gereformeerd leven in nederland

31 maart 2020

Gods roepstem davert over de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Corona – de aanduiding van een gevaarlijk virus is inmiddels een voorvoegsel geworden. ‘Coronatijd’ lijkt inmiddels een algemeen aanvaard woord te wezen.
Wat wil de God van het verbond ons via alle gebeurtenissen leren? Tenminste één ding: geduld.

Geduld – daarover leren wij onder meer in Hosea 3[1].
In dat hoofdstuk lezen wij: “De HEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar ​overspel​ pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot ​andere ​goden​ en houden van rozijnenkoeken. Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst kocht ik haar toen voor mij. En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij blijven, u mag geen ​hoererij​ bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen. Want de Israëlieten moeten veel dagen zonder ​koning​ en zonder vorst blijven, zonder ​offer​ en zonder ​gewijde steen, zonder efod en ​afgodsbeelden. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en ​David, hun ​koning. Zij zullen zich in diep ​ontzag​ tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd”[2].

Hosea krijgt van de Here opdracht aan zijn vrouw laten zien dat hij van haar houdt. Zijn vrouw houdt van avontuurtjes. Zij slaapt nogal eens met andere mannen. Om haar weer terug te krijgen betaalt Hosea haar vijftien zilverstukken en een paar zakken gerst. ‘Nu moet je bij mij blijven’, zegt de profeet. ‘Je mag niet meer naar andere mannen toe. Maar ik zal zelf ook niet naast jou slapen. Die contactloosheid zal een hele poos duren’.
De Basisbijbel vat de boodschap van de Verbondsgod als volgt samen: “Net zó zullen de Israëlieten heel lang zonder koning, zonder heerser, zonder offers, zonder heiligdom, zonder borsttas met beslissingsstenen   en zonder uitlegger van de wet zijn. Daarna zullen de Israëlieten weer bij Mij terugkomen. Ze zullen weer naar Mij verlangen, en naar een koning uit de familie van David. Aan het eind van de tijd zullen ze vol ontzag bij Mij terugkomen, want Ik ben goed voor hen”[3].

Geduld – dat komt in Hosea 3 vooral van God. Voor wie de Bijbel een beetje kent is de beeldspraak wel duidelijk.
Gods volk loopt voortdurend bij Hem weg. Andere goden zijn veel interessanter. Die zijn nieuw. Bij de dienst aan afgoden horen mooie rituelen. Van die afgodsdienst kun je veel zeggen, maar het ziet er in elk geval fraai en menselijk-doordacht uit…
Het gaat lang duren voordat de Israëlieten tot bezinning komen. De eerste tijd redden ze zich prima. Zij vormen zelfsturende teams. Iedere vorm van gezag wordt zo snel mogelijk weggeregeld. Maar er komt een moment dat Israël toch gaat terugverlangen naar oude tijden. ‘Vroeger was alles beter’ – u weet wel hoe dat gaat. Uiteindelijk komt het volk toch weer terug bij haar Maker en Eigenaar. Oftewel: de vrouw komt terug bij haar Man. Bij Hem is het goed toeven.
De trouwe God van hemel en aarde moet wel heel veel geduld hebben met Zijn volk! Er blijkt altijd wel een reden om Hem te negeren. Er is altijd wel iets waardoor men Hem, al was het maar voor even, behoedzaam doch beslist aan de kant kan schuiven…

Als het gaat om het motief van Man en vrouw is de profetie van Hosea trouwens niet uniek. Ook de profeet Jesaja gebruikt het. Leest u maar mee in Jesaja 54: “Want als een verlaten vrouw, een bedroefde van geest, roept de HEERE u, de vrouw van de jeugd, die afgewezen was, zegt uw God. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar in grote ​barmhartigheid​ zal Ik u bijeenbrengen. In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u Mijn aangezicht een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser”[4].

