gereformeerd leven in nederland

15 maart 2019

Rust na de rellen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Ruzie over meisje aanleiding ongeregeldheden Urk, politiek wil opheldering”.
“Aanhoudingen op Urk; man opgepakt na dreigfilmpje met wapen”.
“Rellende jongeren houden Urk in de greep”.
Aldus drie koppen van berichten over het gedrag van – met name – jongeren op Urk[1].

Urk notabene!
Is dat niet zo ongeveer de meest christelijke plaats in Nederland?
Goed, goed – we hebben ook nog de Veluwe. En een aantal plaatsen in de provincie Overijssel wellicht.
Maar Urk is, in zekere zin, voor christenen toch altijd toonaangevend geweest.
Urk – daar woonden de mensen die wisten hoe het hoorde.
Urk – daar woonden de Bijbellezers.
Urk – daar woonden de mensen die ’s zondags trouw ter kerke gingen.
En nu dit

Die berichten in de media zijn, even zo goed, het zoveelste bewijs dat christenen gewone mensen zijn. Met hun boosheid. Met hun keiharde aanpak. Met hun agressie.
Wekelijkse kerkgang is geen garantie voor levenslange rust en vrede.
Dagelijks Bijbellezen wil niet zeggen dat je jezelf altijd in toom houdt.
Gods Woord dagelijks horen voorlezen, betekent niet dat je Gods Woord altijd op een juiste en evenwichtige wijze toepast.

Wie berichten over rellende jongeren op Urk tot zich neemt, komt wellicht tot de vraag of de Bijbellezing nog wel zin heeft. Wat is het nut van christelijk onderwijs? Is het nog wel nuttig om kinderen een Gereformeerde opvoeding te geven? Is het praktiseren van christelijke deugden nog wel aan de orde vandaag?

Wie berichten over rellende jongeren op Urk tot zich neemt, realiseert zich – naar wij mogen hopen – dat zondige mensen altijd weer terug worden geroepen door God. De God die liefde is.
Jazeker, Hij is ook de God die streng kan zijn. Jazeker, Hij is ook de God die Zijn kinderen soms strak bij de les houdt.
Maar Hij is vooral de God waarover 1 Johannes 4 zegt: “Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde[2]. En: “En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem”[3].

Men zegt dat de rellen op Urk voortkomen uit problemen in de relationele sfeer. Zeg maar gewoon: ruzie om een meisje. Een jongeman heeft, zegt men, iets onaardigs gezegd over de vriendin van een ander.
Liefde kan zomaar omslaan in haat; dat blijkt maar weer. Zo gaat dat tussen mensen.
Alleen daarom al is het belangrijk om op Gods liefde te blijven wijzen. Want die liefde blijft springlevend, dwars door alles heen!

Misschien kijken wij wel hoofdschuddend naar de gang van zaken op Urk. Als het daar al mis gaat, hoe breekbaar is dan de rest van christelijk Nederland? Is dit niet de ultieme afgang? Waar gaat het naar toe? En waar zal dit eindigen?

Laten wij beseffen dat wij allen zondig zijn.
We moeten elkaar steeds weer op het rechte spoor brengen. Wij behoren elkaar steeds weer te stimuleren om ons leven voor de Here op alleszins verantwoorde wijze vorm te geven.
In dat kader wijs ik graag op woorden uit Hebreeën 10: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot ​liefde​ en goede werken”.

Hebreeën 10: dat is een hoofdstuk waarin uiteengezet wordt dat offers in Israël overbodig geworden zijn.
De Here Jezus Christus, onze Heiland, zei: “Zie, Ik kom – in de ​boekrol​ is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God”[4].
Met één offer – aan het kruis, op Golgotha – heeft Hij voor onze zonden betaald. Om met de Hebreeënschrijver te spreken: “…met één offer heeft Hij hen die ​geheiligd​ worden, tot in eeuwigheid volmaakt”[5].

Nu zit de Heiland triomferend naast Vader, in de hemel.
Ga maar naar Hem toe, zegt Gods Woord, “met een waarachtig ​hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons ​hart​ gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met ​rein​ water”[6].

