gereformeerd leven in nederland

4 oktober 2018

Al wat recht is, zien Zijn ogen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“En de HEERE zei tegen Hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden. Maar tegen die andere mannen zei Hij ten aanhoren van mij: Trek achter Hem aan door de stad, en dood! Ontzie niemand en heb geen medelijden. Dood ouderen, jongemannen en meisjes, kleine ​kinderen​ en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merkteken is. Begin vanuit Mijn ​heiligdom”.

Dit artikel begint met woorden uit Ezechiël 9[1].

Misschien vraagt iemand: beste weblogscribent, moet u daar nu een artikel over schrijven?

Zo’n vraag is begrijpelijk.
Want Ezechiël 9 gaat over oordeel. Een gericht over Jeruzalem nog wel – de stad van God.

De inwoners van Jeruzalem doen namelijk aan afgoderij. In Ezechiël 8 wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe de afgoderij eruit ziet.
De Jeruzalemmers dienen de afgod van de na-ijver[2].
Zij aanbidden bovendien afbeeldingen van allerlei dieren. Die afbeeldingen hebben ze in de muur van de tempel gekerfd[3].
Vrouwen rouwen om Tammuz. Dat is een halfgod die door Babyloniërs wordt vereerd[4].
Ezechiël ziet mannen die de zon aanbidden; alsof dat een god is![5]

Daarin ligt een les voor de kerk van 2018.
De Here wil alle aandacht in de kerk.
Er hoort, als het gaat over het leven met God, geen verschil te zijn tussen de zondag, de maandag, de dinsdag… Waar we ook zijn, wat we ook doen – altijd speelt de godsdienst een grote rol; als het goed is tenminste.
De sterren aanbidden? Nee, dat doen we niet in de kerk.
Een olifant of een ander dier heilig verklaren? Nee, dat weigert de kerk pertinent.
Een altaartje in boeddhistisch sfeertje in huis? Welnee, dat gaan we niet doen.
Laat dat vooral zo blijven!

Het oordeel van de Here in Ezechiël 9 is hard!
De hele stad gaat eraan!
Alles en iedereen wordt uitgeroeid!
Alles gaat plat!
En…

Wacht eens even.
Er staat namelijk: “…en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in het midden ervan gedaan worden”.
Een commentator schrijft hier bij: “Het Hebreeuwse woord dat met ‘merkteken’ is vertaald, is tav. Dat is ook de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Deze letter komt overeen met onze letter ‘t’. In de tijd van Ezechiël werd deze letter in de vorm van een kruis geschreven, zoals we ook herkennen in onze letter ‘t’. We kunnen er wel de toepassing in zien dat de gelovigen in Jeruzalem voor het oordeel worden bewaard door het teken van het kruis dat door de Man in linnen kleren op hun voorhoofden is aangebracht”[6].
Wat gebeurt er in Ezechiël 9?
Antwoord: de Here zet, om zo te zeggen, de kerk van het Oude Testament apart. Hij neemt Zijn kinderen in bescherming. In de stad waar Hij woning heeft gekozen, is het – om het maar eens duidelijk te zeggen – een godslasterlijke troep. Een mens van deze tijd zou zeggen: weg ermee!
Maar zelfs nu de God van hemel en aarde toornig is, blijft Hij trouw. Zelfs nu de Here een zeer zware straf uitdeelt, neemt Hij de mensen die Hem dienen in bescherming.

Zodoende is Ezechiël 9, dat zware hoofdstuk vol met oordeel en straf, toch de moeite waard.
Want daar zien we Gods trouw in optima forma.

Mijn conclusie is: in Ezechiël 9 wordt ons duidelijk gemaakt dat Gods kinderen aan Zijn vernietigende oordeel zullen ontkomen.
Dat is in Ezechiëls tijd zo, en het zal nog zo zijn als het einde van de tijd aangebroken is.

Dus: ook nu, anno Domini 2018, mogen we er zeker van zijn dat de God van hemel en aarde Zijn kerk immer en altijd beschermt en onderhoudt.

Dat gebeurt ook in een maatschappij die God grotendeels negeert, en waar het merendeel van de mensen veel naar zichzelf kijkt.
Dat gebeurt ook in een samenleving waar je, volgens velen, moet opvallen om je recht te krijgen; of althans: om datgene te ontvangen wat jij recht vindt. Door het veelvuldig plaatsen van tweets en retweets. Door stakingen. Door spandoeken. Door agressie, op straat of achter de voordeur.
En de media hebben het er maar druk mee.

Op zondag naar de kerk? Veel mensen kijken er vreemd tegenaan. Sommigen zeggen: nou ja, als je je daar gelukkig bij voelt…
Dat Gods kinderen in de kerk zitten, dat is voor velen volstrekt onbegrijpelijk.
Ezechiël 9 leert ons echter onder meer: de Here ziet Zijn kinderen, in alle tijden en op alle plaatsen.

