gereformeerd leven in nederland

15 januari 2020

Vertrouw maar op God!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Efeziërs 1 is een volgeladen hoofdstuk[1].
Na de groet begint het meteen: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke ​zegen​ in de hemelse gewesten in ​Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren​ heeft, opdat wij ​heilig​ en smetteloos voor Hem zouden zijn in de ​liefde”[2].
Dat is wat je noemt een afgeladen zin![3]

De apostel Paulus geeft alle eer aan God. Hij zegent Zijn volk vanuit de hemel. Hij gaf ons Zijn Heilige Geest omdat wij bij de Heiland horen. Al vóórdat de wereld bestond koos Hij Zijn kinderen uit. Genadig en zorgvuldig. En in Hem zijn wij volmaakt.

Het is belangrijk om dat laatste vast te stellen. Van onszelf zijn we niet volmaakt. Goed beschouwd is ons doen en laten soms niet meer dan wat gefröbel. En ja, dat geldt ook voor onze kerkelijke activiteiten.

Ergens werd geschreven: “Efeze 1:3-14 is op te delen in drie delen:
1 het werk van God de Vader – vers 3-6
2 het werk van Christus – vers 7-12, en
3 het werk van de Heilige Geest – vers 13-14.
Martyn Lloyd-Jones vatte het zo samen: ‘de Vader plande, de Zoon voerde het uit, en de Heilige Geest paste het toe’”[4][5].

Over de uitverkiezing zeggen de Dordtse Leerregels onder meer: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken. Deze uitverkiezing is dus de bron van al het goede, dat tot behoud leidt. Daaruit komen als vruchten het geloof, de heiligheid en de andere heilsgaven en tenslotte het eeuwige leven voort. De apostel getuigt immers: Hij heeft ons uitverkoren, (niet: omdat wij waren, maar:) opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht”[6].
En:
“Van hun eeuwige en onveranderlijke uitverkiezing tot behoud worden de uitverkorenen, ieder op zijn tijd, verzekerd, zij het niet bij iedereen even sterk en in gelijke mate. Die zekerheid ontvangen de uitverkorenen niet, wanneer zij de verborgenheden en diepten van God nieuwsgierig doorzoeken. Maar zij ontvangen haar, wanneer zij met een geestelijke blijdschap en heilige vreugde de onmiskenbare vruchten van de uitverkiezing, die Gods Woord aanwijst, bij zichzelf opmerken, zoals bijvoorbeeld het ware geloof in Christus, kinderlijk ontzag voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid.
Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zich voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben. Er is dan ook geen sprake van, dat zij door deze leer van de uitverkiezing en de overdenking ervan zouden verslappen in het onderhouden van Gods geboden, of in zondige zorgeloosheid zouden gaan leven. Dit gebeurt doorgaans naar Gods rechtvaardig oordeel met hen die op de wegen van de uitverkorenen niet willen gaan, terwijl zij zich lichtvaardig laten voorstaan op de genade van de uitverkiezing, of hun tijd verdoen met lichtzinnige praat daarover”[7].

Gods kinderen belijden dat in een wereld die bol staat van de moeilijke zaken.

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran bijvoorbeeld. Met argusogen volgt de wereld wat er tussen die beide landen gebeurt. De zaken staan op scherp[8]!

Echter – ook dichterbij zijn er veel moeilijke kwesties. Het vertrouwen in de overheid wordt bij tijd en wijle ernstig geschaad.
Neem nu de MKZ-kwestie.
Een commentator van het Nederlands Dagblad schrijft: “De hoogste rechter heeft gesproken. De preventieve ruiming in 2002 van 60.000 dieren, in en om Kootwijkerbroek, was rechtmatig. Bijna twintig jaar na die fel omstreden ruiming, vanwege een uitbraak van het besmettelijke mond-en-klauwzeer (MKZ), stelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de overheid in het gelijk”.
En:
“In deze beladen MKZ-zaak zijn de emoties zo hoog opgelopen en zijn de wonden zo diep dat het te simpel is te stellen dat het nu over en uit is. Lau Jansen zei dat juridisch gezien er een streep door de zaak is gezet, maar dat ‘het rechtsgevoel in Kootwijkerbroek ernstig is aangetast’”[9].
En laten we maar eerlijk zijn: ons aller vertrouwen in overheden krijgt met zekere regelmaat een flinke knauw.
Het is in zo’n wereld niet verwonderlijk als wij ons af gaan vragen: wie is er heden ten dage nog te vertrouwen?

Het antwoord van Gereformeerde mensen is eenvoudig: wij kunnen op God aan!
De apostel Paulus schrijft over “de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende”[10].

Laten wij bij dit alles vooral niet vergeten dat Jezus Christus, onze Heiland, het hoofd is van alles en iedereen – in heel de wereld. En ja, Hij resideert in de kerk: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[11].
De kerk is een beschermde, een afgeschermde plaats.
Daar zijn we samen. We steunen elkaar daar. En we stimuleren elkaar daar. In de erediensten. En in allerlei activiteiten van verenigingen en commissies.
Laten wij dat maar blijven doen. Tot eer van God. En tot versterking van elkaar.

