gereformeerd leven in nederland

3 oktober 2022

De versnelde film

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Daniël 7 heeft Daniël een droom. In die droom zijn we op zee. Daar stormt het, en niet zo’n klein beetje ook. Uit die zee komen vier indrukwekkende beesten omhoog.
Het eerste beest lijkt op een leeuw, maar hij heeft vleugels. Die vleugels doen denken aan een adelaar. Aan een roofvogel dus. Maar die vleugels worden er afgetrokken. Opeens wordt dat beest opgetild. En dan kan het staan, net als een mens. Het beest krijgt ook een menselijke geest.
Het tweede beest lijkt op een beer. Het staat op zijn achterpoten. En het heeft iets in z’n bek: drie ribben. Een stem zegt: eet veel vlees.
Het derde beest lijkt op een panter. Maar het heeft vier vleugels op zijn rug. Het heeft bovendien vier koppen. Een machtig beest!
En dat is er dat vierde beest. Dat is een klasse apart. Wie er naar kijkt wordt er bang van. Wat een kracht! Wat een tanden – die zijn nota bene van ijzer! Alles wat op zijn weg komt wordt verslonden en weggevaagd! Wie goed telt, ziet in totaal tien horens op dat beest. Terwijl Daniël naar dat verschrikkelijke beest kijkt, komt er nog een kleine hoorn tevoorschijn. Die kleine hoorn eist, terwijl die groeit, steeds meer ruimte op. Uiteindelijk worden drie horens van dat beest afgetrokken. Zo komt er plaats voor die groeiende hoorn. Op die nieuwe hoorn zitten mensenogen. Er zit ook een mond op. Er klinkt een stem – uit die mond komen ronduit goddeloze woorden. Er worden Godslasterlijke dingen gezegd. Die nieuwe hoorn blijkt een verschrikkelijke opschepper. Hij weet zogezegd alles beter![1]

De droom van Daniël gaat verder. Er worden tronen neergezet. Op één van die tronen gaat de Oude van dagen zitten. Dat is God. Hij is er altijd geweest en Hij zal er altijd zijn! De Man heeft hagelwitte kleren aan. Hij heeft ook heel wit haar.
De troon waar Hij op zit is heel bijzonder. Die troon is namelijk gebouwd van vuur. Zelfs de wielen zijn van vuur.
En dat is nog niet alles. Er stroomt een rivier bij God vandaan. Dat is niet een rivier vol water – nee, het is een en al vuur.
Denk niet dat de hoge God, in het wit en te midden van dat laaiende vuur, helemaal alleen is. Niets is minder waar. Hij heeft heel veel dienaren om Zich heen. Duizenden dienaren staan voor Hem gereed. Nee, nog meer: miljoenen zijn het er. Wat brengt God een massa dienaren op de been!  
En dan zien we de rechtbank. Er komt een rechtszaak aan. Die rechters gaan op de tronen zitten. Er gaan boeken open. En als Gods rechters dat doen, dan weet iedereen: alle onrecht gaat de wereld uit. Hoeveel list, bedrog en onbillijkheid er ook is: het verdwijnt helemaal![2]

De gevolgen blijven niet uit. Die nieuwe hoorn van hierboven wordt gedood. Die opschepper houdt op met praten. Het goddeloze gezwets stopt.
Er zijn natuurlijk nog drie beesten. Die worden ook gedood. Dat gebeurt echter niet meteen. Ze mogen nog even blijven leven. Maar het is duidelijk: die beesten hebben nu geen enkele macht meer[3].

En dan gebeurt er nog iets opmerkelijks. Er komt iemand aan die voor de troon van de Oude van dagen gaat staan. Het is Iemand: Jezus Christus!
Hij krijgt alle macht. Zijn positie wordt ongeëvenaard. Glorieus! Prachtig!
Hij wordt Koning. Voor eeuwig!
Dat Koninkrijk blijft voor altijd bestaan. Dat Koninkrijk is sterk en stabiel: niemand kan het vernietigen![4]

