gereformeerd leven in nederland

2 december 2019

De nieuwe stad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Een zichzelf respecterende stad doet aan stadsvernieuwing. U weet vast ongeveer hoe dat gaat. Oude huizen verdwijnen. Er komen nieuwe huizen voor in de plaats. Men werkt driftig aan imagoverbetering. En aan een goed sociaal leefklimaat.
Kort samenvattend komt het erop neer dat alle wijkgenoten in een nette buurt willen wonen. Men wenst een onderkomen zonder schimmel, tocht of een hoge energierekening. Als het een beetje meezit denkt men ook na over de aanpak van armoede. En over veiligheid[1].

In Gods Woord gaat het ook over een veilige stad.
Die veilige stad is echter eerst en vooral een heilige stad.
Leest u maar mee in Ezechiël 48.
“En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR”.
Dat zijn de laatste woorden van dat hoofdstuk[2].
En ook van het laatste visioen van de profeet Ezechiël. Dat visioen wordt beschreven in Ezechiël 40-48.
De woordvoerder van God geeft een beeld van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het loont de moeite om een ogenblik naar de skyline van die metropool te kijken[3].

Dominee A.J. van den Herik – lid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk – zei over voornoemd visioen eens: “Opvallend is de enorme uitgebreidheid van dit visioen: negen lange hoofdstukken. Ze bestaan uit een zeer gedetailleerde beschrijving van de tempel, eredienst, een nieuw land et cetera. Daarnaast is het bijzonder dat dit visioen in al z’n gedetailleerdheid en realisme heel surrealistisch is. Dit Bijbelgedeelte gaat boven onze werkelijkheid uit en past niet in onze wereld”.

En verder:
“Na hoofdstuk 11 wordt Gods oordeel uitgesproken over:
* het land
* het volk
* de tempel
* de stad
* de vorst
In het eerste gedeelte van Ezechiël wordt het oordeel over deze vijf dingen uitgesproken. Vervolgens wordt Gods genade uitgestort. Er komt een nieuw land, stad, volk, tempel en vorst. Dat wil zeggen dat de dingen worden omgekeerd. Onderweg komt het volk tot vernieuwing. Het volk loopt vast. In hoofdstuk 40 wordt de onheilsgeschiedenis omgekeerd naar heilsgeschiedenis”.

Wat is de boodschap van dit visioen?
“De kern van Ezechiël is de verheerlijking van Gods Naam. God kan eigenlijk niet wonen onder een volk dat tegen Hem ingaat. De boodschap van het slot van Ezechiël is: het komt goed. God kan wel bij Zijn volk blijven wonen”[4].
Oftewel: God komt onder de mensen wonen; alles wordt nieuw.

“DE HEERE IS DAAR” – in de Herziene Statenvertaling staat de naam van de nieuwe stad in hoofdletters vermeld. Waarom? Antwoord: in die woorden zit het grootste wonder van de wereld: God gaat bij zondige mensen wonen. De heilige God laat mensen niet in het moeras van zonde en ellende zitten!

Er komt vrede in de nieuwe stad
Jesaja beschrijft die in hoofdstuk 11: “Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn ​heilige​ berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. Want op die dag zal de Wortel van ​Isaï​ er zijn, Die zal staan als ​banier​ voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn”[5].

De complete stad wordt heilig.
De profeet Zacharia maakt daar in hoofdstuk 14 een tekening van: “Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: ​HEILIG​ VOOR DE HEERE. En de ​potten​ in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het ​altaar. Ja, al de ​potten​ in ​Jeruzalem​ en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten ​heilig​ zijn, zodat allen die willen ​offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen ​Kanaäniet​ meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten”[6].

Het is duidelijk dat dit alles ver boven onze realiteit uit gaat.
En ja, er blijven vragen over. Zoals bijvoorbeeld: wordt alles vernieuwd, of wordt alles helemaal nieuw?
In Handelingen 3 gaat het om herstel: “Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn ​heilige​ profeten door de eeuwen heen”[7].
In 2 Petrus 3 wordt echter geschreven over “de dag waarop de hemelen, door vuur aangestoken, zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten”[8]. En daar staat dan bij: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont”[9].

Laten wij het er maar op houden dat ons zicht op het door God in gang gezette vernieuwingsproces nog zeer gebrekkig is.
DE HEERE IS DAAR – in het Hebreeuws staat daar Jehoesjamma. Het gaat dus van Jeruzalem naar Jehoesjamma. Die twee namen lijken een beetje op elkaar. Maar de tweede naam is veel belangrijker dan de eerste![10]

Ezechiël 48 staat nog altijd in onze Bijbels.
Wij lezen dat Schriftgedeelte in een onzekere tijd. Men schrijft: “Al jaren horen we bij de gelukkigste landen ter wereld. Maar toch. Wie de krant leest en sociale media volgt, merkt dat de stemming vaak anders is, somberder. De flexibilisering van werk, pensioenen, het woningtekort, de stand van het onderwijs, klimaatdreiging, vermogensongelijkheid… Eerder dan het goede nieuws omarmen we het slechte nieuws, ter bevestiging van een breed gevoel van onzekerheid”.
En wat kunnen we daaraan doen?
Men schrijft onder meer: “Zekerheden zullen zich veel meer op individueel niveau moeten ontwikkelen. Meer keuzevrijheid en vertrouwen krijgen leiden immers vaak tot meer persoonlijk welbevinden en een gevoel van meer zekerheid. Door bijvoorbeeld verplicht maar individueel te sparen -via een percentage van de loonsom of omzet- kunnen mensen zelf besluiten wanneer ze hun ‘rekening’ aanspreken om zekerheden te creëren”[11].
Welnu, het is de Verbondsgod die Hoogstpersoonlijk zekerheden creëert.
God is alles in allen: dat is het hoogtepunt van de heilshistorie!

