gereformeerd leven in nederland

2 oktober 2018

Te dol of tevreden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gelovige kerkmensen zeggen het wel eens tegen elkaar: wat leven wij toch in een dwaze wereld![1] Soms klinkt het bijna als een verzuchting. Zo van: men kan er weinig aan doen, het godsdienstig gepeupel moet zich in deze welhaast waanzinnige wereld maar zien te redden.

Op de keper beschouwd blijkt er echter weinig nieuws onder de zon.
Reeds in Spreuken 20 worden aardig wat dwaasheden op een rij gezet.
Ik noem: alcoholisme, tegen de bevelen van de regering ingaan, olie op het vuur gooien tijdens ruzies, luiheid, gebrek aan inzicht, onbetrouwbaarheid, oneerlijkheid in de handel, het verkondigen van leugens en roddels en het vervloeken van je ouders[2].

Anno 2018 leven wij in een wereld vol dwaasheid. De opsomming die hierboven staat zal, naar ik aanneem, bij veel lezers nogal wat herkenning oproepen.
En laten we wél wezen: voordat we ’t weten draaien we zelf in die mallemolen mee. Al was het alleen maar omdat we als kerkmensen niet al te zeer apart willen staan.

Welke lessen leert Spreuken 20 ons?
Laat ik er drie noemen:
a. besef waar u vandaan komt
b. wees realistisch als het gaat om uw afhankelijkheid
c. realiseer u dus bij Wie u het zoeken moet.

Uit Spreuken 20 citeer ik nu de verzen 20-24:
“Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens ​lamp​ zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
Als een ​erfenis​ in het begin al te snel wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen ​zegen​ op rusten.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke ​weegschaal​ is niet goed.
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?”.

Concreet betekent dat onder meer:
* eer uw vader en uw moeder
* eigen graaikapitalisme brengt u niet verder
* de Here helpt u om recht te verkrijgen.
* in de commerciële wereld is eerlijkheid een groot goed
* de Here bestuurt ook ons leven.

Een Gereformeerde hoogleraar Oude Testament noteerde eens: “Spreuken leert ons af om haastig te concluderen: daar woont een rijke man, die is dus rijk gezegend. In 28:20: ‘Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’. En heel ontdekkend: 20:21: ‘Een bezit, in het begin spoedig verworven, zal tenslotte niet tot zegen zijn’. De HERE let scherp op de motieven die achter die haast zitten. De mens beproeve zichzelf”[3].

Die professor brengt ons bij kernvragen: wat is onze mentaliteit? En ook: hoe staan wij in het leven?

Niet zelden hoor je de opmerking: ik wil dit en dat hebben, en wel nu.
Een moeder schreef eens: “Ik wil te veel en alles tegelijk en wel nu!! Ik vraag me soms wel eens af of er iemand is met hetzelfde ongeduld als ik, met dezelfde onrust als ik, met hetzelfde gevoel alles te willen en daarom juist niets te bereiken. Het gevoel altijd op het puntje van je stoel te zitten. Al jaren het ‘gevoel’ te hebben dat je op een dag wel de moed en de energie gaat vinden om dát te doen wat je eigenlijk al jarenlang wilt doen”[4].

Wat zullen wij van die dingen zeggen?
Nee, het is niet verkeerd om ambities te hebben.
Je mag gerust je best doen om carrière te maken.
Maar we moeten ons altijd blijven realiseren dat ons leven door de God van hemel en aarde bestuurd wordt.
Dat betekent soms dat er geduld geoefend moet worden.
Soms houdt het ook in dat verlangens nimmer vervuld kunnen worden. Dat is vrijwel altijd teleurstellend, doch niet onoverkomelijk.

In Spreuken 20 kunnen we ook lezen:
“De geest van een mens is een ​lamp​ van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt”[5].
Naarmate zijn leven op aarde vordert, leert de mens zichzelf kennen. Paulus schreef ook niet voor niets aan de christenen in Corinthe: “Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is?”[6].
Met de lamp van de Here kunnen wij ons binnenste goed inspecteren. Des Heren licht maakt de diepste drijfveren zichtbaar.

Zeker, wij leven in een dwaze wereld!
Maar als wij dag bij dag aan Zijn hand door de wereld wandelen, dan blijkt het leven alleszins aangenaam.
Dan kunnen wij met Psalm 68 instemmen:
“Geloofd zij God met diep ontzag,
Hij overlaadt ons dag aan dag
met al zijn gunstbewijzen”[7].

