gereformeerd leven in nederland

13 oktober 2021

Zonder winstoogmerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De kerk is geen bedrijf. Natuurlijk niet. Dat laat onverlet dat er in de kerk wel degelijk het een en ander moet gebeuren. Wij moeten met elkaar meeleven. Wij behoren elkaar te stimuleren om met God te leven. Alle kerkleden betrekken, als het goed is, hun Heer in de dagelijkse dingen. Zij bidden tot God. Zij lezen Zijn Woord. Want Hij spreekt nog altijd. Ook vandaag.

Wat God zegt, dat doet Hij ook. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat het heel stellig: “…zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”. Met andere woorden: u bent behoorlijk uit de bocht gevlogen als u dat niet, of niet meer, gelooft!
Bij bovenstaand citaat uit de belijdenis wordt verwezen naar Ezechiël 33. In dat hoofdstuk lezen wij onder meer:
“Ik zal van het land een verlaten woestenij maken en zijn sterke trots doen ophouden. De bergen van Israël zullen verwoest zijn, zodat niemand erdoorheen trekt. Dan zullen zij weten dat Ik de Heere ben, wanneer Ik vanwege al hun gruweldaden, die zij gedaan hebben, van het land een verlaten woestenij maak”.
En:
“..zie, u bent voor hen als een liefdeslied, met een mooie klank en goed gespeeld. Zij horen uw woorden, maar zij handelen er niet naar. Maar als het komt – en zie, het komt – dan zullen zij weten dat er een profeet in hun midden geweest is”1.

Wat staat er in Ezechiël 33?
1.
Ezechiël moet de wacht houden over het volk Israël. Hij moet de waarschuwingen en vermaningen van zijn Opdrachtgever doorgeven.
En als Ezechiël dat niet doet? Dan zal Gods volk óók omkomen. Maar dat is dan wel de schuld van Ezechiël. Hij draagt dan de verantwoordelijkheid voor al die sterfgevallen. Anders wordt het als de mensen niet naar de profeet luisteren. In dat geval heeft Gods woordvoerder geen schuld.
De God van hemel en aarde roept Zijn volk op tot bekering. “Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?”. De hemelse God is rechtvaardig. Iemand die met God leeft, blijft leven. Iemand die God negeert vindt de dood. Er wordt recht gesproken!
2.
Hoe is de sfeer in Israël in de tijd van Ezechiël? Antwoord: goddeloosheid is aan de orde van de dag. Men dient afgoden. Onschuldige mensen worden gedood. Men vertrouwt op eigen kracht. Overspel is een bekend fenomeen.
De hemelse God zegt: dat alles zal snel afgelopen zijn. Er komt een einde aan. Het land wordt verwoest. De hele zaak gaat plat!
Onheil en ondergang – dat is het gevolg van goddeloosheid. Die goddeloosheid is er de oorzaak van dat het land een “verlaten woestenij” wordt.
3.
Zijn de mensen God totaal vergeten? Nee. Dat niet. De mensen luisteren welwillend naar Gods profeet. Ze zeggen: ‘we willen best eens horen wat die Ezechiël te zeggen heeft’. Eigenlijk luisteren zij op de manier waarop zij naar mooie muziek luisteren: ‘Wat kan die man het toch mooi zeggen! Wat prachtig klinkt dat, vind je niet?’. Maar thuis doen die luisteraars er niets mee. Ezechiëls betoog klinkt mooi, maar er verandert niets2.

Dat is het verband waarin de tekst staat waarmee dit artikel begon. Jazeker, er komt een moment dat Gods volk gaat beseffen dat Ezechiël niet alleen maar schitterende betogen hield; de mensen realiseren zich dat de profeet de waarheid gesproken heeft.

Aangenomen mag worden dat onderhand wel duidelijk is wat Ezechiël 33 voor ons betekent. Kerklidmaatschap en het spreken van vele vrome woorden, doch vervolgens onze eigen gang gaan – dat past niet bij elkaar. Keuzes maken zonder God – voor Gods kinderen is dat een onmogelijke combinatie.

Wij mogen en moeten ons realiseren dat Ezechiël de toekomst in zijn blikveld heeft gehad.
Daarnaast moeten we bedenken dat Ezechiëls preek is geadresseerd aan de kerk van het Oude Testament.
Wat moet de kerk van het Nieuwe Testament met die profetie? De kerk van nu moet nog altijd waakzaam zijn. De kerk moet een luisterend oor hebben. Want God spreekt. Ook vandaag.

