gereformeerd leven in nederland

15 juni 2020

Demonstreren – mag dat?

Wij waren de coronacrisis nog maar nauwelijks te boven, of er werd alweer gedemonstreerd. Tegen racisme, met name[1].

Demonstreren is een grondrecht. In de Nederlandse grondwet is een artikel opgenomen over vrijheid van vergadering en betoging: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden”[2].
Die bescherming van de gezondheid heeft – dat begrijpt u – op dit moment een bijzondere actualiteit.  

Ten aanzien van demonstraties heeft de burgemeester een bijzondere verantwoordelijkheid. Een deskundige die bij de Rijksuniversiteit Groningen werkzaam is noteert onder meer: “De burgemeester mag zich niet bemoeien met de inhoud. Sterker nog, als de -controversiële- inhoud van een demonstratie aanleiding geeft tot vijandige reacties en tegendemonstraties, is de burgemeester verplicht om zich in te spannen om de demonstratie toch door te kunnen laten gaan. Die inspanningsverplichting gaat zo ver dat hij, indien nodig, bij een demonstratie meer politie zal moeten inzetten dan bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Als zelfs een zodanige politie-inzet wanordelijkheden niet kan voorkomen, pas dan kan de burgemeester overgaan tot een demonstratieverbod.
Betekent dit dan dat je alles maar mag roepen bij een demonstratie? Nee, dat niet, maar het is niet aan de burgemeester om hier wat aan te doen. Het is aan de officier van justitie om op te treden tegen individuele demonstranten die zich schuldig maken aan strafbare uitlatingen zoals haat zaaien en beledigen van een groep mensen. Dit kan echter enkel repressief. Tegen de demonstratie als zodanig mag niet worden opgetreden”[3].

Het is duidelijk: het demonstratierecht weegt zwaar!

Moeten Gereformeerden ook gaan demonstreren? Die gedachte kan zomaar opkomen. Er gebeuren in Nederland immers heel veel dingen die tegen Gods wet in gaan.
En als wij zeggen: ‘nee, wij gaan niet demonstreren’, waarom zeggen we dat dan?

Over die vraag kan men lange stukken schrijven.
Laten wij elkaar, nu deze vraag aan de orde komt, vooreerst op een drietal Schriftgedeelten wijzen.

1.
Laten we eerst een ogenblik naar Mattheüs 11 kijken.
Daarin legt Jezus eerst uit wat de taak van Johannes de Doper is. Door zijn prediking komt er een splitsing in de wereld: de mensen die de komst van Gods Koninkrijk verwelkomen en de mensen die zich tegen die komst verzetten. Die laatste groep zou, als het 2020 was geweest, met een spandoek op een markt hebben gestaan: ‘Weg met Jezus!’.
Jezus Zelf maakt duidelijk dat het met de groep-met-spandoek buitengewoon slecht af gaat lopen.
De Heiland aanvaardt eenvoudige mensen. Een-voudig: mensen die helemaal op Hem gericht zijn.
Daarom zegt Hij: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”[4].
Wie een-voudig op de Heiland en de hemel gericht is weet zich altijd gesteund. Voor wie met die geloofskennis gewapend is, wordt demonstreren veel minder belangrijk. Natuurlijk – soms is het aardse leven buitengewoon lastig. Ja, last-ig: het is een zware last. Maar onze Here Jezus Christus maakt die last lichter.
Daarom ligt demonstreren vanuit de Gereformeerde wereld niet zo voor de hand.

2.
Laten wij ook Romeinen 13 erbij nemen. De inzet van dat hoofdstuk is: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[5].
Als het gaat over demonstraties en protesten moeten we bedenken dat de overheid ons door God gegeven is. Nee, dat betekent niet dat we maar dociel in een hoekje moeten gaan zitten. Wij hoeven niet altijd stil te blijven als de regering iets bedenkt. Wij mogen gerust reageren als ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden en Provinciale Staten, burgemeesters en wethouders merkwaardige of foute beslissingen nemen. Maar als wij onze stem verheffen, zullen we altijd respect moeten hebben voor mensen die in onze samenleving leiding geven. Voor gewone burgers is dus het motto: houdt u aan de regels die de overheid stelt.

3.
Laten wij elkaar vooral ook attenderen op Handelingen 5. Daar zeggen Petrus en de andere apostelen: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[6].
De verbreiders van het Evangelie zijn gevangengenomen. Zij zijn gearresteerd en voor de kerkelijke rechtbank gesleept. En waarom? Omdat zij het Evangelie van Gods Zoon rondgebazuind hebben. De aanklacht is bondig en helder: “Hebben wij u niet ten strengste bevolen dat u in deze Naam niet zou onderwijzen? En zie, u hebt met deze leer van u Jeruzalem vervuld en u wilt het bloed van deze Mens over ons brengen”[7].
Gods Woord staat boven alle overheden. De Schepper van hemel en aarde heerst over keizers, koningen en alle andere gezagsdragers op aarde. Als wereldburgers door overheden gedwongen worden om tegen Gods Woord in te gaan, dan is protesteren geoorloofd. Als het Evangelie niet meer geproclameerd mag worden, dan is demonstreren een goede zaak.

