gereformeerd leven in nederland

20 juni 2022

De kerk beproefd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Asielzoekers zijn er al zolang als de wereld bestaat. Wij vinden er al één in Genesis 12: “Daarna trok Abram gaandeweg verder naar het Zuiderland. Er kwam hongersnood in dat land. Daarom trok Abram naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, omdat de hongersnood in het land zwaar was”[1].

Abram is echter wel een bijzondere asielzoeker. Genesis 11 en 12 vertellen over Abrams afkomst, over de manier hoe God Abrams leven een nieuwe wending geeft en over Abrams tocht naar Kanaän.
Diepgelovig laat Abram zijn vertrouwde omgeving los. Hij gaat op pad, de wijde wereld in – op weg naar Kanaän. Dat is heel wat geweest!
Hij trekt heel dat land door. Ja, tot het Zuiderland, tot in de Negeb. In een Studiebijbel staat er bij vermeld: “Het ‘steeds verder trekken’ geeft aan dat hij op diverse plaatsen verblijf houdt. Uit Genesis 12:5 tot en met 9 is op te maken dat Abram van het noorden tot het zuiden het land doortrekt. Hij ziet wat beloofd is, hij verblijft op tal van plaatsen en vereert God daar. Zo neemt hij symbolisch het land in bezit”.
Abram heeft honger.
Intussen laat de God van het verbond hem wel het land zien dat hij en al zijn nakomelingen in bezit zullen nemen. Overigens is dat geen kwestie van enkele jaren. In Genesis 25 wordt Abraham begraven op een stuk land dat hij nota bene zelf heeft gekocht. Abraham had heel veel geloof nodig![2]

De Here heeft een bedoeling met de tocht van Abram.
De Here heeft een bedoeling met de levens van alle wereldburgers.
Wie dat belijdt heeft de neiging om anno Domini 2022 z’n wenkbrauwen te fronsen. Want er komt een dringende vraag op: wat is de bedoeling van de levens van die 100 miljoen vluchtelingen die er op deze wereld zijn? Waar moet het heen met al die mensen? Is het niet droevig dat zoveel mensen op de vlucht slaan, alleen maar om het vege lijf te redden? Is het niet triest dat er zo’n drukte is bij het aanmeldcentrum van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in Ter Apel?
De opvang van al die mensen kost veel tijd en moeite.
Ja, het is verdrietig dat er zoveel mensen op de vlucht zijn. Laten we de Verbondsgod bidden om een ommekeer in oorlog en hongersnood. Laten we onze Heiland bidden om Zijn spoedige terugkomst op de wolken.
Zeker, het is triest dat in Ter Apel mensen op stoelen (en soms zelfs in Rode Kruis-tenten) moeten slapen omdat er in het aanmeldcentrum onvoldoende opvangruimte is. Dat gebrek aan ruimte is voor een behoorlijk deel te wijten aan beleidsfouten in regeringskringen. Maar treurig is het allemaal natuurlijk wel.
Hoe dat alles zij: de God van het verbond heeft een bedoeling met de crisis rond de vluchtelingen en hun opvang. Welke Goddelijke opzet zit daar achter? Dat weet God alleen. Mensen kunnen daar weinig over zeggen. Maar zij kunnen en moeten wel belijden: wij zijn in Gods hand, of we nu een vaste woonplaats hebben of op de vlucht zijn!
Jazeker – het is niet makkelijk om die belijdenis vast te houden als wij al die vluchtende mensen zien. Maar met Gods hulp is het wel degelijk mogelijk. Ook wij hebben veel geloof nodig![3]

Kanaän is een vruchtbaar land. Dat blijkt uit Deuteronomium 8: “Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing”.
Maar de Here kan met harde hand ingrijpen. Dat zien wij bijvoorbeeld in Psalm 107:
“Hij maakt rivieren tot een woestijn,
waterbronnen tot dorstig land,
vruchtbaar land tot een zoutvlakte,
vanwege de slechtheid van zijn bewoners”.
Laten wij het maar ronduit tegen elkaar zeggen: in de vluchtelingencrisis worden onder meer de kerkmensen in Nederland beproefd. Al die miljoenen vluchtelingen moeten ons geenszins wanhopig maken. Integendeel – wij behoren te helpen. En wij mogen het blijven zeggen: God houdt alles in de hand. Ook anno Domini 2022. Ook in de week die gisteren begonnen is[4]

Noten:
[1] Genesis 12:9 en 10.
[2] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 11:27-12:9. Verder refereer ik aan Genesis 25:9.
[3] In deze alinea gebruik ik https://nos.nl/collectie/13898/artikel/2432584-advies-leg-asielopvang-bij-gemeenten-rijk-houdt-opvangcrisis-in-stand ; geraadpleegd op dinsdag 14 juni 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Deuteronomium 8:7,8 en Psalm 107:33,34.