Noten:
[1] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.dvhn.nl/groningen/Selwerd-voorop-bij-nieuwe-stadsvernieuwing-in-Groningen-23535335.html ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[2] Ezechiël 48:35.
[3] De keuze voor Ezechiël 48 heeft onder meer te maken met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen – de vrouwenvereniging waar mijn vrouw lid van is – afgelopen donderdag, 28 november 2019, vergaderde over Ezechiël 40-48. Dit artikel gaf mijn vrouw enige nadere oriëntatie op dit Schriftgedeelte. Vandaag publiceer ik dit stuk ook op deze plaats.
[4] De citaten komen van https://cip.nl/60029-vijf-vragen-over-het-slotvisioen-van-ezechiel ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[5] Jesaja 11:6-10.
[6] Zacharia 14:20 en 21.
[7] Handelingen 3:21.
[8] 2 Petrus 3:12.
[9] 2 Petrus 3:13.
[10] Zie hierover ook https://www.terdege.nl/artikelen/bijbelstudie-de-heere-de-stad ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.
[11] Geciteerd van https://www.socialevraagstukken.nl/zoeken-naar-nieuwe-zekerheden-in-onzekere-tijden/ ; geraadpleegd op woensdag 27 november 2019.

18 september 2019

Uitverkorenen, midden in de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

In Gods Woord draait het om de God van hemel en aarde.
En ook om Israël. Zeg maar: de kerk van het Oude Testament.
Maar de Bijbel heeft geen tunnelvisie.
De profeten, de woordvoerders van God, hebben geen oogkleppen op. Zij kijken ook rond in de wereld.
In die wereld toont de Here Zijn glorieuze macht.

Dat blijkt heel duidelijk in Ezechiël 25 tot en met 32[1].

Daar toont God Zijn macht aan Ammon – omdat men daar met groot genoegen zag hoe Israël in ballingschap ging. De Ammonieten zullen compleet van de aarde verdwijnen.
Aan Moab – omdat men daar zegt dat Israël een gewoon volk is, in een lange rij van natiën. Later zal er niemand meer wezen die nog weet dat Moab bestaan heeft.
Aan Edom – omdat men zich daar altijd vijandig tegen Israël heeft opgesteld. In Edom komt dood en verderf!
Aan de Filistijnen – omdat daar altijd haat en vijandschap tegen Israël aan de orde is.
Aan Tyrus – omdat men daar denkt dat de commerciële positie verbetert nu Israël uit het zicht verdwenen is.
Aan Sidon – de pest zal veel doden eisen. En er komt nog oorlog óók.
En aan Egypte – dat land zal verwoest worden. Heel Egypte komt in handen van wrede mensen die het woord ‘genade’ uit hun woordenboeken hebben weggestreept.
Kortom, iedereen zal weten wie de Here is!

Iemand schrijft terecht: “Ieder land en volk en koning zal voor God rekenschap moeten afleggen van de manier waarop hij dingen heeft gedaan, mensen heeft behandeld, oorlogen heeft gevoerd en landen heeft veroverd”[2].

Er zijn veel mensen die het geweld in de Bijbel afkeuren. God is wreed, zeggen ze dan.
Al die mensen vergeten echter dat de hemelse God Israël uitgekozen heeft. De Machthebber van hemel en aarde heeft Israël tot Zijn volk gemaakt.
Die uitverkiezing zien we in heel Gods Woord terug.
Bijvoorbeeld in Johannes 15.
Citaat: “Niet u hebt Mij ​uitverkoren, maar Ik heb u ​uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft”[3].
En in Handelingen 13.
Citaat: “De God van dit volk Israël heeft onze vaderen ​uitverkoren​ en het volk verhoogd toen zij ​vreemdelingen​ waren in het land ​Egypte, en Hij heeft hen met een machtige arm daaruit geleid”[4].
En in Romeinen 11.
Citaat: “Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het ​uitverkoren​ deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden”[5].
De Here heeft Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn.
En in onze tijd mogen kerkmensen zeggen: de Here heeft ons uitgekozen om Zijn volk te zijn.
Wat een rustgevende zekerheid is dat!