In al deze dingen zal de God van het verbond ons leiden en steunen.
Daarom kunnen wij met Psalm 18 zingen:
“Omdat Gij mij het schild uws heils wilt reiken,
zal ik door U gesteund voor niemand wijken.
Als Gij U tot mij wendt en mij geleidt
word ik een held geharnast in de strijd”[8].

Noten:
[1] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: B.S. van Groningen, “Mag je demonstreren?”. In: Daniël, uitgave van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, vrijdag 14 mei 1982, p. 19, 20 en 21.
[2] Geciteerd uit de Nederlandse grondwet, hoofdstuk I, artikel 9. Zie https://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvkl1oucfq6v2/vgrnbkb31dzy ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020.
[3] Geciteerd van https://www.rug.nl/rechten/recht-en-samenleving/projecten/mag-je-altijd-demonstreren-als-je-het-ergens-niet-mee-eens-bent_ ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020. De betreffende deskundige is mr. dr. B. Roorda.
[4] Mattheüs 11:28, 29 en 30.
[5] Romeinen 13:1 en 2.
[6] Handelingen 5:29.
[7] Handelingen 5:28.
[8] Dit zijn de laatste regels van Psalm 18:10 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 maart 2020

Gereformeerden zijn protestanten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerden staan erom bekend dat zij nogal eens strijden tegen de gang van zaken in de samenleving. In die zin zijn het echte protest-anten: zij protesteren.

Op de keper beschouwd is dat weinig nieuws.
Dat blijkt als wij een blik werpen op de kerkgeschiedenis.

“Nadat Maarten Luther in oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen de Rooms-Katholieke Kerk openbaar maakte, brak de Reformatie aan. In het Heilige Roomse Rijk ontstond een situatie waarin zich religieoorlogen voordeden. Een van de ijkpunten was de Tweede Rijksdag in Spiers in april van 1529. Op deze Rijksdag viel het besluit dat de Duitse vorsten géén geloofsvrijheid hadden. Ze moesten het katholieke geloof uitdragen en aanhangen. Dit besluit stond haaks op een eerder besluit van de Eerste Rijksdag van Spiers in 1526, die onder leiding van keizer Karel V besloot dat de vorsten in Duitsland vrijheid van religie hadden. Dat besluit viel vooral omdat de keizer in oorlog was met Frankrijk en de steun van de Duitse koningen nodig had in de oorlog.
Tegen het besluit om het protestantisme en de Hervorming een halt toe te roepen, kwamen vijf lutherse Duitse koningen en enkele Duitse steden in verzet en tekenden protest aan. Hun officiële proteststem tegen de religieuze dwang staat bekend als de Protestatie van Speyer of Protestatie van Spiers van 19 april 1529.
Dit document wordt wel aangemerkt als het ‘geboortemoment van het protestantisme’, terwijl de betrokken lutherse vorsten en steden aangeduid werden als protestanten. De vorsten in kwestie waren de eersten die de naam ‘protestant’ droegen”[1].

Anno 2020 hebben Nederlandse Gereformeerden een plaats gekregen in een samenleving die op veel punten van Gods Woord afwijkt. Abortus, euthanasie, seksuele uitspattingen – dat zijn slechts enkele van de Neêrlandse ontwikkelingen waarin de goddeloosheid naar voren komt.
De afgang is, menselijk gesproken, niet te stoppen.

Maar ook dat is geen nieuws.
Iets dergelijks komen wij al in Daniël 3 tegen. Het opvallende is daar dat Sadrach, Mesach en Abed-Nego zonder terughoudendheid protesteren. Leest u maar mee: “Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o ​koning, uit uw hand verlossen. En zo niet, het zij u bekend, o ​koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden”[2].
De goddeloosheid lijkt in Daniël 3 ook niet tegen te houden.
Niettemin is het protest volstrekt duidelijk!

Het bovenstaande citaat is een klein stukje uit een lange geschiedenis.
Iemand deelt die historie als volgt in:
“* In Daniël 3 zien we afgoderij en het aan de kant schuiven van God.
* In Daniël 4 zien we de verheerlijking van de mens.
* In Daniël 5 komt het bespottelijk maken van God naar voren.
* In Daniël 6 wordt het toppunt bereikt als de mens de plaats van God inneemt”[3].
Wie die indeling tot zich door laat dringen, beseft dat ook in het Nederland van 2020 een bedroevende ontwikkeling aan de gang is. Maar het is wel een proces dat verklaarbaar is, en dat in de Bijbel talloze keren wordt beschreven: opstand tegen de God van hemel en aarde!

