gereformeerd leven in nederland

6 januari 2020

Wees dapper en onvervaard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

‘Topjaar voor financiële markten, ondanks onzekerheden en handelsruzies’ kopte de NOS op maandag 30 december 2019.
“Beleggers haalden in een groot deel van 2019 geld uit aandelenfondsen terug omdat er onzekerheid heerste, maar keerden de laatste maanden juist terug en veroorzaakten zo een eindejaarsrally. De beurskoersen trokken daardoor juist extra aan en de late instappers gokken erop dat het nog een tijdje goed zal gaan.
Reden voor het optimisme op de beurs is dat de economische groei weliswaar zijn piek gehad heeft, maar er geen recessie komt. De lage rente en het ruime monetaire beleid van zowel de Europese als Amerikaanse centrale bank zorgen voor een toevloed van geld”.
En:
“Handelsruzies, onzekerheid rond de brexit en geopolitieke spanningen drongen de economische groei terug en schaadden de wereldhandel. En toch stegen de aandelenkoersen”[1].

De huis-, tuin- en keukeneconoom heeft mogelijkerwijs enige moeite om dit alles te volgen.
Wellicht slaakt hij zelfs een verzuchting over de gecompliceerde wereld waarin wij leven.
Die verzuchting is op de keper beschouwd knap ouderwets. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.F. Heij (1919-1999) zei in 1959 in een preek over Jozua 1 namelijk al eens: “Vindt u het leven ook niet ontzaglijk gecompliceerd? Met hoeveel dingen moet een mens in de tegenwoordige levensomstandigheden niet rekening houden? Je moet hieraan denken en daaraan; je mag dit vooral niet vergeten en dat evenmin, hierop moet je letten en daarop. Aan massa’s dingen moet je tegelijkertijd denken. Je hoofd loopt er vaak bij om. Het begint je soms te duizelen”.
Een gecompliceerde wereld? Die is van alle tijden. De mens heeft geen overzicht over de ganse aarde. Hij heeft al moeite om zijn eigen taken uit te voeren.

Dat is in Jozua 1 ook al zo.
De bovengenoemde dominee Heij typeert de situatie in dat hoofdstuk als volgt: niemand zal willen “ontkennen dat Jozua volop te maken kreeg met de ingewikkeldheid van het leven. U moet u dat indenken: de kinderen Israëls zijn gekomen aan de ingang van het beloofde land. Maar dan is ook de tijd aange­broken dat Mozes sterven gaat. Als de periode van rouw over de dood van de grote leider is voleindigd, komt de Heere God tot Jozua om hem te laten weten dat het nu zijn beurt is. Trek over de Jordaan, ga het land veroveren”.
En:
“Is dat grote deel van de opdracht vervuld, is het land veroverd, dan moet het worden verdeeld. Maar wat is het moeilijk om land en have onder mensen te verdelen en te zorgen dat niet de een teveel en de ander te weinig krijgt, dat ieder aan zijn trekken komt”.
En:
“De mensen van Jozua moeten gaan vechten tegen de inwoners van Kanaän. Maar die hebben de bui natuurlijk allang zien aankomen. Wat moet het worden als straks heel het Hethietische wereldrijk van die dagen wordt gemobiliseerd? Jozua kent de Hethieten een beetje. Hij is er eens geweest met de andere verspieders. Hebben ze toen niet gerapporteerd dat er reuzen woonden in het land, al zal men niet zonder overdrijving hebben meegedeeld dat de Israëlieten als sprinkhanen waren in hun ogen. Jozua weet van de ommuurde steden, van de sterkte der vestingen. Niemand kon zo zeer de zwaarte van de gegeven opdracht beseffen als Jozua en niemand kon zó de moeiten taxeren waarvoor men zou komen te staan als hij. En weer zou je zeggen, dat de zorgen en moeiten wel vele moeten zijn geweest”.
Maar over al die drukte moet Jozua zich vooral geen zorgen maken. Er is een ander punt dat van het allergrootste belang is: “Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die ​Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit ​boek​ met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen”[2].
Met andere woorden: leef naar Gods wet – blij en dankbaar; dan komt alles goed.
Dominee Heij zei zestig jaar geleden in die preek: “De Heere is trouw en nimmer zal zich een situatie voordoen, waarin de Heere niet bij machte is Zijn trouw te bewijzen. En daarom te meer roep ik u op om te leven bij de ene zorg. Wentel dan nu al uw zorgen op de Heere, uw zorgen ook voor de toekomst. De trouwe Heere in de hemel zal immers Zijn kinderen altijd uitkomst geven. Hij is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn kinderen niet laten omkomen. Hun brood is zeker en hun water gewis, zolang er werk voor hen is in de dienst van God op de aarde. Wat ook de toekomst brengen moge, ons geleidt des Heeren hand”[3].

