gereformeerd leven in nederland

17 juli 2020

Levensvreugde gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Spreuken 15 leert ons: oefen u in de levensvreugde! Het staat er zo:
“Alle dagen van een ellendige zijn slecht,
maar een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”[1].
De Spreukenleraar hangt, om zo te zeggen, een spandoek boven ons leven: wees wijs, streep de dwaze dingen door!

Vriendelijkheid staat in Spreuken 15 tegenover belediging. Oordeelkundigheid tegenover ongelooflijke onzin. Opbouw tegenover afbraak. Adviezen aannemen tegenover het afwijzen van aanbevelingen. En daarboven troont de God van hemel en aarde. Hij overziet het menselijke speelveld en velt zijn oordeel. En denk maar niet dat Hij niets in de gaten heeft. Hij regeert immers zelfs het dodenrijk. Hij ziet dus zeker ook wat mensen zoal doen.
De kernvraag is: Wanneer zijn wij rijk? Wij zijn rijk als wij veel geld hebben, zeggen wij welhaast instinctief. Fout! De Here eerbiedigen – dat maakt rijk!

Ziehier de sfeer van Spreuken 15.
De vertaling ‘een blijmoedig hart’ is de weergave van het oorspronkelijke ‘goed van hart’.
Thans kan men ietwat sombere mensen zachtjes horen protesteren. Enigszins weifelend vragen zij: moeten wij altijd blij zijn? En: moeten de feestslingers voortdurend blijven hangen? Zij mompelen: dit kan ik niet! En: hier wordt iets onmogelijks van ons gevraagd!
Hier gaat het er echter vooral om dat wij in staat zijn om op een christelijke wijze met moeilijkheden om te gaan.

Wat betekent dat?
Paulus beschrijft dat in 2 Corinthiërs 4: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld; wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht. Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees”[2]. Dwars door alle nood en ellende heen ontvangen wij het nieuwe leven dat door het lijden en sterven van Jezus Christus, onze Heiland, is bewerkt. Christelijk omgaan met problemen wil dus zeggen: wij houden altijd zicht op een nieuw leven.
In 2 Corinthiërs 6 noteert Paulus: “Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, (…) als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten”[3]. Mensen met ziekten en handicaps hebben het niet zelden moeilijk. De tegenslagen stapelen zich soms op. En zij hebben soms de neiging om aan God te vragen: kan het niet een beetje minder? Misschien klagen zij wel bij Hem: ik kan dit allemaal niet aan! Maar dwars door dat alles heen komt er vanuit Gods Woord licht: het nieuwe leven is begonnen, alles wordt volmaakt. Perfect. Onvoorstelbaar wellicht, maar waar!
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert in hoofdstuk 10: “Want u hebt ook medelijden gehad met mij, in mijn boeien, en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat u voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt”[4]. Wie bedenkt dat hij een beter en blijvend bezit in de hemelen heeft, kan in moeilijke tijden bij tijd en wijle toch een zekere levensvreugde uitstralen.

“Een blijmoedig hart is als een voortdurende maaltijd”, zegt de leraar die in Spreuken 15 aan het woord is.
En wij kunnen de tegenwerpingen reeds horen. ‘Ach – wij zijn vaak niet zo blijmoedig’. ‘Het leven is nu eenmaal niet permanent rozengeur en maneschijn’. En laten wij maar eerlijk zijn: bij de geestelijke gezondheidszorg wachten velen – met name ‘zware’ patiënten – lang op een goede behandeling[5]. Zo blijmoedig zijn we anno 2020 vaak niet.
Maar één ding is zeker: die voortdurende maaltijd komt eraan! Kijkt u maar mee in Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[6].
Jezus Christus klopt in Openbaring 3 aan. Dat betekent eerst en vooral dat Hij buiten staat en binnengelaten moet worden. En het moge duidelijk zijn: wie de deur voor Hem open doet kent in Zijn leven altijd een beetje blijdschap. Ook al zijn de omstandigheden zo nu en dan tamelijk beroerd, steeds weer is daar het uitzicht op de eeuwige vreugde. Laten wij daar de ogen maar nimmer voor sluiten!

Noten:
[1] Spreuken 15:15.
[2] 2 Corinthiërs 4:8-11.
[3] 2 Corinthiërs 6:4, 9 en 10.
[4] Hebreeën 10:34 en 35.
[5] Zie https://nos.nl/artikel/2340706-ggz-activist-charlotte-bouwman-krijgt-behandeling-na-1047-dagen-wachten.html en https://nos.nl/artikel/2336601-gefrustreerd-en-boos-plan-wachtlijsten-psychiatrische-patienten-onvoldoende.html ; geraadpleegd op woensdag 15 juli 2020.
[6] Openbaring 3:20 en 21.