Wat betekent dit nu allemaal?
Daniël wordt er heel bang van. Maar er is iemand die Daniël geruststelt. Het volk van God zal Gods Koninkrijk ontvangen. Gods rijk is voor altijd hun thuis!
Daar begint het mee.
De uitlegger gaat verder.
Die vier beesten staan voor vier koninkrijken.
Dat vierde koninkrijk is uniek. Het is totaal anders dan die eerste drie. Dat vierde koninkrijk zal uiterst dominant zijn. Overal en nergens laat het zijn invloed gelden. De hele aarde wordt als het ware opgegeten. Verslonden. Opgeslokt. Alles wat opgebouwd is wordt een puinhoop.
Uit dat vierde koninkrijk komen tien koningen. En na die tien koningen komt er nog een elfde machthebber. Als hij aan bewind komt wordt alles anders. Die elfde koning maakt een enorme hoop kabaal. Hij is een geweldige blaaskaak. Hij overwint zijn voorgangers. Gods volk komt in groot gevaar. Die blaaskaak-koning zal proberen Gods plan te veranderen. Hij zal Gods volk doden.
Zou het die elfde koning ten langen leste lukken om de macht over te nemen?
Zou het die elfde koning lukken om de regeringsverantwoordelijkheid van God over te nemen?
Daar lijkt het wel op. Die elfde koning lijkt gedurende een behoorlijk lange tijd aan de winnende hand.
Maar dan komen die rechters in beeld.
Die elfde koning wordt kapotgemaakt. Verdelgd. Verpletterd. Er blijft niets meer van hem over.
Het volk van de allerhoogste God – dat krijgt de macht. De God van hemel en aarde wordt voor eeuwig en altijd Koning van de kosmos. Alle heersers zullen Hem gehoorzamen.
Dat is de realiteit waaraan in Daniël 7 gewerkt wordt![5]

Daniël is verbijsterd.
Het is allemaal teveel voor hem.
Heel de wereldgeschiedenis gaat in een versnelde film aan hem voorbij.
Het is eigenlijk geen doen om dit allemaal te bevatten.
Daniël is er ziek van.
Hij heeft teveel beleefd.
Het is allemaal te dol!

Wie Daniël 7 leest zal wellicht ook verzuchten: het is allemaal wel erg veel…
Maar in deze versnelde film wordt één ding duidelijk: de Here Jezus heeft alle macht. Ons geloof in Zijn verlossingswerk is niet vruchteloos!
Niet voor niets zegt Hij in Mattheüs 28: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”[6][7][8].

Noten:
[1] Zie voor het bovenstaande Daniël 7:1-8.
[2] Zie voor het bovenstaande Daniël 7:9,10.
[3] Zie voor het bovenstaande Daniël 7:11,12.
[4] Zie voor het bovenstaande Daniël 7:13,14.
[5] Zie voor het bovenstaande Daniël 7:15-27.
[6] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:18,19,20.
[7] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen aanstaande donderdagavond, 6 oktober 2022, zo de Here wil een bespreking wijdt aan Daniël 7. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van haar inleiding.
[8] In de periode september 2021 tot april 2022 zijn de eerste zes hoofdstukken van het Bijbelboek Daniël op deze internetpagina aan de orde gekomen. De betreffende artikelen zijn te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2021/09/29/ (Daniël 1), https://bderoos.wordpress.com/2021/11/11/ (Daniël 2), https://bderoos.wordpress.com/2021/12/06/ (Daniël 3), https://bderoos.wordpress.com/2022/02/03/ (Daniël 4), https://bderoos.wordpress.com/2022/03/03/ (Daniël 5) en https://bderoos.wordpress.com/2022/04/12/ (Daniël 6).

28 september 2022

Gods macht in een problematische wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen”. Dat zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. Hij sprak die uit op Prinsjesdag, dinsdag 13 september 2022.
Mensen zijn begrensd. Zij hebben te maken met grenzen die door God gesteld zijn.
Job spreekt daar in hoofdstuk 14 ook over:
“Wie zal een reine geven uit een onreine?
Niet één.
Als zijn dagen vastgesteld zijn,
het getal van zijn maanden bij U bekend is,
en U zijn grenzen bepaald hebt, die hij niet kan overschrijden,
wend Uw blik dan van hem af, zodat hij rust heeft
en als een dagloner van zijn dag geniet”[1].