25 april 2022

Rust in crisistijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De geschiedenis van Jakob die in Bethel overnacht roept sprekende beelden op.
Een lange ladder die de hemel raakt – wat een enorm ding moet dat zijn geweest!
Engelen die moeiteloos afdalen en opklimmen – wat een gymnastische toeren zien wij dan voor ons!
De God van de hemel die Zijn trouw luidkeels proclameert – kan het mooier?
In Genesis 28 klinkt het zo: “Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder geplaatst, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag. En zie, de Heere stond boven aan die ladder en zei: Ik ben de Heere, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven. Uw nageslacht zal talrijk zijn als het stof van de aarde en u zult zich uitbreiden naar het westen, het oosten, het noorden en het zuiden. In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!”.
De Here is trouw.
Dat is geweldig.
Want van mensen moeten wij het in Genesis 28 niet verwachten.
Jakob koopt het eerstgeboorterecht met een reeks slimmigheidjes.
In een Studiebijbel wordt bij dit Schriftgedeelte onder meer aangetekend: “Jakob heeft door list een zegen ontvangen, maar hij is nu verder dan ooit verwijderd van de inhoud van die zegen. Zelfs het verblijf als vreemdeling in het beloofde land is onmogelijk geworden. Hij moet weg en moet ook een vrouw gaan zoeken. Terwijl een knecht dat voor Isaak deed, zodat deze zelf in Kanaän kon blijven, moet Jakob noodgedwongen zelf weggaan”.
Mensen maken er soms binnen de kortste keren een rommeltje van. List en bedrog zijn aan de orde van de dag. Maar ook al maken mensen rare bochten, de Here bereikt zijn doel![1]

Genesis 28 behoedt ons ervoor om de hemel te vergeten. Wij leven in een hemels krachtenveld. Er is druk verkeer tussen de hemel en de aarde.
Professor dr. P.H.R. van Houwelingen, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen, zei daarover eens: “Engelen zijn ‘liturgische geesten die thuis zijn in de hemelse viering’, maar ze zijn ook ‘professionele diakenen’ die zich laten uitzenden onder de mensen. We spreken over Gods wereldbestuur, zonder te beseffen dat God hemelse dienaren ter beschikking heeft om Zijn wil uit te voeren.
Al het engelenverkeer loopt via de Mensenzoon. Vanaf de zogeheten ‘jakobsladder’ geeft God aan dat Hij Zelf het contact van de aarde met de hemel en omgekeerd in goede banen leidt. Christus is de hemelpoort, de unieke toegang tot de Vader, de ware jakobsladder”.
Wij mogen er gerust van uit gaan dat de engelen het ook in onze tijd druk hebben![2]

Dat ziet er heel mooi uit.
Maar de vraag komt op of God op Zijn tijd wellicht een welwillende assistent van bedriegers is.
Het antwoord daarop is ronduit: nee, beslist niet. Wij hebben hier te maken met het welbehagen van God. Met Zijn raadsplan. Met Zijn grootse reddingsplan. Er is niemand op aarde die zo’n magnifieke strategie kan bedenken. Alleen God kan dergelijke intenties waar maken. Hij maakt ze waar in het werk van Zijn Zoon Jezus Christus. Leest u maar mee in Romeinen 5: “Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven”. En in Romeinen 9: “Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben”.
Gods beleid heeft schitterende effecten![3]

Jakob heeft in Bethel een mooie Godservaring gehad.
En wij?
Wij mogen de drie-enige God ook in ons leven ervaren. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen we over de Drie-eenheid: “Wij weten dit alles zowel uit het getuigenis van de Heilige Schrift als uit de werkingen van deze Personen, voornamelijk uit die welke wij in onszelf ervaren”.
Wij zeggen het de Dordtse Leerregels na: “Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben”
Hoe werkt dat alles precies?
Wedergeboorte, de vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de dood en levendmaking – dat zijn allemaal zaken waarvan kerkmensen in dit leven nooit volledig zullen kunnen begrijpen hoe die zich in ons leven ontwikkelen. Die geleerden uit Dordt leerden ons: “Intussen vinden zij rust in de wetenschap en ervaring, dat zij door deze genade van God van harte geloven en hun Verlosser liefhebben”.
Geloven in God? Dat geeft rust in ons bestaan![4]