Als het om die waakzaamheid gaat is het goed kennis te nemen van een tweet op het Twitteraccount van het maandblad Nader Bekeken: “In veel kerken wordt helaas niet geestelijk leiding gegeven. In steeds meer kerken doen managers en interimmers hun intrede. Ook als het niet zo wordt genoemd, worden steeds meer moderne ideeën voor bedrijfsvoering in de gemeentes geïntroduceerd. PDrost, sep”.
Nee, de kerk hoeft geen marktleider in geloofszaken te worden.
Wat is de kernactiviteit van de kerk? Antwoord: luisteren naar Gods Woord en dat toepassen in het leven van alledag. Op allerlei manieren. Soms zijn de methodes heel traditioneel. Op andere momenten is de aanpak wellicht tamelijk onorthodox.
Hoe dat zij – het gaat niet om indrukwekkende kerkgebouwen.
Het gaat niet om de aangename warmte in de kerkelijke gemeenschap, hoe prettig die ook aanvoelt.
Met nauw verholen Geestdrift nemen wij kennis van Gods Woord.
En daarna? Daarna gaan wij gewoon doen wat Hij zegt, in de omstandigheden zoals die zich aan ons voordoen.
Onze reputatie is dan niet zo belangrijk.
En nee, de kerk heeft geen winstoogmerk.
De kerk is per slot van rekening geen bedrijf34.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik enkele woorden uit artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. En uit Gods Woord Ezechiël 33:28, 29, 32 en 33.
2 In deze alinea citeer ik Ezechiël 33:11. Verder gebruik ik Ezechiël 33:20.
3 De tweet is geciteerd van https://twitter.com/NaderBekeken ; geraadpleegd op woensdag 5 oktober 2021.
4 In de geciteerde tweet wordt dominee P. Drost genoemd. Hij is momenteel predikant van de Evangelisch Reformierte Kirche Westminster Bekenntnisses in Graz, Oostenrijk.

17 mei 2021

Nieuwe moed voor nooddruftigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij hebben overwonnen door onze Heere Jezus Christus. Zo staat dat in het Woord van God; in 1 Corinthiërs 15 namelijk1. Wij hebben overwonnen – dat is een enigszins merkwaardige manier van zeggen. Want van triomf is in deze wereld nog maar bar weinig te zien. Maar al te vaak zijn christenen in deze wereld de ‘onderliggende partij‘.
Maar Paulus is er absoluut zeker van: wij gaan triomfen vieren!

In Mattheüs 12 zegt Jezus ook dat die overwinning komt. Te Zijner tijd houdt Hij grote schoonmaak – jazeker! Maar de zwakken en nooddruftigen verliest Hij beslist niet uit het oog: “Het geknakte riet zal Hij niet breken en de walmende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning. En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen“2.

Gods oordelen zullen over de wereld gaan. En dat gericht zal ronduit vernietigend wezen. Zwakke mensen kunnen denken: wij gaan eraan! En: nu wordt het nooit meer wat met ons! Of zelfs: nu is het gedáán met ons!
Echter – Gods kinderen hebben niets te vrezen. Want nee, het geknakte riet breekt niet af. Wij mogen het blijven bedenken: de walmende vlaspit zal niet uit gaan.
Een exegeet noteert bij deze tekst: “De mensen die lijken op een geknakt riet en een smeulende vlaspit, zal de Knecht des Heren met liefde behandelen. We zien dit vervuld in Jezus, die Zich ontfermt over wat zwak is. Hij roept hen tot Zich, die vermoeid en belast zijn, Hij eet met tollenaars en zondaars, Hij ontfermt Zich over het verwaarloosde volk, Hij geneest de zieken en verkondigt de Blijde Boodschap aan de armen. God heeft geduld met de armen en verdrukten, totdat het grote oordeel en het volmaakte Rijk komt en Hij het recht, de goddelijke orde, zal doen zegevieren“3.
Gelovige kerkmensen die ietwat treurig naar de samenleving kijken, mogen opveren.
Christenen die wanhopig worden in een samenleving die God verlaat, ontvangen nieuwe hoop.

Als Jezus dit zegt heeft Hij net een man met een verschrompelde hand genezen. Op de sabbatdag nog wel! De motivatie van Jezus is duidelijk: “Welk mens onder u die één schaap heeft, zal het niet, als het op een sabbat in een kuil valt, grijpen en eruit tillen? Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven! Daarom is het geoorloofd op de sabbatdagen goed te doen“4. Op de sabbatdag mag en moet u Gods wil doen, proclameert de Redder.
Als hier iets duidelijk wordt, dan is het wel dit: de God van hemel en aarde heeft volle aandacht voor al onze persoonlijke noden. Het is niet zo dat de hemelse Heer slechts de grote lijn van de wereldgeschiedenis in de gaten houdt, en hier en daar wat recht trekt. Het is ook niet zo dat Hij aan de zijlijn staat en hier en daar een beetje steun biedt. Nee, Hij heeft Zijn ogen overal.
Psalm 139 is altijd waar:
“Waar zou ik ooit uw Geest ontgaan?
waar zou U mij niet gadeslaan?
Steeg ik ten hemel, U bent daar,
uw oog wordt mij terstond gewaar.
Zou ik in ’t rijk der doden dalen,
zelfs daar zou U mij achterhalen“5.
Hij houdt al Zijn kinderen vast. Hij leidt hen aan Zijn Vaderhand naar een toekomst met Hem!

Dat niet geknakte riet is een heel Schriftuurlijke beeldspraak.
De profeet Jesaja spreekt in hoofdstuk 36 over de hoogmoed van Egypte en het misplaatste vertrouwen dat Juda in Egypte heeft: “Zie, u vertrouwt op die geknakte rietstaf, op Egypte. Maar als iemand daarop leunt, dringt hij in zijn hand en doorboort die. Zo is de farao, de koning van Egypte, voor allen die op hem vertrouwen“6.
De profeet Ezechiël formuleert in hoofdstuk 29: “En al de inwoners van Egypte zullen weten dat Ik de HEERE ben, omdat zij voor het huis van Israël een rietstaf geweest zijn. Toen zij u bij uw hand grepen, knakte u, maar u scheurde heel hun schouder open. Toen zij op u steunden, brak u, maar u liet alle heupen op zichzelf staan“7.
De God van hemel en aarde heeft aandacht voor de vierkante millimeter. Maar Hij is evenzeer attent op het welzijn van heel Zijn volk! Dat blijkt overigens ook al in Mattheüs 9: “Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben“8.