In Job 14 is Job in discussie met zijn vrienden. Vanaf hoofdstuk 12 formuleert hij een antwoord aan Zofar. Maar in Jobs betoog zitten vooral veel vragen aan God.
Wat is de lijn van Jobs betoog in dit hoofdstuk? Het is de volgende.
De mens is eindig. De mens is een schaduw die voorbijglijdt. De mens in zondig en onzuiver. Waarom, zo vraagt Job aan God, verwacht U zoveel van mij? Het is God die de grenzen van het aardse leven bepaalt; dat is zeker. Welnu, als dat dan zo is dan hoeft God niet langer op Job te letten. Laat mij nu maar met rust, zegt hij.
Een boom die omgehakt is – ja, daar groeit nog wel eens een takje uit. Maar als een mens sterft wordt hij begraven. En dan is het over. Einde. Alsof er een rivier opdroogt.
Berg mij maar op in het rijk van de doden, zegt Job. Dan wacht ik daar wel tot Uw toorn gestild is.
Als een mens sterft, kan hij toch niet weer levend worden? Als dat wel zo zijn, ja dan had ik hoop op een nieuw begin. Maar nu? God let op elke stap die ik zet. Geen enkele ongehoorzaamheid ziet Hij over het hoofd.
Al mijn hoop wordt totaal vernietigd. Alsof er een berg puin instort. Van het oorspronkelijke bouwwerk is niets meer over.
Een complete rots op een andere plaats zetten? – dat kan niet. Dat is ijdele hoop. Wat gebeurt er met planten die op zand groeien? Er waait nieuw zand op. En weg zijn die planten… Welnu, het lijkt wel alsof God net zo werkt.
De hemelse God kan mijn leven totaal veranderen – van vreugde naar verdriet. Als mens word je zomaar opgeslokt door pijn en ellende.
Dat is het betoog van Job.

Wij zien het: Job is in hoofdstuk 14 zeer gedeprimeerd. Er zit van alles tegen. God kan maar beter even niet naar mij kijken, zegt Job.
En is dat ook niet de sfeer in Nederland? Mensen protesteerden op Prinsjesdag langs de route waar de Glazen Koets voorbij kwam. Er hingen vlaggen omgekeerd, met de blauwe kleur boven. De koning werd uitgejoeld. De monarch werd zelfs een landverrader genoemd!
In de Troonrede zei koning Willem-Alexander: “Wat niet verandert, is dat samenwerking Nederland sterker maakt dan polarisatie. Dat is van alle tijden”. Met andere woorden: we moeten er samen bovenop zien te komen. Zeker, er werd nog heel even op God gewezen – “U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden” –, maar veel meer kon er niet af. Wij moeten het vooral zelf opknappen…
Mede daarom hangt in Nederland een ietwat gedeprimeerde sfeer. Want de moeilijkheden stapelen zich op. De stapel wordt hoger, hoger, steeds hoger.
Toegegeven – het is allemaal niet zo erg als in de tijd van Job. Maar vrolijk is het allemaal niet.

Gereformeerden behoren in die omstandigheden nog altijd te beseffen dat Jezus Christus, de Redder van de wereld, boven die enorme stapel problemen troont. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen”.
Wat zeggen bovenstaande woorden ons vandaag? In ieder geval wel dit: ook in 2022 leven we in een zondige wereld vol schier onoplosbare vraagstukken; maar wij mogen weten dat we gereinigd zijn van de zonden. Onze zonden worden vergeven, zo vaak als wij daar om vragen. De wereld is op allerlei punten volstrekt onoverzichtelijk. Maar de Here troont daarboven. Hij overziet de ganse kosmos, Zijn ogen missen niets. En vrees niet: Hij weet precies waar Zijn volk woont en werkt![2]

Job weet dat alles nog niet. Vanuit zijn ellende roept hij tot God. En zijn wanhoopsroep klinkt in grote delen van dit Bijbelboek: hoe moet mijn aardse leven toch verder; dit kan toch zo niet langer? Nee, Job overziet Gods plan niet. Hij weet niet hoe de Here Jezus Christus precies verlossing bewerken zal.
Maar anno Domini 2022 weten we in de kerk hoe de heilshistorie verder is gegaan. De kerk van vandaag moet het op alle mogelijke manieren proclameren: de almachtige God, die boven alle problemen uittorent en van Zijn troon heel de schepping regeert houdt alles in de hand. Hij leidt de geschiedenis van deze wereld tot aan het einde van de tijd. Om weer met Hebreeën 1 te spreken: “In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden”[3].

In deze wereld is heel veel ellende. De problemen in Nederland, Europa en in heel de wereld zijn soms moeilijk oplosbaar. Ja, er zijn wantoestanden waar wij – al of niet tijdelijk – mee moeten leren leven.
En misschien hebben sommige kinderen van God wel momenten waarop zij, net als Job indertijd, zeggen: ‘Here, let maar even niet op ons. Daar wordt ’t toch niet beter van…’.
Wij allen mogen echter blijven bedenken dat tegen onze Heiland is gezegd: “Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten”.
Onze God heeft alle macht, in heel de wereld![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit de Troonrede. Deze is onder meer gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, woensdag 21 september 2022, p. 8,9. Uit Gods Woord citeer ik Job 14:4-6.
[2] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:1-3.
[3] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:10,11,12.
[4] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:13b.

