gereformeerd leven in nederland

7 januari 2020

Rachab komt bij de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De geschiedenis van Rachab, die we in Jozua 2 kunnen lezen, is heel bijzonder.
De internetencyclopedie Christipedia omschrijft de geschiedenis onder meer als volgt: “Ze had gehoord van de wonderen die God voor de bevrijding van Israël had gedaan, en zij getuigt van de schrik die op haar landgenoten was gevallen. In het geloof riskeerde ze haar leven door de spionnen te verbergen. Ze slaagde hierin en sloot een overeenkomst met de twee mannen, dat als zij hen zou niet verraden, haar leven en het leven van haar familie gespaard zou worden bij de inneming van de stad. Dit was slechts bindend voor de verspieders als Rachab de haren in haar huis bracht, onder het teken van de scharlaken koord, dat uit het venster zou hangen waaruit de verspieders waren neergelaten, daar het huis op de stadsmuur gebouwd was. Jozua zag erop toe dat de belofte werd nagekomen, en Rachab en haar familie werden behouden”[1].

Rachab is een hoer. Maar zij wordt wel genoemd in het geslachtsregister van Jezus Christus, zoals dat in Mattheüs 1 staat: “Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï”[2].
Er staat een hoer in dat register!
Vandaag de dag zeggen we vaak: in de kerk moet orde heersen. En dat is waar. Maar laten we daarbij niet vergeten dat de Here soms een route wijst die wij kronkelwegen zouden noemen, of een obscuur paadje.
Het Evangelie is voor de hele wereld bedoeld! Mensen komen op de meest merkwaardige manieren bij de Here terecht. Kerkmensen hebben nogal eens de neiging om die merkwaardigheden met gefronste wenkbrauwen te bekijken: wat gebeurt daar nou weer?
Laten we ‘t echter nooit vergeten: God kiest soms een weg die wij niet bedacht hadden!

Waar moet onze focus liggen?
Antwoord: op het geloof. Dat behoort het brandpunt van ons leven te wezen!
Dat wordt wel heel duidelijk in Hebreeën 11. In dat hoofdstuk vinden we die lange rij van geloofsgetuigen. En jawel, daar staat Rachab ook tussen: “Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen”[3].
Hoe kan het toch dat Rachab dat gelooft? Er was immers geen enkel signaal dat de Israëlieten Kanaän zouden gaan bewonen. Het geloof is haar gegeven; dat kan niet anders!
Laten wij, in verband hiermee, elkaar op de Dordtse Leerregels wijzen.
Citaat: “Het geloof in Jezus Christus en ook het behoud door Hem is een genadegave van God, zoals geschreven is: Door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God -Efeziërs 2:8-. Evenzo: Aan u is de genade verleend in Christus te geloven -Philippenzen 1:29-.

God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn -Handelingen 15:18-, en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil -Efeziërs 1:11-. Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[4].
Rachab komt bij de kerk.
Dat is een wonder.
En het feit dat anno Domini 2020 nog mensen in de kerk zitten is ook een wonder. Het feit dat mensen zich bij de kerk melden is ronduit miraculeus. Maar het gebeurt – echt waar. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ook niet in 2020.

Rachab bewijst dat geloven betekent dat je, bijna als vanzelf, aan het werk gaat. Niet om behouden te worden, want een toegangskaart voor de hemel kan men niet verdienen.
Maar wel om het geloof te versterken. Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En ​Abraham​ geloofde God, en het is hem tot ​gerechtigheid​ gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof. En is Rachab, de ​hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan? Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”[5].
Door de werken, noteert een exegeet, “-die van de naastenliefde en van de gehoorzaamheid tegenover God- komt het tot zijn volle rijpheid en voltooiing, bereikt het zijn doel”[6].
In december 2013 noteerde schrijver dezes op deze website over Jacobus 2: “Jacobus schrijft over het belang van echt geloof.
Echt geloof richt zich op God. En daarnaast ook op alle medemensen. Let wel: op alle medemensen. Daarbij gaat het dus niet alleen om populaire wereldburgers. Het gaat niet alleen om vrienden en kennissen die, zoals dat heet, goed liggen in de groep.
Echt geloof is gefundeerd in dankbaarheid. Op allerlei manieren tonen wij dat in ons leven altijd de vreugde vonkt. Dat is blijdschap over onze redding. Dat is blijheid over Gods beloften ten aanzien van een heerlijk eeuwig leven”[7]. Dat staat vandaag nog recht overeind!

