gereformeerd leven in nederland

19 augustus 2020

Als het huwelijk strandt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Scheiden doet lijden, zeggen de mensen. En dat is waar.
Steeds weer horen we ervaringen van mensen die gescheiden zijn.
Nu wordt dit stuk geschreven door een man die reeds ruim 32 jaar een vreugdevol en zeer gelukkig huwelijk heeft. In die positie is het, in zekere zin, een waagstuk om iets over echtscheiding te schrijven. Toch doet schrijver dezes dat. Want het is zijn overtuiging dat we niet om echtscheidingen heen moeten praten.

In Gods Woord gebeurt dat ook niet. Het is Jezus Christus Zelf die er aandacht aan besteedt. In Marcus 10 bijvoorbeeld. Daarover hieronder meer.

Eerst de praktijk. De harde praktijk, mogen wij wel zeggen.
Onlangs hoorde schrijver dezes namelijk het verhaal van een vrouw wier huwelijk na 22 jaar gestrand is.
Het verhaal gaat ongeveer zo.
Zij heeft de kinderen alleen opgevoed, zei ze; dat waren er vier. Hij kwam altijd laat thuis, zei ze. Dan werd de maaltijd maar vast begonnen; keurig met gebed. Als hij thuiskwam at hij na. ‘Moet je niet bidden?’, vroeg ze. Nee, dat hoefde niet.
Zijn carrière was belangrijk. Hij was, zei zij, met zijn werk getrouwd.
Zij probeerde er van alles aan te doen om het huwelijk te redden. Dat lukte uiteindelijk niet. Zij bad tot de Here, vele malen. Uiteindelijk kwam zij tot de conclusie dat haar leven totaal vastgelopen was. ‘Ik ga bij je weg’, zei zij tegen hem. ‘Oké’, zei hij. ‘Je kunt wel een kamer in dit huis krijgen hoor’. Nu woont de vrouw alleen. Zij is weer heel gelukkig, zegt ze. ‘Kennelijk is dit de weg van de Here’.

Voelt u het verdriet? Merkt u hoe groot de teleurstelling is?
Niemand trouwt, om na verloop van jaren weer te gaan scheiden. Heel vaak wordt er niet eens echt op áángestuurd om een scheiding te bewerkstelligen. De liefde is simpelweg over. De vlam is uit. Het leven kabbelt verder. Er is het dagelijks werk. Soms met veel verantwoordelijkheid. Vanwege de representatie van het bedrijf of de instelling is het vaak belangrijk om evenementen en recepties te bezoeken. En ach – u weet hoe dat gaat…

Altijd weer doen zulke verhalen zeer. Het is pijnlijk. Wat moeten wij ermee aanvangen?

In Marcus 10 draait Jezus er niet omheen.
“En de Farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen Hem, om Hem te verzoeken, of het een man geoorloofd is zijn vrouw te verstoten. Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Wat heeft Mozes u geboden? En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven”[1].

Daar staat het. Keihard – “vanwege de hardheid van uw hart”.
En het is voorstelbaar dat gescheiden mensen nu denken: ben ik te hard geweest? Of ook: had ik meegaander moeten wezen? Had mijn hart zachter moeten zijn? Heb ik het helemaal fout gedaan? Had ik mij niet gewoon in het mij toebedeelde lot moeten schikken?
 
Het is van het hoogste belang om ons te realiseren dat het in Marcus 10 om ongeloof draait.
De Farizeeën willen Jezus een hak zetten. In de Studiebijbel staat te lezen: “De wet van Mozes voorzag in een echtscheidingsregeling (…), die in Jezus’ dagen met name door de aanhangers van de school van de joodse rabbi Hillel zeer ruim werd opgevat: niet alleen ontucht, maar ook kinderloosheid en onwaardig gedrag van de vrouw, waardoor de man in verlegenheid werd gebracht -roddel, maar ook het ongesluierd op straat lopen-, konden aanleiding zijn voor een man om zijn vrouw te verstoten. Volgens één gezaghebbende rabbi mocht zelfs een vrouw die het eten liet aanbranden al worden weggezonden. Kennelijk vermoedden de Farizeeën dat Jezus echter niet alleen de toenmalige echtscheidingspraktijken afkeurde, maar ook de voorschriften van de wet van Mozes over echtscheiding weerstond”[2].
Dat is dus de situatie in Marcus 10.

De term ‘hardheid van hart’ komen wij ook in Marcus 16 tegen: “Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was”[3].
In Deuteronomium 10 wordt Israël opgeroepen om God te dienen: “Besnijd dan de voorhuid van uw hart en wees niet langer halsstarrig”. Letterlijk staat daar: verhard de nek niet[4].
Jeremia profeteert in hoofdstuk 4: “Besnijd u voor de HEERE en doe de voorhuid van uw hart weg, mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem; anders zal Mijn grimmigheid uitslaan als een vuur en branden zonder dat iemand kan blussen, vanwege uw slechte daden”[5].
Ezechiël zegt in hoofdstuk 3: “Maar het huis van Israël wil naar u niet luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren, want heel het huis van Israël heeft een hard voorhoofd en zij zijn hardleers”.
Hardheid van hart en harde koppen: dat alles heeft in de Bijbel te maken met ongeloof.

