gereformeerd leven in nederland

4 november 2019

Jezus Christus – Creator van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God”.
Hierboven staan woorden uit Hebreeën 3[1]. Als wij die naspreken, zeggen wij in onze wereld iets heel bijzonders. Want velen gaan vandaag uit van de evolutietheorie. En daar past Hebreeën 3 niet bij.

Hebreeën 3 wijst op Jezus Christus. Hij is, zo stelt de schrijver, de Hogepriester van ons geloof. De term ‘Hogepriester’ kennen we uit het Oude Testament. Hij is de man die één keer per jaar in het Heilige der Heiligen het zoenoffer bracht voor de zonden van Israël. Jezus Christus, de Heiland, heeft eenmalig Zijn leven gegeven om te betalen voor de zonden van heel Zijn volk, overal ter wereld. Alle volksgenoten mogen het geloven: Christus’ offer ontslaat ons van alle schuld. Zo is de Heiland de Hogepriester van ons geloof.

In de kerk – het huis van God – wonen mensen die allen vrijgesproken zijn. Onze Heiland is de Huismeester. De Hebreeënschrijver zegt: blijf vooral in dat huis wonen! Ga niet verhuizen omdat het elders beter lijkt. Daar is het namelijk niet beter.
Blijf in de kerk!
Blijf geloven in dat eenmalige offer van Christus!

Jezus Christus bouwt Zijn huis.
Sterker nog: Hij bouwt alles wat er in de wereld is. Dat is een refrein in het begin van de brief aan de Hebreeën.
Zie Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft[2].
En Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[3].

God is de Schepper.
God is ook de Herschepper. De in zonde gevallen wereld maakt Hij weer als nieuw. Er komt nieuwe Geestdrift. Ons leven komt weer op de juiste koers te liggen, richting de hemelse heerlijkheid namelijk.
De Hebreeënschrijver zegt: blijf naar de Heiland kijken! Vertrouw op Zijn beloften!
Dat is de opdracht van de kerk.
Gods kinderen moeten vertrouwend leven.
God heeft alle macht – in de hemel en op de aarde.

Het bovenstaande is, om zo te zeggen, het beste medicijn tegen het gif van de evolutietheorie.
Alle argumenten die kerkmensen tegen die theorie in brengen, hebben ten diepste één basis: geloofsvertrouwen.

Onze goede God was er al vóór de wereld bestond[4].
Kijkt u maar in Psalm 90:
“Al vóór de bergen geboren waren
en U de aarde en de wereld voortgebracht had,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God”[5].
En in Psalm 106:
“Geloofd zij de HEERE, de God van Israël,
van eeuwigheid tot eeuwigheid;
laat heel het volk zeggen: ​Amen.
Halleluja!”[6].
Of ook in Psalm 147:
“Onze Heere is groot en geweldig in kracht,
Zijn inzicht is onmetelijk”[7].
In de evolutietheorie smijt men met miljoenen jaren. Met miljarden jaren zelfs. De oerknal klonk, zo zegt men, een dikke 13 miljard jaar geleden. De aarde ontstond, stelt men, ruim 4 miljard geleden. En de eerste levensvormen – dat zijn, vertelt men, de bacteriën – kwamen 3,6 miljard jaar geleden in de wereld[8].
In de christelijke wereld smijten we niet met miljoenen jaren. En ook niet met miljarden jaren. En ook niet met triljarden; een triljard is 1.000.000.000.000.000.000.000, duizendmaal triljoen[9]. Wij geloven eenvoudig: onze God is van eeuwigheid.

De kerk houdt het vast: Jezus Christus is onze Huismeester. Hij is altijd trouw. Hij is zo lang, zo breed en zo hoog dat wij daar geen aardse getallen aan kunnen verbinden.
Wij kunnen maar beter terugkeren naar Hebreeën 3: “Christus​ echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[10].
Jezus Christus is in deze wereld de grote Bouwer. Hij construeerde alles wat er in deze wereld is.
Maar onze Heiland is eerst en vooral het Hoofd van de kerk. De wereld heeft het druk met het ontstaan, het bestaan en het voortbestaan van de aarde. De kerk lijkt gering. Onbetekenend. Aan slijtage onderhevig, tevens. De kerk zal echter altijd blijven bestaan. Tot in eeuwigheid.
Ga daarom ’s zondags vooral naar de kerk, als u daartoe in staat bent!
Blijf maar werken in de kerk, zolang als u dat kunt!
Laten wij ondertussen Hebreeën 3 maar repeteren: “…Vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de ​zonde. Want wij hebben deel aan ​Christus​ gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[11].

