gereformeerd leven in nederland

19 juni 2020

Uit alle naties, stammen, volken en talen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“In de kerkelijke liturgie komt het woord ‘rassen’ nog voor. Dat is achterhaald. Het verdient aanbeveling die tekst te wijzigen”.
Aldus een Duitse journalist. Die journalist is ook jezuïet. Eertijds was hij hoofd van de Duitstalige afdeling van Radio Vaticaan.
Hij schrijft ook: “In de grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland komt het woord ‘ras’ voor, net als in de Oostenrijkse, en beide met dezelfde intentie om discriminatie te bestrijden. In Oostenrijk gaat het ook om de toegankelijkheid van openbaar onderwijs voor iedereen.
Maar kan dat nog? Mag je vandaag de dag nog over ras spreken? Moeten we dat niet veranderen?
Met dit openbare debat in deze Duitstalige landen in mijn achterhoofd, struikelde ik de afgelopen week over het woord ‘ras’ op een plek waar ik het niet vermoed had.
Ik ben er geen fan van om eucharistische gebeden te veranderen door ze te onderwerpen aan eigen voorkeuren of ideeën. Maar toen het woord ‘ras’ daar ineens opdook, heb ik spontaan en instinctief van ‘afkomst’ gesproken”[1].

Wat zal men van deze dingen zeggen?
Hier is een hardnekkig misverstand in het spel. Men doet het voorkomen alsof alle mensen gelijk zijn. Dat is niet zo. Alle mensen zijn gelijkwaardig. Maar zij zijn niet gelijk.
Onze altoos wijze God heeft de mensen verschillend geschapen. In verschillende kleuren. Met onderscheiden gaven. Mensen uit Afrika zien er anders uit als Nederlanders. Aziaten hebben duidelijk een andere herkomst dan – laten we zeggen – Duitsers. Er zijn heel verschillende mensen op de wereld.
Wij moeten het woord ‘ras’ maar afschaffen, suggereert die journalist.
Een ras – dat is, zo zegt een woordenboek: “een groep van individuen, van een andere groep onderscheiden door een aantal erfelijke en lichamelijke overeenkomsten”[2].
Het woord ‘ras’ duidt, om zo te zeggen, diversiteit aan. Het duidt op de schier eindeloze variatie die de Schepper in Zijn creatie heeft gelegd.
Het probleem zit ‘m niet in het woord ‘ras’. Het probleem is de manier waarop mensen met die verschillen omgaan.

Wat gebeurt er veelal in deze wereld?
Antwoord: men is op mensen gefocust. Men let op wat mensen doen. Men analyseert het menselijk handelen. En men vraagt zich af: hoe kunnen wij deze misstand wegdoen? Of ook: hoe kunnen wij een mentaliteitsverandering bewerkstelligen?
Voor veel mensen gaat die verandering niet snel genoeg. Er moet wat gebeuren!, roepen zij. En ze beginnen een actiegroep. ‘Kick out Zwarte Piet’ bijvoorbeeld. Nederland wordt beter, proclameert men[3].

Zeker – racisme moet teruggedrongen worden. Maar op plaats één van de prioriteitenlijst moet iets anders staan.
Wat dan?
Dat kunnen wij afleiden uit Openbaring 7[4]. Daar kunnen wij lezen: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!”[5].
Een totaalopgave van het aantal mensen dat Johannes ziet kan niet worden gegeven. Het aantal is niet te tellen. Maar in Openbaring 7 is crowd management niet nodig. Het is namelijk de vervulling van één van Gods beloften. De belofte van Genesis 15, waar de Verbondsgod tegen Abram zegt: “Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”[6]. Het werk van de Heer van de kosmos komt tot een hoogtepunt! In heel de kerkgeschiedenis zien we Hem daarmee aan het werk. Kijkt u maar in Deuteronomium 1, waar Mozes tegen zijn volksgenoten zegt: “De HEERE, uw God, heeft u talrijk gemaakt, en zie, u bent heden zo talrijk als de sterren aan de hemel”[7]. En in 1 Koningen 3, waar Salomo belijdt: “Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst, dat U verkozen hebt, een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden”[8].
De God van hemel en aarde creëert voor Zichzelf een volk dat ongelooflijk groot is. Dat volk komt uit alle naties, stammen, volken en talen. Mensen van allerlei ras staan voor hun Schepper. Zij vormen een hemelse eenheid. De overwinnende kerk staat voor haar Aanvoerder. Heel die menigte, afkomstig uit alle hoeken en gaten van de wereld, doet dienst voor de troon van God. Dat is eredienst. Eredienst in optima forma.
In Openbaring 7 worden verschillende accenten gelegd. In eerste instantie gaat het over de afkomst: “En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten. Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld…” – enzovoort[9]. In tweede instantie gaat het om het eindresultaat: alle volken staan samen voor hun Schepper. Het is duidelijk: alle uitverkorenen zijn door de verdrukkingen heen geloodst.
Wat moet er op plaats één van onze prioriteitenlijst staan? Antwoord: vertrouwen op de God van hemel en aarde. Hij, de God van genade en vrede, kiest mensen van alle rassen om bij Zijn volk te gaan behoren. Hij, de God van alle goedertierenheid, zorgt ervoor dat alle racisme de wereld uitgaat. Wij “verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont”. Herkent u 2 Petrus 3[10]?