God is geduldig.
Maar voor Israël is ook waar: wie bij God weggelopen is, zal zelf de gevolgen dragen.
Dat is van belang, zeker in coronatijd.
Is COVID-19, het virus dat over de wereld gaat, een oordeel van God?
Is COVID-19 een beproeving voor de wereld?
Is COVID-19 een test voor de kerk?
Niemand kan precies duiden waarom dit coronavirus over de wereld gaat.
Een commentator van het Reformatorisch Dagblad schreef: Gods oordeel is er eigenlijk altijd. Hij formuleerde het zo: het coronavirus “bepaalt ons erbij dat wij broze mensen zijn, die gezondheid, ziekte en leven niet in eigen hand hebben. En het laat zien dat naarmate de tijd voortschrijdt de tekenen van de tijd ernstiger en intenser worden.
In dat licht kan worden gezegd dat deze ziekte een oordeel is. Maar tegelijk is de nodige voorzichtigheid vereist. Te gemakkelijk wordt gedacht dat het oordeel zich nu bij uitstek manifesteert.
De dichter van Psalm 105 spreekt daar echter anders over. Hij zegt: ‘Gods oordelen zijn over de gehele aarde’. Dat is niet alleen bij bijzondere gebeurtenissen; het is een permanente situatie. Stel dat over drie maanden de corona-uitbraak voorbij is dan zijn de oordelen niet voorbij. Die gedachte kan weggedrukt worden.
Het is, zeker in deze tijd van zorg en spanning, ook nodig te lezen wat de dichter van Psalm 105 direct zegt na de constatering dat de oordelen er altijd zijn. ‘Hij -dat is de Heere- gedenkt Zijn verbond tot in der eeuwigheid’. Daar is ook het houvast te vinden voor de gelovige. Zo kan een mens in de grootste smarten in de Heere gerust blijven. Dat vertrouwen is van levensbelang bij een uitbraak van een gevaarlijke ziekte zoals corona”[5].

Hoe men het ook draaien of keren wil:
* de God van het verbond roept de wereld op om naar Hem te luisteren
* de God van het verbond roept de wereld op om te vragen om vergeving te vragen
* de God van het verbond roept de wereld op om ons voor te bereiden op een gelukkig en gezond leven in de hemel; daar zal Hij alles in allen zijn.
Het is de taak van de kerk om die oproep door te geven!

Intussen is de wereld zich aan het bezinnen. Hoe gaan we creatief om met de situatie die nu ontstaan is? Wat moeten we doen als er in de toekomst meer agressieve virussen over de wereld gaan? Het is heel goed om te proberen goede antwoorden op die vragen te vinden.
Maar de allerbelangrijkste vraag moeten wij formuleren in een gebed tot God: geef dat uw Heilige Geest in onze levens Zijn werk kan doen. Om het met 2 Corinthiërs 13 te zeggen: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest zij met u allen. ​Amen”[6].

Het belangrijkste en meest wijze besluit dat de wereld kan nemen, is: massaal terugkeren naar God.
Zoals in Hosea 6: “Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven. Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen, die het land natmaakt”[7].

De hemelse God komt naar ons toe. Ook vandaag. Sterker nog: Zijn roepstem davert over de wereld!
Laten wij geduldig en geconcentreerd naar Hem luisteren!

Noten:
[1] Over Hosea 3 publiceerde ik op deze plaats het artikel ‘Hosea 3: de noodzaak van lege handen’, hier geplaatst op woensdag 26 september 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/09/26/hosea-3/ .
[2] Hosea 3:1-5.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/hosea/3 ; geraadpleegd op woensdag 25 maart 2020.
[4] Jesaja 54:6, 7 en 8.
[5] “Houvast”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 29 februari 2020, p. 3.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Hosea 6:1, 2 en 3.

8 augustus 2018

De boodschap van de brand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

‘Wereldwijd brand en verzengende hitte’.
Aldus kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 25 juli 2018.
En daaronder staat: “Droogte, wind en hitterecords leiden tot apocalyptische taferelen in Griekenland, Zweden, Californië, Algerije en Japan”[1].
Dat zijn alarmerende woorden in de krant!
Apocalyptische taferelen nog wel!

Het is belangrijk om bij dergelijke berichten Gods Woord te openen.
En dan moeten we concluderen: geduld is een schone zaak; dat geldt zeker als we nadenken over het Goddelijk beleid.

Als er in de kerkgeschiedenis iemand veel geduld heeft moeten oefenen, dan was het Abraham wel. Pas toen zijn Sara en hij hoogbejaard waren, kwam er een zoon. Die zoon was door God beloofd – inderdaad. Maar het echtpaar heeft lang op Isaäk moeten wachten!
Maar wat meer is: God heeft Zich aan Zijn eed gehouden!

Over die eed noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën in hoofdstuk 6: “Mensen ​zweren​ immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[2].

De kerk heeft te maken met haar betrouwbare God!