Ook in onze tijd geldt: in de kerk ligt nog veel werk.
Misschien gebeurt dat niet altijd op de manier die wij voor ogen hebben.
Maar God werkt door. Ook in 2020.

Noten:
[1] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Rachab ; geraadpleegd op dinsdag 31 december 2019.
[2] Mattheüs 1:5.
[3] Hebreeën 11:31.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 5 (laatste deel) en artikel 6.
[5] Jacobus 2:22-26.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 2:22.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘De daadkracht van Jacobus 2’, hier gepubliceerd op maandag 2 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/02/de-daadkracht-van-jacobus-2/ .

12 december 2019

Twee legers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De belangrijkste opdracht voor een gelovig mens is: volharden in het geloof in Gods beloften. Christen-zijn is nooit een automatisme. Het is uitzien naar de toekomst, in een wereld die dol lijkt te draaien[1].

In Jesaja 36 wordt dat het volk van God wel moeilijk gemaakt.

Wat is de situatie?
Op het internet kan men de volgende beschrijving vinden: “Assyrië en Babylon waren de grote mogendheden van de oude tijd. Toen Hizkia koning van Juda werd, was het rijk van Assyrië in verval geraakt en hun invloed sterk teruggedrongen. Tien jaar later werd het weer sterk en begon het zijn invloedssfeer uit te breiden.
In het veertiende jaar van Hizkia trok het leger van de Assyrische koning Sanherib westwaarts en nam Sidon, Achzib en Akko aan de Fenicische kust in. Daarna trok het Assyrische leger naar het zuiden. Moab, Edom en Asdod gaven zich onmiddellijk over en betaalden schatting om zo bezetting en verwoesting te ontlopen. Askelon en de naburige steden Joppe en Beth-Dagon, die dat niet deden, werden met grof geweld door de Assyriërs onderworpen. Om dit lot te ontgaan, stuurde Hizkia afgezanten naar koning Sanherib om vrede te sluiten -2 Koningen 18:14-. Deze eiste driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud. Dat was een enorme som geld. Koning Hizkia nam alle goud en zilver uit de tempel en de Koninklijke schatkamer -2 Koningen 18:15,16-. Er staat niet vermeld dat dit genoeg was, want koning Sanherib sloot geen vrede. Hij stuurde een hoge dienaar -de rabsake- met een deel van zijn leger en deze sloeg het beleg voor Jeruzalem”
Even verder staat in dezelfde beschrijving:
“In Jesaja 36:4-18 lezen we een stukje psychologische oorlogsvoering. De rabsake ontvangt een delegatie van koning Hizkia. In het gesprek dat volgt, biedt hij Hizkia geen enkele uitweg. Hij eist onvoorwaardelijke overgave. Om zijn woorden kracht bij te zetten, loopt de Rabsake naar de muur van Jeruzalem en spreekt hij met luide stem de verdedigers toe. Ongetwijfeld heeft de rabsake de delegatie van Hizkia om hem heen gezet, om zo beschermd te zijn tegen mogelijke pijlen van de verdedigers. De rabsake biedt hen een royale beloning, mits ze zich overgeven en de poorten van Jeruzalem openen.
Nadat de rabsake ten aanhoren van de verdedigers op de muur van Jeruzalem de hopeloze situatie van de stad in schrille kleuren geschilderd heeft en daarbij ook nog de God van Israël lasterde, wordt dit alles aan koning Hizkia overgebracht”[2].

Zo staan de zaken in Jesaja 36.
En wie zich een beetje inleeft, begrijpt het: de spanning is te snijden. Het ziet er niet best uit!

De commandant van het leger heeft een heel grote mond: “Dit zegt de grote ​koning, de ​koning​ van ​Assyrië: Wat is dit voor vertrouwen dat u koestert? Ik zeg -maar het is lippentaal-: Er is beraad en gevechtskracht voor de ​oorlog. Op wie stelt u nu uw vertrouwen, dat u tegen mij in opstand komt?”[3].
En ook:
“Nu dan, ben ik buiten de wil van de HEERE tegen dit land opgetrokken om het te gronde te richten? De HEERE heeft tegen mij gezegd: Trek tegen dit land op en richt het te gronde!”[4].
En:
“Laat ​Hizkia​ u ook niet doen vertrouwen op de HEERE door te zeggen: De HEERE zal ons zeker redden, deze stad zal niet gegeven worden in de hand van de ​koning​ van ​Assyrië”[5].
En: “Laat ​Hizkia​ u niet misleiden door te zeggen: De HEERE zal ons redden. Hebben de ​goden​ van de volken, ieder zijn eigen land, gered uit de hand van de ​koning​ van ​Assyrië? Waar zijn de ​goden​ van Hamath en Arpad? Waar zijn de ​goden​ van Sefarvaïm? Hebben zij Samaria dan soms uit mijn hand gered? Wie onder al de ​goden​ van deze landen zijn er die hun land uit mijn hand gered hebben? Zou de HEERE ​Jeruzalem​ dan wél uit mijn hand redden?”[6].