Die laatste woorden van Jezus brengen ons wederom bij de profeet Ezechiël. In hoofdstuk 34 van zijn profetie spreekt Gods woordvoerder de leiders van het volk aan: “Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?“9. En: “Ze zijn overal verspreid, zonder herder, en ze zijn alle dieren van het veld tot voedsel geworden: ze zijn verspreid. Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar ze vraagt, en niemand die ze zoekt“10.
Welnu, de goede Herder zoekt Zijn schapen wel op. En Hij vindt ze ook, zelfs als zij hun domicilie hebben in een uithoek van de aarde. Jezus spreekt hier niet alleen de Joden aan. Nee, Hij heeft het zicht op al Zijn volgelingen, overal ter wereld. Daarom mag het ook vandaag worden gezegd: “En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen“.

Gods oordelen gaan over de wereld. De alarmsignalen klinken overal. Denkt u slechts aan aardbevingen, bosbranden, orkanen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen11. En wat men ook van de COVID 19-pandemie zeggen kan, het is in ieder geval een oproep die over de hele aarde gaat: ’Volg Mij, want Ik ben de Enige die werkelijk redding bieden kan – tot over de dood heen!‘.
De kerk moet geen gelegenheid voorbij laten gaan om die oproep te laten klinken!

Noten:
1 1 Corinthiërs 15:57.
2 Mattheüs 12:20 en 21.
3 Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 12:20.
4 Mattheüs 12:11 en 12.
5 Psalm 139:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
6 Jesaja 36:6.
7 Ezechiël 29:6 en 7.
8 Mattheüs 9:36.
9 Ezechiël 34:1.
10 Ezechiël 34:5 en 6.
11 Zie hierover bijvoorbeeld https://www.nu.nl/economie/6100628/natuurrampen-veroorzaakten-in-2020-wereldwijd-voor-210-miljard-dollar-schade.html en https://www.standaard.be/tag/natuurrampen ; geraadpleegd op woensdag 5 mei 2021.

30 december 2020

Het voorbeeld van Sodom en Gomorra

Het jaar 2020 is een jaar van beproeving voor de kerk. Het samenkomen in de kerkdiensten is vanwege het COVID 19-virus vooralsnog beperkt. En dat terwijl de Hebreeënschrijver zegt: “Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen”[1]. Er wordt nu veel wijsheid gevraagd. Wat moeten we doen? Moeten we de regeringsadviezen volgen? Of moeten we zeggen dat we meer naar God moeten luisteren dan naar de regeerders?
In discussies daarover is één ding zeker: “…als God de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand en tot de vernietiging veroordeeld heeft en tot een voorbeeld gesteld heeft voor hen die goddeloos zouden leven; (…) dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden”. Zo staat dat in 2 Petrus 2[2].
Godvruchtigen worden verlost. Het is zaak om in het geloof te volharden. Volhouden! – dat is het parool.
Is het COVID 19-virus een straf van de Here? Is het virus een verzoeking die de tegenstander van God, de satan, over de wereld brengt? Er is niemand op aarde die daar het laatste woord over zeggen kan. Maar de verlossing is gegarandeerd!

De verwoesting van Sodom en Gomorra staat beschreven in Genesis 19. De totale destructie van die steden is een werk van God. Het staat er nadrukkelijk bij: “Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. Het kwam van de HEERE uit de hemel”[3]. Zo machtig is de Here. Complete steden kan Hij wegvagen. Maar zoals Hij destructie kan toepassen kan Hij ook redding geven. En dat doet Hij ook!

Voor Gods kinderen staat dat vast. Ook in coronatijd. Waarom staat dat vast? Omdat de Here een verbond heeft gesloten met mensen die Hem toegewijd dienen. Op dat verbond mogen gelovigen zich altijd beroepen. Denkt u maar aan Genesis 17, waar God tegen Abraham zegt: “Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u”[4].
Daar zit ook een keerzijde aan. Als dat verbond door Gods gekochte kinderen geschonden wordt is God woest. Ziedend is Hij dan! In Deuteronomium 29 wordt het volk van God daar al voor gewaarschuwd: “En het zal gebeuren, als hij bij het horen van de woorden van deze vervloeking zichzelf in zijn hart zegent door te zeggen: Ik zal vrede hebben, ook wanneer ik mijn verharde hart volg; de overvloed zal de dorst wegnemen, dat de HEERE hem niet zal willen vergeven; dan zal de toorn van de HEERE en Zijn na-ijver tegen die man ontbranden, en alle vervloekingen die in dit boek geschreven zijn, zullen op hem rusten. De HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitwissen. De HEERE zal hem voor dit kwaad afzonderen van al de stammen van Israël, overeenkomstig alle vervloekingen van het verbond dat beschreven is in het boek met deze wet. Dan zal de volgende generatie, uw kinderen, die na u opstaan, en de buitenlander die uit een ver land komt – als zij de plagen van dit land en zijn ziekten, waarmee de HEERE het getroffen heeft, zien – zeggen dat heel zijn land zwavel en zout, een brandplek, is; dat het niet wordt bezaaid, er niets op groeit en er geen enkel gewas opkomt, zoals bij de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboïm, die de HEERE omgekeerd heeft in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid – dan zullen alle volken zeggen: Waarom heeft de HEERE dit gedaan met dit land? Wat betekent deze grote ontbranding van Zijn toorn? Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond van de HEERE, de God van hun vaderen, dat Hij met hen gesloten had toen Hij hen uit het land Egypte leidde, verlaten hebben”[5].
Woordverlating is het ergste wat er is! En wat meer is: uiteindelijk zullen ook mensen uit de omgeving van de kerk zeggen: ‘Van die gelovigen blijft weinig over; bij die mensen is duidelijk van alles verkeerd gegaan’. Zo wordt er dan schande gesproken van God en van de kerk!