Noten:
[1] Dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 7 oktober 2008.
[2] Zie Spreuken 20:1-20.
[3] Prof.drs. H.M. Ohmann, “Spreuken – Boek van de Bijbel; Spiegel van de werkelijkheid”. – Bedum: Uitgeverij Woord en Wereld, © 2001 (Woord en Wereld; nr 50). – p. 68.
[4] Geciteerd van https://www.mamaplaats.nl/blog/ik-wil-te-veel-en-alles-tegelijk-en-wel-nu ; geraadpleegd op woensdag 26 september 2018.
[5] Spreuken 20:27.
[6] 1 Corinthiërs 2:11 a.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 68:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

7 juni 2018

Bij God zijn alle dingen mogelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die dingen die wij wel graag zouden willen realiseren, maar waarvan wij weten dat ze misschien nimmer werkelijkheid kunnen worden.
Misschien wilt u uw leven overdoen, om dan bepaalde dingen anders en beter aan te pakken.
Misschien zou u graag een grote reis maken, terwijl u best weet dat dat in uw situatie niet kan.
De kerkelijke verdeeldheid zou met onmiddellijke ingang opgeheven moeten worden.
Vele, vele romans zijn er waarin het thema ‘onmogelijke liefde’ centraal staat.
En zo is er nog veel meer.

Er zijn heel wat van die onmogelijkheden die stil verdriet kunnen geven.
Ach, er is mee te leven.
Maar je draagt het altijd mee, jouw hele leven lang.

Peinzend over dit thema dacht ik aan Marcus 10: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk”[1].

Is dat geen dooddoener?
Verandert de zaak daarmee vandaag, in deze wereld?

Die woorden staan dus in Marcus 10.
Daar gaat het over een jongeman die heel rijk is. Alles kan hij kopen. Hij heeft aan niets gebrek.
En wat nog mooier is: hij heeft zijn leven lang naar de geboden van God geleefd. Hij heeft zich er keurig aan gehouden. Hij heeft het, kort samenvattend, netjes gedaan. Wat je noemt een voorbeeldig kerklid!

Jezus kijkt hem liefdevol aan.
De genegenheid tussen beide mannen is bijna voelbaar. Jezus Christus gunt deze jongeman werkelijk het állerbeste. Hij gunt hem een plaats in de hemel.
Maar nu is er nog één ding nodig.
Jezus zegt: “Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het ​kruis​ op en volg Mij”[2].

Daar wordt de jongeman uiterst treurig van. Ronduit verdrietig.
Moet uitgerekend hij nu zijn hele hebben en houden verkopen?
En trouwens – betekent dit nu eigenlijk dat wij allemaal op sinaasappelkistjes moeten gaan leven?

Waar het om gaat is dit:
* is de rijke jongeman bereid om alle rijkdom eraan te geven, om Jezus Christus te volgen?
* zijn wij bereid om al onze vragen en problemen opzij te zetten om samen met God de toekomst in te gaan?

Voor de discipelen klinkt dat irreëel.
Alles aan de kant voor Jezus?
Nou ja, laten we wel wezen: als het zo staat, dan komt er toch helemaal niemand in de hemel?

Jezus zegt: “…bij God zijn alle dingen mogelijk”.
De God van hemel en aarde kan deze vermogende jongeman zo ver brengen dat hij zijn eigen vermogen tot € 0,00 reduceren gaat.
Maar we kunnen dit zeker ook beschouwen als algemeen geldend: mensen zijn voor hun behoud volledig op de genade van God aangewezen. Als God het wil, kan Hij Zijn macht gebruiken om voor kapotte en zondige mensen toch een plaats in de hemel te creëren.

Dit alles inmiddels zo zijnde zitten we nog steeds met die onmogelijkheden waarmee dit artikel begon.
Dit aardse leven kent zijn beperkingen.
U had nog zo graag dit of dat willen doen…
Jij verlangt zo vurig naar…, en dat is onrealiseerbaar; hoe graag je dat ook wilt, het wordt – althans in de komende tijd – helemaal niks. En eigenlijk vind je dat heel verdrietig. Wat moet je ermee?

Laten we eerst bedenken dat God soms langs wegen gaat die wij niet overzien. Gebeurtenissen die totaal onmogelijk leken, vinden soms tóch plaats. Op een onverwachte manier. Op een wijze die wij niet hadden bedacht.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Daarom zeg ik: hoop doet leven. En ook: jij hoeft jouw ideaal niet zonder meer los te laten.

Laten we vervolgens ook overwegen dat Gods Zijn genade geeft in alle omstandigheden van het leven.
Hij geeft de kracht om met het onmogelijke te leven. Hij geeft de energie om teleurstelling, verdriet of zelfs wanhoop in dit aardse bestaan niet de boventoon te laten voeren.

Want altijd geldt dat bekende woord uit Johannes 14, waar Jezus zonder omwegen zegt: “Laat uw ​hart​ niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”[3].

