gereformeerd leven in nederland

4 september 2019

Feestelijke stemming

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Is geloven een feest?
Men zou haast zeggen van niet. Immers – in de kerk is het vaak tobben. En pappen. En nathouden.
Waarom? Bijvoorbeeld omdat kerkmensen vaak een chronisch tijdgebrek hebben; het werk in de kerk moet vaak gebeuren naast de drukte in het gezin en in de maatschappij. En bijvoorbeeld ook omdat sommige kerkmensen elkaar gewoon niet liggen; en dat terwijl je elkaar – Schriftuurlijk bezien – lief moet hebben.
Nee, geloven is geen feest. Lang niet altijd tenminste.

Des te meer valt het op dat in Exodus 5 te lezen staat: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”[1].

De Here bevrijdt Zijn volk.
Men zou zeggen: het is belangrijk dat Israël uit de slavernij komt. Het is belangrijk dat Israël uit Egypte weg kan. Het is belangrijk dat Israël weer vrij kan zijn. Het is belangrijk dat Israël over kan gaan tot haar eigen orde van de dag.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar daarna klinkt geen dienstbevel in de trant van: ga uw gang en maak er wat moois van.
Nee, het is de bedoeling dat Israël feest gaat vieren. En wel een feest ter ere van de Bevrijder: de Here, hun God.
Het is opmerkelijk dat de Here niet zegt: mensen, blaas nu eerst maar eens een beetje uit. Nee, er moet feest gevierd worden. Er moet een offerfeest worden gehouden.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar het is opmerkelijk dat de Here zegt: er moet feest gevierd worden in de woestijn. Er zijn toch warempel wel betere plaatsen te bedenken om feestgedruis te ontwikkelen! Maar nee, er moet zo spoedig mogelijk feestvreugde ontstaan. Uitstel kan niet aan de orde wezen.

Hoe dat alles zij – de farao is niet van zins om aan die bevrijding mee te werken. Goed beschouwd is dat trouwens ook geen wonder. “Immers”, schrijft Paulus in Romeinen 8, “het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet”[2].
Welnu, daar is de Egyptische farao een treurig voorbeeld van!

De Here bevrijdt Zijn volk.
Ook vandaag.
En nog steeds is er tegenstand in de wereld. Gereformeerden moeten feest vieren in een wereld die vermanend en geërgerd naar de kerk kijkt. Waarom? Omdat kerkmensen op sommige momenten nogal wereldvreemd doen. Alles is erop gericht om de Here te eren. Feitelijk zijn er in de kerk massa’s priesters en priesteressen actief. Zij zijn druk doende om zich “als een levend dankoffer aan Hem te offeren”. Herkent u de term uit de Heidelbergse Catechismus?[3]

Toegegeven – feestvieren is in de omstandigheden van 2019 niet eenvoudig.
Maar het is mogelijk. Onze God geeft er nog de vrijheid voor. Zodoende hangt er in de kerk vrijwel altijd een feestelijke sfeer. Net als in Psalm 118:
“Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!
Wij ​zegenen​ u vanuit het ​huis​ van de HEERE.
De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.
Bind het feestoffer vast met touwen
tot aan de hoorns van het ​altaar”[4].
Een commentator noteert hierbij: “Voor dat laten schijnen wordt hetzelfde werkwoord gebruikt als in de bekende priesterzegen in Numeri 6:25. Dit schijnen (‘laten zien’) van het licht houdt in dat de zegen die steeds uitgesproken werd nu concreet en zichtbaar is geworden”[5].
In de kerk wordt het zo vaak gezegd: “De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten”[6]. En telkens als dat gezegd wordt, mogen we ’t ons realiseren: in de kerk is het feest. Wat preciezer: de Here zorgt dat het in de kerk feest is en feest blijft.

En dat laatste is cruciaal.
De Here Zelf zorgt ervoor dat het feest wordt in ons leven.
Daarom is het niet eens zo verrassend dat het eerste publieke optreden van de Heiland plaatsvindt tijdens een feest. Op de bruiloft te Kana, namelijk. Johannes noteert: “Dit heeft ​Jezus​ gedaan als begin van de tekenen, te ​Kana​ in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem”[7].

In de kerk vieren we de glorieuze triomf van onze Heiland over de zonde.
Toegegeven, even lijkt het alsof die overwinning nep is. In Openbaring 11 namelijk. Dat is het hoofdstuk waarin het gaat over de twee getuigen.
Daarover schreef ik al eens: Het profeteerwerk van de twee getuigen “heeft grote gevolgen. God komt met Zijn oordeel! De vijanden vinden de dood.
Het water wordt bloed. De aarde wordt geplaagd. Ja geplaagd: de gebeurtenissen doen sterk denken aan de tien plagen waarover we lezen in Exodus 7 en volgende.
Als het Evangelie overal op de wereld geproclameerd is, zal de antichrist de twee getuigen om het leven brengen.
Laten we er op letten: het Woord van de Here heeft, op het moment van de dood van de Godsgetuigen, in alle hoeken en gaten van de wereld geklonken. Iedereen heeft er van gehoord. Alle wereldburgers weten er van. Niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten.
Dat betekent ook iets anders.
Dat houdt namelijk in dat de God van hemel en aarde de regie heeft. Nee, er wordt niet met het leven van de getuigen afgerekend als zij – om maar eens iets te noemen – nog maar halverwege hun profeteerwerk zijn. Nee, de antichrist krijgt pas de ruimte voor een afrekening in het criminele circuit als zij hun ‘evangelisatiewerk’ geheel voltooid hebben.
En dan is het einde daar.
De getuigen van God zijn om het leven gebracht.
Het Evangelie gaat ten onder.
Het is over en uit met de wereld.
Althans, daar lijkt het op.
Zo ziet het er uit.
Maar niets is minder waar.
Want de twee getuigen staan weer op![8].
Jazeker – de overwinning is toch een feit!

