gereformeerd leven in nederland

16 juni 2022

De kerk blijft overeind

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Psalm 29 is een boodschap aan de wereld. En met name wel aan de machtigen der aarde. De mensen die het in deze wereld voor het zeggen hebben worden, vóórdat zij de samenleving gaan beschouwen en regeren, naar de kerk geleid. Leest u maar mee:
“Geef de Heere, machtige heersers,
geef de Heere eer en macht.
Geef de Heere de eer van Zijn Naam,
buig u voor de Heere neer in Zijn heerlijke heiligdom”.
Wie met  het oog op de toekomst leiding geven wil moet in de kerk beginnen. Wie daar zijn start maakt, weet zeker dat alles goed komt. Wil dat zeggen dat alles gaat op de manier die wij ons voorstellen? Zeker niet. Maar we weten wel dat Hij de Almachtige is, en dat onze overlevingskans 100 procent wezen zal![1].

Onze God is de Koning van de kosmos. Wij zien dat in de natuur. Het klimaat verandert. Iemand schrijft: “Toenemende hittegolven, droogtes en overstromingen raken mens, dier en plant nu al. En dat zal alleen maar toenemen als de opwarming doorzet. De gemiddelde wereldwijde opwarming sinds 1850 is nu 1,1 graad, stijgt rond 2030 waarschijnlijk naar 1,5 graad en komt mogelijk uit op zo’n 3 graden. Ongeveer 3,3 tot 3,6 miljard mensen leven in een regio die zeer gevoelig is voor klimaatverandering. Het rapport identificeert 127 belangrijke risico’s van klimaatverandering die op middellange (na 2040) en lange termijn (na 2080) meer dan verdubbelen”.
Een wetenschapper stelt: “Het wetenschappelijk bewijs is ondubbelzinnig: klimaatverandering is een bedreiging voor het menselijk welzijn en de gezondheid van de planeet”. Het wordt, zo stelt men, tijd voor gezamenlijke en wereldwijde actie. Laten wij, zo zegt men overijverig, een leefbare toekomst veiligstellen!
Nu is het niet voor niets dat Gereformeerden al jaren spreken over rentmeesterschap. En op de cultuuropdracht: de ontplooiing van de schepping in Gods dienst. Verantwoord beheer is niet altijd: meer, meer, meer… Verantwoord omgaan met Gods maaksel wil heel vaak zeggen dat we onze consumptie moeten beperken.
Maar er is geen reden tot paniek[2].

Want in Psalm 29 noteert de schrijver van dit kerklied verder:
“De stem van de Heere klinkt over de wateren,
de God der ere dondert;
de Heere is op de grote wateren.
De stem van de Heere is vol kracht,
de stem van de Heere is vol glorie.
De stem van de Heere breekt de ceders,
ja, de Heere verbreekt de ceders van de Libanon.
Hij doet de Libanon huppelen als een kalf
en de Sirjon als een jonge, wilde os.
De stem van de Heere hakt vurige vlammen uit de wolken.
De stem van de Heere doet de woestijn beven,
de Heere doet de woestijn Kades beven.
De stem van de Heere doet de hinden jongen werpen
en ontschorst de wouden”.
De natuur, en al wat daarin en daarop is, is geen mechanisme dat uit zichzelf voortrolt. Reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw schreef iemand: “Bedenkend dat Gods eer ons voornaamste oogmerk moest zijn, blijft het daarnaast onze plicht te wijzen op de hand Gods in de natuur. Juist in onze tijd, nu men de natuur autonoom acht, los van een hogere Macht, is dit zo belangrijk. Laten we in verwondering stilstaan bij de wijsheid die uitblinkt in de schoonheid van vorm en kleur, in plan- en doelmatigheid van al het geschapene, in de onderlinge samenhang en afhankelijkheid der schepselen”. De natuur is voor velen een zelfstandige en onafhankelijke grootheid. Welnu, daartegenover behoren Gereformeerden te belijden dat God, om zo te zeggen, de hemelse Hovenier en Faunabeheerder is. Hij heeft alles in de hand![3]

