gereformeerd leven in nederland

4 januari 2019

De rechtszaak in Joël 3

Zijn de woorden van God van belang voor hen die God negeren?
Antwoord: jazeker.
Met grote regelmaat komen we boodschappen tegen waarin mensen centraal staan die niets met God te maken willen hebben.
Een voorbeeld daarvan vinden we in Joël 3[1].

Uit dat hoofdstuk citeer ik het begin: “Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld”[2].

Er hangt, om zo te zeggen, een donkere wolk boven deze tekst. Men proeft een sfeer van oordeel. Van straf. Er is een atmosfeer van definitieve afrekening.

Wie is Joël eigenlijk?
Het is niet duidelijk in welke tijd deze profeet heeft gesproken. Er zijn onderzoekers die het leven van Joël dateren rond 800 jaar voor Christus[3]. Anderen denken aan de periode rond 587 voor Christus. Nóg weer anderen pleiten voor een datering rond 400 voor Christus[4].
Kortom: de geleerden zijn het er niet over eens.
We weten het niet.

Ooit werd de volgende indeling van het Bijbelboek gemaakt:
“1.
Een profetie van grote aanstaande rampen die het land bedreigen, namelijk een droogte en een sprinkhanenplaag.
2.
De profeet roept zijn landgenoten op tot bekering en zich tot God te wenden, en verzekert hen van Gods bereidheid hen te vergeven, en voorspelt het herstel van het land tot de vroegere vruchtbaarheid.
3.
Een profetie over de messias, die door Petrus in het Nieuwe Testament wordt aangehaald.
4.
Ten slotte voorzegt de profeet oordelen bestemd voor de ‘vijanden van God’”[5].

In Joël 3 wordt gesproken over de oordeelsdag. Die tijd is er nu al. Maar het loopt uit op de grote oordeelsdag.
Er is een rechtszaak gaande.

Waar vindt die rechtszaak plaats?
Daarover schreef ik enkele jaren geleden: “De rechtszaak vindt plaats in het dal van Josafat.
Waar is dat dal?
1.
Er wordt wel gezegd dat dat de Kidronvallei is. Die bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. De Kidronvallei staat doorgaans droog. In de winter zetten zware slagregens het dal onder water. Daarom legde men enkele bruggen aan. Dan kon men altijd van de ene naar de andere kant van de vallei. In Johannes 18 loopt Jezus over zo’n brug heen.
2.
Er zijn ook velen die de betekenis van ‘het dal van Josafat’ breder zien. Het dal is de geestelijke wereld, de ontmoetingsplaats van de legermachten van God en Satan. Het dal is het slagveld. Het is de sfeer van Efeziërs 6: “ Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”.
De naam ‘Josafat’ betekent: Jahweh oordeelt. Die naam is veelzeggend”[6].

De bovenbedoelde rechtszaak is door de Heer van hemel en aarde aangespannen om Zijn volk te beschermen. De bewoners van Juda en Jeruzalem zijn gevangengenomen. Ze werden notabene als slaven behandeld. Kinderen werden handelswaar. En waarom?
Enkel en alleen omdat de vijanden van God kwaliteitswijn wensten te nuttigen.
Leest u maar mee: “Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een ​hoer; zij verkochten een meisje voor ​wijn, zodat zij konden drinken”[7].
Met name de Feniciërs – de inwoners uit Tyrus en Sidon – en de Filistijnen worden aangesproken.
Niemand kan er omheen: er komt rechtsherstel voor Gods volk!

De Here is, om zo te zeggen, helemaal klaar met woelen van de volken.
Er was een tijd dat de heidenen werden ingezet om de straf over Gods volk te voltrekken.
Maar in Joël 3 staan de zaken anders.
Er komt een donkere tijd aan voor de tegenstanders van God. Want de kerkstad wordt weer een toonbeeld van vrede, van rust. Van kennis van God, ook.
Want er staat: “De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israëlieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn ​heilige​ berg, woont. Jeruzalem zal een ​heiligdom​ zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken”[8].

Intussen is het wel helder: de Here God geeft een eindoordeel over de volken. Dat hoeven wij dus niet te geven. We mogen dat aan de Here overlaten
Steeds weer zien we op deze aarde de aloude haat van de satan tegen God. De satan wil Gods werk vernielen. Koste wat het kost wil de duivel voorkomen dat de Here Zijn plan uitvoeren kan. De grootste haat van de satan geldt Christus: Gods tegenstander heeft altijd willen voorkomen dat Hij geboren zou worden.
Ook vandaag doet de duivel zijn best om Gods werk af te breken. Maar door alles héén mogen we het repeteren: wij horen bij de Here; iets mooiers is er in het leven niet![9]

