gereformeerd leven in nederland

17 oktober 2019

Wat is Gereformeerd?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De vraag die boven dit artikel staat wordt regelmatig beantwoord[1]. Want Gereformeerden zijn over het algemeen bezonnen mensen. Zij vragen zich met regelmaat af: waar zijn wij mee doende, en wat is ons doel?

Wat is Gereformeerd?
Vandaag vindt u op deze plaats enkele antwoorden op die vraag.
Voor de gelegenheid spelen we leentjebuur bij professor C. Trimp (1926-2012). Trimp is van 1970 tot 1993 hoogleraar homiletiek aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit. Maar al in 1964 schrijft hij zeer behartenswaardige dingen over het Gereformeerd-zijn.

Gereformeerd – dat wil zeggen dat de Bijbel open gaat.
Misschien zijn wij geneigd om te wijzen op onze levensstijl. En op de Tien Geboden. En op de Heidelbergse Catechismus. En op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar eerst en vooral gaat de Bijbel open. Niet omdat dat een boek met interessante levenslessen is. Of omdat de Bijbel literair gezien op een hoog niveau staat. Maar omdat de Here, de God van het verbond ons in dat Boek aanspreekt. Hij heeft een blijde Boodschap. Ook in 2019. Voor de wereld. En voor ons.

Gereformeerd – dat is alles wat Schriftuurlijk is.
Trimp schrijft daarover: “Terug naar het Woord van de enige Meester. Daarom is gereformeerd spreken en leven ident met schriftuurlijk spreken en leven. Wel is de confessie een afscherming van de kerk tegen velerlei boze aanslagen op Woord en kerk en in dit opzicht valt zij te vergelijken met een muur; wel is de confessie een bescherming tegen alle wind van leer – maar dan een bescherming, die uitzicht blijft bieden op de enige Meester”[2].
De kerk heeft belijdenisgeschriften. Die geschriften, die confessies fungeren als vangrails langs de weg. Als die vangrails ontbreken raakt men zomaar roemloos van de weg af. Uit zichzelf gaan mensen zelden alleen maar rechtuit. Er kunnen allerlei redenen zijn om te besluiten tot enig bochtenwerk. Mensen en situaties veranderen met grote regelmaat, en heus niet alleen ten goede. Men kan gelovig en blijmoedig een bocht nemen en pas veel later tot de ontdekking komen dat de afstand tot de levende God aanzienlijk groter geworden is. Laten we die vangrails dus maar recht overeind houden!

Gereformeerd – dat wil zeggen dat de kerk naar het Woord vraagt.
Trimp schrijft: “Het bewaren van de reformatie, het gereformeerd-blijven, zal (…) niet gelegen zijn in het bewaren van de concrete leer-inhouden, maar in het bewaren van de blik-richting, van de luisteraars-houding. De belijdenis geeft een geconcretiseerde handleiding voor mijn luisteren naar en vragen naar het Woord van God”[3].
Mozes zegt in Deuteronomium 4 tegen Gods volk: “Nu dan, Israël, luister naar de verordeningen en de bepalingen die ik u leer te doen; opdat u leeft en u het land dat de HEERE, de God van uw vaderen, u geeft, binnengaat en in bezit neemt. U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt”[4].
In Marcus 12 zegt Jezus: “Het eerste van alle geboden is: Luister, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één”[5].
Luisteren, dat is aandachtig horen. Meer precies: aandacht schenken aan, gehoorzamen[6]. Het is dus niet: luisteren, en vervolgens de cultuur om ons heen peilen om ons daar enigszins bij aan te passen.

Gereformeerd – dat wil zeggen dat reformatie steeds door gaat.
Trimp noteert: “Doorgaande reformatie vindt haar inspiratie niet in de drift van de tijd, de stemming van haar eeuw, de windrichting van de modefilosofie, maar in het Woord van de Heere der kerk, de Werker der reformaties.
Zij wil wel uitbouwen, maar zij wil slechts het bestaande gebouw uitbouwen, onder bewaring van de stijl. Zonder beeldspraak gezegd: zij wil verder uit kracht van het in de confessie beleden Woord van Christus”[7].
Gereformeerden gooien geen gebouw tegen de vlakte, om op die plek iets heel nieuws neer te zetten dat meer voldoet aan de eisen van de tijd. Integendeel! Zij bouwen verder aan het gebouw dat er al is.
Zij handhaven, kortom, de stijl van Psalm 105:
“Loof de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken.
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.
Beroem u in Zijn ​heilige​ Naam,
laat het ​hart​ van wie de HEERE zoeken, zich verblijden.
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.
Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft”[8].

