gereformeerd leven in nederland

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

2 oktober 2018

Te dol of tevreden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gelovige kerkmensen zeggen het wel eens tegen elkaar: wat leven wij toch in een dwaze wereld![1] Soms klinkt het bijna als een verzuchting. Zo van: men kan er weinig aan doen, het godsdienstig gepeupel moet zich in deze welhaast waanzinnige wereld maar zien te redden.

Op de keper beschouwd blijkt er echter weinig nieuws onder de zon.
Reeds in Spreuken 20 worden aardig wat dwaasheden op een rij gezet.
Ik noem: alcoholisme, tegen de bevelen van de regering ingaan, olie op het vuur gooien tijdens ruzies, luiheid, gebrek aan inzicht, onbetrouwbaarheid, oneerlijkheid in de handel, het verkondigen van leugens en roddels en het vervloeken van je ouders[2].

Anno 2018 leven wij in een wereld vol dwaasheid. De opsomming die hierboven staat zal, naar ik aanneem, bij veel lezers nogal wat herkenning oproepen.
En laten we wél wezen: voordat we ’t weten draaien we zelf in die mallemolen mee. Al was het alleen maar omdat we als kerkmensen niet al te zeer apart willen staan.

Welke lessen leert Spreuken 20 ons?
Laat ik er drie noemen:
a. besef waar u vandaan komt
b. wees realistisch als het gaat om uw afhankelijkheid
c. realiseer u dus bij Wie u het zoeken moet.

Uit Spreuken 20 citeer ik nu de verzen 20-24:
“Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens ​lamp​ zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
Als een ​erfenis​ in het begin al te snel wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen ​zegen​ op rusten.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke ​weegschaal​ is niet goed.
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?”.

Concreet betekent dat onder meer:
* eer uw vader en uw moeder
* eigen graaikapitalisme brengt u niet verder
* de Here helpt u om recht te verkrijgen.
* in de commerciële wereld is eerlijkheid een groot goed
* de Here bestuurt ook ons leven.

Een Gereformeerde hoogleraar Oude Testament noteerde eens: “Spreuken leert ons af om haastig te concluderen: daar woont een rijke man, die is dus rijk gezegend. In 28:20: ‘Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’. En heel ontdekkend: 20:21: ‘Een bezit, in het begin spoedig verworven, zal tenslotte niet tot zegen zijn’. De HERE let scherp op de motieven die achter die haast zitten. De mens beproeve zichzelf”[3].

Die professor brengt ons bij kernvragen: wat is onze mentaliteit? En ook: hoe staan wij in het leven?

Niet zelden hoor je de opmerking: ik wil dit en dat hebben, en wel nu.
Een moeder schreef eens: “Ik wil te veel en alles tegelijk en wel nu!! Ik vraag me soms wel eens af of er iemand is met hetzelfde ongeduld als ik, met dezelfde onrust als ik, met hetzelfde gevoel alles te willen en daarom juist niets te bereiken. Het gevoel altijd op het puntje van je stoel te zitten. Al jaren het ‘gevoel’ te hebben dat je op een dag wel de moed en de energie gaat vinden om dát te doen wat je eigenlijk al jarenlang wilt doen”[4].

Wat zullen wij van die dingen zeggen?
Nee, het is niet verkeerd om ambities te hebben.
Je mag gerust je best doen om carrière te maken.
Maar we moeten ons altijd blijven realiseren dat ons leven door de God van hemel en aarde bestuurd wordt.
Dat betekent soms dat er geduld geoefend moet worden.
Soms houdt het ook in dat verlangens nimmer vervuld kunnen worden. Dat is vrijwel altijd teleurstellend, doch niet onoverkomelijk.

In Spreuken 20 kunnen we ook lezen:
“De geest van een mens is een ​lamp​ van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt”[5].
Naarmate zijn leven op aarde vordert, leert de mens zichzelf kennen. Paulus schreef ook niet voor niets aan de christenen in Corinthe: “Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is?”[6].
Met de lamp van de Here kunnen wij ons binnenste goed inspecteren. Des Heren licht maakt de diepste drijfveren zichtbaar.

