gereformeerd leven in nederland

2 juli 2019

Naar hun soort

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De evolutietheorie is overal in de maatschappij binnengedrongen. U en ik zien en horen hoe de theorie soms tamelijk expliciet wordt uitgelegd op de televisie. In natuurfilms bijvoorbeeld. Als het een beetje tegenzit zien we dan op het scherm zelfs het welbekende beeldmerk van de Evangelische Omroep. Dat zou niet moeten kunnen. Maar het kan toch.
Onze jongeren komen de evolutie tegen in hun lessen. Zij moeten, zo menen velen stellig, wel op de hoogte wezen van dat evolutiegeloof.
Er is daarom alle reden om ook op deze plaats aandacht te vragen voor schepping en evolutie.

In dat kader zet ik vandaag drie teksten uit Genesis 1 onder elkaar.
De eerste:
“En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo”[1].
De tweede:
“En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: ​vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo”[2].
De derde:
“En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het ​vee​ naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was”[3].

In die teksten uit Genesis 1 komt een paar keer eenzelfde term voor: ‘naar hun soort’.
Dat is een opmerkelijke term.
Iemand schreef daarbij: “De Bijbel zegt dat God levende wezens maakte ‘naar hun soort’ (…). Kan er variatie plaatsvinden binnen een soort? Ja. Maar bewijzen waargenomen aanpassingen binnen een soort dat er uiteindelijk nieuwe soorten kunnen ontstaan? Nee”[4].
Iemand anders noteerde: “De planten en bomen komen er ‘naar hun aard’ of ‘naar hun soort’. Deze eigen aard is door God gegeven, maar valt niet noodzakelijk samen met ons wetenschappelijke begrip en is niet bedoeld voor een botanische classificatie. Waarschijnlijk is met de uitdrukking ‘naar hun aard’ de wijze van voortplanting bedoeld. Uit het zaad van een bepaalde boomsoort komt steeds weer dezelfde boomsoort voort”[5].
En ook: “Uit alles blijkt dat God denkt aan de dieren en de mensen, die Hij scheppen zal. Voor hen wordt de aarde ingericht. Het ‘scheppen naar hun aard’ houdt in dat onderscheiden soorten gemaakt worden. Deze uitdrukking laat weinig ruimte voor een geleidelijke ontwikkeling van soorten met allerlei overgangsvormen. De grenzen van soorten worden aangegeven door de voortplantingsmogelijkheden (met andere soorten is geen kruising mogelijk voor vruchtbare nakomelingen)”[6].

Binnen een soort kunnen blijkbaar wel variaties ontstaan.
Maar een nieuwe soort, door voortgaande evolutie? Nee, daar zijn geen bewijzen voor. Daar kan men wel mooie verhalen over houden, en theorieën over ontwikkelen, maar harde bewijzen zijn er niet.
Naar hun soort – die term is ook niet bedoeld om dieren en planten op wetenschappelijke wijze in te kunnen delen. De methodiek van God is niet ons systeem. De Goddelijke structuren? Daar kunnen mensen niet bij. Nooit!
Naar hun soort – dat betekent niet veel meer als: de God van hemel en aarde heeft de voortplanting goed geregeld.

En waarom is dat zo goed geregeld?
De Schepper van de complete kosmos maakt, om zo te zeggen, in Genesis 1 de aarde klaar voor de mensen. Zij mogen er mee werken. De vraag is natuurlijk hoe zij dat doen. Zij mogen gebruiken wat de Here in de schepping heeft gelegd. De natuur wordt in ontwikkeling gebracht. Zo komen mensen zélf tot ontplooiing. Zij exploreren hun cultuurmandaat[7].
Professor dr. K. Schilder spreekt “over de paradijswereld als over de alpha die moet uitgroeien tot een voltooide wereld van volkomen orde, de omega. Voor die voltooiing van de wereld is een geschiedproces van vele eeuwen nodig. Wij, die in de tussentijd leven, ontvangen als ambtsdragers de opdracht aan die ontwikkeling mee te werken. De hemel en de hel moeten straks vol komen. Om die reden was het nodig dat er een mensheid kwam, en hield de geschiedenis niet op met Adam en Eva. (…) Die geschiedenis is een absolute noodzaak”[8].

