gereformeerd leven in nederland

28 februari 2019

Søren Kierkegaard versus wijsheid van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hoe word je wijs?
De Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard – spreek uit: Kjerkekoor (1813-1855) – wist dat wel.
Je moet, zei hij, terug naar jezelf. We gaan tegenwoordig zomaar te rade bij artsen, wetenschappers en bij allerlei andere mensen die het weten kunnen. Maar het gaat om je persoonlijke keuze. En om je eigen betrokkenheid.
In deftige taal klinkt dat zo: “de wetenschappelijke objectiviteit heeft met al haar zekerheden het terrein van subjectiviteit en innerlijkheid overspoeld. Zij leven hun geslaagde leven volgens de tijdgeest en de omstandigheden, als organismes die worden meegenomen in de objectieve stroom van het leven”.

En als je het allemaal niet zo goed weet?
Ach, neem jezelf dan vooral met een korreltje zout. “…Pas wanneer we ons leven en de gegeven bepalingen en omstandigheden met ironie beschouwen, beseffen we de veelheid aan mogelijkheden: we zijn dit, maar kunnen net zo goed dat zijn; we leven zus, maar kunnen ook zo leven”[1].
Kierkegaard riep op tot, wat hij noemde, een sprong in het bestaan. Wij moeten, zei hij, eerlijk worden tegenover onszelf. Het leven is een ‘wording’, een voortdurende beweging. “Geld, bravoure, schoonheid, genot, het vaderland, denksystemen, macht – (…) dragen doet het ons niet. Iemand die zichzelf wordt moet uiteindelijk afzien van de zekerheid van welk vloertje dan ook”[2].

Kierkegaard had in zijn leven de intentie om de vraag te beantwoorden: wat is nu echt christelijk?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) schreef in een boekbespreking eens over de Deense wijsgeer: “Als geleerde streed hij tegen de wijsbegeerte van Hegel (…) en als christen tegen het geheel verwaterde christendom van de Lutherse kerk in Denemarken. Zijn levensintentie was op het waarachtig christelijke opmerkzaam te maken. En zijn wezenlijke nood was: hoe word ik een christen en deelgenoot van het eeuwig heil?”.
Intussen verwijderde Kierkegaard zich nogal eens van Schriftuurlijke begrippen. Het woord ‘genade’ omschreef hij bijvoorbeeld als: “In brede zin het vermogen om het bestaan te beleven als gave Gods. In engere zin de werkelijkheid van het aanbod van God door Christus om de mens te redden uit zijn fundamentele verlorenheid”[3].

Let u in het voorgaande citaat vooral op dat woord aanbod.
De protestantse predikant B. Altena schreef: “Het aanvaarden van God is bij hem een strikt persoonlijke keuze, een ‘sprong in het absurde’, waar ons verstand niet aan te pas komt. Geloof kan nooit vanuit de rede worden gevonden omdat het louter een zaak is van subjectieve innerlijke hartstocht”[4].

Het begrip ‘subjectieve waarheid’ is bij Kierkegaard tamelijk centraal. “Bij geloven draait het om de subjectiviteit. Het gaat dus niet om de objectieve geldigheid van ‘God bestaat’, maar om hoe iemand zich tot Gods bestaan verhoudt: hoe dat haar levenshouding beïnvloedt, de keuzes die ze maakt, hoe ze haar leven ervaart, enzovoorts”. En: “Subjectiviteit (…) draait om hoe je je tot jezelf en je eigen leven verhoudt”[5].
Goed beschouwd zien we bij Kierkegaard al contouren van de moderne theologie.
Men moet zijn eigen bestaan zin geven. Individuele vrijheid en verantwoordelijkheid bepalen de gang van het leven. Het aards bestaan is een permanente zoektocht.
U hebt dergelijke beschouwingen vast al wel eens gehoord.

Het wordt tijd om onze aandacht te richten op Schrift en belijdenis.

Wat belijden wij, Gereformeerden van de eenentwintigste eeuw?
Uit de Dordtse Leerregels citeer ik: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. (…) Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven”[6].
Die gecursiveerde woorden maken het duidelijk: God geeft ons de kostbaarste cadeaus die ooit gegeven zijn. Gratis. Voor niets.

