gereformeerd leven in nederland

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

12 september 2018

De boodschap van de bloedrivier

Er zijn van die mensen die zichzelf over het algemeen prima kunnen redden; maar als zij dan een forse tegenslag krijgen, roepen zij – soms zomaar in het wilde weg – Gods naam aan. Aldus maken zij van God de uitvoerend directeur van een hemelse EHBO-post: de ultieme eerste hulp bij ongelukken.
Welnu – Gods Woord maakt duidelijk dat onze God niet alleen in actie komt bij noodgevallen.
De Here is er altijd. Hij heeft alles in de hand. De natuur en ja – ook mens en dier.

Dat zien wij bijvoorbeeld in 2 Koningen 3.

Daar komt Joram aan de macht. Joram is de broer van Ahazia[1].
Joram leeft zonder God.
Zijn manieren van doen zijn echter niet zo goddeloos als die van zijn vader en moeder, Achab en Izebel.

Al sinds jaar en dag is Mesa, koning van Moab, een vazal van Israël. Israël heeft de feitelijke macht in Moab, en ontvangt vanuit dat land belasting. Mesa is, behalve regeerder, ook een succesvol schapenfokker. Die belasting wordt daarom in natura betaald.

Vader Achab is overleden.
Nu ziet Mesa zijn kans schoon om onder die belasting uit te komen.
Hij komt in opstand!

Joram moet nu natuurlijk in actie komen.
Hij vraagt daarbij assistentie aan Josafat, koning van het zuidwestelijke buurland Juda.

Afgesproken wordt om gezamenlijk tegen Moab op te trekken via de woestijn van Edom. Moab wordt vanaf de zuidkant binnengevallen. De legers gaan dus een omweg maken[2].

In de woestijn is uiteraard weinig water.
En ja, op een gegeven moment is er gewoon helemaal geen water meer.
Is dat een teken van een naderende nederlaag? Dat vraagt initiatiefnemer Joram zich af.
Josafat geeft het advies een profeet van de Here te raadplegen.

De woordvoerder van God, Elisa, sputtert tegen.
‘Gaat u maar naar de profeten van Baäl’, zegt hij.
Maar dat wil Joram echt niet. Hij wil weten of de Here van zins is Israël en de coalitiegenoten een nederlaag wil laten lijden. Hij laat zich, kortom, niet naar huis sturen.

Welnu – Elisa zal namens de Here het woord voeren.
Maar niet omdat dat van Joram nu zo nodig moet.
Het Woord wordt gesproken omdat Josafat het advies heeft gegeven om Elisa te raadplegen.

Elisa laat een musicus komen. Misschien is het een harpist geweest.
Daardoor raakt Elisa in geestvervoering.
De woordvoerder van God geeft een dienstorder. Er moeten geulen in de droge rivierbedding worden gegraven.
De rivier staat nu nog droog.
Maar de Here zal water geven. En niet door regen of storm. Gewoon vanuit het niets!

En dat is nog maar het begin.
“Hij zal ook ​Moab​ in uw hand geven”, proclameert Elisa in naam van zijn Opdrachtgever[3].

De volgende morgen komt er inderdaad water. Uit de richting van Edom nog wel! Daar is de woestijn. Hoe kan dat? Dat kan omdat de Here wonderen kan doen!

De Moabieten horen natuurlijk dat er een coalitie is gevormd om hun land tot de orde te roepen. Iedereen die maar enigszins strijdbaar is wordt opgeroepen. Het is in Moab mobilisatietijd, zouden we vandaag zeggen.
De troepen verzamelen zich in alle vroegte – ja, voor zonsopgang – bij de grens.

Als het licht is, zien de gemobiliseerde strijders iets heel bijzonders.
In de rivierbedding staat helemaal geen water. Nee, het is bloed! Waar komt dat toch vandaan?

De Moabieten trekken een snelle conclusie.
Joram en Josafat, die gezamenlijk optrokken, hebben vast samen een conflict gehad. Een bloedig conflict. En de conclusie lijkt onontkoombaar: ze hebben elkaar in de pan gehakt!

Maar als dat zo is, zijn zij voor de Moabieten zo ongeveer de makkelijkste prooi die er bestaat.
Zodoende komt al snel het bevel: voorwaarts, mars!

Maar dat bloed in die rivierbedding is helemaal niet van de Israëlieten.
De Here heeft het water in bloed veranderd!

De Moabieten lopen met open ogen in de val.
Israël verslaat Moab met gemak.
Ze trekken het land Moab binnen. Alle waterbronnen worden dichtgemaakt. Alle mooie bomen worden omgehakt. Het land van Moab wordt voorlopig totaal onbewoonbaar.
Nou ja, één stad blijft nog min of meer overeind: Kir-Hareseth.

