gereformeerd leven in nederland

25 september 2012

Niet transparant

Vandaag de dag horen wij veel over transparantie. Onze manier van doen moet doorzichtig zijn. De mensen moeten kunnen volgen wat er gebeurt.
Dat klinkt allemaal prachtig. Maar soms is die doorzichtigheid niet zo handig.
Voorbeeld: in een kabinetsformatie zijn een aantal partijen aan het onderhandelen. In zo’n situatie zijn de onderhandelaars niet altijd transparant. Als zij dat wèl zouden zijn, zouden de besprekingen heel stroef gaan verlopen. Nieuws over de voortgang zou binnen de kortste keren oud wezen.
In het Nederlands Dagblad van afgelopen vrijdag, 21 september, stond te lezen: “De eerste keer dat een nieuw geïnstalleerde Tweede Kamer debatteerde over de uitslag van de verkiezingen, werd gistermiddag een wat merkwaardige vertoning. De uitslag was immers ruim een week oud en verkenner Henk Kamp had zijn werk al gedaan: wat viel er nog ‘in alle openheid’ te debatteren over de vraag wat de kiezer op 12 september precies heeft gezegd?
Emile Roemer, Sybrand Buma, Alexander Pechtold en Arie Slob trachtten meer transparantie te bereiken, maar de politieke kaarten zijn geschud: VVD en PvdA gaan onderhandelen. Dus hielden respectievelijk Mark Rutte en Diederik Samsom hun mond over punten die in de formatie een rol gaan spelen. Na de bijdragen van Rutte en Samsom bloedde het debat vrijwel dood”[1].
Ik wil maar zeggen: soms is transparantie niet zo nuttig. Soms is transparantie zelfs lastig. En tijdrovend, bovendien.

Heel veel mensen koesteren de diepe wens dat de Here God wèl transparant is over Zijn beleid. Zij willen graag begrijpen wat de Here doet. Zodra zij het gevoel hebben dat de Schepper van hemel en aarde wonderlijke dingen doet, is wantrouwen aan de orde van de dag.

Maar de diepe wens van vele wereldburgers omtrent de Goddelijke activiteit wordt niet vervuld.
Immers, in de kerk moeten wij voldoende hebben aan de wetenschap dat de Here in Zijn Woord alles heeft gegeven om onze redding te kunnen bewerkstelligen[2].
In de kerk heerst gelovig vertrouwen. Het vertrouwen dat de Here voldoende geeft om op deze aarde tot Zijn eer te leven. Het vertrouwen dat de hemelse Heer alles doet om ons voor te bereiden op het volmaakte leven in de hemel.

Nee, het Goddelijk beleid is niet transparant. Want: 1. de bezigheden van de Here zijn niet controleerbaar; 2. wat hij doet kan niet door ons worden getoetst.
Toch is er in de kerk wel degelijk iets zichtbaar. Daar zijn met een zekere regelmaat tekens te zien.
Hij heeft ons sacramenten gegeven om de boodschap van het Evangelie te versterken.
In Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus kunnen wij lezen: “Sacramenten zijn heilige zichtbare tekenen en zegels, die God ingesteld heeft om ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie nog beter te doen verstaan en te verzegelen. Deze belofte houdt in dat Hij ons om het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving van zonden en eeuwig leven uit genade schenkt”[3].
De Here geeft ons sacramenten om ons beter te laten begrijpen wat het Evangelie inhoudt.
Transparant wordt die blijde Boodschap nooit.
Maar de tekens zijn te zien, te voelen en te proeven voor ieder die zijn ogen in de kerk open heeft.