De Here bevrijdt Zijn volk.
En daarom vieren wij feest.
Maar het is nog maar het begin.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: ​Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is ​Koning​ geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn ​linnen​ te kleden, want dit fijne ​linnen​ zijn de gerechtigheden van de ​heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”[9].
Het wordt een groots feest, dat toch intiem is. Want men viert dan de heerlijke intimiteit tussen God en Zijn volk. Alle bruiloftsgasten delen in de feestvreugde.

Intussen staat het nog altijd in Exodus 5: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”.
Als het aan mensen had gelegen, was het met dat feest niets geworden. Maar nu? Dankzij de Heiland heerst er in de kerk – als het goed is – bijna altijd een feestelijke stemming!

Noten:
[1] Exodus 5:1.
[2] Romeinen 8:7.
[3] De formulering komt uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 32.
[4] Psalm 118:26 en 27.
[5] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 118:26-29.
[6] Numeri 6:25.
[7] Johannes 2:11.
[8] Geciteerd uit mijn artikel ‘De twee getuigen’, hier gepubliceerd op donderdag 20 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/20/de-twee-getuigen/ .
[9] Openbaring 19:6-9.

27 augustus 2019

Brood voor de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Er staan wonderlijke dingen in de Bijbel.

Neem nou het manna dat uit de hemel komt. Dat valt terwijl het volk Israël in de woestijn overnacht.
Wij lezen in Exodus 16:
“Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde. Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. ​Mozes​ zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.
Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft: Ieder moet ervan verzamelen naar wat hij eten kan, een gomer per hoofd, naar het aantal van uw personen. Ieder moet het nemen voor hen die in zijn ​tent​ zijn. En zo deden de Israëlieten, zij verzamelden, de een veel en de ander weinig. Zij maten het met de gomer. Wie veel had verzameld, had niets over, en hem die weinig had verzameld, ontbrak niets. Ieder had zó veel verzameld als hij eten kon”[1].

Wat is dat manna precies?
Uit een bekende internetencyclopedie leren wij: “In de Bijbelwetenschap wordt over het algemeen aangenomen dat het gaat om de uitscheiding van bepaalde schildluizen -waarschijnlijk Najococcus serpentinus en Trabutina mannipura-. Volgens sommige mensen is manna echter een eetbare en geneeskrachtige hars afkomstig van de boom Boswellia thurifera. Kerkwierook is veelal op basis van deze hars samengesteld. Een andere mogelijkheid is de zoetige afscheiding van de kameeldoorn –Alhagi maurorum-, die ook vandaag de dag in Israël manna genoemd wordt”[2].
Andere deskundigen zeggen dat het eten van manna niets anders is “dan het nuttigen van hallucinogenische paddestoelen”. En ook: “Het manna uit de bijbel was volgens sommige historici Lecanora esculenta, een korstmos”[3].
Kortom – de geleerden zijn er niet uit.
Opvallend is dat. Blijkbaar vindt de Here het niet nodig dat wij precies weten wat dat manna geweest is. Wij hoeven alleen maar te geloven dat God voedsel geeft als dat nodig is!

Waarom komt het manna uit de hemel?
Dat staat er in Exodus 16 bij: “Ik heb het gemor van de Israëlieten gehoord. Spreek tot hen en zeg: Tegen het vallen van de avond zult u vlees eten, en in de morgen zult u met brood verzadigd worden. Dan zult u erkennen dat Ik de HEERE, uw God, ben”[4].
De laatste regel van het voorgaande citaat is opvallend.
Er staat niet: misschien zult u dan…
Nee, er staat: dan zult u…
De God van hemel en aarde weet van tevoren al wat er gebeuren gaat. Hij heeft de zaak in de hand.

De Here toont Zijn macht. Hij wil dat Zijn volk Hem de eer geeft die Hem toekomt. En daar zorgt Hij zelf voor!
Dat doet Hij niet als een dictator, die precieze voorschriften geeft. Zoals in China waar de machthebbers alle moeite doen om het volk te dwingen om de Chinese cultuur meer te eren. Sinds 2015 behoort het begrip ‘sinificatie’ tot het Chinese overheidsjargon. “Sinificatie betekent dat islamitische, boeddhistische en christelijke leiders hun religie in overeenstemming moeten brengen met het Chinese socialistische gedachtegoed”[5].
Het mag en moet duidelijk zijn – onze Here doet het anders. Heel anders. Hij is zorgzaam. Hij is een goede en gulle Gever!