Heeft Bijbellezen nog wel zin?
Heeft bidden nog wel zin?
Heeft het nog wel zin om een goed christelijk voorbeeld te geven?

Jazeker.
Dat is buitengewoon zinvol.
Mensen laten de situatie zomaar uit de hand lopen. Want ze zitten vol jaloezie, vol nijd, vol haat. Voor je ’t weet ontspoort de boel, zelfs op Urk.
Maar onze God is trouw!
Laten wij maar gauw doen wat de Hebreeënschrijver ons dringend adviseert: laten wij “het oog gericht houden op ​Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof”![7]

Dan komt er rust na de rellen.

Noten:
[1] De eerste twee komen van https://nos.nl/ . De derde komt van https://www.rd.nl/ . Geraadpleegd op woensdag 13 maart 2019.
[2] 1 Johannes 4:8.
[3] 1 Johannes 4:16.
[4] Hebreeën 10:7.
[5] Hebreeën 10:14.
[6] Hebreeën 10:22.
[7] Hebreeën 12:1.

6 februari 2019

Troost bij tegenstellingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen staan midden in de wereld. Zij gaan met allerlei: buren, collega’s, supermarktmedewerkers… Zij hebben contact met een schier eindeloze rij medemensen.

Wat moet je in die wereld aanvangen met een tekst als de volgende?
“…U bent de ​tempel​ van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige. Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God”.
Zo schrijft Paulus dat in de tweede brief aan de Corinthiërs[1].

Moeten we maar stil in een hoekje kruipen?
Moeten we ons totaal anders gedragen, zodanig dat het volstrekt wereldvreemd wordt?
Nee, dat is niet de bedoeling.
Wij hoeven niet in een hutje op de hei gaan wonen.
Paulus biedt de kerk van alle tijden troost. Troost als ons gedrag soms volstrekt tegengesteld is aan het doen en laten van mensen die leven zonder God.

Laten we elkaar er vooral op wijzen dat het in het bovenstaande niet in de eerste plaats over mensen gaat.

De Here God zegt: Ik zal bij Mijn kinderen wonen.
Hij is erbij. Hij is present. Hij is volop actief.
Meer precies: de Here God woont met Zijn Geest in ons. Onze lichamen zijn tempels!

De Here spreekt onomwonden uit: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
Dat betekent onder meer: de God van hemel en aarde blijft in beeld, wat er ook gebeurt.
Dat betekent ook: de God van hemel en aarde zorgt voor Zijn volk. Hij biedt bescherming aan de mensen die Hij uitkoos om Zijn kinderen te zijn.

Mogen we niet omgaan met mensen die ongelovig zijn?
Antwoord: jawel, zeker mag dat!
Het punt is echter: neem het ongeloof van anderen niet over!

Komen we dan niet alleen te staan?
Zeker niet.
Waarom niet? De Here zal ons aannemen, staat er. We worden geen zwervers die niks hebben en nergens bij horen.
De God van hemel en aarde zegt: u hoort bij Mij; u staat er niet alleen voor. Sterker nog: we gaan een gezin vormen. Met Vader, zonen en dochters.

Welnu, in die context doet Paulus de oproep: laten wij onszelf ​reinigen​ van alle bezoedeling van vlees en geest, en de ​heiliging​ volbrengen in het vrezen van God.
En wij weten het in de kerk – als de Here erbij is, dan gaat dat lukken. Dan kunnen wij met Psalm 23 zingen:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[2].

Uit verhalen kan men wel eens opmaken dat de tegenstelling tussen kerk en wereld nog wel eens een beeld van God als boeman oplevert.
Zo van: als je niet heilig genoeg leeft, dan zwaait er wat!
Zo van: als je niet onberispelijk bent, moet je je nodig bekeren!
Echter – Paulus leert ons dat God in ons leven onbetwist de leiding heeft als wij met die tegenstelling bezig zijn. Hij steunt ons. Hij neemt ons bij de hand, en brengt ons door de wereld heen.