De koning van Moab, Mesa doet nog een poging om zijn Edomitische ambtgenoot te bereiken.
Maar die poging is tot mislukken gedoemd.
Ten einde raad brengt Mesa een kinderoffer.
Zijn eigen zoon, notabene!

Als de Israëlieten dat horen, trekken zij zich terug.
Opeens is het gevecht afgelopen.
Vanwaar dat plotselinge einde? Israël is zeer verontwaardigd over dat kinderoffer.
Meer precies: de Here draagt er zorg voor dat Zijn kinderen vergramd zijn over dat kinderoffer.
In verband daarmee noteert een exegeet: “De grote verbolgenheid of toorn die daarop volgt, komt van de Heere. De oorzaak ervan is de wraaklust van de Israëlieten die zo groot is dat Mesa tot deze gruweldaad komt. Ze zijn vergeten dat de HEERE hun genade heeft bewezen. Ze nemen op onevenredige wijze wraak en stellen daardoor de God van Zijn volk als een onbarmhartige God voor. Deze valse voorstelling van God kan niet ongestraft blijven. Hoe de toorn tot uiting is gekomen, wordt niet vermeld. Wel is het volk duidelijk geworden dat ze niet langer in Moab moeten blijven en zijn ze teruggekeerd naar hun eigen land”[4].

Het is duidelijk: de Here leidt de strijd.
De God van hemel en aarde heeft de zaak in de hand.
Hij trekt aan de touwtjes.

Het is belangrijk om dat vast te houden.
Wij leven immers in een wereld vol dreiging, nood en onheil.

Een voorbeeld.
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zorgt ervoor dat in zijn land dat angst en benauwenis regeren.
Koreaspecialist Remco Breuker schreef ergens: “De Noord-Koreaanse dwangarbeiders in het buitenland worden in toom gehouden door een uitgekiende, dagelijkse mix van zelf- en wederzijdse kritieksessies, ideologiesessies, partij-instructies, enzovoort. Deelname is verplicht, er wordt verslag van gelegd, en die verslagen zijn belangrijk voor ieders maatschappelijke status, carrière, opleiding, woonsituatie en zelfs toestemming om te trouwen”[5][6].
Trouwens, wat denkt u van de onheilspellende boodschappen die de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Trump elkaar doen toekomen?
Bij tijd en wijle denk je: waar gaat het naar toe met de wereld?
Gods kinderen mogen weten dat God de wereld regeert.
De wereld is in Zijn hand.
Daarbij geldt: Gods kinderen zijn het instrumentarium in de hand van de hemelse Heer. Namens Hem treden zij in de wereld op. Dat optreden mag soms best hard zijn. Christenen zijn geen zacht aangedraaide types die maar met zich moeten laten sollen.
De soldaten van de militia Christi mogen echter nimmer vergeten dat zij in dienst zijn van de hoogste Machthebber van deze wereld. Daarom mogen die soldaten er nooit onbeheerst en bijna blindelings op los slaan.

In dit verband krijgt een woord uit Spreuken 16 een bijzondere kleur:
“Een geduldig man is beter dan een dappere held,
en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt”[7].

Christenen zijn geen watjes.
Gereformeerden zijn geen softies.

Zij leven en werken in de sfeer van Psalm 75:
“God, de HEER, houdt in zijn hand een kelk vol gemengde wijn.
Goddelozen, groot en klein, drinken, ondanks tegenstand,
deze drank, naar Gods besluit, tot de laatste droesem uit.

Dit vermeld ik in mijn lied, ik zing Jakobs God ter eer.
Trotse hoornen sla ik neer en ik doe hun macht teniet.
Wie zijn heil van God verwacht,
ziet zijn hoorn verhoogd in kracht”[8].

Noten:
[1] Over hem schreef ik in mijn artikel ‘Almacht versus Ahazia’, hier gepubliceerd op dinsdag 11 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/11/almacht-versus-ahazia/ .[2] Zie het kaartje op https://nl.wikipedia.org/wiki/Moabieten#/media/File:Levant_830_nl.svg ; geraadpleegd op zaterdag 25 augustus 2018.
[3] 2 Koningen 3:18 b.
[4] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf , p. 54 en 55 ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[5] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/iedereen-let-op-de-noord-koreaanse-kernwapens-maar-die-zijn-het-ergste-niet~ae7081e9/ ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[6] Zie voor meer informatie over Remco Breuker https://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Breuker ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[7] Spreuken 16:32.
[8] Psalm 75:5 en 6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

11 september 2018

Almacht versus Ahazia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Hoe leef je als je jouw lichaam niet kunt vertrouwen?
Ze zijn er veel: mensen die iedere dag nieuwe pijntjes hebben.
Mensen die iedere dag denken: hoe zou het vandaag gaan?
Mensen die maar moeten hopen dat de medicijnen aanslaan.
Er zijn ook mensen die weten: mijn aardse leven duurt niet zo lang meer.