2 juli 2020

Vastbesloten en eensgezind

Professor van Houwelingen snakt naar eensgezindheid. Naar saamhorigheid.
Rob van Houwelingen bedoel ik, de hoogleraar Nieuwe Testament van de Theologische Universiteit Kampen. In het Nederlands Dagblad van 25 juni 2020 schrijft hij: “Hoe staat het er 40 jaar na dato voor met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt? (…). Bij veel kerkmensen, inclusief mezelf, merk ik een verandering in geloofsbeleving: van een vastomlijnde naar een meer zoekende manier van geloven.
Naar de tijd van toen verlang ik niet terug. Het is van levensbelang dat een kerkgenootschap zich blijft ontwikkelen. Tegelijkertijd mis ik tegenwoordig saamhorigheid, loyaliteit en enthousiasme. Het gemak waarmee sommigen de kerk verlaten en anderen overstappen naar bijvoorbeeld een losstaande (huis)gemeente, die uit het niets lijkt te zijn opgericht, baart me zorgen”[1].
Van Houwelingen zoekt dus loyaliteit. Eensgezindheid. Geestdrift.

Laten wij elkaar, in dit verband, wijzen op Daniël 6: “Toen kwamen deze mannen eensgezind bij zijn huis en troffen Daniël aan, terwijl hij bad en smeekte om genade voor het aangezicht van zijn God”[2].
Deze mannen – dat zijn de bestuurders van rijk en provincies in het koninkrijk van Darius. Zij zijn reuze eensgezind. Eensgezind tegen Gods werk namelijk. Om zo te zeggen: eensgezind tegen de kerkmensen van die tijd. 

En wat doet Daniël? Hij zoekt intensief contact met God. Hij bidt. Hij smeekt. Hij vraagt om genade.
In Daniël 6 lezen we de geschiedenis van Daniël en zijn vrienden die, omdat zij niet willen buigen voor koning Darius, in de leeuwenkuil worden geworpen.
De vier vrienden zijn vastbesloten en eensgezind als het gaat om het dienen van de God van hemel en aarde. Die God is Koning. Die Koning staat boven Darius, de koning met een kleine k. En dat blijkt ook: de vrienden worden uit de klauwen van de leeuwen gered.

Wat gebeurt er ten diepste in Daniël 6?
Wij zien in dit Schriftgedeelte twee keer vastbeslotenheid:
* vastbeslotenheid in het dienen van God
* vastbeslotenheid in de tegenwerking van God.
Wij ontwaren de scherpe tegenstelling tussen godvrezenden en goddelozen. Wij zien de antithese: de tegenstelling tussen kerk en wereld.

Hoe wordt de kerk, als het gaat om het dienen van God, vastbesloten en eensgezind?
Dat gebeurt als de kerk Hem dringend bidt om Zijn genade.
Dat gebeurt als de kerk Hem in alles gehoorzamen wil.
Dat gebeurt als de kerk met Hem door de wereld wandelt.

Laten wij weer terugkeren naar professor van Houwelingen.
De hooggeleerde Godgeleerde schrijft ook: “Waar je ook kerkte, in Roodeschool of in Axel, de liturgie was overal hetzelfde. Men zong psalmen uit de berijming-1773 en 29 gezangen, begeleid op het alomtegenwoordige kerkorgel. Een trompet kon er alleen bij op hoogtijdagen. In 1986 kwam de eerste versie van het Gereformeerd Kerkboek: een vrijgemaakte selectie van psalmberijmingen, aangevuld met 41 gezangen. Tegenwoordig zingen we allerlei bundels door elkaar, van Opwekking tot Liedboek. De opwekkingsliederen kunnen zo overheersend zijn, dat ik me soms afvraag of ik niet per ongeluk in een dienst van een evangelische gemeente ben beland. En het kerkorgel? Je mag blij zijn als dat nog bespeeld wordt”.

Er is dus, om het zo maar te zeggen, een Gereformeerde sfeer en een evangelische sfeer.
Wat is het verschil?
Iemand omschreef dat eens zo: “Het belangrijkste en meest fundamentele verschil tussen evangelisch en gereformeerd is de visie op de vrije wil van de mens. Binnen de evangelische beweging gaat men ervan uit dat de mens zelf kan kiezen om tot God terug te keren, terwijl de gereformeerden op grond van de Bijbel leren dat de mens ‘dood is in zonden en misdaden’. Het is het werk van de Heilige Geest om het hart te vernieuwen en de wil te buigen en de zondaar tot Christus te brengen. Een tweede belangrijk verschil is de visie op de doop. Leren de gereformeerden de kinderdoop, binnen de evangelische kringen gaat men uit van de volwassendoop. Dit heeft te maken met een verschillende visie op de betekenis van de doop. Is de doop een teken van Gods verbond of is de doop een keus van de gelovige? Het zal duidelijk zijn dat dit verschil alles te maken heeft met de visie op de (vrije) wil van de mens”[3].
Als het bovenstaande tot ons doordringt, komt de vraag op: zijn de verschillen die professor Van Houwelingen ziet, terug te voeren op de visie op de mogelijkheden van de mens? Het moet ons niet verwonderen dat dat inderdaad het geval is.
In de evangelische wereld suggereert men dat je zelf kunt kiezen of je naar God gaat – of niet. In de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) lijkt die evangelische opvatting nog altijd terrein te winnen. Dat klinkt paradoxaal, maar het is de werkelijkheid.
In de Gereformeerde wereld belijden wij: we leven van Gods genade; van onszelf hebben we niets in te brengen.

