gereformeerd leven in nederland

7 juni 2022

Gods glorie fonkelt

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd. Nu gaan wij weer het gewone leven in. Wij lopen, zegt Hebreeën 12, voort “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”[1][2].  

We bevinden ons op de renbaan.
Er dringt zich een vergelijking op met soldaten die hun conditie trainen op de stormbaan. Die conditie is nodig om het vaderland te kunnen verdedigen.
Als je geluk hebt komt de generaal langs om je een hart onder de riem te steken.     
Of desnoods de president. Zoals bijvoorbeeld president Zelensky in Oekraïne. Op zondag 29 mei jongstleden was de leider aan de frontlinie bij Charkov en zei: ‘Ik wil jullie allemaal bedanken. Jullie wagen je leven voor ons allemaal en voor ons land. Bedankt voor het verdedigen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Pas goed op jezelf’.
In Oekraïne is men nog niet zeker van de overwinning.
Maar in de kerk zijn we dat wel. 
Want Jezus Christus is al op het eindpunt. Hij bevindt zich op het culminatiepunt van de wereldgeschiedenis: de hemel, Zijn woonplaats. Daar toont Hij Zijn almacht[3]

Dat heeft Hij altijd al gedaan. De profeten hadden het er al over dat Christus moest lijden en zo Zijn heerlijkheid moest ingaan: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Emmaüsgangers –: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!  Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”.
Hij heeft mensen ingezet om zijn blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zo gaat dat in 2022 ook nog. Daarom is de kerk er. Midden in de storm, te midden van het woeden van de wereld richt de kerk haar oog op de Voleinder van het geloof[4].

Jezus Christus is in de tijd die Hij op aarde was diep, diep vernederd.
Maar nu zit Hij op de hoogste troon die er in de wereld is. Hij heeft meer macht dan de heren Poetin, Biden en Zelensky bij elkaar. Ja, alle wereldburgers moeten voor Hem buigen!

Dat brengt de kerk dus tot evangelisatiewerk. En tot zendingswerk.
Die evangelisatie- en zendingsactiviteiten vallen altijd op. Soms worden ze in de wereld druk besproken.
Hoe komt dat?
Omdat de kerk achter Jezus Christus aan gaat. Christus is de afstraling van Gods heerlijkheid, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Wij zien de weerschijn van die glorie in de kerk. Daarom zeggen de omstanders soms: die kerkmensen hébben wat.
Wat is de weerschijn van die glorie precies? Dat wordt omschreven in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus: “Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”.
Laten wij goed lezen wat daar genoteerd is.
Er staat niet dat u de hele dag blij moet wezen.
Er staat niet dat een gelovig mens met een brede glimlach zijn werk doet, naar de supermarkt gaat, zijn eten kookt, aan mantelzorg doet en zijn hobby’s beoefent.
Er staat niet dat wijzelf, met een uiterste krachtsinspanning, het laatste restje blijheid uit onze harten moeten opdiepen.
Nee, wij hebben vreugde in ons hart door Christus. Er staat dus wel dat kinderen van God nooit helemaal hopeloos zijn. Wij ontlenen onze levenslust aan Gods beloften voor de toekomst.
Daarom gaan wij de zonden steeds meer mijden.
Paulus schrijft in dat kader aan de Romeinen: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?”. De zonde is dus geen overheersende macht meer in ons leven.
Laten wij maar eerlijk zijn: daar begrijpen die omstanders weinig van. Die kerkmensen hébben wat… maar wat? Welnu, kerkmensen mogen het uitleggen: dit is de fonkeling van Gods glorie[5].

