gereformeerd leven in nederland

17 januari 2022

Homoseksualiteit in kerk en wereld

“Je kunt homo’s in de kerk niet langer laten wachten”.
Dat is in het Nederlands Dagblad de kop boven een artikel over een besluit van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Utrecht Noord-West.
De samenvatting aan het begin van het artikel luidt: “De Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Utrecht-Noord-West maakt van het inzegenen van een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht officieel beleid. De Utrechtse kerk wijkt hiermee af van het landelijke standpunt, maar mensen nog langer laten wachten op duidelijkheid is geen optie”.
Even verderop in het artikel lezen we: wij bekeken “vooral wat hierover in de Bijbel staat. Maar daar kwamen we niet uit, want je kunt op basis hiervan zowel voor als tegen zijn. Daarom werd het in gesprekken over een andere boeg gegooid: de gemeente is op zoek gegaan naar wat de Bijbel over het vormen van een gemeenschap zegt. ‘Dan lees je heel duidelijk dat God zijn Geest aan iedereen heeft geschonken, dus aan homo’s en hetero’s”.

In het Nederlands Dagblad lezen we ook: “In 2018 nam Jan-Peter Kruiger, destijds predikant van de gemeente al een ondubbelzinnig standpunt in. ‘De hoofdlijn van de Bijbel is dat seks binnen het huwelijk thuishoort. Alle seks buiten het huwelijk is gedoe. Dus, homo’s moeten trouwen’, zei hij tijdens een debatavond van het platform NieuwLicht in Ede. Hij nam daarmee min of meer stelling tegen het status quo in het kerkverband. Dit is in principe nog altijd dat een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht wordt afgewezen. In concrete gevallen mag hier echter wel ‘pastoraal’ mee worden omgegaan”.

Niet ieder lid van de gemeente is nu voorstander van zo’n homohuwelijk. “Dat hoeft ook niet, we hebben ook mensen met een homoseksuele geaardheid in de kerk die zeggen: ik zie geen ruimte voor een relatie”.

Uit alles blijkt dat GKv Utrecht Noord-West het wachten zat is. Er moet, meent men, duidelijkheid geschapen worden[1].   

Over dit besluit is veel te zeggen. Dat zal hieronder blijken.

Het is, wat schrijver dezes betreft, niet verwonderlijk dat geconstateerd wordt dat de Heilige Geest van God ook woont in de harten van mensen met een homoseksuele geaardheid. Dat staat buiten kijf.
Het hebben van een homoseksuele geaardheid is het probleem niet. Het is de overtuiging van de schrijver van dit artikel dat God het huwelijk tussen twee mensen met een homoseksuele geaardheid verbiedt.

Dat kunnen wij bijvoorbeeld zien in Genesis 19. Uit dat hoofdstuk citeren we enkele verzen.
“Nog voor zij zich te slapen legden, omsingelden de mannen van die stad, de mannen van Sodom, van jong tot oud, het huis; heel het volk, niemand uitgezonderd. Zij riepen naar Lot en zeiden tegen hem: Waar zijn die mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen naar buiten, naar ons toe, zodat wij gemeenschap met hen kunnen hebben. Toen ging Lot naar buiten, naar hen toe, bij de deuropening, en sloot de deur achter zich, en hij zei: Mijn broeders, doe toch geen kwaad! Zie toch, ik heb twee dochters, die met geen man gemeenschap gehad hebben; laat mij die toch bij u brengen en doe met hen wat goed is in uw ogen. Alleen, deze mannen moet u niets aandoen, want om die reden zijn ze onder de bescherming van mijn dak gekomen. Toen zeiden zij: Ga opzij! Ook zeiden ze: Deze ene is gekomen om hier als vreemdeling te verblijven en nu wil hij zeker rechter over ons zijn! Nu zullen we u meer kwaad aandoen dan hun. Zij drongen erg op de man, op Lot, aan en kwamen dichterbij om de deur open te breken. Maar die mannen staken hun hand uit, trokken Lot naar zich toe het huis in en sloten de deur”.
Dat is een deel van de geschiedenis van de verwoesting van Sodom en Gomorra. Het lijkt wel of de God van het verbond wil zeggen: zonden zijn ernstig, maar ontucht is echt het toppunt van verdorvenheid![2]

Ook in Richteren 19 lezen we over ontucht. In dat hoofdstuk willen mannen seksuele handelingen verrichten met een man die op doorreis is. Wederom een citaat: “En hij bracht hem zijn huis binnen en gaf de ezels voer. En nadat zij hun voeten gewassen hadden, aten en dronken zij. Terwijl zij hun hart vrolijk maakten, zie, toen omsingelden de mannen van de stad, verdorven lieden, het huis en bonsden op de deur. En zij spraken de oude man, de heer des huizes, aan en zeiden: Breng de man die in uw huis gekomen is, naar buiten, zodat wij gemeenschap met hem kunnen hebben. Maar de man, de heer des huizes, ging naar buiten, naar hen toe, en zei tegen hen: Nee, mijn broeders, doe toch geen kwaad, nu deze man in mijn huis gekomen is. Bega zo’n dwaasheid niet. Zie, mijn dochter, een maagd, en zijn bijvrouw, die zal ik wel naar buiten brengen. Verkracht die dan maar en doe met hen wat goed is in uw ogen. Maar doe deze man die dwaasheid niet aan. De mannen wilden echter niet naar hem luisteren. Toen greep de man zijn bijvrouw en bracht haar naar buiten, naar hen toe. Vervolgens hadden zij gemeenschap met haar en deden zij de hele nacht met haar wat zij wilden, tot ’s morgens toe. En bij het aanbreken van de dageraad lieten zij haar gaan. Toen het ochtend werd, kwam de vrouw terug en viel neer voor de ingang van het huis van de man, waar haar heer verbleef, en lag daar totdat het licht werd”.
Ontucht leidt niet zelden tot een escalatie van geweld![3]

In Romeinen 1 gaat het over mensen die, vanwege hun zondige levenswijze, door God zijn “overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren. Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf. En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen”. 
Conclusie: mensen die er een tegennatuurlijke manier van doen op na houden, worden door God losgelaten![4]

In 1 Corinthiërs 6 is de apostel Paulus, geïnspireerd door de Heilige Geest, ook heel duidelijk: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven”[5].