Dan kunnen wij met de Hebreeënschrijver zeggen: “Jaag de ​vrede​ na met allen, en de ​heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien”[3].
Onlangs nog schreef mijn vader, H.P. de Roos, daarover: “laat ú de vrede, de werkelijke vrede, de vrede van Gods Koninkrijk najagen, Najagen! Niet maar eens zien of hier op deze wereld nog wat vrede valt te verkrijgen, maar met kracht, met de bezieling van een levende gemeente, waar geen slapheid en het verlangen naar de zo Nederlandse gelijkmoedigheid alles maar tolereert. Maar met de kracht wèl gemeente van de HEERE zijn, strijdbaar en gereed om de vijand tegen te houden, als hij ook onze gelederen wil infiltreren. Eerst dan zijn wij verzekerd van het verkrijgen van de vrede, die alle verstand te boven gaat”[4].

Nee, dat is geen onmogelijke opgave.
Immers – niet voor niets zingen we in Psalm 23 ook:
“Uw rijke gunst, mij in uw trouw gegeven,
verlicht mijn gang, omringt mij heel mijn leven,
zodat ik in het heilig huis des HEREN
mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren”[5].

Tenslotte –
laten wij elkaar, gelet op het bovenstaande, herinneren aan woorden die Paulus schrijft in zijn éérste brief aan de Corinthiërs: “En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan”[6].

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 6:16 b-7:1.
[2] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Hebreeën 12:14.
[4] Geciteerd uit de e-mailrubriek Dagelijks Brood, woensdag 30 januari 2019.
[5] Dit zijn de laatste regels van Psalm 23:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Corinthiërs 10:13.

22 januari 2019

Uitgenodigd voor het feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Spreken over de belijdenis van de kerk is tegenwoordig niet zo populair[1]. De belijdenisgeschriften – dat zijn eeuwenoude teksten die zelden veranderd worden.
Daar kun je, zo menen velen, in deze tijd niet meer mee aankomen.
Belijden is, naar men zegt, iets individueels.
Belijden is, zo meent men, zéér persoonsgebonden.
Dat doet men niet groepsgewijs. In ’t algemeen genomen, althans,

Maar dat gaat te snel.
Dat is te makkelijk.
Immers – het woord ‘belijdenis’ komt ook in Gods Woord voor.
En dat Woord wordt door heel véél mensen gelezen.

De inzet van Hebreeën 3 luidt bijvoorbeeld: “Daarom, ​heilige​ broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de ​Apostel​ en ​Hogepriester​ van onze belijdenis: ​Christus​ ​Jezus”[2].
Daar hebt u dat woord ‘belijdenis’. Wij kunnen er niet omheen, en wij mogen er blijkbaar ook niet overheen lezen.

Het is de moeite waard om Hebreeën 3 nog wat nader bekijken.
Wat betekenen de in het citaat gebruikte namen en termen eigenlijk precies?

Christus Jezus – die namen zijn, op de keper beschouwd, al veelzeggend.

Christus – die naam wil volgens de Heidelbergse Catechismus zeggen: “…dat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Als Profeet en Leraar heeft Hij ons de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen geopenbaard. Als Hogepriester heeft Hij ons met het enige offer van zijn lichaam verlost en blijft Hij met zijn voorbede steeds bij de Vader voor ons pleiten. Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing”[3].
Christus – dat is de ambtsnaam van onze Heiland.

Jezus – dat betekent: Verlosser.
De Heidelbergse Catechismus licht ook de betekenis van die naam toe. De Heiland heet zo “omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”[4].

Onze Heiland is Apostel. Dat wil zeggen: gezondene. Of: gezant.
Hij is door God gezonden, uit de hemel. Hij heeft Zijn autoriteit ontvángen. De Vader heeft Hem volmacht gegeven om op aarde een groot verlossingswerk te doen.

