gereformeerd leven in nederland

12 augustus 2022

Goed voor alle mensen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Op deze aarde zijn wij allemaal aan het werk. Onder de zorgzame regering van God vervullen wij onze taak. De Verbondsgod roept ons tot denkwerk en daadkracht.
Bij al dat werk roept de Heer van hemel en aarde de kerk op om goed te zijn, voor elkaar en voor de wereld. De apostel Paulus vertolkt dat in de brief aan de christenen in Rome zo: “Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen”[1].

Wij moeten goed zijn voor alle mensen. Wij behoren heel de schepping goed te beheren.
Dat te weten zet ons op scherp. Want dat betekent dat wij, om maar een modern woord te gebruiken, een totaalvisie moeten hebben. Immers – wat voor de één heel goed uitpakt, kan funest zijn voor de ander.
Juist daarom is het van belang om te beseffen dat alle schepselen in dienst zijn van de God van het verbond. Het moet dus een Schriftuurlijke visie zijn.

Gelovige mensen dragen die Heilige Schrift, dat Woord van God mee in hun hart. Dat hart is namelijk een woon- en werkplaats van de Heilige Geest. Christus’ Geest heeft het in ons leven elke dag adembenemend druk. Door Zijn werk slagen wij erin om te laten zien wie God is en hoe Hij werkt. Wij kunnen ook de juiste woorden vinden om erover te spreken. De apostel Paulus formuleert dat in Romeinen 10 zo: “Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken: Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid”.
Zo wordt voor kerk en wereld zichtbaar hoe kinderen van God blijmoedig en doortastend in deze wereld staan.
In Gods Woord zijn daar ook wel voorbeelden van. Neem nu Boaz. Zijn personeel en ook Ruth, een vrouw die niet van Israëlitische komaf is, bloeien op door de manier waarop Boaz hen bejegent[2].

Petrus schrijft ook over dit punt in zijn eerste algemene brief. In hoofdstuk 2 schrijft hij: “Houd uw levenswandel onder de heidenen goed; opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners, door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen op de dag dat er naar hen omgezien wordt”.
Het is te hopen dat niet-gelovige mensen gaan vragen: ‘Die christenen hebben iets heel speciaals. Waar zouden zij hun motivatie toch vandaan hebben?’[3].

Gereformeerde mensen maken, als het goed is, dus geen geheim van hun geloof in Jezus Christus.
Gereformeerde mensen offeren zich op voor de dienst aan God.
Gereformeerde mensen willen iedere dag weer Gods wet voorrang geven boven allerlei ingevingen die niet christelijk – en dus van de duivel! – zijn.
In Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus leren wij hoe verstrekkend dat alles is. Wij worden, zegt de Catechismus, ‘christenen’ genoemd omdat wij door het geloof leden van Christus zijn en zo deel hebben aan zijn zalving, om als profeten zijn naam te belijden, om als priesters onszelf als levende dankoffers aan Hem te offeren, en om als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren[4].

Romeinen 12 zet ons op scherp.
Waar spreken kerkmensen over? Waar hebben Gereformeerden het druk mee?… In verband daarmee het volgende. 
Er was eens een predikant in Vlissingen.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw schreef hij: “In Vlissingen maak ik, zolang ik hier ben, gesprekken mee over Samen-op-Weg, maar het gaat altijd over organisatie en geld, nooit over de verkondiging van de bijbel;
vergaderingen van Centrale Kerkeraad, Kerkeraad Algemene Zaken/Centrale Kerkeraad, Classis enz. gaan over van alles en nog wat, maar nooit over hoe wij in onze tijd kunnen geloven en wat wij te verkondigen hebben;
het kost de grootste moeite om op predikantenvergaderingen met elkaar te praten over onze theologie. Het gaat haast ongemerkt — en ik doe er zelf even hard aan mee als alle anderen — maar voor je ’t weet ben je jaren lang met elkaar in de kerk bezig zonder over de inhoud van ons geloof te praten (…) Misschien kunnen wij het in Vlissingen ook eens over iets anders hebben dan over het geld en de organisatie. Wie weet, misschien kunnen wij het weer eens over ons geloof in God hebben”.
Het is belangrijk om het bovenstaande goed voor ogen te houden![5].

Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen, schrijft Paulus.
Dus wordt denkwerk en daadkracht van ons gevraagd!

