gereformeerd leven in nederland

19 april 2019

De opstanding opent de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Goede Vrijdag en Pasen – dat zijn dagen die de deur naar de toekomst openen. Want de opstanding van Jezus Christus is een feit!

De discipelen hadden van die opstanding kunnen weten. Dat suggereren de engelen in Lucas 24 nadrukkelijk: “En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is ​opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, toen Hij nog in Galilea was: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan”[1].
De engelen moeten dat nog eens flink benadrukken.

Inderdaad – Jezus heeft het in Lucas 9 duidelijk gezegd: “De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en ​schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”[2].
De discipelen hebben dat natuurlijk wel gehoord.
Maar ach – hoe gaat dat als iemand aankondigt dat hij dingen gaat doen die, menselijk gesproken, onmogelijk zijn? Daarvan denk je: nou, dat zál wel…; en je besteedt er verder geen aandacht meer aan. Zo is dat misschien in Lucas 9 ook wel gegaan.
Zo werkt dat in deze wereld nog.
Massa’s mensen gaan voorbij aan Christus’ aankondiging dat Hij eens zal terugkeren, om de levenden en de doden te oordelen. Gelovigen weten het: dankzij Hem gaan wij de hemel binnen. En de vijanden van God? Zij gaan voor eeuwig ten onder[3].
Pasen is een attentiesein – vergeet het niet: Christus’ opstanding is nog maar het begin; al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan!

In Openbaring 14 zegt een stem vanuit de hemel: “Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na”[4].
Van al die mensen die in de Here gestorven zijn, mogen we weten: zij blijven niet voor eeuwig dood; er komt een moment dat zij weer springlevend zullen wezen! Godvrezende echtgenoten, kinderen, andere familieleden, vrienden, bekenden uit de kerk – voor al die mensen geldt dat er een schitterend vervolg is!
Pasen is het feest van het leven. En niet alleen omdat je eieren kunt zoeken in de tuin, of in bos en beemd!

“Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft”, zeggen de engelen in Lucas 24.
Dat betekent voor ons, anno Domini 2019, onder meer: houdt de kennis over het Oude Testament levend. Daarin hebben woordvoerders van God, de profeten, erop gewezen dat de Redder komen zou. Voortdurend zeiden ze: de Messias komt er aan!
Jesaja zei in hoofdstuk 53: “Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn”[5]. Jesaja zei: de Messias zal ervoor zorgen dat gelovige kinderen van God verder kunnen in het leven. Jesaja zei ook: Gods Zoon zorgt voor verdere uitvoering van het Goddelijk heilsplan.
Mensen vieren Pasen. En als dat feest voorbij is, komt het gewone leven weer aan.
Mensen kijken naar The Passion, op televisie. En als dat spektakel voorbij is, landen zij weer in het gewone leven.
De zondag na Pasen wordt, met name in Rooms-katholieke kringen, wel Beloken Pasen genoemd. Beloken is het voltooid deelwoord van beluiken, het tegengestelde van ontluiken. Beloken Pasen wil zeggen: wij sluiten de Paasweek af[6]. De sleur van alledag doet weer zijn intrede.
Aldus is het bij Gereformeerden niet. Het Paasvuur blijft, als het goed is, bij hen altijd branden. Toegegeven, het is lang niet altijd een uitslaande brand. Maar bij Gereformeerde mensen is de weg naar morgen nooit helemaal dicht. Steeds weer blijkt er weer een mogelijkheid om de toekomst binnen te stappen. Want het is Pasen geweest!
Het Oude en Nieuwe Testament beschrijven de stappen die de God van hemel en aarde zet om Zijn heilsplan op glorieuze wijze te verwezenlijken. Hij houdt nimmer pauze. Het werk aan Zijn heilsplan vindt voortreffelijk voortgang!

Is dat chill?
Is dat reden voor algemene en permanente ontspanning?

Misschien zeggen sommigen: wat zijn dat voor vragen? Passen die wel bij Pasen?
Die vragen staan hier vandaag wel genoteerd.
Waarom?
U moet weten: de van oorsprong Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit organiseerde onlangs een speeddate. Kamper studenten en een aantal vacante gemeenten stelden zich in een kort gesprek aan elkaar voor. Eén van de studenten zei bij die gelegenheid: ‘preken vind ik ook super-chill’[7].
Dat klinkt prettig. Relaxed. Een beetje losjes bovendien.
Maar laten wij ons niet vergissen: op de eerste Paasdag valt de beslissing.
Want de boodschap van Paulus in 1 Corinthiërs 15 is nog altijd actueel: “Als nu van ​Christus​ gepredikt wordt dat Hij uit de doden is ​opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is? En als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[8].
De deur naar de toekomst gaat voor gelovige mensen open. Maar voor mensen die de waarde en de waarheid van Christus’ opstanding betwijfelen gaat diezelfde deur dicht. Voor sceptici en heidenen rest slechts het pad naar de eeuwige ondergang.
Dat is allesbehalve chill.
Het betreft namelijk een serieuze keuze. Een keuze die zondige mensen in hun leven voortdurend moeten vernieuwen. En nee, die keuze is geen kwestie van ‘effe doen’.