De dichter van Psalm 29 gaat na Zijn wandeling in de natuur terug naar de kerk. Maar hij houdt wel zicht op de geuren en de kleuren buiten de deur. Want:
“…in Zijn tempel zegt eenieder: Hem zij de eer!
De Heere troont boven de watervloed,
ja, de Heere troont als Koning voor eeuwig.
De Heere zal Zijn volk kracht geven,
de Heere zal Zijn volk zegenen met vrede”.
Te midden van een natuur die het leven voor mensen soms heel moeilijk maakt, moet de kerk blijven beseffen dat de Here in de kerk vrede geeft. Na het natuurgeweld in de vorige verzen van Psalm 29 treedt nu de rust in. De kerk ontvangt vrede. Gods volk mag delen in Zijn kracht. Dat motief komen wij ook tegen in Psalm 68:
“O God, U bent ontzagwekkend vanuit Uw heiligdommen;
de God van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte.
Geloofd zij God!”
En ook in Psalm 89:
“Want U bent het sieraad van hun kracht;
door Uw welbehagen zal onze hoorn opgeheven worden”.
Psalm 29 is een boodschap aan de machtigen der aarde. En verder aan ieder die het horen wil. Die boodschap luidt: de kerk blijft te midden van bedreigingen vanuit natuur en cultuur, overeind. Want Gods verzamelde volk kan rekenen op Zijn eeuwige kracht![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Psalm 29:1,2.
[2] In deze alinea citeer ik uit: Michiel Kerpel, “Klimaatontwrichting beïnvloedt leven van miljarden mensen”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 28 februari 2022, p. 11.
[3] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Psalm 29:3-9a. En verder uit: F.J. Kwetters, “Biologie nu – Gods hand in de natuur”. In: Criterium, onderwijskontaktblad op gereformeerde grondslag, vrijdag 1 december 1972, p. 3-6.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 29:9 b,10,11, Psalm 68:36, Psalm 89:18. En verder gebruik ik: Dr. Jochem Douma, “Psalmen – Commentaar op Psalm 1-41”. – Kampen: Uitgeverij Brevier, 2013. – p. 228.

31 mei 2022

De realiteit van Gods grootheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wie is de Koning van Gods volk? Natuurlijk – dat is God Zelf.
Voor het Oudtestamentische Israël was dat echter onvoldoende. Als het ging over leiderschap, wilden zij op andere volken lijken. Het Leiderschap van de hemelse God was niet genoeg.
Zeker – de bevrijding uit Egypte onder leiding van Mozes en Aäron was nog wel bekend.
Natuurlijk – toen het volk eenmaal in Egypte was gaf de Here redding uit gevaren. De Filistijnen en de Moabieten boekten geen definitieve overwinningen op Israël. En dat terwijl de Israëlieten wel heel veel aandacht schonken aan afgoden: de Baäls en de Astartes en zo.
De Israëlieten wisten daar inderdaad wel van.
Maar ach, dat was vroeger…[1]

Het historisch besef blijkt in 1 Samuel 12 een beetje weggezakt. Ja, de kennis is er nog wel. Maar de realiteit van Gods grootsheid, macht en majesteit – die is weg.
Wat kan men daar aan doen?
De God van het verbond laat nog een keer Zijn grootsheid, macht en majesteit zien. Leest u maar mee.
“Toen Samuel de Heere aanriep, gaf de Heere donder en regen op die dag. Daarom werd heel het volk zeer bevreesd voor de Heere en voor Samuel. En heel het volk zei tegen Samuel: Bid voor uw dienaren tot de Heere, uw God, dat wij niet sterven; want boven al onze zonden hebben wij ook nog dit kwaad gedaan dat wij een koning voor ons verlangd hebben. Toen zei Samuel tegen het volk: Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad wel gedaan, maar wijk niet langer van achter de Heere af, en dien de Heere met uw hele hart. Wijk niet af door de nietige afgoden na te volgen, die niet van nut zijn en niet kunnen redden, want zij zijn nietigheden. Want de Heere zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de Heere behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken. En wat mij betreft, er is bij mij geen sprake van dat ik tegen de Heere zou zondigen door op te houden voor u te bidden; maar ik zal u de goede en juiste weg leren. Vrees alleen de Heere, en dien Hem trouw met uw hele hart, want zie welke grote dingen Hij bij u gedaan heeft. Maar indien u het kwade blijft doen, dan zult u weggevaagd worden, zowel u als uw koning”[2].

De Here toont Zijn almacht. Dat moet Hij in alle eeuwen doen. Ook vandaag. Wij weten wel het een en ander van kerkgeschiedenis. Als het moet kunnen wij daar hele verhalen over vertellen en lange artikelen over schrijven. Maar de realiteit van Gods grootsheid, macht en majesteit – die verdwijnt zomaar.
Als de Here niet trouw was, dan waren we nergens meer. Dan liep het heel slecht met ons af!

Het volk schaamt zich. Ja, de ganse natie schaamt zich diep. ‘Wij zijn’, zegt het volk in koor, ‘heel zondig bezig geweest. En dat wij zo nodig een koning wilden hebben is wel de grootste zonde!’. En dan betuigt de Here door de mond van Samuel Zijn eeuwige trouw. Samuel spreekt namens zijn Opdrachtgever: ‘Mensen, wees niet bang. Jazeker, u bent zondig bezig geweest. Nu is het zaak om de Here met heel uw hart te dienen, en niet maar half. Hou op met het aanbidden van afgoden, want die kunnen niets voor u doen. Want de Here zal u niet verlaten’.