Het is, als het over deze dingen gaat, belangrijk om ons te concentreren op die term ‘het enige offer van Christus’. Dat offer is één keer gebracht. En die ene keer was voldoende om ons te redden.
De sacramenten hebben als oogmerk om de kern van dat Evangelie beter tot ons te laten doordringen. Niet meer. En niet minder.
We leven in een tijd waarin we daar strak aan moeten vasthouden. Waarom? Omdat er in de Gereformeerde wereld velen zijn die de welhaast onbedwingbare neiging voelen om toenadering te zoeken tot Rooms-katholieken. Welnu, in de Katechismus van de Katholieke Kerk staat nog altijd vermeld: “Het doopsel, het vormsel en de eucharistie zijn de sacramenten van de christelijke initiatie. Zij vormen de grondslag voor de roeping die alle leerlingen van Christus gemeenschappelijk bezitten, dit wil zeggen een roeping tot heiligheid en de opdracht om de wereld de blijde boodschap te verkondigen. Deze sacramenten verlenen de genadegaven die nodig zijn voor een leven naar de Geest op deze pelgrimstocht naar het vaderland”[4].
Let u op dat begrip ‘initiatie’: dat duidt op de inwijding in een groep of gemeenschap[5]. De doop, het vormsel – het sacrament waardoor men kracht van de Heilige Geest zou ontvangen – en de eucharistie zijn middelen die mensen bij herhaling toegang verlenen tot het mysterie van Christus[6]. Via de sacramenten worden genadegaven verleend.
Het verschil met het Gereformeerde Avondmaalsformulier is groot. Ik citeer: wij moeten “het avondmaal zo gebruiken, als de Here Christus het heeft bedoeld, namelijk tot zijn gedachtenis”[7]. Wij bewonderen en gedenken het unieke offer dat onze Heiland heeft gebracht. Dat is de nederige taak van de kerk.
Ach nee – ik zeg niet dat we, in bepaalde situaties, nooit met Rooms-katholieken kunnen samenwerken. Coöperatie moet niet worden uitgesloten. Maar het is kraakhelder: als het gaat om principes gaapt er een diepe kloof tussen Roomsen en Gereformeerden!

We leven in een chaotische maatschappij waarin transparantie vaak een afgod geworden is. Of een toverwoord. Wat u wilt. Hoe dan ook: er lijkt voortdurend aandacht te zijn voor openheid, verantwoording en interactie met mensen in de omgeving. Daar worden zelfs dure congressen over georganiseerd[8].
In die wereld leert de Geest van de Here ons “dat ons volkomen heil rust in het enige offer van Christus, dat voor ons aan het kruis gebracht is”.

Dat is een wonder.
Een volstrekt niet transparant mirakel.
Maar het is wel rustgevend. Dat wel.

Noten:
[1] Zie: “Rutte en Samsom zwijgen”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 21 september 2012, p. 1.
[2] Zie Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7: “Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden”.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, antwoord 66.
[4] Zie: “Katechismus van de Katholieke Kerk”, deel 2, sectie 2. Te vinden op http://www.rkk.nl/katholicisme/katechismus-van-de-katholieke-kerk/hoofdstuk_FHoofdstukID610.html .
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Inwijding .
[6] Zie over het vormsel http://nl.wikipedia.org/wiki/Vormsel . Zie over de eucharistie http://nl.wikipedia.org/wiki/Eucharistie .
[7] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal (Gereformeerd Kerkboek).
[8] Zie http://www.corner-stone.nl/ , over het Praktijkcongres Succesvol Persbeleid 2012: ‘Alles op Straat’.

25 juli 2012

Psalm 70: twee woorden zijn genoeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Voor de koorleider. Van David. Bij het gedenkoffer.

O God, haast U om mij te redden,
o HERE, mij ter hulpe!
Laten beschaamd en schaamrood worden,
wie mij naar het leven staan;
terugdeinzen en te schande worden,
wie mijn onheil begeren;
laten zich omkeren van schaamte,
wie roepen: Ha, ha!
Laten in U jubelen en zich verheugen
allen die U zoeken;
laten wie uw heil liefhebben,
bestendig zeggen: God is groot!
Ik ben wel ellendig en arm –
o God, haast U tot mij!
Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder;
o HERE, vertoef niet!”.

Vandaag publiceer ik op deze internetpagina een artikel over Psalm 70[1].

Deze psalm is een gebed van David. Een smeekbede om snelle hulp.
Maar Davids lied is ook een belijdenis: vol vertrouwen geeft de dichter zijn leven over aan de Here. Want hij weet: bij Hem kom ik goed terecht.