6 september 2022

De heilshistorie belicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de brief aan de Hebreeën gaat het over het Hogepriesterschap van de Here Jezus.
Wij worden gemaand om ons te concentreren op Jezus, de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis. Hij is de echte Rust-brenger.
Hij is de grote Hogepriester in de hemel, die medelijden heeft met de zwakheden van de zijnen.
Hij is meer dan Aäron, de oudtestamentische hogepriester. In volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij voor onze zonden betaald.
Dat is de kern van de brief aan de Hebreeën.
En waar begint het dan mee in Hebreeën 1? Een Gereformeerde dominee vat dat hoofdstuk aldus samen: de heerlijkheid van haar Heer verplicht de gemeente om acht te slaan op Zijn Woord[1].

In de brief aan de Hebreeën wordt vaak naar het Oude Testament verwezen. De briefschrijver wil duidelijk maken: het Oude en Nieuwe Testament horen bij elkaar. In beide delen van de Bijbel wordt iets duidelijk van de manier waarop Gods heil tot stand komt. De lijn van de heilshistorie wordt scherp getrokken.

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 2. De psalmist zegt:
“Ik zal het besluit bekendmaken:
De Heere heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit”.
Door het werk van de Heilige Geest wijst de schrijver op Jezus Christus, de Heiland. De psalmist begrijpt waarschijnlijk zelf niet wat hij opschrijft. Maar het stáát er. De Heilige Geest verheldert dat Jezus Christus een grote greep heeft. Het werk van onze Heiland is wereldomvattend![2]

Laten wij elkaar wijzen op 2 Samuel 7.
De profeet Nathan moet namens de Here tegen David zeggen: “Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen. Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn”.
Uit David zal dus een complete dynastie voortkomen.
De hemelse Heer sluit een verbond.
Jezus Christus is de Zoon die uiteindelijk de grote Tempelbouwheer wordt[3].

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 97.
Wij lezen daarin:
“Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen
en zich op de afgoden beroemen.
Buig u voor Hem neer, alle goden.
Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, Heere”.
De God van hemel en aarde ontvangt alle hulde. Gezaghebbers uit de hele wereld zullen Hem bij Zijn terugkomst eerbiedig tegemoet treden. Alle machthebbers zullen het beseffen: hier is onze Meerdere[4].

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 104. Daar zingt de psalmschrijver:
“Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten,
Zijn dienaren tot vlammend vuur”.
De Koning van de kosmos heeft een heel leger van paleispersoneel dat Hem ten dienste staat![5]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 45. In dat kerklied staat:
“Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;
de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen”.
Dat kerklied bezingt de heerlijke relatie van de Gezalfde van de Here met Zijn bruid, de kerk.
Dat is ook het niveau van Hebreeën 1![6]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 102:
“Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen.
De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,
hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden”.
De aarde, en alles wat daarin en daarop woont, ontwikkelt zich voortdurend. Er worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Maar God is al volmaakt. Er valt niets meer te ontwikkelen. Er valt niets meer te verhogen. Want Hij is al de hoogste God. Hij blijft altijd op dezelfde hoogte![7]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 110.
David proclameert daar:
De Heere heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
tot een voetbank voor Uw voeten”.
En:
“De Heere is aan Uw rechterhand,
Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn”.
De Here Jezus Christus is dus de grote Overwinnaar![8]

Hebreeën 1 tekent een lijn uit. Dat is de lijn van de heilshistorie. Die heilshistorie wordt werkelijkheid. Waarom? Omdat de God van hemel en aarde almachtig en genadig is.
Dat is de achtergrond van Hebreeën 1.

Noten:
[1] In deze alinea refereer ik aan Hebreeën 3:1, Hebreeën 4:14,15 en Hebreeën 5:1-10. Verder gebruik ik https://www.christipedia.nl/wiki/Hebreeënbrief ; geraadpleegd op woensdag 31 augustus 2022. En: Ds. L. Selles (samensteller), “De brief aan de Hebreeën – schetsen voor behandeling op Gereformeerde J.V.”. – [Zaltbommel:] Nederlandse Bond van Gereformeerde J.V., z.j., p. 7,8. Van de laatstgenoemde publicatie heb ik ook verderop in dit artikel dankbaar gebruik gemaakt.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 2:7,8.
[3] In deze alinea citeer ik 2 Samuel 7:12-16.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 97:7,8.
[5] In deze alinea citeer ik Psalm 104:4.
[6] In deze alinea citeer ik Psalm 45:7,8.
[7] In deze alinea citeer ik Psalm 102:27-29.
[8] In deze alinea citeer ik Psalm 110:1 en Psalm 110:5.

