gereformeerd leven in nederland

22 februari 2019

Victorie in de volkerenwereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Ieder die een beetje thuis is in de Bijbel, weet wel dat er een tekst in staat over zwaarden die worden omgesmeed tot ploegscharen. Bovendien – de speren zijn verdwenen; het zijn ploegscharen geworden.
Welk een vredig tafereel!
Zwaarden die niet meer nodig zijn…
Speren die overbodig werden…
Wat zou dat heerlijk wezen: een wereld zonder bommen, een wereld zonder tanks, een wereld zonder legers, een wereld zonder defensie.
Even zo goed weten we het best: dit alles is op deze aarde nog ver weg.
Wat moet je op deze aarde met die tekst over omgesmolten zwaarden en speren die nergens meer voor dienen?

Laten we een ogenblik kijken naar Jesaja 2.
Want daar gaat het over zwaarden en ploegscharen. En over speren die snoeimessen worden. Ik citeer:
“Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun ​zwaarden​ omsmeden tot ​ploegscharen en hun ​speren​ tot ​snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het ​zwaard​ opheffen. Oorlog​ voeren zullen zij niet meer leren. Huis van ​Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE”[1].

In Jesaja 1 gaat het over Gods volk.
Israël is in opstand gekomen.
Dat is ongelooflijk dom. Een koe herkent de boer die hem verzorgt. Een ezel weet welke man of vrouw zijn eigenaar is. Maar Israël? Dat volk herkent Zijn Schepper niet eens!
Israël is bij God vandaan gewandeld.
Israël heeft zonde op zonde gestapeld.
Israël trekt zich van God geen klap meer aan. Hoe hard God Zijn volk ook slaat, er is niemand die luistert. Er is niemand die begrijpt dat God Zelf ingrijpt!
Israël is, op de keper beschouwd, zwaar gewond.
Israël is weinig meer dan een verwaarloosde woestenij; land dat opnieuw ontgonnen moet worden!
Heeft Israël God dan totaal vergeten? Nou nee. De offers worden in Israël nog netjes gebracht. De godsdienst wordt nog ijverig gepraktiseerd. Maar weet u wat het is? Het gebeurt allemaal voor de vorm.
Israël is een land vol keurige kerkmensen, daar niet van. Maar intussen gaat men z’n eigen gang. En dat vinden zij zo prettig, jaja; en daarom zingen zij blij.
Intussen dendert Israël van het onrecht.
Intussen is Israël ten diepste een criminele natie geworden.
Intussen is in Israël de corruptie overal.
… Hoe moet dat verder?…
De Heer van hemel en aarde pakt de boel aan. Bloemen en bomen die er prachtig uitzien, zullen verdorren. Her en der ontstaat brand en….

En dan, in Jesaja 2, keert de Here het beeld Hoogstpersoonlijk om.
De God van hemel en aarde resideert op een hoge heuvel.
Alle volken komen naar Hem toe. Zij beseffen dat zij bij Hem moeten wezen!
De volken in de wereld zeggen ’t tegen elkaar: zorg dat je erbij komt; bij God moet je zijn.
Zij zeggen: het is gezond voor je lijf en je leden; bij God is niemand ontevreden!
Alle mensen die zich naar Gods residentie begeven, willen graag levenslessen van Hem ontvangen: welke kant moet het met ons leven op?
Wij zouden kunnen zeggen: God geeft lessen in vrede, duurzame vrede. De mensen verleren op slag om oorlog te voeren!

Zou Jesaja deze woorden overgenomen hebben van de profeet Micha?[2] Het lijkt erop. Want in Micha 4 vinden we deze profetie terug.

Hoe dat zij – Jesaja’s profetie staat in het kader van woorden uit Jesaja 5: “Daarom zal Mijn volk in ​ballingschap​ gaan: het heeft geen kennis. Zijn hooggeplaatsten zullen verhongeren, en zijn mensenmenigte zal van dorst versmachten”[3].
Jesaja zegt dus in eerste instantie: Israël zal terugkeren uit de ballingschap.
Maar Jesaja zegt ook: het recht van God gaat voor heel de wereld gelden.

Sinds Mattheüs 27 is dat ook de werkelijkheid: “En zie, het voorhangsel van de ​tempel​ scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden”[4].
De hele schepping werd er van doordrongen – er is een nieuwe start gemaakt!

In Johannes 4 zegt Jezus het ook tegen de Samaritaanse vrouw: “Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in ​Jeruzalem​ de Vader zult aanbidden”[5].
En:
“God is ​Geest​ en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in ​geest​ en waarheid”[6].
Vandaag ligt ons oriëntatiepunt ergens anders. Dat punt duidt Paulus in Galaten 4 aan: “…het ​Jeruzalem​ dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen”[7].

