gereformeerd leven in nederland

8 augustus 2018

De boodschap van de brand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

‘Wereldwijd brand en verzengende hitte’.
Aldus kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 25 juli 2018.
En daaronder staat: “Droogte, wind en hitterecords leiden tot apocalyptische taferelen in Griekenland, Zweden, Californië, Algerije en Japan”[1].
Dat zijn alarmerende woorden in de krant!
Apocalyptische taferelen nog wel!

Het is belangrijk om bij dergelijke berichten Gods Woord te openen.
En dan moeten we concluderen: geduld is een schone zaak; dat geldt zeker als we nadenken over het Goddelijk beleid.

Als er in de kerkgeschiedenis iemand veel geduld heeft moeten oefenen, dan was het Abraham wel. Pas toen zijn Sara en hij hoogbejaard waren, kwam er een zoon. Die zoon was door God beloofd – inderdaad. Maar het echtpaar heeft lang op Isaäk moeten wachten!
Maar wat meer is: God heeft Zich aan Zijn eed gehouden!

Over die eed noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën in hoofdstuk 6: “Mensen ​zweren​ immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden”[2].

De kerk heeft te maken met haar betrouwbare God!

In die tekst hierboven gaat het over twee onveranderlijke dingen. Welke twee zijn dat dan?
a.
De belofte – die geeft al garanties. Denkt u maar aan Numeri 23, waar de profeet Bileam namens de Here tegen koning Balak zegt: “God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens ​berouw​ over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?”[3].
b.
De eed – die geeft nog meer garanties. Denkt u hierbij maar aan de eed van Psalm 110:
“De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen ​berouw​ van hebben:
U bent ​Priester​ voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizedek”[4].
Over Psalm 110 schrijft een uitlegger onder meer: “In de psalm komt naar voren dat de HERE een speciale relatie heeft met de vorst in Sion. Hij schenkt aan de koning een erepositie en gebruikt hem om Gods volk te beschermen en de vijanden ten onder te brengen. De koning ontvangt ook priesterlijke voorrechten op een wijze die Melchizédek had. Israël heeft steeds het diepe besef gehad dat de HERE de God van de gehele aarde is en dat Hij het waard is overal gediend te worden. Uiteindelijk zal met alle tegenstand afgerekend worden. Hoe gewelddadig dit ook op ons overkomt, het gaat uiteindelijk om Gods recht op aarde”[5].
Met andere woorden:
Gods volk geniet speciale bescherming. Het volk, en de koning die dat volk regeert, moeten gezamenlijk beseffen dat de hemelse Koning Heerser van de hele aarde is. De aarde is Zijn schepping! Zijn eigendom!
We spreken wel eens over mensenrechten. Maar hier gaat het over het recht dat God op de aarde mag laten gelden. Hij heeft de almacht om Zijn plannen door te zetten.

Hij heeft alle mogelijkheden om Zijn kinderen naar de hemelse heerlijkheid te brengen.
De krachten van de hemel zijn geweldig!
Onvoorstelbaar!
En ja – wij mogen het gerust tegen elkaar zeggen: we zijn onderweg naar de stad. De stad waarvan God de Bouwer en de Ontwerper is. In de verte zien we de skyline van de stad al[6].
Wij mogen ons realiseren dat de Heilige Geest in ons leven de leiding heeft. Hij geeft de energie om de eindstreep te halen![7]

Als u het mij vraagt zijn die wereldwijde brand en die verzengende hitte samen een attentiesein voor kerk en wereld.
Jazeker – het is ook een signaal voor de kerk in Nederland. Wij moeten ons realiseren dat onze Heiland in aantocht is. Nee, wij kunnen niet precies zeggen op welke datum Hij arriveren zal.
Maar al Zijn kinderen, ook die in Nederland, weten: Hij komt eraan.
Zij weten: wij moeten met Zijn komst rekening houden.
Zij weten: wij moeten Hem verwachten.
Zij weten: wij moeten niet in paniek raken, maar geduldig en gelovig blijven. En dan geldt: ora et labora – bid en werk.

Dat zo zijnde is het natuurlijk logisch dat kinderen van God in één land zich gaan verzamelen. Zij zullen zich moeten verenigen.
En dan vraag je je, met betrekking tot de Nederlandse situatie, af:
* waarom is de kerkelijke verdeeldheid zo groot?
* waarom komen – bijvoorbeeld – de Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) niet bij elkaar?
We kunnen zeggen: dat ligt aan de harde harten van mensen. En dat is waar.
Maar de kernvraag is: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?
Natuurlijk kunnen we een lang verhaal houden over oorzaken en gevolg, over ergernissen en frustraties. Dat verhaal laat ik achterwege. Ik herhaal slechts die kernvraag: willen wij samen het geduld opbrengen om op Hem te wachten, om vervolgens samen achter Hem aan te gaan?