Noten:
[1] Hebreeën 3:4.
[2] Hebreeën 1:1 en 2.
[3] Hebreeën 2:10.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://answersingenesis.org/nl/antwoorden/bestaat-god-echt/ ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[5] Psalm 90:2.
[6] Psalm 106:48.
[7] Psalm 147:5.
[8] Zie http://tijdslijn.eu/html/oer.htm ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Triljard ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[10] Hebreeën 3:6.
[11] Hebreeën 3:13 en 14.

13 september 2019

Hebreeën 9 en onze rolpatronen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

We leven in een tijd waarin rolpatronen op allerlei manieren doorbroken moeten worden.
In maart 2018 werd bericht: “Minister Ingrid van Engelshoven (Emancipatie) wil een einde maken aan de vanzelfsprekendheid in Nederland dat de man verantwoordelijk is voor het inkomen en de vrouw voor de zorg van kinderen”[1].
Het traditionele rolpatroon moet op de schop, zo roept men uit[2].
Dat klinkt krachtig. En stoer.
Maar wat vraagt de God van hemel en aarde eigenlijk van ons?

Teneinde een antwoord op die vraag te geven is het goed om eerst enig licht op Hebreeën 9 te werpen. En met name op deze woorden: “Maar nu is Hij bij de voleinding van de eeuwen eenmaal geopenbaard om de zonde teniet te doen door het offer van Zichzelf”[3].

Die woorden komen uit een Schriftgedeelte waarin wordt teruggeblikt op het Oude Testament.
Het betoog in Hebreeën 9 kan in vier punten worden samengevat.

1.
Eertijds waren er vaste regels, vaste tijden en vaste plaatsen voor het bidden tot God.
Er was een tent. Daarin stonden een kandelaar en een tafel met broden – toonbroden, om precies te zijn. De ruimte in de tent werd in tweeën gedeeld door een gordijn. Achter dat gordijn stond onder meer een gouden altaar. En een kist, de ark van het verbond.
In Hebreeën 9 staat genoteerd: “En boven op deze ark waren de ​cherubs​ van Gods heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden”.
In dat achterste deel kwamen maar heel weinig mensen. Eén keer per jaar ging de hogepriester er naar binnen. Hij ging er offeren om de zonden van Gods volk te verzoenen.
Het was duidelijk: de toegang tot het hemelse heiligdom was niet vrij. Men kon er niet zomaar naar binnen lopen.
De offers gaven, om zo te zeggen, een beeld van het hemelse heiligdom. Men vroeg de hemelse God om vergeving. Maar met die offers veranderde het hart van de mensen natuurlijk niet. Er waren, om het zo te zeggen, regels; maar geen open-hartoperaties.
Het wachten was, kortom, op iets beters.
2.
Christus is gekomen!
Hij stortte geen bloed van dieren, maar Zijn eigen bloed. Daarom kon Hij het hemelse heiligdom binnen gaan. Hij kon de deur van de hemel open zetten. Wagenwijd open. Al Gods kinderen kunnen nu ongehinderd de hemel binnengaan.
3.
Christus is nooit zondig geweest. Daarom is Zijn offer volmaakt. Perfect.
Derhalve gaat de reiniging van Hebreeën 9 verder. Het blijft niet bij de buitenkant. Ook de binnenkant wordt gereinigd.
Er wordt een nieuw verbond gesloten. De eeuwige erfenis ligt klaar!
4.
Nu het hierom gaat, moeten we één woord in grote letters op de voorgrond zetten: BLOED.
Leest u maar mee in Hebreeën 9: “Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door ​Mozes​ meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en ​hysop, en besprenkelde het ​boek​ zelf en heel het volk, terwijl hij zei: Dit is het bloed van het ​verbond​ dat God u bevolen heeft te houden. Ook de ​tabernakel​ en ook al de voorwerpen voor de eredienst besprenkelde hij op dezelfde manier met het bloed[4].
In het Oude Testament gold de regel: zonder bloed geen vergeving. In het Nieuwe Testament is de regel: zonder bloed van Christus geen vergeving. Eén offer heeft Christus gebracht.
En dat was genoeg.
Genoeg voor altijd.
Genoeg voor iedereen.

Hebreeën 9 legt kraakhelder uit hoe het reddingswerk van de Heiland eruit ziet.
Om het maar modern te zeggen: Hij heeft altijd precies geweten wat Zijn rol in de wereldgeschiedenis was en is.
Hij heeft Zijn taak volbracht.
Zijn reddingswerk geeft ons een opening naar de toekomst!

