gereformeerd leven in nederland

3 september 2020

Hefoffer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Kent u het hefoffer?
Een christelijke internetencyclopedie leert ons: “Een hefoffer is een offer dat door opheffing, namelijk opwaarts en nederwaarts, de Here God werd aangeboden. Een beweegoffer werd door beweging naar de vier windstreken aangeboden. De beweging van het hefoffers was een verticale, die van het beweegoffer een horizontale.
De rabbijnen verklaren dat de hefschouder – een hefoffer bestaande uit de schouder van een offerdier – op en neer werd bewogen, en dat de beweegborst – een beweegoffer bestaande uit de borst van een offerdier – heen en weer werd bewogen. Volgens de Talmoed, de latere Joodse uitlegging van Mozes’ wet, bestond het bewegen uit een horizontale beweging van de handen met de daarop liggende offergaven eerst voor- en dan achterwaarts, voorwaarts naar het altaar of naar de ark van het verbond en achterwaarts naar de persoon van de bewegende”[1].

We lezen er over in Exodus 30: “Wanneer u het aantal Israëlieten opneemt, volgens hun tellingen, dan moet ieder bij hun telling aan de HEERE een losgeld geven voor zijn leven, opdat er bij hun telling geen plaag over hen komt. Dit moeten allen die bij de getelden gaan behoren, geven: een halve sikkel, gerekend volgens de sikkel van het heiligdom -de sikkel is twintig gera waard-, een halve sikkel als een hefoffer voor de HEERE. Al wie bij de getelden gaat behoren, van twintig jaar oud en daarboven, moet het hefoffer voor de HEERE geven. De rijke mag niet meer en de arme niet minder geven dan een halve sikkel, als u het hefoffer voor de HEERE geeft om voor uw leven verzoening te doen. U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoeting. Het moet een herinnering voor de Israëlieten zijn voor het aangezicht van de HEERE, om voor uw leven verzoening te doen”[2].

De heffing van een halve sikkel heeft te maken met een volkstelling.
Wat gebeurt er bij zo’n telling? Het aantal mensen wordt geteld. Men wil, bijvoorbeeld, weten hoeveel strijdbare mensen er in Israël zijn.
Wat levert zo’n telling op? Als ’t een beetje wil geeft zo’n telling een goed gevoel. Men denkt al snel: wij zijn met veel. Of ook: wij zijn een machtig volk. Samen kunnen wij veel, zo niet alles, aan. En de volgende gedachte kan zomaar wezen: eigenlijk kunnen wij het leven heel goed zonder God vormgeven. Of ook: wij redden het wel zónder God.
Zo’n gedachte kan zomaar door het hoofd flitsen. Dat is heel menselijk. Het gebeurt heel vaak.
Welnu, met die halve sikkel kunnen de Israëlieten verzoening doen.
Dat verzoen-geld moet door alle volwassenen worden betaald. Niemand is ervan uitgezonderd. Iedereen betaalt evenveel. En de suggestie is wel duidelijk: voor onze God in de hemel is ieder mensenleven evenveel waard. Het is niet zo dat machtigen voor twee tellen. Het is niet zo dat zwakkelingen meetellen voor een half, of voor een kwart.
Het is losgeld, zegt Exodus 30. Wat betekent dat? “Een commentator schrijft: “Het is ‘een gedachtenis voor het aangezicht van JHWH’ (…) om de Israëlieten bij Hem in gedachtenis te houden, zodat Hij in gunst aan hen zal denken”[3].

Als het bovenstaande Schriftgedeelte, en de betekenis daarvan, tot ons doordringen komen wij al snel bij de actualiteit. Dat zal hieronder blijken.
Enkele citaten uit het Nederlands Dagblad.
Citaat 1
“Kenosha is een stad van 98.000 inwoners aan de westelijke oever van Lake Michigan, in de Amerikaanse staat Wisconsin. De plaats is sinds vorige week zondag in rep en roer. De politie schoot die avond de zwarte Jacob Blake neer en dinsdagavond doodde een 17-jarige jongen twee mannen tijdens demonstraties tegen politiegeweld en racisme; hij voegde
zich bij het gewapend optreden van witte, nationalistische milities en burgerwachten. Die kwamen veelal van buiten; van de 176 gearresteerde relschoppers kwamen er 104 niet uit Kenosha, berichtte zelfs Fox News maandag. De verwoestingen in de stad zijn immens en naast openbare gebouwen en auto’s zijn het vooral de armere delen en kleine bedrijven in Kenosha die de tol moeten betalen voor een week geweld en meer dan grootscheeps overheidsoptreden. Woensdag verschenen honderden militairen van de National Guard in Kenosha en leverden naburige districten extra pelotons politie.
Citaat 2
“Waar Democratisch presidentskandidaat Joe Biden besloot maandag niet naar Kenosha te gaan, wil president Donald Trump dat vandaag wel doen. Maar veel inwoners, ook geestelijken, zitten daar niet op te wachten.
‘Trump heeft er een handje van voordeel te putten uit verdeeldheid, niet uit het verbinden van mensen. Dat is nou juist niet wat we hier moeten hebben’, zegt Erik Carlson (42), voorganger van de Bradford Universalist Unitarian Church”[4].
Wat zien we hier?
a. Mensenlevens zijn niet zoveel waard. Als je de verkeerde kleur of het verkeerde gezicht hebt, loop je gevaar gedood te worden
b. President Trump zaait verdeeldheid. Hij heeft de mond momenteel vol van wet en orde. Maar een groot verbinder is hij niet.
In deze situatie blijkt Exodus 30 heel actueel.