Wat Jozua zegt is overigens helemaal geen nieuws.
Leest u maar mee in Deuteronomium 5: “U moet dus nauwlettend handelen zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft; wijk niet af, naar rechts of naar links”[4].
En in Deuteronomium 28: “De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt, en als u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter ​andere ​goden​ aan te gaan en die te dienen”[5].
En trouwens – het lijkt wel alsof Jozua het er in hoofdstuk 1 wil timmeren. Want hij zegt ook: “Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen”[6].
En:
“Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat”[7].
Het is de Here genoegzaam bekend: als je Gods volk iets wilt leren, moet je het er bij hen inpompen; anders blijft het niet hangen. Voor je ’t weet is er dan deformatie aan de orde.
Wij moeten het dagelijks repeteren: God is trouw, Hij blijft bij ons; uit dankbaarheid moeten wij bij Hem blijven!

In Jozua 1 is Jozua net Mozes opgevolgd.
Juist in zo’n tijd hebben mensen de neiging om terug te verlangen naar vroeger. Zo van: toen Mozes nog leefde, was alles stukken beter. Of: toen Mozes nog onze leider was ging alles een stuk makkelijker.
Jozua proclameert het met nadruk: ‘wees sterk en moedig’. Met die proclamatie kijkt hij vooral naar de toekomst. Het volk kan verder op het pad dat Mozes, in opdracht van God, heeft gewezen.

Jozua’s naam betekent: de Here redt.
In feite is daarmee het levensprogramma van Israëls nieuwe leider gegeven!

Wees sterk en moedig – dat is geen geitenwollen-sokken-regel.
Want Jozua zegt namens zijn Opdrachtgever ook: “Iedereen die aan uw bevel ​ongehoorzaam​ is en niet luistert naar uw woorden in alles wat u hem gebieden zult, moet gedood worden. Alleen, wees sterk en moedig!”[8].
De God van hemel en aarde vraagt gehoorzaamheid.

Wij leven in een gecompliceerde wereld, zeggen de mensen.
Dat zeggen ze altijd.
Maar er één universele levensregel die nogal ongecompliceerd is: leef met God!
Hoe wij dat vandaag moeten doen?
Wij moeten, naar de toekomst kijkend, krachtig en onverschrokken wezen!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2316696-topjaar-voor-financiele-markten-ondanks-onzekerheden-en-handelsruzies.html ; geraadpleegd op maandag 30 december 2019.
[2] Jozua 1:7 en 8.
[3] De betreffende preek gaat over Jozua 1:1-9 en is gedateerd op zaterdag 6 juni 1959.
[4] Deuteronomium 5:32.
[5] Deuteronomium 28:13 en 14.
[6] Jozua 1:6.
[7] Jozua 1:9.
[8] Jozua 1:18.

10 september 2019

Hoop voor de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van ​vrede​ en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven”.

Mooie woorden zijn dat. Vindt u ook niet? Ze staan in Jeremia 29[1].
We zouden zomaar geneigd zijn om te zeggen: met de kerk staat het er uitstekend voor in Jeremia 29. Het gaat de goede kant op. Wat een heerlijkheid! Wat een rust!

Echter – dat is gezichtsbedrog.
Want Israël is in ballingschap gegaan. Gedeporteerd. Weggevoerd uit eigen land. Israël is leeggeplukt. Iedereen die wat voorstelde moest mee naar Babel: koning Jojakim natuurlijk, het complete hofpersoneel, de leiders van het volk, vakmensen die actief zijn in de bouw en in de smederijen…
Feitelijk is de situatie volstrekt deplorabel!

De profeet Jeremia schrijft een brief aan het gedeporteerde volk.
Is dat een brief van het type ‘houd moed, beste vrienden; alles komt goed’?
Nou nee.
Jeremia raadt zijn volksgenoten aan om zich te settelen. Ga maar mooie huizen bouwen, schrijft hij. Zorg maar voor goede moestuinen zodat u groenten beschikbaar heeft. Ga maar trouwen, en sticht maar een gezin. En als uw kinderen groot zijn is er niks tegen als ook zij met de man of vrouw van hun dromen. Misschien komen er dan kleinkinderen. Dat is prachtig. Laat dat maar gebeuren.
En bid maar voor Babel, het land waar u naar toe bent gebracht.
Natuurlijk zijn er van die fantastische waarzeggers en toekomstvoorspellers die zeggen dat deze wantoestand gauw afgelopen is. Welnu, dat is onzin. Want de eerstkomende zeventig jaar gaat u niet terug naar Jeruzalem.
Na die zeventig jaar – dan komt er vrede; dan is er echt weer toekomst.
Zeventig jaar – dat is ruim twee generaties!
Zeventig jaar – dat is ongeveer net zo lang als één mens heden ten dage leeft!