Jezus Christus zit aan Gods rechterhand. Daar is Hij neergezet. Het is God “uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten”. Zo staat dat in Efeziërs 1. Hij zit daar als Hogepriester. Hij doet dienst in het hemels heiligdom als onze Pleiter: ‘Spreek hem/haar vrij, want Ik heb Mijn lijden volbracht’.
Op die hogepriester moeten wij het oog op houden. Te Zijner tijd zullen wij Hem zien. Hij is, om zo te zeggen, in de wedloop voor ons uit gelopen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Want God graveert Zijn wet in onze harten. In Hebreeën 8 wordt het zo geformuleerd: “Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Wij dragen Gods wet in onze harten mee. Wij gaan, om zo te zeggen, gewapend de wereld in![6]

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd.
Wij mogen verder gaan door het leven heen, op weg naar het schitterende eindpunt: de hemel, met het rechtstreekse zicht op onze Heiland.
Laten wij onderweg maar volop aan het werk blijven. Met activiteiten die – om  weer met Zondag 33 te spreken – “uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden”![7]  

Noten:
[1] Hebreeën 12:2.
[2] In dit artikel wordt aandacht besteed aan Hebreeën 12:2. Op zondag 29 mei 2022 werd in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen een preek gelezen over Hebreeën 12:2 en 3. Die zondagmiddag werd een preek gelezen over Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. Beide preken werden geschreven door ds. C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. Dit artikel is onder meer het resultaat van een verdere doordenking van die preken.
[3] Het citaat van de Oekraïense president Zelensky komt van https://nos.nl/liveblog/2430606-zelensky-alle-essentiele-infrastructuur-in-severodonetsk-is-vernietigd ; geraadpleegd op maandag 30 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 24:25,26.
[5] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Hebreeën 1:3 en Romeinen 6:1,2. Verder citeer ik antwoord 90 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
[6] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Efeziërs 1:20 en Hebreeën 8:1. Ik citeer Hebreeën 8:10.
[7] In deze alinea citeer ik een gedeelte van antwoord 91 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.

27 mei 2022

Uit de crisis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is Hemelvaartsdag geweest. Wij beseffen het eens te meer: Jezus Christus is voor ons naar de hemel gegaan. Hij is daar onze Advocaat. En Hij is ook onze Woning-voorbereider. Wat een troost!

In dit artikel kijken we nog even verder naar het evangelie van de Hemelvaartsdag. Daartoe nemen wij ons uitgangspunt in Hebreeën 9: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[1].

Voor iedereen komt er een moment dat hij of zij sterft. Na dat sterven komt het oordeel van God over het leven dat de gestorvene op aarde heeft geleid. Het leven komt in de crisis.
Hoezo?
Wij moeten beseffen dat voor het Nederlandse woord ‘oordeel’ in het oorspronkelijke Grieks krisis staat. Krisis – dat wil zeggen: beoordeling, gericht, oordeel. Alle gestorvenen, of zij nu in Christus’ verlossingswerk geloven of niet, komen in de crisis!
Dat moment van sterven op aarde brak ook aan voor onze Here Jezus Christus. Het oordeel over Zijn werk pakte uiterst positief uit. God de Vader kon maar tot één conclusie komen: Mijn Zoon heeft heel gehoorzaam gedaan wat Hij moest doen. Vader zorgde daarom voor de opstanding van Zijn Zoon. De Redder van ons leven besteeg Zijn troon.

Zo kwam Zijn leven uit de crisis.
Zo komt ons leven uit de crisis.
Om met Philippenzen 2 te spreken: “En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader. Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”.
Zo komen wij in de situatie waarover wij in Psalm 25 zingen:
“Louter goedheid zijn Gods paden
voor wie leeft naar zijn verbond,
daaraan trouw blijft en zijn daden
slechts op Gods geboden grondt.
Zie mij schuldig voor U staan,
Heer, vergeef mijn overtreden,
neem mij om uws naams wil aan,
groot zijn uw barmhartigheden”[2].