Noten:
[1] Romeinen 12:17,18.
[2] In deze alinea citeer ik Romeinen 10:8b-10. Verder gebruik ik: ds. T.L.J. Bos, “Goedheid” – meditatie in: De Waarheidsvriend, donderdag 27 juni 2019, p. 3.
[3] In deze alinea citeer ik 1 Petrus 2:12.
[4] In deze alinea gebruik ik uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 12, antwoord 32.
[5] Het citaat is van dominee J.D. de Boer (1942-2021), indertijd predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Geciteerd via De Waarheidsvriend, donderdag 17 november 1988, p. 3,4.

29 juli 2022

Bemoediging

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Jezus is de Redder van de wereld. Wij mogen Zijn liefde verspreiden en op die manier Zijn voorbeeld volgen. Christus’ volgelingen worden gemobiliseerd. Wij worden ingelijfd in het leger van Zijn dienaren.
Die dienst is mooi.
Die dienst geeft hoop.
Die dienst bemoedigt ons.
De apostel Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de christenen in Thessalonica ook over bemoediging.
Hij doet dat in hoofdstuk 5.
“Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”.
Even verder:
“En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben”.
Gereformeerden mogen en moeten elkaar moed inspreken. Het leven is niet hopeloos. Het leven houdt niet op bij onze eigen vierkante meters[1].

Geloof en liefde, dat moet onze inborst zijn. Geloof en liefde, die moeten wij dagelijks in het hart dragen. Als wij dat doen volgen wij het voorbeeld van Jezus Christus, onze Heiland. Want Hij deed dat ook zo.
Jesaja profeteert daar al over in het Oude Testament: “Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel”.
Die woorden spreekt Jesaja in hoofdstuk 59 uit in het kader van een vermaning. Waarom moet Israël – zeg maar: de kerk van het Oude Testament – vermaand worden? Antwoord: Israël houdt zich keurig aan allerlei godsdienstige rituelen, maar de gerechtigheid is onder het volk ver te zoeken.
Wat betekent dat?
De Christelijke Gereformeerde predikant A.G.M. Weststrate schreef daar eens over: “Wat is gerechtigheid? Heel eenvoudig gezegd: gerechtigheid is doen wat van je verwacht mag worden. Om het met een voorbeeld duidelijk te maken: Een pen is gemaakt om te schrijven. Een pen die niet schrijft, zou in dat opzicht dus onrechtvaardig genoemd kunnen worden. Een horloge is gemaakt om de tijd af te lezen. Werkt het naar behoren, dan zou dat gerechtigheid genoemd kunnen worden. Een mens is gemaakt om God te loven en te dienen. Een mens die God niet looft en dient, moet dus onrechtvaardig heten. We zijn geroepen elkaar lief te hebben als onszelf. Doen we dat niet, dan is dat dus geen gerechtigheid. Gerechtigheid betekent ook recht staan tegenover de Heere”.
Laten wij elkaar moed inspreken.
Laten wij elkaar stimuleren om recht te doen. Niet alleen maar van de buitenkant, maar van binnenuit. Laat onze dienst aan God welgemeend zijn, en niet slechts voor de vorm[2].

Onze dienst aan God is in feite ook krijgsdienst. Paulus maakt dat helder in in Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede”.
Als wij geloof en liefde in de praktijk willen brengen, moeten we ons wapenen met Gods Woord. Wij moeten niet maar wat op het kerkplein blijven drentelen, maar we moeten recht tegenover God staan. Wij kunnen Hem vrijmoedig en blijmoedig benaderen. Wij moeten elkaar aanmoedigen en bemoedigen. Want Jezus is voor ons gestorven. Hij heeft voor onze zonden betaald[3]!