Vandaag de dag zeggen we vaak dat het onrustig is in onze maatschappij.
Dat is waar.

Er is – bijvoorbeeld – allerlei gedoe in het Forum voor Democratie; geld en macht spelen daar een grote rol.
Er is groot verzuim in de zorgsector; de werkdruk is er hoog.
Hetzelfde verhaal geldt, mutatis mutandis, voor het onderwijs in Nederland; daar is simpelweg te weinig personeel.
Dan is er nog de noodzakelijke beperking van de stikstofuitstoot. Allerlei bouwprojecten staan, vanwege een uitspraak van de Raad van State, nu op losse schroeven.
Ach – wij laten het buitenland nu maar even voor wat het is…

In Jeremia 29 is het dus ook onrustig. Het is geen kwestie van: halleluja, want de samenleving is zo prettig in evenwicht.
Maar juist in die omstandigheden schrijft de profeet Jeremia namens de Here: het loopt uiteindelijk goed af.
Juist in die situatie noteert de woordvoerder van God: er komt een nieuwe tijd aan.
Juist dan schrijft Jeremia: er gloort nieuwe hoop!

Het is belangrijk om de woorden van Jeremia in de context te lezen.
Wij hebben de neiging om op sombere toon op te merken dat we in een donkere tijd leven. En ontegenzeglijk is dat waar.
Maar de profeet Jeremia leert ons om over de grenzen van ons bestaan heen te kijken.
Want de Here zegt: Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester. God kijkt moeiteloos zeventig jaar vooruit.

En het is nog sterker: de God van hemel en aarde kijkt zonder moeite zeventien eeuwen vooruit. In de chronologie van de Bijbelse geschiedenis wordt de zestiende eeuw voor Christus doorgaans beschouwd als de tijd van de aartsvaders – Abraham, Isaak en Jakob. In die tijd weet de Here al dat Jezus Christus komen zal!
Niet voor niets zingen wij in de kerk:
“God is getrouw, zijn plannen falen niet,
Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet,
laat van zijn woorden geen ter aarde vallen;
en ’t werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant,
volvoert zijn hand”[2].

De God van hemel en aarde weet precies wat Hij doet, en wanneer Hij dat doet.
De Gereformeerde predikant Jan Douma (1873-1958) schrijft in verband met Jeremia 29: “De Heere weet wel, wat Hij met u voorheeft. Vredesgedachten koestert Hij over u. De vloek bergt een zegen in zijn schoot. Doch gij moet Zijn tijd leeren verbeiden. Geen ontijdige verlossing en verheerlijking moogt gij begeeren. Leert toch lijdzaam wachten! God heeft er Zijne heilige bedoelingen mede, wanneer Hij de ballingschap langer laat duren dan gij denkt en wenscht. Want Hij wil u behouden, doch alleen in den rechten weg. Dat is de weg der waarachtige bekeering. Gij moet tot verootmoediging gebracht worden”[3].

In de kerk zingen we derhalve niet gedachteloos: halleluja, met ons gaat alles goed.
Juist in de toestand van alledag mogen we zeggen: er is hoop!
Nee, in de kerk gaan we niet somberen. Toegegeven: in de maatschappij is lang niet alles reuze rooskleurig. Maar één ding is volkomen zeker:
“De Heilge Geest, die in de waarheid leidt,
doet aan Zijn kerk Gods heilgeheimen weten.
Die nimmer van haar wijkt in eeuwigheid
heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten.
Zo bouwt Hij Christus’ kerk van land tot land
met vaste hand”[4].

Noten:
[1] Jeremia 29:11.
[2] Gezang 31:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] J. Douma, “Jeremia de profeet”. – Kampen: J.H. Kok, 1921. – p. 166.
De betreffende predikant, Jan Douma, is zeer waarschijnlijk: Jan Douma, zn. van ds. Egbert Douma en Baatje Zwart, geb. Drachten (gem. Smallingerland) 16 dec. 1873, overl. Arnhem 18 juni 1958, tr. Rotterdam 7 jan. 1897 Willemina Visser, geb. Rotterdam 29 okt. 1872, overl. Den Haag 12 apr. 1929, dr. van Karel Adrianus Visser en Maria de Gast. Predikant te Spijkenisse 1897, Alblasserdam 1902, Leiden (kerk B) 1907, Watergraafsmeer 1911, ’s Gravenhage 1916, Arnhem 1929, met emeritaat 1938. Zie hiervoor https://protestantsegemeenteleiden.nl/wp-content/uploads/2018/08/Predikanten_Gereformeerde_kerk_Leiden_1836-2006.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 3 september 2019.
[4] Gezang 31:3; Gereformeerd Kerkboek-1986.