Gereformeerd – dat is niets nieuws.
Johannes Calvijn schrijft in zijn Institutie: “In de eerste plaats, dat ze het een nieuwe leer noemen, daarin zijn ze geweldig onrechtvaardig tegenover God, wiens Heilig Woord niet verdiende van nieuwigheid beschuldigd te worden. Ik twijfel er allerminst aan, dat ze voor hen nieuw is, voor wie ook Christus nieuw is en het evangelie nieuw is; maar zij, die weten, dat de prediking van Paulus, dat Jezus Christus gestorven is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (…) oud is, zullen bij ons niets nieuws aantreffen. Dat deze leer lange tijd onbekend en begraven geweest is, is de schuld der menselijke goddeloosheid; daar ze nu door Gods goedertierenheid ons weergegeven wordt, moest ze tenminste in eer hersteld worden en haar ouderdom terugkrijgen… Want wij smeden niet een of ander nieuw evangelie, maar wij behouden juist dat evangelie”[9].

Tenslotte nog dit.
De Gereformeerde dominee J.C. Aalders (1881-1966) – in 1936 werd hij overigens Nederlands Hervormd – formuleerde in zijn in 1916 verschenen brochure ‘Veruitwendigen onze Kerken?’ enkele oorzaken van alle inzinking, verflauwing en veruitwendiging. Eén oorzaak is: “het feit, dat de periode van strijd en druk ten einde is – gereformeerd zijn brengt geen smaad meer met zich mee”[10].
Die formulering is onderhand 103 jaar oud. Maar als het met zich Gereformeerd noemende mensen zóver komt, is ook vandaag waakzaamheid geboden!

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik vooral: Dr. C. Trimp, “Wat is Gereformeerd?”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, [1964]. – 53 p.
[2] Trimp, p. 31.
[3] Trimp, p. 36.
[4] Deuteronomium 4:1 en 2.
[5] Marcus 12:29.
[6] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/luisteren1 ; geraadpleegd op donderdag 10 oktober 2019.
[7] Trimp, p. 48.
[8] Psalm 105:1-5 a.
[9] Institutie, ed. Sizoo, 1931, deel I, XVIII. Geciteerd via Trimp, p. 31 en 32.
[10] Geciteerd via: André van Leeuwen, “Oude koeien uit de sloot?”. In: Nader Bekeken – jaargang 22, nr 7/8, juli/augustus 2015, p. 212 en 213. Citaat van p. 213.

8 februari 2019

Gereformeerd: beginnen bij God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het woord ‘Gereformeerd’ wordt door vele christenen gebruikt.
Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.

Gereformeerd-zijn, dat betekent: God op Zijn Woord geloven.

Iemand schrijft: “Gereformeerd zijn betekent: de oorspronkelijke aanwijzingen van Jezus Christus navolgen, als mensen van nu”[1].
Daar zit wel wat in.
Alleen maar – wie dat zo zegt legt relatief veel nadruk op het inzicht van mensen.
En dat terwijl men moet beginnen bij God. En bij Zijn eer.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis doet dat zo: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[2].

De inzet van de Heidelbergse Catechismus is: “Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[3].

Gereformeerd zijn, dat is: vol vertrouwen de blik op God richten, Zijn eigenschappen bewonderen en dan, van daaruit keuzes maken in het leven.
Dat laatste levert in de praktijk nog wel eens problemen op. Immers – ongewild gaan mensen uit van hun eigen praktijk, hun eigen verwachtingen, hun eigen wens.