De Here zegt ook anno Domini 2022: Ik blijf u trouw, want Ik heb u uitgekozen.
De Here zegt: eens gekozen, blijft gekozen!
De Here zegt: Ik heb u verkoren, dan is toch niet minder dan logisch dat u Mij blijft dienen??
De Here zegt: hou maar op met die afgoden, want Ik ben er toch?
De Here zegt: stop maar met die nepgodjes, want Ik zorg voor u!
Samuel zegt: Ik blijf voor u bidden.
Samuel blijft ons de juiste route wijzen in ’t leven. Wij moeten met God door het leven wandelen
De realiteit van Gods grootsheid, macht en majesteit moet ook in deze tijd tot ons doordringen!

Het dondert in 1 Samuel 12. En het regent keihard. De natuur gaat flink tekeer!
Dat doet denken aan Handelingen 2: “En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen”. Het lijkt wel alsof op de Pinksterdag de natuur totaal in de war is…
Petrus houdt in Handelingen 2 een indringende preek. De luisteraars zijn verbijsterd en ook een beetje verontrust: “En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders?”. Petrus weet het antwoord: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen”.
In Handelingen 2 horen wij de echo van 1 Samuel 12. Maar in het Nieuwe Testament gaat God nog een flinke stap verder: Zijn Geest komt wonen in het hart van door Hem gekochte mensen. De scene in 1 Samuel 12 is nog maar het begin![3]

Het getuigenis van Samuel is iets van vroeger. Samuel leefde van 1066-1042 voor Christus. Wij zijn nu zo’n 3000 jaar verder. Maar nog altijd kan de kerk volop genieten van Gods trouw. Als het hierom gaat moeten wij in de kerk zeggen: laat het historisch besef nooit wegzakken!
Het wordt bij tijd en wijle pijnlijk duidelijk: in die kerk zitten zondige mensen. En dus worden er ook wel eens besluiten genomen die achteraf bezien, op z’n zachtst gezegd, niet uitblinken door wijsheid. Laten wij maar ronduit zeggen: kerkmensen maken er soms een potje van. Maar onze God leidt ons naar Zijn prachtige toekomst. Laten wij daarom tenslotte maar met Psalm 108 zeggen:
“Ja, hoger dan het hemels blauw
 is, Heer, uw goedheid en uw trouw”![4]

Noten:
[1] Zie 1 Samuël 12:1-13.
[2] In deze alinea citeer ik 1 Samuel 12:18-25.
[3] In deze alinea citeer ik Handelingen 2:2,3,37,38.
[4] In deze alinea gebruik ik https://www.christipedia.nl/wiki/Tijdbalken_Israël ; geraadpleegd op maandag 23 mei 2022. Verder citeer ik Psalm 108:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

13 mei 2022

Aan de nieuwsmijders

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er zijn tegenwoordig aardig wat nieuwsmijders. Steeds meer mensen kijken en luisteren niet meer naar het nieuws. Zij hebben er geen zin meer in. Het is, menen zij, een en al ellende. Wat moeten zij ermee? Het is allemaal zo zinloos. Bovendien dragen zij al dat droeve nieuws mee. Zij worden er gedeprimeerd van.

Zo’n houding is best te begrijpen. Het kan soms zomaar teveel worden. Alles te weten maakt niet gelukkig, zegt een bekend gezegde. Dat is al een oude waarheid.

Toch moeten wij oppassen dat we niet voortdurend wegzakken in een moeras van melancholie en mistroostigheid.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op woorden uit Jesaja 33. Met name deze: “Hij die wandelt in gerechtigheid en billijk spreekt, die winstbejag door afpersing verwerpt, die zijn handen afwerend schudt om geen geschenken aan te nemen, die zijn oor dichtstopt om niet van bloedvergieten te horen, die zijn ogen sluit om het kwaad niet te zien – die zal wonen op de hoogten; bergvestingen op de rotsen zullen zijn veilige vesting zijn, zijn brood wordt hem gegeven, van water is hij verzekerd”.
Jesaja spreekt over iemand die zich afsluit voor berichten over oorlog en bloedvergieten. De profeet spreekt over iemand die zijn hoofd wegdraait om goddeloosheid en verdorvenheid niet te hoeven zien.
Is hij ook een nieuwsmijder? Nee, dat niet. Maar nieuws over corruptie en oorlog interesseert hem maar matig. Weet u waarom? God is bij Hem. Daarom weet hij: mij zal niets overkomen![1]