Moet het woord ‘ras’ uit het kerkelijk spraakgebruik verdwijnen? Ach, het zou best kunnen. Maar laten wij niet net doen alsof wij – als ‘ras’ uit het woordenboek is weggestreept – in één pennenstreek een levensgroot probleem hebben opgelost.
Want wij moeten ons concentreren op het werk dat onze God aan het doen is. Hij vergadert Zijn volk. Uit alle naties, stammen, volken en talen – jazeker. Dat doet Hij ook vandaag!

Noten:
[1] Bernd Hagenkord, “Haal ‘rassen’ uit het kerkgebed”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 juni 2020, p. 11.
[2] Zie https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/ras# ; geraadpleegd op donderdag 18 juni 2020.
[3] Zie bijvoorbeeld https://www.nederlandwordtbeter.nl/projecten/zwarte-piet-is-racisme-campagne/kozp/ ; geraadpleegd op donderdag 18 juni 2020.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 213-217.
[5] Openbaring 7:9 en 10.
[6] Genesis 15:5 b.
[7] Deuteronomium 1:10.
[8] 1 Koningen 3:8.
[9] Openbaring 7:4, 5 en 6.
[10] 2 Petrus 3:8.

18 juni 2020

De basis van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren de HEERE, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden”.
Zo staat dat in Deuteronomium 31[1].
Wie dat leest voelt zich wellicht ongemakkelijk. Bij elkaar komen? Dat is in deze tijd niet eenvoudig. Er moet anderhalve meter afstand zijn. Er moet een desinfecterende spray in de buurt wezen. En zo is er nog wel meer.
In het Groningse Bedum komt De Gereformeerde Kerk Groningen met dertig mensen samen in een gebouw waar zo’n zeshonderd mensen kunnen zitten. In die situatie zwerven er vraagtekens in de lucht: zijn sommige door de overheid afgekondigde maatregelen niet een tikje overdreven?
Daarachter ligt nog een andere vraag: is de duivel, de tegenstander van God, druk bezig om het kerkbezoek zo lang mogelijk tegen te houden?

Feit is dat in Deuteronomium 31 Gods werk doorgaat. Mozes gaat niet mee naar het land Kanaän. Jozua staat op het punt Mozes op te volgen. Maar het belangrijkste is: de God van het verbond gaat mee naar Kanaän. Hij is er bij. Hij is de steun en toeverlaat van Zijn volk.
Dat is in Deuteronomium 31 zo. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat dat in 2020 anders is!

Het volk heeft veertig jaar rondgezworven. Gods natie is in de afgelopen decennia een schare zonder vaste woon- of verblijfplaats geweest. Een hele generatie Israëlieten is gestorven vóórdat Kanaän in zicht kwam. Vaders en moeders zijn, al zwervend, oud geworden. De Here nam hen van de aarde weg voordat het beloofde land bereikt werd.
Een relatief jonge populatie Israëlieten staat nu klaar om het nieuwe land binnen te trekken.
Dat is iets om ook in onze tijd te accentueren.
Heel veel mensen moeten op dit moment de kerkdiensten online volgen. Zij zitten thuis bij hun laptop of hun desktop. De leden van de kerk zien elkaar niet. Zij spreken elkaar via de telefoon. Zij appen of mailen elkaar. Wordt de kerk nu ‘los zand’? Dat hoeft niet. Want de Heer van hemel en aarde houdt hen bij elkaar. Ook zij worden het nieuwe land binnengeleid. Maar anno Domini 2020 in Nieuwtestamentische zin. Het nieuwe land is de hemel. Voor ons geldt een bekend woord uit Mattheüs 6: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn”[2]. Zo mogen en moeten wij ons voorbereiden op het nieuwe land!

Wat is de grondwet in het nieuwe land?
Antwoord: de wet van God.
De regel is helder: “Na verloop van zeven jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van de kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest, als heel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen, moet u deze wet ten aanhoren van heel Israël voorlezen. Roep het volk bijeen, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en de vreemdeling die binnen uw poorten is, om te horen, en om te leren de HEERE, uw God, te vrezen en alle woorden van deze wet nauwlettend te houden”[3].
C. Vonk noteert daarbij: “Men vermoedt, dat hij zich hiermede heeft aangesloten bij een gewoonte, die in zijn dagen bij het sluiten van verdragen gevolgd werd. De vazal werd daarbij verplicht het tractaat, dat zijn grootkoning hem had opgelegd, op gezette tijden te doen voorlezen”[4].
De kinderen kennen die wet nog niet. De consequenties zien zij niet. Op die punten moeten ouderen hen onderwijzen. En dat moet in de actuele situatie geschieden. Dat moet gebeuren aan de hand van de omstandigheden waarin men verkeert.
Ook dat is in 2020 niet veranderd. Ook wij moeten vandaag de dag de consequenties van Gods wet doordenken. Ook wij moeten jongeren leren hoe men – ook in coronatijd! – de Here dienen kan. Die wet moet regelmatig worden gerepeteerd.
Men zou kunnen vragen: is dit nu niet wat veeleisend? Of ook: de Israëlieten hebben voor straf veertig jaar door de wereld gezworven; wordt het geen tijd om hen enige vrijheid te geven om hen de gelegenheid te bieden een fatsoenlijk bestaan op te bouwen? Het antwoord op die vragen is: de wet van de Here is, door alle eeuwen heen, de basis van de samenleving in de kerk. Alles begint en eindigt bij onze goede God. In alle tijden en op alle plaatsen is Hij de Verbinder, de Verbondsgod van de kerk.
Ja, ook als het volk zwervende is.
Ja, ook als het volk een vaste woonplaats heeft.
Ja, ook als Gods volk, door een pandemie, tijdelijk niet bijeenkomen kan.

