gereformeerd leven in nederland

5 april 2018

Attractieve gemeenschap?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat gebeurt er op het kerkplein?
Er wordt, vanuit alle hoeken, geroepen om creativiteit. En om heel veel andere dingen.

Onlangs zeiden jongeren uit de Rooms-katholieke kerk: “We willen zeggen, in het bijzonder tot de hiërarchie van de kerk, dat zij een transparante, verwelkomende, eerlijke, uitnodigende, communicatieve, toegankelijke, vreugdevolle en interactieve gemeenschap moeten zijn”[1].

Dat is voorwaar niet gering!

Natuurlijk zijn Gereformeerden niet Rooms-katholiek. En dat worden wij ook niet. Maar het bovenstaande kan ons wel opscherpen.

Men wil doorzichtigheid.
Het moet duidelijk zijn waar de kerk voor staat. Om het met Lucas 24 te zeggen: “… in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en ​vergeving​ van ​zonden​ gepredikt worden”[2].
Het gaat om de naam van Jezus Christus, de Heiland. Op Hem moet alles en iedereen gericht zijn. Dus zijn mensen niet het belangrijkste in de kerk.

Men wil een blij welkom en menselijke warmte.
Dat is logisch.
We zien dat ook in Gods Woord voorbijkomen. Leest u maar mee in Handelingen 21: “En toen wij in Jeruzalem aankwamen, ontvingen de broeders ons met blijdschap”[3].
Intussen mag nooit vergeten worden om Wie het in de kerk gaat.
Johannes schrijft in zijn tweede brief: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet. Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken”[4].
Een warm welkom is prima.
Maar als de kerk slechts een buurthuis met soep en broodjes wordt, gaat er iets helemaal mis.

Men wil eerlijkheid.
Als we die wens bekijken, kunnen we denken aan Spreuken 21:
“De weg van een mens is krom en vreemd,
maar het werk van een reine is juist”[5].
Een exegeet schrijft bij deze tekst: “De zuivere mens heeft een integere en consistente levenswijze”[6].
Bij het bovenstaande past, wat mij betreft, een aantekening. Namelijk deze: soms worden bepaalde meningen van kerkmensen ondersteund met zorgvuldig gekozen Bijbelteksten. Echter: wij moeten ons altijd blijven afvragen wat de lijn in de Heilige Schrift is. Bij het uittekenen van die lijn mogen en moeten wij elkaar behulpzaam zijn.
Juist in een samenleving die steeds oneerlijker wordt, is het nodig om in gezamenlijkheid christelijke oprechtheid te blijven praktiseren!

Men wil een uitnodigende houding zien in de kerk.
Gastvrijheid is een groot goed.
Laat ik in dit verband op Lucas 14 wijzen: “En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[7].
In de kerk is bescheidenheid belangrijk. Deftigheid is in de kerk niet aan de orde. Want de kerk is niet gericht op onze gedistingeerdheid, of op onze verfijning.
Wij zijn, als het goed is, gericht op de Redder van de wereld. Want Hij nodigt ons dringend uit Hem te volgen!

De kerk moet communicatief zijn.
Ja, dat zal waar wezen. Woordverkondiging is – om zo te zeggen – immers de core business van de kerk?
Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 7 ook over openhartigheid: “… ik heb al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn, dat wij samen met u zouden willen sterven en leven. Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben vol van vertroosting en word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking”[8].
Verbondenheid schrijven we in de kerk met gouden letters. Alleen daarom al is het van belang dat we elkaars uitspraken op een juiste wijze interpreteren. De vraag ‘wat bedoelt u?’ is in de kerk heel legitiem. Het werkwoord ‘verduidelijken’ moet in grote letters in kerkelijke woordenboeken staan.
Goede communicatie kweekt vertrouwen; zowel naar binnen als naar buiten toe.

De kerk moet toegankelijk wezen.
Je moet er makkelijk naar binnen kunnen – jazeker.
Maar de vraag is natuurlijk wel waar wij ontvankelijk voor zijn.
Bovendien – strikt genomen moeten kerkmensen ontvankelijk worden gemaakt. Door God Zelf, namelijk. Denkt u maar aan de elf apostelen in Lucas 24: “Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen”[9].
De Here verlicht het verstand van gelovige mensen. Zo worden zij Zijn kinderen!

Is de kerk een vreugdevolle gemeenschap?
Zeker wel.
Hetgeen niet betekent dat de kerk permanent de vlag uithangt. De kerk staat namelijk midden in de wereld. Een wereld vol lijden en ziekte.
De kerk is blij in Christus! Graag herinner ik u aan Philippenzen 4: “Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij”[10].

De kerk is interactief.
Er is altijd wisselwerking, om het maar modern te zeggen.
Laat ik Johannes 15 citeren: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand”[11].