In Zijn grote liefde geeft Hij zelfs Zichzelf.
Denkt u maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In verband met het Heilig Avondmaal wordt in dat document onder meer gezegd: “Toch vergissen wij ons niet, als wij zeggen dat wat door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijke lichaam en het eigen bloed van Christus is. Maar de wijze waarop wij deze nuttigen, is niet met de mond, maar geestelijk, door het geloof. Zo blijft Jezus Christus altijd gezeten aan de rechterhand van God, zijn Vader, in de hemel en deelt Hij Zichzelf toch aan ons mee door het geloof. Bij dit geestelijke feestmaal geeft Christus ons deel aan Zichzelf met al zijn schatten en gaven en doet Hij ons zowel Zichzelf als de verdiensten van zijn lijden en sterven genieten. Hij voedt, sterkt en troost onze arme, verslagen ziel door ons te eten te geven van zijn lichaam, en verkwikt en vernieuwt haar door ons te drinken te geven van zijn bloed”[6].

De Here is uiterst zorgzaam voor Zijn volk.
Hij is bereid om alles voor Israël te doen.
Niet alleen incidenteel, maar ook structureel.
Die manna is nog maar het begin!

Jezus zegt dat ook in Johannes 6.
“Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tegen Hem: Heere, geef ons altijd dat brood. En ​Jezus​ zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben”[7].
En:
“Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld”[8].

Met dat manna kunnen we ook de toekomst in.
Openbaring 2 zegt daarover: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven…”[9].
Hoe kijkt Nederland naar de toekomst? Naar 2040 bijvoorbeeld?
De Nationale Toekomst Monitor zegt:
“29% denkt dat het milieu er beter voor staat dan nu.
17% denkt dat Nederland beter wordt bestuurd dan nu.
6% denkt dat er minder onrust en conflict in de wereld is dan nu.
69% verwacht dat in alle personenvervoer op de weg elektrisch is.
47% verwacht dat de meerderheid van de huishoudens een robot heeft die de huishoudelijke taken uitvoert.
1% denkt dat computers slimmer zijn dan mensen.
11% verwacht dat mensen een kolonie hebben gecreëerd op een andere planeet.
54% denkt dat digitalisering de maatschappij heeft verbeterd.
64% verwacht dat organen op maat gemaakt worden in een laboratorium. Donatie is verleden tijd.
18% verwacht dat huisdieren genetisch kunnen worden aangepast zodat mensen er niet meer allergisch voor zijn”[10].
Dat is allemaal prachtig.
Maar…
Een mooier milieu – worden we daar blijer van?
Beter bestuur – levert dat meer tevredenheid op?
Minder huishoudelijke taken – ontvangen we daardoor meer zielenrust?
Ach nee, uiteindelijk is dat niet het geval.
Het Brood van het leven, dat geeft ons pas toekomst. Dat Brood brengt geluk en vrede. Heilzame harmonie, die is te vinden bij onze Heiland: de Here Jezus Christus.

Manna – dat klinkt als de Hebreeuwse uitdrukking voor ‘Wat is dat?’.
De woestijn stond, om zo te zeggen, indertijd vol met vraagtekens.
Maar de kerk van 2019 mag haar Redder naspreken: “Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven”[11].

Noten:
[1] Exodus 16:14-18.
[2] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Manna ; geraadpleegd op dinsdag 20 augustus 2019.
[3] Zie voor de laatste twee suggesties: http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?576 ; geraadpleegd op dinsdag 20 augustus 2019.
[4] Exodus 16:12.
[5] Geciteerd van https://www.businessinsider.nl/xi-jinping-china-oorlog-religie/ ; geraadpleegd op dinsdag 20 augustus 2019.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[7] Johannes 6:33-35.
[8] Johannes 6:49, 50 en 51.
[9] Openbaring 2:17 a.
[10] Geciteerd van https://stt.nl/nieuws/ntm-2019-hoe-kijken-wij-naar-technologie-en-de-toekomst/ ; geraadpleegd op dinsdag 20 augustus 2019.
[11] Johannes 6:57 en 58.

13 mei 2019

Door Gods Geest gedragen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Afgelopen donderdag, 9 mei, zijn op veel middelbare scholen de examens begonnen. Een spannende tijd breekt aan. Juist in deze tijd moet je een topprestatie leveren, of je nu in topvorm bent of niet. Het moet nu gebeuren!

Zou het allemaal goed gaan?
Hebben onze jonge broeders en zusters geen black-out als zij in die stille zaal zitten?
Komt de kennis op het goede moment naar boven?

Laten we elkaar, in verband met het bovenstaande, vandaag eerst wijzen op Exodus 36.
Twee begaafde vormgevers, Bezaleël en Aholiab, maken daar allerlei voorwerpen voor de tent van ontmoeting. Allerlei vakmensen helpen mee.
En bij het volk leeft dat nieuwe project. Ja, het golft door de natie: er moet materiaal komen, en niet zo weinig ook.
Het staat er rechttoe-rechtaan: “Men bracht elke morgen nog vrijwillige gaven bij hem”[1].

Dat is allemaal mooi en aardig. Maar de ijver van het volk wordt de vakmensen toch wat te dol. De materialen stapelen zich op. De noeste werkers kunnen niet meer boven de stapel uitkijken.
‘Stop!’ roepen ze. Oftewel: “Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen”[2].