Nee, dat betekent niet dat wij, hier en nu, geheel en al van de zonde verlost zijn[7].
Gelovigen zijn niet supersterk. Zij zondigen elke dag weer.
Die zonden geven steeds weer alle reden om naar God toe te gaan. Schuldbewust, in alle bescheidenheid.

Nee, gelovigen zijn niet supersterk. Integendeel.
Als het aan hen zelf lag, dreven zij zomaar bij God weg. Net als Søren Kierkegaard, die al filosoferend en druk schrijvend z’n best deed, maar intussen het geloof zelf opnieuw wilde uitvinden.
Maar: God geeft de door Hem uitgekozen mensen voortdurend alle bescherming die nodig is. Gratis. Om niet.

Betekent dat dan dat gelovigen altijd keurig rechtdoor lopen, rechtstreeks naar God toe?
Nee, dat betekent het niet. Eigenzinnigheid kan het soms winnen van Godsdienst. Zonde blijft echt een macht in het menselijk leven!
Echter: God is trouw. Als mensen bij Hem weglopen, houdt Hij de weg open. Er is, kortom, altijd een weg terug. Zondigende mensen mogen altijd bij God terugkomen.

En dat doen zij ook!
Komen die mensen zelf op die gedachte? Nee, dat niet.
Mensen die door Hem uitgekozen zijn, hebben altijd Gods beschermende hand onder zich. Zij vallen nooit zo diep dat terugkeer naar God volstrekt onmogelijk is.

Nogmaals – uitverkorenen hebben Gods beschermende hand onder zich. Zij worden, om zo te zeggen, door God weer op niveau getild. Zij maken een complete vernieuwing door.
Dat heerlijke renovatiewerk kan niemand tegenhouden. Helemaal niemand.
Dat geeft zekerheid.

Kierkegaard zei: neem het leven maar met een korrel zout. En desnoods met twee korrels zout.
Welnee, zegt God – Mijn Heilige Geest geeft je zekerheid. En garanties voor de toekomst.
Dat is natuurlijk fantastisch nieuws!
Dat magnifieke Evangelie mogen we vasthouden. Ook als er twijfels en vragen komen.
Als in ons brein een complete divisie vraagtekens opgesteld staat, mogen we onszelf tegenspreken: Gods trouw is er nog altijd, ook al ga ik wankelend en weifelend door het leven.

Daarbij moeten we bedenken dat wij niet alleen onszelf toespreken.
Want de Here God spreekt ons ook toe. Dat doet Hij in de prediking. En als wij Bijbellezen. En als wij in de kerk kinderen laten dopen. En als wij meedoen met het Heilig Avondmaal.

De God van hemel en aarde blijft trouw.
In de Dordtse Leerregels staat geschreven: “Weliswaar wordt deze leer door het vlees niet begrepen, door de satan gehaat, door de wereld bespot, door onkundige mensen en huichelaars misbruikt en door dwaalgeesten bestreden, maar de bruid van Christus heeft haar altijd als een schat van oneindige waarde innig liefgehad en standvastig verdedigd. God zal ervoor zorgen, dat zij dit ook zal blijven doen; tegen Hem kan geen plan iets uitrichten en is geen enkele macht opgewassen. Deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, zij eer en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen”[8].

Aleid Truijens, redacteur en columniste bij de Volkskrant, schreef een paar jaar geleden over Kierkegaard: “We zien een dwangmatige denker die door velen kil en vilein werd gevonden, een spotter, een dandy, een arrogante vlerk. Maar ook een dichter die de waarheid zocht, een theoloog die de officiële clerus verachtte en afstand nam van zijn gelovige opvoeding, maar wel probeerde een waarachtig christen te zijn”[9].
Eigenlijk was Søren Kierkegaard dus een tamelijk moeilijk en bij tijden onhandelbaar figuur.
Op zich is dat niet erg.
De tragiek van Kierkegaard is wel dat hij teveel zelf wilde doen. Hij wilde eigen keuzes maken. Hij wilde het geloof opnieuw analyseren en definiëren. Net zoals velen dat vandaag nog willen doen. Hier geldt eens te meer: een gewaarschuwd mens telt voor twee!
Laten wij, kerkmensen van 2019, met 1 Corinthiërs 1, maar blijven belijden: “… het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen”[10].