In die tekst hierboven gaat het over twee onveranderlijke dingen. Welke twee zijn dat dan?
a.
De belofte – die geeft al garanties. Denkt u maar aan Numeri 23, waar de profeet Bileam namens de Here tegen koning Balak zegt: “God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens ​berouw​ over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?”[3].
b.
De eed – die geeft nog meer garanties. Denkt u hierbij maar aan de eed van Psalm 110:
“De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen ​berouw​ van hebben:
U bent ​Priester​ voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizedek”[4].
Over Psalm 110 schrijft een uitlegger onder meer: “In de psalm komt naar voren dat de HERE een speciale relatie heeft met de vorst in Sion. Hij schenkt aan de koning een erepositie en gebruikt hem om Gods volk te beschermen en de vijanden ten onder te brengen. De koning ontvangt ook priesterlijke voorrechten op een wijze die Melchizédek had. Israël heeft steeds het diepe besef gehad dat de HERE de God van de gehele aarde is en dat Hij het waard is overal gediend te worden. Uiteindelijk zal met alle tegenstand afgerekend worden. Hoe gewelddadig dit ook op ons overkomt, het gaat uiteindelijk om Gods recht op aarde”[5].
Met andere woorden:
Gods volk geniet speciale bescherming. Het volk, en de koning die dat volk regeert, moeten gezamenlijk beseffen dat de hemelse Koning Heerser van de hele aarde is. De aarde is Zijn schepping! Zijn eigendom!
We spreken wel eens over mensenrechten. Maar hier gaat het over het recht dat God op de aarde mag laten gelden. Hij heeft de almacht om Zijn plannen door te zetten.

Hij heeft alle mogelijkheden om Zijn kinderen naar de hemelse heerlijkheid te brengen.
De krachten van de hemel zijn geweldig!
Onvoorstelbaar!
En ja – wij mogen het gerust tegen elkaar zeggen: we zijn onderweg naar de stad. De stad waarvan God de Bouwer en de Ontwerper is. In de verte zien we de skyline van de stad al[6].
Wij mogen ons realiseren dat de Heilige Geest in ons leven de leiding heeft. Hij geeft de energie om de eindstreep te halen![7]

Als u het mij vraagt zijn die wereldwijde brand en die verzengende hitte samen een attentiesein voor kerk en wereld.
Jazeker – het is ook een signaal voor de kerk in Nederland. Wij moeten ons realiseren dat onze Heiland in aantocht is. Nee, wij kunnen niet precies zeggen op welke datum Hij arriveren zal.
Maar al Zijn kinderen, ook die in Nederland, weten: Hij komt eraan.
Zij weten: wij moeten met Zijn komst rekening houden.
Zij weten: wij moeten Hem verwachten.
Zij weten: wij moeten niet in paniek raken, maar geduldig en gelovig blijven. En dan geldt: ora et labora – bid en werk.

Dat zo zijnde is het natuurlijk logisch dat kinderen van God in één land zich gaan verzamelen. Zij zullen zich moeten verenigen.
En dan vraag je je, met betrekking tot de Nederlandse situatie, af:
* waarom is de kerkelijke verdeeldheid zo groot?
* waarom komen – bijvoorbeeld – de Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) niet bij elkaar?
We kunnen zeggen: dat ligt aan de harde harten van mensen. En dat is waar.
Maar de kernvraag is: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?
Natuurlijk kunnen we een lang verhaal houden over oorzaken en gevolg, over ergernissen en frustraties. Dat verhaal laat ik achterwege. Ik herhaal slechts die kernvraag: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?

Nog één ding.
In het boek ‘Ankerplaatsen van het geloof’ worden negen ankerplaatsen van het geloof genoemd[8][9]. Waar vinden gelovige mensen houvast? Antwoord: dat vinden ze in de Bijbel, in de kerk,  tijdens de preek, in de traditie, de schepping, de ervaring of de menselijke rede.
In dat boek wordt een aantrekkelijk en boeiend beeld geschetst: “In het geloof voel ik me net als een vlieg aan het plafond. Op z’n kop, geen grond onder hem, maar van boven wordt hij vastgehouden”.
Dat is mooi gezegd.
Alleen maar: dat beeld klopt niet. Want geloof is namelijk geen synoniem voor passiviteit. Geloof leert ons om, werkende weg, te wachten op Gods tijd.
In al onze drukte kunnen wij dan toch zingen:
“De HERE is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o levensbron, wil bijstand zenden”[10].
Zo slagen we erin om geduldig te blijven.
Zo kunnen we Jezus Christus, onze Heiland, volgen; op weg naar de laatste dag van dit aardse bestaan.

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, woensdag 25 juli 2018, p. 1.
[2] Hebreeën 6:16, 17 en 18.
[3] Numeri 23:19.
[4] Psalm 110:4.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 110 (‘Boodschap’).
[6] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘De smaak te pakken’, hier gepubliceerd op maandag 6 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/06/de-smaak-te-pakken/ .
[7] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘Met ongekende pracht’, hier gepubliceerd op dinsdag 7 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/07/met-ongekende-kracht/ .
[8] In deze alinea gebruik ik http://www.hvanveen.nl/2015/07/hebreeen-6-19-20a-ver-anker-d-in-god/ ; geraadpleegd op woensdag 25 juli 2018.
[9] De gegevens van dat boek zijn: Willem Maarten Dekker, Bert Karel Foppen, Bert de Leede, Koos van Noppen (redactie), “Ankerplaatsen: waar geloven houvast vindt”. – VBK Media (Boekencentrum B.V.), 2015. – 144 p.
[10] Psalm 138:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 augustus 2018

In voor- en tegenspoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[1]. Dat vraagt Job aan zijn vrouw in hoofdstuk 2 van het gelijknamige Bijbelboek. Zij had tegen hem gezegd: “Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf”[2].