Zeker, wij leven in een dwaze wereld!
Maar als wij dag bij dag aan Zijn hand door de wereld wandelen, dan blijkt het leven alleszins aangenaam.
Dan kunnen wij met Psalm 68 instemmen:
“Geloofd zij God met diep ontzag,
Hij overlaadt ons dag aan dag
met al zijn gunstbewijzen”[7].

Noten:
[1] Dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 7 oktober 2008.
[2] Zie Spreuken 20:1-20.
[3] Prof.drs. H.M. Ohmann, “Spreuken – Boek van de Bijbel; Spiegel van de werkelijkheid”. – Bedum: Uitgeverij Woord en Wereld, © 2001 (Woord en Wereld; nr 50). – p. 68.
[4] Geciteerd van https://www.mamaplaats.nl/blog/ik-wil-te-veel-en-alles-tegelijk-en-wel-nu ; geraadpleegd op woensdag 26 september 2018.
[5] Spreuken 20:27.
[6] 1 Corinthiërs 2:11 a.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 68:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

1 oktober 2018

God is oppermachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met ernstige verkeersongelukken hebben wij bijna elke dag te maken.
Sommige gebeurtenissen blijven echter in het collectieve geheugen hangen.

Het volgende bericht, gedateerd op 20 september 2018, is daar een voorbeeld van.
“Bij een ongeval met een elektrische bakfiets op een spoorwegovergang bij Oss zijn donderdagochtend vier kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar om het leven gekomen. Een vijfde kind en een volwassen begeleider zijn zwaargewond geraakt en liggen in het ziekenhuis. Zij zijn nog niet buiten levensgevaar. De politie bevestigt dat het gaat om in totaal drie betrokken gezinnen, van een gezin zijn drie kinderen betrokken bij het ongeval”[1].

Het nieuws bleef haken. De media sprongen er en masse op. Niet alleen Oss was geëmotioneerd, nee – het ganse land leefde mee.
Het was dan ook droevig nieuws. Heel droevig.

De burgemeester, mevrouw Buijs-Glaudemans, sprak meelevende woorden.
Eén uitspraak van haar citeer ik hier. Namelijk deze: “Geloof begeleidt je op je weg door het leven heen. Kerken zijn plekken waar je op belangrijke momenten in het leven naartoe gaat”[2].

Het bovenstaande is zonder twijfel waar.
Maar de vraag is wel: waarom ga je op minder belangrijke momenten niet naar God toe?
Hij heeft namelijk te allen tijde de oppermacht, op de aarde en in de hemel.

Een mooi voorbeeld daarvan staat in Mattheüs 17: “Maar om hun geen aanstoot te geven: ga naar de zee, werp een ​vishaak​ uit, en pak de eerste ​vis​ die bovenkomt. Doe zijn bek open en u zult een stater vinden. Neem die en geef hem aan hen voor Mij en voor u”[3].

Op basis van verschillende Bijbelgedeelten “moesten in de tijd van Jezus alle volwassen mannelijke Israëlieten (ouder dan 19 jaar), die ingeschreven waren in het bevolkingsregister, jaarlijks een halve sikkel (…) als ‘vrijwillige bijdrage’ aan tempelbelasting betalen. (…) Een didrachme (tweedrachmenmunt) was ongeveer het loon voor twee dagen werk”[4].
Van oude tijden zijn de priesters van die betaling vrijgesteld.
Dat zo zijnde zou je zeggen: dan is Jezus, Die veel belangrijker is dan de tempel, ook vrijgesteld.
Jezus wil echter geen ergernis geven.
Met de macht die Jezus eigen is, zorgt Hij ervoor dat Petrus een vis kan vangen die een stater in de bek heeft. Een stater is gelijk aan vier didrachmen. Met dat geld kan de tempelbelasting van Jezus en Petrus betaald worden.

Wonderlijk, vindt u ook niet?