Een wonder is het!
Het hele volk komt, om het maar eens modern te zeggen, in een flow. Een nieuwe energie vaart door het volk. Het enthousiasme is grenzeloos. De samenwerking is optimaal.
Maar we begrijpen het allemaal wel – die Geestdrift is door de Here gegeven. Uiteindelijk is Hij het Zelf die een plek creëert waar het volk Hem ontmoeten kan. Hij buigt de harten om. Hij schenkt vrijgevigheid.
“Uw volk is zeer gewillig om te strijden”, zingen we in Psalm 110[3]. Ten aanzien van Exodus 36 kunnen we rustig zeggen: Uw volk is zeer gewillig om te geven!

Nu ziet het bovenstaande er ideaal uit.
Als de kerk van vandaag er toch eens als Exodus 36 uitzag, wat zou dat een rust geven!
En – als je nu eens van te voren wist dat alle proefwerken, toetsen en examens een 10 opleverden…, dat zou toch prachtig wezen?

Maar ach, wij weten allemaal wel beter. Trouwens, niet voor niets bidt Jezus in Johannes 17: “Ik ​bid​ niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze”[4].
Toetsen en examens maak je midden in de wereld van vandaag.
En je wilt wel vrijgevig zijn in het geven van goede antwoorden, maar soms lukt dat gewoon niet. Hoe je ook je hersens pijnigt, het antwoord is er niet. Geef in een dergelijk geval jouw leven in handen van God. Geef de duivel geen kans om er met jouw gedachten vandoor te gaan!
De apostel Paulus schrijft in Romeinen 12: “En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is”[5].
Ook als het gaat om tentamens en examens moeten we zeggen: Uw wil geschiede!

Terug nu naar het Bijbelboek Exodus[6].
Bij herhaling wordt daar duidelijk gemaakt dat intelligentie en inzicht van God komen.
Zie Exodus 28: “En ú moet spreken tot allen die wijs van ​hart​ zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van ​Aäron​ moeten maken om hem te ​heiligen, zodat hij Mij als ​priester​ kan dienen”[7].
En Exodus 31: “En Ik, zie, Ik heb Aholiab, de zoon van Ahisamach, uit de ​stam Dan, aan hem toegevoegd. En in het ​hart​ van ieder die wijs van ​hart​ is, heb Ik wijsheid gegeven zodat zij alles kunnen maken wat Ik u geboden heb”[8].
En Exodus 36: “Mozes​ had namelijk Bezaleël en Aholiab geroepen, en ieder die wijs van ​hart​ was, aan wie de HEERE wijsheid in zijn ​hart​ gegeven had, iedereen wiens ​hart​ hem ertoe bewoog om naar voren te komen om het werk te verrichten”[9].
De Heilige Geest is daar actief. Hij geeft activiteit. Hij geeft creativiteit. Hij geeft doorzicht. Met andere woorden – wie kennis wil verwerven en visie wil ontwikkelen moet steun en leiding zoeken bij de Heilige Geest van God.

Elihu, een vriend van Job, zegt in Job 32 dan ook: “Voorwaar, het is de ​Geest van God​ in de sterveling, en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt”[10].
En dat geldt heus niet alleen voor wetenschappers. Lees maar eens mee in Jesaja 28. Daar wordt over de boer gezegd: “Zijn God onderwijst hem over de juiste wijze. Hij onderwijst hem”[11].
Paulus leert ons in 1 Timotheüs 4: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[12].

De examens zijn begonnen.
Voor scholieren is dat, om het maar zachtjes te zeggen, niet de makkelijkste tijd van hun leven.
Laten we, als het op school spannend is, het elkaar maar voorhouden: we mogen bescherming zoeken bij Gods Heilige Geest; Hij draagt ons door het leven heen!

Noten:
[1] Exodus 36:3.
[2] Exodus 36:5.
[3] Dit is de eerste regel van Psalm 110:3, berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Johannes 17:15.
[5] Romeinen 12:2.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 14-17.
[7] Exodus 28:3.
[8] Exodus 31:6.
[9] Exodus 36:2.
[10] Job 32:8.
[11] Jesaja 28:26.
[12] 1 Timotheüs 4:4 en 5.

10 oktober 2018

Zijn goedheid is zeer groot

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We zeggen het wel eens tegen elkaar: dat is een goed mens[1]. Dat betekent: hij of zij is betrouwbaar. Of ook: het is een geschikte en inschikkelijke man of vrouw.

Over de Here God zingen we in de kerk:
“Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[2].

Welnu – dit artikel gaat over de goedheid van God.

Het uitgangspunt voor dit stuk is gelegen in Exodus 33: “Maar Hij zei: Ík zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de HEERE uitroepen, maar Ik zal ​genadig​ zijn voor wie Ik ​genadig​ zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”[3].

In Exodus 33 spreekt Mozes een wens uit: hij wil de heerlijkheid van de Here zien.
En dan lezen wij in de Herziene Statenvertaling: “Maar Hij zei:…”. Dat klinkt in onze oren wellicht alsof de Here iets weigert. Het klinkt als: u krijgt Mijn heerlijkheid niet te zien, maar wel Mijn goedheid.
Een exegeet schrijft echter: “Nadat God heeft toegezegd dat het verbond hersteld is, vraagt Mozes aan de HERE diens heerlijkheid aan hem te openbaren (…). Als de HERE dat zal doen, zal Mozes weten dat het verbond met het volk vernieuwd is en dat het volk veilig kan vertrekken van de berg Horeb. De HERE antwoordt Mozes bevestigend”[4].
De Here weigert Mozes dus niets. Integendeel – Hij reageert positief.
Persoonlijk voel ik mij op dit punt meer thuis bij de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951: “Hij nu zeide: Ik zal mijn luister aan u doen voorbijgaan en de naam des HEREN voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm”.