Exodus 30 leert ons om niet op macht van mensen te vertrouwen. Kerk en wereld moeten alles van God verwachten.
Exodus 30 prent het ons in: ieder mensenleven is de moeite waard.
Gij zult niet doodslaan, zegt God in Zijn Woord. Volgens de Heidelbergse Catechismus betekent dat “dat ik mijn naaste niet van zijn eer beroof, niet haat, kwets of dood. Dit mag ik niet doen met gedachten, woorden of gebaren en nog veel minder met de daad, ook niet door middel van anderen, maar ik moet juist alle wraakzucht afleggen. Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen of moedwillig in gevaar begeven. De overheid draagt dan ook het zwaard om de doodslag te weren”[5].

Die heffing van een halve sikkel in Exodus 30 maakt mensen klein. Bij de betaling ervan wordt men bepaald bij nietigheid. Bij onmacht. En uiteindelijk bij bederf en zonde.
Jezus doet dat ook in Mattheüs 20. En daarbij wijst Hij dan ook op Zijn eigen werk. Leest u maar even mee: “En toen Jezus hen bij Zich geroepen had, zei Hij: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren, en de groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw dienaar zijn, zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen”[6].

Vandaag betalen wij geen halve sikkel meer. Nee, wij brengen in de eenentwintigste eeuw geen hefoffer. Want wij weten het: de Heiland heeft voor al onze zonden betaald!
Zo, ja zo alleen, worden kleine mensen gered. Onmachtigen krijgen in en door Jezus Christus, een nieuw leven!

Noten:
[1] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Hefoffer ; geraadpleegd op dinsdag 1 september 2020.
[2] Exodus 30:11-16.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 30:11-16.
[4] “Trump niet welkom in Kenosha”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 1 september 2020, p. 1.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 105.
[6] Mattheüs 20:25-28.

7 april 2020

Wonderlijk pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”.
Dat is een vers uit Exodus 14[1]. De Israëlieten lopen op een door de Here gecreëerd pad door de Schelfzee. Maar als de Egyptische farao er met zijn trawanten achteraan wil, is er opeens geen pad meer. De weg is weg.

Wonderlijk is dat. Hoe is dat gebeurd? Wetenschappers zeggen eenvoudigweg dat het niet gebeurd is. “Wetenschappers hebben één van de beroemdste wonderen uit het Oude Testament gereconstrueerd. Ze concluderen dat het wetenschappelijk gezien zeker mogelijk is, maar niet in de Rode Zee, zoals de Bijbelvertaling suggereert. Met een beetje hulp van de computer en de Bijbel achterhaalden ze de echte locatie en hoe Mozes het ‘deed’ (…) Een wetenschapper “nam die oostenwind als uitgangspunt en reconstrueerde de gebeurtenis op de computer. Hij ontdekte dat het zeker gebeurd kan zijn, maar dan niet op de plaats die door mensen al jarenlang als locatie van het wonder wordt aangewezen. Een oostenwind moet het water opzij kunnen duwen. Dat betekent dat deze wind het water over de volle lengte moet ‘besturen’. Dat kan niet in de Rode Zee, want deze loopt van noord naar zuid (…) Diezelfde wetenschapper “ontdekte echter een meertje aan het eind van de Nijl, dichtbij het huidige Port Said. Dit meer ligt helemaal goed en lijkt op basis van oude kaarten overeen te komen met het verhaal van Exodus. Sterker nog: de computermodellen geven aan dat het ‘wonder’ hier wetenschappelijk gezien heel goed mogelijk was. Een wind met een snelheid van zo’n 100 kilometer per uur was voldoende om het water naar het westen weg te duwen. Hierdoor ontstond in het midden een landbrug die zeker enige uren droog kon staan”.
Laten wij ons troosten. Want: “Andere onderzoekers zijn voorzichtiger (…). Zij menen dat andere locaties ook in aanmerking komen voor zo’n wonder. Ze moedigen de poging om het wonder te verklaren echter van harte aan”[2].

Wij moeten ons realiseren dat de almacht van God zo groot is dat zelfs zeer erudiete geleerden van onze tijd de wonderen van vroeger en nu niet verklaren kunnen. Maar in het licht van die schitterende almacht komt Gods genade des te beter uit!

Want wat is de boodschap van die geschiedenis?
Antwoord: de Here kiest de mensen uit voor wie Hij genadig is.
Zo staat het ook in het Gereformeerde formuliergebed bij de kinderdoop: “U bent het die de hardnekkige Farao met al zijn volk in de Rode Zee deed verdrinken. Maar uw volk Israël hebt U daar droogvoets door geleid, waardoor U toen reeds de doop hebt aangeduid”[3].

Waar bidden we om bij de doop?
Wij bidden dat God het pas geboren kind in genade wil aannemen.
Wij bidden dat dit kind onlosmakelijk aan Christus, de Heiland, verbonden blijft.
Wij bidden dat dit kind eeuwig leven mag. Namelijk door het geloof in des Heilands opstanding.
Wij bidden dat dit kind een sterk geloof zal hebben en blijmoedig met God leven zal.
Wij bidden dat dit kind te Zijner tijd vrijmoedig voor God verschijnen zal; vrijmoedig, omdat het zeker is van de vrijspraak, door de voorspraak van de Advocaat.

Een gelovig mens stelt zich, ook als hij volwassen geworden is, afhankelijk op. Elke dag is zijn vraag: welke taak geeft de Here mij vandaag? Die gelovige weet wel dat zijn manier van doen nimmer geheel perfect is. Maar hij realiseert zich terdege dat dat hij vrij en blij leven mag. Hij is zeker van Zijn vrijspraak. Hij heeft een verbond met God. Hij is met Hem verbonden. Na dit aardse bestaan is er nog een nieuwe toekomst
Dat gebed in de kerk bij zijn doop galmt, om zo te zeggen, gedurende heel zijn aardse leven nog na.