De Here praat Zijn volk geen kokervisie aan.
Gods kinderen moeten rondkijken in de wereld.
Zij zien dan de Ammonieten – de buren aan de oostkant van de Jordaan.
En de Moabieten – “de afstammelingen van Moab, de zoon van Lot en diens oudste dochter”[6].
En de Edomieten – de afstammelingen van Ezau.
En de Filistijnen – afstammelingen van Mizraïm, een zoon van Cham[7].
En de Tyriërs – de zeelieden ten noorden van Israël.
En de Sidoniërs – de mensen die, ten opzichte van Tyrus, nog dertig kilometer verder naar het noorden wonen. Sidon was een belangrijke stad, waarschijnlijk ouder dan Tyrus.
En de Egyptenaren – de verdrukkers van Israël.
‘Kijk maar rond’, zegt de Here, ‘en neem uw plaats in de wereld maar in. Maar blijf eerst en vooral op Mij vertrouwen!’.
Volhardend vertrouwendat leert de Here ons, via de profeet Ezechiël. Ook vandaag wordt Gods volk weggedrukt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan Venezuela, Noord-Korea, Afghanistan, Somalië en Libië. De bekende organisatie Open Doors publiceert met enige regelmaat een ranglijst met betrekking tot christenvervolging; de in de vorige zin genoemde landen staan daar op. Dat kunnen we met recht een treurige lijst noemen!
En laten wij eerlijk zijn: christenen hebben in Nederland een vrij leven, maar ze worden met zekere regelmaat wat scheef aangekeken. Zeker orthodoxe Gereformeerden worden beschouwd als enigszins wereldvreemd…
Ook in die omstandigheden wordt de kerk opgeroepen om vol te houden.
Koning Willem Alexander zei op Prinsjesdag in de Troonrede: “…Nederland blijft een land van compromissen. Van Willemstad tot Amsterdam willen mensen meedoen en een bijdrage leveren. Dat bindt ons. Dat moeten we koesteren. Behoud en versterking van alles dat is bereikt, is een verplichting aan de generaties na ons”[8]. Daar zit zeker waarheid in. Maar alles draait eerst om ons volle vertrouwen in de almachtige God. Laten wij ons leven in handen geven van Hem. Hij brengt Zijn uitverkoren volk naar een heerlijke toekomst!

In een toelichting op het Bijbelboek Ezechiël staat terecht geschreven dat wij erop behoren te letten “hoe Ezechiël zonder angst het Woord van God brengt aan de verbannen Joden in de straten van Babylon en luister naar de tijdloze waarheid van Gods liefde en macht. Denk aan ieders persoonlijke verantwoordelijkheid om God te vertrouwen en aan Gods onvermijdelijke oordeel over afgoderij, tegenwerking en onverschilligheid. Neem je dan voor God te gehoorzamen in alles… wat, waar en wanneer Hij ook vraagt”[9].
Voor vandaag betekent dat in ieder geval:
* wij mogen en moeten vandaag vrijmoedig Gereformeerd zijn
* ook vandaag mogen we iets laten zien van Gods liefde en macht
* in een wereld waarin volgelingen van de Heiland nogal eens worden weggedrukt, komt het onder meer aan op onze persoonlijke verantwoordelijkheid
* wij moeten waken voor lauwheid en nonchalance; midden in deze wereld mogen we laten zien dat wij vol goede hoop zijn, omdat er een schitterende toekomst aan komt!

Noten:
[1] De keuze van Ezechiël 25-32 heeft te maken met het feit dat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen – waar mijn echtgenote lid van is – morgen, donderdag 19 september 2019, dat Schriftgedeelte hoopt te bespreken.
[2] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/10979/ik-heb-een-vraag-over-ezechiel-29-30-31-/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[3] Johannes 15:16.
[4] Handelingen 13:17.
[5] Romeinen 11:7 en 8.
[6] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/M/Moab%2C_Moabieten ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[7] Zie Genesis 10:14: “Mizraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, de Pathrusieten, de Kasluchieten – uit wie de Filistijnen voortgekomen zijn…”.
[8] Geciteerd van https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/binnenland/koning-geeft-winstwaarschuwing-in-troonrede/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.
[9] Geciteerd van https://www.beterbijbel.nl/website/mob.php?pag=223 ; geraadpleegd op dinsdag 17 september 2019.

23 augustus 2019

Verwarrende tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

‘Het is een verwarrende tijd’, zei een trouwe kerkgangster onlangs. Zij zei het in de wandelgangen, bij de koffie na de dienst op een zondagmorgen.
Een dergelijke verzuchting kan enigszins misleidend wezen. Alle jaren door, en op diverse momenten, zeggen mensen dat de tijden moeilijk zijn.
Maar het statement van de kerkgangster is wel te begrijpen.