In Daniël 3 wordt duidelijk gemaakt wat Gods rechten zijn.
Een exegeet schrijft: God “wil Zichzelf verheerlijken in hen die als een klein en trouw overblijfsel Hem erkennen tegenover de afvallige massa”[4].
Laten wij er maar van overtuigd blijven: onze God heeft de zaken in de hand!

Als het noodzakelijk is mogen christenen gerust hun stem verheffen. Natuurlijk – ook vandaag zullen zij veel tegenstand ontmoeten. Denkt u slechts aan de Nashvilleverklaring waarover vanaf december 2018 in Nederland zoveel te doen was[5]. Wij weten wel zo’n beetje waar wij op moeten rekenen. En nee, die tegenstand voelt allesbehalve comfortabel. Maar in het vrije Nederland van 2020 kunnen en mogen we nog protesteren. Wij mogen opkomen voor de rechten van de Here; dat moet aan de orde zijn!

Men zou kunnen vragen: heeft zulk protest eigenlijk wel zin? Of ook: is het opstellen van allerlei verklaringen en het schrijven van allerlei brieven per saldo geen vergeefse moeite? Men zal de God van hemel en aarde toch blijven negeren, ook in de toekomst?

Zeker, de goddeloosheid blijft.
Maar niet voor niets schrijft Lucas in Handelingen 5: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[6].
Paulus schrijft in Romeinen 13: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[7]. Paulus leert ons de overheid te eerbiedigen. Maar daar zit dus wel een grens aan!

Wat is de taak van Gereformeerden in deze wereld?

In Openbaring 13 wordt de situatie op aarde getekend: “En allen die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het ​boek​ des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af. Indien iemand oren heeft, laat hij horen. Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Als iemand met het ​zwaard​ doodt, die moet zelf met het ​zwaard​ gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de ​heiligen”[8].
De boodschap is: wij moeten blijven volharden in het geloof!
En verder: wij moeten ons niet met alle geweld tegen vervolgingen verzetten; zulk geweld zal zich uiteindelijk tégen ons keren.

Gereformeerden zijn protest-anten. Zij protesteren tegen goddeloosheid. Zij voeren strijd om het geloof te behouden.
Zal het hen lukken om vol te houden in een samenleving die van God steeds minder weten wil? Jazeker! Als zij maar eenvoudig blijven geloven zoals Paulus dat in Romeinen 8 treffend omschrijft: “Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://historiek.net/protestanten-herkomst-oorsprong-spiers/118306/ ; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[2] Daniël 3:17 en 18.
[3] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf , p. 52; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[4] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf , p. 53.
[5] Zie daarover bijvoorbeeld https://nashvilleverklaring.nl/geschiedenis/ ; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[6] Handelingen 5:29.
[7] Romeinen 13:1 en 2.
[8] Openbaring 13:8, 9 en 10.
[9] Romeinen 8:36 en 37.

26 februari 2020

Kloof tussen moslims en Gereformeerden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Worden moskeeën met giften beïnvloed vanuit Koeweit en Saoedi-Arabië? Dat zou een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer wel eens willen weten. In het verlengde daarvan liggen daar de vragen: staan moslims met hun rug naar de Nederlandse samenleving? en: ondermijnen sommige imams de rechtsstaat?

De onderzoekscommissie van het parlement sprak onder meer “met prof. dr. Truus Pels van het Verwey-Jonker Instituut dat op verzoek van de gemeente Utrecht in 2016 en 2019 onderzoek naar Al Fitrah deed. De eerste studie, observerend van aard, resulteerde in plussen en minnen. De pedagogisch-didactische begeleiding van de (vrijwillige) leerkrachten is gedegen, maar inhoudelijk is de lesstof zeer dogmatisch. De ruimte voor kritische reflectie en eigen meningsvorming is beperkt. ‘De leerkracht, en uiteindelijk Allah, hebben het laatste woord’, concludeert het instituut.
Alarmerend was het rapport uit 2019. Het Verwey-Jonker sprak daarvoor met 50 buitenstaanders uit de kring rond de school: oud-leerlingen, ouders van oud-leerlingen, directeuren van Utrechtse scholen die onderwijs bieden aan kinderen uit de Al-Fitrah-gemeenschap en vertegenwoordigers van het Utrechtse welzijnswerk.
Al-Fitrah biedt geborgenheid, is één van de conclusies, maar die is vergelijkbaar met die van een sekte”[1].
Alle reden voor nader onderzoek dus!

Welnu, het verhoor van Suhayb Salam – imam van de alFitrah-moskee te Utrecht – liep woensdag 19 februari jl. op ruzie uit.
De imam noemde het verhoor zelfs een poppenkast.