“Roep het volk bijeen”, lezen wij in Deuteronomium 31. De oppervlakkige lezer zegt: in juni 2020 kun je daar niks mee; ’t is coronatijd, nietwaar?
Maar dat gaat te snel. Dat is te simpel. Want in Deuteronomium 31 staat ook: “De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld”[5].
Ja, Gods volk zit, om zo te zeggen, overal en nergens. Hier is een huis waar Gereformeerden wonen. En daar, aan de andere kant van de stad. En daar, in dat dorp. Maar één ding is zeker: de God van het verbond roept Zijn kinderen bijeen. Hij zegt: luister naar Mijn Woord en leef ernaar!
Natuurlijk – er is afvalligheid. Er is wegloperij. Er wordt kerkelijk geshopt; want ach – dat kan zo makkelijk. Welnu, dat was in Deuteronomium 31 ook al zo. Leest u maar mee: “Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in hoererij achter de vreemde goden van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken”[6].
Maar in de hele wereldgeschiedenis weerklinkt dat troostende refrein van de Goddelijke garantie: Ik verlaat u niet!
Om het tenslotte met Hebreeën 13 te zeggen: “Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten. Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 31:12.
[2] Mattheüs 6:19, 20 en 21.
[3] Deuteronomium 31:10, 11 en 12.
[4] C. Vonk, “De voorzeide leer – deel 1 c: Numeri, Deuteronomium”. – Barendrecht: Drukkerij “Barendrecht”, 1966. – p. 812.
[5] Deuteronomium 31:8.
[6] Deuteronomium 31:14.
[7] Hebreeën 13:5 b en 6.

23 april 2020

God is trouw, ook vandaag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Geloofd zij de HEERE, Die Zijn volk Israël rust gegeven heeft, overeenkomstig alles wat Hij gesproken heeft! Niet één woord is onvervuld gebleven van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door de dienst van ​Mozes, Zijn dienaar. Moge de HEERE, onze God, met ons zijn, zoals Hij met onze vaderen is geweest. Moge Hij ons niet verlaten en ons niet in de steek laten, door ons ​hart​ voor Zich te winnen, zodat wij in al Zijn wegen gaan en Zijn geboden, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen, die Hij onze vaderen geboden heeft, in acht nemen”.

Dit artikel begint met een lofprijzing. U vindt de tekst in 1 Koningen 8[1].
Aan zulke lof op God komen wij, op de keper beschouwd, weinig toe. Dat is eigenlijk wel merkwaardig. Massa’s medemensen zijn op dit moment heel veel thuis. Wat doen wij daar? Als we niet uitkijken klagen wij maar al te vaak over het gebrek aan bewegingsvrijheid. En over de gevaren die dreigen vanwege het coronavirus.
Misschien moeten wij ons prioriteitenlijstje weer eens kritisch bekijken!

Wat gebeurt er in 1 Koningen 8?
Eerder werd daarover al op deze plaats geschreven: Het is de tijd van “de inwijding van de tempel. Het gebedshuis ter ere van de Here is gereed. Het gebed dat Salomo bij die gelegenheid uitspreekt is in extenso in de Heilige Schrift opgenomen.
Daarna zegent Salomo het volk. Die zegen is feitelijk een lofprijzing en een lijst van vrome wensen in één. Het volk heeft rust gekregen. De Here is actief aanwezig. En dan wordt de situatie als vanzelf vredig. De wereld wordt in alle opzichten harmonieus. Salomo spreekt de wens uit dat de God van het verbond Zijn volk nimmer verlaten zal. Salomo hoopt vurig dat de Here in harten blijft werken. Dan zullen de Israëlieten op de wegen van de Here wandelen. Dan zal het recht zegevieren. In heel het land zullen billijkheid en eerlijkheid de toon aangeven.
Voor de Israëlieten is het daarom zaak om naar Gods geboden te leven. Heel het bestaan moet een offer voor de Here wezen: een dankoffer voor Hem!
Dat staat het volk scherp voor ogen.
De capaciteit van de offerplaats schiet tekort. Er is gewoon te weinig ruimte”[2].

De Here doet wat Hij belooft!
Dat belijden de Israëlieten in 1 Koningen 8 zonder enige reserve. En dat terwijl de geschiedenis van Israël niet bepaald bol staat van evenwicht, gemak, kalmte, rust en vrede.
De tien plagen hebben – soms bijna letterlijk – een hoop stof doen opwaaien.
Tijdens de reis door de woestijn was het volk geenszins de rust zelve. Integendeel. Het voorgeslacht van Israël heeft een hoop meegemaakt! Maar Israël bestaat nog altijd. Het volk kan de Here nog altijd dienen.

