gereformeerd leven in nederland

10 maart 2020

Vlucht naar de Here!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Een paar citaten uit een krantenbericht:
“Turkije heeft al vier miljoen Syrische vluchtelingen, terwijl de heroveringscampagne van Assad en Poetin in Idlib nog eens een miljoen Syriërs naar de Turkse grens drijft.
Deze vluchtelingenstroom is ook de inzet van een tweede drukmiddel dat Erdogan afgelopen weekend inzette. Afgelopen vrijdag, tegelijk met het bombarderen van het Syrische leger, zette hij de Turkse grenzen richting Europa open voor Syrische vluchtelingen. Het doel daarvan is de EU onder druk zetten. De Turkse regering zei zondag dat ze al meer dan 75.000 migranten heeft doorgelaten naar de Europese Unie”.
En:
“Hoewel de Turkse regering een aantal van 75.000 noemt, zijn die allerminst allemaal Europa binnengekomen. De grenzen aan de Europese kant zitten dicht. Griekenland accepteert een maand lang geen nieuwe asielaanvragen”[1].

Het vluchtelingenvraagstuk houdt de wereld nog altijd bezig. Zoveel is wel duidelijk. En het probleem lijkt onoplosbaar[2].

In Gods Woord zijn ook nogal wat mensen op de vlucht. Er is zelfs ballingschap aan de orde!
Is God dan even weg?
Kijkt God een andere kant op?
Nee. Zeker niet.
Leest u bijvoorbeeld maar mee in Ezechiël 1: “In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde van de maand, toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, gebeurde het dat de hemel geopend werd en ik visioenen van God kreeg te zien. Op de vijfde van de maand – het was het vijfde jaar van de ​ballingschap​ van ​koning​ ​Jojachin​ – kwam het woord van de HEERE uitdrukkelijk tot ​Ezechiël, de zoon van Buzi, de ​priester, in het land van de ​Chaldeeën​ bij de rivier de Kebar, en de hand van de HEERE was daar op hem”[3].

Het is ongeveer de zesde eeuw voor Christus. Ezechiël staat aan het begin van zijn activiteiten als woordvoerder van God. Tweeëntwintig jaar zal hij dat belangrijke werk doen[4].
En het is van stonde aan zonneklaar: de Here is present, ook in benauwde tijden!
Trouwens – de naam Ezechiël legt daar op zichzelf al getuigenis van af: ‘sterk is God’ of: ‘hij zal door God versterkt worden’.
Dwars door alles heen moet de kerk dat vast blijven houden.
De ballingschap in Babel is een straf van God voor Zijn volk. Maar dat betekent geenszins dat de God van hemel en aarde de deur van de hemel dicht heeft gedaan. Ondanks alles wil Hij Zijn onmetelijke kracht voor Zijn kinderen blijven inzetten. Hij streept het woord ‘barmhartigheid’ nimmer uit Zijn woordenboek!

De priesterzoon Ezechiël kan geen dienst doen in de tempel. Een exegeet schrijft: “Waarschijnlijk is Ezechiël samen met de soldaten, handwerkslieden en de elite uit Juda gedeporteerd (…). Hierdoor kon hij geen dienst doen in de tempel te Jeruzalem. Overigens hield de priestertaak veel meer in dan de dienst in de tempel die bij toerbeurt uitgevoerd werd (…). Daarnaast was het onderricht aan het volk van belang”[5].
Welnu – in Ezechiël 1 wordt de profeet geroepen tot het geven van onderwijs.

Waar gaat het in de profetie van Ezechiël over?
Een internetencyclopedie leert ons onder meer, dat Ezechiëls profetie het volgende behelst:
“* Waarschuwing tegen valse profeten, voor de ophanden zijnde val van Jeruzalem (hoofdstuk 4-5). Een aantal gebruikte handelingen toont zijn grote bekendheid met de Levitische wetten. (…)
* Profetieën tegen verschillende omliggende landen: Ammonieten (…), Moabieten (…), Edomieten (…), Filistijnen (…), Tyrus en Sidon (…) en Egypte (…).
* Troostwoorden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar: de overwinning van Israël en van het koninkrijk van God op aarde, het rijk van de Messias (…); en het nieuwe Jeruzalem”[6].
Dat korte overzicht leert ons om ons niet blind te staren op de vluchtelingenstromen. Wij moeten niet blijven staan bij ballingschappen van het verleden en het heden. De Bijbel roept Gods kinderen op om de grote lijn te blijven zien.
Dat lijkt een dooddoener. Immers – op deze manier maakt men het vluchtelingenprobleem toch niet kleiner? Dat is ontegenzeglijk waar. En dat vluchtelingenprobleem moet worden aangepakt, jazeker. Maar laten wij nooit vergeten dat onze God heel de wereld in Zijn hand heeft. Hij trekt de lijn van de wereldhistorie. Wij moeten niet wanhopig neerzinken bij de aanblik van al die ontheemde mensen. Wij moeten ons realiseren: uiteindelijk is het de Here God die moet ingrijpen. En dat zal Hij ook doen – op Zijn tijd.