Als wijzelf gaan kiezen om al of niet naar God toe te gaan, leidt dat tot aarzeling. Tot weifelen en twijfelen. Dan komen we tot de gedachte: de kerk – daar zit wat in; of misschien toch niet. Of: het geloof – dat is waardevol; hoewel… een zoektocht is wellicht toch beter.
Als wij pleiten op Gods genade, geven we het stuur van ons leven uit handen. Dan laten we ons leiden. Dan leidt de Heiland ons met vaste hand naar Zijn toekomst toe. Wij gaan dan graag met Hem mee. Wij laten ons vastbesloten naar een nieuwe toekomst leiden!

Professor van Houwelingen snakt naar eensgezindheid in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En naar enthousiasme. En naar vastbeslotenheid, wellicht.
De hoogleraar beschrijft de bovenzijde van een aantal heel diep liggende problemen. Wat zijn die problemen? Die problemen zijn: 1. Woordverlating; 2. eigenwijsheid.
 
In de kerk gaat de toekomst open als zij zich bekeert tot de God van hemel en aarde.
In de kerk gaat de Bijbel open.
Die kerk leest wat in de Bijbel wat er staat, en laat staan wat zij leest.
Die kerk is uiterst voorzichtig met zogenaamde eigen interpretaties.
Die kerk bidt en smeekt om genade voor het aangezicht van God.
Als de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) dat altijd en overal gaan doen, dan gaan zij de goede kant weer op!

Noten:
[1] Rob van Houwelingen, “Ik mis tegenwoordig saamhorigheid, loyaliteit en enthousiasme”. Column in: Nederlands Dagblad, donderdag 25 juni 2020, p. 12.
[2] Daniël 6:12.
[3] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/1194/verschil-tussen-evangelisch-en-gereformeerd ; geraadpleegd op woensdag 1 juli 2020.

22 juni 2020

De blije kerk verwelkomt de Rechter

Dit artikel begint stevig. Op deze eerste werkdag van de week is de inzet fors. Ons vertrekpunt is namelijk Psalm 97. Citaat:
“Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen
en zich op de afgoden beroemen.
Buig u voor Hem neer, alle goden.
Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, HEERE.
Want U, HEERE, bent de Allerhoogste over de hele aarde,
U bent zeer hoog verheven boven alle goden”[1].

In Psalm 97 wordt duidelijk dat de Verbondsgod al het kromme op aarde weer recht maakt. Er komt weer rechtvaardigheid. De misstanden gaan de wereld uit!
De psalmschrijver belijdt het: mijn God steekt boven alles en iedereen uit. En alle rechtgeaarde kerkmensen nemen die confessie over: onze God heeft het te zeggen in deze wereld. Hij bepaalt hoe de dingen gaan. Alle ontwikkelingen die er in de wereld zijn worden door Hem aangestuurd.

Men vraagt: hoe zien we dan dat God de zaken in Zijn hand heeft? Daarover zei een predikant eens: “Maar dát zingt deze Psalm nou net niet: hoe het te zien is, hoe het te bewijzen valt. Het wordt eenvoudigweg gesteld, beter gezegd: beleden, dat de HERE Koning is. Dat is ook niet altijd te zien. Vaak genoeg niet. Niet voor niets wordt er over de Here God gezegd (…) dat Hij gehuld is in ‘wolk en duisternis’. Gods koningschap is dus verhuld”[2]. Het komt derhalve echt op geloof aan!

Nee, het is niet zo dat de Goddelijke Rechter van deze aarde makkelijk zichtbaar is. Er zijn donkere wolken om Hem heen. Vuur gaat voor Hem uit.
En nee, de Rechter van ’t heelal komt niet alleen om de misverstanden en de onvrede in de kerk uit de weg te ruimen. Heel de wereld krijgt met Hem te maken!
’t Is precies zoals wij in de kerk zingen:
“Een vuur gaat voor Hem uit,
een vlam die niemand stuit,
verzengt aan alle zijden
hen die zijn macht bestrijden”[3].

Het gebruik van afgoden wordt abrupt beëindigd. Alle mensen die op hun eigen manier religieus zijn, komen er achter dat hun vrome gevoelens niet veel meer dan lucht en leegte opleveren. Uiteindelijk kom je met al die goedbedoelde emotie geen steek verder.