Dat laatste wist Ahazia in 2 Koningen 1 ook.
Dat was Hem door de Here verteld.
Leest u maar mee: “En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Omdat u boden gestuurd hebt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen – is het omdat er geen God in Israël is Die u naar Zijn woord kunt vragen? – daarom zult u niet meer van het ​bed​ waarop u bent gaan liggen, afkomen, maar u zult zeker sterven. Zo stierf hij, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat ​Elia​ gesproken had”[1].

Wat is de situatie in 2 Koningen 1?

Ahazia zit nog maar kort op de troon.
Dan gebeurt er een ernstig ongeluk!
De koning valt vanaf de bovenverdieping van zijn paleis naar beneden, en raakt zwaar gewond.
Zal hij herstellen?
Daar moeten de goden maar eens iets over zeggen, vindt Ahazia. Hij stuurt een gezantschap naar het Filistijnse Ekron. Dat deftige gezelschap moet Baäl-Zebub maar eens raadplegen.
Elia, de profeet van de Here, wordt ook op pad gestuurd. Hij moet dat deftige gezantschap tegemoet gaan. En de kernvraag is: ‘Waarom moet u zo nodig naar Ekron? De God van hemel en aarde resideert toch in Israël?’.
De gezanten keren met die vraag terug naar Ahazia.
Ahazia ergert zich dood aan de tussenkomst van de woordvoerder van God. Nee, het gezantschap wist niet hoe die profeet heette. Maar Ahazia weet onmiddellijk wie ’t is: Elia natuurlijk!

Ahazia’s bevel is kort en helder: hier met die man!
Een legereenheid van vijftig man wordt er op uit gestuurd om Elia te arresteren. Maar dat arrestatieteam kan niets uitrichten. Sterker nog: de Here vernietigt het complete team met vuur uit de hemel.
Het wordt allemaal nog erger.
Want met een tweede arrestatieteam gebeurt precies hetzelfde.
Kunt u ’t zich voorstellen?
Wil je als koning één man arresteren…, en dan ben je zomaar honderd man kwijt! Dat is regelrechte ondermijning van Ahazia’s macht! Revolutie tegen de koning! Dit kan niet getoleerd worden! Er moeten daden worden gesteld!
Knarsetandend stuurt Ahazia een derde eenheid op pad. Elia moet gehoorzamen. En wel nu. Vandaag.

De commandant van die derde eenheid pakt het anders aan.
In tegenstelling tot hij zijn twee collega’s geeft hij geen dienstbevel.
Leest u maar weer even mee. Dan ziet u wat er gebeurt.
“Deze derde hoofdman over vijftig klom naar boven, kwam en boog zich op zijn knieën voor ​Elia​ neer. Hij smeekte hem en sprak tot hem: Man Gods, laat mijn leven en het leven van uw dienaren, van dit vijftigtal, toch kostbaar zijn in uw ogen! Zie, vuur is uit de hemel neergekomen en heeft die eerste twee hoofdmannen over vijftig met hun vijftigtallen verteerd; maar nu, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen!

Toen sprak de ​engel​ van de HEERE tot ​Elia: Ga met hem naar beneden, wees niet bevreesd voor hem. En hij stond op en ging met hem naar beneden, naar de ​koning”[2].

In 2 Koningen 1 staan twee machten tegenover elkaar.
De aardse machthebber, die met een grote mond bijna dictatoriaal zijn bevelen geeft.
En de hemelse Majesteit die de uiteindelijke macht blijkt te hebben!

Wat zullen wij, anno Domini 2018, van deze dingen zeggen?

In ziekteperiodes is de vraag vaak: in hoeverre kan ik mijn lichaam nog vertrouwen?
Maar er is een andere kwestie die nogal wat belangrijker is: vertrouwt u op de Here, of niet?

Dat is niet bedoeld als een angstaanjagende vraag[3]. Zo van: als je maar even van het pad afwijkt, zal de Here je wel krijgen! Dan ben je er zomaar geweest…!
Dat is namelijk niet waar.
Dat blijkt duidelijk in Lucas 9. In dat hoofdstuk wordt Jezus door Samaritanen genegeerd, geweigerd en gehaat. Waarom? Jezus is op weg naar Jeruzalem. Naar de tempel, om precies te zijn. Dat is een plek waar Samaritanen een diepgewortelde hekel aan hebben. Zij hebben namelijk hun eigen tempel[4]. Dat is de reden dat men Jezus de toegang tot een Samaritaans dorp weigert.
De discipelen willen ingrijpen. In Lucas 9 staat: “Toen de discipelen ​Jakobus​ en ​Johannes​ dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt U dat wij zeggen dat er vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren, zoals ook ​Elia​ gedaan heeft? Maar Hij keerde Zich om, bestrafte hen en zei: U beseft niet wat voor Geest u hebt, want de Zoon des mensen is niet gekomen om zielen van mensen te gronde te richten, maar om ze te behouden”[5].
Om ze te behouden: dáár gaat het om.
De God van hemel en aarde wil mensen niet doden.
Hij is geen Dictator die mensen om het minste of geringste vernietigt. Integendeel. Hij wil mensen leven geven. Leven tot in eeuwigheid!