Nog één ding.
In het boek ‘Ankerplaatsen van het geloof’ worden negen ankerplaatsen van het geloof genoemd[8][9]. Waar vinden gelovige mensen houvast? Antwoord: dat vinden ze in de Bijbel, in de kerk,  tijdens de preek, in de traditie, de schepping, de ervaring of de menselijke rede.
In dat boek wordt een aantrekkelijk en boeiend beeld geschetst: “In het geloof voel ik me net als een vlieg aan het plafond. Op z’n kop, geen grond onder hem, maar van boven wordt hij vastgehouden”.
Dat is mooi gezegd.
Alleen maar: dat beeld klopt niet. Want geloof is namelijk geen synoniem voor passiviteit. Geloof leert ons om, werkende weg, te wachten op Gods tijd.
In al onze drukte kunnen wij dan toch zingen:
“De HERE is getrouw en sterk,
Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,
o levensbron, wil bijstand zenden”[10].
Zo slagen we erin om geduldig te blijven.
Zo kunnen we Jezus Christus, onze Heiland, volgen; op weg naar de laatste dag van dit aardse bestaan.

Noten:
[1] Nederlands Dagblad, woensdag 25 juli 2018, p. 1.
[2] Hebreeën 6:16, 17 en 18.
[3] Numeri 23:19.
[4] Psalm 110:4.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 110 (‘Boodschap’).
[6] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘De smaak te pakken’, hier gepubliceerd op maandag 6 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/06/de-smaak-te-pakken/ .
[7] Zie hiervoor ook mijn artikel ‘Met ongekende pracht’, hier gepubliceerd op dinsdag 7 augustus 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/07/met-ongekende-kracht/ .
[8] In deze alinea gebruik ik http://www.hvanveen.nl/2015/07/hebreeen-6-19-20a-ver-anker-d-in-god/ ; geraadpleegd op woensdag 25 juli 2018.
[9] De gegevens van dat boek zijn: Willem Maarten Dekker, Bert Karel Foppen, Bert de Leede, Koos van Noppen (redactie), “Ankerplaatsen: waar geloven houvast vindt”. – VBK Media (Boekencentrum B.V.), 2015. – 144 p.
[10] Psalm 138:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 augustus 2018

In voor- en tegenspoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[1]. Dat vraagt Job aan zijn vrouw in hoofdstuk 2 van het gelijknamige Bijbelboek. Zij had tegen hem gezegd: “Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf”[2].

De echtgenote van Job spreekt woorden waarachter een ook nu nog bekende vraag ligt: waarom laat God de ellende toe terwijl Hij ook macht heeft om ons welstand en welvaart te geven?
Welnu, Job zegt impliciet: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.
Dat is iets om ook anno Domini 2018 vast te houden.
Daarom noteer ik het nog eens: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.

Laten wij eerst even naar de historie van Job kijken.

De naam Job betekent: de vijandig behandelde[3].
In het Bijbelboek Job vinden we eerst het droevige verhaal van al het onheil dat Job treft.
Daarna volgen lange gesprekken met drie vrienden: Elifaz, Bildad en Zofar.
Die vrienden zeggen tegen Job: je hebt vast en zeker een grote zonde gedaan; anders overkomt dit jou niet. Die vrienden blijven dat standpunt met verve verdedigen.
Dat laat Job echter niet gebeuren! En in zijn verdediging gaat hij heel ver. Hij roept God ter verantwoording: waarom is dit eigenlijk allemaal geschied?
Er is nog een vierde vriend, Elihu. Elihu is een wijze man. Hij wijst erop dat wij allen tot op het bot zondig zijn. Eigenlijk hebben wij allemaal de grootste ellende verdiend. Ieder mens heeft de Verlosser nodig!

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Debiteren die eerste drie vrienden – Elifaz, Bildad en Zofar – alleen maar onzin? Welnee. Zij zeggen allerlei dingen die, op zichzelf genomen, waar zijn.
Vandaar dat Paulus in 1 Corinthiërs 3 rustig refereert aan Job 5. Paulus schrijft: “Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid”[4]. Paulus woorden voeren ons, zoals gezegd, terug naar op Job 5:
“Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid,
zodat de raad van hen die slinks zijn, mislukt”[5].
Maar die drie vrienden knopen de waarheden op een zodanige manier aan elkaar dat er nu een nieuwe boodschap ontstaat. Die boodschap werd hierboven al verwoord: als je in grote problemen komt, is dat jouw eigen schuld; dan heb je een grote zonde begaan!
En dat, geachte lezers, is beslist niet waar.
In Johannes 9 speelt in de geschiedenis van de blindgeborene hetzelfde probleem. En daar zegt Jezus: “Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden”[6].
Wij moeten letten op Gods werk.
Daarom luisteren wij naar Gods Woord in de kerk.
Want dan staan wij sterk!
Job berispt dus zijn vrouw: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”.
In hoofdstuk 1 was Job alles kwijtgeraakt. Toen zei hij al: “Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen en naakt zal ik daarheen terugkeren. De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”[7].