We leven in een tijd van crisis. Gaat u maar na: oorlog in ons werelddeel, wij hebben te maken met de grootste vogelgriepuitbraak in Europa die we ooit gehad hebben, de inflatie in Nederland is de hoogste sinds veertig jaar, en dan is er nog de klimaatcrisis. Het wordt, zeggen de mensen, tijd voor een goed stuk crisismanagement. En inderdaad – her en der moeten forse beleidsveranderingen plaatsvinden.  
Maar er is een andere kwestie die zeker ook aan de orde dient te komen. Kunnen wij het Jakob nazeggen: “De Heere is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten”? Door alles heen geloofde Jakob het Woord dat God sprak. In Hebreeën 11 wordt van Jakob getuigd: “Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, met betrekking tot toekomstige dingen. Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder van de zonen van Jozef gezegend en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf”.
Laten wij maar om Gods zegen bidden.
En laten wij Hem maar op Zijn Woord geloven![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Genesis 28:12-15.
[2] In deze alinea gebruik ik: “Engelen verbinden aarde en hemel”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 26 februari 2021, p. 9.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 5:6 en Romeinen 9:15. Ik maak ook gebruik van mijn artikel ‘Gods keuze heeft grote gevolgen’, hier gepubliceerd op vrijdag 25 augustus 2017; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/08/25/ .
[4] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en woorden uit de Dordtse Leerregels: hoofdstuk I, artikel 13 en hoofdstuk III/IV, artikel 13.
[5] In deze alinea citeer ik Genesis 28:16 en Hebreeën 11:20,21.

21 februari 2022

Alles in Zijn hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De geschiedenis van Jozef, de zoon van Jakob, spreekt tot onze verbeelding. Een Israëlitische jongeman die roemloos in een put wordt gedumpt, brengt het tot onderkoning in Egypte.
’t Lijkt wel een sprookje…
In hoofdstuk 45 spreekt Jozef tegen zijn broers.
Daar staat: “Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand. Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben. Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven. Deze twee jaren is er immers honger geweest in het midden van het land, en er komen nog vijf jaren waarin er geen ploegen of oogsten zal zijn. God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel veilig te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden”[1].

Jozef informeert dus naar zijn aardse familie. Maar hij weet ook dat zijn God in de hemel woont. Hij is de God die zorgt. Hij is de God die Zijn schepselen alles geeft om voor Hem te leven.
Jozef spreekt daarover. Jozef spreekt profetisch. Hij kijkt naar het verleden. Jozef weet: ik ben voor mijn broers uit gestuurd. Hij kijkt naar de toekomst. Gods volk wordt veilig gesteld. Gods volk beschermd. Jozef weet: Gods volk blijft in leven. Jozef weet: er is niemand op aarde die het volk van God uitroeien kan!

Jozef zal daar later, na de dood van vader Jakob, nog eens op wijzen. De broers zijn bang dat Jozef nu een gelegenheid om wraak te nemen voor al datgene wat zij hem hebben aangedaan.
Maar Jozef zegt in Genesis 50 heel wat anders. Namelijk: “Wees niet bevreesd, want sta ik soms op de plaats van God? Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden. Nu dan, wees niet bevreesd. Ikzelf zal jullie en jullie kleine kinderen onderhouden”.
Het wordt weer bewezen: Gods volk is veilig![2]  

Psalm 105 laat ons dan ook in de kerk zingen:
“Toen God de honger zond op aarde
geen mens voor broodgebrek bewaarde
had Hij in zijn voorzienigheid
voor Israël reeds brood bereid
want Jozef was in slavernij.
Zo bracht God redding naderbij.

In boeien had men hem geslagen
hij moest een zware keten dragen
Dit duurde voort tot op de dag
dat hij zijn woord geschieden zag.
Wat eens de Heer hem had onthuld,
werd op het onverwachtst vervuld.