Gescheiden mensen vragen zich wellicht af: ben ik te hard geweest? Had ik meegaander moeten wezen? Had mijn hart zachter moeten zijn? Heb ik het helemaal fout gedaan? Had ik mij niet gewoon in het mij toebedeelde lot moeten schikken?
Op die vragen is geen algemeen geldend antwoord te geven. De antwoorden op die vragen zullen per persoon en per situatie verschillen.
Maar één ding is zeker: gescheiden mensen zijn niet per definitie ongelovig. Wij moeten ook niet zeggen: gescheiden mensen zijn niet gelovig genoeg.
In de Studiebijbel wordt overigens opgemerkt dat de oudtestamentische echtscheidingsregeling van Mozes geen verzameling van tijdloze voorschriften en onbereikbare idealen is. In die regeling wordt rekening gehouden met de zondige werkelijkheid waarin mensen leven. Men schrijft: “Ook waar het echtscheidingsverbod was overtreden, was de mens nog niet onttrokken aan Gods geboden”[6].
Laat het volstrekt helder zijn: gescheiden mensen worden niet door God meedogenloos in de hoek gezet. Gelukkig maar!

Laten we zonder omwegen vaststellen: als het gaat om echtscheiding hebben we zeker ook te maken met de zondige aard waarmee alle mensen op aarde besmeurd zijn.
Echter – gescheiden mensen mogen het blijven geloven: Jezus Christus is voor mijn zonden gestorven. Zij mogen het blijven belijden: Jezus Christus is ook mijn Heiland.
Gescheiden mensen mogen weten dat God een nieuw hart geeft. Om met Ezechiël 36 te spreken: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[7].
Ook gescheiden mensen krijgen, als zij hun Heiland onvoorwaardelijk volgen, zicht op een schitterende toekomst. Een toekomst zoals die nog nooit vertoond is. Een magnifieke toekomst!

Noten:
[1] Marcus 10:2-5.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Marcus 10:2.
[3] Marcus 16:14.
[4] Deuteronomium 10:16.
[5] Jeremia 4:4.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Marcus 10:5.
[7] Ezechiël 36:26 en 27.

12 augustus 2020

Volharding

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het Algemeen Dagblad publiceerde een brief van een oude man.
Het ongeschreven trefwoord van die brief is: volharding.
De brief luidt als volgt: “Ik ben in 1925 geboren en ben ook jong geweest. Wel in een rottijd. In 1940 brak de oorlog uit, ik werd dat jaar 15.
Toen ik 17 werd kreeg ik een oproep voor de arbeidsdienst. Op reclameaffiches stond een jongeman afgebeeld in een groen uniform met een spa, om het stoer te maken. Zijn naam was Koenraad. Aan de oproep heb ik geen gehoor gegeven. De avondklok was inmiddels ingevoerd: na 20.00 uur mocht je niet meer naar buiten.
In november 1944 was de grote razzia van Rotterdam: mannen van 17 tot 40 jaar moesten naar buiten en werden afgevoerd naar Duitsland om tewerkgesteld te worden. Mijn broer en ik gaven daar geen gehoor aan. Maar de buren stonden voor de deur, en dreigden ons aan te geven.
Achteraf nam ik ze het niet kwalijk, zij hadden kleine kinderen. En er werd gedreigd de huizen in brand te steken als ze je zouden vinden. Ik zei tegen mijn moeder: ‘We gaan wel, we zijn zo terug’. Dat duurde voor mij zeven maanden. Mijn broer kon ontsnappen, dat is bij mij mislukt. De bevrijdingsfeesten waren praktisch al voorbij.
Al snel stond mijn oude werkgever voor de deur. Of ik weer bij hem wilde komen werken. Helaas deed de regering kort daarna een oproep voor de dienstplicht, ik werd goedgekeurd en in juli 1946 kwam ik in militaire dienst. Op 1 oktober vertrok ik naar Nederlands-Indië. Geen leuke tijd, ik probeer die nog steeds te vergeten. In oktober 1949 keerden we terug. Ik werd kort daarop 25.
Probeer nou nog een klein jaar de rug recht te houden. Dan kun je na klein jaar waarschijnlijk weer volop van je jonge leven genieten. Ik ben 94 jaar, maar ik reken op jullie”[1].

Het verhaal van die oude man bepaalt ons bij de inhoud van het begrip ‘volharding’. Die volharding is vaak te zien bij mensen die in de Tweede Wereldoorlog opgegroeid zijn. Zij weten wat het is om te vechten tegen een zichtbare vijand. Zij weten wat het is om jarenlang onder een vreemde overheid te leven. Zij weten wat het is om niet in vrijheid te leven, en allerlei beperkingen te hebben. Zij weten wat het is om te leven in een buitengewoon problematische en bij tijden zeer bedreigende situatie waarvan de oplossing jarenlang op zich laat wachten.

Die ervaring kennen mensen uit latere generaties niet. Die volharding leren mensen trouwens ook heel gauw weer af.
Denkt u maar aan de nozems uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. “Het woord nozem is in 1955 in de Nederlandse taal terechtgekomen. De term sloeg op een nieuw type jongere, dat zelfbewust was, tegen het gezag aanschopte, gekleed was in spijkerbroek en leren jas en op een bromfiets -meestal een Zündapp of Kreidler- reed”[2].
Of aan de hippies. “* Hippies waren antikapitalistisch en anti-materialistisch. De maatschappij richtte zich te veel op geld, goed, technologie. De hippies verzetten zich dan ook tegen de consumptiemaatschappij;
* Veel aandacht voor leven in harmonie met de natuur. Verzet tegen milieuvervuiling. Flowerpower;
* Verzet tegen geweld wereldwijd. Net als de Provo’s moesten hippies niets hebben van bijvoorbeeld de Vietnamoorlog;
* Genieten van en leven in het hier en nu en doen wat je zelf wilt. Dit uitte zich onder meer in het organiseren en bezoeken van muziekfestivals -Woodstock in 1969 was een hippie-initiatief-, aandacht voor oosterse religies -met name zaken als meditatie, trance-, drugsgebruik -de geest verruimen-, genieten van vrije seks en leven binnen kleine, gelijkgezinde communes”[3].
Of aan de individualisering. “Als aanjager van de individualisering in de westerse wereld, wordt meestal de periode van de jaren 1960 genoemd. In dat decennium vroegen allerlei emancipatiebewegingen, zoals het feminisme, aandacht voor het individu. De vrouw moest alleen, dus los van haar gezin en man, kunnen functioneren en niet meer afhankelijk van hen zijn. Diverse ontwikkelingen van de jaren 1960 bevorderden de maatschappelijke individualisering. De ontzuiling – na een tijd van verzuiling – bood meer vrijheid, Provo kwam in verzet tegen collectieve autoriteiten, de televisie kwam op en door de komst van de vrije zaterdag kon het individu de wereld gaan verkennen. De digitalisering van de samenleving door de opkomst van computers -jaren 1970-1980-, internet en smartphones -vooral na 1995-, bood nog eens extra stimulansen voor de individualisering van de samenleving”[4].
Vrijheid en gemak gingen de samenleving steeds meer kenmerken.