Nee, Jesaja 2 is – om zo te zeggen – geen Israëlitisch onderonsje.
De Heer van hemel en aarde werkt wereldwijd.
Als woordvoerder van de Machthebber van hemel en aarde zegt Jesaja in hoofdstuk 45: “Ik heb gezworen bij Mijzelf – uit Mijn mond is in ​gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren – dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren”[8].
De echo van Jesaja’s woorden kunnen we vinden in Philippenzen 2: “Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van ​Jezus​ zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader”[9].
Dat is Christus’ victorie in de volkerenwereld!

Dat is groots.
Voor mensen is dat niet te omvatten.
Mensen van 2019 geloven hooguit in meetwaardes en uitslagen, in overzichten en registers, in diagrammen en schema’s.
De Here roept Zijn kinderen op om op Hem te vertrouwen. Om het tenslotte met Jesaja 12 te zeggen: “Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is de HEERE, en Hij is mij tot heil geworden”[10].

Noten:
[1] Jesaja 2:4 en 5.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. W.G. de Vries, “Het ene Woord en de vele sekten”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1984. – tweede druk. – p. 100 en 101.
[3] Jesaja 5:13.
[4] Mattheüs 27:51.
[5] Johannes 4:21.
[6] Johannes 4:24.
[7] Galaten 4:26.
[8] Jesaja 45:23.
[9] Philippenzen 2:9, 10 en 11.
[10] Jesaja 12:2.

7 februari 2019

Als de overheid faalt…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Q-koorts, Chroom-6, aardbevingsschade, kinderpardon – wat is de overeenkomst tussen die vier begrippen?
Antwoord: ze hebben alle te maken met affaires waarbij het vertrouwen in de overheid ernstig is geschaad.

Zeker, er lopen ook veel zaken goed in Nederland. En daar hoor je zelden iets van.
Maar al was slechts de helft van alle verhalen waar, dan nog is het duidelijk: de overheid faalt op heel wat punten.

De gemiddelde burger ergert zich.
Kan dit niet beter?
Is er echt niemand, helemaal niemand, die ingrijpt?
Natuurlijk, in Nederland zijn de leefomstandigheden, in het algemeen gesproken, aangenaam. Er zijn talloze andere landen waar de burgers veel meer te verduren hebben.
Maar toch…

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Romeinen 13.
Ik citeer de inzet van dat Schriftgedeelte: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[1].

De apostel Paulus schrijft dat aan mensen die heel goed weten dat juist de overheid aldaar vaak bij de verdrukking en berechting van gelovigen betrokken is[2].
In die tijd wordt de christelijke kerk door de overheid als een Joodse sekte beschouwd. De overheid volgt het doen en laten van de kerk met argusogen!

Wie zich dat realiseert, beseft dat Paulus’ onderwijs vervreemdend werken kan.
Immers – men kan een overheid die christenen vervolgt toch niet als lichtend voorbeeld stellen?
Hoe komt Paulus erbij om dit zo op te schrijven?

Laten we bedenken dat de lessen van de apostel terug gaan op het Oude Testament.

Bijvoorbeeld op Spreuken 8:
“Door Mij regeren koningen,
verordenen vorsten ​gerechtigheid.
Door Mij heersen vorsten,
en edelen, alle rechters op aarde”[3].
De Spreukenleraar dringt er bij ons op aan om het niet te vergeten: de wereld wordt door God aangestuurd. Het is God Zelf die overheden en rechters hun plaats aanwijst. Dat besef is maar al te vaak verdwenen. Zou dat ten diepste niet de oorzaak zijn dat de overheid heden ten dage zo vaak faalt?
Laten wij elkaar vervolgens ook wijzen op Jesaja 10.
Daar gaat het over de grootmacht Assyrië.
Jesaja heeft geprofeteerd dat Assyrië onder meer de macht zal overnemen in Israël en Juda. Maar daarmee is niet alles gezegd. Zeker niet. Want Jesaja proclameert namens de Here ook: “Het zal gebeuren, zodra de Heere heel Zijn werk op de berg ​Sion​ en in ​Jeruzalem​ voltooid heeft, dat Ik de vrucht van de trots van de ​koning​ van ​Assyrië​ en de glans van zijn hooghartige oogopslag zal vergelden”[4].
Assyrië is in eerste instantie een instrument in de handen van de Here. Maar daarmee is het handelen van de grootmacht niet goedgepraat!
Jesaja verkondigt dat er van het machtsblok Assyrië uiteindelijk maar heel weinig overblijft:
“Want het Licht van Israël zal worden tot een vuur,
zijn ​Heilige​ tot een vlam,
en die zal zijn distels en zijn dorens
verbranden en verteren, in één dag.
Hij zal ook de luister van zijn wouden en zijn vruchtbare velden
vernietigen met alles wat daar leeft.
En hij zal zijn als een wegkwijnende zieke.
En het overblijfsel van de bomen in zijn bos zal te tellen zijn,
een jongen zou het aantal kunnen opschrijven”[5].
Jesaja laat het ons zien:
* soms lijkt het alsof God ver weg is
* maar dat is gezichtsbedrog: er komen andere tijden aan
* machthebbers die niet aan Gods kant staan, die zullen er van lusten; zij schrompelen weg, ze kunnen niets meer!