Materiaal uit dit dit artikel zal, zo de Here wil, gebruikt worden in een inleiding over Hebreeën 1. De inleiding wordt gelezen tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering is gepland op woensdagavond 28 september 2022.

17 augustus 2022

Gods kracht breekt grootmachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In de kerk binden wij ons aan Gods Woord. Alles wat wij daaromheen aan normen en waarden bedenken moet op de Bijbel gefundeerd wezen. Wij leven in Gods naam. En wij staan op Gods naam. Dat is lang niet altijd meteen te zien. Maar het is een troost die kinderen van God altijd met zich mee dragen.

Er zijn in de wereld heel veel mensen die hun problemen op hun eentje willen oplossen. Wij handelen in onze eigen naam, zeggen zij. Voor hen ligt het simpel: met God kúnnen zij niet zoveel. Op deze aarde gaat het om eigen kracht en macht.
Hoe dat werkt zien wij in de wereld om ons heen. China dreigt met geweld. Want Taiwan moet worden ingelijfd, vinden Chinese leiders. Taiwan is namelijk onmisbaar voor de Chinese herrijzenis…
Dreigen zit in de zondige natuur van mensen.
We redden onszelf wel, is het parool. En als dat niet lukt? Dan dreigen we met demonstraties, met geweld en wat daar verder volgt[1].

Wat die zelfredzaamheid betreft is er weinig nieuws onder de zon. Gods volk wil dat in Jesaja 30 al. Een bondgenootschap met Egypte, dat is je ware.
Bescherming van de farao, daarmee schiet je een heel eind op.
Welnu, zegt God, die Egyptische macht zal u echt niet helpen. Als het er op aan komt zal Egypte helemaal niets doen. Het zal blijken dat die vriendschap met Egypte niet veel voorstelt. Dat alles loopt op een teleurstelling uit. Uiteindelijk komt Gods volk totaal voor schut te staan. Het volk wordt zogezegd de risee van de wereld.

Als er Iemand teleurgesteld wordt, dan is het God wel. Want het door Hem uitgekozen volk volk wil namelijk niet naar Hem luisteren. ‘Stoor ons niet met die vrome woorden’, roept men in koor uit.
Daarom laat de hemelse God een waarschuwing uit gaan. ‘Mensen, dit wordt jullie dood! Vertrouw toch niet op onderdrukking en bedrog! Dat zondige gedoe kan Ik wel vergelijken met een muur. En Ik u vertellen dat die muur volledig zal instorten’.
Gods volk lacht er wat om. Zij hebben toch snelle paarden? Nou dan! Dan zijn al lang achter de horizon verdwenen als die muur een puinhoop wordt…
Maar Gods alarmsignaal is duidelijk: als er maar een stuk of wat vijanden in de buurt komen, slaat het complete volk in paniek op de vlucht. Wegwezen! Zo snel mogelijk!
En die stoere praat? Daar hoort niemand meer iets van.
Wat doet de wereld?
Die kijkt toe en schudt het hoofd…
In Jesaja 30 klinkt dat zo: “Duizend zullen vluchten voor het dreigen van één; voor het dreigen van vijf zult u allen op de vlucht slaan, tot u bent overgebleven als een paal op een bergtop, en als een banier op een heuvel”[2].

Is daarmee het verhaal uit?
Nee, toch niet.
Op Zijn tijd zal Hij ingrijpen!
Want in Jesaja 30 spreekt God verder. Wat zegt Hij? Dit: “En daarom wacht de Heere, opdat Hij u genadig zal zijn; en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen. Voorzeker, de Heere is een God van recht. Welzalig zijn allen die Hem verwachten”.
Die laatste woorden brengen ons in de sfeer van Psalm 2: “Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt. Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!”.
Kus de Zoon, zegt God tegen de kerk. Ons leven wordt heerlijk als wij met Hem samen leven.
In 2022 mogen en moeten wij zeggen: volg Jezus Christus, de Heiland, op Zijn weg door de wereld. Natuurlijk – de verleiding is groot om ons blind te staren op China. Wij kijken misschien ook een beetje angstig en argwanend naar andere grootmachten, zoals Rusland.
Maar we mogen er zeker van zijn: wie z’n toevlucht tot Jezus Christus neemt wordt gered. Desnoods dwars door de dood heen. Het leven met God wordt eindeloos mooi!
Wie zich dat realiseert neemt niet alleen het goede uit Gods hand aan, maar ook het kwade. Wie dat beseft slaagt erin om zonder al teveel lawaai zijn plaats in te nemen in een wereld die volop in beweging is, en waar heel wat mensen het nieuws maar niet meer volgen om niet al te zeer verontrust te worden.

