vader ​Abraham, ontferm u over mij en stuur ​Lazarus​ naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam”[2].

De afstand tussen hemel en hel blijkt onoverbrugbaar.
Abraham geeft een heldere reactie: er is “tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan”[3].
Het is opmerkelijk dat juist Abraham nu ten tonele verschijnt. Want juist hij is een sprekend voorbeeld van iemand die zijn leven zonder reserves in de handen van God gelegd heeft!

Hier komt de Goddelijke voorzienigheid in beeld. U kent wellicht de formulering van de aloude Heidelbergse Catechismus: “Wat gelooft u, wanneer u zegt: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde?
Antwoord:
Dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”[4].
En misschien kent u ook de woorden van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Vader door zijn Woord — dat is door zijn Zoon — de hemel, de aarde en alle schepselen uit niets heeft geschapen, toen het Hem goed dacht. Ook heeft Hij aan elk schepsel zijn wezen en gedaante gegeven en zijn eigen taak om zijn Schepper te dienen. Ook nu nog houdt Hij ze alle in stand en regeert ze overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”[5].

Het hoeft geen betoog dat deze geschiedenis alles te maken heeft met euthanasie en levenseinde!

Wij moeten, ook anno Domini 2019, geloven in de Goddelijke voorzienigheid. Nee, dat is niet altijd makkelijk. Immers, in dit leven is sprake van verval: hoe ouder men wordt, hoe meer beperkingen er komen.
Maar één ding is zeker – ouderen en anderen met een beperking hoeven niet per definitie “beklagenswaardige en zorgbehoeftige slachtoffers van uitsluiting” te zijn[6]. Integendeel! De kerk mag en moet proclameren: er is perspectief. Jazeker, geloof het maar: het hemels Koninkrijk, dat tot in eeuwigheid blijft bestaan is luisterrijke realiteit!

De rijke man en de arme Lazarus – dat is een geschiedenis die ons uitnodigt om naar onze naaste om te zien.
Jazeker.
Natuurlijk.
De Nederlands Gereformeerde predikant W. Smouter zei eens in een preek: “En zullen we dat nu eens laten gebeuren. Wat er in de gelijkenis gebeurde? Alles een beetje op z’n kop laten zetten. Al die dingen die we gewichtig vinden, tegenover je hart openen voor de mensen om je heen. Wil je dat nou eens proberen. Oog hebben voor wie er aan je poort is. Dat hoeft dan heus niet iemand met zweren te zijn. Maar het kan ook wel eens anders eruit zien. Het is ook een andere wereld waar wij in wonen. Hier kan die arme wel eens diegene zijn die één, twee of drie stoelen verder zit bij je in de kerk en die best wel inkomen heeft, maar die zo hunkert naar een beetje contact. Want in onze wereld is tijd, aandacht één van de kostbaarste dingen die er zijn. Misschien is het niet iemand in de kerk, maar zijn het je buren thuis. Of is het iemand die je op een andere manier tegen komt”[7].
Het valt niet moeilijk om de woorden van dominee Smouter te onderschrijven.
Maar in Lucas 16 is meer aan de hand.
In de Heidelbergse Catechismus belijden wij: “Welke troost geeft u de opstanding van het vlees?
Antwoord:
Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden”. Het eerste Schriftbewijs ónder dat antwoord brengt de rijke man en de arme Lazarus in beeld: “Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de ​engelen​ in de schoot van ​Abraham​ gedragen werd”[8].
Kijk, dat gebeurt er met gelovige kinderen van God – zij worden de hemel in gedragen.
Kijk, dat is pas verlichting van lijden.
Een humane dood? Die wordt ons door de God van het verbond aangeboden – gratis en voor niets.
Ziet u de diepe betekenis van Lucas 16?

Uitzichtloos lijden – dat kennen Gods kinderen niet. Want kijk, zij zien de hemel.
En Wie zien zij daar?
“Die in de hemel is gezeten lacht,
want Hij is God die eeuwig blijft regeren.
Hij spot met hen die spotten met zijn macht.
Hij kent zijn tijd, Hij is de Heer der heren”![9]

Noten:
[1] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Lazarus_(Bijbel) ; geraadpleegd op dinsdag 1 oktober 2019.
[2] Lucas 16:22 en 23.
[3] Lucas 16:26.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, vraag en antwoord 26.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 12.
[6] De typering komt van https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/06/kijk-anders-naar-oude-mensen-ze-groeien-nog-6579613-a1544783 ; geraadpleegd op dinsdag 1 oktober 2019.
[7] Geciteerd van https://www.smouter.net/docs/de-rijke-man-en-de-arme-lazarus.htm ; geraadpleegd op dinsdag 1 oktober 2019.
[8] Lucas 16:22.
[9] Dit zijn de eerste regels van Psalm 2:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 oktober 2019

Ik zal dragen en redden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In onze wereld beschikt u – zegt men – zelf over uw leven. U maakt uw eigen keuzes. En wat meer is: u beslist zelf over het einde van uw leven.