Maar de kerk is blij.
Natuurlijk: Gods oordelen zijn streng. Voor gelovige mensen is het echter volstrekt helder dat alle onderdrukking van gelovigen en het weg-regelen van de godsdienst uit de samenleving opzij wordt geschoven. En wel met het gemak waarmee je een gordijn opzij schuift. Het is voor alle door God uitgekozen mensen volkomen duidelijk: de toekomst gaat open. Er komt een nieuwe tijd aan. Gods volk wordt definitief bevrijd!

Dit is een psalm voor de kerk. Het is een lied dat de God van het verbond aan Zijn kinderen geeft.
Het is belangrijk om daar de nadruk op te leggen.
Het is niet uitgesloten dat iemand die de hemelse God stelselmatig negeert, Psalm 97 een hoogst merkwaardig lied vindt. De seculiere wereldburger vraagt zich af: hoe kan het dat christenen genieten van vuur dat over de wereld suist? Hoe is het mogelijk dat gelovigen blij worden als er van alles wordt vernield door een verzengend vuur? Dat is niet mooi. Sterker nog – dat is een regelrechte ramp.
En toch
Toch is de kerk blij. Want zij weet: het eindoordeel komt eraan! 

Laten we elkaar in verband hiermee wijzen op het onderwijs dat Jezus in Lucas 14 geeft: “Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[4].
De kerk moet zich ten volle realiseren dat het leven naar Gods geboden op deze aarde een rechtstreekse verbinding heeft met de heerlijkheid die kerkmensen te wachten staat. ‘U zult uw naaste liefhebben als u zelf’ – die boodschap moet de kerk de wereld in dragen.
De kerk moet zeggen: mensen, kom erbij en doe net als wij.
De kerk moet zeggen: mensen, geloof in Gods geboden; want daarin ligt uw redding.
De kerk mag het proclameren: wie naar Gods geboden leeft, heeft in het eindoordeel niets te duchten!

De kerk is blij.
Maar de kerk gaat niet fluitend door de wereld. Gelovige mensen maken heel wat lijden mee. Zij worden een beetje meewarig aangekeken. Zij worden soms nog net niet gekleineerd: ‘Geloof jij nog in God? Jongen, dat is iets van de jaren ’50 van de vorige eeuw. Ik had je wijzer willen hebben…’.
Christenen worden zomaar als aan de kant gezet. Gods kinderen zijn, menen velen, op een bepaald punt tamelijk onnozel. Gelovige mensen blijven, zo denken massa’s mensen, in het verleden hangen – namelijk in de tijd van grote kerken en trouwe kerkgang. Ach, die tijd is geweest. Eigenlijk zijn gelovigen een beetje schaapachtig…
Maar Gods kinderen wachten op de “openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven”.
Ja, zo schrijft de apostel Paulus dat in 2 Thessalonicenzen 1[5]

De kerk is blij. Betekent dat vervolgens ook dat zij Gods handelen glashelder kunnen uitleggen? Sommigen suggereren dat dat zo is.
De cabaretier Arjen Lubach twitterde op 17 maart 2020 in verband met de coronacrisis: ‘Waarom doet God dit eigenlijk?’. Arjen bood vier mogelijkheden: a. grapje; b. foutje; c. test; d. straf[6].
Nee, het is niet zo dat Gods kinderen hun Vader op de voet kunnen volgen.
Maar het is wel zo dat de kerk rekent op Gods genade. God heeft Zijn kinderen lief. En omgekeerd hebben de kinderen hun God lief. Om met de eerste algemene brief van Johannes te spreken: “Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem. Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel”[7].

De kerk is blij.
Zelfs als Gods oordelen over de wereld gaan. Nee, gelovigen zijn niet simpel, sullig en totaal ongecompliceerd. Maar zij zijn, ondanks alles, toch blij. Dat is trouwens ook een opdracht. Een opdracht die heel goed uitvoerbaar is. Want:
“’t Is God die vreugde spreidt
voor wie zijn naam belijdt.
U, die oprecht gelooft,
nooit wordt uw licht gedoofd.
Weest in de HEER verblijd”[8].

Noten:
[1] Psalm 97:7, 8 en 9.
[2] Geciteerd van https://www.pauluskerkgouda.nl/multimedia-archive/preek-psalm-97/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 juni 2020.
[3] Psalm 97:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Lucas 14:13 en 14.
[5] 2 Thessalonicenzen 1:7 b-10 a.
[6] Geciteerd van https://twitter.com/arjenlubach/status/1239920281919127555; geraadpleegd op vrijdag 19 juni 2020.
[7] 1 Johannes 4:15, 16 en 17 a.
[8] Psalm 97:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

5 april 2018

Attractieve gemeenschap?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat gebeurt er op het kerkplein?
Er wordt, vanuit alle hoeken, geroepen om creativiteit. En om heel veel andere dingen.

