gereformeerd leven in nederland

14 november 2018

Refrein van de aansporing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.
Dat is een zin die in het Bijbelboek Ezechiël meer dan twintig keer voorkomt. Die woorden klinken dreigend. Ze zullen ervan lústen – het volk Israël, Juda en de volken die Israël dwarsgezeten hebben!
Ezechiël zegt het in hoofdstuk 6, 7, 12, 24, 25, 26, 28…. enzovoort – steeds weer klinkt dat woord: “Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.

Tussen 593 en 571 voor Christus brengt Ezechiël allerlei onheilsboodschappen. En steeds weer is daar dat alarmerende keervers.

Israël en Juda storten in.
Ezechiël legt uit dat de verwoesting en de ballingschap in feite een straf zijn. Een straf van God op de zonden van Zijn volk. Met name de afgoderij is een gruwel in Gods oog!
Iemand schrijft: “Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo’n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer”[1].

Het lezen van het Bijbelboek Ezechiël is niet altijd even vreugdevol. Al die oordelen over Israël en de omringende volken roepen trieste beelden op. Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon, Egypte: ze worden allen uitgebreid toegesproken.

Het is bekend dat sommige mensen Ezechiël liever niet aan tafel lezen. Al dat bloed, al dat geweld, al die oorlogstaal – daar wordt niemand blij van.

Toch is het van enig belang dat wij de profetie van Ezechiël kennen.

Die zin ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ heeft een oproep in zich. Namelijk deze: erken nu toch dat de Here God is. Hij heeft de macht in hemel en op aarde.
Natuurlijk – daar dachten ze in Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte anders over. Maar ze zijn er inmiddels achter gekomen dat de Here de waarheid spreekt!
En ook Gereformeerden van 2018 mogen het zich realiseren: de God van het verbond is de Almachtige; Hij bestuurt heel de wereld!

Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben: dat is eerst en vooral het refrein van de aansporing tot erkenning van de Here.
Stelt u zich voor dat u iedere dag een kapittel van de profetie van Ezechiël leest. Dan zult u op een gegeven moment zeggen: ja ja, dat weten we nu wel – alweer oordeel, alweer gericht… En wellicht vraagt u zich vertwijfeld af waarom wij dit alles tot ons moeten laten doordringen.
Met name de hoofdstukken 6 tot en met 32 zijn doordrenkt met onheil, rampen, ellende en ongeluk.
De mensen vragen: kan het niet wat minder? Slechts tot weinigen lijkt het door te dringen dat de Here het klaarblijkelijk nodig vindt om in Zijn Woord zoveel aandacht te geven aan rampspoed en tegenslag.
“Hij weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein”[2].
Met andere woorden – de Here kent Zijn volk langer dan vandaag. En Hij waarschuwt ook de kerk van vandaag: pas goed op u zelf! En Hij vraagt: u weet toch wel dat de zonde nog op de loer ligt?
Wij zien het om ons heen: criminaliteit, kortzichtigheid, natuurrampen, oorlog, ontucht, onwil… – u kunt het rijtje van trammelant en tragiek ongetwijfeld zonder moeite aanvullen.
En de vraag is: blijven wij op de Here vertrouwen, op Hem die zo machtig is dat Hij Zijn volk altijd en overal beschermen kan?

Die bekende woorden ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ hebben ook nog een andere betekenis.
Er zit ook troost in.
Want één ding is zeker: er komt een tijd dat alles en iedereen zal moeten erkennen dat onze God alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
Openbaring 6 spreekt daarover.
Leest u maar even mee. “En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle ​slaven​ en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”.
Op die dag zal blijken dat de mensen die door de eeuwen heen Jezus Christus hebben gevolgd toch gelijk gehad hebben.
Op die dag zal blijken dat de trouwe kerkgangers van alle tijden het bij het rechte eind hebben gehad.
Op die dag zal blijken dat degenen die de God huns levens prijzen, biddend Hem hun dank bewijzen aan de goede kant staan[3].

In deze tijd hebben we te maken met een maatschappij waarin God zeker nog niet vergeten. Des zondags stromen er nog heel wat kerkgebouwen vol.
Maar naast het christelijke geloof zijn er nog talloze religieuze stromingen. Dergelijke religiositeit noemt Ezechiël afgoderij.
Dat moet je tegenwoordig uiteraard niet meer zeggen.