Noten:
[1] Dit Schriftgedeelte is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen afgelopen donderdag, 9 januari 2020, een avond wijdde aan Efeziërs 1. Van die vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[2] Efeziërs 1:3 en 4.
[3] Op dinsdag 9 juli 2019 publiceerde ik op deze plaats over deze verzen het artikel ‘Gezegend vanwege de uitverkiezing’. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/09/gezegend-vanwege-de-uitverkiezing/ .
[4] Geciteerd van https://calvarychapel.nl/sermons/is-identiteit-op-gebaseerd-efeziers-11-14/?player=video ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[5] David Martyn Lloyd-Jones (1899-1981) was een Britse protestantse predikant. Hij had grote invloed binnen de reformatorische vleugel van de evangelische beweging in Engeland. Hij was bijna dertig jaar lang predikant in Westminster Chapel in Londen. Lloyd-Jones was een fel tegenstander van de liberale theologie die opgang vond in veel kerken. Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Martyn_Lloyd-Jones ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikelen 12 en 13.
[8] Zie hierover onder meer https://nos.nl/artikel/2317726-iran-bestookt-amerikaanse-luchtmachtbases-in-irak-aantal-slachtoffers-onduidelijk.html ; geraadpleegd op woensdag 8 januari 2020.
[9] Geciteerd uit: ’60.000 geruimde dieren’, commentaar van Piet H. de Jong. In: Nederlands Dagblad, woensdag 8 januari 2020, p. 3.
[10] Efeziërs 1:19, 20 en 21.
[11] Efeziërs 1:22 en 23.

9 januari 2020

Gedenkstenen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In het appartement dat schrijver dezes en zijn vrouw bewonen ligt de Bijbel altijd op de koelkast. Men begrijpt: daar wordt de Bijbel regelmatig weggepakt om ‘m te gebruiken.
Vrienden, bekenden en vele anderen weten: daar ligt de Bijbel; daar wordt dagelijks in gelezen.
Schrijver dezes werpt vanuit zijn makkelijke stoel nog wel eens een blik op die Bijbel. En dan gaan de gedachten met een zekere regelmaat naar God die in zijn leven allerlei dingen deed, en nog doet.

Zo moet het ook ongeveer werken met de gedenkstenen in Jozua 4.
Een paar citaten uit dat hoofdstuk: “Daarop riep ​Jozua​ de twaalf mannen die hij had laten aanstellen uit de Israëlieten, uit elke ​stam​ één man, en ​Jozua​ zei tegen hen: Ga voor de ​ark​ van de HEERE, uw God, uit naar het midden van de ​Jordaan. En laat ieder voor zich een steen op zijn schouder heffen, volgens het aantal ​stammen​ van de Israëlieten, zodat dit een teken is onder u. Wanneer uw ​kinderen​ morgen vragen zullen: Wat betekenen deze stenen voor u? dan moet u tegen hen zeggen dat het water van de ​Jordaan​ werd afgesneden voor de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE. Toen hij door de ​Jordaan​ ging, werd het water van de ​Jordaan​ afgesneden. Daarom zullen deze stenen voor de Israëlieten tot een ​gedenkteken​ zijn tot in eeuwigheid”[1].
En:
“Die twaalf stenen die zij uit de ​Jordaan​ genomen hadden, richtte ​Jozua​ op in Gilgal. Hij zei tegen de Israëlieten: Wanneer uw ​kinderen​ morgen aan hun vader vragen: Wat betekenen deze stenen? dan moet u uw ​kinderen​ laten weten: Op het droge stak Israël deze ​Jordaan​ over, want de HEERE, uw God, heeft het water van de ​Jordaan​ voor uw ogen doen opdrogen, totdat u overgestoken was, zoals de HEERE, uw God, met de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor onze ogen heeft doen opdrogen, totdat wij overgestoken waren, opdat alle volken van de aarde zouden weten dat de hand van de HEERE sterk is; opdat u de HEERE, uw God, alle dagen vreest”[2].

Daarin liggen lessen voor de kerk. De voornaamste lessen zijn:
1. houdt de geschiedenis van de kerk vóór in het hoofd
2. bedenk dat God machtig is, ook vandaag!

Matthew Henry, een Engelse Bijbeluitlegger, zegt over de stenen die aan de oever gebracht werden onder meer: “Zoals een vertegenwoordiger van elke stam een steen het beloofde land binnen bracht, zo zou het gehele volk bezit gaan nemen van het land. Het was een teken van de in bezitname van het land Kanaän;
De stenen waren een bewijs dat de Heere met Jozua was, zoals Hij ook met Mozes geweest was. De Heere had immers gezegd: deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israël, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben”[3].
Dus:
* de toekomst is gegarandeerd; het nieuwe land komt eraan
* het wordt duidelijk dat God Zijn kinderen Persoonlijk beschermt.

In de Bijbel worden vaker gedenkstenen gebruikt.

In Genesis 28 bijvoorbeeld, nadat Jakob bij Bethel een droom heeft: “Toen ​Jakob​ uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het ​huis​ van God en de ​poort​ van de hemel. Daarna stond ​Jakob​ ’s morgens vroeg op. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een ​gedenkteken​ en goot er olie op”[4].