Nu hebben we, kort samengevat, te maken met de coronacrisis. Maar ook met een samenleving die in zekere zin verslapt is. Tegenspoed kan men maar moeilijk verkroppen. En tegenspoed tot in lengte van dagen is helemaal een toestand van niks. Daar kunnen we niks mee, en daar hebben we niks mee.

De houding van Gereformeerde mensen moet, als het even kan, anders zijn. Zij moeten beseffen dat het genade van God is als vrijheid en gemak de sfeer in een land bepalen.

Laten wij elkaar herinneren aan 2 Corinthiërs 6: “Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenissen, in oproer, in ingespannen arbeid, in nachten zonder slaap, in vasten, in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde; door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en toch waarachtigen; als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten”[5].

Het bovenstaande kan tot een schrikreactie leiden: als dit de werkelijkheid is of wordt, dan is dat voor geen mens vol te houden! Die gedachte klopt als wij alleen maar van onszelf uitgaan. Echter – dat moeten wij niet doen. Wij moeten ons tot God wenden. In Romeinen 15 wordt Hij de God van de volharding genoemd[6]. Hij steunt ons krachtig als het om de geloofsvolharding gaat. In 2 Thessalonicenzen 3 wordt de volharding van Christus ons concentratiepunt genoemd; maar die levenskoers houden we alleen maar aan als de Here onze levensrichting blijft bepalen[7]. Het enige dat wij moeten doen is: met lege handen bij de Here komen: ‘bepaalt U het maar’.

Volharding is, schrijft een exegeet, “eerste kenmerk voor een ware dienstknecht van God”[8]. Daarin verschillen wij van velen in deze wereld.
Wij hebben te maken met een coronacrisis. Het komt er op aan om nu te laten zien wat Gereformeerd is in 2020: volharden in het geloof.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.ad.nl/lezersbrieven/jongelui-hou-even-vol-en-je-kunt-over-een-jaartje-weer-helemaal-los~ad908aa8/ ; geraadpleegd op maandag 10 augustus 2020.
[2] Geciteerd van https://historiek.net/nozem-nozems-betekenis-geschiedenis/83997/ ; geraadpleegd op maandag 10 augustus 2020.
[3] Geciteerd van https://historiek.net/hippies-hippiecultuur-betekenis-geschiedenis/84087/ ; geraadpleegd op maandag 10 augustus 2020.
[4] Geciteerd van https://historiek.net/individualisering-betekenis-geschiedenis/128714/ ; geraadpleegd op maandag 10 augustus 2020.
[5] 2 Corinthiërs 6:4-10.
[6] Romeinen 15:5: “En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus”.
[7] 2 Thessalonicenzen 3:5: “En de Heere moge uw harten richten op de liefde van God en op de volharding van Christus”.
[8] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 6:4.

23 juli 2020

Op de vastgestelde tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En de zin van het leven, heeft u daar voor uzelf een antwoord op gevonden?
‘Juist het feit dat er hierna niks is, maakt het voor mij zinvol. Want het is zó bijzonder dat je leeft! De kans dat je ter wereld komt, is bizar klein toch? Ik bedoel: als je uitgaat van de hoeveelheid zaad … Nou, ik zal niet verder in detail treden, je snapt wat ik bedoel. En dat ík daar dan uit ben ontstaan! Dat is een loterij die je wint, als mens. Dus maak ik er het allerbeste van’”.
Dat zijn woorden van de televisiepresentatrice Janine Abbring. Zij bewondert de conceptie van een mens. Wat een wonder!
Maar is dat voor haar een reden om in God te geloven? Nee. “Het geloof hervinden (…), is voor de hervormd opgevoede journaliste ondenkbaar. ‘Ik heb mijn moeder zien worstelen’”.
Een vrouw die zwanger wordt? “Dat is een loterij die je wint, als mens”[1].
Ja, dat is ook een manier om tegen het leven aan te kijken: het feit dat ik toevalligerwijs ben ontstaan geeft de motivatie om echt iets van het leven te máken.

Gods Woord leert ons echter iets heel anders. Namelijk dit: elk leven wordt door God geschapen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk gemaakt in Genesis 21: “Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had”[2].
Die tijd heeft God in Genesis 18 genoemd: “En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was”[3]. Als Sara niet blijkt te geloven dat zij nog een zoon zal baren verklaart Hij het nog een keer: “Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben!”[4].