Noten:
[1] Citaten van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/48265/kierkegaard-kom-via-ironie-tot-wijsheid.html ; geraadpleegd op donderdag 21 februari 2019.
[2]Citaat van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/44736/kierkegaard-filosoof-van-de-wording.html ; geraadpleegd op donderdag 21 februari 2019.
[3] Ds. Joh. Francke, “De onbekende Kierkegaard”. In: Nederlands Dagblad, maandag 16 oktober 1972, p. 2.
[4] Geciteerd van https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/260-is-geloof-volgens-kierkegaard-onredelijk ; geraadpleegd op donderdag 21 februari 2019.
[5] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/44920/objectief-onzeker-en-subjectief-waar.html ; geraadpleegd op donderdag 21 februari 2019.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[7] Hieronder geef ik een weergave van het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 15.
[9] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/biografie-s-ren-kierkegaard-is-pageturner~b4ca033c/ ; geraadpleegd op donderdag 21 februari 2019.
[10] 1 Corinthiërs 1:25.

20 juni 2018

Filosofie of theologie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Lammert Kamphuis is een filosoof. Onlangs publiceerde hij het boek ‘Filosofie voor een weergaloos leven’[1].
Lammert is een zoon van de Gereformeerd-vrijgemaakte theoloog J. Kamphuis. Kerk en geloof ervoer Lammert als dogmatisch en beknellend.

Een recensie van bovengenoemd boek eindigt als volgt: “…hoezeer Kamphuis ook zoekt naar openheid, en hoe scherpzinnig, wellevend, mild en vrolijk dat ook uitpakt in zijn essays, de filosofie eronder blijft een gesloten systeem – misschien wel net zo gesloten als hij zelf de kerk van zijn jeugd ervaren heeft. Filosofie à la Kamphuis presenteert zich vragend, nieuwsgierig en wars van zekerheden maar kent aan de basis een stel zekerheden die muurvast liggen in een materialistisch soort atheïsme (…). Je moet het zelf doen, je leeft (en sterft) maar één keer, het hangt af van jouw inzet, jouw ontwikkeling, wijsheid, vitaliteit. Verwacht maar geen genade. Verpruts het op het podium van het leven, en het is voor eens en voor altijd verprutst”[2].

De vraag is natuurlijk: is het niet beknellend als je alleen maar aangewezen bent op jouw inzet, jouw inzicht, jouw energie?
Ik zou denken van wel. En die recensent dacht dat blijkbaar ook.

Nu ik dit tot mij door laat dringen, denk ik aan het begin van Paulus’ eerste brief aan de christenen in Corinthe[3]. Ik citeer: “Paulus, een geroepen ​apostel​ van ​Jezus​ ​Christus​ door de wil van God, en Sosthenes, de broeder, aan de ​gemeente​ van God die in Corinthe is, aan de ​geheiligden​ in ​Christus​ ​Jezus, geroepen ​heiligen, met allen die de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere: genade​ zij u en ​vrede​ van God, onze Vader, en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[4].

Twee keer staat in bovenstaand citaat het woord ‘geroepen’. Kletos staat daar in het Grieks. ‘Dat betekent: geroepen, uitgenodigd om het heil in Christus te verkrijgen. Die uitnodiging klinkt alle eeuwen door. Die invitatie klinkt iedere zondag in een onoverzienbaar aantal kerken, overal ter wereld. Die uitnodiging horen we, of lezen we, ons hele aardse leven lang. In de Bijbel. In kerkdiensten. In kranten, boeken en tijdschriften.

Natuurlijk, als wij naar onszelf kijken hebben we de neiging om die uitnodiging af te slaan. Lammert Kamphuis zegt zelf: “Niet door te stoppen met denken vind je rust, maar door je denken uit te dagen en te verrijken met eeuwenoude en kersverse filosofische ideeën. Zo leer je relativeren en op nieuwe manieren te kijken naar de wereld, naar anderen en naar jezelf”. De kerk geeft volgens Kamphuis “in beton gegoten antwoorden”.
Nu ja, laten we zeggen dat de kerk antwoorden geeft die altijd op Gods Woord gebaseerd zijn.