In Daniël 2 wordt het koning Nebukadnezar aangezegd: “U, o ​koning, bent een ​koning​ der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en ​eer​ gegeven”[6].
Maar in Daniël 4 blijkt dat de Here diezelfde koning diep kan laten vallen: “Men zal u namelijk uit de mensenwereld verstoten, en u zult uw verblijf hebben bij de dieren van het veld. Men zal u gras te eten geven, zoals aan runderen, en u zult bevochtigd worden door de dauw van de hemel. Zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil”[7].

De regering van koning Belsazar, een kleinzoon van Nebukadnezar, wordt in Daniël 5 ook te licht bevonden[8].
De Here grijpt structureel in: “In diezelfde nacht werd Belsazar, de ​koning​ van de ​Chaldeeën, gedood”[9].

Overheden die te vaak het vertrouwen schenden –
Machthebbers die niet ingrijpen, waar dat wel moet –
Politici die mooi praten, terwijl hun beleid soms onmenselijke en gevaarlijke situaties oplevert –
wij hebben er overal ter wereld mee te maken.
Mensen worden er droevig van. En wanhopig, soms. En dat is warempel ook wel te begrijpen. Er zijn momenten dat Jan-met-de-pet zou kunnen uitroepen: hoe machtiger de regeerders zijn, hoe gevoellozer zij worden.

Welnu – Paulus roept in Romeinen 13 de christenen in Rome op om verder te kijken dan hun neus lang is. Die oproep is ook vandaag actueel!
De Heilige Geest stimuleert de vromen van 2019 om niet stil te blijven staan bij Q-koorts, Chroom 6, aardbevingsschade of kinderpardon. Kijk menselijke onrechtvaardigheid voorbij! Laat de bloeddruk niet al te zeer stijgen vanwege moeilijkheden in de zorg, of bijvoorbeeld vanwege de wetteloosheid die hand over hand toe lijkt te nemen.

De Here ziet heus wel wat er gebeurt!

Als Paulus zijn betoog over de overheid als dienares van God afgesloten heeft, schrijft hij een perikoop over liefde tot de naaste.
Ik citeer: “Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen ​overspel​ plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. De ​liefde​ doet de naaste geen kwaad. Daarom is de ​liefde​ de vervulling van de wet”[10].

Laten wij het maar zonder omwegen vaststellen: die onderwerp-volgorde in Romeinen 13 is geen toeval!

Noten:
[1] Romeinen 13:1 en 2.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 13:1.
[3] Spreuken 8:15 en 16.
[4] Jesaja 10:13.
[5] Jesaja 10:17, 18 en 19.
[6] Daniël 2:37.
[7] Daniël 4:25.
[8] Daniël 5:25-28.
[9] Daniël 5:30.
[10] Romeinen 13:8, 9 en 10.

4 januari 2019

De rechtszaak in Joël 3

Zijn de woorden van God van belang voor hen die God negeren?
Antwoord: jazeker.
Met grote regelmaat komen we boodschappen tegen waarin mensen centraal staan die niets met God te maken willen hebben.
Een voorbeeld daarvan vinden we in Joël 3[1].

Uit dat hoofdstuk citeer ik het begin: “Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld”[2].

Er hangt, om zo te zeggen, een donkere wolk boven deze tekst. Men proeft een sfeer van oordeel. Van straf. Er is een atmosfeer van definitieve afrekening.

Wie is Joël eigenlijk?
Het is niet duidelijk in welke tijd deze profeet heeft gesproken. Er zijn onderzoekers die het leven van Joël dateren rond 800 jaar voor Christus[3]. Anderen denken aan de periode rond 587 voor Christus. Nóg weer anderen pleiten voor een datering rond 400 voor Christus[4].
Kortom: de geleerden zijn het er niet over eens.
We weten het niet.

Ooit werd de volgende indeling van het Bijbelboek gemaakt:
“1.
Een profetie van grote aanstaande rampen die het land bedreigen, namelijk een droogte en een sprinkhanenplaag.
2.
De profeet roept zijn landgenoten op tot bekering en zich tot God te wenden, en verzekert hen van Gods bereidheid hen te vergeven, en voorspelt het herstel van het land tot de vroegere vruchtbaarheid.
3.
Een profetie over de messias, die door Petrus in het Nieuwe Testament wordt aangehaald.
4.
Ten slotte voorzegt de profeet oordelen bestemd voor de ‘vijanden van God’”[5].

