gereformeerd leven in nederland

23 september 2020

Herrie rond Hillsong Church

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Burgemeester Halsema van Amsterdam doet alles om de vrije beleving van homofiele gevoelens te bevorderen. Als kerken daar een grens aan lijken te stellen, komt zij haastig uit haar stoel. Nogal overhaast, soms ook.
Een voorbeeld daarvan zien we in het volgende bericht.
“Christelijke partijen in de raad van Amsterdam zijn verbaasd dat burgemeester Halsema de verhuurder van een pand aan de Hillsongkerk op het matje roept.
Halsema wil een ‘ernstig gesprek’ voeren met de huurbaas van de Hillsongkerk, omdat die ‘pinksterkerk’ intolerant zou zijn jegens homo’s. De Amsterdamse burgemeester benoemde de kwestie donderdag in een raadsdebat over geweld tegen homo’s, berichtte het Parool. ‘Als er signalen zijn dat gemeenschappen homogenezing prediken of aanbieden, dan treden we daarmee in contact om te laten weten dat we daar niet van gediend zijn’, citeert de krant Halsema. ‘We geven netjes aan dat we geen bevoegdheden hebben, maar dat weerhoudt ons er niet van om een ernstig gesprek te voeren, bijvoorbeeld met de verhuurder van Hillsong’”.

Hillsong? Wat is dat?
Dat is een keten van pinkstergemeenten. De wortels ervan liggen in Australië. Wikipedia leert ons: “De diensten definiëren zich door een modern relevant karakter waarbij ze op alle terreinen -muziek, multimedia, presentatie, prediking, gastvrijheid- willen excelleren en zo de kerkdienst als een positieve beleving aanbieden zonder op leer of inhoud te willen inboeten.
De kerk wordt vanuit Sydney geleid door seniorpastors-echtpaar Brian en Bobbie Houston en heeft geen geregistreerde leden. Met bezoekersaantallen boven de tweeduizend man kan de kerk op veel locaties gedefinieerd worden als een megakerk”[1].

Burgemeester Halsema gaat dus een ernstig gesprek voeren.
Maar burgemeester Halsema stapt niet naar de leidinggevenden van Hillsong. Zij stapt naar de verhuurder.
Dat is merkwaardig. Want die verhuurder heeft uiteraard weinig te maken met leer en praktijk van Hillsong. De ChristenUnie vraagt dan ook: “Waarom gaat de burgemeester het gesprek voeren met de verhuurder van een religieuze gemeenschap? Heeft de burgemeester al eerder geprobeerd om contact op te nemen met de kerk en met hen gesproken? Zo nee, is de burgemeester niet van mening dat dat een veel zorgvuldigere stap is?”[2].
Wij moeten niet uitsluiten dat de verhuurder zegt: ‘Laten wij een kop koffie drinken’. En vervolgens: ‘Het verhuurcontract is op orde. En overigens bemoei ik mij niet met leer en leven van Hillsong. Ik wens u verder een fijne dag’. En dat is dat. Het moge duidelijk zijn: met de ernst van dat gesprek zal het waarschijnlijk wel meevallen.
Eerlijk gezegd lijken de uitlatingen van de Amsterdamse burgemeester thuis te horen in de categorie: veel geschreeuw, weinig wol. Misschien is dit bedoeld als een vingerwijzing voor gans het volk, inzonderheid ruim 870.000 Amsterdammers: ‘Think about it! The mayor is watching you…!’.  
   
De journalist Jeffrey Schipper schreef terecht: “Als de burgermoeder zich wat beter in het christendom en de Hillsong-kerk had verdiept, had ze niet zo hoeven schrikken. “’Hillsong is een gastvrije kerk voor iedereen, ongeacht geaardheid’, laat de onafhankelijke onderzoeker Miranda Klaver weten. ‘Homofobie of homo’s ‘genezen’ ben ik niet tegengekomen’. De aankondiging van de voormalig GroenLinks-leider is bovendien een klap in het gezicht van dit homostel dat er bewust voor kiest om Hillsong trouw te blijven en zich in deze volgens Halsema ‘homofobe’ gemeenschap thuis voelt.
Wat deze kwestie nog erger maakt is de timing. De tik op de vingers van Hillsong volgt na recente gevallen van homogeweld in Amsterdam. Nu overheerst het beeld dat dit geweld wordt gekoppeld aan de visie van Hillsong op het terrein van huwelijk en seksualiteit. Met andere woorden: iedere christen die is aangesloten bij een orthodox-christelijke kerk is een potentiële potenrammer. Honderdduizenden onschuldige en fatsoenlijke kerkgangers zijn door Halsema, misschien onbedoeld, in het verdachtenbankje geplaatst. In plaats van het aanpakken van de échte daders van het homogeweld kiest de burgemeester voor een ‘ernstig gesprek’ met een willekeurige kerk”[3].