Is die belijdenis nu eigenlijk niet onmenselijk? Bovenmenselijk, zo u wilt? Een beetje zweverig zelfs?
Want je kunt als mens toch niet aan zoveel leed voorbij kijken?
Zeg nu zelf: ook in onze tijd zijn er massa’s mensen die vanuit het verleden allerlei moeilijke dingen met zich meedragen. Al dat leed ligt in een hoekje van het hart. En je hebt er weinig last van. Maar soms komt het zomaar in je gedachten langs. Vijf seconden maar. Maar die gedachte is er onmiskenbaar. Soms komen de herinneringen – bijvoorbeeld – terug in de keuken, als je even een kopje thee voor jezelf zet.
Nee, wij hoeven niet aan allerlei misère voorbij te kijken.
Waarom is er eigenlijk zoveel ellende op de wereld?
Iemand schrijft: “Om een direct antwoord te geven op deze vraag, moeten we – vanuit het oogpunt van Gods genade gezien – eigenlijk zeggen: Omdat Hij genadig is en nog zoveel mogelijk mensen een kans wil geven de toevlucht tot Hem te nemen! Mensen die ontdekken dat ze het in eigen kracht niet kunnen en alles van Hem willen verwachten. Mensen, die eenvoudig op Hem hun vertrouwen stellen”[8].
Wij moeten ons erin trainen om, ook in periodes van tegenspoed, alles van God te verwachten. En laten we wel wezen: wie daarmee begint in goede tijden, heeft het in tijden van kommer en kwel veel minder moeilijk!

Jacobus kijkt in zijn brief ook met een schuin oog naar Job. Hij noteert: “Mijn broeders, neem tot een voorbeeld van het lijden en van het geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben. Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van ​Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en ​barmhartig”[9].

Soms is het erg moeilijk om dat geduld op te brengen.
Denkt u alleen maar aan de natuurramp in Japan in de afgelopen maand juli. Hevige regenval, aardverschuivingen, overstromingen… – wat een verschrikking, wat een nood[10]! Ach, het is maar één van de vele, vele rampen die zich op deze wereld voltrekken. En er zijn momenten waarin de vragen zich opstapelen: waarom? waartoe? wat moeten wij doen?
Laten wij bij alle vragen teruggaan naar de Here. Want Hij beproeft Zijn volk. Hij neemt Zijn kinderen een test af: blijven Mijn kinderen ook nu op Mij vertrouwen?

Laten wij het maar blijven belijden: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed!

Noten:
[1] Job 2:10.
[2] Job 2:9.
[3] In het onderstaande gebruik ik http://christipedia.nl/Artikelen/J/Job_(bijbelboek) en https://holyhome.nl/dhs-018.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[4] 1 Corinthiërs 3:19.
[5] Job 5:13.
[6] Johannes 9:3.
[7] Job 1:21.
[8] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/730/waarom-laat-god-zoveel-ellende-toe ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[9] Jacobus 5:10 en 11.
[10] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2240938-dodental-natuurramp-japan-loopt-op-naar-176-tientallen-nog-vermist.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.

1 augustus 2018

Niets kan ons van Gods liefde scheiden

Weet u hoe koning Saul aan zijn eind gekomen is? “Toen nam ​Saul​ het ​zwaard​ en liet zich erin vallen”. Zo staat dat in 1 Samuël 31[1].
Laten wij daar maar niet overheen lezen.
Dit is zelfmoord. Suïcide.

Niet zo lang geleden bekende iemand mij dat zij wel eens voor een spoorwegovergang heeft gestaan, en aldaar serieus overwoog om een einde aan haar leven te maken.

Bij het horen van een dergelijk bericht stroomt mijn hart over van medelijden.
Wat is een mens in zo’n situatie diep teleurgesteld, gedesillusioneerd, wanhopig en verdrietig!
En wat is het belangrijk om elkaar te bemoedigen!

Immers: God is er!
Hij beschermt ons met Zijn geweldige macht. Hij leidt ons door donkere dalen.
Als wij het niet meer zien zitten, ziet Hij ons nog wel staan!

Het Evangelie van Johannes 3 weergalmt in de wereld: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[2].
Wie dat gelooft, mag weten: mijn leven gaat door.
Wie dat gelooft, mag weten: hier op aarde is er misschien niks meer aan, maar er komt een nieuwe levensfase waarin alleen geluk aan de orde is.