Zonder het te weten is de commandant uit Jesaja 36 een attentiesein voor alle Bijbellezers uit later tijden: zo ziet antichristelijke macht eruit! Ook de Bijbellezer van 2019 met het zich realiseren: dat soort taal horen we ook in de eenentwintigste eeuw. En ja – wij voelen ons vaak machteloos. Je kunt weinig uitrichten tegen al dat geschreeuw. Al die oorlog en agressie – christenen kunnen er weinig tegen beginnen.
Maar juist in deze situatie komt het er op aan om te blijven volharden in het allerheiligst geloof!

De NOS meldt op maandag 9 december: “Over de hele wereld zijn bijna 50 miljoen kinderen op de vlucht voor oorlog, natuurrampen, armoede en geweld. Dat staat in een rapport van VN-kinderrechtenorganisatie Unicef.
De grootste problemen doen zich volgens Unicef voor in het Midden-Oosten. Daar zijn 8,8 miljoen kinderen op de vlucht, onder wie 2,5 miljoen kinderen uit Syrië. Voor de in Syrië achtergebleven families is er vaak te weinig voeding, medische zorg en onderwijs”.
Al die dingen kunnen wij niet overzien.
Wij kunnen geen finaal oordeel geven.
Maar de diepste nood is: vele, vele leiders in de wereld werken God tegen.
Voor hen geldt een woord uit 2 Thessalonicenzen 2 over de wetteloze: “hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de ​satan​ is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de ​liefde​ voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden”[7].

Jesaja 36 leert ons de geschiedenis te bezien als de strijd tussen twee legers: de milities van de hemelse God en de legioenen van satan.
Omdat Gods kinderen lid van de militia Christi zijn, zijn zij zeker van de overwinning. De kerk gaat triomfen vieren. Dankzij haar hoofd – Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Zie hierover ook mijn artikel ‘Geloofsvolharding gezocht’, hier gepubliceerd op woensdag 11 december 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/12/11/geloofsvolharding-gezocht/ .
[2] Geciteerd van http://www.bijbelverklaring.com/family-7/2019-aflevering-3-hizkia-n-geschiedenis-of-profetie ; geraadpleegd op maandag 9 december 2019.
[3] Jesaja 36:4 en 5.
[4] Jesaja 36:10.
[5] Jesaja 36:15.
[6] Jesaja 36:18, 19 en 20.
[7] 2 Thessalonicenzen 2:9 en 10.

11 december 2019

Geloofsvolharding gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hoe staat de wereld tegenover God en Zijn Woord?
Daarover kan men tamelijk kort zijn. Dat Woord laat de wereld koud. Het maakt de meeste wereldburgers niet zo veel uit wat er door God Zelf en namens God wordt verkondigd. Het zál allemaal wel. Er zijn zoveel profeten, toekomstvoorspellers en trendwatchers. Bovendien: ieder heeft recht op z’n eigen mening nietwaar?
Nou ja – laat maar. We zien het wel.

Jeruzalem is, zo stelt Jesaja in hoofdstuk 32 stellig, ten onrechte zeer zorgeloos. Het leven kabbelt verder. In Jesaja’s idioom klinkt het zo: “Zorgeloze vrouwen, sta op, luister naar mijn stem! Onbezorgde dochters, neem mijn woorden ter ore!”[1].
De profeet Amos, een andere woordvoerder van God, zegt trouwens net zoiets: “Wee de zorgelozen in ​Sion, en de onbezorgden op de berg van Samaria, de beroemdsten van de voornaamste van de volken, en tot wie het ​huis​ van Israël komt”[2]. Zorgeloosheid zit Israël blijkbaar in de genen…
Welnu, proclameert Jesaja, de Here zegt: over ruim een jaar staan de zaken er heel anders voor!
Dan komt er niks van druiven plukken. Er kan niet worden geoogst. Er is dan geen eten. En er is dan geen drinken. De toestand is tegen die tijd onhoudbaar. Het is tijd om in de rouw te gaan. Het statige Jeruzalem wordt een verlaten stad. Nog even en de complete metropool is door onkruid overwoekerd. De wachttorens zijn buiten functie gesteld; ze zijn weinig meer dan een puinhoop.