In een dergelijke samenleving is het voor Gereformeerde mensen een verademing als men de volgende tekst tegenkomt: “In een christelijke levensvisie is het actief beëindigen van een leven nooit een ‘oplossing’. God is degene die het leven geeft en neemt. Daarom is het niet aan ons om het einde te bepalen. De diepste zin van ons bestaan ligt immers niet in dat wat je doet, maar in de betekenis die de Schepper aan je leven geeft. Hij maakt het leven waardevol en je mag weten dat Zijn hand je niet loslaat – ook niet als het lijden in je leven de overhand lijkt te hebben”[1].

Die christelijke levensvisie moeten wij voor in ons hoofd houden.
Want er wordt nagedacht over euthanasie bij kinderen.

De NOS publiceert daarover op zaterdag 28 september 2019 een aangrijpend verhaal.
Citaat: “‘Het moment dat we haar de laatste voeding gaven, dat was heel bizar. Maar elke slok die zij nog zou krijgen zou haar leven verlengen en daarmee ook het lijden’. Aan het woord zijn de ouders van Nuria. Het meisje van anderhalf jaar was ongeneeslijk ziek en leed ‘permanent en uitzichtloos’, maar euthanasie was geen optie. Want dat mag niet van de wet.
Moeder Michailja legt uit dat ‘versterven’ de enige uitweg was. ‘Dat betekent dat je je kind geen eten en drinken meer geeft en dat het daaraan sterft. Alles is voorhanden om het anders te doen, maar het wordt niet gedaan’. Vader Rense: ‘Als een kind mag sterven, waarom zou je dan een lijdensweg kiezen?’”[2].
Ook zonder het zien van de beelden van zulk lijden is de uitleg ten diepste hartverscheurend.
Alle betrokkenen vragen zich hardop af: kunnen wij hier nu niets, helemaal niets, aan doen?
Ziet u de wanhoop?
Ziet u de vraagtekens?
Ziet u de ellende?
Ziet u de dilemma’s?

En toch gaat men bij die benadering teveel uit van mensen die aan het einde van een leven beslissingen nemen. Jazeker, er moeten besluiten genomen worden. Maar de uiteindelijke bepaling van het sterfmoment doet onze Here!

Het is goed om, in verband hiermee, Jesaja 46 te lezen: “Luister naar Mij, ​huis​ van ​Jakob, en heel het overblijfsel van het ​huis​ van Israël, u, die door Mij gedragen bent vanaf de moederschoot, gedragen vanaf de baarmoeder. Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen; Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen, Ík zal dragen en redden”[3].

In Jesaja 46 is de boodschap duidelijk: afgoden kunnen u niet redden.
Jesaja spreekt over Nebo en Bel: afgoden in Babel, waarvan Bel de voornaamste is. De zware beelden die van de afgoden gemaakt zijn worden door dieren weggedragen. Dat is voor die beesten eigenlijk geen doen; zij bezwijken er bijkans onder!

In Jesaja 46 drijft de Here de spot met die afgoden.
Wat gebeurt daar?
De mensen halen flink wat geld uit hun portemonnee. Prachtige munten zijn het!
En wat zeggen die mensen? Smelt die munten maar om; maak er maar een mooi beeld van!
Als het beeld klaar is sjouwen de mensen het naar huis en zetten het in een gedachtenishoekje. Of zoiets. En dan knielen ze er voor – echt waar.
‘Mensen, hou toch op!’, zegt God. ‘Kijk maar naar al die dingen die Ik in het verleden heb gedaan. Dan stopt u als vanzelf met die onzin!’.

Is Jesaja 46, op de keper beschouwd, niet een al te harde boodschap voor doodzieke kinderen en hun ouders? Je zult maar aan het bed van je kleine kindje zitten, terwijl je machteloos moet toezien hoe dat kindje moeizaam naar het aardse einde toe gaat…
De boodschap van Jesaja is echter minder hard dan het lijkt.
Waar gaat het in Jesaja 46 ten diepste om? Antwoord: in Jesaja 46 wordt Gods volk kortzichtigheid afgeleerd.
Wij moeten verder kijken dan vandaag of morgen. Dat is de boodschap van de profeet.