In Joël 3 wordt gesproken over de oordeelsdag. Die tijd is er nu al. Maar het loopt uit op de grote oordeelsdag.
Er is een rechtszaak gaande.

Waar vindt die rechtszaak plaats?
Daarover schreef ik enkele jaren geleden: “De rechtszaak vindt plaats in het dal van Josafat.
Waar is dat dal?
1.
Er wordt wel gezegd dat dat de Kidronvallei is. Die bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. De Kidronvallei staat doorgaans droog. In de winter zetten zware slagregens het dal onder water. Daarom legde men enkele bruggen aan. Dan kon men altijd van de ene naar de andere kant van de vallei. In Johannes 18 loopt Jezus over zo’n brug heen.
2.
Er zijn ook velen die de betekenis van ‘het dal van Josafat’ breder zien. Het dal is de geestelijke wereld, de ontmoetingsplaats van de legermachten van God en Satan. Het dal is het slagveld. Het is de sfeer van Efeziërs 6: “ Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”.
De naam ‘Josafat’ betekent: Jahweh oordeelt. Die naam is veelzeggend”[6].

De bovenbedoelde rechtszaak is door de Heer van hemel en aarde aangespannen om Zijn volk te beschermen. De bewoners van Juda en Jeruzalem zijn gevangengenomen. Ze werden notabene als slaven behandeld. Kinderen werden handelswaar. En waarom?
Enkel en alleen omdat de vijanden van God kwaliteitswijn wensten te nuttigen.
Leest u maar mee: “Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een ​hoer; zij verkochten een meisje voor ​wijn, zodat zij konden drinken”[7].
Met name de Feniciërs – de inwoners uit Tyrus en Sidon – en de Filistijnen worden aangesproken.
Niemand kan er omheen: er komt rechtsherstel voor Gods volk!

De Here is, om zo te zeggen, helemaal klaar met woelen van de volken.
Er was een tijd dat de heidenen werden ingezet om de straf over Gods volk te voltrekken.
Maar in Joël 3 staan de zaken anders.
Er komt een donkere tijd aan voor de tegenstanders van God. Want de kerkstad wordt weer een toonbeeld van vrede, van rust. Van kennis van God, ook.
Want er staat: “De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn ​heilige​ berg, woont. Jeruzalem zal een ​heiligdom​ zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken”[8].

Intussen is het wel helder: de Here God geeft een eindoordeel over de volken. Dat hoeven wij dus niet te geven. We mogen dat aan de Here overlaten
Steeds weer zien we op deze aarde de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden.
Ook vandaag doet de duivel zijn best om Gods werk af te breken. Maar door alles héén mogen we het repeteren: wij horen bij de Here; iets mooiers is er in het leven niet![9]

Joël profeteerde vele eeuwen geleden.
En je zou zeggen: wat hebben wij er vandaag aan? Antwoord: een profetie als die van Joël doet ons beseffen dat de realiteit heel anders is als die lijkt.
De wereld is vol van zucht naar macht en invloed, zucht naar geld en goed, vol van teleurstellingen en verdriet. Maar daaráchter vindt een strijd plaats, waarvan de afloop bij voorbaat reeds vaststaat. Je merkt het niet, maar onze God werkt aan een prachtige toekomst.
In Marcus 4 zegt Jezus: “Zo is het ​Koninkrijk van God: als wanneer iemand het ​zaad​ in de aarde werpt en slaapt en opstaat, nacht en dag; en het ​zaad​ ontkiemt en komt op, zonder dat hij zelf weet hoe. Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort…”[10]. We voelen het niet, maar God is actief! We ervaren het niet, maar onze God is druk bezig!

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël?[11] Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat bloed, vuur, uitlaatgassen en klimaatverandering niet voortdurend op de voorgrond behoren te staan.
Onze God staat, om zo te zeggen, in de volle breedte van het beeld. Hij is erbij! Gods Heilige Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Gods Geest leert ons de werkelijkheid anders te bekijken.
En daarom mogen wij het met Psalm 121 blijven belijden:
“Mijn hulp is van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft”[12].

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat de Here in de kerk werkt, maar zeker ook daarbuiten.
Denkt u in dit verband maar aan Jesaja 6, waar de ene engel tegen de andere roept:
“Heilig, ​heilig, ​heilig​ is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!”[13].
Heel de aarde is vol van God. Dat zien wij niet. Maar zo is het wel.

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat gelovige kerkmensen apart zijn gezet.
De Heilige Geest doordrenkt ons met Godsvrucht. Zo worden we voorbereid op een onvoorstelbaar mooie toekomst.