Het is ook niet voor niets dat God Zijn woordvoerder Elia er op uit stuurt.
Laten wij eerlijk zijn: de God van hemel en aarde had er ook voor kunnen kiezen om niets te zeggen, en Ahazia met één veeg uit deze wereld weg te halen. Maar dat deed Hij niet.
Bovendien –
onze God heeft deze gebeurtenissen in Zijn Woord aan ons doorgegeven. Als een waarschuwing. Maar Hij deed dat ook om ons te troosten.
Wie God negeert, zal ontdekken dat dat niet ongestraft gebeuren kan. Die ontdekking doen sommigen reeds op aarde. Anderen doen die pas na hun dood.
Maar de andere kant is vandaag ook realiteit. Wie zich tot God wendt, wordt altijd gehoord. God zal recht spreken en recht doen. Hij hoort onze vragen. Hij ziet ons diepe verdriet. En Hij zegt: kom maar bij Mij; bij Mij is een goede schuilplaats!

Hoe leven wij als we ons lichaam niet meer kunnen vertrouwen?
Laten we maar zeggen: ach, we zien het wel.
Want als we onze God op Zijn Woord geloven, doet Hij de toekomst open.
Als we ziek zijn dringt dat des te meer tot ons door.

Jazeker, ziekten en handicaps zijn beslist ergens goed voor!
Die beperkingen stellen ons voor de vragen: is God in de wereld? En het antwoord is duidelijk: jazeker, Hij is actief aanwezig; ook vandaag.
Vertrouw maar op Hem.
Want onze Heiland is niet gekomen om zielen van mensen te gronde te richten, maar om ze te behouden!

Noten:
[1] 2 Koningen 1:16 en 17 a.
[2] 2 Koningen 1:13, 14 en 15.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 24 augustus 2018.
[4] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Johannes 4:20.
[5] Lucas 9:54, 55 en 56.

4 september 2018

God is almachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
In de Nederlandse provincie Groningen is zij een bekende persoonlijkheid. Zij is regelmatig op de televisie. Annemarie treedt daar op als de woordvoerder van Groningers die door de aardbevingen gedupeerd zijn.
Annemarie Heite is, wat mij betreft, een vrouw die even sympathiek als strijdbaar is.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Bij mijn belijdenis beleed ik nog dat ik in Gods handpalmen gegrift sta. Daar voel ik me meer bij thuis dan bij een stofje in het heelal. Toch geloof ik dat niet meer op deze manier. God is geen oude man op een wolk. In de loop van de jaren ben ik meer overtuigd geraakt van het goddelijke in mezelf. God is niet almachtig, het goddelijke zit in mensen. Het is universeel. Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof. Jezus ging naar de hoeren en tollenaars – mensen die met de nek werden aangekeken. Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant. Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”[1].

Over het bovenstaande is heel wat te schrijven.

In dit artikel beperk ik mij tot enige aantekeningen bij een paar woorden uit het bovenstaande citaat.
Het zijn deze woorden: “God is niet almachtig”.

Dat is een merkwaardig statement voor iemand die zegt: “Geloof is een keuze die je zelf maakt. Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof”.
In de Bijbel staat namelijk wel dat God almachtig is. Almachtig dus: de Here God heeft het te zeggen over alle machten op aarde.

Almachtig – dat is eerst en vooral een Verbondswoord. Dat blijkt bijvoorbeeld in Genesis 17: “Toen ​Abram​ negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan ​Abram​ en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. Ik zal Mijn ​verbond​ sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp ​Abram​ zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem: Wat Mij betreft, zie, Mijn ​verbond​ is met u! U zult vader worden van een menigte volken”[2].
God belooft trouw te zijn voor mensen; hij verlangt van mensen dat zij gelovig op Zijn trouwbelofte reageren. Leven in het verbond met de Here, dat betekent: wij hebben de belofte van vergeving van zonden en eeuwig leven gekregen[3].
Omdat onze God het over alle machten ter wereld te zeggen heeft, mogen we te allen tijde zeker zijn van Zijn loyaliteit en standvastigheid. Hij verlaat ons nooit!

