gereformeerd leven in nederland

27 juni 2019

Gods trouw omsloten door onze lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De samenleving holt achteruit. In de ogen van Gereformeerde mensen althans. In kabinetsmaatregelen wordt steeds minder rekening gehouden met Gods Woord. De samenleving wordt steeds onchristelijker.
Waar gaat het heen?

Dat ligt, zoals dat dan heet, in de schoot van de toekomst verborgen.
Wat we wel weten is dat het vroeger weinig beter was.

Israël denkt er bij de Schelfzee niet aan dat de Here het volk kan redden en dat het heel goed mogelijk is dat de Egyptische farao het onderspit delft.
De Here grijpt in. Hij zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Zijn volk niet in de pan gehakt wordt.

Natuurlijk is Israël dankbaar.
Dat is logisch.
Wie is er niet blij als zijn leven, om zo te zeggen, opnieuw begint?
Maar ach… hoe gaat dat?
De dankbaarheid slaat al gauw om in ongerustheid, en in revolutie.

Het volk denkt collectief: in de woestijn komen we om!
Het volk denkt: God is afwezig; komaan, laten we een gouden kalf maken – zo zorgen we er zelf voor dat God weer dichtbij komt.
Op enig moment komt het zover dat God zo woedend is op Zijn volk dat Hij Zich voorneemt om al die Israëlieten in vredesnaam maar uit te roeien. Dat dat voorkómen wordt, komt omdat Mozes voor Zijn volksgenoten in de bres springt.

En als we dat allemaal hebben gehad, blijkt het ganse volk ontevreden over Kanaän – het land dat God voor Zijn volk vrij gaat maken.
Bovendien blijkt Baäl-Peor, de afgod van de Moabieten, reuze aantrekkelijk. Baäl-Peor, dat betekent: heer van de bres[1]. Een bres is een opening in een muur. Het lijkt wel of de Israëlieten een opening naar een andersoortige toekomst zien!

Israël klaagt bij Meriba over gebrek aan water. Alsof de Here niet bij machte is om daar in een oogwenk iets aan te doen!

Israël trekt Kanaän binnen. En kijk nu toch eens, wat wonen daar veel vriendelijke en heel lieve mensen! Zij zijn zo lief dat je gerust met hen trouwen kunt…
Alleen maar – dat is niet de dienstorder van God. Want Hij heeft gezegd: roei dat volk uit! Waarom? Omdat het belangrijk is dat de dienst aan God alle aandacht krijgt; het heeft geen zin om je daarbij te laten afleiden door de leuke ‘godsdienst’ van de buren.

Dat alles laat God beslist niet over Zijn kant gaan. Het volk wordt gestraft. En niet zo’n klein beetje ook. Er volgen vele jaren in ballingschap.

Men zou denken: dit is het dan. En misschien ook: wat zijn die Israëlieten toch hardleers. Of ook: dat Oudtestamentische volk leert het nooit!
Maar er is meer.
Want God is trouw aan Zijn verbond. Hij laat Zijn volk nooit in de steek.

Daarom blijft voor Gods volk van alle tijden en plaatsen maar één ding over: God loven en prijzen om Zijn trouw.

Wellicht denkt u: waar haalt die weblogscribent dat toch allemaal vandaan?
Welnu, wij kunnen het bovenstaande terugvinden in Psalm 106.
Al die geschiedenissen staan beschreven in Gods Woord.

Wie – met een schuin oog op het kerkelijk leven in Nederland – Psalm 106 leest, vat hopelijk weer enige moed.

Er zijn veel gelovigen in Nederland. Maar zij vinden op verschillende plaatsen onderdak.
Van baptisten tot Gereformeerde Gemeenten in Nederland: gelovigen gaan op heel veel verschillende plaatsen naar de kerk.
Er zijn vele discussies in Nederland. Over de doop, over belijdenis doen, over de vrouw in het ambt…
Er wordt gefuseerd. Tussen Gereformeerd-vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden. En wellicht op termijn ook tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken Nederland. Maar is dat naar Gods wil? Is het verantwoord?

Laten we nog eens terugkeren naar Psalm 106.
Het was professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die over dit kerklied eens opmerkte: “Evenwel, die Psalm 106 met zijn droef relaas kan ons toch ook al voorzichtig maken. Immers, dat lied kent — al die sombere herinneringen ten spijt — wel degelijk zijn roem en lof. Met lóf vangt het aan: Halleluja, looft de Heere, want Hij is goed. En het einde is dienovereenkomstig. Niet slechts als een liturgisch slot, maar ook als conclusie en doel van de gehele psalm, wanneer verlossing uit actuele ellende (verstrooiing, ballingschap) wordt begeerd ‘opdat wij uw heilige naam loven, ons beroemen in uw lof’ (…). Het één sluit het ander toch blijkbaar niet uit, het zondenregister verhindert niet de roem op Gods goedertierenheid in de voortgang der historie”[2].