Het is hierboven, naar aanleiding van woorden uit Lucas 24, reeds genoteerd: Pasen is een attentiesein.
De boodschap is: vergeet het niet – Christus’ opstanding is nog maar het begin; al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan!
Mensen die bestemd zijn voor het leven moeten we daarom niet bij de doden zoeken.
Jezus Christus ging ons voor
de hemel door.
En zo zal dat met al Zijn kinderen gaan.
Dat is een schitterend vooruitzicht. Zo worden het pas echt mooie Paasdagen!

Noten:
[1] Lucas 24:5, 6 en 7.
[2] Lucas 9:22.
[3] Zie hierover ook: Heidelbergse Catechismus – Zondag 19, vraag en antwoord 52.
[4] Openbaring 14:13.
[5] Jesaja 53:10 b.
[6] Zie hierover ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Beloken_Pasen ; geraadpleegd op donderdag 18 april 2019.
[7] “Preken vind ik ook super-chill”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 april 2019, p. 7.
[8] 1 Corinthiërs 15:12-20.

30 maart 2018

Nieuwe stap in het heilsplan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Wat dunkt u van de gemeenteraadsverkiezingen?
Zo’n tien dagen geleden werden ze gehouden[1].
De winst ging, zoals u wel weten zult, naar heel veel lokale partijen. Waarom? Misschien vanwege het cynisme over de gevestigde politiek en de landelijke partijen die in Den Haag op het pluche zitten. Want ach – zo overpeinst het gepeupel – wat doen die politici op de keper beschouwd precies? En wat hebben wij er in Boerenstronkeradeel aan?

In die wereld vol sarcasme en cynisme is het Goede Vrijdag en over enkele dagen Pasen.
Zo gaat dat.
Zo hoort dat.
Zo moet dat.
Zo is dat ook door Jezus Christus Zelf gezegd: “De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan”.
Een paar vrouwen worden er in Lucas 24 door engelen aan herinnerd[2].

Dei staat daar, dat betekent: het moet, het is noodzakelijk; en het moet van Godswege zo gebeuren. Wij hebben hier te maken met Gods heilsplan.
Het heilsplan van God: daar draait het om, vandaag en in de komende dagen.

Dat heilsplan wordt uitgevoerd. Daar kunnen we honderd procent van op aan.
Onze Here God kijkt niet eerst hoeveel stemmen er vóór de uitvoering van Zijn heilsplan zijn; en hoeveel stemmen daar tegen zijn. Als de stemuitslag ongeveer fifty-fifty zou wezen, zou de God van het verbond Zijn plan niet opnieuw tegen het licht houden. Hij zou niet kijken of het plan wel moet worden uitgevoerd, zoals je dat bij een referendum doet.
Het heilsplan van God staat vast. Het gaat door!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijven wij dat plan zo: “Zo heeft Hij teruggegeven wat Hij niet geroofd had (…), en heeft Hij als rechtvaardige voor onrechtvaardigen geleden (…), zowel naar lichaam als naar ziel, zodat Hij de verschrikkelijke straf voelde die wij door onze zonden verdiend hadden, en zijn zweet als bloeddruppels werd, die op de aarde vielen (…). Hij heeft geroepen: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (…), en Hij heeft dit alles geleden ter wille van de vergeving van onze zonden. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, dat wij niets anders weten dan Jezus Christus en die gekruisigd”[3].

Dat heilsplan krijgen mensen stukje bij beetje te zien. Mensen leren het begrijpen, stap voor stap.
God is geweldig. Groots. Zo verbazingwekkend dat wij totaal overdonderd en verpletterd zouden wezen als wij alles in één keer zouden zien. Daarom werkt de Here als het ware portioneel, in porties.

Die mededeling in Lucas 24 doet Jezus Zelf al in Lucas 9. Leest u maar mee: “Hij zei: De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en ​schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”[4].
Maar daar, in Lucas 9, reageert er blijkbaar niemand op.

In Lucas 18 blijkt ook het onbegrip van de mensen. Ik citeer weer: “En Hij nam de twaalf bij Zich en zei tegen hen: Zie, wij gaan ​naar Jeruzalem​ en alles wat geschreven is door de profeten zal aan de Zoon des mensen volbracht worden. Want Hij zal aan de heidenen worden overgeleverd en bespot worden en smadelijk behandeld en bespuwd worden. En zij zullen Hem doden, nadat zij Hem gegeseld hebben en op de derde dag zal Hij weer opstaan. Zij begrepen echter niets van deze dingen en dit woord was voor hen verborgen en zij begrepen niet wat er gezegd werd”[5].

In Lucas 24 breekt eensklaps het licht door.
“En zij herinnerden zich Zijn woorden”[6].
Het verstand van de vrouwen wordt verlicht.
Zij krijgen een helder moment, zeggen we dan op aarde.
Maar in de kerk moeten en mogen wij dan blijmoedig opmerken: de God van het verbond zet een nieuwe stap in zijn heilsplan; de planning wordt weer ietsje duidelijker.

Trouwens, Paulus maakt het in Efeziërs 1 toch nog weer wat moeilijker: het is zo “dat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren​ heeft, opdat wij ​heilig​ en smetteloos voor Hem zouden zijn in de ​liefde”[7].
Dat is op vrijdag 30 maart 2018 niet te overzien. Wij begrijpen daar niets van.

Goede Vrijdag en Pasen: die gebeurtenissen zullen wij hier op aarde nooit helemaal doorzien. Zelfs niet in de kerk. Het hoe en waarom zal ons, te midden van zonden en tekortkomingen, nooit helemaal duidelijk worden.