De echtgenote van Job spreekt woorden waarachter een ook nu nog bekende vraag ligt: waarom laat God de ellende toe terwijl Hij ook macht heeft om ons welstand en welvaart te geven?
Welnu, Job zegt impliciet: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.
Dat is iets om ook anno Domini 2018 vast te houden.
Daarom noteer ik het nog eens: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.

Laten wij eerst even naar de historie van Job kijken.

De naam Job betekent: de vijandig behandelde[3].
In het Bijbelboek Job vinden we eerst het droevige verhaal van al het onheil dat Job treft.
Daarna volgen lange gesprekken met drie vrienden: Elifaz, Bildad en Zofar.
Die vrienden zeggen tegen Job: je hebt vast en zeker een grote zonde gedaan; anders overkomt dit jou niet. Die vrienden blijven dat standpunt met verve verdedigen.
Dat laat Job echter niet gebeuren! En in zijn verdediging gaat hij heel ver. Hij roept God ter verantwoording: waarom is dit eigenlijk allemaal geschied?
Er is nog een vierde vriend, Elihu. Elihu is een wijze man. Hij wijst erop dat wij allen tot op het bot zondig zijn. Eigenlijk hebben wij allemaal de grootste ellende verdiend. Ieder mens heeft de Verlosser nodig!

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Debiteren die eerste drie vrienden – Elifaz, Bildad en Zofar – alleen maar onzin? Welnee. Zij zeggen allerlei dingen die, op zichzelf genomen, waar zijn.
Vandaar dat Paulus in 1 Corinthiërs 3 rustig refereert aan Job 5. Paulus schrijft: “Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid”[4]. Paulus woorden voeren ons, zoals gezegd, terug naar op Job 5:
“Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid,
zodat de raad van hen die slinks zijn, mislukt”[5].
Maar die drie vrienden knopen de waarheden op een zodanige manier aan elkaar dat er nu een nieuwe boodschap ontstaat. Die boodschap werd hierboven al verwoord: als je in grote problemen komt, is dat jouw eigen schuld; dan heb je een grote zonde begaan!
En dat, geachte lezers, is beslist niet waar.
In Johannes 9 speelt in de geschiedenis van de blindgeborene hetzelfde probleem. En daar zegt Jezus: “Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden”[6].
Wij moeten letten op Gods werk.
Daarom luisteren wij naar Gods Woord in de kerk.
Want dan staan wij sterk!
Job berispt dus zijn vrouw: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”.
In hoofdstuk 1 was Job alles kwijtgeraakt. Toen zei hij al: “Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen en naakt zal ik daarheen terugkeren. De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”[7].

Is die belijdenis nu eigenlijk niet onmenselijk? Bovenmenselijk, zo u wilt? Een beetje zweverig zelfs?
Want je kunt als mens toch niet aan zoveel leed voorbij kijken?
Zeg nu zelf: ook in onze tijd zijn er massa’s mensen die vanuit het verleden allerlei moeilijke dingen met zich meedragen. Al dat leed ligt in een hoekje van het hart. En je hebt er weinig last van. Maar soms komt het zomaar in je gedachten langs. Vijf seconden maar. Maar die gedachte is er onmiskenbaar. Soms komen de herinneringen – bijvoorbeeld – terug in de keuken, als je even een kopje thee voor jezelf zet.
Nee, wij hoeven niet aan allerlei misère voorbij te kijken.
Waarom is er eigenlijk zoveel ellende op de wereld?
Iemand schrijft: “Om een direct antwoord te geven op deze vraag, moeten we – vanuit het oogpunt van Gods genade gezien – eigenlijk zeggen: Omdat Hij genadig is en nog zoveel mogelijk mensen een kans wil geven de toevlucht tot Hem te nemen! Mensen die ontdekken dat ze het in eigen kracht niet kunnen en alles van Hem willen verwachten. Mensen, die eenvoudig op Hem hun vertrouwen stellen”[8].
Wij moeten ons erin trainen om, ook in periodes van tegenspoed, alles van God te verwachten. En laten we wel wezen: wie daarmee begint in goede tijden, heeft het in tijden van kommer en kwel veel minder moeilijk!

Jacobus kijkt in zijn brief ook met een schuin oog naar Job. Hij noteert: “Mijn broeders, neem tot een voorbeeld van het lijden en van het geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben. Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van ​Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en ​barmhartig”[9].

