gereformeerd leven in nederland

4 juni 2020

De kerk in het midden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In de kerk zitten heel verschillende mensen. Al de mensen hebben heel verschillende meningen. Het is, ook in deze tijd, zeer de moeite waard om eens wat nader naar de kerk te kijken.

De kerk – wat is dat? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn”[1]. En: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil”[2].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) schreef in een verklaring van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Dat wordt dus niet gezegd van enig kerkinstituut, zoals dat in een bepaalde plaats gevestigd is en gevormd wordt door een bepaald aantal personen. Maar dit wordt gezegd van de kerk die wij geloven en belijden. Dat is de kerk, zoals de Zoon van God die uit het ganse menselijke geslacht vergadert van het begin van de wereld tot aan het einde en zoals die kerk straks klaar en compleet zal zijn, zoals Johannes het nieuwe Jeruzalem zag neerdalen van God uit de hemel (…). Uitdrukkelijk lezen wij in de Bijbel, dat daarbuiten geen zaligheid, geen enkel heil is. Dit moet ons uitgangspunt zijn. Daarvan geldt het in volle, absolute zin: buiten haar geen zaligheid”.
En:
“Zoals geen lid van een lichaam, geen vinger of oog buiten het lichaam kan leven, zich ontwikkelen, functioneren, zo ook geen gelovige buiten de gemeenschap met de kerk. Daarom moeten allen zich daarbij voegen en zich daarmee verenigen: met de kerk, zoals Christus die vergadert. Dat is hun plicht”.
En even verder:
“Dat wil niet zeggen, dat er niemand zalig wordt, die in deze levenstijd niet gehoorzaam de roepstem van Christus volgt en zich daar voegt, waar Christus samenroept. Wanneer dat bijvoorbeeld door gebrek aan inzicht is, uit onwetendheid, dan weten wij dat Hij zeer barmhartig en genadig is. Al de zijnen, die bij al hun overblijvende zwakheid en gebreken Hem toch hebben liefgehad in onverderfelijkheid, zal Christus in het uur van hun sterven vrijmaken van alle ongerechtigheid, alle zonde doen afsterven, ook overgebleven kerkzonde, en hen brengen waar zij behoren te zijn”[3].

Men hoort wel eens zeggen: ‘als je je niet bij de kerk aansluit, ga je verloren’, of woorden van gelijke strekking.
Gelet op het bovenstaande moeten wij zeggen: een dergelijke bewering is op z’n minst tamelijk onvoorzichtig. Kerkmensen moeten dat niet zeggen. De kerk wordt namelijk door Jezus Christus vergaderd. Niet door mensen dus. Wij bepalen niet wie er behouden wordt.
Het is buitengewoon ontactisch om die stelling in te nemen in een gesprek iemand die overweegt om zich bij de kerk aan te sluiten. Voorts betekent het dat die spreker voor zijn beurt praat. En in situaties als deze is dat ernstig. Immers – die spreker suggereert nadrukkelijk dat hij op de rechterstoel van God is gaan zitten.

Dit geschreven hebbende, is het goed onze aandacht tenslotte nog een ogenblik op Hebreeën 2 te richten. In dat hoofdstuk staat onder meer geschreven: “Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen, want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen”[4]. Die manier van zeggen is ontleend aan Psalm 22:
“Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven”[5].
Een exegeet noteert in verband met Psalm 22: “Dat het niet over David gaat in deze psalm, maar over de Messias is heel duidelijk in de verzen 27-32, waar we lezen: ‘Alle einden der aarde zullen … zich tot de HERE bekeren; alle geslachten der volken zullen zich nederbuigen voor uw aangezicht … voor Hem knielen allen die in het stof nederdalen … ’”[6]. Er komt een tijd dat alle levende wezens eerbiedig voor de God van hemel en aarde zullen staan.
Wij moeten dus ernst maken met het leven met de Here.
In de kerk bereiden we ons voor op een magnifiek leven in de hemel. Daar staat niets het samenleven met de machtige God meer in de weg. In hun aardse tijd laten kerkmensen op alle plaatsen en in alle tijden zien dat zij God willen dienen: zo toegewijd als maar mogelijk is.
Daarom, ja daarom is de oproep op z’n plaats:
“Laat ons naar ’t huis des HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom, ga met ons en doe als wij”[7].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[3] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden 2; Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 20-37. – tweede druk. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, © 1978. – citaten van p. 67 en 68.
[4] Hebreeën 2:11 en 12.
[5] Psalm 22:23.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 2:12.
[7] Dit zijn regels uit Psalm 122:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 april 2020

Anderhalve meter

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd.
Wat kan een mens mij doen?”
Deze tekst komt uit Psalm 118[1]. En laten we wel wezen: het is een tekst die in deze tijd niet zo passend lijkt. Immers – voordat wij ’t weten zijn wij besmet met COVID-19. Men kan dus met recht opmerken: een mens kan mij van alles aandoen!