In deze wereld lijkt het soms zo donker. Beperkingen zijn aan de orde van de dag. Er zijn honderdduizend dingen die ons onzeker kunnen maken. En dan vraag je je voor de zoveelste keer af: doe ik het wel goed?
Maar bij al die onzekerheden blijft één ding overeind. De liefde van God houdt nooit op. Echt helemaal nooit. De apostel Paulus formuleert dat in Romeinen 8 zo: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[3].

Kinderen van God worden gered. Zij worden behouden. Om met 1 Corinthiërs 3 te spreken: als door vuur heen[4]. Maar toch![5]

Dit artikel begint met de zelfmoord van koning Saul in 1 Samuël 31.
Saul heeft daar begrepen dat het einde van zijn aardse leven nadert. Echter, de koning wil ten koste van alles voorkomen dat hij levend in handen van de Filistijnen valt. Alles is beter dan een triomf van de vijand; dat mag niet gebeuren!
De wapendrager volgt het voorbeeld van de koning. Ook hij maakt een einde aan zijn aardse leven.
En zo sleept de één de ander mee.
Is het niet dieptreurig?

Aldus peinzend, moeten wij er overigens wel iets bij bedenken.
Israël heeft indertijd een aardse koning gekregen, omdat het volk zo graag met de mode mee wilde doen. Alle volken hadden een koning, en zij niet… Dat Israël een hemelse Koning had, werd voor het gemak van minder belang gevonden. De Here stond uiteindelijk toe dat Israël een koning kreeg.
Dat is de achtergrond van Hosea’s profetie in hoofdstuk 13: “In Mijn toorn gaf Ik u een ​koning, Ik nam hem weg in Mijn verbolgenheid”[6].

Het voorgaande brengt ons bij het belangrijkste feit van ons bestaan: ons leven is in Gods hand. Hoe donker het ook is. Wat er ook gebeurt!

Laatst las ik in de krant het volgende bericht.
“Méér mensen die aan zelfdoding denken, moeten worden geholpen door 113 Zelfmoordpreventie. Waren er in 2017 nog 53.000 crisisgesprekken, in 2021 wil de organisatie er 90.000 kunnen voeren.
Om dat te bereiken wordt de jaarlijkse subsidie voor 113 Zelfmoordpreventie met meer dan de helft verhoogd: van 3,4 naar 5,4 miljoen euro. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) dinsdagavond laat aan de Tweede Kamer geschreven. Blokhuis zegt dat hij de preventie van zelfdoding wil opschroeven. ‘We moeten ons tot het uiterste blijven inspannen om het aantal suïcides terug te dringen’, laat hij weten. Er gaat ook extra geld naar andere lopende activiteiten, zoals lokale initiatieven en onderzoek. In totaal gaat er deze kabinetsperiode 15 miljoen euro extra naar het voorkomen van zelfdoding”[7].

Het is een goede zaak dat er voor zelfdoding aandacht is.
Het valt echter te vrezen dat meer geld niet de oplossing van dit vraagstuk is.
Wie aan suïcide denkt, heeft zijn gedachten maar al te vaak niet meer onder controle. Wie zelfmoord overweegt, ziet allerlei drempels; in het werk, in de school, in het huishouden, in het opzoeken van vrienden en vriendinnen enzovoort[8].
Het is, ook in het kerkelijk leven, van het hoogste belang goede aandacht voor elkaar te hebben. Er moet een sfeer zijn waarin zulke dingen in vertrouwen aan de orde kunnen komen.
Laten wij niet de illusie hebben dat dit alles geheel en al aan de kerk voorbijgaat. Dat is namelijk niet het geval.

Nog één ding.
Job heeft in zijn leven heel wat ellende gekend. Je zou zeggen: Job heeft alle reden om God de rug toe te keren. Maar dat doet hij niet. Want wat zegt hij in Job 2? Dit: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[9].
God is niet alleen maar Machthebber voor mensen die voorspoed met een hoofdletter V schrijven!

Noten:
[1] 1 Samuël 31:4 b.
[2] Johannes 3:16 en 17.
[3] Romeinen 8:38 en 39.
[4] De term staat in 1 Corinthiërs 3:15: “Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”.
[5] Zie over het bovenstaande ook https://www.gotquestions.org/nederlands/zelfmoord-bijbel.html ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[6] Hosea 13:11.
[7] “Kabinet steekt extra geld in tegengaan zelfdoding”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 juli 2018, p. 1.
[8] Zie hiervoor https://www.113.nl/zelftest-zelfmoordgedachten ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[9] Job 2:10.

31 juli 2018

Sterretjes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs hoorde ik een kleinkind dat haar opa verloor, op de radio iets zeggen als: ik zie altijd je sterretje staan[1].
Er is trouwens ook een boekje dat kleinkinderen helpt om afscheid van hun opa te nemen; dat boekje heet ‘Opa is een sterretje’[2].
Vertederend, vindt u ook niet? Kleinkinderen die hun opa zo missen – dat is erg droevig. Lege plekken op aarde kunnen zo schrijnen. Pijn in het hart…, daar kun je zo weinig aan doen.

