gereformeerd leven in nederland

6 mei 2020

Mooie wandeling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”.

Zo staat dat in Galaten 5[1]. Het lijkt daar wel oorlog. Wij voeren oorlog met onszelf.

Denk erom, schrijft Paulus in dat hoofdstuk, dat u niet terugvalt in de verslaving van de zonde. De wetten van Mozes hebben, sinds Christus Zijn lijden heeft volbracht, voor u geen grote waarde meer. Het gaat nu niet meer om het leven volgens Mozaïsche wetten. Alles draait om uw vertrouwen op Christus’ verlossingswerk.
Gelooft u in de belofte van de vergeving van de zonden?
Gelooft u dat u eeuwig leven zult?
De Heilige Geest werkt in uw hart. Hij houdt uw geloof levend.
In de gemeente in Galatië zijn een paar mensen die zeggen: we moeten ons laten besnijden, net als in Mozes’ tijd. Denk erom, schrijft Paulus nadrukkelijk, dat u de gedachtegang van die mensen niet volgt!
We kunnen in het leven twee kanten op:
* ons eigen toegangskaartje voor de hemel regelen – door te leven naar Mozes’ regels
* vertrouwen op Christus’ beloften – en vervolgens voor altijd leven met Hem.
De geschiedenis is verder gegaan, betoogt Paulus. Blijf niet bij Mozes staan! In het leven van deze leider van het oude Israël ziet men slechts de contouren van Christus’ middelaarswerk. Nu Christus’ verlossingswerk is volbracht wordt de toekomst licht. Gods kinderen staan niet meer aan de schaduwkant van het leven. Het licht is opgegaan. Het is bevrijdingsdag geweest. De poort naar de hemel is nu voor altijd open!
Wij zijn vrij!
Vrij voor altijd!
Maar wil dat nu zeggen dat we nu lekker kunnen doen waar wij zelf zin in hebben? Zeker niet! Op deze aarde kun je zomaar terugvallen in de verslaving van de zonde. Paulus maakt het helder: de wil van Christus en onze eigen wens staan pal tegenover elkaar.
Regelen we onze eigen toegangskaart tot de hemel of vertrouwen we ons aan Christus toe?

In het bovenstaande is de strijd uitgetekend die Gods kinderen op aarde moeten voeren.
De kernvraag die daar achter ligt is: hoe is onze relatie met God? Anders gezegd: leven we in het verbond met God, of niet?

Die vragen komen op ons af in een tijd waarin, wat betreft relaties, van alles mogelijk is.
Het kan best zijn dat in het gezin van een alleenstaande moeder drie kinderen zijn van twee verschillende vaders.
Het kan best zijn dat een vrouw een moeilijke jeugd heeft gehad en dat zij nu een partner heeft die kinderen heeft uit een eerdere relatie; die kinderen zien zij – om maar eens wat te noemen – in het weekend vanwege het co-ouderschap en het ouderschapsplan. Als het een beetje wil, komen daar voor die vrouw nog wat problemen bij. Als daar zijn: rusteloosheid en hechtingsproblemen.
Het kan best zijn dat een jongen, samen met zijn broer, opgroeit bij twee moeders. “Als ik boven ben en niet weet wie er beneden is, dan roep ik ‘mama’ en dan zie ik wel wie er reageert”[2].
En dan is er ook nog het volgende ‘probleem’: “De wet werkt niet in het voordeel van gezinnen met twee vaders. Die zegt namelijk dat de vrouw uit wie een kind is geboren automatisch de juridische ouder is”[3].
In zo’n tijd wordt de kerk tot verbondstrouw opgeroepen.

Dat is trouwens niets nieuws.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 25:
“Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw
voor wie Zijn ​verbond​ en Zijn getuigenissen in acht nemen”[4].
Of bijvoorbeeld aan Psalm 78:
“Want hun ​hart​ was niet standvastig bij Hem,
en zij waren niet trouw aan Zijn ​verbond”[5].
Trouw aan Gods verbond – dat is een moeilijk punt voor de kerk van alle tijden.