Wat maakt het voorgaande duidelijk?
In ieder geval dit: er is een strijd gaande tussen de God en de duivel. Laten wij elkaar goed begrijpen – schrijver dezes stelt beslist niet dat burgemeester Halsema zelf een duivel is. Allesbehalve dat. Sterker nog: er zijn momenten dat zij reuze sympathiek óverkomt.
Wij allen – kerkmensen en seculieren – dienen echter terdege te beseffen dat in deze wereld twee legers tegenover elkaar staan: Gods kinderen en de soldaten van de duivel. Paulus schrijft daar in Efeziërs 6 ook over: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten”[4]. Dat betreft een strijd op leven en dood. Zie 1 Petrus 5: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden”[5]. Wij vinden dat motief ook in Zondag 52 van de Heidelbergse Catechismus: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”[6].
Dat is de stand van zaken.

Aan die stand van zaken kijkt de burgemeester van Amsterdam voorbij. Via een sluipweg wil zij een kerkgemeenschap aanpakken.
Wat kunnen gelovigen dan nog doen? Antwoord: zij kunnen bidden. In de eerder reeds geciteerde Zondag 52 belijden wij: “Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”.
Laten wij ook maar bidden dat gelovigen in Nederland bij de voortduur recht gedaan zal worden. Net als David in Psalm 26:
“O, HERE, doe mij recht!
In onschuld leeft uw knecht,
mijn wandel is naar uw gebod.
Ik blijf op U vertrouwen,
op U, mijn rotssteen, bouwen;
 ik wankel niet, o HEER, mijn God”[7].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Hillsong ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[2] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/onbegrip-over-actie-burgemeester-halsema-tegen-hillsongkerk-1.1695950 ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[3] Geciteerd van https://jjcschipper.home.blog/2020/09/20/is-hillsong-voor-burgemeester-halsema-een-grotere-vijand-dan-de-radicale-islam/ ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[4] Efeziërs 6:12.
[5] 1 Petrus 5:8.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 127.
[7] Psalm 26:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 augustus 2018

Uw wil doen is mijn lust

Mevrouw Femke Halsema – momenteel burgemeester van de stad Amsterdam – is teleurgesteld over de staat van Nederland. Niet zo lang geleden vroeg een journalist haar: ‘Lukt het u om hoopvol te blijven?’.
Mevrouw Halsema sprak: “Ik ben nooit een naïeve optimist geweest, maar ik geloof dat we, om met Karl Popper te spreken, de morele plicht hebben om optimistisch te zijn. Ik denk niet dat alles zomaar goed komt. Ik heb ook mijn zorgen. Richard Rorty voorspelde in 1998 in een boek al het aantreden van een reactionaire strongman als Donald Trump. Als het zover is, schreef Rorty, dan betekent dat ook dat de vooruitgang die sinds de jaren zestig is geboekt in de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen uitgewist zal worden. En minachting voor vrouwen, dikwijls verpakt als grove grap, zal opnieuw populair worden. Hij heeft gelijk gekregen. Ik zie dat seksisme hier ook”[1].

Deze woorden sprak zij naar aanleiding van haar essay ‘Macht en verbeelding’[2].

Wij hebben de morele plicht om optimistisch te blijven.
Maar dat is wel moeilijk, vindt mevrouw Halsema.
Van de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen is nog geen sprake.
En vrouwen worden geminacht.
Wij zijn verplicht om optimistisch te blijven. Maar ten diepste lijkt dat onmogelijk. Het ten tonele voeren van twee invloedrijke filosofen – Popper en Rorty – doet daar niets aan af. Hieronder zal dat nog wel blijken.