Het was keizer Marcus Aurelius -121-180 na Christus- die Meditationes schreef. Hij maakte korte filosofische notities[4]. Bijvoorbeeld deze: “De wereld bestaat alleen maar uit verandering. Ons leven is slechts perceptie”.
Wat bedoelde de keizer?
Hij bedoelde dit. Ons leven verandert voortdurend. Soms maar een klein beetje. In andere periodes wijzigt de situatie zich in heel korte tijd. Daar kunnen u en ik weinig aan doen. Het gaat er om dat we onze emoties onder controle houden. We moeten rationeel blijven redeneren. Wij moeten ons gezonde verstand blijven gebruiken. U moet zich richten op datgene wat u kunt beïnvloeden.

Marcus Aurelius noteerde ook: “Objectieve oordelen, nu in dit moment. Onzelfzuchtige acties, nu in dit moment. Acceptatie van externe gebeurtenissen, nu in dit moment. Dat is alles wat je nodig hebt”.
Blijf maar rustig, suggereert de keizer. Dan bent u goed in staat om uw naasten van dienst te zijn. Zeg het in 2020 maar zo: loop niet gefrustreerd te doen, maar help de buurman![5]

De samenleving in Nederland houdt zich, wellicht zonder dat men zich daarvan bewust is, aardig aan de raadgeving van de Romeinse keizer. Men helpt elkaar ijverig. Er wordt hard gewerkt om mensen niet te laten verkommeren. Men roept elkaar toe: ‘Het komt allemaal goed’. Of, op z’n Gronings: ‘Kop d’r veur; komt aal goud’. Er zijn massa’s goede initiatieven. Men schiet elkaar te hulp.
Dat is prachtig. We kijken met genoegen naar elkaar. Het is mooi om deel uit te maken van een warme samenleving. Laten we hopen dat die warmte blijft, ook als de coronadreiging minder groot geworden is.

Hoe goed die hulpvaardigheid er ook uitziet, er is wel sprake van een zekere kortzichtigheid. Want wat gebeurt er na de dood? Dat is een vraag die, juist in de coronacrisis, volop actueel is. Op die vraag geven velen geen antwoord.
Terwijl de Bijbel al eeuwen bestaat!
Een hersteld hervormde predikant schreef daarover eens: de laatste woorden die we in Maleachi 4 lezen “spreken over de profeet Elia die komen zou voordat de Zaligmaker komt. Dan zien we daar die ene pagina staan met daarop Nieuwe Testament en als we Markus 1 lezen dan lijkt het wel alsof alles gewoon doorgaat waar Maleachi is gebleven. Maar daar ligt dus wel 450 jaar tussen.
Met alle verschillen en verscheidenheid vormt Gods Woord een eenheid. Een eenheid die door mensen niet gemaakt kan worden. Een eenheid, waar de Heilige Geest alleen zorg voor kan dragen. Een eenheid, waarin de Heere Zijn heerlijkheid en glorie laat zien. Een eenheid ook, die spreekt van Zijn majesteit en heerlijkheid. Maar in die eenheid toont het Woord ons ook telkens weer dezelfde boodschap. Of we nu in het boek Genesis lezen of in het boek Openbaring, telkens weer wordt ons voorgesteld dat wij zondaren zijn en Gods genade nodig hebben”[6].
En dan zien wij weer waar het om het draait in het leven: om de genade van God.
Laten wij om die genade bidden!

Gelovige mensen mogen blijven belijden: onze God kan alles!
Om tenslotte met Psalm 127 te spreken:
“Wanneer de HEER het huis niet bouwt,
is, alle metselwerk ten spijt,
de opbouw niets dan ijdelheid.
Wanneer de HEER de wacht niet houdt,
geen wachter, die de vijand keert,
geen stadsmuur die zijn aanval weert”[7].

Noten:
[1] Exodus 14:22.
[2] Geciteerd van https://www.scientias.nl/hoe-spleet-mozes-de-rode-zee/ ; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[3] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986. Citaat van p. 514.
[4] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Ta_eis_heauton ; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[5] Zie ook https://www.nrc.nl/nieuws/2020/03/30/eeuwenoude-filosofen-hebben-goede-tips-tegen-corona-angst-a3995302 ; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[6] Ds. B.D. Bouman, “Artikel 4: De omvang van de Bijbel” [serie Met hart en mond: een uitleg van de Nederlandse Geloofsbelijdenis]. In: Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk, donderdag 28 september 2017, p. 10 en 11.
[7] Psalm 127:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

6 april 2020

Onze God wijst de weg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs spraken mijn echtgenote en ik met een jonge vrouw die bang is. Het coronavirus dat over de wereld gaat maakt haar angstig. De jonge vrouw is, voor zover wij weten, niet kerks. En ook niet gelovig. Zij draaide er niet omheen: ‘Ik ben bang om dood te gaan’.
Het zou zo kunnen zijn dat ook onder de lezers van deze internetpagina diep-weg die angst leeft.
Kun je wat met die vrees, in deze dagen? Is er iets dat ons nog rustig maken kan? Is er iemand die troost kan bieden?

Vandaag staan hier enkele antwoorden die gegeven worden vanuit Exodus 13.