Maar dat sterretje…
Feitelijk is dat onzin.
Natuurlijk staan er sterren aan de hemel. Maar het is niet zo dat elk van die sterren een overleden wereldburger vertegenwoordigt.
Het is een romantische gedachte. Maar de kerk moet er maar niet aan beginnen. Het is niet zo dat we een sterretje kunnen herkennen als zijnde het licht van opa X of oma Y.

Intussen wijst de Here Zijn kind Abram in Genesis 15 wel op de sterren: “zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[3].
Een uitlegger noteert daarbij: “Wat Abraham niet kon, kan de Here wel: Hij telt de sterren en telt ze bij name (…). Met het blote oog kunnen 2000 tot 4000 van de miljarden sterren worden waargenomen”. En: “Vanuit archeologische vondsten is duidelijk geworden dat er in de tijd van Abram al geslepen lenzen waren en het is dus mogelijk dat de astronomen dat er veel meer sterren waren dan met het blote oog kunnen worden gezien”[4].
Kunnen wij overledenen dan toch in de sterren zien?
Zeker niet.
In de eerste plaats al niet omdat er veel meer sterren zijn dan we op aarde kunnen zien.
In de tweede plaats: met het nageslacht van Abraham wordt in de Bijbel het Joodse volk bedoeld, en in het verlengde daarvan: allen die geloven in Jezus Christus als hun Zaligmaker. De Hebreeënschrijver heeft op hen het oog als in hoofdstuk 2 schrijft: “Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan”[5].

Sterren zijn niet bedoeld om de herinnering aan wereldburgers van weleer levend te houden. Nee, die sterren bepalen ons bij de onaantastbare macht van de Schepper van hemel en aarde.
Elifaz, één van de vrienden van Job, spreekt er over in Job 22:
“Is God niet in de hoge hemel?
Zie toch de hoogste sterren, hoe verheven ze zijn”[6].
Zeg dus nooit: God heeft weinig met deze aarde te maken; Hij ziet niks en Hij hoort niks.
Of: wonderlijk toch – al die mensen van vroeger die nu in het luchtruim zweven…
In de kerk zeggen we: God heeft alle macht in hemel en op aarde; wie bij Hem hoort komt altijd goed terecht. Mensen die hun leven in de handen van de Here leggen, zullen een nieuwe woonplaats krijgen: de hemel. Daar is God Zelf het licht!

Nu wijs ik op Jeremia 31.
Daar gaat het over Gods onmetelijke kracht en energie.
Met die macht komt de hemelse God steeds weer terug bij Zijn volk. Die liefde is eeuwig.
En daarom stuurt God Zijn volk aan om weer bij Hem terug te komen.
Boosheid, woede, toorn – die duren bij God niet eeuwig. Maar Zijn liefde is onbreekbaar en onuitroeibaar.
Alle heidenvolken die denken: ‘nu is het afgelopen met Israël’ komen geheel bedrogen uit. De burgers van Gods prachtige natie worden weer bijeengebracht.

Dat volk mag nu weer met recht Verbondsvolk heten.
Nee, God is dat verbond heus niet vergeten!
Hij doet echt wat Hij zegt!
En waarom weten kinderen van God dat zo zeker?
Jeremia profeteert: “Zo zegt de HEERE, Die de zon tot een licht geeft overdag en de vaste orde van maan en sterren tot een licht in de nacht, Die de zee opzweept, zodat haar golven bruisen, HEERE van de legermachten is Zijn Naam. Als deze verordeningen ooit zouden wijken van voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, dan zou ook het nageslacht van Israël ophouden een volk voor Mijn aangezicht te zijn, alle dagen!”[7].
Met andere woorden:
* God houdt Zijn schepping in stand
* en dus blijft Israël ook bestaan; dat is nogal wiedes!

Sterren aan de hemel zijn niet bedoeld om de altoos durende aanwezigheid en attentie van meelevende familieleden te garanderen.
Nee, sterren demonstreren Gods almacht.
Daarom zegt een bekend lied terecht:
“Hoger dan de blauwe luchten
en de sterretjes van goud
woont de vader in de hemel
die van alle kinderen houdt”.
En inderdaad – die machtige God houdt niet alleen van kinderen, maar van ieder die op Hem vertrouwt!

Moeten we de sterren dan maar een beetje negeren?
Laten we dat maar niet doen.
Dat zeg ik met een schuin oog op Lucas 21. Daar staat namelijk: “En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het ​hart​ van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is”[8].
Met andere woorden:
* als Jezus Christus terugkomt op de wolken, kun je dat zien aan het gedrag van de hemellichamen
* dat zal voor veel mensen reuze beangstigend zijn
* maar Gods kinderen worden hoopvol
* want hun Heer komt eraan!

