gereformeerd leven in nederland

10 oktober 2019

Desnoods met één talent

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wees jezelf!
Dat is een bekende oproep die vandaag de dag nogal eens klinkt. Men hoeft geen toneel te spelen. En in de kerk hoeft dat al helemaal niet. Daar hoeft niemand te doen alsof hij Xavier Oebele Smit is, terwijl hij Hendrik Jacob Albert Pieter de Vries heet.
Wij beschikken over voldoende talenten. Die kregen wij van de God van het verbond.

En ja, soms vindt de Verbondsgod één talent genoeg. Maar dat ene talent moeten wij dan wel in de kerk gebruiken.

Dit alles overpeinzende, komen wij uit bij Mattheüs 25.
In dat hoofdstuk staat onder meer het volgende genoteerd: “Maar hij die het ene ​talent​ ontvangen had, kwam ook en zei: ​Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet ​gezaaid​ hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt. En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw ​talent​ verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe. Maar zijn ​heer​ antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet ​gezaaid​ heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb. Dan had u mijn ​geld​ aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met ​rente​ teruggekregen hebben. Neem daarom het ​talent​ van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft”[1].
Laten wij het zo zeggen: die ene man die maar één talent gekregen heeft – ja, ook hij – moet aan gemeenteopbouw doen.

Iemand schreef:
“Wat is gemeenteopbouw nu eigenlijk?
1. In de Bijbel betekent ‘gemeenteopbouw’: Gods activiteit om zijn gemeente te bouwen tot de bruid die zij mag worden bij Christus’ wederkomst.
2. In de praktijk betekent ‘gemeenteopbouw’: de opdracht om in je kijken naar je gemeente los te komen van hoe het nu gaat. Om – geleid door bijbelse ideaalbeelden over de gemeente – te kijken op welke aspecten van je gemeente-zijn je zou willen groeien, om daar samen mee aan het werk te gaan”[2].

Het lijkt er sterk op dat de schrijver van het bovenstaande de zaak uit elkaar haalt:
* God is actief op Zijn terrein
* wij zijn in onze eigen tijd actief, op onze manier.
Dat is een onjuiste onderscheiding.
Wij moeten goed bedenken dat wij instrumenten in de hand van God zijn.
Instrumenten zoals Jesaja 13 die bedoelt. In dat hoofdstuk gaat het over de ondergang van Babel. Daar staat: “Zij (de vijanden van Gods volk) komen eraan, uit een ver land, van het einde van de hemel: de HEERE en de instrumenten van Zijn gramschap, om heel het land te gronde te richten”[3].
En ook instrumenten zoals Handelingen 9 die bedoelt. Daar geeft God de profeet Ananias dienstorder omtrent de indienstneming van Paulus: “Maar de Heere zei tegen hem: Ga, want deze is voor Mij een ​uitverkoren​ instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”[4].
Gods kinderen zijn instrumentarium in Gods hand. Dat klinkt onpersoonlijk. Technisch. Maar als God ons gebruikt… – gebruikt, ook al zo’n beladen woord! – dan gebeuren er grootse dingen.

Ambtsdragers zijn bij uitstek instrumenten in Gods hand. Het is hun taak “om in zijn naam de schapen te weiden”[5].
Maar bij hun werk worden ook gemeenteleden ingeschakeld. Dat zien wij bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 16: “Maar ik zal naar u toe komen, wanneer ik Macedonië doorgereisd ben, want ik ga door Macedonië, en zo mogelijk zal ik bij u blijven, of ook de winter doorbrengen, om mij door u op weg te laten helpen, waar ik ook maar naartoe ​reis”[6].
In de eerste brief aan de christenen in Thessalonica noteert Paulus in hoofdstuk 5: “Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”[7]. Gemeenteopbouw is niet bedoeld om tegen elkaar zeggen dat we een flinke vent of een kranige meid moeten wezen; we moeten elkaar wijzen op de Heiland – Hij geeft ons toekomst!
Gemeenteopbouw draait om de Evangelieverkondiging, intern en extern. In de kerk draait het niet om menselijke warmte, hoe aangenaam genegenheid en sympathie ook wezen mogen.
Daarom noteert de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 10: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot ​liefde​ en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen”[8].

Terug nu naar Mattheüs 25, en naar die man met dat ene talent.
Ook dat ene talent moet in de kerk worden gebruikt. Misschien is de beheerder van dat beheerder wel een onooglijk typ. Of een broeder of zuster die sociaal niet zo vaardig is. Of een puber die meer een doener dan een denker is, en zichzelf als kerklid niet zo de moeite waard vindt. Maar ook die mensen moeten worden ingeschakeld. En ja, zij moeten zich ook laten inschakelen.