In de laatste tijd dat Jezus op aarde is, zien wij meer wonderen waarin dieren een opmerkelijke rol spelen. Denkt u maar aan de ezelin die in Mattheüs 21 gereed staat voor Jezus’ intocht in Jeruzalem[5]. En aan de haan die in Mattheüs 26 precies op tijd drie keer kraait[6].
Die dieren bewijzen eens te meer dat heel de schepping met Gods macht te maken heeft.
Om het met woorden uit een bekend gezang te zeggen:
“Wat zou ooit zijne macht beperken?
’t Heelal staat onder zijn gebied!
Wat zijne liefde wil bewerken,
ontzegt Hem zijn vermogen niet”[7].

Onze God staat boven Zijn schepping. Hij schiep de aarde. En deze planeet bestaat nog steeds. Waarom is het belangrijk om ons dat te realiseren?
De Heidelbergse Catechismus geeft het antwoord: “Om in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar te zijn en voor de toekomst dit vaste vertrouwen te hebben in onze trouwe God en Vader, dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen”[8].

Geloof is iets van elke dag.
Vertrouwen is er, als het goed is, levenslang.

Natuurlijk – in Oss barst het, ook nu nog, van de waaroms.
Maar daarbij is het belangrijk om te beseffen dat geloof niet alleen maar iets is dat behoort bij een bloemenzee en bij vloeiende tranen. Geloof functioneert, als het goed is, niet alleen als wij allen worden overmand door emoties. Nee, geloofswetenschap is er, naar wij mogen hopen, in alle omstandigheden.

Wie dat beseft zal ook wat sneller tot het inzicht komen dat er meer is dan Oss.
Nee, van dat drama in Oss doe ik niets af. Dat is verschrikkelijk. De ouders, andere familieleden en vrienden van de kinderen moeten leven met een groot verdriet. Vanaf heden is er veel glans van het leven af.
Elke dag is er weer die droefenis over die kinderen.
Maar er is meer ellende in de wereld.
Op zaterdag 22 september vond een familiedrama plaats in Papendrecht. Twee volwassenen en twee kinderen werden levenloos gevonden[9]… Ach, het is slechts één van de vele drama’s die zich in onze wereld voltrekken.

Door de media wordt soms op één drama gefocust.
Dat is begrijpelijk.
Maar Gereformeerde mensen moeten zich daardoor niet laten misleiden: de Here God kan ingrijpen, ook anno Domini 2018!
Nee, er komt geen vis langs zwemmen.
Er kraait geen haan op commando.
Er staat niet zomaar een ezel gereed waar je een ritje op kunt maken.
Maar wie het zien wil, weet dat God nog altijd wonderlijke dingen doet.
Onbegrijpelijke dingen soms – jazeker.
Hoe dat zij – in het geloof weten wij dat onze God met Zijn kinderen onderweg is naar een glorieuze toekomst. Dat is een toekomst waarin de liefde van God alles en iedereen zal beheersen.
Dat geloof mogen we belijden.
In Oss.
In Papendrecht.
Ja, overal ter wereld.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.bd.nl/oss/vier-kinderen-4-tot-11-jaar-omgekomen-bij-ongeval-op-spoor-in-oss-twee-zwaargewonden-nog-in-levensgevaar~a22f10de/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[2] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2251607-herdenkingsdienst-ongeluk-oss-op-8-oktober.html ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.
[3] Mattheüs 17:27.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 17:24.
[5] Mattheüs 21:2, 3 en 4: “Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij. En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen. Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de ​profeet…”.
[6] Mattheüs 26:75: “En meteen kraaide de haan; en ​Petrus​ herinnerde zich het woord van ​Jezus, Die tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. Toen ging hij naar buiten en huilde bitter”.
[7] Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[9] Zie https://nieuwsopbeeld.nl/2018/09/22/172380/ ; geraadpleegd op maandag 24 september 2018.

 

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

12 september 2018

De boodschap van de bloedrivier

Er zijn van die mensen die zichzelf over het algemeen prima kunnen redden; maar als zij dan een forse tegenslag krijgen, roepen zij – soms zomaar in het wilde weg – Gods naam aan. Aldus maken zij van God de uitvoerend directeur van een hemelse EHBO-post: de ultieme eerste hulp bij ongelukken.
Welnu – Gods Woord maakt duidelijk dat onze God niet alleen in actie komt bij noodgevallen.
De Here is er altijd. Hij heeft alles in de hand. De natuur en ja – ook mens en dier.