Anno Domini 2018 roept Hij Zijn kinderen naar de kerk.
Daar verzamelt Hij Zijn volk.
Daar wordt het heil verkondigd. Daarom zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de kerk: “…buiten haar is er geen heil”[7].
Daar, in de kerk, zingt Gods volk:
“U bent mijn heil, mijn levenskracht, mijn licht.
Al zijn van mij in tegenspoed en strijd
mijn vader en mijn moeder weggegaan,
toch keert U Zich niet af, maar neemt mij aan.
U zorgt voor mij in mijn verlatenheid”[8].

Ezechiël 9 bevat een waarschuwing.
Want ziet u wat daar staat? “Begin vanuit Mijn ​heiligdom”. Kennelijk is de kerk het beginpunt van de oordeelsvoltrekking. Daarom constateer ik: juist van de kerk wordt nauwkeurige en blijmoedige Godsdienst gevraagd!

Als Ezechiël 9 een film zou zijn… dan zouden ‘m waarschijnlijk niet willen bekijken. Het zou, om maar in bioscooptermen te blijven, geen kassucces wezen.
Maar het is goed dat kerkmensen dat hoofdstuk toch blijven lezen.
Tot hun troost.
Want God blijft voor Zijn kerk zorgen. Tot in lengte van dagen![9]

Noten:
[1] Ezechiël 9:4, 5 en 6.
[2] Ezechiël 8:5.
[3] Ezechiël 8:10.
[4] Ezechiël 8:14.
[5] Ezechiël 8:16.
[6] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 28 september 2018.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 27:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] De titel van dit artikel ontleende ik aan de laatste regel van Psalm 17:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986 – :
“Hoor naar een rechte zaak, o HEER,
sla acht op wat mijn lippen smeken,
die onbedrieglijk tot U spreken
en buig U tot mijn bidden neer.
Kom met uw oordeel van den hoge,
laat uitgaan van uw aangezicht
het woord dat mij rechtvaardig richt,
want al wat recht is, zien uw ogen”.

11 juli 2018

De onderwereld zal niet winnen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de vroege ochtend van dinsdag 26 juni 2018 wordt een aanslag gepleegd op het gebouw van het dagblad De Telegraaf. Meer precies: het is een ramkraak met brandstichting.
Daags erna zet een commentator van het Nederlands Dagblad deze onverkwikkelijke zaak in een groter kader.

Ik citeer: zo’n aanslag is “toch alsof je een paardenkop in je bed vindt. Een lugubere, intimiderende waarschuwing dat je je maar beter met andere zaken kunt gaan bezighouden. En dit is niet de enige manier waarop de onderwereld de rechtsstaat uitdaagt en provoceert. Ook burgemeesters krijgen soms heel nare signalen te verwerken. Een voormalige officier van justitie die wethouder werd in Breda, kon haar beveiligde woning niet verlaten omdat ze nog steeds bedreigd werd. Misdaadverslaggevers van De Telegraaf en Het Parool leven als onderduikers omdat er een prijs op hun hoofd staat. Hier is inderdaad niets minder dan de democratische rechtsstaat in geding, en de vrijheid om kwaad aan het licht te brengen”[1].

Wat moeten we met de onderwereld aanvangen?
Kunnen we er iets tegen doen?
En kunnen we er iets meer over zeggen, als wij de Bijbel open doen?

In het Woord van God gaat het ook wel eens over de onderwereld. Maar daarmee bedoelt men dan het rijk van de doden. Zeg maar: de wereld onder de grafstenen.

Dat is bijvoorbeeld zo in Ezechiël 31.
De naam Ezechiël betekent: God maakt sterk, of: God is machtig. Hij profeteert vanaf 593 voor Christus, en is zeker tweeëntwintig jaar profeet geweest.
Hij voorspelt de ondergang van Jeruzalem. Hij proclameert hij Gods oordeel over de volken die in de buurt van Israël wonen. Maar Ezechiël “belooft ook het herstel en de wedergeboorte van Israël, de vereniging van de twee en tien stammen, en de nieuwe tempel te Jeruzalem”[2].

Ik citeer uit de Herziene Statenvertaling-2010: “Door het geluid van zijn val deed Ik de heidenvolken beven, toen Ik hem in het ​graf​ deed afdalen met hen die in de kuil neerdalen. Maar in de onderste plaatsen van de aarde voelden alle bomen van ​Eden​ zich getroost: de keur en het beste van de Libanon, alle waterdrinkers. Ook zij waren met hem in het ​graf​ afgedaald, naar hen toe die gevallen waren door het ​zwaard, die zijn sterke arm geweest waren en te midden van de heidenvolken in zijn schaduw gezeten hadden.
Met wie bent u dus in luister en grootheid
te vergelijken onder de bomen van ​Eden?
U zult met de bomen van ​Eden​ in de onderste plaatsen van de aarde neergestort worden. Te midden van onbesnedenen zult u liggen, met hen die vielen door het ​zwaard.
Dat is de ​farao​ en zijn hele menigte, spreekt de Heere”[3].

Het laatste stukje van bovenstaand citaat luidt in de Groot Nieuws Bijbel-1996 zo: “Geen boom in de tuin van ​Eden​ was zo groot en indrukwekkend. Jij, ​farao, bent die boom. Jij komt net als de bomen uit de tuin van ​Eden​ in de onderwereld terecht. Je ligt er naast hen die roemloos gesneuveld zijn in de strijd. Dat, ​farao, zal het lot zijn van jou en van het volk waarover je regeert. Dat kondig ik, God, de Heer, je aan”.