Als mensen die zichzelf christen noemen God de facto verlaten, zijn zij feitelijk geen haar beter dan ware gelovigen. En laten we wel wezen: met de wereld der goddelozen loopt het heel slecht af. De profeet Jesaja laat er in hoofdstuk 13 iets van zien: “Babel, het sieraad van de koninkrijken, de luister en de trots van de Chaldeeën, zal zijn als toen God ondersteboven keerde Sodom en Gomorra. Niemand zal er verblijven, nooit meer, en niemand, van generatie op generatie, zal er wonen”[6].
Vromen genieten generaties lang bescherming. Goddelozen hebben generaties lang te maken met diepe, diepe ellende. De tegenstelling is scherp!

Trouwens – ook de profeet Jeremia spreekt in hoofdstuk 50 in dezelfde trant, als hij op last van zijn Opdrachtgever profeteert tegen Babel: “Zoals God Sodom en Gomorra en de naburige plaatsen ervan ondersteboven heeft gekeerd, spreekt de HEERE, zo zal niemand daar wonen en geen mensenkind erin verblijven”[7].
Babel is door de Here ingeschakeld. Hij straft Israël – het door Hem gekozen volk – vanwege aanhoudende ongehoorzaamheid en ongeloof, en stuurt het naar Babel. Conclusie: soms worden mensen uit de wereld ingezet om kerkmensen een lesje te leren. Maar dat wil geenszins zeggen dat de Koning van hemel en aarde die ingeschakelde Babyloniërs thans gunstig gezind is!

Sodom en Gomorra zijn ondersteboven gekeerd. Waarom? Ezechiël spreekt erover in hoofdstuk 16: “Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: trots, overvloed van voedsel en zorgeloze rust had zij met haar dochters. De hand van de arme en de behoeftige ondersteunde zij echter niet. Zij verhieven zich en deden een gruweldaad voor Mijn aangezicht. Daarom deed Ik hen weg, zodra Ik het gezien had”[8].
Maar Ezechiël zegt daar wat bij.
Namelijk dit: Gods volk maakt het op dit moment nog veel gekker dan al die mensen in Sodom en Gomorra bij elkaar! Lees maar mee: “Samaria heeft nog niet de helft van uw zonden gedaan, en u hebt uw gruweldaden talrijker gemaakt dan zij. U hebt uw zusters rechtvaardig doen lijken, vergeleken bij al uw gruweldaden, die u gedaan hebt!”[9].

Nou nou, dit is niet best! Men zou toch zeggen: dit wordt niets meer!
En toch
Via Hosea 11 wordt een hoopvol bericht verspreid: “Hoe zou Ik u prijsgeven, Efraïm, u uitleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, met u doen als met Zeboïm? Mijn hart keert zich in Mij om, al Mijn medelijden is opgewekt. Ik zal Mijn brandende toorn niet ten uitvoer brengen, Ik zal niet terugkeren om Efraïm te gronde te richten. Want Ik ben God, en geen mens, de Heilige in uw midden, en in de stad zal Ik niet komen. Zij zullen achter de HEERE aan gaan, Hij zal brullen als een leeuw. Ja, Híj zal brullen, en de kinderen zullen bevende komen van de kant van de zee. Zij zullen bevende komen als een vogel uit Egypte, als een duif uit het land Assyrië. Dan doe Ik hen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE”[10].
God verbreekt het verbond nooit. Dwars door alle zonden, wanhoop en ellende heen leidt Hij Zijn volk naar de toekomst. Dat is een wonder. Een ongelooflijk wonder!

De kerk kan met recht zeggen: het is, dankzij onze grote en goede God, allemaal net goed gegaan. Wat een geluk! Wat een Evangelie!
Het jaar 2020 is een jaar van beproeving voor de kerk. Maar ook nu weten wij: God houdt Zijn kinderen vast. Daarom is er hoop. Voor nu. En voor de toekomst.

Noten:
[1] Hebreeën 10:25.
[2] 2 Petrus 2:6 en 9.
[3] Genesis 19:24.
[4] Genesis 17:7.
[5] Deuteronomium 29:19-25.
[6] Jesaja 13:19 en 20 a.
[7] Jeremia 50:40.
[8] Ezechiël 16:49 en 50.
[9] Ezechiël 16:51.
[10] Hosea 11:8-11.