De Verbondsgod is altijd aanwezig geweest in het leven van Israëls voorvaderen. Daar was Hij volop actief! Zo wordt dat in 1 Koningen 8 beleden.
Vandaag de dag zijn wij wellicht geneigd dat enigszins te relativeren. Onze voorgeslachten gingen nog wel naar de kerk – jazeker. Maar nu? De ontkerkelijking verslaat haar tienduizenden. De kinderen en kleinkinderen vliegen overal heen. Als het meezit gaan zij nog ergens naar een kerkdienst; één keer per zondag, meer niet. Daarnaast er zijn ook veel gelovigen die de kerk voorbij rijden, op weg naar een natuurgebied dan wel een supermarkt. God dienen doen zij voornamelijk individueel. Het gaat erom hoe je er zelf in staat, nietwaar?

En eensklaps hangt daar de vraag in de lucht: is God vandaag nog wel actief?

Die vraag mogen we zonder aarzeling bevestigend beantwoorden. Daarmee is overigens niet gezegd dat die Goddelijke presentie altijd en alleen maar positieve dingen uitwerkt.
Laten we elkaar eerst op Jeremia 11 wijzen. De Here zegt daar: “Er is een samenzwering ontdekt onder de mannen van Juda en de inwoners van ​Jeruzalem. Zij zijn teruggekeerd tot de ongerechtigheden van hun voorvaderen, die geweigerd hebben naar Mijn woorden te luisteren. Wat hen betreft, zij zijn ​andere ​goden​ achternagegaan om die te dienen. Het ​huis​ van Israël en het ​huis​ van Juda hebben Mijn ​verbond​ verbroken, dat Ik met hun vaderen gesloten had. Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga over hen onheil brengen waaraan zij niet kunnen ontkomen. Als zij dan tot Mij roepen, zal Ik niet naar hen luisteren”[3].
God is erbij!
Hij laat Zijn stem horen!
Nee, Israël wordt daar beslist niet vrolijk van. Maar niemand kan naar waarheid beweren dat de hemelse Heer werkeloos toeziet.
Zou het kunnen gebeuren dat de Schepper van hemel en aarde op een bepaald moment zich voor altijd toornig van Zijn maaksel afkeert?[4]
Nee, dat gaat niet gebeuren.
Denkt u maar aan Exodus 3, waar de Here tegen Mozes zegt: “Voorzeker, Ik zal met u zijn, en dit zal voor u het teken zijn dat Ík u gezonden heb: Als u het volk uit ​Egypte​ geleid hebt, zult u God dienen op deze berg”.
En:
“Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik Ben heeft mij naar u toe gezonden”.
En:
“De HEERE, de God van uw vaderen, de God van ​Abraham, de God van Izak en de God van ​Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie”[5].
Bij de inneming van het land Kanaän zegt God tegen Jozua: “Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat”[6].
Als Gideon in Richteren 6 Gods volk gaat verdedigen, zegt God: “Omdat Ik met u zal zijn, zult u Midian verslaan alsof het maar één man was”[7].
In 2 Samuël 7 zegt God over Salomo’s regeringsperiode: “Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van ​Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. Uw ​huis​ en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw ​troon​ zal voor eeuwig zeker zijn”[8].
Ja, het staat er echt: voor eeuwig zeker!
Trouwens, in Psalm 111 zingen wij:
“De HERE heeft zijn volk gered
en het geheiligd door zijn wet,
voor eeuwig zijn verbond gesloten.
Zijn naam is groot in heiligheid
en zeer geducht, vol heerlijkheid.
Hij is nabij zijn gunstgenoten”[9].
En in Psalm 117:
“Looft, alle volken, looft den HEER,
roemt, alle naties, roemt zijn eer.
Want over ons is groot en wijd
zijn gunst en goedertierenheid,
voor eeuwig blijft zijn trouw bestaan.
Heft met ons Halleluja aan!”[10].
Kortom – onze God is nooit helemaal afwezig. Hij blijft trouw. In goede en in slechte tijden. Met zegen of met straf. Laten wij dus ons nooit van Hém afkeren!

Alpha Nederland meldt ons: “Een op de drie Nederlanders -33 procent- denkt nu méér na over de zin van het leven dan voor de coronacrisis. Dat concludeert Alpha Nederland uit een eigen onderzoek. Daarbij bestaat er ook duidelijk een behoefte om meer over zingeving te praten, net als over gezondheid -79 procent geeft dat aan- en vriendschap -43 procent-”[11][12].
Dat klinkt hoopgevend.
Maar ‘zingeving’ is een begrip van een bijkans onafzienbare breedte.
Laten wij maar helder wezen: onze Schepper vraagt ons niet hoe wij zin geven aan ons leven.
Laten wij het de Israëlieten maar nazeggen: “Geloofd zij de HEERE”!

Noten:
[1] 1 Koningen 8:56, 57 en 58.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Feestelijk abcd van de kerk’, hier gepubliceerd op 1 december 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/12/01/feestelijk-abcd-van-de-kerk/ .
[3] Jeremia 11:9, 10 en 11.
[4] In het onderstaande gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Koningen 8:54-61. Zie https://online.studiebijbel.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 16 april 2020.
[5] Achtereenvolgens citeer ik de verzen 12, 14 en 15 uit Exodus 3.
[6] Jozua 1:9.
[7] Richteren 6:16.
[8] 2 Samuël 7:15 en 16.
[9] Psalm 111:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 117 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] “Vraag naar zingeving groeit door corona”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 16 april 2020, p. 2.
[12] Alpha Nederland houdt zich bezig met evangelisatie, het opnieuw bezielen van de kerk en transformatie van de maatschappij.