In de Bijbel is de onderwereld dus het dodenrijk.
In Ezechiël 31 wordt een oordeel geveld over Egypte. Het uitspreken van dat oordeel begint in Ezechiël 29 en eindigt in hoofdstuk 32.

Die Egyptenaren zijn nogal tevreden over zichzelf. Trots. Hoogmoedig.
De macht van Egypte is eertijds een gevaar voor Israël geweest. Denkt u maar aan de tien plagen in Egypte[4].
Maar wat blijft er op de lange duur van Egypte over? Het wordt, profeteert Ezechiël, een dooie boel. Al die machthebbers komen in het rijk van de doden terecht. Net als bijvoorbeeld de heersers over Assyrië; het land dat de Israëlieten kennen van de ballingschap vanaf 722 voor Christus.
Alle tegenstanders van God komen in de onderwereld terecht. Bij de dood. Bij de graven. Bij de totale machteloosheid. In de diepste duisternis.
Het blijkt dat de God van hemel en aarde alle macht heeft. Hij laat wereldrijken opkomen en uiteindelijk weer omvallen.

We kennen allen de hof van Eden.
Prachtig moet het in het paradijs geweest zijn!
Wat een vrede!
Wat een rust!
Maar wat is er van Eden overgebleven? Niets. Helemaal niets.
Welnu – met Egypte zal het precies net zo gaan. In een oud boekje staat de volgende treffende typering: “Met alle boomen van Eden, met allen die als vorsten en koningen geprijkt hebben op aarde, zult gij, van alle macht en luister beroofd, neergesmakt worden in de onderwereld. Temidden van onbesnedenen, wien zelfs geen eervolle begrafenis vergund is, zult gij (…) in oneer neerliggen…”[5].
Ziet u dat? De onderwereld, het dodenrijk, is eigenlijk niet veel meer dan een vuilnisbelt.

Maar het volk van God geniet speciale bescherming.
Leest u bijvoorbeeld maar even mee in Ezechiël 34: “Zie, Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen en naar ze op zoek gaan. Zoals een ​herder​ op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van wolken en donkerheid. Ik zal ze uitleiden uit de volken, ze bijeenbrengen uit de landen en ze brengen naar hun land. Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de waterstromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land. In goede weide zal Ik ze weiden en op de hoge bergen van Israël zal hun weideplaats zijn. Ze zullen daar neerliggen in een goede weideplaats en ze zullen grazen in de voortreffelijkste weide op de bergen van Israël. Ik zal Zelf Mijn schapen weiden en Ik zal ze Zelf doen neerliggen, spreekt de Heere”[6].
De onderwereld in de Bijbel is het dodenrijk.
De onderwereld van 2018 is het criminele circuit.
En het is eigenlijk wel spannend: gaat de Nederlandse overheid het winnen van de onderwereld, of niet?

In de kerk kijken we daar toch anders tegenaan.
Want daar kennen we Bijbelgedeelten als Ezechiël 31. En daarom weten we: onze God heeft de macht.
Hij heeft de macht in de onderwereld van de Bijbel.
En het zal blijken dat Hij het ook te zeggen heeft in de onderwereld van de eenentwintigste eeuw. In die onderwereld zie je nu al iets van dood en verderf. In de kranten en op de televisie zien we er de beelden van. En ja, het zal nog veel erger worden!

Kinderen van God leven in de bovenwereld.
En zij weten het stellig: wij zijn, om zo te zeggen, onderweg naar de bovenste wereld. Naar de hemel.

In Openbaring 22 zien we daar een beeld van: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken”[7].
We kunnen wel zeggen: de hof van Eden komt terug.
Daar is het mooi. Eindeloos mooi!
Daar is eeuwig geluk met God!

De onderwereld zal een roemloos einde meemaken. Daarna wordt er nimmer meer iets van vernomen.

En in de hemel zijn dan al Gods kinderen bijeengebracht.
Alles is daar in volmaakte harmonie.
Wat een vrede!
Wat een rust!

Noten:
[1] “Aanslag op rechtsstaat”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 27 juni 2018, p. 3.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/E/Ezechi%C3%ABl_(bijbelboek) ; geraadpleegd op woensdag 27 juni 2018.
[3] Ezechiël 31:16, 17, 18.
[4] Exodus 7:14-12:30.
[5] Ds. W. Tom, “Paraphrase van het boek van den profeet Ezechiël”, tweede deel. – Franeker: T. Wever N.V., zonder jaartal, p. 41. Dominee Tom (1901-1976) was Gereformeerd-synodaal predikant.
[6] Ezechiël 34:11-15.
[7] Openbaring 22:1 en 2.

21 februari 2018

Tabernakel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden”.

Die zin herkent u wellicht wel. Die komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis[1].
Gods Woord geeft ons genoeg om met de Here door deze wereld te wandelen.
Dat belijden wij.

Maar er zijn Bijbelgedeelten waarvan u en ik ons kunnen afvragen: waar hebben wij die nu toch voor nodig?