Soms is het erg moeilijk om dat geduld op te brengen.
Denkt u alleen maar aan de natuurramp in Japan in de afgelopen maand juli. Hevige regenval, aardverschuivingen, overstromingen… – wat een verschrikking, wat een nood[10]! Ach, het is maar één van de vele, vele rampen die zich op deze wereld voltrekken. En er zijn momenten waarin de vragen zich opstapelen: waarom? waartoe? wat moeten wij doen?
Laten wij bij alle vragen teruggaan naar de Here. Want Hij beproeft Zijn volk. Hij neemt Zijn kinderen een test af: blijven Mijn kinderen ook nu op Mij vertrouwen?

Laten wij het maar blijven belijden: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed!

Noten:
[1] Job 2:10.
[2] Job 2:9.
[3] In het onderstaande gebruik ik http://christipedia.nl/Artikelen/J/Job_(bijbelboek) en https://holyhome.nl/dhs-018.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[4] 1 Corinthiërs 3:19.
[5] Job 5:13.
[6] Johannes 9:3.
[7] Job 1:21.
[8] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/730/waarom-laat-god-zoveel-ellende-toe ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[9] Jacobus 5:10 en 11.
[10] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2240938-dodental-natuurramp-japan-loopt-op-naar-176-tientallen-nog-vermist.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.

24 oktober 2017

Het geduld van Zondag 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kennis van Gods voorzienigheid is ons gegeven om in tegenspoed geduldig te zijn. Zo staat dat in Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent vast de formulering wel: “Waarom is het voor ons belangrijk te weten dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid in stand houdt?
Antwoord: Om in alle tegenspoed geduldig (…) te zijn”[1].
Om met Romeinen 5 te spreken: “…wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt”[2].
Verdrukking en tegenwerking? Daar krijg je doorzettingsvermogen van!

Die conclusie kunnen we best eens tot ons door laten dringen.
We klagen nogal eens over het gedrag van onze broeders en zusters.
En over kerkenraadsbesluiten. Die zijn, zegt men, vaak kortzichtig. De besluiten zijn niet zelden verkeerd. U kent die verhalen wel.
En over de verdeeldheid in kerkelijk Nederland.
En over het feit dat christenen in de besluitvorming van onze regeerders vaak aan de kant worden gezet, of domweg worden genegeerd.

In het bovenstaande zit voor veel mensen een reden om de kerk te verlaten.
Men beweert dingen als de volgende.
‘Ik heb geen aansluiting meer bij de mensen in de kerk’.
‘De kerkenraad beoordeelt mijn situatie helemaal verkeerd’.
‘In de kerk begrijpt niemand mij’.
‘De kerkelijke verdeeldheid is te wijten aan onwil en stommiteiten van kleinzielige mensen’.
‘Als wij in de wereld niet worden begrepen, moeten wij meer concessies doen; wij mogen de aansluiting niet missen’.
Onbegrip en aansluitingsproblemen: die vormen voor veel mensen redenen om te vertrekken uit de kerk.

Eigenlijk zijn wij, kerkmensen van 2017, reuze verwende types. Als het ons niet zint, zijn we weg. Als er in de kerk dingen gebeuren die ons onwelgevallig zijn, zitten we onmiddellijk in de gordijnen.
Wij zeggen: ‘hier voel ik mij niet thuis’. Of: ‘waarom doet God hier niets aan?’
Terwijl de vraag moet zijn: wat vraagt God van mij, in de omstandigheden van vandaag?
Of ook: wat zegt het Woord van God over onze taak, vandaag?

Als het om die taak gaat, keer ik graag nog even terug naar Romeinen 5.
De hemelse God schenkt ons vrede.
Gods genade vormt het fundament van ons leven.
Wij zijn, als het goed is, vol van Gods heerlijkheid. De hoop op die nu nog onvoorstelbare glorie geeft ons de kracht om gelovig met God te wandelen.
Komt die kracht uit onszelf? Welnee. De Heilige Geest gaat altijd met ons mee, omdat Hij in ons hart woont.
Steeds weer mogen wij het belijden: wij kunnen verder in het leven, omdat onze zonden zijn vergeven; Christus, onze Heiland, heeft voor ons geleden!

In Romeinen 5 staat het zo: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is. Want toen wij nog krachteloos waren, is ​Christus​ op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven”[3].