Wij mogen en moeten het, ook in de rationele tijd van deze eeuw, gewoon geloven: wij zijn gered en geheiligd door het bloed van Jezus Christus!

Voordat u en ik het weten zakt dat geloof weg. Voor u en ik het beseffen denken we dat we onszelf wel kunnen redden. Dan klampen we ons vast aan mensen en dingen die om ons heen zijn. Want die kunnen we zien. Daarvan weten we wat wij eraan hebben.
Aan lokale partijen bijvoorbeeld.
Of bijvoorbeeld aan die lieve buurvrouw, die soms boodschappen voor ons doet. Want aan haar héb je wat, in het alledaagse leven.
Enzovoort.

Goede Vrijdag en Pasen: onze Heiland overwint de dood!
Jezus Christus zet Zijn heilsplan door. Zijn triomf op het graf is nog maar het begin.

In Lucas 24 zegt de Heiland tegen de Emmaüsgangers: “O onverstandigen en tragen van ​hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de ​Christus​ dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”[8].
Ja, dat was nodig.
Want God laat niet varen het werk van Zijn handen.

Die boodschap mag worden verkondigd.
In Boerenstronkeradeel.
Ja, overal in de wereld.

Noten:
[1] Dat was op woensdag 21 maart 2018. Overigens gaat men in gemeentes die onderdeel zijn van een herindeling – waaronder de gemeente Groningen – pas naar de stembus op 21 november 2018.
[2] Lucas 24:7.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[4] Lucas 9:22.
[5] Lucas 18:31-34.
[6] Lucas 24:8.
[7] Efeziërs 1:4.
[8] Lucas 24:25 en 26.

25 maart 2016

De verzoeking is vlakbij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Bidt, dat gij niet in verzoeking komt” – Lucas 22:40 en 46.

Op deze Goede Vrijdag van het jaar 2016 schrijf ik graag iets naar aanleiding van bovenstaande woorden. Ze komen twee keer voor in één perikoop.
Ze zijn blijkbaar geweldig belangrijk.

De leerlingen moeten ervoor waken om zich van Jezus Christus af te keren en niet langer op Hem te vertrouwen. Het wordt hen op het hart gedrukt. Die opdracht moet goed tot hen doordringen.
En ook wij moeten daar blijvend oog voor houden!

Het was al in 1959 dat de vrijzinnig hervormde predikant P. Smits zei: “Het is ook mijn eer te na, dat iemand voor míjn schuld zou moeten boeten. Ik wens te stáán voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan Fikkie”.
Vandaag is dat motto, mutatis mutandis, door duizenden mensen overgenomen.
Dat voorspelde de ‘religieuze humanist’ Smits trouwens ook al: “Smits voorspelde al in de jaren zestig van de vorige eeuw dat religie in de westerse samenleving zou ontwikkelen tot het ‘ietsisme’, een niet-dogmatisch, vaag en op emoties gebaseerd spiritueel gevoel. Ook zelf raakte hij meer en meer los van het christelijke gedachtegoed. Hij schreef over die ontwikkeling in ‘Veranderend wereldbeeld, mensbeeld, godsbeeld’ (1981)” [1].
De vraag is of wij ons, anno Domini 2016, helemaal over willen geven aan Jezus Christus die voor ons geleden heeft. Want de verleiding is vandaag de dag groot om water in de wijn te doen!

Overal op de wereld wordt Goede Vrijdag en Pasen gevierd.
Dat gebeurt vanuit het lijden van de wereld. Wij staan er midden in. We hebben er allen mee te maken. Aan den lijve, soms.
Ik denk aan de ramp met de MH17.
In het Reformatorisch Dagblad van 17 oktober 2015 stond een foto van een kruis. Het bijschrift was veelzeggend. Het luidde: “In Roszypne (een dorpje in Oekraïne, BdR) staat een kruis. Op de plek waar de cockpit van de MH17 neerstortte. Het is een monument als uiting van respect aan de slachtoffers en de nabestaanden. Met een boodschap.
In het Westen wijst het kruis (ook onder christenen) naar dood en lijden. Daarom staat het op een rouwkaart of op een graf.
In Rozsypne staat echter een Slavisch kruis. De bovenste balk is voor het opschrift INRI, de onderste voor Jezus’ voeten. Verder heeft alles nog een diepere betekenis.
Belangrijker is nog dat het kruis in de oosters-orthodoxe beleving niet van lijden (Goede Vrijdag) spreekt, maar getuigt van de overwinning (Pasen).
De boodschap van dit monument is dus: er is overwinning onder het kruis”[2].

In de bovenstaande alinea’s zijn twee uitersten uitgetekend:
* Christus’ lijden en opstanding zeggen niets meer
* Christus’ lijden en opstanding garanderen onze toekomst, vanwege Zijn reddingswerk.