Joël profeteerde vele eeuwen geleden.
En je zou zeggen: wat hebben wij er vandaag aan? Antwoord: een profetie als die van Joël doet ons beseffen dat de realiteit heel anders is als die lijkt.
De wereld is vol van zucht naar macht en invloed, zucht naar geld en goed, vol van teleurstellingen en verdriet. Maar daaráchter vindt een strijd plaats, waarvan de afloop bij voorbaat reeds vaststaat. Je merkt het niet, maar onze God werkt aan een prachtige toekomst.
In Marcus 4 zegt Jezus: “Zo is het ​Koninkrijk van God: als wanneer iemand het ​zaad​ in de aarde werpt en slaapt en opstaat, nacht en dag; en het ​zaad​ ontkiemt en komt op, zonder dat hij zelf weet hoe. Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort…”[10]. We voelen het niet, maar God is actief! We ervaren het niet, maar onze God is druk bezig!

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël?[11] Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat bloed, vuur, uitlaatgassen en klimaatverandering niet voortdurend op de voorgrond behoren te staan.
Onze God staat, om zo te zeggen, in de volle breedte van het beeld. Hij is erbij! Gods Heilige Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Gods Geest leert ons de werkelijkheid anders te bekijken.
En daarom mogen wij het met Psalm 121 blijven belijden:
“Mijn hulp is van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft”[12].

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat de Here in de kerk werkt, maar zeker ook daarbuiten.
Denkt u in dit verband maar aan Jesaja 6, waar de ene engel tegen de andere roept:
“Heilig, ​heilig, ​heilig​ is de HEERE van de legermachten;
heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!”[13].
Heel de aarde is vol van God. Dat zien wij niet. Maar zo is het wel.

Wat hebben wij vandaag aan de profetie van Joël? Antwoord: een profetie als deze doet ons beseffen dat gelovige kerkmensen apart zijn gezet.
De Heilige Geest doordrenkt ons met Godsvrucht. Zo worden we voorbereid op een onvoorstelbaar mooie toekomst.

Joël 3 zit vol oordeel.
Jazeker.
Maar Gods kinderen worden getroost. En nee, zij worden niet panisch.
En met Openbaring 7 mogen zij zeggen: “Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[14].

Noten:
[1] De verzen in het Bijbelboek Joël worden op verschillende manieren genummerd. In sommige tekstuitgaven wordt hoofdstuk 3 daarom aangeduid als Joël 4.
[2] Joël 3:1 en 2.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Tijdtafel . Zie ook http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/J/Joël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[4] Zie bijvoorbeeld http://www.gkvzuidwoldedr.nl/preken/05-november-2014/ ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Joël_(boek) ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018.
[6] Deze alinea is een bewerkt citaat mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’, hier gepubliceerd op woensdag 27 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/27/joel-3-vers-1-tot-en-met-8/ . Het citaat uit Efeziërs 6 betreft vers 12 van dat Schriftgedeelte. Dat vers werd in het oorspronkelijke artikel geciteerd uit de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951. In dit stuk wordt geciteerd uit de Herziene Statenvertaling-2010.
[7] Joël 3:3.
[8] Joël 3:16 en 17.
[9] Deze alinea is gebaseerd op een passage uit mijn artikel ‘Gods dreigen klinkt de volken tegen’. Zie verder noot 6.
[10] Marcus 4:26, 27 en 28 a.
[11] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.jaapcramer.com/preken/2018/05/20/Joel3.html ; geraadpleegd op zaterdag 29 december 2018. Dit betreft een preek van dominee J.R. Cramer, predikant van de samenwerkingsgemeente van de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Heerde/Epe.
[12] Psalm 121:1 en 2.
[13] Jesaja 6:3.
[14] Openbaring 7:12.

27 december 2018

God blijft aan het werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat, op de keper beschouwd, in Psalm 66 nogal tekeer.
Kijkt u maar even mee.
“Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed”[1].

Wat wil de dichter van Psalm 66 zeggen?
Zijn boodschap is: God werkt door; dat ziet u in uw eigen leven en ook in de wereldgeschiedenis.

In het Oude Testament werd de Messias aangekondigd. In het Nieuwe Testament kwam de Redder van het Leven als mens op aarde. Zijn lijden en sterven waren een betaling voor de zonden. Zijn opstanding uit de dood was een magnifiek bericht van overwinning en triomf; de dood heeft niet meer het laatste woord.
De dichter van Psalm 66 roept ons ertoe op om die daden te zien. Daar moeten we op focussen. De rest is bijzaak.