Terug nu naar de Herziene Statenvertaling.
De Here zegt: Ik zal u al Mijn goedheid laten zien.
En hoe gebeurt dat dan? Antwoord: de naam van de Verbondsgod wordt geproclameerd: Jahweh.
Gods goedheid is, om zo te zeggen, geconcentreerd in Zijn Naam.

Wij zeggen wel eens, soms zelfs bewonderend: hij of zij heeft een goede naam; zijn of haar reputatie is goed.
Welnu, dat is maar een slap aftreksel van wat Mozes in Exodus 33 te zien en te horen krijgt.
In de naam van God wordt al Gods goedheid uitgedrukt. De God van hemel en aarde is een en al goedheid!

De Heer van de heerlijkheid zegt: “…Ik zal ​genadig​ zijn voor wie Ik ​genadig​ zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”.
Dat klinkt wellicht als: sommigen zijn uitverkoren, anderen niet.
Maar dat is in Exodus 33 niet de bedoeling.
Een exegeet schrijft er in een voetnoot onder meer het volgende bij.
“De openbaring van Gods goedheid blijkt uit het feit dat Hij genadig en barmhartig is jegens zijn uitverkorenen. (…) De uitdrukking ‘Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben’ duidt niet op een beperking, maar kan worden weergegeven met: ‘Ik zal zeker genadig zijn’”[5].

De goedheid van God heeft dus alles te maken met de trouw aan Zijn volk.
De God van hemel en aarde heeft een volk uitgekozen.
In het Oude Testament was dat het volk Israël, in het Nieuwe Testament is dat de kerk die overal in de wereld te vinden is.
In Mattheüs 1 wordt over Jezus gezegd: “Hij zal Zijn volk zalig maken van hun ​zonden”[6].
En waar is dat volk dan? Dat blijkt uit Mattheüs 28: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de ​Heilige​ Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. ​Amen”[7].

Gods goedheid is overal ter wereld te zien!
Met andere woorden: al Zijn goedheid is over de hele aardbol verspreid!

Het is niet geheel onvoorstelbaar dat de lezer van dit artikel thans zijn wenkbrauwen fronst, en vraagt: dat is een prachtig verhaal, maar waar zie ik die goedheid dan?
Het was de schrijfster Rosita Steenbeek die onlangs in het Nederlands Dagblad opmerkte: “We leven in een ontspoorde, schizofrene wereld. Wij stappen voor een leuk uitje even in een vliegtuig, terwijl anderen in kampen zitten en hun kinderen niet naar school kunnen, maar moeten werken. Dat is niet de bedoeling, daar zie ik de zin niet van in. Tegelijk heb ik gezien dat er in die kampen te midden van alle ellende ook momenten van geluk worden beleefd. Ik heb er hartelijkheid en warmte ontvangen; mensen die niks hebben, deelden heel veel uit”[8].

Mensen bederven de wereld zódanig dat de wereld soms gespleten is, zegt Rosita.
En daarmee slaat zij, als u het mij vraagt, de spijker op zijn kop.
Want inderdaad, deze wereld is gestoord en verstoord.
En de wereldburgers worden, meestal zonder dat zij het beseffen, ingedeeld in twee kampen: voor of tegen Christus.

Christenen – Gereformeerde mensen inbegrepen – zijn geroepen om de naam van hun God te heiligen. Zij mogen en moeten iets van de goedheid van hun Heiland laten zien. Daar mogen zij om vragen: “Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken, waarin uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen. Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – daarop richten, dat uw naam om ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt”[9].
Dat is de taak van christenen.

In Exodus 33 kwam al Gods goedheid voorbij. En nee, daar kunnen wij niet aan tippen. Maar in ons dagelijkse doen kunnen wij er wel iets van laten zien!

En uiteindelijk zal, op de dag van het laatste oordeel, de splitsing der wereldburgers zichtbaar worden.
In de tweede brief van Paulus aan de christenen in Thessalonica wordt daarover geschreven: “Het is immers ​rechtvaardig​ van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere ​Jezus​ vanuit de hemel met de ​engelen​ van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het ​Evangelie​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ niet gehoorzaam zijn.
Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn ​heiligen​ en bewonderd te worden in allen die geloven -want bij u vond ons getuigenis geloof-. Daarom ​bidden​ wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt, opdat de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ in u verheerlijkt wordt, en u in Hem, overeenkomstig de ​genade​ van onze God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[10].

Kinderen van God hebben te maken met al het werk van Zijn goedheid.
En zij weten het: wij hebben te maken met de trouw van God. Hij verzorgt Zijn volk, altijd en overal!

Wie Hem eert, loopt op een weg die, om zo te zeggen, met goedheid geplaveid is.
Dat is geen originele gedachte. U vindt ‘m in Psalm 25:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt”[11].