Almachtig – dat woord betekent ook dat God altijd actief aanwezig is.
Naomi belijdt dat in Ruth 1: “Maar zij zei tegen hen: Noem mij niet Naomi, noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Ík ging vol weg, maar de HEERE heeft mij leeg laten terugkeren. Waarom zou u mij Naomi noemen, nu de HEERE tegen mij getuigd heeft en de Almachtige mij kwaad gedaan heeft?”[4].
Voor dat woord Almachtige kunnen we ook lezen: Algenoegzame, Alomvattende, Ontzagwekkende[5].
Over Gods almacht leert het Bijbelboek Ruth ons onder meer:
* wie keuzes maakt die tegen Gods Woord in gaan, moet niet verbaasd staan als hij of zij bij tegenspoed ongetroost blijft
* het is belangrijk om bij tegenslagen niet opstandig te worden, maar ootmoedig te zijn. God heeft alles in de hand. Hij is er bij, ook in slechte tijden!
Dat wil overigens niet zeggen dat je bij tegenwind niet strijdbaar mag wezen. Integendeel! Met Gods hulp mag je energiek aan het werk gaan.

Elifaz, een vriend van Job, zegt in Job 5:
“Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt;
verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet”[6].
Opnieuw wordt duidelijk dat de Almachtige niet alleen troost biedt, maar ook straf kan geven.
Het is te makkelijk om daar in 2018 overheen te hobbelen. Het is te simpel om te zeggen dat wij nu in de eenentwintigste eeuw leven. Ook vandaag zijn wij niet zelfredzaam!

De inzet van Psalm 91 bepaalt ons opnieuw bij de verbondsverhoudingen:
“Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!”[7].
De God van hemel en aarde biedt een schuilplaats die altijd open is. Daarom is Hij het vertrouwen van de dichter waard. En dat is in de eenentwintigste eeuw niet anders.

In de tweede brief die Paulus aan de christenen in Corinthe stuurt, laat Paulus zien dat Gods almacht ook om een duidelijke keuze vraagt.
Soms moet je afstand nemen, omdat er in jouw omgeving dingen gebeuren die niet bij Christus en een christelijk leven passen.
Mensen die zulke afstand willen nemen, zullen merken dat de Verbondsgod hen naar Zich toe trekt.
In 2 Corinthiërs 6 staat het zo: “Of welk verband is er tussen de ​tempel​ van God en de ​afgoden? Want u bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige”[8].

Terug nu naar Annemarie Heite.

‘God is niet almachtig’, zegt zij.
Daarmee gaat zij rechtstreeks tegen Gods Woord in.
Zij ontneemt zichzelf heel veel troost.
Die troost zou ik haar zo graag gunnen!

En wij?

Wellicht kijken we om ons heen, en stellen we de vraag: hoe zit het met de Goddelijke almacht? Al die rampen, al dat leed, al die volle ziekenzalen, al die honger in de wereld, al dat persoonlijke verdriet… – hoe zit dat met die almacht?
Voor wij ’t weten gaan wij Annemarie Heite misschien toch een heel klein beetje geloven…
Welnu –
Gods Woord leert ons Godsvertrouwen in het kader van het verbond.
Gods Woord leert ons ootmoed.
Gods Woord leert ons bidden bij tegenslagen.
Gods Woord leert ons keuzes maken die passen in ons leven met God.
Gods Woord leert ons: onze God is present, wat er ook gebeurt!

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Genesis 17:1-4.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1800 ; geraadpleegd op zaterdag 18 augustus 2018.
[4] Ruth 1:20 en 21.
[5] Zie de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Ruth 1, noot 44.
[6] Job 5:17.
[7] Psalm 91:1.
[8] 2 Corinthiërs 6:16, 17 en 18.

20 augustus 2018

Onze God is superieur

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De profeet Obadja is, in zekere zin, zo ongeveer de meest nederige onder Gods woordvoerders.

Een jaar of zes geleden schreef ik over deze profeet en over het Bijbelboek dat zijn naam draagt onder meer het volgende.

“De profeet Obadja is onder ons niet zo bekend.
De profetie is ook maar kort: eenentwintig verzen slechts.
Wie is die Obadja eigenlijk?
Daarover is weinig met zekerheid te zeggen.
Volgens de Talmoed – een commentaar van belangrijke rabbijnen op de Wet en de Profeten – was Obadja een afstammeling van Elifaz, een vriend van Job. In de internetencyclopedie Wikipedia is te lezen: ‘Hij wordt geïdentificeerd als de dienstknecht van Achab en men beweert dat hij werd gekozen om tegen Edom te profeteren omdat hijzelf een Edomiet was (…) Obadja zou de gave van profeteren hebben ontvangen omdat hij de honderdtwintig profeten had verborgen toen zij door Izebel werden vervolgd’.
Dat is echter lang niet zeker.
Hoe dat zij: Obadja predikt tegen Edom.
In dat land had men met enig leedvermaak toegekeken toen Juda in 586 voor Christus door Babel onder de voet werd gelopen. De Edomieten hadden zelfs een handje mee geholpen.
Die houding zal, zo kondigt Obadja aan, worden bestraft”.
En:
“Overigens heeft Obadja, als het erop aankomt, een brede blik.
Ook andere volken blijken in Gods oordeel te worden betrokken”.
En:
“Wat is ten diepste de bedoeling van deze korte profetie?
Persoonlijk denk ik onder meer aan het volgende.
De profeet Obadja leert ons dat de Here Zijn kerk beschermt. Vijandschap tegen Gods volk is uiteindelijk agressie tegen God Zelf. Wie aan Zijn volk komt, komt aan Hemzelf.
Zeker, Hij is rechtvaardig. Hij straft Zijn kinderen als dat nodig is. Maar de hemelse God zet Zijn zonen en dochters nooit definitief aan de kant”[1].