In dat hoofdstuk gaat het eerst over de heiliging van oudste zonen en dochters.
Waarom gaat het speciaal over de oudste kinderen? De Egyptenaren hebben de eerstgeborenen, zowel van de mensen als van het vee, net verloren. De oudste kinderen van Israël leven nog. De deurposten van de huizen van de Israëlieten zijn rood gekleurd: het bloed van het Paaslam zit eraan.
De instructie is duidelijk geweest: “U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de ​geiten​ nemen. U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond. En zij zullen van het ​bloed​ nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de ​huizen​ waarin zij het eten zullen”[1].
De oudste kinderen van een gezin worden in de samenleving van die tijd beschouwd als de belangrijkste leden van een gezin. In Egypte vallen die belangrijke mensen dus weg. In Israël blijven ze leven. De Here zegt: die belangrijke mensen zijn van Mij. En Zijn impliciete boodschap is: iedereen en alles is van Mij.

Het volk van God moet vervolgens ook ongezuurd brood eten. Wat is de betekenis daarvan? Op die manier herdenkt men de uittocht en de bevrijding uit Egypte. Tijdens de uittocht is er uiteraard geen tijd en geduld om het brood te laten rijzen.
Het eten van ongezuurd wordt het symbool van een nieuw begin. De apostel Paulus schrijft daar ook over in 1 Corinthiërs 5: “Weet u niet dat een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt? Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: ​Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”[2].

Zo moet Israël dus leven. Zo moet ook de kerk van vandaag in het leven staan: toegewijd aan de Heer van hemel en aarde, en klaar voor een nieuw begin!

Maar dat nieuwe begin is nu niet bepaald hoopgevend.
Leest u maar verder in Exodus 13: “Toen de ​farao​ het volk had laten gaan, is het gebeurd dat God hen niet leidde langs de ​weg​ door het land van de Filistijnen, hoewel dat korter was. Want God zei: Anders zal het volk berouwen bij het zien van ​oorlog​ en wil het naar ​Egypte​ terugkeren”[3].
Israël neemt dus niet de kortste weg, door Filistea. En waarom niet? Israël zal door allerlei Filistijnse garnizoenssteden trekken. En daar is uiteraard militair vertoon te over. Dat kan de Israëlieten bang maken. Al die soldaten op straat… Al die militairen in vol tenue bieden geen vredige aanblik. De Israëlieten zullen maar ruzie met die Filistijnen krijgen, zeg! Het kan zomaar gebeuren dat er een oorlog losbarst. Dan zijn ze in de pan gehakt voordat ze ’t weten!
De hoge God kent zijn zondige, bange volk. Hij weet dat de Israëlieten dan zullen zeggen: laten wij maar gauw weer teruggaan naar Egypte; daar is het tenminste veilig[4]

God kent Zijn kinderen. Hij weet van hun angsten. En Hij houdt er rekening mee. Zijn genade blijkt hier volop! Natuurlijk – Gods volk is nu langer onderweg. Maar ze ontlopen nu wel een hoop problemen. Er wordt hen heel wat vijandschap bespaard!

Gods volk is bij tijd en wijle angstig. Zijn kinderen zijn Hem niet volkomen toegewijd. De zonde trekt diepe sporen in het leven. Ook in 2020 is dat nog de rauwe realiteit.
Echter – God wijst de weg. Dat was zo in 1300 voor Christus: bij de uittocht uit Egypte[5]. En in 2020 is dat nog steeds zo. De God van het verbond wijst de weg. Soms die lijkt die weg bochtig. Soms vragen wij ons af: had dit nou niet anders gekund? Soms vragen wij: moeten wij hier langs? Waarom toch?
Maar zolang wij achter de Heiland aan gaan, is het toch de juiste weg.

In Lucas 22 is Jezus Zelf ook angstig:  “En Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp afstand, knielde neer en bad: Vader, als U wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden. En aan Hem verscheen een ​engel​ ​uit​ de hemel, die Hem versterkte. En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen”.
De Heiland ontloopt die angst niet. Hij gaat er doorheen.
De Here Jezus Christus gaat lijden en sterven. En dat terwijl Hij totaal onschuldig is! Leest u maar mee: “Pilatus​ dan sprak hen opnieuw toe, omdat hij Jezus wilde loslaten. Maar zij riepen terug: ​Kruisig​ Hem, ​kruisig​ Hem. Hij zei echter voor de derde keer tegen hen: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden wat de dood verdient. Ik zal Hem dan straffen en loslaten. Maar zij drongen met luid geroep aan en eisten dat Hij gekruisigd zou worden. En hun geroep en dat van de overpriesters kreeg de overhand. En ​Pilatus​ besliste dat hun eis zou worden ingewilligd. En hij liet hun de man los die om oproer en ​moord​ in de ​gevangenis​ geworpen was, om wie zij gevraagd hadden. Maar Jezus leverde hij over aan hun wil”[6].
Zo heeft Jezus Christus voor onze zonden geleden. Dat is ontluisterend, jazeker. Maar het is vooral ook een troost voor al Zijn kinderen!

Is, met het geloof in Christus’ reddingswerk, de corona-angst als bij toverslag verdwenen? Ach nee, waarschijnlijk niet. Zijn gelovigen altijd volkomen toegewijd aan hun Redder? Nee, ook niet. Want ook anno Domini 2020 is de zonde de wereld nog niet uit. Integendeel.
En in de kerk wonen geen heilige boontjes. Zeker niet.
Maar we mogen het, desnoods met een bang hart, blijven belijden: “Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven, en begraven, neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden; opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden”[7].

De God van het verbond wijst de weg. Ook vandaag nog.

Noten:
[1] Exodus 12:5, 6 en 7.
[2] 1 Corinthiërs 5:6 b, 7 en 8.
[3] Exodus 13:17.
[4] In het bovenstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Exodus 13:1-17.
[5] Zie voor de datering https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op maandag 30 maart 2020.
[6] Lucas 23:20-25.
[7] Dit is het eerste deel van de apostolische geloofsbelijdenis.