Op welke aspecten van gemeente-zijn zouden wij willen groeien?
Laten wij het maar eenvoudig bij 1 Corinthiërs 3 houden: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[9].
En laten wij er niet omheen draaien: onze God kan broeders en zusters met één talent best laten groeien!

Noten:
[1] Mattheüs 25:24-29.
[2] Geciteerd van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%202005/febwijma.pdf ; geraadpleegd op maandag 7 oktober 2019. Het artikel waar het citaat uit afkomstig is, werd gepubliceerd in: Wegwijs jg. 59 nr 2, februari 2005.
[3] Jesaja 13:5.
[4] Handelingen 9:15.
[5] Zo formuleert het Gereformeerde formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Zie Gereformeerd Kerkboek, p. 550.
[6] 1 Corinthiërs 16:5 en 6.
[7] 1 Thessalonicenzen 5:9, 10 en 11.
[8] Hebreeën 10:24, 25 en 26.
[9] 1 Corinthiërs 3:6 en 7.

13 mei 2019

Door Gods Geest gedragen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Afgelopen donderdag, 9 mei, zijn op veel middelbare scholen de examens begonnen. Een spannende tijd breekt aan. Juist in deze tijd moet je een topprestatie leveren, of je nu in topvorm bent of niet. Het moet nu gebeuren!

Zou het allemaal goed gaan?
Hebben onze jonge broeders en zusters geen black-out als zij in die stille zaal zitten?
Komt de kennis op het goede moment naar boven?

Laten we elkaar, in verband met het bovenstaande, vandaag eerst wijzen op Exodus 36.
Twee begaafde vormgevers, Bezaleël en Aholiab, maken daar allerlei voorwerpen voor de tent van ontmoeting. Allerlei vakmensen helpen mee.
En bij het volk leeft dat nieuwe project. Ja, het golft door de natie: er moet materiaal komen, en niet zo weinig ook.
Het staat er rechttoe-rechtaan: “Men bracht elke morgen nog vrijwillige gaven bij hem”[1].

Dat is allemaal mooi en aardig. Maar de ijver van het volk wordt de vakmensen toch wat te dol. De materialen stapelen zich op. De noeste werkers kunnen niet meer boven de stapel uitkijken.
‘Stop!’ roepen ze. Oftewel: “Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen”[2].

Een wonder is het!
Het hele volk komt, om het maar eens modern te zeggen, in een flow. Een nieuwe energie vaart door het volk. Het enthousiasme is grenzeloos. De samenwerking is optimaal.
Maar we begrijpen het allemaal wel – die Geestdrift is door de Here gegeven. Uiteindelijk is Hij het Zelf die een plek creëert waar het volk Hem ontmoeten kan. Hij buigt de harten om. Hij schenkt vrijgevigheid.
“Uw volk is zeer gewillig om te strijden”, zingen we in Psalm 110[3]. Ten aanzien van Exodus 36 kunnen we rustig zeggen: Uw volk is zeer gewillig om te geven!

Nu ziet het bovenstaande er ideaal uit.
Als de kerk van vandaag er toch eens als Exodus 36 uitzag, wat zou dat een rust geven!
En – als je nu eens van te voren wist dat alle proefwerken, toetsen en examens een 10 opleverden…, dat zou toch prachtig wezen?

Maar ach, wij weten allemaal wel beter. Trouwens, niet voor niets bidt Jezus in Johannes 17: “Ik ​bid​ niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze”[4].
Toetsen en examens maak je midden in de wereld van vandaag.
En je wilt wel vrijgevig zijn in het geven van goede antwoorden, maar soms lukt dat gewoon niet. Hoe je ook je hersens pijnigt, het antwoord is er niet. Geef in een dergelijk geval jouw leven in handen van God. Geef de duivel geen kans om er met jouw gedachten vandoor te gaan!
De apostel Paulus schrijft in Romeinen 12: “En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is”[5].
Ook als het gaat om tentamens en examens moeten we zeggen: Uw wil geschiede!

