gereformeerd leven in nederland

12 maart 2020

Verbondsland

Geestelijk Kanaän – dat is een term die weinig wordt gehoord. Die uitdrukking komt voor in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij worden evenwel niet door het water als zodanig van onze zonden gereinigd, maar door de besprenkeling met het kostbaar bloed van de Zoon van God. Hij is onze Rode Zee, waar wij doorheen moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel — en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän”[1].
De Rode Zee is de plek waar God zijn volk Israël doorheen leidt waarna hij de Farao met zijn leger in de golven laat verdrinken.
Kanaän is, om het zo uit te drukken, het verbondsland. Leest u maar mee in Genesis 17, waar de Here zegt: “Ik zal Mijn ​verbond​ maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig ​verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u ​vreemdeling​ bent, heel het land ​Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn”[2].

Dat zegt de God van het verbond tegen Abraham.
En dat zegt Hij tegen heel Zijn volk. Ook tegen het kerkvolk van 2020.
De Here maakt onomstotelijk duidelijk: Ik blijf bij Mijn volk. Ik ben de persoonlijke Beschermheer van Mijn ganse kinderschaar, overal ter wereld.
De mensen zeggen: dit of dat virus is levensbedreigend. Of: het gaat niet best in de wereld; de beurzen crashen! Of: er is zoveel onrechtvaardigheid in de wereld… doet God er eigenlijk nog wel wat aan?
In die omstandigheden zegt de Machthebber van de wereld tegen Zijn kerk: vergeet nooit dat u in het geestelijke Kanaän woont. U hebt een vaste verblijfplaats in Verbondsland!

Kanaän is en blijft het vaderland: het land dat door God de Vader aan Zijn volk gegeven is. Jakob keert er in Genesis 31 terug: “Toen stond ​Jakob​ op, zette zijn ​kinderen​ en zijn vrouwen op de ​kamelen, voerde al zijn ​vee​ en al zijn bezittingen, die hij verworven had, mee – het ​vee​ dat hij bezat, dat hij in Paddan-Aram verworven had – om bij zijn vader Izak te komen, in het land ​Kanaän”[3].
Een exegeet tekent hierbij aan: “Hoewel Jakob reeds in Genesis 30:25 aangaf naar Kanaän te willen gaan, is het er nog niet van gekomen. In de afgelopen zes jaar is de verhouding met zijn schoonfamilie verslechterd. Toch vertrekt Jakob pas na een goddelijke opdracht –  Genesis 31:3,13”[4]. Dus: de Here God zorgt er Zelf voor dat Kanaän het Verbondsland blijft. Zeker, de wereld is groter dan Kanaän. Maar wie bij God wil blijven, moet in Kanaän wezen.
In de Nieuwtestamentische setting mogen we zeggen: wie de God van het verbond wil ontmoeten, behoort naar de kerk te blijven gaan. Daar komt de Here bij Zijn volk. Daar spreekt de Here tot Zijn volk. Wekelijks proclameert Hij daar Zijn macht. Laat u niet afleiden door de humbug van de wereld, roept Hij daar. In het geestelijke Kanaän is het leven veel beter!

Is het in Kanaän een en al voorspoed en blijmoedigheid geweest?
Is het in de kerk altijd feest?
Is het in Verbondsland altijd vrede en vreugde?
Zeker niet.
Stefanus maakt dat in Handelingen 7 duidelijk. Hij legt daar aan de Joden uit: “Maar God was met Jozef en verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en Hij gaf hem ​genade​ en wijsheid tegenover de ​farao, de ​koning van ​Egypte; en die stelde hem aan als bestuurder over ​Egypte​ en over heel zijn huis. Er kwam echter een hongersnood over heel het land ​Egypte​ en ​Kanaän​ en grote benauwdheid; en onze vaderen vonden geen voedsel”[5].
Vader Jakob en zijn zonen – zo vertelt Stefanus – komen in Egypte terecht.
Uiteindelijk is het Mozes die, als instrument in Gods hand, Israël uit Egypte leidt. Onder leiding van Jozua komt Gods volk Kanaän binnen[6].
De kerk gaat niet rechttoe rechtaan naar de hemel. Wij komen allerlei beproevingen tegen. Wij zien allerlei omzwervingen.
Ook anno Domini 2020 zien wij vreemde dingen. In ons brein rijpt wellicht langzaamaan de gedachte: met de kerk komt het nooit meer goed.
Laten wij echter nooit kortzichtig worden!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het helder: De Zoon van God “is onze Rode Zee, waar wij doorheen moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel — en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän”. Dat is een zin uit een artikel dat gaat over de doop. In dat belijdenisartikel wordt ook gezegd: “De doop mag niet herhaald worden, want wij kunnen ook niet tweemaal geboren worden. Deze doop is immers niet alleen van waarde voor ons wanneer wij hem ontvangen en het water op ons is, maar gedurende ons hele leven. Daarom verwerpen wij de dwaling van de wederdopers, die niet tevreden zijn met de eens ontvangen doop en die bovendien de doop van de kleine kinderen der gelovigen veroordelen. Wij geloven daarentegen dat men hen behoort te dopen en met het teken van het verbond te verzegelen, evenals de kleine kinderen in Israël besneden werden op grond van dezelfde beloften die aan onze kinderen gedaan zijn. Christus heeft zijn bloed even zeker vergoten om de kleine kinderen van de gelovigen te wassen, als Hij dat gedaan heeft voor de volwassenen”[7].
Klein kinderen worden gedoopt – ja, zo gaat dat in De Gereformeerde Kerken nog. Jazeker, die kerken zijn klein. Maar ze bestaan nog steeds. Verbondsland wordt nimmer van de hemelse landkaart weggestreept.
Nogmaals: laten wij nimmer kortzichtig worden. Het Verbondsland blijft bestaan!