God staat in Jesaja 33 op om Israël te verlossen.
In de voorgaande hoofdstukken klinken vooral boodschappen die gaan over ondergang van het tienstammenrijk en over de belegering van Jeruzalem. Hulp zoeken bij aardse grootmachten zoals Egypte zal vruchteloos blijken te wezen.
Jesaja tekent een grote lijn uit. Er zal – zo blijkt in Jesaja 32 – een Koning komen die zorgt voor gerechtigheid, voor veiligheid en voor vrede. Jezus Christus zal uiteindelijk orde op zaken stellen!
Maar dan, in Jesaja 33, gaan de profeet en zijn luisteraars weer terug naar hun actualiteit.
En zij kunnen herademen.
De verwoester – dat is Assyrië – wordt namelijk gestraft. De God van het verbond heeft de Assyrië als zijn instrument gebruikt. Maar die rol is nu uitgespeeld. De profeet is daar volstrekt duidelijk over.
En nu?
Nu is het meteen tijd voor gebed. ‘Wees ons genadig’, bidt Jesaja. En hij looft God: ‘Wij weten het zeker: als U opstaat, vluchten de heidenvolken subiet overal heen. Zij zoeken met haastige spoed een goed heenkomen’.
Wij hoeven er niet omheen te draaien: het land van Gods volk ziet er ten tijde van deze profetie treurig uit. Alles is verdroogd. De vijanden hebben op een verschrikkelijke manier huis gehouden. Zo strafte God Zijn volk, voor Woordverlating en goddeloosheid. Gods tegenstanders zijn, zonder dat zij zich daarvan bewust waren, in Gods dienst geweest.
Maar nu is dat afgelopen. Want God staat op! Attâ staat er in Jesaja 33:10 – nú! Bijna explosief klinkt dat.
De planning van Assyrië? ’t Is een lachertje, zegt de God van het verbond. Al die plannen zijn niet meer dan stro en stoppels. Materiaal dat goed genoeg is om het vuur van Gods oordeel mee aan te steken!

Blijft er na dat Goddelijk oordeel nog wel iets of iemand over?
Jazeker.
Toch wel.
Er is een rest van het volk dat God vreest.
De kerk blijft bestaan!
De kerk blijft overeind!
Daarom tekent Jesaja in hoofdstuk 32 een lijn uit die uitdrukkelijk naar het Pinksterfeest wijst. Daar gaat het over de Geest uit de hoogte die over ons uitgegoten wordt. “Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden. Het recht zal wonen in de woestijn en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld. De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn, en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid”.
Ziet u dat?
De kerk krijgt de beste beveiliging die er is!
De kerk krijgt de beste bescherming die er in heel de kosmos bestaat![2].

Dat is hoopgevend nieuws in een deprimerende wereld. Ook in 2022. De hemelse God ziet ook in onze tijd heel goed wat er op aarde gebeurt. Hij weet bijvoorbeeld best hoe het in Oekraïne gaat. Van alle misstanden en zonden op aarde kan Hij een lange, lange opsomming maken.
Trouwens, wij hebben zelf ook wel encyclopedieën waarin een lijst van ‘officiële oorlogen’ staat.
Te midden van al die ellende, dat zinloze geredekavel, dat schreeuwen en dat getoeter van jan en alleman staat de kerk.
Jazeker, die is er nog.
Er zijn en blijven altijd mensen die God in heel hun leven willen dienen. Er zijn en blijven nog altijd gelovige mensen die weigeren om zich te laten omkopen. Er zijn en blijven nog altijd Godsdienstige mensen die niet alles willen horen over zinloos geweld. Er zijn en blijven nog altijd kinderen van God die het kwaad met alle mogelijke middelen willen tegenstaan.
Hoe is het mogelijk dat de kerk staande blijft?
Het is God Zelf die Zijn kerkvergaderend werk doorzet![3]

Wij gaan terug naar die nieuwsmijders.
Het lijkt erop dat dat er steeds meer worden.
Nee, het is heus niet zo erg om het nieuws een keer uit te doen. Maar laten Gereformeerden geen standaard-nieuwsmijders worden.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat wijzen op woorden die dr. C.S.L. Janse, oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, onlangs in het RD schreef. Hij noteerde onder meer het volgende.
“Je kunt niet alles bijhouden. En als het goed is, zullen we er kennis van nemen vanuit het besef dat de gedaante van deze wereld voorbijgaat -1 Corinthiërs 7:31-.
Wie een optimistisch mensbeeld hanteert, zal door de Oekraïneoorlog en vele andere dingen in deze wereld diep teleurgesteld zijn. Wie met de Heidelbergse Catechismus belijdt dat de mens van nature geheel onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, zal daar niet verbaasd over zijn. Al is en blijft het kwade natuurlijk wel kwaad.
Ons democratisch staatsbestel veronderstelt dat mensen zich enigszins op de hoogte houden van de gang van zaken in hun land en de standpunten van de diverse partijen. Hoe zouden ze anders bij de verkiezingen een zinvolle keuze kunnen maken? Was het coronabeleid verstandig en verantwoord en wordt er adequaat gereageerd op de Russische inval in Oekraïne? En zo zijn er uiteraard nog tal van andere belangrijke thema’s. Daarbij is het van belang om niet alleen kennis te nemen van allerlei losse nieuwsfeiten. Daar kun je uren mee bezig zijn. Het gaat er vooral om zicht te krijgen op de samenhang van de gebeurtenissen. Die staan niet op zichzelf.
Op dat gebied hebben met name dagbladen een duidelijke functie. Daarbij is het niet zonder betekenis vanuit welke levensbeschouwelijke achtergrond de gebeurtenissen worden bezien. Een reformatorische krant ontleent zijn waarde ook aan de principiële duiding van het nieuws”.
Het moge helder zijn: dr. Janse raakt daar een belangrijk punt[4].

