gereformeerd leven in nederland

10 mei 2019

Kijk verder dan het nieuws

In dit artikel gaan we eerst terug naar het begin van de wereld.

Laten we elkaar wijzen op drie Schriftwoorden waarin het over dat begin gaat.
Genesis 1:
“In het begin schiep God de hemel en de aarde”[1].
Genesis 10:
“Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear”[2].
Genesis 11:
“…en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn”[3].

Voor een goed begrip: in Genesis 10 lezen we over Nimrod, “een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE”[4].Nimrod wil koning wezen, hij stoort zich aan God noch gebod.
In Genesis 11 zien we hoe de Machthebber van de wereld heel dat menselijke bolwerk met een paar maatregelen afbreekt.
Nimrod – die naam betekent: “wij willen weerspannig zijn, wij nemen het niet langer, wij willen de bestaande orde omkeren”.
Dat is het levensprogramma van goddeloze mensen.
Zulke mensen menen zelf voor de verlossing van het leven te moeten zorgen.
Nimrod wordt later spreekwoordelijk. De profeet Micha spreekt over hem: “Zij zullen het land van Assur weiden met het ​zwaard, het land van Nimrod met getrokken ​zwaarden. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer die in ons land zal komen en wanneer die ons gebied zal betreden”[5].
De jagerscapaciteiten van Nimrod staan tegenover Gods levensgarantie. Nee, Nimrod heeft niets met God.

En wat gebeurt er in Genesis 11?
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee T. Dekker (1930-1993) zei daarover eens: de Here zet het mes “in die eenheid van taal en spraak; als het mes van een chirurg, die precies de plek vindt: daar moet ik wezen om de ziekte tot staan te brengen. Laat ons nederdalen, zegt de HERE, en daar hun spraak verwarren, zodat ze elkaars taal niet verstaan. En dat is inderdaad de maatregel die afdoende is voor dat moment. Want nu kunnen ze niet meer verder. Als de communicatie weg is, dan loopt alles in het honderd en je krijgt alleen maar ruzie en ellende. En zo wordt het werk gestaakt”[6].

De lijnen van de volkengeschiedenis worden uit elkaar gebogen. De Here maakt ruimte voor Zijn eigen volk. Hij zet, om zo te zeggen, de Oudtestamentische burgers van Zijn Koninkrijk apart. Dat volk draagt, door de eeuwen heen, een belofte mee!

Hoe dat alles zij – meteen vanaf het begin is het duidelijk dat Gods macht en menselijke kracht scherp tegenover elkaar staan.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant B. van Zuijlekom sr. (1931-2003) zei in een preek eens: “…de Geest der profetie bindt het ons vanuit Genesis 10 op het hart vandaag: dit ene is slechts belangrijk: wij zullen zien, niet op de geweldige prestaties van Nimrod eertijds, van de revolutie-bouwers vandaag, maar wij zullen ons oog en ons hart richten op Christus Jezus”[7].
De reeds genoemde dominee Dekker zei: die belofte is “de komende Christus zelf, als in een moederschoot geborgen, totdat de tijden vervuld worden en Hij in de wereld komt, om te lijden, te sterven, op te staan. Dit bereikt God, dat Hij een weg opent en baant naar Bethlehem en naar Golgotha”.
En wij weten het: de Heiland heeft betaald voor al onze zonden. Hij heeft het perspectief op de toekomst geopend!

Steeds weer zien wij hoe mensen de macht in eigen hand willen nemen.
Recente voorbeelden zijn de moorden op “een vrouw van 63 en een man van 68 uit Heerlen. Volgens de politie zijn zij allebei door geweld om het leven gekomen. De politie zegt dat er nog wordt onderzocht of er een relatie was tussen de twee”[8].
En de moord op de Belgische studente Julie van Espen: “De man die vastzit op verdenking van moord op de Belgische studente Julie van Espen heeft bekend. Dat heeft het parket Antwerpen bevestigd. Tv-zender VTM meldt dat de man, de 39-jarige Steve B., heeft geprobeerd haar te verkrachten. De vrouw zou zich hevig hebben verzet, waarna hij haar heeft gedood”[9].

Het nieuws is vol van geweld, van criminaliteit, van dood en verderf.

Maar daar moeten Gereformeerde mensen zich niet op verkijken.
Zij moeten niet alleen maar letten op Heerlen. Of op Antwerpen.

Zij dienen zich, als het puntje bij het paaltje komt, te concentreren op een andere stad. Die stad in Openbaring 21: “En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het ​heilige​ ​Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen ​jaspis. Zij had een grote en hoge ​muur​ met twaalf ​poorten, en bij die ​poorten​ twaalf ​engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de ​twaalf stammen​ van de Israëlieten. Drie ​poorten​ op het oosten, drie ​poorten​ op het noorden, drie ​poorten​ op het zuiden, en drie ​poorten​ op het westen. En de ​muur​ van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf ​apostelen​ van het Lam”[10].

Wij moeten, kortom, niet bij het begin blijven staan. Wees vooral ook attent op het einde van de wereld.
Want dan komt er een nieuwe eenheid. Een eenheid die niemand meer verbreken kan.