Psalm 106 is een gebed.
De dichter vraagt zijn God om in te grijpen.
“Denk aan mij, HEERE, naar het welbehagen in Uw volk;
zie naar mij om met Uw heil,
zodat ik het goede van Uw uitverkorenen mag zien,
mij mag verblijden met de blijdschap van Uw volk,
mij mag beroemen met Uw eigendom”[3].
En:
“Verlos ons, HEERE, onze God,
breng ons bijeen vanuit de heidenvolken,
opdat wij Uw ​heilige​ Naam​ loven
en ons beroemen in Uw lof”[4].
De dichter vraagt zijn God om Israël weer terug te brengen uit de ballingschap.
De psalmschrijver kijkt naar de geschiedenis van Israël. En hij ziet het scherp – wij hebben er met z’n allen een rommeltje van gemaakt. En de psalmist beseft ook: de zaak komt pas weer op orde, als de Here ons – om zo te zeggen – oppakt en weer op onze plaats zet.

Als het gaat om kerkelijke verdeeldheid, houden we ons vaak om de lieve vrede stil. Je kunt niet altijd maar op het scherpst van de snede opereren.
Als het op fuseren aankomt, vragen rechtgeaarde Gereformeerden zich af: brengt dit alles ons dichter bij God, of niet? Er wordt getelefoneerd, ge-e-maild, gepraat en vergaderd. En de één is nog bezorgder dan de ander.

En misschien zeggen we wel zachtjes tegen onszelf: geloven is mooi, maar wat zit er soms een hoop gedoe omheen!
In een dergelijke situatie moeten we maar naar Psalm 106 kijken. Laten we de kerkgeschiedenis in herinnering brengen en Gods trouw zien. En de trouw van onze Verbondsgod mogen wij omsluiten met onze lof!

Noten:
[1] Zie https://christipedia.miraheze.org/wiki/Baäl-Peor ; geraadpleegd op zaterdag 22 juni 2019.
[2] H.J. Schilder, “Het schrift dat niet verslijt – opstellen over het Oude Testament”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1983. – p. 143.
[3] Psalm 106:4 en 5.
[4] Psalm 106:47.

31 januari 2019

Vooruitzicht in de verzuchtingen

Klaagliederen – de naam van dat Bijbelboek zegt al veel. Er wordt in geklaagd. En niet zo’n klein beetje ook.
De profeet Jeremia componeert de liederen naar aanleiding van het feit dat Juda wordt veroverd door koning Nebukadnezar II. De ‘bovenlaag’ van de bevolking wordt in ballingschap weggevoerd naar Babel. De tempel van Salomo wordt verwoest[1].

Het Bijbelboek Klaagliederen verwoordt een zwaar lijden. Er is sprake van diepe rouw.
Er wordt echter ook schuld beleden. Er kan, zo blijkt, worden gesproken van collectieve schuld; bijkans heel het volk is ontrouw geworden aan God.

Maar in die deplorabele omstandigheden is toch ook Gods genade zichtbaar.
En nee, de Here stoot Zijn volk niet voor altijd weg.
Nee, de Here straft Zijn kinderen niet voor Zijn plezier. Integendeel! Maar de Here is beslist geen goedzak die alles maar goed vindt.

Het zijn echt klaagliederen.
Ze zijn heel poëtisch opgebouwd. Een exegeet schrijft: “Elk klaaglied bevat 22 verzen, naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet (Aleph, Beth, enz.), behalve hoofdstuk 3, dat 66 verzen heeft. Oorspronkelijk begint ieder vers met een Hebreeuwse letter in de volgorde van het alfabet, zoals ook sommige Psalmen, behalve het vijfde en laatste hoofdstuk. Hoofdstuk 3 bevat 66 verzen, beginnend met 3x A, dan 3x B, enz. Voor deze acrostische vorm is gekozen om aan te duiden dat het gaat om een allesomvattend verdriet (van A tot Z)”[2].

In Klaaglied 3 beschrijft Jeremia het diepe leed dat hij heeft doorstaan en zijn indringend gebed. Verder geeft hij duidelijk aan dat hij het nu van God verwacht.
Als er nu wat gaat veranderen, moet dat van Gods kant komen.

En er is één ding dat Jeremia heel zeker weet: de Here is de grote Eigenaar van zijn leven; de redding komt van Hem!
In Schriftuurlijke taal klinkt dat zo:
“Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel,
daarom zal ik op Hem hopen”[3].

Concentreert Jeremia zich vooral op zichzelf?
Nee.
Want in Klaaglied 3 zegt hij ook:
“Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn,
dat Zijn ​barmhartigheid​ niet opgehouden is!”[4].
En:
“Goed is de HEERE voor wie Hem verwacht,
voor de ziel die Hem zoekt”[5].
Dat geldt dus voor iedereen.
Nee, Jeremia voert in de Klaagliederen beslist geen onemanshow op. In de Klaagliederen zien we geen eenzame sterveling die wanhopig een spandoek omhoog houdt. Jeremia heeft het oog op al zijn volksgenoten!