Onlangs zeiden jongeren uit de Rooms-katholieke kerk: “We willen zeggen, in het bijzonder tot de hiërarchie van de kerk, dat zij een transparante, verwelkomende, eerlijke, uitnodigende, communicatieve, toegankelijke, vreugdevolle en interactieve gemeenschap moeten zijn”[1].

Dat is voorwaar niet gering!

Natuurlijk zijn Gereformeerden niet Rooms-katholiek. En dat worden wij ook niet. Maar het bovenstaande kan ons wel opscherpen.

Men wil doorzichtigheid.
Het moet duidelijk zijn waar de kerk voor staat. Om het met Lucas 24 te zeggen: “… in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en ​vergeving​ van ​zonden​ gepredikt worden”[2].
Het gaat om de naam van Jezus Christus, de Heiland. Op Hem moet alles en iedereen gericht zijn. Dus zijn mensen niet het belangrijkste in de kerk.

Men wil een blij welkom en menselijke warmte.
Dat is logisch.
We zien dat ook in Gods Woord voorbijkomen. Leest u maar mee in Handelingen 21: “En toen wij in Jeruzalem aankwamen, ontvingen de broeders ons met blijdschap”[3].
Intussen mag nooit vergeten worden om Wie het in de kerk gaat.
Johannes schrijft in zijn tweede brief: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet. Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken”[4].
Een warm welkom is prima.
Maar als de kerk slechts een buurthuis met soep en broodjes wordt, gaat er iets helemaal mis.

Men wil eerlijkheid.
Als we die wens bekijken, kunnen we denken aan Spreuken 21:
“De weg van een mens is krom en vreemd,
maar het werk van een reine is juist”[5].
Een exegeet schrijft bij deze tekst: “De zuivere mens heeft een integere en consistente levenswijze”[6].
Bij het bovenstaande past, wat mij betreft, een aantekening. Namelijk deze: soms worden bepaalde meningen van kerkmensen ondersteund met zorgvuldig gekozen Bijbelteksten. Echter: wij moeten ons altijd blijven afvragen wat de lijn in de Heilige Schrift is. Bij het uittekenen van die lijn mogen en moeten wij elkaar behulpzaam zijn.
Juist in een samenleving die steeds oneerlijker wordt, is het nodig om in gezamenlijkheid christelijke oprechtheid te blijven praktiseren!

Men wil een uitnodigende houding zien in de kerk.
Gastvrijheid is een groot goed.
Laat ik in dit verband op Lucas 14 wijzen: “En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[7].
In de kerk is bescheidenheid belangrijk. Deftigheid is in de kerk niet aan de orde. Want de kerk is niet gericht op onze gedistingeerdheid, of op onze verfijning.
Wij zijn, als het goed is, gericht op de Redder van de wereld. Want Hij nodigt ons dringend uit Hem te volgen!

De kerk moet communicatief zijn.
Ja, dat zal waar wezen. Woordverkondiging is – om zo te zeggen – immers de core business van de kerk?
Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 7 ook over openhartigheid: “… ik heb al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn, dat wij samen met u zouden willen sterven en leven. Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben vol van vertroosting en word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking”[8].
Verbondenheid schrijven we in de kerk met gouden letters. Alleen daarom al is het van belang dat we elkaars uitspraken op een juiste wijze interpreteren. De vraag ‘wat bedoelt u?’ is in de kerk heel legitiem. Het werkwoord ‘verduidelijken’ moet in grote letters in kerkelijke woordenboeken staan.
Goede communicatie kweekt vertrouwen; zowel naar binnen als naar buiten toe.

De kerk moet toegankelijk wezen.
Je moet er makkelijk naar binnen kunnen – jazeker.
Maar de vraag is natuurlijk wel waar wij ontvankelijk voor zijn.
Bovendien – strikt genomen moeten kerkmensen ontvankelijk worden gemaakt. Door God Zelf, namelijk. Denkt u maar aan de elf apostelen in Lucas 24: “Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen”[9].
De Here verlicht het verstand van gelovige mensen. Zo worden zij Zijn kinderen!

Is de kerk een vreugdevolle gemeenschap?
Zeker wel.
Hetgeen niet betekent dat de kerk permanent de vlag uithangt. De kerk staat namelijk midden in de wereld. Een wereld vol lijden en ziekte.
De kerk is blij in Christus! Graag herinner ik u aan Philippenzen 4: “Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij”[10].

De kerk is interactief.
Er is altijd wisselwerking, om het maar modern te zeggen.
Laat ik Johannes 15 citeren: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand”[11].

Die Rooms-katholieke jongeren van hierboven zeggen heel eigentijdse dingen. “Een attractieve kerk is een relationele kerk”, zeggen ze.
Dat klinkt vroom.
Maar laten Gereformeerden maar duidelijk wezen. In de kerk gaat het om de Heiland. Om Jezus Christus, dus. Vanuit die grondhouding openen we de Heilige Schrift.
Lezend en luisterend geven wij vorm aan een christelijk leven. In woord en daad.