Zaken als de bovenstaande voelen niet goed.
De minachting van de Utrechtse imam voor Nederlandse parlementariërs druipt er af. De impliciete boodschap van de imam lijkt te zijn: wij kunnen onze eigen boontjes doppen en wij hinderen niemand; bemoei je niet met ons!
Nu zijn niet alle moslims gelijk. En zij denken ook niet allemaal gelijk.
Maar hoe groot is het aantal fundamentalisten onder de moslims? Hoe verdraagzaam zijn die fundamentalisten tegenover christenen en joden? Niemand die dat precies weet. Men begrijpt: het antwoord op dergelijke vragen is belangrijk voor de samenleving. Immers – ons aller veiligheid is van het grootste belang.
Er wordt gezegd dat dat er nu méér islamitisch geweld is dan honderd jaar geleden. Er wordt bovendien gezegd dat de afstand tussen jihadisten en ‘mainstream islam’ nu kleiner is dan honderd jaar geleden. ChristenUnie-voorman Segers praatte eens met een imam uit Delft: “Ik vroeg hem: heeft een moslim in jouw ideale staat het recht om van zijn geloof af te vallen? Ja of nee. Hij draaide eromheen, maar na doorvragen, kwam dan toch het antwoord: ‘Nee, die moet dood’”[2].
Dat alles is niet bepaald rustgevend.
En eerlijk is eerlijk: de minachting van de Utrechtse imam Suhayb Salam maakt het beeld er niet mooier op.

Wat kan hierop het antwoord der Gereformeerden wezen?
Dat zal hieronder blijken.

Wij beginnen bij Fikret Böcek. Hij is ex-moslim en predikant in Turkije. De man werd enkele jaren geleden geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad.
Citaat: “‘In de islam gelooft men niet dat Jezus aan het kruis gestorven is. Men beweert dat het er de schíjn van had dat dit gebeurde. Ik ontdekte dat het historisch gewoon klopte: Jezus was werkelijk door de Romeinen gekruisigd. Ik verloor het respect voor de Koran en de islam. Jezus stierf aan het kruis voor onze zonden, zo vernam ik, iets wat de islam ook niet kent. Toen de Amerikanen mij zeiden dat ik een zondaar was, had ik dit nooit eerder gehoord. De mens wordt volgens de islam puur geboren. Hij begint pas te zondigen als tiener, als hij verantwoordelijk is voor zijn daden’.
De zonde komt bovendien nooit van binnenuit, maar altijd van buitenaf. ‘Vandaar dat je naar Mekka moet gaan en vijf keer per dag moet bidden om weer rein te worden van de zonden’”[3].
In het bovenstaande wordt duidelijk waar de scheidingslijn tussen Gereformeerden en moslims loopt.
Gereformeerden zeggen: de mens is van nature zondig; maar er is genade.
Moslims zeggen: een mens wordt puur geboren en wordt bedorven naarmate hij ouder wordt; ijver voor de islamitische wetten kan hem redden.

De houding van imam Suhayb Salam spreekt, wat schrijver dezes betreft, boekdelen. Zijn idee lijkt te zijn:
* Nederlanders snappen moslims niet, en het is onbegonnen werk om onze levensovertuiging uit te leggen
* laat die Nederlanders maar, ze weten toch niet beter
* wij doen ons best om in de hemel te komen; uiteindelijk zijn wij beter af dan die goddeloze Nederlanders. Fikret Böcek zegt: “De islam is een religie van werken, van regels en voorschriften”.

De Utrechtse imam laat ongewild de antithese tussen kerk en wereld zien. De scheidslijn wordt getrokken!
De moslim stelt: er moet gewerkt worden.
De Gereformeerde mens zegt: er moet geloofd worden. En er moet geprezen worden.

Zie voor dat laatste bijvoorbeeld 1 Petrus 1: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden”[4].
Er is sprake van een “onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare ​erfenis, die in de hemelen bewaard wordt”[5]. Die erfenis is er al. Die erfenis ligt al in de hemel. Die erfenis is niet aan slijtage onderhevig. Die erfenis wordt bewaard; er is niemand die ‘m ons af kan nemen. Dat geeft zekerheid. Dat betekent tevens dat Gereformeerden zich in onze samenleving niet zo nodig hoeven te bewijzen. Zij hoeven zich niet zo nodig te manifesteren. Zij bezitten hun schat in de hemel reeds. Wat kan hen verder nog gebeuren?
Het antwoord op die vraag is eenvoudig: niets. Want in 1 Petrus 1 staat ook nog: “U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd”[6].
Gereformeerden hebben altijd hun persoonlijke Lijfwacht bij zich!
Gereformeerden wandelen rustig met Hem naar de toekomst toe. Dat is een toekomst vol gegarandeerde vrede en volkomen geluk!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?
Eén ding nog slechts – gelet op het bovenstaande zou het wel eens kunnen zijn dat Suhayb Salam, de imam uit Utrecht, meer van zichzelf heeft laten zien dan hij wilde!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/gewiekste-imam-ontregelt-commissie-poppenkast-1.1633550 ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020.
[2] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/ruud-koopmans-en-gert-jan-segers-in-gesprek-over-islamitisch-fundamentalisme-jij-legt-de-grens-ergens-anders-dan-ik~bc60eec9/ ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020.
[3] Geciteerd van https://www.rd.nl/kerk-religie/islam-kent-alleen-wet-geen-genade-1.550574 ; geraadpleegd op donderdag 20 februari 2020. De publicatie van het interview is gedateerd op donderdag 9 juni 2016.
[4] 1 Petrus 1:3.
[5] 1 Petrus 1:4.
[6] 1 Petrus 1:5.