Die Rooms-katholieke jongeren van hierboven zeggen heel eigentijdse dingen. “Een attractieve kerk is een relationele kerk”, zeggen ze.
Dat klinkt vroom.
Maar laten Gereformeerden maar duidelijk wezen. In de kerk gaat het om de Heiland. Om Jezus Christus, dus. Vanuit die grondhouding openen we de Heilige Schrift.
Lezend en luisterend geven wij vorm aan een christelijk leven. In woord en daad.

Noten:
[1] “Jongeren roepen Katholieke Kerk op tot creativiteit”. In: Nederlands Dagblad, maandag 26 maart 2018, p. 2.
[2] Lucas 24:47.
[3] Handelingen 21:17.
[4] 2 Johannes :9, 10 en 11.
[5] Spreuken 21:8.
[6] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 21:3-29.
[7] Lucas 14:12, 13 en 14.
[8] 2 Corinthiërs 7:3 en 4.
[9] Lucas 24:45.
[10] Philippenzen 4:4 en 5.
[11] Johannes 15:5 en 6.

9 maart 2018

Blij door Gods kracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!

Geachte lezers, ik zie u fronsen.
En ik zie u tevens denken: beste weblogschrijver, rustig aan maar… Want het leven is niet zo makkelijk. En in de kerk is het geen koekoek eenzang. Er is altijd wel wát: wrijving, gedoe… – ach, de daverende ruzies laten wij maar ongenoemd.

Toch laat ik die vreugde staan.
Midden in de ellende.
In Lucas 6 gebeurt dat namelijk ook. Kijkt u maar mee: “Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten”[1].

In Lucas 6 gaat het over de haat van mensen die wrok koesteren tegen Jezus’ discipelen. En over de mensen die tegen volgelingen van Jezus zeggen: ik wil niets met u te maken hebben. En over de mensen die zeggen: zij lopen achter Jezus aan, met die mensen kun je beter geen zaken doen. En over de mensen die zeggen: die volgelingen hebben oogkleppen op.

Wie merkt dat er zo over hem gepraat wordt, moet geweldig blij wezen.
En waarom?
Omdat er een luisterrijk hemelleven aan komt!

Vandaag de dag is er nog wel eens sprake van schade, schande en smaad. Denkt u maar aan die affaires rond het seksuele misbruik bij internationale hulporganisaties als Oxfam Novib en het Rode Kruis.
Maar al die zaken wordt door het gepeupel maar al te vaak snel vergeten.
Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Bij recente affaires laten de cijfers zien dat de Nederlander redelijk snel vergeet welke organisatie de commotie heeft veroorzaakt’, vertelt de adviseur. Als voorbeeld noemt hij KWF Kankerbestrijding. In 2013 kwam aan het licht dat de voorzitter van de KWF-wieleractie Alpe d’HuZes in het verleden betaald werd met geld uit het Alpe d’HuZes-fonds. De onthulling veranderde echter niets aan de populariteit van KWF, dat sinds 2010 altijd op de eerste plaats van de honderd sterkste merken heeft gestaan. Ook recente financiële schandalen bij stichting ALS en KNGF Geleidehonden leverden geen deuk in hun imago op”[2].
In deze kortzichtige wereld zijn schade, schande en smaad zaken die van relatief korte duur zijn.

In Lucas 6 worden we gewaarschuwd: de haat tegen christenen blijft altijd bestaan. In alle tijden blijven er mensen die zeggen: wij blijven het liefst bij die kerkmensen vandaan; bij hen moet je niet wezen.
Immer en overal moeten we rekening houden met afkeer en minachting.

Nu kunnen we zeggen: ach, met die haat valt het een beetje mee.
Wij moeten ons daar echter niet op verkijken. Want:
1.
De koopzondagen worden hoe langer hoe meer gemeengoed. SGP-kamerlid Bisschop zei niet zo lang geleden: “Onderzoeken over de kwetsbaarheid van winkeliers en werknemers worden eenvoudig weggewuifd omdat ‘het’ zo goed is voor de economie en omdat ‘men’ het zo graag wil”. En: “De SGP laat zich niet meeslepen door argumenten als: je kunt het toch niet tegenhouden. Laat mensen maar eens zien onder wat voor juk (kleine) ondernemers doorgaan en hoeveel werknemers tegen hun zin op zondag werken”[3].
Voorstanders van koopzondagen stellen gestreng: u mag niet bepalen of op zondag gewerkt mag worden en of winkelen al dan niet geoorloofd is.
2.
Ook op christelijke scholen wordt het lijden en sterven van Jezus Christus naar ons toe gebracht in musicals, passiespelen en wat daar verder volgt.
Dat Gereformeerden hard roepen dat dat niet de bedoeling kan zijn maakt klaarblijkelijk weinig uit. Het gebeurt toch.
Kortom: onder de dekmantel van beschaafde antipathie worden allerlei dingen die de meerderheid des volks goed acht, in alle rust uitgevoerd.
Ook in onze tijd is de haat tegen Gods kinderen aan de orde van de dag. Het mag alleen niet zo heten. Men noemt dat bijvoorbeeld: mening van de meerderheid. De argumenten klinken soms reuze redelijk, maar de weerzin druipt er bij tijd en wijle van af.