Hoe kunnen wij, ook in deze tijd, trouw blijven aan de Here en aan Zijn verbond?
Paulus schrijft: “Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen”.
Mogen Gods kinderen er zeker van zijn dat Gods Heilige Geest in hen woont? Antwoord: jazeker! Leest u maar mee in Mattheüs 7: “Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is”[6]. En in Romeinen 5: “En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[7]. En in 1 Corinthiërs 2: “Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God. En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God ​genadig​ geschonken zijn”[8].
Dominee M.J.C. Blok schreef in een schets over de brief aan de christenen in Galatië eens: “Christus heeft echter voor Zijn kerk de levendmakende Geest verworven, en Die ook in Zijn kerk uitgestort, en deze Geest voert nu de strijd tegen het vlees -het verdorven hart-. Het kan dus niet anders, of de Geest van Christus moet in deze strijd overwinnen (…) Dan zijn ze niet onder de wet, omdat de Geest hun de gezindheid geeft, die ook in Christus is, en nu komt de wetsvolbrenging als vanzelf: de wet staat in hun hart geschreven, zodat het een lieve lust wordt Gods geboden te volbrengen”[9].

Ja, de Heilige Geest van God is volop actief. Ook in mei 2020. In een tijd vol ontrouw en onzekerheid steunt Hij de kerk om trefzeker het Evangelie te proclameren.
“Wandel door de Geest”, schrijft Paulus. Kijk, dan is de oorlog uit de aanvang van dit artikel goeddeels gestreden. Uiteindelijk wordt het een mooie wandeling!

Noten:
[1] Galaten 5:16 en 17.
[2] Geciteerd van http://www.saracoster.nl/wp-content/uploads/gaykrant-4-kinderen_fragment.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[3] Geciteerd van https://www.oudersvannu.nl/zwanger-worden/kinderwens/homoseksueel-ouderschap/ ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[4] Psalm 25:10.
[5] Psalm 78:37.
[6] Mattheüs 7:18-21.
[7] Romeinen 5:5.
[8] 1 Corinthiërs 2:10, 11 en 12.
[9] M.J.C. Blok, “De brief aan de Galaten – 7 schetsen”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – 1983 (vierde ongewijzigde druk). – p. 29

10 februari 2020

Zaaien in de Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Nederland hebben velen het moeilijk. En het wordt er niet makkelijker op.
Het Reformatorisch Dagblad meldt op maandag 3 februari: “De problemen in kwetsbare wijken in Nederland nemen toe. Mensen voelen zich onveiliger en de overlast wordt groter. Veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden.
Dat staat in een maandag verschenen onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van Aedes, de koepel voor woningcorporaties. Steeds meer mensen met sociale problemen wonen in dezelfde wijk: bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een lichte verstandelijke beperking of met psychiatrische problemen.
‘Het is nu tijd voor gezamenlijke actie om een tweedeling in wijken te voorkomen’, concludeert Hester van Buren, bestuurslid van Aedes”[1].

Bij het lezen van een dergelijk bericht kan een Gereformeerd mens zich zomaar enigszins machteloos voelen.
Zegt u nu zelf: u zou zo vaak veel meer willen doen; maar in een dag zitten maar vierentwintig uur, en u hebt ook uw rust nodig… En ach – daar is uw gezin, daar is uw dagelijks werk, daar is de kerk en o ja, daar bent u zelf ook nog; en u kunt warempel niet alles tegelijk.

Aan al die drukte besteedt de apostel Paulus in Galaten 6 geen aandacht. Hij gaat er simpelweg aan voorbij. Hij noteert eenvoudig: “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten. En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven. Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof”[2].
De apostel verandert onze blikrichting. Kijk niet naar de wereld, zegt hij, richt u op God!

In de Geest zaaien – wat is dat?[3]
Wie een antwoord op die vraag zoekt kan beginnen in Genesis 1: “En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!”[4]. De aarde moet weer onder Gods heerschappij worden gebracht. Mensen zijn daarbij instrumenten van God. Het is de Here Zelf die daarmee een prachtig begin maakt. Dat blijkt in Genesis 2: “Ook plantte de HEERE God een hof in ​Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had”[5]. En: “De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van ​Eden​ om die te bewerken en te onderhouden”[6].
Dat is het begin.
Het gaat Nieuwtestamentisch verder. In de woorden van Lucas 8: “En waar het ​zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed ​hart​ vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen”[7].
In de Geest zaaien – dat is: naar de preek luisteren, en de Heilige Geest Zijn werk laten doen. U weet wel: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toe-eigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[8].