Als dat ergens blijkt, dan is het wel in Openbaring 11: “En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en ​Koning​ geworden bent. En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de ​heiligen​ en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden. En de ​tempel​ van God in de hemel werd geopend en de ​ark​ van Zijn ​verbond​ werd zichtbaar in Zijn ​tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel”[8].
Kijk, daar gaat de hemel open!
En wat staat daar?
Daar staat de ark van het verbond!

Verbondsland is nooit hermetisch gesloten.
Verbondsland zit nooit volledig op slot.
Op aarde vragen we ons af: hoe gaat het met de economie, nu COVID-19 rondwaart?
Minister-president Rutte zegt: “Onze buffers zijn sterk gevuld. We hebben een begrotingsoverschot, een lage staatsschuld en een historisch lage werkloosheid. Het ‘coronapotje’ hebben we de afgelopen zes jaar al gevuld. De buffers zijn er. Onze schokbrekers zijn in topconditie”[9].
Dat is mooi. Heel mooi. En rustgevend bovendien.
Maar onze God geeft een lange termijn-oplossing. Om tenslotte nog één keer met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: de Here “wast onze ziel en reinigt haar grondig van alle onreinheden en ongerechtigheden. Hij vernieuwt ons hart, schenkt ons volkomen troost en geeft ons vaste zekerheid van zijn vaderlijke goedheid. Hij doet ons de nieuwe mens aan en Hij trekt ons de oude mens uit met al zijn werken”[10].

Het geestelijke Kanaän is het veiligste land ter wereld!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.
[2] Genesis 17:7 en 8.
[3] Genesis 31:17 en 18.
[4] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 31.
[5] Handelingen 7:9 b, 10 en 11.
[6] Zie Handelingen 7:20-45.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.
[8] Openbaring 11:16-19.
[9] Geciteerd van https://www.nu.nl/coronavirus/6036123/rutte-economie-kan-klap-hebben-volksgezondheid-staat-op-nummer-een.html ; geraadpleegd op maandag 9 maart 2020.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.

24 januari 2020

Geen horizontaal verhaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We leven in de week van het gebed voor de eenheid[1].
Het thema van die week wordt onder meer als volgt toegelicht: “De centrale Bijbeltekst voor de gebedsweek komt in 2020 uit het laatste deel van het boek Handelingen, hoofdstuk 27 vanaf vers 18 tot hoofdstuk 28 vers 10. Hierin is te lezen hoe Paulus en zijn reisgenoten schipbreuk lijden op Malta, en daar met buitengewone vriendelijkheid opgevangen worden. Deze gebeurtenis markeert het moment waarop het evangelie het eiland bereikt. Op 10 februari wordt deze gebeurtenis nog altijd door de christenen op Malta herdacht en gevierd. Zij hebben dit jaar het materiaal voor de gebedsweek voorbereid”.

Men attendeert op de rust die Paulus uitstraalt.
“Paulus weet wonderwel de vrede tussen de groepen te waarborgen. Hij houdt ze voor dat de omstandigheden hen samenbinden en onder zijn leiding delen ze met elkaar het brood”.
En ook op de vriendelijkheid van de Maltezers.
“Wanneer Paulus en zijn reisgenoten ten slotte stranden op Malta, wordt hen daar buitengewone vriendelijkheid betoond door de eilandbewoners. Hun anders-zijn vormt daarbij geen belemmering”[2].

Wat moet men met het bovenstaande?
Wij moeten vriendelijk zijn voor elkaar. Zoveel is wel duidelijk.
Wij moeten elkaar nemen zoals wij zijn. Dat is ook wel helder.
En als we anders zijn, is dat geen probleem. Praktiserend homo? Dat doet er niet toe. Een drugsverslaafde? Ach – kom erbij!
Wees vriendelijk en blij; voor uzelf en voor mij. Dat is het sfeertje.