En waar zien wij vandaag het begin van die eenheid?
Antwoord: in de kerk.
De wereld is vol verderf. Verdorvenheid vreet zich een weg tot in de uithoeken van de aarde. En soms komt dat verderf dichtbij. Dan wordt de verdorvenheid uitvergroot.
Bijvoorbeeld in Heerlen.
Of in Antwerpen.
We kijken er naar. En we mompelen: de wereld hólt achteruit…
Fout!
Paulus schrijft in Romeinen 10: “Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden”[11].
De Here brengt Zijn kinderen bij elkaar.
Nee, dat staat niet in De Telegraaf.
Er komt geen reportage in het NOS-journaal.
Kijk verder dan het nieuws!
Ook al schieten misdadigers mensen overhoop… – Gods werk gaat door.
Ook al worden jonge mensen zomaar gedood… – God blijft bezig om Zijn woonplaats vol te maken, met al Zijn kinderen.
Zo verzinkt Nimrod in het niet.
Zo wordt Babel een machteloos gedoetje.
En Christus prent het ons in Openbaring 22 in: “Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste”[12].
Hij is het Begin.
En Hij is het einde.
Tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Genesis 1:1.
[2] Genesis 10:10.
[3] Genesis 11:6.
[4] Genesis 10:9.
[5] Micha 5:5.
[6] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 11:1-9. De preek werd in 1965 geschreven.
[7] Dit citaat komt uit een preek over Genesis 10:8-12. De preek is gedateerd op 12 december 1970.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283714-lichamen-brunssummerheide-van-zestigers-uit-heerlen.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[9] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2283541-verdachte-bekent-moord-op-belgische-studente-julie.html ; geraadpleegd op woensdag 8 mei 2019.
[10] Openbaring 21:10-14.
[11] Romeinen 10:11, 12 en 13.
[12] Openbaring 22:13.

14 maart 2019

Prachtig ornament van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De Here is ​Koning.
Met majesteit heeft Hij Zich bekleed;
de Here heeft Zich bekleed,
Hij heeft Zich met kracht omgord.
Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet”.

Hierboven staan de eerste woorden van Psalm 93[1].
Dat zijn voor de kerk troostwoorden. Wat er ook in de wereld gebeurt, de schepping eindigt niet in een ruïne. Nooit!

Het is belangrijk om die geloofskennis met grote regelmaat op deze weblog te verwoorden.
Immers – wat zijn er veel groepen en genootschappen die zich ‘kerk’ noemen!
Immers – wat is er veel frustratie en protest, ook op het kerkplein!

Psalm 93 zegt:
“Uw ​troon​ staat vast van oudsher,
van eeuwigheid zijt Gij”[2].

Psalm 93 brengt ons, naar we mogen hopen, tot het besef dat de God van hemel en aarde er altijd is. In het verleden, in het heden en zeker ook in de toekomst.
Dat is een les voor kerkmensen in de eenentwintigste eeuw.

Want hoe gaat dat tegenwoordig maar al te vaak?
Er gebeurt iets in de kerk dat sommigen niet zint. Er worden, naar hun inzicht, verkeerde besluiten genomen. Naar hun waarneming zijn verkeerde tendensen te zien.
En dan…
Dan splitsen een aantal gelijkgezinden zich af – zij maken een nieuw begin.
Zij gaan vervolgens het bestaan van ‘hun kerk’ ijverig rechtvaardigen.
En hoe doen zij dat? Antwoord: zij zetten zich af tegen de kerk.
Want daar is alles fout. Hij of zij deugt niet. Die of die ontwikkeling is helemaal fout.
Die gelijkgezinden lanceren een website. Tegenwoordig is dat tamelijk makkelijk. Zij kunnen met gemak laten zien wat er allemaal fout gaat. Zij kunnen aantonen dat men daar totaal op het verkeerde spoor zit.
Met andere woorden –
zij grossieren in negativiteit
in het aanwijzen van permanente imperfectie
in het benoemen van gebreken en tekortkomingen
in het opsommen van mankementen en onvolkomenheden.

Te midden van al die opschudding is de Here “geweldig in den hoge”[3].
Hij torent boven alles uit.
Hij ziet het gekrioel in kerkelijk Nederland. Hij hoort het eindeloos gepalaver. Hij weet welke oeverloze discussies er worden gevoerd.
In Psalm 93 wordt gewezen op de geluiden in en op de zee. De zee is nooit helemaal stil. Er is, om zo te zeggen, altijd wat te beleven. In dichterlijke taal klinkt dat zo:
“Stromen verheffen, o Here,
stromen verheffen hun stem,
stromen verheffen hun bruisen”[4].
Maar de Koning staat daarboven.
Hij is, om zo te zeggen, alles omvattend aanwezig.

Let er intussen op – er staat:
“Met majesteit heeft Hij Zich bekleed;
de Here heeft Zich bekleed,
Hij heeft Zich met kracht omgord”.
Dus – dat heeft Hijzelf gedaan. En waarom? Omdat er niemand boven Hem staat. Helemaal niemand. Er gaat niets boven God!
Hij is volop actief.
Positief present.
De Schepper van hemel en aarde is eeuwig en altijd in vol bedrijf.