Maar waar gaat het in deze Psalm om?
Antwoord: God heeft een verbond met mensen; en dat verbond is eeuwig!
De componist van Psalm 118 had Gods hulp dringend nodig. De vijanden zwermden als een stel hinderlijke muggen om de dichter heen.
Maar toen kwam Gods redding! Uitzichtloosheid werd weer wijde horizon. Er kwam weer ruimte voor ontplooiing van het leven. Alleen daarom al moet iedereen God loven. En dat geldt zeker voor de kerk:
“Dit zij het lied der priesterkoren:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Gij, die den HEER vreest, laat het horen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid”[2].

De dichter van Psalm 118 blijkt echter eerst en vooral een profeet te zijn:
“De steen die de bouwers verworpen hadden,
is tot een ​hoeksteen​ geworden.
Dit is door de HEERE geschied,
het is wonderlijk in onze ogen”[3].

In Lucas 20 past Jezus deze woorden op Zichzelf toe. Hij vertelt daar een gelijkenis over slechte landbouwers. Zo maakt Hij Zijn eigen positie duidelijk.
De gelijkenis gaat als volgt.
Een eigenaar van een wijngaard, verhuurt die aan een paar boeren en vertrekt naar het buitenland. In de oogsttijd stuurt hij een afgevaardigde om zijn deel van de wijn op te eisen. Die afgevaardigde wordt echter mishandeld en onverrichterzake weggestuurd. Een tweede en derde afgezant overkomt precies hetzelfde. “En de ​heer​ van de wijngaard zei: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon sturen. Als zij deze zien, zullen zij mogelijk ontzag voor hem hebben. Maar toen de landbouwers hem zagen, overlegden zij onder elkaar en zeiden: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden, opdat de ​erfenis​ van ons zal worden. En toen zij hem buiten de wijngaard geworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de ​heer​ van de wijngaard met hen doen? Hij zal komen en die landbouwers ombrengen en zal de wijngaard aan anderen geven. En toen zij dit hoorden, zeiden zij: Dat nooit. Maar Hij keek hen aan en zei: Wat betekent dan dit wat geschreven staat: De steen die de bouwers verworpen hebben, is tot een ​hoeksteen​ geworden? Ieder die op die steen valt, zal verpletterd worden en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen”[4].
Niemand, helemaal niemand kan om Jezus Christus heen. Wie Hem ontmoet wordt tot een keuze gedwongen: voor of tegen Hem!
Die boodschap komt bij de Schriftgeleerden pijnlijk hard aan…

In Handelingen 4 is het Pinksteren geweest. Petrus en Johannes staan voor het Sanhedrin. Een hoofdstuk eerder – in Handelingen 3 – is een kreupele genezen. En de apostelen moeten maar eens uitleggen hoe dat toch mogelijk is. Petrus voert het woord. Aangestuurd door Gods Heilige Geest zegt hij: “Leiders van het volk en oudsten van Israël! Wanneer wij vandaag ondervraagd worden over de weldaad aan een zieke man bewezen, waardoor hij gezond geworden is, laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van ​Jezus​ ​Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat. Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[5].

Petrus werkt dat in zijn eerste algemene brief uit: “… kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus. Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in ​Sion​ een ​hoeksteen​ die ​uitverkoren​ en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de ​hoeksteen​ geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok”[6].

Gods verbond is eeuwig.
Hoe kan dat? Antwoord: door Jezus Christus.
Om het met de eerste Zondag van de Heidelbergse Catechismus te zeggen: “Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[7].

Dat is de diepte van Psalm 118.
Daarom kan de schrijver van de brief aan de Hebreeën in hoofdstuk 13 noteren: “Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten. Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”[8].

Wees tevreden met wat u hebt… en wat hebben wij momenteel?
Velen, zeer velen zijn bezig met de vormgeving van de anderhalve meter-samenleving. Anderhalve meter: dat is de voorgeschreven afstand tot elkaar om besmetting met COVID-19 te voorkomen. Dat is beperkend. Dat is vervelend. Soms is dat zelfs zo goed als onmogelijk. Hoe moet dat verder?
Welnu – Jezus heeft gezegd: Ik zal u beslist niet, beslist niet verlaten. Beslist niet – dat staat er twee keer. Ou me: twee keer staat dat er in het Grieks. Geenszins, betekent dat. En dat is waar. De Heiland is present, tot voorbij onze dood!
De Hebreeënschrijver noteert: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na. Jezus ​Christus​ is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid”[9].
Kijk maar eens terug. Verder terug dan anderhalve meter.
En kijk maar gerust vooruit. Verder vooruit dan anderhalve meter.