En bij de verbondssluiting in Exodus 24: “Vervolgens schreef ​Mozes​ al de woorden van de HEERE op. Hij stond ’s morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een ​altaar​ en richtte twaalf gedenkstenen op voor de ​twaalf stammen​ van Israël”[5]. Bij die berg Sinaï staat een stapel stenen. Ieder die er langs komt, kan zich afvragen: wat is hier gebeurd?

Op de priesterkleding zitten ook gedenkstenen. Zie Exodus 28: “Vervolgens moet u twee onyxstenen nemen en daarin de namen van de zonen van ​Israël​ graveren: zes van hun namen op de ene steen, en de namen van de zes overige op de andere steen, in de volgorde van hun geboorte. Als werk van een graveerder van edelstenen, zoals men ​zegels​ graveert, moet u de twee stenen graveren, met de namen van de zonen van Israël. U moet ze zó maken dat ze gevat zijn in gouden kassen. Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod bevestigen, als gedenkstenen voor de Israëlieten. ​Aäron​ moet hun namen namelijk ter gedachtenis voor het aangezicht van de HEERE op zijn beide schouders dragen”[6].
De priester draagt de stenen voor het aangezicht van de Here, jazeker. Maar ook de Israëlieten zien dat dus.

In 1 Samuël 7 wordt een gedenksteen opgericht na een overwinning op de Filistijnen: “En het gebeurde, toen ​Samuel​ dat ​brandoffer​ bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden.
En de mannen van Israël trokken uit Mizpa, achtervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot onder Beth-Kar. Toen nam ​Samuel​ een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam Eben-Haëzer en zei: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen”[7].

Psalm 105 leert ons:
“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond,
nakomelingen van ​Abraham, Zijn dienaar,
kinderen​ van ​Jakob, Zijn uitverkorenen”[8].
Dat alles is een stimulans voor de kerk. Daar moet Gods werk steeds weer de aandacht hebben!

Gedenkstenen zijn – kortom – bedoeld om:
* te worden herinnerd aan Gods werk
* Gods werk door te vertellen aan onze kinderen
* om aan de hele wereld te laten weten hoe machtig en actief onze God is.

Gods kinderen laten zich gebruiken. Anno 2020 klinkt dat niet best. Want voordat wij ’t weten is misbruik aan de orde.
Maar in 1 Petrus 2 staan de zaken anders: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[9].

In onze tijd mogen kerkmensen mét Jacobus 5 zeggen: “Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de ​landbouwer​ verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw ​hart​ versterken, want de komst van de Heere is nabij”[10].
Wij krijgen een plaats in de hemel.
Wij mogen weten: onze God is bij ons. Hij is onze Beschermer en Verzorger.

In de hemel krijgen wij de meest prachtige plaats die denkbaar is. Daar begint het leven opnieuw. Daar is geen gedenksteen meer nodig. Leest u maar mee in Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”[11].

Op die koelkast ligt nog steeds de Bijbel.
Nee, een echte gedenksteen is dat niet. Het is veel meer. Want in die Bijbel beschrijft de hemelse God in zesenzestig boeken het kader van een leven met Hem.
Hij geeft aardse grenzen aan. En Hij wijst op de onbegrensdheid van het tweede vaderland van Zijn kinderen: de hemel. Hij geeft Zijn vaste beloften. Daarom mogen Gods uitverkorenen weten: wij zijn op weg naar een glorieuze werkelijkheid die eeuwig duren zal!

Noten:
[1] Jozua 4:4-7.
[2] Jozua 4:20-24.
[3] Geciteerd van https://elkedagnieuw.nl/gedenkstenen/ ; geraadpleegd op vrijdag 3 januari 2020.
[4] Genesis 28:16, 17 en 18.
[5] Exodus 24:4.
[6] Exodus 28:9-12.
[7] 1 Samuël 7:10, 11 en 12.
[8] Psalm 105:5 en 6.
[9] 1 Petrus 2:4 en 5.
[10] Jacobus 5:7 en 8.
[11] Openbaring 2:17.

8 januari 2020

Alle ruimte voor Gods volk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het water bleef staan als een dam heel ver weg bij de stad ​Adam, die naast Sarthan ligt. En het water dat naar de zee van de Vlakte, de ​Zoutzee, stroomde, verdween; het werd afgesneden. Toen stak het volk over, tegenover ​Jericho. Maar de ​priesters​ die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, stonden op het droge, in het midden van de ​Jordaan, onbeweeglijk. En heel Israël stak over op het droge, tot heel het volk het oversteken van de ​Jordaan​ voltooid had”.
Zo staat dat in Jozua 3[1].
Gods volk staat daar, om zo te zeggen, op de drempel van het land Kanaän. En Gods kinderen krijgen alle ruimte om over te trekken. De dam staat heel ver weg. De Here is er Zelf bij. Hij geeft Zijn mensen alle ruimte!