Die zoon gaat Isaäk heten. Dat betekent: hij lacht.
De God van hemel en aarde heeft de zaken goed in de hand. De Prediker omschrijft dat zo: “Voor alles is er een vastgestelde tijd, en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Er is een tijd om geboren te worden…”[5].
Nee, kinderen krijgen is geen loterij. Trouwens, wat een pijnlijke constatering is dat voor mensen die wel graag kinderen zouden willen hebben, maar ze niet – of nog niet – van de Here ontvangen!
Janine Abbring zegt: “Wat meespeelt: ik heb bewust geen kinderen – heb nooit een kinderwens gehad, dus mijn werk is een groot deel van mijn leven’”. Dat zij zo. Maar erg empathisch klinkt het allemaal niet.
 
‘Op de vastgestelde tijd zult u een zoon hebben’ – dat is Gods belofte. De Here Zelf schept leven op het moment dat Hem behaagt.
De geboorte van Isaäk wijst op de komst van de grote Zoon; op de Zoon van God. God de Vader laat Zijn Zoon op deze aarde geboren worden op het ogenblik dat Hij heeft bepaald. De Hebreeënschrijver noteert naar aanleiding daarvan: “En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden”[6]. Nee, zover kan Abraham niet kijken. Maar één ding kan hij wel weten, namelijk dit: God Zelf zorgt er voor dat de historie van het heil geheel en al voltooid wordt.
En anno 2020 weten wij het: via Abraham en Isaäk gaat het naar Christus toe. Naar Zijn lijden en sterven. Naar onze verlossing. Naar de vernieuwing van ons leven. Naar onze toekomst.
En de heilshistorie gaat verder. De Here Jezus Christus komt terug als alle door Hem uitgekozen mensen bijeengebracht zijn. Alle uitverkorenen krijgen het heil dat hen toegezegd is. Om het met 2 Petrus 3 te zeggen: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet -zoals sommigen dat als traagheid beschouwen-, maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen”[7]. Iemand schrijft treffend: “Net als een vader die ’s avonds laat de deur nog niet sluit, zolang er nog een kind van hem buiten in het donker loopt”[8].

Wij gaan nog eens naar Janine Abbring. En naar Genesis 21.
Janine zegt: “Ik ben hervormd grootgebracht. Mijn moeder kwam uit een zwaar gereformeerd nest. Ik zag haar daar ook best mee worstelen. Dus mijn ervaring met religie is niet superpositief”.
En:
“Kijk, daar moet ik wel eerlijk in zijn, mijn moeder heeft veel kracht geput uit het geloof. Ik denk dat zij zelf het alleen maar als iets positiefs heeft ervaren. Dat ze het gevoel had dat ze op God kon vertrouwen. Als ik ‘s zondags bij haar in het verzorgingstehuis was, ging ik natuurlijk mee naar de diensten – met frisse tegenzin. Om de harde grappen die ik tussendoor stiekem maakte, kon ze altijd wel lachen. Ik merkte dat die diensten haar houvast gaven.
Tegelijkertijd zorgt de zware kant van het gereformeerde soms voor een soort schuldgevoel: heb ik het allemaal wel goed gedaan? Ik vind het te persoonlijk er nog veel meer over te zeggen, maar zoiets proefde ik bij haar. Dat ik dacht: ja, natúúrlijk heb je het goed gedaan! Mijn moeder is altijd godvrezend geweest, heeft zich zo ingezet voor anderen … En toch, een mooi einde was voor haar niet weggelegd. Ik vind dat lastig”.
Wat wil Janine ten diepste? Antwoord: zij zou het logisch vinden als de beloning van God reeds in het aardse leven verkregen wordt.
Echter: God is groter dan ons aardse leven. Hij laat daar in Genesis 21 iets van zien. Dat Schriftgedeelte nodigt ons nadrukkelijk uit om op zoek te gaan naar de Schriftuurlijke lijn van de heilshistorie. Dat Schriftgedeelte nodigt ons uit om de lijn door te trekken. Als wij dat doen, komen we uit bij een nieuwe toekomst.
Janine Abbring is zonder twijfel een zeer sympathieke interviewster en presentatrice. Maar haar levensbeschouwing moet en kan nimmer de onze zijn.

Noten:
[1] ‘Dat ik besta, is zó bijzonder’ – interview met Janine Abbring. In: Zomer, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 juli 2020, p. 4-6. 
[2] Genesis 21:2.
[3] Genesis 18:10.
[4] Genesis 18:14.
[5] Prediker 3:1 en 2 a.
[6] Hebreeën 1:6.
[7] 2 Petrus 3:8 en 9.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/wederkomst ; geraadpleegd op zaterdag 18 juli 2020.

21 juli 2020

Maggiblokje

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Heeft u misschien een maggiblokje nodig om uw geloof smaakvoller te maken?
De vraag is minder ongerijmd dan die lijkt. Hij is gebaseerd op een zin uit een groot artikel in het Nederlands Dagblad, waarin uiteengezet wordt dat de zomerconferentie van New Wine dit jaar niet doorgaat. “Om het gemis te verzachten, wordt dit weekeinde een website gelanceerd met materiaal waarmee kerken en bijbelstudiegroepen zelf aan de slag kunnen”[1].
Iemand merkt in het artikel op: “Bezoekers zeggen vaak: de zomerconferentie is als een Maggiblokje voor mijn geloof, het is echt een warm bad”. Daar hebben we dat maggiblokje.
Overigens heet een maggiblokje vandaag de dag veelal een bouillonblokje. Maar ach, een kniesoor die daar op let.

Nu gebruikt schrijver dezes ook wel eens een beetje maggi. In druppelvorm. In de soep of zo. Om de smaak van de soep te verfijnen.
Maar een maggiblokje voor het geloof? Om de smaak te versterken? Om het geloof te verfijnen en nog fijngevoeliger te worden? Wat moet men daarmee?