Tenslotte: in 1 Timotheüs 1 schrijft Paulus “dat de wet niet bestemd is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers, voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is, overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God, dat mij toevertrouwd is”.
Men zou zeggen: veel duidelijker kan het niet![6]
 
Het is daarnaast van groot belang om te beseffen dat er een satanische geest van ontucht en zonde over de wereld gaat.

Het homohuwelijk is wereldwijd in bespreking. Men praat erover in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland. En in Finland. In Zwitserland kan vanaf 1 juli 2022 een homohuwelijk worden gesloten. In Australië kon dat al vanaf 2017.
Men kan dus niet spreken van een Nederlands probleem.
Wij moeten denken in de sfeer van Efeziërs 6: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”.
Gods kinderen zijn, om zo te zeggen, Gods instrumentarium in een zware geestelijke strijd. Het is niet simpelweg zo dat er op dit punt verschillende interpretaties van Gods Woord bestaan. Nee, dit betreft een cruciale zaak. Want als Gods tegenstander het huwelijk de wereld uit kan werken heeft hij een belangrijke slag gewonnen. Het is van groot belang om, zeker op dit punt, aan Gods Woord vast te houden[7].

Die zware geestelijke strijd woedt al jaren. In 2012 stond in het Reformatorisch Dagblad een bericht over het debat met betrekking tot het homohuwelijk zoals men dat in Engeland voert. Er stond: “Kranten als The Times, The Independent en The Huffington Post plaatsten de afgelopen dagen over het onderwerp koppen als ‘Voorstanders homohuwelijk  lijken op Derde Rijk’, ‘Homohuwelijk kan Groot-Brittannië veranderen in nazi-Duitsland’ en ‘Campagne homohuwelijk? Eerste stap naar Derde Rijk’”.
Die benaming ‘Derde Rijk’ slaat op de dictatuur van Adolf Hitler in Duitsland, in de vorige eeuw. Zulke krantenkoppen zetten de zaak uiteraard op scherp!
De conclusie is schier onontkoombaar: de satan probeert de kerk uit te putten. Het is niet moeilijk om de sfeer te tekenen waarin de duivel denkt: ‘Ga nou overstag, dan wordt alles zoveel makkelijker’, ‘Stem in met het homohuwelijk; dat ziet er sociaal uit’, ‘Ga maar akkoord met het homohuwelijk, daar wordt de wereld veel vriendelijker van’[8].

Dat laatste zal overigens niet het geval zijn.
Op vrijdag 7 januari meldde het Reformatorisch Dagblad: “Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft donderdag een zaak van een homoactivist tegen een christelijk bakkersechtpaar niet-ontvankelijk verklaard. Dat meldden Britse media. Homoactivist Gareth Lee probeerde in 2014 bij een Noord-Iers bakkerskoppel een taart te bestellen met daarop de tekst ”Steun het homohuwelijk”. Het stel weigerde, waarop Lee naar de rechter stapte. Aanvankelijk kreeg hij gelijk, maar het hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk draaide dat terug. Daarna werd de zaak doorverwezen naar het EHRM”. Dat Europese hof verklaarde de zaak nu onontvankelijk. ‘U moet’, zo werd aan de aanklager duidelijk gemaakt, ‘aankloppen bij binnenlandse rechtbanken’.
Hoe lang duurt het nog voordat een christelijke bakker verplicht kan worden een taart te bakken met de tekst: Homohuwelijken moeten worden aangemoedigd…?
Dat homohuwelijk zien we op heel veel plekken terug![9].   

En laten wij vooral niet denken dat het homohuwelijk ‘een laatste stap’ is. Dat is niet zo. In maart 2013 stond reeds in het Reformatorisch Dagblad te lezen: “Het is ‘onvermijdelijk’  dat over een aantal jaren de mogelijkheid gecreëerd zal worden dat drie of bijvoorbeeld vier personen met elkaar in het huwelijk treden. Dat zegt voormalig D66-Kamerlid Dittrich in een video-interview met het Franse onlinehomomagazine Yagg. Hij gaat ervan uit dat een groepshuwelijk er in de westerse landen zeker gaat komen, maar verwacht dat het vele jaren van maatschappelijk en politiek debat zal vergen voor het daadwerkelijk zover is”.
Er komt vast nog meer aan[10].

Tenslotte nog dit.
Het is beslist niet de bedoeling om mensen met een homoseksuele geaardheid af te schrijven. Allesbehalve dat!
Maar wij moeten, als het over homoseksualiteit gaat, Gods Woord wel laten spreken. Ook in 2022.