De Heilige Geest stuurt Gods kinderen aan. Hij bepaalt wat goed voor ons is. Hij beslist uiteindelijk waar en hoe Hij ons inzet.
Een exegeet noteert daarbij: “We zullen de oogst uit de Geest ontvangen, als wij ‘niet moe worden’ en ‘niet verslappen’. Met nadruk wordt onze eigen verantwoordelijkheid onderstreept. Na lezing van de gehele brief, waaruit blijkt hoe Paulus op alle fronten de strijd met de dwaalleer aanbindt, zal het duidelijk zijn dat er geen enkele plaats is voor verdienste van de mens. Als wij het leven ontvangen, is en blijft dat alleen een genadegave van God. Toch ontvangen wij dit niet buiten ons geloof en onze concrete gehoorzaamheid om. Het zal er om gaan juist daarin te volharden, om straks te mogen ontvangen, wat God ons door Zijn Geest, uit louter genade, alleen op grond van het werk van Zijn Zoon wil schenken”[9].

In deze wereld rijzen de problemen ons soms bijna boven het hoofd. En dat terwijl we alles graag perfect willen doen. Wij doen het immers allemaal voor onze Here?
Wat staat ons te doen?
Doe goed aan alle mensen, maar vooral aan uw geloofsgenoten! Zo schrijft Paulus.
En laat het helder wezen: in Galaten 6 is die oproep niet bedoeld om ons flink op te jagen. Wie in de Geest zaait, blijft ontspannen aan het werk. Ook in tijden van volle agenda’s en ingewikkelde problemen.

Noten:
[1] “Kwetsbare wijken glijden verder af”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 3 februari 2020, p. 12.
[2] Galaten 6:7-10.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.zoeklicht.nl/artikelen/zaaien+op+de+akker+van+de+geest_3549 ; geraadpleegd op maandag 3 februari 2020.
[4] Genesis 1:28.
[5] Genesis 2:8.
[6] Genesis 2:15.
[7] Lucas 8:15.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 6:9.

13 augustus 2019

De roepende Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gods kinderen beschikken allemaal over een interne roepstem. Waar zij ook zijn, altijd roept er Iemand. Op welk tijdstip dan ook, altijd is er die stem.
Heeft u stemmen in uw hoofd? Dan is er zeer waarschijnlijk iets niet goed met u.
Maar die stem in ons hart, die is er altijd. Niet dat wij die altijd horen, dat niet. Maar die stem roept op ieder moment van de dag. En ook op ieder ogenblik van de nacht.
Het is de stem van de Heilige Geest. Hij zegt: “Nu, omdat u ​kinderen​ bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw ​harten, Die roept: ​Abba, Vader! Dus nu bent u geen ​slaaf​ meer, maar een zoon; en als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door ​Christus”.
Zo staat dat in Galaten 4[1].

Wat bedoelt Paulus daar mee?
De Basisbijbel parafraseert het zo: “Ik bedoel het volgende. Stel dat een zoon al wel de erfenis van zijn vader heeft geërfd, maar hij is nog niet volwassen. Dan heeft hij eigenlijk nog net zo weinig als een slaaf. Want hij is wel de eigenaar van alles, maar hij mag er zelf nog helemaal niets mee doen. Iemand anders neemt voor hem de beslissingen. En dat duurt tot het moment dat zijn vader had bepaald. Hetzelfde geldt eigenlijk voor ons. Zolang wij Joden nog niet ‘volwassen’ waren, moesten we gehoorzamen aan de wet van Mozes die God ons had gegeven. Net zoals een slaaf zijn heer moet gehoorzamen. Maar toen het moment was gekomen dat God had bepaald, stuurde Hij zijn Zoon. Die Zoon werd geboren uit een Joodse vrouw. En omdat Hij dus een Jood was, moest Hij zich aan de wet van Mozes houden. Alleen zó zou Hij de mensen die zich ook aan de wet van Mozes moesten houden, kunnen bevrijden. Zo zouden we niet langer slaven zijn. We werden kinderen van God, met de rechten van kinderen”[2].