31 maart 2020

Gods roepstem davert over de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Corona – de aanduiding van een gevaarlijk virus is inmiddels een voorvoegsel geworden. ‘Coronatijd’ lijkt inmiddels een algemeen aanvaard woord te wezen.
Wat wil de God van het verbond ons via alle gebeurtenissen leren? Tenminste één ding: geduld.

Geduld – daarover leren wij onder meer in Hosea 3[1].
In dat hoofdstuk lezen wij: “De HEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar ​overspel​ pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot ​andere ​goden​ en houden van rozijnenkoeken. Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst kocht ik haar toen voor mij. En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij blijven, u mag geen ​hoererij​ bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen. Want de Israëlieten moeten veel dagen zonder ​koning​ en zonder vorst blijven, zonder ​offer​ en zonder ​gewijde steen, zonder efod en ​afgodsbeelden. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en ​David, hun ​koning. Zij zullen zich in diep ​ontzag​ tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd”[2].

Hosea krijgt van de Here opdracht aan zijn vrouw laten zien dat hij van haar houdt. Zijn vrouw houdt van avontuurtjes. Zij slaapt nogal eens met andere mannen. Om haar weer terug te krijgen betaalt Hosea haar vijftien zilverstukken en een paar zakken gerst. ‘Nu moet je bij mij blijven’, zegt de profeet. ‘Je mag niet meer naar andere mannen toe. Maar ik zal zelf ook niet naast jou slapen. Die contactloosheid zal een hele poos duren’.
De Basisbijbel vat de boodschap van de Verbondsgod als volgt samen: “Net zó zullen de Israëlieten heel lang zonder koning, zonder heerser, zonder offers, zonder heiligdom, zonder borsttas met beslissingsstenen   en zonder uitlegger van de wet zijn. Daarna zullen de Israëlieten weer bij Mij terugkomen. Ze zullen weer naar Mij verlangen, en naar een koning uit de familie van David. Aan het eind van de tijd zullen ze vol ontzag bij Mij terugkomen, want Ik ben goed voor hen”[3].

Geduld – dat komt in Hosea 3 vooral van God. Voor wie de Bijbel een beetje kent is de beeldspraak wel duidelijk.
Gods volk loopt voortdurend bij Hem weg. Andere goden zijn veel interessanter. Die zijn nieuw. Bij de dienst aan afgoden horen mooie rituelen. Van die afgodsdienst kun je veel zeggen, maar het ziet er in elk geval fraai en menselijk-doordacht uit…
Het gaat lang duren voordat de Israëlieten tot bezinning komen. De eerste tijd redden ze zich prima. Zij vormen zelfsturende teams. Iedere vorm van gezag wordt zo snel mogelijk weggeregeld. Maar er komt een moment dat Israël toch gaat terugverlangen naar oude tijden. ‘Vroeger was alles beter’ – u weet wel hoe dat gaat. Uiteindelijk komt het volk toch weer terug bij haar Maker en Eigenaar. Oftewel: de vrouw komt terug bij haar Man. Bij Hem is het goed toeven.
De trouwe God van hemel en aarde moet wel heel veel geduld hebben met Zijn volk! Er blijkt altijd wel een reden om Hem te negeren. Er is altijd wel iets waardoor men Hem, al was het maar voor even, behoedzaam doch beslist aan de kant kan schuiven…

Als het gaat om het motief van Man en vrouw is de profetie van Hosea trouwens niet uniek. Ook de profeet Jesaja gebruikt het. Leest u maar mee in Jesaja 54: “Want als een verlaten vrouw, een bedroefde van geest, roept de HEERE u, de vrouw van de jeugd, die afgewezen was, zegt uw God. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar in grote ​barmhartigheid​ zal Ik u bijeenbrengen. In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u Mijn aangezicht een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser”[4].

God is geduldig.
Maar voor Israël is ook waar: wie bij God weggelopen is, zal zelf de gevolgen dragen.
Dat is van belang, zeker in coronatijd.
Is COVID-19, het virus dat over de wereld gaat, een oordeel van God?
Is COVID-19 een beproeving voor de wereld?
Is COVID-19 een test voor de kerk?
Niemand kan precies duiden waarom dit coronavirus over de wereld gaat.
Een commentator van het Reformatorisch Dagblad schreef: Gods oordeel is er eigenlijk altijd. Hij formuleerde het zo: het coronavirus “bepaalt ons erbij dat wij broze mensen zijn, die gezondheid, ziekte en leven niet in eigen hand hebben. En het laat zien dat naarmate de tijd voortschrijdt de tekenen van de tijd ernstiger en intenser worden.
In dat licht kan worden gezegd dat deze ziekte een oordeel is. Maar tegelijk is de nodige voorzichtigheid vereist. Te gemakkelijk wordt gedacht dat het oordeel zich nu bij uitstek manifesteert.
De dichter van Psalm 105 spreekt daar echter anders over. Hij zegt: ‘Gods oordelen zijn over de gehele aarde’. Dat is niet alleen bij bijzondere gebeurtenissen; het is een permanente situatie. Stel dat over drie maanden de corona-uitbraak voorbij is dan zijn de oordelen niet voorbij. Die gedachte kan weggedrukt worden.
Het is, zeker in deze tijd van zorg en spanning, ook nodig te lezen wat de dichter van Psalm 105 direct zegt na de constatering dat de oordelen er altijd zijn. ‘Hij -dat is de Heere- gedenkt Zijn verbond tot in der eeuwigheid’. Daar is ook het houvast te vinden voor de gelovige. Zo kan een mens in de grootste smarten in de Heere gerust blijven. Dat vertrouwen is van levensbelang bij een uitbraak van een gevaarlijke ziekte zoals corona”[5].