En alleen daarom al moeten wij in de kerk ook altijd de positieve insteek kiezen.
Wij moeten niet vertellen hoe het niet moet.
Wij moeten in al ons doen en laten aantonen wat er wel gedaan dient te worden.

Psalm 93 zegt daarover:
“Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar,
de ​heiligheid​ is uw ​huis​ tot ​sieraad,
o Here, tot in lengte van dagen”[5].

In deze dolgedraaide wereld moeten wij blijven zeggen: de Bijbel staat recht overeind.
Gods Woord bepaalt onze normen en waarden, ook anno Domini 2019.
Gods Woord moeten we blijven naspreken. Onze belijdenisgeschriften helpen ons daarbij.

Maar wat betekent ‘de ​heiligheid​ is uw ​huis​ tot ​sieraad’ precies?

Heiligheid
– dat wil volgens Exodus 15 zeggen:
“Wie is als Gij, onder de ​goden, Here,
wie is als Gij, heerlijk in ​heiligheid,
vreselijk in roemrijke daden,
wonderbaar in uw doen?”[6].
De hemelse God is, om het zo uit te drukken, van de buitencategorie. Hij staat aan de top. Hij is een klasse apart. Hij is onvergelijkbaar goed.

Uw huis
– de Statenvertaling tekent daarbij aan: “Versta hier niet zozeer het uiterlijk gebouw des tempels of des tabernakels, als de levende stenen, te weten de gelovigen, die de ware kerk Gods zijn”.
Gods kinderen nemen in die ware kerk hun plaats in.
Ware kerk, wat betekent die term ook al weer? De Nederlandse Geloofsbelijdenis legt het uit: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden”[7].

Sieraad
– De Statenvertaling schrijft erbij: “Te weten, waarmede Gij uwe kinderen heiligt en versiert”. Dus: Gods heiligheid is het luisterrijke ornament van de kerk. Gods heiligheid is het juweel van Gods kinderen[8].

Aldus komen we in de sfeer waarin 1 Petrus 2 naadloos past: “…laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een ​heilig​ priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[9].
Kortom – in de gewone dingen van het leven moeten Gods kinderen zich altijd afvragen of zij bruikbaar en aangenaam werkmateriaal zijn voor de Koning van de kosmos.

En eigenlijk is dat helemaal geen nieuws.
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee B. Holwerda zei het al, toen hij op zondag 29 juli 1945 preekte over Psalm 93. Dat was dus vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Laat ik met Holwerda’s formuleringen dit artikel mogen besluiten.
Ik citeer:
“Wat is het gebod in de kerk? Eenheidsstreven? O nee, doe wat recht is voor de Here. Niet de grootte van de kerk is beslissend, maar haar heiligheid. In de politiek en vakorganisatie: eenheid? Een breed verband, om ons te laten gelden? De heiligheid is uw huis tot sieraad.
Heiligheid, juist dan als de wereld op de kop staat en een vloedgolf ons dreigt mee te sleuren. Politiek bereiken we wat, niet als we een breed blok krijgen op brede basis, doch als we de heiligheid van de tempel bewaren. En sociaal al evenzo: de grote organisatie doet het niet, God draagt ons door de stormen heen en over de vloeden heen. Voor ons is er maar één ding: de tempel van God is eeuwig onaantastbaar, wij hebben die slechts heilig te houden.
Nu komt de zelfbeproeving: gelooft u dat Gods getuigenissen getrouw zijn? Durft u het vandaag aan, ook in deze wereld, met het Woord alleen?
Nu komt de zelfbeproeving: wat is de eis van het ogenblik? Machtsvorming, eenheid, of zegt u ook nu nog en op elk terrein nog: de heiligheid is uw huis tot sieraad?
Want alleen wie het laatste belijdt en aan de heiligheid zich verpandt, die heeft de stijl van Gods scheppingsweek vastgehouden. Die zingt ook in de onrust van deze tijd het lied van de voorsabbat: de Here is Koning. Uw troon is van eeuwigheid en tot eeuwigheid”[10].

Noten:
[1] Psalm 93:1.
[2] Psalm 93:2.
[3] Psalm 93:4 b.
[4] Psalm 93:3.
[5] Psalm 93:5.
[6] Exodus 15:11.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[8] Geciteerd van https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Ps93.htm ; geraadpleegd op dinsdag 12 maart 2019.
[9] 1 Petrus 2:5.
[10] De preek over Psalm 93 heeft als thema en verdeling:
De belijdenis van het Koninkrijk van God in deze wereld.
Deze belijdenis houdt in:
de erkenning van:
1. De grondslag van het Koninkrijk van God in de schepping
2. De voortgang van het Koninkrijk van God in de geschiedenis
3. De zegepraal van het Koninkrijk van God in de voleinding.

6 maart 2019

Afweersystemen afgeschaft

Met onze privacy is het, naar men zegt, niet al te best gesteld. De regels daaromtrent worden op grote schaal geschonden. Dat gebeurt in allerlei situaties, maar zeker op het internet.
De NOS meldde onlangs: “Heb je weleens het idee dat je telefoon meer over je weet dan jijzelf? Daar is een verklaring voor: honderden websites volgen je surfgedrag, ook als je cookie-pop-ups op websites negeert.
Daardoor weten advertentiebedrijven waarin jij geïnteresseerd bent. Ruim 1300 websites werken daaraan mee, zonder dat je toestemming hebt gegeven, blijkt uit onderzoek van de NOS”[1].