In dit verband denk ik onder meer aan een portret van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant R.J. Stolper – Ruard voor intimi. Dat stond onlangs in een bijlage van het Nederlands Dagblad.
Ik citeer: “Uiteindelijk heb ik na mijn studie gekozen voor geloof op heel rationele gronden. Ik ervaar God nu als heel erg goed en tegelijkertijd onnavolgbaar, grillig misschien. Ik kan niet zonder God, maar begrijp hem niet. De weg van Jezus vind ik de meest tegendraadse die er is. Ik vind het maar niets om te dienen of het minder te hebben dan anderen en ontdekte dat ik meer aan huis, geld en goed gehecht ben dan me lief is. Mijn diepste verlangen is dat ik over tien jaar nog steeds geloof, dat ik niet cynisch ben geworden”[4].
De uitlatingen van Stolper zijn best begrijpelijk.
Maar ze zijn niet goed.
Gereformeerden richten vol vertrouwen de blik op God.
U weet wel: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt…”[5].
Geloof geeft zekerheid.
Geloof geeft vertrouwen in God.
En dan mag je weten: God trekt mij steeds naar zich toe.
Dan mag je weten: God zal mij bij Zijn les houden.
Dan mag je weten: God zal ervoor zorgen dat ik niet cynisch word.

Bij dit alles denk ik ook aan die oude man wiens leven in een andere ND-bijlage geportretteerd wordt. Piet Holtman heet hij. Hij komt uit Arnhem en is 90 jaar.
Wederom een citaat: “Ik groeide op in een streng gereformeerd gezin; het was een kleine wereld. Ik werkte hard. Zo heb ik na de oorlog een hele winter geholpen met sloten graven. Ik had geen fatsoenlijke regenkleding en moest ’s morgens al in het pikkedonker aan de slag. Op zondag gingen we twee keer naar de kerk en ik zat op de jongelingsvereniging. Een keer per jaar hadden we een gezamenlijke jaarvergadering met de meisjes. Na afloop van zo’n vergadering heb ik Janny, mijn toekomstige vrouw, voor het eerst thuisgebracht. Wat me een tik heeft gegeven was de scheuring in de kerk in september 1944. We hadden een grote kerkgemeenschap en toen moest er zonodig gescheurd worden”[6].
De pijn en de frustratie van Holtman zijn voelbaar.
Het verdriet blijkt nog springlevend.
Maar de onderliggende vraag moet zijn: zou de God van hemel en aarde meer eer ontvangen hebben als de scheuring niet plaatsgevonden had? Het lijkt er toch werkelijk op dat het Gereformeerde leven z’n gangetje ging, en dat Holtman dat graag zo had willen houden. Wellicht onbewust maakt Holtman vooral een keuze voor zichzelf…

Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.
Echter – mensen schieten tekort. Zij zijn zondig. Op de keper beschouwd zijn zij geheel afhankelijk van Gods genade. Juist daarom is het van belang om, ook in 2019, te blijven beseffen wat Gereformeerd-zijn betekent!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.gkvzaltbommel.nl/index.php/wat-geloven-wij/wat-is-gereformeerd ; geraadpleegd op maandag 4 februari 2019.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, vraag en antwoord 1.
[4] “Mijn diepste verlangen: dat ik niet cynisch word”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 19 januari 2019, p. 24.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[6] ‘Als soldaat in Indië schreef ik elke dag een brief aan Janny’ – ouderenportret van Piet Holtman. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 26 januari 2019, p. 24.

9 juli 2018

Een nieuw inzicht

Zaterdag 23 juni 2018: in het Nederlands Dagblad lees ik een vraaggesprek met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P. Niemeijer.

In het Nederlands Dagblad staat:
“Als een zwaargewicht in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt van mening verandert op het gevoeligste thema in die kerk op dit moment, mag dat gerust opvallend heten. Dominee Pieter Niemeijer vindt niet langer dat de Bijbel vrouwen verbiedt te spreken en leiding te geven. ‘In deze tijd zou Paulus misschien een smiley gebruikt hebben.’
Hij moet er niet aan denken dat de komst van vrouwelijke ouderlingen en dominees een scheuring veroorzaakt in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Daarom schreef dominee en oud-synodevoorzitter Pieter Niemeijer (62) een boekje over zijn eigen worsteling met het thema. ‘Ik ben opgevoed met de leer dat het ambt alleen voor mannen is, en heb de Bijbel zelf ook lang zo uitgelegd.’ Na jaren studeren kwam hij tot nieuwe inzichten. ‘De klassieke uitleg is niet zo absoluut als ik dacht.’”.
En even verder:
“Ik wil op de oude, gereformeerde manier gewoon lezen wat er staat. Ik heb altijd gedacht dat Paulus sprak over ‘de man’ en ‘de vrouw’. We hebben er een gendervraagstuk van gemaakt. We concludeerden dat ‘de vrouw’ niets mag leren, geen gezag mag uitoefenen over welke man dan ook. Maar nu ben ik tot het inzicht gekomen dat Paulus bedoelt dat een vrouw haar eigen man niet de les moet lezen en afkatten. Hij vindt het belangrijk dat man en vrouw als eenheid optreden’”[1].