Hoe men het ook draaien of keren wil:
* de God van het verbond roept de wereld op om naar Hem te luisteren
* de God van het verbond roept de wereld op om te vragen om vergeving te vragen
* de God van het verbond roept de wereld op om ons voor te bereiden op een gelukkig en gezond leven in de hemel; daar zal Hij alles in allen zijn.
Het is de taak van de kerk om die oproep door te geven!

Intussen is de wereld zich aan het bezinnen. Hoe gaan we creatief om met de situatie die nu ontstaan is? Wat moeten we doen als er in de toekomst meer agressieve virussen over de wereld gaan? Het is heel goed om te proberen goede antwoorden op die vragen te vinden.
Maar de allerbelangrijkste vraag moeten wij formuleren in een gebed tot God: geef dat uw Heilige Geest in onze levens Zijn werk kan doen. Om het met 2 Corinthiërs 13 te zeggen: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest zij met u allen. ​Amen”[6].

Het belangrijkste en meest wijze besluit dat de wereld kan nemen, is: massaal terugkeren naar God.
Zoals in Hosea 6: “Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven. Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen, die het land natmaakt”[7].

De hemelse God komt naar ons toe. Ook vandaag. Sterker nog: Zijn roepstem davert over de wereld!
Laten wij geduldig en geconcentreerd naar Hem luisteren!

Noten:
[1] Over Hosea 3 publiceerde ik op deze plaats het artikel ‘Hosea 3: de noodzaak van lege handen’, hier geplaatst op woensdag 26 september 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/09/26/hosea-3/ .
[2] Hosea 3:1-5.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/hosea/3 ; geraadpleegd op woensdag 25 maart 2020.
[4] Jesaja 54:6, 7 en 8.
[5] “Houvast”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 29 februari 2020, p. 3.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Hosea 6:1, 2 en 3.

3 maart 2020

Zoek, en u zult vinden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Van de term ‘zoektocht naar God’ krijgen Gereformeerde mensen nogal eens de kriebels[1]. Want die uitdrukking wordt met een zekere regelmaat gebruikt door mensen die Goddelijke dingen zelf willen verklaren. Daar hebben Gereformeerden hun bekomst van. Zij zijn er klaar mee.

Toch moeten wij God zoeken.
Dat zien wij bijvoorbeeld in Deuteronomium 4. Daar lezen wij over mensen die slechte dingen doen en Gods geboden negeren. Mozes proclameert namens de Here: “De HEERE zal u dan overal verspreiden onder de volken. U zult met slechts weinig mensen overblijven onder de heidenen naar wie de HEERE u voeren zal. Daar zult u ​goden​ dienen die het maaksel van mensenhanden zijn, hout en steen, en die niet zien, niet horen, niet eten en niet ruiken kunnen. Dan zult u daar de HEERE, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en met heel uw ziel zoekt[2].
Wij zien het bijvoorbeeld ook in 1 Kronieken 22. Daar geeft David orders om zijn zoon Salomo te helpen bij de tempelbouw: “Nu dan, richt uw hart en uw ziel erop om de HEERE, uw God, te zoeken. Sta op en bouw het ​heiligdom​ van de HEERE God”[3].
Wij lezen het in Colossenzen 3: “Als u nu met ​Christus​ ​opgewekt​ bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit”[4].
En de Hebreeënschrijver noteert: “Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken[5].

Dr. Marc J. de Vries maakt in zijn boek ‘God vinden. In gesprek met zoekers’ duidelijk dat “we God op Zijn Woord mogen geloven als Hij zegt dat Hij Zich laat vinden. Het hoeft niet bij zoeken te blijven. Maar om God te vinden moet je Hem wel zoeken waar Hij te vinden is. Het is niet om het even hoe we God zoeken (…) Wanneer we ernstig zoeken en niet uit een vrijblijvende en afstandelijke interesse, mogen we daar verwachtingen van hebben. God gaf Zijn Woord als betrouwbaar getuigenis van Zichzelf. Hij belooft Zijn Geest aan wie Hem daarom vragen.
Behalve dat we moeten zoeken in het Woord, wijst de Heere de weg van het zoeken in gebed, ook in de gemeente. Dat ook de gemeente genoemd wordt, is mijns inziens terecht. Anders wordt de zoektocht naar God erg individueel. De gemeente van Christus is een aangewezen vindplaats”[6][7].
Dus:
* wie God zoekt, moet op de goede plaats zoeken; in Zijn Woord namelijk
* wie God zoekt, moet gaan bidden
* wie God zoekt, moet naar de kerk gaan.