Ach – de wereld komt er nog wel achter.
Laten we ons in de kerk maar oefenen in de geloofszekerheid van Psalm 42:
“O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem, en zie naar boven
ik zal God, mijn God weer loven”[4].

Noten:
[1] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-ezechiel ; geraadpleegd op vrijdag 9 november 2018.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 33:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] De formulering van deze zin gaat terug op Psalm 42:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 42:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

5 november 2018

Luchtvervuiling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen dinsdag, 30 oktober, stond het in de krant: “Vervuilde lucht doodt wereldwijd zeven miljoen mensen per jaar. En 93 procent van de kinderen onder de vijftien jaar ademt lucht in die een serieus risico voor hun gezondheid vormt. Jaarlijks moeten 600.000 kinderen dit met de dood bekopen. Het merendeel van hen is jonger dan vijf.
Dit zijn de cijfers over de gevolgen van luchtvervuiling in 2016, die de Wereldgezondheidsorganisatie WHO maandag presenteerde. De nadruk ligt daarbij op de gevolgen voor kinderen”[1].

Wie een dergelijk bericht leest, voelt zich wellicht wat machteloos. Want wat doe je er als gewone burger tegen? Je kunt toch moeilijk op je eentje met een groot spandoek op een industrieterrein gaan staan? Je kunt natuurlijk tweehonderd brieven per week schrijven – aan parlementen, aan directeuren en aan managers. Maar wat haalt dat drukdoenerige geschrijf uit?

Dit alles overpeinzend denk ik aan Mattheüs 6. Dan klaart de lucht op.
Laten wij elkaar wijzen op die bekende woorden: “Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?”[2].

Is dit een dooddoener?
Het lijkt er misschien op.
Want je kunt wel naar de vogels kijken, maar die zeven miljoen doden per jaar grijnzen ons nog altijd toe.
Maar laten wij het vervolg lezen: “Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één ​el​ aan zijn lengte toevoegen?”[3]. Alle druktemakers moeten het weten: bezorgdheid maakt je geen centimeter langer. Bezorgdheid zorgt er, met andere woorden, niet voor dat je boven de problemen uit kunt kijken.
De Here zegt: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de ​oven​ geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt”[4].
Christenen mogen zich realiseren dat hun leven bij God veilig is.
Volgelingen van Christus mogen beseffen dat, zelfs wanneer zij bij die miljoenen doden horen, het toch in orde komt. Zij gaan naar de hemel toe. Jezus Christus zegt in Mattheüs 6 ook: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar ​dieven​ inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar ​dieven​ niet inbreken of stelen”[5].
Ziet u?
Christenen, Gereformeerden incluis, zijn op weg naar de woonplaats van God: de hemel. En er is niemand die hen onderweg daarnaartoe tegenhouden kan.

Het is belangrijk dat dat laatste tot ons doordringt.
Jezus zegt in Mattheüs 8: “De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen”[6].
Dat betekent in ieder geval: het volgen van Jezus wil niet zeggen dat het leven een makkie wordt. Het kan best zijn dat de mededeling dat je in God gelooft de sfeer tijdens een gesprek een beetje bederft.
Nog wat groter is de kans dat men zegt: nou, het is prachtig dat je steun hebt aan je geloof, maar ik kijk toch heel anders tegen het leven aan. In die situatie moet je vooral niet proberen om iemand te bekeren; dat werkt meestentijds slechts averechts.

Wie zegt dat hij zich, ondanks die vieze lucht en die vele doden niet zoveel zorgen maakt, wordt enigszins meewarig aangekeken. En je ziet de mensen denken: die man is gewoon kortzichtig; hij doet aan struisvogelpolitiek.
Maar dat is een misvatting. Kinderen van God mogen er zeker van zijn dat hun trouwe God en Vader voor hen zorgt. Er is geen schepsel dat hen van zijn liefde scheiden zal[7]!

Luchtvervuiling is voor zeer velen dodelijk, zo blijkt uit de berichtgeving.
Maar er is meer luchtvervuiling dan velen denken.
Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 2: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de ​zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de ​kinderen​ van de ​ongehoorzaamheid…”[8].
Er is een luchtmacht druk doende.
En die luchtmacht vervuilt de sfeer in de wereld. Sterker nog: die luchtmacht bevordert de goddeloosheid in de wereld, en niet zo’n klein beetje ook!
Ten langen leste zal blijken dat die luchtvervuiling veel gevaarlijker is dan de luchtvervuiling die vandaag de dag breed in de kranten uitgemeten wordt!