En laten wij het maar nooit vergeten als het wereldnieuws weer eens zinloos lijkt: de kerk blijft overeind. Want God Zelf houdt de kerk staande.
Soms lijkt Gods werk onzichtbaar. Maar Jesaja 33 staat niet voor niets in de Bijbel.

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Jesaja 33:15,16.
[2] In deze alinea citeer ik Jesaja 32:15 b-17.
[3] Zie voor een lijst van oorlogen bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_oorlogen_(chronologisch) ; geraadpleegd op maandag 9 mei 2022.
[4] Het citaat komt uit: dr. C.S.L. Janse, “Nieuwsmijders, een groeiend maatschappelijk probleem”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 7 mei 2022, p. 5 [rubriek: Toegespitst].

6 mei 2022

Rampscenario als troost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er komt, zegt Openbaring 5, een periode dat kinderen van God de hele wereld zullen overzien. Dan wordt nergens meer gediscussieerd. Dan wordt nergens meer gediscrimineerd.
Wij hebben nu nog geen idee hoe zal dat voelen. Een wereld zonder tegenstand? Dat is echt onvoorstelbaar. Ja, wij geloven dat het ooit zover komen zal[1].

Maar die periode wordt voorafgegaan door de moeilijkste periode van de wereldgeschiedenis. In Openbaring 6 lezen we erover. Leest u maar mee.
“En zij – dat zijn de de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden – riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden. En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”[2].   

Hierboven wordt een rampscenario geschetst.
Een daverende aardbeving: alles schudt en dondert!
De dag verandert eensklaps in een nacht die ongekend duister is!
Er vallen sterren op de aarde – alsof iemand aan een boom schudt!
Het lijkt alsof alle wolkenluchten als een groot tapijt worden opgerold!
De complete kaart van de aarde wordt in een oogwenk waardeloos: alsof iemand de hele aarde door elkaar gooit!
Alle machtige mensen, inclusief de meest gruwelijke dictators, schrikken zich dood!

Dat rampscenario wil eigenlijk niemand lezen. Wij drukken dat liever maar wat weg. Er is al genoeg ellende in de wereld, nietwaar?
Noem in deze tijd de namen Vladimir Poetin en Sergej Lavrov en dan weten wij, bij wijze van spreken, al genoeg. De president van Rusland en zijn minister van buitenlandse zaken zijn immers verantwoordelijk voor de ergste gruwelen die Europa de afgelopen decennia heeft gekend.
Er is meer.
Er woedt een digitale oorlog. De NOS meldt op maandag 2 mei 2022: “De Spaanse premier Sánchez en minister Robles van Defensie zijn vorig jaar getroffen door een spionageaanval. Hun telefoons zijn in mei en april besmet met Pegasus-spyware, heeft presidentieel minister Félix Bolaños bekendgemaakt in een persconferentie. Bij de hack zijn volgens hem aanzienlijke hoeveelheden gegevens onderschept (…) Het nieuws over de spionageaanval komt op het moment dat in Spanje veel te doen is over de omstreden Pegasus-software, waarbij juist met de beschuldigende vinger naar de Spaanse regering wordt gewezen. Twee weken geleden brachten onderzoekers van The Citizen Lab van de Universiteit van Toronto naar buiten dat zeker 63 betrokkenen bij de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging doelwit zijn geweest van die software”.
Wij leven in een tijd waarin wij zonder het te weten een spion in onze achterzak hebben – onze mobiele telefoon namelijk.
Wat is er een hoop ellende in de wereld!
Hoe gaat dit eindigen?[3]

Dit alles overdenkend blijkt het zeer de moeite waard om onze aandacht een ogenblik bij Openbaring 6 te bepalen.
Er zijn tenminste twee dingen die daar opvallen:
* wraak
* wetenschap.

De God van het verbond wreekt het onrecht dat Zijn kinderen in de wereld hebben geleden. In alle tijden, ook vandaag, zijn er mensen die zeggen: God doet niks aan de ellende in de wereld. Oftewel: Hij staat er bij en kijkt er naar. In Psalm 10 wordt er al over gezongen:
“Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten,
Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,
Hij ziet het in eeuwigheid niet”.
In Psalm 94 gaat het ook over mensen die
“zeggen: De Heere ziet het niet,
de God van Jakob merkt het niet”.
Zelfs Gods volk kan op die gedachte komen. Dat zien we bijvoorbeeld in Ezechiël 9. Daar zegt God over Israël en Juda: “zij zeggen: De Heere heeft het land verlaten, en: De Heere ziet het niet”.
Laten wij het in de kerk echter nooit vergeten: de Verbondsgod dóet wat aan het onrecht in de wereld. Dat lijkt er misschien niet op. Maar dat is gezichtsbedrog. De Here vraagt geloof. Ook in 2022.
Laten wij elkaar maar troosten.
De God van het verbond trekt scheefgetrokken situaties weer recht.
Hij grijpt in op het moment dat door Hem bepaald is.
Hij maakt een nieuwe vrede.
Die hemelse vrede komt er aan.
Onafwendbaar.
Glorieus.
Wij zijn op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Daar zal gerechtigheid wonen, lezen we in 2 Petrus 3. Die gerechtigheid komt niet zo nu en dan langs, om vervolgens weer schielijk te verdwijnen. Nee, de gerechtigheid resideert daar. Voor eeuwig![4]