Psalm 70 is een heel persóónlijke psalm.
David bidt en dankt hier op z’n eentje. Hij vraagt ook echt om hulp voor zichzelf.
Een commentator noteert dat deze Psalm een gebedsinstructie bevat: “Hier is immers een mens aan het woord die weet wat je in nood wel en niet moet doen. Hij weet dat je je niet moet afsluiten in een houding van cynisme en ongeloof, maar juist naar de HERE gaan en bij Hem je nood neerleggen. We hoeven hierbij niet bezorgd te zijn over het gebruik van goede formuleringen. Het belangrijkste is dat we alles voor Hem uitspreken wat in ons is”[2].
Een gelovig mens die in nood is, mag naar de Here gaan. En daar – in Gods indrukwekkende troonzaal – zijn twee woorden dan genoeg: Here, help!

Deze Psalm is – evenals Psalm 38 – nauw verbonden aan het gedenkoffer[3].
Dat offer heeft in Israël twee betekenissen.
1.
Het wordt gebracht omdat de offeraar zichzelf wil bepalen bij de God van het Verbond. De Here God moet, om zo te zeggen, in het geheugen blijven zitten. De Goddelijke daden moeten bekend zijn, en in herinnering worden gehouden.
2.
Het wordt gebracht omdat de Here God dan de offeraar in beeld krijgt; compleet mét zonden en gebreken.
Soms ligt de nadruk op beide betekenissen. Dat is bijvoorbeeld zo in Leviticus 2[4]. En ook in Leviticus 24: de wierook ligt op de toonbroden, en daarmee wordt Gods naam als het ware op dat brood geschreven; die toonbroden zijn echter ook symbool van het feit dat God in alle behoeften voorziet. Gods alziend oog en de menselijke eerbied voor God komen zo samen.
In Numeri 5 ligt de nadruk op die tweede betekenis. Daar is sprake van een gedachtenisgave, een gedenkoffer dus[5]. In Numeri 5 staat de wet op de jaloersheid. De situatie is daar dat een vrouw haar man ontrouw wordt. Vervolgens gaat de man met zijn vrouw naar het altaar. Er staat: “… dan zal die man zijn vrouw tot de priester brengen met een offergave voor haar van een tiende efa gerstemeel, waarover hij geen olie gegoten heeft en waaraan hij geen wierook toegevoegd heeft, omdat het een spijsoffer der jaloersheid is, een herinneringsoffer, dat ongerechtigheid in gedachtenis brengt”[6].

Overigens vind ik Psalm 70 in zekere zin een wat merkwaardige Psalm[7].
Er komen motieven in voor die terug te vinden zijn in de laatste verzen van Psalm 35[8].
Dit lied is ook bijna een letterlijke herhaling van Psalm 40:14-18. Er zijn wel wat verschillen. In Psalm 70 staat: “laten zich omkeren van schaamte…”. De paralleltekst in Psalm 40 heeft: “Laten verstommen van schaamte…”[9]. In Psalm 70 lees ik ook: “o God, haast U tot mij!”; in Psalm 40 klinkt de dichter zekerder van zijn zaak: “de HERE gedenkt mijner”[10]. Maar de overeenkomsten tussen de Psalmen 35, 40 en 70 zijn duidelijk.
Zodoende ligt de vraag voor de hand: wat is nu de precieze meerwaarde van dit lied in het kader van de Psalmenbundel?
Een bevredigend antwoord op die vraag hebben de theologen, dunkt mij, nog niet gevonden.
Hoe dat zij: de Here heeft het nodig gevonden dat Psalm 70 apárt in ons psalmboek staat.
Blijkbaar moet het benadrukt worden: goddelozen mogen nóóit triomferen; het is harde noodzaak dat de Here toont dat hij de Beschermheer van vromen wezen wil!

Wat mij betreft is dit lied van de kerk – met name vanwege het gebruik bij het gedenkoffer – echt een Verbondslied.
Er is tweerichtingsverkeer.
De Here God leidt Zijn kind door de wereld heen; dat is een les voor heel het leven!
Aan de andere kant: de offeraar wijst zijn God aan als zijn almachtige Beschermer en Verzorger.
De schrijver van de psalm wil die blijde berichten aan iedereen doorgeven. Hij wil ze luidkeels in de wereld profeteren en proclameren.