Een uitlegger noteert: “Ezechiël is in veel opzichten een type van Christus. Dat zien we vooral in de vaak voorkomende uitdrukking ‘mensenkind’ die de HEERE gebruikt om hem aan te spreken. Deze uitdrukking komt ruim honderd keer in het Oude Testament voor, waarvan meer dan negentig keer in dit boek. ‘Mensenkind’ is de vertaling van het Hebreeuwse ben adam, dat ‘zoon [van] adam of mens’ of ‘mensenzoon’ betekent, wat een betere vertaling is dan ‘mensenkind’. De naam ‘mensenzoon’ is de naam die in de evangeliën en in het boek Openbaring voor de Heer Jezus wordt gebruikt. Hij is de ware Zoon des mensen. Het is de titel die zowel Zijn vernedering en verwerping als Zijn verhoging aanduidt”[7].
Ezechiël is dus een voor-afbeelding van Christus. Hij is ver bij het huis van God vandaan. Hij en zijn volksgenoten hebben te maken met ballingschap. Met lijden. Met de straf van de hemelse God, uiteindelijk.
Wat moeten wij daarmee, in 2020?
Ook vandaag moeten wij beseffen dat wij in Gods hand zijn. Daarom moeten wij ook in deze tijd de Here trouw dienen. Ware gelovigen zijn mensen die, om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken, “de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”[8].
Dat moet de kerk blijven doen, ook anno Domini 2020. Het is goed om dat, juist in de lijdenstijd, tot ons te laten doordringen.

Ezechiël heeft in de islam overigens een pendant, Zulkilfl. Een internetencyclopedie vermeldt over laatstgenoemde: “God noemt in de Koran de namen van sommige profeten en looft hen ook daarbij. Zo behoort Zulkifl ook tot de profeten die mensen tot ‘tawhied’ hebben geroepen en daarbij Gods liefde en lof hebben verdiend”[9][10].
Ziet u dat? Zulkifl heeft lof verdiend. Dat is precies het tegenovergestelde van Ezechiël 1; want daar gaat het over ballingschap, lijden, straf!
Welnu – Ezechiël gaat grote dingen zien. Vuur en bliksem. Cherubs die op mensen lijken en tegelijk ook gezichten van dieren hebben, helemaal bedekt met ogen. Er zijn geluiden die lijkt op de woeste zee, op een leger en op de stem van de almachtige God. En er zijn hoge wielen die alle kanten opdraaien en die vol ogen zitten.
Het is duidelijk: de God van hemel en aarde heeft Zijn ogen overal! Ook vandaag ziet Hij alles wat op de aarde gebeurt. Hij ziet hoe ruim 70 miljoen mensen van huis en haard verdreven zijn. Hij is present! Sterker: Hij is volop actief!
Wat staat ons te doen?
Biedt maar hulp aan de vluchtelingen – waar en wanneer dat kan. En blijf het geloven: God heeft heel de kosmos in de hand. Laten wij naar Hem toe gaan Want dankzij Hem is er hoop. Voor vandaag. En voor de toekomst.

Noten:
[1] “Turkije heeft zowel Syrië als Europa in de tang”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 2 maart 2020, p. 12.
[2] Op deze internetpagina is aan deze problematiek al vaker aandacht besteed. Zie https://bderoos.wordpress.com/tag/vluchtelingenproblematiek/ .
[3] Ezechiël 1:1, 2 en 3.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Ezechiël_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Ezechiël 1:1-3, noot 9.
[6] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Ezechiël_(boek) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[7] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf , p. 23; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[9] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Zulkifl_(profeet) ; geraadpleegd op dinsdag 3 maart 2020.
[10] ‘Tawhied’ betekent: ondeelbaar, uniek en ondefinieerbaar.

28 januari 2020

De actualiteit van de doop

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Als wij een kind ten doop houden, staan op de achtergrond onder meer woorden uit Ezechiël 36. Dat zijn deze: “Ik zal ​rein​ water op u sprenkelen en u zult ​rein​ worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u ​reinigen. Dan zal Ik u een nieuw ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit uw lichaam wegnemen en u een ​hart​ van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].
Met andere woorden: het kleine kindje dat in onze armen ligt, kan zichzelf niet reinigen van zonde; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal uit zichzelf de levenskoers niet verleggen; dat moet Iemand anders doen.
En ook: het kleine kindje dat in onze armen ligt, zal niet uit zichzelf met God gaan leven; daar moet Iemand anders voor zorgen.

Veel mensen zijn vervolgens geneigd om te zeggen: ach, zo erg is het ook weer niet; er zit nog wel wat goeds in de mensen. Maar Ezechiël 36 leert ons wat anders.