Hoe gaat het dan verder?
Gaat de toekomst hermetisch dicht?
Wordt alles zwart en duister?
Toch niet.
De Heilige Geest van God blaast de kerk nieuw leven in! Het land wordt vruchtbaar. Het krijgt, om zo te zeggen, het aanzien van een prachtig bos.
Gods volk zal weer wonen in een veilige stad.
En de vijand? Die zal zich dood schrikken! De natuur laat zich van een kwade kant zien.
Maar het volk van de Verbondsgod kent welvaart: “Welzalig bent u die aan alle wateren ​zaait, die rund en ezel daarheen drijft”[3].

Gods Heilige Geest brengt de kerk in Jesaja 32 op werkniveau. Er komt weer activiteit ter ere van Hem. De mensen gaan hun Beschermer weer aanbidden.
Dat is ook actueel in 2019.
Jesaja blikt in de toekomst: “Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte”[4].
Jesaja wordt dus Pinksterprofeet: Gods Geest wordt uitgegoten. Hij komt niet maar druppelsgewijs, maar in stromen tegelijk. Onze douches zijn er niets bij.
En nee, in de kerk zijn niet in de eerste plaats vlotte sprekers en goeie bands nodig.
Terecht schreef een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant onlangs: “Van Paulus leren we de kracht van de heilige Geest juist dáár te zien, waar het menselijk ego wordt afgebroken. Niet de persoonlijkheid van de prediker, maar de dwaze boodschap van het kruis moet centraal staan”.
En:
“Laat de kerk vooral een oefenschool in de liefde blijven waar we onszelf leren relativeren. Laat er plek mogen blijven voor verstilling, inkeer en ernst, ook al staat dat haaks op onze postmoderne consumptiecultuur”[5].

De Heilige Geest zorgt er voor dat wij op Gods Woord geconcentreerd blijven. Denkt u maar aan Johannes 14: “Maar de Trooster, de ​Heilige​ ​Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb”[6].
De Heilige Geest brengt ons terug bij Vader. Om met Romeinen 8 te spreken: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot ​kinderen​ ontvangen, door Wie wij roepen: ​Abba, Vader!”[7].
De Heilige Geest zorgt voor de opbouw van de kerk. Laten wij elkaar wijzen op 1 Corinthiërs 12: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander”[8].
De Heilige Geest zorgt er voor dat wij gereed worden gemaakt voor een leven in Gods heerlijkheid. Zie 2 Corinthiërs 3: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”[9].

Hoe staat de wereld tegenover God en Zijn Woord?
Men zegt: ieder heeft recht op z’n eigen mening; en nu ja – we zien het wel.

Welaan, Jesaja 32 leert ons simpelweg om te volharden in ons geloof in Gods beloften.
Dan is zorgeloosheid ver te zoeken.
Om tenslotte met het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels te spreken: “Deze zekerheid van de volharding verleidt de ware gelovigen beslist niet tot hoogmoed en zondige zorgeloosheid. Integendeel, hieruit komen voort nederigheid, kinderlijke eerbied, een godvrezend leven, vurige gebeden, standvastigheid in alle strijd, in het kruisdragen en in het belijden van de waarheid en ook blijvende blijdschap in God. Het overdenken van die weldaad is voor hen juist een aansporing zich ernstig en voortdurend te oefenen in dankbaarheid en goede werken. Dit blijkt immers uit de getuigenissen van de Schrift en de voorbeelden van de heiligen”[10].

Noten:
[1] Jesaja 32:9.
[2] Amos 6:1.
[3] Jesaja 32:20.
[4] Jesaja 32:15.
[5] Ds. J. Oosterhuis, “Groeikerken staan niet op de goede plek”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 30 november 2019, p. 16 en 17.
[6] Johannes 14:26.
[7] Romeinen 8:15.
[8] 1 Corinthiërs 12:7.
[9] 2 Corinthiërs 3:18.
[10] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 12.

29 november 2019

Geloof … en een snufje cultuur?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Als het gaat over geloven in Gods beloften, kunnen we een voorbeeld nemen aan Abraham.
Niet omdat Abraham zo goed z’n best doet. Maar wel omdat Abraham gedurende heel zijn aardse leven op God vertrouwt.
Wie betaald werk doet, krijgt regelmatig salaris.
Wat krijgen u en ik als wij op God vertrouwen? Antwoord: wij worden vrijgesproken van schuld.
David zingt er in Psalm 32 over:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt”[1].