De koning toch liet hem bevrijden
en maakt’ een einde aan zijn lijden.
Hij gaf geheel Egypteland
en ook zijn huis in Jozefs hand.
Hij bond de voeten, hoog van staat,
met al de oudsten aan diens raad”.
Alle schepselen worden in alle tijden en op alle plaatsen door de hoge God aangestuurd. Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “Ook heeft Hij aan elk schepsel zijn wezen en gedaante gegeven en zijn eigen taak om zijn Schepper te dienen. Ook nu nog houdt Hij ze alle in stand en regeert ze overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”.
Daar wijst Jozef op. En dat moeten wij bedenken als wij die zin in Genesis 45 lezen: “God heeft mij vóór jullie uit gezonden…”[3].

Stefanus memoreert de geschiedenis van Jozef in zijn laatste rede. De betreffende rede vinden wij in Handelingen 7. In dat hoofdstuk staat onder meer: “En bij de tweede keer werd Jozef door zijn broers herkend; en de afkomst van Jozef werd bij de farao bekend”.
In zijn rede refereert Stefanus aan de onderdrukking in Egypte. En aan de verlossing die de Here bewerkte door middel van Mozes, die als dienaar van God de bevrijding uit Egypte leidde. Stefanus herinnert ook aan het gouden kalf, en aan allerlei andere afgoden die bij de Israëlieten in beeld kwamen. Stefanus herinnert aan de profeten en aan het treurige feit dat Israël heel vaak niets van Gods woordvoerders en hun profetieën heeft willen weten.  
De conclusie van Stefanus is hard en niets verhullend: “U, die de wet ontvangen hebt door de dienst van engelen, hebt die niet in acht genomen!”.
Daarom is de geschiedenis van Jozef een attentiesein voor de kerk van 2022 en voor alle andere mensen op de wereld: wandel met God door deze wereld! Ja, dan zijn Gods kinderen veilig op aarde. Nee, zij zijn niet vrij van leed en rampspoed. Jozefs levensgeschiedenis maakt dat ook wel duidelijk. Maar door God gekochte kinderen komen altijd goed terecht. En het is honderd procent zeker: God gaat met Zijn volk verder![4]

Jozef is, zo werd hierboven reeds opgemerkt, profetisch bezig. Hij ziet ver vooruit. In Hebreeën 11 zien we dat ook: “Door het geloof heeft Jozef bij zijn sterven melding gemaakt van de uittocht van de Israëlieten en heeft hij een opdracht gegeven in verband met zijn gebeente”.
In Jozefs levensgeschiedenis gaat het van zwaar lijden naar glorieuze verhoging. De oplettende Bijbellezer ziet reeds de contouren van het reddingswerk van Jezus Christus.
Als wij die lijn zien worden wij getroost. Want dan beseffen wij eens te meer dat de God van hemel en aarde een Masterplan uitvoert. Er is niemand die dat plan dwarsbomen kan.
De Redder der wereld heeft alles onder controle. En Hij neemt Zijn kinderen bij de hand: ‘Kom maar mee naar een mooie toekomst met Mij’. Laten wij maar blijmoedig met Hem mee wandelen![5]

Noten:
[1] Genesis 45:3-7.
[2] Genesis 50:19 b-21 a.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 105:8,9 en 10 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer ook enkele woorden uit artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[4] In deze alinea citeer ik Handelingen 7:13 en Handelingen 7:53.
[5] In deze alinea citeer ik Hebreeën 11:22.

3 januari 2022

Veel heil en zegen gewenst!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Alle lezers van deze weblog wensen wij veel heil en zegen in het nieuwe jaar 2022!

Die wens wordt genoteerd in een wereld waarin nog altijd veel leed is. Vluchtelingen komen om op hun vlucht uit oorlogsgebied. Samenlevingen polariseren.
Ook in onze persoonlijke levens is er soms veel verdriet.
Neem bijvoorbeeld het seksueel misbruik. Mensen zijn soms levenslang beschadigd. Hun zelfbeeld ligt aan gruzelementen. Voortdurend zijn er de flashbacks. Steeds weer vragen slachtoffers zich af of zij zelf meer aan dat misbruik hadden kunnen doen. Enzovoort.
Of neem bijvoorbeeld de huwelijken waarin het niet meer gaat. De echtparen weten wel dat het anders moet, maar het werkt gewoon niet meer. Hoe moet dat toch verder?
Ach, wij weten het allemaal wel: de voorbeelden van hierboven kunnen met duizenden worden aangevuld.
Wat een hemelsbreed verschil met Genesis 1! In dat hoofdstuk treffen we zeven maal het woord ‘goed’ aan. Het begint met het licht: “En God zag het licht dat het goed was”. En het eindigt met: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”.
De schepping is prachtig!
Dan komt in Genesis 3 de zondeval. De mens moet het paradijs verlaten: “Daarom zond de HEERE God hem weg uit de hof van Eden, om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken”.
Ziet u de afgang?
Wat zijn wij diep gezonken![1]