Het bovenstaande is volop actueel.
Waarom?
Dat wordt duidelijk als wij het navolgende citaat lezen: “Voor zeventig jaar bevrijding heb ik veel mogen doen. En daar werd ik ook… nou, ik voel het alweer… ik ga bijna huilen. Het is echt zo erg dat dit soort dingen… natuurlijk gebeurd is, maar ook nog steeds elke dag gebeurt. Ik vind het echt verschrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”.
Dat zegt een zangeres en theatermaakster tijdens een uitzending van RTV Noord[2]. In het televisieprogramma spreekt men over het monument Levenslicht van de kunstenaar Daan Roosegaarde. Wat is dat voor monument? Een citaat van de website van de Volkskrant: “Levenslicht is een tijdelijk monument van 104 duizend ‘lichtgevende’ stenen om de slachtoffers van de Holocaust te herdenken. Alle gemeenten vanwaar Joden zijn gedeporteerd, kunnen er volgend jaar deel van uitmaken (…) De bedoeling is dat Levenslicht begin volgend jaar te zien zal zijn in alle Nederlandse gemeenten vanwaar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden, Sinti en Roma zijn gedeporteerd naar Duitse concentratie- en vernietigingskampen”[3].
Die theatermaakster zegt: “Ik vind het echt ver-schrik-ke-lijk wat mensen elkaar aan doen”. Met nadruk: ver-schrik-ke-lijk. En dat is het natuurlijk ook. Het is ronduit afschuwelijk.
Welnu, Ezechiël 36 leert ons dat het doden van die duizenden vanuit de zonde verklaarbaar is. Wie daar structureel iets aan wil doen, moet zonder omwegen toegeven dat mensen daar zelf niet toe in staat zijn. We kunnen er alleen maar Iemand iets aan laten doen!

Op deze internetpagina komt Ezechiël 36 wel eens vaker aan de orde.
Uit een artikel dat hier eerder verscheen komt het volgende citaat.
“Wat is de situatie in Ezechiël 36?
Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij!
Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig!
De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: ‘Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël’.
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien!
De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld!
De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’.
Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt.
Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen.
En daarom klinken die woorden: ‘Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’.
Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!”[4].

Tijdens die uitzending van RTV Noord lijkt de achterliggende boodschap te zijn: het lijkt wel of de mensen een hart van steen hebben! Welnu, in Schriftuurlijke zin is dat dus waar.
En wij, drukdoenerige en soms zeer emotionele mensen van 2020, vragen ons af: hoe kan dat? Of ook: dit is, menselijk gesproken, toch onmogelijk? Antwoord: ja, dat klopt.
Maar de Here God prent het ons in: Ik zal u een nieuw hart geven. Het staat ook al in Ezechiël 11: “Ik zal hun één ​hart​ geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het ​hart​ van steen uit hun vlees wegdoen en hun een ​hart​ van vlees geven, zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn”[5].
Zijn we dan zelf helemaal uitgeschakeld? Nee, zeker niet. Leest u maar mee in Ezechiël 18: “Werp al uw ​overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw ​hart​ en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, ​huis​ van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!”.
Maar het begint bij God.
Hij moet de verandering in gang zetten.

Dat is precies wat de doop laat zien: God aan het begin van het leven van Verbondskinderen. Hij bewerkstelligt een schitterende verandering.
Van den beginne grijpt God in.
Dat is de meest structurele verandering die er in heel de kosmos plaatsvindt!

Gedoopte kinderen van God mogen de waarde van hun doop laten zien.
Zij mogen zeggen: ‘Jazeker, er gebeuren verschrikkelijke dingen in de wereld. Maar de hemelse God was vanaf het begin bij ons. Hij beschermt ons, ons hele aardse leven lang. En wij mogen Zijn ambassadeurs op aarde wezen. Sluit u daarom maar bij ons aan. Inderdaad – er gebeuren vreselijke dingen op aarde. Maar wij de wanhoop niet nabij. Want onze God verandert ons leven’.
Daarom is de uitnodiging van Psalm 122 voluit geldig:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij.
Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[6].

Noten:
[1] Ezechiël 36:25, 26 en 27.
[2] Miranda Bolhuis in het programma Noord Vandaag; woensdag 22 januari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/daan-roosegaarde-maakt-tijdelijk-holocaust-monument-met-104-duizend-fluorescerende-stenen~b841f7d0/ ; geraadpleegd op donderdag 23 januari 2020.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verwarrende tijd’, hier gepubliceerd op 23 augustus 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/08/23/verwarrende-tijd/ .
[5] Ezechiël 11:19 en 20.
[6] Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

2 december 2019

De nieuwe stad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Een zichzelf respecterende stad doet aan stadsvernieuwing. U weet vast ongeveer hoe dat gaat. Oude huizen verdwijnen. Er komen nieuwe huizen voor in de plaats. Men werkt driftig aan imagoverbetering. En aan een goed sociaal leefklimaat.
Kort samenvattend komt het erop neer dat alle wijkgenoten in een nette buurt willen wonen. Men wenst een onderkomen zonder schimmel, tocht of een hoge energierekening. Als het een beetje meezit denkt men ook na over de aanpak van armoede. En over veiligheid[1].

In Gods Woord gaat het ook over een veilige stad.
Die veilige stad is echter eerst en vooral een heilige stad.
Leest u maar mee in Ezechiël 48.
“En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR”.
Dat zijn de laatste woorden van dat hoofdstuk[2].
En ook van het laatste visioen van de profeet Ezechiël. Dat visioen wordt beschreven in Ezechiël 40-48.
De woordvoerder van God geeft een beeld van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het loont de moeite om een ogenblik naar de skyline van die metropool te kijken[3].