Welnu – Gods kinderen hebben in hun hart een roepstem. Altijd is er die stem.
In ons hart wordt het Evangelie verkondigd: u bent een zoon van Vader! U bent een dochter van Vader!
En waarom?
Omdat Jezus Christus, de Heiland, voor onze zonden heeft betaald. Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”[3].
De mensen in Galatië hadden indertijd te maken met mensen die zeiden:
* u moet zich aan de Joodse wet houden
* u moet de Oudtestamentische regels handhaven
* u moet de Joodse rituelen blijven uitvoeren.
Welnee, zegt Paulus tegen de Galaten en tegen ons. Jezus is onze Verlosser! Hij heeft onze schuld betaald! Ga maar vrijmoedig naar God toe!
Die God heeft ons ook de Heilige Geest gegeven. Zijn Geest heeft voltijds werk aan dat roepen: u bent een zoon van Vader! En: u bent een dochter van Vader!

Zo komt het dat wij geloven in Gods beloften. Zo komt het dat wij ’s zondags trouw naar de kerk gaan.
We blijven geloven, ofschoon de wereld ons enigermate excentriek vindt. Wij gaan ’s zondags naar de kerk.

Nee, dat hebben we niet te danken aan onze aanleg voor religie.
Over een dergelijke begaafdheid wordt nogal eens geschreven.
Iemand noteert: “Door sommigen is (…) geopperd dat veel christelijke heiligen ook epilepsie hadden (…). Het opmerkelijkste verhaal is dat van de apostel Paulus, die volgeling van Jezus zou zijn geworden na een visioen tijdens een epileptische aanval. Ook Mohammed wordt er vaak mee in verband gebracht. Sinds de jaren vijftig zijn er experimenten gedaan waarbij de temporaalkwab, onderdeel van de hersenschors, van patiënten werd gestimuleerd tijdens hersenoperaties, waarop de patiënten soms begonnen te vertellen over een ‘kosmisch bewustzijn’, een spirituele aanwezigheid”.
En:
“De temporaalkwab is vaak als het centrum van religiositeit aangewezen. Het is echter de vraag of de ervaringen in de kern al religieus waren. Waarschijnlijk is er slechts sprake van een reeks complexe gewaarwordingen, die vervolgens worden geïnterpreteerd als een religieuze of mystieke ervaring. Volgens Dewhurst en Beard (1970) is Joseph Smith, de stichter van de mormonen, hier een voorbeeld van. Hij zou als 14-jarige jongen een epileptische aanval hebben gekregen, waarbij hij het gevoel kreeg dat hij werd overmand door een vreemde macht”[4].

U begrijpt – het ene verhaal is nog mooier dan het andere.

Intussen overwint die Geestelijke roepstem alle obstakels die er in de wereld zijn; inclusief onze eigen weerzin.
Wij leven in een ernstig bedorven wereld.
Wij horen van zogeheten witwaspraktijken en de financiering van terroristische acties[5].
De beurzen kelderen vanwege een handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China[6].
Onlangs meldde het Nederlands Dagblad: “Noord-Korea heeft via cyberaanvallen al voor een kleine twee miljard dollar gestolen van banken en van uitwisselingsdiensten voor cryptomunten. Het geld gebruikt het regime voor de ontwikkeling van nieuwe raketten, stellen VN-experts in hun jongste rapport”[7].
In zo’n wereld is er altijd de verleiding om te vragen: wat heb je aan je geloof? Of ook: dit is toch vechten tegen de bierkaai?
Maar zulke vragen worden overstemd door de roepstem van de Heilige Geest. Hij proclameert: u bent een zoon van Vader! En ook: u bent een dochter van Vader!

Echt geloof – dat is “een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt”[8].
Laten we het ons maar blijven realiseren: de Heilige Geest van God overstemt alles en iedereen!

Noten:
[1] Galaten 4:6 en 7.
[2] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/galaten/4 ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019. Dit is de weergave Galaten 4:1-5.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[4] Geciteerd van https://skepsis.nl/religieusbrein/ ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2296622-abn-amro-moet-alle-particuliere-klanten-doorlichten.html ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2296058-aandelenbeurzen-kelderen-door-oplaaiende-handelsoorlog.html ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[7] Geciteerd uit: Jan van Benthem, “Noord-Koreaans regime een digitale roversbende”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 7 augustus 2019, p. 8 en 9. Citaat van p. 8.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.