Thans komen wij bij een belangrijk punt.
Wat is het doel van evolutie? Antwoord: “Het doel van de evolutie is, dat een dier het best aanpassen aan zijn omgeving. Dus als de omgeving verandert, verandert het dier ook. Zo kan het dier overleven”[9].
Wat is het doel van de wereld en haar geschiedenis volgens Gods Woord? De wereld is op weg naar het herstel van de heerlijke orde die de Schepper in Zijn creatie heeft gelegd. Om met professor Schilder te spreken: hemel en hel moeten vol worden.
De mensen worden voor de keus gesteld: God eren, of God negeren.

De evolutie horen en zien wij overal.
Wat is de reactie van de kerk? Laten wij de Schepper van hemel en aarde de eer geven die Hem toekomt!

Noten:
[1] Genesis 1:11.
[2] Genesis 1:24.
[3] Genesis 1:25.
[4] Geciteerd van https://www.jw.org/nl/publicaties/tijdschriften/g201510/aanpassing-evolutie/ ; geraadpleegd op vrijdag 28 juni 2019.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1:1-13.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1:1-13, noot 22.
[7] Zie https://bijbelenonderwijs.nl/de-bijbel-en-de-basis/cultuurmandaat-of-scheppingsopdracht/ ; geraadpleegd op vrijdag 28 juni 2019.
[8] Geciteerd van https://mjpaul.nl/wp-content/uploads/2017/11/Paul-Cultuurmandaat-en-vreemdelingschap-1989.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 28 juni 2019.
[9] Geciteerd van https://wikikids.nl/Evolutietheorie ; geraadpleegd op vrijdag 28 juni 2019.

10 mei 2019

Kijk verder dan het nieuws

In dit artikel gaan we eerst terug naar het begin van de wereld.

Laten we elkaar wijzen op drie Schriftwoorden waarin het over dat begin gaat.
Genesis 1:
“In het begin schiep God de hemel en de aarde”[1].
Genesis 10:
“Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear”[2].
Genesis 11:
“…en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn”[3].

Voor een goed begrip: in Genesis 10 lezen we over Nimrod, “een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE”[4].Nimrod wil koning wezen, hij stoort zich aan God noch gebod.
In Genesis 11 zien we hoe de Machthebber van de wereld heel dat menselijke bolwerk met een paar maatregelen afbreekt.
Nimrod – die naam betekent: “wij willen weerspannig zijn, wij nemen het niet langer, wij willen de bestaande orde omkeren”.
Dat is het levensprogramma van goddeloze mensen.
Zulke mensen menen zelf voor de verlossing van het leven te moeten zorgen.
Nimrod wordt later spreekwoordelijk. De profeet Micha spreekt over hem: “Zij zullen het land van Assur weiden met het ​zwaard, het land van Nimrod met getrokken ​zwaarden. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer die in ons land zal komen en wanneer die ons gebied zal betreden”[5].
De jagerscapaciteiten van Nimrod staan tegenover Gods levensgarantie. Nee, Nimrod heeft niets met God.

En wat gebeurt er in Genesis 11?
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee T. Dekker (1930-1993) zei daarover eens: de Here zet het mes “in die eenheid van taal en spraak; als het mes van een chirurg, die precies de plek vindt: daar moet ik wezen om de ziekte tot staan te brengen. Laat ons nederdalen, zegt de HERE, en daar hun spraak verwarren, zodat ze elkaars taal niet verstaan. En dat is inderdaad de maatregel die afdoende is voor dat moment. Want nu kunnen ze niet meer verder. Als de communicatie weg is, dan loopt alles in het honderd en je krijgt alleen maar ruzie en ellende. En zo wordt het werk gestaakt”[6].

De lijnen van de volkengeschiedenis worden uit elkaar gebogen. De Here maakt ruimte voor Zijn eigen volk. Hij zet, om zo te zeggen, de Oudtestamentische burgers van Zijn Koninkrijk apart. Dat volk draagt, door de eeuwen heen, een belofte mee!