In het kader van de geografische oriëntatie: Edom is een streek in het land dat nu Jordanië heet, ten zuidoosten van de Dode Zee[2].

De profeet Obadja geeft onder meer de volgende woorden van God door.
“Het ​visioen​ van Obadja. Zo zegt de Heere over ​Edom: Een bericht hebben wij gehoord van de HEERE, en een gezant is uitgezonden onder de heidenvolken: Sta op! Laten wij tegen Edom opstaan ​ten strijde! Zie, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenvolken; diep veracht wordt u. De overmoed van uw hart heeft u bedrogen, hij die woont in de rotskloven, in zijn hoge verblijfplaats, hij die zegt in zijn hart: Wie zal mij neerhalen naar de aarde? Al verhief u zich als een arend, en al bouwde u uw nest tussen de sterren, ook vandaar zou Ik u neerhalen, spreekt de HEERE”[3].

Diverse volken hebben een bericht ontvangen van een boodschapper die namens God een kort bericht doorgaf. Namelijk dit: ga in gevecht met Edom!

Die volken luisteren naar dat bericht. En ze hebben er wel oren naar.
Edom? Ach, dat volkje kunnen ze wel aan. De kracht van Edom is niet groot. Het gaat makkelijk lukken om de Edomieten te overwinnen. Dat gaat goed komen. Dat moet geen probleem zijn.
En waarom denken al die volken dat een overwinning op Edom een makkie is? Antwoord: omdat de Here dat volk klein maakt, en gering in kracht.

De Edomieten denken zelf dat ze heel wat zijn: machtig, groots, klaar voor de toekomst!
Bovendien – het volk van Edom woont in bergachtig gebied; een terrein dat derhalve moeilijk toegankelijk is. Edom overwinnen? – dat lukt niemand.
Dat denken ze in Edom.

Bij dit alles hebben zij buiten de Here gerekend.
Want Hij pakt de Edomieten aan, ook al wonen ze – bij wijze van spreken – ergens in een sterrenstelsel. En Hij zet ze op hun plaats!

De Here heeft de macht. Altijd en overal. Daar zijn gelovigen van overtuigd. Die zekerheid geeft rust, ook in het leven in het Nederland van 2018.

Veel mensen vinden die zekerheid reuze irritant. Voor hen lijkt het wel alsof christenen – Gereformeerden inbegrepen – zichzelf superieur vinden. Zeg maar gewoon: het lijkt wel alsof christenen zichzelf beter vinden dan mensen die niet-kerkelijk zijn, en nergens aan doen.
Zodoende heeft het geloof een negatief imago.

Dat negatieve imago vinden we ook terug in veel Nederlandse literatuur.
Bijvoorbeeld in de boeken van de schrijfster, journaliste en columniste Aukelien Weverling[4].
Eén van haar boeken heet eenvoudig ‘Het land’. Dat boek speelt in het fictieve streng religieuze dorp Wakkum. En u voelt ‘m vast al aankomen: het christelijk geloof komt er in ‘Het land’ niet best af[5].

In het Nederlands Dagblad zei Aukelien enkele maanden geleden: “Persoonlijk wil ik de bijbel zien als een boek dat talloze mensen in deze wereld kracht gaf en hielp in moeilijke tijden, maar ik zie helaas ook dat vele levens zijn verwoest. Geloof wordt vaak aangehaald om over anderen te oordelen of anderen in een bepaald keurslijf te drukken. Ik vind het dan ook een gevaarlijk boek omdat het zo open is voor interpretatie en volgens mij geregeld op een verkeerde manier wordt ingezet”.
En:
“Ik wil laten zien dat mensen, als zij de verkeerde groep vormen, de verkeerde motieven hebben en in een afgesloten wereld leven, tot gruwelen in staat zijn. Zeker wanneer zij zich moreel superieur voelen aan de ander”[6].
In de profetie van Obadja is het onmiskenbaar: de God van hemel en aarde heeft de macht in handen. Zijn tegenstanders worden aangepakt.
Toegegeven: een tijd lang lijkt het goed met hen te gaan. Maar als de Here ingrijpt, kan de stand van zaken in een mum van tijd 180 graden draaien.

Dat geldt vandaag ook nog.
Dat is iets om rekening mee te houden.
Dat moeten Aukelien Weverling en vele anderen maar goed bedenken.