Wat hebben we er in onze tijd aan om dit alles te weten?

In onze maatschappij hebben we het druk met rolpatronen. Die rolpatronen moeten doorbroken worden. Anders wordt het leven te saai. Te eenzijdig. Het leven wordt slaapverwekkend. Het wordt een tredmolen waarin men voortdurend dezelfde rondjes draait. En dat kan, zo vraagt men wanhopig, toch niet de bedoeling wezen?

Ook in de christelijke wereld ziet men dergelijke drukte.

Op maandag 9 september 2019 citeert het Nederlands Dagblad uit De Nieuwe Koers.
Als volgt.
“Ook mannen hebben wat aan feminisme, schrijft journalist Marinde van der Breggen in De Nieuwe Koers. Jarenlang wilde Van der Breggen moeder worden. Ze trouwde toen ze 21 was. Eenmaal getrouwd, veranderde dat. Ze realiseerde zich ‘dat het helemaal niet waar was’ wat ze altijd had geroepen. Naar eigen zeggen kwam dat door de verwachtingen in haar omgeving. ‘De normen en verwachtingen die mijn sociale omgeving had van een vrouw, projecteerde ik op mijn eigen leven’. Ze constateert dat christelijke vrouwentijdschriften vrouwelijkheid wel vieren, maar alleen een bepaalde soort. ‘We associëren kracht, zelfverzekerdheid, assertiviteit en zelfvertrouwen (…) nog steeds met mannen’. Die rolverdeling benadeelt vrouwen én mannen, meent Van der Breggen. De kerk heeft dan ook veel aan de gelijkheid tussen man en vrouw. ‘Als we in de kerk over de tussenschotten van de man-vrouwhokjes heen durven kijken, (…) zou dat ons heel veel op kunnen leveren”[5].
Wie dacht dat het feminisme niet bij christelijke denklijnen past, komt anno 2019 bedrogen uit!

Waar ligt in dit artikel de verbinding tussen Hebreeën 9 en die rolpatronen?
Laten wij het een en ander onder elkaar zetten.

a. Mannen en vrouwen hebben van God in deze wereld elk hun eigen rol gekregen. Men vertelt ons allerwegen dat we eigenlijk uit die rol zouden moeten vallen.
b. In Hebreeën 9 valt de Here Jezus Christus, onze Heiland, gelukkig niet uit Zijn rol. Integendeel! De Zoon zegt tegen Vader: Uw wil geschiede.

a. Men schrijft: ‘We associëren kracht, zelfverzekerdheid, assertiviteit en zelfvertrouwen (…) nog steeds met mannen’.
b. Het in a. gestelde is ongenuanceerde onzin. Mannen en vrouwen gebruiken hun energie en kracht op een verschillende wijze. En daarbij geldt: onze Here Jezus Christus is voor mannen en voor vrouwen gestorven.

a. Vrouwelijkheid moet gevierd worden, zo blijkt uit het bovenstaande citaat. Mannelijkheid moet klaarblijkelijk evenzo een vreugde wezen.
b. In Hebreeën 9 is Christus gerechtigd de hemeldeur open te doen; en Hij doet het ook. Het is onze taak om ons te beijveren om Hem biddend te volgen. Om met de Heidelbergse Catechismus te spreken: wij worden “door de Heilige Geest ingelijfd bij Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde is, maar in de hemel aan de rechterhand van God zijn Vader en dáár door ons wil worden aangebeden”[6].
Die gebedsoproep geldt voor mannen en voor vrouwen.

a. Mannen en vrouwen hebben in deze wereld een taak. Dat takenpakket mag, wat de wereldburgers van 2019 betreft, best grondig veranderen. Dat is zogezegd de uitdaging van de eenentwintigste eeuw.
b. In Hebreeën 9 leert Christus ons dat wij de heilsgeschiedenis niet moeten negeren. Het gaat van Oude Testament via Nieuwe Testament naar de wederkomst van de Heiland. Met andere woorden: focus u niet op 2019, maar kijk verder. Verwacht de terugkomst van de Heiland, en delibereer niet voortdurend over rolpatronen.

Door Zijn bloed heeft de Heiland de zonden teniet gedaan.
Laten mannen en vrouwen hun zo verschillende gaven maar inzetten tot Zijn lof en eer.
Mannen en vrouwen kunnen samen op weg gaan naar de toekomst met God. Want de hemeldeur is ontsloten!