Tijdens een conferentie van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte zei De Vries het belangrijk te vinden dat we Gods hand in de gewone dingen zien: “Wij kijken naar de bijl die op het gebed van Elisa, tegen alle natuurwetten in, komt bovendrijven. Maar zien wij ook de hand van God in al die bijlen die zinken in het water? In die orde kunnen we Gods trouw zien (…). De filosoof Plantinga heeft beargumenteerd dat de openbaring van God in het leven als kenbron geldt. We moeten erkennen dat we niet alles kunnen bewijzen. Ik kan niet wetenschappelijk bewijzen dat ik van mijn vrouw houd. Er zijn vormen van kennis die niet berusten op bewijskracht, maar die we wel voor echte kennis willen houden”[8].
Dus:
* in de dingen van alledag kunnen wij Gods trouw zien
* wie God zoekt, kan Hem nooit onomstotelijk bewijzen.
* er is liefde in het spel!

De Groningse literatuurwetenschapper Lambert Wierenga typeert Gods Woord als “een bundeling verslagen van de zoektocht van de mens naar God, naar een vorm van kennis óver God”. Op de vraag of Wierenga God inderdaad gevonden heeft zegt hij: “Ik denk dat God voor iedereen altijd de onzienlijke blijft. Je kunt Hem niet zien. Je kunt denken, hopen, ervan overtuigd zijn, dromen dat je Hem gevonden hebt, Hij beware mij ervoor. Ik hoop dat ik tot mijn laatste dag zoekende blijf. Anders fixeer ik God. Dat wil ik juist niet. Het moet een open zoektocht blijven. Ik wil uitleggen hoe ik denk dat God te zoeken is en waar Hij wellicht te vinden is. En op welke voorwaarde”[9][10].
Wierenga geeft de indruk:
* dat God zoeken een techniek is; een ambacht, zo u wilt
* dat omgang met God nimmer zekerheid geeft.

Hoe nu?
Laten Gods Woord en de Gereformeerde belijdenisgeschriften hele drommen kerkgangers in tergende onzekerheid over hun status op deze aarde?
Neen! Driewerf neen!
Laten wij de Nederlandse Geloofsbelijdenis maar eenvoudig naspreken: “Wat hebben wij dan nog meer nodig, daar Christus zelf uitdrukkelijke zegt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij -Johannes 14:6-? Waarom zouden wij een andere advocaat zoeken, daar het God behaagd heeft ons zijn Zoon te geven om voor ons te pleiten? Laten wij Hem niet loslaten om een ander te nemen, of liever, om een ander te zoeken, zonder die ooit te vinden. Want toen God Hem aan ons gaf, wist Hij heel goed dat wij zondaars waren. Daarom roepen wij naar het gebod van Christus de hemelse Vader aan door Christus, onze enige Middelaar, zoals ons in het gebed des Heren geleerd is. En wij zijn er zeker van dat de Vader ons zal geven al wat wij Hem bidden in Christus’ naam -Johannes 16:23-”[11].

Laten wij de zekerheid van Psalm 9 maar vasthouden:
“Op U bouwt ieder die U kent,
die in zijn angst zich tot U wendt,
want wie U zoeken in hun leven,
hebt U, o Here, nooit begeven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is genomen uit Mattheüs 7:7.
[2] Deuteronomium 4:27, 28 en 29.
[3] 1 Kronieken 22:19 a.
[4] Colossenzen 3:1.
[5] Hebreeën 11:6.
[6] Ds. A.Th. van Olst, “Zoeken met verwachting” – recensie. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 13 februari 2012, katern Puntkomma.
[7] De gegevens van het genoemde boek zijn: Dr. Marc J. de Vries, “God vinden. In gesprek met zoekers”. – Heerenveen: Uitgeverij Groen, 2011. – 128 p.
[8] “Kennis berust niet altijd op bewijskracht”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 20 april 2012, p. 2.
[9] ‘Geloven is niét zeker weten’. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 februari 2020, p. 10 en 11.
[10] De zoektocht van Lambert Wierenga kwam ook aan de orde in mijn artikel ‘De wetenschapper weet het niet’, hier gepubliceerd op maandag 2 maart 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/03/02/de-wetenschapper-weet-het-niet/ .
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[12] Psalm 9:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

3 februari 2020

Auschwitz en de voorjaarsbloemen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Auschwitz? Dat nooit meer! Dat refrein klinkt in Europa. En die wens is terecht. Zeer terecht. Immers, in dat concentratiekamp kwamen ruim een miljoen mensen om. Zij werden vergast.
Toen de Russen het concentratiekamp op 27 januari 1945 bevrijdden, wisten de soldaten van het Rode Leger niet wat ze zagen[1].
Dat alles is nu 75 jaar geleden. Tijdens herdenkingen klinkt het in alle toonaarden: Auschwitz? Dat nooit meer!

Intussen zijn zulke misdaden echter niet de wereld uit. Nog altijd kennen we op deze aarde oorlog en vernietiging. Op kleine en op grote schaal. Wij kennen in deze wereld nog altijd genocide, seksueel geweld en misdaden tegen de menselijkheid. Denkt u slechts aan de Rohingya, een bevolkingsgroep die voornamelijk in Myanmar – het vroegere Birma – leeft[2].