Christus’ lijden, sterven en opstanding zijn kernpunten uit de heilshistorie van deze wereld. Die kernpunten mag de kerk nooit vergeten!
In deze wereld raken heel wat dingen in de vergetelheid. Mensen kunnen niet alles bewaren. En dat doen ze ook niet. In verband daarmee kwam minister-president Rutte vorige week nog in het nieuws.
Het Nederlands Dagblad meldde onder meer: “Premier Mark Rutte bestrijdt dat hij de wet heeft overtreden bij het jarenlang wissen van sms-berichten, maar zijn uitleg roept grote twijfels op bij de Tweede Kamer en deskundigen. De wet schrijft deugdelijke archivering voor, een oude Nokia is dan geen excuus”.
En:
“De talloze sms’jes die Rutte door de jaren heen vernietigde waren volgens de premier niet relevant dan wel persoonlijk van aard. De ‘inhoudelijke berichten’ stuurde hij naar eigen zeggen trouw ter archivering door naar zijn ambtenaren, voordat hij ze wiste van zijn telefoon”.
Welnu, de heilshistorie wordt niet gewist.
Toch wordt er ten bate van mensen wel iets gewist.
Wij zingen daarover in Psalm 103:
“Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist”.
Onze schuld is betaald. Onze straf is door de Heiland gedragen![3]

Straf en oordeel – ja, ook die die zijn onlosmakelijk aan Hemelvaartsdag verbonden. Er zijn wel theologen die ons anders willen doen geloven. Ze flirten bijvoorbeeld een beetje met de alverzoening. De theoloog Reinier Sonneveld doet dat in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’. Daarin staat onder meer geschreven: “Daarom geloof ik in een leven-na-de-dood waarin oordeel is en we een proces van verzoening ingaan”. Sonneveld heeft het oog op de alverzoening. Want die verzoening geldt voor “allemaal. […] En zo zullen wij […] bij God zijn en de tijd krijgen om te genezen”.
Laten wij zonder omwegen blijven zeggen: onze schuld is betaald. Dat is het Evangelie!
En daarom mogen wij onbekommerd de woorden van Psalm 143 zingen:
“O Here, hoor naar mijn gebeden,
zie mij als smeek’ling tot U treden,
verhoor mij, God, die trouw betoont,
die ieder richt naar recht en reden,
die boven ons als koning troont”[4].

Noten:
[1] Hebreeën 9:27,28.
[2] In deze alinea citeer ik Philippenzen 2:8-13. En verder Psalm 25:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Twijfel aan uitleg premier Rutte over gewiste sms’jes”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 19 mei 2022, p. 1.
[4] De gegevens van het bedoelde boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn (imprint: Motief), 2019. – 296 p. Het citaat staat op p. 244. In deze alinea gebruik ik: dr. G.A. van den Brink, “Flirten met de alverzoening”. In: Kruispunt, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 februari 2019, p. 14. En: dr. G.A. van den Brink, “Notie van straf in juridische zin ontbreekt”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 7 maart 2019, p. 19. Verder citeer ik Psalm 143:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

15 april 2022

Onze overtredingen zijn verzoend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag is het Goede Vrijdag. Over enkele dagen zal het Pasen zijn.
We herdenken het lijden, het sterven en de opstanding van de Here Jezus Christus. In de brief aan de Hebreeën doet de schrijver alle moeite om uit te leggen wat dat voor gewone stervelingen betekent. In hoofdstuk 9 staat het zo: “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe testament, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen”[1].

Jezus Christus is de Hogepriester. Hij brengt het zoenoffer voor de zonden van het volk Israël. Meer zoenoffers zijn niet nodig. Christus’ eenmalige offer is voldoende – altijd en overal.

Hij ging door de tabernakel: daarmee bedoelt de schrijver de hemelen die tussen de aarde en de woonplaats van God in liggen. In een Studiebijbel staat er de volgende aantekening bij: “Bij Zijn hemelvaart naar het heiligdom is Christus ‘door de grotere en volmaaktere tabernakel (tent)’ heengegaan. Hiermee worden de hemelen bedoeld, die tussen de aarde en de woonplaats van God liggen. Deze (lagere) hemelen werden afgebeeld door de ‘eerste tent’, het voorste vertrek van de tabernakel. Dat deze hemelen ‘groter en volmaakter’ zijn dan de aardse afbeelding ervan, is vanzelfsprekend. Deze hemelen zijn ‘niet met mensenhanden gemaakt’, maar door God Zelf; ze behoren dus wel tot het geschapene, maar niet tot ‘deze’ (aardse, materiële) ‘schepping’”[2].