Hoe kun je optimistisch blijven in een wereld waarin veel, heel veel droefenis is?
Psalm 119 leert het ons:
“Ik heb met heel mijn ​hart​ getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen;
wees mij ​genadig​ overeenkomstig Uw ​belofte.
Ik heb mijn wegen overdacht,
en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.
Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld
Uw geboden in acht te nemen”[3].

De dichter kent Gods genade. Daar wil hij graag voor in aanmerking komen. Daar doet hij zijn uiterste best voor!
De dichter heeft onder meer over zichzelf gefilosofeerd. En hij is tot de conclusie gekomen dat God hem een heerlijk kader geeft. Wie binnen die begrenzing blijft heeft een alleszins aangenaam leven.
Nee, teleurstellingen blijven hem dan niet bespaard.
Er zullen ongelukken blijven gebeuren.
Maar zijn kader is duidelijk.
Laten wij een ogenblik op een afstandje naar ons eigen leven kijken.
Er zullen altijd situaties zijn waarover wij geen controle hebben. Misschien zijn er zelfs momenten waarop we onszelf verliezen. Als wij dan later terugkijken, denken we wellicht: heb ik dat gedaan? Of ook: was ik dat?
Als gelovige kinderen van God dat beleven, mogen zij zeggen: we willen met God door het leven wandelen. Zijn Woord geeft de gedragslijn, ook voor vandaag.

Karl Popper – u weet wel: die wijsgeer die hierboven werd genoemd – leerde de mensen dat zij de toekomst in eigen handen hebben. Je moet er, zo zei hij, zelf iets van maken.
Dat klinkt mooi.
Intussen hebben wij te maken met klimaatverandering, met ontbossing, met een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.
De Verenigde Staten zijn, naar verluidt, het rijkste land op aarde. Maar er is daar sprake van een daling van de levensverwachting van mensen aan de onderkant van de samenleving[4].
Richard Rorty – die andere filosoof van hierboven – verkondigde, om zo te zeggen, het evangelie van het pragmatisme.
Wat werkt is waar. Waarheid ligt daar, waar het voor de mens werkt. Als je erin gelooft, komen de oplossingen als vanzelf. Waarheid is eigenlijk een afspraak met de gemeenschap om jou heen. Die waarheid is dus veranderlijk. ‘Net zoals de menselijke duim is geëvolueerd’, zei Rorty zelf[5].
Ondertussen staat de wereld bol van discriminatie. Overal is onbegrip, machtsmisbruik en dwaling aan de orde van de dag.
In die wereld lezen gelovige christenen een stukje van Psalm 119[6].
Dat is een lied waarin:
* de wijsheid van God wordt doorgegeven
* alle eer aan God wordt gegeven
* met veel aandrang tot God wordt gebeden
* de dichter een persoonlijk lied voor God zingt.

Mensen van 2018 leven fragmentarisch. Een stukje vriendelijkheid, een beetje vrolijkheid, een brokje invoelingsvermogen, een snipper aanpassingsvermogen – dan kom je er wel.
De dichter van Psalm 119 leert ons dat af.
Hij zoekt met heel zijn hart Gods vriendelijkheid, Gods goedertierenheid en Gods genade. Bij alle dingen die hij doet, speelt dat alles mee.
Het gaat hem er niet om zelf de toekomst in handen te hebben. Het gaat hem er niet om vriendjes met iedereen te blijven.
Het gaat hem om de eer van God.
Dat is een goede les voor vandaag. Altijd weer moeten wij het goede concentratiepunt van ons leven kiezen!

De dichter van Psalm 119 maakt er wel werk van!
Hij componeert de langste psalm die in de Bijbel staat.
Hij kijkt eens goed om zich heen. Hij ziet hoe de wereld in elkaar zit. En hij begrijpt dat je altijd weer bij Gods wet uitkomt. Daarin ligt het kader van de toekomst vast.
En daarom draait de dichter niet in concentrische cirkels om de waarheid heen. Hij wil leven met God, en wel nu.
Zo stelt de psalmist ook ons, vandaag, voor de keuze.

Laten wij nog eenmaal naar mevrouw Halsema luisteren.
“Ik denk dat steeds meer mensen genoeg hebben van ondergangsretoriek”, formuleerde zij.
Ach, zou iemand – in welke periode van de wereldgeschiedenis dan ook – behoefte hebben aan een verhaal over de instorting der maatschappij? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Laten wij het onderwijs van de psalmschrijver maar ter harte nemen:
“Wat Gij beloofd hebt, is in eeuwigheid
mij tot een deel en erfenis gegeven
waarin mijn ziel zich dag aan dag verblijdt.
Uw wet, o HEER, staat in mijn hart geschreven,
uw wil doen is mijn lust te allen tijd,
U te beminnen is geheel mijn leven”[7].