Maar overigens zien we in 1 Corinthiërs 1 weinig beton. We horen de uitnodiging om toe te treden tot het eeuwig heil.
Eeuwig geluk, altijddurende vrede – wie zou die uitnodiging afslaan? Je gaat er immers alleen maar op vooruit?
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1 over “geheiligden​ in ​Christus​ ​Jezus”.
Mensen zijn van nature vastlopers. Problemensjouwers. Moeilijkmakers.
Maar kerkmensen worden geheiligd. Apart gezet.
In Christus Jezus.
Christus: achter die naam zitten de begrippen Profeet, Leraar, Hogepriester en Koning. Christus toont ons de wil van God. Christus is onze Verlosser. Christus is onze Beschermer. Hij heeft Zijn kinderen in permanente bewaring[5].
Jezus: die naam houdt in dat Hij ons van zonde verlost; Hij is ook onze enige echte Redder[6].
Wij zijn geheiligd. Niet als op zichzelf staande mensen. Maar als mensen die verbonden zijn aan de Heiland. En dat is een verbinding die nooit verbroken wordt. Er komt nooit een moment dat ergens de term ‘Error 404’ verschijnt. Nergens komt ‘Not Found’ te staan.

Verwacht maar geen genade. Dat is een deel van de filosofie van Lammert Kamphuis.
Maar in 1 Corinthiërs 1 wordt ons zowel genade als vrede aangeboden.
Mensen die uit zichzelf zomaar het criminele pad op gaan krijgen gratie.

Ach, ik begrijp wel dat Lammert Kamphuis, en heel veel anderen, eigenlijk wel genoeg aan zichzelf hebben.
De keuze waar wij voor staan is deze: zelfgenoegzaamheid of Zijn genade.
En één ding is zeker: Gods genade is nog veel weergalozer dan de weergaloosheid van Lammert en de zijnen!

Noten:
[1] De gegevens van dat boek zijn: Lammert Kamphuis, “Filosofie voor een weergaloos leven”. – Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2018. – 256 p.
[2] Dick Schinkelshoek, “Lammert Kamphuis: filosoof zonder geloof”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 8 juni 2018, p. 10.
[3] De keuze voor een tekst uit het Bijbelboek 1 Corinthiërs  is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”.  – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[4] 1 Corinthiërs 1:1, 2 en 3.
[5] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 31: “Waarom wordt Hij Christus, dat is Gezalfde, genoemd?
Antwoord:
Omdat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing.
[6] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, vraag en antwoord 29: “Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Verlosser, genoemd?
Antwoord:
Omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”.

4 april 2016

Amor mundi

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De Latijnse term die boven dit artikel staat betekent: liefde voor de wereld. Dat begrip wordt op de website van het dagblad Trouw gebruikt door de Vlaamse filosoof Peter Venmans[1].
Hij zegt: de gedachte dat het individu in de samenleving het belangrijkst is, is achterhaald. “Wij moeten beseffen dat we worden gevormd door de wereld waarin we leven, die we op haar beurt ook weer vormen”.
En verder:
“De wereld is geen idyllische plek, maar eentje van aantrekken en afstoten, van weerstand en hoe je daarmee omgaat. We moeten echter beseffen dat we zorg horen te dragen voor deze wereld en dat we er verantwoordelijk voor zijn”.

Amor mundi houdt in dat we overal graantjes meepikken.
De maatschappij wordt gevormd door allerlei verschillende mensen. Wij worden, zegt de heer Venmans, gevormd door de samenleving.
Sommige mensen en hun meningen vinden wij de moeite waard. Andere niet.
De Vlaamse wijsgeer merkt dan ook op: “Amor Mundi veronderstelt dat je je verhoudt tot de wereld en dat is niet louter een zaak van gevoelens, maar gaat gepaard met een rationele, kritische houding.
Dat klinkt tegenstrijdig. Wie van iemand houdt is immers niet kritisch. Die dekt de fouten van de geliefde toe. Bij mij gaan die twee samen.
Vandaar dat ik een tweede oordeel eis. Ons eerste oordeel over iets is altijd spontaan, emotioneel en intuïtief. Het tweede veronderstelt een kritische afstand. Volgens mij heb je beide nodig om een relevant oordeel te kunnen vellen”.