De Hebreeënschrijver schrijft ook: “Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige”[10].
Maar betekent dat nu dat Gereformeerden in het nieuwe normaal – zo heet dat: het nieuwe normaal – als engeltjes boven de wereld gaan zweven?
Toch niet.
Want die Hebreeënschrijver tekent aan: “Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden. En vergeet het weldoen en het onderlinge hulpbetoon niet, want aan zulke offers heeft God een welgevallen”[11].
Zo gaan wij op de eeuwigheid af.
Daar is alle afstand verdwenen!

Noten:
[1] Psalm 118:6.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 118:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 118:22 en 23.
[4] Lucas 20:13-18.
[5] Handelingen 4:8 b-12.
[6] 1 Petrus 2:4-7.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[8] Hebreeën 13:5 en 6.
[9] Hebreeën 13:7 en 8.
[10] Hebreeën 13:14.
[11] Hebreeën 13:15 en 16.

16 maart 2020

Uit de crisis naar een nieuw leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Knarsend komt Nederland tot stilstand. De uitbraak van het coronavirus brengt onrust.
Op 12 maart 2020 zette de overheid de volgende crismaatregelen op een rij:
* Alle bijeenkomsten met meer dan honderd personen horen te worden geschrapt, in elk geval tot 31 maart.
* Sociale contacten dienen zoveel mogelijk te worden beperkt en grote groepen dienen te worden vermeden.
* Als het even kan thuiswerken, is tijdelijk de nieuwe norm; behalve uiteraard voor het personeel in de zorg en de crisisdiensten.
* Werknemers en overige burgers horen thuis te blijven en contacten te mijden bij klachten zoals neusverkoudheid, hoesten, keelpijn en eventueel ook koorts. Dat geldt ook voor scholieren en studenten.
* Zorgmedewerkers wordt gevraagd alleen thuis te blijven bij hoesten én koorts. Zij krijgen ook het dringende advies om reizen naar het buitenland te vermijden.
* Bezoeken aan ouderen, chronisch zieken en overige kwetsbare personen horen zoveel mogelijk te worden vermeden.
* Deze kwetsbare groepen wordt ook ontraden om nog langer te reizen met behulp van het openbaar vervoer.
* Ook in de collegezalen van universiteiten en hogescholen mogen niet meer dan honderd personen bijeen zijn. Deze onderwijsinstellingen moeten proberen hun lessen zoveel mogelijk online aan te bieden.
* Basisscholen en mbo- en hbo-instellingen mogen nog open blijven, maar het kabinet moet die maatregel van de Kamer dagelijks monitoren[1].
Op zondag 16 maart 2020 komen er nog maatregelen bij:
* Scholen en kinderdagverblijven gaan dicht vanaf maandag 16 maart tot en met maandag 6 april. Het gaat hierbij om scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo.
* Voor kinderen van ouders in bijvoorbeeld de zorg, politie, openbaar vervoer en brandweer is er wel opvang in de school en het kinderdagverblijf, zodat hun ouders kunnen blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten.
* Docenten gaan onderwijs op afstand organiseren voor kinderen die thuis zitten, met prioriteit voor eindexamenleerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo.
* Alle eet- en drinkgelegenheden gaan dicht vanaf zondag 15 maart 18.00 uur tot en met maandag 6 april.
* Sport- en fitnessclubs, sauna’s, sexclubs en coffeeshops sluiten vanaf zondag 15 maart 18.00 uur tot en met maandag 6 april.
* Iedereen in Nederland wordt gevraagd om waar mogelijk 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren. Ook bijvoorbeeld bij het boodschappen doen.
* Alle eerder genomen maatregelen worden verlengd tot en met maandag 6 april[2].

Mensen discussiëren met elkaar: wat is in de gegeven omstandigheden wijs? Daarachter zit een brok angst. Hoe loopt dit af? Men zegt zelfs: wellicht is dit een vorm van natuurlijke selectie.

Gereformeerde mensen hoeven zich, ook in deze omstandigheden, niet te laten lijden door angst. Natuurlijk zijn er vragen. Uiteraard zijn er meningen te over.
Maar laten wij het zuiver stellen: gelovige kinderen van God zullen deze crisis altijd overleven.
Wellicht zijn er lezers van dit artikel die thans hun wenkbrauwen optrekken.
Gaan we nu net doen alsof er niets aan de hand is? Doen we net alsof alles normaal is?
Nee, dat niet. Maar zelfs als Gods kinderen sterven weten zij: wij zijn voor eeuwig verlost! Zelfs als de dood dichtbij komt weten zij: het nieuwe leven komt er aan!
Daarom kunnen wij met overtuiging zeggen: gelovige kinderen van God zullen deze crisis altijd overleven.