17 maart 2020

Sprinkhanen in Afrika

Heeft u ’t ook al gehoord, de alarmerende verhalen over al die sprinkhanen in Kenia?

De NOS schrijft op vrijdag 6 maart 2020: “Die grote en nieuwsgierige ogen. Die vallen altijd op bij de woestijnsprinkhaan, of ze nu net geboren zijn of aan het einde van hun korte levenscyclus. Met die ogen nemen ze elke beweging in hun omgeving waar en zo ontkomen ze aan gevaar. Met hun grote aantallen, enorme vraatzucht en voortplantingsdrift vielen ze eind vorig jaar Kenia binnen, vanuit Somalië en Ethiopië. Sinds dat moment hebben de sprinkhanen elke ronde gewonnen van hun bestrijders. De FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, waarschuwt dat de plaag toeneemt. Afgelopen weken verspreidden de zwermen zich verder naar Noord-Oeganda, Zuid-Soedan en zelfs naar het noorden van Congo”.
En even verder:
“Het gif werkt, maar er zijn er simpelweg te veel. Ze blijven komen, uit alle windrichtingen. Op dag twee van de uitroeiingscampagne wordt honderd kilometer verderop het leger ingezet. Majoor Odondo geeft leiding. ‘Een militair geeft nooit op’, zegt hij moedig voor de camera als op de achtergrond zijn soldaten zich in witte beschermende kledij steken. Ze omsingelen de beestjes, die na drie weken al geel zijn en bijna kunnen vliegen. ‘Let maar op, ze gaan er allemaal aan’. De majoor slaagt er inderdaad in een massaslachting aan te richten. Maar ook hij heeft zijn hielen nog niet gelicht of er komt een nieuwe horde aan”[1].
Het hele land kaalgevreten!
Wat een ramp!
Het voedsel voor vele, vele Kenianen zomaar vernietigd!
Dat nieuws is uit de actualiteit weggedrukt. Vanwege alle drukte vanwege het rondwarende coronavirus is het een vergeten verwoesting geworden. Laten wij maar beseffen: er is méér dan corona.

Dit doet denken aan Exodus 10.
“De sprinkhanen kwamen op over heel het land ​Egypte​ en streken neer op heel het gebied van de ​Egyptenaren, een zeer grote zwerm. Nooit eerder is er zo’n zwerm sprinkhanen geweest, en hierna zal er nooit weer zo een zijn, want zij bedekten de oppervlakte van heel het land, zodat het land erdoor verduisterd werd. Zij vraten al het gewas van het land op en al de vruchten van de bomen die de hagel had overgelaten. Er bleef niets groens aan de bomen en aan het gewas van het veld in heel het land ​Egypte”[2].
En:
“En de HEERE keerde de wind en liet een zeer sterke westenwind opsteken. Die tilde de sprinkhanen op en wierp ze in de Schelfzee. Er bleef niet één sprinkhaan over op heel het grondgebied van ​Egypte. Maar de HEERE verhardde het ​hart​ van de ​farao, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan”[3].

In Exodus 10 is het blijkbaar nog erger als in het Kenia van vandaag. We kunnen ons wel voorstellen hoezeer de Egyptenaren geschrokken zijn. Verbijstering alom!

In Exodus 10 grijpt de Here in. De trouwe Verbondsgod straft de farao en zijn volk. De God van het verbond komt óp voor Zijn volk!
Gelovige kerkmensen mogen zich realiseren dat hun God Zijn volk ook anno Domini 2020 scherp in het oog houdt.

Het is de Here die het hart van de farao verhardt. Dat dient met enige nadruk genoteerd te worden.
Juist ook vandaag.
Want wat is de praktijk van onze tijd? Wie belijdt dat zijn leven in Gods hand is en dat hij dus niet bang is voor de toekomst, kan zomaar een legioen vraagtekens op zijn weg ontmoeten. En de belangrijkste vraag die men stelt is: waarom laat God dit gebeuren?
Dat heeft alles te maken met de uitverkiezing. Leest u maar mee in Romeinen 9: “…Hij zegt tegen ​Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal ​barmhartig​ zijn voor wie Ik ​barmhartig​ ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt. Want de Schrift zegt tegen de ​farao: Juist hiertoe heb Ik u verwekt: dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en dat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde. Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil. U zult dan tegen mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan? Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt?”[4].
Juist in de huidige omstandigheden wordt er een scherpe lijn getrokken tussen schapen en bokken, tussen kinderen van God en ongelovigen, tussen uitverkorenen en verworpenen.
De vraag is: leggen wij ons leven in Gods handen, of niet?

Terug naar de sprinkhanenplaag in Kenia.
Een deskundige zegt: “Woestijnsprinkhanen leven ongeveer drie maanden. Nadat een generatie is volgroeid, leggen de volwassen insecten hun eitjes, waaruit onder de juiste omstandigheden een nieuwe generatie kan voortkomen die soms wel twintigmaal talrijker is dan de voorgaande. Zo kan een populatie woestijnsprinkhanen binnen een paar generaties explosief toenemen, legt Cressman uit. Uiteindelijk leidden de beide wervelstormen van 2018 in een tijdsbestek van drie generaties en negen maanden tot een enorme bevolkingsexplosie, waardoor het aantal sprinkhanen op het Arabisch schiereiland achtduizendmaal zo groot werd”[5].
En dan te bedenken dat de God van hemel en aarde dit alles in Zijn hand heeft! Hij houdt de wereld in toom!