Noten:
[1] In dit artikel wordt gebruik gemaakt van en geciteerd uit: “Je kunt homo’s in de kerk niet langer laten wachten”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 6 januari 2022, p. 3.
[2] In deze alinea citeer ik Genesis 19:4-10.
[3] In deze alinea citeer ik Richteren 19:21-26.
[4] In deze alinea citeer ik Romeinen 1:24b-28.
[5] 1 Corinthiërs 6:9, 10.
[6] In deze alinea citeer 1 Timotheüs 1:9b-11.
[7] In deze alinea citeer ik Efeziërs 6:10-13.
[8] In deze alinea citeer ik uit: “Toon homodebat moet anders”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 11 oktober 2012, p. 2.
[9] In deze alinea citeer ik uit: “Aanklager ‘weigerbakker’ vangt bot bij Europees Hof”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 7 januari 2022, p. 13.
[10] In deze alinea citeer ik uit: “Dittrich: straks huwelijk voor drie”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 14 maart 2013, p. 5. 

17 juni 2021

Samenwerking in Haulerwijk

En zie, er zijn laatsten die de eersten zullen zijn en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn”, zegt Jezus in Lucas 131. In een Studiebijbel wordt daarbij genoteerd: “Het lijdt geen twijfel, dat Jezus met ‘eersten’ die dan ‘laatsten’ zouden zijn met name Zijn joodse hoorders op het oog had. Zij dachten als joden er op grond van bepaalde voorrechten zonder meer van te kunnen uitgaan, dat zij dan tot het Koninkrijk zouden worden toegelaten. Als ‘rechtvaardigen’ kwamen juist zij in aanmerking voor de eerste plaatsen. Maar als zij niet oppasten, zou het tegenovergestelde gebeuren. Dan zouden zij, die volgens hen alleen voor de laatste plaatsen in aanmerking kwamen, de eerste plaatsen krijgen. En bij deze mensen moeten we in dit verband denken aan mensen van niet-joodse ofwel heidense komaf. Dit algemene woord van Jezus heeft hier speciaal betrekking op de verhouding van joden en niet-joden. Wie van hen eens voorrang zal hebben, hangt af van het al of niet gehoor geven aan Zijn oproep tot bekering”2.

Kom tot uw Heiland, toef langer niet! – dat is ten diepste de boodschap hier.
Die oproep is ook vandaag volop actueel.
Wie hoort erbij? En wie niet? Die vragen moeten we ook vandaag beantwoorden.

Die beantwoording vindt plaats op een kerkelijk terrein in Nederland dat, op z’n zachtst gezegd, nogal onoverzichtelijk is.
Een voorbeeld daarvan vinden we in het Nederlands Dagblad van donderdag 10 juni 2021.
“De Protestantse Gemeente van Haulerwijk-Waskemeer en de Gereformeerde kerk vrijgemaakt van Haulerwijk benoemen samen één kerkelijk werker. Een unieke samenwerking, waarvoor corona een zetje heeft gegeven (…) De twee kerken groeiden de afgelopen tien jaar steeds verder naar elkaar toe. Het begon toen de Protestantse Gemeente in Haulerwijk in 2014 een nieuwe kerkelijk werker kreeg. De plaatselijke vrijgemaakten werden uitgenodigd voor de bevestigingsdienst en kerkenraadsvoorzitter Willem Schaaij ging erop in. ‘Ik was toen net voorzitter en ging eerst samen met een ouderling op gesprek met de predikant. Ze hadden een vrouwelijke dominee, dat kon bij ons toen nog niet. In dat gesprek voelde ik veel herkenning: we spraken er over kerk-zijn voor het dorp’. Tijdens de bevestigingsdienst hield Schaaij een toespraak, weet Peter Terpstra nog, preses van de Protestantse Gemeente van Haulerwijk-Waskemeer. ‘Hij deed een handreiking om de in het verleden gegroeide afstand los te laten en meer samenwerking te zoeken. Daarna hebben we steeds meer gefocust op wat ons bindt als kerken, Jezus Christus, in plaats van wat ons scheidt” (…) . Tijdens de lockdown in de coronacrisis groeide de samenwerking uit tot gezamenlijke diensten. De vrijgemaakten – een gemeente met zo’n 115 belijdende leden – hadden geen eigen dominee meer en konden die ook niet betalen. Bovendien had die kerk de middelen niet om online diensten te verzorgen. ‘We zijn daarom aangehaakt bij de online ochtenddiensten van de Protestantse Gemeente’, vertelt Schaaij. ‘Toen zij begin dit jaar een nieuwe jeugdwerker zochten, ontstond het idee om samen op te trekken. We hebben eerder al geprobeerd om met vijf kleine vrijgemaakte kerken samen een dominee te beroepen, maar dat is allemaal niks geworden. Het lukte niet de financiën rond te krijgen’”3.
GKv en PKN samen op weg? Een Gereformeerd mens als schrijver dezes vindt dat toch wel erg ver gaan. Zelfs in 2021.

Men kan zeggen: ‘In een dorp als Haulerwijk vindt men elkaar snel’. En: ‘In de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) kan veel. Een samenwerking met de Protestantse Kerk hoeft niemand te verbazen’. Trouwens – aan koffietafels is het al wel gezegd: ‘Nog even, en de GKv kan opgaan in de PKN’.
Het is allemaal wel te begrijpen: een ‘zoekende’ GKv en een ‘behoudende’ PKN-gemeente vinden elkaar. Het is echter van belang dat het kerkelijk werk niet oppervlakkig blijft. Voor je ’t weet worden diverse gevoeligheden gemeden. Voor men het zich realiseert blijven de gesprekken in goed bedoelde algemeenheden steken.
Laten wij thans, met een schuin oog op het bovenstaande, terugkeren naar Lucas 13.
Er staat: vele laatsten zullen de eersten zijn; en vele eersten de laatsten. En hoe gaat dat hoofdstuk verder? Lucas beschrijft hoe Jezus Zijn lijden tegemoet gaat4. Hij gaat betalen voor de zonden. Zijn verlossingswerk is reddend voor ieder die gelooft in de beloften van vergeving der zonden en een eeuwig leven.
Daar mogen dominees, kerkelijk werkers en gemeenteleden nooit omheen of overheen praten. Ook in Haulerwijk en Waskemeer niet.