Let op de sterren en hun lichtende kracht
blijf maar hoopvol en bewonder Gods macht!

Noten:
[1] Dat was op dinsdag 17 juli 2018, op NPO Radio 4.
[2] De gegevens van dat boekje zijn: Tamara van den Akker, “Opa is een sterretje”. – Intes International, 2012. – 32 p.
[3] Genesis 15:5.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 15:5, voetnoot 8.
[5] Hebreeën 2:16.
[6] Job 22:12.
[7] Jeremia 31:35 en 36.
[8] Lucas 21:25-28.

30 juli 2018

De wereldhistorie volgens Psalm 104

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de zomer ligt veel werk in de kerk stil[1].
Er is tijd voor bezinning. Gaat het goed met ons? Wandelen wij op de juiste weg?
En plotseling, als een donderslag bij heldere hemel, kan ook een vraag over onze omgang met God opkomen. Hoe wandelen wij, te midden van onze problemen, met God?

Over het antwoord op die vraag wil ik vandaag op deze plaats enkele woorden publiceren.
Mijn startpunt neem ik in het slot van Psalm 104:
“Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven,
ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang.
Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn,
ík zal mij in de HEERE verblijden.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[2].

De dichter van deze psalm heeft goed in de natuur rond gekeken. Hij zag het licht. En de hemel. Hij observeerde bovendien zeeën en oceanen.

De dichter weet dat er nimmer meer een zondvloed komen zal. Dat heeft de Here in Genesis 8 afgekondigd.
U kent die tekst misschien wel: “En ​Noach​ bouwde een ​altaar​ voor de HEERE; en hij nam van al het reine ​vee​ en van alle reine vogels, en bracht ​brandoffers​ op dat ​altaar. En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn ​hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer ​vervloeken​ vanwege de mens; de gedachtespinsels van het ​hart​ van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen ​zaaitijd​ en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden”[3].
In Genesis 9 heeft Hij, als teken bij Zijn proclamatie, de regenboog gegeven: “En God zei: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, alle generaties door tot in eeuwigheid: Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is. God zei dus tegen ​Noach: Dit is het teken van het ​verbond​ dat Ik gemaakt heb tussen Mij en alle vlees dat op de aarde is”[4].

Dat alles wetend schrijft de psalmist met nieuwe geestdrift over zijn waarnemingen in de natuur.
Bergen, grasvelden, vogels, zon en maan: zij alle komen voorbij. De dichter heeft veel moois gezien.
De maker van Psalm 104 eindigt met de woorden die ik hierboven citeerde.
De zondaars zullen van de aarde verdwijnen. De mensen die God eren blijven uiteindelijk over. De Here doet op aarde prachtige dingen. Maar het allermooiste is: de paradijselijke situatie komt terug. Daar gaat het naar toe met de wereld.

Het komt mij voor dat we het bovenstaande goed moeten bedenken als we in ons leven problemen tegen komen. Die vraagstukken kunnen moeilijk zijn. Maar één ding is zeker: al die problemen gaan de wereld uit. Die problemen hebben het eeuwige leven niet. Maar Gods kinderen hebben dat wel.

De dichter van Psalm 104 wist het al: moeilijkheden praat je niet zomaar van de aarde af. Gods kinderen komen iedere dag mensen tegen die grove zonden doen. En ja, ook goddelozen kruisen het pad van christenen. Die prachtige schepping is daarom heden ten dage nooit helemaal gaaf. Maar er komt een grote ommekeer. Want God maakt Zijn werk af.

En waar blijven die goddelozen dan?
Dat heeft de man uit Psalm 104 er niet bij gezet. Er staat geen plaatsbepaling bij. Zo van: de mensen die zichzelf meenden te kunnen redden, gaan naar…
Ach – voor kinderen van God doet dat er niet zoveel toe. Want zij leven in de wetenschap dat het loven van God uiteindelijk het enige is dat overblijft.

De kerk dient met die lof nu al een begin te maken.
Vanuit de werkplaats van de Heilige Geest moet er voor gezorgd worden dat de Here blij kan blijven met Zijn werk.
Laten we niet te snel zeggen dat de wereld van vandaag eigenlijk een beetje minderwaardig is. Soms wordt dat wel eens gesuggereerd. Hier beneden is het niet, zegt men dan. Ik zou willen zeggen: hier beneden is het ook.