Is het jaar 2022 eigenlijk nog wel de moeite waard om beleefd te worden?
Antwoord: jazeker wel!
Waarom dan?
Iedereen op deze wereld mag zich naar Hem toekeren. Iedereen op deze wereld mag Hem benaderen. En als God Zich over de door Hem uitgekozen mensen ontfermt, dan zijn zij veilig. Dan kan hen niks meer gebeuren. Sterker nog: ieder die in Hem gelooft, krijgt eeuwig leven. Jezus Christus kwam naar de aarde om onze zondeschuld te betalen. Gods Zoon kwam van Zijn hemelse troon af om ons te verlossen van smet en schuld. En laten we wel wezen: dat is nog maar het begin. Wij krijgen een definitieve woonplaats in de hemel.
Zullen wij elkaar daar herkennen? Het lijkt er wel op. Zie Lucas 16: “En Ik zeg u: Maak uzelf vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat zij u, als u gebrek lijdt, zullen ontvangen in de eeuwige tenten”. En: “Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd. En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot”. In de hemel zijn beperkingen nooit meer aan de orde. Wij hebben de beschikking over alles. Zeg het maar zo: alles en iedereen is in de buurt!
Aanklachten en beschuldigingen? Daar hoeven door God uitgekozen mensen niet bang voor te zijn. Zij worden altijd vrijgesproken. Dat staat bij voorbaat vast.
De liefde van Christus? Die zal voor ons altijd bloeien! Misbruik? Dat is uit de wereld. Wat doen we met kapotte huwelijken? Die vraag is niet meer van toepassing. Moeizame relaties? Ook al niet meer ter zake. En zo verdwijnen er duizenden, ja miljoenen ingewikkelde vraagstukken als sneeuw voor de zon[2].

Mogelijk kent u wel die zin uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus: “Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten”.
Met andere woorden: de liefde die Jezus Christus voor Zijn uitverkorenen heeft dooft nooit![3]

Liefde – daar is jan en alleman tegenwoordig naar op zoek.
“We hebben in deze coronacrisis Gods kracht, liefde en wijsheid nodig”, zegt een evangelische spreker. Hij heeft natuurlijk gelijk. Maar Gods kracht, liefde en wijsheid hebben wij natuurlijk ook nodig als er geen crisis is.
Welnu, Gods kinderen mogen het Paulus in Romeinen 8 nazeggen: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere”. Wie met vorenstaande woorden instemt ontvangt in dit nieuwe jaar gegarandeerd veel heil en zegen![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Genesis 1:4a, Genesis 1:31a en Genesis 3:23,24.
[2] In deze alinea gebruik ik Lucas 16:9, Lucas 16:22 en 23, Johannes 3:16 en Romeinen 8:31-34.
[3] In deze alinea citeer ik een zin uit antwoord 31 -Zondag 12- uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] In deze alinea gebruik ik: ‘Laten we 2022 beginnen met bidden en vasten’. Mini-interview met Jan Pool. In: Nederlands Dagblad, maandag 27 december 2021, p. 5. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 8:38 en 39.

29 oktober 2021

Zijn maaksel zijn wij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , , ,

De heer Jan Joseph Latten, emeritus hoogleraar demografie van de Universiteit van Amsterdam, werd onlangs geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad.
Het slot van het vraaggesprek luidt als volgt.
“Wat is het effect van de coronacrisis op de door u geschetste toekomstperspectieven?
Antwoord:
Ik denk dat de samenleving sterk gaat veranderen. We krijgen onrustige tijden. Er komt een stroom van vluchtelingen op gang, waarvan een deel naar Nederland komt en hier ook blijft. Eigenlijk hebben we drie crises de komende jaren: een klimaatcrisis, een demografische crisis en een sociale crisis. Naarmate de bevolking door migratie harder groeit, neemt de rivaliteit toe en zal het debat over geldende normen meer gevoerd worden.
U klinkt vrij pessimistisch. Wat is een positieve trend die u verwacht de komende dertig jaar?
Antwoord:
Het positieve is de overlevingsdrang, dat we in al die onrust proberen iets van het leven te maken. De herwaardering van het familiegebeuren, het bedenken van alternatieven voor het alleen-zijn. Mensen willen misschien alleen leven, maar eenzaamheid willen we niet. Die alternatieven zullen we blijven zoeken”.
Het gaat om overlevingsdrang. En u gaat er vast en zeker zelf iets van maken.
Zo werd dat gezegd1.