Laten wij eens een paar zaken op een rij zetten.
1.
Via het internet worden wij gebombardeerd met allerlei informatie. En steeds vaker komt de vraag op ons af wat nu precies waar is. Het fenomeen ‘nepnieuws’ is in opkomst. Wie kun je nog geloven?
2.
Woord- en kerkverlating trekken hun sporen in de maatschappij. Wij worden geconfronteerd met allerlei stijlen, denkwijzen en levensovertuigingen. In de caleidoscoop van de kleurrijke samenleving worden de kleuren zwart en wit steeds minder gewaardeerd.
Men vraagt om nuanceringen. En om begrip voor elkaar.
3.
Dit verschijnsel wordt nog versterkt door de vele miljoenen vluchtelingen die er op deze aarde zijn. Vele, vele migranten komen ons land binnen. Zij komen uit allerlei delen van de wereld. Die vluchtelingen nemen hun eigen cultuur mee. En hun eigen taal. En hun eigen zeden.
4.
Op het terrein van kerken en kerkgenootschappen worden ook grenzen verlegd. Men stapt makkelijk over grenzen héén. Kerkverbanden verliezen steeds meer van hun betekenis.
Door de ontwikkelingen in de maatschappij worden kerkmensen mondiger. Hun mening steken ze niet onder stoelen of banken. Ook op kerkelijk terrein geldt: men vraagt om nuanceringen en om begrip voor elkaar.
5.
Het is makkelijk om aan informatie te komen. In ons dagelijks leven komen we bovendien heel veel mensen tegen. Vanwege al die drukte wordt ons levenstempo hoger.
Wij worden geacht met allerlei nieuws rekening te houden. De opinies van allerlei passerende mannen, vrouwen en kinderen moeten wij wellicht in onze eigen meningsvorming verwerken.
Maar misschien is dat, bij nader inzien, ook weer niet nodig. Dat is namelijk een kwestie van persoonlijke keuze.
6.
De mensen worden ouder. Door betere gezondheidszorg en goede medicijnen leven zij langer. Maar hoe ouder men wordt, hoe moeilijker de meningsvorming wordt.
Het lijkt wel of de tijden steeds verwarrender zijn.

In verband met het bovenstaande is het goed elkaar te wijzen op Ezechiël 36: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[1].

Die boodschap wordt ook doorgegeven aan de kerk van 2019. En dat bericht stelt gerust.
Wij hebben stapels informatie voor onze neus – figuurlijk dan. Wij worden geconfronteerd met honderd meningen per week – bij benadering althans.
Maar als wij het overzicht dreigen te verliezen, dan is daar de God van hemel en aarde.
Hij zegt: Ik zal u een nieuw hart geven; het harde hart gaat eruit, er komt een doordringbaar levenscentrum in.
Hij zegt: Ik geef u Mijn Geest; Ik ga met u mee, waar u ook bent.
Zijn wij de weg een beetje kwijt? De Heilige Geest van de Here is bij ons. Hij brengt ons altijd weer terug op de route naar Zijn toekomst!

Wat is de situatie in Ezechiël 36?

Daar moet de profeet Ezechiël aan het werk.
Hij moet profeteren tegen de bergen. Waarom? Vijanden van Israël hebben bezit genomen van die bergen. En dat voorspelt onheil. Want bergen kun je moeilijk innemen en bezetten. Je kunt beter een stad op de vlakte in bezit nemen. Dat is overzichtelijk. Maar een berg? Die is hoog. Een berg is lastig. Het beklimmen van een berg kan gevaarlijk zijn. Als zelfs de bergen al in bezit van de vijand zijn… – dan is alle hoop verloren.
De vijanden zeggen dat ook. We hébben ze!, zeggen ze. En ze verkneukelen zich. Israël is, figuurlijk gezien, een prooi voor de wolven.
Welnu – in die situatie komt er een proclamatie van God.
En iedereen moet luisteren. De natuur, de steden en iedereen die erin woont… – luisteren zullen zij![2]

Wat zegt God?
Hij heeft gesproken tegen de heidenvolken en tegen Edom. Dat zijn de vijanden van Israël.
Zeg dus niet: die heidenvolken hebben op eigen houtje gehandeld. Nee, de Verbondsgod van Israël heeft Zich laten horen. En toen gebeurde er wat!
Maar nu gaat de Verbondsgod tegen Israël spreken.
Die heidenvolken? Die hebben Gods volk aangepakt. En dat is, ten diepste, schandalig![3]

De zaken gaan veranderen.
Het land zal weer een goede oogst geven. Er komt bevolkingsgroei. De steden worden herbouwd. De puinhopen gaat men opruimen.
Ja, er komen weer mensen. Het onherbergzaam geworden land wordt opnieuw gecultiveerd.
God zegt: “Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël”[4].
De vijanden zeggen: wij hebben de macht. Zij zeggen: wij slokken de landen op, compleet met de bewoners ervan.
Maar de God van hemel en aarde spreekt dat krachtig tegen. De vijandelijke macht is eindig. Het is afgelopen! Er komt een totale ommekeer! Die heidenen zullen nog eens wat zien![5]

De God van het verbond zegt tegen Zijn woordvoerder Ezechiël: eertijds maakte Israël er, door de zondige levensstijl, een enorm vieze boel van. Afgoderij was aan de orde van de dag. Daarom kreeg het volk met Mijn toorn te maken. Woedend was Ik! Daarom gooide Ik het hele volk door elkaar. Sterker nog: Ik sloeg ze uit elkaar.
Dat was hun straf. En dat was hun eigen stomme schuld![6]

De Israëlieten kwamen bij de heidenen terecht.
Maar toen werd het nog erger.
Want die heidenen zeiden: ‘Die migranten uit Israël genoten toch speciale bescherming van hun God? Wat doen al die mensen dan hier?’[7].

Maar dat neemt God niet.
Zijn heilige naam dreigt te grabbel te worden gegooid. Zijn reputatie dreigt flink ingedeukt te worden.
Maar dat gaat niet gebeuren!
Dat is de reden dat de God van het verbond nu ingrijpt[8].