Dominee Niemeijer maakt dus een ommezwaai in zijn denken. Dat mag. We leven in een vrij land. Van mening veranderen is niet verboden in dit deel van de wereld.

Toch kijk ik er raar tegenaan.

Dominee Niemeijer zegt zelf: “Ik ben opgevoed met de leer dat het ambt alleen voor mannen is, en heb de Bijbel zelf ook lang zo uitgelegd”.
Nu is hij tot nieuwe inzichten gekomen.

Maar betekent dat dan dat zijn voorvaderen allen de Bijbel op bepaalde punten verkeerd hebben uitgelegd?
Houdt dat, bijvoorbeeld, ook in dat mijn voorgeslacht de Bijbel altijd fout heeft gelezen?
Gechargeerd gezegd: waren die mensen van vroeger allemaal een beetje dom?
Dit alles tot mij nemende, vormt zich in mijn brein een bataljon vraagtekens.

Want er is nog meer.
Want in het Nederlands Dagblad lees ik een dag eerder: “Na jaren van vermanen en oproepen tot bekering hebben Australische zusterkerken donderdag de band met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt verbroken.
Dat historische besluit werd genomen op de synode van de Free Reformed Churches in Australia (FRCA) in Bunbury, een plaats in West-Australië ten zuiden van de havenstad Perth. Historisch, omdat de kerken van oudsher nauw verwant zijn. De kerken in Australië werden vanaf de jaren vijftig gesticht door vrijgemaakte emigranten.
Tegelijkertijd komt de breuk niet uit de lucht vallen. Drie jaar eerder schortte de toenmalige synode van de Australische kerken de relatie al op. Het gevolg was dat vrijgemaakte dominees niet meer in de Australische kerken konden preken en dat (emigrerende) kerkleden uit Nederland niet zomaar werden toegelaten als lid of aan het avondmaal. Dat is nu definitief het geval.
De druppel die de emmer voor de Australiërs doet overlopen is het vrijgemaakte besluit uit 2017 vrouwen toe te staan dominee, ouderling of diaken te worden”.
Het betreffende bericht eindigt als volgt.
“Voor de vrijgemaakten staat de relatie met meer kerken ter discussie. Zo leven dezelfde zorgen als in Australië ook in emigrantenkerken in Zuid-Afrika en Canada. Vorig jaar werden de vrijgemaakten al uit de internationale, gereformeerde koepelorganisatie ICRC gezet, die ze in 1982 zelf mede hadden opgericht.
Eerder deze maand besloten de United Reformed Churches in North America de zusterkerkrelatie te verbreken. Ook zij noemden het vrouwenbesluit als de reden”[2].

Dominee Niemeijer komt dus niet alleen tegenover zijn voorvaderen te staan.
Ook Gereformeerden van nu, overal ter wereld, varen een heel andere koers.

Als ik dat alles tot mij door laat dringen, vraag ik mij met name af:
* hoe verhouden de nieuwe inzichten van dominee Niemeijer zich tot de meningen van eerdere generaties op dit punt?
* hoe verhouden die inzichten zich tot die van andere Gereformeerden elders in de wereld anno 2018?

Nieuw inzicht?
Ja, dat mag.
Maar ik zou, ware dat mogelijk, wel eens willen horen hoe dominee Niemeijer dat nieuwe inzicht aan zijn voorgeslacht voorlegt.

Dominee Niemeijer zegt: “Eerst voelde ik angst: wat hangt me boven het hoofd? Voor mij is het wel belangrijk dat dit geen zaak van het geloof is, maar van kerkinrichting. Als het aankomt op de kern van het evangelie moet je hard knokken voor de zaak. Maar dit is geen kwestie van het heil. Hierover kun je binnen één kerk van mening verschillen”.

Dat lijkt me een versimpeling van de werkelijkheid.
Want dit is niet het enige punt waarop vooraanstaande mensen in het verband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) een enorme zwaai hebben gemaakt.
Er is een heel complex van veranderingen. En ten aanzien van dat complex van veranderingen zijn velen van mening dat dat geheel uiteindelijk bij de Heiland wegleidt. Daarom is er een uittocht gaande uit de GKv.
En hoor eens: als iemand dat weet dan is het dominee Niemeijer wel, zou ik denken.