“Leidt ons niet in verzoeking”.
Die bede richten we ook in onze tijd nog aan onze God.
Dominee Joh. Kapteyn – in 1941/1942 Gereformeerd predikant te Groningen – heeft over die bede eens gezegd: “Christus leert ons niet anders dan te bidden: ‘en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze’.
We mogen dus wel bidden om afwending van oorlogen en rampen en vervolging, maar slechts als geestelijke menschen. Wanneer ik bidden ga in vleeschelijken wellust, kan ik hier gemakkelijk de kerk vol krijgen. Maar doen de heidenen ook niet alzoo?
We moeten bidden naar de Schrift het ons leert, en dus als wetende, dat al deze dingen komen zullen, en in deze verzoeking bidden om staande te mogen blijven. We mogen niet bidden in kortzichtigheid, maar als menschen, die de Schrift kennen en uit de openbaring leven willen, hoe het ook gaan moge.
En dan zullen we niet vreezen hen die het lichaam kunnen dooden, maar veel meer Hem, die beide, lichaam en ziel, kan verderven in de hel. En daarom zullen we ook alle dingen ondergeschikt maken aan dit ééne: Jezus Christus komt om te oordeelen! We zullen dan niet meer bezield worden door de gedachte en de hoop, dat we het leven er af zullen brengen; maar hoe het ook ga, dat we mogen staan voor Hem!”[3][4].

Wij moeten geestelijke mensen zijn. Die term kennen we uit 1 Corinthiërs 3: “En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen”[5].
Omdat wij aan Christus verbonden zijn, kunnen wij heel veel dingen aan. En dat is heel, heel hard nodig.
De hierboven reeds geciteerde dominee Kapteyn zei daarover eens: “De grootste zwarigheid zal zijn, dat er schijnbaar nergens uitkomst zal wezen. Bedreigingen worden volvoerd en alles schijnt triumfantelijk uit te roepen: ‘Waar is nu uw God? Waar is de God op Wien gij bouwdet en aan Wien gij uw zaak vertrouwdet?
Maar Christus zegt: ‘Geloof mij. Ik kom!’.
Dat is: als gij niets dan verdervende machten voor oogen hebt, als in den gang der historie de ondergang der Kerk zich schijnt af te teekenen, houdt dan dit beloftewoord vast en zegt: ‘Hij komt, ik weet: Mijn Verlosser leeft!’.
Resultaat dus: in plaats van neergebogen, hoog opgericht!
Christus’ bedoeling is: dat wij in alle droefenis en vervolging het hoofd opsteken”[6].

Wij leven in een wereld vol dreiging en geweld. En laten wij maar eerlijk zeggen dat we daar totaal geen overzicht over hebben.

Op deze Goede Vrijdag moeten we echter vol overtuiging belijden dat onze Heiland vanwege onze zonden gestorven is.
Met die belijdenis moeten we, naar het lijkt, een beetje uitkijken. Uit het redactioneel commentaar in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 19 maart jongstleden citeer ik: “Preken over zonde en genade is niet verboden. Maar als de hoorder de boodschap niet pikt, moet de voorganger het zwijgen worden opgelegd. Dat is het standpunt van de Employment Appeals Tribunal (EAT), de Britse raad van beroep voor werknemers.
De EAT deed recent een uitspraak naar aanleiding van een klacht van de pinkstervoorganger Barry Trayhorn die op straat was gezet. Behalve dat hij predikant was, werkte hij ook als tuinman bij een gevangenis nabij Cambridge, waar vooral zedendelinquenten worden vastgehouden.
Op uitnodiging van een gevangenispastor had Trayhorn een dienst geleid. Aan de hand van 1 Corinthiërs 6 had de pinkstervoorganger gesteld dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Een aantal zonden benoemde hij daarbij concreet. Hij wees erop dat alleen de genade van de Heere Jezus Christus verlossing brengt. Heel sterk beklemtoonde hij dat elk mens, ook hijzelf, die genade nodig heeft.
De preek viel niet in goede aarde. Enkele gedetineerden voelden zich gediscrimineerd en dienden een klacht in. De leiding besloot daarop om niet alleen de pinkstervoorganger de toegang tot de gevangeniskansel te ontzeggen, maar ook om hem te ontslaan. Dat de predikant aanvoerde zichzelf ook als zondaar te kennen en dus de gestraften niet had afgewezen, mocht niet baten”.
De schrijver van het commentaar concludeerde onder meer: “Wanneer de boodschap van zonde en genade door seculiere instanties wordt gesmoord, is een samenleving aan de verharding overgegeven. Moet de kerk dan maar zwijgen? Integendeel, ze moet schreeuwen tot God om een wederkeer tot Zijn geboden”[7].

De conclusie van die commentator lijkt mij volkomen terecht.

Goede Vrijdag: dat is voor Gereformeerde mensen, als het goed is, een dag van waarschuwing en troost.
Laten wij het slot van Gods Woord maar tot ons door laten dringen. Dan is alles gezegd.
Ik citeer:
“Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.
Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.
Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!
De genade van de Here Jezus zij met allen”[8].

Noten:
[1] Zie: Albert-Jan Regterschot, “Biografie over P. Smits”. In: Kruispunt, katern van het Reformatorisch Dagblad, donderdag 19 november 2015, p. 4.
[2] “MH17: overwinning onder het kruis”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 17 oktober 2015, p. 13 (rubriek Beeldhoek).
[3] Rudolf van Reest, “Een bloedgetuige der kerk. Het leven en sterven van Johannes Kapteyn. Gereformeerd predikant”. – Groningen, 1946. – p. 60. Geraadpleegd via www.digibron.nl .
[4] Zie voor meer informatie over deze predikant http://www.protestant.nu/Encyclopedie/tabid/359/Default.aspx?page=Kapteyn%2c%20Johannes%20 . Geraadpleegd op zaterdag 19 maart 2016.
[5] 1 Corinthiërs 3:1 en 2 a.
[6] Rudolf van Reest, a.w., p. 63.
[7] “Zwijgen over zonde”. Commentaar in Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 maart 2016, p. 3.
[8] Openbaring 22:16 b-21.