Noten:
[1] Citaat van https://www.poraad.nl/nieuws-en-achtergronden/minister-wil-traditionele-rolpatronen-doorbreken ; geraadpleegd op maandag 9 september 2019.
[2] Zie hiervoor https://www.socialevraagstukken.nl/column/het-nieuwe-verdelen-het-traditionele-rolpatroon-op-de-schop/ ; geraadpleegd op maandag 9 september 2019.
[3] Hebreeën 9:26.
[4] Hebreeën 9:18-21.
[5] Nederlands Dagblad, maandag 9 september 2019, p. 7; rubriek Blogs en bladen.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, antwoord 80.

5 september 2019

Psalm 40 in de drugseconomie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De florerende drugseconomie heeft in Amsterdam nagenoeg vrij spel. Bij de overheid ontbreekt het aan kennis, regie en uithoudingsvermogen om criminelen en hun handlangers de pas af te snijden”. Aldus bericht het Nederlands Dagblad op donderdag 29 augustus 2019.
Er staat bij:
”In Amsterdam, bekend om zijn cultuur van tolerantie, worden veel drugs gebruikt. Dat blijkt onder meer uit onderzoeken naar het rioolwater en naar de uitgaanscultuur in de stad. Daarnaast is de stad sinds de jaren zeventig uitgegroeid tot een belangrijke marktplaats voor internationale drugshandel, aldus de onderzoekers. Onder meer vanwege de goede verbindingen met de rest van de wereld: door de lucht, over zee en over de weg. Bovendien maken de financiële en de digitale infrastructuur de stad aantrekkelijk voor criminelen uit de hele wereld”.
En:
“Het is niet voor het eerst dat er alarmerende conclusies over georganiseerde misdaad in Amsterdam worden getrokken. In 1996 verscheen er al een analyse van wetenschappers Frank Bovenkerk en Cyrille Fijnaut. Daarin concludeerden zij onder meer dat ‘wat begon als een wereld van flower power’ deels veranderde in een ‘omvangrijke en keiharde drugsmarkt’.
Onder meer naar aanleiding van die analyse uit 1996 werden er projecten gestart en maatregelen genomen om deze ontwikkeling tegen te gaan. Volgens Tops en Tromp [de heren die het recente onderzoek hebben verricht] ebde het enthousiasme voor de projecten langzaam weg. ‘Projecten komen, projecten gaan. We zien projecten die gericht zijn op individuen, op gebieden, op fenomenen’, schrijven ze in het onderzoek.
Allemaal nuttig, stellen ze. Maar een gezamenlijke strategie van de overheidsdiensten is volgens hen in Amsterdam niet sterk ontwikkeld.
Gemeentelijke diensten, hulpverlening, Rijk en politie werken vaak langs elkaar heen bij de aanpak van drugscriminaliteit, concluderen Tops en Tromp. Door die gefragmenteerde manier van werken (en soms ook door wet- en regelgeving) bereikt informatie dikwijls niet de diensten voor wie die relevant is”[1].

Waarom gebruiken mensen drugs?
Wie naar een antwoord op die vraag zoekt, komt woorden tegen als: ontspanning, rustgevend, slaapmiddel en kalmeringsmiddel[2].
Met drugs bewerkstelligt men dus een tijdelijke vlucht uit de werkelijkheid. Men gaat op zoek naar leegte. Naar het Rustgevende Niets.
Voor drugsbaronnen en dergelijke lieden is bovendien hebzucht aan de orde. En machtswellust, tevens.
Mensen raken – kortom – verstrikt in een web van verslaving, van criminaliteit, van geldzucht.

Wie naar de maatschappij kijkt, is daar niet verbaasd over. De wereld is hard. De overheid faalt op onderscheiden punten.
Dan ga je je troost elders zoeken. Bij degelijke mensen. Bij betrouwbare instanties. Alleen maar – degelijke mensen en betrouwbare instanties lijken er steeds minder te zijn.

Dit alles zo zijnde mogen wij elkaar op Psalm 40 wijzen.