Er blijkt ook wetenschap te zijn, daar in Openbaring 6. Kennis, zeg maar.
De koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen, de slaven, de vrije mensen… – die blijken allen precies te weten dat het nu afgelopen is. Zij beseffen allemaal dat alles nu verloren is. Rijkdom en macht doen er nu helemaal niet meer toe. Want de Koning van de kosmos oordeelt de wereld.   
Ook daarin ligt voor de kerk een grote troost.
Vandaag de dag lijkt het soms wel of dominees, ouderlingen, diakenen en andere gelovigen voor stoelen en banken praten. De kerk heeft geen aansluiting bij de wereld meer, heet het. En ja, heel vaak is dat ook zo. Maar uiteindelijk zal blijken dat de mensen die het in de wereld te zeggen hebben heel goed weten wie God is. De mensen die in de wereld leiding geven zullen te Zijner tijd heel goed weten wat Zijn wil is en hoe Zijn wet luidt. De hemelse Here zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Hij bekend wordt bij de leidinggevenden, ook als zij aan Hem geen boodschap hebben.
Laten wij ’t in de kerk maar vasthouden: de God van het verbond zorgt Zelf voor een goede afloop!

Noten:
[1] In deze alinea refereer ik aan mijn artikel ‘Alles overziende…’, dat op deze plaats verscheen op donderdag 5 mei 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/05/05/ .
[2] In deze alinea citeer ik Openbaring 6:10-17.
[3] In deze alinea gebruik ik onder meer https://nos.nl/artikel/2427270-niet-alleen-catalaanse-politici-ook-spaanse-premier-slachtoffer-spyware ; geraadpleegd op dinsdag 3 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 10:11, Psalm 94:7 en Ezechiël 9:9. Verder gebruik ik 2 Petrus 3:13.

4 mei 2022

Naar ’t licht geleid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De zogeheten dodenherdenking die vanavond plaatsvindt staat in een nogal merkwaardig licht. We herdenken de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. En ook de gevallenen tijdens andere militaire conflicten, zoals bij de politionele acties in de nadagen van Nederlands-Indië en bij VN-vredesoperaties in bijvoorbeeld Libanon, Bosnië en Afghanistan. En álle Nederlanders die vanaf de Tweede Wereldoorlog door oorlogshandelingen of bij VN-vredesmissies omgekomen zijn.
Sinds 1981 is de herdenking ook gericht tegen racisme en onverdraagzaamheid.
Met dat laatste hebben we in Nederland tegenwoordig wel enige ervaring.
En sinds de oorlog in Oekraïne staan de beelden die hiermee in verband staan heel helder op ons netvlies.
De Dodenherdenking staat feitelijk in vals licht: de zon schijnt terwijl donkere wolken zich boven ons samenpakken[1].

In Johannes 21 zien we een ander licht. Het vroege morgenlicht namelijk. Leest u maar even mee: “Simon Petrus zei tegen hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tegen hem: Wij gaan met u mee. Zij gingen naar buiten, en gingen meteen aan boord van het schip; en in die nacht vingen zij niets. En toen het al ochtend geworden was, stond Jezus aan de oever, maar de discipelen wisten niet dat het Jezus was”.
Jezus laat zich zien aan Zijn discipelen.
En Hij heeft nog altijd geweldig veel macht.
Kijkt u maar: “En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen. De discipel dan die Jezus liefhad, zei tegen Petrus: Het is de Heere! Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heere was, sloeg hij het bovenkleed om, want hij was ongekleed, en wierp zich in de zee. En de andere discipelen kwamen met het scheepje, want zij waren niet ver, slechts ongeveer tweehonderd el, van het land verwijderd, en sleepten het net met de vissen. Toen zij nu aan land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur met vis daarop liggen, en brood. Jezus zei tegen hen: Breng wat van de vissen die u nu gevangen hebt. Simon Petrus ging ernaartoe en trok het net op het land, vol grote vissen, honderddrieënvijftig, en hoewel het er zoveel waren, scheurde het net niet”.
Wat gebeurt daar?
De discipelen moeten erkennen dat zij Jezus nodig hebben. Als zij zelfredzaam willen zijn, zal alras blijken dat het leven onmogelijk wordt.
En er is meer.
Op het kolenvuur ligt al vis. Op dat vuur ligt al brood. Daar zorgt de Here dus voor. De discipelen moeten het beseffen: wij moeten ons aan Gods leiding toevertrouwen[2].