U kunt, zegt meneer Venmans, niet volstaan met de ratio, het verstand.
Alles draait om betekenisvolle relaties.

De filosofie van het amor mundi heeft een sociale insteek. Er wordt besteed aan anderen.
“Amor Mundi vertrekt niet vanuit het idee van het autonome soevereine ik dat zijn levensplan uitvouwt. De liefde schuift het ik juist aan de kant. Je bent dan niet langer meester van jezelf. Er is de erkenning dat de wereld en de anderen belangrijk zijn voor wie jij bent”.

Het individuele ik gaat aan de kant.
Er wordt dus aandacht besteed aan de groep.
Maar helpt ons dat verder in deze wereld? Ten diepste niet.
Neem nou Islamitische Staat. Zonder overdrijving kunnen we zeggen dat men daar christenen terroriseert. Met het kalifaat dat men heeft opgericht claimt men religieus, politiek en militair gezag over alle moslims in de wereld. De internetencyclopedie Wikipedia formuleert als een der doelstellingen: “Christenen, jezidi’s en andere niet-moslims krijgen de keus zich te bekeren, als dhimmi, als niet-moslim belasting, djizja, te betalen, of ‘om te komen door het zwaard’. Niet-salafistische soennieten, soefi’s en sjiieten worden gezien als ‘afgedwaald van de ware leer’ en krijgen eveneens de keuze tussen de dood of bekering tot de salafistische vorm van de islam die IS propageert”[2].
Dat is toch regelrechte terreur?
Venmans zegt: “Ik vat Amor Mundi pluralistisch op. De wereld, dat is op de eerste plaats de menselijke verscheidenheid. Liefde betekent respect voor die veelheid en voor het verschil tussen individuen (…) Als het doel van Amor Mundi zou zijn dat het ik opgeofferd wordt aan de wereld, haak ik af”.

Is dit allemaal wel haalbaar?
“Laten we geen heiligen worden. Aan een algemene oproep om verantwoordelijk te zijn heb je niet veel. Dat is een morele overbevraging. (…) “Ik heb het daarom over bescheidener vormen van verantwoordelijkheid, zoals in de opvoeding. Het gezin is een kleine wereld waar de Amor Mundi in bescheiden vorm de kop opsteekt: je bent daar niet langer exclusief gericht op je eigen geluk. Het eerste wat je constateert wanneer je moeder of vader wordt is dat je zelf minder belangrijk wordt. Zo eenvoudig en tegelijk moeilijk kan Amor Mundi dus zijn”.

Die Vlaamse filosoof zegt tenslotte, met een schuin oog naar de vluchtelingencrisis: “Amor Mundi vraagt dat je je openstelt voor het onbekende en dat vergt enige moed. Het is essentieel voor een wereld dat ze voortdurend vernieuwt. Dat gebeurt door kinderen die geboren worden, maar ook door migratie. Een in zichzelf opgesloten mens heeft geen toekomst”[3].

Liefde voor de wereld: dat klinkt goed.
Christenen willen ook liefde uitstralen. Sterker nog: christenen cijferen zichzelf zomaar weg. Volgelingen zijn dienstbaar aan de wereld.

Dat doen zij echter niet op basis van de amor mundi, de liefde in en voor de wereld.
In Genesis 4 lezen we: “indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen”. Daar hebt u het! Wat wij ook doen, waar wij ook zijn…, altijd is er die sluipmoordenaar van ons leven: de zonde.
Altijd weer maken mensen zichzelf belangrijk. Zij schuiven het ik aan de kant. Maar ook de Here God komt aan de zijlijn te staan.
In 1 Koningen 12 kunnen we zien hoe dat werkt. Koning Jerobeam wil het zijn onderdanen wat makkelijker maken. Hij geeft daarom eigen gemaakte bepalingen voor de eredienst. In Gods Woord staat vermeld: “Toen overlegde de koning en maakte twee gouden kalveren, en zeide tot het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Dit zijn uw goden, o Israël, die u uit het land Egypte hebben geleid. Hij stelde het ene op te Bethel en het andere plaatste hij te Dan. En dit werd een oorzaak tot zonde”[4].
Daarom is die amor mundi, hoe goed bedoeld ook, uiteindelijk gedoemd te mislukken.