Waar gaat het in de kerk om?
De kerk richt zich in alles naar Gods Woord. In alles dus. Ieder die roept dat bepaalde dingen in dat Woord niet waar kunnen zijn, heeft in de kerk binnen de kortste keren een groot probleem. En het enige Hoofd dat er in de kerk is, is Jezus Christus5. Over Hem en over Zijn beloften moet het in de kerk gaan. Men mag in de kerk en in pastorale gesprekken beslist niet blijven staan bij ‘Hoe gaat het met u? Goed. Dank u’.
Laat het niet zo zijn dat kerkelijk werk blijft steken in algemeenheden in een veredelde buurthuissfeer.

De Haulerwijkse samenwerking hoeft, op zichzelf genomen, niet te verbazen. Die bewijst eens te meer: de enige PKN-gemeente is de andere niet. Die bewijst ook: de ene vrijgemaakte kerk staat soms mijlenver van de andere vandaan.
Aan de zijlijn roept schrijver dezes echter verwonderd, bevreemd en vervreemd: ‘Zijn de kerkverbanden niet meer in beeld?? Hoezo niet?’.
Situaties als deze wakkeren het verlangen aan naar een ‘herverkaveling’ van het kerkelijk terrein in Nederland. Wie zijn de echte kinderen van God? Wie willen Gods Woord in alles honoreren?

Tenslotte – laten wij de Nederlandse Geloofsbelijdenis op dit punt nimmer vergeten. Uit artikel 29 citeren we: “Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem. Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij. Deze twee kerken zijn gemakkelijk te kennen en van elkaar te onderscheiden”.
Soms lijkt het erop dat bovenstaande belijdenis niet meer van toepassing is.
Gelet op Gods Woord moeten we echter zeggen dat die confessie volop actueel is. Ook anno Domini 2021.

Noten:
1 Lucas 13:30.
2 Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Lucas 13:30.
3 “Corona versnelt samenwerking tussen kerken”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 10 juni 2021, p. 6.
4 Lucas 13:31-35.
5 Zie Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.

25 mei 2021

Toezicht en tucht

Wij hebben Pinksteren gevierd.
De kerk van 2021 realiseerde zich eens te meer dat het werk van de Heilige Geest niet tegen te houden is. Er is geen macht in de wereld die de activiteit van Gods Geest stoppen kan.
Daarom zijn de woorden van Hebreeën 3 nog altijd actueel: “Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn”1. En: “Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God, maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde. Want wij hebben deel aan Christus gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden, terwijl er wordt gezegd: Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals in de verbittering”2.

Wij moeten er dus op toezien dat niemand een leven gaat leiden zonder Jezus Christus. Daar moeten wij werk van maken.
Hebreeën 3 komt nadrukkelijk in beeld als het over tucht gaat. In het formulier voor de tucht over afkerige volwassen doopleden wordt naar dit Schriftgedeelte verwezen als wordt gezegd: “De gemeente wordt aangespoord niet op te houden de zondaar in het gebed te gedenken en hem in liefde te vermanen, dat hij zijn zonde moet belijden en ermee moet breken. En laten wij ervoor zorgen, dat in niemand van ons een boos en ongelovig hart worden gevonden door af te vallen van de levende God”3.

Er is een goede reden om een artikel te schrijven dat rond de tucht cirkelt. Die reden zal hieronder spoedig duidelijk worden.
In het Nederlands Dagblad van vrijdag 14 mei staat onder meer het volgende te lezen: “Het woord ‘tucht’ komt niet meer voor in de concept-kerkorde voor de fusiekerk van vrijgemaakt- en Nederlands-gereformeerden. Kerkenraden voelen zich zo verlegen bij de tucht, dat de kerkorde niet meer zou aansluiten bij de praktijk.
In het herschreven hoofdstuk wordt datgene wat geen tucht meer heet in een breder kader geplaatst van onderling toezicht. Doel: de leden van de gemeente en de gemeente als geheel ‘bewaren bij Christus als Heer’. Bijvoorbeeld als iemand seksueel misbruik heeft gepleegd, is het van belang dat de gemeente de dader kan aanspreken en maatregelen tegen hem kan treffen. In het nieuwe concept staan dezelfde stappen die gezet kunnen worden als iemand zich misdraagt als in het voormalige hoofdstuk over tucht. Het begint met iemand aanspreken op gedrag, de kerkenraad kan worden ingeschakeld, iemand kan van het avondmaal worden afgehouden of zelfs uit de kerk worden gezet.
Alleen het woord ‘tucht’ is geschrapt.
Kerkrechtdeskundige dominee Kornelis Harmannij, een van de schrijvers van de nieuwe kerkorde, noemt het een verlegenheidsoplossing. ‘We hebben geen ander woord kunnen vinden. Daarom is het komen te vervallen.’ Volgens Harmannij voelen kerkenraden veel ongemak rond tucht. ‘Zij beginnen er liever niet aan, omdat je er alleen maar narigheid van zou krijgen. Met deze nieuwe formulering willen we kerkenraden helpen. Ze willen echt wel optreden tegen mensen die zich misdragen’. Zonder tucht kan een kerk niet functioneren, staat in het begeleidend synoderapport over het herschreven hoofdstuk. Harmannij benadrukt dat tucht niet minder belangrijk is in de nieuwe kerkorde. ‘Die indruk wekken we misschien door het woord te schrappen. Maar we vinden tucht zo belangrijk dat we het willen laten aansluiten bij de praktijk’”4.