Neem nu de hele instructie met betrekking tot de tabernakel[2]. Exodus 26, 27, 28… – het gaat maar door. En dan is er nog de uitvoering. Precies volgens de dienstvoorschriften.
Wat moeten we anno 2018 met dat alles aanvangen?

Het is belangrijk om ons eerst en vooral te realiseren dat God bij Zijn volk gaat wonen. Bij alles wat de Israëlieten doen, is de Here present. Hij beziet nauwkeurig waar het volk mee bezig is. Hier gebeurt een groot wonder: de machtigste Vorst van heel de kosmos komt, om zo te zeggen, naar beneden.
Stel u voor dat de Amerikaanse president Trump zich in een krottenwijk vestigt! Stel u voor dat president Poetin middenin een Braziliaanse favela leven gaat!
Welnu, in Exodus 26 en volgende is de tegenstelling nog groter: de grote God kiest – om zo te zeggen – een woonplaats bij stofjes aan een weegschaal.

U weet het wel, na Pinksteren wordt het allemaal nog grootser: de Heilige Geest komt in de harten van Zijn kinderen wonen. De hemelse God gaat met ons mee.
De tabernakel laat het ons beseffen: de presentie van God in deze wereld is, op de keper beschouwd, een geweldig wonder!

Dit alles inmiddels zo zijnde, zou het ondenkbaar wezen dat mensen bij de Here weglopen.
Wat is het erg dat twee getrouwde mensen in één huis wonen, maar dat één zegt: ‘Ik ga in het vervolg ergens anders eten. Want die voeding van jou, daar kan ik niet alleen op leven. Eigenlijk hangt er permanent een bordje boven mijn leven: gaarne bijvoeren’!
Toegegeven: in onze maatschappij gebeurt het bovenstaande met een benauwende regelmaat. Maar normaal is het zeker niet.
En in de verhouding tussen God en mensen is het helemaal niet normaal. Niettemin gebeurt het wel! Leest u maar mee in Psalm 78:
“Zij verwekten Hem tot toorn door hun offerhoogten,
verwekten Hem tot na-ijver door hun afgodsbeelden.
God hoorde het en werd verbolgen,
Hij verachtte Israël zeer.
Daarom verliet Hij de tabernakel te Silo,
de tent waarin Hij woonde onder de mensen.
Hij gaf Zijn macht over in gevangenschap,
Zijn luister in de hand van de tegenstander.
Hij leverde Zijn volk over aan het ​zwaard
en werd verbolgen op Zijn eigendom”[3].
De kerk bestaat uit mensen die, vanuit zichzelf, voortdurend zondige dingen bedenken. Steeds weer lopen zij, al of niet gedachteloos, het verkeerde pad op.
Wie dat beseft, realiseert zich eens te meer hoe genadig God eigenlijk is!

Asaf wijst er in Psalm 78 op dat God de tabernakel toornig verlaat.
Die aanwijzing kan voeding geven aan de gedachte dat de hemelse God ook zomaar weer bij ons weglopen kan.
Echter – dat denkbeeld is, bij nader inzien, tamelijk ongerijmd. De God van hemel en aarde is namelijk de trouwe Verbondsgod. Hij laat het werk van Zijn handen niet varen. Als het verbond verbroken wordt, ligt dat nooit aan de Here, maar altijd aan trouweloze kerkmensen!
Ten bewijze daarvan neem ik graag even mee naar Ezechiël 37. Daar worden Efraïm en Juda door de Here bij elkaar gevoegd. En wel op de tijd en de plaats die de hemelse God voor ogen heeft. Alle Israëlieten komen weer bijeen. Sterker: de Here brengt heel Zijn volk weer samen. Daar wordt Psalm 68 waar:
“Zij stromen samen van alom,
want, Here, naar uw heiligdom
gaat uit hun sterk verlangen
Ter wille van uw tempel, Heer,
brengt U Jeruzalem tot eer,
daar zult U lof ontvangen”[4].
In Ezechiël 37 staat dan: “Mijn tabernakel zal bij hen zijn, Ik zal een God voor hen zijn en zíj zullen een volk voor Mij zijn. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, Die Israël heiligt, wanneer Mijn ​heiligdom​ voor eeuwig in hun midden zal zijn”[5].
Weet u waar de profeet Ezechiël feitelijk op doelt?
Ezechiël geeft in hoofdstuk 37 een vingerwijzing naar de toekomst. Jezus Christus, de Heiland, zal komen. Door Zijn Heilige Geest zal Hij Zich een woning verschaffen in het Israël van de toekomst.
De Heiland zal – om het zo uit te drukken – te midden van Zijn ganse volk ‘tabernakelen’.
En ik wil maar zeggen: laten wij in dezen vooral niet bij het Bijbelboek Exodus blijven staan!

Trouwens, ook de schrijver van de brief aan de Hebreeën nodigt ons van harte uit om verder te kijken dan onze neus lang is.
Leest u maar even mee in Hebreeën 8.
“De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n ​Hogepriester​ hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen. Hij is een Dienaar in het ​heiligdom​ en in de ware ​tabernakel, die de Heere heeft opgericht en niet een mens”[6].
Exodus 26, 27 en volgende… – dat is nog maar het begin. Jezus Christus is Middelaar van een veel beter verbond.
In Hebreeën 9 staat daarover te lezen: “…toen is ​Christus​ verschenen, de ​Hogepriester​ van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte ​tabernakel​ gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[7].