Laten wij maar bidden om Gods genade.
Laten wij ons leven maar gewillig voortzetten.
Laten wij maar vertrouwen op Gods grote trouw.
Als wij op Zijn naam staan, mogen wij het weten: wat er ook gebeuren zal, met ons komt het goed!

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik: “China dreigt met geweld om Taiwan in te lijven”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 11 augustus 2022, p. 1.
[2] Jesaja 30:17.

9 augustus 2022

Welzalig is het kerkvolk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Welzalig het volk dat de Heere tot zijn God heeft,
het volk dat Hij Zich als eigendom verkozen heeft”.
Aldus Psalm 33.
Even verderop in die psalm staat:
“Zie, het oog van de Heere is over wie Hem vrezen,
op hen die op Zijn goedertierenheid hopen,
om hun ziel te redden van de dood
en hen in het leven te behouden, wanneer er honger is”.
Dat zijn nog ês troostrijke woorden voor het kerkvolk!
Mensen die door God zijn uitgekozen zijn altijd en overal beschermd. Niets kan ons deren.
De God van het verbond houdt altijd het oog op ons. Hij houdt ons de gaten. Hij is voortdurend bij ons. Wij leven met Hem in een prachtige leefgemeenschap. Een Verbondsgemeenschap. Wat is dat? Het Gereformeerde formulier voor de doop omschrijft die zo: “de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[1].   

Psalm 33 bezingt Gods almacht.
Een paar woorden waren genoeg om de aarde te scheppen, compleet met alles wat daarop en daarin is.
Hoe groots en krachtig menselijk spreken en handelen ook is, onze God was en is altijd groter. En dat zal ook altijd zo blijven. Dat wil niet zeggen dat God altijd ingrijpt op de manier die mensen zouden wensen. Maar het is duidelijk dat de hemelse God de Zijnen verlossing aanbiedt.

De volksgenoten van die natie bevinden zich overal ter wereld. Mensen uit verschillende culturen, die verschillende talen spreken, behoren bij dat volk dat God zich verkiest. Hij zorgt er Zelf voor dat mensen bij Hem komen. Psalm 65 spreekt daar ook van:
“Welzalig is hij die U verkiest en doet naderen,
die mag wonen in Uw voorhoven;
wij worden verzadigd met het goede van Uw huis,
met het heilige van Uw paleis”.
Iemand schreef eens: “God kiest ons voor Zich uit opdat geen ander ons zou kiezen. Dat is werkelijk de troost van de verkiezing. Het hangt uiteindelijk niet van mijn keus af maar van Gods keus. Ik kan zo vaak de draad van het geloof niet in mijn handen vasthouden, het slipt er soms doorheen, maar in Gods hand is die draad veilig en vast!”. Ja, zo is het[2].

De alziende God houdt Zijn welwillende en vriendelijke blik op ons gericht. De Christelijke Gereformeerde professor W.H. Velema (1929-2019) schreef daarover: “Gods ogen spreken de taal van Zijn hart, zowel in ontferming als in boosheid over zonden van mensen. Wat een voorrecht dat God ons in de Bijbel getekend wordt als de God met een gezicht. Dat wil zeggen dat Hij ogen, oren en een mond heeft. Op tal van plaatsen lezen we dat God ziet, luistert en spreekt. Hij is de levende God, wat uitkomt in Zijn blik en in Zijn aangezicht”.
Professor Velema spoorde zijn lezers aan “om te bedenken en te betrachten dat we ook in onze blik beeld van God mogen zijn. Dat wil zeggen, mogen weerspiegelen wat Hij met Zijn oog tot ons zegt. Dat kan alleen door de Heilige Geest. Zo hebben we aan de psychologie van de blik een hogere dimensie ontdekt”[3].     

“Zie, het oog van de Heere is over wie Hem vrezen”, zingt Psalm 33.
Wij moeten de God die ons redding geeft eerbiedigen.
Wij behoren Zijn leiding in ons leven te respecteren.
Het is onze taak Hem te aanbidden. Niet alleen in ons gebed, maar ook in de kwaliteit van ons werk en de liefde voor onze naasten. Daarbij kunnen wij niet volstaan met half werk.
Heel veel wereldburgers denken dat dat laatste best kan.
Wilt u daarvan een voorbeeld? Vooruit dan.
Neem nu CDA-politicus Pieter Heerma. In het Reformatorisch Dagblad memoreerde hij onlangs dat hij ten strijde trekt tegen de doorgeslagen individualisering. “Als je alles relativeert, eindig je in procespolitiek die alleen uitgaat van het nut. Ik heb een natuurlijke neiging tot agnostiek, het niet weten of er een hogere macht bestaat. Ik hoop dat onze lieve Heer me dat vergeeft. De afgelopen jaren ben ik wel religieuzer geworden. (…) Ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik sluit niet uit dat ik ooit weer in de kerk beland. Het is een zoektocht”.
Die natuurlijke neiging tot agnostiek hebben alle mensen.
Een lied als Psalm 33 wijst ons echter met nadruk op de Verbondsgemeenschap met God. En nee, dat is geen leefgemeenschap waar wij naar believen naar binnen en naar buiten kunnen lopen. Als er één ding in de drieëndertigste psalm duidelijk wordt is het dat wel[4].