Gereformeerden zijn soms geneigd om treurig hun hoofd te schudden om vervolgens op droevige toon te vragen: in welke wereld leven wij?
Uit Lucas 6 leren wij dat dat de verkeerde vraag is.
Want de vraag zou moeten zijn: in welke wereld zullen wij leven? Het staat er immers: “uw loon is groot in de hemel”.

Maar er is toch wel meer.
Want in Lucas 18 zegt Jezus tegen zijn discipelen: “Voorwaar, Ik zeg u dat er niemand is die huis of ouders of broers of vrouw of ​kinderen​ verlaten heeft om het ​Koninkrijk van God, die niet het veelvoudige zal terugontvangen in deze tijd, en in de wereld die komt, het eeuwige leven”[4].

Ziet u dat?
De God van hemel en aarde geeft ook vreugde in deze tijd.
In Gods Woord zien wij dat ook terug.
In Handelingen 5 bijvoorbeeld: “Zij dan – dat zijn de apostelen – gingen weg uit de tegenwoordigheid van de Raad en waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam schandelijk behandeld te worden”[5].
Die blijdschap is gegeven. Voor de kerkelijke rechtbank staan, daar wordt niemand blij van. Maar in Handelingen 5 zijn de discipelen verheugd dat zij, ondanks alles, het Evangelie hebben kunnen verkondigen.
Dat de kracht van God afkomstig is, blijkt nog wat duidelijker in Handelingen 16. Ik citeer: “En omstreeks middernacht baden ​Paulus​ en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen. En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Vanuit de hemel worden kinderen van God krachtig ondersteund!

De kerk: dat is een bron van vreugde.
De kerk: daar worden u en ik blij van!
Nee, die blijdschap krijgen we niet als we op onze eigen geloofsenergie rekenen.
Ja, die vreugde ontvangen wij wel als wij, ook in de concrete situatie anno Domini 2018, op onze God blijven vertrouwen!

Noten:
[1] Lucas 6:22 en 23.
[2] “Gever vergeet affaires snel”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 2 maart 2018, p. 2.
[3] Hannah Neele, “Shoppen op zondag steeds normaler”. In: katern Accent, onderdeel van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 24 februari 2018, p. 12 en 13.
[4] Lucas 18:29 en 30.
[5] Lucas 5:41.
[6] Handelingen 16:25 en 26.

5 oktober 2016

Prachtig perspectief

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De kerk komt onder druk te staan van binnenuit en van buitenaf.
Trouwe kinderen van God worden maar al te vaak afgeschilderd als lastposten. Zij kunnen maar beter uit de ‘kerk’ vertrekken. En als zij dat niet vrijwillig doen, krijgen zij wel te horen dat het beter is dat zij hun biezen pakken…
Trouwe kinderen worden door de wereld vervolgens verwonderd aangekeken. Men hóórt de seculieren bij tijd en wijle bijna denken: wat moeten we met deze wereldvreemde types aanvangen?
Nee, dat is niet goed voor ons zelfbeeld.
Ja, het wordt steeds moeilijker om aansluiting in deze wereld te vinden. Geloven is gek geworden. En uit de tijd.
Maar de Verbondsgod vraagt trouw.
En wat onmogelijk lijkt, blijkt toch uitvoerbaar.
Laten wij Jezus’ woorden vooral niet vergeten: “Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb”.
Als de kerk die woorden vergeet, gaat zij steeds minder van haar eigen geschiedenis begrijpen”.
Dat schreef ik onlangs naar aanleiding van Johannes 16[1].

Datzelfde hoofdstuk, Johannes 16, staat vandaag opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. In dit artikel vraag ik met name uw aandacht voor het slot van genoemd kapittel[2].

De discipelen zullen, zo lezen wij, diep verdriet hebben over het sterven van hun Heer en Meester.
Maar dat verdriet is, in zekere zin, te vergelijken met de barensnood van een vrouw. Op het moment dat zij haar kind baart heeft ze het vaak bijzonder moeilijk. Een bevalling gaat niet zelden met pijn gepaard.
Maar als de nieuwe wereldburger eenmaal ter wereld gekomen is, is de blijdschap groot; de pijn is snel vergeten.
Zo zal het weerzien van Christus, na Diens opstanding, geweldig veel blijdschap bij de leerlingen geven. Dat is duurzame vreugde. Die blijdschap houdt nooit meer op.
De Heilige Geest zal er voor zorgen dat zij meer gebeurtenissen gaan doorzien. Zij gaan de gang der geschiedenis veel beter begrijpen.
In die geheel nieuwe situatie krijgen de gebeden van Jezus’ leerlingen nieuwe kracht. Want de Heilige Geest is, juist ook bij die activiteit, tot grote hulp en steun. En bovendien kunnen de discipelen altijd weer teruggrijpen op het reddingswerk dat Jezus Christus heeft gedaan. Dan wordt die vreugde nog groter!
De blijdschap wordt nog dieper[3]!