Tenslotte nog dit.
De reputatie van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) heeft de laatste jaren forse deuken opgelopen.
En niet alleen bij de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt), maar ook veel andere kerkgenootschappen is er nogal wat aan de hand.
Gereformeerden van 2018 moeten, alleen daarom al, ootmoedig blijven. Zij moeten zichzelf regelmatig testen: zijn we nog op de weg die de Here Jezus Christus ons wijst? Wat mij betreft past het gebed van Psalm 79 daar naadloos op:
“Gedenk niet meer het kwaad van voorgeslachten.
Zie, hoe wij uw barmhartigheid verwachten.
God van ons heil, wij zijn verzwakt door lijden.
Het geldt uw eer, kom spoedig ons bevrijden.
Verzoen het grote kwaad dat ons voor ogen staat,
laat U door ons verbidden.
Het geldt uw naam, o God, wanneer de heiden spot:
Is God niet in hun midden?”[3].

Noten:
[1] “Vrouw in ambt als splijtzwam hoeft niet’”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 23 juni 2018, p. 18 en 19.
[2] “Breuk Australische kerken en vrijgemaakten” . In: Nederlands Dagblad, vrijdag 22 juni 2018, p. 7.
[3] Psalm 79:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

5 april 2018

Attractieve gemeenschap?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat gebeurt er op het kerkplein?
Er wordt, vanuit alle hoeken, geroepen om creativiteit. En om heel veel andere dingen.

Onlangs zeiden jongeren uit de Rooms-katholieke kerk: “We willen zeggen, in het bijzonder tot de hiërarchie van de kerk, dat zij een transparante, verwelkomende, eerlijke, uitnodigende, communicatieve, toegankelijke, vreugdevolle en interactieve gemeenschap moeten zijn”[1].

Dat is voorwaar niet gering!

Natuurlijk zijn Gereformeerden niet Rooms-katholiek. En dat worden wij ook niet. Maar het bovenstaande kan ons wel opscherpen.

Men wil doorzichtigheid.
Het moet duidelijk zijn waar de kerk voor staat. Om het met Lucas 24 te zeggen: “… in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en ​vergeving​ van ​zonden​ gepredikt worden”[2].
Het gaat om de naam van Jezus Christus, de Heiland. Op Hem moet alles en iedereen gericht zijn. Dus zijn mensen niet het belangrijkste in de kerk.

Men wil een blij welkom en menselijke warmte.
Dat is logisch.
We zien dat ook in Gods Woord voorbijkomen. Leest u maar mee in Handelingen 21: “En toen wij in Jeruzalem aankwamen, ontvingen de broeders ons met blijdschap”[3].
Intussen mag nooit vergeten worden om Wie het in de kerk gaat.
Johannes schrijft in zijn tweede brief: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet. Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken”[4].
Een warm welkom is prima.
Maar als de kerk slechts een buurthuis met soep en broodjes wordt, gaat er iets helemaal mis.

Men wil eerlijkheid.
Als we die wens bekijken, kunnen we denken aan Spreuken 21:
“De weg van een mens is krom en vreemd,
maar het werk van een reine is juist”[5].
Een exegeet schrijft bij deze tekst: “De zuivere mens heeft een integere en consistente levenswijze”[6].
Bij het bovenstaande past, wat mij betreft, een aantekening. Namelijk deze: soms worden bepaalde meningen van kerkmensen ondersteund met zorgvuldig gekozen Bijbelteksten. Echter: wij moeten ons altijd blijven afvragen wat de lijn in de Heilige Schrift is. Bij het uittekenen van die lijn mogen en moeten wij elkaar behulpzaam zijn.
Juist in een samenleving die steeds oneerlijker wordt, is het nodig om in gezamenlijkheid christelijke oprechtheid te blijven praktiseren!

Men wil een uitnodigende houding zien in de kerk.
Gastvrijheid is een groot goed.
Laat ik in dit verband op Lucas 14 wijzen: “En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[7].
In de kerk is bescheidenheid belangrijk. Deftigheid is in de kerk niet aan de orde. Want de kerk is niet gericht op onze gedistingeerdheid, of op onze verfijning.
Wij zijn, als het goed is, gericht op de Redder van de wereld. Want Hij nodigt ons dringend uit Hem te volgen!