Joël 3 zit vol oordeel.
Jazeker.
Maar Gods kinderen worden getroost. En nee, zij worden niet panisch.
En met Openbaring 7 mogen zij zeggen: “Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[14].

Noten:
[1] De verzen in het Bijbelboek Joël worden op verschillende manieren genummerd. In sommige tekstuitgaven wordt hoofdstuk 3 daarom aangeduid als Joël 4.
[2] Joël 3:1 en 2.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Tijdtafel . Zie ook http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/J/Joël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[4] Zie bijvoorbeeld http://www.gkvzuidwoldedr.nl/preken/05-november-2014/ ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Joël_(boek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[6] Deze alinea is een bewerkt citaat mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’, hier gepubliceerd op woensdag 27 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/27/joel-3-vers-1-tot-en-met-8/ . Het citaat uit Efeziërs 6 betreft vers 12 van dat Schriftgedeelte. Dat vers werd in het oorspronkelijke artikel geciteerd uit de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951. In dit stuk wordt geciteerd uit de Herziene Statenvertaling-2010.
[7] Joël 3:3.
[8] Joël 3:16 en 17.
[9] Deze alinea is gebaseerd op een passage uit mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’. Zie verder noot 6.
[10] Marcus 4:26, 27 en 28 a.
[11] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.jaapcramer.com/preken/2018/05/20/Joel3.html ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018. Dit betreft een preek van dominee J.R. Cramer, predikant van de samenwerkingsgemeente van de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Heerde/Epe.
[12] Psalm 121:1 en 2.
[13] Jesaja 6:3.
[14] Openbaring 7:12.

27 december 2018

God blijft aan het werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat, op de keper beschouwd, in Psalm 66 nogal tekeer.
Kijkt u maar even mee.
“Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed”[1].

Wat wil de dichter van Psalm 66 zeggen?
Zijn boodschap is: God werkt door; dat ziet u in uw eigen leven en ook in de wereldgeschiedenis.

In het Oude Testament werd de Messias aangekondigd. In het Nieuwe Testament kwam de Redder van het Leven als mens op aarde. Zijn lijden en sterven waren een betaling voor de zonden. Zijn opstanding uit de dood was een magnifiek bericht van overwinning en triomf; de dood heeft niet meer het laatste woord.
De dichter van Psalm 66 roept ons ertoe op om die daden te zien. Daar moeten we op focussen. De rest is bijzaak.

De dichter zegt: “U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert”.
Wat betekent dat?
Iemand schreef daarover: “Een zilversmid houdt een stuk zilver in het vuur en laat het warm worden. Om het zilver te reinigen, is het nodig dat het zilver in het midden van het vuur wordt gehouden, waar de vlammen het heetst zijn. Zo wordt alle vuilheid en onreinheid weggebrand.
Ziet u het voor u… God, Die ons in het vuur houdt… Niet om ons te pijnigen – hoewel het veel pijn kan doen – maar om ons te reinigen, om ons mooi, geestelijk mooi te maken.
Opmerkelijk is verder dat de zilversmid onophoudelijk voor het vuur blijft zitten en naar het zilver blijft kijken, totdat het totaal gereinigd is. Omdat, als hij maar even wegloopt of niet kijkt, het zilver net te lang in het vuur kan zijn, waardoor het niet bruikbaar meer is.
Hoe weet de zilversmid nu het juiste moment om het zilver uit het vuur te halen? Dat is heel simpel. Zodra hij zijn eigen beeld in het gesmolten zilver ziet weerspiegelen, is het zilver lang genoeg in het vuur geweest.
De Heere God kent ook u, weet dat u in het vuur bent en heeft u, als de grote Zilversmid, in Zijn handen. En Hij verlangt ernaar dat er steeds meer van Zijn beeld, van de Heere Jezus, zichtbaar wordt in ons leven”[2].

Merkt u dat? Het is eigenlijk heel schokkend – de Here laat het toe dat al die rampen van Psalm 66 het leven van Gods kinderen binnendringen. De satanische macht is op aarde nog groot!
De loutering van dat zilver is al niet gering.
Maar dan is er ook nog dat net waarin de mensen vastzitten.
En de mensen die overreden worden.
Je zou zeggen: dan ben je toch morsdood? Oftewel: dan is er toch niets meer van je over?
Psalm 66 prent ons echter in dat de werkelijkheid anders is.
De tegenspoed kan nóg zo groot zijn, de Here biedt altijd redding.
Laat ik het zo mogen zeggen: de Here probeert ons uit. Hij test ons – als ons dat onheil treft, blijven wij dan op ’s Heren macht vertrouwen, of niet?