Men schreef naar aanleiding van de sprinkhanenplaag in Exodus 10: God is bezig om “met deze ‘sprinkhanenplaag’ Zijn doel te bereiken. Dit doet Hij nu nog in Zijn voorzienigheid, maar spoedig brengt Hij een rechtstreeks oordeel over de wereld en de goddeloze massa van Zijn volk en handelt Hij ook tot uitredding van de getrouwen”[6].
Inderdaad – God brengt het oordeel over de wereld.
Maar er is meer.
Want Gods kinderen mogen zeggen: op de Jongste Dag zal de almachtige God ons dankzij Jezus Christus genadig wezen. De Heidelbergse Catechismus leert ons op dit punt het volgende.
“Vraag:
Wat belijdt u met het woord: geleden?
Antwoord:
Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen. Hij deed dit om door zijn lijden, als het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van het eeuwige oordeel te verlossen en Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven voor ons te verwerven.
Vraag:
Waarom heeft Hij onder de rechter Pontius Pilatus geleden?
Antwoord:
Christus is onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld, om ons te bevrijden van het strenge oordeel van God, dat over ons zou komen”[7].

Rampen gaan over de wereld.
De mensen kijken verbijsterd toe en vragen: waarom laat God dit allemaal toe? Men roept: dit had toch wel anders gekund?
Laten wij ’t maar vasthouden:
* de sprinkhanen zijn een waarschuwing: blijf wonen in de leefgemeenschap met God!
* maar voor de kerk heeft deze ramp ook troost in zich: het leed van het eeuwig oordeel is al voor ons geleden!

Tenslotte – laten wij die bekende woorden uit Mattheüs 24 blijven repeteren: “Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. En dit ​Evangelie​ van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen”[8].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2326105-in-kenia-vecht-zelfs-het-leger-tegen-de-sprinkhanen.html ; geraadpleegd op donderdag 12 maart 2020.
[2] Exodus 10:14 en 15.
[3] Exodus 10:19 en 20.
[4] Romeinen 9:15-20 a.
[5] Geciteerd van https://www.nationalgeographic.nl/wetenschap/2020/02/sprinkhanenplaag-teistert-heel-oost-afrika-klimaatverandering-speelt-mogelijk’; geraadpleegd op donderdag 12 maart 2020.
[6] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2304.pdf , p. 46 en 47; geraadpleegd op donderdag 12 maart 2020.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, vragen en antwoorden 37 en 38.
[8] Mattheüs 24:13 en 14.

6 maart 2020

Alles onder controle?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Nederland is bang. Heel bang. Voor een coronavirus, pardon: COVID-19. Waarom? Het is een virus dat medici niet kennen. Zij proberen van alles om te zorgen dat het virus zich zo langzaam mogelijk verspreidt; anders melden veel te veel mensen zich wellicht tegelijk bij de ziekenhuizen.
Hoe dat zij – men jaagt elkaar op. Massahysterie heet dat.
Het Algemeen Dagblad praatte daarover onlangs met twee massapsychologen.

Een paar citaten.
1.
Massahysterie heeft te maken met ons instinct. Dat instinct “focust bijna automatisch op plotselinge en afwijkende gebeurtenissen, in dit geval dus een onbekend virus. Dingen die we niet kunnen zien, maar potentieel gevaarlijk zijn, maken ons extra bang. Op internet zien we abstracte plaatjes die het virus moeten voorstellen: rode bolletjes met stekels. Daar kunnen we ons niks bij voorstellen, maar we zijn er wel bang voor. Net als bij straling”.
2.
“Mensen met zorgen gaan zoeken naar meer informatie op het internet. ‘Daar zien zij zwaailichten, ambulances, ziekenhuizen die in tien dagen worden gebouwd, afzettingen van woongebieden. Die beelden onderstrepen in onze beleving dat het wel heel erg moet zijn’”.
3.
“De plotselinge emoties van anderen besmetten ons heel gemakkelijk. We nemen stemmingen als vanzelf en ongemerkt over”.
4.
“De media maken ons eerst bang, daarna gaan wij op zoek naar informatie. Vervolgens spreken alle experts elkaar tegen, waardoor we nog meer willen lezen en de onrust groeit ondertussen. Dat media op dit soort virus-uitbraken duiken, begrijp ik wel. Het is een vorm van klantenbinding”.
5.
“Door voortschrijdende techniek en kennis hebben we veel controle gekregen over ons leven. Er zijn behandelingen gevonden voor dodelijke ziektes als kanker. Er sterven minder mensen aan hartaanvallen. Het aantal verkeersdoden daalt elk jaar, terwijl de hoeveelheid auto’s op de weg explosief is gestegen. En toch zijn we angstiger dat ons iets zal overkomen. Dat is omdat we alles onder controle willen hebben”.
6.
“Maar anno 2020 vinden we geen berusting meer in het geloof. Met andere woorden: het nieuwe virus wijst ons op de onvolmaaktheid waarop wij deze wereld denken te beheersen”[1].

Weet u waar het woord ‘bevreesd’ voor het eerst in de Bijbel voorkomt? In Genesis 3. Na de zondeval komt de God van hemel en aarde naar zondige mensen toe: “En de Heere God riep ​Adam​ en zei tegen hem: Waar bent u? En hij zei: Ik hoorde Uw stem in de hof en ik werd bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij”[2].
“Het nieuwe virus wijst ons op de onvolmaaktheid”, zegt een psycholoog. Voor Gereformeerden is dat geen nieuws. Dat is al sinds mensenheugenis bekend. Maar het belangrijkste is: God komt naar onvolmaakte mensen toe; meteen nadat zij zondig geworden zijn.

Wie gelovig met God leeft ontvangt grote beloften. Dat zien wij bijvoorbeeld in Genesis 15: “Wees niet bevreesd, ​Abram, Ik ben voor u een ​schild, uw loon zeer groot”[3]. En: “Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[4].