Hoe dat alles zij – meteen vanaf het begin is het duidelijk dat Gods macht en menselijke kracht scherp tegenover elkaar staan.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant B. van Zuijlekom sr. (1931-2003) zei in een preek eens: “…de Geest der profetie bindt het ons vanuit Genesis 10 op het hart vandaag: dit ene is slechts belangrijk: wij zullen zien, niet op de geweldige prestaties van Nimrod eertijds, van de revolutie-bouwers vandaag, maar wij zullen ons oog en ons hart richten op Christus Jezus”[7].
De reeds genoemde dominee Dekker zei: die belofte is “de komende Christus zelf, als in een moederschoot geborgen, totdat de tijden vervuld worden en Hij in de wereld komt, om te lijden, te sterven, op te staan. Dit bereikt God, dat Hij een weg opent en baant naar Bethlehem en naar Golgotha”.
En wij weten het: de Heiland heeft betaald voor al onze zonden. Hij heeft het perspectief op de toekomst geopend!

Steeds weer zien wij hoe mensen de macht in eigen hand willen nemen.
Recente voorbeelden zijn de moorden op “een vrouw van 63 en een man van 68 uit Heerlen. Volgens de politie zijn zij allebei door geweld om het leven gekomen. De politie zegt dat er nog wordt onderzocht of er een relatie was tussen de twee”[8].
En de moord op de Belgische studente Julie van Espen: “De man die vastzit op verdenking van moord op de Belgische studente Julie van Espen heeft bekend. Dat heeft het parket Antwerpen bevestigd. Tv-zender VTM meldt dat de man, de 39-jarige Steve B., heeft geprobeerd haar te verkrachten. De vrouw zou zich hevig hebben verzet, waarna hij haar heeft gedood”[9].

Het nieuws is vol van geweld, van criminaliteit, van dood en verderf.

Maar daar moeten Gereformeerde mensen zich niet op verkijken.
Zij moeten niet alleen maar letten op Heerlen. Of op Antwerpen.

Zij dienen zich, als het puntje bij het paaltje komt, te concentreren op een andere stad. Die stad in Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het ​heilige​ ​Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen ​jaspis. Zij had een grote en hoge ​muur​ met twaalf ​poorten, en bij die ​poorten​ twaalf ​engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de ​twaalf stammen​ van de Israëlieten. Drie ​poorten​ op het oosten, drie ​poorten​ op het noorden, drie ​poorten​ op het zuiden, en drie ​poorten​ op het westen. En de ​muur​ van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf ​apostelen​ van het Lam”[10].

Wij moeten, kortom, niet bij het begin blijven staan. Wees vooral ook attent op het einde van de wereld.
Want dan komt er een nieuwe eenheid. Een eenheid die niemand meer verbreken kan.

En waar zien wij vandaag het begin van die eenheid?
Antwoord: in de kerk.
De wereld is vol verderf. Verdorvenheid vreet zich een weg tot in de uithoeken van de aarde. En soms komt dat verderf dichtbij. Dan wordt de verdorvenheid uitvergroot.
Bijvoorbeeld in Heerlen.
Of in Antwerpen.
We kijken er naar. En we mompelen: de wereld hólt achteruit…
Fout!
Paulus schrijft in Romeinen 10: “Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden”[11].
De Here brengt Zijn kinderen bij elkaar.
Nee, dat staat niet in De Telegraaf.
Er komt geen reportage in het NOS-journaal.
Kijk verder dan het nieuws!
Ook al schieten misdadigers mensen overhoop… – Gods werk gaat door.
Ook al worden jonge mensen zomaar gedood… – God blijft bezig om Zijn woonplaats vol te maken, met al Zijn kinderen.
Zo verzinkt Nimrod in het niet.
Zo wordt Babel een machteloos gedoetje.
En Christus prent het ons in Openbaring 22 in: “Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste”[12].
Hij is het Begin.
En Hij is het einde.
Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Genesis 1:1.
[2] Genesis 10:10.
[3] Genesis 11:6.
[4] Genesis 10:9.
[5] Micha 5:5.
[6] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 11:1-9. De preek werd in 1965 geschreven.
[7] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 10:8-12. De preek is gedateerd op 12 december 1970.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283714-lichamen-brunssummerheide-van-zestigers-uit-heerlen.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[9] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283541-verdachte-bekent-moord-op-belgische-studente-julie.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[10] Openbaring 21:10-14.
[11] Romeinen 10:11, 12 en 13.
[12] Openbaring 22:13.

12 maart 2019

De trouw belicht

In dit artikel worden enkele Schriftgedeelten belicht waarin de trouw van God en de trouw aan elkaar aan de orde komen[1].
Drie ervan komen uit het Oude Testament; één uit het Nieuwe Testament.

En het zal alras duidelijk wezen – wie de trouw van God in zijn eigen leven niet ziet, levert op slag heel wat levensvreugde in!