Hij heeft eeuwige verlossing teweeggebracht. Dat betekent dat God iedere dag zegt: ‘Dankzij het werk van Mijn Zoon bent u schuldenvrij. U bent ontslagen van rechtsvervolging. En ik reserveer voor u een plek in Mijn woonplaats. Daar zult u volmaakt leven. Voor altijd!’.

In Israël werden zondaars gereinigd door het offeren van dieren. De gedachte was: in het bloed is leven. Dat leven komt in de plaats van het leven van de schuldige.
Nu is het offer van Jezus Christus, de Heiland, zeker voldoende! In de hierboven reeds geciteerde Studiebijbel staat daar bij genoteerd: “De effectiviteit en werkzaamheid van het bloed van Christus moet wel oneindig veel dieper gaan en groter zijn dan die van het bloed van de genoemde dieren. Christus’ bloed bevatte het leven van een met een geest bezield mens (niet een redeloos dier). Hij offerde Zichzelf vrijwillig (niet gedwongen). Hij gaf Zijn leven uit liefde (niet op grond van een wetsvoorschrift). Het offer van Christus was dus een offer van een totaal andere (geestelijke) dimensie”[3].

Alle geroepenen krijgen nu een eeuwige erfenis.
In de hemel worden alle door God uitgekozen mensen van harte welkom geheten!

Die boodschap mogen wij in alle toonaarden aan elkaar voorhouden. Gemeenteleden mogen het tijdens de bezoeken van de ambtsdragers zeggen: ‘Er komt een moment dat ik voor de laatste keer ga verhuizen. Dan ga ik naar de mooiste woonplaats die ik ooit gehad heb. Dan is alle ellende over. Dan wordt alles volmaakt. Hoe dat eruit ziet? Dat weet ik niet. Maar ik geloof dat dat zo zal zijn. Want de Here heeft het Zelf gezegd’.
Ambtsdragers mogen het aan leden van de gemeente zeggen: ‘Geloof in Jezus Christus en in Zijn verlossingswerk. De Heer van hemel en aarde heet u van harte welkom in zijn hemelse woonplaats. Wees daar maar intens dankbaar voor! En realiseer u maar dat u gedurende heel uw leven in Zijn dienst staat. Samen zijn we op weg naar een volmaakte toekomst’.

Het spreekt vanzelf dat ook gemeenteleden onderling elkaar zo mogen aanvuren.
Op dat punt zijn Gereformeerden meestentijds niet zo vrijmoedig.
Het kan daarom zomaar gebeuren dat het jaarlijkse huisbezoek wat stroef verloopt. Voordat wij ’t weten krijgen huisbezoeken iets van keuringen: gemeenteleden hebben het idee dat hun geloof op waarde wordt geschat. Laten we beseffen dat huisbezoeken bemoedigingsmomenten zijn. En ja, dat geldt ook voor andere bezoeken van ouderlingen en/of diakenen. Het gebeurt soms dat ambtsdragers niet zo welwillend worden benaderd – ‘Komt u een andere keer maar, wij redden ons wel. En als u toch langs wilt komen, dan graag kort’. Een dergelijke benadering komt in de regel niet erg gastvrij over…

Laten wij herbergzaam zijn voor elkaar. Wij kunnen het de schrijver van de brief aan de Hebreeën in hoofdstuk 13 nazeggen: “Laat de broederliefde blijven. Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden”. Als wij dan bij elkaar in de woonkamer zitten mogen we opgewekt tegen elkaar zeggen: Christus heeft voor ons de zondeschuld betaald.
En er is sprake van volkomen voldoening. Het huidige Nederlandse kabinet heeft, naar verluidt, in de eerste drie maanden van zijn bestaan ruim 20 miljard aan financiële tegenvallers geïncasseerd. Van zulke financiële tegenvallers is bij de Heiland geen sprake. Er is betaald – eens voor altijd! Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Wij vinden al onze troost in zijn wonden en behoeven geen enkel ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen naast dit ene, eens voor altijd gebrachte offer, dat de gelovigen voor eeuwig tot volmaaktheid brengt”.
Laten wij het maar zielsblij zeggen: onze overtredingen zijn verzoend.
Laten wij het, zeker in deze dagen, maar blijmoedig opmerken: Christus is opgestaan![4]

Noten:
[1] Hebreeën 9:11-15.
[2] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Hebreeën 9:11.
[3] In deze alinea citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Hebreeën 9:14.
[4] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Hebreeën 13:1,2. En verder artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ook gebruik ik: “Hoe dicht je een gat van 20 miljard euro?”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 12 april 2022, p. 4 en 5.

Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-05 (mei 2022).

24 december 2021

Aanbidden en volharden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Kerst 2021 wordt onder meer overkoepeld door een donkere paraplu die ‘omikron’ heet, een variant van het coronavirus COVID-19. De overheid heeft zaterdagavond 18 december jongstleden een strenge lockdown afgekondigd
De Here leert ons om bij de dag te leven.
De Here leert ons geduld.
De Here ons om tot rust te komen.
De Here leert ons om niet gedurende zestien uren van de dag te rennen en te vliegen, maar om Hem te dienen op onze eigen vierkante meters.
Met een schuin oog op deze situatie lezen wij vandaag Hebreeën 1: “En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden. En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam, maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht”[1].

Kerst brengt ons, als het goed is, tot aanbidding.
In onze aanbidding erkennen wij onder meer de almacht van de Here. Dat doet Gideon in Richteren 7 ook: “En het gebeurde, toen Gideon het verhaal van de droom en zijn uitleg had gehoord, dat hij zich in aanbidding neerboog. Hij keerde terug naar het kamp van Israël en zei: Sta op, want de Heere heeft het kamp van Midian in uw hand gegeven”. De Hebreeënschrijver vermeldt in hoofdstuk 11: “Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder van de zonen van Jozef gezegend en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf”. Wie Gods almacht, mag Zijn zegen verwachten!
De wijzen uit het oosten doen ons in Mattheüs 2 het aanbidden voor: “Toen de wijzen de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre”. De wijzen hebben een uiterst dringende boodschap: deze God verdient de hoogste eer![2]

De schrijver van de brief aan de Hebreeën brengt ons terug naar Psalm 45:
“Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;
de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen”[3].

Jezus wordt geboren. Hij verlaat Zijn troon in de hemel, en komt in de wereld als een gewoon mens. Klein. Hulpeloos. Machteloos, naar het schijnt. Mensen zeggen: ‘Wat is dat nu voor een merkwaardige maatregel? Een machtige Koning die van Zijn troon afkomt en als hulpbehoevend mens naar de aarde komt… dat doet een monarch toch niet?’. Mensen overleggen met elkaar en zeggen: ‘Weet je wat we doen? We gaan lekker eten en we maken er een mooi familiefeest van’. En heel misschien denken zij er bij: ‘Dat feest begrijpen we tenminste…’.
Jezus Christus maakt er echter een Familiefeest van. Inderdaad – met een hoofdletter F. “Wij zijn”, zo leren we in de Heidelbergse Catechismus, “om Christus’ wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen”. Wij zijn familie van Jezus Christus – Zijn aangenomen kinderen!
Er zijn heel veel mensen tot Gods kinderen aangenomen. Het is goed om dat, voordat Kerst 2021 begint, goed in ons hoofd te prenten. Het aantal fysieke contacten wordt in deze tijd sterk beperkt. Stel je voor dat wij andere mensen besmetten met een virus waar je heel ziek van kunt worden! Er is toch geen weldenkend mens die dat wil? Maar in die beperkte wereld mogen we bedenken dat we in een lange stoet staan – allemaal kinderen van God! Denkt u maar aan Romeinen 8: “Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!”. Nee, wij zijn heus niet alleen. Ook niet op de Kerstdagen van 2021[4].  
Met de geboorte van Gods Zoon wordt in de wereld een begin gemaakt met het herstel van het recht. Onze Heiland heeft, om zo te zeggen, recht en rechtvaardigheid hoog in het vaandel staan.
Het is goed om dat in onze welhaast volledig geautomatiseerde leefomgeving vast te houden. Digitale activiteiten en contacten zijn altijd en overal mogelijk. Een redacteur van het Nederlands Dagblad merkt op dat het internetgebruik moderne mensen vandaag een spiegel voorhoudt: “Zij willen alles altijd en overal. Hun datagebruik is onverzadigbaar. Elk mailtje dat je stuurt, elke serie die je streamt, elke onlinegame die je speelt, elk archief dat je raadpleegt, elk moment dat je op je mobiel zit, moet via kabels onder de grond en onder de oceaan, die samenkomen in duizenden grotere en kleinere datacentra”. Internet is, als het goed gebruikt wordt, een prachtig medium. Maar via datzelfde internet wordt ook een hoop ellende en onrecht de wereld in gespoten. Een rechtgeaard kerkmens vraagt zich af: houdt dit nou nooit op? Kerst 2021 doet het ons weer beseffen: alles in de wereld wordt weer rechtgetrokken.
Dat mag en moet de kerk proclameren. Ook vandaag.
Wat valt er verder te doen?
Laten wij Paulus’ advies aan Timotheüs ook maar opvolgen: “Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Breng deze dingen in herinnering en bezweer hun, ten overstaan van de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient dan tot de ondergang van de hoorders. Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt. Maar ontwijk onheilige, inhoudsloze praat. Want zij die dat doen, zullen steeds meer in goddeloosheid toenemen”.
Als wij dat doen hebben wij voorlopig handen vol werk![5]