Psalm 40 is een lied van David.
In dat kerklied zet hij uiteen dat hij vurig tot God gebeden heeft. En de Here luisterde naar David. De hemelse God werd volop actief; Hij trok David omhoog uit een zeer diep dal. David werd, om zo te zeggen, uit het drijfzand van de ellende getrokken; hij kreeg weer vaste grond onder de voeten!
Daarom, zingt David, is het nu tijd voor een nieuw lied. Want het is eens te meer bewezen: je kunt op God vertrouwen! De God van hemel en aarde is een Steunbeer waar je van op aan kunt – het is heerlijk om met Hem te leven!
De activiteit van God hangt, om zo te zeggen, aan elkaar van weldaden en wonderen. Het zijn er zoveel dat je ze eigenlijk niet op een rij kunt zetten. Nee, de Here werkt niet hap-snap; zeker niet.
En daarom wil de Here in de Godsdienst van Zijn kinderen ook geen hap-snap-beleid. Het brengen van allerlei offers is niet genoeg. Nee, heel het aardse bestaan moet aan God gewijd zijn. Alles moet in het teken staan van de eer aan God.
Welnu – dat is precies wat David wil doen. Dat is precies wat David zijn luisteraars wil leren. Davids mond loopt er van over. Iedereen, ja iedere wereldburger moet het horen: God is betrouwbaar. Iedereen moet het horen: God luistert naar je als je in het gebed naar Hem toe gaat!
David vraagt heel expliciet om Gods bescherming. En dat is nodig ook. Want David weet het: mijn leven staat bol van de zonde. David weet het: in mijn leven zijn tekortkomingen en zonden aan de orde van de dag. Goed beschouwd is het leven van David – zeker als hij Psalm 40 componeert – tamelijk hopeloos. Gods trouwe hulp is hard nodig!
Voordat je ’t weet gaan de mensen zeggen: ‘Nou, die God van David is geen knip voor de neus waard. En David? Hem kunnen we met een paar goede wapens zonder veel moeite om het leven brengen’.
Het is duidelijk – dit is exact wat David niet wil. Welnee! De mensen moeten juist zeggen: ‘De God van David doet magnifieke dingen. Wát een goede God is dat!’.
Even zo goed weet David het zeker: de Here zal Hem helpen! En daarom bidt Hij nogmaals dringend: Here, red mij!
Dat is Psalm 40.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën betrekt Psalm 40 op Jezus Christus. Hij doet dat als volgt: “Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de ​zonden​ wegneemt. Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en ​graanoffer​ hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt. Brandoffers​ en offers voor de ​zonde​ hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de ​boekrol​ is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God”[3].
De Hebreeënschrijver wil maar zeggen: de Heiland is voor de zonden gestorven. Voor de zonden van David, jazeker. Maar ook voor de zonden van heel de wereld.
De Heiland draagt een structurele oplossing aan: verlossing van alle schuld – er is betaald!
Zo moeten wij, vanuit Psalm 40, de lijn dóórtrekken.

Nederland in het algemeen, en Amsterdam in het bijzonder, is een knooppunt van de internationale drugshandel.
Hoe kan het zo van kwaad tot erger gaan?
Bij de beantwoording van die vraag is er één sleutelwoord: Woordverlating. Met andere woorden: dit krijg je ervan als je bij God wegloopt. Oftewel: dit krijg je ervan als je Gods wet negeert, en zelf oplossingen zoeken gaat!

Wat te doen aan de florerende drugseconomie?
Begin maar eens bij Psalm 40!

Noten:
[1] “Vrij spel voor drugscriminelen in Amsterdam”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 augustus 2019, p. 4 en 5.
[2] Zie hiervoor https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/waarom-worden-drugs-gebruikt/ ; geraadpleegd op donderdag 29 augustus 2019.
[3] Hebreeën 10:4-7.

15 maart 2019

Rust na de rellen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Ruzie over meisje aanleiding ongeregeldheden Urk, politiek wil opheldering”.
“Aanhoudingen op Urk; man opgepakt na dreigfilmpje met wapen”.
“Rellende jongeren houden Urk in de greep”.
Aldus drie koppen van berichten over het gedrag van – met name – jongeren op Urk[1].

Urk notabene!
Is dat niet zo ongeveer de meest christelijke plaats in Nederland?
Goed, goed – we hebben ook nog de Veluwe. En een aantal plaatsen in de provincie Overijssel wellicht.
Maar Urk is, in zekere zin, voor christenen toch altijd toonaangevend geweest.
Urk – daar woonden de mensen die wisten hoe het hoorde.
Urk – daar woonden de Bijbellezers.
Urk – daar woonden de mensen die ’s zondags trouw ter kerke gingen.
En nu dit

Die berichten in de media zijn, even zo goed, het zoveelste bewijs dat christenen gewone mensen zijn. Met hun boosheid. Met hun keiharde aanpak. Met hun agressie.
Wekelijkse kerkgang is geen garantie voor levenslange rust en vrede.
Dagelijks Bijbellezen wil niet zeggen dat je jezelf altijd in toom houdt.
Gods Woord dagelijks horen voorlezen, betekent niet dat je Gods Woord altijd op een juiste en evenwichtige wijze toepast.

