gereformeerd leven in nederland

7 september 2020

Groen, groener, groenst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wij houden bijna allemaal van groen. Wij willen graag in een groene omgeving wonen. De wereld moet groener, duurzamer. Wij moeten inspelen op de klimaatverandering. Groen is in. Groen is modern. U hoort erbij als u groen bent.

Is groen echt heel modern?
Ach, feitelijk is het al heel oud. Het is, op de keper beschouwd, de eerste kleur die voorkomt in het Woord van God: “En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was”[1].

In Genesis 1 komen het gewas en de bomen uit de aarde omhoog. De  groei van al dat gras, al dat gewas, al die kruiden en al die bomen heeft de Heer van hemel en aarde in de schepping gelegd. Hij geeft de mogelijkheden. Hij geeft de schepping groeikracht. En als Hij aan het werk gaat, dan gebeurt er wat.   

De hele wereld maakt zich druk: groen, groener, groenst – dat is het credo van deze aarde.
De NOS meldt op 12 juli: “Het kabinet moet in de komende maanden cruciale beslissingen nemen: hoe komt Nederland uit de recessie? Door slim te investeren, zeggen twee belangrijke adviesorganen, in Nederland het Planbureau voor de Leefomgeving en in Parijs het Internationaal Energieagentschap. Dan komen ook de klimaatdoelen van Parijs dichterbij en ontstaan er tegelijkertijd veel banen”.
Daar staat nog een kanttekening naast. “Het zou best kunnen dat uiteindelijk niet het geld het probleem is, maar de vraag of er voldoende bouwcapaciteit is, voldoende handjes om dit allemaal te kunnen aanpakken”.
Maar als het er op aan komt is het klimaat wellicht toch minder belangrijk. “Econoom Bouman denkt dat klimaat uiteindelijk toch niet de belangrijkste factor zal zijn bij het nemen van die beslissingen in Nederland. ‘Als er gekozen moet worden uit dat hele pallet van plannen straks, dan zal toch vooral worden gekozen voor het redden van banen in bestaande bedrijven. Je zag dat bij KLM ook. Er kwamen wel wat eisen rond bio-kerosine en minder lawaai. Maar het ging toch vooral om het redden van de huidige werknemers van KLM’”[2].

Groen, groener, groenst – dat is een mooi streven. Maar wie goed kijkt ziet dat menselijke kracht zomaar tekort schiet. ‘Misschien is er te weinig bouwcapaciteit’, zegt men twijfelend. En: ‘Wellicht zijn er onvoldoende deskundige mensen om alle klussen te klaren’.
Opeens lijkt het groen niet zo helder meer als het was.
Hoe moet het verder?
Is de mens wel wijs genoeg?

In die omstandigheden toont de God van de schepping Zijn almacht. Als Hij actief is, dan gebeurt er wat. Dan blijkt de natuur zo eindeloos gevarieerd te zijn dat de mens enorm veel tijd nodig heeft om alles te zien en te doorgronden. Dan blijkt dat in die schepping niets, helemaal niets, mislukt is.  “En God zag dat het goed was”.

Wat is de positie van mensen in die schepping?
Gods Woord leert ons: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem”[3]. Paulus noemt de man 1 Corinthiërs 11 “het beeld en de heerlijkheid van God”[4]. Mensen moeten zich, schrijft Paulus in Efeziërs 4, kleden “met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid”[5]. De mens moet vernieuwd worden “tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft” – dat zijn klanken van Colossenzen 3[6].
Wat leren we in dit alles?
Dit: mensen zijn reuze intelligent, creatief en innovatief; maar als zij hun Schepper niet vertegenwoordigen lopen zij op enig moment vast. Dan schieten zij tekort. Dan weten zij niet hoe het verder moet. Een echte oplossing is er dan niet. Populair gezegd: de boel zit zo vast als een huis. Dan loopt de weg dood.
En dat terwijl er een weg omhoog is! Reeds op de eerste pagina van Gods Woord presenteert Hij zich: Hij schiep de wereld; en Hij zag dat goed was.
Wie dat zien wil, moet buiten kijken.
Natuurlijk – mensen die God negeren zullen zeggen: ‘de natuur is knap geconstrueerd’. De dichter J.C. Bloem (1887-1966) leek enigermate gedesillusioneerd toen hij dichtte:
“Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen”[7].   
Maar het groen in Genesis 1 en het groen dat Gods kinderen in de natuur om zich heen zien, wijst uiteindelijk op een groene toekomst. Die toekomst schilderde de profeet Jesaja in hoofdstuk 26: “Uw doden zullen leven – ook mijn dood lichaam – zij zullen opstaan. Ontwaak en juich, u die woont in het stof, want Uw dauw zal zijn als dauw op jong, fris groen en de aarde zal de gestorvenen baren. Ga, Mijn volk, treed uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u. Verberg u voor een klein ogenblik, totdat de gramschap over is. Want zie, de HEERE gaat uit Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te vergelden”[8]

Wij houden bijna allemaal van groen.
Maar als het goed is, houden wij veel méér van Jezus Christus, de Heiland die ons naar de toekomst brengt. Om het tenslotte met Paulus in 1 Corinthiërs 15 te zeggen: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus”[9].
In dat geloof lopen wij niet vast in ons werk. Zelfs niet als klimaatverandering en vergroening aan de orde van de dag is: “Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”[10].