Onze Heiland is Hogepriester.
In het Oude Testament was de Hogepriester de man die het te zeggen had als het ging over het priesterschap en de eredienst.
In het Nieuwe Testament is Christus Jezus de Man die de zonden verzoent. Met andere woorden: Hij is de Man die verhouding tussen God en mensen voor eens en voor altijd weer goed maakt.
Hij moest – zo kunnen wij in Hebreeën 2 lezen – “in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een ​barmhartig​ en een getrouw ​Hogepriester​ zou zijn in de dingen die God betreffen, om de ​zonden​ van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen”[5].
Christus was echt God en echt mens.
Hij is de Middelaar die onze zonden bedekt. De Heidelbergse Catechismus zegt het zo: “Zo is Hij onze Middelaar, die met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt”[6].

In Hebreeën 3 valt de term ‘heilige broeders’.
Die uitdrukking gaat terug op woorden uit Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen. Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die ​geheiligd​ worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen”[7].
Zeg het maar even zo: Christus Jezus brengt mensen in de kerk bijeen – allemaal zonen, allemaal dochters.
Met hen gaat Hij de toekomst in. Hij geeft hen een nieuwe start, een glorieuze toekomst!

Gods kinderen worden, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief, “deelgenoten aan de hemelse roeping”.
Dat betekent: God roept ons naar boven. Hij nodigt Zijn kinderen uit: kom maar hierheen; want hier is het feest!

En wij mogen het op aarde zeggen: ja, in de hemel is het feest.
Wij mogen het op aarde zeggen: in de hemel is God alles, voor iedereen; reden voor vreugde die nooit meer ophoudt.
Dat kan onze belijdenis zijn, ook in 2019.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is ongelooflijk. Dat is onbeschrijflijk.
En toch is het waar!

Spreken over de belijdenis van de kerk – dat kan nog best.
Maar eigenlijk kan dat alleen maar op een goede manier als wij ons realiseren dat God in de wereld aan het werk is.

En waar houdt de wereld zich intussen mee bezig?
Mensen breken zich het hoofd over de brexit: het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
De organisatie Open Doors meldt dat er zeker 73 landen in de wereld zijn waar christenen tot in het extreme worden vervolgd[8].
In onze oceanen en zeeën drijft steeds meer plastic afval – ‘plastic soep’ noemt men het vaak[9].
Wie die drie grote problemen onder elkaar ziet staan, komt niet in een feeststemming. Natuurlijk niet! Integendeel!

Maar weet u wat Jezus in Lucas 18 vraagt?
Hij vraagt: “Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?”[10].
Dat is een indringende vraag: zal onze Heiland, als Hij weer komt om de levenden en de doden te oordelen, nog geloof vinden op aarde?
Wie naar de brexit kijkt…
Wie de christenvervolging beziet…
Wie beseft hoe groot het probleem van de ‘plastic soep’ is…
– die is wellicht geneigd te zeggen: er staan mooie verhalen in de Bijbel, maar dit wordt niks meer.
De Here blijft het echter proclameren: geloof het maar – in de hemel is het feest.
En de de kerk mag en moet het dus blijft het verkondigen: belijd het maar – in de hemel is eeuwig geluk en vrede, voor ieder die in Hem gelooft.

De belijdenis van de kerk?
Die is, ook vandaag, alleszins de moeite waard om nagesproken te worden!

Noten:
[1] Afgelopen woensdag, 16 januari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over schets 1 uit de bundel ‘Volhardend belijden’ van dr. L. Doekes (1913-1997). Deze bundel werd in 1986 uitgegeven door de Nederlandse Bond van Gereformeerde jeugdverenigingen. Schets 1 is getooid met de titel ‘De belijdenis der kerk’. Dit artikel is een resultaat van enige voorstudie.
[2] Hebreeën 3:1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 31.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29.
[5] Hebreeën 2:17 en 18.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 14, antwoord 36.
[7] Hebreeën 2:10 en 11.
[8] “Vervolging treft 245 miljoen christenen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 januari 2019, p. 2 en 3.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.plasticsoupfoundation.org/ ; geraadpleegd op woensdag 16 januari 2019.
[10] Lucas 18:8.