Wie het bovenstaande leest, kan daar de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid in zien.
* het verdriet omdat Christus moest sterven.
Ons leven is aan diep bederf onderhevig. Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: de zonde ontspringt altijd uit deze verdorvenheid als opwellend water uit een giftige bron[4].
* de verlossing door het werk van Jezus Christus
De kerk kan in grote dankbaarheid terugzien op het reddingswerk dat de Heiland heeft volbracht. Hij is werkelijk onze Immanuël: God met ons. Van die vreugde zien wij niet altijd even veel. De omstandigheden zijn er in ons bestaan niet altijd naar om te dansen of te huppelen. Maar ergens, in een hoek van ons leven, vonkt altijd de vreugde. Ook al valt de herfst in ons leven in, het blijft – om zo te zeggen – altijd heel redelijk weer. En de eeuwige zomer genaakt.
* de dankbaarheid om onze redding
Die dankbaarheid wordt ons door de Heilige Geest in het hart gegeven. En hoe uiten wij die? Nee, het is niet nodig om de hele dag ‘halleluja’ te roepen. En nee, we hoeven ook niet de ganse dag blij te kijken. Wij kunnen onze blijdschap, naar mijn inzicht, met name uiten in het gebed. Misschien klinkt dat gebed soms wat formeel. Het is immers een gewoonte? Een goede gewoonte, maar toch. Wij mogen echter vasthouden aan het onderwijs dat Paulus in de brief aan de Romeinen geeft: “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit”[5]. Met andere woorden: Gods Heilige Geest versterkt ons gebed. Die gebeden worden – zo lezen wij in Openbaring 5 –, in prachtige schalen en vergezeld van welluidende citermuziek, bij de almachtige God gebracht[6]. Of, om het met Openbaring 8 te spreken: zo wordt ons gebed, dat vaak zo gewoontjes is, vermengd met de rook van reukwerk dat opstijgt tot voor Gods aangezicht[7].

Misschien zijn er lezers die zich, bij het lezen van dit alles, een beetje machteloos voelen. Want immers – er zit veel waars in die uiteenzettingen van hierboven, maar wat kun je ermee in de weerbarstige praktijk van 2016?
De goddeloosheid lijkt niet meer te keren. Die slaat als een alles meeslepende vloedgolf over ons heen.
En nu kom ik bij de aanvang van dit artikel. Want het komt aan op trouw.
Op volharding.
Op geloof, vooral. Onze Here Jezus Christus zegt in Johannes 16 Zelf: “In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”[8].

Nee, van dat laatste kunnen wij nu nog maar bar weinig zien.
Wij zien wat anders om ons heen.
Onze wereld blijft steken in gesteggel over koopzondagen; omdat de wereld zich verveelt, of wellicht gewoon omdat seculieren geen zin hebben om doordeweeks boodschappen te doen.
Wij zien wat anders om ons heen.
In onze wereld verwordt de vluchtelingencrisis tot een Europa-brede demonstratie van onwil en gekonkel; dat komt vooral omdat de diverse visies op de Europese Unie sterk verschillen.
Wij zien wat anders om ons heen.
Op het kerkplein transformeert geloven in snel tempo tot het participeren in een gemeenschap. Iemand schreef zelfs: “Onmiskenbaar groeit ook hier van onderaf een nieuw oecumenisch eenheidstreven waar de gemeenschap steeds breder en de basis smaller wordt. De minimale maar fundamentele belijdenis van de kerk van alle tijden, de Apostolische Geloofsbelijdenis of Twaalf Artikelen, is daarvoor nog te breed en wordt op wezenlijke punten toegesneden op vrijzinnige aanvaardbaarheid”[9].

“Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”. Dat is de laatste zin van Johannes 16.
In datzelfde vers staat er nog een zinnetje vóór.
Dat luidt: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt”[10]. Daarmee wil gezegd zijn dat leven in en op de naam van Jezus Christus een heerlijke innerlijke rust geeft. Daarmee wil – ten diepste – gezegd zijn dat de geborgenheid die wij bij Christus vinden, uitloopt op de eeuwigheid.
Als wij op dat perspectief letten, blijft ons aardse leven hoopvol. Hoopvol tot de laatste minuut. Dan krijgen onze gebeden nieuwe kracht.