En dat geldt niet in het minst als het over euthanasie gaat.
Want ook dan geldt dat wij niet kortzichtig moeten wezen.
Wij moeten namelijk over de grens van het aardse leven heen kijken. Daartoe zijn wij in staat als wij het bestaan in handen van de hemelse God geven.
Kijkt u maar eens wat Jezus in Lucas 20 zegt: “En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook ​Mozes​ duidelijk te kennen gegeven bij de doornstruik, toen hij de Heere de God van ​Abraham, de God van Izak en de God van ​Jakob​ noemde. God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen”[4].
En dan is er Lucas 23. Daar zegt Jezus tegen één der misdadigers aan het kruis: “Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het ​paradijs​ zijn”[5]. In feite zegt Jezus: kijk over de grens van de dood heen!
Die oproep doet de apostel Paulus in Philippenzen 1 impliciet ook: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst”[6].

Euthanasie bij jonge kinderen?
Wie dat overpeinst, denkt teveel aan de korte termijn.
Laten wij het leven van doodzieke kinderen maar gelovig in handen van de goede God geven.
Laten wij ons aller leven in Gods handen leggen.
Dan gaat het leven in de hemel verder. Zonder uitstel. Volmaakt.

Noten:
[1] Geciteerd van https://npvzorg.nl/thema/euthanasie/ ; geraadpleegd op maandag 30 september 2019.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2303778-als-euthanasie-niet-mag-en-versterven-de-enige-uitweg-is-voor-je-kind.html ; geraadpleegd op maandag 30 september 2019.
[3] Jesaja 46:3 en 4.
[4] Lucas 20:37 en 38.
[5] Lucas 23:43.
[6] Philippenzen 1:21.

20 september 2019

Euthanasie en Gods uitgestoken hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Euthanasie – dat acht men maar al te vaak een moeilijk onderwerp[1].
Er is sprake van een ingewikkelde afweging, die ergens als volgt omschreven staat: “Aan de ene kant willen we niet het leven van een ander in eigen handen nemen en het voortijdig beëindigen. Aan de andere kant, op welk moment staan we simpelweg toe dat iemand sterft en ondernemen we geen verdere actie om het leven te behouden?”[2].
De vraag is: hoe komen wij daar uit? Antwoord: door te erkennen dat ons leven niet in handen ligt van onszelf. God beschikt erover. Goddelijk beschikkingsrecht staat lijnrecht tegenover zelfbeschikkingsrecht.
Laten wij elkaar op Job 30 wijzen:
“Want ik weet dat U mij naar de dood brengt,
en naar de verzamelplaats voor alle levenden.
Maar zal Hij de hand niet uitsteken naar iemand in een puinhoop,
als die daarom in zijn verdrukking om hulp roept?”[3].
Al die discussies over levenseinde en euthanasie demonstreren ten diepste de machteloosheid der mensen. Het lijkt wel alsof er onzichtbare spandoeken in ziekenzalen hangen: ‘Wat moeten wij ermee?’ en: ‘Wij weten niet hoe we hem of haar verder moeten helpen’. In een dergelijke situatie mogen wij belijden dat ons leven in handen van God ligt. En wij kunnen zonder aarzeling bevestigend antwoorden op die retorische vraag van Job: jazeker, de Here steekt de hand naar ons uit!

Euthanasie is, om zo te zeggen, een donker onderwerp.
Maar wie zich realiseert dat de hemelse God Zijn hand naar aardse mensen uitsteekt, voelt nieuwe levenslust door d’ aad’ren stromen: het leven is, in zekere zin, uitstekend!
Geen wonder dus dat de beschouwende en zeer filosofisch ingestelde Prediker in hoofdstuk 7 uitroept: “Geniet op de dag van voorspoed van het goede, maar bedenk op de dag van tegenspoed dat God zowel de ene als de andere gemaakt heeft, zodat de mens niet kan doorgronden iets wat na hem zijn zal”[4].
Er is een dag om te genieten.
En er is een dag om geduldig te zijn in tegenspoed!