Het zou ons kunnen beangstigen: wat weten de mensen van mij?
We kunnen ons afvragen: welke geheimen geef ik ongewild prijs?

Nu het over deze vragen gaat kunnen we elkaar wijzen op Openbaring 5.
“En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.
En Het kwam, en heeft de ​boekrol​ genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. En toen Het de ​boekrol​ genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de ​gebeden​ van de ​heiligen. En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
En ik zag, en hoorde een geluid van vele ​engelen​ rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen. En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging. En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid”[2].

Wat staat er op die boekrol?
Niemand die het precies weet.
Het lijkt erop dat in die boekrol het verloop van de wereldgeschiedenis beschreven staat.
Misschien is in die boekrol het heilsplan van God gedefinieerd.
Misschien is er een paragraaf over de verlossing.
Misschien is er een hoofdstuk over het gericht.

Een exegeet noteert: “Boeken hadden destijds de vorm van opgerolde vellen papyrus of perkament, die normaal slechts aan één kant beschreven werden. Op een dichtgerold boek konden stukjes klei of was gedrukt worden, waardoor het boek alleen nog kon worden gelezen nadat eerst deze zegels waren ‘verbroken’. Een verzegelde boekrol zoals de Here God in Zijn hand houdt, was dus onleesbaar (…). Het zevental van de zegels symboliseert de ontoegankelijkheid van de woorden van deze rol. Niemand kan de inhoud lezen of er ook maar iets aan toevoegen of veranderen”[3].
Eén moment zou men kunnen denken: de privacy is hier prima gewaarborgd.

En dan…
Dan doet het Lam enkele stappen naar voren.
Jezus Christus neemt de boekrol aan. En jazeker, Hij blijkt het recht te hebben om er in te gaan zitten lezen. Waarom? Omdat Hij mensen gekocht heeft. Met Zijn bloed heeft Hij uitgekozen mensen tot Zijn eigendom gemaakt.

En laten we ’t maar ronduit toegeven – met de privacy van die uitgekozen mensen is het vanaf nu gedaan. Er is geen centimeter van het leven van de uitgekozen mensen dat de Here Jezus Christus, onze Heiland, niet kent. Kortom, de privacy is ver te zoeken.

De Heiland gaat het op de boekrol geschrevene overigens niet voorlezen.
Nee, er gaan allerlei dingen gebeuren.
De wereldgeschiedenis gaat naar een eeuwigdurend hoogtepunt. Alles en iedereen gaat de God van hemel en aarde de eer geven die Hem toekomt.

En hoe zit het dan met de privacy?
Die is niet meer aan de orde.
Het belang van privacy en allerlei wetgeving daarom heen schrompelt weg. Het verdwijnt zogezegd als sneeuw voor de zon. Verborgen agenda’s? Die bestaan niet meer. Activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen? Niemand heeft het er meer over. Want alles en iedereen baadt in Gods licht.

Wat is de situatie anno Domini 2019 in Nederland?
Allerwegen wordt men geconfronteerd met privacyregels.
En dat is soms knap lastig.
Schrijver dezes kan zich maar moeilijk onttrekken aan het idee dat dat het belang ervan met een zekere regelmaat schromelijk overdreven wordt.
Daarbij lijkt op de achtergrond de factor van de angst een niet te onderschatten rol te spelen. Voor je ’t weet doen mensen elkaar allerlei dingen aan. Men bijt elkaar. Men scheldt elkaar uit. Men beschiet elkaar – soms letterlijk. Voor een moord schrikt men niet terug.
In die situatie gaat privacywetgeving als een afweersysteem functioneren.
Zo van: blijf van mij af!
Zo van: dit wil ik niet!
Zo van: ik wil niet onverhoeds overal in meegesleept worden!
In deftige taal heet dat: “Het kabinet wil dat burgers meer eigen regie krijgen op persoonsgegevens”[4].

In Openbaring 5 zijn agressie en ellende uit de wereld.
In Openbaring 5 zijn alle meningsverschillen verdwenen.
Alles en iedereen is het erover eens: de Heiland verdient het om altijd vanuit de grond van het hart bedankt te worden.
Alles en iedereen is het erover eens: de Heiland verdient het om altijd geëerd en toegejuicht te worden.
Alles en iedereen is het erover eens: de Heiland verdient het om altijd te gloriëren.
Alles en iedereen is het erover eens: de Heiland heeft een grote regeerkracht, tot in lengte van dagen.

Privacy – er wordt over gepraat tot u er bijkans tureluurs van wordt.
En soms denken we wellicht: wordt er niet erg veel kouwe drukte over gemaakt?
Openbaring 5 biedt troost.
Er komt een tijd dat privacywetgeving en wat daar verder volgt totaal uit de tijd is.
Afweersystemen zijn dan afgeschaft!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/op3/artikel/2273929-gevolgd-op-internet-honderden-websites-schenden-je-privacy.html ; geraadpleegd op vrijdag 1 maart 2019.
[2] Openbaring 5:6-13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 5:1-14.
[4] Geciteerd van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/privacy-en-persoonsgegevens/waarom-nieuwe-privacyregels ; geraadpleegd op vrijdag 1 maart 2019.