Noten:
[1] Genesis 1:11 en 12.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2340447-we-staan-op-een-kantelpunt-voor-het-klimaatbeleid.html ; geraadpleegd op woensdag 2 september 2020.
[3] Genesis 1:27 a.
[4] 1 Corinthiërs 11:7.
[5] Efeziërs 4:24.
[6] Colossenzen 3:10.
[7] Geciteerd via https://www.filosofie.nl/wat-is-natuur-nog-in-het-antropoceen/ . Zie voor meer informatie over J.C. Bloem http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/bloem/ . Beide websites geraadpleegd op woensdag 2 september 2020.
[8] Jesaja 26:19, 20 en 21 a.
[9] 1 Corinthiërs 15:55, 56 en 57.
[10] 1 Corinthiërs 15:58.

23 juli 2020

Op de vastgestelde tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En de zin van het leven, heeft u daar voor uzelf een antwoord op gevonden?
‘Juist het feit dat er hierna niks is, maakt het voor mij zinvol. Want het is zó bijzonder dat je leeft! De kans dat je ter wereld komt, is bizar klein toch? Ik bedoel: als je uitgaat van de hoeveelheid zaad … Nou, ik zal niet verder in detail treden, je snapt wat ik bedoel. En dat ík daar dan uit ben ontstaan! Dat is een loterij die je wint, als mens. Dus maak ik er het allerbeste van’”.
Dat zijn woorden van de televisiepresentatrice Janine Abbring. Zij bewondert de conceptie van een mens. Wat een wonder!
Maar is dat voor haar een reden om in God te geloven? Nee. “Het geloof hervinden (…), is voor de hervormd opgevoede journaliste ondenkbaar. ‘Ik heb mijn moeder zien worstelen’”.
Een vrouw die zwanger wordt? “Dat is een loterij die je wint, als mens”[1].
Ja, dat is ook een manier om tegen het leven aan te kijken: het feit dat ik toevalligerwijs ben ontstaan geeft de motivatie om echt iets van het leven te máken.

Gods Woord leert ons echter iets heel anders. Namelijk dit: elk leven wordt door God geschapen. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk gemaakt in Genesis 21: “Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had”[2].
Die tijd heeft God in Genesis 18 genoemd: “En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben! Sara hoorde dat bij de ingang van de tent, die achter Hem was”[3]. Als Sara niet blijkt te geloven dat zij nog een zoon zal baren verklaart Hij het nog een keer: “Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben!”[4].

Die zoon gaat Isaäk heten. Dat betekent: hij lacht.
De God van hemel en aarde heeft de zaken goed in de hand. De Prediker omschrijft dat zo: “Voor alles is er een vastgestelde tijd, en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Er is een tijd om geboren te worden…”[5].
Nee, kinderen krijgen is geen loterij. Trouwens, wat een pijnlijke constatering is dat voor mensen die wel graag kinderen zouden willen hebben, maar ze niet – of nog niet – van de Here ontvangen!
Janine Abbring zegt: “Wat meespeelt: ik heb bewust geen kinderen – heb nooit een kinderwens gehad, dus mijn werk is een groot deel van mijn leven’”. Dat zij zo. Maar erg empathisch klinkt het allemaal niet.
 
‘Op de vastgestelde tijd zult u een zoon hebben’ – dat is Gods belofte. De Here Zelf schept leven op het moment dat Hem behaagt.
De geboorte van Isaäk wijst op de komst van de grote Zoon; op de Zoon van God. God de Vader laat Zijn Zoon op deze aarde geboren worden op het ogenblik dat Hij heeft bepaald. De Hebreeënschrijver noteert naar aanleiding daarvan: “En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden”[6]. Nee, zover kan Abraham niet kijken. Maar één ding kan hij wel weten, namelijk dit: God Zelf zorgt er voor dat de historie van het heil geheel en al voltooid wordt.
En anno 2020 weten wij het: via Abraham en Isaäk gaat het naar Christus toe. Naar Zijn lijden en sterven. Naar onze verlossing. Naar de vernieuwing van ons leven. Naar onze toekomst.
En de heilshistorie gaat verder. De Here Jezus Christus komt terug als alle door Hem uitgekozen mensen bijeengebracht zijn. Alle uitverkorenen krijgen het heil dat hen toegezegd is. Om het met 2 Petrus 3 te zeggen: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet -zoals sommigen dat als traagheid beschouwen-, maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen”[7]. Iemand schrijft treffend: “Net als een vader die ’s avonds laat de deur nog niet sluit, zolang er nog een kind van hem buiten in het donker loopt”[8].

Wij gaan nog eens naar Janine Abbring. En naar Genesis 21.
Janine zegt: “Ik ben hervormd grootgebracht. Mijn moeder kwam uit een zwaar gereformeerd nest. Ik zag haar daar ook best mee worstelen. Dus mijn ervaring met religie is niet superpositief”.
En:
“Kijk, daar moet ik wel eerlijk in zijn, mijn moeder heeft veel kracht geput uit het geloof. Ik denk dat zij zelf het alleen maar als iets positiefs heeft ervaren. Dat ze het gevoel had dat ze op God kon vertrouwen. Als ik ‘s zondags bij haar in het verzorgingstehuis was, ging ik natuurlijk mee naar de diensten – met frisse tegenzin. Om de harde grappen die ik tussendoor stiekem maakte, kon ze altijd wel lachen. Ik merkte dat die diensten haar houvast gaven.
Tegelijkertijd zorgt de zware kant van het gereformeerde soms voor een soort schuldgevoel: heb ik het allemaal wel goed gedaan? Ik vind het te persoonlijk er nog veel meer over te zeggen, maar zoiets proefde ik bij haar. Dat ik dacht: ja, natúúrlijk heb je het goed gedaan! Mijn moeder is altijd godvrezend geweest, heeft zich zo ingezet voor anderen … En toch, een mooi einde was voor haar niet weggelegd. Ik vind dat lastig”.
Wat wil Janine ten diepste? Antwoord: zij zou het logisch vinden als de beloning van God reeds in het aardse leven verkregen wordt.
Echter: God is groter dan ons aardse leven. Hij laat daar in Genesis 21 iets van zien. Dat Schriftgedeelte nodigt ons nadrukkelijk uit om op zoek te gaan naar de Schriftuurlijke lijn van de heilshistorie. Dat Schriftgedeelte nodigt ons uit om de lijn door te trekken. Als wij dat doen, komen we uit bij een nieuwe toekomst.
Janine Abbring is zonder twijfel een zeer sympathieke interviewster en presentatrice. Maar haar levensbeschouwing moet en kan nimmer de onze zijn.