Dat is allemaal mooi.
Maar er is meer aan de hand.
Leest u maar mee: “En hier, op ongeveer dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, van wie de naam Publius was, een landgoed. Hij ontving ons en bood ons vriendelijk drie dagen onderdak. En het gebeurde dat de vader van Publius, door ​koorts​ en buikloop bevangen, op ​bed​ lag. ​Paulus​ ging naar hem toe, en nadat hij ​gebeden​ had, ​legde​ hij hem de handen op en maakte hem gezond. Toen dit nu gebeurd was, kwamen ook de anderen op het eiland die ziekten hadden, naar hem toe en zij werden genezen”[3].
Vlak vóór die genezingen wordt Paulus gebeten door een adder. Maar de apostel schudt de slang van zich af. Van vergiftiging blijkt geen sprake.
Wat gebeurt daar?
Het Evangelie van de opgestane Here Jezus Christus wordt op Malta gebracht. Daar wordt opstandingskracht getoond!

Ja, het Evangelie gaat de wereld over.
De Here heeft in Handelingen we tegen zijn gezant gezegd: “Heb goede moed, ​Paulus, want zoals u in ​Jeruzalem​ van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen”[4].
Kijk, daar gaat het om.

Die Maltezers zijn vriendelijk. En voor Publius geldt dat wel in het bijzonder.
En men wil ons, anno 2020, vertellen: wees ook maar vriendelijk voor de mensen in jouw omgeving. Men schrijft: “Iedere dag zoeken we naar het buitengewone. Zo leren we buitengewone vriendelijkheid te ontvangen én door te geven”.
Prachtig.
Maar waar het om gaat is: Gods blijde Boodschap moet worden doorverteld!
En wat daar op Malta gebeurt is, om zo te zeggen, een plaatje bij Marcus 16: “Wie geloofd zal hebben en ​gedoopt​ zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden”[5].
Paulus krijgt krachten van zijn Zender om te laten zien hoe machtig het Evangelie is!

Trouwens, weet u hoe het in Marcus 16 verder gaat?
“De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. ​Amen”[6].
Met andere woorden: Evangelievertellers worden vanuit de hemel aangestuurd.
De Bijbel is geen verhaal dat je blijmoedig voorleest met zoetgevooisde stem. Gods Woord is niet de zoveelste poging om een brokje intermenselijk fatsoen bij de mensheid neer te leggen.
Welnee.
De kerk anno Domini 2020 wordt gesteund en geleid vanuit de hemel. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 4: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[7].

Gods Woord is geen horizontaal verhaal.
Zijn Woord tilt ons omhoog “waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit”[8].
Dus:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[9].

Noten:
[1] De week van het gebed voor de eenheid vindt plaats van 19 tot 26 januari 2020.
[2] De citaten komen van https://www.weekvangebed.nl/buitengewoon ; geraadpleegd op vrijdag 17 januari 2020.
[3] Handelingen 28:7, 8 en 9.
[4] Handelingen 23:11.
[5] Marcus 16:16, 17 en 18.
[6] Marcus 16:19 en 20.
[7] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[8] Colossenzen 3:1.
[9] Colossenzen 3:2, 3 en 4.

1 november 2019

Kerk en wereld tegenover elkaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat is de belangrijkste boodschap van Gods Woord?
Antwoord: het centrale punt is dat Jezus Christus is. Dat wil zeggen: Christus leert ons wat God wil. Dat wil ook zeggen: Christus is voor ons gestorven, en heeft zo voor al onze zonden betaald. Dat wil ook zeggen: Christus beschermt ons; Hij zorgt ervoor dat wij onze verlossing steeds voor ogen houden.
Die boodschap biedt ons troost in het leven van alledag. Wij leven, als het goed is, niet zomaar wat voor ons uit – horizontaal, richting de horizon. Welnee. Dankzij Christus’ verlossingswerk slagen wij erin om boven onze problemen uit te kijken. Dankzij Christus’ verlossingswerk wordt onze horizon verbreed; de wolken aan de hemel zijn niet alleen maar donker en zwaar.

Die boodschap behoren predikanten door te geven.
Als de dominees dat doen, zijn zij in goed gezelschap. Apollos geeft die boodschap ook al door. Leest u maar mee in Handelingen 18: “En toen hij naar Achaje wilde ​reizen, bemoedigden de broeders hem en schreven aan de discipelen dat zij hem moesten ontvangen. En toen hij daar gekomen was, bood hij veel hulp aan hen die door de ​genade​ geloofden; want hij bestreed de ​Joden​ krachtig in het openbaar door uit de Schriften te bewijzen dat ​Jezus​ de ​Christus​ is”[1].

Apollos is van oorsprong een Egyptenaar; hij komt uit Alexandrië. Hij weet uitstekend de weg in het Oude Testament. En – niet onbelangrijk – hij is een prima spreker[2].
Juist daarom heeft hij heel wat aanhangers. Apollos trekt mensen. Het lijkt 2019 wel; vandaag de dag lopen wij ook graag achter goeie prekers aan. Niet voor niets schrijft Paulus in 1 Corinthiërs 3: “Wie is ​Paulus​ dan, en wie is Apollos, anders dan ​dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[3].