Is tucht uit de tijd? De term in ieder geval wel, zo blijkt. Men krijgt er narigheid van. Kerkenraden beginnen er maar liever niet aan. Kerkenraden moeten daarom worden worden geholpen. Het woord ‘tucht’ moet maar uit de kerkelijke woordenboeken worden geschrapt. Misschien helpt dat.
Zou dat nou werkelijk zo zijn?
Schrijver dezes betwijfelt het ten zeerste.
Want de werkelijkheid is dat, vóórdat men aan tucht beginnen kan, massa’s tuchtwaardige kerkleden reeds uit het zicht verdwenen zijn. De bedoelde kerkleden zijn namelijk niet gek. Meestal hebben zij jaren in de kerk rondgelopen. Zij weten heel goed wat wel en niet kan. Zij duiken, om zo te zeggen, bijtijds onder. En als men hen al ergens tegenkomt, doet men er maar beter aan om niet over een onchristelijke levenswandel te beginnen. Dat werkt namelijk averechts. Voordat men ’t weet zijn de tuchtwaardigen al of niet in optocht uit de kerk vertrokken.
Laten we elkaar maar geen mietje noemen.
Het probleem zit ‘m niet in het verdwijnen van het woord tucht.
Het probleem zit ‘m in het gebrek aan toezicht.
Als een nieuw lid zich aansluit bij de kerk zeggen we vaak: ‘onder opzicht en tucht van de kerkenraad heeft zich gesteld: broeder X’. Dat woord ‘opzicht’ ziet er misschien wat zwaar uit. Maar een opzichter is simpelweg iemand die toezicht houdt. Dat doen ambtsdragers ook. Zij kijken of het in de gemeente goed gaat. Zij gaan regelmatig bezien of de gemeenteleden nog stevig staan in het geloof.
Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is een gebrek aan dergelijk toezicht de oorzaak van het ongemak dat men voelt bij het woord ‘tucht’.

Tucht is een nevenvorm van het Middelnederlandse woord ‘tocht’: fatsoen, beschaafdheid, zedelijkheid, wellevendheid5. Tucht zorgt er uiteindelijk voor dat wij wel leven. Tot in eeuwigheid!

Hebreeën 3 wijst heel nadrukkelijk op Jezus Christus. De Hebreeënschrijver noemt Hem de Hogepriester van het geloof. Maar Hij is meer. Hij is ook Bouwmeester. Hij bouwt een huis: de kerk. Dat huis zijn wij. Maar dan moeten wij wel ons geloof vasthouden. Wij moeten wel op de Here blijven vertrouwen. Daarom geeft de Heilige Geest de kerk een waarschuwing: wees niet koppig en ongehoorzaam. Net als eertijds de Israëlieten.
Laten wij ons koesteren in de warmte van Christus’ liefde!

Noten:
1 Hebreeën 3:7.
2 Hebreeën 3:12-15.
3 “Formulier voor de tucht over afkerige volwassen doopleden” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 539 en 540. Citaat van p. 540.
4 “Ongemak leidt tot verdwijnen van ‘tucht’ uit nieuwe kerkorde Gkv-NGK”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 14 mei 2021, p. 6 en 7.
5 Zie hierover http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/tucht ; geraadpleegd op dinsdag 18 mei 2021.

5 november 2020

Oppassende mensen

De toekomst ligt open. Zelfs als de wereldproblemen buitengewoon moeilijk oplosbaar lijken te wezen. Wie in het geloof volhardt, mag weten: er komt een nieuwe toekomst aan. Wie bidt en dankt kan genieten van Gods leiding, steun en verzorging. Ja, ook in donkere tijden.

Dat verheugende geloofsfeit moet de kerk vasthouden. Ook anno Domini 2020. Dat laat onverlet dat de kerk in de verdrukking komt, dat is zeker. Jezus Christus zegt het in Marcus 13 al: “Want die dagen zullen dagen van zo’n verdrukking zijn als er niet geweest is vanaf het begin van de schepping, die God geschapen heeft, tot nu toe, en er ook nooit meer zijn zal. En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort”[1].

De Heiland spreekt zijn leerlingen in Marcus 13 ernstig toe.
De tempel in Jeruzalem zal verwoest worden. Er zullen heel wat mensen zijn die gaan verkondigen dat zijzelf de redder van de wereld zijn. En het is zeker dat die verkondigers heel wat volgelingen zullen gaan krijgen.
De echte Evangelieverkondigers krijgen het zwaar te verduren: gevangenschap, mishandeling, rechtszaken – het zal er allemaal zijn. Vluchten is dan het enige dat er op zit: wegwezen!