Noten:
[1] ‘Dat ik besta, is zó bijzonder’ – interview met Janine Abbring. In: Zomer, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 juli 2020, p. 4-6. 
[2] Genesis 21:2.
[3] Genesis 18:10.
[4] Genesis 18:14.
[5] Prediker 3:1 en 2 a.
[6] Hebreeën 1:6.
[7] 2 Petrus 3:8 en 9.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/wederkomst ; geraadpleegd op zaterdag 18 juli 2020.

16 juli 2020

Dit is nog maar het begin!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht”. Dat is de inzet van Genesis 2[1].

Zo zegt God dat dus tegen ons. Zijn proclamatie is: Ik heb de aarde gemaakt; Mijn scheppingswerk is klaar. Laten wij erop letten: Hij heeft de aarde voltooid; de schepping is helemaal af. Als God met Zijn scheppingswerk gereed is, worden onmiddellijk gedachten over eventuele evolutieprocessen afgewezen!
Vanaf het begin geeft God ook veiligheid en stabiliteit. Hij is er zelf permanent bij. En Hij heeft talloze dienaren in Zijn dienst.   
Wat is de boodschap van Genesis 1 en 2?
Een exegeet noteert onder meer het volgende.
“De betekenis van het eerste hoofdstuk van de Bijbel is bijzonder groot. Hier blijkt dat God de hemel en de aarde tot aanzijn roept. Ze zijn van Hem onderscheiden (…). Hij vormt in opeenvolgende fasen de wereld, waarbij latere scheppingsdaden de eerdere veronderstellen. Zo gaat het licht van de zon vooraf aan de planten, en de planten dienen dieren tot voedsel. Er is een bijzondere orde in de schepping, waardoor de aarde leefbaar wordt voor flora, fauna en mensheid.
Het opeenvolgende handelen van God doet ook de tijd ontstaan: de afwisseling in dagen en het ontstaan van de week, uitlopend op de sabbat.
De mens is het hoogtepunt van de schepping. Daarbij klinken speciale woorden, en de mens lijkt enigszins op zijn Schepper. Hij mag en moet Gods gezag op aarde uitoefenen (…).
Hier ligt ook de oorsprong van het huwelijk en van de voortplanting. De mens is niet toevallig op aarde, maar is door God gewild en hij ontvangt ook een doel om voor te leven”[2].
Het is dat doel waaraan mensen moeten beantwoorden.
Zo behoren wij op deze aarde in dienst te staan van onze God. Gods almacht moet geloofd en bewonderd worden!

Nu zijn er in de wereld nog wel meer scheppingsverhalen.

In de Islam bijvoorbeeld.
Ergens staat geschreven: “In het Bijbelboek Genesis wordt benadrukt dat de schepping na zes dagen voltooid is, volmaakt. Volgens de Koran schept Allah, ook na die zes wonderbaarlijke dagen, telkens opnieuw. In tweede instantie in elke nieuwe lente, bij elke nieuwe geboorte. Ten slotte doet Hij, bij een derde schepping, mensen na de dood opstaan.
In de Bijbel staat de schepping aan het begin, in het boek Genesis. In de Koran vindt men in verschillende soera’s -hoofdstukken- verwijzingen naar het continue scheppingsproces”[3].
In de Koran staat het zo: “Voorwaar, jullie Heer is Allah, Degene die de hemelen en de aarde in zes dagen -perioden- heeft geschapen. Vervolgens zetelde Hij zich op de Troon. Hij doet de nacht de dag bedekken, die hem haastig najaagt; en de zon, de maan en de sterren zijn aan Zijn bevel onderworpen. Weet, dat scheppen en bevelen aan Hem is voorbehouden. Gezegend zij Allah, de Heer der werelden”[4].
Ziet u hoe God en Allah daar diametraal tegenover elkaar staan?

In het Hindoeïsme bestaat ook een scheppingsverhaal..
Hieronder een stukje daaruit.
“In het begin waren er alleen de Oerwateren. Deze zeeën waren uitgestrekt, diep en donker. Het enige wat er bestond, was Niet Bestaande.
Na verloop van tijd ontstond er een gouden ei in het water. Negen maanden lang dreef het ei over de wateren.
Na negen maanden barstte het ei open en Prajapati verscheen. Prajapati was man noch vrouw, maar een machtige combinatie van beide. Hij rustte bijna een jaar lang uit op de gouden eierschaal. In die tijd sprak en verroerde hij zich niet.
Na een jaar verbrak hij de stilte. Het eerste woord dat hij sprak – het Woord – werd de aarde.
Het volgende Woord dat hij uitbracht werd de hemel en die deelde hij op in jaargetijden.
Prajapati kon alles zien; vanaf het moment dat het leven begon, tot zijn eigen dood die duizend jaar later zou volgen. Toch voelde Prajapati zich eenzaam en hij verlangde naar een partner in deze enorme leegte.
Hij deelde zichzelf in tweeën en er ontstond een man en een vrouw. Samen schiepen ze de eerste goden, de elementen en de mensheid. Zo ontstond ook de tijd en Prajapati werd de belichaming hiervan.
De eerste godheid die geboren werd was Agni, de God van het Vuur. Toen er eenmaal vuur was, ontstond ook het licht. Prajapati scheidde het licht in dag en nacht.
Er werden andere goden geboren, onder wie de duivelse Ashuras en de prachtige Dageraad. Prajapati verzekerde zich ervan dat goed en kwaad van elkaar gescheiden waren en hij verborg zijn duivelse nakomelingen diep in de aarde”[5].