Dominee A.J. van den Herik – lid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk – zei over voornoemd visioen eens: “Opvallend is de enorme uitgebreidheid van dit visioen: negen lange hoofdstukken. Ze bestaan uit een zeer gedetailleerde beschrijving van de tempel, eredienst, een nieuw land et cetera. Daarnaast is het bijzonder dat dit visioen in al z’n gedetailleerdheid en realisme heel surrealistisch is. Dit Bijbelgedeelte gaat boven onze werkelijkheid uit en past niet in onze wereld”.

En verder:
“Na hoofdstuk 11 wordt Gods oordeel uitgesproken over:
* het land
* het volk
* de tempel
* de stad
* de vorst
In het eerste gedeelte van Ezechiël wordt het oordeel over deze vijf dingen uitgesproken. Vervolgens wordt Gods genade uitgestort. Er komt een nieuw land, stad, volk, tempel en vorst. Dat wil zeggen dat de dingen worden omgekeerd. Onderweg komt het volk tot vernieuwing. Het volk loopt vast. In hoofdstuk 40 wordt de onheilsgeschiedenis omgekeerd naar heilsgeschiedenis”.

Wat is de boodschap van dit visioen?
“De kern van Ezechiël is de verheerlijking van Gods Naam. God kan eigenlijk niet wonen onder een volk dat tegen Hem ingaat. De boodschap van het slot van Ezechiël is: het komt goed. God kan wel bij Zijn volk blijven wonen”[4].
Oftewel: God komt onder de mensen wonen; alles wordt nieuw.

“DE HEERE IS DAAR” – in de Herziene Statenvertaling staat de naam van de nieuwe stad in hoofdletters vermeld. Waarom? Antwoord: in die woorden zit het grootste wonder van de wereld: God gaat bij zondige mensen wonen. De heilige God laat mensen niet in het moeras van zonde en ellende zitten!

Er komt vrede in de nieuwe stad
Jesaja beschrijft die in hoofdstuk 11: “Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn ​heilige​ berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. Want op die dag zal de Wortel van ​Isaï​ er zijn, Die zal staan als ​banier​ voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn”[5].

De complete stad wordt heilig.
De profeet Zacharia maakt daar in hoofdstuk 14 een tekening van: “Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: ​HEILIG​ VOOR DE HEERE. En de ​potten​ in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het ​altaar. Ja, al de ​potten​ in ​Jeruzalem​ en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten ​heilig​ zijn, zodat allen die willen ​offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen ​Kanaäniet​ meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten”[6].

Het is duidelijk dat dit alles ver boven onze realiteit uit gaat.
En ja, er blijven vragen over. Zoals bijvoorbeeld: wordt alles vernieuwd, of wordt alles helemaal nieuw?
In Handelingen 3 gaat het om herstel: “Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn ​heilige​ profeten door de eeuwen heen”[7].
In 2 Petrus 3 wordt echter geschreven over “de dag waarop de hemelen, door vuur aangestoken, zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten”[8]. En daar staat dan bij: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont”[9].

Laten wij het er maar op houden dat ons zicht op het door God in gang gezette vernieuwingsproces nog zeer gebrekkig is.
DE HEERE IS DAAR – in het Hebreeuws staat daar Jehoesjamma. Het gaat dus van Jeruzalem naar Jehoesjamma. Die twee namen lijken een beetje op elkaar. Maar de tweede naam is veel belangrijker dan de eerste![10]

Ezechiël 48 staat nog altijd in onze Bijbels.
Wij lezen dat Schriftgedeelte in een onzekere tijd. Men schrijft: “Al jaren horen we bij de gelukkigste landen ter wereld. Maar toch. Wie de krant leest en sociale media volgt, merkt dat de stemming vaak anders is, somberder. De flexibilisering van werk, pensioenen, het woningtekort, de stand van het onderwijs, klimaatdreiging, vermogensongelijkheid… Eerder dan het goede nieuws omarmen we het slechte nieuws, ter bevestiging van een breed gevoel van onzekerheid”.
En wat kunnen we daaraan doen?
Men schrijft onder meer: “Zekerheden zullen zich veel meer op individueel niveau moeten ontwikkelen. Meer keuzevrijheid en vertrouwen krijgen leiden immers vaak tot meer persoonlijk welbevinden en een gevoel van meer zekerheid. Door bijvoorbeeld verplicht maar individueel te sparen -via een percentage van de loonsom of omzet- kunnen mensen zelf besluiten wanneer ze hun ‘rekening’ aanspreken om zekerheden te creëren”[11].
Welnu, het is de Verbondsgod die Hoogstpersoonlijk zekerheden creëert.
God is alles in allen: dat is het hoogtepunt van de heilshistorie!