Noten:
[1] Hebreeën 1:6, 7 en 8.
[2] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Richteren 7:15, Hebreeën 11:21 en Mattheüs 2:10, 11.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 45:7, 8.
[4] In deze alinea citeer ik uit Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus. De woorden komen uit antwoord 33. Uit Gods Woord citeer ik Romeinen 8:14,15.
[5] In deze alinea citeer ik uit: “Knooppunt Zeewolde”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 18 december 2021, p. 3. Uit Gods Woord citeer ik 2 Timotheüs 2:12-16.

22 december 2021

Keuze

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nog een halve maand, dan gaan wij een nieuw kalenderjaar in.
Men zegt dat wij ook in de toekomst moeten leren leven met corona. ‘Maar’, zo sprak een burgemeester ferm, ‘we moeten oppassen voor moedeloosheid. We kunnen de samenleving er op inrichten, al zullen er altijd onverwachte ups en downs zijn’.
De demissionaire minister van volksgezondheid, H.M. de Jonge, sprak: ‘er zijn geen gemakkelijke keuzes’.  
Daarmee is het grootste probleem van het Nederlandse volk aangeraakt. Wat is dat dan? Antwoord: onze keuzevrijheid wordt beperkt.
Intussen wordt de genderideologie wordt aan de samenleving opgedrongen. U moet, zeggen de mensen, op zoek gaan naar uw persoonlijke identiteit. “In Nederland zijn er”, zo schrijft men, “tussen de 90.000 en 390.000 personen transgender, afhankelijk van welke definitie je gebruikt. Als je alleen kijkt naar mensen die een sociale (en medische) transitie doormaken dan kom je bij het lagere aantal uit. Je komt bij het hogere aantal uit wanneer je kijkt naar het afwijken van genderidentiteit en -expressie van het geboortegeslacht in brede zin. Het is dus niet precies bekend hoeveel transgenders er in Nederland zijn. Volgens onderzoek van kenniscentrum Rutgers uit 2011 voelt 5,7 procent van de mannen en 4 procent van de vrouwen in Nederland zich niet eenduidig man of vrouw”. Keuzevrijheid is, stelt men, ook nodig als het over sekse gaat.
Ach – ons leven hangt, goed beschouwd, van keuzes aan elkaar. Keuzes in de supermarkt. Keuzes in de zorg. Keuzes waar het gaat om duurzaamheid. Enzovoort[1].
 