De duivel wil het grote werk van de hemelse Heer afbreken. En ja, het is logisch dat hij bij de schepping begint. Als hij daar begint stort, zo lijkt hij te menen, heel de Goddelijke creatie in elkaar!  

Overigens heeft het boeddhisme in het geheel geen scheppingsverhaal.
Het heelal is, zo menen de boeddhisten, één enorme cyclus. Men spreekt aldaar wel van Samsara. Dat betekent: ‘het wiel van het worden’. Het boeddhisme is trouwens geen echte godsdienst in de strikte zin van het woord: boeddhisten geloven niet in een God, en ook niet in het bestaan van een ziel[6].

Welnu – in de kerk vertrouwen wij eenvoudigweg op de Schepper van hemel en aarde. Hij heeft alle macht, in hemel en op aarde. Ook vandaag. Hij brengt ons naar Zijn toekomst toe. Onze God gaat niet alleen Zijn glorie vieren. Dat is te klein. Dat is te gering. Hij verklaart al Zijn kinderen rechtvaardig, door het bloed van Zijn Zoon.En uiteindelijk zal Hij samen met heel Zijn kinderschaar uit alle tijden en alle plaatsen gloriëren.
Die exegeet van hierboven schrijft naar aanleiding van Genesis 1 en 2 ook nog: “De resultaten van Gods schepping zijn ‘goed’ en de eindevaluatie is zelfs ‘zeer goed’ (…). Hiermee wordt niet slechts functionaliteit aangeduid, maar ook de overeenstemming met Gods bedoeling en normering. Nu is alles nog goed, maar Genesis 3 maakt duidelijk dat dit niet zo blijft. Toch zal God daarna in zijn heilsgeschiedenis weer toewerken naar herstel van de oude situatie. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde vertonen weer de oude heerlijkheid en gaan die zelfs te boven (…). De Schepper doet dit door de heilbrengende Messias”.
Onze Heiland, de Here Jezus, heeft een toekomst gecreëerd die nu nog onvoorstelbaar is. Maar het is zeker: alle uitverkorenen komen bij elkaar. Zo staat namelijk in Mattheüs 24: “En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan”[7].

De hemel en de aarde zijn voltooid, en heel hun legermacht.
Maar al die macht haalt het niet bij de heerlijkheid die wij nog gaan zien.
Met dat geloof kunnen wij de glorieuze toekomst in. En laat het ons gezegd zijn: aan die magnifieke glorie komt nimmermeer een einde!

Noten:
[1] Genesis 2:1.
[2] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 1 en 2 (‘Boodschap’).
[3] Geciteerd van https://www.bijbelhoek.nl/bijbel-en-koran/1-het-scheppingsverhaal ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[4] Koran – Soera 7 vers 54.
[5] Geciteerd van http://mythicjourneys.org/bigmyth/download/HINDU_CREATION_dutch.doc  ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[6] Geciteerd van https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/8850/kent-het-boedhisme-een-scheppingsverhaal-zoals-in-bv.-katholieke-godsdiensten ; geraadpleegd op maandag 13 juli 2020.
[7] Mattheüs 24:31.

7 juli 2020

Jezus Christus is Schepper en Koning

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden”.
Zo staat dat in Hebreeën 1[1].
God schiep de wereld. Alles en iedereen op aarde staat in Zijn dienst. Alles heeft zijn functie. Iedereen heeft een onderscheiden taak.
De God van hemel en aarde is volop actief. Zijn werk is zo groots dat het ons duizelt als wij ons daar een voorstelling van willen maken. Alles creëren… – mensen van deze tijd zouden zeggen: dat is niet te doen. Maar onze God is er toe in staat!

Waar legt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1 de nadruk op?
Hij wijst op Gods Zoon. Op de Here Jezus Christus dus. Hij wijst op onze Heiland. God spreekt door Zijn Zoon. Door Zijn Zoon heeft Hij de wereld geschapen, met alles wat er in is. Hij creëerde de wereld, compleet met ieder die op de aarde woont.
Als wij willen weten wat het karakter van God is, moeten wij de wereld bekijken. Dan zien wij iets van Zijn barmhartigheid. Soms zien wij Zijn toorn. Dan zien wij Zijn macht. Dan zien wij Zijn majesteit en glorie.