De tabernakel wijst ons uiteindelijk op eeuwige verlossing. De tabernakel wijst ons op onze definitieve woonplaats.
Daarom helpt de tabernakel ons voorbij te kijken aan eigen zorgen. Aan eigen ziekten.
De tabernakel geeft antwoord op een kernvraag die bijkans de hele wereld stelt: komt er ooit een eind aan al dat aardse gefröbel en gefriemel? Oftewel: is er nog wel hoop als in ons leven de zoveelste nooddruft voorbij komt?
Laat mij u wijzen op datgene dat hierboven staat: hij heeft Zich gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen. Ja, dat leest u goed: de Heiland is gaan zitten. Zijn verlossingswerk heeft Hij helemaal klaargemaakt. Zijn reddingswerk is volbracht!

Exodus 26 en volgende geeft veel details over de bouw van de tabernakel. Het moet, om het maar ronduit te zeggen, precies zó en niet anders. En misschien vragen wij wel: had dat nu niet anders gekund? Of ook: al die bouwvoorschriften kunnen wij toch nimmer bevatten?

Maar laten wij dan maar weer even verder kijken.
Naar Ezechiël.
Naar Hebreeën.
En weer terug.
En laten wij het vervolgens maar zonder terughoudendheid en blijmoedig zeggen: Jezus Christus, de Heiland, is voor al onze zonden gestorven. Nee, Hij heeft niet per ongeluk één van onze kleinste zonden over het hoofd gezien.
Daarin ligt de reden dat wij onberispelijk voor de troon van God kunnen verschijnen.
Ja, ook op woensdag 21 februari 2018. Een doorsnee-doordeweekse dag. Met alle bekrompen toestanden van dien.
Ach, het kan ons niet meer deren.
Want wij hebben zicht op de tabernakel!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.
[2] Vanavond staan Exodus 25 en 26 centraal tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering vindt vanavond, woensdagavond 21 februari 2018, plaats. Dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Psalm 78:58-62.
[4] Psalm 68:11, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Ezechiël 37:27 en 28.
[6] Hebreeën 8:1 en 2.
[7] Hebreeën 9:11 en 12.

15 februari 2018

Tucht en troost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vanavond zal te Groningen een vrouwenvereniging bijeenkomen om Ezechiël 14 en 15 te bestuderen[1]. Wordt dat een mooie vergadering? Worden er verblijdende conclusies getrokken? Dat staat nog te bezien. Want in die hoofdstukken gaat het over strafgerichten.
Er is sprake van ernstige tuchtmaatregelen.
Toch hoeven wij niet troosteloos en wanhopig in een hoekje te blijven zitten.

Op deze internetpagina plaats ik vandaag enkele opmerkingen over Ezechiël 14 en 15[2].

In dienst van God
Er komt een delegatie oudsten van Israël bij Ezechiël. Die afvaardiging komt de Here om raad vragen. Maar die afvaardiging heeft een probleem. Dat is dit: er wordt plaats gegeven aan afgoderij. Zodoende is men van God vervreemd. De Here zegt: “Bekeer u, keer u af van uw stinkgoden en keer uw gezichten af van al uw gruweldaden”[3].
Het valt op dat men afgoderij bedrijft, maar toch God komt raadplegen. Dat kan dus gebeuren. Ook vandaag kan dat in de kerk zo gaan.
Altijd moeten we in de gaten houden dat werken in de kerk en – bijvoorbeeld – op een Gereformeerde school geen hobby-op-zichzelf wordt. Vanwege de sociale contacten. Of om onszelf scherp te houden en verder te ontwikkelen. We hebben, om zo te zeggen, een dienstverband!

Laat u niet misleiden
Zelfs een profeet kan zich laten misleiden. En als de mensen achter zo’n valse profeet aan lopen, kan de Here zelf die mensen misleiden.
Dat gebeurt vaker. Bijvoorbeeld in 1 Koningen 22: “Welnu, zie, de HEERE heeft een leugengeest in de mond van al deze ​profeten​ van u gegeven, en de HEERE heeft onheil over u uitgesproken”[4].
Paulus schrijft er in 2 Thessalonicenzen 2 over: “En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid”[5].
We moeten ons dus niet laten misleiden.
Moeten we daarom krampachtige kerkleden zijn, die bij iedere handeling nerveus worden? Moeten we bange mensen worden die onmiddellijk protesteren als het Evangelie in moderne bewoordingen gebracht wordt? Nee, zeker niet! Het gaat er juist om dat we met de Here wandelen in het leven van alledag. Trouwens, in Ezechiël 14 en 15 hebben we óók met concrete situaties te maken.