Alle gedruis rond euthanasie brengt, als het goed is, Gereformeerden eens te meer tot het besef dat heel hun leven in de vertrouwde handen van hun God en Vader is.
Wij mogen elkaar wijzen op Prediker 8: “Want voor elk voornemen is er een tijd en gelegenheid, ja, het kwaad van de mens is overvloedig over hem. Want hij weet niet wat er gebeuren zal. Wie zal hem immers bekendmaken wanneer het gebeuren zal? Er is geen mens die macht heeft over de geest, om de geest in te houden. Hij heeft geen zeggenschap over de dag van de dood, er is geen vrijstelling in deze strijd en de goddeloosheid laat de bedrijvers ervan niet ontkomen”[5].
Een mens kan van alles plannen, maar eensklaps kan er iets gebeuren waardoor het dagprogramma door elkaar wordt gegooid.
En nee, er is niemand die aan de aardse dood ontkomt. Zelfs Elon Musk niet – u weet wel: die meneer die in 2024 een missie naar Mars wil organiseren[6].
Gereformeerden volharden in hun belijden “dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen zal worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal worden”[7].
Het leven van Gods kinderen gaat zogezegd in één keer door – zonder onderbreking, zonder pauze. En in heel dat leven staat de God van hemel en aarde paraat!

Als we dat geloof levend houden, zal de Here Zelf ervoor zorgen dat we het lijden vol kunnen houden. Paulus schrijft daar in Romeinen 5 over: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop”[8].
Het is God Zelf die de deur naar het geloof open deed. Hij geeft mensen die met ziekte en handicap te maken hebben de kracht om zich te verheugen op de hemelse glorie. Dat is hoorbaar, als iemand nog spreken kan. Dat is zichtbaar, als iemand nog ‘sprekende’ ogen heeft.

Bij ziekte, handicaps en lijden zijn soms ernstige vragen aan de orde. Wat doen wij wel? Wat doen wij niet? Een afgerond antwoord is soms eigenlijk niet te geven.
In een dergelijke situatie mogen wij Jacobus 1 memoreren: “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet. En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden”[9].
Nee, de Here zal nooit tegen Zijn kinderen zeggen: wat bent u toch dom!
Laten wij elkaar maar op het hart drukken: de Heer van hemel en aarde geeft ons de wijsheid die nodig is om in zware omstandigheden de juiste beslissingen te nemen!

Mét dat al is het honderd procent zeker: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[10].
Als het leven – vanuit de mens bezien – schier onmogelijk wordt, is er toch altijd een lichtpunt. Natuurlijk, soms is het, door de tranen heen, moeilijk om dat lichtpunt te zien. Maar dat lichtpunt blijft altijd branden!

Noten:
[1] Over euthanasie schreef ik onder meer ook in mijn artikel ‘Gods Woord en euthanasie’; hier gepubliceerd op donderdag 19 september 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/09/19/gods-woord-en-euthanasie/ .
[2] Geciteerd van https://www.gotquestions.org/Nederlands/Bijbel-euthanasie.html ; geraadpleegd op maandag 16 september 2019.
[3] Job 30:23 en 24.
[4] Prediker 7:14.
[5] Prediker 8:6, 7 en 8.
[6] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://tweakers.net/geek/145347/elon-musk-missie-naar-mars-in-2024-kan-ook-onbemande-vlucht-worden.html ; geraadpleegd op maandag 16 september 2019.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 57.
[8] Romeinen 5:2, 3 en 4.
[9] Jacobus 1:2-5.
[10] Openbaring 21:4 en 5.

19 september 2019

Gods Woord en euthanasie

Euthanasie is een veelbesproken en daarbenevens zeer beladen onderwerp. Artsen en rechters proberen steeds weer genuanceerde uitspraken te doen.
Maar het moet gezegd: voor christenen, Gereformeerde mensen incluis, wordt het er – gezien de publieke opinie – meestal niet beter van. Ook niet duidelijker, trouwens.

Wat is euthanasie?
“Bij euthanasie dient een arts dodelijke medicijnen toe aan een patiënt om een eind te maken aan ondraaglijk en uitzichtloos lijden”.
Daarbij gelden zes zorgvuldigheidseisen. Kort samengevat:
* Vrijwillig en weloverwogen verzoek
* Uitzichtloos en ondraaglijk lijden
* Patiënt en familie informeren over de vooruitzichten
* Geen redelijke andere oplossing
* Raadplegen onafhankelijke arts
* Medisch zorgvuldige uitvoering[1].

Laten wij eerst zonder omwegen vaststellen dat euthanasie ten principale doodslag is.
Zie de Heidelbergse Catechismus:
“Wat eist God in het zesde gebod?
Antwoord:
Dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen of moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren.
Het gaat dus in dit gebod niet alleen om doodslag?
Antwoord:
Nee. Door de doodslag te verbieden leert God ons ook dat Hij afgunst, haat, toorn en wraakzucht als de wortel van deze zonde haat en dat dit alles voor Hem doodslag is.
Maar is het genoeg dat wij onze naaste, zoals gezegd, niet doden?
Antwoord:
Nee, want terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen”[2].