3 april 2015

Met lege handen naar God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Op Goede Vrijdag gedenken we Christus’ sterven voor ons[1]. In de wereld van vandaag kijkt men daar niet meer van op.
Waarom niet?

Mensen zijn vandaag vaak geïnteresseerd in de concrete dingen van de dag. En dat is, vanuit de mens bezien, ook geen wonder.
De tijd van gouden horloges, van vast werk en van veertig jaar bij dezelfde baas is voorbij. De zekerheden van vandaag zijn de vraagtekens van morgen.
Natuurlijk, daarbij worden religie en geloof toegestaan. Maar dan alleen voor persoonlijk gebruik. Zeg niet dat een ander er ook wat aan hebben moet. Als u er als individuele persoon iets mee kunt, dan is het oké.
Je moet er zelf iets mee hebben, anders doet het je niks. En als je er iets bij voelt, dan geef je er vervolgens zelf een waarde aan.

Even zo goed raken heel wat mensen door al dat individuele en ietwat eenzame geknutsel een beetje in de war. Want waar komt die religie nu eigenlijk vandáán?
Welnu, dat krijg je er van als je een heer of dame van stand wilt zijn en alles alleen wilt doen. Dat krijg je, als je je persoonlijke koers uitzet en je eigen weg wilt gaan “zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart”. U herkent waarschijnlijk de formulering van Efeziërs 4[2].

Op Goede Vrijdag wordt de antithese weer recht overeind gezet:
* uzelf redden in de concrete werkelijkheid van vandaag en morgen
of:
* gelovig weten en vertrouwen dat u gered bent door een Goddelijke beslissing die gevolgen heeft tot in de eeuwigheid.

Velen willen zich vandaag zelf redden. Maar ze kunnen het niet.
De Heiland moest ook helemaal alleen lijden. Hij was er ook toe in staat.
Wij vinden het in onze Bijbels vermeld: “Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”[3] .
En in dat eenzame lijden droeg hij de zonden van heel het menselijke geslacht, zo leert ons Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus[4].

Als we de Heilige Schrift goed lezen, zien we dat de mensen in de kern niet veranderd zijn.
In 2015 roepen velen in koor: als u niet alleen wilt zijn, welnu – dan zoekt u toch een metgezel? En als u moeite heeft om iemand van uw stand te vinden, dan zijn er op internet nog wel wat datingsites. Altijd prijs.
Kortom: red u zelf, en zoek uw vrienden op!
Welnu, woorden van diezelfde strekking zeiden de passanten op Golgotha ook: “Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis!”[5] .
En de kerkelijke leiders orakelden:
“Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israëls Koning; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen aan Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon”[6].
Al die eeuwen zijn mensen bij de voortduur zondig gebleven.
Hoe beschaafd of geleerd mensen soms ook waren, zondig waren zij steeds.

En toen opeens… stond alles stil. Het werd donker. Aardedonker.
God liet Zijn Zoon alleen.

Zulke donkerte was al eens eerder voorgekomen.
Dat was in Exodus 10: “Daarna zeide de HERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er duisternis zij over het land Egypte, zodat men de duisternis kan tasten. En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel, en er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte. Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; maar alle Israëlieten hadden licht, waar zij woonden”[7]. Dat was de negende plaag tegen Egypte.
In Exodus 10 was de duisternis gericht tegen de vijand.
In Mattheüs 27 was de duisternis gericht tegen Gods Zoon.
Alleen zo kon Christus de grootste vijand, de Satan, echt overwinnen. Alleen zo kon Hij de volle prijs betalen om Zijn kinderen vrij te kopen.

Daarom moeten wij niet blijven staan bij die spot op Golgotha. Wij moeten niet in het donker blijven dolen. Nee, het is niet nodig dat wij diverse sombere schilderijen maken waarop zware en zwarte tinten de toon aangeven.
En wij hoeven, wat mij betreft, niet te eindigen bij “Wir setzen uns mit Tränen nieder und rufen dir im Graben zu: ruhe sanfte, sanfte ruh!”. Dat is, zoals u wel bekend zal wezen, het veelbesproken slotkoraal van de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach. De Matthäus Passion: een groot oratorium dat Bach in of omstreeks 1728 schreef. In de eenentwintigste eeuw worden de compact discs grijs gedraaid. Als die al niet grijs zijn, tenminste.
Maar ik heb nooit helemaal begrepen waarom dat lange stuk in grafstemming eindigt.
Jazeker, Christus’ lijden was zwaar.
Maar het was, en is, reddend voor Zijn kinderen!

En Zijn werk gaat nog door. Het eindigt niet met zoete rust.
Als u het mij vraagt is ons zicht op Goede Vrijdag beslissend voor het antwoord op de vraag: zijn wij Gods kinderen, of niet?

Er zijn wel mensen geweest die, bijvoorbeeld uit innerlijke bevlogenheid, hebben geroepen dat de veroordeling van Christus dient te worden herzien.
Dit was een “gerechtelijke moord”, schreef een Britse jurist in 1948 al[8].
Maar waar het om gaat is dat wij dienen te beseffen dat de Heiland willens en wetens Zijn lijdenswerk heeft volbracht. Wie van alles roept over gerechtelijke dwalingen en over een noodzakelijke herziening van het vonnis dat over Jezus Christus is geveld, moet wél bedenken dat de regie van Christus’ verlossingswerk een hemelse zaak was. Het was niet iets van aards kaliber.
Waar bemoeit men zich toch eigenlijk mee?
Er staan ons slechts twee dingen te doen:
* met lege handen bij God komen
* in heel ons leven dankbaarheid tonen voor de door God bewerkte redding.