Apollos helpt hen die door genade geloven.
Net zoals, naar wij mogen hopen, hedendaagse dominees dat doen.
Ook anno Domini 2019 ontvangen wij de kracht om de wil van God in ons leven prioriteit één te geven. Als wij die geloofskracht gebruiken betekent dat dat onze eigen wensen en verlangens gaandeweg naar de achtergrond worden geduwd; die worden steeds onbelangrijker. Aldus wordt de situatie van Lucas 9 werkelijkheid. Daar zegt Jezus: “Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn ​kruis​ dagelijks opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”[4].
Het is belangrijk om het bovenstaande accent te geven. Want nog altijd zijn er mensen die zeggen dat de mens van nature niet zo slecht is.
Rutger Bregman – historicus en vaste schrijver voor het journalistieke online platform De Correspondent – schreef het boek ‘De meeste mensen deugen’[5]. Het boek wordt met bescheiden gejuich ontvangen. Men noteert: “De mens is een beest, zeiden de koningen. Een zondaar, zeiden de priesters. Een egoïst, zeiden de boekhouders. Al eeuwen is de westerse cultuur doordrongen van het geloof in de verdorvenheid van de mens. Maar wat als we het al die tijd mis hadden? In dit boek verweeft Rutger Bregman de jongste inzichten uit de psychologie, de economie, de biologie en de archeologie. Hij neemt ons mee op een reis door de geschiedenis en geeft nieuwe antwoorden op oude vragen. Waarom veroverde juist onze soort de aarde? Hoe verklaren we onze grootste misdaden? En zijn we diep vanbinnen geneigd tot het kwade of het goede? Adembenemend, weids en revolutionair”[6].
Bregman zegt: “De mens is niet zo’n talrijke diersoort geworden dankzij zijn hersencapaciteit of zijn fysieke vermogens, maar dankzij zijn sociale intelligentie. Die uit zich ook in ons fenotype want door onze grote ogen en beweeglijke wenkbrauwen, niet verborgen onder een vacht, kunnen we emoties tonen. We zijn zelfs zo empathisch dat we de enige diersoort zijn die bloost”[7].
Voor de uitverkorenen geldt: “God besloot hun het geloof in Christus te schenken, hen te rechtvaardigen en te heiligen en hen, nadat zij in de gemeenschap van zijn Zoon met kracht bewaard zijn, uiteindelijk te verheerlijken. In dit alles toont God zijn barmhartigheid tot lofprijzing van de schatten van zijn roemrijke genade”[8].
Laten wij er maar niet omheen draaien: kerk en wereld staan hier lijnrecht tegenover elkaar!

Apollos bestreed de ​Joden​ krachtig in het openbaar.
Alle mensen mochten zijn uitspraken horen.
Vandaag is godsdienst volgens velen een privézaak. Men zegt bijvoorbeeld: “Scholen moeten ‘bijzonder’ kunnen blijven – montessori, dalton, vrije scholen, dat draagt bij aan de rijkdom van het onderwijs –, maar niet op religieuze of politieke grondslag. Aan de christelijke minderheid die hecht aan onderwijs in religie kan tegemoet worden gekomen door de garantie dat in het algemene onderwijs aandacht zal worden geschonken aan godsdiensten”[9].
Iemand schrijft: “Al decennia geldt: als je het gezellig wilt houden, begin dan niet over politiek of religie. Zeker nu een meerderheid van de mensen geen religie aanhangt, lijkt dat motto nog meer op te gaan. Religie is een privézaak, geloof is een gevaar voor de rechtsstaat en moslims zijn gevaarlijk. Als je nog gelooft, ben je een beetje gek, of in ieder geval een tikje dom”[10].
Welnu – in de kerk geldt dat het Evangelie in het openbaar verkondigd wordt. En het woord dat de apostel Paulus aan Timotheüs schreef is nog altijd volop actueel: “Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht”[11]!

Noten:
[1] Handelingen 18:27 en 28.
[2] Zie Handelingen 18:24: “En een zekere ​Jood, van wie de naam Apollos was, een Alexandriër van afkomst, een welsprekend man, die kundig was op het gebied van de Schriften, kwam in ​Efeze​ aan”.
[3] 1 Corinthiërs 3:5, 6 en 7.
[4] Lucas 9:23 en 24.
[5] De gegevens van dit boek zijn: Rutger Bregman, “De meeste mensen deugen; een nieuwe geschiedenis van de mens”. – De Correspondent Uitgevers B.V., 2019. – 528 p.
[6] Geciteerd van https://www.libris.nl/boek/?authortitle=rutger-bregman/de-meeste-mensen-deugen–9789082942187/ ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[7] Geciteerd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/26/zijn-we-goed-a3974746 ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[9] Geciteerd van https://www.parool.nl/columns-opinie/geloof-is-een-privezaak-geen-overheidstaak~b0ece8be/ ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[10] Geciteerd van https://www.forumc.nl/nieuws/779-nationaal-religiedebat-2018-de-godspot ; geraadpleegd op vrijdag 25 oktober 2019.
[11] 2 Timotheüs 4:2.

30 juli 2019

Wij zijn van Gods geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Handelingen 17 verkondigt Paulus in Athene het Evangelie.
Hij zegt daar onder meer: “…in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkelen van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht”[1].
Paulus’ boodschap is duidelijk: God is onze Schepper; Hij leidt ons aan Zijn hand door de wereld.