10 januari 2019

Ophef omtrent een manifest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Nashville-verklaring – alle kranten staan er vol van[1].
In dat manifest worden homoseksuele relaties heel duidelijk afgewezen. Alleen al het feit dat dat zo is, naar het schijnt, voor de media een goede reden geweest om er bovenop te springen.

De felheid waarmee dat geschiedde, doet de schrijver van deze weblog denken aan Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”[2].
Wij zullen ons moeten realiseren dat er een strijd gaande is tussen God en de duivel. De uitslag van die strijd staat bij voorbaat vast. Maar toch!

Schrijver dezes staat achter de strekking van de verklaring.
Zeker – sommige zaken zijn in de verklaring ongelukkig geformuleerd.
Zeker – het manifest had aan kracht gewonnen als die hier en daar wat pastoraler van toon was geweest.
Maar wij hoeven er niet omheen te draaien: in het document worden aloude christelijke standpunten omtrent huwelijk en gezin verwoord. Het is ten enenmale onduidelijk waarom die standpunten eensklaps zouden moeten veranderen.

Daarbij is het belangrijk om te zeggen dat in de kerk mensen met een homoseksuele geaardheid niet worden afgedankt en afgescheept.
Zeker niet!
Nee, zij worden niet de deur uitgestuurd.

Men zegt dat homoseksualiteit te genezen zou zijn. Schrijver dezes is geen medicus. Maar eerlijk is eerlijk: hij gelooft niet dat dat waar is.

Hoe dat alles zij – mensen die, op grond van Gods Woord, menen dat een relatie tussen homoseksuele mannen of vrouwen niet toegestaan is worden anno 2019 verontwaardigd aangekeken. Dat is een stap terug in de tijd, zegt men.
Zou het kunnen zijn dat Nederland, op bepaalde punten althans, eigenlijk niet zo erg tolerant is? Het is maar een vraag.

Intussen is het nu eens te meer duidelijk wat de open zenuw is van Nederland: relaties.
Zodra het over relaties gaat, staan we op scherp.
En laten we het maar ronduit zeggen: dat is helemaal geen wonder. Het aantal echtscheidingen is groot, vandaag de dag. In gezinnen en families zijn niet zelden allerlei blokkades in relaties. Als de term ‘seksueel misbruik’ valt, is de wereld alert. Wie niet weet wat ‘metoo’ beduidt, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd.

Wat moet de kerk in 2019 doen?
Zij mag en moet zeggen: in deze tijd vol relatieproblemen is er Eén die niets liever doet dan liefde uitdelen: de God van hemel en aarde.
Kom maar bij Hem!
En: zoek op deze aarde maar christenen op die dat Evangelie bij de voortduur willen laten zien en horen. En klem u maar aan hen vast.

De God van hemel en aarde deelt liefde uit. Bij bakken tegelijk.
In Hebreeën 4 staat een tekst waarin dat op prachtige wijze naar voren wordt gebracht. Het is deze: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].

Die Hogepriester heeft voor al onze zonden betaald. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. De rekening van onze schuld is voldaan.
God zond Zijn Zoon, om ons te verlossen uit de macht van de zonde, en uit de macht van de duivel.
Nu worden kinderen van God nooit meer op hun zonden afgerekend!

En besef het maar –
de Zoon van God, onze Heiland, weet precies wat wij hier op aarde doormaken.
Hij weet precies dat de intenties van de ondertekenaars met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel goed waren, maar dat de boodschap helemaal verkeerd bij de wereld overkwam.
Hij weet precies hoe moeilijk het soms kan zijn om altijd te beginnen bij Gods liefde en genegenheid voor elkaar.
Hij weet precies hoe moeilijk het kan wezen om die liefde op goede en tactvolle wijze te verwoorden.
Hij weet precies hoe ingewikkeld het soms is om uit te leggen dat God liefde is, maar dat God tegelijkertijd ook dingen verbiedt.
Hij weet precies dat kinderen van God heel Gods Woord recht willen doen. Ook als het gaat om geboden en verboden die in deze tijd niet zo goed in de markt liggen.