17 oktober 2019

Wat is Gereformeerd?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De vraag die boven dit artikel staat wordt regelmatig beantwoord[1]. Want Gereformeerden zijn over het algemeen bezonnen mensen. Zij vragen zich met regelmaat af: waar zijn wij mee doende, en wat is ons doel?

Wat is Gereformeerd?
Vandaag vindt u op deze plaats enkele antwoorden op die vraag.
Voor de gelegenheid spelen we leentjebuur bij professor C. Trimp (1926-2012). Trimp is van 1970 tot 1993 hoogleraar homiletiek aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit. Maar al in 1964 schrijft hij zeer behartenswaardige dingen over het Gereformeerd-zijn.

Gereformeerd – dat wil zeggen dat de Bijbel open gaat.
Misschien zijn wij geneigd om te wijzen op onze levensstijl. En op de Tien Geboden. En op de Heidelbergse Catechismus. En op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar eerst en vooral gaat de Bijbel open. Niet omdat dat een boek met interessante levenslessen is. Of omdat de Bijbel literair gezien op een hoog niveau staat. Maar omdat de Here, de God van het verbond ons in dat Boek aanspreekt. Hij heeft een blijde Boodschap. Ook in 2019. Voor de wereld. En voor ons.

Gereformeerd – dat is alles wat Schriftuurlijk is.
Trimp schrijft daarover: “Terug naar het Woord van de enige Meester. Daarom is gereformeerd spreken en leven ident met schriftuurlijk spreken en leven. Wel is de confessie een afscherming van de kerk tegen velerlei boze aanslagen op Woord en kerk en in dit opzicht valt zij te vergelijken met een muur; wel is de confessie een bescherming tegen alle wind van leer – maar dan een bescherming, die uitzicht blijft bieden op de enige Meester”[2].
De kerk heeft belijdenisgeschriften. Die geschriften, die confessies fungeren als vangrails langs de weg. Als die vangrails ontbreken raakt men zomaar roemloos van de weg af. Uit zichzelf gaan mensen zelden alleen maar rechtuit. Er kunnen allerlei redenen zijn om te besluiten tot enig bochtenwerk. Mensen en situaties veranderen met grote regelmaat, en heus niet alleen ten goede. Men kan gelovig en blijmoedig een bocht nemen en pas veel later tot de ontdekking komen dat de afstand tot de levende God aanzienlijk groter geworden is. Laten we die vangrails dus maar recht overeind houden!

Gereformeerd – dat wil zeggen dat de kerk naar het Woord vraagt.
Trimp schrijft: “Het bewaren van de reformatie, het gereformeerd-blijven, zal (…) niet gelegen zijn in het bewaren van de concrete leer-inhouden, maar in het bewaren van de blik-richting, van de luisteraars-houding. De belijdenis geeft een geconcretiseerde handleiding voor mijn luisteren naar en vragen naar het Woord van God”[3].
Mozes zegt in Deuteronomium 4 tegen Gods volk: “Nu dan, Israël, luister naar de verordeningen en de bepalingen die ik u leer te doen; opdat u leeft en u het land dat de HEERE, de God van uw vaderen, u geeft, binnengaat en in bezit neemt. U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt”[4].
In Marcus 12 zegt Jezus: “Het eerste van alle geboden is: Luister, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één”[5].
Luisteren, dat is aandachtig horen. Meer precies: aandacht schenken aan, gehoorzamen[6]. Het is dus niet: luisteren, en vervolgens de cultuur om ons heen peilen om ons daar enigszins bij aan te passen.

Gereformeerd – dat wil zeggen dat reformatie steeds door gaat.
Trimp noteert: “Doorgaande reformatie vindt haar inspiratie niet in de drift van de tijd, de stemming van haar eeuw, de windrichting van de modefilosofie, maar in het Woord van de Heere der kerk, de Werker der reformaties.
Zij wil wel uitbouwen, maar zij wil slechts het bestaande gebouw uitbouwen, onder bewaring van de stijl. Zonder beeldspraak gezegd: zij wil verder uit kracht van het in de confessie beleden Woord van Christus”[7].
Gereformeerden gooien geen gebouw tegen de vlakte, om op die plek iets heel nieuws neer te zetten dat meer voldoet aan de eisen van de tijd. Integendeel! Zij bouwen verder aan het gebouw dat er al is.
Zij handhaven, kortom, de stijl van Psalm 105:
“Loof de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken.
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.
Beroem u in Zijn ​heilige​ Naam,
laat het ​hart​ van wie de HEERE zoeken, zich verblijden.
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.
Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft”[8].