10 december 2020

Gog en Magog bestreden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

God pakt onrecht en goddeloosheid aan! Soms lijkt het erop dat de wereldgeschiedenis voortkabbelt. Maar niets is minder waar. Dat blijkt wel in Ezechiël 38: “Het woord van de HEERE kwam tot mij: Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem. Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren”[1].

Wat een geweld!
De Here zet in dit hoofdstuk de zaken op de kop!
Zit hier nu een blijde Boodschap in? Kan men dit Evangelie noemen, ook voor de kerk van 2020? Jazeker! Er zijn periodes waarin de wereldgeschiedenis schijnbaar vrij kalm voortrolt. Maar er zijn ook tijdsgewrichten waarin God, om zo te zeggen, extreme noodgrepen doet. Waarom? God grijpt in om Zijn kinderen van een gewisse ondergang te redden.

Laten wij Ezechiël 38 in vogelvlucht bezien.
Jaren geleden – het was in april 2012 – werd op deze website ook al eens over Ezechiël 38 geschreven. Onder meer als volgt.
 “Wat is in Ezechiël 38 de situatie?
In dit hoofdstuk gaat het over Gog. Met een geweldige strijdmacht pleegt Gog een overval. Het vredig levende Israël schrikt op. Wat gebeurt daar? Oorlog? Rampspoed?
De Here stelt Zijn volk gerust. Hij zal niet toelaten dat Zijn volk vernederd of vernietigd wordt. Zeker, vroeger strafte de Here Zijn volk vanwege de vele zonden. Eertijds hadden heidenen in Israël de overhand. Maar nu staan de zaken anders. De Here verlaat Zijn volk nu niet meer.
Gog woont in het land Magog. Gog is de grootvorst van Mesech en Tubal.
Mesech en Tubal worden in Ezechiël 27 genoemd als handelspartners van Tyrus. Ze leveren koperwerk. En ze handelen ook in slaven.
Mesech en Tubal komen ook voor in Ezechiël 32. Egypte daalt af naar de onderwereld. En in die onderwereld worden de Farao en zijn volk verwelkomd door Assur, Elam, Edom en Mesech-Tubal.
In Ezechiëls tijd is Babel een grootmacht. Als Ezechiël deze profetie uitspreekt, heeft Babel van de bovengenoemde landen weinig te vrezen.
Maar er is reden om attent te zijn. Want de woordvoerder van God zegt dat er een enorme legermacht uit het noorden komen zal. Dreiging uit het Noorden: daar weten de mensen die naar de profeet luisteren wel het een en ander van. Vanuit Klein-Azië rukken zo nu en dan woeste ruitervolken op. Dat zijn de wilden. De veroveraars die niemand ontzien. Legendarisch zijn ze!
Welnu, zegt Ezechiël, in de toekomst komt koning Gog uit dat verre noorden. Gog ziet namelijk mogelijkheden om Israël snel onder de voet te lopen. Geen wonder eigenlijk. Het volk van God leeft in een land zonder muren, poorten en sloten. Een makkie, zou je denken.
Maar ’t loopt heel anders af. Want de Hére strijdt tegen Gog. Met aardbevingen. Met noodweer. En met de pest.
In hoofdstuk 39 blijkt dat de slachting groot is. Met de overgebleven wapens kunnen de Israëlieten welgeteld zeven jaar hun vuurtjes stoken.
En er staat meer in Ezechiël 39. Uiteindelijk zullen alle volken snappen dat God Zijn volk maar tijdelijk heeft gestraft. En ten langen leste is het voor iedereen volkomen helder: de Here komt Zelf op voor Zijn eigen naam”[2].

Ezechiël 38 brengt ons bijna ongemerkt bij de plagen in Egypte: “Ik zal met hem een rechtszaak voeren door pest en door bloed. Ik zal een alles wegspoelende regen, en hagelstenen, vuur en zwavel op hem doen regenen, op zijn troepen en op de vele volken die met hem zijn”[3].
In Egypte heeft men daar indertijd ook het een en ander van gezien:
* water in bloed veranderd[4]
* veepest[5]
* hagel[6].
Soms lijkt het alsof onze God bijkans blind is en ook nog weinig hoort. Maar dat is gezichtsbedrog. Want eensklaps kan er een Psalm 68-situatie ontstaan. U weet wel:
“De Heer staat op in majesteit,
Hij doet zijn haters wijd en zijd
al sidderende vluchten.
Zij zijn verbijsterd door het licht
van ’s Heren heilig aangezicht,
dat zij in doodsangst duchten”[7].
Ja, dat kan ook in 2020 gebeuren. Het komt er op aan om Gods ingrepen in de geschiedenis te herkennen, ook vandaag. Hij houdt de wereld in stand. In de kerk moeten wij het vaste vertrouwen houden “dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen”[8].
De hemelse God stuurt de wereld aan. In rustige periodes. En in roerige tijden. Ja, ook als het COVID 19-virus slachtoffers maakt! 

Om de betekenis van Gog en Magog nog wat beter in beeld te krijgen moeten wij naar Openbaring 20. Daar blijken Gog en Magog symbool te staan voor de volken die onder satanisch bewind staan: “En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen”[9].
Inderdaad – God blijkt vele malen sterker dan die duivelse machten!