De kerk is er dankzij Jezus Christus
Dat blijkt ook uit het einde van Ezechiël 14.
Er zullen altijd gelovige kerkmensen overblijven. Dat belijden we ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[6].
Als mensen dat op eigen kracht willen gaan regelen, dan wordt dat niks. Zelfs de aanwezigheid van Noach, Daniël en Job is geen garantie dat de kerk in alles Schriftuurlijk blijft.
De kerk verzorgen en redden? Dat moet Jezus Christus doen. Hij is de Enige die dat kan. Zo staat dat in 1 Petrus 3: “Want ook ​Christus​ heeft eenmaal voor de ​zonden​ geleden, Hij, Die ​rechtvaardig​ was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen”[7]. Ook de Hebreeënschrijver heeft het er in hoofdstuk 2 over: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[8].

Geen automatisme
Het is dus niet zo dat je, als je eenmaal kerklid bent, op de automatische piloot kunt gaan leven. Zo van: ik ben kerklid, dus mij kan niets meer gebeuren.
Dat legt Ezechiël uit in de gelijkenis van de nutteloze wijnstok, die in Ezechiël 15 vermeld staat. Jezus zegt daarover in Johannes 15 ook: “Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen”[9].
Kerkmensen van 2018 hebben een grote verantwoordelijkheid!

God is liefde
De God van het verbond heeft Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn. Dat deed Hij niet omdat de Israëlieten zulke hoogstaande mensen waren. En nee, indrukwekkend was dat volk ook al niet. Integendeel! Dat blijkt, bijvoorbeeld, heel duidelijk in Deuteronomium 7: “Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE ​liefde​ voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te nemen, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van Egypte”[10].
De kern van de zaak is: God heeft Zijn volk lief. Zodra de kerk daar allerlei redeneringen bij gaat verzinnen, zijn wij verloren. Want de reden voor die liefde kunnen we nooit helemaal doorgronden. Wij kunnen niet meer doen dan die liefde te accepteren en ervan te genieten.

Onze taak
Maar dan is het ook logisch dat we ons leven in dienst stellen van God. Regelmatig moeten we ons afvragen hoe we, in onze specifieke situatie, God behoren te dienen.
Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 5 dan ook: “En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en ​opgewekt​ is”[11]. Wat vraagt God van ons? Dat is een vraag die we onszelf zo nu en dan eens moeten stellen.
Wat Jezus Christus in Johannes 15 zegt, geldt vandaag ook voor ons: “Niet u hebt Mij ​uitverkoren, maar Ik heb u ​uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft. Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt”[12].

‘t Kon wel eens een vertroostende vergadering worden, vanavond!

Noten:
[1] Dat betreft de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Mijn vrouw houdt tijdens die vergadering een inleiding over die hoofdstukken. Die inleiding is een bewerking van dit artikel.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS2359.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 30 december 2017.
[3] Ezechiël 14:6.
[4] 1 Koningen 22:23.
[5] 2 Thessalonicenzen 2:11 en 12.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[7] 1 Petrus 3:18 a.
[8] Hebreeën 2:10.
[9] Johannes 15:4 en 5.
[10] Deuteronomium 7:7 en 8.
[11] 2 Corinthiërs 5:15.
[12] Johannes 15:16 en 17.

2 mei 2017

Vernieuwingsproces

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus is, wat je noemt, onder christenen een heet hangijzer.
Hoe ziet onze zondag er uit?
Wat doen we? En wat doen we niet?
Maar vooral is daar natuurlijk die prangende, alles overheersende vraag: wat gebeurt er eigenlijk in de kerk?

Over die laatste vraag wil ik vandaag iets te berde brengen.
Daartoe citeer ik de tekst van Zondag 38:
“Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwoord:
Ten eerste dat gezorgd wordt voor het in stand houden van de dienst des Woords en van de scholen, en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen. Ten tweede dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin”[1].

Wat gebeurt er eigenlijk in de kerk?
Ontvangen u en ik aldaar een nieuw hart?

Er zijn wel mensen die zeggen: u moet een nieuw hart krijgen. Daar moet u maar vurig om bidden. Wellicht gebeurt er dan wat met u. Misschien verandert u wel door een preek. Misschien vindt tijdens de preek uw bekering plaats.
Als een bliksemflits.
Als een donderslag bij heldere hemel.
Dat zou prachtig zijn!

Wat moeten wij met een dergelijk verhaal aanvangen?

Over die term ‘nieuw hart’ wordt gesproken in de profetieën van Gods woordvoerder Ezechiël.

Eerst in Ezechiël 11.
“Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit hun vlees wegdoen en hun een hart van vlees geven,
zodat zij in Mijn verordeningen gaan en Mijn bepalingen in acht nemen en die houden. Dan zullen zij Mij een volk zijn, en zal Ík hun een God zijn.
Maar wat betreft het hart van hen die het hart van hun afschuwelijke afgoden en hun gruweldaden navolgen, hun eigen weg zal Ik op hun hoofd doen neerkomen, spreekt de Heere HEERE”[2].
De Here geeft Zijn volk een nieuw hart. De mensen die zich niet willen bekeren worden verhard. Hun hart blijft van steen. Zij zullen de consequenties van hun daden zelf moeten dragen.