“Dan knielen alle rijken voor de Heer.
Wie daalt in ’t stof buigt zich ook voor Hem neer
en wie zichzelf in leven toch niet meer
heeft kunnen houden.
Het nakroost dient Hem, daar zij Hem vertrouwden.
Hun nageslacht zal men zijn trouw vermelden,
die nog geboren worden ’t werk vertellen
dat Hij volbracht”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik al eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 14 april 2006.
[2] Efeziërs 4:17 en 18.
[3] Mattheüs 27:46.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, antwoord 37: “Christus heeft heel de tijd van zijn leven op aarde, maar vooral aan het einde daarvan, de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht aan lichaam en ziel gedragen”.
[5] Mattheüs 27:40.
[6] Mattheüs 27:42 en 43.
[7] Exodus 10:21, 22 en 23.
[8] Dat was Frank J. Powell in zijn boek “The Trial of Jesus Christ”. In 1950 verscheen het boek in een Nederlandse vertaling (“Het proces Jesus Christus”). Zie hierover ook http://www.nd.nl/artikelen/2006/april/12/robbe-groskamp-wilde-christus-veroordeling-herzien .
[9] Psalm 22:14 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

17 april 2014

De Dienstknecht maakt de dienst uit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Morgen is het Goede Vrijdag.
Pasen genaakt.
De reclames van de supermarkten zijn er al lang op aangepast.
In Groningen wordt vandaag The Passion opgevoerd. “The Passion is de moderne en spraakmakende hervertelling van de laatste uren uit het leven van Jezus Christus. Het is een groot cultureel popevenement, met het lijdensverhaal als leidraad en een groot verlicht kruis als blikvanger. Dit grote kruis wordt door de stad gedragen en gevolgd door een lange stoet mensen. In het programma worden verschillende scenes uitgebeeld met Bijbelse hoofdpersonen als Jezus, Maria en Judas en spelen Nederlandse popbands bekende nummers. The Passion is daarmee de moderne variant van de Matthäus Passion”[1].

Mensen maken graag een eigen variant op de verhalen van Goede Vrijdag en Pasen.
Ze geven graag een eigen draai aan de gebeurtenissen van toen.
Maar wat gebeurt er echt?
Antwoord: Jezus maakt duidelijk dat Hij de Koning was en is!

Maar het is wel een onalledaagse Koning.
Jezus is namelijk de enige Koning die een Dienstknecht wordt.
Jezus verricht Zijn dienst: dat is de kern van het Bijbelboek Marcus.
Iemand schrijft daarover: “Vanaf het begin van dit evangelie wordt ervoor gewaakt dat we niet vergeten dat de volmaakte Dienstknecht tevens de Zoon van God is. (…) Zijn waardigheid als de Zoon van God toont aan dat Hij vrijwillig Slaaf werd, zonder daartoe door iemand anders gedwongen te zijn. Ook ontbreekt hier een geslachtsregister, want dat is voor een dienstknecht niet belangrijk. Over Zijn geboorte en jeugd wordt evenmin iets meegedeeld. Bij een dienstknecht is slechts één ding belangrijk en dat is zijn dienst”[2].

In Marcus 15 staat: “En Pilatus ondervroeg Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het[3].

Jezus is Koning.
Dat is een kernpunt in de kwestie. Want in de ogen van Pilatus is dat natuurlijk hoogverraad. Het is regelrechte opstand tegen de keizer.
De overpriesters weten heel goed dat die titel ‘Koning’ voor Jezus iets heel anders betekent dan voor Pilatus.
Het is, wat je noemt, een tactische zet om Jezus Christus op dat punt aan te klagen.

Wie is die Pilatus eigenlijk?
Een exegeet schrijft: “Pilatus kwam in 26 na Christus als vijfde Romeinse procurator naar Judea en was daar tien jaar in functie. Vanwege zijn wrede optreden werd hij in 36 na Christus afgezet. Hij behoorde tot de ridderstand en had zijn aanstelling waarschijnlijk te danken aan Sejanus, een als antisemiet bekend staande adviseur van keizer Tiberius (…). Pilatus keek neer op de joden en had weinig of geen respect voor hun godsdienstige overtuigingen”[4].

‘U zegt dat Ik de Koning der Joden ben’, zegt Jezus tegen Pilatus.
Dat heeft iets in zich van: Pilatus constateert dat, maar Ik zou het zo niet zeggen.
Het is echter meer.
Want Jezus zegt niet Zelf dat Hij Zich Koning der Joden noemt. Anderen suggereren nadrukkelijk dat Hij Koning is.
Uitgerekend de Romeinse procurator – de tussenpersoon tussen de ‘kerkprovincie’ en de centrale overheid in Rome – spreekt uit dat hij met de Koning der Joden te maken heeft!