Gog en Magog – kunnen wij die vandaag zien? En waar dan?
Richard Donk, buitenlandjournalist bij het Reformatorisch Dagblad, schreef in februari jongstleden wijze woorden: “Er is in de loop der eeuwen al veel gediscussieerd over de vraag hoe de Bijbelse profetieën over Gog en Magog moeten worden uitgelegd. Moeten we daar inderdaad het optrekken van een grote heidense legermacht tegen Israël onder verstaan? En wanneer en hoe zal dat dan gebeuren? Veel is ook gespeculeerd over de rol die grootmachten daarin zullen spelen. Hier past echter slechts voorzichtigheid. En geen grote woorden…”[10].
Behoedzaamheid is derhalve geboden!
Feit is echter dat onze wijze en alziende God de macht heeft om krachtig op te treden, bijvoorbeeld in diverse crises van dood, uitroeiing, totaal bederf en vernietiging.

We leven in een wereld die voortdurend mee lijkt te rollen in allerlei door mensen geïmproviseerde achtbanen. Wij kennen allen wel de vraag: wordt het niet hoog tijd dat de almachtige God eindelijk structureel iets aan deze wantoestanden doet? Welnu, Ezechiël 38 en Openbaring 20 laten ons zien dat God niet werkeloos toeziet.
Laten wij maar blijven bidden om Christus’ spoedige wederkomst op aarde. Intussen moeten wij de stimulans van 1 Johannes 2 niet veronachtzamen: “En nu, lieve kinderen, blijf in Hem, opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst”[11].

Noten:
[1] Ezechiël 38:1-4.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘De Here profileert Zich als Beschermheer van de kerk’, hier gepubliceerd op woensdag 25 april 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/04/25/de-here-profileert-zich/ .
[3] Ezechiël 38:22.
[4] Exodus 7:14-25.
[5] Exodus 9:1-7.
[6] Exodus 9:13-35.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 68:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[9] Openbaring 20:7, 8 en 9.
[10] Richard Donk, “Wees voorzichtig met uitspraken over Gog en Magog” – column. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 21 februari 2020, p. 9.
[11] 1 Johannes 2:28.

3 december 2020

God geeft geschiedenisles

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij leven, om het maar eens clichématig te zeggen, in een woelige wereld. Wij kijken om ons heen. En soms denken we wellicht: hoe moet dit verder? En misschien vragen we ook: waar eindigt dit? Het antwoord op die laatste vraag kennen we wel. Wij krijgen een definitieve woonplaats in de hemel. En daar eindigt het niet. Daar eindigt het nooit.
Gereformeerden leren dus om in de maatschappij goed om zich heen te kijken. Zij leren ook om vooruit te kijken.
Maar dat niet alleen. Zij moeten ook achterom kijken. Zij behoren lering te trekken uit gebeurtenissen in het verleden.

Eén van de Schriftgedeelten waaruit dat duidelijk blijkt is Ezechiël 20. 
Citaat: “Toen kwam het woord van de HEERE tot mij: Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israël, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Komt u om Mij te raadplegen? Zo waar Ik leef, Ik laat Mij door u niet raadplegen, spreekt de Heere HEERE. Wilt u hen berechten, wilt u hen berechten, mensenkind? Maak hun de gruweldaden van hun vaderen bekend, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Op de dag dat Ik Israël verkoos, hief Ik Mijn hand op voor het nageslacht van het huis van Jakob en in het land Egypte maakte Ik Mij aan hen bekend. Ik hief Mijn hand voor hen op en zei: Ik ben de HEERE, uw God. Op die dag heb Ik Mijn hand voor hen opgeheven om hen uit het land Egypte te leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, een land dat overvloeit van melk en honing. Het is een sieraad onder al de landen. Daarop zei Ik tegen hen: Laat ieder de afschuwelijke afgoden waar hij tegen opkijkt, wegwerpen. U mag uzelf niet verontreinigen met de stinkgoden van Egypte. Ik ben de HEERE, uw God. Maar zij zijn Mij ongehoorzaam geweest en wilden niet naar Mij luisteren. Men wierp de afschuwelijke afgoden waar men tegen opkeek, niet weg en verliet de stinkgoden van Egypte niet. Toen zei Ik dat Ik Mijn grimmigheid over hen zou uitstorten om Mijn toorn tegen hen ten uitvoer te brengen in het midden van het land Egypte.
Ik handelde ter wille van Mijn Naam, zodat Die niet ontheiligd werd voor de ogen van de heidenvolken in het midden waarvan zij verbleven, waaraan Ik Mij voor hun ogen bekendgemaakt had door hen uit het land Egypte te leiden”[1].

Wat gebeurt er in Ezechiël 20?
We zijn in Babel. Gods volk is dus in ballingschap gegaan. Een aantal leiders van Israël komt naar Ezechiël toe. Men wil advies van de profeet.
Het loopt uit op een rechtszaak. In dit hoofdstuk gaat God rechtspreken.
Maar daarvóór gebeurt er wat anders. God geeft geschiedenisles.
Er zou, zo blijkt in de aanklacht van de Here, alle reden geweest zijn om Gods volk definitief en totaal uit de wereld te helpen. Waarom? Omdat het volk voor zichzelf een paar afgoden heeft gemaakt. Niet dat de God van hemel en aarde voortdurend geheel en al uit beeld was. Maar men maakte er van alles bij.