Het Woord van God roept ons op om de Schepper van deze wereld te vertrouwen. Hij zegt: leg uw al of niet moeizame leven maar in Mijn handen.

Via Zijn woordvoerder Asaf zegt de Heer van de kosmos ook anno Domini 2018 tegen ons:
“Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.
Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.
Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?
Offer​ dank aan God
en kom aan de Allerhoogste uw ​geloften​ na.
Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren”[9].

De Here kent de schepping. En Hij kent Zijn kinderen; ook zij die in de eenentwintigste eeuw leven.
Hij zal hen Hoogstpersoonlijk uit de nood helpen.
Daar wordt de lucht op slag een stuk schoner van!

Noten:
[1] “Vieze lucht kost miljoenen levens”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 30 oktober 2018, p. 1.
[2] Mattheüs 6:26.
[3] Mattheüs 6:27.
[4] Mattheüs 6:30, 31 en 32.
[5] Mattheüs 6:19 en 20.
[6] Mattheüs 8:20.
[7] U herkent wellicht de formulering uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[8] Efeziërs 2:1 en 2.
[9] Psalm 50:12-15.

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

2 oktober 2018

Te dol of tevreden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gelovige kerkmensen zeggen het wel eens tegen elkaar: wat leven wij toch in een dwaze wereld![1] Soms klinkt het bijna als een verzuchting. Zo van: men kan er weinig aan doen, het godsdienstig gepeupel moet zich in deze welhaast waanzinnige wereld maar zien te redden.

Op de keper beschouwd blijkt er echter weinig nieuws onder de zon.
Reeds in Spreuken 20 worden aardig wat dwaasheden op een rij gezet.
Ik noem: alcoholisme, tegen de bevelen van de regering ingaan, olie op het vuur gooien tijdens ruzies, luiheid, gebrek aan inzicht, onbetrouwbaarheid, oneerlijkheid in de handel, het verkondigen van leugens en roddels en het vervloeken van je ouders[2].

Anno 2018 leven wij in een wereld vol dwaasheid. De opsomming die hierboven staat zal, naar ik aanneem, bij veel lezers nogal wat herkenning oproepen.
En laten we wél wezen: voordat we ’t weten draaien we zelf in die mallemolen mee. Al was het alleen maar omdat we als kerkmensen niet al te zeer apart willen staan.

Welke lessen leert Spreuken 20 ons?
Laat ik er drie noemen:
a. besef waar u vandaan komt
b. wees realistisch als het gaat om uw afhankelijkheid
c. realiseer u dus bij Wie u het zoeken moet.

Uit Spreuken 20 citeer ik nu de verzen 20-24:
“Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens ​lamp​ zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
Als een ​erfenis​ in het begin al te snel wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen ​zegen​ op rusten.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke ​weegschaal​ is niet goed.
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?”.

Concreet betekent dat onder meer:
* eer uw vader en uw moeder
* eigen graaikapitalisme brengt u niet verder
* de Here helpt u om recht te verkrijgen.
* in de commerciële wereld is eerlijkheid een groot goed
* de Here bestuurt ook ons leven.

Een Gereformeerde hoogleraar Oude Testament noteerde eens: “Spreuken leert ons af om haastig te concluderen: daar woont een rijke man, die is dus rijk gezegend. In 28:20: ‘Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’. En heel ontdekkend: 20:21: ‘Een bezit, in het begin spoedig verworven, zal tenslotte niet tot zegen zijn’. De HERE let scherp op de motieven die achter die haast zitten. De mens beproeve zichzelf”[3].

Die professor brengt ons bij kernvragen: wat is onze mentaliteit? En ook: hoe staan wij in het leven?

Niet zelden hoor je de opmerking: ik wil dit en dat hebben, en wel nu.
Een moeder schreef eens: “Ik wil te veel en alles tegelijk en wel nu!! Ik vraag me soms wel eens af of er iemand is met hetzelfde ongeduld als ik, met dezelfde onrust als ik, met hetzelfde gevoel alles te willen en daarom juist niets te bereiken. Het gevoel altijd op het puntje van je stoel te zitten. Al jaren het ‘gevoel’ te hebben dat je op een dag wel de moed en de energie gaat vinden om dát te doen wat je eigenlijk al jarenlang wilt doen”[4].

