gereformeerd leven in nederland

20 februari 2015

De handen vol

Zo nu en dan kunnen wij mensen om ons heen horen zeggen dat de kerk te open geworden is[1]. Te open naar de wereld, bedoelt men dan.
Op de keper beschouwd is dat een interessante gedachte. Maar de vragen stapelen zich op.
Want:
* Moeten we ietsje minder open worden?
* Een tikje geslotener, misschien?
* Half open?
* Half dicht?
* Op een kiertje wellicht, met een schildwacht voor de deur?
Ach, ik wens gewoon Gereformeerd te blijven.

Wat mij betreft is de kern van de kwestie: wij moeten onze wapens leren gebruiken.
Nu ik dat noteer heb ik het oog op 2 Corinthiërs 6.

Uit voornoemd hoofdstuk citeer ik: “… wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden…”[2].
Paulus noemt nog meer situaties op. In alle situaties blijft hij een dienaar van de Heer.
Bijvoorbeeld ook “in de prediking van de waarheid, in de kracht Gods; met de wapenen der gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand”[3].
Dus:
* Paulus heeft de handen vol met die wapens
* Hij heeft geen hand meer over om wat anders te doen.

Vandaag de dag zien we het nog wel eens gebeuren: met de ene hand telefoneren, en met de andere hand een auto besturen. Dat is trouwens verboden. Bellen behoort handsfree te gebeuren.
Hoe dat zij: in 2 Corinthiërs 6 is er in het geheel geen sprake van dat Paulus en de zijnen meer dingen tegelijk kunnen doen.

En nu, geachte lezer, komen wij bij één van de grootste problemen in kerkelijk Nederland. Het punt is: wij willen teveel dingen tegelijk doen.
Waar hebben wij de handen vol aan?
* In de rechterhand volmondig belijden en links een beetje ervaring
* In de rechterhand Gods verbondstrouw en links een aansprekende liturgie
* In de rechterhand aandacht voor God en links attentie voor persoonlijke problemen.
U begrijpt: het rijtje is zonder al te veel moeite te verlengen.
Wie zorgvuldig toekijkt, moet toegeven dat de linkerhand op het ogenblik niet zelden meer aandacht krijgt dan de rechterhand. En als dan de vijand ter rechterzijde aanvalt ontstaat er alras een probleem.

Men moet mij goed begrijpen.
Ik zeg niet dat ervaring verkeerd is.
En ook niet dat liturgie een ondergeschoven kindje moet wezen.
Verder ook niet dat men persoonlijke problemen maar een beetje moet negeren in de kerk.
Bij dezen verklaar ik met graagte dat ik de laatste zal zijn die dat zegt.
Maar al die dingen die hierboven staan moeten wapens der gerechtigheid zijn.

Wapens van de gerechtigheid.
Dat zijn wapens waarmee we onder leiding van God strijden. Het zijn de strijdmiddelen waarmee we voor Hem vechten.
Het is bitter nodig dat we die wapens bij de hand hebben.
Het is hard nodig dat wij die wapens in de hand hebben.
Het zijn namelijk stuk voor strijdmiddelen die we gebruiken terwijl we in het volle licht staan. Gereformeerden vechten niet in het donker. Want zij horen niet bij de Satan. Zij worden door hemelse verlichting beschenen. Kijkt u maar in Romeinen 13: “De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!”[4].

Wapens van de gerechtigheid.
Dat zijn wapens die we gebruiken, terwijl we weten dat de beslissende slag eigenlijk al plaatsgevonden heeft.
En de Here staat nu als overwinnaar op dat slagveld.

De profeten van het Oude Testament hebben Gods volk altijd al voorbereid: de Verbondsgod komt eraan.
U ziet het bijvoorbeeld in Jesaja 35: “Sterkt de slappe handen en verstevigt de knikkende knieën. Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen”[5].

Wapens van de gerechtigheid.
Dat zijn wapens die we gebruiken, terwijl we weten dat de strijd geen lolletje is. Het is ernst. En we vechten toch. Nee, we worden niet vrolijk van die militaire dienst. Maar we gaan er toch in.
De stimulans daarvoor kunnen we lezen in Hebreeën 12: “Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid. Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze”[6].
Wapens van de gerechtigheid.
Dat zijn wapens die we gebruiken, omdat we weten dat we niet de enige zijn die dat materiaal benutten. Hierin zijn Gods kinderen in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament echt één leger. Niet voor niets horen we in Hebreeën 12 de echo van Jesaja 35!

Wapens van de ongerechtigheid zijn er natuurlijk ook.
Denkt u maar aan Romeinen 6: “Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde”[7].

Graag geef ik het bovenstaande nog een actuele toespitsing.

Een paar weken geleden kwam professor dr. F. van Lieburg aan het woord in Protestants Nederland[8]. Van Lieburg is hoogleraar Geschiedenis van het protestantisme aan de Amsterdamse Vrije Universiteit[9].
Van Lieburg zei: “Er is een gebrek aan echte, diepgaande bezinning in de gereformeerde gezindte, terwijl die wel hard nodig is. Als deze bezinning niet op gang komt, missen we kansen in een goede voorbereiding op de toekomst. Het wordt hoog tijd dat jongeren en hun leiders toegerust worden over hoe ze met hun traditie kunnen omgaan in deze tijd”.
En:
“Er bestaat binnen de gereformeerde gezindte een herinneringscultuur die gevoed wordt door historische teksten, zoals de Drie Formulieren van Enigheid, de oude schrijvers van de Nadere Reformatie en levensbeschrijvingen van predikanten en bekeerde vromen.
De gezindte heeft zich die teksten toegeëigend en gebruikt ze om haar leer en levensstijl te legitimeren. Maar bij die omgang met oude teksten spelen altijd eigentijdse omstandigheden mee en voegen zich elementen uit andere bronnen en tradities. Je referentiekader is nooit een kopie van het verleden. Ook spelen allerlei mondelinge overleveringen, kerkelijke gewoonten en gelovige praktijken een rol”[10].
Wat mij betreft is het, in verband met ons onderwerp, raadzaam om even naar professor Van Lieburg te luisteren. Want voordat u en ik het weten, worden
* menselijke wensen
* menselijke vormen
* menselijke vindingrijkheid en
* menselijke behoeftes belangrijker dan de hierboven bedoelde wapens der gerechtigheid.
Soms wordt afgang in kerkelijk Nederland gecamoufleerd met vroomheid. Maar ook in dezen moeten we wakker en nuchter zijn!

In crisistijd moeten we zorgen dat we de wapens in de hand hebben.
We moeten er de handen mee vol hebben, rechts zowel als links.
We moeten er de handen aan vol hebben.
Dat helpt. Het is het enige dat helpt.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 2 februari 2006.
[2] 2 Corinthiërs 6:4.
[3] 2 Corinthiërs 6:7.
[4] Romeinen 13:12.
[5] Jesaja 35:3 en 4.
[6] Hebreeën 12:11, 12 en 13.
[7] Romeinen 6:13.
[8] Zie over het betreffende blad http://www.protestantsnederland.nl/maandblad .
[9] Zie over professor Van Lieburg http://nl.wikipedia.org/wiki/Fred_van_Lieburg .
[10] Geciteerd via: rubriek ‘Kerkelijke Pers’. In:Reformatorisch Dagblad (zaterdag 24 januari 2015), p. 2.Ook te vinden op www.digibron.nl .

Blog op WordPress.com.