Dat zien wij bijvoorbeeld in 2 Koningen 3.

Daar komt Joram aan de macht. Joram is de broer van Ahazia[1].
Joram leeft zonder God.
Zijn manieren van doen zijn echter niet zo goddeloos als die van zijn vader en moeder, Achab en Izebel.

Al sinds jaar en dag is Mesa, koning van Moab, een vazal van Israël. Israël heeft de feitelijke macht in Moab, en ontvangt vanuit dat land belasting. Mesa is, behalve regeerder, ook een succesvol schapenfokker. Die belasting wordt daarom in natura betaald.

Vader Achab is overleden.
Nu ziet Mesa zijn kans schoon om onder die belasting uit te komen.
Hij komt in opstand!

Joram moet nu natuurlijk in actie komen.
Hij vraagt daarbij assistentie aan Josafat, koning van het zuidwestelijke buurland Juda.

Afgesproken wordt om gezamenlijk tegen Moab op te trekken via de woestijn van Edom. Moab wordt vanaf de zuidkant binnengevallen. De legers gaan dus een omweg maken[2].

In de woestijn is uiteraard weinig water.
En ja, op een gegeven moment is er gewoon helemaal geen water meer.
Is dat een teken van een naderende nederlaag? Dat vraagt initiatiefnemer Joram zich af.
Josafat geeft het advies een profeet van de Here te raadplegen.

De woordvoerder van God, Elisa, sputtert tegen.
‘Gaat u maar naar de profeten van Baäl’, zegt hij.
Maar dat wil Joram echt niet. Hij wil weten of de Here van zins is Israël en de coalitiegenoten een nederlaag wil laten lijden. Hij laat zich, kortom, niet naar huis sturen.

Welnu – Elisa zal namens de Here het woord voeren.
Maar niet omdat dat van Joram nu zo nodig moet.
Het Woord wordt gesproken omdat Josafat het advies heeft gegeven om Elisa te raadplegen.

Elisa laat een musicus komen. Misschien is het een harpist geweest.
Daardoor raakt Elisa in geestvervoering.
De woordvoerder van God geeft een dienstorder. Er moeten geulen in de droge rivierbedding worden gegraven.
De rivier staat nu nog droog.
Maar de Here zal water geven. En niet door regen of storm. Gewoon vanuit het niets!

En dat is nog maar het begin.
“Hij zal ook ​Moab​ in uw hand geven”, proclameert Elisa in naam van zijn Opdrachtgever[3].

De volgende morgen komt er inderdaad water. Uit de richting van Edom nog wel! Daar is de woestijn. Hoe kan dat? Dat kan omdat de Here wonderen kan doen!

De Moabieten horen natuurlijk dat er een coalitie is gevormd om hun land tot de orde te roepen. Iedereen die maar enigszins strijdbaar is wordt opgeroepen. Het is in Moab mobilisatietijd, zouden we vandaag zeggen.
De troepen verzamelen zich in alle vroegte – ja, voor zonsopgang – bij de grens.

Als het licht is, zien de gemobiliseerde strijders iets heel bijzonders.
In de rivierbedding staat helemaal geen water. Nee, het is bloed! Waar komt dat toch vandaan?

De Moabieten trekken een snelle conclusie.
Joram en Josafat, die gezamenlijk optrokken, hebben vast samen een conflict gehad. Een bloedig conflict. En de conclusie lijkt onontkoombaar: ze hebben elkaar in de pan gehakt!

Maar als dat zo is, zijn zij voor de Moabieten zo ongeveer de makkelijkste prooi die er bestaat.
Zodoende komt al snel het bevel: voorwaarts, mars!

Maar dat bloed in die rivierbedding is helemaal niet van de Israëlieten.
De Here heeft het water in bloed veranderd!