Hoe moet het, dit alles zo zijnde, verder?
We mogen en moeten leven van de genade en de vergeving die de God van hemel en aarde Zijn kinderen aanbiedt.
In het Oude Testament is daar al sprake van.
David zingt er in Psalm 32 over:
“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven,
wiens zonde bedekt is”[5].
Ik wijs u op Jeremia 50: “In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des Heren, zal de ongerechtigheid van Israël gezocht worden, maar zij is er niet, en de zonden van Juda, maar zij zijn niet te vinden; want Ik zal vergeving schenken aan wie Ik doe overblijven”[6].
En op Daniël 9: “Bij de Here, onze God, is barmhartigheid en vergeving, hoewel wij tegen Hem wederspannig zijn geweest”[7].

Die vergeving wordt bewerkt door het lijden van Jezus Christus. Dat laat Hij duidelijk blijken bij de instelling van het Heilig Avondmaal: “En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden[8].

Tegen de verdrukking in geven de apostelen dat Evangelie door. Zelfs in de Joodse Raad.
Dat staat expliciet in Handelingen 5: “De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken. En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn”[9].

Het is die blijde Boodschap die de kerk van deze dagen in de praktijk van alledag moet door geven.
In Efeziërs 4 formuleert de apostel Paulus dat zo: “Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft”[10].

Ach, de amor mundi ziet er zo mooi uit.
Maar de amor mundi is aards. En derhalve beperkt.

De kerk kijkt verder.
Zo ver dat het het menselijk verstand te boven gaat.
Leest u maar mee in Philippenzen 4: “Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus”[11].

Jammer dat de amor mundi op aarde blijft steken.
Zonde, eigenlijk.

Noten:
[1] Meer informatie over Peter Venmans is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Venmans . Geraadpleegd op dinsdag 29 maart 2016.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Staat_(in_Irak_en_de_Levant) . Geraadpleegd op dinsdag 29 maart 2016.
[3] Zie http://www.trouw.nl/tr/nl/5116/Filosofie/article/detail/4270853/2016/03/28/De-liefde-schuift-het-ik-juist-aan-de-kant.dhtml . Geraadpleegd op dinsdag 29 maart 2016.
[4] 1 Koningen 12:28, 29 en 30.
[5] Psalm 32:1 (onberijmd).
[6] Jeremia 50:20.
[7] Daniël 9:9.
[8] Mattheüs 26:27 en 28.
[9] Handelingen 5:30, 31 en 32.
[10] Efeziërs 4:32.
[11] Philippenzen 4:4-7.

6 maart 2012

Gods Koninkrijk gaat aardse argumentaties voorbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De bede ‘Uw koninkrijk kome’ houdt niet in de eerste plaats in dat wij de Here vragen om ons veel energie te geven. Wij vragen niet om inzicht. En ook niet om de beschikbaarheid van heel veel goede woorden, om mensen te bekeren.
Nee, wij vragen aan de Here of Hij ons wijs regeren wil. Wij vragen Hem om veel mensen bij de kerk te brengen. Wij vragen Hem om allerlei machten die Hem tegenwerken, te ontkrachten. Wij vragen Hem om boze plannen die tegen Zijn werk beraamd worden, te verijdelen.
Kortom: wij vragen om activiteit van de hemel. Wij vragen de Here om bézig te blijven. Hij moet het doen. Hij moet Zijn werk afmaken. Anders wordt het niets.
Leest u Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus er maar op na[1].

Persoonlijk heb ik het idee dat het vandaag de dag geen luxe is om te accentueren dat de Here met ons bezig is.
In Nd7, de zaterdagbijlage van het Nederlands Dagblad, stond op 3 maart jongstleden een interview met promovendus Rik Peels[2]. Hij zei: “Als ik opsta kan ik ervoor kiezen twee boterhammen te eten. Zo werkt het met overtuigingen niet’, verklaart Peels. ‘Veel overtuigingen vormen zich automatisch. Ik geloof dat kinderen martelen moreel verwerpelijk is; ik geloof dat de aarde rond is; ik geloof dat God bestaat… Maar ik zou niet weten wat ik moet doen om deze overtuigingen te veranderen. Ik kan praten met mensen die het niet met mij eens zijn, maar of ik dan van overtuiging verander, is maar de vraag. Als je eenmaal iets gelooft, kun je er niet zomaar voor kiezen iets anders te denken of te geloven, want dan weet je dat je jezelf voor de gek houdt”[3].