De preken in veel kerken geven blijkbaar niet genoeg. Heel wat dominees zitten klaarblijkelijk in een preekcrisis: de predicaties hebben te weinig inhoud.
Vele kerkgangers zitten in een luistercrisis: men gaat naar de kerk, luistert naar de preek, maar in het verdere van de week lijkt Gods Woord niet altijd evenveel betekenis meer te hebben.

Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op woorden uit 2 Corinthiërs 2: “Want wij zijn niet als zovelen, die handeldrijven met het Woord van God, maar als in oprechtheid, maar als vanuit God, voor Gods aangezicht, spreken wij het in Christus”[2].
Een uitlegger noteert daar onder meer bij: Paulus geeft aan “op welke manier hij niet en op welke manier hij wél heeft gesproken. Hij heeft gepredikt ‘uit oprechtheid’ (…), dat wil zeggen zonder onzuivere bijbedoelingen, bijvoorbeeld om er zelf op een of andere manier beter van te worden -in geld of eer-. In de tweede plaats heeft hij gesproken ‘uit God’, ‘voor het aangezicht van God’ en ‘in Christus’ (…). ‘Uit God’ houdt in dat zijn woorden door God waren geïnspireerd (…). ‘Voor het aangezicht van God’ geeft aan dat Paulus van al zijn woorden verantwoording kan afleggen voor de troon van God. God is zijn getuige”[3].

Met de Bijbel kan men geen handel drijven. Het spreekt vanzelf: winst maken, dat zit er niet in als je het Evangelie predikt.
Echter – dat maggiblokje wekt de suggestie dat men, in normale omstandigheden althans, in zekere zin toch winst kan maken. Het geloof krijgt namelijk een flinke stimulans als je met velen bent. Het geloof krijgt een boost als je eens een keer andere liederen zingt. Je wordt de goede richting op geduwd als je christenen uit andere kerken ontmoet. Opeens smaakt alles beter. Het voelt een stuk fijner.

Inderdaad – het kan heel verfrissend zijn om, in de vakantie bijvoorbeeld, eens buiten onze thuisgemeente te kijken. En laat het helder zijn: daar is niets tegen.
Maar het verhaal over dat maggiblokje geeft de indruk dat dat hard nodig is. De ‘maaltijden’ in de thuiskerk zijn te gewoontjes. En ’t is altijd ongeveer hetzelfde. In huishoudelijke termen samengevat: zondag: kerkdag; maandag: wasdag; dinsdag: strijkdag; woensdag; gehaktdag; donderdag: kuisdag; vrijdag: visdag; zaterdag: klusjesdag.
Steeds weer komen ze terug: de kerkenraad, de catechisatie, de bijbelstudievereniging, de bijeenkomst van d’een of and’re commissie en de gemeentevergadering – pardon: de vergadering van de kerkenraad met de gemeente –. Het is allemaal zo gewoon. Zo alledaags. Niet sprankelend en een tikje saai.

Wat valt er aan te doen?
Het is een bekend recept: verbindt de Bijbellezing met de actualiteiten, en met de activiteiten in de eigen gemeente. Samengevat in drie woorden: Bijbel, gemeenteleven, krant. Maar dat moeten we dan natuurlijk wel doen. De automatische piloot moet uit.
Juist in deze tijd – het COVID-19-virus waart immers nog altijd rond – kunnen en moeten wij die autopilot niet gebruiken.
Trouwens, Paulus heeft in 2 Corinthiërs 2 de automatische piloot ook uit gedaan. Leest u maar even mee: “Toen ik nu in Troas kwam om het Evangelie van Christus te prediken, en daar een deur voor mij geopend was in de Heere, had ik geen rust voor mijn geest, omdat ik Titus, mijn broeder, niet vond, maar ik nam afscheid van hen en vertrok naar Macedonië”[4].
Paulus moet zijn leven – en dat van Titus – in Gods handen leggen. Het gaat, kort samengevat, niet volgens Paulus’ plan. Dat gegeven stimuleert ons om in 2020 te blijven belijden: onze God stuurt ons aan, ook in de dynamische wereld van vandaag.

Laten wij ons daarom realiseren wat het Woord van God ons vandaag te zeggen heeft. Gewoon, op onze eigen plaats.
Laten wij ons ook realiseren dat die gewone dingen ten diepste heel ongewoon zijn. Er zijn landen in de wereld waar de vrijheid van godsdienst aanzienlijk minder groot is!
 
New Wine gaat gespreksmateriaal online aanbieden.
Dat kan nuttig zijn. Ieder die dat wil kan er desgewenst in zijn eigen gemeente mee aan het werk. In die thuisgemeente is meer dan genoeg te doen. Echt waar.
En die maggi? Die kan eventueel in de soep. Smaakt prima.

Noten:
[1] “‘Maggiblokje’ gaat dit jaar online”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 16 juli 2020, p. 7.
[2] 2 Corinthiërs 2:17.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Corinthiërs 2:17.
[4] 2 Corinthiërs 2:12 en 13.

10 juni 2020

De grote verdrukking aangekondigd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Is het geloof in Jezus Christus wel de moeite waard? Wie in de Bijbel leest, kan worden afgeschrikt. Neem nu Marcus 13. Daarin gaat het over de toekomst. Jezus maakt duidelijk dat christenen weggedrukt zullen worden. Zij worden aan de kant gezet. Totaal platgedrukt.
In Nederland is de situatie niet zo ernstig. Nog niet zo ernstig, in ieder geval. Natuurlijk – christenen zijn in de minderheid. Maar zij mogen gerust het een en ander naar voren brengen. Toegegeven, de meerderheid van de bevolking luistert daar niet naar. Maar de mogelijkheden zijn er nog wel.
Inderdaad – nog wel. Want de situatie zal uiteindelijk veranderen. Leest u maar mee in Marcus 13: “Want die dagen zullen dagen van zo’n verdrukking zijn als er niet geweest is vanaf het begin van de schepping, die God geschapen heeft, tot nu toe, en er ook nooit meer zijn zal”[1].