In de kerk is de goedheid van God te ruiken en te proeven. Je kunt daar zelfs Goddelijke goedheid van Zijn hart zien!
Om het tenslotte met Psalm 34 te zeggen:
“Proeft allen en aanschouwt
de goedheid van Gods vaderhart.
Gezegend wie in nood en smart
alleen op Hem vertrouwt”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 86:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer de laatste regels daarvan:
“Heer, Gij hebt mij aangenomen,
mij weer tot het licht doen komen
uit de diepten van de dood.
Ja, uw goedheid is zeer groot”.
[2] Psalm 143:9.
[3] Deuteronomium 33:19.
[4] Geciteerd uit de hoofdtekst van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 33:19.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 33:19 – noot 33.
[6] Mattheüs 1:21.
[7] Mattheüs 28:19 en 20.
[8] In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 oktober 2018, p. 24; rubriek ‘Houvast’.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 47, antwoord 122.
[10] 2 Thessalonicenzen 1:6-12.
[11] Dit zijn de eerste regels van Psalm 25:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Dit zijn de laatste regels van Psalm 34:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 september 2018

Speciaal eigendom

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus”.
Dat is in kort bestek de troost die gelovige kinderen van God in dit leven hebben.
De zin waarmee dit artikel begint is voor vele lezers bekend; die komt uit Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Dat begrip ‘eigendom’ verdient enige nadere overpeinzing.

De Britse filosoof John Locke (1632-1704) heeft daar veel over geschreven[2].
Over het gedachtegoed van de Engelse wijsgeer schreef iemand het volgende.

“Door jouw arbeid te vermengen met de grondstoffen in de natuur verandert volgens Locke iets dat eerst tot het collectief behoorde – de wereld is van iedereen – in iets dat behoort tot jouw eigendom. De moeite die iemand ergens in steekt geeft diegene dus het recht op de grondstoffen en op de vruchten die iemand kan plukken van deze arbeid. Locke was zich er echter ook van bewust dat het creëren van eigendom problemen oplevert. Het feit dat een persoon zijn of haar arbeid vermengt met een stuk land betekent namelijk dat iemand anders niet langer gebruik kan maken van diezelfde grond. Om over jouw land te lopen heb ik voortaan jouw toestemming nodig. Locke stelde daarom dat er grenzen zijn aan onze vrijheid om van natuurlijke grondstoffen privébezit te maken: je mag alleen iets als eigendom opeisen wanneer er ‘genoeg en van dezelfde kwaliteit’ (‘enough and as good’) overblijft voor anderen. Voor Locke had ieder mens in principe dezelfde rechten, en had niemand een grotere claim op natuurlijke grondstoffen dan anderen. Dit limiteert onze eigendomsclaims aanzienlijk”[3].

Wie het bovenstaande citaat leest begrijpt al snel dat nu de tolerantie aan de orde moet komen.
Ieder mens heeft, zo redeneerde Locke, het recht om zijn eigen leven zo goed mogelijk in te richten. We gunnen iedereen vrijheid. Je hebt zelf duidelijke overtuigingen. Maar andere visies wil je wel accepteren. Vrijheid is immers een groot goed?

Gereformeerde mensen kunnen daar wel in mee gaan.
Want het is natuurlijk niet goed als de waarheid met geweld wordt opgelegd; dat geldt ook als wij Waarheid met een hoofdletter W schrijven.

De Amerikaanse filosoof als John Rawls (1921-2002) sprak ook over tolerantie[4].
Maar hij ging een stap verder en introduceerde de neoliberale tolerantie.
Iemand vatte de zienswijze van Rawls kernachtig samen: “In deze benadering wordt tolerantie gezien als een politiek ideaal. Er zijn geen vaststaande morele oordelen, en de overheid moet alle morele visies als gelijkwaardig beschouwen. Op politiek terrein mag je geen morele opvattingen hebben. Daar moet neutraliteit doorslaggevend zijn.
Tegen deze neoliberale visie zijn forse bezwaren in te brengen. Want in deze visie is allereerst vaak sprake van moreel scepticisme: wij kunnen niet weten wat moreel goed is en wat kwaad. Wat je kiest is subjectief. Het gaat er eigenlijk niet om wat je kiest, als je maar wat kiest”[5].

In die sfeer wordt de mening van de meerderheid al snel doorslaggevend. Hoe meer mensen een bepaalde keuze maken, hoe belangrijker die wordt.
Op de lange duur ontstaat er een zekere onverschilligheid: jij jouw mening, ik mijn eigen opinie – en verder leven wij langs elkaar heen.
In zo’n atmosfeer leven wij op dit moment.
Het idee van 2018 is: kies maar wat je wilt; vrijheid blijheid.
Bescherm uw eigendommen goed en maak op tijd persoonlijke keuzes – dan overleeft u ’t wel.

In zo’n leefomgeving blijft de kerk, als het goed is, bij Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: ik ben, met alles wat ik heb, het eigendom van Jezus Christus.
Hij kocht ons.
Niet omdat Hij zo tolerant is.
En al helemaal niet omdat Hij neutraal is. Integendeel.
Hij werd onze Eigenaar vanwege Zijn grote liefde voor ons.
De God van hemel en aarde sloot een verbond met ons.