4 april 2019

Vastheid in de vrijheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In onze tijd wordt maar al te vaak een vrije, onderzoekende en tolerante levenshouding gepropageerd[1].

Men suggereert dat christenen niet vrij zijn.
Bovendien zijn zij dom; want zij onderzoeken nooit wat.
En verder: tolerant zijn zij al helemaal niet. Want God en Zijn Woord gaan boven alles uit.

Natuurlijk – in het bovenstaande zijn allerlei nuances aan te brengen.
Lang niet iedereen brengt het zo rechtlijnig en duidelijk.
Maar de hierboven omschreven opinie is, naar schrijver dezes aanneemt, voor velen wel herkenbaar.

Is er tegen die opinie eigenlijk nog wel iets in te brengen?

Laten wij elkander wijzen op de inzet van Galaten 5: “Sta dan vast in de vrijheid waarmee ​Christus​ ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een ​juk​ van slavernij belasten”[2].

Het is een feit dat Christus ons heeft vrijgemaakt. Daar zit een behaald resultaat achter. Dat geeft toekomstperspectief. Er is nog een hele weg te gaan. Maar die weg kan alleen bewandeld worden vanwege het levensreddende effect van Christus’ werk.
Wij moeten, schrijft Paulus aan de Galaten, ons aan Christus vastklampen.
Christus: Hij is het voornaamste geschenk dat God gaf. Als we in Hem geloven, zo betoogt Paulus, dan worden we vrijgesproken. Dan worden we gerechtvaardigd.
Echte vrijheid komt dus niet voort uit ons eigen onderzoek.
Het zit ‘m niet in onze verdraagzaamheid.
Het gaat helemaal niet over de vraag of ons leven, zoals dat tegenwoordig heet, nog een beetje leuk is.

Christus maakt ons vrij.
Paulus zet dat hard en duidelijk neer.
Gods kinderen zijn vrij van Oudtestamentische regels en wetten, en van allerlei menselijke invullingen daarvan.
En vooral: Gods kinderen zijn vrij van schuld.
Ten diepste bedoelt Paulus dat met vrijheid.

Een vrije, onderzoekende en tolerante levenshouding: die woorden klinken als het meest geslaagde deel van een reclamespot voor het stichten van de ideale maatschappij.
Maar als het gaat over vrijheid en verdraagzaamheid, dan levert dat vandaag heel vaak kilte op. Maatschappelijke kou, zogezegd. Het lijkt me dat we daar in Nederland wel over kunnen meepraten. De sfeer tussen de verschillende bevolkingsgroepen is immers niet al te warm.
Is dat enkele feit niet reeds een bewijs dat mensen het op eigen kracht niet kunnen redden?
Geloof in zichzelf: daarmee komt men bedrogen uit.
Het verhaal van de tolerante houding klinkt mooi.
Maar wie in allerlei menselijk gedoe blijft steken, moet rekening houden met de kracht van de zonde en het failliet van de goede wil.

Geloof – daar moet je, zegt men, iets mee kunnen.
Zelfwerkzaamheid is in diverse Nederlandse kerkgenootschappen een groot goed geworden.
Goed beschouwd zit daar erg veel solisme in, vindt u ook niet?

Welnu – ware gelovigen laten zich, in roerende gezamenlijkheid, aansturen door Gods Heilige Geest.
Wie zich door Hem laten aandrijven komen tot prachtige dingen.
Leest u maar mee in het slot van Galaten 5: “De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet. Maar wie van ​Christus​ zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen. Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden”[3].

Dat klinkt bijna als een reclametekst voor een ideale wereld.
Maar dat is het niet.