Dat is geen taal voor wazige types. Dat zal hieronder wel blijken.

Wat voor Bijbelboek is Marcus?
Professor J. van Bruggen schrijft: “volgens unanieme traditie heeft Marcus de prediking van de allervoornaamste getuige -Simon Petrus- in zijn boekje vastgelegd”[2].  
Het Bijbelboekje is met name bedoeld voor niet-Joden: “In tegenstelling tot het Mattheüsevangelie, dat specifiek gericht is op Joodse gelovigen, is het Marcusevangelie gericht tot Grieks sprekende lezers. Aramese woorden -bij Joden door en door bekend- worden nader verklaard. Er worden weinig citaten uit het Oude Testament gehaald. Ook worden Latijnse in plaats van Griekse termen gebruikt, wat erop zou kunnen duiden dat het evangelie vooral is gericht op een Romeins lezerspubliek. (…) Marcus mocht het Evangelie schrijven waarin de Heer Jezus als de trouwe Dienstknecht en Profeet wordt getekend, die nooit is afgeweken van het smalle pad en nooit is teruggedeinsd voor de grootste moeilijkheden.
Daarom geen geslachtsregister; want bij een dienstknecht let men niet op afkomst maar op bekwaamheid en trouw. Bij Marcus ontbreekt het geboorteverhaal van Jezus. Hij begint zijn evangelie met het optreden van Johannes de Doper en de doop van Jezus en de verzoeking in de woestijn.
Marcus schildert Jezus af als de Dienstknecht. Hij vertelt weinig over Jezus leer -doctrine was minder interessant voor het Romeinse publiek- maar hij legt vooral nadruk op zijn daden”[3].

Bijna in het voorbijgaan staat daar die belijdenis: ‘de schepping, die God geschapen heeft’.
Wij moeten daar maar niet aan voorbij lezen.
De schepping van God is en wordt bedorven. In alle eeuwen. Op alle plaatsen. En het allerergste is dat godsdienstige mensen, de dienaren van God, gaandeweg uit de schepping worden weggedrukt. De ambassadeurs van de God van hemel en aarde moeten, zo menen velen, zoveel mogelijk worden weggeregeld. Ze moeten, waar het kan, monddood worden gemaakt. Dat is welhaast het grootste bederf van Gods schitterende creatie.

De verdrukking is geen kwestie van het moment: “En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter”[4].  
Van Bruggen schrijft: “De bede dat de vlucht niet in de winter zal plaatsvinden wordt de leerlingen van Jezus in de mond gelegd opdat zij begrijpen hoe langdurig alles zal zijn: het is geen kwestie van enkele dagen. Het wordt een vluchtend leven. Daarom mag men wel bidden dat men de seizoenen niet tegen zal hebben”[5].  
Wie in de Here Jezus Christus gelooft heeft volharding nodig. Het is niet zo dat geloven een decoratieve achtergrond van het leven is. Gelovigen moeten in de praktijk van het leven aan het werk. Niet maar voor een paar dagen. Nee, het is een kwestie van volhouden!  

Er is meer dan een waarschuwing voor secularisatie en goddeloosheid.
Marcus schrijft: “En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort”[6].
Het doel van de Here is: de uitverkorenen behouden. En dat doel zal Hij zeker bereiken. Denkt u maar aan Romeinen 8: “Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt”[7].
De eer en glorie die in Psalm 8 al van de mensen afstraalt komt tot een hoogtepunt[8]!
Door Gods genade gaan niet alle  mensen verloren. Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “in overeenstemming met Gods Woord geloven wij, dat als de door de Heer bepaalde tijd — die aan alle schepselen onbekend is — gekomen en het getal van de uitverkorenen vol zal zijn, onze Here Jezus Christus uit de hemel zal komen, lichamelijk en zichtbaar, op dezelfde wijze als Hij naar de hemel is opgevaren (…), met grote heerlijkheid en majesteit. Hij zal Zich openbaren als Rechter over levenden en doden, terwijl Hij deze oude wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren”[9].

Het werd hierboven reeds genoteerd: bijna en passant noemt Marcus God als Schepper. Die vermelding zet ons met beide benen op de grond.
Over onze God wordt nogal eens zweverig gedaan. De arts en filosoof  Bert Keizer werd eens geïnterviewd over de Oostenrijks-Britse wijsgeer Ludwig Wittgenstein (1889-1951). In dat interview werd gevraagd en geantwoord: “Wat zou Wittgenstein antwoorden als ik vroeg: bestaat God? Antwoord: “Dan zou hij zeggen: niet in de zin waarin de tafel en de stoel bestaan, maar wel in de zin waarin Hamlet bestaat, en Goofy en Donald Duck. Daar hoort God thuis. Je moet uitdrukkingsvormen uit de ene situatie niet meenemen naar een andere situatie, dan raak je in de war. Religie zit vol met mededelingen, zoals: Jezus is de zoon van God, Jezus is opgestaan uit de dood. Wittgenstein zegt dat als je dat letterlijk gaat nemen je meteen in de problemen zit. Gesprekken over religie in termen van feitelijkheden zijn volstrekt zinloos. Het is zoals Gerard Reve het zegt: ‘godsdienst is tegen elke interpretatie bestand, behalve de letterlijke’. Middels poëzie, kunst, muziek het religieuze benaderen – allemaal prima. Of het geloof in God voor hem het mystieke is? Moeilijk te zeggen; waar hij in zijn jonge jaren nog waarde lijkt te ontlenen aan zijn geloof, lijkt hij dat in zijn latere jaren te zijn kwijtgeraakt. Hij schrijft wel ergens, aan zichzelf gericht: ‘geloof nou maar, het kan geen kwaad’”[10].
U ziet het: in het bovenstaande gaat men gemakshalve voorbij aan de realiteit van Gods activiteit in onze tijd.
Terwijl Hij de Schepper is.
Terwijl Hij de Redder is.
Terwijl Jezus de Leidsman en Voleinder van ons geloof is[11].
Is het geloof in Jezus Christus wel de moeite waard?
Jazeker!
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde aan. Daar zal zuiverheid aan de orde van de dag zijn.
Het leven is nu soms erg moeilijk. En nee, het wordt er niet makkelijker op.
Maar één ding is zeker: uiteindelijk brengt de almachtige God Zijn kinderen uit alle tijden en plaatsen bijeen. Om het tenslotte weer met Marcus 13 te zeggen: “Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden.  En dan zullen ze de Zoon des mensen zien komen in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de hemel”[12].
Dan wordt de schepping weer volmaakt.
Dan wordt de schepping weer paradijselijk.
Dan wordt de schepping een en al heerlijkheid van God. Tot in eeuwigheid.