Gereformeerd – dat is niets nieuws.
Johannes Calvijn schrijft in zijn Institutie: “In de eerste plaats, dat ze het een nieuwe leer noemen, daarin zijn ze geweldig onrechtvaardig tegenover God, wiens Heilig Woord niet verdiende van nieuwigheid beschuldigd te worden. Ik twijfel er allerminst aan, dat ze voor hen nieuw is, voor wie ook Christus nieuw is en het evangelie nieuw is; maar zij, die weten, dat de prediking van Paulus, dat Jezus Christus gestorven is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (…) oud is, zullen bij ons niets nieuws aantreffen. Dat deze leer lange tijd onbekend en begraven geweest is, is de schuld der menselijke goddeloosheid; daar ze nu door Gods goedertierenheid ons weergegeven wordt, moest ze tenminste in eer hersteld worden en haar ouderdom terugkrijgen… Want wij smeden niet een of ander nieuw evangelie, maar wij behouden juist dat evangelie”[9].

Tenslotte nog dit.
De Gereformeerde dominee J.C. Aalders (1881-1966) – in 1936 werd hij overigens Nederlands Hervormd – formuleerde in zijn in 1916 verschenen brochure ‘Veruitwendigen onze Kerken?’ enkele oorzaken van alle inzinking, verflauwing en veruitwendiging. Eén oorzaak is: “het feit, dat de periode van strijd en druk ten einde is – gereformeerd zijn brengt geen smaad meer met zich mee”[10].
Die formulering is onderhand 103 jaar oud. Maar als het met zich Gereformeerd noemende mensen zóver komt, is ook vandaag waakzaamheid geboden!

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik vooral: Dr. C. Trimp, “Wat is Gereformeerd?”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, [1964]. – 53 p.
[2] Trimp, p. 31.
[3] Trimp, p. 36.
[4] Deuteronomium 4:1 en 2.
[5] Marcus 12:29.
[6] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/luisteren1 ; geraadpleegd op donderdag 10 oktober 2019.
[7] Trimp, p. 48.
[8] Psalm 105:1-5 a.
[9] Institutie, ed. Sizoo, 1931, deel I, XVIII. Geciteerd via Trimp, p. 31 en 32.
[10] Geciteerd via: André van Leeuwen, “Oude koeien uit de sloot?”. In: Nader Bekeken – jaargang 22, nr 7/8, juli/augustus 2015, p. 212 en 213. Citaat van p. 213.

8 februari 2019

Gereformeerd: beginnen bij God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het woord ‘Gereformeerd’ wordt door vele christenen gebruikt.
Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.

Gereformeerd-zijn, dat betekent: God op Zijn Woord geloven.

Iemand schrijft: “Gereformeerd zijn betekent: de oorspronkelijke aanwijzingen van Jezus Christus navolgen, als mensen van nu”[1].
Daar zit wel wat in.
Alleen maar – wie dat zo zegt legt relatief veel nadruk op het inzicht van mensen.
En dat terwijl men moet beginnen bij God. En bij Zijn eer.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis doet dat zo: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[2].

De inzet van de Heidelbergse Catechismus is: “Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[3].

Gereformeerd zijn, dat is: vol vertrouwen de blik op God richten, Zijn eigenschappen bewonderen en dan, van daaruit keuzes maken in het leven.
Dat laatste levert in de praktijk nog wel eens problemen op. Immers – ongewild gaan mensen uit van hun eigen praktijk, hun eigen verwachtingen, hun eigen wens.

In dit verband denk ik onder meer aan een portret van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant R.J. Stolper – Ruard voor intimi. Dat stond onlangs in een bijlage van het Nederlands Dagblad.
Ik citeer: “Uiteindelijk heb ik na mijn studie gekozen voor geloof op heel rationele gronden. Ik ervaar God nu als heel erg goed en tegelijkertijd onnavolgbaar, grillig misschien. Ik kan niet zonder God, maar begrijp hem niet. De weg van Jezus vind ik de meest tegendraadse die er is. Ik vind het maar niets om te dienen of het minder te hebben dan anderen en ontdekte dat ik meer aan huis, geld en goed gehecht ben dan me lief is. Mijn diepste verlangen is dat ik over tien jaar nog steeds geloof, dat ik niet cynisch ben geworden”[4].
De uitlatingen van Stolper zijn best begrijpelijk.
Maar ze zijn niet goed.
Gereformeerden richten vol vertrouwen de blik op God.
U weet wel: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt…”[5].
Geloof geeft zekerheid.
Geloof geeft vertrouwen in God.
En dan mag je weten: God trekt mij steeds naar zich toe.
Dan mag je weten: God zal mij bij Zijn les houden.
Dan mag je weten: God zal ervoor zorgen dat ik niet cynisch word.