Noten:
[1] Zie mijn artikel ‘Vergeetachtige kerk?’, hier gepubliceerd op woensdag 28 september 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/09/28/vergeetachtige-kerk/ .
[2] Vanavond, woensdagavond 5 oktober 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 16 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Zie Johannes 16:20-24.
[4] Deze beeldspraak komt uit artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[5] Romeinen 8:26 en 27.
[6] Zie Openbaring 5:8: “En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen”.
[7] Zie Openbaring 8:4: “En de rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op”.
[8] Johannes 16:33 b.
[9] Dat schreef D.J. Bolt in zijn artikel ‘Een synodaal jaar’. Te vinden op http://www.eeninwaarheid.info/index.php?rub=9&item=1336 ; geraadpleegd op vrijdag 16 september 2016.
[10] Johannes 16:33 a.

11 mei 2016

Blijdschap besproken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vanavond – woensdagavond 11 mei – zal tijdens een vergadering van de mannenvereniging waar ik lid van ben, het thema ‘geloofsblijdschap’ een centrale plek innemen.
Op deze internetpagina hebt u in de afgelopen tijd iets kunnen zien van mijn voorbereidingen voor een inleiding op het genoemde thema[1].

Nu is een goede inleiding natuurlijk mooi meegenomen.
Maar waar moeten we het in de bespreking verder eigenlijk over hebben?
In dit artikel zet ik een drietal suggesties op een rij.

1.
Bij kerkmensen is vaak weinig geloofsblijdschap te zien. En dat terwijl in Philippenzen 4 staat: “Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!”[2]. In dat vers staat zelfs een imperatief, een gebiedende wijs.
Zouden we kunnen zeggen: wie te weinig geloofsblijdschap heeft, heeft onvoldoende besef van Gods genade[3]?

2.
Geloofsblijdschap moet door God worden gegeven. Dat gebeurt in de Heilige Schrift ook.
Kijkt u bijvoorbeeld maar naar Hanna:
“Mijn hart juicht in de Here,
mijn hoorn is verhoogd in de Here.
Wijd opent zich mijn mond tegen mijn vijanden,
want ik verheug mij in uw hulp”[4].
En naar Nehemia:
“Men bracht op die dag talrijke offers; en men verheugde zich, want God had hen verheugd met grote vreugde; ook de vrouwen en de kinderen verheugden zich, zodat de vreugde van Jeruzalem van verre gehoord werd”[5].
En naar Maria, de moeder van Jezus:
“Mijn ziel maakt groot de Here, en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten”[6].
Moeten wij vaker bidden, teneinde meer geloofsblijdschap te ontvangen[7]?

3.
In het blad De Catechisant stond eens: “Wanneer jij een kind van God bent geworden, zul je (hebben) ervaren dat emotie, het gevoelig ergens over aangedaan zijn, na verloop van tijd niet altijd zo sterk is als in het begin. Je vraagt je misschien af: hoe kan ik zo onaangedaan, zo ongevoelig, aanhoren wat de Heere Jezus voor mij heeft willen lijden? Ben ik wel écht bekeerd, terwijl ik zo’n stenen hart schijn te hebben? Weet dan, dat geloof wel niet helemaal zónder emotie / gevoel kan, maar dat je geloof ook niet op het gevoel steunt. Als jij Christus kent als jouw Zaligmaker, dan mag je op Zijn gevoelvolle barmhartigheid steunen, al voel je soms niets…”.
Kunnen wij geloven zonder gevoel[8]?

Hoe zou ik reageren als ik de hierboven gestelde vragen vanavond voor het eerst onder ogen kreeg?
Laat ik een paar dingen noteren.

Misschien hebben sommigen te weinig besef van Gods genade. Dat is wel mogelijk. Wellicht beseft men echter wel dat er eerbied voor God moet zijn; en dat is een goede zaak.
Maar er zal in ieder geval plaats moeten zijn voor blijdschap. Dat leren we bijvoorbeeld uit Hebreeën 12: “Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur”[9].
Eerbied, dankbaarheid en vreugde kunnen blijkbaar samen op gaan!

Moeten wij vaker om geloofsblijdschap bidden?
Ik wijs u op Zondag 52 van de Heidelbergse Catechismus: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten. Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”[10].
Door het gebed, het regelmatig verbondscontact met God, blijven wij overeind in de wereld. En de overwinning is zeker. Daar worden we heel blij van! Misschien duurt het een poos voor die blijdschap komt. Maar die vreugde komt meestal wél!

En wat moeten we doen als wij helemaal geen gevoel bij deze zaken hebben?
Opnieuw kom ik bij Zondag 52 van de aloude Heidelberger: “God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem begeer”[11].
Zelfs als ons gevoel ons een beetje in de steek laat, of als dat zelfs geheel defect is, mogen we er zeker van zijn dat God ons gebed verhoort! Is dat niet iets om geweldig blij over te zijn?

