gereformeerd leven in nederland

11 juni 2019

Evangelie van een Godvrezende realist

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Pinksterdagen zijn voorbij.
En, bent u nu ook blijer? Bent u vol van Geestelijke vreugde?

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is dat niet het geval. Want het is een gewone werkdag. Een dag als alle andere – vol met zonden en gebreken, vol met ergernissen.
En Prediker – dat is Salomo – zegt het reeds in hoofdstuk 1: “..in veel wijsheid zit veel verdriet. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed”[1].

Een exegeet vat de droefenis van Salomo als volgt samen:
“1. alles is frustratie
2. de frustratie in de natuur en de geschiedenis
3. de frustratie van wijsheid”[2].

Prediker heeft trouwens nog wel meer frustraties. Over de politiek bijvoorbeeld, in hoofdstuk 4. En over onderdrukking van de armen bijvoorbeeld, in hoofdstuk 5.

Moeten we met z’n allen gefrustreerd worden, in de kerk?
Zeker niet.
Want in hoofdstuk 2 staat te lezen: “…Hij geeft wijsheid, kennis en blijdschap aan de mens die goed is voor Zijn aangezicht. Aan de zondaar echter geeft Hij de bezigheid om te verzamelen en te vergaren, om het te geven aan wie goed is voor Gods aangezicht. Ook dat is vluchtig en najagen van wind”[3].
En in hoofdstuk 3: “Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht. Wat er is, was er al, en wat er zijn zal, is er al geweest. God zoekt wat voorbijgegaan is”[4].

Salomo is dus geen gefrustreerde pessimist. Integendeel. Hij is een Godvrezende realist. Hij confronteert mensen met de twee kampen van het Evangelie: voor of tegen God.
Wie veel kennis heeft, kent ook een massa ergernissen. Maar juist in die situatie komt het er op aan om een eerlijk antwoord te geven op de vraag: aan welke kant staan wij?

De Pinksterdagen zijn voorbij.
Maar dat wil niet zeggen dat de Heilige Geest voorbij vliegt en vervolgens uit het zicht verdwijnt.
In de Dordtse Leerregels staat te lezen: “God heeft ook gewild dat Christus aan dezen [dat zijn alle uitverkorenen] het geloof zou schenken, dat Hij – evenals de overige reddende gaven van de Heilige Geest – door zijn dood voor hen verworven heeft. God heeft eveneens gewild dat Hij hen door zijn bloed zou reinigen van al hun zonden, zowel van hun erfzonde als van de zonden die zij voor of na het ontvangen van het geloof zouden bedrijven. En ook was het Gods wil dat Hij hen tot het einde toe trouw zou bewaren en hen tenslotte stralend zonder vlek of rimpel voor Zich zou plaatsen”[5].
De God van hemel en aarde is dus druk aan het werk. Ook na Pinksteren.

Ook na Pinksteren geldt: wie kennis verzamelt, ziet gebreken. Want zo iemand ziet ook wat hij niet weet, of nog niet weet.
Maar Gereformeerde mensen hoeven niet te blijven staan bij aards gefröbel en gehannes.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee H.J. Nijenhuis (1924-1994) die in een preek over Prediker 1 terecht opmerkte: “Als u, broeders en zusters, maar nooit vergeet wat uw hemelse Vader voor u heeft gedaan, doet en zal doen door Jezus Christus. Laat dát nooit in de vergetelheid van de mensen tijden verdwijnen. Daartoe tracht men u van alle kanten te bewegen. Men zegt dat de rol van de kerk is uitgespeeld; dat uw geloof is verouderd; dat Gods Woord uit de tijd is, en dat het christendom in zijn nadagen is.
Maar dat is nu juist niet waar. Want het goddelijk werk van levensvernieuwing blijft eeuwig jong en fris. Het heeft een toekomst van eeuwigheid. Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord van de Here blijft in de eeuwigheid. Het beloftewoord van uw God. En dit is nu het woord dat u als evangelie, als goede boodschap is verkondigd van deze preekstoel voor uw moeizaam leven in deze verouderende wereld. Zie, God maakt alle dingen nieuw voor zijn kinderen”[6].

De Pinksterdagen zijn voorbij. Het gewone leven gaat weer beginnen.
De druk in de maatschappij stijgt bij tijden tot ongekende hoogten.
Het is, als het daarom gaat, tekenend dat de burgerlijke gemeenten in Nederland er dit jaar 420 miljoen bij krijgen omdat steeds meer jongeren een beroep op de jeugdzorg doen; de gemeenten hebben een te gering budget om adequate hulp te kunnen bieden[7].
Hoe dat alles zij – Gereformeerde mensen weten aan welke kant zij in het leven staan: zij zijn kinderen van God. Zo blijft de druk toch draaglijk!

Noten:
[1] Prediker 1:18.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2325.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 7 juni 2019.
[3] Prediker 2:26.
[4] Prediker 3:14 en 15.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 8.
[6] Dit betreft een preek over Prediker 1:9, 10 en 11. De preek dateert uit 1976.
[7] Zie https://nos.nl/artikel/2286557-defensie-klimaat-en-zorg-profiteren-van-meevaller-kabinet.html ; geraadpleegd op vrijdag 7 juni 2019.

2 augustus 2017

Perspectief na de zondeval

Het woord ‘zondeval’ zegt, goed beschouwd, al veel.
De zonde komt in de wereld. De mensen komen ten val; zij stonden recht overeind, maar vanaf nu is dat heel anders.
En steeds weer lopen mensen in de val. Want wij hebben allen met de erfzonde te maken.