Terug nu naar het Bijbelboek Exodus[6].
Bij herhaling wordt daar duidelijk gemaakt dat intelligentie en inzicht van God komen.
Zie Exodus 28: “En ú moet spreken tot allen die wijs van ​hart​ zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van ​Aäron​ moeten maken om hem te ​heiligen, zodat hij Mij als ​priester​ kan dienen”[7].
En Exodus 31: “En Ik, zie, Ik heb Aholiab, de zoon van Ahisamach, uit de ​stam Dan, aan hem toegevoegd. En in het ​hart​ van ieder die wijs van ​hart​ is, heb Ik wijsheid gegeven zodat zij alles kunnen maken wat Ik u geboden heb”[8].
En Exodus 36: “Mozes​ had namelijk Bezaleël en Aholiab geroepen, en ieder die wijs van ​hart​ was, aan wie de HEERE wijsheid in zijn ​hart​ gegeven had, iedereen wiens ​hart​ hem ertoe bewoog om naar voren te komen om het werk te verrichten”[9].
De Heilige Geest is daar actief. Hij geeft activiteit. Hij geeft creativiteit. Hij geeft doorzicht. Met andere woorden – wie kennis wil verwerven en visie wil ontwikkelen moet steun en leiding zoeken bij de Heilige Geest van God.

Elihu, een vriend van Job, zegt in Job 32 dan ook: “Voorwaar, het is de ​Geest van God​ in de sterveling, en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt”[10].
En dat geldt heus niet alleen voor wetenschappers. Lees maar eens mee in Jesaja 28. Daar wordt over de boer gezegd: “Zijn God onderwijst hem over de juiste wijze. Hij onderwijst hem”[11].
Paulus leert ons in 1 Timotheüs 4: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[12].

De examens zijn begonnen.
Voor scholieren is dat, om het maar zachtjes te zeggen, niet de makkelijkste tijd van hun leven.
Laten we, als het op school spannend is, het elkaar maar voorhouden: we mogen bescherming zoeken bij Gods Heilige Geest; Hij draagt ons door het leven heen!

Noten:
[1] Exodus 36:3.
[2] Exodus 36:5.
[3] Dit is de eerste regel van Psalm 110:3, berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Johannes 17:15.
[5] Romeinen 12:2.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 14-17.
[7] Exodus 28:3.
[8] Exodus 31:6.
[9] Exodus 36:2.
[10] Job 32:8.
[11] Jesaja 28:26.
[12] 1 Timotheüs 4:4 en 5.

6 november 2018

Goed zoals je bent…?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Je mag bij de Here komen zoals je bent. Dat hoor je tegenwoordig nog wel eens zeggen.
En het klinkt logisch. Trouwens – iets anders hebben wij toch niet in de aanbieding?

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar in Leviticus 11 lees ik: “U moet zich ​heiligen​ en ​heilig​ zijn, want Ik ben ​heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Want Ik ben de HEERE, Die u uit het land ​Egypte​ heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet ​heilig​ zijn, want Ik ben ​heilig”[1].
Met andere woorden: wie bij de Here hoort, houdt er een passende levensstijl op na.

Anno Domini 2018 gelden geen voorschriften meer over het wel of niet eten van kruipende dieren.
Maar 1 Petrus 1 staat nog immer in de Bijbel: “Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, ​heilig​ is, word zo ook zelf ​heilig​ in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees ​heilig, want Ik ben ​heilig. En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren”[2].
Ziet u dat? Onze God beoordeelt ieders werk.
Wie in gebed naar de Here gaat, doet bepaalde dingen niet. Of niet meer.
Wie in gebed naar de Here gaat heeft een werkstijl die past bij Gods wetten en regels. En als hij die niet heeft is de bidder zeker van plan zijn levenshouding aan te passen!

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar God is je Vriend niet.
Er zijn wel predikanten die ons leren dat je een vertrouwelijke relatie met God kunt hebben en dat Jezus je Vriend is. Gemakshalve vermelden die dominees dan niet dat wij in de vreze van de Here moeten wandelen. Eerbied voor de Here – daar gaat het om.

Eerbiedig zijn – dat spelen we niet klaar als wij slechts onze eigen energie inzetten.
Dat blijkt ook uit 1 Petrus 1.
U mag leven in de wetenschap “dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[3].
Wij leven niet maar zo’n beetje voor ons uit.
Wij zijn onverbrekelijk aan Christus verbonden. Hij heeft een hoge prijs voor ons betaald!

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Maar als we dat zouden doen, kwamen we bij Hem als goddeloze mensen. Als mensen die zichzelf konden redden. Als mensen die hun zaakjes iedere dag zelf op orde brengen.
Welnu – uit 1 Petrus 1 leren we iets heel anders. Namelijk dit: “Door Hem gelooft u in God, Die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn”[4].
De Geest van Jezus heeft het leven van Gods kinderen al veranderd. En wel door het lijden, het sterven en de opstanding van de Heiland.
Zo komt het dat wij in God geloven.
Zo komt het dat onze hoop helemaal gericht is op de toekomst met God.

Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[5].
Met andere woorden –
God heeft ons zo geschapen dat wij Hem dienen. Hij heeft van tevoren al bedacht met welke gaven en op welke wijze wij Hem in dit aardse leven zullen eren.

Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.
Het zou al beter zijn als men zei: je mag bij de Here komen zoals je bent geworden.

Immers – onze God vindt Zijn kinderen te kostbaar om hen te laten zoals zij zijn.
Christus heeft, schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 5, de gemeente liefgehad “en Zich voor haar overgegeven, opdat Hij haar zou ​heiligen, door haar te ​reinigen​ met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een ​gemeente​ zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij ​heilig​ en smetteloos zou zijn”[6].
Je mag bij de Here komen zoals je bent, zeggen de mensen.

Laten wij maar zeggen: je mag bij de Here komen
zoals je nu bent
omdat je Jezus Christus kent
!

Noten:
[1] Leviticus 11:44 en 45.
[2] 1 Petrus 1:15, 16 en 17 a.
[3] 1 Petrus 1:18 en 19.
[4] 1 Petrus 1:21 en 22.
[5] Efeziërs 2:8, 9 en 10.
[6] Efeziërs 5:25, 26 en 27.

18 juli 2018

Gebruik Gods gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Kent u de gelijkenis van de talenten?

Nee, het gaat daarin niet om begaafdheid.
Alles draait om geld. Heel veel geld.
Een talent is, volgens een internetencyclopedie, “de hoogste Griekse geldeenheid. De geldswaarde is gelijk aan 6000 daglonen, ofwel het loon van 20 jaren arbeid”[1].
Het is zo’n geldbedrag waarvan u en ik zeggen: het wordt tijd om aan rentenieren te denken. Vooruit, eerst maar eens een wereldreis. Nou ja, een safari in Tanzania is ook goed.

Welnu – in Mattheüs 25 vertelt Jezus de gelijkenis van de talenten.

Jezus wil de mensen leren om hun gaven goed te gebruiken.
Een uitlegger vat de kern van het verhaal zo samen: “De les hier is deze: hij die de gaven van God op een juiste manier gebruikt en het licht en de genade, die hij ontvangen heeft, in zijn hart bewaart, zal nog veel meer van de Heer ontvangen. Terwijl van hem, die zijn mogelijkheden veronachtzaamt en geen liefde voor de waarheid heeft, ook dat wat hij heeft, weggenomen zal worden”[2].

Ik citeer: “Want het is als iemand die naar het buitenland ging, zijn eigen dienaren bij zich riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg. Hij die de vijf talenten ontvangen had, ging ​weg​ en handelde daarmee en hij verdiende vijf andere talenten erbij. Evenzo verdiende degene die de twee talenten ontvangen had, er nog twee bij. Maar hij die het ene ontvangen had, ging weg en groef een gat in de grond en verborg het ​geld​ van zijn ​heer.
Na lange tijd kwam de ​heer​ van die dienaren terug en hield afrekening met hen.
En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: ​Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: ​Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. Maar hij die het ene ​talent​ ontvangen had, kwam ook en zei: ​Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet ​gezaaid​ hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt. En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw ​talent​ verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe. Maar zijn ​heer​ antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet ​gezaaid​ heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb. Dan had u mijn ​geld​ aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met ​rente​ teruggekregen hebben. Neem daarom het ​talent​ van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft. En werp de onnutte dienaar uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars”[3].

In de kerk is niemand die kan zeggen: ik ben hier niet zo nodig. Iedereen heeft iets bijzonders. In de kerk wordt inzet gevraagd. En trouw.
Iemand schrijft: “Het heeft niets te maken met hoe slim je bent, hoe goed je iets kunt, maar dat je je inzet voor God naar je eigen vermogen, dat telt!”[4].

Het bovenstaande geldt niet in het minst als we nadenken over veroudering.
In verband daarmee schreef iemand onlangs in een krantenartikel: “Het is (…) niet on-Bijbels om een lang leven te waarderen, maar hoe ver mogen we gaan in het nastreven daarvan? Het principe van rentmeesterschap is hier van toepassing, omdat ons lichaam onderdeel is van Gods schepping en we rekenschap aan Hem moeten afleggen over het beheer hiervan (Mattheüs 25:19). Dat houdt in dat we zorgvuldig met ons lichaam omgaan en alles wat schadelijk is, proberen te vermijden. Daarom gaat het gebruik van een middel tegen ouderdom te ver als dit gezondheidsrisico’s met zich meebrengt”[5].