Onze Here Jezus Christus heeft, om zo te zeggen, de grootste keuzevrijheid die er is. Hij koos er voor om Gods wil te doen en een groot reddingswerk te verrichten. In Hebreeën 10 klinkt dat zo: “Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God. Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en graanoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en zij hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de wet worden gebracht. Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten. Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens en voor altijd gebracht”.
De Israëlitische offerdienst wordt buiten werking gesteld. Jezus Christus maakt welbewust en doelbewust de keuze om Zichzelf te offeren voor onze zonden[2].

In Hebreeën 9 heeft de schrijver van deze brief al benadrukt: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”.
Verlossing – voor wie?
Ook dat is een zaak van keuze. Meer precies: van Goddelijke uitverkiezing. De Dordtse Leerregels omschrijven dat onder meer zo: “Deze uitverkorenen zijn niet beter dan anderen en zij hebben evenmin enig recht op Gods liefde, omdat zij met alle mensen aan de ellende prijsgegeven zijn. Alleen uit genade zijn zij in Christus uitverkoren overeenkomstig het vrije welbehagen van Gods wil. God heeft Christus ook van eeuwigheid tot Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen en tot fundament van het heil gesteld. En om hen door Christus te behouden, besloot God tegelijk deze uitverkorenen aan Hem te geven en met kracht tot de gemeenschap met Christus te roepen en te trekken door zijn Woord en Geest”[3].
Met andere woorden: mensen die door de God van hemel en aarde uitgekozen zijn om Zijn kinderen te wezen hebben het grootste geluk van de wereld!

Gods kinderen zijn geheiligd. Zij zijn apart gezet om Hem te dienen.
Uiteindelijk zal Hij, zo vertelt Mattheüs 25, tegen de mensen aan Zijn rechterhand zeggen: “Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld”. De Koning van de kosmos voert een weldoordacht plan uit. Dat plan wordt volledig uitgevoerd. Dwars door crises heen. Er komt een wereld aan waarin moedeloosheid ongekend is. Er komt een wereld aan die duurzamer is dan mensen ooit kunnen bedenken.

Daarom moeten wij tegen elkaar blijven zeggen: volhouden, mensen!
Of – in woorden uit Hebreeën 10 –: “Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven. Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. Wij zijn echter geen mensen die zich onttrekken en daardoor naar het verderf gaan, maar mensen die geloven, tot behoud van hun ziel”.

Aparte mensen zijn het toch, die kerkmensen…[4]

Noten:
[1] De citaten in deze alinea komen achtereenvolgens van https://www.limburger.nl/cnt/dmf20211214_97134254, uit het Nederlands Dagblad van woensdag 15 december 2021 -pagina 3-  en van https://www.startpagina.nl/v/maatschappij/vraag/624970/procent-nederlandse-bevolking-transgender/  ; geraadpleegd op woensdag 15 december 2021.
[2] In deze alinea citeer ik Hebreeën 10:7-10.
[3] In deze alinea citeer ik Hebreeën 9:12. En uit de Dordtse Leerregels: hoofdstuk I, artikel 7.
[4] Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord zijn in het januarinummer van het gereformeerd familieblad De Bazuin.  

19 november 2021

De kerk is een zorginstelling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Over de zorg is vandaag de dag veel te doen. Wij spreken over zorgcapaciteit. Wij benadrukken dat de zorg niet overbelast mag raken. Men spreekt over de dreiging van een zorginfarct. De ethiek van de gezondheidszorg heeft veler aandacht. Het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst voor de zorgsector kostte heel veel hoofdbrekens. En zo is er nog veel meer.

De kerk is ook een zorginstelling. In zekere zin althans. In de kerk zijn wij immers zeker van de zorg van onze hemelse Vader. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken we over Gods bijzondere zorg voor ons en ons behoud. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg.
Die zorg mogen wij aan elkaar doorgeven. Het is goed om dat onomwonden op te schrijven. Want in alle drukte van het organiseren van het kerkelijk leven worden wij, naar valt te vrezen, wel eens wat al te zakelijk. De wellevendheid raakt uit het zicht. Natuurlijk weten wij wel hoe het hoort. Maar die wellevendheid schiet er wel eens bij in. Waarom? Omdat wij er de rust niet voor hebben. Onze agenda is volgeplempt. Iedere minuut is gepland. En o wee als wij achter lopen. Dat kan toch niet de bedoeling wezen?
Laten wij eerlijk zijn: er gebeurt veel goeds.
Er is trouwe zorg, soms jarenlang.
Er is veel invoelingsvermogen.
Er is veel inzet.
Wij hoeven echter niet te ontkennen dat velen door hun agenda geregeerd worden. Vervolgens raakt hun zorgzaamheid zomaar in het gedrang[1].