Bemoediging is in onze tijd hard nodig.
Voor de agrariërs bijvoorbeeld.
Een hersteld hervormde dominee zegt op zaterdag 16 juli jongstleden in het Nederlands Dagblad: “De overheid staat er nu heel anders in dan tien jaar geleden. Toen werden boeren juist opgeroepen grotere stallen te bouwen. Hoe betrouwbaar ben je dan nog als je nu zegt dat er bedrijven moeten stoppen?’ Joppe worstelt zelf ook met de plannen van het kabinet. ‘Ik ben boerenzoon, en heb zelf gezien dat het boeren steeds lastiger is gemaakt. Dat zie ik in mijn gemeente ook, terwijl boeren heel hard werken en best bereid zijn allerlei innovaties door te voeren”.
Maar vervolgens krijgt de hardwerkende boer te horen dat hij misschien wel moet stoppen…
Het is één van de voorbeelden waaruit blijkt dat de Nederlandse overheid op een aantal terreinen momenteel ronduit onbetrouwbaar is. Wie in Nederland de trefwoorden ‘aardbevingsschade’ en ‘belastingdienst’ noemt ziet in zijn leven de bewolking al snel aankomen.
Is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen?

Intussen zijn boze en verongelijkte boeren, opgewonden en als door het dolle heen, uit hun stallen gekomen.
In de afgelopen dagen leidden hun acties op de snelwegen tot levensgevaarlijke situaties. Heel veel weggebruikers werden moedwillig in gevaar gebracht.
Conclusie: Nederland blijkt in veel opzichten een land dat van God los is. Dit zijn immers ronduit anarchistische toestanden!
Wederom klinkt de vraag: is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen? De vraag stellen is haar beantwoorden. Wat zou Hij hiervan zeggen?
Laten wij bij dit alles het buitenland niet vergeten.
Neem nu India. Sinds premier Modi in 2014 aan de macht kwam, neemt het geweld tegen christenen in India gaandeweg toe.
Frustratie is in onze wereld bij tijd en wijle aan de orde van de dag. En ja, de moedeloosheid sluipt soms op kousenvoeten binnen[4].

Daarom is bemoediging in onze tijd hard nodig. De mensen om ons heen zoeken dat ook. Het is niet voor niets dat gospelmuziek momenteel bijna een hype is. Men hoort het zeer regelmatig: in televisieprogramma’s, concertzalen, musea en in sommige kerkdiensten.
Laten we elkaar maar blijven bemoedigen.
Laten wij verder nooit vergeten dat er eens een moment komen zal waarop onze Heiland komen zal.
Paulus wijst daar ook op in 1 Thessalonicenzen 5: “En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen”.
Als dat geen bemoediging is…[5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:8-11 en 1 Thessalonicenzen 5:14.
[2] In deze alinea citeer ik Jesaja 59:17. Verder gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 59:15b-21. En ook: ds. A.G.M. Weststrate, “Kogelvrij vest (Efeze 6:14b) (Efeze 2)”. In: De Wekker, vrijdag 12 november 2010, p. 13.
[3] In deze alinea citeer ik Efeziërs 6:12-15.
[4] “Ook dominee worstelt met stikstof”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 16 juli 2022, p. 4.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:23,24.

17 mei 2022

De eredienst op zondagmiddag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De zondagse middagdienst is al heel lang onderwerp van bespreking. Eeuwenlang al. En er is veel over te schrijven[1].

In dit artikel vraag ik opnieuw aandacht voor dat onderwerp. Er is in voorbije jaren veel over gepubliceerd. Daar kunnen wij ook vandaag onze winst mee doen.

De Christelijke Gereformeerde predikant J.H. van Dijk (1950-2011) schreef in 1993 in het familieblad Terdege over het belang der middagdienst. Hij noteerde toen “dat de Heidelberger niet voor niets leer- en troostboek genoemd wordt. Wij onthouden onszelf zoveel, wanneer wij van dit bijzonder onderwijs verstoken blijven. Waar de gemeente de leerdienst van minder belang acht, is zij bezig wat wezenlijk is en van fundamenteel belang voor het behoud van de gemeente te ondergraven. Daar komt zij open te staan voor allerlei wind van leer. Wil zij werkelijk weer gaan beantwoorden aan haar erenaam ‘gemeente des Heeren’ dan zal zij ook het beeld moeten vertonen van de eerste Pinkstergemeente in Handelingen 2, die volhardde in de leer”.
Dominee van Dijk verwees dus naar Handelingen 2. En daar staat het inderdaad expliciet: “En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap”.
Door de Heiland gekochte mensen behoren te volharden in de leer – dat is iets om in gedachten te houden![2]     