Maar er is meer.
Want de profetie van Obadja heeft ook een boodschap voor de kerk.
We mogen en moeten geloofskracht laten zien. Laten we maar blij in de wereld staan! We genieten immers hemelse bescherming van God Zelf?

Dat klinkt toch een beetje als de verklanking van een superioriteitsgevoel, zeggen de mensen.
Maar ten diepste is dat een verkeerde voorstelling van zaken. Christenen zijn niet moreel superieur. Hun God is moreel superieur. Alles draait om Hem.
Inderdaad, soms klinkt het anders. Christenen zijn zondige mensen, die – net als hun medemensen – heel vaak in dezelfde fout vervallen.
Maar het blijft recht overeind:
* Christenen zijn niet moreel superieur
* Hun God is moreel superieur.
* Alles draait om Hem.

En laten we wel zijn: de niet-kerkelijke burger die meent dat christenen met een superioriteitsgevoel behept zijn, moet ook zichzelf onderzoeken. Laat hij zich afvragen of hij naast christenen wil staan – of toch erboven…?

Als het om deze dingen gaat, worden onze gedachten als vanzelf naar Spreuken 16 gevoerd:
“Trots komt vóór de ondergang,
en hoogmoed komt vóór de val”[7].

En wat is nu de opdracht van de kerk?
Zij moet, rustig en nederig, naar haar Heer luisteren. De kerk moet leven volgens het Woord van God.
Dat kan ook. Want de kerk wordt door God beschermd. Hij is er bij, overal en altijd!
Ja, ook als de kerk wordt weggezet als een vereniging van veelal bekrompen types.
Ach, wij weten wel beter.
We mogen en moeten geloofskracht laten zien. Laten we maar blij in de wereld staan!

Noten:
[1] Geciteerd uit mijn artikel “Geduld, vertrouwen en strijd”, hier gepubliceerd op donderdag 5 juli 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/07/05/geduld-vertrouwen-en-strijd/ . Over Obadja schreef ik ook in mijn artikel ‘De actualiteit van Obadja’s profetie’, hier gepubliceerd op 3 april 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/04/03/actualiteit-obadja/ .
[2] Zie hiervoor onder meer https://www.henkjanvanderklis.nl/2015/09/wat-heb-je-aan-obadja/ ; geraadpleegd op maandag 6 augustus 2018.
[3] Obadja vers 1-4.
[4] Zie voor meer informatie over Aukelien Weverling https://nl.wikipedia.org/wiki/Aukelien_Weverling ; geraadpleegd op maandag 6 augustus 2018.
[5] De gegevens van het genoemde boek zijn: Aukelien Weverling, “Het land”. – Amsterdam: Meulenhoff Boekerij B.V., 2013. – 192 p.
[6] “Snakken naar minder bekrompenheid”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 2 maart 2018, p. 8.
[7] Spreuken 16:18.

8 augustus 2018

De boodschap van de brand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

‘Wereldwijd brand en verzengende hitte’.
Aldus kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 25 juli 2018.
En daaronder staat: “Droogte, wind en hitterecords leiden tot apocalyptische taferelen in Griekenland, Zweden, Californië, Algerije en Japan”[1].
Dat zijn alarmerende woorden in de krant!
Apocalyptische taferelen nog wel!

Het is belangrijk om bij dergelijke berichten Gods Woord te openen.
En dan moeten we concluderen: geduld is een schone zaak; dat geldt zeker als we nadenken over het Goddelijk beleid.

Als er in de kerkgeschiedenis iemand veel geduld heeft moeten oefenen, dan was het Abraham wel. Pas toen zijn Sara en hij hoogbejaard waren, kwam er een zoon. Die zoon was door God beloofd – inderdaad. Maar het echtpaar heeft lang op Isaäk moeten wachten!
Maar wat meer is: God heeft Zich aan Zijn eed gehouden!

Over die eed noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën in hoofdstuk 6: “Mensen ​zweren​ immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[2].

De kerk heeft te maken met haar betrouwbare God!