In Nederland is de situatie, gelet op het bovenstaande, nog redelijk goed.
Echter – intussen is, in relatieve stilte, in de lage landen aan de zee Woordverlating aan de orde van de dag. Daarom is attentie geboden. Met regelmaat moeten we een actueel antwoord geven op de vraag: waar wordt het Woord van God voluit gehonoreerd?
Laten wij er maar niet omheen lezen – in Marcus 13 is het belangrijkste trefwoord: misleiding. Er wordt een advies gegeven dat van belang is voor de kerk van alle tijden: laat u niet misleiden!
In het levenspatroon van deze wereld zit de misleiding ingebakken. Altijd weer moeten wij Gods Woord laten spreken. Wat zegt Hij? Hoe moet Zijn Woord worden toe gepast in de actuele situatie van vandaag?
Wie op het terrein van de kerken in Nederland rondkijkt, kan zonder moeite een voorbeeld vinden.
Een tweetal citaten uit het Nederlands Dagblad van maandag 2 november 2020:
1.
“Vrijgemaakt- en Nederlands-gereformeerden, op weg naar hereniging, breiden hun oecumenische contacten flink uit. Maar de relatie met Christelijk Gereformeerden en Hersteld Hervormden is moeizamer dan ooit.
De bespreking van het dossier eenheid zaterdag op een gezamenlijke vergadering van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) liet twee lijnen zien: oecumenische lente in contacten met de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de Voortgezette Gereformeerde Kerken (vGKN), oecumenische vrieskou in de relatie met de Christelijk Gereformeerden en Hersteld Hervormden”.
2.
“Het GKv-deel van de combivergadering reageerde positief op het voorstel een oecumenisch akkoord te sluiten met de vGKN, zoals al bestaat met de NGK. Daarnaast worden de vGKN-kerken hartelijk uitgenodigd ‘om op eigen wijze en in eigen tempo aan te sluiten bij het proces van samengaan van de NGK en GKv’.
De contacten met de Protestantse Kerk verdiepen zich. De NGK/GKv-vergadering zei ja tegen voortzetting van deelname aan het zogeheten vijfkerkenoverleg. Daarnaast wordt het gesprek over eenheid met de grootste protestantse kerk in ons land voortgezet. Agendapunten: verschillen in kerkvisie, kanselruil en vormen van (gast)lidmaatschap. Voor sommige vrijgemaakten gaan deze contacten te ver, signaleerde deputatenvoorzitter eenheid ds. Tiemen Dijkema (GKv). De PKN is immers pluriform, inclusief vrijzinnigheid. ‘Maar we ontmoeten daar broeders en zusters van gelijke zielsbeweging. Daar kun je geen afstand meer van houden met oude beelden”[2].
Er worden, om zo te zeggen, in verschillende hoeken van het kerkterrein totaal verschillende, ja soms zelfs tegengestelde conclusies getrokken uit datgene wat God in Zijn Woord zegt. Daar gaat, wat schrijver dezes betreft, iets heel erg fout. Er gaat iets principieel verkeerd. Hoe men het ook wenden of keren wil: er worden gelovige mensen misleid. De grondvraag is: wie honoreert Gods Woord, en wie niet?

Misschien zijn er mensen die zeggen: alle aanwezigen op het kerkplein staat onder druk. Onder druk van de cultuur die er heerst. Onder druk van de publieke opinie die op velerlei wijzen wordt geventileerd.
Maar juist in deze omstandigheden moeten we tot ons tot ons door laten dringen wat onze Here Jezus Christus zegt. Hij spreekt over verdrukking. Oftewel: de door God vergaderde mensen worden in de wereld aan de kant gedrukt.
En het wordt nog veel erger. Want de Here zegt in Marcus 13 ook : “…laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. En wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan in het huis om iets uit zijn huis te halen, en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet, om zijn bovenkleed te halen. Maar wee de zwangere en de zogende vrouwen in die dagen! En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter”[3]. Druk en verdrukking zijn onlosmakelijk verbonden met het christelijk geloof!
Wie makkelijk aansluit bij de cultuur bij de cultuur moet dus na gaan denken over zijn houding. Wie met gemak schakelt tussen kerk en wereld moet zich nog maar eens achter de oren krabben. Ja, dat geldt ook, en misschien wel bij uitstek, op het kerkplein.

De dagen worden korter. Niet alleen omdat het herfst is. Maar ook omdat de door God uitgekozen mensen, de uitverkorenen, gered zullen worden. De druk is uiteindelijk zo groot dat de dagen eensklaps wat korter worden. Anders wordt het voor Gods kinderen onmogelijk om te overleven.
Het is allemaal van te voren al door de Heiland bekendgemaakt. Alle mensen op het kerkplein moeten dus opletten. Zij moeten zich niet door sociale media in slaap laten sussen. De Heiland zegt het ons: “Maar past u op; zie, Ik heb u alles van tevoren gezegd”[4].
Laten wij vooral oppassende mensen blijven!

Noten:
[1] Marcus 13:19 en 20.
[2] “Eenheid met CGK verder weg dan ooit”. In: Nederlands Dagblad, maandag 2 november 2020, p. 7.
[3] Marcus 13:14 b-18.
[4] Mattheüs 13:13.

12 oktober 2020

Jeremia geeft biddend lessen aan de kerk

Bidden – dat doen wij thuis. Wij gaan daarvoor bij voorkeur niet de straat op. Want bidden tot God is buitengewoon bijzonder. Dat doen we met alle aandacht.
De inhoud van zo’n gebed wordt niet opgenomen in de dagbladen. De sociale media besteden geen aandacht aan een persoonlijk gebed. Ook de gebeden in kerkdiensten zien we in de media niet terug.