De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij Vader.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij de Zoon.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar naar de troon.

Die troon heeft in Hebreeën 4 een naam.
Dat is merkwaardig.
Een troon, dat zit je op. En als het een grote troon is, zit je erin.

Maar op deze troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’, staat erop.
Ja, christenen hebben genade nodig; en speciaal nu. Want de intenties van veel christenen – Gereformeerden incluis – worden soms totaal verkeerd begrepen. En anderen willen ze misschien ook niet meer begrijpen. Vanwege gebeurtenissen in het verleden, bijvoorbeeld. En misschien ook om heel veel andere redenen.

Ja, op deze troon zit een naambordje: ‘Troon van de genade’.
Dat betekent: God wil onze zonden vergeven als we die aan Hem belijden.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik heb voor de zonden betaald; Ik maak mijn kinderen schoon.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik maak mijn volk, tegen alle verwachtingen in, geschikt om in de hemel te wonen.

Ja, op die troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’ staat er op. Eeuw in, eeuw uit. En er is niemand, helemaal niemand, die er in slaagt om dat bordje van de troon af te schroeven.
Zo wordt gelovige kinderen van God de weg gewezen. Bij die troon moet je wezen.
Nee, niet bij mevrouw Van Engelshoven, de minister voor onderwijs, cultuur en wetenschap.
Nee, ook niet bij koning Willem-Alexander.
Kinderen van God mogen, in vreugde en in nood, op audiëntie komen bij de Koning van hemel en aarde. Nee, die audiëntie behoeft niet van tevoren in drievoud te worden aangevraagd.
Daarom wenkt de Hebreeënschrijver ons Geestdriftig: kom maar naar de troon.
Nu, omdat het onbegrip zo groot is en de discussies zo fel.
Nu, omdat u – vanwege alle commotie – misschien niet meer zo goed weet wat u moet zeggen tegen uw broeders en zusters met een homoseksuele geaardheid.
Nu, omdat de kerk zo snel van de wereld vervreemdt.

Ja, op die troon zit dat naambordje. ‘Troon van de genade’, staat er op te lezen.
En de Hebreeënschrijver noteert nog wat onder dat bordje: ‘hier wordt u geholpen op het juiste tijdstip’.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal de zaak nog eens bekijken.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal binnenkort een onderzoek starten.
Nee, onze God zegt: Ik help u; en wel onmiddellijk.

Ga dus vooral naar de troon van de genade.
Want daar is troost.
Voor ons allemaal!

Noten:
[1] Zie voor de tekst van de verklaring https://nashvilleverklaring.nl/nashvilleverklaring-nl/ . Zie voor nadere uitleg https://nl.wikipedia.org/wiki/Nashvilleverklaring ; geraadpleegd op woensdag 9 januari 2019.
[2] Efeziërs 6:12.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.

3 december 2018

Bij Jezus geborgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Hebreeën 2 treffen wij een plechtige verklaring aan: “…wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven”[1].

Wij zien Jezus, zegt Hebreeën 2.
Maar wij zien Jezus helemaal niet.
Niet met het blote oog tenminste.

Toen Jezus op aarde was, toen hebben de mensen Hem met eigen ogen gezien.
Gelovigen van 2018 zien Hem in hun gedachten in de hemel zitten op de troon.

De hemelse troonsbestijging geschiedde pas nadat Jezus Christus verlaagd was. Hij kwam in de wereld  teneinde ervoor te zorgen iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Het is dat Evangelie dat in Hebreeën 2 in een statig statement wordt samengevat.

Het is de vervulling van Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[2].
God kroonde Zijn Zoon. Zo is het gekomen dat Jezus Christus, onze Heiland, de troon besteeg!

Wat baat het ons nu dat wij dit alles geloven? Oftewel, wat hebben wij eraan in december 2018?
Antwoord: de weg naar de troon van God is open.
Om met Hebreeën 4 te spreken: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].
Onze gebeden komen bij de troon van de Heiland. Hij deelt barmhartig uit, mild en overvloedig. Hij geeft de hulp die wij nodig hebben.