Het geduld van Zondag 10 staat bol van perspectief. En van toekomstgerichtheid.
Het geduld van de kerk is daarom iets heel anders dan het geduld van de wereld.
In de wereld heeft geduld iets van doffe berusting. Iets van pessimistische gelatenheid. Iets van passief schokschouderen.
Maar in de kerk weten we: het leven wordt machtig, en de hemel is zonder twijfel prachtig!
Daar weten we: met ons gaat het altijd de goeie kant op!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, vraag en antwoord 28.
[2] Romeinen 5:3.
[3] Romeinen 5:1-6.

18 maart 2016

Gewone vergadering

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Vandaag publiceer ik een artikel naar aanleiding van een gewone Gereformeerde vergadering: een bijeenkomst van gewone Gereformeerde mensen.
De reden voor het publiceren van dat stuk is eenvoudig: ik ben blij dat gewone vergaderingen van Gereformeerden nog bestaan.

Zaterdag 12 maart 2016: de Algemene Vergadering van de Bijbelstudiebond van De Gereformeerde Kerken in Nederland vindt plaats in het Overijsselse Hasselt.
In een zaal van cultureel centrum Het Teeuwland zitten enkele tientallen mensen bijeen. Het zijn afgevaardigden van Bijbelstudieverenigingen. Mijn vrouw is afgevaardigd namens een vrouwenvereniging. En u raadt het al: ik zit er namens een mannenvereniging.

Het is een vergadering waar niet heel veel gebeurt. Zo’n vergadering die pro forma is; een bijeenkomst naar de regels van de Bond.

De vergadering begint even na elven.
Er wordt gesproken over de band met de jeugd van 16+. Er zijn ook jeugdverenigingen van de Bond lid geworden.
Over de voorraad schetsen.
Over een nieuwe schets die in de maak is, over het Bijbelboek Esther.
Er wordt een nieuw bestuurslid gekozen; het is iemand die feeling heeft met jeugd.
Er wordt gepraat over de Bondsdag op 21 mei aanstaande. Daar zal een predikant spreken over een thema dat verband houdt met de bekende Bijbelwoorden: “Weest heilig, want ik ben heilig”. De dominee kan dus spreken over Leviticus 11[1]. Of over 1 Petrus 1[2]. Er zijn eigenlijk Bijbelteksten genoeg die de voorganger er bij kan halen.
Er wordt gesproken over de kosten van de Bondsdag. En over een paar andere dingen.
Na een dik uur is de vergadering afgelopen.
Er wordt nog gezamenlijk geluncht. Er is mosterdsoep, en groente-tomatensoep.
Even voor half twee gaan we weer naar huis.
De gewone Gereformeerde vergadering is voorbij.

Nee, het is allemaal niet erg opwindend. Het is allesbehalve schokkend. Rustgevend bijna.
Misschien zou men een aantal dingen wel per e-mail af kunnen doen. Of per brief.
En misschien zegt iemand wel: is het nu echt nodig om het zo te doen?

Wellicht zouden sommige dingen ietwat efficiënter kunnen worden afgedaan.
Dat kan best zo wezen.
Maar er is meer. Denk ik.

Want waar waar het in de Bijbelstudiebond eigenlijk om?
De kwestie is dat ouderen aan elkaar leren om de Bijbel te bestuderen. Zij stimuleren elkaar. Ze sporen de jeugd aan: doe met ons mee!
Mannen, vrouwen en jongeren geven kennis en wijsheid aan elkaar door.
Gewoon tijdens een verenigingsavond.

Er zijn van die avonden waar je, naar je eigen idee, niet zoveel van meeneemt.
Van die avonden waar u, voor uw gevoel, misschien meer uitdeelt dan u binnenkrijgt.
Van die avonden waar je je een beetje ergert aan het gewauwel over zaken die niet veel met de Bijbel te maken hebben.
Maar er zijn ook van die avonden waar statements gemaakt worden.
Ik herinner me nog dat woord ‘curieuselijk’. Dat kwam langs in een bespreking over Johannes 8. Er werd gewezen op de Nederlandse Geloofsbelijdenis: wij moeten niet “curieuselijk onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan; maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen Gods”[3].

De verenigingsavonden zijn, als u het mij vraagt, vaak toch waardevol.
Misschien niet omdat ik er zelf altijd zoveel uit leer.
Maar wellicht wel omdat andere verenigingsleden iets aan mijn inbreng hebben. Dat hoor je natuurlijk niet altijd. Maar dat kan toch best zo zijn. Niet dat ik dat altijd moet weten. Ik ga er eenvoudigweg van uit dat de Heilige Geest mijn spreken gebruikt; Hij is er machtig genoeg voor.

Al die gewone verenigingsavonden worden op zaterdag 12 maart jongstleden ter vergadering ingekaderd.

De voorzitter van de Bijbelstudiebond leest 1 Johannes 2: “Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is”[4].
Het is een tijd waarin grote beslissingen vallen. We leven in een beslissende fase van de wereldhistorie[5].
Dat merk je niet in zo’n vergadering van gewone Gereformeerden. Maar dat is wel zo. Gereformeerden realiseren zich dat vaak pas als zij dat in Gods Woord lezen.