In die tekst hierboven gaat het over twee onveranderlijke dingen. Welke twee zijn dat dan?
a.
De belofte – die geeft al garanties. Denkt u maar aan Numeri 23, waar de profeet Bileam namens de Here tegen koning Balak zegt: “God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens ​berouw​ over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?”[3].
b.
De eed – die geeft nog meer garanties. Denkt u hierbij maar aan de eed van Psalm 110:
“De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen ​berouw​ van hebben:
U bent ​Priester​ voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizedek”[4].
Over Psalm 110 schrijft een uitlegger onder meer: “In de psalm komt naar voren dat de HERE een speciale relatie heeft met de vorst in Sion. Hij schenkt aan de koning een erepositie en gebruikt hem om Gods volk te beschermen en de vijanden ten onder te brengen. De koning ontvangt ook priesterlijke voorrechten op een wijze die Melchizédek had. Israël heeft steeds het diepe besef gehad dat de HERE de God van de gehele aarde is en dat Hij het waard is overal gediend te worden. Uiteindelijk zal met alle tegenstand afgerekend worden. Hoe gewelddadig dit ook op ons overkomt, het gaat uiteindelijk om Gods recht op aarde”[5].
Met andere woorden:
Gods volk geniet speciale bescherming. Het volk, en de koning die dat volk regeert, moeten gezamenlijk beseffen dat de hemelse Koning Heerser van de hele aarde is. De aarde is Zijn schepping! Zijn eigendom!
We spreken wel eens over mensenrechten. Maar hier gaat het over het recht dat God op de aarde mag laten gelden. Hij heeft de almacht om Zijn plannen door te zetten.

Hij heeft alle mogelijkheden om Zijn kinderen naar de hemelse heerlijkheid te brengen.
De krachten van de hemel zijn geweldig!
Onvoorstelbaar!
En ja – wij mogen het gerust tegen elkaar zeggen: we zijn onderweg naar de stad. De stad waarvan God de Bouwer en de Ontwerper is. In de verte zien we de skyline van de stad al[6].
Wij mogen ons realiseren dat de Heilige Geest in ons leven de leiding heeft. Hij geeft de energie om de eindstreep te halen![7]

Als u het mij vraagt zijn die wereldwijde brand en die verzengende hitte samen een attentiesein voor kerk en wereld.
Jazeker – het is ook een signaal voor de kerk in Nederland. Wij moeten ons realiseren dat onze Heiland in aantocht is. Nee, wij kunnen niet precies zeggen op welke datum Hij arriveren zal.
Maar al Zijn kinderen, ook die in Nederland, weten: Hij komt eraan.
Zij weten: wij moeten met Zijn komst rekening houden.
Zij weten: wij moeten Hem verwachten.
Zij weten: wij moeten niet in paniek raken, maar geduldig en gelovig blijven. En dan geldt: ora et labora – bid en werk.

Dat zo zijnde is het natuurlijk logisch dat kinderen van God in één land zich gaan verzamelen. Zij zullen zich moeten verenigen.
En dan vraag je je, met betrekking tot de Nederlandse situatie, af:
* waarom is de kerkelijke verdeeldheid zo groot?
* waarom komen – bijvoorbeeld – de Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) niet bij elkaar?
We kunnen zeggen: dat ligt aan de harde harten van mensen. En dat is waar.
Maar de kernvraag is: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?
Natuurlijk kunnen we een lang verhaal houden over oorzaken en gevolg, over ergernissen en frustraties. Dat verhaal laat ik achterwege. Ik herhaal slechts die kernvraag: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?

Nog één ding.
In het boek ‘Ankerplaatsen van het geloof’ worden negen ankerplaatsen van het geloof genoemd[8][9]. Waar vinden gelovige mensen houvast? Antwoord: dat vinden ze in de Bijbel, in de kerk,  tijdens de preek, in de traditie, de schepping, de ervaring of de menselijke rede.
In dat boek wordt een aantrekkelijk en boeiend beeld geschetst: “In het geloof voel ik me net als een vlieg aan het plafond. Op z’n kop, geen grond onder hem, maar van boven wordt hij vastgehouden”.
Dat is mooi gezegd.
Alleen maar: dat beeld klopt niet. Want geloof is namelijk geen synoniem voor passiviteit. Geloof leert ons om, werkende weg, te wachten op Gods tijd.
In al onze drukte kunnen wij dan toch zingen:
“De HERE is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o levensbron, wil bijstand zenden”[10].
Zo slagen we erin om geduldig te blijven.
Zo kunnen we Jezus Christus, onze Heiland, volgen; op weg naar de laatste dag van dit aardse bestaan.

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, woensdag 25 juli 2018, p. 1.
[2] Hebreeën 6:16, 17 en 18.
[3] Numeri 23:19.
[4] Psalm 110:4.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 110 (‘Boodschap’).
[6] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘De smaak te pakken’, hier gepubliceerd op maandag 6 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/06/de-smaak-te-pakken/ .
[7] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘Met ongekende pracht’, hier gepubliceerd op dinsdag 7 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/07/met-ongekende-kracht/ .
[8] In deze alinea gebruik ik http://www.hvanveen.nl/2015/07/hebreeen-6-19-20a-ver-anker-d-in-god/ ; geraadpleegd op woensdag 25 juli 2018.
[9] De gegevens van dat boek zijn: Willem Maarten Dekker, Bert Karel Foppen, Bert de Leede, Koos van Noppen (redactie), “Ankerplaatsen: waar geloven houvast vindt”. – VBK Media (Boekencentrum B.V.), 2015. – 144 p.
[10] Psalm 138:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.