Het is waar – de satan en het kwaad verkopen zich zo goed mogelijk. Ook heden ten dage.
De theoloog Reinier Sonneveld noemt daar in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’ een treffend voorbeeld van[3]. Dat exempel gaat over “een test waarbij proefpersonen elektrische schokken konden toedienen aan anderen die opdrachten moesten uitvoeren. Het was gelukkig in scène gezet, want er waren er die zelfs dodelijke stroomstoten toedienden. Dat deden ze omdat iemand hen onder druk zette: dit moet gebeuren, dit is wetenschappelijk verantwoord, iedereen doet het”[4]. De duivel, Gods keiharde tegenstander, weet wel hoe hij mensen beïnvloeden en sturen moet!
Welnu, Psalm 66 doordringt ons ervan dat God niet buiten al die rampspoed staat. Echter – uiteindelijk overwint Hij. Als het erop aankomt, moet de duivel inpakken en wegwezen!

Daarom kan de dichter ook zeggen:
“Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen”[5].
Eigenlijk hebben die vijanden dus helemaal geen zin om Gods oppermacht te erkennen… – maar ja, ze moeten wel.

De componist van de psalm zegt ook:
“Kom en zie Gods daden;
ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge;
zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd”[6].
De psalmdichter preludeert in die woorden op Exodus 14: “Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[7].
De God van hemel en aarde zorgt voor bevrijding. Bevrijding uit Egypte namelijk.
De God van hemel en aarde zorgt voor een entree in een nieuw vaderland. Kanaän.
Psalm 66 leert het ons: de Heer van hemel en aarde creëert een nieuw begin!

In de afgelopen Kerstdagen dachten we ook aan een nieuw begin: Jezus Christus werd geboren!
Maar wij mogen nog een nieuw begin verwachten. Het moment dat onze Zaligmaker terugkomt op de wolken namelijk.

Wij zitten midden in de feestdagen.
Kerst is net geweest, Oud & Nieuw komt er aan. En we genieten ervan. Lekker eten en veel gezelligheid – dat is heerlijk.
Maar we kunnen niet aan de ellende in onze maatschappij voorbij kijken.
Bijvoorbeeld aan het feit dat een 16-jarig meisje in Rotterdam op klaarlichte dag werd doodgeschoten. Humeyra heette dat meisje. Aan die moord op dinsdag 18 december jongstleden lagen, naar men zegt, relatieproblemen ten grondslag. We leven in een maatschappij waar dat gebeurt[8]. Nee, dat went nooit.

Iemand dichtte:
En in een tijd van jachten en jagen,
kijk je anders tegen de wereld aan,
kunnen mensen elkaar nog wel verdragen,
of moet ieder voor z’n eigen gaan.

Het vieren van kerst, zo zijn mijn gedachten,
moet altijd blijven, in elk gezin,
dit zal het harde in het leven verzachten,
dan krijgt men er weer vertrouwen in[9].

Dat is een mooie gedachte.
Maar de dichter van Psalm 66 ziet het allemaal veel groter. Want de dichter zegt:
“Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen,
laat zij voor Uw Naam psalmen zingen”[10].
Kijk, dan pas komt er echte vrede.
Laten wij daar maar om bidden. En als wij dat doen, mogen wij weten dat God niet doof is voor onze gebeden. Die ervaring heeft de maker van Psalm 66 ook:
“Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd,
Hij heeft acht geslagen op mijn luide ​gebed.
Geloofd zij God, Die mijn ​gebed​ niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden”[11].

Jazeker, soms is de nood hoog. De schrijver van Psalm 66 wist daar alles van. En wij weten het ook.
Maar laten wij het blijven beseffen: God werkt door.
En: wie tot God gaat praat nooit tegen dovemansoren!

Noten:
[1] Psalm 66:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.dirkvangenderen.nl/2016/01/29/als-zilver-in-het-vuur/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buyten & Schipperheyn Drukkerij en Uitgeversmaatschappij, 2018. – 287 p.
[4] Andries Zoutendijk, “Een rebellengroep rond een baby in een trog” – recensie van het in noot 3 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 december 2018, p. 11.
[5] Psalm 66:3.
[6] Psalm 66:5 en 7.
[7] Exodus 14:20, 21 en 22.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2264148-rouw-op-rotterdamse-school-na-moord-dit-is-ergste-wat-kan-gebeuren.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[9] Dit zijn de strofen 5 en 6 van het gedicht ‘Kerst Gedachte’. Te vinden op https://www.gedichtenstad.nl/kerstgedichten/kerst-gedachte.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[10] Psalm 66:4.
[11] Psalm 66:19 en 20.

14 november 2018

Refrein van de aansporing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.
Dat is een zin die in het Bijbelboek Ezechiël meer dan twintig keer voorkomt. Die woorden klinken dreigend. Ze zullen ervan lústen – het volk Israël, Juda en de volken die Israël dwarsgezeten hebben!
Ezechiël zegt het in hoofdstuk 6, 7, 12, 24, 25, 26, 28…. enzovoort – steeds weer klinkt dat woord: “Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.