Noten:
[1] Uit Psalm 33 citeer ik de verzen 12,18 en 19.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 65:5. Verder citeer ik uit: M.J. Middelkoop, “Een gelukwens van hoger hand”. In: Alle den volcke – blad van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) –, zondag 1 september 1991, p. 3.
[3] Dit citaat komt uit: W.H. Velema, “Psychologie van de blik”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 25 september 1999, p. 24.
[4] In deze alinea citeer ik uit: “C.S. Lewis inspiratiebron voor Heerma”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 3 augustus 2022, p. 24,25.

18 juli 2022

Lichtende sterren loven Hem

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

God is groot!
Deze lof op de Heer van hemel en aarde past in deze tijd.
Waarom?
“Ruimtevaartorganisatie NASA heeft een eerste kleurenafbeelding getoond die de nieuwe James Webb-ruimtetelescoop van de kosmos heeft gemaakt. Het gaat om het ‘diepste en scherpste infraroodkijkje’ in het universum ooit”.
“Op de foto staan op de voorgrond een aantal sterren uit ons eigen melkwegstelsel. Door de lange opname is daarnaast veel verder te kijken, tot 13 miljard jaar terug in de tijd. Het sterrenstelselcluster op de voorgrond, SMACS 0723, is op de lang belichte opname gedetailleerd scherp in beeld gebracht. Te zien is hoe het cluster van sterrenstelsels er 4,6 miljard jaar geleden uitzag.
De Amerikaanse president Biden zag de afbeelding als eerste op een briefing in het Witte Huis. ‘Het is een raam naar de geschiedenis van ons universum’, reageerde Biden. ‘En vandaag zien we een eerste glimp licht door dat raam naar binnen schijnen. Licht uit andere werelden, van sterren ver weg van de onze’”[1][2].

God is groot!
Wat heeft Hij aan veel wetenschappers geweldige mogelijkheden en enorme kennis gegeven!

Echter – Gereformeerde mensen steigeren bij het horen van al die miljarden.
Terugkijken tot 13 miljard jaar terug?
Een cluster van sterrenstelsels van 4,6 miljard jaar geleden?
Wat moeten wij van die dingen denken?

Dr. Jason Lisle, een christelijke astrofysicus die onderzoek doet naar kwesties met betrekking tot de wetenschap en het christelijk geloof, schreef in 2018 onder meer het volgende.
“Christenen zijn soms terughoudend om de ouderdom van het universum te bespreken. De Bijbel zegt dat God in zes dagen schiep, en de geslachtsregisters geven duidelijk aan dat dit slechts enkele duizenden jaren geleden plaatsvond. Maar sommige mensen redeneren: ‘Heeft de wetenschap niet aangetoond dat het miljarden jaren zou duren voordat het licht van de verste sterrenstelsels de aarde zou bereiken? Weerlegt dit niet het verhaal van Genesis of dwingt het ons de woorden anders te interpreteren?’ Helemaal niet”.
Waarom niet?
Dr. Lisle schreef:
“Er zijn verschillende bekende manieren waardoor licht grote afstanden kan afleggen in een relatief korte tijd. Einstein vertelt ons zelfs dat, als een persoon met de snelheid van het licht kon reizen, de reis volledig ogenblikkelijk zou zijn (vanuit zijn of haar gezichtspunt). Het kost letterlijk geen tijd om van een ver melkwegstelsel naar de aarde te reizen voor zover het licht betreft”.
En:
“Veelbelovend is misschien een nieuwer model dat een alternatieve manier gebruikt om twee klokken te synchroniseren die ver uit elkaar liggen. Net zoals een vliegtuig Kentucky om 04.00 uur kan verlaten en om 04.00 uur in Colorado aankomt vanwege verschillende tijdzones, zo zou sterrenlicht op aarde op Dag Vier kunnen aan kunnen komen, ongeacht hoe ver weg de ster verwijderd is. We moeten ook beseffen dat God niet, zoals wij, beperkt is tot huidige natuurlijke methoden”.
En:
“Ironisch genoeg heeft het op dit moment gangbare seculiere alternatief voor de Bijbel -de oerknal- een eigen probleem met de licht-reistijd. Dat staat bekend als het ‘horizonprobleem’. De oerknal kan het licht niet van de ene kant van het universum naar de andere kant krijgen binnen zijn eigen miljardenjaren-tijd”

Het moge duidelijk zijn dat we ons niet met de snelheid van het licht omver moeten laten praten als het over die miljarden jaren gaat[3].