Noten:
[1] Marcus 13:19.
[2] Dr. Jakob van Bruggen, “Marcus; het evangelie volgens Petrus”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 1988. – tweede druk. – p. 15.
[3] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Evangelie_naar_Marcus ; geraadpleegd op maandag 8 juni 2020.
[4] Marcus 13:18.
[5] Van Bruggen, a.w., p. 313.
[6] Marcus 13:20.
[7] Romeinen 8:29 en 30.
[8] Zie Psalm 8:6: “Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen / en hem met eer en glorie gekroond”.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[10] Geciteerd van https://www.volzin.nu/nu_in_volzin/denkers-van-nu-ludwig-wittgenstein/ ; geraadpleegd op maandag 8 juni 2020.
[11] Zie Hebreeën 12:1 en 2 a: “Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo’n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof”.
[12] Marcus 13:24-27.

30 april 2020

Nieuwe wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Gereformeerden hebben een wijde horizon. Zij kunnen ver kijken. Zij blijven niet staan bij vijftig tulpen op de markt, hoe fraai die er ook uitzien. Zij kijken verder dan de lente en de zomer van 2020.
Waarom?
Omdat zij, bijvoorbeeld, Openbaring 21 lezen: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan”[1].
Om met Psalm 98 te spreken:
“Hij komt een nieuwe wereld stichten
op recht en op gerechtigheid”[2].
Voor het woord dat wij in Openbaring 21 met ’nieuwe’ weergeven staat er in het Grieks kainos. Dat woord heeft niet te maken met tijd maar met een nieuwe vorm, een totaal andere kwaliteit. Het woord betekent vooral: tot hiertoe onbekend. Zoals in Marcus 1: “En zij waren allen verbaasd, zodat zij elkaar vroegen: Wat is dit? Wat voor een nieuwe leer is dit, dat Hij ook de onreine geesten met gezag bevel geeft en zij Hem gehoorzaam zijn?”[3]. En in Johannes 13: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar ​liefhebben”. En in Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”[4]. En in Openbaring 14: “En zij zongen als een nieuw ​lied​ vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat ​lied​ leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren”[5].
De nieuwe hemel en de aarde vervangen de oude. De complete schepping wordt, om zo te zeggen, ingrijpend gerenoveerd.
Hij die op de troon zit, zegt zelfs: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw”.
Er komt een nieuwe wereldorde. Een orde die op aarde niemand bedenken kan![6]

Daar viel een bekende term die in de eenentwintigste eeuw welbekend is: nieuwe wereldorde.

Oplettende lezers hebben de term vast al wel eens in de krant of een tijdschrift gezien: de nieuwe wereldorde.
Wat is dat?
“De Chinese wereldorde komt eraan. In oktober 2017 stippelde president Xi de route uit: als in 2049 de Volksrepubliek zijn honderdste verjaardag viert, moet zijn ‘Chinese droom’ zijn uitgekomen: China is dan de leider van de wereld.
In een fascinerend betoog vol persoonlijke ervaringen betoogt Rob de Wijk dat dit gaat lukken. Als China het mondiale machtsspel behendig speelt en koploper wordt van de nieuwe industriële revolutie van Internet of Things, nanotechnologie en Artificial Intelligence, zal het de wereldorde gaan bepalen.
Geholpen door de financiële crisis van 2008, president Trumps protectionisme, de ontregelende politiek van Poetin, de strijd om de brexit en opkomend nationalisme in Europa wordt de eenentwintigste eeuw de eeuw van China. Daardoor gaat de westerse wereldorde met zijn vrijmarkteconomie, internationaal recht, internationale instituties, democratie, mensenrechten en burgerlijke vrijheden op de schop. Hoe dit tij te keren, wordt het belangrijkste vraagstuk van onze tijd”[7].