En nee, dat is niet voor het eerst.
In Exodus 14 is het al eens eerder gebeurd. Midden in de nacht. En dat terwijl de Egyptenaren achter het volk van God aan zitten. Maar tijdens ook die doortocht geeft God Hoogstpersoonlijk bescherming. Leest u maar mee: “Toen verliet de ​Engel​ van God, Die vóór het ​leger​ van Israël uit ging, Zijn plaats en ging achter hen aan. Ook de wolkkolom verliet de plaats vóór hen en ging achter hen staan. Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[2].
De God van hemel en aarde schermt Zijn volk af als het nodig is. Het wordt nooit helemaal vernietigd. De satan zou dat wel graag willen, maar nee – dat lukt hem niet.

Een exegeet noteert: “Het volk kan doortrekken. Als het volk doorgetrokken is, vloeit het water nog niet terug. Alles gebeurt in rust. Onbeweeglijk staan de priesters met de ark op het droge in het midden van de Jordaan. Deze onbeweeglijkheid laat zien hoe volkomen de situatie door de ark wordt beheerst. De wateren zijn even onbeweeglijk. Ze staan als een dam. Er is geen enkele beweging in wat anders de dood tot gevolg zou hebben, omdat de ark daar rotsvast staat. Geen enkele macht is in staat iets te beginnen tegen Hem Die de ‘vaste rots van ons behoud’ is”[3].

Wij lezen: “Het water bleef staan als een dam heel ver weg bij de stad ​Adam”. Hebben de Israëlieten dat zelf gecontroleerd? Gods Woord meldt het ons niet. Feit blijft dat het water heel ver weg is!

Psalm 114 refereert aan de uittocht uit Egypte en de intocht in Kanaän. Als volgt:
“Toen Israël uit ​Egypte​ trok,
het ​huis​ van ​Jakob​ uit een volk met een vreemde taal,
werd Juda Zijn ​heiligdom,
Israël Zijn koninklijk bezit.
De zee zag het en vluchtte,
de ​Jordaan​ deinsde achteruit,
de bergen sprongen op als rammen,
de heuvels als lammeren.
Wat was er, zee, dat u vluchtte,
Jordaan, dat u achteruit deinsde?
Wat was er, bergen, dat u opsprong als rammen,
en u, heuvels, als lammeren?
Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heere”[4].

Geschiedenissen als deze kunnen in 2020 reuze leerzaam zijn.
Waarom?
Vanwege tenminste twee redenen.

In Nederland kan men maar moeilijk volhouden dat christenen alle ruimte krijgen. Denkt u maar aan de genderideologie. Of aan de problematiek rond het zogeheten voltooid leven. Christenen, Gereformeerden incluis, schuift men – als het over levensovertuigingen gaat – het liefst maar even naar de zijkant van het leven.
Maar wie Exodus 14 en Jozua 3 tot zich door laat dringen begrijpt alras dat Godvrezenden in Nederland nooit helemaal kunnen worden weggedrukt. Immers – Iemand die water kan tegenhouden terwijl er geen dijk of dam in de buurt is, is almachtig. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dat in 2020 plotsklaps anders geworden is.

Jozua 3 herinnert ons er aan dat wij ontzag moeten hebben voor de God van hemel en aarde.
In kerkelijk Nederland wordt onze God nogal eens aangesproken en bezongen alsof het een vriend is. Laten we nooit vergeten dat onze God almachtig is. Oppermachtig is Hij!
Onze samenleving doet verwoede pogingen om ons eerbied, ontzag en respect af te leren.
Regelmatig komen berichten als de volgende tot ons: “Opnieuw zijn, net als de afgelopen jaren, tijdens de jaarwisseling heel wat politie- en brandweermensen gehinderd tijdens hun werk en ook belaagd, in sommige gevallen zelfs met vuurwerk. Dit soort geweld wordt aangepakt, aldus Guus Schram, coördinerend hoofdofficier van justitie tijdens de jaarwisseling. ‘Juist politie en brandweer zorgen ervoor dat wij een feestelijk oud en nieuw kunnen vieren. Hen aanvallen met vuurwerk of op een andere manier gaat alle perken te buiten. Dit is absoluut onacceptabel en bovendien ook gewoon strafbaar. Oud en nieuw hoort een feest te zijn. Daar hoort geweld niet bij. En geweld tegen hulpverleners al helemaal niet’”[5].
In een samenleving waar die sfeer heerst is de oproep zeker niet overbodig: heb eerbied voor God!

En dan is er nog een vraag. Het water staat in Jozua 3 omhoog – als een dam. Hoe kan dat gebeuren?
Het is, naar men zegt, wel eens vaker gebeurd. In 1927 bijvoorbeeld; de oorzaak was toen een grondverschuiving ten gevolge van een aardbeving.
Misschien is het in Jozua 3 wel net zo gegaan. Wie zal het zeggen?
Zeker is wel: in Jozua 3 en op woensdag 8 januari 2020 hebben we te maken met de oppermachtige God die Zijn volk beschermt en hen genadig is.
In Psalm 33 belijden wij het:
“Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen,
laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem.
Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er”[6].
Ja, dat staat ook vandaag recht overeind!