De Hebreeënschrijver zegt: Jezus Christus is uiterst belangrijk. Belangrijker nog dan de engelen. Engelen zijn zogezegd paleispersoneel. Maar Jezus Christus is Gods Zoon. Hij mag God Vader noemen!
Jezus Christus is voor eeuwig Koning. Aan troonsafstand doet Hij niet. Abdicatie is nimmer aan de orde. Jezus Christus is een rechtvaardig Koning. Dankzij Hem verdwijnen onrechtvaardigheid en oneerlijkheid voorgoed uit de wereld.
In het Oude Testament vinden we de wetten van Mozes. Eertijds gold: wie van die wetten afweek, werd streng gestraft.
In het Nieuwe Testament predikt Jezus Christus de blijde Boodschap van vergeving en verlossing. Het spreekt, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 2, vanzelf dat we zwaar gestraft worden als we die Boodschap niet aanvaarden. In Mozes’ tijd was de strafmaat al fors. Wie Gods Zoon negeert, kan er op rekenen dat de straf nog zwaarder wordt!

Welke betekenis heeft het dat in Hebreeën 1 het scheppingswerk zo nadrukkelijk genoemd wordt?
Zo zien we hoe groot Gods macht is. Als het aan Hem ligt, is de schepping een geordend geheel.
Het is natuurlijk ook bekend dat alle schepselen, ook anno Domini 2020, zondig en vuil zijn.
Maar wie Hem eerbiedigt, wie met Hem in het verbond leeft, die bewondert de schepping. Die bewondert daarin ook de scheppingsorde die er is. Schepping en scheppingsorde: dat is één groots werk van God!

Waarom moeten we anno 2020 niet aan die scheppingsorde voorbij kijken?
Omdat die scheppingsorde een grote rol speelt in de discussie over ‘de vrouw in het ambt’[2]. Eén van de Schriftgedeelten waar de discussie om gaat is 1 Timotheüs 2.
Citaat: “Evenzo wil ik dat de vrouwen zich tooien met eerbare kleding, ingetogen en bezonnen, niet met het vlechten van het haar of met goud of parels of kostbare kleren, maar met goede werken, wat bij vrouwen past die belijden godvrezend te zijn. Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid”[3].
Naar aanleiding van 1 Timotheüs 2 en de heftige discussie over ‘de vrouw in het ambt’ schreef iemand eens: “De nieuwe uitleggers verzinnen er zelf van alles bij om deze tekst anders uit te kunnen leggen dan we altijd gedaan hebben. Zeker, ze gebruiken allerlei historische en culturele argumenten waarom het zo zou kunnen zijn. En het klinkt misschien plausibel. Maar het zijn eigen ideeën die aan de Bijbelse informatie worden toegevoegd. De uitleg is dan niet meer gebaseerd op de Bijbel alleen, maar minstens zoveel op hun eigen ideeën. En dat biedt natuurlijk geen enkele zekerheid”[4].
Wij moeten – kort door de bocht gezegd – gewoon de Bijbel lezen en vervolgens voorzichtig zijn met interpreteren. Hoe meer interpretaties, hoe meer kans op dwalingen!

Gods scheppingswerk en Christus’ Koningschap zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Een exegeet schreef: “Zo opent de schrijver in vers 2 met het noemen van twee hoofdmomenten uit het leven van de Zoon. God heeft door Jezus Christus het universum geschapen en Hem door Zijn verhoging tot Koning over alle dingen gesteld”[5].
Is het belangrijk om ‘de vrouw in het ambt’ in verband te brengen met scheppingswerk en Koningschap?
Dat is inderdaad belangrijk. Het scheppingswerk van Gods Zoon en de beschrijving daarvan in Genesis 1 tot en met 3 ontmoeten tegenwoordig vaak ongeloof. Ook in zich Gereformeerd noemende kerken worden dingen gezegd en geschreven als: “Ik geloof niet dat Genesis 1 en 2 ons een letterlijk te nemen verslag van dit proces bieden. De tekst van deze hoofdstukken letterlijk nemen leidt tot allerlei onzin”[6]. Echter – als men de eerste hoofdstukken van het Bijbelboek Genesis op losse schroeven zet, wankelt blijkens Hebreeën 1 ook het Koningschap van Jezus Christus. Vervolgens kan men bijvoorbeeld zeggen: Jezus Christus is Koning over ons leven, maar omtrent ‘de vrouw in het ambt’ stellen wij onze eigen regels. Of zelfs: Jezus is onze Leidsman, maar er moet wel ruimte blijven voor allerlei eigen interpretaties van Bijbelse gegevens.
Hoort u hoe de dwaling met veel lawaai het kerkplein op komt?

Eén ding nog.
De Gereformeerde predikant E. Heres schreef eens de navolgende zeer behartenswaardige woorden: “Als je het fundament -Gods Woord over de schepping- ondergraaft, kan je het gebouw -Gods Woord over herschepping en voltooiing- dan wel overeind houden? (…) Als je morrelt aan de betrouwbaarheid van Gods Woord, dan morrel je aan het fundament van het geloof van hen die jouw verhaal lezen. Je kan je ook onbedoeld laten meenemen op de weg van de bijbelkritiek. Bouwen op Gods vaste en betrouwbare Woord, daar ligt het geneesmiddel tegen geestelijke verslapping.
Ik weet bij lange na niet alles over het machtige scheppingswerk van God, maar wat de HERE daarover bekend gemaakt heeft, dat mag ik zonder meer voor waar en betrouwbaar aannemen. God is de Alfa en de Omega. Het begin en het einde. Wie Hem gelovig op Zijn Woord vertrouwt, zal niet beschaamd uitkomen!”[7]
Waarvan akte!