De dichter zegt: “U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert”.
Wat betekent dat?
Iemand schreef daarover: “Een zilversmid houdt een stuk zilver in het vuur en laat het warm worden. Om het zilver te reinigen, is het nodig dat het zilver in het midden van het vuur wordt gehouden, waar de vlammen het heetst zijn. Zo wordt alle vuilheid en onreinheid weggebrand.
Ziet u het voor u… God, Die ons in het vuur houdt… Niet om ons te pijnigen – hoewel het veel pijn kan doen – maar om ons te reinigen, om ons mooi, geestelijk mooi te maken.
Opmerkelijk is verder dat de zilversmid onophoudelijk voor het vuur blijft zitten en naar het zilver blijft kijken, totdat het totaal gereinigd is. Omdat, als hij maar even wegloopt of niet kijkt, het zilver net te lang in het vuur kan zijn, waardoor het niet bruikbaar meer is.
Hoe weet de zilversmid nu het juiste moment om het zilver uit het vuur te halen? Dat is heel simpel. Zodra hij zijn eigen beeld in het gesmolten zilver ziet weerspiegelen, is het zilver lang genoeg in het vuur geweest.
De Heere God kent ook u, weet dat u in het vuur bent en heeft u, als de grote Zilversmid, in Zijn handen. En Hij verlangt ernaar dat er steeds meer van Zijn beeld, van de Heere Jezus, zichtbaar wordt in ons leven”[2].

Merkt u dat? Het is eigenlijk heel schokkend – de Here laat het toe dat al die rampen van Psalm 66 het leven van Gods kinderen binnendringen. De satanische macht is op aarde nog groot!
De loutering van dat zilver is al niet gering.
Maar dan is er ook nog dat net waarin de mensen vastzitten.
En de mensen die overreden worden.
Je zou zeggen: dan ben je toch morsdood? Oftewel: dan is er toch niets meer van je over?
Psalm 66 prent ons echter in dat de werkelijkheid anders is.
De tegenspoed kan nóg zo groot zijn, de Here biedt altijd redding.
Laat ik het zo mogen zeggen: de Here probeert ons uit. Hij test ons – als ons dat onheil treft, blijven wij dan op ’s Heren macht vertrouwen, of niet?

Het is waar – de satan en het kwaad verkopen zich zo goed mogelijk. Ook heden ten dage.
De theoloog Reinier Sonneveld noemt daar in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’ een treffend voorbeeld van[3]. Dat exempel gaat over “een test waarbij proefpersonen elektrische schokken konden toedienen aan anderen die opdrachten moesten uitvoeren. Het was gelukkig in scène gezet, want er waren er die zelfs dodelijke stroomstoten toedienden. Dat deden ze omdat iemand hen onder druk zette: dit moet gebeuren, dit is wetenschappelijk verantwoord, iedereen doet het”[4]. De duivel, Gods keiharde tegenstander, weet wel hoe hij mensen beïnvloeden en sturen moet!
Welnu, Psalm 66 doordringt ons ervan dat God niet buiten al die rampspoed staat. Echter – uiteindelijk overwint Hij. Als het erop aankomt, moet de duivel inpakken en wegwezen!

Daarom kan de dichter ook zeggen:
“Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen”[5].
Eigenlijk hebben die vijanden dus helemaal geen zin om Gods oppermacht te erkennen… – maar ja, ze moeten wel.

De componist van de psalm zegt ook:
“Kom en zie Gods daden;
ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge;
zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd”[6].
De psalmdichter preludeert in die woorden op Exodus 14: “Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[7].
De God van hemel en aarde zorgt voor bevrijding. Bevrijding uit Egypte namelijk.
De God van hemel en aarde zorgt voor een entree in een nieuw vaderland. Kanaän.
Psalm 66 leert het ons: de Heer van hemel en aarde creëert een nieuw begin!

In de afgelopen Kerstdagen dachten we ook aan een nieuw begin: Jezus Christus werd geboren!
Maar wij mogen nog een nieuw begin verwachten. Het moment dat onze Zaligmaker terugkomt op de wolken namelijk.

Wij zitten midden in de feestdagen.
Kerst is net geweest, Oud & Nieuw komt er aan. En we genieten ervan. Lekker eten en veel gezelligheid – dat is heerlijk.
Maar we kunnen niet aan de ellende in onze maatschappij voorbij kijken.
Bijvoorbeeld aan het feit dat een 16-jarig meisje in Rotterdam op klaarlichte dag werd doodgeschoten. Humeyra heette dat meisje. Aan die moord op dinsdag 18 december jongstleden lagen, naar men zegt, relatieproblemen ten grondslag. We leven in een maatschappij waar dat gebeurt[8]. Nee, dat went nooit.

Iemand dichtte:
En in een tijd van jachten en jagen,
kijk je anders tegen de wereld aan,
kunnen mensen elkaar nog wel verdragen,
of moet ieder voor z’n eigen gaan.

Het vieren van kerst, zo zijn mijn gedachten,
moet altijd blijven, in elk gezin,
dit zal het harde in het leven verzachten,
dan krijgt men er weer vertrouwen in[9].