Er zijn wel mensen die het bovenstaande in verband met euthanasie te rechtlijnig vinden.
Dan zegt men bijvoorbeeld: “Barmhartig zijn en tegen het lijden werken, zijn voor mij hoofdlijnen in de Bijbel. Op grond van barmhartigheid een leven beëindigen, omdat er sprake is van uitzichtloos lijden, is voor mij een legitieme redenatie”[3].

Dat is echter zeer strak door de bocht.
Er is namelijk ook nog palliatieve sedatie.
“Palliatieve sedatie is het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase. Doel is het lijden te verlichten. Het bewustzijn verlagen is een middel om dat te bereiken. Palliatieve sedatie die lege artis [volgens voorschrift, BdR] wordt toegepast bekort het leven niet. De patiënt komt te overlijden aan de onderliggende ziekte. Hierin onderscheidt palliatieve sedatie zich van euthanasie”[4].
Terecht zegt iemand: “De introductie van palliatieve sedatie bracht me definitief tot het standpunt dat je – zonder euthanasie – niet uitzichtloos hoeft te lijden. Van huisartsen en situaties in mijn omgeving weet ik dat palliatieve sedatie vaak dragelijker is dan levensbeëindiging”.
Waarvan akte!

Wat leert de Heilige Schrift ons in verband met euthanasie?
Laten wij, ten behoeve van elkander, enkele Schriftuurlijke gegevens memoreren.

Hanna, de moeder van Samuël, zegt in 1 Samuël 2: “De HEERE doodt en maakt levend, Hij doet in het ​graf​ neerdalen en Hij doet daaruit opkomen”[5].
Wie 1 Samuël 2 tot zich door laat dringen, realiseert zich ook: het leven van een Gereformeerd mens is nooit helemaal uitzichtloos. Want er is zicht op de opstanding!

Gods Woord leert ons het menselijk lijden nimmer te bagatelliseren:
“Maar mijn lijden werd heviger,
mijn ​hart​ werd heet in mijn binnenste.
Een vuur ontbrandde bij mijn zuchten;
toen sprak ik met mijn tong:
HEERE, maak mij mijn einde bekend
en wat de maat van mijn dagen is,
zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben”[6].
David laat zien hoe diep het lijden kan zijn en hoe ver dat kan gaan. Maar midden in alle pijn en ellende wendt Hij zich tot God. Wij mogen onze Here niet buitensluiten, juist niet als wij ernstig lijden!

Paulus schrijft in Philippenzen 1 dat Christus grootgemaakt moet worden “in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood. Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst”[7].
Wie met ernstig lijden te maken heeft mag in ziekte en beperkingen laten zien hoe groot het verschil is tussen de kleine, lijdende mens en de grootse, glorieuze Heiland. Als het naar het sterven toe gaat, mogen we belijden: hij of zij krijgt in de hemel een grootse positie in de leefomgeving van Christus!

De Hebreeënschrijver noteert in hoofdstuk 9: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt…”[8].
Er komt een moment dat wij sterven. Dan zullen een oordeel over ons werk ontvangen. Als de artsen het niet meer weten, mogen we een Gereformeerd mensen ook met een gerust hart laten gaan!

In onze samenleving wordt nogal eens gesproken over waardig leven en sterven.
In Openbaring 20 staat te lezen: “En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het ​boek​ des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen”[9].
Een arts die een niet-christen euthanaseert brengt zijn patiënt voor eeuwig in een brandend vuur waar niemand zijn wil: de hel!

Het onderwerp ‘euthanasie’ wordt uitgebreid bediscussieerd. Maar daarbij gaat Gods Woord maar zelden open. Dat is niet alleen jammer. Dat is zonde.

Noten:
[1] Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/euthanasie ; geraadpleegd op zaterdag 14 september 2019.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40.
[3] Geciteerd uit: “Mag euthanasie? Gelovigen én ongelovigen wikken en wegen”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 14 september 2019, p. 4 en 5.
[4] Geciteerd van https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/dossiers/palliatieve-sedatie.htm ; geraadpleegd op zaterdag 14 september 2019.
[5] 1 Samuël 2:6.
[6] Psalm 39:3b, 4 en 5.
[7] Philippenzen 1:20 b en 21.
[8] Hebreeën 9:27.
[9] Openbaring 20:14 en 15.