Er gaat een wonder gebeuren.
Het uit elkaar geslagen volk wordt weer bijeen gebracht.
Het volk wordt gereinigd. Alle viezigheid gaat eraf.
Van buiten en van binnen[9].
En daarom klinken die woorden: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegenemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”.

Zo wordt Gods reputatie weer volledig hersteld.
De God van het verbond houdt Zelf Zijn heilige naam hoog!

Laten wij, terwijl Ezechiël 36 op het computerscherm staat, nog eens op aarde rondkijken.

Wie kunnen wij in deze wereld nog geloven? Waar is de waarheid?
Onze God maakt het in de Bijbel duidelijk: Hij maakt zijn Woord waar; bij Hem moet je wezen!

Woord- en kerkverlating – dat zien we in de samenleving op grote schaal.
Maar in Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, doe dat toch niet! U kunt toch lezen waar je dan terecht komt? U ziet toch dat Ik alle macht heb, zowel in de hemel als op de aarde?

Er zijn miljoenen vluchtelingen op aarde. Waar moeten al die mensen heen? Waar moet je al die mensen toch opvangen?
Eén ding is honderd procent zeker: de kerk loopt geen gevaar. Want de Here is in staat om Zijn kinderen bij elkaar te brengen, op het tijdstip dat Hem belieft. Het maakt niet uit waar Zijn kinderen zwerven. De God van het verbond vindt hen echt wel.

Op het terrein van de kerk en allerlei andere genootschappen worden grenzen verlegd. Men delibereert en nuanceert.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: mensen, hou daar toch mee op! Hij roept uit: leef met Mij en met Mijn wetten, dan kom je goed terecht. Oftewel: vertrouw niet altijd maar op je eigen theologische intelligentie, maar doe wat Ik zeg; misschien vindt u dat te eenvoudig, maar uiteindelijk is dat waar het om gaat.

Ons levenstempo wordt hoger. Daar komt bij dat wij tegen iedereen zeggen: uw mening télt! Of ook: u bent de moeite wáárd.
In zo’n wereld is het gevaar groot dat meningen van mensen belangrijker gaan worden dan wetten en regels van God.
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: rustig aan maar! En ook: Mijn heilige naam is van oneindig veel meer belang dan uw denklijnen, uw toekomstvisies en uw al of niet weloverwogen overtuigingen. Mensen, pas toch op!

De mensen worden ouder. Wij leven met z’n allen langer. Maar die ouderdom komt met gebreken. Met een gebrek aan overzicht bijvoorbeeld. Of met de vraag: ben ik, nu ik steeds minder kan, voor Hem nog wel de moeite waard?
In Ezechiël 36 roept de God van het verbond ons toe: Stil maar! Wacht maar! Ik zeg het u toch? Ik doe het Zelf! Wees niet bang: Ik maak mijn werk af; heus waar!

Het is een verwarrende tijd, zei die kerkgangster.
Welnu – de God van het verbond laat het ons in Ezechiël 36 weten: als u het niet meer weet, moet u zich realiseren dat Ikzelf zorg draag voor de heiliging van Mijn naam.
Dus kan de kerk hoopvol de toekomst tegemoet gaan.
Ook in 2019!

Noten:
[1] Ezechiël 36:26 en 27.
[2] Ezechiël 36:1, 2 en 3.
[3] Ezechiël 36:4, 5 en 6.
[4] Ezechiël 36:12 a.
[5] Ezechiël 36:7-15.
[6] Ezechiël 36:16-19.
[7] Ezechiël 36:20 en 21.
[8] Ezechiël 36:22 en 23.
[9] Ezechiël 36:24 en 25.

15 januari 2019

Navigeren met Psalm 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wetten en regels – daar hebben wij het van nature niet zo op. Wij redden ons liever zelf. Wij regelen onze eigen dingen. Daarom alleen al is Psalm 1 niet zo eigentijds.

Ik citeer de inzet van die eerste Psalm:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken”[1].

Blij zijn met Gods wet – kan dat?
Ja, dat is zeer wel mogelijk.
Dat kan als wij tot de conclusie komen dat de wet van God het leven verrijkt. De wet van God maakt het leven mooier.

Het blijkt de moeite waard om enkele woorden uit het bovenstaande citaat nader te bezien.

* Goddelozen

De hervormde dominee M.J. Schuurman schrijft daarover: “Deze mensen hebben wel weet van het bestaan van God, maar het heeft geen gevolgen voor hun daden. Zij geloven niet dat God van hen om een bepaalde manier van leven vraagt. Zij geloven niet dat zij rekenschap moeten afleggen van hun daden. Men spreekt in de uitleg ook wel van praktisch atheïsme: het geloof in God heeft geen enkele consequentie voor hun manier van leven”.

* De raad van de goddelozen

De hierboven reeds geciteerde dominee schrijft: “De Bijbel legt een grote verantwoordelijkheid neer bij de leidende personen van de gemeenschap. Zij zijn voorbeeldfiguren. Zij gaan voorop”[2].
Als wij Psalm 1 zó bekijken, draagt dit kerklied een speciale boodschap voor ambtsdragers in zich. Ambtsdragers hebben een grote verantwoordelijkheid: Gods kinderen moeten op de juiste weg blijven lopen!