Dat is een mooie gedachte.
Maar de dichter van Psalm 66 ziet het allemaal veel groter. Want de dichter zegt:
“Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen,
laat zij voor Uw Naam psalmen zingen”[10].
Kijk, dan pas komt er echte vrede.
Laten wij daar maar om bidden. En als wij dat doen, mogen wij weten dat God niet doof is voor onze gebeden. Die ervaring heeft de maker van Psalm 66 ook:
“Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd,
Hij heeft acht geslagen op mijn luide ​gebed.
Geloofd zij God, Die mijn ​gebed​ niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden”[11].

Jazeker, soms is de nood hoog. De schrijver van Psalm 66 wist daar alles van. En wij weten het ook.
Maar laten wij het blijven beseffen: God werkt door.
En: wie tot God gaat praat nooit tegen dovemansoren!

Noten:
[1] Psalm 66:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.dirkvangenderen.nl/2016/01/29/als-zilver-in-het-vuur/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buyten & Schipperheyn Drukkerij en Uitgeversmaatschappij, 2018. – 287 p.
[4] Andries Zoutendijk, “Een rebellengroep rond een baby in een trog” – recensie van het in noot 3 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 december 2018, p. 11.
[5] Psalm 66:3.
[6] Psalm 66:5 en 7.
[7] Exodus 14:20, 21 en 22.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2264148-rouw-op-rotterdamse-school-na-moord-dit-is-ergste-wat-kan-gebeuren.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[9] Dit zijn de strofen 5 en 6 van het gedicht ‘Kerst Gedachte’. Te vinden op https://www.gedichtenstad.nl/kerstgedichten/kerst-gedachte.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[10] Psalm 66:4.
[11] Psalm 66:19 en 20.

14 november 2018

Refrein van de aansporing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.
Dat is een zin die in het Bijbelboek Ezechiël meer dan twintig keer voorkomt. Die woorden klinken dreigend. Ze zullen ervan lústen – het volk Israël, Juda en de volken die Israël dwarsgezeten hebben!
Ezechiël zegt het in hoofdstuk 6, 7, 12, 24, 25, 26, 28…. enzovoort – steeds weer klinkt dat woord: “Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben”.

Tussen 593 en 571 voor Christus brengt Ezechiël allerlei onheilsboodschappen. En steeds weer is daar dat alarmerende keervers.

Israël en Juda storten in.
Ezechiël legt uit dat de verwoesting en de ballingschap in feite een straf zijn. Een straf van God op de zonden van Zijn volk. Met name de afgoderij is een gruwel in Gods oog!
Iemand schrijft: “Ezechiël gebruikt ook vaak vergelijkingen. Sommige daarvan zijn bijna schokkend om te lezen. In Ezechiël 16 wordt God beschreven als minnaar van Jeruzalem (Jeruzalem wordt daarin beschreven als vrouw). Jeruzalem is niet trouw aan God, maar heeft seks met allerlei mannen (afgoden). In hoofdstuk 23 lees je ook zo’n soort vergelijking. Het is alsof de profeet gedacht heeft: ik zeg het heel duidelijk. Als ze het nu nog niet snappen, weet ik het ook niet meer”[1].

Het lezen van het Bijbelboek Ezechiël is niet altijd even vreugdevol. Al die oordelen over Israël en de omringende volken roepen trieste beelden op. Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon, Egypte: ze worden allen uitgebreid toegesproken.

Het is bekend dat sommige mensen Ezechiël liever niet aan tafel lezen. Al dat bloed, al dat geweld, al die oorlogstaal – daar wordt niemand blij van.

Toch is het van enig belang dat wij de profetie van Ezechiël kennen.

Die zin ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ heeft een oproep in zich. Namelijk deze: erken nu toch dat de Here God is. Hij heeft de macht in hemel en op aarde.
Natuurlijk – daar dachten ze in Ammon, Moab, Filistea, Tyrus en Sidon en Egypte anders over. Maar ze zijn er inmiddels achter gekomen dat de Here de waarheid spreekt!
En ook Gereformeerden van 2018 mogen het zich realiseren: de God van het verbond is de Almachtige; Hij bestuurt heel de wereld!

Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben: dat is eerst en vooral het refrein van de aansporing tot erkenning van de Here.
Stelt u zich voor dat u iedere dag een kapittel van de profetie van Ezechiël leest. Dan zult u op een gegeven moment zeggen: ja ja, dat weten we nu wel – alweer oordeel, alweer gericht… En wellicht vraagt u zich vertwijfeld af waarom wij dit alles tot ons moeten laten doordringen.
Met name de hoofdstukken 6 tot en met 32 zijn doordrenkt met onheil, rampen, ellende en ongeluk.
De mensen vragen: kan het niet wat minder? Slechts tot weinigen lijkt het door te dringen dat de Here het klaarblijkelijk nodig vindt om in Zijn Woord zoveel aandacht te geven aan rampspoed en tegenslag.
“Hij weet hoe mensen zijn.
Hij doorgrondt hun daden,
weet wat zij beraden,
kent hen, groot en klein”[2].
Met andere woorden – de Here kent Zijn volk langer dan vandaag. En Hij waarschuwt ook de kerk van vandaag: pas goed op u zelf! En Hij vraagt: u weet toch wel dat de zonde nog op de loer ligt?
Wij zien het om ons heen: criminaliteit, kortzichtigheid, natuurrampen, oorlog, ontucht, onwil… – u kunt het rijtje van trammelant en tragiek ongetwijfeld zonder moeite aanvullen.
En de vraag is: blijven wij op de Here vertrouwen, op Hem die zo machtig is dat Hij Zijn volk altijd en overal beschermen kan?

Die bekende woorden ‘Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben’ hebben ook nog een andere betekenis.
Er zit ook troost in.
Want één ding is zeker: er komt een tijd dat alles en iedereen zal moeten erkennen dat onze God alle macht heeft, in de hemel en op de aarde.
Openbaring 6 spreekt daarover.
Leest u maar even mee. “En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle ​slaven​ en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?”.
Op die dag zal blijken dat de mensen die door de eeuwen heen Jezus Christus hebben gevolgd toch gelijk gehad hebben.
Op die dag zal blijken dat de trouwe kerkgangers van alle tijden het bij het rechte eind hebben gehad.
Op die dag zal blijken dat degenen die de God huns levens prijzen, biddend Hem hun dank bewijzen aan de goede kant staan[3].

In deze tijd hebben we te maken met een maatschappij waarin God zeker nog niet vergeten. Des zondags stromen er nog heel wat kerkgebouwen vol.
Maar naast het christelijke geloof zijn er nog talloze religieuze stromingen. Dergelijke religiositeit noemt Ezechiël afgoderij.
Dat moet je tegenwoordig uiteraard niet meer zeggen.

Ach – de wereld komt er nog wel achter.
Laten we ons in de kerk maar oefenen in de geloofszekerheid van Psalm 42:
“O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem, en zie naar boven
ik zal God, mijn God weer loven”[4].

Noten:
[1] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-ezechiel ; geraadpleegd op vrijdag 9 november 2018.
[2] Dit zijn regels uit Psalm 33:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] De formulering van deze zin gaat terug op Psalm 42:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Psalm 42:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

5 november 2018

Luchtvervuiling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen dinsdag, 30 oktober, stond het in de krant: “Vervuilde lucht doodt wereldwijd zeven miljoen mensen per jaar. En 93 procent van de kinderen onder de vijftien jaar ademt lucht in die een serieus risico voor hun gezondheid vormt. Jaarlijks moeten 600.000 kinderen dit met de dood bekopen. Het merendeel van hen is jonger dan vijf.
Dit zijn de cijfers over de gevolgen van luchtvervuiling in 2016, die de Wereldgezondheidsorganisatie WHO maandag presenteerde. De nadruk ligt daarbij op de gevolgen voor kinderen”[1].

Wie een dergelijk bericht leest, voelt zich wellicht wat machteloos. Want wat doe je er als gewone burger tegen? Je kunt toch moeilijk op je eentje met een groot spandoek op een industrieterrein gaan staan? Je kunt natuurlijk tweehonderd brieven per week schrijven – aan parlementen, aan directeuren en aan managers. Maar wat haalt dat drukdoenerige geschrijf uit?

Dit alles overpeinzend denk ik aan Mattheüs 6. Dan klaart de lucht op.
Laten wij elkaar wijzen op die bekende woorden: “Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?”[2].

Is dit een dooddoener?
Het lijkt er misschien op.
Want je kunt wel naar de vogels kijken, maar die zeven miljoen doden per jaar grijnzen ons nog altijd toe.
Maar laten wij het vervolg lezen: “Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één ​el​ aan zijn lengte toevoegen?”[3]. Alle druktemakers moeten het weten: bezorgdheid maakt je geen centimeter langer. Bezorgdheid zorgt er, met andere woorden, niet voor dat je boven de problemen uit kunt kijken.
De Here zegt: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de ​oven​ geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen? Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt”[4].
Christenen mogen zich realiseren dat hun leven bij God veilig is.
Volgelingen van Christus mogen beseffen dat, zelfs wanneer zij bij die miljoenen doden horen, het toch in orde komt. Zij gaan naar de hemel toe. Jezus Christus zegt in Mattheüs 6 ook: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar ​dieven​ inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar ​dieven​ niet inbreken of stelen”[5].
Ziet u?
Christenen, Gereformeerden incluis, zijn op weg naar de woonplaats van God: de hemel. En er is niemand die hen onderweg daarnaartoe tegenhouden kan.