Wie berichten over rellende jongeren op Urk tot zich neemt, komt wellicht tot de vraag of de Bijbellezing nog wel zin heeft. Wat is het nut van christelijk onderwijs? Is het nog wel nuttig om kinderen een Gereformeerde opvoeding te geven? Is het praktiseren van christelijke deugden nog wel aan de orde vandaag?

Wie berichten over rellende jongeren op Urk tot zich neemt, realiseert zich – naar wij mogen hopen – dat zondige mensen altijd weer terug worden geroepen door God. De God die liefde is.
Jazeker, Hij is ook de God die streng kan zijn. Jazeker, Hij is ook de God die Zijn kinderen soms strak bij de les houdt.
Maar Hij is vooral de God waarover 1 Johannes 4 zegt: “Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde[2]. En: “En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem”[3].

Men zegt dat de rellen op Urk voortkomen uit problemen in de relationele sfeer. Zeg maar gewoon: ruzie om een meisje. Een jongeman heeft, zegt men, iets onaardigs gezegd over de vriendin van een ander.
Liefde kan zomaar omslaan in haat; dat blijkt maar weer. Zo gaat dat tussen mensen.
Alleen daarom al is het belangrijk om op Gods liefde te blijven wijzen. Want die liefde blijft springlevend, dwars door alles heen!

Misschien kijken wij wel hoofdschuddend naar de gang van zaken op Urk. Als het daar al mis gaat, hoe breekbaar is dan de rest van christelijk Nederland? Is dit niet de ultieme afgang? Waar gaat het naar toe? En waar zal dit eindigen?

Laten wij beseffen dat wij allen zondig zijn.
We moeten elkaar steeds weer op het rechte spoor brengen. Wij behoren elkaar steeds weer te stimuleren om ons leven voor de Here op alleszins verantwoorde wijze vorm te geven.
In dat kader wijs ik graag op woorden uit Hebreeën 10: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot ​liefde​ en goede werken”.

Hebreeën 10: dat is een hoofdstuk waarin uiteengezet wordt dat offers in Israël overbodig geworden zijn.
De Here Jezus Christus, onze Heiland, zei: “Zie, Ik kom – in de ​boekrol​ is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God”[4].
Met één offer – aan het kruis, op Golgotha – heeft Hij voor onze zonden betaald. Om met de Hebreeënschrijver te spreken: “…met één offer heeft Hij hen die ​geheiligd​ worden, tot in eeuwigheid volmaakt”[5].

Nu zit de Heiland triomferend naast Vader, in de hemel.
Ga maar naar Hem toe, zegt Gods Woord, “met een waarachtig ​hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons ​hart​ gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met ​rein​ water”[6].

Heeft Bijbellezen nog wel zin?
Heeft bidden nog wel zin?
Heeft het nog wel zin om een goed christelijk voorbeeld te geven?

Jazeker.
Dat is buitengewoon zinvol.
Mensen laten de situatie zomaar uit de hand lopen. Want ze zitten vol jaloezie, vol nijd, vol haat. Voor je ’t weet ontspoort de boel, zelfs op Urk.
Maar onze God is trouw!
Laten wij maar gauw doen wat de Hebreeënschrijver ons dringend adviseert: laten wij “het oog gericht houden op ​Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof”![7]

Dan komt er rust na de rellen.

Noten:
[1] De eerste twee komen van https://nos.nl/ . De derde komt van https://www.rd.nl/ . Geraadpleegd op woensdag 13 maart 2019.
[2] 1 Johannes 4:8.
[3] 1 Johannes 4:16.
[4] Hebreeën 10:7.
[5] Hebreeën 10:14.
[6] Hebreeën 10:22.
[7] Hebreeën 12:1.

6 februari 2019

Troost bij tegenstellingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen staan midden in de wereld. Zij gaan met allerlei: buren, collega’s, supermarktmedewerkers… Zij hebben contact met een schier eindeloze rij medemensen.

Wat moet je in die wereld aanvangen met een tekst als de volgende?
“…U bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”.
Zo schrijft Paulus dat in de tweede brief aan de Corinthiërs[1].

Moeten we maar stil in een hoekje kruipen?
Moeten we ons totaal anders gedragen, zodanig dat het volstrekt wereldvreemd wordt?
Nee, dat is niet de bedoeling.
Wij hoeven niet in een hutje op de hei gaan wonen.
Paulus biedt de kerk van alle tijden troost. Troost als ons gedrag soms volstrekt tegengesteld is aan het doen en laten van mensen die leven zonder God.

Laten we elkaar er vooral op wijzen dat het in het bovenstaande niet in de eerste plaats over mensen gaat.