Alle kinderen van God krijgen gegarandeerd een plaats in de hemel.
Wie zich dat realiseert, zal minder moeite hebben om de mogelijkheden én de onmogelijkheden van het aardse leven los te laten.

Noten:
[1] Marcus 10:27.
[2] Marcus 10:21.
[3] Johannes 14:1, 2 en 3.

3 januari 2018

Bitcoinbubbel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De dans om het gouden kalf – zo typeerde iemand onlangs de gestadig toenemende belangstelling voor de bitcoin.

U weet het wellicht wel: de bitcoin is een munt. Maar het is geen munt die echt bestaat. Je vindt ‘m alleen op internet. Het is dus een digitaal betaalmiddel.

Ergens las ik: “De bitcoin is eigenlijk een soort commune. Miljoenen gebruikers hebben hun computers aan elkaar gekoppeld. In een gezamenlijk logboek houdt iedereen bij wie welk bedrag overmaakt naar wie. Weg met de banken en de overheden, was het idee. De technologie achter de bitcoin, de blockchain, staat tot nu toe als een huis. Maar de kracht van het systeem is tegelijk zijn zwakte: er ligt geen fundering onder en er staat geen leiding boven”.

De vraag is: wat voegt een bitcoin eigenlijk toe? Er zijn toch al genoeg betaalmiddelen?
Een econoom van de ING-bank zegt: “Het probleem met een bubbel is dat het ooit omdraait. (…) Het kan zijn dat iemand verkoopt om de winst te innen. Dan daalt de prijs even en wil plotseling iedereen naar de uitgang, wil niemand kopen en gaat de prijs onderuit. Dat kan volgende week gebeuren of over tien jaar. En of het dan naar 1000 of 100 of 10 of 1 dollar gaat, durf ik niet te zeggen”.
Met andere woorden: de waarde van de bitcoin staat of valt met het vertrouwen in andere mensen.
Nu geldt dat laatste natuurlijk ook als je met euro’s of dollars betaalt. Maar het blijft een opmerkelijk feit: de bitcoin bestaat alleen maar op internet.

Iemand schreef: “Het zou getuigen van een ‘vroeger was alles beter’-mentaliteit om de bitcoin per definitie af te doen als kwaadaardig. De techniek erachter biedt immers nuttige perspectieven. Wel is het de vraag of cryptovaluta het beste in de mens naar boven haalt. Geld wordt al sinds mensenheugenis verward met geluk, maar bitcoinspeculanten lijken hier extra gevoelig voor. De hele manie rondom de digitale munt heeft veel weg van een dans om het gouden kalf”[1].

Dat gouden kalf komen we tegen in Exodus 32.
De Here zegt: de Israëlieten “zijn al snel afgeweken van de ​weg​ die Ik hun geboden had: zij hebben voor zichzelf een gegoten kalf gemaakt, zij buigen zich ervoor neer, ​offeren​ eraan en zeggen: Dit zijn uw ​goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben”[2].
De schrijver van hierboven: massa’s mensen koesteren de gedachte dat je met veel geld het geluk in huis kunt halen.

Kopen en verkopen, waarom doen we dat eigenlijk?
Wat is uiteindelijk ons doel?
Laten we elkaar wijzen op Mattheüs 25. Meer precies: op de gelijkenis over de wijze en de dwaze maagden.
U weet wel: “Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap. En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze ​lampen​ gaan uit. Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten”[3]. Het verhaal is bekend: de dwaze maagden komen er niet meer in.
Kopen en verkopen: dat doen we met het oog op de toegang tot Gods Koninkrijk.

Natuurlijk kunnen we zeggen: hoor eens, dat koninkrijk van God is ook schimmig. Net als de bitcoin. Het koninkrijk der hemelen zien wij niet. En de bitcoin zien wij ook niet. De bitcoin bestaat, omdat mensen er in geloven. En in de kerk zitten mensen die in God geloven,

Toch is er een groot verschil.
De bitcoin werd voor het eerst beschreven in 1998, een jaar of twintig geleden dus. De echte start van de bitcoin ligt in 2009[4].
De God van hemel en aarde heeft Zich gedurende de hele wereldgeschiedenis bewezen. De God van het verbond overziet heel de wereldhistorie. Wij belijden de voorzienigheid.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis formuleert het zo: “Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost, als wij erdoor leren verstaan dat ons niets bij toeval kan gebeuren, maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg, terwijl Hij zó over alle schepselen heerst, dat niet één haar van ons hoofd — want die zijn alle geteld — en niet één musje ter aarde zal vallen zonder de wil van onze Vader (…). Hierop stellen wij ons vertrouwen, omdat wij weten dat Hij de duivelen en al onze vijanden in toom houdt en zij ons zonder zijn toelating en wil niet kunnen schaden”[5].
In feite geldt dus: bitcoinbubbel versus onze belijdenis.