Paulus schrijft het nadrukkelijk in Romeinen 4: “Want niet door de wet is de belofte aan ​Abraham​ of zijn nageslacht gedaan dat hij een erfgenaam van de wereld zou zijn, maar door de ​gerechtigheid​ van het geloof[2].
God vraagt van Abraham niet in de eerste plaats dat hij netjes leeft. IJverig leven volgens Gods wet brengt de bekende aartsvader niet in de hemel. Het geloof in de reddende kracht van de genadige God – dat wordt hem tot gerechtigheid gerekend. Abrahams vaste vertrouwen in God – dat is voor de God van hemel en aarde reden om Abraham van schuld vrij te spreken.
Het is goed om, als het om geloof en bekering gaat, de Dordtse Leerregels in herinnering te brengen: “God doet dit alles, opdat zij de grote daden zouden verkondigen van Hem die hen uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht, en opdat zij niet in zichzelf, maar in de Here zouden roemen, zoals de geschriften van de apostelen op tal van plaatsen getuigen”[3].

Welnu, schrijft Paulus: “Nu is het niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem toegerekend is, maar ook ter wille van ons, aan wie het zal worden toegerekend, aan ons namelijk die geloven in Hem Die ​Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft, Die om onze overtredingen is overgeleverd, en ​opgewekt​ om onze rechtvaardiging”[4].

Vertrouw maar op God. Vertrouw u maar toe aan Jezus Christus, uw Heiland. Hij heeft voor al uw zonden betaald! Als u dat doet, dan is Abraham uw vader. Dat schrijft Paulus in Romeinen 4.
Daar hoeft helemaal niets van ons meer bij.
Wij kunnen geen zetel in de hemel verdienen. En dat is ook nergens voor nodig. Want onze plaats is reeds door de Heiland gereserveerd.

Dat Evangelie staat recht overeind.
Ook in 2019.
Dat is een open deur. Hierboven staat niets nieuws. ’t Is bekende stof. Bijbelvaste gelovigen zullen zeggen: dit weten wij reeds.

Hierboven staat niets nieuws.
Toch moeten wij ons dit terdege realiseren. Waarom? Omdat we in een wereld leven die flexibiliteit en aanpassingsvermogen vraagt. En dat raakt ook het kerkelijk leven.
Wilt u een paar voorbeelden?
1.
In april van dit jaar stond in het Reformatorisch Dagblad een artikel met de kop ‘Verhoudingen in CGK staan nu op scherp’. Daarin zei de christelijke gereformeerde predikant A. van Heteren: “Er liggen besluiten die vrouwelijke ambtsdragers en homoseksuele praxis op grond van de Bijbel afwijzen. Er moeten wel heel dringende argumenten zijn om die besluiten te herzien. De nieuwe hermeneutiek, waarbij de huidige cultuur een belangrijke rol speelt in de uitleg van de Bijbel, zet de Schrift opzij”[5].
2.
In mei 2019 zei K. Wezeman, voormalig tweede voorzitter van de Gereformeerd-vrijgemaakte synode in 2014, in het Nederlands Dagblad: “De vrouw in het ambt is de kapstok, maar het gaat eigenlijk over hoe je met de Bijbel omgaat. We hebben het idee dat de omgang met de Bijbel binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) wordt bepaald door de cultuur. Terwijl de Bijbel soms haaks staat op wat we in onze cultuur passend of prettig vinden”[6].
Wij leven in een wereld die aanpassingsvermogen vraagt. Dat raakt ook het kerkelijk leven. Wellicht ongewild suggereert men: wij moeten de uitleg van de Bijbel enigszins toesnijden op de cultuur van de eenentwintigste eeuw; alleen zo kunnen wij in onze tijd de Heer van hemel en aarde optimaal dienen.
De redenering is dus: met alleen de Bijbel komt u er niet; er moet een snufje cultuur bij.
De redenering is blijkbaar: met Abraham in het voorgeslacht komt u er niet; u moet ook contact maken met de wereld van vandaag.

Daarom is het belangrijk om het nog eens te repeteren: er hoeft helemaal niets van ons meer bij.