In Gods Woord zijn echter gebeden in extenso opgenomen.
Zo horen wij in Jeremia 32 een woordvoerder van God bidden. Zijn profeet zegt onder meer: “Ach, Heere! Zie, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm. Niets is voor U te wonderlijk. U, Die goedertierenheid bewijst aan duizenden, Die de ongerechtigheid van de vaderen vergeldt in de schoot van hun kinderen na hen, U, grote, machtige God – HEERE van de legermachten is Zijn Naam – groot van raad en machtig van daad (want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om eenieder te geven overeenkomstig zijn wegen en overeenkomstig de vrucht van zijn daden), U, Die tekenen en wonderen verricht hebt in het land Egypte tot op deze dag, in Israël en onder de andere mensen, en U hebt Uzelf een Naam gemaakt, zoals het heden ten dage is”[1].

Gods grote kracht blijkt in de schepping, stelt Jeremia vast. Zijn gebed is ook een belijdenis: “Zie, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm”.
Het zou heel goed kunnen dat sommige lezers nu hun wenkbrauwen fronsen. Want het is nu 2020. En om in deze tijd dat nog zo hard te stellen, dat gaat voor sommigen wat ver. Dat beeld moet genuanceerd worden, zeggen ze. U moet daar wat anders naar kijken, zeggen ze. Laatst stond in het Nederlands Dagblad: “Psychologische factoren spelen een belangrijke rol in discussies over schepping en evolutie tussen christenen. Feitelijke informatie heeft daar weinig invloed op, maar door je oprecht in te willen leven in de ander zouden partijen met verschillende opvattingen meer begrip voor elkaar kunnen krijgen”. Die conclusie trok VU-studente Jody van der Velde-van Garderen[2].
Nu is empathie een goede eigenschap. Het is alleszins de moeite waard om te proberen tot elkaar te komen.
Maar Jeremia psychologiseert niet. Integendeel. Hij toont geloof. Hij gelooft in de glorieuze almacht van Zijn Opdrachtgever. Het was de Here God die iets schiep toen er nog helemaal niets was. Dat benadrukt Jeremia in zijn gebed. Daar komt geen psychologie bij te pas. Archeologie is niet aan de orde. Jeremia staat, om zo te zeggen, naast de dichter van Psalm 33:
“Hij spreekt, zie, het staat.
Hij gebiedt en ’t is er.
Niets is er gewisser
dan des HEREN raad”[3]!

Jeremia looft de hemelse Heer om Zijn voortdurende betrokkenheid en zorg. Het is echt niet zo dat des mensen welzijn gegarandeerd is als zij solidair met elkaar zijn. Het is niet zo dat mensen alleen maar gelukkig zijn als zij elkaar een beetje voorthelpen in de wereld. Nee, de wereld is niet slechts horizontaal.
Niet voor niets refereert Jeremia aan dat moment waar de God van hemel en aarde eertijds bij de Sinaï een verbond sloot met Zijn volk. Maar laten wij ons niet vergissen: de hemelse God is ook de Generaal van een machtig leger. Hij heeft vele, vele strijdkrachten tot Zijn beschikking. Hij verzorgt Zijn schepping. Hij brengt het door Hem uitgekozen volk naar Zijn toekomst. Hij volgt hen met de ogen. Hij ziet al hun bewegingen. En steeds weer roept Hij Zijn uitverkorenen bij Zich!

Het werk van de God van het verbond – dat moeten wij in de kerkgeschiedenis zien. Tegenwoordig zegt men vaak: als het gaat over kerk-zijn moeten we durven vernieuwen. Onlangs zei Roel Kuiper, lid van het kernteam van het vernieuwingsproject Kerk2030 van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken: “Maar wij zijn er nú. Met onze uitdagingen op dit moment. De kerkgeschiedenis leert dat er altijd stolling kan plaatsvinden. Vaste patronen, waarbij we denken: dit is het wel zo’n beetje. Maar nee, die moeten we elke keer weer lostrekken en teruggaan naar de kern”[4].   
Stolling? Dat suggereert dat kerkmensen zomaar stijve, houterige types kunnen worden. Ach, wij moeten ons maar niet laten misleiden. Met dat stollen valt het wel mee. De kwestie is dat het kerkvolk voortdurend de neiging heeft om bij haar Heer weg te lopen. De God van het verbond heeft er, om zo te zeggen, dagelijks werk van om Zijn volk bij Zich te houden.
Dat is een drukte van belang!

Onze God is de Schepper.
Maar Hij is ook de Herschepper.
De Dordtse Leerregels zeggen het zo: “De goddelijke genade van de wedergeboorte werkt dan ook niet in de mensen alsof zij stokken en blokken waren en zij vernietigt de wil met zijn eigenschappen niet en dwingt de mens niet tegen wil en dank. Maar zij maakt de wil levend, geneest, herstelt hem en buigt hem liefdevol en tegelijk krachtig. Waar eerst de hardnekkige tegenstand van het vlees de mens helemaal beheerste, begint nu door de Geest een gewillige en oprechte gehoorzaamheid de overhand te krijgen. Daarin bestaat de geestelijke vernieuwing en de ware vrijheid van onze wil”[5].
Laten wij maar aanhoudend bidden om die gewillige en oprechte gehoorzaamheid. In dat gebed mogen we weten dat er een nieuwe toekomst gloort.
Een toekomst die in Psalm 104 aldus beschreven wordt:
“Ik zal de HEER lofzingen levenslang,
zolang ik ben wijd ik Hem mijn gezang.
Behage Hem het lied dat ik Hem wijdde,
dan zal ik steeds mij in de HEER verblijden.
De aarde wordt van alle zondaars rein,
de goddelozen zullen niet meer zijn.
Loof, halleluja, loof, mijn ziel, den HERE,
alles in allen zal Hij triomferen”[6].