Noten:
[1] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.dvhn.nl/groningen/Selwerd-voorop-bij-nieuwe-stadsvernieuwing-in-Groningen-23535335.html ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[2] Ezechiël 48:35.
[3] De keuze voor Ezechiël 48 heeft onder meer te maken met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen – de vrouwenvereniging waar mijn vrouw lid van is – afgelopen donderdag, 28 november 2019, vergaderde over Ezechiël 40-48. Dit artikel gaf mijn vrouw enige nadere oriëntatie op dit Schriftgedeelte. Vandaag publiceer ik dit stuk ook op deze plaats.
[4] De citaten komen van https://cip.nl/60029-vijf-vragen-over-het-slotvisioen-van-ezechiel ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[5] Jesaja 11:6-10.
[6] Zacharia 14:20 en 21.
[7] Handelingen 3:21.
[8] 2 Petrus 3:12.
[9] 2 Petrus 3:13.
[10] Zie hierover ook https://www.terdege.nl/artikelen/bijbelstudie-de-heere-de-stad ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[11] Geciteerd van https://www.socialevraagstukken.nl/zoeken-naar-nieuwe-zekerheden-in-onzekere-tijden/ ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.

18 september 2019

Uitverkorenen, midden in de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

In Gods Woord draait het om de God van hemel en aarde.
En ook om Israël. Zeg maar: de kerk van het Oude Testament.
Maar de Bijbel heeft geen tunnelvisie.
De profeten, de woordvoerders van God, hebben geen oogkleppen op. Zij kijken ook rond in de wereld.
In die wereld toont de Here Zijn glorieuze macht.

Dat blijkt heel duidelijk in Ezechiël 25 tot en met 32[1].

Daar toont God Zijn macht aan Ammon – omdat men daar met groot genoegen zag hoe Israël in ballingschap ging. De Ammonieten zullen compleet van de aarde verdwijnen.
Aan Moab – omdat men daar zegt dat Israël een gewoon volk is, in een lange rij van natiën. Later zal er niemand meer wezen die nog weet dat Moab bestaan heeft.
Aan Edom – omdat men zich daar altijd vijandig tegen Israël heeft opgesteld. In Edom komt dood en verderf!
Aan de Filistijnen – omdat daar altijd haat en vijandschap tegen Israël aan de orde is.
Aan Tyrus – omdat men daar denkt dat de commerciële positie verbetert nu Israël uit het zicht verdwenen is.
Aan Sidon – de pest zal veel doden eisen. En er komt nog oorlog óók.
En aan Egypte – dat land zal verwoest worden. Heel Egypte komt in handen van wrede mensen die het woord ‘genade’ uit hun woordenboeken hebben weggestreept.
Kortom, iedereen zal weten wie de Here is!

Iemand schrijft terecht: “Ieder land en volk en koning zal voor God rekenschap moeten afleggen van de manier waarop hij dingen heeft gedaan, mensen heeft behandeld, oorlogen heeft gevoerd en landen heeft veroverd”[2].

Er zijn veel mensen die het geweld in de Bijbel afkeuren. God is wreed, zeggen ze dan.
Al die mensen vergeten echter dat de hemelse God Israël uitgekozen heeft. De Machthebber van hemel en aarde heeft Israël tot Zijn volk gemaakt.
Die uitverkiezing zien we in heel Gods Woord terug.
Bijvoorbeeld in Johannes 15.
Citaat: “Niet u hebt Mij ​uitverkoren, maar Ik heb u ​uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft”[3].
En in Handelingen 13.
Citaat: “De God van dit volk Israël heeft onze vaderen ​uitverkoren​ en het volk verhoogd toen zij ​vreemdelingen​ waren in het land ​Egypte, en Hij heeft hen met een machtige arm daaruit geleid”[4].
En in Romeinen 11.
Citaat: “Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het ​uitverkoren​ deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden”[5].
De Here heeft Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn.
En in onze tijd mogen kerkmensen zeggen: de Here heeft ons uitgekozen om Zijn volk te zijn.
Wat een rustgevende zekerheid is dat!

De Here praat Zijn volk geen kokervisie aan.
Gods kinderen moeten rondkijken in de wereld.
Zij zien dan de Ammonieten – de buren aan de oostkant van de Jordaan.
En de Moabieten – “de afstammelingen van Moab, de zoon van Lot en diens oudste dochter”[6].
En de Edomieten – de afstammelingen van Ezau.
En de Filistijnen – afstammelingen van Mizraïm, een zoon van Cham[7].
En de Tyriërs – de zeelieden ten noorden van Israël.
En de Sidoniërs – de mensen die, ten opzichte van Tyrus, nog dertig kilometer verder naar het noorden wonen. Sidon was een belangrijke stad, waarschijnlijk ouder dan Tyrus.
En de Egyptenaren – de verdrukkers van Israël.
‘Kijk maar rond’, zegt de Here, ‘en neem uw plaats in de wereld maar in. Maar blijf eerst en vooral op Mij vertrouwen!’.
Volhardend vertrouwendat leert de Here ons, via de profeet Ezechiël. Ook vandaag wordt Gods volk weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Venezuela, Noord-Korea, Afghanistan, Somalië en Libië. De bekende organisatie Open Doors publiceert met enige regelmaat een ranglijst met betrekking tot christenvervolging; de in de vorige zin genoemde landen staan daar op. Dat kunnen we met recht een treurige lijst noemen!
En laten wij eerlijk zijn: christenen hebben in Nederland een vrij leven, maar ze worden met zekere regelmaat wat scheef aangekeken. Zeker orthodoxe Gereformeerden worden beschouwd als enigszins wereldvreemd…
Ook in die omstandigheden wordt de kerk opgeroepen om vol te houden.
Koning Willem Alexander zei op Prinsjesdag in de Troonrede: “…Nederland blijft een land van compromissen. Van Willemstad tot Amsterdam willen mensen meedoen en een bijdrage leveren. Dat bindt ons. Dat moeten we koesteren. Behoud en versterking van alles dat is bereikt, is een verplichting aan de generaties na ons”[8]. Daar zit zeker waarheid in. Maar alles draait eerst om ons volle vertrouwen in de almachtige God. Laten wij ons leven in handen geven van Hem. Hij brengt Zijn uitverkoren volk naar een heerlijke toekomst!