De bitcoin is geen levensovertuiging.
Het enige wat men koopt en verkoopt is: menselijk vertrouwen.

Kopen en verkopen – daarover wordt ook in Openbaring 13 gesproken.
Leest u maar mee: “…en het beest maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig”[6].
Het dragen van het teken van het beest garandeert dat je handel kunt drijven.
Er is wijsheid nodig om de activiteit van het beest te kunnen onderscheiden. Je moet je verstand gebruiken. Simpel gezegd: je moet kunnen rekenen.

Maar daarmee houdt het niet op.
Want na Openbaring 13 komt Openbaring 14: “En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven”.
Gods uitverkorenen hebben dus ook een teken ontvangen.
De wereld wordt in twee kampen verdeeld. En als je nauwkeurig kijkt, kun je precies zien bij welk kamp de mensen horen.
In Openbaring 14 staat: “Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam”[7].
De wijze maagden in Openbaring 14 zijn gekocht. Uit zichzelf zijn ze echt niet zo keurig en netjes. Maar het Lam maakt hen onberispelijk.

Nu werp ik nog even een schuine blik op de bitcoin.
Dat is een uitvinding van mensen. En laten we maar eerlijk wezen: achter die bitcoin zit een knap staaltje computertechniek.
Maar kinderen van God mogen het stellig weten: de waarde van de bitcoin is minimaal vergeleken bij de heerlijkheid die het Lam van God bewerkt!

Noten:
[1] J.W. Hengstmengel, “De dans om het gouden kalf”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, dinsdag 19 december 2017, p. 7.
[2] Exodus 32:8.
[3] Mattheüs 25:5-10.
[4] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/Bitcoin ; geraadpleegd op donderdag 21 december 2017.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[6] Openbaring 13:17 en 18.
[7] Openbaring 14:4.

30 juni 2017

Attent en actueel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

In het Nederlands Dagblad stond onlangs een vraaggesprek met Pauline Weseman.

Wie is dat?
“Journalist, docent en religiewetenschapper Pauline Weseman (45) – actief voor Trouw en eerder werkzaam bij onder andere de EO en het AD – geeft alle 350 eerstejaarsstudenten van de hbo-opleiding journalistiek in Utrecht les in religie. Jodendom, christendom, islam, boeddhisme, hindoeïsme. Het vak – vier keer drie uur – heeft dezelfde status als bijvoorbeeld politiek, economie en kunst”.

Ik citeer een stukje uit het interview.
“Hoe ernstig is het gebrek aan kennis?
‘Studenten weten nog minder dan niks. De betekenis van Kerst of Pasen kennen ze vaak niet. Dat leidt tot grote hilariteit, maar ook tot schaamte. Velen hebben geen benul van het verschil tussen een rooms-katholiek en een protestant, laat staan tussen een priester, pastoor, dominee en pastor. Wij laten hen zelf ontdekken hoe weinig ze weten. Als studenten in een quiz van de veertien religieuze feesten er amper twee blijken te kennen, moeten ze zich achter de oren krabben’”.
En:
“Opvallend dat de meest links georiënteerde opleiding journalistiek in Nederland lessen religie aanbiedt.
‘Klopt. Er is sprake van een rare discrepantie. In het voortgezet onderwijs neemt het godsdienstonderwijs af. Het beeld is dat kerken leeglopen, dat religie achterhaald en ouderwets is. Wereldwijd neemt religie echter toe, 85 procent van de wereldburgers behoort tot een religie.
De School voor Journalistiek ziet zelf de noodzaak van lessen levensbeschouwing. Ik heb niet hoeven praten als Brugman om ze te overtuigen’”[1].

De betekenis van Kerst en Pasen is bij velen dus niet meer bekend.
Velen denken dat geloof ouderwets is.

Als ik het bovenstaande tot mij door laat dringen, besef ik eens te meer hoe belangrijk het is om de Heilige Schrift, ons geloof en de maatschappij met elkaar te verbinden.

Neem een bericht als het volgende.

“Bekende Nederlanders, zoals topsporters en leden van de koninklijke familie, hebben gebruik gemaakt van een vip-regeling van autoimporteur Pon. Het bedrijf had een ‘wagenpark voor externe personen’. Het betrof een bijzondere regeling voor leaseauto’s voor BN’ers. Dat maakte NRC Handelsblad zaterdag bekend”[2].