Bij dit alles denk ik ook aan die oude man wiens leven in een andere ND-bijlage geportretteerd wordt. Piet Holtman heet hij. Hij komt uit Arnhem en is 90 jaar.
Wederom een citaat: “Ik groeide op in een streng gereformeerd gezin; het was een kleine wereld. Ik werkte hard. Zo heb ik na de oorlog een hele winter geholpen met sloten graven. Ik had geen fatsoenlijke regenkleding en moest ’s morgens al in het pikkedonker aan de slag. Op zondag gingen we twee keer naar de kerk en ik zat op de jongelingsvereniging. Een keer per jaar hadden we een gezamenlijke jaarvergadering met de meisjes. Na afloop van zo’n vergadering heb ik Janny, mijn toekomstige vrouw, voor het eerst thuisgebracht. Wat me een tik heeft gegeven was de scheuring in de kerk in september 1944. We hadden een grote kerkgemeenschap en toen moest er zonodig gescheurd worden”[6].
De pijn en de frustratie van Holtman zijn voelbaar.
Het verdriet blijkt nog springlevend.
Maar de onderliggende vraag moet zijn: zou de God van hemel en aarde meer eer ontvangen hebben als de scheuring niet plaatsgevonden had? Het lijkt er toch werkelijk op dat het Gereformeerde leven z’n gangetje ging, en dat Holtman dat graag zo had willen houden. Wellicht onbewust maakt Holtman vooral een keuze voor zichzelf…

Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.
Echter – mensen schieten tekort. Zij zijn zondig. Op de keper beschouwd zijn zij geheel afhankelijk van Gods genade. Juist daarom is het van belang om, ook in 2019, te blijven beseffen wat Gereformeerd-zijn betekent!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.gkvzaltbommel.nl/index.php/wat-geloven-wij/wat-is-gereformeerd ; geraadpleegd op maandag 4 februari 2019.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, vraag en antwoord 1.
[4] “Mijn diepste verlangen: dat ik niet cynisch word”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 19 januari 2019, p. 24.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[6] ‘Als soldaat in Indië schreef ik elke dag een brief aan Janny’ – ouderenportret van Piet Holtman. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 26 januari 2019, p. 24.

9 juli 2018

Een nieuw inzicht

Zaterdag 23 juni 2018: in het Nederlands Dagblad lees ik een vraaggesprek met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P. Niemeijer.

In het Nederlands Dagblad staat:
“Als een zwaargewicht in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt van mening verandert op het gevoeligste thema in die kerk op dit moment, mag dat gerust opvallend heten. Dominee Pieter Niemeijer vindt niet langer dat de Bijbel vrouwen verbiedt te spreken en leiding te geven. ‘In deze tijd zou Paulus misschien een smiley gebruikt hebben.’
Hij moet er niet aan denken dat de komst van vrouwelijke ouderlingen en dominees een scheuring veroorzaakt in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Daarom schreef dominee en oud-synodevoorzitter Pieter Niemeijer (62) een boekje over zijn eigen worsteling met het thema. ‘Ik ben opgevoed met de leer dat het ambt alleen voor mannen is, en heb de Bijbel zelf ook lang zo uitgelegd.’ Na jaren studeren kwam hij tot nieuwe inzichten. ‘De klassieke uitleg is niet zo absoluut als ik dacht.’”.
En even verder:
“Ik wil op de oude, gereformeerde manier gewoon lezen wat er staat. Ik heb altijd gedacht dat Paulus sprak over ‘de man’ en ‘de vrouw’. We hebben er een gendervraagstuk van gemaakt. We concludeerden dat ‘de vrouw’ niets mag leren, geen gezag mag uitoefenen over welke man dan ook. Maar nu ben ik tot het inzicht gekomen dat Paulus bedoelt dat een vrouw haar eigen man niet de les moet lezen en afkatten. Hij vindt het belangrijk dat man en vrouw als eenheid optreden’”[1].

Dominee Niemeijer maakt dus een ommezwaai in zijn denken. Dat mag. We leven in een vrij land. Van mening veranderen is niet verboden in dit deel van de wereld.

Toch kijk ik er raar tegenaan.

Dominee Niemeijer zegt zelf: “Ik ben opgevoed met de leer dat het ambt alleen voor mannen is, en heb de Bijbel zelf ook lang zo uitgelegd”.
Nu is hij tot nieuwe inzichten gekomen.