15 juli 2019

Eeuwige rots

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het is Uw vaste voornemen: U zult volkomen ​vrede​ bewaren, want men heeft op U vertrouwd. Vertrouw op de HEERE, tot in eeuwigheid, want de HEERE HEERE is een eeuwige rots”.
Hierboven staan troostvolle woorden.
Het zijn woorden uit een lied.
Ze staan in Jesaja 26[1].
Die gebeeldhouwde zinnen vormen een tegenwicht voor de zwakheid van mensen.
Voor het Forum voor Democratie, bijvoorbeeld. Dat zal hieronder nog blijken.

Over Jesaja 24 en 25 – de voorafgaande hoofdstukken dus – schreef ik al eens: in hoofdstuk 24 “neemt Jesaja ons mee naar de eindtijd. De aarde dreigt onder Gods oordelen te bezwijken. De Here schudt de aarde uit. Alle wereldburgers krijgen ermee te maken! Alle kwaad wordt opgeruimd en weggedaan. Bijkans heel de aarde loopt achter Gods tegenstander, de Satan, aan. Maar al die mensen zullen de dood vinden.
Rampen gaan over de aarde. Overal is verwoesting en ellende. In Jesaja 24 valt zelfs de term ‘Chaos-stad’.
Blijft er nog wat over? Blijven er nog mensen over? Zeker wel!
(…)
De overgebleven mensen gaan een loflied zingen. Een loflied ter ere van de hoge God, die grote schoonmaak heeft gehouden. Die mensen zingen onder meer:
“Zie, Dit is onze God;
wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons verlossen.
Dit is de HEERE, wij hebben Hem verwacht,
wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn heil”[2].
Gelovigen weten het – zelfs als alles om hen heen omvalt en wegvalt is er redding. De verwachting van een goede afloop is dus alleszins gewettigd!”[3].

De eigenzinnigheid van mensen staat tegenover de trouw van de Here!
Hij is een eeuwige rots!

In Jesaja 26 zingen de mensen over een sterke stad. De poorten mogen open. Maar in die stad horen alleen mensen thuis die rechtvaardig zijn. Daar wonen alleen mensen die trouw bij de Here blijven.

In die sterke stad wordt de trouw bewaard.
Vanouds betekent het woord ‘bewaren’: letten op, beschermen, handhaven. Het woord heeft ook in zich: waarschuwen, behoeden voor, bewaken. Daarnaast ook: voorzichtigheid, behoedzaamheid[4].
Zo zal dat gaan in de eindtijd.

Daar bereiden we ons op voor in de kerk. Daarvoor zijn we voortdurend in training. Elke zondag is daarvoor gereserveerd. En de resultaten daarvan zien we, als het goed is, in de rest van de week.

In Jesaja 26 staat iets opmerkelijks: U zult volkomen ​vrede​ bewaren, want men heeft op U vertrouwd”.
Maar de Bijbel staat toch vol met Woordverlating? Men leest toch voortdurend over mensen die bij God weglopen? Inderdaad. Maar daar moeten we ons blijkbaar niet op blind staren. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat echter over de kerk: die “is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[5].
Daarin zit een rustgevende boodschap voor trouwe vromen van alle tijden: u bent nooit helemaal op uw eentje christen!

Dat klinkt prachtig.
Maar wat komt ervan terecht?
Door de week doen we onze laag-bij-de-grondse dingen: werken, eten, drinken, ontspannen, slapen. U kent allen de alledaagse patronen van 2019.
Wat maken we van ons Gereformeerd-zijn? Antwoord: niet al te veel; op eigen kracht althans.

Maar juist daarom mogen we met de zangers van Jesaja 26 instemmen: de Here is een eeuwige rots. Hij is rots, door alle tijden heen.
Hij is “de Herder, de rots van Israël”. Dat leert Jakob zijn kinderen al in Genesis 49[6]. Hij ligt dan op zijn sterfbed. Maar hij heeft het in zijn aardse leven gezien: we kunnen op de Here aan!
David zingt het in 2 Samuël 22:
“De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder
mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem”[7].
En in Jesaja 30 wordt gesproken over iemand die komt bij “de berg van de HEERE, tot de Rots van Israël”[8].