Noten:
[1] Jozua 3:16 en 17.
[2] Exodus 14:19-22.
[3] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1009.pdf , p. 50.
[4] Psalm 114:1-7 a.
[5] Geciteerd van https://rechtennieuws.nl/62238/geweld-tegen-hulpverleners-onacceptabel-en-strafbaar/ . Het bericht is gedateerd op 1 januari 2020. Geraadpleegd op donderdag 2 januari 2020.
[6] Psalm 33:8 en 9.

7 januari 2020

Rachab komt bij de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De geschiedenis van Rachab, die we in Jozua 2 kunnen lezen, is heel bijzonder.
De internetencyclopedie Christipedia omschrijft de geschiedenis onder meer als volgt: “Ze had gehoord van de wonderen die God voor de bevrijding van Israël had gedaan, en zij getuigt van de schrik die op haar landgenoten was gevallen. In het geloof riskeerde ze haar leven door de spionnen te verbergen. Ze slaagde hierin en sloot een overeenkomst met de twee mannen, dat als zij hen zou niet verraden, haar leven en het leven van haar familie gespaard zou worden bij de inneming van de stad. Dit was slechts bindend voor de verspieders als Rachab de haren in haar huis bracht, onder het teken van de scharlaken koord, dat uit het venster zou hangen waaruit de verspieders waren neergelaten, daar het huis op de stadsmuur gebouwd was. Jozua zag erop toe dat de belofte werd nagekomen, en Rachab en haar familie werden behouden”[1].

Rachab is een hoer. Maar zij wordt wel genoemd in het geslachtsregister van Jezus Christus, zoals dat in Mattheüs 1 staat: “Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï”[2].
Er staat een hoer in dat register!
Vandaag de dag zeggen we vaak: in de kerk moet orde heersen. En dat is waar. Maar laten we daarbij niet vergeten dat de Here soms een route wijst die wij kronkelwegen zouden noemen, of een obscuur paadje.
Het Evangelie is voor de hele wereld bedoeld! Mensen komen op de meest merkwaardige manieren bij de Here terecht. Kerkmensen hebben nogal eens de neiging om die merkwaardigheden met gefronste wenkbrauwen te bekijken: wat gebeurt daar nou weer?
Laten we ‘t echter nooit vergeten: God kiest soms een weg die wij niet bedacht hadden!

Waar moet onze focus liggen?
Antwoord: op het geloof. Dat behoort het brandpunt van ons leven te wezen!
Dat wordt wel heel duidelijk in Hebreeën 11. In dat hoofdstuk vinden we die lange rij van geloofsgetuigen. En jawel, daar staat Rachab ook tussen: “Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen”[3].
Hoe kan het toch dat Rachab dat gelooft? Er was immers geen enkel signaal dat de Israëlieten Kanaän zouden gaan bewonen. Het geloof is haar gegeven; dat kan niet anders!
Laten wij, in verband hiermee, elkaar op de Dordtse Leerregels wijzen.
Citaat: “Het geloof in Jezus Christus en ook het behoud door Hem is een genadegave van God, zoals geschreven is: Door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God -Efeziërs 2:8-. Evenzo: Aan u is de genade verleend in Christus te geloven -Philippenzen 1:29-.

God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn -Handelingen 15:18-, en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil -Efeziërs 1:11-. Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[4].
Rachab komt bij de kerk.
Dat is een wonder.
En het feit dat anno Domini 2020 nog mensen in de kerk zitten is ook een wonder. Het feit dat mensen zich bij de kerk melden is ronduit miraculeus. Maar het gebeurt – echt waar. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ook niet in 2020.

Rachab bewijst dat geloven betekent dat je, bijna als vanzelf, aan het werk gaat. Niet om behouden te worden, want een toegangskaart voor de hemel kan men niet verdienen.
Maar wel om het geloof te versterken. Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En ​Abraham​ geloofde God, en het is hem tot ​gerechtigheid​ gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof. En is Rachab, de ​hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan? Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”[5].
Door de werken, noteert een exegeet, “-die van de naastenliefde en van de gehoorzaamheid tegenover God- komt het tot zijn volle rijpheid en voltooiing, bereikt het zijn doel”[6].
In december 2013 noteerde schrijver dezes op deze website over Jacobus 2: “Jacobus schrijft over het belang van echt geloof.
Echt geloof richt zich op God. En daarnaast ook op alle medemensen. Let wel: op alle medemensen. Daarbij gaat het dus niet alleen om populaire wereldburgers. Het gaat niet alleen om vrienden en kennissen die, zoals dat heet, goed liggen in de groep.
Echt geloof is gefundeerd in dankbaarheid. Op allerlei manieren tonen wij dat in ons leven altijd de vreugde vonkt. Dat is blijdschap over onze redding. Dat is blijheid over Gods beloften ten aanzien van een heerlijk eeuwig leven”[7]. Dat staat vandaag nog recht overeind!

Ook in onze tijd geldt: in de kerk ligt nog veel werk.
Misschien gebeurt dat niet altijd op de manier die wij voor ogen hebben.
Maar God werkt door. Ook in 2020.