Hierboven staat het reeds vermeld: op die twaalfde maart gaan wij rond 13.30 uur weer op huis aan. Buiten schijnt de zon, die – om het met Mattheüs 5 te zeggen – opgaat over bozen en goeden[6].
Het is wat koud, maar het is duidelijk: de lente genaakt; er komt een nieuwe tijd aan.

Tijdens zo’n gewone vergadering van Gereformeerden gebeurt er niet zoveel.
Maar het werk gaat door. Dat merk je aan alles.
Ach, men zou zo graag meer willen doen. Meer schetsen schrijven. Men zou meer mensen willen bereiken.
Maar de kracht is klein. Het aantal schrijvers is gering. En dus gaan veel dingen langzaam. Langzaam doch gestadig.
En ik? Ik ben blij dat zulke vergaderingen nog kunnen worden gehouden.

Dat, geachte lezer, wil ik vandaag graag even noteren. Bij deze.
In de kantlijn zet ik bij die notitie woorden uit Jacobus 5: “Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken”[7].
Geduld is een schone zaak.
En christelijk geduld kent de rust van de naderende triomf.

Laat ik die houding tenslotte met woorden uit 1 Johannes 5 toelichten: “Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof”[8].

Noten:
[1] Leviticus 11:43, 44 en 45: “Maakt uzelf niet verfoeilijk door enig wemelend gedierte en verontreinigt u daardoor niet, zodat gij daardoor onrein wordt. Want Ik ben de Here, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt. Want Ik ben de Here, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig”.
[2] 1 Petrus 1:14,15 en 16: “Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[4] 1 Johannes 2:18.
[5] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij 1 Johannes 2:18.
[6] Mattheüs 5:43, 44 en 45: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”.
[7] Jacobus 5:7-10.
[8] 1 Johannes 5:3 en 4.

30 december 2015

De Geneesheer glorieert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Het Bijbelhoofdstuk over de genezing van de blindgeborene – Johannes 9 – confronteert ons met een vraag die altijd actueel is[1]. Namelijk deze: hebben wij zwaar gezondigd als we in ons leven veel tegenspoed hebben[2]?
Nee, zegt Jezus. Er is geen direct verband tussen een zware zonde en handicaps.
Zeker, de mensen zijn zondaars.
Zie Romeinen 5: “Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben”[3].
Lees Efeziërs 2 ook maar: “…trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns”[4].
Maar er is geen rechtstreeks verband tussen een zonde en een ziekte.

Maar wat is dan wel de oorzaak van ziekte en zwakte?
Op die vraag komt in dit Bijbelhoofdstuk geen antwoord.

In Johannes 9 leren we wel iets over Gods handelwijze: “de werken Gods moesten in hem openbaar worden”[5].
Iets dergelijks schrijft Johannes niet voor het eerst. Kijkt u maar in Johannes 2: “Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem”[6]. Dat gebeurt in Kana, en overal waar Jezus Christus komt. Wij zien het motief van die heerlijkheid ook terug in Bethanië, waar Jezus’ vriend Lazarus overlijdt. Zie Johannes 11: “Deze ziekte is niet ten dode, maar ter ere Gods, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt worde”[7].
Dat is de taak van kinderen van Gods kinderen: het laten gloriëren van God en Zijn Naam.

In dit verband geldt de stelregel: we moeten werken zolang het dag is. Het wordt namelijk nacht. Niet alleen voor Jezus zelf, maar ook voor Zijn discipelen. En dus ook voor de kerk. Dat moet ons niet verrassen. Jeremia spreekt er in hoofdstuk 13 al over: “Hoort en leent het oor, verheft u niet, want de Here spreekt. Bewijst de Here uw God, eer, voordat Hij het donker doet worden, voordat uw voeten zich stoten aan de bergen in de schemering, en gij op licht hoopt, maar Hij dat tot diepe duisternis maakt, in donkerheid verandert”[8].

Johannes noteert: “Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen”.
Opnieuw zien we dat Jezus Zijn eigen handelwijze volgt. Een exegeet legt uit: “Nu was het volgens de rabbijnse overlevering op de sabbat alleen maar toegestaan om vloeibare zalf te gebruiken om iemand te genezen. Alles wat daarboven uitging – het zalven met niet-vloeibare zalf en dus ook het mengsel van speeksel en klei – gold als ‘werk’ en was op de sabbat dus verboden (…). De rabbijnen beschouwden dergelijke uiterst gedetailleerde wetten als een ‘omheining van de Thora’, om zeker te stellen dat de hoofdzaken van de Wet in ieder geval niet overtreden zouden worden”[9].
Die eigen werkwijze hoeft Jezus helemaal niet toe te passen. Immers – pas als de blinde man zich in het badwater van Siloam heeft gewassen, kan hij weer zien. De ‘inleidende’ sessie met speeksel en modder is blijkbaar nodig om te tonen dat de Heiland de regie volledig in handen heeft.