Vertrouw u aan de Heiland toe; dan bent u voor altijd veilig – dat Evangelie moet de wereld door.
Dat blijkt heel duidelijk in Lucas 24.
In dat hoofdstuk verschijnt Jezus aan de elf apostelen. Die kunnen het niet geloven. Maar het is werkelijk waar. Jezus eet honing en vis. Hij is het dus echt!
En daarna komt meteen de instructie: broeders, ga aan uw werk; er moet geëvangeliseerd worden!
In de beschrijving van Lucas klinkt dat zo: “En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem. En u bent van deze dingen getuigen”[3].

Racisme, onverdraagzaamheid en Oekraïne: de harde wereld zonder God lijkt dag bij dag dichterbij te komen.
Maar ook in deze wereld schijnt het vroege morgenlicht van Johannes 21: Jezus Christus, onze Heiland, heeft de wereld in de hand. Ook in 2022.
In dat licht kan het Evangelie van redding worden verkondigd: bekeer u; er is vergeving van zonden!
Die vergeving is er voor iedereen: van welke kleur of welk ras hij of zij ook is.

Aan de zee van Tiberias toont Jezus hoe groot Zijn macht is.
En er staat daar bij: “Dit nu was de derde keer dat Jezus Zich aan Zijn discipelen openbaarde, nadat Hij uit de doden opgewekt was”.
De Redder van de wereld laat de kerk aan de Boodschap wennen: Jezus leeft, want Hij is opgestaan! Christus moest lijden en opstaan op de derde dag.
En daarom kunnen wij Psalm 56 nu blij meezingen:
“Ik zal in ’t licht uws aanschijns mij verblijden,
zodat ik U mijn leven kan gaan wijden,
daar U mijn voet bewaarde tegen glijden,
naar ’t licht mij hebt geleid”.
Wij moeten ons niet in de war laten brengen door criminaliteit, oorlogen, racisme en wat daar verder aan ellende volgt. Ook vandaag schijnt nog dat vroege morgenlicht van Johannes 21.
Daarom zal het voor Gereformeerde mensen vanavond tijdens de dodenherdenking beslist niet donker wezen![4]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationale_Dodenherdenking ; geraadpleegd op zaterdag 30 april 2022.
[2] In deze alinea citeer ik Johannes 21:3,4 en Johannes 21:6-9.
[3] In deze alinea citeer ik Lucas 24:44-48.
[4] In deze alinea citeer ik Johannes 21:14. Verder enkele regels uit Psalm 56:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

28 april 2022

God glorieert in de kerk

“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat wil zeggen: Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht. Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.
Er zijn veel Gereformeerde kerkgangers die kunnen zeggen dat ze die woorden al heel lang kennen. Ze staan in de Heidelbergse Catechismus. In Zondag 52, om precies te zijn.

Voor dat woord ‘koninkrijk’ staat er in het Grieks basileia. Dat woord kan behalve ‘koninkrijk’ ook ‘koningschap’ of ‘heerschappij’ betekenen. Daarom zijn er mensen die menen dat het in deze bede niet om Gods koninkrijk, maar om drie Goddelijke eigenschappen gaat: heerschappij, kracht en heerlijkheid.
Waar men ook voor kiest, duidelijk is wel dat het de bedoeling is dat wij God laten gloriëren. We bewonderen Hem. Wij geven Hem de hoogste eer die wij kunnen geven.
Ondertussen weten wij: het komt gegarandeerd goed met ons. Basileia – daarin herkennen wij ons woord ‘basiliek’. Dat is een aanduiding voor een belangrijk Rooms-katholiek kerkgebouw. Maar Gereformeerden mogen het wel zó zeggen: wij zijn in Gods basiliek – wij staan in Zijn invloedssfeer, wij leven en werken in Zijn machtsgebied, wij bewegen ons op het terrein waar alles Goddelijke glorie uitstraalt. De kerk is Zijn basilica, Zijn vorstelijke woning[1].

Daarom
is het zo belangrijk hoe wij ons in de kerk gedragen.
Daarom is het van groot belang om in de kerk altijd bij God te beginnen. Het gaat er niet om dat wij het in de kerk leuk hebben. Het gaat er niet om dat ons religieuze gevoel een beetje wordt gemasseerd en gestreeld. Het gaat er in de kerk om dat wij God eren. Het gaat er om dat we in de kerk weer teruggaan naar het kerndoel van ons bestaan: Gods glorie.