In een toelichting op het Bijbelboek Ezechiël staat terecht geschreven dat wij erop behoren te letten “hoe Ezechiël zonder angst het Woord van God brengt aan de verbannen Joden in de straten van Babylon en luister naar de tijdloze waarheid van Gods liefde en macht. Denk aan ieders persoonlijke verantwoordelijkheid om God te vertrouwen en aan Gods onvermijdelijke oordeel over afgoderij, tegenwerking en onverschilligheid. Neem je dan voor God te gehoorzamen in alles… wat, waar en wanneer Hij ook vraagt”[9].
Voor vandaag betekent dat in ieder geval:
* wij mogen en moeten vandaag vrijmoedig Gereformeerd zijn
* ook vandaag mogen we iets laten zien van Gods liefde en macht
* in een wereld waarin volgelingen van de Heiland nogal eens worden weggedrukt, komt het onder meer aan op onze persoonlijke verantwoordelijkheid
* wij moeten waken voor lauwheid en nonchalance; midden in deze wereld mogen we laten zien dat wij vol goede hoop zijn, omdat er een schitterende toekomst aan komt!

Noten:
[1] De keuze van Ezechiël 25-32 heeft te maken met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen – waar mijn echtgenote lid van is – morgen, donderdag 19 september 2019, dat Schriftgedeelte hoopt te bespreken.
[2] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/10979/ik-heb-een-vraag-over-ezechiel-29-30-31-/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[3] Johannes 15:16.
[4] Handelingen 13:17.
[5] Romeinen 11:7 en 8.
[6] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/M/Moab%2C_Moabieten ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[7] Zie Genesis 10:14: “Mizraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, de Pathrusieten, de Kasluchieten – uit wie de Filistijnen voortgekomen zijn…”.
[8] Geciteerd van https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/binnenland/koning-geeft-winstwaarschuwing-in-troonrede/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[9] Geciteerd van https://www.beterbijbel.nl/website/mob.php?pag=223 ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.

23 augustus 2019

Verwarrende tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

‘Het is een verwarrende tijd’, zei een trouwe kerkgangster onlangs. Zij zei het in de wandelgangen, bij de koffie na de dienst op een zondagmorgen.
Een dergelijke verzuchting kan enigszins misleidend wezen. Alle jaren door, en op diverse momenten, zeggen mensen dat de tijden moeilijk zijn.
Maar het statement van de kerkgangster is wel te begrijpen.

Laten wij eens een paar zaken op een rij zetten.
1.
Via het internet worden wij gebombardeerd met allerlei informatie. En steeds vaker komt de vraag op ons af wat nu precies waar is. Het fenomeen ‘nepnieuws’ is in opkomst. Wie kun je nog geloven?
2.
Woord- en kerkverlating trekken hun sporen in de maatschappij. Wij worden geconfronteerd met allerlei stijlen, denkwijzen en levensovertuigingen. In de caleidoscoop van de kleurrijke samenleving worden de kleuren zwart en wit steeds minder gewaardeerd.
Men vraagt om nuanceringen. En om begrip voor elkaar.
3.
Dit verschijnsel wordt nog versterkt door de vele miljoenen vluchtelingen die er op deze aarde zijn. Vele, vele migranten komen ons land binnen. Zij komen uit allerlei delen van de wereld. Die vluchtelingen nemen hun eigen cultuur mee. En hun eigen taal. En hun eigen zeden.
4.
Op het terrein van kerken en kerkgenootschappen worden ook grenzen verlegd. Men stapt makkelijk over grenzen héén. Kerkverbanden verliezen steeds meer van hun betekenis.
Door de ontwikkelingen in de maatschappij worden kerkmensen mondiger. Hun mening steken ze niet onder stoelen of banken. Ook op kerkelijk terrein geldt: men vraagt om nuanceringen en om begrip voor elkaar.
5.
Het is makkelijk om aan informatie te komen. In ons dagelijks leven komen we bovendien heel veel mensen tegen. Vanwege al die drukte wordt ons levenstempo hoger.
Wij worden geacht met allerlei nieuws rekening te houden. De opinies van allerlei passerende mannen, vrouwen en kinderen moeten wij wellicht in onze eigen meningsvorming verwerken.
Maar misschien is dat, bij nader inzien, ook weer niet nodig. Dat is namelijk een kwestie van persoonlijke keuze.
6.
De mensen worden ouder. Door betere gezondheidszorg en goede medicijnen leven zij langer. Maar hoe ouder men wordt, hoe moeilijker de meningsvorming wordt.
Het lijkt wel of de tijden steeds verwarrender zijn.