Weet u wat Paulus schrijft?
Dit: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”[4].
Tegenwoordig zegt men veelal: je moet zelf maar uitvinden wat jouw levensfilosofie is. Als je je daar zo ongeveer aan houdt, kom je een heel eind in de goede richting. En mocht jouw levensovertuiging veranderen, dan is er geen man over boord.
Maar in Galaten 5 staat de profielschets van Gods kinderen. Zij zijn geroepen om vrij te zijn. Het is hun taak om levenslang iets van Gods liefde te laten zien. En één ding is zeker: ware gelovigen zitten niet vast in allerlei patronen. Het zijn geen starre types – welnee. Zij wandelen met Gods Geest door de wereld. Met vaste tred. Zij kijken met liefde naar de wereld om hen heen. Want voor Gods kinderen is het bevrijdingsdag geweest!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 4 april 2008.
[2] Galaten 5:1.
[3] Galaten 5:22-26.
[4] Galaten 5:13.

29 januari 2019

Van een andere planeet?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Wie er tegenwoordig een enigszins afwijkende mening op na houdt moet uitkijken. Voor je ’t weet word je scheef aangekeken. Alsof je van een andere planeet komt. Alsof je niet helemaal wijs bent. Alsof jij de wereld niet snapt.
En één ding is zeker: de wereld snapt jou ook niet. Een afwijkende mening… foei toch!

Laatst was er iemand die bij de talkshow Jinek zo’n afwijkende mening ventileerde.
Het Nederlands Dagblad becommentarieerde dat moment in een mediacolumn als volgt: “Inzichtgevend is het ongemak dat ontstond. Alsof je zoiets eigenlijk niet mag vinden. Dat moet toch anders zijn geweest toen er nog rangen en standen waren, en verschillende zuilen. Toen was het een gegeven dat mensen de levenswijze afkeurden van mensen die niet bij hen hoorden. Jolande Withuis beschrijft dit prachtig haar boek Raadselvader, over de communistische zuil waarin haar ouders zich bevonden, en een beetje over de gereformeerde, waaruit haar vader afkomstig was. Withuis schetst een ideologische enclave met een eigen kijk op het leven. ‘Spijkerbroeken droeg je niet, want daarin hadden de cowboys de Indianen uitgemoord. Coca-Cola dronk je niet: kapitalistisch’.
Tegenwoordig zitten we allemaal in één hol vat. En daar moeten we vooral respect hebben voor elkaars keuzes, uiteraard zolang die ergens nog aansluiten bij de liberale levensstijl – dat dan weer wel”[1].

Vrijheid, blijheid – dat is het devies.

In de kerk gaat het er anders aan toe.
Let u bijvoorbeeld maar eens op de instructie die de apostel Paulus in Galaten 6 geeft. Ik citeer: “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige ​overtreding​ komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt”[2].

Als iemand dus de fout in gaat, moet hij daar op aangesproken worden. De toon moet dan niet zo zijn alsof er op geringe afstand een bom ontploft. Uit de manier waarop je praat moet vergevingsgezindheid blijken. Alsmede een zekere welwillendheid.
Intussen moet wel duidelijk worden dat de aangesprokene een verkeerde keuze heeft gemaakt. Dat doet de spreker pijn – natuurlijk. Maar het belangrijkste is: degene die op zijn fout aangesproken wordt, moet beseffen dat hij de Here verdriet heeft gedaan.

Een gesprek als bovenbedoeld is verre van eenvoudig.
De aangesprokene kan in een oogwenk in toorn ontsteken. En dat levert dan weer een tegenreactie op bij degene die de zondaar op zijn feilen wijst.
In een ommezien wordt de situatie gekenmerkt door opwinding en al of niet latente vijandigheid.
Voor men het weet ontsporen twee mensen.

Die twee gelovige mensen komen elkaar in de kerk tegen.
Elke zondag.
Jaar in, jaar uit.
En de één denkt over de ander wellicht: ‘daar heb je hém, met z’n foute levensstijl en verkeerde opinies’.
De ander denkt misschien: ‘daar heb je die zedenprediker, die alles in een hokje wil stoppen; o wee als ik een stap over de grens zet… Alsof ik niet mijn eigen levensstijl mag hebben. Alsof ik dit of dat eigenlijk niet mag vinden…’.

Proeft u dat het bovenstaande een beetje ruikt naar dat Jinek-sfeertje?
Merkt u dat iets dergelijks ook in de kerk gebeuren kan?
Voor je ’t weet wordt u scheef aangekeken. Alsof u van een andere planeet komt. Alsof u niet helemaal wijs bent. Alsof u het geloof en de kerk niet snapt.