Het is belangrijk dat dat laatste tot ons doordringt.
Jezus zegt in Mattheüs 8: “De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen”[6].
Dat betekent in ieder geval: het volgen van Jezus wil niet zeggen dat het leven een makkie wordt. Het kan best zijn dat de mededeling dat je in God gelooft de sfeer tijdens een gesprek een beetje bederft.
Nog wat groter is de kans dat men zegt: nou, het is prachtig dat je steun hebt aan je geloof, maar ik kijk toch heel anders tegen het leven aan. In die situatie moet je vooral niet proberen om iemand te bekeren; dat werkt meestentijds slechts averechts.

Wie zegt dat hij zich, ondanks die vieze lucht en die vele doden niet zoveel zorgen maakt, wordt enigszins meewarig aangekeken. En je ziet de mensen denken: die man is gewoon kortzichtig; hij doet aan struisvogelpolitiek.
Maar dat is een misvatting. Kinderen van God mogen er zeker van zijn dat hun trouwe God en Vader voor hen zorgt. Er is geen schepsel dat hen van zijn liefde scheiden zal[7]!

Luchtvervuiling is voor zeer velen dodelijk, zo blijkt uit de berichtgeving.
Maar er is meer luchtvervuiling dan velen denken.
Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 2: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de ​zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de ​kinderen​ van de ​ongehoorzaamheid…”[8].
Er is een luchtmacht druk doende.
En die luchtmacht vervuilt de sfeer in de wereld. Sterker nog: die luchtmacht bevordert de goddeloosheid in de wereld, en niet zo’n klein beetje ook!
Ten langen leste zal blijken dat die luchtvervuiling veel gevaarlijker is dan de luchtvervuiling die vandaag de dag breed in de kranten uitgemeten wordt!

Het Woord van God roept ons op om de Schepper van deze wereld te vertrouwen. Hij zegt: leg uw al of niet moeizame leven maar in Mijn handen.

Via Zijn woordvoerder Asaf zegt de Heer van de kosmos ook anno Domini 2018 tegen ons:
“Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.
Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.
Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?
Offer​ dank aan God
en kom aan de Allerhoogste uw ​geloften​ na.
Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren”[9].

De Here kent de schepping. En Hij kent Zijn kinderen; ook zij die in de eenentwintigste eeuw leven.
Hij zal hen Hoogstpersoonlijk uit de nood helpen.
Daar wordt de lucht op slag een stuk schoner van!

Noten:
[1] “Vieze lucht kost miljoenen levens”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 30 oktober 2018, p. 1.
[2] Mattheüs 6:26.
[3] Mattheüs 6:27.
[4] Mattheüs 6:30, 31 en 32.
[5] Mattheüs 6:19 en 20.
[6] Mattheüs 8:20.
[7] U herkent wellicht de formulering uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[8] Efeziërs 2:1 en 2.
[9] Psalm 50:12-15.

9 oktober 2018

Hooggestemd Schriftgedeelte

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Efeziërs 1 schrijft Paulus over dat “wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in ​Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende. En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”[1].

Dat klinkt groots.
Te hoog.
Wij kunnen er niet bij.
Wij leven in een wereld vol teleurstellingen. Er is lichamelijke pijn; soms lijkt het wel alsof we niet vooruit kunnen, maar ook niet achteruit. Er zijn mentale deuken, vanwege gebeurtenissen in het verre verleden of juist in de tijd die net achter ons ligt.
Dat is deprimerend, soms.
Wat kun je in die situatie met Efeziërs 1 beginnen?

Paulus schrijft over allesoverheersende grootheid van Zijn kracht.
Dat klinkt beangstigend.
Dictatoriaal.
Alsof wij platgedrukt worden.

Maar zo is het niet.
Want die kracht is er ten bate van gelovigen.
Zij zien Zijn macht.
Zij merken hoe sterk Hij is.
Zij geloven dat Hij Zijn macht inzet om hen een schitterend leven te geven.
Gelovigen worden niet platgedrukt.
Nee, gelovigen krijgen de ruimte. Hier op aarde. En straks, in de hemel, wordt het nog veel mooier!

Hoe kan dat dan?
In ons leven zijn heel wat teleurstellingen, tegenvallers en vijandelijkheden. Heel wat daarvan nemen wij mee het leven in, simpelweg omdat wij er niets aan te doen is.
De belangrijkste vijand kunnen wij niet overwinnen; de dood namelijk.
Dat hoeft ook niet.
Want die is al overwonnen. Door de Heiland namelijk. Toen Hij die triomf behaald had, ging Hij gloriërend de hemel in.
Welnu – de overwinning van de dood garandeert de zegepraal over alle machten in de wereld. Onze Here Jezus Christus is alle krachten, alle energieën de baas. Iedereen die iets voorstelt moet het afleggen tegen het Hoofd van de kerk. Alle machtsblokken worden weggebroken. Alle aardse overwicht wordt door Jezus Christus omgezet in onmacht.