Dat woord ‘maken’ brengt schrijver dezes als vanzelf bij Gods Woord. De Bijbel begint namelijk bij het maken. Want de almachtige God schept de wereld. Hij maakt iets uit niets. Hij creëert een prachtige wereld.
Noach moet een ark maken: het schip dat acht zielen van een wisse ondergang redden zal. De Here maakt een verbond met Noach.
Mensen willen naam maken, en een toren bouwen die tot in de hemel reikt.
De Verbondsgod maakt het nageslacht van Abraham tot een groot volk.
Israël mag geen beelden maken, zo blijkt uit Exodus 20. Het volk mag al helemaal geen afgoden maken! Maar wel een tabernakel, een heiligdom waar God in resideren kan
Dat begrip ‘maken’ laat de scherpe tegenstelling tussen kerk en wereld zien, de antithese dus:
* de mens wil van alles maken, zonder God.
* de God van hemel en aarde maakt alles goed2.

Als de mens groot is, dan is hij door God groot gemaakt. Dat is Jozua overkomen. Dat zien wij in Jozua 3: “Want de Heere had tegen Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zijn zal zoals Ik met Mozes geweest ben”.
Het is de God van het verbond die mensen uitkiest om Zijn kinderen te zijn. Hij maakt hen tot Zijn volk. Samuël zegt dat zo in 1 Samuël 12: “Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de HEERE behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken”.
De schrijver van Psalm 85 zegt: het echte leven wordt door de almachtige God gemaakt. Als er leven is komt dat van Hem:
“Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn,
Uw toorn laten duren van generatie op generatie?
Zou Ú ons niet weer levend maken,
zodat Uw volk zich in U verblijdt?”.
De hemelse God kan Zijn volk maken en breken. Dat laatste zien wij bijvoorbeeld in Jesaja 5: “Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden; Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden. Ik zal er een wildernis van maken. Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld, maar dorens en distels zullen er opschieten. En Ik zal de wolken gebieden geen regen erop te laten neerkomen. Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant. Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het werd bloedbestuur, gerechtigheid, maar zie, het werd geschreeuw”.
Maar Jezus wil mensen behouden! Denkt u, nu het hierom gaat, bijvoorbeeld maar aan Mattheüs 18: “Pas op dat u niet een van deze kleinen – dat zijn de kinderen – veracht. Want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken wat verloren is. Zoveel mogelijk mensen zalig maken: dát is het ultieme doel dat de hoge God met door Hem geschapen mensen heeft!3

Onze Schepper wil ons leven weer glorieus maken.
Nee, wij hoeven het in deze wereld niet te maken. Wij moeten ons echter, zegt Petrus, steeds meer beijveren om onze roeping en verkiezing vast te maken; “want als u dat doet, zult u nooit struikelen”4.

Wij moeten er zelf iets van maken, zeggen de mensen. Je moet in het leven zelf de slingers ophangen. Maak er wat moois van!
Ach, er is niets tegen om van het leven te genieten. Maar kerkmensen moeten maar niet vergeten dat het mooiste deel van hun leven nog komt. ‘Maak u maar klaar’ , zegt onze God, ‘Ik maak alles klaar voor een prachtige toekomst’!

Noten:
1 Geciteerd van https://www.rd.nl/artikel/947593-jan-latten-taboe-op-bevolkingsgroei ; geraadpleegd op vrijdag 22 oktober 2021.
2 In deze alinea gebruik ik passages uit Genesis 1, 2, 11 en 12. En ook woorden uit Exodus 20, 25 en 26.
3 In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Jozua 3:7, 1 Samuël 12:22, Psalm 85:7, Jesaja 5:5-7 en Mattheüs 18:10 en 11.
4 2 Petrus 1:10.