Overigens moeten wij bij dat denken over veroudering niet al te argeloos blijven doen.
In de dagelijkse praktijk van 2018 wordt veroudering zonder aarzeling met de evolutie in verband gebracht. Een deskundige zegt: “Veroudering is een soort evolutionaire verwaarlozing. Na de optimale voortplantingsleeftijd van dertig jaar beginnen de eerste tekenen al op te treden”[6].
Ook wordt veroudering soms bijna geruisloos naar het spirituele vlak getrokken.
Op een website over veroudering wordt simpelweg verwezen naar een internetpagina over spirituele detox. Op die detox-pagina schrijft men vervolgens onbekommerd over  “achterlaten van je oude bagage en het vinden van innerlijke rust, verbinding en geluk”[7].

Desniettegenstaande al dit aardse gepraat en geschrijf zal veroudering zal nooit geheel uit beeld verdwijnen.
Natuurlijk – er zijn allerlei goed bedoelde tips.
Zoals: eet intuïtief en mindful. In gewoon Nederlands vertaald: eet niet meer dan u nodig hebt en luister naar uw lichaam.
Of: hydrateer uw huid. Men moet droogheid tegengaan; ga dus op jacht naar goede bodylotions.
En zo is er nog wel meer[8].

Laten wij teruggaan naar Mattheüs 25.
Aldaar staat te lezen: “Na lange tijd kwam de ​heer​ van die dienaren terug en hield afrekening met hen”[9].
Iemand die die zin voor het eerst leest, denkt misschien aan een gele kaart. U weet wel, een gele kaart die je tijdens een voetbalwedstrijd krijgt nadat je een overtreding begaan hebt.
We moeten ons echter blijven realiseren dat het hier over veel geld gaat. Dat wordt ook duidelijk als we de Bijbel in Gewone Taal erbij nemen: “Een man gaat op ​reis. Hij roept zijn dienaren bij zich, en hij geeft hun de opdracht om voor zijn ​geld​ te zorgen. De ene dienaar krijgt een miljoen, de tweede een half miljoen en de derde honderdduizend. De ​heer​ geeft elke dienaar het bedrag dat bij hem past”[10].

In Mattheüs 25 is de kernkwestie: hoe bent u met Gods gaven omgegaan?
Met die gaven moet gewerkt worden. Jazeker.
Maar: om die gaven moet vooral eerst en vooral gebeden worden. Dat leren we in Mattheüs 7.
Jezus zegt daar: als iemand u om een broodje vraagt, drukt u ‘m toch geen steen in de handen? Nou nee… dat helpt natuurlijk niet. En er is grote kans op ruzie, bovendien. Ach ja, mensen zijn zondig. Inderdaad – zij reageren vaak helemaal verkeerd. Maar met dat broodje komt het toch wel goed…
Jezus leert ons: “Als u, die slecht bent, uw ​kinderen​ dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem ​bidden”[11].

Ora et labora, zeggen de Benedictijnen. Oftewel: bid en werk!
Als wij dat in praktijk brengen, komen we hopelijk al snel tot het volgende motto in ons leven:
God geeft ieder van ons een taak
die volvoeren we zonder tegenspraak!

Noten:
[1] http://christipedia.nl/Artikelen/T/Talent ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[2] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 25:29.
[3] Mattheüs 25:14-30.
[4] Citaat van https://holyhome.nl/gel-16.html ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[5] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[6] Dat zegt Kris Verburgh op https://newscientist.nl/nieuws/kris-verburgh-veroudering-is-een-ziekte/ ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[7] Op de website https://jessevandervelde.com/de-vier-primaire-oorzaken-van-veroudering/ wordt verwezen naar https://jessevandervelde.com/spirituele-detox/ ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[8] Zie https://sochicken.nl/veroudering-tegengaan ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[9] Mattheüs 25:19.
[10] Mattheüs 25:14 en 15 uit de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[11] Mattheüs 7:11.

10 oktober 2016

Gestimuleerd door Gods gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De Bijbel wordt, als ik mij niet vergis, vandaag de dag niet zelden beschouwd als een boek vol voorbeelden[1]. Heel veel dingen zijn tijdgebonden, zegt men. Maar de gedachte er achter spreekt ons wel aan, zo oreert men vervolgens.
Aldus redenerend wordt de verleiding groot om de Bijbel een beetje dunner te maken.
De Evangeliën: daar kun je wat mee. De brieven van Paulus: daar staan veel goede dingen in. Maar ach, de rest…

Tegen die stroom in belijden echte Gereformeerden dat heel Gods Woord aan hen gegeven is. Zij zeggen het de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen”[2]. Gereformeerden hebben zesenzestig boeken ontvangen. Daar funderen zij hun geloof op.
Zo wordt de Bijbel weer een stuk dikker.