In verband met het bovenstaande is het goed elkaar te wijzen op Ezechiël 36: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].

Die boodschap wordt ook doorgegeven aan de kerk van 2019. En dat bericht stelt gerust.
Wij hebben stapels informatie voor onze neus – figuurlijk dan. Wij worden geconfronteerd met honderd meningen per week – bij benadering althans.
Maar als wij het overzicht dreigen te verliezen, dan is daar de God van hemel en aarde.
Hij zegt: Ik zal u een nieuw hart geven; het harde hart gaat eruit, er komt een doordringbaar levenscentrum in.
Hij zegt: Ik geef u Mijn Geest; Ik ga met u mee, waar u ook bent.
Zijn wij de weg een beetje kwijt? De Heilige Geest van de Here is bij ons. Hij brengt ons altijd weer terug op de route naar Zijn toekomst!

Wat is de situatie in Ezechiël 36?

Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij![2]

Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig![3]

De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: “Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël”[4].
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien![5]

De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld![6]

De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’[7].

Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt[8].

Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen[9].
En daarom klinken die woorden: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”.

Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!

Laten wij, terwijl Ezechiël 36 op het computerscherm staat, nog eens op aarde rondkijken.

Wie kunnen wij in deze wereld nog geloven? Waar is de waarheid?
Onze God maakt het in de Bijbel duidelijk: Hij maakt zijn Woord waar; bij Hem moet je wezen!

Woord- en kerkverlating – dat zien we in de samenleving op grote schaal.
Maar in Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, doe dat toch niet! U kunt toch lezen waar je dan terecht komt? U ziet toch dat Ik alle macht heb, zowel in de hemel als op de aarde?

Er zijn miljoenen vluchtelingen op aarde. Waar moeten al die mensen heen? Waar moet je al die mensen toch opvangen?
Eén ding is honderd procent zeker: de kerk loopt geen gevaar. Want de Here is in staat om Zijn kinderen bij elkaar te brengen, op het tijdstip dat Hem belieft. Het maakt niet uit waar Zijn kinderen zwerven. De God van het verbond vindt hen echt wel.

Op het terrein van de kerk en allerlei andere genootschappen worden grenzen verlegd. Men delibereert en nuanceert.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, hou daar toch mee op! Hij roept uit: leef met Mij en met Mijn wetten, dan kom je goed terecht. Oftewel: vertrouw niet altijd maar op je eigen theologische intelligentie, maar doe wat Ik zeg; misschien vindt u dat te eenvoudig, maar uiteindelijk is dat waar het om gaat.

Ons levenstempo wordt hoger. Daar komt bij dat wij tegen iedereen zeggen: uw mening télt! Of ook: u bent de moeite wáárd.
In zo’n wereld is het gevaar groot dat meningen van mensen belangrijker gaan worden dan wetten en regels van God.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: rustig aan maar! En ook: Mijn heilige naam is van oneindig veel meer belang dan uw denklijnen, uw toekomstvisies en uw al of niet weloverwogen overtuigingen. Mensen, pas toch op!

De mensen worden ouder. Wij leven met z’n allen langer. Maar die ouderdom komt met gebreken. Met een gebrek aan overzicht bijvoorbeeld. Of met de vraag: ben ik, nu ik steeds minder kan, voor Hem nog wel de moeite waard?
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: Stil maar! Wacht maar! Ik zeg het u toch? Ik doe het Zelf! Wees niet bang: Ik maak mijn werk af; heus waar!

Het is een verwarrende tijd, zei die kerkgangster.
Welnu – de God van het verbond laat het ons in Ezechiël 36 weten: als u het niet meer weet, moet u zich realiseren dat Ikzelf zorg draag voor de heiliging van Mijn naam.
Dus kan de kerk hoopvol de toekomst tegemoet gaan.
Ook in 2019!

Noten:
[1] Ezechiël 36:26 en 27.
[2] Ezechiël 36:1, 2 en 3.
[3] Ezechiël 36:4, 5 en 6.
[4] Ezechiël 36:12 a.
[5] Ezechiël 36:7-15.
[6] Ezechiël 36:16-19.
[7] Ezechiël 36:20 en 21.
[8] Ezechiël 36:22 en 23.
[9] Ezechiël 36:24 en 25.

15 januari 2019

Navigeren met Psalm 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wetten en regels – daar hebben wij het van nature niet zo op. Wij redden ons liever zelf. Wij regelen onze eigen dingen. Daarom alleen al is Psalm 1 niet zo eigentijds.

Ik citeer de inzet van die eerste Psalm:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken”[1].

Blij zijn met Gods wet – kan dat?
Ja, dat is zeer wel mogelijk.
Dat kan als wij tot de conclusie komen dat de wet van God het leven verrijkt. De wet van God maakt het leven mooier.

Het blijkt de moeite waard om enkele woorden uit het bovenstaande citaat nader te bezien.