* Wandelen, staan en zitten

Met die drie woorden wordt het leven als totaal gekarakteriseerd[3].

* Een boom, geplant aan waterbeken

Die typering brengt ons als vanzelf bij Ezechiël 47. Ezechiël spreekt daar over een beek die uit de tempel komt. Daar staat dan: “En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het ​heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing”[4].
Dat betekent in ieder geval dit: de zegen van God is in de tempel te vinden. Oftewel – in de kerk. De zegen van God komt voort uit het werk van onze Heiland, de Here Jezus Christus. Zijn lijden en sterven aan het kruis geeft levensbloei! Exegeten voeren overigens heftige discussies over het antwoord op de vraag hoe Ezechiël 47 precies moet worden uitgelegd.
Hoe dat alles zij – er moet wel enig verband zijn met Openbaring 22: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam”[5].
Daarom kunnen we er bijna niet omheen – de God van hemel en aarde brengt het paradijs weer terug. Psalm 1 wijst ten diepste op een klein begin daarvan. Zeker, in de psalm klinkt nog maar een bescheiden preludium. Maar wij horen het wel. Dwars door alle kleinzieligheid en onenigheid heen brengt de hemelse Heer het paradijs terug.
Psalm 1 opent dus grootse perspectieven!

Inmiddels lijkt de laatste regel van het citaat toch ietsje overdreven.
“Al wat hij doet, zal goed gelukken”, staat er.
Dat zeggen we in 2019.
Echter – ook vandaag gaat er toch van alles fout in het leven? Bedoelingen worden niet begrepen. En soms komen we zélf tot de overtuiging dat de klus waar wij vol goede moed aan begonnen waren faliekant mislukt is. De componist van Psalm 1 weet dat natuurlijk ook wel. Waarom zegt de dichter van deze psalm dat dan toch?
Wij mogen hier denken aan de zegen die Gods kinderen krijgen in het verbond: het eeuwige leven en de hemelse glorie. Kinderen van God zijn onverbrekelijk met Jezus Christus verbonden. In Hem wordt ons werk gereinigd. Schoongemaakt. Het wordt alleszins toonbaar in de woonplaats van God.
In Openbaring 22 staat het onomwonden: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[6].
In Christus wordt ons werk op een magnifieke manier gesaneerd!
“Al wat hij doet, zal goed gelukken” – die psalmregel richt onze blik op een luisterrijke toekomst. Een toekomst die al is begonnen!

Psalm 1 wordt, zoals bekend, wel de psalm van de twee wegen genoemd. En het is duidelijk dat er op één van die wegen uitzicht is op de hemel.
Maar vandaag de dag lijkt het wel alsof velen werken met een niet bijgewerkt navigatiesysteem. U weet wel, zo’n systeem dat wel weet waar Hooghalen ligt, maar dat de afslag Assen-Zuid op de A28 niet kent; om in Hooghalen uit te komen stuurt het systeem u dwars door het centrum van Assen. En ach, zo kom je er ook – eerlijk is eerlijk. Je rijdt wat om, maar je bent een kniesoor als je daar op let. Het is 2019, nietwaar?
Het lijkt wel alsof zo’n niet bijgewerkt navigatiesysteem ook vaak gebruikt wordt bij Psalm 1. Er zijn twee wegen. Maar ook aardig wat zijstraten. En ook een paar alternatieve routes. Het duurt wellicht wat langer voor je in de hemel bent, maar je komt er wel. En nu ja, het is 2019. De televisie heeft honderd voorkeurzenders. En als je ’t helemaal niet meer weet gebruik je op Twitter #dtv – durf te vragen. Dan komt ’t allemaal goed.

Welnu –
Psalm 1 wijst twee wegen.
Twee; meer niet. Namelijk: naar God toe, of van God af.
Psalm 1 toont die weg in eerste instantie niet digitaal.
Maar het ligt allemaal heel duidelijk.
In Psalm 1 liggen de zaken eigenlijk heel eenvoudig!

Noten:
[1] Psalm 1:1-3.
[2] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/23/uitleg-over-psalm-1/ ; geraadpleegd op vrijdag 4 januari 2019.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 1:1-3.
[4] Ezechiël 47:12.
[5] Openbaring 22:1.
[6] Psalm 22:12, 13 en 14.

14 november 2018

Refrein van de aansporing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.
Dat is een zin die in het Bijbelboek Ezechiël meer dan twintig keer voorkomt. Die woorden klinken dreigend. Ze zullen ervan lústen – het volk Israël, Juda en de volken die Israël dwarsgezeten hebben!
Ezechiël zegt het in hoofdstuk 6, 7, 12, 24, 25, 26, 28…. enzovoort – steeds weer klinkt dat woord: “Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.

Tussen 593 en 571 voor Christus brengt Ezechiël allerlei onheilsboodschappen. En steeds weer is daar dat alarmerende keervers.

Israël en Juda storten in.
Ezechiël legt uit dat de verwoesting en de ballingschap in feite een straf zijn. Een straf van God op de zonden van Zijn volk. Met name de afgoderij is een gruwel in Gods oog!
Iemand schrijft: “Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo’n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer”[1].