Maar betekent dat dan dat zijn voorvaderen allen de Bijbel op bepaalde punten verkeerd hebben uitgelegd?
Houdt dat, bijvoorbeeld, ook in dat mijn voorgeslacht de Bijbel altijd fout heeft gelezen?
Gechargeerd gezegd: waren die mensen van vroeger allemaal een beetje dom?
Dit alles tot mij nemende, vormt zich in mijn brein een bataljon vraagtekens.

Want er is nog meer.
Want in het Nederlands Dagblad lees ik een dag eerder: “Na jaren van vermanen en oproepen tot bekering hebben Australische zusterkerken donderdag de band met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt verbroken.
Dat historische besluit werd genomen op de synode van de Free Reformed Churches in Australia (FRCA) in Bunbury, een plaats in West-Australië ten zuiden van de havenstad Perth. Historisch, omdat de kerken van oudsher nauw verwant zijn. De kerken in Australië werden vanaf de jaren vijftig gesticht door vrijgemaakte emigranten.
Tegelijkertijd komt de breuk niet uit de lucht vallen. Drie jaar eerder schortte de toenmalige synode van de Australische kerken de relatie al op. Het gevolg was dat vrijgemaakte dominees niet meer in de Australische kerken konden preken en dat (emigrerende) kerkleden uit Nederland niet zomaar werden toegelaten als lid of aan het avondmaal. Dat is nu definitief het geval.
De druppel die de emmer voor de Australiërs doet overlopen is het vrijgemaakte besluit uit 2017 vrouwen toe te staan dominee, ouderling of diaken te worden”.
Het betreffende bericht eindigt als volgt.
“Voor de vrijgemaakten staat de relatie met meer kerken ter discussie. Zo leven dezelfde zorgen als in Australië ook in emigrantenkerken in Zuid-Afrika en Canada. Vorig jaar werden de vrijgemaakten al uit de internationale, gereformeerde koepelorganisatie ICRC gezet, die ze in 1982 zelf mede hadden opgericht.
Eerder deze maand besloten de United Reformed Churches in North America de zusterkerkrelatie te verbreken. Ook zij noemden het vrouwenbesluit als de reden”[2].

Dominee Niemeijer komt dus niet alleen tegenover zijn voorvaderen te staan.
Ook Gereformeerden van nu, overal ter wereld, varen een heel andere koers.

Als ik dat alles tot mij door laat dringen, vraag ik mij met name af:
* hoe verhouden de nieuwe inzichten van dominee Niemeijer zich tot de meningen van eerdere generaties op dit punt?
* hoe verhouden die inzichten zich tot die van andere Gereformeerden elders in de wereld anno 2018?

Nieuw inzicht?
Ja, dat mag.
Maar ik zou, ware dat mogelijk, wel eens willen horen hoe dominee Niemeijer dat nieuwe inzicht aan zijn voorgeslacht voorlegt.

Dominee Niemeijer zegt: “Eerst voelde ik angst: wat hangt me boven het hoofd? Voor mij is het wel belangrijk dat dit geen zaak van het geloof is, maar van kerkinrichting. Als het aankomt op de kern van het evangelie moet je hard knokken voor de zaak. Maar dit is geen kwestie van het heil. Hierover kun je binnen één kerk van mening verschillen”.

Dat lijkt me een versimpeling van de werkelijkheid.
Want dit is niet het enige punt waarop vooraanstaande mensen in het verband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) een enorme zwaai hebben gemaakt.
Er is een heel complex van veranderingen. En ten aanzien van dat complex van veranderingen zijn velen van mening dat dat geheel uiteindelijk bij de Heiland wegleidt. Daarom is er een uittocht gaande uit de GKv.
En hoor eens: als iemand dat weet dan is het dominee Niemeijer wel, zou ik denken.

Tenslotte nog dit.
De reputatie van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) heeft de laatste jaren forse deuken opgelopen.
En niet alleen bij de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt), maar ook veel andere kerkgenootschappen is er nogal wat aan de hand.
Gereformeerden van 2018 moeten, alleen daarom al, ootmoedig blijven. Zij moeten zichzelf regelmatig testen: zijn we nog op de weg die de Here Jezus Christus ons wijst? Wat mij betreft past het gebed van Psalm 79 daar naadloos op:
“Gedenk niet meer het kwaad van voorgeslachten.
Zie, hoe wij uw barmhartigheid verwachten.
God van ons heil, wij zijn verzwakt door lijden.
Het geldt uw eer, kom spoedig ons bevrijden.
Verzoen het grote kwaad dat ons voor ogen staat,
laat U door ons verbidden.
Het geldt uw naam, o God, wanneer de heiden spot:
Is God niet in hun midden?”[3].

Noten:
[1] “Vrouw in ambt als splijtzwam hoeft niet’”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 23 juni 2018, p. 18 en 19.
[2] “Breuk Australische kerken en vrijgemaakten” . In: Nederlands Dagblad, vrijdag 22 juni 2018, p. 7.
[3] Psalm 79:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.