Noten:
[1] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Rachab ; geraadpleegd op dinsdag 31 december 2019.
[2] Mattheüs 1:5.
[3] Hebreeën 11:31.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 5 (laatste deel) en artikel 6.
[5] Jacobus 2:22-26.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 2:22.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘De daadkracht van Jacobus 2’, hier gepubliceerd op maandag 2 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/02/de-daadkracht-van-jacobus-2/ .

23 december 2019

Recht op de eeuwigheid af

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan. En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van ​sabbat​ tot ​sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE. En zij zullen de stad uit gaan en zien de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn”.

Bovenstaande woorden zijn een citaat uit Jesaja 66[1]. En wij zien een harde tegenstelling. Wij zien het schrille contrast tussen het eeuwige leven van Gods kinderen en de dood van Zijn tegenstanders. Die antithese is het slot van de profetie van Jesaja. Daar loopt het op uit.
Wat zegt ons dat, twee dagen voor Kerst?

Jesaja 66 begint met de manier waarop de Here gediend wil worden.
Je kunt Hem niet een beetje dienen. Hij dwingt ontzag af.
De God van hemel en aarde is wars van elke vorm van menselijke dikdoenerij.
Hij luistert niet naar mensen die wel iets aan religie willen doen, maar vanuit een misplaatst soort nonchalance mensen offeren in plaats van dieren. En honden; terwijl dat in Israël onreine dieren waren!
Eigenlijk komt het erop neer dat men doet wat men zelf wil.
Men laat God praten. Men negeert Hem. Er wordt niet nagedacht over wat Hij zegt.
‘En daarom’, zegt God, ‘krijgen ze hun verdiende loon. Straf – dat is het enige wat hier past!’.
Met de kerkstad, Jeruzalem, gaat het een stuk beter. Dat wordt een stad van vrede. Heel wat rijkdommen uit heel de wereld komen in Jeruzalem terecht. De inwoners worden vertroeteld, ja tot in de puntjes verzorgd.
Alle heidenvolken worden bij elkaar gebracht. En daarna worden er koeriers naar veraf gelegen landen gestuurd. Die ijlbodes zullen rondbazuinen dat God de macht heeft, in hemel en op aarde.
Alle nog levende mensen zullen God de eer brengen die Hem toekomt.
Maar iedereen die God negeert wordt vernietigd. Er blijft niets van hen over.

Iemand vat Jesaja 66 als volgt samen:
“Vers 1-4: Verwerpelijke tempeldienst
Vers 5,6: Spotters zullen beschaamd staan
Vers 7-9: De HERE brengt zijn volk door een korte verdrukking tot nieuw leven
Vers 10,11: Vreugde met en over Jeruzalem en voeding door Jeruzalem
Vers 12-14: Jeruzalem als bron van troost en groei
Vers 15-17: De HERE komt om te oordelen alles wat gruwelijk is
Vers 18,19: De heerlijkheid van de HERE onder de volken
Vers 20: Israëlieten als een offer voor de HERE
Vers 21: Priesters en Levieten voor de HERE
Vers 22: Nageslacht en naam van Israël blijven bestaan tot in eeuwigheid
Vers 23: Al wat leeft buigt zich voor de HERE
Vers 24: Het eeuwig lot van de afvalligen”[2].
In dit hoofdstuk gebeurt, naar het lijkt, alles tegelijk. Het lijkt een caleidoscoop van de wereldgeschiedenis.
U weet wellicht wat een caleidoscoop is. Voor alle niet-weters: “Een caleidoscoop is een spiegelende veelhoekige buis of koker die aan het ene einde een compartiment met gekleurde kralen of andere kleurige voorwerpen bevat. Dit compartiment is aan de binnenzijde afgesloten met doorzichtig materiaal en aan de buitenzijde met doorschijnend materiaal. Het andere uiteinde van de buis bevat een kijkopening. Twee spiegels, meestal onder een hoek van 30 graden ten opzichte van elkaar, lopen onder een flauwe hoek ten opzichte van de as van de koker over de gehele lengte ervan in de lengterichting. Het uiteinde met het compartiment wordt naar het licht toe gekeerd.
De gebruiker kijkt erin van de ene kant en het licht zorgt via de andere kant voor reflecties in de spiegels. Door deze reflecties ontstaat een als mooi ervaren, symmetrisch mandala-achtig patroon, dat dan door het schudden met de buis kan veranderen”[3].
Wij zien dus stukjes wereldgeschiedenis. Die stukjes komen soms anders te liggen. En dan kijken we weer op een andere manier tegen een deel van de geschiedenis aan.

Alles draait om de macht van de God van hemel en aarde[4].
Jesaja zegt: “Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien? Zou een land geboren kunnen worden op één dag? Zou een volk geboren kunnen worden in één keer? Maar ​Sion​ heeft nauwelijks weeën gekregen, of zij heeft haar zonen al gebaard. Zou Ík ontsluiting geven en niet doen baren? zegt de HEERE. Of zou Ik, Die doe baren, toesluiten? zegt uw God”[5].
Gods Zoon, de Redder van de wereld, komt naar de aarde. Daarom wordt, om het zo uit te drukken, Gods volk in één keer opnieuw geboren. Er komt een totaal nieuw begin. Voor heel Gods volk. Een nieuwe tijd, voor de hele wereld.
In Johannes 3 wordt die nieuwe start, het keerpunt van de geschiedenis, gemarkeerd: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[6].