Wie dichtbij die Machthebber wil wezen, moet in de kerk zijn.
Daar is Hij het Hoofd.
Daar is het veilig.

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die dat met een korrel zout nemen. Of met twee korrels zout. Of zelfs met een bergje zout.
Het scheppingsverhaal klopt niet, zeggen ze dan. Of bijvoorbeeld: het verhaal van de ark deugt niet. Met de kennis van nu weten we dat…, en dan komt er een heel verhaal.
Het opvallende van dergelijke betogen is dat men heel vaak precies weet hoe het niet zit. Maar de daaropvolgende vraag veroorzaakt niet zelden ongemakkelijke stiltes: hoe zit het dan wel? Oftewel: wat is het alternatief?

Een logisch relaas kan men echter niet houden.
Dat wordt op schrijnende wijze duidelijk als er ergens op aarde een ramp geschiedt.
Neem bijvoorbeeld de aardbeving en een vloedgolf in het noordwesten van het Indonesische Sulawesi – ook wel Celebes genoemd – , op vrijdag 28 september jongstleden.
De verwoesting was groot.
Er vielen vele, zeer vele doden. Meer dan negentienhonderd!
Wie dan vraagt: wat is de oorzaak van de ramp in Sulawesi? krijgt wellicht een theorie voorgeschoteld.
Wie vraagt: hoe had men die ramp kunnen voorkomen? krijgt geen antwoord. Of hooguit een nietszeggende reactie.
Want wie valt bij zo’n catastrofe niet stil? Wie is niet geheel en al sprakeloos?

Met de blik op die verschrikkelijke omstandigheden blijft de kerk bij het Evangelie: de Heiland biedt redding en bescherming.
In de kerk blijven we met Psalm 43 belijden:
“ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer”[2].

Maar is dat niet onzegbaar arrogant?
Is dat eigenlijk niet vals zingen tegen beter weten in?

Nee – toch niet.
Want hoe weten we in de kerk dat dat Evangelie werkelijk redding biedt?
Antwoord: de Heilige Geest getuigt in ons hart dat de Bijbelse geschriften van God zijn[3]. Er zullen mensen zijn die zeggen: dat is geen argument. Maar dat antwoord heeft alle recht van bestaan, alleen al omdat andere theorieën nooit voldoende onderbouwd zijn.
Met 1 Johannes 5 mogen wij zeggen: “En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is”[4].
En wij kunnen met de Hebreeënschrijver instemmen: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet”[5].

Terug nu naar Efeziërs 1.
Het citaat waarmee dit artikel begint, eindigt met: “… de ​gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”.
De kerk is, als het goed is, gevuld mét en vervuld ván Christus, de Heiland.
En Christus is de volheid van God.

Wat kunnen wij in deze wereld met Efeziërs 1 beginnen?
Kunnen wij daar eigenlijk wel wat mee?
Functioneert Efeziërs 1 nog wel, vandaag de dag?

Zeker wel!
Want weet u wat er in Efeziërs 1 gebeurt?
Daar is Paulus in gebed.
Kijkt u maar mee: Daarom “houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn ​gebeden​ aan u denk, opdat de God van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen…”[6].
Ja – Paulus is in gebed!
Dat is het geheim.
Als het uit onszelf moet komen… – nee, dan wordt dat niets met die hooggestemdheid van Efeziërs 1.
Dan zakken we weg.
Dan zweeft een legioen vraagtekens in de lucht.
Dan ligt de wanhoop op de loer.
Efeziërs 1 bindt het ons op het hart:
* blijf in contact met God!
* bidt tot Hem, opdat wij overeind blijven in deze roerige wereld
* wandel met God, op weg naar de toekomst met Hem!

Efeziërs 1 – dat is een hooggestemd Schriftgedeelte.
Niettemin is het een kapittel dat volop onze aandacht verdient!

Noten:
[1] Efeziërs 1:19-23.
[2] Psalm 43:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Letterlijk staat er in artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”.
[4] 1 Johannes 5:6 b.
[5] Hebreeën 11:1.
[6] Efeziërs 1:16, 17 en 18.

2 oktober 2018

Te dol of tevreden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Gelovige kerkmensen zeggen het wel eens tegen elkaar: wat leven wij toch in een dwaze wereld![1] Soms klinkt het bijna als een verzuchting. Zo van: men kan er weinig aan doen, het godsdienstig gepeupel moet zich in deze welhaast waanzinnige wereld maar zien te redden.