Maar daarmee zijn de problemen de wereld niet uit.
Bijvoorbeeld: wat moet de kerk anno Domini 2016 aan met een Bijbelgedeelte dat gaat over vergoeding bij schade?
Op die vraag wil ik vandaag een antwoord formuleren.

Als iemand schade krijgt door de schuld van een ander, zo leert de Here Zijn volk in Numeri 5, dan moet de dader eerst schuld belijden. Hij moet eerlijk zeggen dat hij de schade heeft berokkend.
De schade moet volledig worden vergoed. Daar komt nog een boete van twintig procent van de schade bovenop.

Als de benadeelde niet meer leeft, en ook geen familie heeft, moet het geld aan de priester worden betaald. Zeg maar even: het geld gaat naar de kerk.
Maar er is meer.
Want er bestaat ook schuld tegenover de Here. Daarom moet er een ram als schuldoffer worden gebracht.

In Numeri 5 staat het zo.
“De HERE nu sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: Wanneer iemand, man of vrouw, een of andere zonde doet, die mensen begaan, en daardoor ontrouw wordt tegenover de HERE, zodat hij een schuld op zich laadt, dan zullen zij de zonden belijden, die zij begaan hebben; en daarna de volle waarde van wat hij schuldig is, vergoeden, vermeerderd met een vijfde, en dat geven aan degene tegenover wie hij zich schuldig gemaakt heeft. Maar heeft die man geen losser, aan wie de schuld vergoed zou kunnen worden, dan zal de schuld die vergoed moet worden, aan de HERE vervallen, ten bate van de priester, ongeacht de ram der verzoening, waarmee deze over hem verzoening zal doen”[3].

De achterliggende boodschap is wel helder: bij de Here moet alles rein zijn.
En eerlijk.
En rechtvaardig.

Wat betekenen die regels voor onze praktijk?

Laat ik bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis beginnen.
Daar lees ik in: “Wij geloven dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond en de gebruiken die door de wet waren voorgeschreven, met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zo aan al deze schaduwen een einde is gekomen. Daarom moeten de christenen die niet langer handhaven. Toch blijft voor ons de waarheid en de inhoud ervan in Christus Jezus, in wie zijn hun vervulling hebben”[4].
Wij moeten dus naar Jezus Christus kijken. Wij moeten ons concentreren op Zijn werk.

Als wij dat doen, zien wij dat Jezus iemand heeft gered die velen, zeer velen, financiële schade heeft toegebracht.

Zacheüs heet hij.
Het verhaal over deze hoofdinspecteur der belastingen lezen wij in Lucas 19.
Zacheüs is vol geestdrift over Jezus. Enthousiast is hij. Hij wil alles wel doen om Jezus te zien. Hij klimt zelfs in een boom. Wie doet dat nou?
En de Messias kijkt niet over de tollenaar heen: “…de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden”[5].
Zacheüs bekeert zich: “Zie, de helft van mijn bezit, Here, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig”[6]. Jawel, viervoudig: dat is dus veel meer dan hij volgens Numeri 5 verschuldigd is.

Op dit punt aangekomen, komen wij tot de ontdekking dat via Schriftgedeelten als Numeri 5 en Lucas 19 alle mensen in kerk en wereld worden geplaatst voor de vraag: hoe gaan wij om met Gods gaven?

En dan geldt het woord van Spreuken 23:
“Hoor gij, mijn zoon, en word wijs,
richt uw hart op de weg.
Verkeer niet met wie zich te buiten gaan
aan wijn en vlees;
want een drinker en een doorbrenger verarmen,
en slaperigheid doet lompen dragen”[7].
Uiteindelijk komt het erop aan dat wij ons, te midden van de dingen die God ons gaf, concentreren op de weg.
Op de wijsheid en de Waarheid.
Jawel, met een hoofdletter.
Is de vreze des Heren niet het begin van alle wijsheid?
De gaven die God ons iedere dag geeft, roepen ons op tot dagelijkse bekering!

Zondag 42 van de Heidelbergse Catechismus formuleert Gods gebod omtrent het gebruik van Gods gaven. Daar lees ik dat God wil “dat ik het welzijn van mijn naaste, waar ik kan en mag, bevorder en zo met hem doe, als ik wil dat men met mij doet. Bovendien dat ik mijn arbeid trouw verricht, om ook de behoeftige te kunnen helpen”[8].
Met andere woorden: wij moeten elkaar de goede weg op helpen, achter Christus aan.