* Goddelozen

De hervormde dominee M.J. Schuurman schrijft daarover: “Deze mensen hebben wel weet van het bestaan van God, maar het heeft geen gevolgen voor hun daden. Zij geloven niet dat God van hen om een bepaalde manier van leven vraagt. Zij geloven niet dat zij rekenschap moeten afleggen van hun daden. Men spreekt in de uitleg ook wel van praktisch atheïsme: het geloof in God heeft geen enkele consequentie voor hun manier van leven”.

* De raad van de goddelozen

De hierboven reeds geciteerde dominee schrijft: “De Bijbel legt een grote verantwoordelijkheid neer bij de leidende personen van de gemeenschap. Zij zijn voorbeeldfiguren. Zij gaan voorop”[2].
Als wij Psalm 1 zó bekijken, draagt dit kerklied een speciale boodschap voor ambtsdragers in zich. Ambtsdragers hebben een grote verantwoordelijkheid: Gods kinderen moeten op de juiste weg blijven lopen!

* Wandelen, staan en zitten

Met die drie woorden wordt het leven als totaal gekarakteriseerd[3].

* Een boom, geplant aan waterbeken

Die typering brengt ons als vanzelf bij Ezechiël 47. Ezechiël spreekt daar over een beek die uit de tempel komt. Daar staat dan: “En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het ​heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing”[4].
Dat betekent in ieder geval dit: de zegen van God is in de tempel te vinden. Oftewel – in de kerk. De zegen van God komt voort uit het werk van onze Heiland, de Here Jezus Christus. Zijn lijden en sterven aan het kruis geeft levensbloei! Exegeten voeren overigens heftige discussies over het antwoord op de vraag hoe Ezechiël 47 precies moet worden uitgelegd.
Hoe dat alles zij – er moet wel enig verband zijn met Openbaring 22: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam”[5].
Daarom kunnen we er bijna niet omheen – de God van hemel en aarde brengt het paradijs weer terug. Psalm 1 wijst ten diepste op een klein begin daarvan. Zeker, in de psalm klinkt nog maar een bescheiden preludium. Maar wij horen het wel. Dwars door alle kleinzieligheid en onenigheid heen brengt de hemelse Heer het paradijs terug.
Psalm 1 opent dus grootse perspectieven!

Inmiddels lijkt de laatste regel van het citaat toch ietsje overdreven.
“Al wat hij doet, zal goed gelukken”, staat er.
Dat zeggen we in 2019.
Echter – ook vandaag gaat er toch van alles fout in het leven? Bedoelingen worden niet begrepen. En soms komen we zélf tot de overtuiging dat de klus waar wij vol goede moed aan begonnen waren faliekant mislukt is. De componist van Psalm 1 weet dat natuurlijk ook wel. Waarom zegt de dichter van deze psalm dat dan toch?
Wij mogen hier denken aan de zegen die Gods kinderen krijgen in het verbond: het eeuwige leven en de hemelse glorie. Kinderen van God zijn onverbrekelijk met Jezus Christus verbonden. In Hem wordt ons werk gereinigd. Schoongemaakt. Het wordt alleszins toonbaar in de woonplaats van God.
In Openbaring 22 staat het onomwonden: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[6].
In Christus wordt ons werk op een magnifieke manier gesaneerd!
“Al wat hij doet, zal goed gelukken” – die psalmregel richt onze blik op een luisterrijke toekomst. Een toekomst die al is begonnen!

Psalm 1 wordt, zoals bekend, wel de psalm van de twee wegen genoemd. En het is duidelijk dat er op één van die wegen uitzicht is op de hemel.
Maar vandaag de dag lijkt het wel alsof velen werken met een niet bijgewerkt navigatiesysteem. U weet wel, zo’n systeem dat wel weet waar Hooghalen ligt, maar dat de afslag Assen-Zuid op de A28 niet kent; om in Hooghalen uit te komen stuurt het systeem u dwars door het centrum van Assen. En ach, zo kom je er ook – eerlijk is eerlijk. Je rijdt wat om, maar je bent een kniesoor als je daar op let. Het is 2019, nietwaar?
Het lijkt wel alsof zo’n niet bijgewerkt navigatiesysteem ook vaak gebruikt wordt bij Psalm 1. Er zijn twee wegen. Maar ook aardig wat zijstraten. En ook een paar alternatieve routes. Het duurt wellicht wat langer voor je in de hemel bent, maar je komt er wel. En nu ja, het is 2019. De televisie heeft honderd voorkeurzenders. En als je ’t helemaal niet meer weet gebruik je op Twitter #dtv – durf te vragen. Dan komt ’t allemaal goed.

Welnu –
Psalm 1 wijst twee wegen.
Twee; meer niet. Namelijk: naar God toe, of van God af.
Psalm 1 toont die weg in eerste instantie niet digitaal.
Maar het ligt allemaal heel duidelijk.
In Psalm 1 liggen de zaken eigenlijk heel eenvoudig!

Noten:
[1] Psalm 1:1-3.
[2] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/23/uitleg-over-psalm-1/ ; geraadpleegd op vrijdag 4 januari 2019.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 1:1-3.
[4] Ezechiël 47:12.
[5] Openbaring 22:1.
[6] Psalm 22:12, 13 en 14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.