Jesaja proclameert:
* weg met de afgoden!
* onze God is de Machthebber van heel de aarde en de complete kosmos
* wie Gods geboden serieus neemt, krijgt een leven vol welvaart en welzijn
en vooral
* de Knecht van de Here komt eraan; dat is Jezus Christus, de Heiland!

Wat zegt ons dit alles, twee dagen voor Kerst?
Onder meer dit.
Wij leven in een maatschappij die ons, met een ijver een betere zaak waardig, aanleert om van dag tot dag te leven. Kortzichtigheid is troef. Denkt u maar aan:
* de problemen in de zorg
* de vragen rond pensioenen
* de stikstofcrisis
* het trage gedoe met betrekking tot de klimaatverandering[7]
enzovoort.
Jazeker, de Verbondsgod leert ons ook om niet te ver vooruit te kijken. Denkt u maar aan Psalm 68:
“Geloofd zij de Heere;
dag aan dag overlaadt Hij ons.
Die God is onze zaligheid”[8].
of aan Mattheüs 6: “Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de ​kleding?”[9].
Echter –
* de wereld is kortzichtig omdat er na dit aardse leven niets meer rest dan de dood
* de kerk leeft eerbiedig en blijmoedig omdat na dit aardse leven eeuwig leven vol geluk en vrede volgt.
Jesaja 66 roept ons ertoe op het geloof in Gods beloften levend te houden. Dat geloof belijden wij in een dynamische wereld waarin allerlei panelen voortdurend schuiven.
Maar de kerk ziet de grote lijn. Want zij gaat rechttoe-rechtaan op de eeuwigheid af!

Noten:
[1] Jesaja 66:22, 23 en 24.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1119.pdf , p. 300; geraadpleegd op woensdag 18 december 2019.
[3] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Caleidoscoop ; geraadpleegd op woensdag 18 december 2019.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://holyhome.nl/dhs-023.html ; geraadpleegd op woensdag 18 december 2019.
[5] Jesaja 66:8 en 9.
[6] Johannes 3:16.
[7] Zie hierover bijvoorbeeld het overzicht op https://www.nu.nl/klimaat/6018647/wat-heeft-25-jaar-aan-klimaattoppen-opgeleverd.html ; geraadpleegd op woensdag 18 december 2019.
[8] Psalm 68:20.
[9] Mattheüs 6:25.

19 december 2019

De nieuwe toekomst van Jesaja 55

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er zijn teksten in de Bijbel waarvan men denken kan: is dit nog wel reëel?
Neem nou Jesaja 55: “Want in blijdschap zult u uittrekken en met ​vrede​ voortgeleid worden. De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen. Voor een doornstruik zal een cipres opkomen, voor een distel zal een mirt opkomen; en het zal de HEERE zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist”[1].

Een volk dat blijmoedig voorttrekt door de wereld – dat zien we niet zoveel op deze aarde. Op de televisie zien we rijen vluchtelingen. Maar blije mensen? Goed, wellicht zien we nog eens een colonne voetbalminnaars, op weg naar een stadion. En verder?…
Het wordt nog opmerkelijker.
De natuur die gaat juichen als dat volk voorbijkomt – dat is wat!
Complete struiken die vervangen worden – hoe gaat dat?
En: een eeuwig teken? Dat is ongelooflijk!

In Jesaja 55 is het centrale punt: de God van hemel en aarde is de Enige die ervoor kan zorgen dat het met Zijn volk goed gaat.
Wie wil dat het echt goed met hem gaat, moet zich vervoegen bij zijn God! Bij Hem ontvang je voedsel dat werkelijk voedzaam is.
Wat meer is: de Here sluit een eeuwig verbond met Zijn volk.
Net zoals dat vroeger met koning David gebeurde. Over de sluiting van dát verbond lezen we in 1 Kronieken 17: “En het zal gebeuren, wanneer uw dagen voorbij zijn en u heen gaat naar uw vaderen, dat Ik uw nakomeling na u, die een van uw zonen zal zijn, zal doen opstaan, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mij een ​huis​ bouwen, en Ik zal zijn ​troon​ voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, en Mijn goedertierenheid zal Ik niet van hem wegnemen, zoals Ik die weggenomen heb van hem die er vóór u was, maar Ik zal hem in Mijn ​huis​ en in Mijn koningschap voor eeuwig stand doen houden, en zijn ​troon​ zal voor eeuwig zeker zijn”[2].
Gods volk krijgt een enorme macht. Het krijgt een invloed die nog nooit eerder vertoond is! Op bevel van Gods volk komt een ander volk naar hen toe – riep u ons?
En ja – de garantie is: Gods volk komt veilig aan!