De kerk moet communicatief zijn.
Ja, dat zal waar wezen. Woordverkondiging is – om zo te zeggen – immers de core business van de kerk?
Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 7 ook over openhartigheid: “… ik heb al eerder gezegd dat wij zo hartelijk met u verbonden zijn, dat wij samen met u zouden willen sterven en leven. Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben vol van vertroosting en word overstelpt met blijdschap in al onze verdrukking”[8].
Verbondenheid schrijven we in de kerk met gouden letters. Alleen daarom al is het van belang dat we elkaars uitspraken op een juiste wijze interpreteren. De vraag ‘wat bedoelt u?’ is in de kerk heel legitiem. Het werkwoord ‘verduidelijken’ moet in grote letters in kerkelijke woordenboeken staan.
Goede communicatie kweekt vertrouwen; zowel naar binnen als naar buiten toe.

De kerk moet toegankelijk wezen.
Je moet er makkelijk naar binnen kunnen – jazeker.
Maar de vraag is natuurlijk wel waar wij ontvankelijk voor zijn.
Bovendien – strikt genomen moeten kerkmensen ontvankelijk worden gemaakt. Door God Zelf, namelijk. Denkt u maar aan de elf apostelen in Lucas 24: “Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen”[9].
De Here verlicht het verstand van gelovige mensen. Zo worden zij Zijn kinderen!

Is de kerk een vreugdevolle gemeenschap?
Zeker wel.
Hetgeen niet betekent dat de kerk permanent de vlag uithangt. De kerk staat namelijk midden in de wereld. Een wereld vol lijden en ziekte.
De kerk is blij in Christus! Graag herinner ik u aan Philippenzen 4: “Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij”[10].

De kerk is interactief.
Er is altijd wisselwerking, om het maar modern te zeggen.
Laat ik Johannes 15 citeren: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand”[11].

Die Rooms-katholieke jongeren van hierboven zeggen heel eigentijdse dingen. “Een attractieve kerk is een relationele kerk”, zeggen ze.
Dat klinkt vroom.
Maar laten Gereformeerden maar duidelijk wezen. In de kerk gaat het om de Heiland. Om Jezus Christus, dus. Vanuit die grondhouding openen we de Heilige Schrift.
Lezend en luisterend geven wij vorm aan een christelijk leven. In woord en daad.

Noten:
[1] “Jongeren roepen Katholieke Kerk op tot creativiteit”. In: Nederlands Dagblad, maandag 26 maart 2018, p. 2.
[2] Lucas 24:47.
[3] Handelingen 21:17.
[4] 2 Johannes :9, 10 en 11.
[5] Spreuken 21:8.
[6] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 21:3-29.
[7] Lucas 14:12, 13 en 14.
[8] 2 Corinthiërs 7:3 en 4.
[9] Lucas 24:45.
[10] Philippenzen 4:4 en 5.
[11] Johannes 15:5 en 6.

2 maart 2018

Vasthouden

“Het valt mij op dat de meeste kerken en kerkenraden ervoor kiezen op deze punten een zorgvuldig proces met elkaar in te gaan en dat vrijwel algemeen het verlangen wordt uitgesproken elkaar te blijven vasthouden”.

Dat concludeert de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.H. Kuiper in een jaaroverzicht van de gebeurtenissen in ‘zijn’ kerken[1].
Zegt u nu zelf: de dominee formuleerde een mooie zin.

Niettemin vond ik die zin niet erg bevredigend.

Elkaar vasthouden – dat is zonder meer een goede zaak.
Maar het is niet het eerste in de kerk. Want in Zijn huis gaat het om Zijn werk. En om Zijn eer.
En van daaruit houden we dan elkaar vast, in de blijde overtuiging dat wij samen bij de Heiland horen en Hem volgen.

Wij vuren elkaar aan, bijvoorbeeld met woorden uit Hebreeën 4: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden”[2].
Wij moeten, betoogt de Hebreeënschrijver, eerst en vooral vasthouden aan de belijdenis dat Jezus Christus, door lijden heen, heeft betaald voor de zonden. Vervolgens ging Hij triomferend de hemel binnen. Hij is onze Koning. Zijn Woord is wet!