Wat zullen wij van die dingen zeggen?
Nee, het is niet verkeerd om ambities te hebben.
Je mag gerust je best doen om carrière te maken.
Maar we moeten ons altijd blijven realiseren dat ons leven door de God van hemel en aarde bestuurd wordt.
Dat betekent soms dat er geduld geoefend moet worden.
Soms houdt het ook in dat verlangens nimmer vervuld kunnen worden. Dat is vrijwel altijd teleurstellend, doch niet onoverkomelijk.

In Spreuken 20 kunnen we ook lezen:
“De geest van een mens is een ​lamp​ van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt”[5].
Naarmate zijn leven op aarde vordert, leert de mens zichzelf kennen. Paulus schreef ook niet voor niets aan de christenen in Corinthe: “Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is?”[6].
Met de lamp van de Here kunnen wij ons binnenste goed inspecteren. Des Heren licht maakt de diepste drijfveren zichtbaar.

Zeker, wij leven in een dwaze wereld!
Maar als wij dag bij dag aan Zijn hand door de wereld wandelen, dan blijkt het leven alleszins aangenaam.
Dan kunnen wij met Psalm 68 instemmen:
“Geloofd zij God met diep ontzag,
Hij overlaadt ons dag aan dag
met al zijn gunstbewijzen”[7].

Noten:
[1] Dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 7 oktober 2008.
[2] Zie Spreuken 20:1-20.
[3] Prof.drs. H.M. Ohmann, “Spreuken – Boek van de Bijbel; Spiegel van de werkelijkheid”. – Bedum: Uitgeverij Woord en Wereld, © 2001 (Woord en Wereld; nr 50). – p. 68.
[4] Geciteerd van https://www.mamaplaats.nl/blog/ik-wil-te-veel-en-alles-tegelijk-en-wel-nu ; geraadpleegd op woensdag 26 september 2018.
[5] Spreuken 20:27.
[6] 1 Corinthiërs 2:11 a.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 68:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

1 oktober 2018

God is oppermachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met ernstige verkeersongelukken hebben wij bijna elke dag te maken.
Sommige gebeurtenissen blijven echter in het collectieve geheugen hangen.

Het volgende bericht, gedateerd op 20 september 2018, is daar een voorbeeld van.
“Bij een ongeval met een elektrische bakfiets op een spoorwegovergang bij Oss zijn donderdagochtend vier kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar om het leven gekomen. Een vijfde kind en een volwassen begeleider zijn zwaargewond geraakt en liggen in het ziekenhuis. Zij zijn nog niet buiten levensgevaar. De politie bevestigt dat het gaat om in totaal drie betrokken gezinnen, van een gezin zijn drie kinderen betrokken bij het ongeval”[1].

Het nieuws bleef haken. De media sprongen er en masse op. Niet alleen Oss was geëmotioneerd, nee – het ganse land leefde mee.
Het was dan ook droevig nieuws. Heel droevig.

De burgemeester, mevrouw Buijs-Glaudemans, sprak meelevende woorden.
Eén uitspraak van haar citeer ik hier. Namelijk deze: “Geloof begeleidt je op je weg door het leven heen. Kerken zijn plekken waar je op belangrijke momenten in het leven naartoe gaat”[2].

Het bovenstaande is zonder twijfel waar.
Maar de vraag is wel: waarom ga je op minder belangrijke momenten niet naar God toe?
Hij heeft namelijk te allen tijde de oppermacht, op de aarde en in de hemel.

Een mooi voorbeeld daarvan staat in Mattheüs 17: “Maar om hun geen aanstoot te geven: ga naar de zee, werp een ​vishaak​ uit, en pak de eerste ​vis​ die bovenkomt. Doe zijn bek open en u zult een stater vinden. Neem die en geef hem aan hen voor Mij en voor u”[3].