Er zijn enkele dichters die gezegd hebben: want wij zijn ook van Zijn geslacht.
Een exegeet schrijft: “De woorden ‘in Hem leven we en bewegen we ons en zijn we’ zijn mogelijk ontleend aan de dichter Epimenides, terwijl ‘wij zijn immers ook van Zijn geslacht’ van de dichter Aratus afkomstig is”[2].

Wie is die Epimenides?
Epimenides van Knossos is een Griekse dichter en filosoof uit de zesde eeuw voor Christus. Epimenides is in de logica bekend door de naar hem genoemde paradox.
Over de paradox van Epimenides leert een bekende internetencyclopedie ons: “Een paradox is een ogenschijnlijke tegenspraak. Als we deze uitspraak letterlijk interpreteren, dus als: ‘alle uitspraken van alle Kretenzers zijn altijd gelogen’, dan is het inderdaad zo dat de uitspraak, die immers gedaan is door een Kretenzer, zichzelf tegenspreekt: de uitspraak zegt van zichzelf dat hij niet waar is, en kan dus niet waar zijn. De uitspraak kan alleen waar zijn als we hem niet letterlijk interpreteren, bijvoorbeeld als: Kretenzers liegen vaak (maar niet altijd). De tegenspraak verdwijnt”. Daarop zinspeelt Paulus in Titus 1: “Een van hen, hun eigen ​profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken”[3].

Epimenides schreef het gedicht Cretica – over Kreta.
Enkele regels daaruit luiden als volgt:
“Ze hebben een tombe voor u opgericht, o heilige en hoge,
de Kretenzers, altijd leugenaars, gemene beesten, vadsige buiken dat het zijn!
Maar gij zijt niet dood: gij leeft altijd voort,
want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan”[4].
Daar is dus die regel: ‘want in u leven en bewegen wij en hebben ons bestaan’. Bij Epimenides slaan de woorden op de Kretenzers. Maar Paulus brengt een correctie aan op de gedachten van de Griekse filosoof: de oorsprong van het leven ligt bij de Schepper van hemel en aarde!

En dan is er die dichter Aratus. Wie is dat?
Deze Griekse dichter (315-245 voor Christus) is vooral bekend van zijn leerdicht Phainomena, een wetenschappelijke verhandeling over hemellichamen en weersvoorspellingen.
Zijn verhaal begint als volgt.
“Laat ons beginnen bij Zeus. Zijn naam zij nimmer, o mensen door ons verzwegen. Van Zeus vol zijn alle de wegen en al de pleinen der mensen, vervuld van hem zijn de zee en ook de havens. Geen plaats waar wij Zeus kunnen missen. Want wij zijn ook van zijn geslacht. Vriendelijk is hij voor de mensen en goedgunstig gezind. De mannen wekt hij ten arbeid wijzend hen op hun taak. Hij zegt wanneer het de tijd is de grond te bewerken met ploegos en spade, wanneer de getijden gunstig zijn voor het planten en zaaien van alle gewassen. Want hij plaatste als bakens hoog aan de trans van de hemel ’t gesternte in rijke schakering en hij zocht uit voor de jaarkring sterren die bovenal duid’lijk aan zouden geven de mensen d’ eeuw’ge keer der seizoenen, opdat het al feilloos zou groeien. Daarom plegen zij hem steeds het eerst en het laatst te vereren”[5].
Aratus zegt: wij komen uit het geslacht van Zeus.
Nee, zegt Paulus. Dat is niet waar. Het is onzin. Want wij zijn onverbrekelijk verbonden met onze Heiland. Met Jezus Christus dus!

Paulus sluit aan bij de actualiteit van zijn tijd. Hij weet wat er te koop is in de wereld.
Aldus doet hij een impliciete oproep aan Bijbellezers van alle tijden: kijk rond in de wereld, verkondig en verdedig het Evangelie!

In het Athene van Handelingen 17 zeggen velen: dat Evangelie interesseert ons geen klap. Men vindt de apostel Paulus, op de keper beschouwd, een merkwaardig soort verhalenverteller: “Wat zou deze praatjesmaker toch willen zeggen?”[6].
Intussen vraagt Paulus om een keuze. Meer precies: de Redder van de wereld roept de mensen op om te kiezen: voor of tegen Christus!
Dominee M.J.C. Blok sr. (1914-1976) zei in een preek over Handelingen 17 eens: “De antithese is er, en blijft volkomen. Er zijn geen waarheidselementen in de heidense religie (…). Het is niet zo, dat deze dichters eigenlijk al op weg zijn naar de waarheid, en dat Paulus ze daarom nu maar rustig annexeert voor zijn eigen bedoelingen. Hier wordt geen waarheid beleden, hier wordt alleen maar gelogen”[7].
Kortom – de tegenstellingen liggen scherp.