De God van hemel en aarde brengt heel de wereld weer in harmonie.
U kent ongetwijfeld de toestand van Genesis 3: “En tegen ​Adam​ zei Hij: Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u geboden had: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt; met zwoegen zult u daarvan eten, al de dagen van uw leven; dorens en distels zal hij voor u laten opkomen en u zult het gewas van het veld eten. In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren”[3].
Welnu, die vloek gaat eens en voor altijd de wereld uit. Het is afgelopen met de tegenstand. Stop maar met somberen!
Psalm 98 zingt erover:
“Laat al de stromen vrolijk zingen,
de handen klappen voor de HEER,
de bergen uitgelaten springen,
en juichen onze God ter eer.
Want, zie, Hij komt de aarde richten;
verwacht Hem, volken, weest bereid.
Hij komt een nieuwe wereld stichten
op recht en op gerechtigheid”[4].

De doornstruik wordt vervangen door een cipres.
Over die cipres kunnen wij het volgende leren: “De cipres is een boom die winterhard is en het hele jaar door groen blijft. Dit is een van de redenen waarom men de cipres vaak op kerkhoven aantreft. (…) De langlevende cipres met zijn duurzame hout stond ook symbool voor een lange levensduur. Hij komt voor op afbeeldingen van het paradijs en daarom kon de cipres als christelijk symbool van de hoop op een leven na de dood, worden geplant op begraafplaatsen. Ook werd de cipres op sarcofagen uitgebeeld, hoewel er vroeger vaak afgodsbeelden gesneden werden uit het hout van deze boom”[5].
De mirt brengt ons bij Zacharia 1. U kent dat hoofdstuk misschien wel, over de Man tussen de mirten.
Enkele jaren geleden noteerde schrijver dezes daarover: “Een mirt (of: mirte) ‘is een dichte, veelvertakte, groenblijvende struik. De plant groeit in het wild op droge, zonnige plekken in het Middellandse Zeegebied, maar wordt ook als sierstruik toegepast’. (…) ‘De mirte wordt circa 5 m hoog. De bladeren zijn eivormig en 2-3 × 1,5 cm groot. Ze zijn aan de basis en aan de uiteinden toegespitst. Ze zijn donkergroen en leerachtig en voorzien van klieren. De twijg geeft een aromatische geur af bij kneuzing’. (…) ‘Ook zou de mirte een gelukbrenger zijn bij het huwelijk en de vruchtbaarheid’”.
Dat laatste moeten wij ons goed realiseren. Impliciet hebben we hier te maken met de hemelse Bruidegom en zijn bruid. Een exegeet schrijft over de mirt: ‘Daarmee wordt de tere verhouding aangeduid, die er bestond tussen God en zijn volk’. De mirten die in het visioen opdoemen maken duidelijk dat de Here God nog altijd aan een huwelijk denkt. De ontrouw van Israël heeft Hem niet op de gedachte gebracht om Zijn volk los te laten”[6].
Uit alles blijkt: Gods kinderen gaan een lange en blijde toekomst tegemoet!

Jesaja 55 is een hoofdstuk dat bij het lezen wellicht een bataljon vraagtekens oproept.
En misschien zijn er ook wel mensen die zonder omwegen schreeuwen: dit geloof ik niet!
Trouwens – hoeveel mensen zijn er, anno Domini 2019, niet die simpelweg opmerken ‘ik geloof er niks van’, en daarna de kerk de rug toekeren?
Laten we wel wezen: wie om zich heen kijkt, kan zomaar denken: het leven gaat lekker door, op deze manier; ik heb God niet nodig…
Goed, de versterking van huizen in het Groninger aardbevingsgebied gaat veel te langzaam.
En inderdaad, de klimaatconferentie in Madrid was geen succes. De NRC vatte de stand van zaken treffend samen: “Geen grotere ambitie, geen akkoord over emissiehandel, geen helderheid over de financiering. Op de klimaattop in Madrid zijn alle belangrijke onderwerpen doorgeschoven naar volgend jaar”[7].
Maar och – de levens van gewone burgers gaan gewoon door: werken, eten, aandacht voor de kinderen, slapen… Dat is het wel zo’n beetje.
Laten wij ons echter niet vergissen. Ook al lijkt het leven bij tijd en wijle een soort sullige sleur, met hier en daar wat sympathieke momentjes… – de beloften van de Heerser van hemel en aarde worden zeker waar!
Misschien vraagt iemand: waar baseert u dat op? Antwoord: op Gods Woord. Want dat is de meest hechte basis die er bestaat. Nee – dat klinkt niet logisch. Maar dat Woord is, om met de apostel Paulus te spreken, “werkzaam in u die gelooft”[8]. Met andere woorden: onze God is ook vandaag actief.
De kerk moet het blijven proclameren: de wereld wordt nieuw; en het klimaat wordt heerlijk.
Geloof het maar. Dan wordt het leven een stuk rustiger!

Noten:
[1] Jesaja 55:12 en 13.
[2] 1 Kronieken 17:11-14.
[3] Genesis 3:17, 18 en 19.
[4] Psalm 98:4; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Geciteerd van https://www.ensie.nl/redactie-ensie/cipres ; geraadpleegd op maandag 16 december 2019.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘God blijft trouw’, hier gepubliceerd op woensdag 14 januari 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/01/14/god-blijft-trouw/ .
[7] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/15/klimaattop-in-madrid-is-mislukt-a3983887 ; geraadpleegd op maandag 16 december 2019.
[8] 1 Thessalonicenzen 2:13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.