Op basis van verschillende Bijbelgedeelten “moesten in de tijd van Jezus alle volwassen mannelijke Israëlieten (ouder dan 19 jaar), die ingeschreven waren in het bevolkingsregister, jaarlijks een halve sikkel (…) als ‘vrijwillige bijdrage’ aan tempelbelasting betalen. (…) Een didrachme (tweedrachmenmunt) was ongeveer het loon voor twee dagen werk”[4].
Van oude tijden zijn de priesters van die betaling vrijgesteld.
Dat zo zijnde zou je zeggen: dan is Jezus, Die veel belangrijker is dan de tempel, ook vrijgesteld.
Jezus wil echter geen ergernis geven.
Met de macht die Jezus eigen is, zorgt Hij ervoor dat Petrus een vis kan vangen die een stater in de bek heeft. Een stater is gelijk aan vier didrachmen. Met dat geld kan de tempelbelasting van Jezus en Petrus betaald worden.

Wonderlijk, vindt u ook niet?

In de laatste tijd dat Jezus op aarde is, zien wij meer wonderen waarin dieren een opmerkelijke rol spelen. Denkt u maar aan de ezelin die in Mattheüs 21 gereed staat voor Jezus’ intocht in Jeruzalem[5]. En aan de haan die in Mattheüs 26 precies op tijd drie keer kraait[6].
Die dieren bewijzen eens te meer dat heel de schepping met Gods macht te maken heeft.
Om het met woorden uit een bekend gezang te zeggen:
“Wat zou ooit zijne macht beperken?
’t Heelal staat onder zijn gebied!
Wat zijne liefde wil bewerken,
ontzegt Hem zijn vermogen niet”[7].

Onze God staat boven Zijn schepping. Hij schiep de aarde. En deze planeet bestaat nog steeds. Waarom is het belangrijk om ons dat te realiseren?
De Heidelbergse Catechismus geeft het antwoord: “Om in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar te zijn en voor de toekomst dit vaste vertrouwen te hebben in onze trouwe God en Vader, dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen”[8].

Geloof is iets van elke dag.
Vertrouwen is er, als het goed is, levenslang.

Natuurlijk – in Oss barst het, ook nu nog, van de waaroms.
Maar daarbij is het belangrijk om te beseffen dat geloof niet alleen maar iets is dat behoort bij een bloemenzee en bij vloeiende tranen. Geloof functioneert, als het goed is, niet alleen als wij allen worden overmand door emoties. Nee, geloofswetenschap is er, naar wij mogen hopen, in alle omstandigheden.

Wie dat beseft zal ook wat sneller tot het inzicht komen dat er meer is dan Oss.
Nee, van dat drama in Oss doe ik niets af. Dat is verschrikkelijk. De ouders, andere familieleden en vrienden van de kinderen moeten leven met een groot verdriet. Vanaf heden is er veel glans van het leven af.
Elke dag is er weer die droefenis over die kinderen.
Maar er is meer ellende in de wereld.
Op zaterdag 22 september vond een familiedrama plaats in Papendrecht. Twee volwassenen en twee kinderen werden levenloos gevonden[9]… Ach, het is slechts één van de vele drama’s die zich in onze wereld voltrekken.

Door de media wordt soms op één drama gefocust.
Dat is begrijpelijk.
Maar Gereformeerde mensen moeten zich daardoor niet laten misleiden: de Here God kan ingrijpen, ook anno Domini 2018!
Nee, er komt geen vis langs zwemmen.
Er kraait geen haan op commando.
Er staat niet zomaar een ezel gereed waar je een ritje op kunt maken.
Maar wie het zien wil, weet dat God nog altijd wonderlijke dingen doet.
Onbegrijpelijke dingen soms – jazeker.
Hoe dat zij – in het geloof weten wij dat onze God met Zijn kinderen onderweg is naar een glorieuze toekomst. Dat is een toekomst waarin de liefde van God alles en iedereen zal beheersen.
Dat geloof mogen we belijden.
In Oss.
In Papendrecht.
Ja, overal ter wereld.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.bd.nl/oss/vier-kinderen-4-tot-11-jaar-omgekomen-bij-ongeval-op-spoor-in-oss-twee-zwaargewonden-nog-in-levensgevaar~a22f10de/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2251607-herdenkingsdienst-ongeluk-oss-op-8-oktober.html ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[3] Mattheüs 17:27.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 17:24.
[5] Mattheüs 21:2, 3 en 4: “Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de ​profeet…”.
[6] Mattheüs 26:75: “En meteen kraaide de haan; en ​Petrus​ herinnerde zich het woord van ​Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter”.
[7] Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[9] Zie https://nieuwsopbeeld.nl/2018/09/22/172380/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.

 

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.