Een commentator noteert: “Dinsdag begint bij de Rotterdamse rechtbank de behandeling van de zaak-Dotterbloem. Het betreft de handelwijze van de autoimporteur van Duitse wagens als Volkswagen en Audi. De zaak kwam in 2011 aan het rollen door een klokkenluider op het ministerie van Defensie. Pon, zo blijkt uit het strafdossier dat door NRC en Nieuwsuur is ingezien, maakte gebruik van een zeer agressieve manier om grote contracten binnen te slepen. Wie het wagenpark van Defensie of politie levert, haalt een miljoenenorder binnen. Pon deed veel moeite de ambtenaren die over dat wagenpark moesten beslissen te gerieven. De ‘speciale vip-regeling’ van het bedrijf had tot doel vertrouwelijke inkoopinformatie te krijgen, waarmee Pon de concurrentie te slim af zou zijn.
Zo komt corruptie heel dichtbij. De autogigant was zo slim aan te sturen op een schikking. Met het schuiven van 12 miljoen richting justitie en wat taakstrafjes werd verdere vervolging voorkomen.
Wat overblijft in deze corruptieaffaire is een strafzaak tegen enkele lage ambtenaren en enkele medewerkers van het autobedrijf”[3].

Deze zaak heeft alles te maken met Bijbelteksten over rijkdom en bezit.
Met de inzet van Spreuken 22 bijvoorbeeld:
“Een goede naam is verkieslijker dan grote rijkdom,
goede ​gunst​ dan zilver en dan goud”[4].
En met 1 Timotheüs 6 bijvoorbeeld:
“Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang”[5].
Er zijn nog veel meer Schriftwoorden die we in dit verband aan kunnen halen[6].

De kerk staat midden in deze wereld.
Kerkdiensten, preken, door de kerk georganiseerde activiteiten, kerkbladen en andere publicaties moeten altijd een duidelijke maatschappelijke relevantie hebben.
Wellicht zijn er lezers die menen dat dit onbegonnen werk is. ‘De wereld luistert toch niet’, zegt u wellicht. En dat is ongetwijfeld waar.
Maar de kwestie is dat ook gelovige kinderen van God helder voor ogen moeten hebben hoe zij in de praktijk van de huidige samenleving hebben te leven. En dus moeten zij weten wat zij in deze maatschappij kunnen tegenkomen.
Meditaties en overdenkingen moeten geen tekstjes op de vierkante meters van het kerkplein worden!

Nederland is, als ik mij niet vergis, bezig om zich te ontwikkelen tot een behoorlijk gecorrumpeerde samenleving.
Is het dan niet goed om rijk te wezen?
Ach, het is zeker niet verboden om veel geld om handen te hebben. Wie veel euro’s te besteden heeft, mag daar gerust van genieten. Het zij hem graag gegund!
Met dat geld moeten we eerlijk en oprecht omgaan. Om het maar eens modern te zeggen: onze integriteit is er mee gemoeid.
Omgaan met geld en goed dient in de kerk, als het goed is, een hoger doel.
“De rechtvaardigen zullen groeien als loof”, lezen we in Spreuken 11[7].
Bezit heeft op de langere termijn echter geen reddende kracht. Even kort door de bocht: u en ik kunnen er geen plaats in de hemel mee kopen.
De Spreukenleraar zegt in Spreuken 3 over de wijsheid:
“Lengte van dagen is in haar rechterhand,
in haar linkerhand zijn rijkdom en ​eer.
Haar wegen zijn lieflijke wegen,
al haar paden zijn ​vrede.
Zij is een boom des levens voor wie haar vastgrijpen:
wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen”[8].
Met geld en goed kunnen wij geen stoel in Gods koninkrijk kopen. Maar met de besteding van ons geld bereiden we ons wel voor op ons eeuwig leven in de hemel!

Paulus maakt in 1 Timotheüs 6 duidelijk dat rijkdom de verleiding groot maakt om te focussen op meer – meer – meer. Desnoods ten koste van andere mensen. En als je eenmaal concessies aan de eerlijkheid doet, dan is het hek van de dam.
Het vergroten van bezit wordt dan uiteindelijk een ultiem doel. De Here God wordt in het vergeetboek gedaan.
In de kerk kan en mag dat de bedoeling nooit wezen!

Gods Woord heeft alles te maken met de dingen die in onze wereld gebeuren.
In Nederland doen de mensen steeds vaker alsof het Woord van God er niet toe doet. Dat is de vrucht van secularisatie. Zo gaat dat met kerken die gelijkvormig worden. Zo werkt dat als predikanten en andere ambtsdragers het Woord van God maar half verkondigen.
Voor de kerk is het zaak om attent en actueel te wezen!