22 februari 2019

Victorie in de volkerenwereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Ieder die een beetje thuis is in de Bijbel, weet wel dat er een tekst in staat over zwaarden die worden omgesmeed tot ploegscharen. Bovendien – de speren zijn verdwenen; het zijn ploegscharen geworden.
Welk een vredig tafereel!
Zwaarden die niet meer nodig zijn…
Speren die overbodig werden…
Wat zou dat heerlijk wezen: een wereld zonder bommen, een wereld zonder tanks, een wereld zonder legers, een wereld zonder defensie.
Even zo goed weten we het best: dit alles is op deze aarde nog ver weg.
Wat moet je op deze aarde met die tekst over omgesmolten zwaarden en speren die nergens meer voor dienen?

Laten we een ogenblik kijken naar Jesaja 2.
Want daar gaat het over zwaarden en ploegscharen. En over speren die snoeimessen worden. Ik citeer:
“Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun ​zwaarden​ omsmeden tot ​ploegscharen en hun ​speren​ tot ​snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het ​zwaard​ opheffen. Oorlog​ voeren zullen zij niet meer leren. Huis van ​Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE”[1].

In Jesaja 1 gaat het over Gods volk.
Israël is in opstand gekomen.
Dat is ongelooflijk dom. Een koe herkent de boer die hem verzorgt. Een ezel weet welke man of vrouw zijn eigenaar is. Maar Israël? Dat volk herkent Zijn Schepper niet eens!
Israël is bij God vandaan gewandeld.
Israël heeft zonde op zonde gestapeld.
Israël trekt zich van God geen klap meer aan. Hoe hard God Zijn volk ook slaat, er is niemand die luistert. Er is niemand die begrijpt dat God Zelf ingrijpt!
Israël is, op de keper beschouwd, zwaar gewond.
Israël is weinig meer dan een verwaarloosde woestenij; land dat opnieuw ontgonnen moet worden!
Heeft Israël God dan totaal vergeten? Nou nee. De offers worden in Israël nog netjes gebracht. De godsdienst wordt nog ijverig gepraktiseerd. Maar weet u wat het is? Het gebeurt allemaal voor de vorm.
Israël is een land vol keurige kerkmensen, daar niet van. Maar intussen gaat men z’n eigen gang. En dat vinden zij zo prettig, jaja; en daarom zingen zij blij.
Intussen dendert Israël van het onrecht.
Intussen is Israël ten diepste een criminele natie geworden.
Intussen is in Israël de corruptie overal.
… Hoe moet dat verder?…
De Heer van hemel en aarde pakt de boel aan. Bloemen en bomen die er prachtig uitzien, zullen verdorren. Her en der ontstaat brand en….

En dan, in Jesaja 2, keert de Here het beeld Hoogstpersoonlijk om.
De God van hemel en aarde resideert op een hoge heuvel.
Alle volken komen naar Hem toe. Zij beseffen dat zij bij Hem moeten wezen!
De volken in de wereld zeggen ’t tegen elkaar: zorg dat je erbij komt; bij God moet je zijn.
Zij zeggen: het is gezond voor je lijf en je leden; bij God is niemand ontevreden!
Alle mensen die zich naar Gods residentie begeven, willen graag levenslessen van Hem ontvangen: welke kant moet het met ons leven op?
Wij zouden kunnen zeggen: God geeft lessen in vrede, duurzame vrede. De mensen verleren op slag om oorlog te voeren!

Zou Jesaja deze woorden overgenomen hebben van de profeet Micha?[2] Het lijkt erop. Want in Micha 4 vinden we deze profetie terug.

Hoe dat zij – Jesaja’s profetie staat in het kader van woorden uit Jesaja 5: “Daarom zal Mijn volk in ​ballingschap​ gaan: het heeft geen kennis. Zijn hooggeplaatsten zullen verhongeren, en zijn mensenmenigte zal van dorst versmachten”[3].
Jesaja zegt dus in eerste instantie: Israël zal terugkeren uit de ballingschap.
Maar Jesaja zegt ook: het recht van God gaat voor heel de wereld gelden.

Sinds Mattheüs 27 is dat ook de werkelijkheid: “En zie, het voorhangsel van de ​tempel​ scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden”[4].
De hele schepping werd er van doordrongen – er is een nieuwe start gemaakt!

In Johannes 4 zegt Jezus het ook tegen de Samaritaanse vrouw: “Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in ​Jeruzalem​ de Vader zult aanbidden”[5].
En:
“God is ​Geest​ en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in ​geest​ en waarheid”[6].
Vandaag ligt ons oriëntatiepunt ergens anders. Dat punt duidt Paulus in Galaten 4 aan: “…het ​Jeruzalem​ dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen”[7].