Laten wij elkaar wijzen op Hebreeën 9 en 10.

Wij lezen: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[3].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën wil het er, om zo te zeggen, bij ons inpompen! In Hebreeën 10 legt hij het nog eens uit: “Want met één offer heeft Hij hen die ​geheiligd​ worden, tot in eeuwigheid volmaakt. En de ​Heilige​ Geest getuigt het ons ook. Want na eerst gezegd te hebben: Dit is het ​verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun ​hart​ geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”[4].
In die woorden zit, ook voor vandaag, een grote troost.

Welke troost is dat dan?
Door heel Nederland trilt onzekerheid. Doen we ’t wel goed? Voortdurend maken we afwegingen: doen we dit, of doen we dat? Steeds weer vragen we ons af: nemen we de goede beslissing? Het kan ons aanvliegen: wat een gefröbel is dit toch! Verbijsterd zien we hoe één virus, met de raadselachtige naam COVID-19, bijkans de hele wereld lamlegt. Wij zien dat al onze intelligentie, alsmede de talloze technische mogelijkheden ons niet in staat stellen dit virus binnen de kortste keren de baas te worden. Aldus worden wij geconfronteerd met onze tekortkomingen. Ja, met onze zonden. Wij ontdekken dat ons vertrouwen op God nog veel lek en gebrek vertoont. Wij merken dat velen op allerlei punten tegen Gods wet ingaan… In die situatie zegt de God van hemel en aarde tegen Zijn kinderen: “Ik zal Mijn wetten in hun ​hart​ geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”.
Overal ter wereld klinkt het Evangelie. Bij gelovige mensen mag het in het brein blijven echoën: “Aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”.
Al onze zonden raken uit het zicht.
Al onze ellende, al onze tekortkomingen – ze zijn niet meer aan de orde!

De wereld heeft last van een virus. Men spreekt over een beurskrach, over een financiële injectie om de economie op te houden en over sociale onthouding. Het is een drukte van belang bij de talkshow-tafels. Een belangrijke vraag die bij dit alles aan de orde moet komen is: zijn wij bereid om tot matiging over te gaan? Of ook: kunnen wij tevreden zijn met minder welvaart? Zijn wij nog gelukkig als we in de nabije toekomst wat minder geld hebben en een beetje minder mogelijkheden hebben?
Gereformeerde mensen mogen daarbij bedenken: die matiging is maar tijdelijk. In ons nieuwe vaderland is iedere beperking verdwenen. Waarom? Omdat het lijden van de Here Jezus Christus niet gematigd is geweest.
Laten we in dat verband enkele woorden uit Mattheüs 27 lezen: “Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de ​mantel​ uit, trokken Hem Zijn ​kleren​ aan en leidden Hem weg om Hem te ​kruisigen. Toen zij op weg gingen, troffen zij een man uit Cyrene aan, van wie de naam Simon was; die dwongen zij om Zijn ​kruis​ te dragen. En gekomen bij de plaats die Golgotha genoemd wordt, wat Schedelplaats betekent, gaven zij Hem ​wijn​ vermengd met gal te drinken; maar toen Hij die geproefd had, wilde Hij niet drinken. Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn ​kleren​ door het lot te werpen, opdat vervuld zou worden wat gezegd is door de ​profeet: Ze hebben Mijn ​kleren​ onder elkaar verdeeld en om Mijn kleding hebben ze het lot geworpen. En zij gingen zitten om Hem daar te bewaken.

En zij brachten boven Zijn hoofd een opschrift aan met de beschuldiging tegen Hem: Dit is Jezus, de koning van de Joden”[5].
Uiteindelijk komt de grote Koning in de hel terecht!
Zondag 15 uit de Heidelbergse Catechismus vraagt: “Heeft het een bijzondere betekenis dat Christus is gekruisigd en niet op een andere wijze is gestorven?”
Het antwoord op die vraag luidt: “Ja, want daardoor ben ik er zeker van, dat Hij de vloek die op mij lag, op Zich geladen heeft, omdat de kruisdood door God vervloekt was”[6].
Dus –
vanwege Christus’ lijden is onze matiging maar tijdelijk. Gods kinderen leven eeuwig! Daarom vinden zij aardse matiging niet zo erg.
Het is niet ernstig als je niet bulkt van het geld, en niet de hedendaagse Dagobert Duck kunt uithangen.
En ach, met wat minder mogelijkheden kan men ook best een goed leven leiden.