21 november 2017

Onze zonde bedekt

“Wat is voor u de waarde van de heilige ontvangenis en geboorte van Christus?
Antwoord:
Zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt”.

Het zou heel goed kunnen zijn dat de bovenstaande woorden u bekend voorkomen.
Ze staan namelijk in Zondag 14 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Wij kijken in Zondag 14 naar een kleine baby.
Een Verbondskind.
Een, zo op het oog, prachtige nieuwe schepping. Met alles erop en eraan. De aanblik van dat kind vertedert ons. Wat een wonder is het toch, zo’n klein kind!
En toch belijden wij: die kleine wereldburger is vanaf het begin zondig. Dat kleine kind ligt, zegt de Catechismus, midden in de zonde.
Dat gegeven lijkt onze vreugde over die voorspoedige geboorte van dat Verbondskind te bederven. Een vies, smerig kind, dat wil toch niemand zien? Een kindje dat tot in de vezels van zijn bestaan zondig is, dat bevordert de blijdschap toch niet?

Vormen Gereformeerden overal ter wereld gemeenschappen van sombere zwartkijkers?
Zeker niet.
Integendeel!
Luister maar eens naar Romeinen 4: “Welzalig zijn zij van wie de ongerechtigheden ​vergeven, en van wie de ​zonden​ bedekt zijn, welzalig is de man aan wie de Heere de ​zonde​ niet toerekent”.
De zonden worden afgedekt. De Middelaar legt, om zo te zeggen, de deken van Zijn onschuld en volkomen heiligheid over dat kind heen. Die bedekking neemt niemand dat kind meer af. Het is een beschermende bedekking, die nimmermeer behoeft te worden ingeleverd!

Als het kind opgroeit, zal het hoe langer hoe beter zien hoe kil het in de wereld om hem heen is.
Er zijn omgevingen waar het ijskoud is. Er is daar geen enkel contact met de Heer van hemel en aarde. De mensen doppen er hun eigen boontjes. Dat ziet er reuze beschaafd uit. Echter, de samenleving is kil. Dood is dood. En daarmee uit.
Maar dat Verbondskind?
Dat Verbondskind leeft al maar verder. Het blijft steeds in leven. Dat Verbondskind leeft zelfs voor eeuwig. Want dat Verbondskind heeft die beschermende en verwarmende deken om zich heen!

Misschien zijn er lezers die het bovenstaande in zekere zin een beetje overdreven vinden.
Een kille samenleving?
Zo’n vaart loopt het toch niet?
Met die alles doordringende vrieskou valt het in deze wereld toch nog wel een beetje mee?

Vergis u niet.
Een tijdje geleden stond in de krant: “Actieve levensbeëindiging wordt voor veel Nederlanders steeds normaler. Predikanten moeten er dan ook rekening mee houden dat ze steeds vaker te maken krijgen met ethische vragen rond dit thema.
Dat zegt de hervormde emeritus predikant J. Belder in reactie op het onderzoek dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) liet verrichten naar de vraag in hoeverre predikanten te maken krijgen met actieve levensbeëindiging”.
Een verpleeghuisarts merkte in hetzelfde krantenartikel op: “Het is steeds gebruikelijker dat mensen een appartement huren in een zorgcentrum. Je kunt je afvragen in hoeverre de instelling het dan kan verbieden dat mensen bijvoorbeeld de hulp inroepen van een consulent van de Levenseindekliniek, die helpt bij euthanasie. En in het verlengde daarvan: welke rol is weggelegd voor bijvoorbeeld een arts of een pastor die verbonden is aan zo’n instelling? Moet iemand dan bijvoorbeeld buiten de deur geëuthanaseerd worden, maar mag hij wel weer opgebaard worden in de eigen kamer? Dat zijn lastige kwesties, waarbij ook de vraag opkomt welk beeld je als christelijke instelling wilt uitdragen”[2].
Zelfbeschikking wordt gaandeweg gewoner.
Men spreekt over mondigheid.
Men heeft de mond vol over  keuzevrijheid.
En inderdaad, privacy is schier sacraal. Die is in ieder geval belangrijker dan Gods heilig Woord.
Dat de Heiland reeds van den beginne beschermende dekens om Zijn kinderen heeft gelegd, doet er niet zoveel toe. In woord en daad suggereren massa’s mensen: die dekens kun je, naarmate je leven vordert, toch net zo goed afwerpen? U moet zich per slot van rekening wel een beetje aanpassen aan de praktijk van de eenentwintigste eeuw. Dat is de eeuw van makkelijk zittende kleding die mensen zelf uitzoeken.