Nee, Jesaja 2 is – om zo te zeggen – geen Israëlitisch onderonsje.
De Heer van hemel en aarde werkt wereldwijd.
Als woordvoerder van de Machthebber van hemel en aarde zegt Jesaja in hoofdstuk 45: “Ik heb gezworen bij Mijzelf – uit Mijn mond is in ​gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren – dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren”[8].
De echo van Jesaja’s woorden kunnen we vinden in Philippenzen 2: “Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van ​Jezus​ zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader”[9].
Dat is Christus’ victorie in de volkerenwereld!

Dat is groots.
Voor mensen is dat niet te omvatten.
Mensen van 2019 geloven hooguit in meetwaardes en uitslagen, in overzichten en registers, in diagrammen en schema’s.
De Here roept Zijn kinderen op om op Hem te vertrouwen. Om het tenslotte met Jesaja 12 te zeggen: “Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is de HEERE, en Hij is mij tot heil geworden”[10].

Noten:
[1] Jesaja 2:4 en 5.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. W.G. de Vries, “Het ene Woord en de vele sekten”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1984. – tweede druk. – p. 100 en 101.
[3] Jesaja 5:13.
[4] Mattheüs 27:51.
[5] Johannes 4:21.
[6] Johannes 4:24.
[7] Galaten 4:26.
[8] Jesaja 45:23.
[9] Philippenzen 2:9, 10 en 11.
[10] Jesaja 12:2.

7 februari 2019

Als de overheid faalt…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Q-koorts, Chroom-6, aardbevingsschade, kinderpardon – wat is de overeenkomst tussen die vier begrippen?
Antwoord: ze hebben alle te maken met affaires waarbij het vertrouwen in de overheid ernstig is geschaad.

Zeker, er lopen ook veel zaken goed in Nederland. En daar hoor je zelden iets van.
Maar al was slechts de helft van alle verhalen waar, dan nog is het duidelijk: de overheid faalt op heel wat punten.

De gemiddelde burger ergert zich.
Kan dit niet beter?
Is er echt niemand, helemaal niemand, die ingrijpt?
Natuurlijk, in Nederland zijn de leefomstandigheden, in het algemeen gesproken, aangenaam. Er zijn talloze andere landen waar de burgers veel meer te verduren hebben.
Maar toch…

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Romeinen 13.
Ik citeer de inzet van dat Schriftgedeelte: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[1].

De apostel Paulus schrijft dat aan mensen die heel goed weten dat juist de overheid aldaar vaak bij de verdrukking en berechting van gelovigen betrokken is[2].
In die tijd wordt de christelijke kerk door de overheid als een Joodse sekte beschouwd. De overheid volgt het doen en laten van de kerk met argusogen!

Wie zich dat realiseert, beseft dat Paulus’ onderwijs vervreemdend werken kan.
Immers – men kan een overheid die christenen vervolgt toch niet als lichtend voorbeeld stellen?
Hoe komt Paulus erbij om dit zo op te schrijven?

Laten we bedenken dat de lessen van de apostel terug gaan op het Oude Testament.

Bijvoorbeeld op Spreuken 8:
“Door Mij regeren koningen,
verordenen vorsten ​gerechtigheid.
Door Mij heersen vorsten,
en edelen, alle rechters op aarde”[3].
De Spreukenleraar dringt er bij ons op aan om het niet te vergeten: de wereld wordt door God aangestuurd. Het is God Zelf die overheden en rechters hun plaats aanwijst. Dat besef is maar al te vaak verdwenen. Zou dat ten diepste niet de oorzaak zijn dat de overheid heden ten dage zo vaak faalt?
Laten wij elkaar vervolgens ook wijzen op Jesaja 10.
Daar gaat het over de grootmacht Assyrië.
Jesaja heeft geprofeteerd dat Assyrië onder meer de macht zal overnemen in Israël en Juda. Maar daarmee is niet alles gezegd. Zeker niet. Want Jesaja proclameert namens de Here ook: “Het zal gebeuren, zodra de Heere heel Zijn werk op de berg ​Sion​ en in ​Jeruzalem​ voltooid heeft, dat Ik de vrucht van de trots van de ​koning​ van ​Assyrië​ en de glans van zijn hooghartige oogopslag zal vergelden”[4].
Assyrië is in eerste instantie een instrument in de handen van de Here. Maar daarmee is het handelen van de grootmacht niet goedgepraat!
Jesaja verkondigt dat er van het machtsblok Assyrië uiteindelijk maar heel weinig overblijft:
“Want het Licht van Israël zal worden tot een vuur,
zijn ​Heilige​ tot een vlam,
en die zal zijn distels en zijn dorens
verbranden en verteren, in één dag.
Hij zal ook de luister van zijn wouden en zijn vruchtbare velden
vernietigen met alles wat daar leeft.
En hij zal zijn als een wegkwijnende zieke.
En het overblijfsel van de bomen in zijn bos zal te tellen zijn,
een jongen zou het aantal kunnen opschrijven”[5].
Jesaja laat het ons zien:
* soms lijkt het alsof God ver weg is
* maar dat is gezichtsbedrog: er komen andere tijden aan
* machthebbers die niet aan Gods kant staan, die zullen er van lusten; zij schrompelen weg, ze kunnen niets meer!