Pilatus heeft geen enkel respect voor Jezus Christus, de Redder der wereld.
Maar juist die godsdiensthater moet onomwonden vaststellen: U bent dus de Koning van de Joden. Hij kan er niet omheen: in de rechtszaak moet hij dat wel constateren.
Eigenlijk wil Pilatus niets met deze Man te maken hebben. Maar juist hij moet nu namens de overheid de zaak behandelen. Juist hij, de vertegenwoordiger van de officiële regering, moet laten zien aan welke kant hij staat.
Het moet duidelijk worden dat kerk en wereld diametraal tegenover elkaar staan.

Daar zit ten diepste het probleem van Goede Vrijdag en Pasen.
Ook in 2014. Ook vandaag moeten wij demonstreren waar we staan. Wij moeten de gebeurtenissen op Goede Vrijdag herdenken, tegenover de wereld die van Jezus een interessante cultuurhistorische figuur maakt. We behoren met passie het Evangelie uit te bazuinen, tegenover The Passion. Verlangend naar de hemelse toekomst mogen wij Pasen vieren, tegenover het vrolijk Pasen dat – op de keper beschouwd – maar twee dagen duurt.

Wij zien de macht van Jezus Christus. Uit alles blijkt dat Hij daar, tegenover Pilatus, precies weet wat Hij doet. Niet voor niets is Hij zo terughoudend in Zijn verklaring.
Die macht staat tegenover de slapte van Petrus, die in het laatste deel van Marcus 14 zijn Heer verloochent: “Maar hij begon zich te vervloeken en te zweren: Ik ken die mens niet, over wie gij spreekt. En terstond kraaide de haan voor de tweede maal. En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus tot hem gesproken had: Eer de haan tweemaal gekraaid heeft, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij begon te wenen”[5].

Juist in het lijden toont Christus Zijn macht.
Voor mensen van de eenentwintigste eeuw is het moeilijk om dat soort verbanden te zien.
De seculiere wereld is die samenhang al helemaal vergeten.
Terecht schreef iemand een paar maanden geleden in het Reformatorisch Dagblad: “Wel de lusten, niet de lasten. Zo lijkt het te zijn met veel carnavalsvierders. Zij maken zich weer op voor drie dagen vol zotternij, bandeloosheid en veel drank. Dat carnaval –vanouds– bij de vastentijd hoort, lijkt vergeten te zijn. Feesten doen veel Nederlanders wel, maar de link met de lijdensweken in de opmaat naar Goede Vrijdag is voor velen verdwenen”[6].

Hoe dat zij: eerlijk is eerlijk, sommige christenen weten niet altijd goed hoe zij de Goede Vrijdag een plek in hun leven moeten geven: wat kun je ermee in het dagelijkse leven?
Wederom zeg ik: juist in het lijden van Christus zien wij Zijn macht. Door Zijn lijden gaat het leven er heel anders uit zien. De zonde wordt uitgebannen. Het leven wordt volmaakt. Het dagelijks leven van 2014 is totaal onvergelijkbaar met de toekomst in de hemel.
Dat in ogenschouw nemend is het geen wonder dat naam-christenen, die niet echt bij de Heiland horen, niet weten wat zij met Goede Vrijdag aan moeten.

‘Bent u de Koning van de Joden?’, vraagt Pilatus.
‘U zegt het’, stelt Christus vast.
En de Machthebber glorieert.
De Dienstknecht maakt de dienst uit.

Ook in 2014 gaapt er een onoverbrugbare kloof tussen kerk en wereld.
Het is zaak dat wij duidelijk laten zien dat wij rechtgeaarde kerkmensen zijn die hun machtige Koning bewonderen!

Noten:
[1] Zie http://passion.groningen.nl/ .
[2] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1534.pdf .
[3] Marcus 15:2.
[4] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[5] Marcus 14:71 en 72.
[6] “Carnaval”, katern Kruispunt, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (27 februari 2014), p. 4. Ook te vinden op www.digibron.nl .

28 maart 2013

Welsprekend zwijgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Morgen is het Goede Vrijdag. En daarna wordt het Pasen.
In het kader daarvan schrijf ik vandaag iets naar aanleiding van een tekst uit Mattheüs 26.
Vier woorden zijn het maar: “Maar Jezus bleef zwijgen[1].

Die woorden staan in een perikoop waarin Jezus voor de hogepriester en de Raad verschijnt.
Petrus volgt op enige afstand. Hij wil weten hoe het afloopt.
De hele kerkleiding is gedurende enige tijd druk doende met het formuleren van een valse beschuldiging. Zulke verhalen zijn er meer dan genoeg. Het probleem is alleen dat iedereen tegen elkaar in praat. Na veel vijven en zessen zijn er eindelijk twee mensen die ongeveer hetzelfde verhaal vertellen: dat gaat over afbraak en snelle herbouw van de tempel.
Jezus reageert nergens op. Bijna dociel staat hij daar in de zaal om het oordeel af te wachten.
Het wekt de woede van de raadsvoorzitter.
Jezus zwijgt.
Hij zegt niks. Helemaal niks.
Pas na heel lang aandringen doet Hij Zijn mond open. De hogepriester heeft Hem gevraagd om Zijn identiteit te bevestigen. Dáár reageert Jezus op. En wat zegt Hij dan? Hij spreekt niet uit: Ik ben de Zoon van God. Hij zegt tegen de hogepriester: U hebt gezegd dat Ik de Zoon van God ben….