Een mens heeft, zegt Rik, geen controle over zijn eigen overtuigingen. Maar diezelfde mens kan zijn mening wel laten beïnvloeden. En hij is ook verplicht om dat te doen.
Hoevéél moet hij daarvoor doen? Dat is van persoon tot persoon verschillend.
Dat hangt, om maar eens wat te noemen, van het intellect af. Had hij beter kunnen weten?
Als je een geleerde filosoof bent, ben je dus verplicht om moeilijke vragen te beantwoorden.
En zo komen de christen en de atheïst tegenover elkaar te staan. Want die christen is min of meer toevállig christen. En die atheïst is bij toeval een aanhanger van het atheïsme. Zo is dat gegaan. Daar is weinig meer aan te doen.
Wat moet men in een dergelijk geval zeggen?
Als ik het goed begrijp, zegt Rik Peels: de vraag is eerst of het verantwoord is om in God te geloven; en vervolgens kun je vragen welke arguménten er zijn om de Here God te eerbiedigen.
Een rechtgeaarde atheïst zegt: er zijn geen verstandelijke argumenten om in God te geloven; derhalve laat ik de Bijbel links liggen.
Een Godsdienstig mens kan vaststellen: er zijn heel wat overtuigingen waar ik geen onweerlegbare bewijsgrond voor heb; maar dat is geen reden om mijn opinie te veranderen.
Maar, zegt Peels erbij, het is wel zaak om jezelf kritisch met zekere regelmaat kritisch te bekijken. Je moet wel open-minded blijven.

Laten we een ogenblik naar meneer Everhardus Jansen kijken. Voor de goede orde: de heer Jansen is aan mijn verbeelding ontsproten.
Everhardus heeft een Gereformeerde levensovertuiging. En die moet hij ook laten beïnvloeden. Door zijn ervaringen. Door gesprekken op zijn werk. Door de krantenberichten. Enzovoort.
Everhardus heeft theologie gestudeerd. Hij moet zijn intelligentie gebruiken om, als het om zijn overtuiging gaat, moeilijke vragen te beantwoorden. Als hij putjesschepper was geweest, had de zaak natuurlijk wat anders gelegen.
Everhardus wil zijn denkvermogen optimaal benutten.
Everhardus Jansen heeft natuurlijk veel vragen. Niet op al zijn vragen vindt hij een helder antwoord. Toch zegt hij: ik ben en blijf Gereformeerd.
Overigens gaat Everhardus graag in discussie met anderen. Met collega’s, bijvoorbeeld. Dat scherpt zijn intellect. Het is reuze genoeglijk en enorm leerzaam.

En nu keer ik weer terug bij promovendus Rik Peels.
Deze geleerde jongeman is nog lang niet uitgedacht.
In het ND vraagt hij: “Hoe zit het met mensen die niet in God geloven? Hadden die beter moeten en kunnen weten? Mijn voorlopige antwoord is dat je ook hierover alleen van geval tot geval uitspraken kunt doen, maar ik wil dit komende jaren verder doordenken”.

Zonder twijfel is dit een staaltje van hogere filosofie.
En de gewone burger denkt: waar gaat dit eindigen?

Ik landde weer met mijn beide benen op de grond toen ik de Heidelbergse Catechismus aan het woord liet.
U hebt gezien dat dit artikel met die Catechismus begón.
Wij vragen de Here: wilt U ons regeren? En: wilt U het overzicht over Uw kerk houden? Wilt u tegenstand bieden die Uw kerk dwarszitten?
Het is belangrijk dat wij beseffen dat Hij dat moet doen.
We kunnen als kerk heel veel uitstralen. We kunnen als kerk geestdriftig over het geloof spreken. Wij kunnen goede werken doen. Maar als we met z’n allen niet uitkijken, verslikken we ons in onze eigen drukte. En we verstrikken ons in onze eigen redeneringen. Voor je ’t weet blijven we hangen in onze éigen intellectuele argumentaties.