Abraham heeft volledig op God vertrouwd. Menselijk gesproken had hij wel reden om een snufje cultuur bij zijn geloof te doen.
De Christelijke Gereformeerde predikant E. Everts schrijft terecht: “Abraham kreeg veel van God. Hij was rijk in economisch opzicht. En God stelde hem nog meer rijkdom in het vooruitzicht. Denk aan belofte van een talrijk nageslacht en bezit van veel land -onder anderen Genesis 13:14-17-. En toch had het iets van een paradox. Toen er hongersnood uitbrak, zag hij zich genoodzaakt zijn toevlucht te nemen in Egypte. Abraham kreeg geen stukje land voor zichzelf, behalve een stukje grond met een spelonk om zijn vrouw te begraven. Hij had er nog een hoge prijs voor betaald ook.
In Egypte kreeg Abraham geschenken van de farao. Deze hebben een nare bijsmaak, omdat ze verband houden met een leugen van Abram en Sara”[7].
Vertrouwen op God – dat was voor Abraham heus geen makkie.

Geloven is ook in 2019 niet zo simpel.
Daarom heeft het wel degelijk zin om Romeinen 4 goed tot ons te laten doordringen.
En laten wij die bekende definitie van de Hebreeënschrijver vooral niet vergeten: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[8].

Noten:
[1] Dit zijn de eerste regels van Psalm 32:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Romeinen 4:13.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 10.
[4] Romeinen 4:23, 24 en 25.
[5] “Verhoudingen in CGK staan nu op scherp”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 2 april 2019, p. 10 en 11.
[6] Geciteerd uit: “Bezwaarden voelen zich alleen”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 17 mei 2019, p. 7.
[7] E. Everts, “Het goede leven (2) – Abraham”. In: De Wekker, vrijdag 11 oktober 2013, p. 13.
[8] Hebreeën 11:1.

1 november 2019

Kerk en wereld tegenover elkaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat is de belangrijkste boodschap van Gods Woord?
Antwoord: het centrale punt is dat Jezus Christus is. Dat wil zeggen: Christus leert ons wat God wil. Dat wil ook zeggen: Christus is voor ons gestorven, en heeft zo voor al onze zonden betaald. Dat wil ook zeggen: Christus beschermt ons; Hij zorgt ervoor dat wij onze verlossing steeds voor ogen houden.
Die boodschap biedt ons troost in het leven van alledag. Wij leven, als het goed is, niet zomaar wat voor ons uit – horizontaal, richting de horizon. Welnee. Dankzij Christus’ verlossingswerk slagen wij erin om boven onze problemen uit te kijken. Dankzij Christus’ verlossingswerk wordt onze horizon verbreed; de wolken aan de hemel zijn niet alleen maar donker en zwaar.

Die boodschap behoren predikanten door te geven.
Als de dominees dat doen, zijn zij in goed gezelschap. Apollos geeft die boodschap ook al door. Leest u maar mee in Handelingen 18: “En toen hij naar Achaje wilde ​reizen, bemoedigden de broeders hem en schreven aan de discipelen dat zij hem moesten ontvangen. En toen hij daar gekomen was, bood hij veel hulp aan hen die door de ​genade​ geloofden; want hij bestreed de ​Joden​ krachtig in het openbaar door uit de Schriften te bewijzen dat ​Jezus​ de ​Christus​ is”[1].

Apollos is van oorsprong een Egyptenaar; hij komt uit Alexandrië. Hij weet uitstekend de weg in het Oude Testament. En – niet onbelangrijk – hij is een prima spreker[2].
Juist daarom heeft hij heel wat aanhangers. Apollos trekt mensen. Het lijkt 2019 wel; vandaag de dag lopen wij ook graag achter goeie prekers aan. Niet voor niets schrijft Paulus in 1 Corinthiërs 3: “Wie is ​Paulus​ dan, en wie is Apollos, anders dan ​dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[3].

Apollos helpt hen die door genade geloven.
Net zoals, naar wij mogen hopen, hedendaagse dominees dat doen.
Ook anno Domini 2019 ontvangen wij de kracht om de wil van God in ons leven prioriteit één te geven. Als wij die geloofskracht gebruiken betekent dat dat onze eigen wensen en verlangens gaandeweg naar de achtergrond worden geduwd; die worden steeds onbelangrijker. Aldus wordt de situatie van Lucas 9 werkelijkheid. Daar zegt Jezus: “Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn ​kruis​ dagelijks opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”[4].
Het is belangrijk om het bovenstaande accent te geven. Want nog altijd zijn er mensen die zeggen dat de mens van nature niet zo slecht is.
Rutger Bregman – historicus en vaste schrijver voor het journalistieke online platform De Correspondent – schreef het boek ‘De meeste mensen deugen’[5]. Het boek wordt met bescheiden gejuich ontvangen. Men noteert: “De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Maar wat als we het al die tijd mis hadden? In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede? Adembenemend, weids en revolutionair”[6].
Bregman zegt: “De mens is niet zo’n talrijke diersoort geworden dankzij zijn hersencapaciteit of zijn fysieke vermogens, maar dankzij zijn sociale intelligentie. Die uit zich ook in ons fenotype want door onze grote ogen en beweeglijke wenkbrauwen, niet verborgen onder een vacht, kunnen we emoties tonen. We zijn zelfs zo empathisch dat we de enige diersoort zijn die bloost”[7].
Voor de uitverkorenen geldt: “God besloot hun het geloof in Christus te schenken, hen te rechtvaardigen en te heiligen en hen, nadat zij in de gemeenschap van zijn Zoon met kracht bewaard zijn, uiteindelijk te verheerlijken. In dit alles toont God zijn barmhartigheid tot lofprijzing van de schatten van zijn roemrijke genade”[8].
Laten wij er maar niet omheen draaien: kerk en wereld staan hier lijnrecht tegenover elkaar!