Min of meer onbewust heeft de hogepriester zo ongeveer het eerste ware woord in dit proces gesproken.
Valse beschuldigingen zijn er wel.
Maar een echte aanklacht komt er niet.
Misschien heeft Kajafas gedacht: dit wordt niks; ik ga maar aan een directe ondervraging beginnen, misschien levert dát wat op[2].
Hij vraagt naar Jezus werkelijke identiteit. Zelfs die is nog niet helemaal duidelijk. Komt Jezus uit de hemel, of toch niet?
Hoe dan ook: het is duidelijk dat Jezus onschuldig veroordeeld wordt.

Jezus zwijgt.
De kerkelijke rechtbank vraagt zich in gemoede af wie Jezus is.
De kerkelijke rechtbank steggelt onderling over de tenlastelegging die in deze zaak ter tafel moet komen.
De kerkelijke rechtbank is, kortom, helemaal nog niet klaar voor de rechtszaak.
Maar kijk. Daar staat Jezus al. Hij biedt Zich aan als beklaagde.
Afwachtend.
Zwijgend.

Maar hij staat daar ook als Almachtige.
Want Hij weet wat er komen gaat.
Hij weet wat Zijn taak is.
Hij beseft dat het dieptepunt van Zijn lijden nadert. En Hij is volkomen bereid om die diepte in te gaan.
Sterker nog: Hij weet dat Hij Zijn reddingswerk voltooien zal. Hij geeft vergeving en eeuwig leven aan allen die in Hem geloven.

Daar, in de raadszaal, staat Jezus.
Daar, in de raadszaal, zit ook de leiding van de kerk. Verlegen. Op zoek naar een handelwijze die iedereen tevreden stelt. Maar die kerkleiders zitten vooral vol ongeloof.

De kerkleiders demonstreren, om zo te zeggen, hoe het niet moet. Ze zijn vervuld van anti-Christelijke sentimenten. Alleen dáárom al weten ze niet hoe ze hier mee aan moeten.

Jezus zwijgt.
Het is een welsprékend zwijgen.
Want de vraag hangt in de zaal: gelooft u wat Ik doe en zeg?
Jezus zwijgt. Het staat er in het Woord van God expliciet bij. Bijbellezers van alle tijden kunnen kennis nemen van een machtig moment: het Woord zwijgt.
En nu galmt de vraag door de wereld: gelooft u dat Jezus Christus uw unieke Redder is?

Die vraag is ook in Nederland aan de orde.
En hier zijn heel wat mensen die op de vraag die hierboven staat als antwoord geven: nee, ik geloof daar niet zo veel van.

Neem nou de cabaretier Jörgen Raymann. Vandaag treedt hij in het stuk The Passion op als verteller.
Hij zegt: “De Bijbel is voor mij een bron van inspiratie, maar niet het enige ware woord”.
In het Nederlands Dagblad van woensdag 27 maart staat: “Raymanns pogingen om mensen van verschillende culturen te verbinden, is verklaarbaar. Hij komt uit een multicultureel en –religieus nest. Raymanns ouders waren rooms-katholiek en voedden hun zoon in die traditie op, zijn grootmoeder was joods, zijn schoonmoeder is islamitisch, en het zusje van zijn vrouw Sheila is getrouwd met een hindoe.
Het is dan ook niet vreemd dat de cabaretier zich multireligieus noemt. Thuis op zijn dressoir is het een ratjetoe. Op Raymanns huisaltaar staan onder meer de kop van een oude Indiaan, een Mariabeeld, de hindoegod Natradj, een Afrikaans masker en een Chinese Boeddha. Geen enkele religie heeft de waarheid in pacht, meent Raymann. ‘Ik geloof in één universele religieuze grondslag”.
En hoe zit het dan met het lijdensverhaal?
“Ik vind het fijn om te denken dat Jezus voor onze zonden is gestorven, of het nou klopt of niet. Het geeft me het gevoel dat we altijd een tweede kans kunnen krijgen, dat uiteindelijk alles goed komt”.
Het lijdensverhaal geeft dus ergens wel een fijn gevoel.
Raymann zegt ook: “Ik heb geen concreet beeld bij God. Ik zie niet een man met een baard voor me. God is een hogere macht, een gevoel. Voor de één is hij Allah, voor de ander Jahweh. Daar moeten we niet over oordelen. Het enige waar ik tegen ben, is extremisme. Je mag een ander niet opleggen wat hij moet geloven”.
En: “Ik wil dienstbaar zijn aan het verhaal. De grote uitdaging zal zijn om niet als grappenmaker over te komen. Dat wil ik niet, uit respect voor het verhaal”[3].

In die wereld belijdt de kerk dat Jezus Christus, de Heiland der wereld, de enige weg tot behoud is.
Op die weg wandelen mensen uit heel verschillende culturen.
Het gaat niet om gevoel. Het gaat om geloof.
Het gaat niet om respect. De Here zegt eenvoudig: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”[4].

Wie niet gelooft dat Jezus de enige Redder der wereld is, doet er in deze dagen beter aan om maar te zwijgen.
Wat mij betreft is zulk zwijgen welsprekend.

Noten:
[1]
Mattheüs 26:63 a.
[2] Die gedachte staat ook in: Dr. Jakob van Bruggen, “Matteüs: het evangelie voor Israël”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 1990; vijfde druk 2008. – p. 445.
[3] “Jörgen Raymann is voor één keer geen grappenmaker”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 maart 2013, p. 2.
[4] Exodus 20:3 en Deuteronomium 5:7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.