Voor dat begrip ‘kracht’ staat er in het Grieks dunamis. Zonder moeite herkennen wij ons woord ‘dynamiek’.
Dat Griekse woord duidt op het vermogen om een boodschap over te brengen. In dit verband mogen wij zeggen: dunamis is het vermogen om de blijde Boodschap de wereld in te brengen, met alle consequenties van dien. Gods glorieuze Woord heeft betekenis in alle situaties die zich op aarde voor doen!
In een woordstudie over dunamis staat te lezen: “Op weer andere plaatsen krijgt men de indruk dat dunamis als het ware gepersonifieerd is: men denkt niet meer aan de kracht als zodanig of aan de daad van kracht, maar aan een persoon of instantie als ‘vertegenwoordiger van een bepaalde macht of kracht”. Leest u maar mee in Mattheüs 24: “En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden”. En in Marcus 14: “En Jezus zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel”. En in 1 Petrus 3: daar gaat het over de opstanding van Jezus Christus, “Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn”.
Het is duidelijk: in de kerk, vanuit de kerk en boven de wereld is er van alles in beweging[2].

Daarom is het van belang om de God van de hemel en de aarde in de wereld te representeren.
Daarom behoren wij, als het enigszins kan, beschikbaar te zijn als er in de kerk of in onze omgeving een beroep op ons wordt gedaan.
Daarom is de agenda van een Gereformeerd mens niet te vergelijken met die van een enthousiaste stadionganger of die van een gemiddelde kroegtijger. Ons leven is niet gemiddeld. Ons bestaan is, als het goed is, altijd en overal gericht op de God van het Koninkrijk.     

Voor het woord ‘heerlijkheid’ staat er in het Grieks doxa. Dat betekent: Goddelijke majesteit, hemelse glans. Die kunnen we op aarde in de regel niet zien. Zeker is wel dat we Gods lof op aarde kunnen uitspreken. Gods lof kunnen we ook bezingen. Dat is een kerntaak van de kerk!
Gebeden in de kerk beginnen heel vaak met een doxologie, een lofverheffing. God staat in het middelpunt. Bij Hem begint het. Vergeleken met Hem zijn wij maar klein. Vuil en vol tekorten.
De God van alle genade leidt zulke mensen naar een toekomst met Hem. Dankzij Jezus Christus die de schuld van onze zonden heeft weggedaan. Als de hemelse God naar ons kijkt heeft Hij ook Zijn Zoon in beeld. Wat een geluk!

Wij moeten deze bede lezen in het licht van Openbaring 19: “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”.
Het is zo’n tien dagen geleden dat wij Pasen vierden. We gaan naar Hemelvaartsdag toe: Jezus Christus heeft plaatsgenomen aan de rechterhand van Vader. Hij is Koning. En dat zal Hij voor immer blijven! Jezus’ proclamatie ‘Het is volbracht!’ wordt nooit meer herroepen. Hij voert Zijn plan uit. Uiteindelijk komt de Heiland terug op de wolken. En er is geen storm, geen klimaatveranderandering die Hem tegenhoudt. Pandemieën en puinhopen vormen voor Hém geen enkele belemmering.
Een dominee zei in verband met deze bede eens in een preek: “De geschiedenis is heilsgeschiedenis in het groot en in het klein. Zie maar in de wereld om u heen: steeds groeiende conflicten, toenemende spanningen, natuurrampen, gebeurtenissen die u verbijsteren. Het is toch allemaal heilsgeschiedenis van God in Christus. In uw eigen leven ook. Dat graf dat gedolven werd, het ongeluk dat u overkwam, de moeite in uw studie, de tegenslag in zaken, de teruggang in heel het economisch leven. Het is toch ontrolling van de heilsgeschiedenis van God in Christus: want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid”.
Dan komt er van alles dichterbij.
De oorlog in Oekraïne.
Het feit dat alles duurder wordt. Over economische teruggang gesproken!
Alle discussies rond euthanasie en ‘voltooid leven’.
Kanker en allerlei andere ziekten die sommige levens langzaam afbreken.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Agressie op straat en huiselijk geweld in woningen.
Enzovoort.
Al die gebeurtenissen laten zien dat we relatief weinig oplossingen kunnen bieden voor onze problemen. Als er al oplossingen zijn, dan is dat meestentijds slechts lapwerk. Echte verlossing moet komen van Jezus Christus, de Heiland.  Laten wij Hem dus maar loven en prijzen![3][4]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://debijbel.nl/leesplannen/verdiep-je-in-het-onzevader/10432 ; geraadpleegd op maandag 25 april 2022.
[2] In deze alinea gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie dunamis. Uit Gods Woord citeer ik Mattheüs 24:29, Marcus 14:62 en 1 Petrus 3:22.
[3] In deze alinea citeer ik Openbaring 19:6-9. Verder citeer ik uit een preek van ds. M.J.C. Blok sr. (1914-1976). De preek gaat over de vragen en antwoorden 128 en 129 van Zondag 52 uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdag 28 april 2022, een bespreking wijdt aan het slot van het ‘Onze Vader’: ‘Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. J.M. de Jong, “Want van u is de heerlijkheid eeuwig – Hoofdstuk 12 (pagina 69-72) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; Bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.