Wie gelovig met God leeft, wordt ook op de proef gesteld. Dat blijkt als de God van het verbond in Exodus 20 Zijn wet geeft. Citaat: “Mozes​ zei tegen het volk: Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt”[5].
Ons leven volgens de wet van God laat, als het goed is, ook zien dat Gods volk ontzag voor God heeft. De trouwe God wil geëerbiedigd worden!

Dat ontzag is zeer terecht.
Er zijn tegenwoordig wel mensen die zeggen dat God niet zoveel doet. Hij staat aan de zijlijn. Hij staat min of meer op non-actief. Op aarde merken wij althans niet zoveel van Hem, zo wordt opgemerkt. Wij kunnen Hem niet eens zien, zegt men. Wij moeten onze problemen zelf oplossen.
Die opinie is, op de keper beschouwd, al heel oud.
Elisa heeft er in 2 Koningen 6 al mee te maken. Aram – dat is Syrië – is in dat hoofdstuk in oorlog met Israël.
Op enig moment ziet een dienaar van Elisa, als hij buiten komt, dat de stad Dothan omsingeld is. Een groot leger staat voor Dothan. Met paarden. Met strijdwagens. Buitengewoon angstaanjagend allemaal! Ongerust wendt de dienaar zich tot de profeet: hoe moet dit nu toch verder?
In 2 Koningen 6 lezen wij: Elisa “zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn. En ​Elisa​ bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en ​strijdwagens​ van vuur rondom ​Elisa. Toen de Syriërs naar hem afdaalden, bad ​Elisa​ tot de HEERE en zei: Sla dit volk toch met blindheid. En Hij sloeg hen met blindheid, overeenkomstig het woord van ​Elisa. Toen zei ​Elisa​ tegen hen: Dit is de weg niet en dit is de stad niet. Volg mij, dan zal ik u naar de man brengen die u zoekt. En hij bracht hen naar Samaria. En het gebeurde, toen zij in Samaria aangekomen waren, dat ​Elisa​ zei: HEERE, open de ogen van deze mannen, zodat zij zien. En de HEERE opende hun ogen, zodat zij zagen; en zie, zij waren midden in Samaria. Toen hij hen zag, zei de ​koning​ van Israël tegen ​Elisa: Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, mijn vader? Maar hij zei: Dood hen niet! Zou u hén doden die u met uw ​zwaard​ en met uw boog gevangengenomen hebt? Zet hun brood en water voor, dan kunnen zij eten en drinken en teruggaan naar hun heer. Hij bereidde daarop een grote maaltijd voor hen, en zij aten en dronken. Daarop stuurde hij hen terug en gingen zij naar hun heer. En de benden van de Syriërs kwamen niet meer in het land Israël terug”[6].
De Here God grijpt in!
Hij dwingt ontzag af!
En ja, Hij is springlevend!
Hij zorgt Hoogstpersoonlijk voor de bescherming van Zijn volk!

Dat merken wij ook als de hemelse God zich op Patmos aan Johannes openbaart. Een citaat uit Openbaring 1: “En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[7].
De levende God is paraat!

Laten wij terugkeren naar de actualiteit van 2020.

Het coronavirus boezemt velen angst in. Hoe ernstig is het precies?
Laten we maar beseffen dat de heilige God in Openbaring 1 ook zegt: “En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood”[8].
Christus heeft de dood overwonnen. Hij is de dood de baas. Daarom kunnen virussen Hem niet deren. En daarom zijn ook Zijn kinderen veilig. Mét Psalm 68 mogen we zeggen:
“Geloofd zij de Heere;
dag aan dag overlaadt Hij ons.
Die God is onze zaligheid.
Die God is ons een God van volkomen zaligheid;
bij de Heere, de Heere, zijn uitkomsten tegen de dood”[9].

Is daarmee alle vrees van gelovige kerkmensen uitgebannen?
Nee, waarschijnlijk niet.
Maar zij weten wel: bij de dood houdt het niet op!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/experts-over-massahysterie-we-zijn-nog-nooit-zo-veilig-maar-ook-nog-nooit-zo-bang-geweest~a89109fe/; geraadpleegd op vrijdag 28 februari 2020.
[2] Genesis 3:9 en 10.
[3] Genesis 15:1.
[4] Genesis 15:5.
[5] Exodus 20:20.
[6] 2 Koningen 6:16-23.
[7] Openbaring 1:17 en 18 a.
[8] Openbaring 1:18 b.
[9] Psalm 68:20 en 21.

4 september 2019

Feestelijke stemming

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Is geloven een feest?
Men zou haast zeggen van niet. Immers – in de kerk is het vaak tobben. En pappen. En nathouden.
Waarom? Bijvoorbeeld omdat kerkmensen vaak een chronisch tijdgebrek hebben; het werk in de kerk moet vaak gebeuren naast de drukte in het gezin en in de maatschappij. En bijvoorbeeld ook omdat sommige kerkmensen elkaar gewoon niet liggen; en dat terwijl je elkaar – Schriftuurlijk bezien – lief moet hebben.
Nee, geloven is geen feest. Lang niet altijd tenminste.

Des te meer valt het op dat in Exodus 5 te lezen staat: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”[1].

De Here bevrijdt Zijn volk.
Men zou zeggen: het is belangrijk dat Israël uit de slavernij komt. Het is belangrijk dat Israël uit Egypte weg kan. Het is belangrijk dat Israël weer vrij kan zijn. Het is belangrijk dat Israël over kan gaan tot haar eigen orde van de dag.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar daarna klinkt geen dienstbevel in de trant van: ga uw gang en maak er wat moois van.
Nee, het is de bedoeling dat Israël feest gaat vieren. En wel een feest ter ere van de Bevrijder: de Here, hun God.
Het is opmerkelijk dat de Here niet zegt: mensen, blaas nu eerst maar eens een beetje uit. Nee, er moet feest gevierd worden. Er moet een offerfeest worden gehouden.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar het is opmerkelijk dat de Here zegt: er moet feest gevierd worden in de woestijn. Er zijn toch warempel wel betere plaatsen te bedenken om feestgedruis te ontwikkelen! Maar nee, er moet zo spoedig mogelijk feestvreugde ontstaan. Uitstel kan niet aan de orde wezen.