Met een schuin oog op het bovenstaande geven wij enige aandacht aan Hebreeën 10.
In dat hoofdstuk wordt betoogd dat Jezus Christus, de Heiland, de schuld voor de zonden van de wereld heeft betaald. Brandoffers, dier-offers, meel-offers, wijnoffers – in het Oude Testament wordt er veel over gezegd. Maar ten diepste ging het God daar niet om. Natuurlijk – die offers werden gebracht volgens de Mozaïsche wetgeving. Daar gaat niets van af. Maar er moest meer gebeuren.
Jezus Christus heeft één offer gebracht. Daarna nam Hij Zijn plaats in naast Vader. Op een schitterende troon, in de hemel.
Daarboven wordt hard gewerkt. Want al Gods vijanden moeten overwonnen worden. En dat zal gebeuren óók.
Maar dat ene offer van de Heiland heeft nu al grote gevolgen. Het menselijk bestaan krijgt een glorieus perspectief. De door Hem gekochte kinderen zullen allen volmaakt worden. Hun zonden worden weggedaan. Zij krijgen uiteindelijk hemelse perfectie. Mooier kan niet! Magnifieker wordt het niet!
Voor die volmaaktheid worden Gods kinderen op aarde reeds klaargemaakt. Jeremia profeteerde er in zijn tijd al over: “Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de Heere. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn”.
De zonden zijn bedekt.
De weg naar de troon van de drie-enige God is open. De Hogepriester zit gereed om ons te ontvangen. Wij kunnen naar Hem toe gaan: vrijmoedig, vol vertrouwen en – natuurlijk! – met een toegewijd hart[2].

En dan noteert de schrijver van deze brief: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen”.
Wat gebeurt er in het bovenstaande?
De trouw van God, onze zorgzaamheid voor elkaar en onze regelmatige kerkgang worden in één adem genoemd. Zij worden nu zonder verder commentaar aan elkaar verbonden. Die drie dingen horen dus onverbrekelijk bij elkaar![3]

Als wij voor iets of iemand moeten gaan zorgen, betekent dat niet simpelweg dat we even iets moeten regelen. Zeker, beredderen en managen horen erbij. Besturen is nodig, ook in de kerk. Maar in de vergadering van Gods volk speelt altijd mee dat wij gered zijn door het verlossingswerk van onze Heiland. Daarom doen wij, als het goed is, dankbaar en toegewijd ons werk in de kerk.

Daarbij is het welhaast vanzelfsprekend dat wij begrip hebben voor mensen die gedurende een korte of lange periode druk bezet zijn. En natuurlijk kunnen we ook begrijpen dat de mentale spankracht van mensen eindig is.
Maar laten wij, als wij zorg verlenen, echt zorgzaam zijn. Elkaar meenemend op de goede weg. Zoekend naar oplossingen.

Volmaakt zullen wij hier op aarde nooit worden. Het is maar goed dat de goede God zo barmhartig voor ons is. Als het van onszelf af zou hangen was onze zaligheid ver weg en waren wij bij voorbaat roemloos verloren.
Laten wij maar blijven steunen op onze Heiland die zei: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God”. Wij mogen het de Hebreeënschrijver blijmoedig nazeggen: “Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens en voor altijd gebracht”![4]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik onder meer de artikelen 3 en 13 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 31:31, 32 en 33.
[3] In deze alinea citeer ik Hebreeën 10:23, 24 en 25.
[4] In deze alinea citeer ik Hebreeën 10:9 en 10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.