In juni 2003 verscheen in het Reformatorisch Dagblad een commentaar dat over de zondagse middagdienst ging. Daarin werd er op gewezen dat er in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw ook veel over die dienst te doen was. Het kerkbezoek liep terug.
De catechismuspreek is te saai, zeiden de mensen. Twee keer op een zondag een monoloog aanhoren? Dat kan niet meer, concludeerde het kerkvolk. Velen bleven thuis.  
Het bleek dat het tij niet te keren was. Zang-, jeugd en discussiediensten in hervormde of Gereformeerde kring trokken nog altijd weinig mensen. Het gepeupel had wel wat beters te doen.
Wat zat daar achter? Men sprak over de autonome mens. Over zelfredzaamheid en zo. Gaandeweg werd gekozen voor een mix van kerkbezoek en ontspanning.
De commentator schreef: “Uitgangspunt moet echter zijn dat de rustdag de dag van God is. Nog meer dan andere dagen is hij het bezit van God. Dat betekent dat Hij invulling geeft aan deze dag. Wanneer de Heere de gemeente samenroept, dan stelt de Heidelbergse Catechismus dat zij ‘naarstiglijk’ moet opkomen. De Latijnse tekst van dit belijdenisgeschrift zegt dat we dan ‘de gemeente Gods gemotiveerd en druk’ moeten bezoeken. Wanneer dat besef in hoofd en hart leeft, is de tweede dienst geen punt van discussie meer”[3]. Waarvan akte!

Zondagsrust – wat is dat ten diepste? Is dat een situatie waarin men vredig niets doet en de fauteuil alle eer aan doet?
De Christelijke Gereformeerde professor G.C. den Hertog – hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn – wees in verband met de zondagsrust eens op het manna in de woestijn.
Den Hertog schreef: “De eerste zes dagen van de week kan het manna niet de nacht over bewaard worden. Het bederft. Op de zesde dag mogen ze dubbel rapen, want op de sabbat zal er geen manna op te rapen zijn. Die nacht treedt er geen bederf op.
Het karakter van de sabbat komt daar aan het licht. Zoals aan het licht komt in de manier waarop de Here het manna geeft, gaat het in de sabbat om Gods onverdiende goedheid, op grond waarvan Israël net als Hij mag rusten op de zevende dag. Alles staat in het teken van wat de Here geeft. En Hij zorgt er ook voor, dat iedereen ontdekt dat het geheim van het leven niet gelegen is in het bijeenschrapen van zoveel mogelijk. Wie meer verzameld had, hield niet over; wie minder bijeengeraapt had, kwam niet tekort. De sabbat is een gebod, maar het gaat erom dat Israël Hèm erkent die de dingen voor hen gereed maakt…”.
Dus: de zondag is er om onze bezorgdheid over dagelijkse dingen los te laten. En: de zondag is er om ons te realiseren dat de Here de Gever is van alle dingen.

De zondag zouden wij ook kunnen karakteriseren als de dag van de liefde. De liefde tot God. En de liefde tot elkaar. Het gaat daarbij om liefde vanuit het geloof. Professor Den Hertog schreef heel terecht: “God heeft in zijn wet (…) nooit en nergens bedoeld dat wij door doen een prestatie leveren. Hij wil dat Israël Hem liefheeft boven alles, en de naaste als zichzelf. En van meet af aan is Hij de enige die ook kan bewerken dat Israël dat gaat doen. Hij vraagt in zijn geboden dus om gelóóf. Als men zich ergert aan het goede dat Christus op de sabbat verricht wordt duidelijk dat men van rusten een werk heeft gemaakt. Men benadert alle geboden – en zeker ook de sabbat – als appèl om iets te doen. En het gaat nu juist om rusten. Een rusten, dat niet bestaat in nietsdoen, maar vraagt dat we God door zijn Geest in ons vernieuwend láten werken”.
Onze rustdag is dus bij uitstek een werkdag voor de Heilige Geest![4]

Het is onderhand wel duidelijk: wie de leer der kerk een beetje uit het zicht schuift, moet niet verbaasd zijn als zijn Godsvertrouwen vervolgens gaandeweg minder groot wordt; want juist in die leer zien wij veel van Gods grootheid.