Waarom heeft Jeremia zo’n brede blik?
Antwoord: omdat hij zicht heeft op Gods trouw.
David, de dichter van Psalm 16 noemt de Here “mijn enig deel en mijn ​beker”[6].
De Here is mijn deel – dat zegt de dichter van Psalm 119 ook:
“De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd
dat ik Uw woorden in acht zal nemen”[7].
Mijn deel is de Here – die belijdenis betekent: de Here heeft, met mij en met heel Zijn volk, een verbond gesloten. Daarom zal Hij mij trouw zijn. En nee, Hij laat ons niet zitten. Nee, Hij laat ons niet zakken.
Dat is een zekerheid.
Nee, niet omdat God zo nu en dan een oogje dichtknijpt.
Die garantie is er omdat de Heer van hemel en aarde Zijn Verbondsvolk een toekomst biedt. Een toekomst voor Jeremia. En – bijvoorbeeld – voor Paulus, voor Timotheüs, voor Titus en… ja ook voor gelovige mensen van 2019.

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die op zondag 24 september 1972 te Langeslag preekte over Klaagliederen 3:22, 23 en 24[8].
Het thema van zijn preek was: “In het verbond van het verleden ligt het heden en de toekomst”.
Schilder verdeelde zijn preek in drie bijna poëtisch klinkende punten:
“1. Het verleden is niet voorbij
2. Het heden is meer dan nu
3. De toekomst is begonnen”.
In de formuleringen klinkt door dat de Here met Zijn werk doorgaat. Het leven is één, het hangt niet van stukjes aan elkaar. Van de eerste tot de laatste dag op aarde werkt de Here aan het heil van Zijn kinderen. Hij brengt hen bijeen. Hij leidt hen naar een nieuwe volmaakte wereld!

Even tussendoor –
wij leven in een tijd waarin mensen graag zelf kerkelijke keuzes maken. De één blijft Gereformeerd, nummer twee gaat naar een gemeente in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk en een derde wordt baptist.
Welnu – de Klaagliederen doen ons weer eens beseffen dat onze God één volk formeert. Niet twee, of drie!

Wat moeten wij met de Klaagliederen beginnen in de eenentwintigste eeuw?
Meer precies: wat moeten wij in 2019 aanvangen met het derde Klaaglied?

Wij hebben de neiging om veel te klagen.
Over de maatschappij bijvoorbeeld, waarin de verdorvenheid soms de standaard lijkt te worden.
Over de kerk bijvoorbeeld. Want die is Gereformeerd, doch nog lang niet ideaal.
Over onze familie bijvoorbeeld. Want we zijn weinig meer dan los zand. De levensstijlen en levensovertuigingen staan mijlenver uit elkaar. En onze keuzes worden heel vaak niet begrepen.
Over onszelf bijvoorbeeld. Want wie herkent onze kwaliteiten eigenlijk nog? Kijkt iedereen en alles over ons heen?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: klagen mag best; als we dat maar aan het goede adres doen!

Het derde Klaaglied stimuleert ons om, ondanks alles, te letten op Gods genade.
Want we mogen dan wel klagen, maar feit is dat we nog leven. En er zit perspectief in ons bestaan; het is immers volstrekt helder dat de Heer van hemel en aarde zijn verbond nimmer vergeten zal!

Het derde Klaaglied laat ons zien hoe nuttig het is om eens van een afstandje naar ons leven te kijken en de zaken vervolgens nuchter op een rijtje te zetten.
En wat zien en horen wij dan?
Wij merken veel irritaties, ergernissen en voelen diepe teleurstellingen. En is dat onterecht? Nee, vaak niet.
Maar laten wij bij al ongemak, al die gramschap en ons misnoegen nimmer Gods verbond vergeten. Hij gaat door met Zijn kerkvergaderend werk!

Zing dus maar mee met Psalm 44:
“Wij moesten al dit leed ervaren,
maar bleven uw verbond bewaren.
Geen ontrouw heeft ons hart bekoord,
wij gingen in uw wegen voort”[9].
En:
“Wij zijn in stof terneergedrukt;
sla ons in uw ontferming gade.
Naar lijf en ziel gaan wij gebukt.
Sta op, verlos ons uit genade”[10].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/586_v.Chr. ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[2] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/K/Klaagliederen ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[3] Klaagliederen 3:24.
[4] Klaagliederen 3:22.
[5] Klaagliederen 3:25.
[6] Psalm 16:5.
[7] Psalm 119:57.
[8] In die dienst werd kandidaat Cl. Stam als predikant bevestigd. Het bericht daarover stond op woensdag 27 september 1972 op pagina 2 van het Nederlands Dagblad.
[9] Psalm 44:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 44:8 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Blog op WordPress.com.