Nu het om die rots draait, ga ik even terug naar donderdag 21 maart 2019. Dat was de dag van de verkiezingen voor Provinciale Staten. En ook van de overwinningsspeech van de heer Thierry Baudet, leider van het Forum voor Democratie.
Baudet sprak onder meer de volgende gedenkwaardige woorden: “Want, vrienden, wij gaan met deze partij de trots van ons land herstellen. Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen. We gaan onze democratie herstellen en vandaag, vandaag, is de eerste grote veldslag gewonnen”[9].
Ziet u dat? Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen. Zulke taal staat diametraal op Jesaja 26. Want mensen zijn van nature niet zo rotsachtig. Van nature kun je maar heel tijdelijk op mensen bouwen. Want na een paar tientallen jaren begint de afbraak al.
Op een website van het dagblad Trouw stond, in verband hiermee, het volgende commentaar: “Het FvD is een partij van de Wederopstanding, zei Baudet, ‘het vlaggenschip van de Renaissancevloot’ ‘Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen’, riep hij tot slot vol vuur. Zoals Jezus tegen Petrus zei: ‘Op deze rots zal ik mijn kerk bouwen’.
Bedoelt Baudet dat hij de nieuwe, door God gezonden Messias is, en zijn partij de rots?”[10]
Waarmee maar weer eens bewezen is dat het FvD geen politieke partij is waar Gereformeerden zich thuis gaan voelen.

Laten wij met Psalm 26 maar blijven zingen:
“Ik blijf op U vertrouwen,
op U, mijn rotssteen, bouwen;
ik wankel niet, o HEER, mijn God”[11].

Noten:
[1] Jesaja 26:3 en 4.
[2] Jesaja 25:9.
[3] Geciteerd uit mijn artikel “Demonstreren? Laat maar”, hier gepubliceerd op dinsdag 5 maart 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/03/05/demonstreren-laat-maar/ ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[4] Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bewaren ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Genesis 49:24.
[7] 1 Samuël 22:2 b en 3 a.
[8] Jesaja 30:29.
[9] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/21/de-uil-van-minerva-spreidt-zijn-vleugels-bij-t-vallen-van-de-avond-a3954103 ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[10] Geciteerd van https://www.trouw.nl/nieuws/bedoelt-baudet-dat-hij-de-nieuwe-door-god-gezonden-messias-is-en-zijn-partij-de-rots~b0dc6d4d/ ; geraadpleegd op donderdag 11 juli 2019.
[11] Dit zijn de laatste regel van Psalm 26:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 maart 2019

De trouw belicht

In dit artikel worden enkele Schriftgedeelten belicht waarin de trouw van God en de trouw aan elkaar aan de orde komen[1].
Drie ervan komen uit het Oude Testament; één uit het Nieuwe Testament.

En het zal alras duidelijk wezen – wie de trouw van God in zijn eigen leven niet ziet, levert op slag heel wat levensvreugde in!

Laten wij voorin de Bijbel beginnen.

“Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer ​Abraham, Die mijn heer Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onthouden heeft. Wat mij aangaat, de HEERE heeft mij op deze weg geleid naar het ​huis​ van de broeders van mijn heer”.
Deze woorden lezen wij in Genesis 24[2].
Het zijn woorden van een vertrouwd personeelslid van Abraham. De dienaar spreekt zijn dankbaarheid uit omdat de Here trouw gebleven is. Hij heeft de vertrouweling van Abraham op het spoor gezet van Rebekka. Rebekka is een vrouw uit Haran, het vaderland van Abrahams familie – zie Genesis 12.
Het wordt duidelijk: de Here is in Genesis 24 aan het werk. En ook wij mogen zeggen: Hij leidt ons in onze keuzes.

Maar dat moeten vooral ook consequente keuzes zijn.
Jozua formuleert dat in Jozua 24 zo: “Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de ​goden​ weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in ​Egypte, en dien de HEERE. Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de ​goden​ die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, óf de ​goden​ van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn ​huis​ betreft, wij zullen de HEERE dienen!”[3].
Dat is een gerichte keuze. Iemand heeft in verband met Jozua 24 eens gezegd: “het stembiljet geeft maar één mogelijkheid”[4].
Is de Here dan een dictator? Zoals die in Rusland, of die in Venezuela? Nee. Immers – Wie heeft zich, door de tijden heen, zó ingezet om van een heel klein iets groots te maken: een volk dat Kanaän helemaal ter beschikking krijgt? Wie heeft er zoveel geduld gehad met dat vaak mopperend en revolutie plegend volk? Dat is de Here, en niemand anders!

Ook in Psalm 40 wordt van Gods trouw getuigd. In dat profetische kerklied staan twee zaken centraal:
* het getuigenis van Gods grote daden
* een schreeuw om redding.
De dichter zegt:
“Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart,
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.
Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet
in de grote gemeente”[5].
Gods ingrijpen in het verleden geeft garanties voor de toekomst. Het werk dat God in het verleden heeft gedaan, geeft de dichter zekerheid: in de toekomst zal het met mij ook wel goed komen.
Het zingen van een psalm als deze is, ook anno Domini 2019, een oefening in vertrouwen. Daarbij gaat het uiteraard eerst om vertrouwen op God. En omdat wij vertrouwen op Hem, kunnen we in de kerk ook vertrouwen op elkaar.

Nu bladeren we even door naar het Nieuwe Testament. Laten we nog een ogenblik in het laatste Bijbelboek lezen.