Zo blijft de weg naar de toekomst begaanbaar!

Noten:
[1] “Pleidooi voor de terugkeer van hoop en idealisme”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 6 april 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dat geschrift zijn: Femke Halsema, “Macht en verbeelding” – essay bij De Maand van de Filosofie, 2018. – Rotterdam: Lemniscaat, 2018. – 71 p.
[3] Psalm 119:58, 59 en 60.
[4] Zie https://www.rtlnieuws.nl/economie/column/hans-stegeman/niets-optimisme-ongeduldig-moeten-we-zijn ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[5] Zie https://www.volkskrant.nl/wetenschap/rorty-filosoof-van-het-pragmatisme~b276e621/ ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar op Psalm 119.
[7] Psalm 119:42 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

1 september 2016

Hartbewaking

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is weer september geworden. Het kerkelijk seizoen begint weer. Kerkenraadsvergaderingen, verenigingswerk en commissiearbeid zullen weer veel van onze tijd opslokken.
Wat is ons doel daarbij?

Een antwoord op die vraag wil ik vandaag geven vanuit woorden uit Spreuken 4:
In de NBG-vertaling 1951 luiden ze:
“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is,
want daaruit zijn de oorsprongen des levens”.
In de Herziene Statenvertaling staat het zo:
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven”[1].

Ons doel is om op het rechte pad te blijven.
Een exegeet legt uit dat in Spreuken 4 verschillende organen van het lichaam een rol spelen: Kenmerkend is “dat de verschillende organen van het menselijk lichaam een rol spelen. Dit zijn in de eerste plaats de receptieve: oor (…), oog (…) en hart (…). Daarna volgen de uitvoerende: de mond om te spreken (…), de ogen om de weg in de gaten te houden (…), en de voet om te gaan (…) Het hart heeft hier een dubbele functie: het ontvangt de woorden (…) en het beheerst de uitvoerende organen”[2].

Ons doel is dus tweeledig: wij gaan luisteren. En wij gaan werken.
En daar is – als het goed is – heel ons wezen bij betrokken.

Uit het begin van Spreuken 4 blijkt dat hier een vader tegen zijn zonen spreekt:
“Hoort, zonen, de tucht van een vader,
en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen,
want ik geef u goede leer;
verlaat mijn onderwijzing niet”[3].
Maar de Heilige Geest heeft het nodig gevonden dat alle Bijbellezers dit onderwijs onder ogen krijgen.
Als het gaat om ons werk in de kerk behoren wij allen de houding van een luisterend kind te hebben. En bij het gewone handwerk moet ons hart ook open staan.

Er zullen kerkenraadsleden wezen die tegenwerpen dat ze toch vooral besluiten moeten nemen. Er moet wat gebéuren. En de kerkenraad heeft daarin de algehele leiding.
Dat moge waar zijn.
Maar het is toch belangrijk om te luisteren.
Luisteren naar datgene wat God in Zijn Woord zegt.
Luisteren naar wijze woorden die broeders en zusters spreken.

En ja, er moet dan ook gefilterd worden.
Want mensen zeggen soms ook heel onwijze dingen. Er worden ook wel eens uitspraken gedaan die wij maar beter weer snel kunnen vergeten. Omdat ze niet opbouwend zijn voor het geloofsleven in de gemeente, bijvoorbeeld.

Geachte lezers – u begrijpt wel dat het bovenstaande mutatis mutandis ook geldt voor verenigingsleden, commissieleden, werkgroepleden, stuurgroep-types, redacties van kerkbladen, dagboekschrijvers en weblogscribenten.
Wij moeten allen luisteren, werken en filteren.
En wij moeten steeds weer proberen te onthouden wat van waarde is. Memoriseren is belangrijk in de kerk. In een snelle tijd als de onze is dat vaak ingewikkeld. Maar wie dat regelmatig probeert, zal ondervinden dat het soms wel lukt.