Dat zien wij bijvoorbeeld in Exodus 19.
Dat is het hoofdstuk dat de inleiding vormt tot de proclamatie van de Tien Woorden van het verbond, in Exodus 20.
In Exodus 19 zegt de Here: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij”[6].
In die tekst zit iets opvallends. Dat is dit:
* de Here is Eigenaar van de hele wereld
* maar het volk dat Hij bijeenbrengt is Zijn speciáál eigendom.
Het is niet simpelweg zo dat de Here de mensen om zich heen tolereert.
De hemelse Heer grossiert niet in hemelse neutraliteit.
Het uitgangspunt is de liefde van God.
Onze God is een en al goedertierenheid en trouw. Van mensen vraagt Hij verbondsgehoorzaamheid. Dat doet Hij niet om de kerk leefbaar te houden. Hij maakt van mensen evenzovele verbondspartners. Dan spreekt het toch vanzelf dat je trouw en blijmoedig met Hem leven gaat?

In de filosofie van de hierboven genoemde John Locke wordt, als het om de vormgeving van een samenleving gaat, is er een ander uitgangspunt – macht, namelijk.
Daarbij kunnen wij dan denken aan:
* democratie: een bepaald aantal personen worden verkozen en komen aan de macht
* oligarchie: de macht is in handen van een kleine groep rijke en invloedrijke mensen.
* monarchie: de macht in handen van één persoon
* erfelijke monarchie: de macht is in handen van één persoon en zijn volgelingen
* gekozen monarchie: de macht is in handen van één verkozen persoon, tot zijn dood[7].

Maar bij de goede Herder ligt het beginpunt altijd bij de liefde. Die liefde gaat ongelooflijk ver: de Herder heeft er Zijn leven voor over!

Leest u maar mee in Johannes 10.
Daar staat: “Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen. Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen”[8].
Voor dat woord ‘eigendom’ –  hij “die de schapen niet tot eigendom heeft” – staat er het Grieks een vorm van het woord idios. Dat betekent:
* afgezonderd, afzonderlijk
* eigen
* eigenaardig, bijzonder[9].

Gods kinderen zijn het eigendom van Jezus Christus.
Zij zijn afgezonderd van de rest van de wereld.
Zij worden hoe langer hoe meer eigen aan het Hoofd van de kerk.
Zij krijgen een bijzondere plaats in de wereld.

John Rawls was zijn leven lang bezig met de vraag “hoe een rechtvaardige, moderne democratische samenleving, gekenmerkt door diversiteit, eruit behoort te zien”[10].
Welnu, Zondag 1 toont ons de mooiste samenleving die er is: de samenleving die gebaseerd is op de liefde van God, en op Zijn verbond.

Daarom mogen wij met de schrijver van de brief aan de Hebreeën zeggen: “De God nu van de ​vrede, Die de grote ​Herder​ van de schapen, onze Heere ​Jezus​ ​Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige ​verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door ​Jezus​ ​Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[2] Zie voor meer informatie over John Locke bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Locke_(filosoof) en https://historiek.net/john-locke-filosoof-liberalisme/70784/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[3] Geciteerd van https://bijnaderinzien.org/2014/10/06/heb-je-eigenlijk-wel-recht-op-eigendom/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[4] Zie voor meer informatie over John Rawls bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Rawls en https://www.filosofie.nl/john-rawls.html ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[5] Geciteerd uit: G.A. van den Brink, “Wees ouderwets tolerant”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 maart 2017, p. 13.
[6] Exodus 19:5.
[7] Geciteerd van https://www.studeersnel.nl/nl/document/universiteit-hasselt/rechtsfilosofie/overige/beknopte-samenvatting-denkwijze-filosoof-locke/134124/view ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[8] Johannes 10:11-15.
[9] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 10:12. Woordstudie over idios.
[10] Zie hiervoor https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-linkse-filosoof ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[11] Hebreeën 13:20 en 21.

25 april 2018

De Here heeft de leiding

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de naam van Jezus worden heel wat misstanden in stand gehouden.
Niet zo lang geleden kopte het Nederlands Dagblad: “Vijf maanden cel Nijkerkse voorganger Jezus Centrum”[1]. Daaronder stond een heel verhaal over de dingen die die voorganger verkeerd had gedaan.

Wie dergelijke dingen leest, kan sarcastisch denken: kerkmensen zijn geen haar beter dan de rest van de wereld. En in principe is dat waar.

Toch blijft de Here Zijn volk leiden.
We lezen daarover onder meer in het laatste vers van het Oudtestamentische boek Exodus[2]. Daar staat: “Want de wolk van de HEERE was overdag op de ​tabernakel, en ’s nachts was er een vuur in, voor de ogen van heel het ​huis​ van Israël tijdens al hun tochten”[3].

Dat is bijzonder.
Want de Israëlieten zijn in de Bijbel werkelijk geen lieverdjes.
Iedere keer weer keren zij zich af van God. En dat terwijl Hij zo zorgzaam voor hen is!
Een heel bekende zonde is wel die van het gouden kalf. Dat kalf van goud wordt door Israël aanbeden. En er wordt bij gezegd: “Dit zijn uw ​goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben”[4]. Dat is onzin. Want de Here heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd.
De Israëlieten lopen steeds weer bij God weg.
Omdat ze hun manieren van godsdienstigheid zelf willen bepalen.
Of vanwege de dreigende politieke situatie.
En zo is er nog veel meer.