Noten:
[1] Dat deed ik bijvoorbeeld in mijn artikel ‘De zondagse middagdienst’, hier gepubliceerd op maandag 16 mei 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/05/16/ .
[2] Het schrijven van dominee van Dijk staat in: “Niet naar de middagdienst, verontrustend verschijnsel”. In: Terdege, woensdag 16 juni 1993, p. 17 [rubriek: Pastoraal]. Uit Gods Woord citeer ik Handelingen 2:42 a.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Middagdienst onder druk”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 17 juni 2003, p. 1.
[4] In het bovenstaande citeer ik uit: G.C. den Hertog, “Het karakter van de rustdag (De tweede dienst II)”. In: De Wekker, vrijdag 10 juni 2005, p. 501. De cursiveringen in het laatste citaat zijn van mij.

2 mei 2022

Is de hel voor leuke mensen?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Henny Vrienten is overleden. Hij was één van de drijvende krachten achter Doe Maar, een Nederlandse popgroep die actief was van 1978-1984. Na die tijd kwamen er vanaf 2000 nog een aantal concertreeksen.
Tegen het dagblad Trouw zei Vrienten in 2019: “Ik hoop niet in de hemel te komen, dat lijkt me zó saai. Alle leuke mensen zitten in de hel. Wat in het katholicisme het kwaad is, zijn dingen waar iedereen van houdt: veel eten, buitenechtelijke seks, noem het maar op. Dan kom je in de hel. Daar zitten dus de leuke mensen”.
Wat een enorme brok ongeloof! Het is zo cynisch dat het ronduit schokkend is[1].

In Mattheüs 5 waarschuwt Jezus al voor de rampzaligheid in de hel: “Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt. En als uw rechterhand u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt”.
In de hel is, om zo te zeggen, sprake van integrale heilloosheid. Daar heerst ellende die nooit en nergens dieper wezen kan. De hierboven geciteerde Doe Maar-zanger koos daar klaarblijkelijk heel bewust voor. Zijn statement kwam, naar het lijkt, niet voort uit onwetendheid. Hij koesterde antipathie tegen christenen. Gelovigen waren voor Vrienten klaarblijkelijk niet gezellig genoeg. Gereformeerden waren misschien ook te confronterend[2].

De hel is de plaats van eeuwige pijn. Van totaal ongeluk. Van diepe eenzaamheid. Daar worden mensen letterlijk teruggeworpen op zichzelf. Want daar komt God nooit. Denkt u maar Lucas 16: “En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn. En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan”.
Mensen bereiden zich voor op de hel. Die zanger van hierboven expliceerde dat heel nadrukkelijk. En hij suggereerde zonder omwegen: kerkmensen zijn niet leuk. Dat gebeurt er dus met gelovige christenen: zij worden weggezet als saaie en onsympathieke figuren die men maar beter mijden kan. Men voelt de vijandschap.
Men hoort bijna de onderhuidse agressie.
Zou daarin ten diepste de reden liggen dat Vrienten bij zoveel mensen geliefd was?
Sloot hij aan bij de volksopinie, bij het algemeen levende gevoel dat het bestaan zonder God veel aangenamer is?
Dat gevoel kennen we natuurlijk al lang. Maar de overleden zanger was er een exponent van. Zijn manier van doen, zijn spreken en ook de grote aandacht die er voor zijn sterven is, die bepalen ons erbij: de antithese tussen geloof en ongeloof staat nog recht overeind
Des te opvallender is het dat Vrienten ook liturgische muziek componeerde.
“Henny Vrienten componeerde in 2009 een mis voor de EUG/Janskerkgemeente, waarmee hij een droom verwezenlijkte voor zichzelf en voor deze kerkgemeenschap, die de teksten aanleverde. De teksten reiken andere, eigentijdse dimensies aan voor geloven. Hierbij zijn elf composities gemaakt, die samen de muziek vormen voor een complete liturgie. De muziek neemt je mee in de cadans van een kalme golfslag. Zo ontstaat er een intense, meditatieve sfeer die ruimte brengt voor het Licht in hoofd en hart. De totstandkoming van de muziek noemde Henny Vrienten ooit ‘het naar binnen toe componeren’; het moest verstilling brengen: muziek die je raakt en bemoedigt”[3].

Droeg Henny Vrienten in zijn hart een diepgewortelde angst mee? Hij liet daar niets van blijken. Maar dat kan natuurlijk best zo wezen. Het is wel vaker zo dat grote monden kleine hartjes maskeren. Daar weten wij allemaal wel van.