Tussen 593 en 571 voor Christus brengt Ezechiël allerlei onheilsboodschappen. En steeds weer is daar dat alarmerende keervers.

Israël en Juda storten in.
Ezechiël legt uit dat de verwoesting en de ballingschap in feite een straf zijn. Een straf van God op de zonden van Zijn volk. Met name de afgoderij is een gruwel in Gods oog!
Iemand schrijft: “Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo’n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer”[1].

Het lezen van het Bijbelboek Ezechiël is niet altijd even vreugdevol. Al die oordelen over Israël en de omringende volken roepen trieste beelden op. Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon, Egypte: ze worden allen uitgebreid toegesproken.

Het is bekend dat sommige mensen Ezechiël liever niet aan tafel lezen. Al dat bloed, al dat geweld, al die oorlogstaal – daar wordt niemand blij van.

Toch is het van enig belang dat wij de profetie van Ezechiël kennen.

Die zin ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ heeft een oproep in zich. Namelijk deze: erken nu toch dat de Here God is. Hij heeft de macht in hemel en op aarde.
Natuurlijk – daar dachten ze in Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte anders over. Maar ze zijn er inmiddels achter gekomen dat de Here de waarheid spreekt!
En ook Gereformeerden van 2018 mogen het zich realiseren: de God van het verbond is de Almachtige; Hij bestuurt heel de wereld!

Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben: dat is eerst en vooral het refrein van de aansporing tot erkenning van de Here.
Stelt u zich voor dat u iedere dag een kapittel van de profetie van Ezechiël leest. Dan zult u op een gegeven moment zeggen: ja ja, dat weten we nu wel – alweer oordeel, alweer gericht… En wellicht vraagt u zich vertwijfeld af waarom wij dit alles tot ons moeten laten doordringen.
Met name de hoofdstukken 6 tot en met 32 zijn doordrenkt met onheil, rampen, ellende en ongeluk.
De mensen vragen: kan het niet wat minder? Slechts tot weinigen lijkt het door te dringen dat de Here het klaarblijkelijk nodig vindt om in Zijn Woord zoveel aandacht te geven aan rampspoed en tegenslag.
“Hij weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein”[2].
Met andere woorden – de Here kent Zijn volk langer dan vandaag. En Hij waarschuwt ook de kerk van vandaag: pas goed op u zelf! En Hij vraagt: u weet toch wel dat de zonde nog op de loer ligt?
Wij zien het om ons heen: criminaliteit, kortzichtigheid, natuurrampen, oorlog, ontucht, onwil… – u kunt het rijtje van trammelant en tragiek ongetwijfeld zonder moeite aanvullen.
En de vraag is: blijven wij op de Here vertrouwen, op Hem die zo machtig is dat Hij Zijn volk altijd en overal beschermen kan?

Die bekende woorden ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ hebben ook nog een andere betekenis.
Er zit ook troost in.
Want één ding is zeker: er komt een tijd dat alles en iedereen zal moeten erkennen dat onze God alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
Openbaring 6 spreekt daarover.
Leest u maar even mee. “En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle ​slaven​ en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”.
Op die dag zal blijken dat de mensen die door de eeuwen heen Jezus Christus hebben gevolgd toch gelijk gehad hebben.
Op die dag zal blijken dat de trouwe kerkgangers van alle tijden het bij het rechte eind hebben gehad.
Op die dag zal blijken dat degenen die de God huns levens prijzen, biddend Hem hun dank bewijzen aan de goede kant staan[3].

In deze tijd hebben we te maken met een maatschappij waarin God zeker nog niet vergeten. Des zondags stromen er nog heel wat kerkgebouwen vol.
Maar naast het christelijke geloof zijn er nog talloze religieuze stromingen. Dergelijke religiositeit noemt Ezechiël afgoderij.
Dat moet je tegenwoordig uiteraard niet meer zeggen.

Ach – de wereld komt er nog wel achter.
Laten we ons in de kerk maar oefenen in de geloofszekerheid van Psalm 42:
“O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem, en zie naar boven
ik zal God, mijn God weer loven”[4].

Noten:
[1] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-ezechiel ; geraadpleegd op vrijdag 9 november 2018.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 33:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] De formulering van deze zin gaat terug op Psalm 42:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 42:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

5 november 2018

Luchtvervuiling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen dinsdag, 30 oktober, stond het in de krant: “Vervuilde lucht doodt wereldwijd zeven miljoen mensen per jaar. En 93 procent van de kinderen onder de vijftien jaar ademt lucht in die een serieus risico voor hun gezondheid vormt. Jaarlijks moeten 600.000 kinderen dit met de dood bekopen. Het merendeel van hen is jonger dan vijf.
Dit zijn de cijfers over de gevolgen van luchtvervuiling in 2016, die de Wereldgezondheidsorganisatie WHO maandag presenteerde. De nadruk ligt daarbij op de gevolgen voor kinderen”[1].