In Openbaring 2 lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[6].
De gelovigen worden getest. Juist omdat zij op de proef worden gesteld, blijkt wie de echte gelovigen zijn.
Paulus wijst daar ook op in 1 Corinthiërs 11: “Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen”[7].
Mensen die de test doorstaan krijgen de kroon van het leven.
Die kroon, of krans, bedoelt de apostel Paulus ook in 1 Corinthiërs 9: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[8].
Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[9].

Laten wij nog een blik werpen op de praktijk van alledag in 2019.

Niet zo lang geleden zei een vader in het Nederlands Dagblad ook iets over trouw.
Hij formuleerde: “Spreken over mijn geloof in God vind ik niet altijd gemakkelijk, dus ik breng mijn geloof vooral in de praktijk. Dat doe ik onder meer door aanwezig te zijn in de erediensten, daarin trouw te zijn. Hierin wil ik een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. Zij moeten leren dat de kerkgang niet vrijblijvend is. ’s Middags is de kerk soms bijna leeg, dat vind ik moeilijk om te zien. Vanaf het moment dat onze kinderen acht jaar zijn, moeten ze beide diensten mee gaan. Het grappige is dat de jongere kinderen nu al graag mee willen. Ik leer ook van hen. Zo bidden zij aan tafel voor specifieke dingen, terwijl ik sneller een algemeen gebed uitspreek. Hun houding stimuleert mij ook weer”[10].
Met het bovenstaande is eens te meer bewezen: trouw is niet alleen iets voor denkers, maar zeker ook iets voor doeners!

Tenslotte nog dit.
Wie de reikwijdte van Gods trouw ziet, kan opgelucht en verheugd de toekomst in gaan. Want de God van hemel en aarde is tot in eeuwigheid trouw.

Noten:
[1] Een bewerking van dit artikel zal de inleiding zijn die mijn vrouw D.V. houdt tijdens een vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die avond, die wordt gehouden op donderdag 21 maart, zal worden gesproken over het onderwerp ‘Trouw aan God, trouw aan elkaar’.
[2] Genesis 24:27.
[3] Jozua 24:14 en 15.
[4] Professor H.J. Schilder in een preek over Jozua 24:15. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jozua stelt kiezend Gods volk voor de keuze op de overgang van verleden naar toekomst.
1. Hij stelt het volk voor de gerichte keuze;
2. hij stelt het volk voor de gemeenschapskeuze;
3. hij stelt het volk voor de geloofskeuze.
[5] Psalm 40:11.
[6] Openbaring 2:10.
[7] 1 Corinthiërs 11:19.
[8] 1 Corinthiërs 9:25.
[9] 1 Petrus 5:4.
[10] “Wij leven in een sociaal land” – portret van Dirk Malda uit Arnhem. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 maart 2019, p. 24.

5 februari 2019

Door de wereld gaat een lied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”[1].

Hierboven staan woorden uit een lied van Mozes. Ze staan in Deuteronomium 32.

De Heer van hemel en aarde heeft Mozes laten weten dat het moment van diens sterven nabij is.
Er zullen dus bevoegdheden overgedragen moeten worden. Mozes en Jozua komen samen bij God in de tent van ontmoeting.

Dan gaat God spreken.
En Hij geeft een bericht door dat niet bepaald blijmoedig stemt. Leest u maar mee.
“Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in ​hoererij​ achter de ​vreemde ​goden​ van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn ​verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken.
Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrikkelijke dingen en noden zullen het volk treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?
Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot ​andere ​goden​ gekeerd”[2].

Heeft Mozes al zijn werk nu voor niets zitten doen? Zijn de vele inspanningen voor niets geweest?
U zult zo’n boodschap maar krijgen, vlak voor u sterven gaat! ‘Al dat werk van u levert niet al te veel rendement op…’. Zulke dingen wilt u dan toch helemaal niet horen?

De Here spreekt verder.

Mozes moet de Israëlieten een lied leren. Het is een lied dat tegen de Israëlieten getuigt. Een lied voor mensen in de beklaagdenbank, zeg maar.

God zegt: “En nu, schrijf voor u dit ​lied​ op en leer het de Israëlieten; leg het hun in de mond, opdat dit ​lied​ voor Mij een getuige is tegen de Israëlieten.
Want Ik zal dit volk brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, een land dat overvloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot ​andere ​goden​ wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn ​verbond​ verbreken.
En het zal gebeuren, wanneer veel verschrikkelijke dingen en noden het volk getroffen hebben, dat dit ​lied​ dan voor zijn aangezicht als getuige zal antwoorden; want het zal niet vergeten worden of uit de mond van zijn nageslacht verdwijnen”[3].