Men spreekt over het Belt and Road-initiatief, ofwel de Nieuwe Zijderoute.
De Wijk zegt tegen het dagblad Trouw: “China is een autocratie, een staatskapitalistisch land, met een cultuur van hiërarchie en dominantie, dat zichzelf als cultureel verheven ziet. Dat zit heel diep geworteld in een cultuur. Eigenlijk niet zo anders dan wat wij in het Westen denken, de basis van imperialisme en kolonialisme. (…) Wat betekent het als zo’n land het voor het zeggen krijgt? Dan is er minder ruimte voor buitenlands beleid dat gestoeld is op waarden: mensenrechten, democratie, die kun je wel vergeten. Dat zie je al gebeuren. Het is voor het Westen bijna onmogelijk om in de Veiligheidsraad een mandaat te krijgen voor humanitaire interventies. Wij worden niet meer vertrouwd, er is sprake van een afrekening”.
En:
“De Chinezen hebben goed nagedacht over het uitrollen, ook via de Nieuwe Zijderoute, van alle technologie: 5G, het internet of things, kunstmatige intelligentie, supercomputers. Dan ontstaat een situatie, dat was voor mij de grootste eye opener, die vergelijkbaar is met wat de Britten deden in de negentiende eeuw en de Amerikanen in de twintigste eeuw. Dan bepaal je de technische en commerciële standaarden en je pakt de boel gewoon in. Dan word je echt een supermacht”.
En:
“Ik zeg niet dat de hele wereld Chinees wordt. Ik zeg dat de Chinese invloed in de wereld sterk zal toenemen en dat er twee blokken tegenover elkaar komen te staan. Geen blokken zoals tijdens de Koude Oorlog, China is meer een octopus met de Nieuwe Zijderoutelanden als tentakels. Twee visies staan tegenover elkaar, waarbij de visie van het Westen zwakker wordt”[8].

Het Reformatorisch Dagblad schreef in september 2019 over Turkije, China en Azië in het algemeen: “Turkije is hard bezig zijn dominante positie van weleer te herstellen. Herleving van de gloriedagen van het Osmaanse rijk, is de grote droom van president Erdogan.
En:
Turkije heeft (…) het recht om zijn verloren gegane positie op te eisen. De tijdsomstandigheden zijn er gunstig voor. De oude wereldorde van na het verdrag van Lausanne, die werd gekenmerkt door westerse dominantie, lijkt namelijk haar langste tijd te hebben gehad. De invloed van de Verenigde Staten is tanende. Dat gaat gepaard met de opkomst van Aziatische mogendheden – en dan men name van Rusland en China.
Het huidige drama in Syrië dient hierbij als illustratie. Het Westen heeft in Syrië iedere relevantie verloren. Turkije is daarentegen, door een alliantie met Moskou aan te gaan, nadrukkelijk aanwezig in Syrië. In de visie van Erdogan staan we aan de vooravond van een nieuwe wereldorde, waarvan het zwaartepunt in Azië ligt. Turkije dient daarom zijn eigen positie in deze nieuwe wereldorde te definiëren”[9].

China is het land van het taoïsme: een religie vol filosofie, meditatie en mystiek[10]. Het boeddhisme betekent er ook veel. In de ranglijst christenvervolging van Open Doors staat China momenteel op plaats 23[11].
Dat valt niet tegen, zou men kunnen denken.
Maar pas op.
De website businessinsider.nl schreef in augustus 2019: “Al decennia probeert de officieel atheïstische Communistische Partij zijn dominante positie te behouden met het onderdrukken van religieuze bewegingen”.
En:
“De staat ziet toe op het personeel van deze organisaties, wat ze publiceren en hun financiële huishouding. Technisch gezien zijn burgers vrij om hun geloof te belijden, zolang hun religie maar officieel door de Partij is goedgekeurd”.
En:
In 2015 voegde de Partij de term ‘sinificatie’ toe aan het officiële overheidsjargon. Sinificatie betekent dat islamitische, boeddhistische en christelijke leiders hun religie in overeenstemming moeten brengen met het Chinese socialistische gedachtegoed.
Oud-secretaris Roderic Wye van de Britse ambassade in Beijing zei vorig jaar tegen Business Insider: “De Partij heeft altijd moeite gehad met religies omdat elk geloof een vorm van organisatie impliceert. En zodra iets een organisatie is, wil de Partij dat controleren”[12].

China is op weg naar de nieuwe wereldorde. Zeggen ze. De wereld kijkt er naar, en schrijft er over in boek en blad.
En zo staan er twee nieuwe wereldordes tegenover elkaar: het Koninkrijk van God en de wereldmacht van Xi Jingping en diens opvolgers.
Die laatste macht ziet er indrukwekkend uit. En laten wij de Chinese president niet onderschatten: “Op 1 augustus 2017, bij het 90-jarig bestaan van het Volksbevrijdingsleger, zei hij: ‘Om een sterk leger te bouwen, moeten wij onwrikbaar vasthouden aan de absolute leiding van de Partij over de strijdkrachten en ervoor zorgen dat het leger van het volk altijd de Partij volgt’”[13].
Zodoende komt het er ook in 2020 voor de kerk op aan. Zij moet trouw blijven. Want Hij die op de troon proclameert nog steeds: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde”[14].
Bij de Alfa en de Omega – het Begin en het einde – zinkt China in het niet!

Noten:
[1] Openbaring 21:1.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 98:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Marcus 1:27.
[4] Openbaring 2:17.
[5] Openbaring 14:3.
[6] In het bovenstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie kainon.
[7] Dit is een samenvatting van: Rob de Wijk, “De nieuwe wereldorde – hoe China sluipenderwijs de wereld overneemt”. – Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2019. – 368 p.
[8] Geciteerd van https://www.trouw.nl/nieuws/china-pakt-ons-gewoon-in~bc482d03/ ; geraadpleegd op woensdag 22 april 2020.
[9] Martin Janssen, “Turkije zoekt naar rol in veranderde wereldorde”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 23 september 2019, p. 11 – rubriek: Blik op het Midden-Oosten.
[10] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Taoïsme ; geraadpleegd op woensdag 22 april 2020.
[11] Zie https://www.opendoors.nl/ranglijst ; geraadpleegd op woensdag 22 april 2020.
[12] Geciteerd van https://www.businessinsider.nl/xi-jinping-china-oorlog-religie/ ; geraadpleegd op woensdag 22 april 2020.
[13] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Xi_Jinping ; geraadpleegd op woensdag 22 april 2020.
[14] Openbaring 21:6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.