Zonde is, om zo te zeggen, uiterst besmettelijk. Werkelijk iedere wereldburger is ermee behept.
Dat beamen wij ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen”[1].

De desastreuze gevolgen van dat erfelijke kwaad zien we in Psalm 14:
“Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[2].

Het magnifieke van het Evangelie is dat de Here Zich, nadat de mensen zo revolutionair bezig zijn geweest, niet onbetuigd laat. Het is niet zo dat de God van hemel en aarde het nu maar helemaal zelf uit moet zoeken. De Here God komt bij de mens terug. En Hij spreekt een belofte uit waar heel veel in zit. Sterker nog: ten diepste is het zo dat de almachtige God Zijn reddingsplan voor deze wereld ontvouwt:
“En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen”[3].

Het in Genesis 3 gepresenteerde reddingsplan wordt daarom wel het ‘proto-Evangelie’ of ‘eerste Evangelie’ genoemd. Die aanduiding gebruikt men omdat in dit Schriftgedeelte de eerste vingerwijzing staat naar Gods verlossingsplan met deze wereld. In Gods Woord is het de eerste verwijzing  naar de komst van de Messias. In deze belofte liggen alle andere beloften over verlossing van de zonde en het herstel van Gods goede, volmaakte wereld besloten. Daarom noemt men dat ook wel de ‘moederbelofte’[4].
De Nederlandse Geloofsbelijdenis verwoordt het Goddelijke reddingsplan als volgt.
“Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich zo in de lichamelijke en geestelijke dood gestort had en zich volkomen rampzalig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte. God heeft hem getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw (…), om de kop van de slang te vermorzelen (…) en de mens voor eeuwig gelukkig te maken”[5].

God straft, jazeker. Onze God is geen almachtig Heer die, als het er op aankomt, alles door de vingers ziet. Wie Hem in de weg staat, krijgt met Hem te maken.
Maar er is meer.
Want onze God is ook barmhartig.
Eva krijgt een eretitel: Zij krijgt, om zo te zeggen, een koninklijke onderscheiding. Zij wordt ‘moeder van alle levenden’ genoemd[6].
De mensen ontvangen kleding van de hemelse Heer Zelf[7].
Zeker, de weg naar het paradijs wordt streng bewaakt. Daar kunnen de mensen niet meer terecht. Maar de Here laat Zijn schepselen niet in de steek.

In Genesis 3 zien we Gods genade:
* de Here laat Zich aan Zijn kinderen zien
* Hij geeft hen nakomelingen, en gaat dus met mensen verder
* het mondt uit in Abraham en in Israël, een keuze die tot zegen is voor heel de mensheid[8].

Wat moeten wij vandaag met Genesis 3 aanvangen?
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H.J. Nijenhuis (1924-1994) zei daar in een preek eens het volgende over: “Christus werd door God verlaten, opdat wij nimmermeer door Hem zouden worden verlaten. Dat is het evangelie, dat ons reeds in Gen. 3 tegenklinkt uit Gods roep: waar zijt gij?
Die roep gaat ons nog altijd dwars door het hart. En daarom komen wij, geroepen kinderen van God, tevoorschijn uit deze zondewereld en gaan we tot God door onze Here Jezus Christus. En we erkennen deemoedig onze grove schuld voor Hem en geven ons aan zijn genade over. Want nu hebben we, opnieuw, gehoord en gezien hoe oneindig Gods deugden van barmhartigheid, liefde, ontferming en trouw zijn tot verlossing van zijn verloren, maar weergevonden kinderen”[9].

Trouwens, we kennen toch Hebreeën 2?
“Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die ​geheiligd​ worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen”[10].
En:
“Omdat nu die ​kinderen​ van vlees en ​bloed​ zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de ​duivel​ – teniet te doen,
en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.
Want werkelijk, Hij neemt de ​engelen​ niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan”[11].

En wij weten toch ook wat Paulus in 2 Timotheüs 1 schrijft?
“…Nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het ​Evangelie”[12].

Wij weten toch dat onze Heiland de sleutels van het dodenrijk in handen heeft?
Leest u maar mee in Openbaring 1. Daar zegt Hij: “Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. ​Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf”[13][14].

De uitwerking van het in Genesis 3 omschreven reddingsplan geeft de wereld perspectief!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[2] Psalm 14:3.
[3] Genesis 3:15.
[4] Zie ook http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/64725-genesis-315-proto-evangelie-zondeval-plan-van-verlossing.html ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 17.
[6] Genesis 3:20.
[7] Genesis 3:21.
[8] Zie hierover ook https://mjschuurman.wordpress.com/2013/07/18/genesis-3-een-verhaal-over-de-zonde/ ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.
[9] De preek had als tekst Genesis 3:8 en 9. Thema en verdeling van de preek luiden:
De eerste ontmoeting van de HERE God en de mens na de zondeval.
Bij deze ontmoeting
1. gaat de mens zich verbergen voor zijn God
2. gaat God op zoek naar zijn mens.
[10] Hebreeën 2:11.
[11] Hebreeën 2:14, 15 en 16.
[12] 2 Timotheüs 1:10.
[13] Openbaring 1:17 b en 18.
[14] In het bovenstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/HB392.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 11 juli 2017.

Blog op WordPress.com.