De ouders beweren dat zij niet weten Wie hun zoon het zicht gegeven heeft. Er was namelijk al bepaald dat, wanneer iemand hardop zou zeggen dat Jezus de Christus, hij uit de synagoge zou worden gebannen[10].
Die vrees zien we in dit Bijbelboek voortdurend terugkomen.
Bijvoorbeeld in Johannes 7: “En er was veel gemompel over Hem onder de scharen; sommigen zeiden: Hij is goed, anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt het volk. Toch sprak niemand vrijuit over Hem, uit vrees voor de Joden”[11].
En in Johannes 12: “En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God”[12].
En in Johannes 19: “En daarna vroeg Jozef van Arimathea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe”[13].
En in Johannes 20: “Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u”[14].
Als we die Schriftgedeelten overzien, begrijpen we wel: hier wordt de antithese getekend. Hier wordt strijd geleverd tussen God en satan. Dat gevecht wordt in de wereldgeschiedenis steeds weer gevoerd.
Uiteindelijk worden gelovige mensen al of niet zachtkens uit de kerk verwijderd. Net als in Johannes 16: “Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen”[15].

Maar al te vaak gaat dat gepaard met kerkpolitiek en bedrog.
In Johannes 9 is dat niet anders. De blindgeborene wordt notabene uitgenodigd om zich bij de Farizeeën aan te sluiten, en – in navolging van de kerkleiders – te verklaren dat Jezus een zondaar is[16].
De blindgeborene concludeert uiteindelijk: Jezus heeft een uitzonderlijk wonder gedaan, en dus doet Jezus blijkbaar Gods wil.
De Schriftgeleerden zijn consequent. Ze sluiten de blind geboren man buiten de synagogale gemeenschap.

En dan?
Dan komt Jezus naar die man toe. Geheel in de stijl van Johannes 6: “Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”[17].

Uiteindelijk klinkt de geloofsbelijdenis van de blindgeborene: “Ik geloof, Here”[18].
In Johannes 9 kunnen we tamelijk precies zien hoe Christus het geloof bij de blindgeborene bewerkt:
* vers 11: “de mens, die Jezus genoemd wordt”
* 17: “Hij is een profeet”
* 25: “Of Hij een zondaar is, weet ik niet”
* 33: “Hij moet wel van God gekomen zijn”
* 36: “wie is Hij (de Zoon des mensen)?”
* 38: “Ik geloof, Here”.
Nee, wij kunnen in onze levens niet altijd zo’n duidelijke opbouw zien. Maar het mag duidelijk zijn: Christus is druk aan het werk!

Johannes 9 stemt, als u het mij vraagt, tot nadenken. Bijvoorbeeld als het gaat om:
a. de manieren waarop wij Gods eer bevorderen
b. ons besef dat het nog dag is
c. ons geduld, want wij moeten accepteren dat God Zijn plan uitvoert en dat wij op Hem moeten wachten
d. de vrees voor de kerkleiders; laten wij niet achter dominees aanlopen!
e. de kloof tussen kerk en wereld, de antithese dus
f. kerkpolitiek; de kerk heeft aan Schrift en belijdenis genoeg; meer is daar niet nodig
g. de wijze waarop de Here in mensenharten werkt.

Laten wij de grote Geneesheer van deze wereld maar bewonderend aanbidden!

Noten:
[1] Vandaag over drie weken, op woensdag 20 januari, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 9:1-10:21 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
Een bewerking van dit artikel is ook een deel van een inleiding over het genoemde Schriftgedeelte; die hoop ik tijdens bovengenoemde bijeenkomst voor te lezen.
[2] In dit artikel maak ik dankbaar gebruik van het commentaar bij Johannes 9 in de internetversie van de Studiebijbel.
[3] Romeinen 5:12.
[4] Efeziërs 2:3.
[5] Johannes 9:3.
[6] Johannes 2:11.
[7] Johannes 11:4.
[8] Jeremia 13:15 en 16.
[9] Zie de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 9:14.
[10] Johannes 9:22.
[11] Johannes 7:12 en 13.
[12] Johannes 12:42 en 43.
[13] Johannes 19:38.
[14] Johannes 20:19.
[15] Johannes 16:2.
[16] Johannes 9:24: “Geef Gode de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is”.
[17] Johannes 6:37.
[18] Johannes 9:38.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.