In Daniël 2 wordt het koning Nebukadnezar aangezegd: “U, o ​koning, bent een ​koning​ der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en ​eer​ gegeven”[6].
Maar in Daniël 4 blijkt dat de Here diezelfde koning diep kan laten vallen: “Men zal u namelijk uit de mensenwereld verstoten, en u zult uw verblijf hebben bij de dieren van het veld. Men zal u gras te eten geven, zoals aan runderen, en u zult bevochtigd worden door de dauw van de hemel. Zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil”[7].

De regering van koning Belsazar, een kleinzoon van Nebukadnezar, wordt in Daniël 5 ook te licht bevonden[8].
De Here grijpt structureel in: “In diezelfde nacht werd Belsazar, de ​koning​ van de ​Chaldeeën, gedood”[9].

Overheden die te vaak het vertrouwen schenden –
Machthebbers die niet ingrijpen, waar dat wel moet –
Politici die mooi praten, terwijl hun beleid soms onmenselijke en gevaarlijke situaties oplevert –
wij hebben er overal ter wereld mee te maken.
Mensen worden er droevig van. En wanhopig, soms. En dat is warempel ook wel te begrijpen. Er zijn momenten dat Jan-met-de-pet zou kunnen uitroepen: hoe machtiger de regeerders zijn, hoe gevoellozer zij worden.

Welnu – Paulus roept in Romeinen 13 de christenen in Rome op om verder te kijken dan hun neus lang is. Die oproep is ook vandaag actueel!
De Heilige Geest stimuleert de vromen van 2019 om niet stil te blijven staan bij Q-koorts, Chroom 6, aardbevingsschade of kinderpardon. Kijk menselijke onrechtvaardigheid voorbij! Laat de bloeddruk niet al te zeer stijgen vanwege moeilijkheden in de zorg, of bijvoorbeeld vanwege de wetteloosheid die hand over hand toe lijkt te nemen.

De Here ziet heus wel wat er gebeurt!

Als Paulus zijn betoog over de overheid als dienares van God afgesloten heeft, schrijft hij een perikoop over liefde tot de naaste.
Ik citeer: “Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen ​overspel​ plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. De ​liefde​ doet de naaste geen kwaad. Daarom is de ​liefde​ de vervulling van de wet”[10].

Laten wij het maar zonder omwegen vaststellen: die onderwerp-volgorde in Romeinen 13 is geen toeval!

Noten:
[1] Romeinen 13:1 en 2.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 13:1.
[3] Spreuken 8:15 en 16.
[4] Jesaja 10:13.
[5] Jesaja 10:17, 18 en 19.
[6] Daniël 2:37.
[7] Daniël 4:25.
[8] Daniël 5:25-28.
[9] Daniël 5:30.
[10] Romeinen 13:8, 9 en 10.

4 januari 2019

De rechtszaak in Joël 3

Zijn de woorden van God van belang voor hen die God negeren?
Antwoord: jazeker.
Met grote regelmaat komen we boodschappen tegen waarin mensen centraal staan die niets met God te maken willen hebben.
Een voorbeeld daarvan vinden we in Joël 3[1].

Uit dat hoofdstuk citeer ik het begin: “Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld”[2].

Er hangt, om zo te zeggen, een donkere wolk boven deze tekst. Men proeft een sfeer van oordeel. Van straf. Er is een atmosfeer van definitieve afrekening.

Wie is Joël eigenlijk?
Het is niet duidelijk in welke tijd deze profeet heeft gesproken. Er zijn onderzoekers die het leven van Joël dateren rond 800 jaar voor Christus[3]. Anderen denken aan de periode rond 587 voor Christus. Nóg weer anderen pleiten voor een datering rond 400 voor Christus[4].
Kortom: de geleerden zijn het er niet over eens.
We weten het niet.

Ooit werd de volgende indeling van het Bijbelboek gemaakt:
“1.
Een profetie van grote aanstaande rampen die het land bedreigen, namelijk een droogte en een sprinkhanenplaag.
2.
De profeet roept zijn landgenoten op tot bekering en zich tot God te wenden, en verzekert hen van Gods bereidheid hen te vergeven, en voorspelt het herstel van het land tot de vroegere vruchtbaarheid.
3.
Een profetie over de messias, die door Petrus in het Nieuwe Testament wordt aangehaald.
4.
Ten slotte voorzegt de profeet oordelen bestemd voor de ‘vijanden van God’”[5].

In Joël 3 wordt gesproken over de oordeelsdag. Die tijd is er nu al. Maar het loopt uit op de grote oordeelsdag.
Er is een rechtszaak gaande.

Waar vindt die rechtszaak plaats?
Daarover schreef ik enkele jaren geleden: “De rechtszaak vindt plaats in het dal van Josafat.
Waar is dat dal?
1.
Er wordt wel gezegd dat dat de Kidronvallei is. Die bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. De Kidronvallei staat doorgaans droog. In de winter zetten zware slagregens het dal onder water. Daarom legde men enkele bruggen aan. Dan kon men altijd van de ene naar de andere kant van de vallei. In Johannes 18 loopt Jezus over zo’n brug heen.
2.
Er zijn ook velen die de betekenis van ‘het dal van Josafat’ breder zien. Het dal is de geestelijke wereld, de ontmoetingsplaats van de legermachten van God en Satan. Het dal is het slagveld. Het is de sfeer van Efeziërs 6: “ Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”.
De naam ‘Josafat’ betekent: Jahweh oordeelt. Die naam is veelzeggend”[6].