De Here God zegt: Ik zal bij Mijn kinderen wonen.
Hij is erbij. Hij is present. Hij is volop actief.
Meer precies: de Here God woont met Zijn Geest in ons. Onze lichamen zijn tempels!

De Here spreekt onomwonden uit: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Dat betekent onder meer: de God van hemel en aarde blijft in beeld, wat er ook gebeurt.
Dat betekent ook: de God van hemel en aarde zorgt voor Zijn volk. Hij biedt bescherming aan de mensen die Hij uitkoos om Zijn kinderen te zijn.

Mogen we niet omgaan met mensen die ongelovig zijn?
Antwoord: jawel, zeker mag dat!
Het punt is echter: neem het ongeloof van anderen niet over!

Komen we dan niet alleen te staan?
Zeker niet.
Waarom niet? De Here zal ons aannemen, staat er. We worden geen zwervers die niks hebben en nergens bij horen.
De God van hemel en aarde zegt: u hoort bij Mij; u staat er niet alleen voor. Sterker nog: we gaan een gezin vormen. Met Vader, zonen en dochters.

Welnu, in die context doet Paulus de oproep: laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God.
En wij weten het in de kerk – als de Here erbij is, dan gaat dat lukken. Dan kunnen wij met Psalm 23 zingen:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[2].

Uit verhalen kan men wel eens opmaken dat de tegenstelling tussen kerk en wereld nog wel eens een beeld van God als boeman oplevert.
Zo van: als je niet heilig genoeg leeft, dan zwaait er wat!
Zo van: als je niet onberispelijk bent, moet je je nodig bekeren!
Echter – Paulus leert ons dat God in ons leven onbetwist de leiding heeft als wij met die tegenstelling bezig zijn. Hij steunt ons. Hij neemt ons bij de hand, en brengt ons door de wereld heen.

Dan kunnen wij met de Hebreeënschrijver zeggen: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”[3].
Onlangs nog schreef mijn vader, H.P. de Roos, daarover: “laat ú de vrede, de werkelijke vrede, de vrede van Gods Koninkrijk najagen, Najagen! Niet maar eens zien of hier op deze wereld nog wat vrede valt te verkrijgen, maar met kracht, met de bezieling van een levende gemeente, waar geen slapheid en het verlangen naar de zo Nederlandse gelijkmoedigheid alles maar tolereert. Maar met de kracht wèl gemeente van de HEERE zijn, strijdbaar en gereed om de vijand tegen te houden, als hij ook onze gelederen wil infiltreren. Eerst dan zijn wij verzekerd van het verkrijgen van de vrede, die alle verstand te boven gaat”[4].

Nee, dat is geen onmogelijke opgave.
Immers – niet voor niets zingen we in Psalm 23 ook:
“Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des HEREN
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren”[5].

Tenslotte –
laten wij elkaar, gelet op het bovenstaande, herinneren aan woorden die Paulus schrijft in zijn éérste brief aan de Corinthiërs: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 6:16 b-7:1.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Hebreeën 12:14.
[4] Geciteerd uit de e-mailrubriek Dagelijks Brood, woensdag 30 januari 2019.
[5] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13.

22 januari 2019

Uitgenodigd voor het feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Spreken over de belijdenis van de kerk is tegenwoordig niet zo populair[1]. De belijdenisgeschriften – dat zijn eeuwenoude teksten die zelden veranderd worden.
Daar kun je, zo menen velen, in deze tijd niet meer mee aankomen.
Belijden is, naar men zegt, iets individueels.
Belijden is, zo meent men, zéér persoonsgebonden.
Dat doet men niet groepsgewijs. In ’t algemeen genomen, althans,

Maar dat gaat te snel.
Dat is te makkelijk.
Immers – het woord ‘belijdenis’ komt ook in Gods Woord voor.
En dat Woord wordt door heel véél mensen gelezen.

De inzet van Hebreeën 3 luidt bijvoorbeeld: “Daarom, ​heilige​ broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de ​Apostel​ en ​Hogepriester​ van onze belijdenis: ​Christus​ ​Jezus”[2].
Daar hebt u dat woord ‘belijdenis’. Wij kunnen er niet omheen, en wij mogen er blijkbaar ook niet overheen lezen.

Het is de moeite waard om Hebreeën 3 nog wat nader bekijken.
Wat betekenen de in het citaat gebruikte namen en termen eigenlijk precies?

Christus Jezus – die namen zijn, op de keper beschouwd, al veelzeggend.

Christus – die naam wil volgens de Heidelbergse Catechismus zeggen: “…dat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[3].
Christus – dat is de ambtsnaam van onze Heiland.