Noten:
[1] “Geen benul van religie”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 17.
[2] “Importeur gaf BN-ers extra korting”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 2.
[3] “Corruptie in Nederland”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 juni 2017, p. 3.
[4] Spreuken 22:1.
[5] 1 Timotheüs 6:9.
[6] Zie bijvoorbeeld https://www.bijbelgenootschap.nl/wp-content/uploads/2015/01/3-Alles-voor-één-schat-Bijbelteksten-over-rijkdom-en-bezit.pdf ; geraadpleegd op maandag 12 juni 2017.
[7] Spreuken 11:28.
[8] Spreuken 3:16, 17 en 18.

30 mei 2017

Gereformeerde hebzucht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Voor zover schrijver dezes weet, heeft hij nog nooit iets gestolen. Zijn inkomen is altijd toereikend geweest om van rond te komen. Toegegeven, in de ene periode was dat wat makkelijker dan in de andere. Maar wij hebben nog nooit op een houtje hoeven bijten.
In de kerk ben ik ook nog weinig mensen tegen gekomen die op het criminele pad raakten.

Toch is het ook aldaar belangrijk om het achtste gebod voor ogen te houden.
In het onderstaande zal dat alras blijken.

“Ook verbiedt Hij alle hebzucht, evenals alle misbruik en verkwisting van zijn gaven”, zegt de Heidelbergse Catechismus in Zondag 42[1].
Hebzucht – wie zou er niet een tweede huis willen hebben in een buitenlands vakantieoord met gegarandeerd mooi weer?
Misbruik en verkwisting van zijn gaven – wie maakt er eigenlijk nooit misbruik van Gods gaven?

Eén van de Schriftteksten waar Zondag 42 naar verwijst is Lucas 3:14: “Ook de soldaten vroegen aan hem: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei tegen hen: Val niemand lastig, pers niemand af en wees tevreden met uw soldij”.

Een uitlegger noteert daar het volgende bij.
“Waarschijnlijk worden met ‘die in krijgsdienst waren’ joodse en niet-joodse soldaten bedoeld, die optraden als politietroepen in dienst van Herodes Antipas. Hun werk bestond onder andere uit het begeleiden en beschermen van de tollenaars. Wanneer deze ‘soldaten’ bemerken dat er onder hun beschermelingen, de tollenaars met wie ze in het dagelijks werk zozeer verbonden zijn, sommigen zijn die aan Johannes vragen wat ze moeten doen, roept dat de reactie op: ‘en wij dan?’ Evenals de tollenaars waren zij voor de joden een verachte en gehate groep (…). Zij vragen nu aan Johannes wat de vruchten van de bekering (…) in hun leven concreet betekenen: ‘en wij, wat moeten wij doen?’.
Johannes waarschuwt hen tegen machtsmisbruik, of beter: geweldsmisbruik, bij uitstek de zonde van hun beroep. ‘Plundert niemand uit’ is een technische term uit de juridische sfeer voor ‘mishandelen’ met de bedoeling daardoor geld of bezittingen van de weerlozen ‘af te persen’. Omdat de ‘soldij’ voor deze ‘soldaten’ laag was, was de verleiding groot om die door afpersing te verhogen. Deze ‘soldaten’ worden opgeroepen de eis van de gerechtigheid ten opzichte van de naaste te vervullen, door geweldsmisbruik te vermijden en ‘tevreden te zijn met hun soldij’”[2].

Hierboven wordt natuurlijk een opmerking gemaakt in een tamelijk specifieke situatie.
Maar het is wel duidelijk dat wij op Zijn tijd allen met een teruggang in inkomen te maken krijgen. Als ons pensioen in zicht is. Of wanneer wij geheel en gedeeltelijk worden afgekeurd.
Het kon dus wel eens zijn dat die woorden uit Lucas 3 anno 2017 makkelijker toepasbaar zijn dan wij denken.

Maar het is vandaag vooral iets anders waar ik op wil wijzen.
Dat punt heeft iets te maken met hebzucht.

Mijn stellige indruk is namelijk dat velen in De Gereformeerde Kerken (hersteld), ook financieel gezien, nogal hoge ambities hebben.
Men wil liefst een eigen kerkgebouw ter beschikking hebben. Dat is goed voor de uitstraling van de kerken.
Maar dat kost geld. Veel geld.
Men wil een eigen basisschool stichten. Want in het onderwijs aan onze kinderen worden soms heel verkeerde accenten gelegd.
Maar dat kost geld. Veel geld.

Nu ontken ik niet dat eigen kerkgebouwen feitelijk hard nodig zijn.
En nog minder ontken ik dat onze kinderen op school soms dingen op school leren, waar Gereformeerden het niet mee eens kunnen zijn.
Jazeker, ik ben een voorstander van eigen kerkgebouwen.
Jazeker, ik ben vóór onderwijs dat in alles Gereformeerd is. Natuurlijk. Daar ben ik altijd al voor geweest.