Hoe zit dat nou met Numeri 5? Is dat een voorbeeld voor ons?
Ach nee, wij hoeven niet meer naar de tempel.
En nee, wij hoeven ook ons niet meer om offers druk te maken.

Maar Numeri 5 is wel een spiegel. Immers, zelfs in de samenleving van Gods volk was dergelijke wetgeving blijkbaar hard nodig.
Als we in de kerk van 2016 rondkijken dan wordt het alras duidelijk: ook wij laten veel steken vallen.
Er is veel teleurstelling in de kerk. Er is zelfs verdriet en frustratie. Eerlijkheid en rechtvaardigheid zijn soms ver te zoeken. Het is niet nodig om daar verder over uit te weiden. U weet dat zelf ook best. Het gebruik van Gods gaven is, Zondag 42 ten spijt, nog lang niet optimaal.
Echter, wij hebben – ik citeer Romeinen 5 – te maken met “de gave, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus”[9]. Want Hij is nu juist gekomen om voor al die zonden te betalen!
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”. Zo staat dat nog steeds in Johannes 3[10].
Wij moeten goed omgaan met Gods gaven.
Dat betekent vandaag dat wij eerst en vooral moeten vertrouwen op het borgtochtelijk werk van Gods Zoon.
Als wij onze ellende goed gepeild hebben, zal vervolgens de dankbaarheid voor Zijn reddingswerk in ons doen en laten te zien zijn. Onze blijde erkentelijkheid wordt getoond in de dagelijkse dingen. In de routine van zondag tot en met zaterdag.

Ik zou zeggen: kijk in de spiegel van Numeri 5.
En ga daarna maar gauw aan het werk.
Gewoon, in het leven van alledag.
Dan is er meer dan genoeg te doen.

Als u schade hebt veroorzaakt moet u dat vergoeden. Zo staat dat in Numeri 5.
De God van het verbond hoefde ons niets te vergoeden. En toch betaalde Gods Zoon voor onze zonden.
Nu zijn wij gewassen door Zijn bloed. Wij zijn rein, naar de eis van Numeri 5.
Zó bezien, geachte lezer, is het geen wonder dat Paulus in Romeinen 11 het volgende schrijft: “…wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen”[11].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 15 oktober 2007.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.
[3] Numeri 5:5-8.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 25.
[5] Lucas 19:10.
[6] Lucas 19:8.
[7] Spreuken 23:19, 20 en 21.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 42, antwoord 111.
[9] Romeinen 5:15.
[10] Johannes 3:16.
[11] Romeinen 11:34, 35 en 36.

7 juli 2015

Geloofskennis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Wij willen allen graag hogerop komen. Een betere baan, een mooie carrière: daar gaan wij voor!

Dat is niets nieuws. Een columniste wees onlangs in de Volkskrant op het idee van een bekende wijsgeer: “Het streven om onszelf constant te verbeteren of ‘hoger op te komen’ is menselijk. Dit werd in 1755 al opgemerkt door de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij stelde dat wij altijd geteisterd worden door deze ‘perfectibilité’ en dat wij nooit genoegen zullen nemen met wie wij zijn, maar altijd gericht zullen zijn op wat wij kunnen worden. Ons leven is een project dat nooit af is – wij leven vooruit geworpen in de toekomst, steeds gericht op het doel dat zich voor ons bevindt”[1].

Die gedachten staan bijna diametraal tegenover de laatste Zondag van de Heidelbergse Catechismus: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”[2].
Zelf werken aan onze toekomst: daar zijn wij niet zo goed in. Vroeg of laat stappen wij uit de kaders van het Verbond. Dan zeggen wij dat we in de gegeven omstandigheden toch genoodzaakt zijn om die of die keuze te maken. We leven namelijk wel in de eenentwintigste eeuw. Dus.
Zulke slapte zit in ons allemaal. Of wij dat nu leuk vinden of niet.

Zijn we, als Gereformeerden, dan niet gericht op wat wij kunnen worden?
Toch wel.
Maar wij concentreren ons eerst en vooral op het werk van de Heilige Geest. Die concentratie trainen wij in het gebed. Zo staat dat in de hierboven ook al aangehaalde Catechismus: “Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”[3].
Gods Geest is de vernieuwende energie in ons leven. Aan Hem is het danken dat wij uiteindelijk een eclatante overwinning behalen. Wij blijven in leven. Ons bestaan is eeuwig.
Ten diepste ligt daarin de reden dat ons aardse doen en laten niet simpelweg een project genoemd mag worden.