Iemand vroeg eens: zijn alle godsdiensten niet ten diepste gelijk?
Op die existentiële vraag werd onder meer geantwoord: “Ja, het is één pot nat: alle religies hebben gemeen dat ze geloven in een persoonlijke oppermachtige god, die niet alleen alles geschapen zou hebben, maar zich ook nog eens persoonlijk iets aan elk mens gelegen zou laten liggen. Overigens geloven ze allemaal in één god en wijzen ze de overige 99% van de hand”[8].

Dat laatste kan best waar wezen.
Intussen vraagt de Here, ook anno Domini 2019, eenvoudig geloof.
Waarom?
Paulus legt het in Handelingen 17 uit: “Wij nu, die van Gods geslacht zijn, moeten niet denken dat de Godheid gelijk is aan goud, zilver of steen, een product van de kunstzinnigheid en gedachten van een mens. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld ​rechtvaardig​ zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan”[9].
Laten wij dat Evangelie maar vasthouden!

Noten:
[1] Handelingen 17:28.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 17:28.
[3] Titus 1:12.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Epimenides en https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradox_van_Epimenides ; geraadpleegd op woensdag 24 juli 2018.
[5] Deze vertaling is ontleend aan een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.B.K. de Vries over Handelingen 17:22-34.
[6] Handelingen 17:18.
[7] De preek van dominee Blok heeft als tekst Handelingen 17:22-34.
[8] Geciteerd van https://www.startpagina.nl/v/religie-spiritualiteit/religie/vraag/94372/religies-ten-diepste-gelijk/ ; geraadpleegd op donderdag 25 juli 2019.
[9] Handelingen 17:29, 30 en 31.

28 juni 2019

Ikonium is niet iconisch

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“En het Woord van de Heere verbreidde zich door heel het land”.
Zo staat dat in Handelingen 13[1].
Wie dat in Nederland leest, lacht wellicht stilletjes en schamper. Dat mochten we willen!
Nee, dit soort teksten is meer iets voor zendingsgebieden. En voor voormalige zendingsgebieden – Kalimantan Barat of zo[2].

Handelingen 13 brengt ons naar Klein-Azië, naar het huidige Turkije.
Naar Ikonium, om precies te zijn.
Een bekende internetencyclopedie leert ons: “Konya (Grieks: Ικόνιο; Latijn: Iconium) is een stad in het zuidwestelijk deel van Midden-Turkije. De stad ligt op ongeveer 250 kilometer van de Middellandse Zee, op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven zeeniveau. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Konya. De agglomeratie Konya bestaat uit de districten Karatay, Meram en Selçuklu en telde in 2009 1.003.373 inwoners (830.796 in 2000, waarvan 742.690 in de stad zelf). Met dit inwonertal is Konya de op zes na grootste stad van Turkije”[3].

En wat voor bezienswaardigheden zijn er in Konya?
Antwoord: moskeeën.
Toegegeven – u kunt er ook andere mooie dingen bekijken. Maar er zijn toch aardig wat islamitische gebedshuizen[4].

Daar wordt het niet bepaald makkelijker van.
Want waar is nu toch de christelijke kerk gebleven?
Is het werk van God ganselijk teniet gedaan?
In Jesaja 49 staat het zo mooi: “Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van ​Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[5].
Maar in Konya – het vroegere Ikonium – zie je er niets meer van.

Trouwens – hoe is het in Nederland?
Nederland was eertijds een christelijke natie. En er zijn nog heel wat christenen in ons land. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat de secularisatie haar tienduizenden verslaat.
Hoe zit het eigenlijk met het werk van God?

Laten we niet vergeten dat de profeet Jesaja nog meer zegt. In hoofdstuk 55 namelijk: “Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad​ geeft aan de ​zaaier​ en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend”[6].
Er zijn momenten waarop het werk van God geheel verdwenen lijkt. Maar Zijn werk is nooit helemaal zonder vrucht. Wij zien die vruchten niet altijd. Maar ze zijn er wel.

In ‘De Wachter Sions’, het kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, schreef C. van Rijswijk vorig jaar: “Van het oude Ikonium is niets meer over, zoals dat ook het geval is met de steden Antiochië en de andere plaatsen In Lycaónië: Lystre en Derbe. Al die plaatsen met hun inwoners zijn van de aardbodem verdwenen, maar zij die een nieuw hart mochten ontvangen, juichen voor Gods troon.
Maarten Luther heeft gezegd dat we de verkondiging van Gods Woord kunnen vergelijken met een voorbijtrekkende plasregen. Hij zegt: ‘Gebruik Gods Woord en Gods genade, nu ze aanwezig zijn. Want dit moet u weten: Gods Woord en genade is als een voorbijgaande plasregen, die niet wederkeert, waar hij eenmaal geweest is”[7].
In Ikonium zijn christenen geweest. Dat waren echte kinderen van God. Wij zullen hen later in de hemel tegenkomen. Nee, Gods werk is niet vruchteloos geweest. Het werk in Ikonium heeft zin gehad.
Die plasregen van Luther is ook in Ikonium naar beneden gekomen. En ja, dat vocht is allang weer opgedroogd. Verdampt, zo u wilt. Maar die regen heeft de aarde daar bevochtigd. Gods werk is daar niet voor niets geweest! Gods Woord en werk heeft namelijk altijd en eeuwig effect!