De Moabieten lopen met open ogen in de val.
Israël verslaat Moab met gemak.
Ze trekken het land Moab binnen. Alle waterbronnen worden dichtgemaakt. Alle mooie bomen worden omgehakt. Het land van Moab wordt voorlopig totaal onbewoonbaar.
Nou ja, één stad blijft nog min of meer overeind: Kir-Hareseth.

De koning van Moab, Mesa doet nog een poging om zijn Edomitische ambtgenoot te bereiken.
Maar die poging is tot mislukken gedoemd.
Ten einde raad brengt Mesa een kinderoffer.
Zijn eigen zoon, notabene!

Als de Israëlieten dat horen, trekken zij zich terug.
Opeens is het gevecht afgelopen.
Vanwaar dat plotselinge einde? Israël is zeer verontwaardigd over dat kinderoffer.
Meer precies: de Here draagt er zorg voor dat Zijn kinderen vergramd zijn over dat kinderoffer.
In verband daarmee noteert een exegeet: “De grote verbolgenheid of toorn die daarop volgt, komt van de Heere. De oorzaak ervan is de wraaklust van de Israëlieten die zo groot is dat Mesa tot deze gruweldaad komt. Ze zijn vergeten dat de HEERE hun genade heeft bewezen. Ze nemen op onevenredige wijze wraak en stellen daardoor de God van Zijn volk als een onbarmhartige God voor. Deze valse voorstelling van God kan niet ongestraft blijven. Hoe de toorn tot uiting is gekomen, wordt niet vermeld. Wel is het volk duidelijk geworden dat ze niet langer in Moab moeten blijven en zijn ze teruggekeerd naar hun eigen land”[4].

Het is duidelijk: de Here leidt de strijd.
De God van hemel en aarde heeft de zaak in de hand.
Hij trekt aan de touwtjes.

Het is belangrijk om dat vast te houden.
Wij leven immers in een wereld vol dreiging, nood en onheil.

Een voorbeeld.
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zorgt ervoor dat in zijn land dat angst en benauwenis regeren.
Koreaspecialist Remco Breuker schreef ergens: “De Noord-Koreaanse dwangarbeiders in het buitenland worden in toom gehouden door een uitgekiende, dagelijkse mix van zelf- en wederzijdse kritieksessies, ideologiesessies, partij-instructies, enzovoort. Deelname is verplicht, er wordt verslag van gelegd, en die verslagen zijn belangrijk voor ieders maatschappelijke status, carrière, opleiding, woonsituatie en zelfs toestemming om te trouwen”[5][6].
Trouwens, wat denkt u van de onheilspellende boodschappen die de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Trump elkaar doen toekomen?
Bij tijd en wijle denk je: waar gaat het naar toe met de wereld?
Gods kinderen mogen weten dat God de wereld regeert.
De wereld is in Zijn hand.
Daarbij geldt: Gods kinderen zijn het instrumentarium in de hand van de hemelse Heer. Namens Hem treden zij in de wereld op. Dat optreden mag soms best hard zijn. Christenen zijn geen zacht aangedraaide types die maar met zich moeten laten sollen.
De soldaten van de militia Christi mogen echter nimmer vergeten dat zij in dienst zijn van de hoogste Machthebber van deze wereld. Daarom mogen die soldaten er nooit onbeheerst en bijna blindelings op los slaan.

In dit verband krijgt een woord uit Spreuken 16 een bijzondere kleur:
“Een geduldig man is beter dan een dappere held,
en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt”[7].

Christenen zijn geen watjes.
Gereformeerden zijn geen softies.

Zij leven en werken in de sfeer van Psalm 75:
“God, de HEER, houdt in zijn hand een kelk vol gemengde wijn.
Goddelozen, groot en klein, drinken, ondanks tegenstand,
deze drank, naar Gods besluit, tot de laatste droesem uit.

Dit vermeld ik in mijn lied, ik zing Jakobs God ter eer.
Trotse hoornen sla ik neer en ik doe hun macht teniet.
Wie zijn heil van God verwacht,
ziet zijn hoorn verhoogd in kracht”[8].