En ja, Zijn ingrijpen is noodzaak.
Harde noodzaak.

In wat voor een wereld leven wij?
Het nieuws vertelt het ons.
Ik citeer: “Docenten in het voortgezet onderwijs voelen zich onveiliger voor de klas. Dat blijkt uit woensdag gepresenteerd onderzoek van DUO Onderwijs & Advies onder zo’n 1100 leerkrachten.
Ongeveer een kwart van de docenten voelt zich minder veilig op school dan drie jaar geleden, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent voelt zich ongeveer even veilig op school als in 2015, terwijl 14 procent zich juist veiliger voelt, zo blijkt uit het onderzoek van DUO Onderwijs & Advies. Onderwijzers in het vmbo kampen met meer onveiligheid dan op bijvoorbeeld de havo.
Van de leerkrachten is 22 procent het afgelopen jaar uitgescholden door leerlingen. Zo’n 15 procent is onterecht beschuldigd door scholieren. De helft van de docenten maakte het afgelopen jaar mee dat een leerling diefstal pleegde. Vier op de tien leerkrachten zag zich geconfronteerd met een leerling die stoned in de klas zat; 40 procent trof een leerling met vuurwerk op school, 30 procent had te maken met een leerling die drugs in of rond de school verhandelde. En 10 procent van de leerkrachten trof een scholier met een wapen aan”[4].
Ja, in zo’n wereld leven wij.

Dat is een destructieve wereld. Een wereld die zichzelf schade toebrengt. Een wereld die uiteindelijk volstrekt verwoestend werkt.
Dat is een wereld die, ten diepste, zeer onveilig is.

Nee, het is in het geheel geen wonder dat we ons soms onveilig voelen in deze wereld.
Wij kunnen wel zeggen dat de dood voortdurend om ons heen is. In de kerk spreken we dan over “dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven”[5].
In en vanuit het geloof kunnen we echter over de problemen heen kijken. En dat is mooi werk.  Het feit dat onze Heiland reeds in de hemel is belooft namelijk wat!
Want in Hebreeën 2 staat ook: “…het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[6]. De Heiland op de troon – dat is blijkbaar nog maar een begin, een klein begin!

De kinderen van God worden door de Geest van God naar de toekomst geleid, schrijft Paulus in Romeinen 8[7].
Kinderen van God weten hun bestemming al. Zij zijn door de God van hemel en aarde uitverkoren. Zij gaan een luisterrijke toekomst tegemoet![8]
De kinderen van God worden vrijgekocht, schrijft Paulus in Galaten 4[9]. Eertijds werden gijzelaars nog wel eens vrijgekocht[10]. Welnu – kinderen van God krijgen alle vrijheid om hun Heer te eren. Dat Heer-lijke feest gaat in de hemel altijd verder. Voor eeuwig!
Niet dat het leven op aarde dan altijd een makkie is. Zeker niet. Kinderen die door hun Vader opgevoed worden, krijgen soms straf. Aldus maakt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 12 duidelijk[11].

Maar het is glashelder – wij moeten ons maar niet laten intimideren door scheldpartijen.
En ook niet door allerlei onterechte beschuldigingen.
En ook niet door diefstal van allerlei goederen.
En ook niet door drugsgebruikers.
En ook niet door wapens.