Zelfs als de dood dichtbij komt weten Gereformeerde mensen: het nieuwe leven komt er aan!
De eindeloze toekomst genaakt.
Laten wij ten langen leste nog één keer Hebreeën 9 lezen. Dit zijn de laatste verzen uit dat hoofdstuk: “Maar nu is Hij bij de voleinding van de eeuwen eenmaal geopenbaard om de ​zonde​ teniet te doen door het offer van Zichzelf. En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[7].

Noten:
[1] ‘De crisismaatregelen op een rij’. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 13 maart 2020, p. 6.
[2] Geciteerd van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/15/aanvullende-maatregelen-onderwijs-horeca-sport; geraadpleegd op maandag 16 maart 2020.
[3] Hebreeën 9:12.
[4] Hebreeën 10:14-17.
[5] Mattheüs 27:30-37.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, vraag en antwoord 39.
[7] Hebreeën 9:26 b, 27 en 28.

5 maart 2020

Beste veiligheidsgarantie

Het is zo, schrijft Paulus in Efeziërs 3, “dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in ​Christus, door het ​Evangelie”[1].

Welke mensen zijn bij Paulus in beeld?
De Basisbijbel parafraseert deze woorden als volgt. “Dit is Gods plan: de mensen van andere volken mogen samen met de Joden Gods erfenis ontvangen. Want als zij het goede nieuws geloven, horen ook zij bij Gods gezin. En daardoor zijn de dingen die God in Jezus Christus aan de Joden heeft beloofd, nu ook voor hén”[2].
Die heidenen – dat zijn wijzelf dus[3]. In Efeziërs 3 gaat het over ons.

Efeziërs 3 zien wij als Schriftbewijs terug in de Nederlandse Geloofsbelijdenis als wij daar belijden: “Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus”[4].
Met andere woorden: wij zijn welkom in de hemelse troonzaal.
Zeg niet: dat hemelse paleis is te hoog voor ons.
Zeg niet: de Heiland staat lichtjaren ver van ons vandaan; want Hij geeft ons de enige mogelijkheid om dicht bij God te komen. Een alternatief is er niet.

Dat zien wij ook terug in het Heilig Avondmaal. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt daarover: “…zo zeker als wij het sacrament ontvangen en in onze handen houden en het eten en drinken met onze mond, om ons leven in stand te houden, zo zeker ontvangen wij in onze ziel door het geloof — dat de hand en mond van onze ziel is — het ware lichaam en het ware bloed van Christus, onze enige Heiland, om ons geestelijke leven in stand te houden”[5].
Wij worden, om zo te zeggen, met Jezus Christus vereenzelvigd.
Zeg dus nooit: mijn geloof is niet goed genoeg.
Zeg dus nooit: ik ben niet godsdienstig genoeg.
Wij mogen ons zogezegd met de Heiland identificeren!

Wil dat zeggen dat het lijden in de samenleving ons bespaard blijft? Zeker niet!
Denkt u maar aan Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”[6].
Dwars door hun lijden heen zijn gelovige mensen op weg naar de hemelse glorie. Wij erven ’t rijk des Heren, zingen wij[7]. Zulk zingen leert ons over de problemen van dit leven heen te kijken!

Dat laatste geldt niet alleen voor Paulus. En het geldt zeker ook niet alleen voor ons.
Het geldt al voor Abraham. Dat valt op te maken uit Hebreeën 11: “Door het geloof is hij – dat is Abraham – een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in ​tenten​ gewoond, met Izak en ​Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte”[8].
Ook Abraham heeft in Genesis 11 en volgende al uitzicht op een heerlijk hemelleven. In alle tijden en op alle plaatsen brengt onze God Zijn kinderen samen!

Anno 2020 is het belangrijk om dat alles vast te houden. Natuurlijk weten we dit wel. Maar het wonderlijke ervan dringt vaak maar amper tot ons door.
Iemand schrijft: “De laatste jaren horen we steeds vaker dat de aandachtsboog van consumenten korter wordt. Korter zelfs dan die van een goudvis (…). Door de grote informatiestroom waar consumenten dagelijks mee te maken krijgen worden ze bovendien steeds beter in het filteren van informatie die ze interessant vinden”[9].
Het gevaar is dat wij het ietwat gewoon gaan vinden. Laten wij maar blijven bedenken: het werk van onze Heiland is niet interessant, maar levensreddend!