Toch leeft het volk nog. Hoe kan dat? Antwoord: de God van alle barmhartigheid en goedertierenheid wil geen slechte reputatie krijgen. Meer precies: Zijn naam moet niet ontheiligd worden. Integendeel. Zijn naam moet geëerd worden.

Afgoden maken – dat klinkt primitief, maar het is heel dichtbij. Die manier van doen is ook voor mensen in de eenentwintigste eeuw zonder veel moeite herkenbaar. Ook in de tijd waarin wij leven maken wij God en geloof graag tastbaar.
Niet dat de hemelse God helemaal vergeten is. Dat niet. Maar wij willen, om maar iets te noemen, wel graag dat God de geschiedenis zo leidt dat er snel een goed werkend coronavaccin is. En als dat vaccin nog niet op de markt komt, hebben wij de neiging om te vragen: o God, had dat nu niet wat anders gekund?

Het gaat in Ezechiël 20 om de naam van de Here. En om zijn reputatie. Het is Zijn eer te na om Zijn volk om te brengen. Dat zou leiden tot bespotting van de Here. En tot cynisme over alle woorden die Hij spreekt. Ja, dat moet met alle mogelijke middelen worden voorkomen!
En zie – de Here grijpt in!
Hij treft structurele maatregelen. Hij zendt Zijn Zoon naar de aarde. Op Golgotha wordt onze Heiland bespot. In Mattheüs 27 staat het zo: “En de voorbijgangers lasterden Hem, schudden hun hoofd, en zeiden: U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf. Als U de Zoon van God bent, kom dan van het kruis af! En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden en de oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven. Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. Hetzelfde verweten Hem ook de misdadigers die met Hem gekruisigd waren. En vanaf het zesde uur kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe”[2].
De Heiland trotseert alle menselijke spot.
Aan het kruis op Golgotha laat Hij zien hoe trouw Hij is. De afgoden – stinkgoden heten ze in Ezechiël 20! – zijn symbolen van eigengereidheid, materialisme en aardse platheid. Maar met een schitterende overmacht laat de Heiland zien dat Hij werkelijk wat doet om de goddeloze geschiedenis van Zijn volk om te keren. De kerkhistorie – een geschiedenis die, vanuit de mens bekeken bol staat van de ellende, van eigenwijsheid en van neergang – wordt uiteindelijk tot een geschiedenis van redding, van vreugde en van eeuwig leven.
Dus is er, ook in onze tijd, alle reden om onze God te eren!

Wie onbevreesd tot God wil gaan moet de geschiedenis van de kerk op de juiste wijze kunnen typeren en karakteriseren. Zo iemand moet weten dat ontrouw en zonde, om zo te zeggen, de kenmerken van de mensheid zijn. Dat begon al in Genesis 3. En daaraan is nog niets veranderd. De mens wil groot en luisterrijk zijn.
De actuele voorbeelden daarvan liggen voor het grijpen. De hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad schreef onlangs over de totale wanorde bij het Forum voor Democratie: “Forum is gestrand op het opportunisme en het brallen van al die grote ego’s”[3]. De partij zelf schrijft op een website: “Forum voor Democratie wil Nederland structureel veranderen. We willen een brede maatschappelijke beweging opzetten die niet alleen politiek actief is – maar zich ook vertakt in de hele samenleving”[4]. Jaja. Alsof het niets is… Daar tegenin belijdt de kerk: onze Heiland is de Enige die echt een structurele verandering door kan voeren! 

“Ik handelde ter wille van Mijn Naam”, proclameert God. Wie naar de toekomst kijkt, mag het verleden niet vergeten. De heilige God wil ons daarbij in Ezechiël 20 graag Zijn helpende hand bieden!

Noten:
[1] Ezechiël 20:2-9.
[2] Mattheüs 27:39-45.
[3] Sjirk Kuijper, “De beweging tegen alles wat ‘deugt’ zakte door haar eigen deuggrens” – analyse. In: Week48, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 28 november 2020, p. 2.
[4] Geciteerd van https://www.fvd.nl/partij ; geraadpleegd op maandag 30 november 2020.

26 november 2020

Afgoden? Afvoeren, zo snel mogelijk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het gebeurde tijdens een vergadering van een Bijbelstudievereniging voor vrouwen – lang geleden. Men verzuchtte aldaar dat er heel wat Bijbelgedeelten zijn die je aan tafel, met de kinderen, eigenlijk maar moeilijk lezen kunt. De vrouwen noemden stukken uit Genesis. En stukken uit Ezechiël. En gedeelten van het laatste Bijbelboek, Openbaring.
En inderdaad – wij hoeven er niet omheen te draaien: er staat heel wat in Gods Woord dat massa’s vragen oproept.

Neem nu de profetie van Ezechiël. Dat is zogezegd tientallen hoofdstukken ellende.
Men kan de volgende indeling maken:
Hoofdstukken 1 tot en met 3:21: inleiding en roeping van de profeet.
3:22 tot en met 7: in het vijfde jaar van de gevangenschap van Jojachin: aankondiging van strafgerichten over de Joden.
8 tot en met 19: in het zesde jaar verdere profetieën over de gerichten.
20 tot en met 24: in het zevende jaar: weer aankondigingen van oordelen over het volk.
25 tot en met 32: aankondiging van strenge oordelen over de omliggende volken, die de Joden onderdrukten”[1].
Pas vanaf hoofdstuk 33 wordt Ezechiël wat blijer. Wat optimistischer.