Het lezen van het Bijbelboek Ezechiël is niet altijd even vreugdevol. Al die oordelen over Israël en de omringende volken roepen trieste beelden op. Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon, Egypte: ze worden allen uitgebreid toegesproken.

Het is bekend dat sommige mensen Ezechiël liever niet aan tafel lezen. Al dat bloed, al dat geweld, al die oorlogstaal – daar wordt niemand blij van.

Toch is het van enig belang dat wij de profetie van Ezechiël kennen.

Die zin ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ heeft een oproep in zich. Namelijk deze: erken nu toch dat de Here God is. Hij heeft de macht in hemel en op aarde.
Natuurlijk – daar dachten ze in Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte anders over. Maar ze zijn er inmiddels achter gekomen dat de Here de waarheid spreekt!
En ook Gereformeerden van 2018 mogen het zich realiseren: de God van het verbond is de Almachtige; Hij bestuurt heel de wereld!

Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben: dat is eerst en vooral het refrein van de aansporing tot erkenning van de Here.
Stelt u zich voor dat u iedere dag een kapittel van de profetie van Ezechiël leest. Dan zult u op een gegeven moment zeggen: ja ja, dat weten we nu wel – alweer oordeel, alweer gericht… En wellicht vraagt u zich vertwijfeld af waarom wij dit alles tot ons moeten laten doordringen.
Met name de hoofdstukken 6 tot en met 32 zijn doordrenkt met onheil, rampen, ellende en ongeluk.
De mensen vragen: kan het niet wat minder? Slechts tot weinigen lijkt het door te dringen dat de Here het klaarblijkelijk nodig vindt om in Zijn Woord zoveel aandacht te geven aan rampspoed en tegenslag.
“Hij weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein”[2].
Met andere woorden – de Here kent Zijn volk langer dan vandaag. En Hij waarschuwt ook de kerk van vandaag: pas goed op u zelf! En Hij vraagt: u weet toch wel dat de zonde nog op de loer ligt?
Wij zien het om ons heen: criminaliteit, kortzichtigheid, natuurrampen, oorlog, ontucht, onwil… – u kunt het rijtje van trammelant en tragiek ongetwijfeld zonder moeite aanvullen.
En de vraag is: blijven wij op de Here vertrouwen, op Hem die zo machtig is dat Hij Zijn volk altijd en overal beschermen kan?

Die bekende woorden ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ hebben ook nog een andere betekenis.
Er zit ook troost in.
Want één ding is zeker: er komt een tijd dat alles en iedereen zal moeten erkennen dat onze God alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
Openbaring 6 spreekt daarover.
Leest u maar even mee. “En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle ​slaven​ en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”.
Op die dag zal blijken dat de mensen die door de eeuwen heen Jezus Christus hebben gevolgd toch gelijk gehad hebben.
Op die dag zal blijken dat de trouwe kerkgangers van alle tijden het bij het rechte eind hebben gehad.
Op die dag zal blijken dat degenen die de God huns levens prijzen, biddend Hem hun dank bewijzen aan de goede kant staan[3].

In deze tijd hebben we te maken met een maatschappij waarin God zeker nog niet vergeten. Des zondags stromen er nog heel wat kerkgebouwen vol.
Maar naast het christelijke geloof zijn er nog talloze religieuze stromingen. Dergelijke religiositeit noemt Ezechiël afgoderij.
Dat moet je tegenwoordig uiteraard niet meer zeggen.

Ach – de wereld komt er nog wel achter.
Laten we ons in de kerk maar oefenen in de geloofszekerheid van Psalm 42:
“O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem, en zie naar boven
ik zal God, mijn God weer loven”[4].

Noten:
[1] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-ezechiel ; geraadpleegd op vrijdag 9 november 2018.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 33:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] De formulering van deze zin gaat terug op Psalm 42:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 42:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 oktober 2018

Al wat recht is, zien Zijn ogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter Hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen medelijden. Dood ouderen, jongemannen en meisjes, kleine ​kinderen​ en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merkteken is. Begin vanuit Mijn ​heiligdom”.

Dit artikel begint met woorden uit Ezechiël 9[1].

Misschien vraagt iemand: beste weblogscribent, moet u daar nu een artikel over schrijven?

Zo’n vraag is begrijpelijk.
Want Ezechiël 9 gaat over oordeel. Een gericht over Jeruzalem nog wel – de stad van God.

De inwoners van Jeruzalem doen namelijk aan afgoderij. In Ezechiël 8 wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe de afgoderij eruit ziet.
De Jeruzalemmers dienen de afgod van de na-ijver[2].
Zij aanbidden bovendien afbeeldingen van allerlei dieren. Die afbeeldingen hebben ze in de muur van de tempel gekerfd[3].
Vrouwen rouwen om Tammuz. Dat is een halfgod die door Babyloniërs wordt vereerd[4].
Ezechiël ziet mannen die de zon aanbidden; alsof dat een god is![5]

Daarin ligt een les voor de kerk van 2018.
De Here wil alle aandacht in de kerk.
Er hoort, als het gaat over het leven met God, geen verschil te zijn tussen de zondag, de maandag, de dinsdag… Waar we ook zijn, wat we ook doen – altijd speelt de godsdienst een grote rol; als het goed is tenminste.
De sterren aanbidden? Nee, dat doen we niet in de kerk.
Een olifant of een ander dier heilig verklaren? Nee, dat weigert de kerk pertinent.
Een altaartje in boeddhistisch sfeertje in huis? Welnee, dat gaan we niet doen.
Laat dat vooral zo blijven!