Laten wij voorin de Bijbel beginnen.

“Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer ​Abraham, Die mijn heer Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onthouden heeft. Wat mij aangaat, de HEERE heeft mij op deze weg geleid naar het ​huis​ van de broeders van mijn heer”.
Deze woorden lezen wij in Genesis 24[2].
Het zijn woorden van een vertrouwd personeelslid van Abraham. De dienaar spreekt zijn dankbaarheid uit omdat de Here trouw gebleven is. Hij heeft de vertrouweling van Abraham op het spoor gezet van Rebekka. Rebekka is een vrouw uit Haran, het vaderland van Abrahams familie – zie Genesis 12.
Het wordt duidelijk: de Here is in Genesis 24 aan het werk. En ook wij mogen zeggen: Hij leidt ons in onze keuzes.

Maar dat moeten vooral ook consequente keuzes zijn.
Jozua formuleert dat in Jozua 24 zo: “Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de ​goden​ weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in ​Egypte, en dien de HEERE. Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de ​goden​ die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, óf de ​goden​ van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn ​huis​ betreft, wij zullen de HEERE dienen!”[3].
Dat is een gerichte keuze. Iemand heeft in verband met Jozua 24 eens gezegd: “het stembiljet geeft maar één mogelijkheid”[4].
Is de Here dan een dictator? Zoals die in Rusland, of die in Venezuela? Nee. Immers – Wie heeft zich, door de tijden heen, zó ingezet om van een heel klein iets groots te maken: een volk dat Kanaän helemaal ter beschikking krijgt? Wie heeft er zoveel geduld gehad met dat vaak mopperend en revolutie plegend volk? Dat is de Here, en niemand anders!

Ook in Psalm 40 wordt van Gods trouw getuigd. In dat profetische kerklied staan twee zaken centraal:
* het getuigenis van Gods grote daden
* een schreeuw om redding.
De dichter zegt:
“Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart,
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.
Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet
in de grote gemeente”[5].
Gods ingrijpen in het verleden geeft garanties voor de toekomst. Het werk dat God in het verleden heeft gedaan, geeft de dichter zekerheid: in de toekomst zal het met mij ook wel goed komen.
Het zingen van een psalm als deze is, ook anno Domini 2019, een oefening in vertrouwen. Daarbij gaat het uiteraard eerst om vertrouwen op God. En omdat wij vertrouwen op Hem, kunnen we in de kerk ook vertrouwen op elkaar.

Nu bladeren we even door naar het Nieuwe Testament. Laten we nog een ogenblik in het laatste Bijbelboek lezen.

In Openbaring 2 lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[6].
De gelovigen worden getest. Juist omdat zij op de proef worden gesteld, blijkt wie de echte gelovigen zijn.
Paulus wijst daar ook op in 1 Corinthiërs 11: “Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen”[7].
Mensen die de test doorstaan krijgen de kroon van het leven.
Die kroon, of krans, bedoelt de apostel Paulus ook in 1 Corinthiërs 9: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[8].
Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[9].

Laten wij nog een blik werpen op de praktijk van alledag in 2019.

Niet zo lang geleden zei een vader in het Nederlands Dagblad ook iets over trouw.
Hij formuleerde: “Spreken over mijn geloof in God vind ik niet altijd gemakkelijk, dus ik breng mijn geloof vooral in de praktijk. Dat doe ik onder meer door aanwezig te zijn in de erediensten, daarin trouw te zijn. Hierin wil ik een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. Zij moeten leren dat de kerkgang niet vrijblijvend is. ’s Middags is de kerk soms bijna leeg, dat vind ik moeilijk om te zien. Vanaf het moment dat onze kinderen acht jaar zijn, moeten ze beide diensten mee gaan. Het grappige is dat de jongere kinderen nu al graag mee willen. Ik leer ook van hen. Zo bidden zij aan tafel voor specifieke dingen, terwijl ik sneller een algemeen gebed uitspreek. Hun houding stimuleert mij ook weer”[10].
Met het bovenstaande is eens te meer bewezen: trouw is niet alleen iets voor denkers, maar zeker ook iets voor doeners!

Tenslotte nog dit.
Wie de reikwijdte van Gods trouw ziet, kan opgelucht en verheugd de toekomst in gaan. Want de God van hemel en aarde is tot in eeuwigheid trouw.