U begrijpt dat er vanavond nog veel te bespreken valt!

Noten:
[1] Zie de artikelen die hier verschenen op maandag 25, dinsdag 26 en woensdag 27 april jongstleden. Deze zijn te vinden via https://bderoos.wordpress.com/tag/geloofsblijdschap/ .
[2] Philippenzen 4:4.
[3] Deze vraag stel ik na het lezen van het door ds. B.L.P. Tramper geschreven artikel ‘Uitzien naar vreugde’. In: reformatorisch familieblad Terdege, 7 mei 2014, p. 67. Ook te vinden via www.digibron.nl . Dominee Tramper is hervormd predikant.
[4] 1 Samuël 2:1.
[5] Nehemia 12:43.
[6] Lucas 1:46, 47 en 48.
[7] Deze vraag komt voort uit het lezen van het door mevrouw M. Quist geschreven artikel ‘Geestelijke blijdschap’. In: Daniël, 4 oktober 2012, p. 12. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[8] Deze vraag is gebaseerd op De Catechisant, jg. 17, nr 1, januari 2008, p. 7. Het blad De Catechisant wordt geredigeerd door de hersteld hervormde predikant W. Pieters. Het blad is bedoeld voor catechisanten, oud-catechisanten en echtparen die dominee Pieters in het huwelijk heeft bevestigd. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[9] Hebreeën 12:28 en 29.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 127.
[11] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 129.

27 april 2016

Christelijke conversatie

Persoonlijk contact, dat is in de kerk een groot goed. Daar worden u en ik meestal blij van. Naar elkaars welstand informeren en elkaar in het geloof bemoedigen: dat is mooi.
Onze geloofsblijdschap wordt zodoende gaandeweg groter[1].

Wat ik hierboven noteerde is trouwens niets nieuws.
Johannes wist er ook al van. Want hij schreef in zijn tweede brief: “Ik heb u veel te schrijven, doch ik wilde dit niet doen met papier en inkt, maar ik hoop tot u te komen en van mond tot mond te spreken, opdat onze blijdschap volkomen zij[2].

In die brief van Johannes gaat het overigens over misleiders, de mensen “die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden”[3]. In die tijd waren er mensen die de komst van Christus loochenden. Johannes waarschuwt voor hen.
Daar zit ook voor ons een waarschuwing in. Iedereen die de leer van Christus vervalst of inkort moeten we mijden of uit onze omgeving weren.

Geloofsblijdschap heeft, als u het mij vraagt, alles te maken met reformatie.
Het hoeft daarom niet te verbazen dat in de Studiebijbel van de Herziene Statenvertaling de volgende aantekening staat: “Afwijking in de leer bedreigt de blijdschap van de gemeente, want het verbreekt de eenheid en vormt een gevaar voor de aanwezigheid van Christus in de individuele levens en in de gemeente”[4].
Als de leer over Christus een dwaalleer wordt, is het tijd om waakzaam te worden.
Natuurlijk, een spreker of schrijver kan best een keer ontsporen. Wie is volmaakt op deze wereld? Maar als een dwaalleer niet wordt weersproken, is dat een ernstige zaak. Als men in een dwaalleer volhardt, gaat er iets helemaal fout.
Geloofsblijdschap heeft pas werkelijk recht van bestaan als de waarheid voluit gehandhaafd wordt.
Heel kort door de bocht: als dwaalleer wordt getolereerd is het tijd om weg te wezen!

Het is belangrijk om elkaar vaak te zien en veel met elkaar te praten. Inhoudelijk te praten, bedoel ik.
Als ik mij niet vergis, zijn sommige kerkleden dat een beetje aan het verleren.
We praten vaak over mensen. Over hun manier van doen. Over hun kleding. Over hun onhandigheden. Enzovoort. Ach, wij weten wel dat dat eigenlijk niet zo hoort. Maar we doen het toch. Want zo gaat dat nu eenmaal.
Wij moeten echter blijven trainen om in onze onderlinge gesprekken geloofsblijdschap over te brengen.

In dit verband wijs ik u op Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus.
Voornoemd leerboekje formuleert daar dat God gebiedt “dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen…”[5].
Schade in ons leven? Die ontstaat bij u en bij mij als Christus niet in ons leven is. Jezus zegt in Mattheüs 16: “Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel?”[6].
Ik wil maar zeggen: kerkmensen moeten niet over iemand praten, maar over Iemand praten!
Mogen wij dan nooit eens iets over kerkmensen zeggen? Natuurlijk wel. Maar wij dienen altijd te beseffen dat we ’t over broeders en zusters hebben. Wij moeten zó spreken dat wij elkaar, om zo te zeggen, in Christus’ nabijheid houden.