Noten:
[1] “Jongeren roepen Katholieke Kerk op tot creativiteit”. In: Nederlands Dagblad, maandag 26 maart 2018, p. 2.
[2] Lucas 24:47.
[3] Handelingen 21:17.
[4] 2 Johannes :9, 10 en 11.
[5] Spreuken 21:8.
[6] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 21:3-29.
[7] Lucas 14:12, 13 en 14.
[8] 2 Corinthiërs 7:3 en 4.
[9] Lucas 24:45.
[10] Philippenzen 4:4 en 5.
[11] Johannes 15:5 en 6.

9 maart 2018

Blij door Gods kracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!

Geachte lezers, ik zie u fronsen.
En ik zie u tevens denken: beste weblogschrijver, rustig aan maar… Want het leven is niet zo makkelijk. En in de kerk is het geen koekoek eenzang. Er is altijd wel wát: wrijving, gedoe… – ach, de daverende ruzies laten wij maar ongenoemd.

Toch laat ik die vreugde staan.
Midden in de ellende.
In Lucas 6 gebeurt dat namelijk ook. Kijkt u maar mee: “Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten”[1].

In Lucas 6 gaat het over de haat van mensen die wrok koesteren tegen Jezus’ discipelen. En over de mensen die tegen volgelingen van Jezus zeggen: ik wil niets met u te maken hebben. En over de mensen die zeggen: zij lopen achter Jezus aan, met die mensen kun je beter geen zaken doen. En over de mensen die zeggen: die volgelingen hebben oogkleppen op.

Wie merkt dat er zo over hem gepraat wordt, moet geweldig blij wezen.
En waarom?
Omdat er een luisterrijk hemelleven aan komt!

Vandaag de dag is er nog wel eens sprake van schade, schande en smaad. Denkt u maar aan die affaires rond het seksuele misbruik bij internationale hulporganisaties als Oxfam Novib en het Rode Kruis.
Maar al die zaken wordt door het gepeupel maar al te vaak snel vergeten.
Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Bij recente affaires laten de cijfers zien dat de Nederlander redelijk snel vergeet welke organisatie de commotie heeft veroorzaakt’, vertelt de adviseur. Als voorbeeld noemt hij KWF Kankerbestrijding. In 2013 kwam aan het licht dat de voorzitter van de KWF-wieleractie Alpe d’HuZes in het verleden betaald werd met geld uit het Alpe d’HuZes-fonds. De onthulling veranderde echter niets aan de populariteit van KWF, dat sinds 2010 altijd op de eerste plaats van de honderd sterkste merken heeft gestaan. Ook recente financiële schandalen bij stichting ALS en KNGF Geleidehonden leverden geen deuk in hun imago op”[2].
In deze kortzichtige wereld zijn schade, schande en smaad zaken die van relatief korte duur zijn.

In Lucas 6 worden we gewaarschuwd: de haat tegen christenen blijft altijd bestaan. In alle tijden blijven er mensen die zeggen: wij blijven het liefst bij die kerkmensen vandaan; bij hen moet je niet wezen.
Immer en overal moeten we rekening houden met afkeer en minachting.

Nu kunnen we zeggen: ach, met die haat valt het een beetje mee.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken. Want:
1.
De koopzondagen worden hoe langer hoe meer gemeengoed. SGP-kamerlid Bisschop zei niet zo lang geleden: “Onderzoeken over de kwetsbaarheid van winkeliers en werknemers worden eenvoudig weggewuifd omdat ‘het’ zo goed is voor de economie en omdat ‘men’ het zo graag wil”. En: “De SGP laat zich niet meeslepen door argumenten als: je kunt het toch niet tegenhouden. Laat mensen maar eens zien onder wat voor juk (kleine) ondernemers doorgaan en hoeveel werknemers tegen hun zin op zondag werken”[3].
Voorstanders van koopzondagen stellen gestreng: u mag niet bepalen of op zondag gewerkt mag worden en of winkelen al dan niet geoorloofd is.
2.
Ook op christelijke scholen wordt het lijden en sterven van Jezus Christus naar ons toe gebracht in musicals, passiespelen en wat daar verder volgt.
Dat Gereformeerden hard roepen dat dat niet de bedoeling kan zijn maakt klaarblijkelijk weinig uit. Het gebeurt toch.
Kortom: onder de dekmantel van beschaafde antipathie worden allerlei dingen die de meerderheid des volks goed acht, in alle rust uitgevoerd.
Ook in onze tijd is de haat tegen Gods kinderen aan de orde van de dag. Het mag alleen niet zo heten. Men noemt dat bijvoorbeeld: mening van de meerderheid. De argumenten klinken soms reuze redelijk, maar de weerzin druipt er bij tijd en wijle van af.