Noten:
[1] Het citaat vinden we in Hebreeën 1:10, 11 en 12.
[2] De zaak van ‘de vrouw in het ambt’ is volop actueel, getuige een artikel in het Nederlands Dagblad van vrijdag 3 juli 2020: “Het besluit dat vrouwen ambtsdrager mogen worden in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt blijft staan, als het aan een synodecommissie ligt”. En: “Wie het rapport ‘Elkaar van harte dienen’ leest, voelt al snel aan: de besluiten die de synode van Meppel nam in 2017 worden niet teruggedraaid. Wel komt de huidige synode met een nieuwe onderbouwing”. Geciteerd uit: “Samen beeld van God zijn”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 3 juli 2020, p. 7.
[3] 1 Timotheüs 2:9-15.
[4] Geciteerd van https://www.gerritveldman.nl/paulus-en-de-scheppingsorde/ ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 1:2.
[6] Deze zin werd geschreven door de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A.H. Verbree. Geciteerd van https://www.gereformeerde-kerk-dalfsen.nl/wp-content/uploads/2017/03/100901_Ds.Verbree_en_Genesis_1_en_2.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020.
[7] Geciteerd van https://www.gereformeerde-kerk-dalfsen.nl/wp-content/uploads/2017/03/100901_Ds.Verbree_en_Genesis_1_en_2.pdf ; geraadpleegd op zaterdag 4 juli 2020. Dominee E. Heres is predikant van De Gereformeerde Kerk Dalfsen.

6 juli 2020

Voorrangsbeleid in Eindhoven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De positie van vrouwen blijft onze aandacht vragen. Dientengevolge komt ook de vraag naar boven: waar staan de mannen?

Een bericht dat de NOS op vrijdag 3 juli 2020 publiceert, geeft een interessant antwoord op die vraag.
Citaat: “Het aannamebeleid van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) is in strijd met de wetgeving voor gelijke behandeling. De universiteit stelt vacatures tijdelijk alleen open voor vrouwen om meer vrouwelijke wetenschappers te werven, maar dat voorkeursbeleid gaat te ver, oordeelt het College voor de Rechten van de Mens.
De universiteit in Eindhoven vindt dat er te weinig vrouwelijke wetenschappers zijn en wil daar wat aan doen. Het is volgens het college belangrijk dat de functie openstaat voor mannen en dat een vrouw alleen voorrang krijgt bij gelijke geschiktheid. Daarvan afwijken mag alleen onder uitzonderlijke omstandigheden.
Uit eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie blijkt volgens het college dat het voorkeursbeleid niet mag leiden tot een absolute voorrang voor vrouwen. Het college vindt dat de TU/e niet voldoende duidelijk heeft gemaakt waarom het voorkeursbeleid voor alle wetenschappelijke functies moet gelden, omdat de achterstandspositie van vrouwen niet bij alle faculteiten even groot is”[1].

U ziet het: vrouwen krijgen voorrang.
Sterker nog: vrouwen krijgen zoveel voorrang dat mannen worden gediscrimineerd. En dat nog wel op een universiteit! Zou men te Eindhoven niet begrijpen dat zulk een absoluut voorrangsbeleid juridisch onhoudbaar is?
Ach, waarschijnlijk heeft men dat wel bedacht. Maar het is wel verdacht. Want het lijkt erop dat men denkt: elk lawaai over discriminatie over vrouwen is meegenomen; het leidt altijd wel ergens toe.

Laten wij dan maar Gods Woord open doen. In Genesis 1 staat te lezen: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”[2].
Er is duidelijk verschil tussen man en vrouw. Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen gaven. Daar mogen we gebruik van maken. Nee, het is echt niet zo dat mannen en vrouwen per se tot dezelfde prestaties moeten komen. Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen sterke en zwakke punten. Sterke punten mogen benut worden. Als er problemen ontstaan vanwege zwaktes moeten wij die samen oplossen.

God schiep de mens naar Zijn beeld.
Een predikant uit de protestantse kerk schreef daar eens over: “Het beeld van God geeft (…) de bijzondere positie van de mens aan en is de toerusting om de opgelegde taak te kunnen vervullen: het beheer over de aarde en de dieren. In de loop van het boek Genesis blijkt uitvoeriger wat dat mens-zijn inhoudt: God spreekt met de mens, de mens dient en aanbidt Hem. De mens heeft gedachten, kan nadenken over verleden, heden en toekomst en hierover spreken (…). Deze notie ‘geschapen naar Gods beeld heeft belangrijke consequenties voor wie die afzonderlijke mens is. Je menselijke waarde wordt niet bepaald door prestaties of bezit of het oordeel van de medemens, maar door de schepping van God. Daarom wordt in de joods/christelijke traditie de beschermwaardigheid van het leven hoog gewaardeerd. Gods zegen en beloften aan de mens vormen de basis van zijn bestaan. Ze worden later uitgewerkt -Genesis 2- en zijn bepalend voor Genesis 3:15-19 en verdere beloften in de Bijbel. De liefde van God voor Zijn schepping vormt het fundament van Zijn verlossingswerk na de zondeval: de herschepping.
Zo heeft de mens de opdracht om samen God te vertegenwoordigen, samen Zijn schepping te beheren. God heeft bedacht dat mannen dat niet alleen kunnen en vrouwen evenmin. Alleen met elkaar weerspiegelen zij God. Zo wordt er aan Zijn veelzijdigheid nog enigszins recht gedaan”[3][4].
Mannen en vrouwen behoren ambassadeurs van God te zijn. Wij mogen iets laten zien van Gods werkkracht, van Zijn wijze leiding en van Zijn barmhartigheid. Vrouwen hoeven in eerste instantie niet te laten zien hoe flitsend en dynamisch zij zijn. De eerste roeping van mannen is niet om sterk en stoer te wezen. Zij behoren – ieder met hun eigen gaven – de hemelse God te vertegenwoordigen.