Wie een dergelijk bericht leest, voelt zich wellicht wat machteloos. Want wat doe je er als gewone burger tegen? Je kunt toch moeilijk op je eentje met een groot spandoek op een industrieterrein gaan staan? Je kunt natuurlijk tweehonderd brieven per week schrijven – aan parlementen, aan directeuren en aan managers. Maar wat haalt dat drukdoenerige geschrijf uit?

Dit alles overpeinzend denk ik aan Mattheüs 6. Dan klaart de lucht op.
Laten wij elkaar wijzen op die bekende woorden: “Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?”[2].

Is dit een dooddoener?
Het lijkt er misschien op.
Want je kunt wel naar de vogels kijken, maar die zeven miljoen doden per jaar grijnzen ons nog altijd toe.
Maar laten wij het vervolg lezen: “Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één ​el​ aan zijn lengte toevoegen?”[3]. Alle druktemakers moeten het weten: bezorgdheid maakt je geen centimeter langer. Bezorgdheid zorgt er, met andere woorden, niet voor dat je boven de problemen uit kunt kijken.
De Here zegt: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de ​oven​ geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt”[4].
Christenen mogen zich realiseren dat hun leven bij God veilig is.
Volgelingen van Christus mogen beseffen dat, zelfs wanneer zij bij die miljoenen doden horen, het toch in orde komt. Zij gaan naar de hemel toe. Jezus Christus zegt in Mattheüs 6 ook: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar ​dieven​ inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar ​dieven​ niet inbreken of stelen”[5].
Ziet u?
Christenen, Gereformeerden incluis, zijn op weg naar de woonplaats van God: de hemel. En er is niemand die hen onderweg daarnaartoe tegenhouden kan.

Het is belangrijk dat dat laatste tot ons doordringt.
Jezus zegt in Mattheüs 8: “De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen”[6].
Dat betekent in ieder geval: het volgen van Jezus wil niet zeggen dat het leven een makkie wordt. Het kan best zijn dat de mededeling dat je in God gelooft de sfeer tijdens een gesprek een beetje bederft.
Nog wat groter is de kans dat men zegt: nou, het is prachtig dat je steun hebt aan je geloof, maar ik kijk toch heel anders tegen het leven aan. In die situatie moet je vooral niet proberen om iemand te bekeren; dat werkt meestentijds slechts averechts.

Wie zegt dat hij zich, ondanks die vieze lucht en die vele doden niet zoveel zorgen maakt, wordt enigszins meewarig aangekeken. En je ziet de mensen denken: die man is gewoon kortzichtig; hij doet aan struisvogelpolitiek.
Maar dat is een misvatting. Kinderen van God mogen er zeker van zijn dat hun trouwe God en Vader voor hen zorgt. Er is geen schepsel dat hen van zijn liefde scheiden zal[7]!

Luchtvervuiling is voor zeer velen dodelijk, zo blijkt uit de berichtgeving.
Maar er is meer luchtvervuiling dan velen denken.
Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 2: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de ​zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de ​kinderen​ van de ​ongehoorzaamheid…”[8].
Er is een luchtmacht druk doende.
En die luchtmacht vervuilt de sfeer in de wereld. Sterker nog: die luchtmacht bevordert de goddeloosheid in de wereld, en niet zo’n klein beetje ook!
Ten langen leste zal blijken dat die luchtvervuiling veel gevaarlijker is dan de luchtvervuiling die vandaag de dag breed in de kranten uitgemeten wordt!

Het Woord van God roept ons op om de Schepper van deze wereld te vertrouwen. Hij zegt: leg uw al of niet moeizame leven maar in Mijn handen.

Via Zijn woordvoerder Asaf zegt de Heer van de kosmos ook anno Domini 2018 tegen ons:
“Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.
Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.
Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?
Offer​ dank aan God
en kom aan de Allerhoogste uw ​geloften​ na.
Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren”[9].

De Here kent de schepping. En Hij kent Zijn kinderen; ook zij die in de eenentwintigste eeuw leven.
Hij zal hen Hoogstpersoonlijk uit de nood helpen.
Daar wordt de lucht op slag een stuk schoner van!

Noten:
[1] “Vieze lucht kost miljoenen levens”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 30 oktober 2018, p. 1.
[2] Mattheüs 6:26.
[3] Mattheüs 6:27.
[4] Mattheüs 6:30, 31 en 32.
[5] Mattheüs 6:19 en 20.
[6] Mattheüs 8:20.
[7] U herkent wellicht de formulering uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[8] Efeziërs 2:1 en 2.
[9] Psalm 50:12-15.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.