Apollos bestreed de ​Joden​ krachtig in het openbaar.
Alle mensen mochten zijn uitspraken horen.
Vandaag is godsdienst volgens velen een privézaak. Men zegt bijvoorbeeld: “Scholen moeten ‘bijzonder’ kunnen blijven – montessori, dalton, vrije scholen, dat draagt bij aan de rijkdom van het onderwijs –, maar niet op religieuze of politieke grondslag. Aan de christelijke minderheid die hecht aan onderwijs in religie kan tegemoet worden gekomen door de garantie dat in het algemene onderwijs aandacht zal worden geschonken aan godsdiensten”[9].
Iemand schrijft: “Al decennia geldt: als je het gezellig wilt houden, begin dan niet over politiek of religie. Zeker nu een meerderheid van de mensen geen religie aanhangt, lijkt dat motto nog meer op te gaan. Religie is een privézaak, geloof is een gevaar voor de rechtsstaat en moslims zijn gevaarlijk. Als je nog gelooft, ben je een beetje gek, of in ieder geval een tikje dom”[10].
Welnu – in de kerk geldt dat het Evangelie in het openbaar verkondigd wordt. En het woord dat de apostel Paulus aan Timotheüs schreef is nog altijd volop actueel: “Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht”[11]!

Noten:
[1] Handelingen 18:27 en 28.
[2] Zie Handelingen 18:24: “En een zekere ​Jood, van wie de naam Apollos was, een Alexandriër van afkomst, een welsprekend man, die kundig was op het gebied van de Schriften, kwam in ​Efeze​ aan”.
[3] 1 Corinthiërs 3:5, 6 en 7.
[4] Lucas 9:23 en 24.
[5] De gegevens van dit boek zijn: Rutger Bregman, “De meeste mensen deugen; een nieuwe geschiedenis van de mens”. – De Correspondent Uitgevers B.V., 2019. – 528 p.
[6] Geciteerd van https://www.libris.nl/boek/?authortitle=rutger-bregman/de-meeste-mensen-deugen–9789082942187/ ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[7] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/26/zijn-we-goed-a3974746 ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[9] Geciteerd van https://www.parool.nl/columns-opinie/geloof-is-een-privezaak-geen-overheidstaak~b0ece8be/ ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[10] Geciteerd van https://www.forumc.nl/nieuws/779-nationaal-religiedebat-2018-de-godspot ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[11] 2 Timotheüs 4:2.

4 oktober 2019

Nooit kan ’t geloof teveel verwachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel wordt enig licht geworpen op woorden uit Deuteronomium 1[1].
Citaat: “Toen zei ik tegen u: Schrik niet voor hen terug en wees niet bevreesd voor hen. De HEERE, uw God, Die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden, overeenkomstig alles wat Hij voor uw ogen in ​Egypte​ voor u gedaan heeft, en in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats gekomen bent. Maar ondanks deze woorden geloofde u niet in de HEERE, uw God, Die voor u uit ging op de weg, om voor u een plaats te zoeken om uw ​tenten​ op te zetten; ’s nachts met het vuur, om u de weg te tonen die u moest gaan, en overdag met de wolk. Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer: Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven!”[2].

Dit is kerkgeschiedenis. Deuteronomium 1 is niet zomaar een terugblik op het verleden. Het is geen verhaal in de stijl van: met de kennis van nu zouden we ’t heel anders hebben aangepakt. Want in een paar woorden wordt hier duidelijk gemaakt hoe machtig en wijs de God van het verbond is. Bij Hem gaat nooit wat fout. Hij doet alles weloverwogen. En vooral: alles wat de almachtige God doet komt Zijn kerk ten goede.