Op de keper beschouwd blijkt er echter weinig nieuws onder de zon.
Reeds in Spreuken 20 worden aardig wat dwaasheden op een rij gezet.
Ik noem: alcoholisme, tegen de bevelen van de regering ingaan, olie op het vuur gooien tijdens ruzies, luiheid, gebrek aan inzicht, onbetrouwbaarheid, oneerlijkheid in de handel, het verkondigen van leugens en roddels en het vervloeken van je ouders[2].

Anno 2018 leven wij in een wereld vol dwaasheid. De opsomming die hierboven staat zal, naar ik aanneem, bij veel lezers nogal wat herkenning oproepen.
En laten we wél wezen: voordat we ’t weten draaien we zelf in die mallemolen mee. Al was het alleen maar omdat we als kerkmensen niet al te zeer apart willen staan.

Welke lessen leert Spreuken 20 ons?
Laat ik er drie noemen:
a. besef waar u vandaan komt
b. wees realistisch als het gaat om uw afhankelijkheid
c. realiseer u dus bij Wie u het zoeken moet.

Uit Spreuken 20 citeer ik nu de verzen 20-24:
“Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens ​lamp​ zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
Als een ​erfenis​ in het begin al te snel wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen ​zegen​ op rusten.
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke ​weegschaal​ is niet goed.
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?”.

Concreet betekent dat onder meer:
* eer uw vader en uw moeder
* eigen graaikapitalisme brengt u niet verder
* de Here helpt u om recht te verkrijgen.
* in de commerciële wereld is eerlijkheid een groot goed
* de Here bestuurt ook ons leven.

Een Gereformeerde hoogleraar Oude Testament noteerde eens: “Spreuken leert ons af om haastig te concluderen: daar woont een rijke man, die is dus rijk gezegend. In 28:20: ‘Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft’. En heel ontdekkend: 20:21: ‘Een bezit, in het begin spoedig verworven, zal tenslotte niet tot zegen zijn’. De HERE let scherp op de motieven die achter die haast zitten. De mens beproeve zichzelf”[3].

Die professor brengt ons bij kernvragen: wat is onze mentaliteit? En ook: hoe staan wij in het leven?

Niet zelden hoor je de opmerking: ik wil dit en dat hebben, en wel nu.
Een moeder schreef eens: “Ik wil te veel en alles tegelijk en wel nu!! Ik vraag me soms wel eens af of er iemand is met hetzelfde ongeduld als ik, met dezelfde onrust als ik, met hetzelfde gevoel alles te willen en daarom juist niets te bereiken. Het gevoel altijd op het puntje van je stoel te zitten. Al jaren het ‘gevoel’ te hebben dat je op een dag wel de moed en de energie gaat vinden om dát te doen wat je eigenlijk al jarenlang wilt doen”[4].

Wat zullen wij van die dingen zeggen?
Nee, het is niet verkeerd om ambities te hebben.
Je mag gerust je best doen om carrière te maken.
Maar we moeten ons altijd blijven realiseren dat ons leven door de God van hemel en aarde bestuurd wordt.
Dat betekent soms dat er geduld geoefend moet worden.
Soms houdt het ook in dat verlangens nimmer vervuld kunnen worden. Dat is vrijwel altijd teleurstellend, doch niet onoverkomelijk.

In Spreuken 20 kunnen we ook lezen:
“De geest van een mens is een ​lamp​ van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt”[5].
Naarmate zijn leven op aarde vordert, leert de mens zichzelf kennen. Paulus schreef ook niet voor niets aan de christenen in Corinthe: “Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is?”[6].
Met de lamp van de Here kunnen wij ons binnenste goed inspecteren. Des Heren licht maakt de diepste drijfveren zichtbaar.

Zeker, wij leven in een dwaze wereld!
Maar als wij dag bij dag aan Zijn hand door de wereld wandelen, dan blijkt het leven alleszins aangenaam.
Dan kunnen wij met Psalm 68 instemmen:
“Geloofd zij God met diep ontzag,
Hij overlaadt ons dag aan dag
met al zijn gunstbewijzen”[7].

Noten:
[1] Dit artikel is deels gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 7 oktober 2008.
[2] Zie Spreuken 20:1-20.
[3] Prof.drs. H.M. Ohmann, “Spreuken – Boek van de Bijbel; Spiegel van de werkelijkheid”. – Bedum: Uitgeverij Woord en Wereld, © 2001 (Woord en Wereld; nr 50). – p. 68.
[4] Geciteerd van https://www.mamaplaats.nl/blog/ik-wil-te-veel-en-alles-tegelijk-en-wel-nu ; geraadpleegd op woensdag 26 september 2018.
[5] Spreuken 20:27.
[6] 1 Corinthiërs 2:11 a.
[7] Dit zijn de eerste regels van Psalm 68:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.