Noten:
[1] Over hem schreef ik in mijn artikel ‘Almacht versus Ahazia’, hier gepubliceerd op dinsdag 11 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/11/almacht-versus-ahazia/ .[2] Zie het kaartje op https://nl.wikipedia.org/wiki/Moabieten#/media/File:Levant_830_nl.svg ; geraadpleegd op zaterdag 25 augustus 2018.
[3] 2 Koningen 3:18 b.
[4] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf , p. 54 en 55 ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[5] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/iedereen-let-op-de-noord-koreaanse-kernwapens-maar-die-zijn-het-ergste-niet~ae7081e9/ ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[6] Zie voor meer informatie over Remco Breuker https://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Breuker ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[7] Spreuken 16:32.
[8] Psalm 75:5 en 6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

11 september 2018

Almacht versus Ahazia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Hoe leef je als je jouw lichaam niet kunt vertrouwen?
Ze zijn er veel: mensen die iedere dag nieuwe pijntjes hebben.
Mensen die iedere dag denken: hoe zou het vandaag gaan?
Mensen die maar moeten hopen dat de medicijnen aanslaan.
Er zijn ook mensen die weten: mijn aardse leven duurt niet zo lang meer.

Dat laatste wist Ahazia in 2 Koningen 1 ook.
Dat was Hem door de Here verteld.
Leest u maar mee: “En hij sprak tot hem: Zo zegt de HEERE: Omdat u boden gestuurd hebt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen – is het omdat er geen God in Israël is Die u naar Zijn woord kunt vragen? – daarom zult u niet meer van het ​bed​ waarop u bent gaan liggen, afkomen, maar u zult zeker sterven. Zo stierf hij, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat ​Elia​ gesproken had”[1].

Wat is de situatie in 2 Koningen 1?

Ahazia zit nog maar kort op de troon.
Dan gebeurt er een ernstig ongeluk!
De koning valt vanaf de bovenverdieping van zijn paleis naar beneden, en raakt zwaar gewond.
Zal hij herstellen?
Daar moeten de goden maar eens iets over zeggen, vindt Ahazia. Hij stuurt een gezantschap naar het Filistijnse Ekron. Dat deftige gezelschap moet Baäl-Zebub maar eens raadplegen.
Elia, de profeet van de Here, wordt ook op pad gestuurd. Hij moet dat deftige gezantschap tegemoet gaan. En de kernvraag is: ‘Waarom moet u zo nodig naar Ekron? De God van hemel en aarde resideert toch in Israël?’.
De gezanten keren met die vraag terug naar Ahazia.
Ahazia ergert zich dood aan de tussenkomst van de woordvoerder van God. Nee, het gezantschap wist niet hoe die profeet heette. Maar Ahazia weet onmiddellijk wie ’t is: Elia natuurlijk!

Ahazia’s bevel is kort en helder: hier met die man!
Een legereenheid van vijftig man wordt er op uit gestuurd om Elia te arresteren. Maar dat arrestatieteam kan niets uitrichten. Sterker nog: de Here vernietigt het complete team met vuur uit de hemel.
Het wordt allemaal nog erger.
Want met een tweede arrestatieteam gebeurt precies hetzelfde.
Kunt u ’t zich voorstellen?
Wil je als koning één man arresteren…, en dan ben je zomaar honderd man kwijt! Dat is regelrechte ondermijning van Ahazia’s macht! Revolutie tegen de koning! Dit kan niet getoleerd worden! Er moeten daden worden gesteld!
Knarsetandend stuurt Ahazia een derde eenheid op pad. Elia moet gehoorzamen. En wel nu. Vandaag.

De commandant van die derde eenheid pakt het anders aan.
In tegenstelling tot hij zijn twee collega’s geeft hij geen dienstbevel.
Leest u maar weer even mee. Dan ziet u wat er gebeurt.
“Deze derde hoofdman over vijftig klom naar boven, kwam en boog zich op zijn knieën voor ​Elia​ neer. Hij smeekte hem en sprak tot hem: Man Gods, laat mijn leven en het leven van uw dienaren, van dit vijftigtal, toch kostbaar zijn in uw ogen! Zie, vuur is uit de hemel neergekomen en heeft die eerste twee hoofdmannen over vijftig met hun vijftigtallen verteerd; maar nu, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen!