Het zou best kunnen zijn dat in allerlei ouwe sokken, van met name oudere broeders en zusters, nog heel wat bruikbare euro’s zitten. En wij mogen, als er goede plannen gepresenteerd worden, hopen op hun vrijgevigheid.

Mijn punt is echter: accepteren we ’t als het, op dit moment althans, financieel allemaal toch niet mogelijk blijkt te wezen?

Het is, wat mij betreft, in een situatie als deze te zeggen: wij moeten op de Here vertrouwen.
Jazeker, dat moeten wij doen.
Schrijver dezes noteert zonder omwegen: ik ben bereid ervoor te strijden om dat vertrouwen te behouden en groter te maken.
En jazeker, het gebed is daarbij zeer belangrijk. Sterker nog: het is een machtig instrument omdat onze God er kracht aan verleent[3].

Maar vertrouwen wij ook op Hem als het op middellange termijn financieel allemaal niet rond komt?
Kunnen wij dan, net als die soldaten in Lucas 3, tevreden zijn met wat wij hebben?
Of openbaart zich iets van de hebzucht uit Zondag 42? Zo van: als we eigen kerkgebouwen en eigen scholen hebben, dan komt het goed met ons…?
Daar ben ik, eerlijk gezegd, wel een beetje bang voor.

Na de reformatie van 2003 zijn Gereformeerden heel wat kwijtgeraakt. En laten we er maar niet omheen draaien:
* dat is soms moeilijk te verkroppen
* dat is bovendien heel verdrietig.
Maar wij moeten niet uitsluiten dat de Here ons beproeft. Het is niet onmogelijk dat Hij een test uitvoert. De centrale vraag kan zijn: hoe geduldig zijn we, anno Domini 2017?

Deze blogger haast zich om te noteren dat hij geen gedegen onderzoek heeft uitgevoerd naar de financiële draagkracht van de leden van De Gereformeerde Kerken. Verwacht u dus nu vooral geen tabellen met cijfers.

Echter: wat mij betreft zorgen Zondag 42 en Lucas 3 voor een leermoment.
Wij moeten oppassen voor Gereformeerde hebzucht. Wij moeten kerkelijk geduld betrachten.
Dat is moeilijk als je klein bent. Er gaan veel dingen moeizaam als er weinig mankracht beschikbaar is.
Eén ding is zeker: als de God van het verbond dingen afneemt, geeft Hij ons ook dingen terug. En in De Gereformeerde Kerken weten we het best: wij zijn op veel punten rijk gezegend.
Maar Hij geeft meestal niet alles tegelijk. Echt niet.

Noten:
[1] Dat is een zin uit de Heidelbergse Catechismus; en wel uit Zondag 42, antwoord 110.
[2] Ik citeer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 3:14.
[3] Jacobus 5:16 b: “Belijd elkaar de overtredingen en ​bid​ voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig ​gebed​ van een rechtvaardige brengt veel tot stand”.

8 maart 2017

Wij bidden blij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!
(Openbaring 15:3)

Biddag 2017 is een dag in een samenleving waar ‘economische groei’ een kernbegrip is.
Laatst las ik daarover een interessante uiteenzetting.
Die uiteenzetting is afkomstig van een econoom die verbonden is aan het lectoraat internationale vrede, recht en veiligheid van de Haagsche Hogeschool[1].

De econoom redeneert als volgt.

Wij zien een “ongezonde groei van de financiële sector in de afgelopen vijfentwintig jaar, na de overwinning van het kapitalisme op het communisme. ‘Het industrieel kapitalisme maakte plaats voor het financieel kapitalisme, waarbij het bij belangrijke beslissingen telkens gaat over de vraag hoe de financiële markten zullen reageren’”.

Er zijn enkele kwalijke ontwikkelingen te signaleren.

“Een ervan is de almaar toenemende schuld. ‘Structurele schuld en krediet zijn zorgelijk. Dit maakt afhankelijk en kwetsbaar. Uiteindelijk raakt de hele maatschappij in de problemen’. Hij waarschuwde ook voor het persoonlijk maken van schulden. Het aangaan van een hypotheek voor het kopen van een huis vindt de econoom niet verkeerd. Hij vroeg wel om nuchter te zijn, een niet te hoge hypotheek te nemen en tevreden te zijn met een wat kleiner huis.

In de Bijbel wordt volgens de onderzoeker heel anders gesproken over het maken van schuld. Hij wees op het sabbatsjaar en het jubeljaar. Het sabbatsjaar zorgt voor een periode van rust, waardoor er een rem gezet werd op het verwerven van bezit. Tijdens het jubeljaar keerden alle bezittingen terug naar de oorspronkelijke eigenaren om zo armoede te voorkomen.