Wij hebben te maken met technologische ontwikkeling, globalisering en duurzaamheid.
Men schrijft: “Dankzij de exponentiële groei van informatie- en communicatietechnologieën -ICT- zullen bestaande samenwerkingstechnologieën over slechts vijf jaar minstens tien keer beter zijn dan vandaag de dag, en zullen zij over tien jaar honderd keer beter zijn dan nu het geval is”[10].
Het wereldwijde contact met Gods kinderen wordt er dus makkelijker op. Zij kunnen elkaar opzoeken. Zij kunnen van elkaar leren. Zij kunnen elkaar opscherpen. Zij kunnen elkaar meenemen naar Gods toekomst toe. Alleen daarom al is het verstandig verder te kijken dan onze neus lang is. Laten wij maar rondkijken in de wereld en ons daarbij afvragen: waar zitten onze broeders en zusters?
Men spreekt over duurzaamheid. Over duurzame energie. Over circulaire economie. Er is zelfs een Duurzame Dagen Kalender 2020[11]. Maar in de kerk moeten we bedenken: er is niemand duurzamer dan onze Here Jezus Christus. Zing daarom maar mee met Psalm 102:
“Gij, dezelfde, gist’ren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij uw trouw betonen,
ja, uw volk zal veilig wonen.
En de komende geslachten
zal altoos uw vrede wachten”[12].

Van onze God krijgen wij de beste veiligheidsgarantie die maar denkbaar is!

Noten:
[1] Efeziërs 3:6.
[2] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/efezi__rs/3 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[3] Efeziërs 3 is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdagavond 5 maart 2020, een avond aan dit hoofdstuk wijdt. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[6] Romeinen 8:17 en 18.
[7] Namelijk in Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Hebreeën 11:9.
[9] Geciteerd van https://www.emerce.nl/achtergrond/dit-belangrijkste-social-trends-2020 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[10] Geciteerd van https://www.servicefutures.com/nl/trends-in-de-toekomst-van-facility-management ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[11] Zie http://www.mvofactor.nl/de-duurzame-dagen-kalender/ ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[12] Psalm 102:13.

2 januari 2020

Genade – ook in 2020

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze wereld hebben velen te lijden onder tergende onzekerheid: doen we ’t wel goed genoeg? Zou het nog beter kunnen?
Koning Willem-Alexander besteedde in zijn Kersttoespraak 2019 aandacht aan die prangende vragen.
Citaat:
“Dat streven naar geluk is mooi, maar het mag geen obsessie worden. Ook verdriet mag er zijn. Ook twijfels en gevoelens van eenzaamheid mogen er zijn. Ook mislukkingen en tegenslagen horen bij het leven.
In de jacht naar geluk en succes kunnen we onszelf soms voorbijlopen. We willen als vrije mensen het beste uit het leven halen en verwijten het onszelf als dat niet lukt. We spiegelen ons aan anderen, leggen de lat hoog en presenteren graag een perfecte versie van onszelf aan de buitenwereld. Alsof er een taboe rust op onzekerheid en tekortkomingen.
Maar niemand is perfect. Gelukkig maar.
Dit zeg ik ook tegen jonge mensen. Trek het je niet te veel aan als het eens tegenzit. Geef jezelf wat ruimte. Het is oké. Geluk laat zich niet dwingen. Het is ongrijpbaar. Het komt plotseling, als een geschenk uit de hemel.
Als we nagaan wat ons het meest gelukkig maakt, dan geeft bijna iedereen hetzelfde antwoord: de mensen om me heen. Familie en vrienden, maar ook mensen die je misschien nauwelijks kent en die gewoon aardig tegen je zijn.
Geluk zit in onze verbondenheid met anderen. Laten we elkaar daarom niet loslaten. Laten we naar elkaar luisteren en begrip tonen. Laten we elkaar troosten en moed geven. Het helpt als iemand je aankijkt en tegen je zegt: ‘Het is goed’.
Met een luisterend oor, een uitgestoken hand of een arm om de schouder geven we elkaar het mooiste geschenk dat een mens aan een mens kan geven. Niet alleen deze Kerst, maar ook daarna”[1].

Het valt op dat de Nederlandse koning vooral naar de mensen kijkt. God komt er niet aan te pas. Dat is, wat schrijver dezes betreft, een ongepaste en onjuiste bezuinigingsmaatregel.
Want als er Iemand niet op hulp bezuinigt, dan is het God wel!
Dat blijkt onder meer in Hebreeën 13: “Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”[2].

Waarom eigenlijk?
Houdt de liefde voor broeders en zusters levend, noteert de Hebreeënschrijver.
Wees vooral gastvrij.
Denk aan gevangenen, en aan mensen die slecht behandeld worden.
Wees trouw in uw huwelijk.
Wees niet hebzuchtig; rijkdom is niet alles.
Kortom – de Hebreeënschrijver werpt een inspecterende blik op het leven. En hij begrijpt het best: er gaat van alles mis. Hij begrijpt wel dat je soms ijzersterk moet wezen om de moed niet te verliezen.
Daarom zegt hij: De Here helpt; op Hem kun je aan!