Het is noodzaak om in de kerk met elkaar te spreken.
Zeker, zeker – schrijven is ook goed. Een goed artikel is niet te versmaden. Een degelijk boek moeten wij koesteren.
Maar het kan toch niet zonder het praten met elkaar.

Laat daarom niemand zeggen dat het bezoek aan de erediensten niet zo belangrijk is.
Laat niemand mompelen dat huisbezoeken heden ten dage niet zo nuttig meer zijn.
Laat niemand beweren dat het bezoek aan een Bijbelstudievereniging verloren tijd is.

En als dat alles niet meer mogelijk is?
Laten we dan elkaar opzoeken. En er is niets tegen om dan een Bijbel mee te nemen. Want Gereformeerde mensen moeten niet blijven steken in koetjes en kalfjes.

Laten wij maar op geloofsniveau met elkaar spreken.
Van mond tot mond, van man tot man, van vrouw tot vrouw.
Denkt u in dit verband maar aan de manier waarop de Here Mozes typeert in Numeri 12. Daar spreekt de hemelse God bijna liefkozend over “mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren”[7][8].
Christelijke conversatie?
Daar ben ik een groot voorstander van!

Noten:
[1] Op woensdagavond 11 mei 2016 vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal onder meer het onderwerp ‘Geloofsblijdschap’  aan de orde komen. Dat onderwerp hoop ik in te leiden. Een bewerking van dit artikel zal een deel van de inleiding zijn.
[2] 2 Johannes vers 12.
[3] 2 Johannes vers 7.
[4] HSV-Studiebijbel. – Heerenveen: Royal Jongbloed, 2014. – Aantekening bij 2 Johannes verzen 12 en 13, p. 2208.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 107.
[6] Mattheüs 16:25 en 26 a.
[7] Numeri 12:7 b en 8 a.
[8] Dr. Pieter J. Lalleman schrijft: “Tegenover het gebruik van nog meer ‘papyrus en inkt’ stelt Johannes het gesprek ‘van mond tot mond’, een uitdrukking die ontleend lijkt aan Numeri 12:8 (zie ook Jeremia 32:4) en die hij ook in 3 Johannes 14 gebruikt”. In: Pieter J. Lalleman, “1, 2 en 3 Johannes; brieven van een kroongetuige”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 2005; tweede druk 2008. – p. 78.

26 april 2016

De vreugde van de vinders

Geloofsblijdschap zindert, als het goed is, voortdurend overal in ons leven[1].
Dat blijkt wel uit Mattheüs 13: “Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker”[2].

Over dat vers schreef ik enkele jaren geleden het volgende.

“Dat is één vers uit een langere uiteenzetting van de Here Jezus. Hij vertelt enkele gelijkenissen, parabels dus. Daarin toont de Zoon van God de glorie van Zijn Koninkrijk, de voortdurende bezigheden van de duivel en de beslissende kracht van het Goddelijk eindoordeel.
Jezus vertelt over de zaaier.
Over de akker waarop goed zaad gezaaid wordt, maar waarop ook onkruid blijkt te groeien.
Over het kleine mosterdzaadje, dat uitgroeit tot een boom waarin vogels een nest kunnen maken.
Over zuurdesem – dat is zuur geworden gist dat als deeg wordt gebruikt. Een kleine hoeveelheid zuurdesem is voldoende om drie maten meel te doorzuren. Daar kun je, naar men zegt, twintig kilo brood mee maken.
Over een verborgen schat, die bij toeval door een man gevonden wordt.
Over een koopman die mooie parels zoekt, en het allermooiste juweel aanschaft dat er op deze wereld te vinden is.
Over een sleepnet dat over de bodem van de zee schuift. Als het sleepnet opgehaald is, zijn zo ongeveer alle schepelingen druk doende met de selectie. De verkoopbare vis wordt gescheiden van waardeloos spul dat nergens toe dient.
En over een heer des huizes die, door het huis lopend, opeens iets tegenkomt waarvan hij eigenlijk was vergeten dat het zijn eigendom is. Voor hem is het als nieuw.

Wat is het doel van al die parabels?
Het doel is dat de wereld in twee kampen wordt verdeeld. Dat staat ook in Mattheüs 13.
Mensen horen het wel, maar zij schenken er geen aandacht aan. De mensen zien wel wat er gebeurt, maar ze sluiten er hun ogen voor.
De mensen die de Here Jezus heeft uitgekozendie begrijpen het. De Here zorgt ervoor dat zij luisteren. De Here zorgt ervoor dat Zijn uitverkorenen werkelijk signaleren wat er aan de hand is”[3][4].