Ziet u wat hierboven gebeurt?
De Israëlieten lopen en masse bij God weg.
Maar de Here is trouw. Hij heeft Zijn volk een nieuw land beloofd. En ja, die belofte zal zeker worden ingelost!
En er zal nog iets bijzonders geschieden. Namelijk dit: de Here wordt gedurende lange tijd niet gediend, maar dat lied is – om zo te zeggen – het refrein van de geschiedenis. De Here wordt bijkans vergeten, maar dat lied kent iedereen nog. De hemelse God is uit het beeld weggedrukt. Maar dat lied wordt nog vaak gezongen. Of geneuried, misschien. En ja, iedereen kent de tekst nog…
Jazeker, op de lange duur realiseert het volk zich dat God al lang niets meer van Zich heeft laten horen. Uiteindelijk is er her en der wel iemand die zegt: “Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?”…
Maar dat lied? Dat lied echoot door de tijden heen.

Het weergalmt in de tijd:
“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”.

Wie zich realiseert wat de voorgeschiedenis van dit lied is, bedenkt ook dat dit een waarschuwing is.
Bekende en zeer vrome liederen kunnen uit volle borst worden gezongen, terwijl de dienst aan de Here toch in de vergetelheid raakt. Christelijke liederen kunnen op harmonieuze wijze ten gehore worden gebracht, terwijl in het dagelijks leven het volgen van Jezus Christus nauwelijks een rol speelt.
Daar zullen we, ook in de kerk van de Here Jezus Christus, voor moeten uitkijken!

Maar daarmee is niet alles gezegd.
Want immers – het is de Here Zelf die er zorg voor draagt dat dat lied van Deuteronomium 32 in de geheugens blijft hangen.
Het is de Heilige Geest van God die ervoor gezorgd heeft dat het lied van Mozes nu in onze Bijbels staat.
De God van hemel en aarde zorgt er Persoonlijk voor dat Zijn werk doorgaat; zelfs als Zijn ‘instrumentarium’ – het volk dat Hij uitkoos – somtijds tegenwerkt!

Doen wij het goed in de kerk?
Maken wij, kerkmensen van 2019, de juiste keuzes?
Stelt de kerk van 2019 de juiste prioriteiten?
Dat zijn vragen waar niet altijd makkelijk een antwoord te geven is. De Bijbel leert ons op diverse plaatsen dat het zomaar mis kan gaan.
Maar laten wij, dat geconstateerd hebbende, niet wanhopig worden. Want de God van het verbond laat niet varen wat Zijn hand begon. Oftewel: de kerk gaat niet ten onder, hoezeer de wereld daar misschien ook haar best voor doet.

Wat dat betreft spreekt Psalm 145 boekdelen:
“Rechtvaardig is de HEER in zijn beleid,
zijn werk toont steeds zijn goedertierenheid”[4].
De Here is te allen tijde billijk. Zijn manier is altijd alleszins gerechtvaardigd.
Tegelijkertijd staat Zijn manier van doen bol van barmhartigheid.

Als Mozes dit lied aan zijn volksgenoten heeft doorgegeven zegt hij erbij: “Neem al de woorden waarmee ik u heden waarschuw, ter harte, zodat u uw ​kinderen​ gebiedt al de woorden van deze wet nauwlettend te houden. Want het is geen woord zonder inhoud voor u, maar het is uw leven”[5].
Dat wil zeggen: het is geen kwestie van overleven, maar van voluit leven in allerlei omstandigheden, relaties en verbanden – gezegend door God en tot eer van God.

Het is uw leven – die proclamatie klinkt ook in 2019.
Onze welgemeende reactie met Psalm 145 is daarom zeker gewettigd:
“Al wie tot Hem in waarheid roept, hoort Hij,
ja, Hij verlost, is in hun nood nabij.
De HEER bewaart hen die Hem trouw verwachten,
maar Hij verdelgt al wie zijn wet verachten.
Mijn mond zal spreken van de lof des HEREN.
Laat al wat leeft zijn naam voor eeuwig eren!”[6].

Noten:
[1] Deuteronomium 32:3 en 4.
[2] Deuteronomium 31:16, 17 en 18.
[3] Deuteronomium 31:19, 20 en 21.
[4] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Deuteronomium 32:46 en 47.
[6] Dit zijn de laatste regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

8 november 2018

Stelling 96

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er is, naar ik heb begrepen, een aanvulling gekomen op de 95 stellingen van Maarten Luther.