Nu het hierom gaat, wijs ik ook graag op de gelijkenis van de zaaier. Die vinden we in Lucas 8. Wij lezen: “Het ​zaad​ is het Woord van God”[3]. “En waar het ​zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed ​hart​ vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen”[4].
Kinderen van God moeten het Woord van God vasthouden. Als zij dat doen is het zeker dat zij vruchten van dankbaarheid voortbrengen.

In 1 Timotheüs 3 schrijft de apostel Paulus over de karaktereigenschappen die voor een diaken gewenst zijn. En daar lezen wij dan: “De ​diakenen​ moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel ​wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst, en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten”[5].
De diakenen moeten de waarheid van het Evangelie helder voor ogen hebben!

Opnieuw kom ik bij de brief aan de Hebreeën.
In het derde hoofdstuk kunnen wij lezen: “Christus​ echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[6].
En:
“Want wij hebben deel aan ​Christus​ gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[7].
Graag veroorloof ik mij nog een citaat uit de Hebreeënbrief. Uit hoofdstuk 10 namelijk: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw”[8].
Ziet u het enthousiasme? Ziet u de Geestdrift? Dat is toch heel wat anders dan het krampachtig proberen om elkaar te bereiken!

Dominee Kuiper schrijft in het GKv-jaaroverzicht dat er in ‘zijn’ kerken een opvallende cultuurverandering plaatsvindt.
“Anderzijds is voor anderen de toelating van vrouwen tot de ambten ‘een toetssteen geworden voor rechtzinnigheid’, concludeert ds. Kuiper. Hij meent dat daarbij ook andere zaken in het geding zijn, zoals verschil in opvattingen over zondagsbesteding en kerkgang, aansluiten bij jongeren in de gemeente, inspelen op veranderingen in het kerk-zijn en individualisme versus gemeente-zijn”.
De predikant kiest hierboven voor een rustige formulering.
Intussen moeten wij ons niet vergissen: het gaat om de vraag of men het Woord Gods in alles wil eerbiedigen. Dat is, als u het mij vraagt, in het kerkverband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) niet meer het geval. Daar kunnen wij nimmer makkelijk over doen!

Uiteindelijk gaat het om ware godsdienst, op de manier waarop Hebreeën 12 daarover spreekt: “Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de ​genade​ vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied”[9].
Laat dat het niveau worden waarop alle Gereformeerde mensen steeds blijven leven en werken!

Noten:
[1] “Vrijgemaakten willen elkaar vasthouden”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 23 februari 2018, p. 2.
[2] Hebreeën 4:14.
[3] Lucas 8:11.
[4] Lucas 8:15.
[5] 1 Timotheüs 3:8 en 9.
[6] Hebreeën 3:6.
[7] Hebreeën 3:14.
[8] Hebreeën 10:23.
[9] Hebreeën 12:28.

1 februari 2018

Waar geloof kunt u zien

Wij zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld. Vroeger was dat een bekende zegswijze. Vandaag horen we die weinig meer. Wat niet wegneemt, dat het gezegde zeker nog van waarde is.
Immers, wie bij de God van het verbond schuilt, gaat heilig leven. Hij is apart gezet. Hij is vrijgesteld voor God.
Terecht schreef iemand eens: “Omdat de christen niet van de wereld is, is hij actief bezig tot Gods eer, en de wil van God bepaalt de grenzen van zijn bezig zijn. Het is daarom heel belangrijk dat een christen de Bijbel kent, er veel in leest en zich steeds afvraagt: wat wil de Heere dat ik doen zal? Het lezen van de Bijbel is nooit zonder vrucht!”[1].

Gelet op het bovenstaande schrijft Paulus in 1 Corinthiërs 9 opmerkelijke dingen.
Laten wij even lezen: “En ik ben voor de ​Joden​ geworden als een ​Jood, om ​Joden​ te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen. Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van ​Christus​ – om hen te winnen die zonder de wet zijn. Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden. En dit doe ik ter wille van het ​Evangelie, opdat ik daarvan ook zelf deelgenoot zou worden”[2].

Paulus’ betoog in dit hoofdstuk draait onder meer om aanpassingsvermogen. Zo u wilt: om inlevingsvermogen.