Een project is aards en menselijk.
Men kan zulk een project als volgt omschrijven: “Een verzameling van geïnterrelateerde initiatieven of werkzaamheden, die vatbaar zijn voor gemeenschappelijke besturing of beheer, waarvan de mogelijke effecten en begeleidende voorwaarden onderwerp van uitgebreid vooronderzoek zijn geweest, waarmee een specifieke hoeveelheid doelstellingen zijn beoogd en waarvan locatie, tijdsduur en kosten vastliggen”[4].
Welnu, in ons leven neemt Gods Heilige Geest het initiatief. Hij heeft de leiding van ons leven in handen. De mogelijke effecten en begeleidende voorwaarden hoeven niet meer onderzocht te worden, want de God van hemel en aarde koos Zijn kinderen al vóór de grondlegging van de wereld uit. Het doel heeft onze Here helder voor ogen: eeuwig geluk en vrede voor al Zijn kinderen. Hij heeft ons daarover ook beloften gedaan. En die worden werkelijkheid. Heus waar!
Ziet u dat hier de visies van de autonome mens en die van Christus helemaal uit elkaar gaan lopen?

Nee, dat wil niet zeggen dat we de ons gegeven gaven niet mogen gebruiken. Integendeel!
Maar de kwestie is wel: hoe zetten we onze talenten in? En de vraag is ook: waarom gebruiken we de krachten die God ons geeft?

In dit verband citeer ik graag een stukje uit een oude krant. In die krant is professor dr. J. Kamphuis aan het woord.
“Wij zijn zondaars, zei professor Kamphuis, die dagelijks de reiniging door Christus’ bloed en geest nodig hebben. Dan denken we niet groot van onszelf, maar leren we de taal van Romeinen 7 en erkennen we onze zwakheid. Deze zelfkennis en het gebed van Zondag 52 behoren wezenlijk tot de christelijke levensstijl. Dit besef van schuldige verantwoordelijkheid moet leven voor de kerk. En de woorden van haar Heer ‘Gij dan zult volmaakt zijn zoals u hemelse Vader volmaakt is’ moet de kerk motiveren tot ontferming over deze wereld”[5].
Gereformeerden mogen nooit harde mensen worden. Gereformeerden mogen geen muurtjes om zich heen bouwen, om zich vervolgens niets van de wereld aan te trekken.
Onze aardse loopbaan moet, om zo te zeggen, naadloos aansluiten op een heerlijk hemelleven!

Tegenwoordig spreken we nog wel eens over Nederland als kennisland. U kent die verhalen over het kenniskapitaal en de kenniseconomie vast wel.
Die columniste van hierboven schreef daarover: “Natuurlijk, voor het toenemende kennispeil van de Nederlander is heel wat te zeggen – alleen het fenomeen blijkt in de huidige vorm niet houdbaar. Net als dokter Frankenstein hebben we samen iets gecreëerd waarvan we dachten dat het geweldig zou zijn, maar ondertussen hebben we de controle verloren en nu lijkt onze creatie zich tegen ons de keren.
Hogeropgeleiden komen moeilijk aan de bak en de universiteiten kunnen de enorme toestroom aan studenten niet aan, met als kwalijk gevolg dat de kwaliteit van het hoger onderwijs verschraalt. Studenten krijgen niet de aandacht die ze verdienen; docenten krijgen niet de tijd om hier voldoende zorg voor te dragen”.
Laten wij maar zonder omwegen constateren dat de bovenstaande waarneming juist is.
Maar in de kerk en op het kerkplein mogen we spreken over de vreugde van onze geloofskennis.

De geloofskennis die we hebben is: wij behalen de volkomen overwinning.
Laat ik de triomf daarover vandaag met Romeinen 8 samenvatten: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here”[6].

Noten:
[1] Zie http://www.volkskrant.nl/dossier-gastcolumn/studeren-is-een-lifestyle-geworden~a4083132/ . Geraadpleegd op maandag 22 juni 2015.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52. Dit is het eerste deel van antwoord 127.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52. Dit is het tweede deel van antwoord 127.
[4] Zie http://www.woorden-boek.nl/woord/project .
[5] “Tienjarig GVI viert feest en bezint zich”. In: Nederlands Dagblad (dinsdag 30 september 1986), p. 2. Ook te vinden op www.delpher.nl . Meer informatie over J. Kamphuis is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Jaap_Kamphuis . Een overzicht van zijn publicaties staat op http://opc4.kb.nl/DB=1/SET=7/TTL=1/REL?PPN=070459673   .
[6] Romeinen 8:35-39.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.