Noten:
[1] Een bewerking van dit artikel zal de inleiding zijn die mijn vrouw D.V. houdt tijdens een vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die avond, die wordt gehouden op donderdag 21 maart, zal worden gesproken over het onderwerp ‘Trouw aan God, trouw aan elkaar’.
[2] Genesis 24:27.
[3] Jozua 24:14 en 15.
[4] Professor H.J. Schilder in een preek over Jozua 24:15. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jozua stelt kiezend Gods volk voor de keuze op de overgang van verleden naar toekomst.
1. Hij stelt het volk voor de gerichte keuze;
2. hij stelt het volk voor de gemeenschapskeuze;
3. hij stelt het volk voor de geloofskeuze.
[5] Psalm 40:11.
[6] Openbaring 2:10.
[7] 1 Corinthiërs 11:19.
[8] 1 Corinthiërs 9:25.
[9] 1 Petrus 5:4.
[10] “Wij leven in een sociaal land” – portret van Dirk Malda uit Arnhem. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 maart 2019, p. 24.

4 maart 2019

Rentmeestersritme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wij worden, naar het lijkt, allen verteerd door drukte. De ene agenda is nog blauwer dan de andere. Al dat gejaag en gejakker neemt heel wat arbeidsvreugd weg.

In zo’n situatie loont het om de Bijbel open te slaan.
En wat lezen we dan op de eerste bladzijde van die Bijbel? Onder meer dit: “Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken”[1].

Eerst zet ik even een puntje op de i.
De Schepper heeft Zijn werk voltooid. Het is van den beginne blijkbaar niet zo dat de evolutie in Genesis 1 en 2 een aanvang neemt!

Hoe dat zij –
Gods scheppingswerk is in Genesis 2 af. Dan neemt God enige tijd voor rust.
Dat ziet er wat merkwaardig uit.
In Exodus 31 lezen we ook iets dergelijks: “Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt”[2].
Is God in Genesis 2 en Exodus 31 moe? Is Hij eraan toe om even met Zijn werk te stoppen, om de zaak van een afstandje te bekijken?

De grondtekst betekent: God houdt op met scheppen[3].
Dat wil vervolgens niet zeggen dat God zich helemaal terugtrekt. Er wordt aan hemel en aarde onderhoud gepleegd. Jezus zegt in Johannes 5: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook”[4].

Eén ding is wel duidelijk: het werk van God en de arbeid van mensen liggen dicht bij elkaar[5].
Ook wij mogen ophouden met werken. Wij doen dat op de eerste dag van de week, de zondag.
Het is zonneklaar: mensen hebben een weekritme. Mensen nemen pauze. Mensen nemen rust. Van den beginne is het zo geweest dat de mens zijn God op de voet volgt.
God slaat de maat.
Hij geeft ritme in het leven!

Er moet dus gewerkt worden. Niet als slaven. Niet als sloofjes die tot op de bodem van hun kunnen moeten gaan. Maar als mensen die dankbaar zijn dat God de maat van het leven aangeeft.
Binnen het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond is daarom vanouds terecht gezegd: staken is geoorloofd als doorwerken zonde is.

In december 1954 werd in het GMV-blad ‘Ambt en Plicht’ geschreven: “Wanneer wij alle geoorloofde middelen om in een verkeerde toestand in het arbeidsleven verbetering te brengen hebben aangewend en uitgeput. Dan zullen wij niet als laatste redmiddel tot de werkstaking de toevlucht nemen, doch dienen te berusten in God, Die naar Zijn wijsheid ons gehele leven beheerst en regeert en zonder Wiens wil ook deze dingen ons niet overkomen, met het aanhoudende gebed, dat Hij ons lot moge wenden, Hij, Die alle dingen machtig is en die ook het onrecht, dat mensen ons aandoen, kan breken”[6].

In Genesis 2 staat het zo eenvoudig: “daarop rustte Hij van al Zijn werk”. Er zit een grens aan het Goddelijk werk.
En daarin zitten een paar boodschappen voor ons:
* werken is nodig, maar rust is ook nuttig; zorg voor een goed evenwicht.
* God heeft de schepping zo gemaakt dat het voor mensen mogelijk is om te werken; van die mogelijkheden dient optimaal gebruik te worden gemaakt.
* in Genesis 2 wordt al duidelijk dat de geschapen mensen hun God volgen; anno Domini 2019 gaat de kerk achter de Heiland aan. Dat gebeurt in de gewone dingen van de dag. Zeker ook in het dagelijks werk.

De adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, Jurriën Dekker, schreef in november 2017 onder de kop ‘Goed werk’ goede woorden over werk.
Ik citeer: “Werk is er niet alleen om daarmee in je onderhoud te voorzien. Het is evenmin in de eerste plaats bedoeld om daarmee zin en betekenis aan je leven te geven. Ook werken christenen niet om almaar hoger te stijgen op de maatschappelijke ladder of steeds meer geld te verdienen. Werk is een roeping van God, waarmee Hij geëerd en gediend wil zijn, maar waarin we ook onze naasten dienen. God schiep de wereld. Hij onderhoudt die ook. En bij dat onderhouden schakelt Hij werkende mensen in. Ze moeten de aarde bebouwen en bewaren. Ze mogen heersen over Gods schepping, als rentmeesters”[7].

Laten we in de kerk maar arbeiden in het rentmeestersritme:
* werken zolang het kan en voor God verantwoord is
* rusten in Hem; dat is: loslaten, omdat na christelijke ontspanning het resultaat des te beter is.

Noten:
[1] Genesis 2:2 en 3.
[2] Exodus 31:17.
[3] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Genesis 2:2, noot 49.
[4] Johannes 5:17.
[5] Zie hierover de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Exodus 31:17.
[6] Geciteerd via: Joh. Francke V.D.M., “Over het recht en de plicht tot werkstaking – Een historisch overzicht”. – [Rotterdam]: Gereformeerd Sociaal en Economisch Verband, 1968. – p. 49.
[7] Jurriën Dekker, “Goed werk”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 november 2017, p. 7; rubriek: Welbeschouwd.

4 september 2018

God is almachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
In de Nederlandse provincie Groningen is zij een bekende persoonlijkheid. Zij is regelmatig op de televisie. Annemarie treedt daar op als de woordvoerder van Groningers die door de aardbevingen gedupeerd zijn.
Annemarie Heite is, wat mij betreft, een vrouw die even sympathiek als strijdbaar is.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Bij mijn belijdenis beleed ik nog dat ik in Gods handpalmen gegrift sta. Daar voel ik me meer bij thuis dan bij een stofje in het heelal. Toch geloof ik dat niet meer op deze manier. God is geen oude man op een wolk. In de loop van de jaren ben ik meer overtuigd geraakt van het goddelijke in mezelf. God is niet almachtig, het goddelijke zit in mensen. Het is universeel. Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof. Jezus ging naar de hoeren en tollenaars – mensen die met de nek werden aangekeken. Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant. Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”[1].

Over het bovenstaande is heel wat te schrijven.

In dit artikel beperk ik mij tot enige aantekeningen bij een paar woorden uit het bovenstaande citaat.
Het zijn deze woorden: “God is niet almachtig”.

Dat is een merkwaardig statement voor iemand die zegt: “Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof”.
In de Bijbel staat namelijk wel dat God almachtig is. Almachtig dus: de Here God heeft het te zeggen over alle machten op aarde.

Almachtig – dat is eerst en vooral een Verbondswoord. Dat blijkt bijvoorbeeld in Genesis 17: “Toen ​Abram​ negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan ​Abram​ en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. Ik zal Mijn ​verbond​ sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp ​Abram​ zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem: Wat Mij betreft, zie, Mijn ​verbond​ is met u! U zult vader worden van een menigte volken”[2].
God belooft trouw te zijn voor mensen; hij verlangt van mensen dat zij gelovig op Zijn trouwbelofte reageren. Leven in het verbond met de Here, dat betekent: wij hebben de belofte van vergeving van zonden en eeuwig leven gekregen[3].
Omdat onze God het over alle machten ter wereld te zeggen heeft, mogen we te allen tijde zeker zijn van Zijn loyaliteit en standvastigheid. Hij verlaat ons nooit!