De bovenbedoelde rechtszaak is door de Heer van hemel en aarde aangespannen om Zijn volk te beschermen. De bewoners van Juda en Jeruzalem zijn gevangengenomen. Ze werden notabene als slaven behandeld. Kinderen werden handelswaar. En waarom?
Enkel en alleen omdat de vijanden van God kwaliteitswijn wensten te nuttigen.
Leest u maar mee: “Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een ​hoer; zij verkochten een meisje voor ​wijn, zodat zij konden drinken”[7].
Met name de Feniciërs – de inwoners uit Tyrus en Sidon – en de Filistijnen worden aangesproken.
Niemand kan er omheen: er komt rechtsherstel voor Gods volk!

De Here is, om zo te zeggen, helemaal klaar met woelen van de volken.
Er was een tijd dat de heidenen werden ingezet om de straf over Gods volk te voltrekken.
Maar in Joël 3 staan de zaken anders.
Er komt een donkere tijd aan voor de tegenstanders van God. Want de kerkstad wordt weer een toonbeeld van vrede, van rust. Van kennis van God, ook.
Want er staat: “De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn ​heilige​ berg, woont. Jeruzalem zal een ​heiligdom​ zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken”[8].

Intussen is het wel helder: de Here God geeft een eindoordeel over de volken. Dat hoeven wij dus niet te geven. We mogen dat aan de Here overlaten
Steeds weer zien we op deze aarde de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden.
Ook vandaag doet de duivel zijn best om Gods werk af te breken. Maar door alles héén mogen we het repeteren: wij horen bij de Here; iets mooiers is er in het leven niet![9]

Joël profeteerde vele eeuwen geleden.
En je zou zeggen: wat hebben wij er vandaag aan? Antwoord: een profetie als die van Joël doet ons beseffen dat de realiteit heel anders is als die lijkt.
De wereld is vol van zucht naar macht en invloed, zucht naar geld en goed, vol van teleurstellingen en verdriet. Maar daaráchter vindt een strijd plaats, waarvan de afloop bij voorbaat reeds vaststaat. Je merkt het niet, maar onze God werkt aan een prachtige toekomst.
In Marcus 4 zegt Jezus: “Zo is het ​Koninkrijk van God: als wanneer iemand het ​zaad​ in de aarde werpt en slaapt en opstaat, nacht en dag; en het ​zaad​ ontkiemt en komt op, zonder dat hij zelf weet hoe. Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort…”[10]. We voelen het niet, maar God is actief! We ervaren het niet, maar onze God is druk bezig!

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël?[11] Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat bloed, vuur, uitlaatgassen en klimaatverandering niet voortdurend op de voorgrond behoren te staan.
Onze God staat, om zo te zeggen, in de volle breedte van het beeld. Hij is erbij! Gods Heilige Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Gods Geest leert ons de werkelijkheid anders te bekijken.
En daarom mogen wij het met Psalm 121 blijven belijden:
“Mijn hulp is van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft”[12].

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat de Here in de kerk werkt, maar zeker ook daarbuiten.
Denkt u in dit verband maar aan Jesaja 6, waar de ene engel tegen de andere roept:
“Heilig, ​heilig, ​heilig​ is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!”[13].
Heel de aarde is vol van God. Dat zien wij niet. Maar zo is het wel.

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat gelovige kerkmensen apart zijn gezet.
De Heilige Geest doordrenkt ons met Godsvrucht. Zo worden we voorbereid op een onvoorstelbaar mooie toekomst.

Joël 3 zit vol oordeel.
Jazeker.
Maar Gods kinderen worden getroost. En nee, zij worden niet panisch.
En met Openbaring 7 mogen zij zeggen: “Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[14].

Noten:
[1] De verzen in het Bijbelboek Joël worden op verschillende manieren genummerd. In sommige tekstuitgaven wordt hoofdstuk 3 daarom aangeduid als Joël 4.
[2] Joël 3:1 en 2.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Tijdtafel . Zie ook http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/J/Joël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[4] Zie bijvoorbeeld http://www.gkvzuidwoldedr.nl/preken/05-november-2014/ ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Joël_(boek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[6] Deze alinea is een bewerkt citaat mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’, hier gepubliceerd op woensdag 27 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/27/joel-3-vers-1-tot-en-met-8/ . Het citaat uit Efeziërs 6 betreft vers 12 van dat Schriftgedeelte. Dat vers werd in het oorspronkelijke artikel geciteerd uit de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951. In dit stuk wordt geciteerd uit de Herziene Statenvertaling-2010.
[7] Joël 3:3.
[8] Joël 3:16 en 17.
[9] Deze alinea is gebaseerd op een passage uit mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’. Zie verder noot 6.
[10] Marcus 4:26, 27 en 28 a.
[11] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.jaapcramer.com/preken/2018/05/20/Joel3.html ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018. Dit betreft een preek van dominee J.R. Cramer, predikant van de samenwerkingsgemeente van de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Heerde/Epe.
[12] Psalm 121:1 en 2.
[13] Jesaja 6:3.
[14] Openbaring 7:12.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.