Die schat in de akker is voor de vinder zo belangrijk dat hij er alles, werkelijk alles, voor over heeft om die akker te kunnen kopen.
Want hij begrijpt: die schat is levensreddend.
Hij begrijpt: als ik die schat in mijn bezit heb, is mijn toekomst gegarandeerd.
Hij begrijpt: als die schat mijn eigendom is, wordt eeuwig leven mijn deel.
Eigenlijk kent de vreugde van die vinder geen grenzen!

En de mensen die het allemaal niet zo belangrijk vinden?
Zij begrijpen er hoe langer hoe minder van.
Zij worden steeds onverschilliger. En derhalve onwetender.

De vreugde van die vinder trilt dus door een wereld waar heel wat mensen zich afvragen: waarom maakt die man zich toch zo druk om die schat?
Er zijn een heleboel mensen die zich om goede doelen, verenigingen en clubs druk maken. U kent ze vast wel – de bobo’s van de plaatselijke voetbalvereniging, de ijveraars voor onderzoek tegen kanker en de mensen die schooltjes willen bouwen in Afrika. Al die mensen doen uiteraard geweldig goed werk.
De kwestie is alleen dat al dat goede werk in en ten bate van deze wereld gebeurt. Al die drukdoeners zeggen: ‘Iets anders is er voorlopig toch niet? Nou dan, laten wij aan het werk gaan!’.
Al die nijvere mensen vragen zich af wat u en ik opschieten met kerkenraadswerk, met gemeentevergaderingen en met Bijbelstudieverenigingen. Welnu, ten diepste maken alle broeders en zusters zich druk om de schat, om het Koninkrijk van de hemelen. En er zijn nog blij om ook.
Dat is, goed beschouwd, een wonder. Deze wereld is vol nalatigheid, zonde en misbruik. En ondanks dat, belijden gelovigen dat Gods Woord de zuivere Waarheid is[5]. De vreugde van de vinder is uniek!

Het Koninkrijk van God – wat is dat eigenlijk?
Een dominee vatte dat eens als volgt samen:
“1.
Het Koninkrijk van God is: Jezus Christus (Origenes). Hij is de Koning van dat rijk. Hij is die schat. Het Koninkrijk van God krijgt gestalte in Jezus als de kruiskoning Die voor doodsschuldigen de straf draagt die hen vrede aanbrengt. Vrede met God door Zijn bloed. Welk een wonder! Geef acht, gemeente op die grote zaligheid en zoek naar de vrede van dat Koninkrijk. ‘Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap door de Heilige Geest’ (…). Een schat, in de akker (van de wereld) verborgen.
2.
Het Koninkrijk van God is ook daar waar mensen geleerd hebben God lief te hebben boven alles en de naaste als zichzelf. Het Koninkrijk van God bestaat derhalve ook in de liefdevolle heerschappij van Gods Geest in onze harten. Het is door die wederbarende Geest, dat wij er zin in krijgen om te doen wat God behaagt. Het Koninkrijk der hemelen is er dus nu reeds in het leven van hen die de onderdanen van God en van Jezus Christus zijn. Maar het is nu nog een Koninkrijk in onvolkomenheid. Een schat in de akker (van de wereld) verborgen.
3.
Het Koninkrijk van God is er tegelijk nog niet. Het komt eraan in al zijn volheid, als de Heere Jezus wederkomt op de wolken des hemels en alle tong Hem zal belijden. Als alle ongerechtigheid van de mensenkinderen van de aarde zal zijn weggedaan. Dan zal God weer alles zijn in allen, zoals in het begin van de wereldgeschiedenis. Een schat in de akker (van de wereld)”[6].

In de kerk tintelt de vreugde van de vinders. Buitenstaanders begrijpen daar weinig van. Maar in de kerk heerst koortsachtige drukte. Want de schat is prachtig!

Noten:
[1] Op woensdagavond 11 mei 2016 vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal onder meer het onderwerp ‘Geloofsblijdschap’ aan de orde komen. Dat onderwerp hoop ik in te leiden. Een bewerking van dit artikel zal een deel van de inleiding zijn.
[2] Mattheüs 13:44.
[3] Dit is een bewerkt citaat uit het door mij geschreven artikel “Het geheim achter de huisgodsdienst”; hier gepubliceerd op maandag 6 mei 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/05/06/geheim-achter-huisgodsdienst/ .
[4] Zie Mattheüs 13:10-16: “En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven. Want wie heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.
Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien en uw oren, omdat zij horen. Voorwaar, Ik zeg u: Vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en te horen wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord”.
[5] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/BB06.pdf , pagina 3. Geraadpleegd op woensdag 20 april 2016.
[6] Zie http://www.dsdenboer.refoweb.nl/ ; preek over Mattheüs 13:44. Geraadpleegd op woensdag 20 april 2016. Ds. den Boer was jarenlang actief in de Gereformeerde Bond van de Hervormde Kerk, onder meer als lid van het hoofdbestuur en als studiesecretaris.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.