In de kerk is het parool: blijf in het spoor van de Heiland.
Of, om met Psalm 17 te spreken:
“Mijn voeten bleven in uw spoor
en nimmer wankelden mijn schreden.
Ik roep U aan in mijn gebeden,
want Gij, o God, geeft mij gehoor”[3].

Laten wij Psalm 85 maar in herinnering houden:
“Waar Hij ook gaat, de vrede gaat Hem voor,
liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor”[4].

Noten:
[1] Reina Wiskerke, “Bedenkelijke foto’s” – mediacolumn. In: Nederlands Dagblad, woensdag 23 januari 2019, p. 2.
[2] Galaten 6:1.
[3] Psalm 17:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 85:4 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 januari 2019

Naar een hoger niveau

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, opdat ik voor God zou leven. Ik ben met ​Christus​ gekruisigd; en niet meer ik leef, maar ​Christus​ leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de ​Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven”.

Hierboven staat het Evangelie in een notendop.
Het zijn woorden uit Galaten 2[1].
Een mens wordt niet zalig door zich netjes aan Gods wet te houden. Een mens wordt verzoend met God doordat Jezus Christus voor zijn zonden is gestorven. Dat moeten wij geloven. Niet meer en niet minder.
Dat geloof wordt door Gods Geest gegeven. De Geest van God woont in de harten van Gods kinderen. Daarom kunnen zij zonder terughoudendheid zeggen: Christus leeft in mij. En daarom kunnen zij ook met recht stellen: wij hebben perspectief op de hemel; want Christus is voor ons gestorven!

Dat geloof is in Nederland niet in de mode.
Maar dat is het in Galaten 2 ook al niet. In Jeruzalem zijn er heftige discussies over. De gemoederen raken verhit. Men staat strak tegenover elkaar – is de wet van Mozes zaligmakend, of niet? En er is nog een vraag: moet je onder de Joden blijven werken, of niet?
Zelfs de leiders zijn het over dat laatste niet met elkaar eens. Petrus wil niet met niet-Joden eten. Stel je toch voor dat je bevuild wordt met heidense smetten! Ja, Petrus heeft het moeilijk met de aanvaarding van de consequenties van Christus’ werk.
En gaandeweg wordt duidelijk: Paulus gaat onder de niet-Joden evangeliseren. Hij wordt niet moe om het uit te bazuinen: geen mens kan gered worden als hij zich keurig aan de Mozaïsche wet houdt[2].
Het leven wordt niet meer beheerst door de wet van Mozes, maar door onze Heiland.

Wat moeten we in onze tijd met Galaten 2 aanvangen?

De Dordtse Leerregels leren ons: “Wat geldt van het licht der natuur, geldt (…) ook van de wet van de Tien Geboden, die God door Mozes in het bijzonder aan de joden gegeven heeft. Want de wet legt wel de grootheid van de zonde bloot en ze overtuigt de mens steeds meer van zijn schuld, maar zij wijst het redmiddel niet aan en ook geeft zij geen kracht om uit deze ellende te komen. En doordat zij door het vlees krachteloos geworden is en de overtreder onder de vloek laat blijven, kan de mens door de wet de heilbrengende genade niet verkrijgen”[3].
Dus: wie zich netjes aan de Tien Geboden houdt, komt niet zomaar in de hemel.
Wie de Mozaïsche wetgeving naleeft, eindigt niet per definitie in de woonplaats van God.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen ons: “Wij geloven dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond en de gebruiken die door de wet waren voorgeschreven, met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zo aan al deze schaduwen een einde is gekomen. Daarom moeten de christenen die niet langer handhaven. Toch blijft voor ons de waarheid en de inhoud ervan in Christus Jezus, in wie zij hun vervulling hebben. Wel maken wij nog gebruik van de getuigenissen uit de Wet en de Profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer”[4].

Met andere woorden –
* Al die offers van het Oude Testament wijzen naar Christus.
* Heel die Mozaïsche wetgeving is gericht op de komst van Christus.
* Offerdienst en wetgeving werpen hun schaduw vooruit.
* En jazeker – Jezus Christus offerde Zijn leven, om eens en voor altijd voor onze zonden te betalen!