Nee, Ikonium is niet iconisch
Sterker nog: de kerken in Klein-Azië lijken geheel verdwenen te zijn. En wat is er voor in de plaats gekomen? Antwoord: de islam.
Dat stemt een rechtgeaard Gereformeerd mens tamelijk droevig.
Als gezegd wordt “het Woord van de Heere verbreidde zich door heel het land” duidt dat in Handelingen 13 uiteindelijk maar op een tijdelijke toestand.

Maar daarin zit toch ook een stimulans voor Gereformeerden in 2019. Want wij worden gestimuleerd om in onze tijd en op onze plaats trouw te blijven.
Laten wij elkaar wijzen op Openbaring 22: “Wie ​onrecht​ doet, laat hij nog meer ​onrecht​ doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie ​rechtvaardig​ is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie ​heilig​ is, laat hij nog meer ​geheiligd​ worden. En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste”[8].
Het moet blijken wie er werkelijk trouw is.
Het moet duidelijk worden wie er, ten langen leste ontrouw is.
En wat is de conclusie van dat hele verhaal? Deze: er is er Eén die trouw is. Namelijk de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Zijn werk beperkt zich niet tot Ikonium. En ook niet tot Nederland. Hoor maar wat de Heiland in Mattheüs 28 zegt: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. ​Amen”![9]

Noten:
[1] Handelingen 13:49.
[2] Deze tekst werd op dinsdagavond 25 juni 2019 door broeder H.D. Hoving genoemd tijdens een presentatie in een vergadering van de kerkenraad met diakenen en de gemeente van De Gereformeerde Kerk Groningen over het werk van de Sekolah Tinggi Theologia Reformed (STTR) in Sentagi, Bengkayang (Kalimantan Barat, Indonesië). Aan de presentatie werd ook meegewerkt door broeder W.J. Heeringa.
[3] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Konya_(stad) ; geraadpleegd op woensdag 26 juni 2019.
[4] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.tripadvisor.nl/Attractions-g298014-Activities-c47-Konya.html ; geraadpleegd op woensdag 26 juni 2019.
[5] Jesaja 49:6.
[6] Jesaja 55:11.
[7] C. van Rijswijk, “Vervolg van de eerste zendingsreis: Lystre en Derbe”. In: De Wachter Sions, donderdag 8 november 2018, p. 2 en 3.
[8] Openbaring 22:11, 12 en 13.
[9] Mattheüs 28:20.

7 juni 2019

Pinksterperspectief

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt”[1].

Dat zijn woorden van Petrus. Ze staan in Handelingen 2. Hij spreekt ze uit op de eerste Pinksterdag. Die woorden heeft hij trouwens niet van zichzelf. Hij citeert ze uit het tweede hoofdstuk van de profetie van Joël[2].

Ziet u het voor u?
De zon verdwijnt volledig. Het wordt nacht. Stikdonkere nacht.
Bloed – notabene, de maan wordt rood.
Grote kolommen rook stijgen op. En overal is vuur.
Het wordt vrijwel helemaal donker. Op dat flakkerend vuur na, dus.
Eigenlijk is het zicht op zo’n wereld beangstigend!

In de afgelopen dagen hebben we in Nederland een paar keer noodweer gehad. De NOS kopte: “Problemen op spoor door noodweer, code oranje in hele land ingetrokken” en: “Schade en lichtgewonden door zware onweersbuien en harde wind”[3].
Wateroverlast, omgevallen bomen, schade aan huizen en auto’s – het kwam allemaal langs. Maar het haalt het niet bij Handelingen 2!

Een niet-weter zou kunnen denken dat de God van hemel en aarde Zijn agressie botviert op een kapotte aarde.
Maar niets is minder waar. Want in Handelingen 2 preekt Petrus namelijk verder: “En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden[4].
Het is de moeite waard om die laatste zin cursief te zetten. Dat bloed, dat vuur, al die rook, die volstrekt ondoordringbare duisternis – die zijn bedoeld om ons ertoe te brengen dat wij de wijk nemen naar de Redder van deze wereld.
Er is, als het erop aankomt, maar één vluchtroute die ons naar veilig gebied brengt: het pad dat door de Here Zelf geplaveid is.

Zalig: dat woord wordt tegenwoordig nogal eens door televisiekoks gebruikt. Men spreekt dan over een zalige maaltijd. Maar één ding is zeker: die exquise smaak steekt schril af tegen de zaligheid van de hemel.
Dat geluk, die vrede, die heerlijke sfeer smaakt naar meer. En ja, dat gaat goed komen. Dat alles houdt namelijk nooit meer op. Het gaat door tot in verre eeuwigheden!