De argeloze lezer zegt wellicht: hadden ze al die oordelen niet beter weg kunnen laten?
Feit is echter dat al die moeilijke dingen wel in het Woord van God opgenomen zijn. We moeten die visioenen van Ezechiël blijkbaar wel kennen. Wij behoren op z’n minst te weten wat er in staat.
In die wetenschap laten we vandaag enkele woorden uit Ezechiël 8 tot ons doordringen. Nee, wij ontwerpen geen afgeronde exegese. Maar we kunnen er wel enkele notities over maken.

In dit artikel vormt het navolgende citaat het startpunt.
“Toen hief de Geest mij op tussen de aarde en de hemel en in visioenen van God bracht Hij mij naar Jeruzalem, naar de ingang van de poort van de binnenste voorhof die naar het noorden gekeerd is, waar zich de zetel van het afgodsbeeld van de na-ijver bevond, dat na-ijver oproept. En zie, daar was de heerlijkheid van de God van Israël, overeenkomstig de verschijning die ik in de vallei gezien had. Hij zei tegen mij: Mensenkind, sla toch uw ogen op in de richting van het noorden. Toen sloeg ik mijn ogen op in de richting van het noorden. En zie, ten noorden van de poort van het altaar stond in de ingang het afgodsbeeld van de na-ijver. Daarop zei Hij tegen mij: Mensenkind, ziet u wat zij doen? Grote gruweldaden, die het huis van Israël hier doet, zodat Ik ver wegga van Mijn heiligdom. En u zult nog meer grote gruweldaden zien. Toen bracht Hij mij bij de ingang van de voorhof. Ik zag, en zie, een gat in de muur. Daarop zei Hij tegen mij: Mensenkind, breek toch door de muur heen. Toen brak ik door de muur heen, en zie, er was een ingang. Toen zei Hij tegen mij: Ga naar binnen en zie de boosaardige gruweldaden die zij hier doen. Ik ging naar binnen en ik zag, en zie, alle vormen van kruipende dieren, afschuwelijke dieren en alle stinkgoden van het huis van Israël, helemaal in het rond in de muur gegrift”[2].

Ezechiël wordt opgetild en naar Jeruzalem overgeplaatst. Daar staat een stoel, waarop voorheen een afgodsbeeld stond.
Alleen dat al! Een afgod bij de kerk – als er iets is, wat laakbaar is, dan is het dat wel!
Ook in 2020 moeten wij dat goed bedenken. In de kerk moet het niet in de eerste plaats om gemeenschap gaan. En ook niet om ons gevoel. En ook niet om allerlei manieren om de kerk aantrekkelijk te maken voor mensen met diverse levensovertuigingen. En ook niet om een prettig ogende aanpassing aan de cultuur van onze tijd. Het gaat om Jezus Christus en Die gekruisigd. Van Hem moeten wij alles verwachten.

Dat afgodsbeeld is dus van die stoel af. Men zou denken: ze hebben het weggehaald; het volk is tot bezinning gekomen – een goede zaak. Maar nee, dat is niet waar. Het beeld is verplaatst. Het staat verderop in de tempel. Er is, om zo te zeggen, een afgod bij de God van hemel en aarde in komen wonen. Maar dat kan niet. Dat is volslagen onmogelijk! Dat neemt God niet! En daarom is de Machthebber van deze wereld genoodzaakt om zich uit de tempel terug te trekken. De Here weigert om op deze manier onder Zijn volk te wonen.
Dat is een alarmsignaal voor de kerk.
De kerk is alleen maar kerk als de hemelse God daar woont. Als kerkmensen allerlei afgoden in de kerk introduceren verdwijnt God uit de kerk. Zijn Heilige Geest gaat ergens anders heen.
Aldus ontstaat een situatie die allengs beter vergelijkbaar is met een typering van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij”[3].

In de tempel zijn allerlei inscripties in de muur gemaakt. Van dieren. En van andere afgoden. Blijkbaar worden die inscripties aanbeden. Vanuit de mens bezien is dat niet zo gek. Een kerkmens wil graag iets zien. Een kerkmens wil graag iets voelen. Desnoods in en aan de muur.
Ezechiël 8 leert ons dat het zo beslist niet moet.
Onze God is “een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[4].
Hem moeten we aanbidden. Hem moeten we om hulp vragen als er opeens ongeneeslijke ziekte is; bij familie, broeders en zusters in de kerk, bij vrienden en kennissen of misschien wel bij onszelf. Wij moeten Zijn steun vragen als we in nood zijn. We moeten Hem zoeken als wij niet meer weten hoe het verder moet. Wij mogen Zijn troonzaal binnentreden als we dankbaar zijn over voorspoed en levensvreugde!

Het kon wel eens zijn dat Ezechiël 8 actueler is dan menigeen denkt.

Noten:
[1] Deze indeling is afkomstig van http://www.christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/E/Ezechiël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op maandag 23 november 2020.
[2] Ezechiël 8:3 b-10.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.