Toen sprak de ​engel​ van de HEERE tot ​Elia: Ga met hem naar beneden, wees niet bevreesd voor hem. En hij stond op en ging met hem naar beneden, naar de ​koning”[2].

In 2 Koningen 1 staan twee machten tegenover elkaar.
De aardse machthebber, die met een grote mond bijna dictatoriaal zijn bevelen geeft.
En de hemelse Majesteit die de uiteindelijke macht blijkt te hebben!

Wat zullen wij, anno Domini 2018, van deze dingen zeggen?

In ziekteperiodes is de vraag vaak: in hoeverre kan ik mijn lichaam nog vertrouwen?
Maar er is een andere kwestie die nogal wat belangrijker is: vertrouwt u op de Here, of niet?

Dat is niet bedoeld als een angstaanjagende vraag[3]. Zo van: als je maar even van het pad afwijkt, zal de Here je wel krijgen! Dan ben je er zomaar geweest…!
Dat is namelijk niet waar.
Dat blijkt duidelijk in Lucas 9. In dat hoofdstuk wordt Jezus door Samaritanen genegeerd, geweigerd en gehaat. Waarom? Jezus is op weg naar Jeruzalem. Naar de tempel, om precies te zijn. Dat is een plek waar Samaritanen een diepgewortelde hekel aan hebben. Zij hebben namelijk hun eigen tempel[4]. Dat is de reden dat men Jezus de toegang tot een Samaritaans dorp weigert.
De discipelen willen ingrijpen. In Lucas 9 staat: “Toen de discipelen ​Jakobus​ en ​Johannes​ dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt U dat wij zeggen dat er vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren, zoals ook ​Elia​ gedaan heeft? Maar Hij keerde Zich om, bestrafte hen en zei: U beseft niet wat voor Geest u hebt, want de Zoon des mensen is niet gekomen om zielen van mensen te gronde te richten, maar om ze te behouden”[5].
Om ze te behouden: dáár gaat het om.
De God van hemel en aarde wil mensen niet doden.
Hij is geen Dictator die mensen om het minste of geringste vernietigt. Integendeel. Hij wil mensen leven geven. Leven tot in eeuwigheid!

Het is ook niet voor niets dat God Zijn woordvoerder Elia er op uit stuurt.
Laten wij eerlijk zijn: de God van hemel en aarde had er ook voor kunnen kiezen om niets te zeggen, en Ahazia met één veeg uit deze wereld weg te halen. Maar dat deed Hij niet.
Bovendien –
onze God heeft deze gebeurtenissen in Zijn Woord aan ons doorgegeven. Als een waarschuwing. Maar Hij deed dat ook om ons te troosten.
Wie God negeert, zal ontdekken dat dat niet ongestraft gebeuren kan. Die ontdekking doen sommigen reeds op aarde. Anderen doen die pas na hun dood.
Maar de andere kant is vandaag ook realiteit. Wie zich tot God wendt, wordt altijd gehoord. God zal recht spreken en recht doen. Hij hoort onze vragen. Hij ziet ons diepe verdriet. En Hij zegt: kom maar bij Mij; bij Mij is een goede schuilplaats!

Hoe leven wij als we ons lichaam niet meer kunnen vertrouwen?
Laten we maar zeggen: ach, we zien het wel.
Want als we onze God op Zijn Woord geloven, doet Hij de toekomst open.
Als we ziek zijn dringt dat des te meer tot ons door.

Jazeker, ziekten en handicaps zijn beslist ergens goed voor!
Die beperkingen stellen ons voor de vragen: is God in de wereld? En het antwoord is duidelijk: jazeker, Hij is actief aanwezig; ook vandaag.
Vertrouw maar op Hem.
Want onze Heiland is niet gekomen om zielen van mensen te gronde te richten, maar om ze te behouden!

Noten:
[1] 2 Koningen 1:16 en 17 a.
[2] 2 Koningen 1:13, 14 en 15.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 24 augustus 2018.
[4] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Johannes 4:20.
[5] Lucas 9:54, 55 en 56.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.