Alleen daarom al is er alle reden om aandacht te hebben voor de voorzienigheid van onze God. Laten we Lucas 12 niet vergeten: “Let op de lelies, hoe zij groeien. Ze werken niet en ​spinnen​ niet, en Ik zeg u dat zelfs ​Salomo​ in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze”[3].
Salomo’s glorie en rijkdom waren indertijd spreekwoordelijk. Leest u maar mee in 1 Koningen 10: “Ook maakte de koning een grote ivoren ​troon​ en overtrok die met zuiver goud. Deze ​troon​ had zes treden en de bovenzijde van de ​troon​ was vanachteren rond, aan beide zijden van de zitplaats zaten leuningen, en bij die leuningen stonden twee leeuwen. Er stonden daar dus twaalf leeuwen op de zes treden, aan beide zijden. Zoiets werd er voor geen enkel koninkrijk ooit gemaakt. Verder was al het drinkgerei van ​koning ​Salomo​ van goud, en alle voorwerpen in het ​huis​ van het Woud van de Libanon waren van bladgoud. Er was niets van zilver. Dat werd in de dagen van ​Salomo​ als niets geacht. De koning had namelijk een Tarsisvloot op zee, samen met de vloot van Hiram. Eens in de drie jaar liep de Tarsisvloot binnen, beladen met goud, zilver, ivoor, apen en pauwen. Zo werd ​koning ​Salomo, wat rijkdom en wijsheid betrof, aanzienlijker dan alle koningen van de aarde”[4].
Daar gaan de lelies en allerlei andere voorjaarsbloemen nog ver boven uit.

Zolang de aarde bestaat komen de voorjaarsbloemen terug. Dat blijkt uit Genesis 9: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[5].

Terugkerende voorjaarsbloemen – dat is ten diepste dus een Verbondszaak. Onze God is trouw aan Zijn verbond!
Hier is een woord uit 2 Timotheüs 2 toepasselijk: “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[6].

In Nederland en in Polen denkt men deze dagen aan al die gruweldaden die in de jaren ’40 van de vorige eeuw in Auschwitz werden verricht.
Minister-president Rutte biedt excuses aan voor de houding van de Nederlandse overheid tijdens de holocaust. Holocaust – dat woord is afgeleid van het Griekse holokauston, ‘geheel verbrand’[7]. Achter dat woord ‘holocaust’ zit een wereld van verdriet!
De laatste overlevenden smeken de wereld dan ook onder tranen: blijf het u herinneren, en doe er wat aan als het weer gebeurt.
Op zichzelf genomen is zo’n oproep niet verkeerd. Maar uiteindelijk zal de oproep onvoldoende blijken te zijn.
Waarom? De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert het ons: “…het gebod ten leven dat hij ontvangen had, heeft hij overtreden en door zijn zonde heeft hij de gemeenschap met God, die zijn ware leven was, verbroken. Zo heeft hij zijn hele natuur verdorven en daarmee de lichamelijke en geestelijke dood verdiend. Doordat hij in al zijn doen en laten goddeloos, verkeerd en ontaard is geworden, heeft hij alle voortreffelijke gaven die hij van God had ontvangen, verloren. Hij heeft daarvan niets overgehouden dan geringe sporen, die niettemin voldoende zijn om de mens iedere verontschuldiging te ontnemen”[8].
Kijk, dat is de diepste achtergrond van Auschwitz.
De verdorvenheid van de mensen – daarin ligt de diepste oorzaak van Auschwitz.

Bij dat alles mogen Gereformeerde mensen zeggen: zolang de aarde bestaat komen de voorjaarsbloemen ieder jaar terug; dat is een Verbondszaak. Kijk maar naar de lelies!

Het was de Gereformeerde dominee Joh. Kapteyn (1908-1942) die, vanuit een concentratiekamp, in een brief aan zijn vrouw schreef: “Maar vast en onwankelbaar blijft mijn geloof, dat God, onze Vader in de hemel, ook den duur van mijn gevangenschap bepaalt. Laten we dat samen vasthouden. Méér hebben we niet, maar dat is ook genoeg”[9].
Wat zullen we daaraan nog toevoegen?

Laten we nog één keer teruggaan naar Lucas 12.
Citaat: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de ​oven​ geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen! En u, vraag niet wat u eten of wat u drinken zult, en wees niet verontrust. Want naar al deze dingen zoeken de volken van de wereld. Uw Vader echter weet dat u deze dingen nodig hebt. Maar zoek het ​Koninkrijk van God​ en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”[10].
Dat Koninkrijk torent troostend boven Auschwitz uit.

Het is begin februari 2020.
Nog even en dan zullen, Deo Volente, de eerste voorjaarsbloemen bloeien.
En de kerk repeteert blijmoedig: dat is een Verbondszaak!

Noten:
[1] Zie over het concentratiekamp Auschwitz onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Auschwitz_(concentratiekamp) ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Rohingya_(volk) ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[3] Lucas 12:27.
[4] 1 Koningen 10:18-23.
[5] Genesis 9:13-16.
[6] 2 Timotheüs 2:13.
[7] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://npofocus.nl/artikel/7541/wat-is-de-holocaust ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[9] Geciteerd van http://www.gedaechtnisbuch.org/wp-content/uploads/2016/01/Kapteyn_Johannes-S1_4-27_01_16.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[10] Lucas 12:28-32.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.