Er is meer.
Psalm 70 hoort bij het gedenkoffer. Het is een door God gegeven lied bij de gedachtenis.
Nu kennen wij dat woord ‘gedachtenis’ ook uit het Nieuwe Testament. Bij de instelling van het Heilig Avondmaal zegt Jezus Christus: “Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis”[11].
Die instellingswoorden worden door de apostel Paulus van een toelichting voorzien. Dat doet hij in 1 Corinthiërs 11. De Godsgezant citeert onze Heiland. En dan schrijft hij er bij: “Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren”[12].
Anno Domini 2012 brengen wij geen gedenkoffers meer. Maar het sterven van Jezus Christus gedenken wij nog wel. Het Heilig Avondmaal vieren we ook nog. Bij die viering wordt het ons steeds ingeprent: de Heiland heeft in Zijn lijden, sterven en opstanding laten zien dat hij de Beschermheer van vrome mensen is. In Christus’ lijden en kruisdood verloste Hij Zijn kinderen van zonde en schuld. Hij geeft de Zijnen eeuwig leven!… Dat is ook ónze toekomst. De Here Jezus Christus komt opnieuw naar de aarde om al Zijn kinderen op te halen. Heel Gods volk krijgt vrije toegang tot de hemel, de woonplaats van de drie-enige God.
Het gedenkoffer uit vroegere tijden bepaalt de kerk van nu dus bij verleden, heden én toekomst.
Aldus bezien komen de laatste regels van de zeventigste Psalm in een groots perspectief te staan:
“Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder;
o HERE, vertoef niet!”[13].
Here, help! – in die twee woorden klinkt vandaag heel wat mee.

Nu kom ik weer terug bij die Godvrezende burger in nood, uit het begin van dit artikel.
Die man of vrouw hoeft in de troonzaal van God maar twee woorden te zeggen: Here, help!
En misschien heeft die wanhopige medemens na het uitspreken van die noodkreet even geen woorden meer.
Welnu, dat hoeft ons niet te deren. Want David leert ons hier: in het gebed zijn die twee woorden soms genoeg.
In de misère van die twee woorden kan het gedenkoffer in beeld komen. En terwijl dat gebeurt komen verleden, heden en toekomst met elkaar in lijn te staan.
En daarom mogen wij – met Paulus in Romeinen 8 – blijven zeggen: “Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt”[14].
Laten wij het maar nooit vergeten: als wij een noodkreet slaken, antwoordt de Here te Zijner tijd met grote dingen!

Noten:
[1] Dat is niet geheel toevallig. In september aanstaande hoop ik in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken – Psalm 70:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek) kort toe te lichten in de rubriek ‘Psalm van de Week’. Dit stuk is het resultaat van enige voorstudie.
[2] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 70.
[3] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.bodedesheils.nl/jaargangen/j131/j131_020_Het_gedenkoffer.htm .
[4] Dat Schriftgedeelte gaat over spijsoffers. Ik citeer Leviticus 2:9: “En de priester zal het gedenkoffer van het spijsoffer opheffen en het op het altaar in rook doen opgaan, als een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HERE”.
[5] Numeri 5:26: “…en de priester zal een handvol ervan als gedachtenisgave afnemen”.
[6] Numeri 5:15.
[7] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v., deel 4, p. 212 en 213. – Inleiding op en Kanttekeningen bij Psalm 40.
[8] Dat is al duidelijk als ik de verzen 26 en 27 uit Psalm 35 citeer: “Laten tezamen beschaamd en schaamrood worden, / wie zich verheugen over mijn rampspoed, / laten met schande en smaad bekleed worden, / wie tegen mij pralen. / Laten jubelen en zich verheugen, / wie mijn rechtvaardiging begeren; / dat zij bestendig zeggen: De HERE is groot, / die welgevallen heeft aan het heil van zijn knecht”.
[9] Achtereenvolgens citeer ik Psalm 70:4 en Psalm 40:16.
[10] Achtereenvolgens citeer ik Psalm 70:6 en Psalm 40:18.
[11] Lucas 22:19.
[12] 1 Corinthiërs 11:26 en 27.
[13] Psalm 70:6.
[14] Romeinen 8:28, 29 en 30.

Blog op WordPress.com.