Gereformeerden zijn soms geneigd om treurig hun hoofd te schudden om vervolgens op droevige toon te vragen: in welke wereld leven wij?
Uit Lucas 6 leren wij dat dat de verkeerde vraag is.
Want de vraag zou moeten zijn: in welke wereld zullen wij leven? Het staat er immers: “uw loon is groot in de hemel”.

Maar er is toch wel meer.
Want in Lucas 18 zegt Jezus tegen zijn discipelen: “Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of ​kinderen​ verlaten heeft om het ​Koninkrijk van God, die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven”[4].

Ziet u dat?
De God van hemel en aarde geeft ook vreugde in deze tijd.
In Gods Woord zien wij dat ook terug.
In Handelingen 5 bijvoorbeeld: “Zij dan – dat zijn de apostelen – gingen weg uit de tegenwoordigheid van de Raad en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam schandelijk behandeld te worden”[5].
Die blijdschap is gegeven. Voor de kerkelijke rechtbank staan, daar wordt niemand blij van. Maar in Handelingen 5 zijn de discipelen verheugd dat zij, ondanks alles, het Evangelie hebben kunnen verkondigen.
Dat de kracht van God afkomstig is, blijkt nog wat duidelijker in Handelingen 16. Ik citeer: “En omstreeks middernacht baden ​Paulus​ en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen. En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Vanuit de hemel worden kinderen van God krachtig ondersteund!

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!
Nee, die blijdschap krijgen we niet als we op onze eigen geloofsenergie rekenen.
Ja, die vreugde ontvangen wij wel als wij, ook in de concrete situatie anno Domini 2018, op onze God blijven vertrouwen!

Noten:
[1] Lucas 6:22 en 23.
[2] “Gever vergeet affaires snel”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 2 maart 2018, p. 2.
[3] Hannah Neele, “Shoppen op zondag steeds normaler”. In: katern Accent, onderdeel van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 24 februari 2018, p. 12 en 13.
[4] Lucas 18:29 en 30.
[5] Lucas 5:41.
[6] Handelingen 16:25 en 26.

5 oktober 2016

Prachtig perspectief

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De kerk komt onder druk te staan van binnenuit en van buitenaf.
Trouwe kinderen van God worden maar al te vaak afgeschilderd als lastposten. Zij kunnen maar beter uit de ‘kerk’ vertrekken. En als zij dat niet vrijwillig doen, krijgen zij wel te horen dat het beter is dat zij hun biezen pakken…
Trouwe kinderen worden door de wereld vervolgens verwonderd aangekeken. Men hóórt de seculieren bij tijd en wijle bijna denken: wat moeten we met deze wereldvreemde types aanvangen?
Nee, dat is niet goed voor ons zelfbeeld.
Ja, het wordt steeds moeilijker om aansluiting in deze wereld te vinden. Geloven is gek geworden. En uit de tijd.
Maar de Verbondsgod vraagt trouw.
En wat onmogelijk lijkt, blijkt toch uitvoerbaar.
Laten wij Jezus’ woorden vooral niet vergeten: “Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb”.
Als de kerk die woorden vergeet, gaat zij steeds minder van haar eigen geschiedenis begrijpen”.
Dat schreef ik onlangs naar aanleiding van Johannes 16[1].

Datzelfde hoofdstuk, Johannes 16, staat vandaag opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. In dit artikel vraag ik met name uw aandacht voor het slot van genoemd kapittel[2].

De discipelen zullen, zo lezen wij, diep verdriet hebben over het sterven van hun Heer en Meester.
Maar dat verdriet is, in zekere zin, te vergelijken met de barensnood van een vrouw. Op het moment dat zij haar kind baart heeft ze het vaak bijzonder moeilijk. Een bevalling gaat niet zelden met pijn gepaard.
Maar als de nieuwe wereldburger eenmaal ter wereld gekomen is, is de blijdschap groot; de pijn is snel vergeten.
Zo zal het weerzien van Christus, na Diens opstanding, geweldig veel blijdschap bij de leerlingen geven. Dat is duurzame vreugde. Die blijdschap houdt nooit meer op.
De Heilige Geest zal er voor zorgen dat zij meer gebeurtenissen gaan doorzien. Zij gaan de gang der geschiedenis veel beter begrijpen.
In die geheel nieuwe situatie krijgen de gebeden van Jezus’ leerlingen nieuwe kracht. Want de Heilige Geest is, juist ook bij die activiteit, tot grote hulp en steun. En bovendien kunnen de discipelen altijd weer teruggrijpen op het reddingswerk dat Jezus Christus heeft gedaan. Dan wordt die vreugde nog groter!
De blijdschap wordt nog dieper[3]!