Als het moet, gaat de Here voor Zijn kerk vechten. Hij levert strijd – alles om te laten zien hoe groot de liefde voor Zijn volk is!

Als het moet, gaat de Here Zijn kinderen dragen. Want Hij is sterk. Hij is de grote Organisator van Zijn huisgezin. Hij biedt permanente veiligheid. Hij stippelt routes uit die Israël volgen kan.

Er is geen vuiltje aan de lucht, zou men zeggen. Harmonieuzer kunnen de verhoudingen niet worden.
Maar zo simpel ligt dat niet. Waarom niet? Het volk van God gelooft eenvoudig niet wat Vader zegt. De situatie lijkt heel vaak niet al te veilig. Sterker nog: soms zijn de omstandigheden ronduit beangstigend! En moet je dan geloven dat ’t allemaal in orde komt? Ach, zo werkt dat niet. Want je moet je vandaag zien te redden. Toch?

De God van het verbond is woedend. Dit is toch niet te geloven? Dit zijn Zijn schepselen; God heeft hen Zelf geformeerd.
Furieus is Hij! Witheet!
Deze slechte generatie zal ten onder gaan. En dat hebben zij aan zichzelf te danken. Want zij miskennen de macht van hun Schepper!

Het is vele, vele eeuwen later. Mozes leefde ongeveer in de veertiende eeuw voor Christus[3]. Maar wij niet. Wij leven in 2019. De kerkgeschiedenis is voortgeschreden. In de wetenschap zijn ontelbaar veel ontwikkelingen geweest. En ook nu lezen wij Deuteronomium 1.
Gaan wij het beter doen dan het Israël van de veertiende eeuw voor Christus?
Het antwoord is, zo valt te vrezen, tamelijk ontluisterend.
Leest u maar mee in Mattheüs 24: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam.
En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden. En doordat de ​wetteloosheid​ zal toenemen, zal de ​liefde​ van velen verkillen”[4].
Het wordt er, kortom, allemaal niet beter op!

Moeten wij nu gaan vrezen dat de kerk ten onder gaat?
Nee.
Zover komt het niet. In Deuteronomium 1 al niet: “Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven! Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne: die zal het zien en aan hem zal Ik het land geven dat hij betreden heeft, en aan zijn ​kinderen, omdat hij erin volhard heeft de HEERE na te volgen”[5].
En:
“Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen”[6].
Ja, wij moeten een voorbeeld nemen aan Jozua en Kaleb.
In Numeri 14 wordt de naam van Kaleb ook genoemd: “Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen”[7].
En in Numeri 32 komen Jozua en Kaleb nog een keer langs: “De mannen die uit ​Egypte​ zijn vertrokken, van twintig jaar en daarboven, zullen het land niet zien dat Ik ​Abraham, Izak en ​Jakob​ gezworen heb te geven! Want zij hebben er niet in volhard Mij na te volgen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en ​Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er wél in volhard de HEERE na te volgen”[8].

Jozua en Kaleb – die namen worden er bij ons ingehamerd.
Waarom?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft de reden: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na”[9].
Jozua en Kaleb – onthoud die namen!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Gods Woord na: “Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[10].

We leven in een tijd waarin jan en alleman allerlei individuele wensen heeft ten aanzien godsdienst en prediking. Onlangs zei de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D.J. van Diggele daarover: “De kerkganger wil in de kerk op maat bediend worden. Als predikant sta je voor mensen met verschillende behoeftes. Ondertussen vinden mensen preken ingewikkeld, vinden ze dat er niet genoeg aandacht is voor de jeugd”[11].
Intussen is de vraag of wij inderdaad geloven dat de Here voor ons strijden zal.
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: ga niet roepen dat ’t christelijk geloof vandaag niet zoveel meer voorstelt
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: houdt het vuur van de liefde tot God brandend. Voordat u ’t weet wordt het in en rond uw leven kil.
Voordat u ’t weet wordt het geloof vormelijk; de kerk wordt een kouwe bedoening.
Laten wij ’t maar proclameren: houd Jozua en Kaleb in gedachten!

Noten:
[1] De titel van dit artikel is de eerste regel van Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Deuteronomium 1:29-35.
[3] Zie voor deze datering https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 september 2019.
[4] Mattheüs 24:9-12.
[5] Deuteronomium 1:35 en 36.
[6] Deuteronomium 1:37.
[7] Numeri 14:24.
[8] Numeri 32:11 en 12.
[9] Hebreeën 13:7.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[11] Geciteerd uit: “Dominee gaat verder als vrachtwagenchauffeur”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 september 2019, p. 6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.