Wij horen hier de echo van Psalm 118:
“De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd.
Wat kan een mens mij doen?
De HEERE is bij mij, te midden van wie mij helpen,
daarom zie ík neer op wie mij haten”[3].
Bij de Here is sprake van Verbondstrouw. Die trouw is duidelijk te zien in Zijn komst op aarde. Hij trekt ons uit het moeras van aardse onzekerheden en onvolkomenheden.
Zeker, het was een mooi statement van de Nederlandse koning: “Trek het je niet te veel aan als het eens tegenzit. Geef jezelf wat ruimte. Het is oké”. Alleen maar – die stelling schuurt een beetje langs de Waarheid. Met andere woorden: ’t is het net niet. Het is namelijk niet oké. Nee, de Heiland maakt het oké!
Natuurlijk, het leven zit vol met vervelende dingen. En men vraagt zich om de haverklap af: wat moet ik hiermee doen? Of ook: hoe moet ik hiermee omgaan?
Welnu – de Heiland zegt: ‘Ik ben naar de aarde toe gekomen om voor al uw zonden te betalen. Nee, de perfectie zult u niet bereiken. Maar ik maak uw werk volmaakt’!

Het loont de moeite om, op dit punt aangekomen, het begrip coping te belichten.
Coping – wat is dat?
Een internetencyclopedie leert ons: “Coping is een begrip uit de psychologie, waarmee de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat wordt bedoeld. Het betreft de omgang met alle soorten voortdurende stressoren, zoals werkloosheid, echtscheiding, pijn of oorlog. Het Engelstalige begrip, dat ook in de Nederlandstalige literatuur gangbaar is, is afgeleid van to cope with -kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen iets-.
Verschillende onderzoekers hanteren verschillende definities van het begrip coping. Een belangrijke onderzoeker op het gebied van coping en stressreductie was de Amerikaanse psycholoog Richard Lazarus. Hij definieerde coping als ‘cognitieve en gedragsmatige inspanningen om interne en/of externe eisen en de conflicten daartussen te overwinnen, te verminderen of te tolereren’”[4][5].
Hetgeen dan weer niet betekent dat overal oplossingen voor kunnen worden gevonden.

Maar in de kerk zeggen we meer.
Want daar zeggen we: omgaan met problemen en stress? Hebreeën 13 geeft een goed recept: de Here helpt ons!

De theoloog Kees van der Knijff zei eens: “Je zou het zoeken naar aanwijzingen van God kunnen afdoen als coping: een manier om met keuzestress om te kunnen gaan. Jezelf indekken, omdat je de verantwoordelijkheid niet aankan: laat het maar aan God over. Maar dan doe je geen recht aan het oprechte verlangen naar Gods wil doen”.
En:
“Ik geloof dat God ons leidt door ons van binnenuit te veranderen. Hij geeft wijsheid en vormt ons tot mensen die in staat zijn goede beslissingen te nemen vanuit het perspectief van Gods koninkrijk. Je mag erop vertrouwen dat God leidt, ook als je dat niet direct zo ervaart”.
En:
“We blijven stomme dingen doen, dagelijks. Maar ik geloof dat waar beslissingen ons voor basale vragen plaatsen als ‘waarom ben ik hier op aarde, wat drijft mij?’, God met zijn Geest in ons werkt. Dat geeft ontspanning bij het maken van keuzes. Je hoeft niet bang te zijn Gods wil te missen en voor de rest van je leven in plan B terecht te komen”[6].

Nee, in de kerk hoeven wij het niet van coping te hebben.
Want de Heiland verlost ons van alle dilemma’s. Sterker nog – in de kerk stijgen wij daar ver, heel ver boven uit. De Hebreeënschrijver formuleert het in hoofdstuk 13 zo: “Jezus ​Christus​ is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen, want het is goed dat het ​hart​ gesterkt wordt door ​genade[7].
Laten wij, ook in 2020, dus maar genadig zijn voor onszelf.
Laten wij, ook in 2020, dus maar genadig zijn voor elkaar.
Want God is genadig. Ook in 2020.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.nu.nl/binnenland/6020151/integrale-tekst-van-de-kersttoespraak-van-koning-willem-alexander.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[2] Hebreeën 13:6.
[3] Psalm 118:6 en 7.
[4] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Coping_(psychologie) ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[5] Zie over de psycholoog Richard Lazarus onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Richard_Lazarus ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[6] Geciteerd uit: “Gods plan missen? Geen angst”. In: Nederlands Dagblad, maandag 24 juni 2019, p. 7.
[7] Hebreeën 13:8 en 9 a.

4 november 2019

Jezus Christus – Creator van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God”.
Hierboven staan woorden uit Hebreeën 3[1]. Als wij die naspreken, zeggen wij in onze wereld iets heel bijzonders. Want velen gaan vandaag uit van de evolutietheorie. En daar past Hebreeën 3 niet bij.