Vervolgens in Ezechiël 18.
“Werp al uw overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw hart en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, huis van Israël?
Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!”[3].
In Ezechiël 18 gaat het over de persoonlijke verantwoordelijkheid.
Een exegeet vat de inhoud van dit hoofdstuk zo samen: in dit hoofdstuk “worden drie generaties geschetst die respectievelijk rechtvaardig, onrechtvaardig en rechtvaardig zijn (…). Na de les van dit gedeelte (…) laat Ezechiël zien dat bekering van een slecht persoon ertoe leidt dat hij voortaan in de categorie van de rechtvaardigen valt en dat tegelijkertijd de ‘bekering’ van de rechtvaardige (vanwege geloofsafval) hem overplaatst in de categorie van de slechten (…). Aan het eind staat de consequentie voor Israël”.
Dus: het is niet zo dat, bijvoorbeeld, een tweede generatie straf krijgt vanwege het slechte gedrag van mensen in de eerste generatie.

En dan zijn er nog die bekende woorden in Ezechiël 36.
“Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.
Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.
Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.
U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn”[4].

De Here geeft in Ezechiël 11 en 36 een nieuw hart.
In Ezechiël 18 worden de luisteraars opgeroepen om zelf een nieuw hart te maken.
De Here eist niet alleen nieuw hart, maar Hij geeft het blijkbaar ook. En als Hij het gegeven heeft, stimuleert Hij Zijn kinderen ook om daarmee aan het werk te gaan.
Bij de een gaat dat beter, krachtiger en sneller dan bij de ander. Paulus schrijft daarover in Philippenzen 2: “… werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven,
want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”[5].
De God van het verbond is volop actief in ons leven. Wat een geweldige macht laat hij zien! Zijn verandermanagement zet alle aardse coaches en therapeuten met één ferme zwaai aan de kant.
Laten wij Hem dus maar eerbiedig eren!

Om dat nieuwe hart moeten wij overigens wel bidden.
David doet het ons in Psalm 51 voor:
“Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest”[6].

Maar –
Als wij bidden in de kerk, gebeurt er dan ook wat?
Als wij thuis in gebed gaan, verandert er dan ook wat?
Soms lijkt het er niet op. Als we onze ogen open doen in de kerk, staat de dominee nog op de preekstoel en de andere kerkmensen zitten om ons heen. Als wij thuis ‘Amen’ hebben gezegd, gaat niet opeens de zon in ons leven schijnen.
Misschien lijkt het net alsof wij jarenlang in dezelfde sleur zitten. En in dezelfde tredmolen van elke dag.
Dat is echter gezichtsbedrog. Want in Johannes 15 zegt Jezus: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen”[7]. Met andere woorden: wie volhardend gelooft dat Jezus Christus zijn Redder is, laat dat in zijn manier van werken zien. Niet in een oprisping van evangelisatielust. Niet in een vlaag van klerikale ijver. Maar in de gewone dingen van het leven, in de dagelijkse gang van zaken. En door de jaren heen.
Voor hem geldt dan dat hij wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat hij vernieuwd wordt in de geest van zijn denken, en zich bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid. Herkent u Efeziërs 4[8]?

Wat gebeurt er in de kerk?
Laten wij nog een blik in de Heidelbergse Catechismus werpen.

Zondag 38 confronteert Gods kinderen met hun situatie.
De kwestie is “dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin”.
Het is niet zo dat wij, in de kerk zittend, plotsklaps een nieuw hart ontvangen. Nee, dat is een levenslang proces.
Nee, dat nieuwe hart is geen kwestie van onzekerheid. Want wij laten onze slechte werken na. En de eeuwige sabbat begint al.
Met vallen en opstaan – jazeker. Want de zonde blijft ons op deze aarde parten spelen.
Maar toch.
God laat Zijn verbondstrouw zien. Iedere dag weer!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 38, vraag en antwoord 103.
[2] Ezechiël 11:19, 20 en 21.
[3] Ezechiël 18:31 en 32.
[4] Ezechiël 36:24-28.
[5] Philippenzen 2:12 b en 13.
[6] Psalm 51:12.
[7] Johannes 15:5.
[8] Zie Efeziërs 4:22, 23 en 24. Die verzen zijn hier vrijwel letterlijk geciteerd.

19 december 2016

Scherp oordeel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen moeten scherp blijven[1]. Een scherp oordeel, dat hoort erbij.
Dat klinkt niet altijd leuk.
En het is ook niet bepaald gezellig.
Maar wie Gods Woord naspreekt kan er niet omheen dat er sprake is van scherpte, en van concentratie op het Woord.

In verband daarmee citeer ik eerst enkele woorden uit Deuteronomium 6: “Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat”[2].
Met andere woorden: Gods volk moet Zijn wetten scherp voor ogen hebben.

Een profeet als Ezechiël moet Gods boodschap daarom vlijmscherp prediken.
Ik denk aan Ezechiël 21: “En gij, mensenkind, profeteer en klap in de handen, opdat het zwaard verdubbeld en verdrievoudigd worde. Moordend is dat zwaard, een zwaard van grote moord, dat om hen heen suist, opdat het hart siddere en velen neergeveld worden. Bij al hun poorten heb Ik voor het zwaard een slachtplaats gemaakt. Ach, het is gemaakt om te bliksemen; het is gewet ter slachting. Snijd scherp; keer u naar rechts; val aan; keer u naar links; overal waarheen uw snede gericht is”[3].
De insnijding van de profeet is bijna voelbaar. Ik concludeer daaruit: wie Gods Woord doorgeeft, mag dat gerust scherp doen. Wie lijnen in Gods Woord ziet, mag ze echt wel trekken.