Een andere kwalijke ontwikkeling is die van het aanwakkeren van de begeerte, aldus Keizer. Vanaf de verlichting is er volgens hem nadruk gelegd op de slogan ‘Ik wil hebben wat u hebt en u wilt hebben wat ik heb’.

Deze economie van de begeerte is in strijd met de Bijbelse geboden, zei hij. Hij citeerde daarbij Spreuken 30:8b en 9: ‘Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood van het mij bescheiden deel; opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene en zegge: Wie is de Heere? Of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en de Naam mijns Gods aantaste’.

Maar hoe moet het verder met de economie?
“Tegelijkertijd is het (…) moeilijk te zeggen hoe het economisch bestel dan wel moet worden ingericht. Hij stelde voor om bij een eventuele volgende crisis, die hij zeer wel mogelijk acht, de geldcarrousel tot stilstand te laten komen en de geldzuchtige geesten uit te leggen dat het anders moet”[2].

Aldus de docent aan de Haagsche Hogeschool.
Die onderwijsman heeft, als u het mij vraagt, een gezondmakende kijk op een wereld vol hebberigheid.

De econoom verwoordde zijn visie op de economie in een lezing voor een reformatorische studentenvereniging[3].

Die lezing vond plaats in kader van het jaarthema van die studentenvereniging: ”Harmonie: groot en wonderlijk zijn Uw werken”.
De lezer herkent wellicht woorden uit Openbaring 15, in de Statenvertaling.
Laat ik de bedoelde woorden in hun context citeren uit de Herziene Statenvertaling: “En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!”[4].

Het teken dat Johannes – de schrijver van de Openbaring – in Openbaring 15 ziet, gaat over de geschiedenis van de mensheid[5]. Het is een groot teken; iemand die het ziet kan er beslist niet omheen kijken. Het is ook een wonderbaarlijk teken; mensen kunnen dat niet zomaar uitleggen.
Zeven engelen hebben de zeven laatste plagen. Als die uitgestort zijn, is Gods woede gestild. Maar de plagen zijn geweldig groot. En ze volgen elkaar onweerstaanbaar en in een snel tempo op.
De glazen zee wordt zichtbaar. Er staan mensen op. Die mensen zijn in alles transparant. Er zijn geen donkere vlekken van de zonde te zien. Die mensen hebben, toen zij op aarde leefden, in hun geloof volhard. Zij vertrouwden op Gods beloften totdat hun sterfdag kwam.
Welnu, Gods kinderen zingen in Openbaring 15 twee liederen. Het bevrijdingslied dat wij kennen uit Exodus 15:
“Ik zal zingen voor de HEERE,
want Hij is hoogverheven!
Het paard en zijn ruiter
heeft Hij in de zee geworpen.
De HEERE is mijn kracht en lied,
Hij is mij tot heil geweest”[6].
en wat daar daar verder volgt.
En ook een lied ter ere van het Lam. Een lied als in Openbaring 5:
“U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie”[7].
En alle zangers weten het:
* bij die God is altijd adequate bescherming
* bij die God is het leven immer volop de moeite waard!

Daar gaat het naar toe met deze wereld.
Dat is het culminatiepunt van ons bestaan.
Die aanbidding gaat heel ons hemelleven vullen.
Ons leven is daarom nu al vol van aanbidding en verwachting.

Ten diepste ligt daarin de reden van de Biddag.
In al ons doen en laten willen we laten zien: wij weten niet precies wanneer ons leven op deze aarde eindigt; maar wij realiseren ons dat ons leven in de hemel nooit eindigt.

Vandaag gaan wij naar de troon van de Here om tot Hem te bidden.
Als wij de ogen weer openen, kijken wij naar de economie.
Wij beseffen hoe fragiel de macht is van grote banken en indrukwekkende concerns. Voor wij het weten valt er van alles om. Banken bijvoorbeeld.

Ons leven, inclusief heel ons bezit, staat in het kader van het loflied op het Lam, dat onze zonden op zich nam.
Daarom bidden wij blij.
Daarom zingen wij zeker!

Noten:
[1] Het betreft drs. R.A. Keizer.
[2] “Kapitalisme strijdt met Bijbelse principes”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 17 februari 2017, p. 2.
[3] Dat is de studentenvereniging Depositum Custodi. Meer informatie over deze vereniging is te vinden op http://www.depositumcustodi.nl/ .
[4] Openbaring 15:3.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina 206 en volgende; geraadpleegd op zaterdag 18 februari 2017.
[6] Exodus 15:1 en 2 a.
[7] Openbaring 5:9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.