Noten:
[1] Jeremia 32:17-20.
[2] In ‘Week36’, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 5 september 2020, p. 13.
[3] Dit zijn regels uit Psalm 33:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] “Kerk2030 wil blijven vernieuwen”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 12 september 2020, p. 7.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 16.
[6] Psalm 104:10.

8 september 2020

Tijd voor bekering

“We moeten ruimhartigheid leren toepassen. De bezwaarden zijn niet alleen gelijkwaardig, beide meningen zijn gebaseerd op een Schriftlezing die correct is. We hebben contact met de gemeenten die revisie aanvroegen en verbeteringen voorstelden. En als gemeenten de vrouw in het ambt niet invoeren, dan kan dat ook”. Aldus dominee D.W.L. Krol, tweede voorzitter van de generale synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij zei dat naar aanleiding van de handhaving van de besluiten van een voorgaande synode om de ambten in de GKv voor de vrouwen open te stellen[1].

Het is niet de bedoeling om in dit artikel het genomen besluit en de geschiedenis daarachter uitgebreid te analyseren.
Er is één zaak waarvoor schrijver dezes graag een moment aandacht vraagt.

Het valt namelijk op dat op dit belangrijke punt twee tegengestelde Schriftlezingen zijn, die beide legitiem worden geacht. Het kán allemaal. Er is ruimte voor. Dat is, op z’n zachtst gezegd, bijzonder te noemen.
Kan men over de uitleg van Bijbelteksten niet verschillend denken? Zeker wel. Echter: het opmerkelijke is dat de uitkomsten van die twee manieren van Bijbellezen zo fel met elkaar contrasteren. Het doet bijna pijn aan de ogen.

Is het vreemd dat de gedachten naar de tijd van de Richteren gaan? Men zou toch denken van niet.
In Richteren 17 lezen wij: “In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[2]. Precies diezelfde woorden staan nog eens in Richteren 21: “In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”.
De Israëlieten vormen hun eigen mening over de dingen. Zij doen wat zij zelf goed vinden.
Met andere woorden – de handelwijze van twee buurlieden kan overeenkomen, maar dat hoeft niet; als er verschil is in aanpak, is dat klaarblijkelijk niet alarmerend.

Wat is de aanleiding van die woorden?
Richteren 17 meldt: “En de man Micha had een godshuis. Ook maakte hij een efod en afgodsbeeldjes, en wijdde een van zijn zonen om voor hem tot priester te zijn”[3].
Wat is de situatie in Richteren 19-21? Ergens staat dat zo samengevat: “Een Leviet haalt zijn ontrouwe bijvrouw terug. Op de terugreis overnachten ze in Gibea [in het stamgebied van Benjamin, BdR]. Daar wordt de bijvrouw vreselijk misbruikt, waarna ze sterft. De Leviet stuurt stukken van het lichaam naar alle stammen van Israël. Overal wordt met verontwaardiging gereageerd”. En: “De stammen van Israël, behalve Benjamin, komen bijeen in Mizpa. Omdat de Benjaminieten weigeren de schuldige mannen uit te leveren, ontbrandt er een burgeroorlog. Na twee nederlagen voor Israël worden de Benjaminieten verslagen. Bijna de hele stam wordt uitgeroeid”. En: “De stammen van Israël rouwen over het feit dat de stam van Benjamin dreigt uit te sterven. Op een volksvergadering wordt besloten Jabes te straffen en de maagden uit die stad aan de Benjaminieten te geven. Ook mogen de Benjaminieten maagden roven tijdens een feest in Silo”[4].
Kortom: het volk regeert zichzelf. Het is, om zo te zeggen, een verzameling van zelfsturende teams geworden.

Nu kan men protesteren en vragen: u kunt de besluiten van de GKv-synode toch niet verbinden met de wandaden in de Richterentijd? En inderdaad – synodebesluiten zijn van een gans andere orde als misbruik en doodslag.
Maar laten we wel wezen – er is één principe dat in beide situaties hetzelfde is: er is een volk van de Here dat, door de geschiedenis heen, zijn eigen cultuur en zeden ontwikkeld heeft; bij het nemen van beslissingen is het Woord van God niet vergeten, maar het eigen redeneervermogen van dat volk is toch ietwat belangrijker.
Zeg het maar zo: de omstandigheden veranderen en de uitleg van de Goddelijke instructies verandert mee. Het is het principe van Genesis 3: “De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was en hij at ervan”[5].

“We moeten ruimhartigheid leren toepassen”, zegt dominee Krol.
Schrijver dezes noteert daar tegenover: wij moeten steeds weer naar God luisteren.
En: als exegeses van Bijbelteksten in de praktijk tot totaal tegengestelde keuzes en handelwijzen leiden, is het tijd voor bekering. In de gewelven der kerk moet dan nog maar één vraag galmen: Here, wat wilt U dat wij doen zullen?

Noten:
[1] Geciteerd uit “GKv houdt ambt open voor vrouw”. In: Nederlands Dagblad, maandag 7 september 2020, p. 7.
[2] Richteren 17:6.
[3] Richteren 17:5.
[4] Geciteerd van https://www.bmuonline.nl/bijbel/SV/Richteren-19 , https://www.bmuonline.nl/bijbel/SV/Richteren-20 en https://www.bmuonline.nl/bijbel/SV/Richteren-21 .
[5] Genesis 3:1-6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.