De maker van Psalm 104 hoopt vurig dat de Here blij blijft met de schepping. Want hij weet best wat er gebeurt als de blijdschap van de Here wegebt. Kijkt u maar mee:
“De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig,
laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken.
Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij,
raakt Hij de bergen aan, dan roken zij”[5].
Psalm 104 zingt: laat het feest van de Here vooral doorgaan. En er wordt bij gezegd dat de psalmist zijn bedrage aan de vreugde van God leveren zal. Ooit zei een Gereformeerde dominee: “Schep vreugde in het leven! Ach nee, dat hoeft niet meer geschapen te worden, dat is reeds geschapen. Dat heeft God geschapen in den beginne en Hij geeft het nog elke dag”[6].
Op deze wijze, deze lof-waardige en lof-vaardige wijze, is de kerk op weg naar de Jongste Dag: de dag waarop de Here God levenden en doden oordelen zal.

Persoonlijk heb ik het idee dat Psalm 104 met name populair is in de vakantietijd.
We trekken met z’n allen de natuur in. We kamperen een eind weg. We wandelen of fietsen kilometers ver, en aldus genieten wij van alle mooie dingen die de natuur ons biedt. In dat plaatje kan Psalm 104 moeiteloos een plaats krijgen. Sterker nog, het is mooie preekstof voor een hete zomerdag.
Bij dat alles dienen we echter te bedenken dat de 104de Psalm opgenomen is in Gods liedboek voor de kerk. Het is een boodschap voor de kerk: blijf wandelen met Hem, en vergeet niet dat Gods werk doorgaat.
In Psalm 104 gaat het niet in de eerste plaats over mensen die genieten van de vormgeving van blaadjes, de kleurrijkdom der bloemetjes of de anatomie van bijtjes.
Het gaat om het werkplan van de Here God. De uitvoering van Zijn plan is gestart bij de schepping. Bij Genesis 1 dus. Bij de tenuitvoerlegging van dat plan gaat helemaal niets fout. Van vertraging is bij onze Verbondsgod geen sprake. Er zit lijn in de wereldhistorie. Het gaat van de schepping naar het einde van de tijd. Er is geen zinnig mens die dat tegenhouden kan.

Dat leren we trouwens ook uit andere Bijbelgedeelten.
Ik wijs u op woorden uit Psalm 115:
“De hemel, de hemel is van de HEERE,
maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.
De doden zullen de HEERE niet prijzen,
evenmin al wie in de stilte neergedaald zijn.
Maar wíj zullen de HEERE loven,
van nu aan tot in eeuwigheid”[7].
Verder citeer ik de eerste verzen van Openbaring 19: “En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: ​Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en ​rechtvaardig, omdat Hij de grote ​hoer​ geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar ​hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft”[8].
Het is onontkoombaar: Gods werk gaat door. En Hij voert Zijn plannen helemaal uit.

Nu ligt er nog de vraag uit het begin: hoe wandelen wij, temidden van onze problemen, met God?
We mogen zeker weten dat de Here ons, zeker óók als wij in de penarie zitten, concentratie wil geven op de lijn die zich in de wereldhistorie aftekent. Dat is, zoals ik hierboven reeds schreef, de lijn van schepping naar het einde van de tijden.
Het is die lijn die de door de Heilige Geest geïnspireerde dichter van Psalm 104 wil tonen.
Het is die lijn die wij altijd, desnoods dwars door beproevingen heen, moeten blijven zien.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 30 juli 2008.
[2] Psalm 104:33, 34 en 35.
[3] Genesis 8:20-22.
[4] Genesis 9:12-17.
[5] Psalm 104:31 en 32.
[6] Preek van Ds. G. Zomer (1925-1982) over Psalm 104:31-35. Opgenomen in: Ds. G. Zomer, “Uit liefde tot Sion”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak b.v., © 1983. – p. 18-25. Citaat van p. 23.
[7] Psalm 115:16, 17 en 18.
[8] Openbaring 19:1 en 2.

11 juni 2018

Kent u Mefiboseth?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom zijn wij lid van de kerk?
Eenvoudig gezegd: omdat wij bij God horen. En omdat wij weten dat Hij de mensen die bij Hem in de kerk bijeenbrengt.
In de kerk laten we iets van Gods liefde zien.

Dat klinkt prachtig.
Maar in de praktijk is het allemaal niet ideaal.

Er zijn, bijvoorbeeld, veel rokers in de kerk. Terwijl allerlei personen en instanties ons bij de voortduur laten weten dat roken uiterst ongezond is.

Nog een voorbeeld.
Laatst was er iemand die over De Gereformeerde Kerk Groningen zei: bij jullie is alles niet zo goed, want jullie hebben een ouderling die een lichamelijke beperking heeft… Met andere woorden: u legt de Bijbel heel nauwkeurig uit, maar volmaakt is het bij u zeker niet.

Dat laatste klopt.
En eigenlijk is dat ook wel logisch.
Want God heeft Zijn kinderen niet uitgekozen omdat zij volmaakt zijn.

En het is duidelijk: hoe we ook ons best doen, volmaakt wordt het hier op aarde nooit.
Want wij blijven zondig, ook al zijn wij oud en wijs.