Het oordeel van de Here in Ezechiël 9 is hard!
De hele stad gaat eraan!
Alles en iedereen wordt uitgeroeid!
Alles gaat plat!
En…

Wacht eens even.
Er staat namelijk: “…en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden”.
Een commentator schrijft hier bij: “Het Hebreeuwse woord dat met ‘merkteken’ is vertaald, is tav. Dat is ook de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Deze letter komt overeen met onze letter ‘t’. In de tijd van Ezechiël werd deze letter in de vorm van een kruis geschreven, zoals we ook herkennen in onze letter ‘t’. We kunnen er wel de toepassing in zien dat de gelovigen in Jeruzalem voor het oordeel worden bewaard door het teken van het kruis dat door de Man in linnen kleren op hun voorhoofden is aangebracht”[6].
Wat gebeurt er in Ezechiël 9?
Antwoord: de Here zet, om zo te zeggen, de kerk van het Oude Testament apart. Hij neemt Zijn kinderen in bescherming. In de stad waar Hij woning heeft gekozen, is het – om het maar eens duidelijk te zeggen – een godslasterlijke troep. Een mens van deze tijd zou zeggen: weg ermee!
Maar zelfs nu de God van hemel en aarde toornig is, blijft Hij trouw. Zelfs nu de Here een zeer zware straf uitdeelt, neemt Hij de mensen die Hem dienen in bescherming.

Zodoende is Ezechiël 9, dat zware hoofdstuk vol met oordeel en straf, toch de moeite waard.
Want daar zien we Gods trouw in optima forma.

Mijn conclusie is: in Ezechiël 9 wordt ons duidelijk gemaakt dat Gods kinderen aan Zijn vernietigende oordeel zullen ontkomen.
Dat is in Ezechiëls tijd zo, en het zal nog zo zijn als het einde van de tijd aangebroken is.

Dus: ook nu, anno Domini 2018, mogen we er zeker van zijn dat de God van hemel en aarde Zijn kerk immer en altijd beschermt en onderhoudt.

Dat gebeurt ook in een maatschappij die God grotendeels negeert, en waar het merendeel van de mensen veel naar zichzelf kijkt.
Dat gebeurt ook in een samenleving waar je, volgens velen, moet opvallen om je recht te krijgen; of althans: om datgene te ontvangen wat jij recht vindt. Door het veelvuldig plaatsen van tweets en retweets. Door stakingen. Door spandoeken. Door agressie, op straat of achter de voordeur.
En de media hebben het er maar druk mee.

Op zondag naar de kerk? Veel mensen kijken er vreemd tegenaan. Sommigen zeggen: nou ja, als je je daar gelukkig bij voelt…
Dat Gods kinderen in de kerk zitten, dat is voor velen volstrekt onbegrijpelijk.
Ezechiël 9 leert ons echter onder meer: de Here ziet Zijn kinderen, in alle tijden en op alle plaatsen.

Anno Domini 2018 roept Hij Zijn kinderen naar de kerk.
Daar verzamelt Hij Zijn volk.
Daar wordt het heil verkondigd. Daarom zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de kerk: “…buiten haar is er geen heil”[7].
Daar, in de kerk, zingt Gods volk:
“U bent mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht.
Al zijn van mij in tegenspoed en strijd
mijn vader en mijn moeder weggegaan,
toch keert U Zich niet af, maar neemt mij aan.
U zorgt voor mij in mijn verlatenheid”[8].

Ezechiël 9 bevat een waarschuwing.
Want ziet u wat daar staat? “Begin vanuit Mijn ​heiligdom”. Kennelijk is de kerk het beginpunt van de oordeelsvoltrekking. Daarom constateer ik: juist van de kerk wordt nauwkeurige en blijmoedige Godsdienst gevraagd!

Als Ezechiël 9 een film zou zijn… dan zouden ‘m waarschijnlijk niet willen bekijken. Het zou, om maar in bioscooptermen te blijven, geen kassucces wezen.
Maar het is goed dat kerkmensen dat hoofdstuk toch blijven lezen.
Tot hun troost.
Want God blijft voor Zijn kerk zorgen. Tot in lengte van dagen![9]

Noten:
[1] Ezechiël 9:4, 5 en 6.
[2] Ezechiël 8:5.
[3] Ezechiël 8:10.
[4] Ezechiël 8:14.
[5] Ezechiël 8:16.
[6] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 28 september 2018.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 27:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] De titel van dit artikel ontleende ik aan de laatste regel van Psalm 17:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986 – :
“Hoor naar een rechte zaak, o HEER,
sla acht op wat mijn lippen smeken,
die onbedrieglijk tot U spreken
en buig U tot mijn bidden neer.
Kom met uw oordeel van den hoge,
laat uitgaan van uw aangezicht
het woord dat mij rechtvaardig richt,
want al wat recht is, zien uw ogen”.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.