Almachtig – dat woord betekent ook dat God altijd actief aanwezig is.
Naomi belijdt dat in Ruth 1: “Maar zij zei tegen hen: Noem mij niet Naomi, noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Ík ging vol weg, maar de HEERE heeft mij leeg laten terugkeren. Waarom zou u mij Naomi noemen, nu de HEERE tegen mij getuigd heeft en de Almachtige mij kwaad gedaan heeft?”[4].
Voor dat woord Almachtige kunnen we ook lezen: Algenoegzame, Alomvattende, Ontzagwekkende[5].
Over Gods almacht leert het Bijbelboek Ruth ons onder meer:
* wie keuzes maakt die tegen Gods Woord in gaan, moet niet verbaasd staan als hij of zij bij tegenspoed ongetroost blijft
* het is belangrijk om bij tegenslagen niet opstandig te worden, maar ootmoedig te zijn. God heeft alles in de hand. Hij is er bij, ook in slechte tijden!
Dat wil overigens niet zeggen dat je bij tegenwind niet strijdbaar mag wezen. Integendeel! Met Gods hulp mag je energiek aan het werk gaan.

Elifaz, een vriend van Job, zegt in Job 5:
“Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt;
verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet”[6].
Opnieuw wordt duidelijk dat de Almachtige niet alleen troost biedt, maar ook straf kan geven.
Het is te makkelijk om daar in 2018 overheen te hobbelen. Het is te simpel om te zeggen dat wij nu in de eenentwintigste eeuw leven. Ook vandaag zijn wij niet zelfredzaam!

De inzet van Psalm 91 bepaalt ons opnieuw bij de verbondsverhoudingen:
“Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!”[7].
De God van hemel en aarde biedt een schuilplaats die altijd open is. Daarom is Hij het vertrouwen van de dichter waard. En dat is in de eenentwintigste eeuw niet anders.

In de tweede brief die Paulus aan de christenen in Corinthe stuurt, laat Paulus zien dat Gods almacht ook om een duidelijke keuze vraagt.
Soms moet je afstand nemen, omdat er in jouw omgeving dingen gebeuren die niet bij Christus en een christelijk leven passen.
Mensen die zulke afstand willen nemen, zullen merken dat de Verbondsgod hen naar Zich toe trekt.
In 2 Corinthiërs 6 staat het zo: “Of welk verband is er tussen de ​tempel​ van God en de ​afgoden? Want u bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige”[8].

Terug nu naar Annemarie Heite.

‘God is niet almachtig’, zegt zij.
Daarmee gaat zij rechtstreeks tegen Gods Woord in.
Zij ontneemt zichzelf heel veel troost.
Die troost zou ik haar zo graag gunnen!

En wij?

Wellicht kijken we om ons heen, en stellen we de vraag: hoe zit het met de Goddelijke almacht? Al die rampen, al dat leed, al die volle ziekenzalen, al die honger in de wereld, al dat persoonlijke verdriet… – hoe zit dat met die almacht?
Voor wij ’t weten gaan wij Annemarie Heite misschien toch een heel klein beetje geloven…
Welnu –
Gods Woord leert ons Godsvertrouwen in het kader van het verbond.
Gods Woord leert ons ootmoed.
Gods Woord leert ons bidden bij tegenslagen.
Gods Woord leert ons keuzes maken die passen in ons leven met God.
Gods Woord leert ons: onze God is present, wat er ook gebeurt!

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Genesis 17:1-4.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1800 ; geraadpleegd op zaterdag 18 augustus 2018.
[4] Ruth 1:20 en 21.
[5] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Ruth 1, noot 44.
[6] Job 5:17.
[7] Psalm 91:1.
[8] 2 Corinthiërs 6:16, 17 en 18.

16 mei 2018

Aanwezig van den beginne

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij leven naar de Pinksterdagen toe.
Die Geest wordt op de eerste Pinksterdag uitgestort. De door Jezus Christus beloofde Trooster gaat met Zijn werk in de kerk beginnen. En dat zal de wereld gaan merken!
Maar dat wil niet zeggen dat de Heilige Geest in het Oude Testament niet actief was.

Dat merken we meteen in het begin van de Bijbel.
In het tweede vers van Genesis 1 komt de Heilige Geest al in beeld: “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de ​Geest van God​ zweefde boven het water”[1].
Woest, dat wil zeggen: vormeloos en chaotisch.
Leeg: er is geen enkele vorm van leven; dat is afschrikwekkend.
Duisternis: voor de oosterling is duisternis iets verschrikkelijks; men verbindt die met de hel, met absolute godverlatenheid[2].
Echter: op dat desolate terrein is God er al wel. De Heilige Geest is in volle glorie aanwezig!