Toch blijft de Here Zijn volk leiden. Want de Here is trouw. Hij loopt niet weg.

In Exodus 35 wordt opdracht gegeven voor het maken van de tabernakel: een vervoerbaar heiligdom. Knappe ontwerpers en vaklui werken er aan.
Het is een tent die binnen het legerkamp komt te staan.

In de volgende hoofdstukken lezen we over een ark, die een plaats in de tent zal krijgen. Een kleine langwerpige kist die het teken van Gods aanwezigheid is.

En over de tafel van de toonbroden. Dat is een gouden tafel met twaalf broden erop. Broden die tentoongesteld zijn – toonbroden dus. Die twaalf broden symboliseren de twaalf stammen van Israël.
En over de gouden kandelaar, eigenlijk een lampenstandaard: dat is de lichtbron in het donkere heiligdom.
En over het reukofferaltaar, een altaar om allerlei reukwerk op te branden.
En zo zijn er nog wel wat meer dingen.

Maar al die zo zorgvuldig gemaakte voorwerpen zijn pas echt van waarde als God Zelf aanwezig is.

En jazeker, God blijft Zijn volk steeds trouw.

In Nehemia 9 wordt dat als volgt omschreven: “Zelfs toen ze voor zichzelf een gegoten kalf gemaakt hadden en zeiden: Dit is uw God Die u heeft doen optrekken uit Egypte, en grote godslasteringen hadden gepleegd, hebt U hen in Uw grote ​barmhartigheid​ toch niet verlaten in de woestijn. De wolkkolom week overdag niet van boven hen om hen te leiden op de ​weg, en ook de vuurkolom ’s nachts niet om voor hen de ​weg​ te verlichten waarop zij zouden gaan”[5].

Paulus wijst er in 1 Corinthiërs 10 op “dat onze vaderen allen onder de wolk waren”[6]. En Hij herinnert  aan de vele zonden die Israël heeft gedaan. Laten wij, zo waarschuwt Paulus, die manieren van doen vooral niet overnemen! “Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons”[7].
Paulus schrijft er ook bij: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[8].
Paulus zegt dus: denk erom dat het met u niet dezelfde kant op gaat!
Paulus zegt dus ook: vertrouw nu maar op Gods trouw!

Ook vandaag zijn Gods kinderen op reis. Net als de Israëlieten dus.
In Hebreeën 11 staat een hele rij geloofsgetuigen: mensen die zich, gedurende heel hun aardse leven, aan God hebben overgegeven. In de brief aan de Hebreeën wordt duidelijk dat al die geloofsgetuigen verlangden naar een hemels vaderland[9].
Daar moeten wij een voorbeeld aan nemen.
Ook in Nederland, in 2018.
Want ook vandaag zijn we op reis. Nee, er gaat geen wolkkolom meer voor ons uit. De vuurkolom zien we ’s nachts ook niet meer. Maar we zijn nog steeds op pad. Op weg naar ons nieuwe vaderland: de hemel.
En ja, we mogen het zeker weten: God ziet zijn reizende kinderen overal en altijd. Hij leidt hen op elk ogenblik van de dag en de nacht.

Het is heel goed mogelijk dat sommige lezers dat heel beangstigend vinden.
Zelfs als je de gordijnen dicht doet, ziet Hij je nóg.
Als er geen mens bij is, dan kijkt Hij nóg.
En als je ’t fout doet…, dan krijg je straf!
Is dat nou de troost van Gods Woord? Wat heb je daar nou aan?

Laat ik opnieuw wijzen op die tent, die tabernakel van hierboven.
Die tent komt terug in Openbaring 21. In het één na laatste hoofdstuk van de Bijbel dus.
De Here woont bij Zijn volk.
Zijn volk krioelt om Hem heen.
En nee – in Openbaring 21 is God niet meer boos.
Integendeel. Hij veegt alle tranen van ’t gezicht af.
De dood is verdwenen. Helemaal weg.
De heimwee naar overledenen, de rouw is er ook al niet meer.
Alle problemen zijn opgelost.
De dingen van vroeger zijn geheel en al voorbij.
Het wordt allemaal helemaal nieuw.
Alles en iedereen is gericht op God. En dat levert een heerlijke, harmonische vrede op.
En mocht iemand nog dorst hebben, dan zal God Zelf Hem te drinken geven.

Die kant gaat het met Gods kinderen op.
Nee, wij moeten ons vooral niet laten afleiden door alle misstanden in de naam van Jezus.

Laten wij Openbaring 21 maar blijven lezen: “Zie, de ​tent​ van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de ​bron​ van het water des levens”[10].

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, dinsdag 17 april 2018, p. 6.
[2] Voor dit vers kies ik omdat Exodus 35:1-40:38 centraal staat tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering vindt vandaag, woensdag 25 april 2018, plaats.
[3] Exodus 40:38.
[4] Exodus 32:4.
[5] Nehemia 9:18 en 19.
[6] 1 Corinthiërs 10:1.
[7] 1 Corinthiërs 10:11.
[8] 1 Corinthiërs 10:13.
[9] Hebreeën 11:16: “Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt”.
[10] Openbaring 21:3-6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.