Nee, dat wil niet zeggen dat we op het Evangelie gaan inleveren. Christus’ verlossingswerk is nog altijd de kracht van Gods blijde Boodschap. Het perspectief op de hemelse toekomst wordt nimmer verdonkerd.
In het leven van een christen is het, om zo te zeggen, altijd mooi licht weer. Natuurlijk, er schuift ook wel eens een wolk voor de zon. En ja, het regent wel eens flink. Verdriet en moeiten blijven ons niet bespaard. In het leven van gelovige kerkmensen zien we soms hoe de schemering invalt. Maar diepe duisternis? – nee; altijd is er wel een lichtpunt.

Paulus schrijft: als ik bij Joden ben, gedraag ik mij als een Jood. Als mensen die zich niet aan de Joodse wetten houden, doe ik dat ook niet. Bij mensen met een zwak geloof pas ik me gaarne aan. Misschien lok ik hen zo naar de kerk!

Wellicht zijn er lezers die thans hun wenkbrauwen fronsen. Moeten christenen zich gaan aanpassen aan kroegtijgers? Moeten zij, als het maar lang genoeg duurt, zwaaiend en zwalkend huiswaarts keren na een lange avond waarin men heel diep in veel glaasjes heeft gekeken? Stel u gerust: de dronkenschap wordt in dit artikel niet gepropageerd.

Dat inlevingsvermogen van Paulus vind ik niettemin een opmerkelijk punt.

Wij leven in een tijd waarin de kerkelijke verdeeldheid groot is. En dat gaat dwars door families heen.
Een broeder uit één der DGK-gemeenten kan zomaar te maken krijgen met een familielid – laten wij zeggen: een zus – die lid is van een gemeente in het kerkverband van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Wellicht heeft die broeder sterk de neiging om zich tegen die zus af te zetten.
Welnu, als ik 1 Corinthiërs 9 lees, zeg ik: mensen, maak geen ruzie over de kerkelijke verschillen. Integendeel: getuig maar van de hoop die in u is; positief en zonder omwegen.

Natuurlijk, het is duidelijk dat die DGK-broeder het niet eens is met sommige keuzes van zijn zus. En dat die DGK-broeder andere keuzes maakt, is duidelijk; hij heeft zich immers bij De Gereformeerde Kerk aangesloten.
En in de praktijk doet hij dingen niet, die zijn zus wel doet. En andersom.
Trouwens – tien tegen één dat die zus ook wel ongeveer weet waar ze zich aan te houden heeft. Ze gaat tegenover die broeder vast niet over het Liedboek voor de Kerken beginnen.
Het lijkt mij niet nodig de verschillen altijd maar te benadrukken. Dat werkt slechts afstotend.

Maar, zo vraagt iemand, hoe zit het dan met de antithese? Je moet toch duidelijk laten zien waar je staat?
Dat is waar.
Wanneer we opnieuw in 1 Corinthiërs 9 gaan lezen, moeten we zeggen: je moet laten zien waar je loopt. Leest u maar even weer mee: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen. Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla”[3].
Het geloof is zonder de werken dood, schrijft Jacobus in zijn algemene brief[4]. Waar geloof kun je zien. Ook hier blijkt het bekende adagium ‘geen woorden maar daden’ te gelden. Praat niet te veel, maar doe des te meer. Zo geven we aanschouwelijk onderwijs over het leven met de God van het verbond.

Misschien heeft die DGK-broeder te maken met hatelijke familieleden. Of zelfs met kwaadaardigheid en hoon. Uiteraard is dan de aandrang groot om nijdig en venijnig terug te doen.
Persoonlijk zou ik willen zeggen: probeer u in te houden. Of ook: laat hen maar; die familieleden zullen zich later moeten verantwoorden.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 9: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”[5] . Met andere woorden: het trainingsprogramma is zwaar; het vraagt nogal wat! Maar wie goed getraind is zal er, door Gods genade, in slagen niets verwerpelijks te doen.

Kortom:
* getuig van de hoop die in u is.
* maar bedenk: soms zegt één daad meer dan duizend woorden.

Noten:
[1] Corien Nederveen, “Tussen wereldvreemdheid en wereldgelijkvormigheid”. In: Daniël – jeugdblad binnen de Gereformeerde Gemeenten – , vrijdag 15 april 2005, p. 7-9. Citaat van p. 9.
[2] 1 Corinthiërs 9:20-23.
[3] 1 Corinthiërs 9:25 en 26.
[4] Jacobus 2:26: “Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”.
[5] 1 Corinthiërs 9:27.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.