Over het hoe en waarom van de schepping wordt al decennialang gediscussieerd.
Hoe is dat gegaan?
Genesis 1 zet in met de mededeling: “In het begin schiep God de hemel en de aarde”[3].
Vlak daarna valt te lezen dat de Geest van God boven het water zweefde.
Hoe moet je dat lezen? Zit er een grote tijdsruimte tussen dat eerste en dat tweede vers? Daar is een uitgebreide theorie over: de gap-theory, in het Nederlands: de klooftheorie.
Er worden ons ook allerlei andere ingewikkelde vraagstukken opgedrongen.
Moet je in de evolutie geloven?
Gaan geloof in God en de evolutie samen, of kan dat niet?
Moet je zeggen: God is het begin van alles, maar daarna heeft Hij Zich teruggetrokken en daarna heeft de natuur zich op eigen kracht verder ontwikkeld?
Zo zijn er nog veel meer vragen te stellen.

Hoe moet je je de werkzaamheden van Gods Geest voorstellen?
Een uitlegger beschrijft het zo: “…de materie bevond zich in chaos, aangezien nog geen energie de materie beïnvloedde en orde schiep, dat gebeurde pas doordat de Geest Gods over de wateren zweefde. Dit zweven kunnen we interpreteren als het instellen van de natuurwetten”[4].

Hoe dat zij – één ding is zeker. Als de wereld geschapen wordt, is de Geest van God present.
Hij is er, volop actief.
Wat doet Hij daar, in Genesis 1?
Misschien kunnen we dat als volgt zeggen: de Heilige Geest zorgt er voor dat de woeste en lege aarde in stand kan blijven; Hij creëert de voorwaarden waardoor leven op aarde mogelijk wordt.
De Geest van God is blijkbaar onmisbaar in het werk van de schepping. Door Hem wordt leven op aarde mogelijk[5].

De beschrijving van de schepping in Genesis 1 en 2 is bedoeld om te tonen Wie God is.
Hij is oppermachtig.
Hij maakt iets uit niets.
En de Heilige Geest? Hij heeft, om zo te zeggen, een actieve rol bij de openingsacte van het Goddelijk scheppingswerk. Hij laat ons kennis maken met God. Vanaf het begin toont Hij wat Goddelijke zorg vermag.
En nóg altijd kunnen wij, als we goed kijken, iets van die zorg zien. Paulus schrijft in Romeinen 8 namelijk: “… zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”[6].
De zorg van God komt tot uiting in onzichtbare dagelijkse leiding van Gods Geest. Niettemin is het wel duidelijke leiding!

Heel duidelijk komt de activiteit van de Heilige Geest ook naar voren in Psalm 104. Ik citeer:
“Hoe groot zijn Uw werken, HEERE,
U hebt alles met wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van Uw rijkdommen”[7].
En:
Alle schepselen “…wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[8].
Met andere woorden:
de Heilige Geest was en is betrokken bij het scheppingswerk dat op deze aarde gebeuren moet.

De hemelse God troont boven op deze aarde. Hij heeft, om met Mattheüs 28 te spreken, “alle macht in hemel en op aarde”[9].
Maar vanaf het eerste begin, in Genesis 1, is God erbij. De Heilige Geest is verzorgend bezig.
En ook vandaag gaat Zijn scheppingswerk nog door.

Dat blijkt ook uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Daarin staat te lezen: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt”[10].
Ook vandaag treedt de Heilige Geest scheppend en herscheppend op. De wisseling van de seizoenen bewijst dat; ook dáár heeft de Geest de hand in. In de kerk wordt het leven van gelovige mensen weer op koers gelegd; de Heilige Geest heeft er veel werk van.

De Heilige Geest zweefde boven het water, jazeker.
Maar zijn werk is allesbehalve zweverig!

Noten:
[1] Genesis 1:2.
[2] Zie hierover: W.J. op ’t Hof, “De geest op Gods wateren”. In: Kerkblad – uitgave van de Hersteld Hervormde Kerk, vrijdag 22 juni 2007, p. 265.
[3] Genesis 1:1.
[4] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/HB302.pdf ; geraadpleegd op donderdag 3 mei 2018.
[5] Zie: Ds. M.T. Al-Chalabi, “Woest en ledig” – meditatie. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 6 juli 2017, p. 5.
[6] Romeinen 8:14.
[7] Psalm 104:24.
[8] Psalm 104:27-30.
[9] Mattheüs 28:18 b.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.