Het is opmerkelijk dat het gegeven van man-en-vrouw-zijn een paar hoofdstukken later, in Genesis 5, nog eens nadrukkelijk genoemd wordt.
Citaat: “Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden”[5].
In Genesis 5 vinden wij een geslachtsregister dat loopt van Adam tot de zonen van Noach. Voor al die mensen geldt het blijkbaar: zij moeten de Vorst van de kosmos vertegenwoordigen. Voor zowel mannen als vrouwen is de levensopdracht: dien God met al uw gaven!

Thans gaan wij terug naar Eindhoven.
Bij de Technische Universiteit aldaar lijkt men te denken dat het leefklimaat in de universiteit een onvoldoende krijgen moet als er te weinig invloedrijke vrouwen in de diverse gangen lopen.
Als men niet uitkijkt ontstaat zomaar een competitieve sfeer: wie winnen er deze maand, de mannen of de vrouwen? Men kijkt naar elkaar. En men vraagt zich af: zijn wij wel goed genoeg?
Weet u wat er in Genesis 1 ook staat? Dit: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”[6].
Mannen zowel als vrouwen zijn hoofd voor hoofd prachtige scheppingen. God maakt hen buitengewoon geschikt voor een ambassadeursrol op Zijn aarde.
En ook vandaag geldt: mannen en vrouwen hebben een prachtige taak in deze wereld. Niet als strijdkrachten; nee, dat niet. Mannen en vrouwen mogen God vertegenwoordigen: blijmoedig, eerbiedig en gelovig. Als de medewerkers van de TU Eindhoven dat alles in praktijk gaan brengen, gaat hun leven er een stuk evenwichtiger uitzien.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2339394-tu-eindhoven-mag-vacatures-niet-tijdelijk-alleen-voor-vrouwen-openstellen.html ; geraadpleegd op vrijdag 3 juli 2020.
[2] Genesis 1:27.
[3] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/16018/schiep-naar-zijn-beeld/ ; geraadpleegd op vrijdag 3 juli 2020.
[4] De predikant in kwestie is dominee H. van Oostende (1936-2014). Deze dominee kunnen wij plaatsen in de hoek van de Gereformeerde Bond.
[5] Genesis 5:1 en 2.
[6] Genesis 1:31.

9 juni 2020

Oergereformeerd?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Over het feit dat God heel de schepping creëerde is al veel gezegd. En nog meer geschreven. Men raakt er niet over uitgedacht.

Nu is er het boek ‘Oer’[1].
Wat is dat voor boek?
Het dagblad Trouw schrijft: “In ‘Oer’ hebben de auteurs hun krachten gebundeld in een roman die de 14 miljard jaar oude geschiedenis van de kosmos bestrijkt. Meteen al een leuke vondst is dat de hoofdpersoon van het verhaal een nogal onnozel proton is, dat alle spectaculaire kosmologische turbulenties vanaf de oerknal aan den lijve ervaart.
Het levert in de eerste helft van ‘Oer’ een levendig en spannend relaas op van hoe het heelal en het leven op aarde zijn ontstaan, grotendeels keurig volgens de huidige natuurwetenschappelijke kennis van quarks, DNA-moleculen en evolutieleer.
In de tweede helft van ‘Oer’ zit Proton als onderdeel van een koolstofatoom met zijn neus vooraan in de Bijbelse geschiedenis: zo reist hij als stukje van een tent mee met Abraham en later diens afstammelingen als ze uit Egypte vluchten. Ook zit hij in de stok waarmee Jezus rondreist en geslagen wordt en in het perkament waarop Johannes de Openbaring schrijft.
Zoals een romanheld betaamt, probeert Proton te begrijpen wat er allemaal gebeurt en wat er toch de bedoeling van kan zijn. Hij speculeert en kibbelt erover met zijn atoomgenoten.
Maar gaandeweg begint het hun te dagen dat God van meet af aan een plan met de schepping had, namelijk om uiteindelijk in liefde en harmonie op aarde tussen de mensen te gaan wonen”.
En:
“Als u hecht aan een letterlijke interpretatie van het Bijbelse scheppingsverhaal, zult u zich waarschijnlijk ergeren aan een versie waarin Eden in Afrika ligt, de boom der kennis een verboden bron is geworden en Adam en Eva Womuntu en Maisha heten.
En hoewel het theologisch ongetwijfeld te verdedigen is: mij komt het tamelijk hoogmoedig voor om te denken dat God dat onmetelijke heelal speciaal heeft opgetuigd om straks met ons, aardse mensen, bij een kampvuurtje te kunnen gaan zitten.
Binnen de grenzen van de protestantse heilsleer is ‘Oer’ echter briljant. Nog nooit is mij zo helder uitgelegd waarom God via Jezus zijn eigen schepping is binnengestapt. Ook maak ik graag de al te bescheiden Corien Oranje aan het blozen met mijn bewondering voor hoe ze een wetenschappelijk en theologisch complex verhaal voor een breed publiek begrijpelijk heeft gemaakt”[2].

Bij het bovenstaande zijn wel wat aantekeningen te maken. In dit artikel zijn dat er zes.

1.
Een centrale zin uit het boek is: “Ik geloof dat [de oerknal] een scheppingsdaad van God is. En dan dat feit dat we ontdekt hebben dat allerlei natuurconstanten al net na de oerknal precies zó waren afgesteld dat er miljarden jaren later leven kon ontstaan. Het is niet redelijk als je dat puur aan toeval wilt toeschrijven. Zoiets wijst toch gewoon op een God, die deze wereld gewild heeft?”[3].
Bij dat alles is er tenminste één probleem: de oerknal komt niet in de Bijbel voor. En dat terwijl de Bijbel Gods Woord is. Die oerknal is dus niets meer of minder dan een menselijk bedenksel!