Hoe dat zij – Vrienten heeft voor een massa mensen veel betekend. Hij was lid van de Society of Arts van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
“‘Henny Vrienten gaf Doe Maar vleugels’, zei muziekkenner Leo Blokhuis in reactie op het overlijden van de muzikant. Volgens Blokhuis wordt het hele oeuvre van Vrienten gekenmerkt door ‘groot muzikaal inzicht’ en bleef de componist ‘buitengewoon toonaangevend’”.
Na zijn dood valt er, zo valt te vrezen, voor de leadzanger van Doe Maar weinig meer te zingen.
Hij maakte zijn keuze heel duidelijk kenbaar: tegen God, tegen Jezus Christus, tegen het christelijk geloof.
Zijn opstelling is, hoe vreemd dat ook klinkt, een impliciete oproep aan kerkmensen van 2022.

Hoe luidt die oproep?
Maak een duidelijke keuze in dit leven en maak daar geen geheim van! Laten wij het de apostel Paulus in Romeinen 6 maar nazeggen: “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere”. Een paar hoofdstukken verder, in hoofdstuk 8 noteert Paulus: “Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood”.

Misschien zijn Gereformeerde mensen geen leuke mensen. Maar zij proclameren de Waarheid. Dat wel.
Dat Evangelie is bestemd voor alle wereldburgers. Niet alleen voor leuke mensen[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik van https://www.trouw.nl/cultuur-media/henny-vrienten-en-zoon-xander-over-muziek-het-leven-en-de-dood-in-de-hel-zitten-de-leuke-mensen~b29fdb54/ . Verder gebruik ik https://nl.wikipedia.org/wiki/Doe_Maar . Beide sites zijn geraadpleegd op woensdag 27 april 2022.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 5:29 en 30.
[3] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Lucas 16:23-26. Verder citeer ik van https://depup.nl/wp-content/uploads/2019/06/Vrientenmis-7-juli.pdf ; geraadpleegd op woensdag 27 april 2022.
[4] Het citaat in deze alinea komt van https://hoevelaker.nl/kunst-cultuur/nederland-rouwt-om-overlijden-zanger-en-componist-henny-vrienten-op-73/ . Verder gebruikte ik https://www.knaw.nl/en/members/experts/14498 . De websites zijn geraadpleegd op woensdag 27 april 2022.

25 april 2022

Rust in crisistijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De geschiedenis van Jakob die in Bethel overnacht roept sprekende beelden op.
Een lange ladder die de hemel raakt – wat een enorm ding moet dat zijn geweest!
Engelen die moeiteloos afdalen en opklimmen – wat een gymnastische toeren zien wij dan voor ons!
De God van de hemel die Zijn trouw luidkeels proclameert – kan het mooier?
In Genesis 28 klinkt het zo: “Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder geplaatst, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag. En zie, de Heere stond boven aan die ladder en zei: Ik ben de Heere, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven. Uw nageslacht zal talrijk zijn als het stof van de aarde en u zult zich uitbreiden naar het westen, het oosten, het noorden en het zuiden. In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!”.
De Here is trouw.
Dat is geweldig.
Want van mensen moeten wij het in Genesis 28 niet verwachten.
Jakob koopt het eerstgeboorterecht met een reeks slimmigheidjes.
In een Studiebijbel wordt bij dit Schriftgedeelte onder meer aangetekend: “Jakob heeft door list een zegen ontvangen, maar hij is nu verder dan ooit verwijderd van de inhoud van die zegen. Zelfs het verblijf als vreemdeling in het beloofde land is onmogelijk geworden. Hij moet weg en moet ook een vrouw gaan zoeken. Terwijl een knecht dat voor Isaak deed, zodat deze zelf in Kanaän kon blijven, moet Jakob noodgedwongen zelf weggaan”.
Mensen maken er soms binnen de kortste keren een rommeltje van. List en bedrog zijn aan de orde van de dag. Maar ook al maken mensen rare bochten, de Here bereikt zijn doel![1]