Velen willen niet meer geloven dat God ons Zijn onschuld en volkomen heiligheid toerekent. En omdat zij dat niet meer geloven, blijft de hemel voor hen dicht.
Hier op aarde ziet het leven er zo keurig uit. Maar men heeft ernstige twijfels bij Romeinen 5. U weet wel: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”[3].
De waarde van de beschermende bedekking wordt gering geacht. In het leven van alledag lijkt die bedekking eigenlijk alleen maar in de weg te zitten.
Men zou kunnen zeggen: in onze maatschappij gelden ongeschreven kledingcodes.

Gereformeerde mensen van 2017 weten echter welke nieuwe werkelijkheid er aan komt. Dat is de realiteit die Paulus in 1 Corinthiërs 15 beschrijft: “En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning”[4].

Welnu, Zondag 14 roept ons – Gereformeerde mensen van 2017 – ertoe op om de warmte die de door Jezus Christus gegeven deken ons aardse leven geeft, te blijven koesteren. Als wij die deken om houden, krijgen wij het niet koud als wij in de wereld ons werk doen.
Als we de deken van Zijn onschuld en heiligheid om houden, is te Zijner tijd de toegang tot de hemel open.
Aldaar zal de Here ons hemelse kledij verstrekken. Nieuw gewaden, waarmee we het hemelse feest kunnen opluisteren. Denkt u maar aan Openbaring 7: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, ​stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!”[5].

Dan is de dood verdwenen.
Het leven kan dan niet meer stuk. Nooit meer!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 14, vraag en antwoord 36.
[2] “Levensbeëindiging wordt normaler”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 9 november 2017, p. 1.
[3] Romeinen 5:1 en 2.
[4] 1 Corinthiërs 15:54.
[5] Openbaring 7:9 en 10.

5 juli 2017

Medisch-ethische aangelegenheden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Het politieke landschap in Nederland is momenteel nogal ingewikkeld. Het politieke areaal is, om het zo uit te drukken, verdeeld in tamelijk kleine stukjes land.

De heer H.D. Tjeenk Willink – minister van Staat en één van de informateurs in de kabinetsformatie-2017 – zei daarover onlangs: ‘De onzekerheid van partijen komt voort uit de versplintering van het politieke landschap. Er zijn niet alleen méér partijen, maar bovendien is ‘het traditionele midden’ smaller geworden. Dat leidt tot aarzeling, terwijl duidelijkheid over de eigen positie juist nodig is ‘om inhoudelijke besprekingen over een regeerakkoord met enig succes te kunnen voeren’[1].

In het Nederlands Dagblad stond ook te lezen: “Opvallend is echter dat Tjeenk Willink in zijn verslag specifiek ingaat op immateriële thema’s. Hij spreekt over ‘gecompliceerde vragen die door wetenschappelijke ontwikkelingen en zich wijzigende maatschappelijke opvattingen aan de orde komen en raken aan de levensovertuiging van mensen en aan de grondslag van politieke partijen’. ‘Zeker in kwesties van geloof en levensovertuiging gaat het om respect voor de opvatting van minderheden’, aldus de informateur, die benadrukt dat het respect twee kanten op moet werken. ‘Steeds gaat het ook hier om breder de vraag te stellen: wat zijn de verschillende levensbeschouwelijke en politieke opvattingen over die onderwerpen, op welke wijze kan aan ieders opvattingen recht worden gedaan en ruimte worden geboden?’”[2].

Die laatste vraag is inderdaad niet zo heel makkelijk te beantwoorden.
Medisch-ethische kwesties, zoals euthanasie en ‘voltooid leven’ zijn principekwesties.
Hier staan beginselen strak tegenover elkaar.

Wat kunnen en moeten Gereformeerden daarover, aan de hand van Gods Woord, zeggen?
Hieronder wil ik een paar dingen kort aanstippen. Want wij moeten, denk ik, helder voor ogen hebben waar wij, ook anno Domini 2017, staan.
Wij moeten niet te makkelijk zeggen: de dames en heren politici moeten het in Den Haag maar uitzoeken!

Laten wij, met het bovenstaande voor ogen, eens door onze Bijbel bladeren[3].

1.
Ik begin bij Genesis 9: “Vergiet iemand het ​bloed​ van de mens,
door de mens zal diens ​bloed​ vergoten worden;
want naar het beeld van God
heeft Hij de mens gemaakt”[4].
Wij moeten voorzichtig omgaan met ons eigen leven, en met dat van anderen.