Wie het bovenstaande leest, kan daar de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid in zien.
* het verdriet omdat Christus moest sterven.
Ons leven is aan diep bederf onderhevig. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: de zonde ontspringt altijd uit deze verdorvenheid als opwellend water uit een giftige bron[4].
* de verlossing door het werk van Jezus Christus
De kerk kan in grote dankbaarheid terugzien op het reddingswerk dat de Heiland heeft volbracht. Hij is werkelijk onze Immanuël: God met ons. Van die vreugde zien wij niet altijd even veel. De omstandigheden zijn er in ons bestaan niet altijd naar om te dansen of te huppelen. Maar ergens, in een hoek van ons leven, vonkt altijd de vreugde. Ook al valt de herfst in ons leven in, het blijft – om zo te zeggen – altijd heel redelijk weer. En de eeuwige zomer genaakt.
* de dankbaarheid om onze redding
Die dankbaarheid wordt ons door de Heilige Geest in het hart gegeven. En hoe uiten wij die? Nee, het is niet nodig om de hele dag ‘halleluja’ te roepen. En nee, we hoeven ook niet de ganse dag blij te kijken. Wij kunnen onze blijdschap, naar mijn inzicht, met name uiten in het gebed. Misschien klinkt dat gebed soms wat formeel. Het is immers een gewoonte? Een goede gewoonte, maar toch. Wij mogen echter vasthouden aan het onderwijs dat Paulus in de brief aan de Romeinen geeft: “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit”[5]. Met andere woorden: Gods Heilige Geest versterkt ons gebed. Die gebeden worden – zo lezen wij in Openbaring 5 –, in prachtige schalen en vergezeld van welluidende citermuziek, bij de almachtige God gebracht[6]. Of, om het met Openbaring 8 te spreken: zo wordt ons gebed, dat vaak zo gewoontjes is, vermengd met de rook van reukwerk dat opstijgt tot voor Gods aangezicht[7].

Misschien zijn er lezers die zich, bij het lezen van dit alles, een beetje machteloos voelen. Want immers – er zit veel waars in die uiteenzettingen van hierboven, maar wat kun je ermee in de weerbarstige praktijk van 2016?
De goddeloosheid lijkt niet meer te keren. Die slaat als een alles meeslepende vloedgolf over ons heen.
En nu kom ik bij de aanvang van dit artikel. Want het komt aan op trouw.
Op volharding.
Op geloof, vooral. Onze Here Jezus Christus zegt in Johannes 16 Zelf: “In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”[8].

Nee, van dat laatste kunnen wij nu nog maar bar weinig zien.
Wij zien wat anders om ons heen.
Onze wereld blijft steken in gesteggel over koopzondagen; omdat de wereld zich verveelt, of wellicht gewoon omdat seculieren geen zin hebben om doordeweeks boodschappen te doen.
Wij zien wat anders om ons heen.
In onze wereld verwordt de vluchtelingencrisis tot een Europa-brede demonstratie van onwil en gekonkel; dat komt vooral omdat de diverse visies op de Europese Unie sterk verschillen.
Wij zien wat anders om ons heen.
Op het kerkplein transformeert geloven in snel tempo tot het participeren in een gemeenschap. Iemand schreef zelfs: “Onmiskenbaar groeit ook hier van onderaf een nieuw oecumenisch eenheidstreven waar de gemeenschap steeds breder en de basis smaller wordt. De minimale maar fundamentele belijdenis van de kerk van alle tijden, de Apostolische Geloofsbelijdenis of Twaalf Artikelen, is daarvoor nog te breed en wordt op wezenlijke punten toegesneden op vrijzinnige aanvaardbaarheid”[9].

“Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”. Dat is de laatste zin van Johannes 16.
In datzelfde vers staat er nog een zinnetje vóór.
Dat luidt: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt”[10]. Daarmee wil gezegd zijn dat leven in en op de naam van Jezus Christus een heerlijke innerlijke rust geeft. Daarmee wil – ten diepste – gezegd zijn dat de geborgenheid die wij bij Christus vinden, uitloopt op de eeuwigheid.
Als wij op dat perspectief letten, blijft ons aardse leven hoopvol. Hoopvol tot de laatste minuut. Dan krijgen onze gebeden nieuwe kracht.

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Vergeetachtige kerk?’, hier gepubliceerd op woensdag 28 september 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/09/28/vergeetachtige-kerk/ .
[2] Vanavond, woensdagavond 5 oktober 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 16 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Zie Johannes 16:20-24.
[4] Deze beeldspraak komt uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[5] Romeinen 8:26 en 27.
[6] Zie Openbaring 5:8: “En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen”.
[7] Zie Openbaring 8:4: “En de rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op”.
[8] Johannes 16:33 b.
[9] Dat schreef D.J. Bolt in zijn artikel ‘Een synodaal jaar’. Te vinden op http://www.eeninwaarheid.info/index.php?rub=9&item=1336 ; geraadpleegd op vrijdag 16 september 2016.
[10] Johannes 16:33 a.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.