Genesis 28 behoedt ons ervoor om de hemel te vergeten. Wij leven in een hemels krachtenveld. Er is druk verkeer tussen de hemel en de aarde.
Professor dr. P.H.R. van Houwelingen, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen, zei daarover eens: “Engelen zijn ‘liturgische geesten die thuis zijn in de hemelse viering’, maar ze zijn ook ‘professionele diakenen’ die zich laten uitzenden onder de mensen. We spreken over Gods wereldbestuur, zonder te beseffen dat God hemelse dienaren ter beschikking heeft om Zijn wil uit te voeren.
Al het engelenverkeer loopt via de Mensenzoon. Vanaf de zogeheten ‘jakobsladder’ geeft God aan dat Hij Zelf het contact van de aarde met de hemel en omgekeerd in goede banen leidt. Christus is de hemelpoort, de unieke toegang tot de Vader, de ware jakobsladder”.
Wij mogen er gerust van uit gaan dat de engelen het ook in onze tijd druk hebben![2]

Dat ziet er heel mooi uit.
Maar de vraag komt op of God op Zijn tijd wellicht een welwillende assistent van bedriegers is.
Het antwoord daarop is ronduit: nee, beslist niet. Wij hebben hier te maken met het welbehagen van God. Met Zijn raadsplan. Met Zijn grootse reddingsplan. Er is niemand op aarde die zo’n magnifieke strategie kan bedenken. Alleen God kan dergelijke intenties waar maken. Hij maakt ze waar in het werk van Zijn Zoon Jezus Christus. Leest u maar mee in Romeinen 5: “Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven”. En in Romeinen 9: “Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben”.
Gods beleid heeft schitterende effecten![3]

Jakob heeft in Bethel een mooie Godservaring gehad.
En wij?
Wij mogen de drie-enige God ook in ons leven ervaren. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen we over de Drie-eenheid: “Wij weten dit alles zowel uit het getuigenis van de Heilige Schrift als uit de werkingen van deze Personen, voornamelijk uit die welke wij in onszelf ervaren”.
Wij zeggen het de Dordtse Leerregels na: “Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben”
Hoe werkt dat alles precies?
Wedergeboorte, de vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de dood en levendmaking – dat zijn allemaal zaken waarvan kerkmensen in dit leven nooit volledig zullen kunnen begrijpen hoe die zich in ons leven ontwikkelen. Die geleerden uit Dordt leerden ons: “Intussen vinden zij rust in de wetenschap en ervaring, dat zij door deze genade van God van harte geloven en hun Verlosser liefhebben”.
Geloven in God? Dat geeft rust in ons bestaan![4]

We leven in een tijd van crisis. Gaat u maar na: oorlog in ons werelddeel, wij hebben te maken met de grootste vogelgriepuitbraak in Europa die we ooit gehad hebben, de inflatie in Nederland is de hoogste sinds veertig jaar, en dan is er nog de klimaatcrisis. Het wordt, zeggen de mensen, tijd voor een goed stuk crisismanagement. En inderdaad – her en der moeten forse beleidsveranderingen plaatsvinden.  
Maar er is een andere kwestie die zeker ook aan de orde dient te komen. Kunnen wij het Jakob nazeggen: “De Heere is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten”? Door alles heen geloofde Jakob het Woord dat God sprak. In Hebreeën 11 wordt van Jakob getuigd: “Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, met betrekking tot toekomstige dingen. Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder van de zonen van Jozef gezegend en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf”.
Laten wij maar om Gods zegen bidden.
En laten wij Hem maar op Zijn Woord geloven![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Genesis 28:12-15.
[2] In deze alinea gebruik ik: “Engelen verbinden aarde en hemel”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 26 februari 2021, p. 9.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 5:6 en Romeinen 9:15. Ik maak ook gebruik van mijn artikel ‘Gods keuze heeft grote gevolgen’, hier gepubliceerd op vrijdag 25 augustus 2017; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/08/25/ .
[4] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en woorden uit de Dordtse Leerregels: hoofdstuk I, artikel 13 en hoofdstuk III/IV, artikel 13.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 28:16 en Hebreeën 11:20,21.

22 april 2022

Goed kneedbaar deeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”.
Dat schrijft de apostel Paulus aan de christenen in Corinthe. Dat doet hij in 1 Corinthiërs 5.
Wij moeten een nieuw deeg zijn. Het is bekend: deeg houdt van warmte. De vraag is dus: voelen we in de kerk de warmte van het Evangelie?[1]

‘Verwijder het oude zuurdeeg’, schrijft Paulus. Dat betekent in ieder geval dat wij geen slaven van de dood meer zijn. Nee, wij zijn kinderen van God voor het leven. Om met Romeinen 6 te spreken: “Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven”[2].
 