Bij dit alles moeten we, geloof ik, ook bedenken dat Gereformeerde mensen niet uniek zijn in hun scherpte. Want ook in andere kerken en groeperingen is men duidelijk. Ook daar windt men er geen doekjes om.

Als het gaat om de omgang met Gods Woord, en de toepassing daarvan, is dat geen zaak waarbij we primair uit zijn op compromissen. Het is, om het zo maar uit te drukken, geen kwestie van handjeklap. In religieuze zaken is geen ruimte voor minnelijke schikkingen.
Ware christenen zowel als valse christenen opereren op het scherpst van de snede.
Ten diepste staan God en Satan hier tegenover elkaar.

De Here verzamelt Zijn kinderen. Hij haalt ze overal vandaan. En Hij brengt hen bij elkaar. Uiteindelijk is Gods doel: de redding van zijn kinderen.
Daarom moeten de noden van het kerkvolk scherp in de gaten worden gehouden. Gods volk moet wandelen met God. In de kerk gaat het niet om betrokkenheid op de samenleving. Of om een soort horizontale gemeenschappelijkheid.
De dominees moeten Gods Woord verkondigen.
Helder.
Zonder omhaal van woorden.
Daarmee moeten alle kerkleden het doen. En daarmee kunnen zij aan het werk.

Een eertijds bekende columnist, J.L. Heldring, maakte eens enkele opmerkingen over de opstelling van vele dominees in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. En wel als volgt.
“Dertig jaar geleden dachten we allemaal: dat is afgelopen; de secularisatie slaat toe en zet zich door, alles is voorbij.
Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn, of je dat nu leuk vindt of niet. Alleen in de grachtengordel blijven ze eigenlijk nog in die opvattingen van dertig jaar geleden hangen”.
Heldring constateerde indertijd zonder omwegen dat de kerken leeg lopen.
“Maar dan moeten we ook niet vergeten dat de dominees het zelf hebben laten lopen. In de jaren zestig en zeventig kozen ze voor het maatschappelijk engagement en een soort christelijk socialisme, inclusief sympathie voor de DDR en dat soort dingen”[4].
De noden van het kerkvolk zelf kwamen op een tweede plaats en dat is volgens de scherpzinnige columnist fataal geweest voor de kerken.

Kijk, nu hoort u het ook eens van een ander.
Bijval uit onverdachte hoek, zal ik maar zeggen.
In de kerk moeten we het niet hebben van praatjes. Of van plaatjes. En ook niet van lieve dingetjes en sfeervolle aardigheidjes. In de kerk lezen we Gods Woord. Daar hebben we ons aan te houden.

Scherpte: dat is in de kerk van het hoogste belang.
Wellicht zegt iemand: uw standpunt is wel duidelijk, maar aan de waarheid wordt tekort gedaan. Het is allemaal te eenzijdig.
Immers, lezen we ook niet in 1 Johannes 4: “Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde”?[5] Dat staat er toch echt. En ja, er staat ook: “God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem”[6].
Met andere woorden: wie schrijft over Gereformeerde scherpte moet toch ook Gods liefde in rekening brengen?

Jazeker. Dat moet. Maar dat kan ook best.
Want in 1 Johannes 4 lezen wij namelijk ook: “Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde”[7].
Een scherp oordeel en liefde tot God en elkaar: dat heeft álles met elkaar te maken. Het staat in 1 Johannes 4 zelfs onder elkaar.
Gereformeerde scherpte: dat is reuze ingewikkeld. Wie zondigt op dit punt niet? Maar we mogen nog wat verder lezen in 1 Johannes 4: “Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad”[8].

Gereformeerde scherpte: dat is soms onuitsprekelijk vermoeiend.
Het is oppassen geblazen, zeker in een werelddeel waarin velen denken dat zijzelf de wereld moeten maken.
Wellicht lijkt het aantrekkelijk om het onszelf makkelijk te maken. Maar als wij dat doen, zetten we binnen de kortste keren onze eigen lijntjes uit.

Ik keer nog één keer terug naar Deuteronomium 6.
Ik citeer twee verzen die nu wel voor zichzelf kunnen spreken: “De HERE gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de HERE, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wèl zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is. En het zal ons tot gerechtigheid zijn, wanneer wij heel dit gebod naarstig onderhouden voor het aangezicht van de HERE, onze God, zoals Hij ons geboden heeft”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 17 december 2007.
[2] Deuteronomium 6:6 en 7.
[3] Ezechiël 21:14, 15 en 16.
[4] Geciteerd via: “Christendom biedt ongelovige houvast”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 13 december 2007, p. 3.
[5] 1 Johannes 4:8.
[6] 1 Johannes 4:16 b.
[7] 1 Johannes 4:17 en 18.
[8] 1 Johannes 4:19.
[9] Deuteronomium 6:24 en 25.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.