Dit alles overpeinzend, denk ik aan Mefiboseth[1].

Mefiboseth heeft een handicap.
Zijn voedster heeft hem tijdens een vlucht voor de Filistijnen haastig meegenomen. Maar er is iets heel erg mis gegaan. Het kleine jongetje is ernstig ten val gekomen. Zodoende is hij kreupel[2].
U kunt die historie terugvinden in 2 Samuël 4.

Deze Mefiboseth eet bij koning David aan tafel.
Dat blijkt uit 2 Samuël 9: “Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u alle akkers van uw vader ​Saul​ teruggeven, en ú zult voortdurend aan mijn ​tafel​ de maaltijd gebruiken”[3]. En: “Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de ​koning​ at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten”[4].

Dat koning David dat regelt is een prachtig staaltje van zelfoverwinning.
Kijkt u maar in 2 Samuël 5: “… En wat die kreupelen en die blinden betreft, ​David​ haat ze met heel zijn ziel. Daarom zegt men wel: Een blinde of kreupele zal niet in het ​huis​ komen”[5].
Zeg maar gewoon: David heeft een enorme hekel aan gehandicapten.

En toch komt Mefiboseth met regelmaat bij David eten.
Waarom zit die Mefiboseth – zoon van Jonathan – geregeld bij de koning aan tafel?
Antwoord: op die manier laat David zien dat zijn verbond met de vader van Mefiboseth, Jonathan, nog steeds geldig is.

In 1 Samuël 20 sluit David een verbond met Jonathan.
Ik citeer een paar verzen uit dat Schriftgedeelte. Jonathan zegt: “Zul je niet, als ik dan nog leef, mij de goedertierenheid van de HEERE bewijzen, zodat ik niet hoef te sterven? Je zult toch ook mijn ​huis​ tot in eeuwigheid je goedertierenheid niet onthouden, ook niet wanneer de HEERE eenieder van de vijanden van ​David​ van de aardbodem uitgeroeid zal hebben! Zo sloot Jonathan een ​verbond met het ​huis​ van ​David​ en zei: Laat de HEERE rekenschap eisen van de vijanden van ​David!”[6].
Er ligt dus een toezegging: David zal de nakomelingen van Jonathan altijd goed verzorgen. En David voegt de daad bij het erewoord.

Daarom kunnen we David een theocratisch koning noemen.
Theocratie: in dat begrip zitten twee Griekse woorden verborgen.
Theos betekent God; kratein vertalen wij met: regeren. David laat in zijn manier van doen zien hoe God regeert.

David heeft, als hij Mefiboseth aan tafel nodigt, een heleboel meegemaakt.
Er zijn oorlogen geweest, in binnen- en buitenland. David heeft Jeruzalem ingenomen: het is zijn residentie geworden. Hij heeft de ark van de Here naar Jeruzalem overgebracht. Bij de eerste poging daartoe zijn er allerlei dingen mis gegaan. De tweede keer gaat het echter goed. En nu zat David, in alle rust op zijn troon in Israël.

Mefiboseth mag in de vreugde delen.
Ook Mefiboseth mag het zien: hier heeft God grote dingen gedaan.
Mefiboseth ziet het voor zich: zo regeert God.

David en Mefiboseth zijn mensen met tekortkomingen: lichamelijk en geestelijk.
Zij zijn allebei in afwachting van de komst van de Messias.
En Hij is gekomen om David, Mefiboseth en al Zijn uitverkorenen te redden.
Daarom schrijft Paulus in Romeinen 8: “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. Wie is het die verdoemt? ​Christus​ is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook ​opgewekt​ is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit”[7].

Zo regeert God.
Ook vandaag.

En Hij maakt geen onderscheid tussen mensen met of zonder beperking. Hij geeft al Zijn kinderen alles wat nodig is om Hem te dienen.
Iedereen, gehandicapt of niet, mag het Johannes nazeggen: “… deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[8].

Nee, volmaakt is het in de Gereformeerde kerk niet.
En dat wordt het ook niet.
Maar de hemelse God gebruikt de gaven van iedereen.
Is dat niet prachtig?

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 18 februari 2008.
[2] Zie 2 Samuël 4:4: “Jonathan, de zoon van ​Saul, had een zoon die aan beide voeten verlamd was. Hij was vijf jaar oud toen het bericht over ​Saul​ en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster had hem opgepakt en was gevlucht, maar toen zij haastig op de vlucht sloeg, gebeurde het dat hij viel en kreupel werd. Zijn naam was Mefiboseth”.
[3] 2 Samuël 9:7.
[4] 2 Samuël 9:13.
[5] 2 Samuël 5:8 b.
[6] 1 Samuël 20:14, 15 en 16.
[7] Romeinen 8:32, 33 en 34.
[8] 1 Johannes 1:3 en 4.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.