Dus –
als wij netjes leven komt ons tweede vaderland, de hemel, niet onmiddellijk dichterbij.
Wij komen niet in de residentie van God, omdat wij, anno Domini 2019, zo keurig binnen de lijntjes leven.
Men hoort heden ten dage wel eens: ‘ik leef best netjes; en dus kom ik vast wel in de hemel’. Maar het wachtwoord voor de hemel is niet ‘fatsoenlijk’. En ook niet ‘achtenswaardig’. En ook niet ‘beschaafd’.

Wij moeten eenvoudigweg geloven in de beloften die Jezus Christus geeft:
* vergeving van onze zonden
* een eeuwig leven.
Meer is niet nodig. Minder ook niet, trouwens.

Hebben de Tien Geboden geheel afgedaan?
Nee. Zeker niet.
Want ze bieden ons prachtige mogelijkheden om onze dankbaarheid voor Christus’ reddingswerk te tonen.
Zo verwijst onze manier van doen weer naar Jezus Christus, de Redder van het leven.

Hoe verhoudt het bovenstaande zich tot onze maatschappij?

Niet zo lang geleden deed minister-president Rutte een klemmend beroep op de burgers in de Nederlandse samenleving.
In een paginagrote advertentie schreef hij onder meer: “In Nederland zien we ook een grote groep die zich niet verantwoordelijk voelt om er met elkaar iets moois van te maken. Mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en altijd eerst denken aan hun eigenbelang. (…)
Het is gemakkelijk om verschillen uit te vergroten tot harde tegenstellingen. Maar je kunt je ook realiseren dat dit land juist zo mooi is geworden omdat we altijd hebben geprobeerd om dat tere bezit, dat mooie Nederland, zo goed mogelijk te beschermen. Door met elkaar compromissen te sluiten waarbij we ook lastige problemen op een verstandige manier oplossen. Waar niemand echt helemaal zijn zin krijgt. (…)
Daarom wil ik met deze brief de onuitgesproken afspraak die we met elkaar hebben – om samen dat broze bezit te beschermen – eens uitspreken.(…)
Ik ben ontzettend trots op al die mensen die er op hun eigen manier iets van maken met elkaar. Die omkijken naar een ander. Een arm om iemand heen slaan. Zij maken Nederland mooier. Sterker nog: zij zijn Nederland”[5].

De oproep van de Neêrlandse premier is goed.
De oproep klinkt mooi.
Die oproep streelt het hart.
Sta naast elkaar, zegt minister-president Rutte. Zorg ervoor dat je niet voortdurend tegenover elkaar blijft staan.

Alleen maar –
in de kerk zeggen we meer. En ten diepste zeggen wij iets heel anders.
Daar staan we niet slechts naast elkaar om het samen prettig te hebben. Daar zijn we niet simpelweg bezig om ons bezit op een verantwoorde wijze te beheren. Daar werken wij niet louter aan een jofele maatschappij, waarbij zo ongeveer iedereen zich senang voelt.
In de kerk werken we niet aan een correct leven in een eerlijke en elegante gemeenschap.
We leven daar in de gemeenschap der heiligen.
“De gelovigen hebben allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap met de Here Christus en hebben deel aan al zijn schatten en gaven”. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6].
In de kerk zijn we in alles gericht op de Here Jezus Christus, onze Heiland. Van daaruit leveren we een bijdrage aan een mooie aardse maatschappij. Maar voor de kerk is dat nog maar het begin.
Want er komt een hemelse toekomst aan. Die toekomst gaat open door het werk van “de ​Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven”.

Met dat laatste citaat wij weer terug bij Galaten 2.
Het moge duidelijk zijn: in Galaten 2 brengt de apostel Paulus onze maatschappelijke activiteiten op een hoger niveau!

Noten:
[1] Galaten 2:19 en 20.
[2] Zie voor het bovenstaande Galaten 2:1-16.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 5.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 25.
[5] De brief is te vinden op https://www.vvd.nl/brief-van-mark-rutte-aan-alle-nederlanders/ ; geraadpleegd op dinsdag 1 januari 2019. De brief verscheen op maandag 17 december 2018 in een paginagrote advertentie in het Algemeen Dagblad.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 55. Om de zin in het verband van het artikel te laten passen, werd de woordvolgorde in het citaat iets veranderd.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.