Hebreeën 3 wijst op Jezus Christus. Hij is, zo stelt de schrijver, de Hogepriester van ons geloof. De term ‘Hogepriester’ kennen we uit het Oude Testament. Hij is de man die één keer per jaar in het Heilige der Heiligen het zoenoffer bracht voor de zonden van Israël. Jezus Christus, de Heiland, heeft eenmalig Zijn leven gegeven om te betalen voor de zonden van heel Zijn volk, overal ter wereld. Alle volksgenoten mogen het geloven: Christus’ offer ontslaat ons van alle schuld. Zo is de Heiland de Hogepriester van ons geloof.

In de kerk – het huis van God – wonen mensen die allen vrijgesproken zijn. Onze Heiland is de Huismeester. De Hebreeënschrijver zegt: blijf vooral in dat huis wonen! Ga niet verhuizen omdat het elders beter lijkt. Daar is het namelijk niet beter.
Blijf in de kerk!
Blijf geloven in dat eenmalige offer van Christus!

Jezus Christus bouwt Zijn huis.
Sterker nog: Hij bouwt alles wat er in de wereld is. Dat is een refrein in het begin van de brief aan de Hebreeën.
Zie Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft[2].
En Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[3].

God is de Schepper.
God is ook de Herschepper. De in zonde gevallen wereld maakt Hij weer als nieuw. Er komt nieuwe Geestdrift. Ons leven komt weer op de juiste koers te liggen, richting de hemelse heerlijkheid namelijk.
De Hebreeënschrijver zegt: blijf naar de Heiland kijken! Vertrouw op Zijn beloften!
Dat is de opdracht van de kerk.
Gods kinderen moeten vertrouwend leven.
God heeft alle macht – in de hemel en op de aarde.

Het bovenstaande is, om zo te zeggen, het beste medicijn tegen het gif van de evolutietheorie.
Alle argumenten die kerkmensen tegen die theorie in brengen, hebben ten diepste één basis: geloofsvertrouwen.

Onze goede God was er al vóór de wereld bestond[4].
Kijkt u maar in Psalm 90:
“Al vóór de bergen geboren waren
en U de aarde en de wereld voortgebracht had,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God”[5].
En in Psalm 106:
“Geloofd zij de HEERE, de God van Israël,
van eeuwigheid tot eeuwigheid;
laat heel het volk zeggen: ​Amen.
Halleluja!”[6].
Of ook in Psalm 147:
“Onze Heere is groot en geweldig in kracht,
Zijn inzicht is onmetelijk”[7].
In de evolutietheorie smijt men met miljoenen jaren. Met miljarden jaren zelfs. De oerknal klonk, zo zegt men, een dikke 13 miljard jaar geleden. De aarde ontstond, stelt men, ruim 4 miljard geleden. En de eerste levensvormen – dat zijn, vertelt men, de bacteriën – kwamen 3,6 miljard jaar geleden in de wereld[8].
In de christelijke wereld smijten we niet met miljoenen jaren. En ook niet met miljarden jaren. En ook niet met triljarden; een triljard is 1.000.000.000.000.000.000.000, duizendmaal triljoen[9]. Wij geloven eenvoudig: onze God is van eeuwigheid.

De kerk houdt het vast: Jezus Christus is onze Huismeester. Hij is altijd trouw. Hij is zo lang, zo breed en zo hoog dat wij daar geen aardse getallen aan kunnen verbinden.
Wij kunnen maar beter terugkeren naar Hebreeën 3: “Christus​ echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[10].
Jezus Christus is in deze wereld de grote Bouwer. Hij construeerde alles wat er in deze wereld is.
Maar onze Heiland is eerst en vooral het Hoofd van de kerk. De wereld heeft het druk met het ontstaan, het bestaan en het voortbestaan van de aarde. De kerk lijkt gering. Onbetekenend. Aan slijtage onderhevig, tevens. De kerk zal echter altijd blijven bestaan. Tot in eeuwigheid.
Ga daarom ’s zondags vooral naar de kerk, als u daartoe in staat bent!
Blijf maar werken in de kerk, zolang als u dat kunt!
Laten wij ondertussen Hebreeën 3 maar repeteren: “…Vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de ​zonde. Want wij hebben deel aan ​Christus​ gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[11].

Noten:
[1] Hebreeën 3:4.
[2] Hebreeën 1:1 en 2.
[3] Hebreeën 2:10.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://answersingenesis.org/nl/antwoorden/bestaat-god-echt/ ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[5] Psalm 90:2.
[6] Psalm 106:48.
[7] Psalm 147:5.
[8] Zie http://tijdslijn.eu/html/oer.htm ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Triljard ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[10] Hebreeën 3:6.
[11] Hebreeën 3:13 en 14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.