Dat zou je niet zeggen als je naar mensen kijkt.
De NOS meldde op zondag 17 april, Eerste Paasdag: “Bij confrontaties tussen Palestijnen en de Israëlische oproerpolitie op de Tempelberg in Jeruzalem zijn zeker zeventien Palestijnse gewonden gevallen, meldt hulporganisatie de Rode Halve Maan. Negen Palestijnen zijn opgepakt. De Israëlische politie betrad het terrein van de al-Aqsamoskee in Oost-Jeruzalem om de weg vrij te maken voor joodse bezoekers. Volgens de politie hadden Palestijnen stenen klaargelegd en barrières opgeworpen in afwachting van een confrontatie”.
Geloof levert maar al te vaak conflicten op. En agressie.  
Als wij dat constateren, ligt er meteen een vraag voor ons op tafel: laten wij ons confronteren met de levende Christus, die vrede maakt met Hem? Oftewel: geloven wij in de grote gevolgen van Christus’ eenmalige offer voor ons persoonlijke leven?[3]

Over die grote gevolgen schrijft Paulus in Romeinen 6.
Leest u maar mee: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen”.
Wij worden zogezegd als nieuw!
Wandelen in een nieuw leven – dat klinkt in onze tijd enigszins irreëel. Een argeloze lezer van dit artikel vraagt wellicht: ‘Leeft de schrijver van die weblog onder een steen?’. Immers, op deze aarde is weinig als nieuw. De aarde is, menen velen, onderhevig aan ernstige slijtage. Ergens op het internet staat zelfs geschreven: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender uit het stopcontact trekken!”[4].

Het bovenstaande ziet er buitengewoon dramatisch uit. Edoch, het is beslist niet waar.
In Genesis 9 belooft de Here namelijk: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde”. En: “Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig verbond tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”.
Niettemin is het wel realiteit dat iedereen en alles door de zonde is aangetast. En ja, onze lichamen raken versleten naarmate wij ouder worden.
En toch is het nieuwe leven er al. Wij zijn immers met Hem begraven door de doop in de dood?
Dat moeten we blijven geloven![5]

Inmiddels is de doop in beeld gekomen.
Van gedoopte mensen mag verwacht worden dat zij in een nieuw leven zullen wandelen. Daar bidden wij trouwens ook om na een doopsbediening: “Laat dit kind door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten”[6].

Laten wij elkaar, nu het over de doop gaat, wijzen op Mattheüs 28. In het begin van dat hoofdstuk lezen wij het Paasevangelie. U weet wel: “Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft. En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd”.
Jezus Christus is opgewekt. Zijn opstanding maakt de weg vrij voor veel meer opstandingen. Heel veel mensen mogen Hem volgen. Uiteindelijk krijgen al die door Hem uitgekozen mensen toegang tot de hemel. Dat Evangelie moet door de wereld gaan.
Welnu, daarom geeft Jezus aan het einde van datzelfde Mattheüs 28 ook het doopbevel: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”.
De kerk heeft een Woord voor de wereld – jazeker.
En die kerk bezit ook een kostbare belofte. Die staat in het laatste vers van Mattheüs 28: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Met andere woorden: door de wereld gaat een Woord, en Hij is er altijd bij. Voor eeuwig![7]

Het aardse leven van Gods kinderen is, als het goed is, een nieuw leven.
Laten wij in die wetenschap tenslotte nog even met een schuin oog naar 1 Corinthiërs 5 kijken.
Daar staat het: wij behoren een nieuw deeg te zijn.
Wij mogen het wel zó zeggen: de God van hemel en aarde kneedt ons. Hij maakt van ons ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Laten wij vooral zorgen dat wij goed kneedbaar blijven!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 5:7 en 8.
[2] Romeinen 6:6,7 en 8.
[3] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/artikel/2425499-zeker-zeventien-gewonden-bij-confrontatie-palestijnen-en-politie-op-tempelberg ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:4. Verder citeer ik van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op zondag 17 april 2022.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 9:13 en Genesis 9:16.
[6] In deze alinea citeer ik uit het Gereformeerde formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen. – Gereformeerd Kerkboek. Het citaat komt van p. 516.
[7] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:5,6,7,19 en 20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.