Jezus – dat betekent: Verlosser.
De Heidelbergse Catechismus licht ook de betekenis van die naam toe. De Heiland heet zo “omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”[4].

Onze Heiland is Apostel. Dat wil zeggen: gezondene. Of: gezant.
Hij is door God gezonden, uit de hemel. Hij heeft Zijn autoriteit ontvángen. De Vader heeft Hem volmacht gegeven om op aarde een groot verlossingswerk te doen.

Onze Heiland is Hogepriester.
In het Oude Testament was de Hogepriester de man die het te zeggen had als het ging over het priesterschap en de eredienst.
In het Nieuwe Testament is Christus Jezus de Man die de zonden verzoent. Met andere woorden: Hij is de Man die verhouding tussen God en mensen voor eens en voor altijd weer goed maakt.
Hij moest – zo kunnen wij in Hebreeën 2 lezen – “in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een ​barmhartig​ en een getrouw ​Hogepriester​ zou zijn in de dingen die God betreffen, om de ​zonden​ van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen”[5].
Christus was echt God en echt mens.
Hij is de Middelaar die onze zonden bedekt. De Heidelbergse Catechismus zegt het zo: “Zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt”[6].

In Hebreeën 3 valt de term ‘heilige broeders’.
Die uitdrukking gaat terug op woorden uit Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen. Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die ​geheiligd​ worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen”[7].
Zeg het maar even zo: Christus Jezus brengt mensen in de kerk bijeen – allemaal zonen, allemaal dochters.
Met hen gaat Hij de toekomst in. Hij geeft hen een nieuwe start, een glorieuze toekomst!

Gods kinderen worden, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief, “deelgenoten aan de hemelse roeping”.
Dat betekent: God roept ons naar boven. Hij nodigt Zijn kinderen uit: kom maar hierheen; want hier is het feest!

En wij mogen het op aarde zeggen: ja, in de hemel is het feest.
Wij mogen het op aarde zeggen: in de hemel is God alles, voor iedereen; reden voor vreugde die nooit meer ophoudt.
Dat kan onze belijdenis zijn, ook in 2019.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is ongelooflijk. Dat is onbeschrijflijk.
En toch is het waar!

Spreken over de belijdenis van de kerk – dat kan nog best.
Maar eigenlijk kan dat alleen maar op een goede manier als wij ons realiseren dat God in de wereld aan het werk is.

En waar houdt de wereld zich intussen mee bezig?
Mensen breken zich het hoofd over de brexit: het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
De organisatie Open Doors meldt dat er zeker 73 landen in de wereld zijn waar christenen tot in het extreme worden vervolgd[8].
In onze oceanen en zeeën drijft steeds meer plastic afval – ‘plastic soep’ noemt men het vaak[9].
Wie die drie grote problemen onder elkaar ziet staan, komt niet in een feeststemming. Natuurlijk niet! Integendeel!

Maar weet u wat Jezus in Lucas 18 vraagt?
Hij vraagt: “Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?”[10].
Dat is een indringende vraag: zal onze Heiland, als Hij weer komt om de levenden en de doden te oordelen, nog geloof vinden op aarde?
Wie naar de brexit kijkt…
Wie de christenvervolging beziet…
Wie beseft hoe groot het probleem van de ‘plastic soep’ is…
– die is wellicht geneigd te zeggen: er staan mooie verhalen in de Bijbel, maar dit wordt niks meer.
De Here blijft het echter proclameren: geloof het maar – in de hemel is het feest.
En de de kerk mag en moet het dus blijft het verkondigen: belijd het maar – in de hemel is eeuwig geluk en vrede, voor ieder die in Hem gelooft.

De belijdenis van de kerk?
Die is, ook vandaag, alleszins de moeite waard om nagesproken te worden!

Noten:
[1] Afgelopen woensdag, 16 januari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over schets 1 uit de bundel ‘Volhardend belijden’ van dr. L. Doekes (1913-1997). Deze bundel werd in 1986 uitgegeven door de Nederlandse Bond van Gereformeerde jeugdverenigingen. Schets 1 is getooid met de titel ‘De belijdenis der kerk’. Dit artikel is een resultaat van enige voorstudie.
[2] Hebreeën 3:1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29.
[5] Hebreeën 2:17 en 18.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 14, antwoord 36.
[7] Hebreeën 2:10 en 11.
[8] “Vervolging treft 245 miljoen christenen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 januari 2019, p. 2 en 3.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.plasticsoupfoundation.org/ ; geraadpleegd op woensdag 16 januari 2019.
[10] Lucas 18:8.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.