2.
Nu ga ik naar Psalm 31, waar David zegt:
“Mijn tijden zijn in Uw hand”[5].
Het leven mag daarom niet zomaar door mensen afgebroken worden.

3.
Graag attendeer ik u ook op Jesaja 38: “In die dagen werd ​Hizkia​ ​ziek, tot stervens toe. Toen kwam de ​profeet​ ​Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel de zaken van uw ​huis, want u zult sterven en niet leven”[6].
Eén van de dingen die vanuit deze Schriftplaats duidelijk wordt is dat wij het sterven onder ogen moeten zien. Wij behoren stervenden eerlijk van hun toestand op de hoogte te brengen. Het is heel verkeerd om in zo’n situatie eenvoudigweg te zeggen: het komt wel weer goed.

4.
Ik kom bij Mattheüs 9: “Ik wil ​barmhartigheid​ en geen offer”[7].
In dat Schriftgedeelte gaat het over zonde en de noodzaak van bekering. Maar Jezus laat daar, in Mattheüs 9, toch ook blijken dat we barmhartig moeten zijn. Wij moeten medelijden hebben en vol ontferming wezen. Wij moeten voor elkaar zorgen.
Het houdt, als ik het goed zie, zelfs in dat wij mensen niet ten koste van alles in leven moeten zien te houden. Als wij het leven uit handen geven, leggen wij het in handen van God, onze Schepper.

5.
Graag attendeer ik u op Johannes 9: “En in het voorbijgaan zag Hij iemand die ​blind​ was van de geboorte af.
En Zijn discipelen vroegen Hem: ​Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij ​blind​ geboren zou worden?
Jezus​ antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden”[8].
Mensen met fysieke en/of mentale beperkingen tellen volop mee. Ook in hen moeten de werken van God aan de dag komen.

6.
Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 4: “Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig ​gewicht​ van heerlijkheid teweeg”[9].
Het lijden van deze wereld hoort er echt bij. Het bepaalt ons namelijk zowel bij onze kleinheid op aarde als bij de grootsheid bij ons hemels bestaan. Wij mogen en kunnen dat lijden dus niet wegdrukken.

7.
Laten wij Openbaring 14 niet vergeten: “En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen”[10].
Veel mensen zeggen vandaag: ik beëindig mijn leven. Punt. Maar kinderen van God mogen zeggen: ik begin aan het tweede deel van mijn leven; en dat zal een stuk rustiger wezen als het eerste stuk.

8.
De ethicus J. Douma schreef eens: “Eu-thanasie. Het woord concentreert zich teveel op de dood; het maakt van een mijlpaal snel een eindpaal”[11].
En:
“Vanuit onze geestelijke gezondmaking in Christus zullen wij veel kunnen verwerken wat anders ondraaglijk, zinloos en niet-menswaardig gaat heten”[12].
De vraag is dus waar wij ons op concentreren.
De hoop op een nieuwe toekomst geeft het leven een heel ander perspectief!

9.
Voor rechtgeaarde christenen zijn het onwrikbare principes:
* ons leven komt van God
* ons leven is in Zijn hand
* in ons leven laten wij zien hoe God ook vandaag nog voor heel Zijn schepping zorgt
* ons leven is vol begrip, vol ontferming voor mensen om ons heen; ook als die mensen oud geworden zijn
* te Zijner tijd geven ons leven uit handen, om het in Zijn handen te leggen; zelfbeschikkingsrecht is daarom niet aan de orde.
* het einde van ons aardse leven moet zorgvuldig voorbereid worden
* wij leren ons aardse bestaan te relativeren; er komt een prachtig leven aan
* de zekerheid over onze toekomst maakt het aardse leven draaglijk.

Noten:
[1] “Dat formatie lang duurt is de schuld van niemand”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 28 juni 2017, p. 1.
[2] “Informateur: in ethische kwesties is respect nodig”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 28 juni 2017, p. 4.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer: J. Douma, “Euthanasie”. – Groningen: De Vuurbaak, 1973. (Kamper Bijdragen, XII). – 54 p.
[4] Genesis 9:6.
[5] Psalm 31:16 a.
[6] Jesaja 38:1.
[7] Mattheüs 9:13.
[8] Johannes 9:1, 2 en 3.
[9] 2 Corinthiërs 4:17.
[10] Openbaring 14:13.
[11] J. Douma, “Euthanasie”, p. 48.
[12] J. Douma, “Euthanasie”, p. 49.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.