24 september 2021

Op weg naar de zondag

Over twee dagen zal het, zo de Here wil, weer zondag wezen. De kerkdeuren gaan open. De kerkgangers nemen hun plaatsen in. Gelovigen doen dat honderden, ja duizenden keren in hun leven.
En zij doen dat met vreugde. Want het Woord van God wordt bediend. Alle heilbegerigen krijgen het, om zo te zeggen, op een presenteerblaadje aangeboden. De Woordbediening staat op zondag centraal. De burgers van Gods Koninkrijk vatten weer moed. Zij weten weer voor Wie zij leven!

Waar ligt de oorsprong van de zondag?
Die vinden wij in Genesis 2: “En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken”1.

God zegende dus de zevende dag. Het Hebreeuwse grondwoord dat er staat wil onder meer zeggen: begroeten, en ook: gelukkig prijzen. De dag wordt begroet. Het meemaken van deze dag brengt vreugde in het leven!
Het is de sfeer van Psalm 100:
“Juich voor de HEERE, heel de aarde;
dien de HEERE met blijdschap,
kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang”.
In Genesis 2 valt de eerste levensdag samen met een dag van Goddelijke rust. Dat is het begin. Daar ligt het startpunt. Elke zondag mogen wij er weer iets van dat begin ervaren.
Toegegeven – toen de mens in zonde viel, moest de hemelse God weer heel wat werk verzetten. Daarom zegt Jezus in Johannes 5 ook: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook”. Maar daar blijft het niet bij. Want in Mattheüs 11 klinkt ook het Evangelie van de rust: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”2.

Ware gelovigen mogen er aanstaande zondag dus gerust een blijde dag van maken. Natuurlijk lukt dat niet altijd even goed, in fysieke zin althans. Maar wij mogen rusten in Christus, en in Zijn werk.
Daarom typeert Paulus de sfeer in de kerk in 1 Corinthiërs 15 zo: “God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”3.

De Here schiep ons. Hij gaf ons een plaats in Zijn wereld. In Psalm 100 staat dat zo:
“Weet dat de Heere God is;
Híj heeft ons gemaakt – en niet wij –
Zijn volk en de schapen van Zijn weide”.
Die woorden brengen ons bij Ezechiël 34. Daar zegt de Verbondsgod tegen de Oudtestamentische kerk: “zij zullen weten dat Ik, de HEERE, hun God, met ze ben, en dat ze Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt de Heere HEERE. En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE”.
Hij zorgt dat er voldoende voedsel is voor heel Zijn volk. Al zijn schatten zijn onder handbereik: eeuwig leven, gerechtigheid en heerlijkheid. De kerk is het lichaam van Jezus Christus.
Wat behoren wij te doen in 2021?
Wij moeten “blijmoedig ons kruis op ons nemen, onszelf verloochenen en onze Heiland belijden”. Wij moeten “in alle droefheid met opgeheven hoofd onze Here Jezus Christus uit de hemel verwachten, die onze vernederde lichamen aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk zal maken en ons voor altijd bij Zich nemen zal”4.

De zondag is niet alleen maar een rustdag.
Het is zeker ook een dag die onze blik breder maakt. Wij kijken om ons heen. De 1.5 meter-regel – indertijd ingevoerd vanwege het COVID 19-virus – is onlangs afgeschaft; maar behoedzaamheid blijft belangrijk. Homoseksualiteit en LHBTI maken deel uit van een cluster van onderwerpen die in de maatschappij zeer gevoelig liggen. De Nederlandse economie groeit; maar de meeste mensen merken er weinig van. Komt er, zo kan men zich afvragen, nog wel eens een moment dat wij onbekommerd blij kunnen zijn?
Welnu – de zondag is een dag die onze blik scherp stelt op de toekomst. Op de tijd van de eeuwige sabbat die in Hebreeën 4 beschreven wordt: “Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God, want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne. Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan”.
Dan en daar zal het voor altijd feest zijn, samen met God. Voor al Gods zonen. Voor al Zijn dochters. Ja, voor heel Zijn kinderschaar.

Noten:
1 Genesis 2:3.
2 In deze alinea citeer achtereenvolgens Psalm 100:1 en 2, Johannes 5:17 en Mattheüs 11:28-30.
3 In dit artikel maak ik onder meer gebruik van: ds. Joh. Francke, “De unieke troost – Bijbels dagboek”. – Enschede: Drukkerij-Uitgeverij J. Boersma, [1971]. – p. 276 (24 september).
4 Achtereenvolgens citeer ik uit Gods Woord Psalm 100:3, Ezechiël 34:30 en 31. Verder: Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal; het citaat staat op p. 526 van het Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.