In de krant las ik: “Ds. K.H. Bogerd, predikant van de hervormde gemeente in Wouterswoude, heeft woensdag op Hervormingsdag, in navolging van Maarten Luther, een stelling op zijn kerkdeur bevestigd: stelling 96.
Het gaat om een handgeschreven tekst met het woord ‘Trouw’ en daaronder de Bijbeltekst uit Openbaring 2:10: ‘Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens’. ‘Als ik dit wilde doen moest het op Hervormingsdag’, aldus ds. Bogerd.
De Friese predikant is een groot bewonderaar van kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546). Die verspreidde ooit 95 stellingen, te beginnen in Wittenberg, als aanklacht tegen de aflaatpraktijk in de Rooms-Katholieke Kerk.
Ds. Bogerd kwam tot de spontane actie omdat hij recent een aantal preken heeft gehouden over het thema trouw. ‘Het is een oproep aan de hele christenheid om trouw te blijven aan de kerk. Daar gaat het namelijk om’”[1].

Een oproep tot trouw – dat is een heel goede zaak.
Maar trouw aan de kerk? Dat wekt mijnerzijds enige argwaan. Zeker, de kerk – mét lidwoord – is mij lief. De heilige vergadering van de ware gelovigen, bedoel ik[2]. Maar moet ik altijd trouw blijven aan de kerk? Ook als de kerk een nep-kerk wordt? Ook als de kerk ontrouw wordt? Geen denken aan!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik ook: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen”[3].
Zulke ‘kerken’ zijn er dus ook.
Trouw aan de kerk? Daar zou ik maar voorzichtig mee wezen. Kerkmensen, ambtsdragers incluis, bedenken steeds weer nieuwe dwalingen. Op zondige mensen kun je niet vertrouwen.
Steeds weer moeten we beseffen dat de Here Zijn kerk vergadert. En we zullen goed moeten bekijken waar Hij dat doet. En laten we maar eerlijk zijn: het is, anno Domini 2018, niet altijd even makkelijk om dat te zien.

Dominee Bogerd refereert aan Openbaring 2. In de Herziene Statenvertaling lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”.

Die woorden zijn gericht aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Leden van die kerk hebben te maken met vervolging.

Een exegeet schrijft: “Het lijden houdt hier vervolging in. Sommige gelovigen zullen in de gevangenis geworpen worden. De gevangenis was in de Oudheid niet een plaats van straf, maar een plaats waar men werd vastgehouden in afwachting van het vonnis: men kon worden vrijgesproken. Gezien de vijandige situatie in Smyrna zal het vonnis echter eerder straf en zelfs de doodstraf inhouden. Uit de woorden ‘de duivel zal … u in de gevangenis werpen’ blijkt dat de plaatselijke overheid wordt voorgesteld als een instrument van satan”.
En verder:
“Hij die getrouw is tot in de dood zal de ‘kroon des levens’ ontvangen. We moeten niet zozeer denken aan de koningskroon, maar eerder aan de ‘krans’ die aan de winnaars van sportwedstrijden werd gegeven. (…). Smyrna stond bekend om zulke spelen. Omdat er ook sprake is van de ‘boom des levens’ (…), die het eeuwige leven in het volmaakte Koninkrijk van God voorstelt (…), zullen we ‘kroon des levens’ niet moeten lezen als de ‘kroon’ die bestaat uit het eeuwige leven, maar als de ‘kroon’ die hoort bij het eeuwige leven. Het is, om met een ander beeld te spreken, ‘de kroon op het levenswerk’ van de christen”[4].

Het gaat in Openbaring 2 dus om leden van een vervolgde kerk. Om mensen die met hun belijdend leven de dood riskeren.
Gelet op dat laatste is, naar mijn inzicht, de vergelijking met Nederlandse kerkmensen niet heel gelukkig.

Het is mooi dat dominee Bogerd de mensen om hem heen stimuleren wil om standvastig te zijn, en loyaal te blijven.
Alleen gaat het in Openbaring 2 niet zozeer om trouw aan de kerk. Het gaat om “de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden”[5].
Het lijkt me goed die opmerking hier te maken.
Want zeker in deze tijd moeten we godsdienstige zaken scherp stellen.

Trouw aan de Eerste en de Laatste – dat is niet altijd makkelijk.
Het was dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, die in een preek over Openbaring 2:8-11 eens zei: “Wie het échte leven wil, moet bereid zijn de dood te trotseren. Nee, niet in eigen kracht. Want wat er ook gebeurt en waar de Here u ook voor plaatst: de Here stelt altijd zijn éigen werk op de proef. En als het nodig is, durft Hij het aan om ons de ergste dingen te laten lijden. Zijn eigen werk zal de vuurproef doorstaan. Tegelijk met de nood zal Hij voor de uitkomst zorgen. Verlies daarom het vertrouwen niet”[6].
Daarom – ja daarom – mogen wij het ook in 2018 tegen elkaar zeggen: houdt moed!

Noten:
[1] “Predikant prikt stelling 96 aan de kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 november 2018, p. 13.
[2] Deze formulering gaat terug op artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus…”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:10. Geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.
[5] Openbaring 2:8 b.
[6] De preek is te vinden via http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.