Gods Woord meldt ons in Genesis 1 eenvoudig: “En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren. En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was”.
God geeft ons een indrukwekkend licht, om ermee te werken en ervan te genieten[4].

De bekende reformator Johannes Calvijn noteert daar bij: “De sterrenkunde is niet alleen een aangename wetenschap, maar ook bijzonder nuttig, en het kan niet worden ontkend, of die kunst ontvouwt Gods bewonderenswaardige wijsheid. Daarom moeten de mensen die hierin nuttig werk verrichten niet alleen geprezen worden, maar zij die tijd en bekwaamheid hebben, mogen zich hieraan niet onttrekken”.
Calvijn nodigt ons dus uit om de hemellichamen via de natuurwetenschap te onderzoeken.
Dat onderzoek brengt ons, als het goed is, tot verwondering en bewondering[5].

Terecht zegt sterrenkundige professor dr. Falcke over de foto: “Het is knap werk, maar voor mij laat het vooral zien hoe groot de Schepper is. Wie niet gelooft, zal misschien ook ontzag voelen, maar bij mij komt dat ontzag voort uit het geloof. Het is bijzonder waar wij als kleine mensen toe in staat zijn, hoeveel ambacht en creativiteit er achter deze foto schuilgaat. Deze foto van een deel van de schepping laat zien dat God nog veel groter is dan alles wat wij in beeld kunnen brengen”[6].

De sterren zijn er ten behoeve van de aarde en haar bewoners. God schenkt ze ons. Het zijn cadeaus van Hem. En de bedoeling van die geschenken is dat wij steeds weer een heel goede reden hebben om Hem te eren.
De mensen van 2022 kijken met open mond naar een geweldige foto.
Wat komt er veel moois tevoorschijn!
Nog even en de mensen gaan de sterren prijzen… Maar dat moeten Gereformeerden vooral niet doen. Laten wij elkaar wijzen op Deuteronomium 4: “Wees ervoor op uw hoede dat u uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren ziet, heel het leger aan de hemel, en u laat verleiden om u voor hen neer te buigen en hen te dienen. De HEERE, uw God, heeft hen aan al de volken onder de hele hemel toebedeeld, maar ú heeft de HEERE genomen en uit de ijzeroven, uit Egypte geleid, om voor Hem tot een erfvolk te zijn, zoals het op deze dag is”. Met andere woorden: de sterren zijn er voor iedereen; maar de Here heeft Israël uitgekozen om Zijn volk te zijn. Of ook: de wereld kijkt met verbijstering naar een prachtige foto, waarachter van alles schuilgaat; maar in de kerk verzamelt de Schepper van hemel en aarde de mensen die Hij uitgekozen heeft om eeuwig voor Hem te leven[7].

Dat alles behoren volgelingen van Christus te bedenken als zij naar foto’s van sterren kijken!

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 148:3: “Loof Hem, zon en maan, / loof Hem, alle lichtende sterren”.
[2] De citaten in deze alinea komen van https://nos.nl/artikel/2436322-eerste-beeld-james-webb-ruimtetelescoop-geeft-scherpe-nieuwe-kijk-op-heelal ; dit bericht werd gepubliceerd op 12 juli 2022 en door mij geraadpleegd op woensdag 13 juli 2022.
[3] De citaten uit het artikel van dr. Jason Lisle komen van https://logos.nl/basisprincipe-5-ver-sterrenlicht/ . Meer informatie over dr. Lisle is te vinden op https://biblicalscienceinstitute.com/dr-lisle/ . Beide websites raadpleegde ik op woensdag 13 juli 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Genesis 1:16-18.
[5] In deze alinea citeer ik uit: dr.ir. Jan van der Graaf, “Natuurwetenschap is een gave van de Schepper”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 november 2017, p. 6.
[6] In deze alinea citeer ik uit: “Een overweldigende foto”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 13 juli 2022, p. 6.
[7] In deze alinea citeer ik Deuteronomium 4:19,20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.