Hoe dat alles zij – de farao is niet van zins om aan die bevrijding mee te werken. Goed beschouwd is dat trouwens ook geen wonder. “Immers”, schrijft Paulus in Romeinen 8, “het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet”[2].
Welnu, daar is de Egyptische farao een treurig voorbeeld van!

De Here bevrijdt Zijn volk.
Ook vandaag.
En nog steeds is er tegenstand in de wereld. Gereformeerden moeten feest vieren in een wereld die vermanend en geërgerd naar de kerk kijkt. Waarom? Omdat kerkmensen op sommige momenten nogal wereldvreemd doen. Alles is erop gericht om de Here te eren. Feitelijk zijn er in de kerk massa’s priesters en priesteressen actief. Zij zijn druk doende om zich “als een levend dankoffer aan Hem te offeren”. Herkent u de term uit de Heidelbergse Catechismus?[3]

Toegegeven – feestvieren is in de omstandigheden van 2019 niet eenvoudig.
Maar het is mogelijk. Onze God geeft er nog de vrijheid voor. Zodoende hangt er in de kerk vrijwel altijd een feestelijke sfeer. Net als in Psalm 118:
“Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!
Wij ​zegenen​ u vanuit het ​huis​ van de HEERE.
De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.
Bind het feestoffer vast met touwen
tot aan de hoorns van het ​altaar”[4].
Een commentator noteert hierbij: “Voor dat laten schijnen wordt hetzelfde werkwoord gebruikt als in de bekende priesterzegen in Numeri 6:25. Dit schijnen (‘laten zien’) van het licht houdt in dat de zegen die steeds uitgesproken werd nu concreet en zichtbaar is geworden”[5].
In de kerk wordt het zo vaak gezegd: “De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten”[6]. En telkens als dat gezegd wordt, mogen we ’t ons realiseren: in de kerk is het feest. Wat preciezer: de Here zorgt dat het in de kerk feest is en feest blijft.

En dat laatste is cruciaal.
De Here Zelf zorgt ervoor dat het feest wordt in ons leven.
Daarom is het niet eens zo verrassend dat het eerste publieke optreden van de Heiland plaatsvindt tijdens een feest. Op de bruiloft te Kana, namelijk. Johannes noteert: “Dit heeft ​Jezus​ gedaan als begin van de tekenen, te ​Kana​ in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem”[7].

In de kerk vieren we de glorieuze triomf van onze Heiland over de zonde.
Toegegeven, even lijkt het alsof die overwinning nep is. In Openbaring 11 namelijk. Dat is het hoofdstuk waarin het gaat over de twee getuigen.
Daarover schreef ik al eens: Het profeteerwerk van de twee getuigen “heeft grote gevolgen. God komt met Zijn oordeel! De vijanden vinden de dood.
Het water wordt bloed. De aarde wordt geplaagd. Ja geplaagd: de gebeurtenissen doen sterk denken aan de tien plagen waarover we lezen in Exodus 7 en volgende.
Als het Evangelie overal op de wereld geproclameerd is, zal de antichrist de twee getuigen om het leven brengen.
Laten we er op letten: het Woord van de Here heeft, op het moment van de dood van de Godsgetuigen, in alle hoeken en gaten van de wereld geklonken. Iedereen heeft er van gehoord. Alle wereldburgers weten er van. Niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten.
Dat betekent ook iets anders.
Dat houdt namelijk in dat de God van hemel en aarde de regie heeft. Nee, er wordt niet met het leven van de getuigen afgerekend als zij – om maar eens iets te noemen – nog maar halverwege hun profeteerwerk zijn. Nee, de antichrist krijgt pas de ruimte voor een afrekening in het criminele circuit als zij hun ‘evangelisatiewerk’ geheel voltooid hebben.
En dan is het einde daar.
De getuigen van God zijn om het leven gebracht.
Het Evangelie gaat ten onder.
Het is over en uit met de wereld.
Althans, daar lijkt het op.
Zo ziet het er uit.
Maar niets is minder waar.
Want de twee getuigen staan weer op![8].
Jazeker – de overwinning is toch een feit!

De Here bevrijdt Zijn volk.
En daarom vieren wij feest.
Maar het is nog maar het begin.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: ​Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is ​Koning​ geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn ​linnen​ te kleden, want dit fijne ​linnen​ zijn de gerechtigheden van de ​heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”[9].
Het wordt een groots feest, dat toch intiem is. Want men viert dan de heerlijke intimiteit tussen God en Zijn volk. Alle bruiloftsgasten delen in de feestvreugde.

Intussen staat het nog altijd in Exodus 5: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”.
Als het aan mensen had gelegen, was het met dat feest niets geworden. Maar nu? Dankzij de Heiland heerst er in de kerk – als het goed is – bijna altijd een feestelijke stemming!

Noten:
[1] Exodus 5:1.
[2] Romeinen 8:7.
[3] De formulering komt uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 32.
[4] Psalm 118:26 en 27.
[5] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 118:26-29.
[6] Numeri 6:25.
[7] Johannes 2:11.
[8] Geciteerd uit mijn artikel ‘De twee getuigen’, hier gepubliceerd op donderdag 20 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/20/de-twee-getuigen/ .
[9] Openbaring 19:6-9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.