Wij moeten bedenken dat in deze wereld een strijd uitgevochten wordt. Een gevecht tussen God en Satan.
Dat blijkt ook in 1 Johannes 3: “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou”[4]. Jezus Christus is naar de aarde gekomen om de definitieve dreun te geven in de destructie van de duivelse macht.
In 1 Johannes 2:28-3:10 gaat het over twee families: de kinderen van God en de kinderen van het kwaad. Er is sprake van een diepe tegenstelling. Kijkt u maar even mee:
* hoofdstuk 3:6: “Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend”.
* 3:10: “Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft”.
De uitvoering van Gods plan staat tegenover menselijke revolutie.
Als je in het menselijke vlak blijft hangen, komen vragen op als: hoe loopt het af met mensen die niet in God geloven? En dat klinkt dan een beetje als: hoe kunnen we regelen dat die mensen niet verloren gaan?
Eén ding is zeker: dat organiseren wij niet. Dat is in Gods hand.

Daarom is er ook de niet mis te verstane oproep van de Here.
De opstellers van de Dordtse Leerregels formuleerden de Schriftuurlijke proclamatie daaromtrent als volgt.
“Maar hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Om de mensen tot het geloof te brengen zendt God in zijn goedheid verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Door hun dienst worden de mensen opgeroepen tot bekering en tot geloof in Christus, de gekruisigde.
Op hen die dit evangelie niet geloven, blijft de toorn van God. Maar zij die het aannemen en de Verlosser Jezus met een echt en levend geloof omhelzen, worden door Hem van de toorn van God en van de ondergang verlost, en zij ontvangen door Hem het eeuwige leven”[5].
De vraag is blijkbaar niet: hoe redeneren wij als het gaat om ongeloof en revolutie, om Godsdienst en atheïsme?
Veeleer is de kwestie: begrijpen we dat de Here aan het werk is?

Onze Here Jezus Christus heeft in de hemel Zijn plek naast Vader ingenomen.
Daar regeert Hij Zijn wereld. Engelen, machten en krachten worden, zo lees ik in 1 Petrus 3, door Hem beheerst[6].
Nee, dat neemt onze verantwoordelijkheid niet weg. Wij moeten wel luisteren. Wij moeten wel aan ’t werk. Wij behoren wel naar Gods wet te leven.
Maar als wij het kader van Gods genade rondom het menselijk leven weghalen, moet het niet voor onmogelijk worden gehouden dat wij blijven hangen in een misplaatst soort aardse wijsbegeerte.

De Koning werkt aan de komst van Zijn eigen koninkrijk.
Daarmee gaat Hij door totdat de volmaaktheid van Zijn rijk komt, waarin Hij alles zal zijn in allen[7].
Laat het ons maar weer eens gezegd zijn!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 48: [vraag] “Wat is de tweede bede?” [antwoord] “Uw koninkrijk kome. Dat wil zeggen: Regeer ons zo door uw Woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan U onderwerpen; bewaar en vermeerder uw kerk; verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen U opstaat; verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin U alles zult zijn in allen”.
[2] Informatie over Rik Peels is te vinden op http://www.uu.nl/gw/medewerkers/HDPeels . De titel van zijn aan de Universiteit Utrecht verdedigde dissertatie is: “Believing Responsibly. Intellectual Obligations and Doxastic Excuses”. De dissertatie werd in eigen beheer uitgegeven, en telt 200 pagina’s.
[3] Reina Wiskerke, “Geloven is geen keuze”. In: Nd7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 3 maart 2012,  p. 18. Zie ook http://www.uu.nl/faculty/humanities/NL/Actueel/Agenda/Pages/20120302-promotie-peels.aspx .
[4] 1 Johannes 3:8.
[5] Zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikelen 2, 3 en 4.
[6] Zie 1 Petrus 3:22: Jezus Christus “die aan de rechterhand Gods is, [is] naar de hemel gegaan, terwijl engelen en machten en krachten Hem onderworpen zijn”.
[7] Dit is een bewerkte zin uit Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus: “…verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin U alles zult zijn in allen”.

Blog op WordPress.com.