“Behoed uw hart boven al wat te bewaren is”, zegt de Spreukendichter.
Dat is, om zo te zeggen, een scharniertekst.
Want daarvóór laat de Spreukendichter zien wat er zoal het hart binnenkomt[4]. En daarná horen wij wat er bij ons zoal uitkomt[5].
Luister goed!, zegt de vader in Spreuken 4. En verwerk mijn woorden vervolgens op een goede manier. Wees eerlijk. Pleeg geen bedrog en wees betrouwbaar.

Het is, als u het mij vraagt, geen luxe om dat laatste even te accentueren. In alle kerkelijke drukte spelen spanning en stress soms een flinke rol. Sommige dingen moeten praktisch worden opgelost. Daarbij moeten wij op tijd bedenken dat de snelste oplossing niet altijd de verstandigste is.
De kernvraag is of wij datgene dat God ons in Zijn Woord leert, op het goede moment en op de juiste wijze toepassen.
Daarvoor is wijsheid nodig. Om die wijsheid mogen wij bidden!

In een preek over Spreuken 4 zei een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant eens: “Het kan allemaal heel nuttig zijn: je ziet wat er te koop is, je kunt wijze, goede en vrome informatie tot je nemen. Je kunt je kennis vermeerderen.
Maar het kan ook heel vervuilend zijn. Wanneer soaps met vloeken en slecht gedrag ons leven beheersen. Wanneer je je door internet laat verleiden. Wanneer de reclames je verleiden tot het doen van allerlei aankopen. Wanneer internet je aandacht opslokt. Wanneer de informatiestroom verslavend gaat werken. Wanneer allerlei godslasterlijke taal, wanneer domheid en leegheid je hart gaat vullen.
Hoe zit het met jouw hartbewaking? Wat komt er voor jouw ogen, wat klinkt er in jouw oren? Hoe goed werkt jouw bewaking, op welke manier bescherm jij jezelf en je gezin? Hoe goed kun jij de knop vinden? Bewaak je hart, bescherm de bron. Bronbewaking is nodig”[6].
Waarvan akte.

Deze dingen overpeinzend wijs ik op uitlatingen van oud-GroenLinks-leider Femke Halsema.
Zij schreef een openhartig boek, waarin zij terugkijkt op haar politieke loopbaan[7].
In een interview naar aanleiding van de verschijning van dat boek zegt zij: “Alleen als je bereid bent om je eigen belangen ondergeschikt te maken aan die van het politieke collectief waarvan je deel uitmaakt en als je dienstbaar bent aan de behoeften en verlangens van kiezers, kun je werkelijk effectief worden”[8].
Op basis van Spreuken 4 moeten Gereformeerden daar een variant op maken.
Alleen als wij bereid zijn om onze eigen belangen ondergeschikt te maken aan Gods plan en de voortgang van Zijn kerkvergaderend werk – waarvan wij deel mogen uitmaken –, en als wij dienstbaar zijn aan pastorale behoeften en christelijke verlangens van onze broeders en zusters, kunnen wij werkelijk effectief worden.
Laat dat in de kerk ons doel wezen!

In de komende tijd moeten wij, om zo te zeggen, goed uitkijken waar wij lopen. Om het in de woorden van Spreuken 4 te zeggen:
“Laat uw voet een effen pad inslaan
en laten al uw wegen vast zijn”[9].
Ik wil maar zeggen: laten wij oppassen voor gladde wegen, en met vaste tred voorwaarts gaan; op weg naar de toekomst, samen met onze God.

Noten:
[1] Spreuken 4:23.
[2] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 4:20-27.
[3] Spreuken 4:1 en 2.
[4] Spreuken 4:20-22.
[5] Spreuken 4:24-27.
[6] De preek over Spreuken 4:23 is gedateerd op zondag 21 november 2010 en werd indertijd gehouden door dominee D.S. Dreschler. Zie https://dickdreschler.wordpress.com/2010/11/18/spreuken-423-bronbewaking/ ; geraadpleegd op vrijdag 12 augustus 2016.
[7] De gegevens van dit boek zijn: Femke Halsema, “Pluche; politieke memoires”. – Amsterdam: Ambo/Anthos, 2016. – 408 p.
[8] Zie: “Geestdriftig liefhebber en verdediger van het debat”. In: Z(omer), bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 13 augustus 2016, p. 4 en 5.
[9] Spreuken 4:26.

Blog op WordPress.com.