Die zaligheid wordt ons in Gods Woord voortdurend voorgehouden.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Mattheüs 1: “…en zij – dat is Maria – zal een Zoon baren, en u zult Hem de Naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden”[5].
Of bijvoorbeeld aan Mattheüs 5: “Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen”[6]. Mensen die met lege handen bij hun Heiland komen, zijn van harte welkom in de oneindige wereld van de zaligheid.
Of bijvoorbeeld aan Mattheüs 10: “En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden”[7]. Daar worden de discipelen aangesproken. Zij hebben in hun werk uithoudingsvermogen en doorzettingsvermogen nodig.
Of bijvoorbeeld aan Efeziërs 2: “Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God”[8]. Let erop dat Paulus schrijft: door God uitgekozen zijn al zalig!

Als wij kijken naar de wereld om ons heen, zien wij al snel hoe groot het verschil is tussen de puinhoop op aarde en de glorieuze heerlijkheid in de hemel.
Trouwens – Petrus heeft het er in Handelingen 2 ook al over.

Immers, tekenen op de aarde beneden – dat duidt op het bloed dat vloeit in allesvernietigende oorlogen.
Men hoort wel eens zeggen dat tot op heden de twintigste eeuw de meest verwoestende en bloedige eeuw was.

De vraag is of dat waar is. De psycholoog en geweldonderzoeker Johan M.G. van der Dennen schrijft: “De beide wereldoorlogen bezetten ons collectieve geheugen, maar de An Lushan Rebellie (China, 8ste eeuw), de Mongoolse veroveringen (Eurazië, 13de eeuw), de slavenhandel in het Middenoosten (7de tot de 19de eeuw), de val van de Ming dynastie (17de eeuw), de val van Rome (derde tot 5de eeuw), de veroveringen en massacres van Timur Lenk (of Tamerlane) (14de-15de eeuw), de uitroeiing en vernietiging van de Amerikaanse Indianen (15de-19de eeuw), en de Atlantische slavenhandel (15de-19de eeuw) scoren qua miljoenen slachtoffers boven de Tweede Wereldoorlog, en de Taiping Rebellie (19de eeuw) en de Dertigjarige Oorlog (17de eeuw) waren vernietigender dan de Eerste Wereldoorlog. De An Lushan Rebellie (feitelijk een burgeroorlog) zou, gecorrigeerd voor de wereldpopulatie, het ongelofelijke aantal van zo’n 429.000.000 slachtoffers hebben gemaakt. In de Oorlog van de Triple Alliantie in Zuid Amerika (1864-1870) werd tenminste 60% van de totale bevolking van Paraguay weggevaagd, hetgeen deze oorlog proportioneel de meest destructieve en bloedigste in de recente menselijke geschiedenis zou maken”[9].

Michiel van Herpen, historicus van professie, tekent op een andere plaats een tamelijk somber perspectief: “Toch blijft er een belangrijk internationaal veiligheidsdilemma bestaan waar wij de komende jaren onze handen vol aan hebben. De frequentie van oorlogen zijn aantoonbaar gehalveerd, maar de oorlogen die nog gevoerd worden zijn moeilijker te bestrijden. (…) Negen op de tien oorlogen zijn intra-statelijk (er heeft al vijf jaar geen interstatelijke oorlog meer gewoed). In deze intra-statelijke oorlogen, waar meerdere partijen betrokken bij zijn (met verschillende motieven en agenda’s), zijn de grenzen tussen soldaten, strijders, separatisten, opstandelingen en burgers steeds diffuser geworden”[10].
Het hoeft geen betoog dat de cyberoorlog – computersabotage en spionage via allerlei computernetwerken – het nog heel wat ingewikkelder maakt[11].

Conclusie: als God het niet zou verhoeden, zou de mens zichzelf binnen de kortste keren vernietigen!

Welnu – op de eerste Pinksterdag werd Gods Heilige Geest uitgestort.
En Zijn werk in onze harten, ja Zijn intensieve arbeid over de hele aarde – dat is nog maar het begin.
De contouren van onze heerlijke toekomst zijn al zichtbaar. In de kerk, vooral. Want daar wordt voortdurend verkondigd: “Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan”[12].

Noten:
[1] Handelingen 2:19 en 20.
[2] Joël 2:28-31.
[3] Zie https://nos.nl/artikel/2287643-problemen-op-spoor-door-noodweer-code-oranje-in-hele-land-ingetrokken.html en https://nos.nl/artikel/2287806-schade-en-lichtgewonden-door-zware-onweersbuien-en-harde-wind.html .
[4] Handelingen 2:21.
[5] Mattheüs 1:21.
[6] Mattheüs 5:3.
[7] Mattheüs 10:22.
[8] Efeziërs 2:8.
[9] Geciteerd van http://rint.rechten.rug.nl/rth/dennen/pinker.htm ; geraadpleegd op donderdag 6 juni 2019.
[10] Geciteerd van https://historiek.net/100-jaar-oorlog-van-loopgraven-naar-labiele-vrede/45525/ ; geraadpleegd op donderdag 6 juni 2019.
[11] Zie over het fenomeen ‘cyberoorlog’ https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyberoorlog ; geraadpleegd op donderdag 6 juni 2019.
[12] Openbaring 22:14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.