2.
Wij mogen niet voorbijkijken aan de heerlijkheid van God. In de schepping glorieert Hij.
Die glorie is zo groot dat mensen er niet bij in de buurt kunnen blijven. Denkt u maar aan 2 Kronieken 5: “En de priesters konden, vanwege die wolk, niet blijven staan om te dienen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van God vervuld”[4].
Denkt u ook maar Ezechiël 43: “En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid”[5].
Als God Zich in Zijn heerlijkheid presenteert, verdwijnen mensen snel uit het zicht.
Dat gegeven lijkt in het boek ‘Oer’ te ontbreken.

3.
Waarom is er eigenlijk een schepping?
De hervormde predikant dr. M. Klaassen formuleerde het eens zo: “God Zelf is het doel van Gods schepping”.
Hij is “soeverein. Hij is absoluut vrij, niemand dwingt Hem. God heeft aan Zichzelf genoeg. Hij is volmaakt gelukkig. Hij komt niets tekort.
En tegelijk wil God Zichzelf niet voor Zichzelf houden. Hij openbaart Zich en Hij kiest ervoor gemeenschap te hebben met mensen. Hij kiest ervoor om Zichzelf in Zijn glorie en heerlijkheid aan mensen te openbaren. God ontvouwt Zijn schoonheid en volmaaktheid, zodat mensen -door bemiddeling van Jezus Christus- Hem zo leren kennen als Hij is, opdat mensen Zich in Hem zullen verheugen en in Hem het hoogste doel van hun leven vinden.
(…) God heeft het verlangen, de passie om Zijn heerlijkheid te onthullen, zodat je die kunt zien, zodat je er stil van wordt. Alles wat God doet, heeft maar één doel: de verheerlijking van Zichzelf. De roeping van Gods kinderen is die heerlijkheid van God te ontdekken, zich daarover te verwonderen en groot van deze God te denken. God laat Zijn heerlijkheid zien, zodát wij ons erin zouden verblijden en God zouden loven en groot maken”[6].

4.
Waren Adam en Eva de eerste mensen?
Nee, zeggen de evolutionisten. De mensheid heeft volgens velen van hen nooit bestaan uit minder dan 10.000 mensen.
De Engelse natuurkundige en ingenieur Edgar Andrews zegt: “De denkfout die evolutionisten maken is dat ze er vanuit gaan dat Adam en Eva maar slechts vier versies van een gen hadden. Maar dat is alleen het geval als Adam en Eva ouders hadden. Maar als ze zijn geschapen naar Zijn beeld, gemaakt door God, dan hebben we geen idee hoe hun genen eruit hebben gezien”[7].
Wat is het grondprobleem? Antwoord: velen willen niet meer gewoon geloven wat er in Genesis 1, 2 en 3 staat.
Wij moeten het eenvoudig houden bij onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[8].
Wie dit alles loslaat maakt geloven gaandeweg moeilijker, totdat het zeer ingewikkeld geworden is.

5.
Wij hebben hier te maken met een roman. En men kan zeggen: als u ‘Oer’ geen fijne roman vindt, dan leest u ‘m toch niet?
Intussen “wordt een wetenschappelijke verklaring gegeven voor het ontstaan van de eerste sterren, maar ook een moderne versie van de klassieke zondeval beschreven over de schending van Adam en Eva -de eerste mensen- van Gods verbod van de boom van kennis van goed en kwaad te eten”. De Vrije Universiteit te Amsterdam besteedt er op haar website uitgebreid aandacht aan. Het boek heeft klaarblijkelijk ook wetenschappelijke waarde[9]!

6.
Gods Woord laat geen gelegenheid onbenut om te laten weten dat God almachtig is.
In Genesis 17 lezen we: “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht”[10].
Over het nieuwe Jeruzalem, in Openbaring 21, staat vermeld: “Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam”.
In heel de Bijbel openbaart zich de almachtige God. Die God is onze God.
Alle eer aan God – dat lijkt mij oergereformeerd.

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Cees Dekker, Corien Oranje, Gijsbert van den Brink, “Oer; het grote verhaal van nul tot nu”. – Ark Media -onderdeel van Uitgeverij Royal Jongbloed te Heerenveen-, 2020. – 160 p.
[2] Geciteerd van https://www.trouw.nl/religie-filosofie/het-briljante-oer-zou-zomaar-het-beste-theologische-boek-van-het-jaar-kunnen-worden~b30dabee/ ; geraadpleegd op vrijdag 5 juni 2020.
[3] Geciteerd via het Dagblad Trouw; zie noot 1.
[4] 2 Kronieken 5:14.
[5] Ezechiël 43:2.
[6] M. Klaassen, “God Zelf is doel van Zijn schepping”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 22 april 2008, p. 11.
[7] Geciteerd van https://cip.nl/68039-waren-adam-en-eva-de-eerste-mensen . Meer informatie over professor Andrews is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Edgar_Andrews . Beide sites werden geraadpleegd op vrijdag 5 juni 2020.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[9] Het citaat komt van https://www.frt.vu.nl/nl/nieuws-en-agenda/nieuwsarchief/2020/apr-jun/200528-roman-over-14-miljard-oude-kosmos-oer-het-grote-verhaal-van-nul-tot-nu.aspx ; geraadpleegd op vrijdag 5 juni 2020.
[10] Genesis 17:1.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.