Laten we maar denken aan Gods troon.
Laten we ons maar richten op Degene die daarop zit.
Dan wordt een hard bestaan doortrokken van barmhartigheid.
Dan wordt hardvochtigheid volkomen overvleugeld door Gods genade.
Want bij de Heiland zijn wij veilig. Om met Psalm 18 te spreken:
“Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,
voor al wie bij hem zoekt naar veiligheid”![12]

Noten:
[1] Hebreeën 2:9.
[2] Psalm 8:4, 5 en 6.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.
[4] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/docenten-voelen-zich-steeds-minder-veilig-op-school-1.1530722 ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek, p. 514.
[6] Hebreeën 2:10.
[7] Romeinen 8:14: “Immers, zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”.
[8] Efeziërs 1:5: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn ​kinderen​ aangenomen te worden, door ​Jezus​ ​Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil”.
[9] Galaten 4:4 en 5: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot ​kinderen​ zouden ontvangen”.
[10] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://kempenland-historie.nl/Tijdbalk%20ca1540-ca1650.html ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[11] Hebreeën 12: 6 en 7: ”Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als ​kinderen. Want welk ​kind​ is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?”.
[12] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

1 november 2018

Gedachten bij Hebreeën 5

Melk is goed voor elk, zei men sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. De laatste jaren denkt men daar echter nogal wat genuanceerder over.
Wie de Bijbel leest, begrijpt alras dat in de kerk zeker niet alleen melk moet worden gedronken.

Vandaag publiceer ik enkele gedachten naar aanleiding van een passage uit Hebreeën 5.
“Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[1].

Wat is het probleem in Hebreeën 5?
Antwoord: er is wel kennis van het Woord. Men heeft echter grote moeite om die kennis toe te passen.
Door het offer van Christus ontvangt de gelovige gerechtigheid. Zijn leven wordt vernieuwd. Het leven van de gelovige past steeds beter op de typering van Psalm 15:
“Die met zijn tong niet lastert,
zijn vrienden geen kwaad doet
en geen smaad jegens zijn naaste op de lippen neemt.
In zijn ogen is de verworpene veracht,
maar wie de HEERE vrezen, eert hij.
Heeft hij gezworen tot zijn schade,
zijn eed verandert hij evenwel niet.
Zijn ​geld​ leent hij niet uit tegen ​rente,
een geschenk ten nadele van de onschuldige aanvaardt hij niet”[2].
Met andere woorden: voor de gelovige vormen Gods wetten en regels het kader van zijn leven.

Kerkmensen herkennen de vernieuwende gaven van God.
En zij erkennen dat zij met die gaven aan het werk moeten wezen.
Gelovigen gebruiken daarbij voortdurend hun zintuigen: zien, horen, proeven, ruiken en voelen[3].
Je kunt aan het gedrag van kerkmensen zien dat zij de God van hemel en aarde dienen.
Je kunt aan kerkmensen merken dat zij regelmatig preken horen; het gehoorde passen zij toe in de dagelijkse praktijk.
Kerkmensen proeven met regelmaat het brood en de wijn. Zij gedenken het verlossingswerk van de Heiland.
Kerkmensen verspreiden een geur van Christus. De apostel Paulus legt in 2 Corinthiërs 2 uit wat dat betekent: “Want wij zijn voor God een aangename geur van ​Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven”[4]. Dus:
* het leven van kerkmensen ruikt voor God aangenaam
* kinderen van God genieten van die geur.
* mensen die God negeren hebben een afkeer van die geur; zij moeten er niets van hebben.
Tegenwoordig zeggen we wel: het voelt goed. Welnu, in de kerk voelt het vertrouwd. Daar hangt, als het goed is, de sfeer van Spreuken 28:
“Goddelozen vluchten terwijl er geen vervolger is,
maar een rechtvaardige is moedig als een jonge leeuw”[5].
We kunnen ook vertalen: een rechtvaardige zal vertrouwen hebben[6].
Rechtvaardigen vertrouwen op God. Zij hebben vervolgens ook vertrouwen in elkaar. Dat zit aan elkaar vast. Dat spreekt vanzelf.
Zien, horen, proeven, ruiken en voelen – op die manier krijg je onderscheidingsvermogen: wat is goed? wat is zonde? En ook: wie hoort er bij de kerk, en wie niet?

Die laatste vraag is, als ik het goed zie, in verband met Hebreeën 5 van enig belang.

Laten wij, mede in verband met het bovenstaande, elkaar in gedachten meenemen naar een restaurantkeuken.

Aldaar zien wij vóór ons twee pannen op het vuur staan. In die beide pannen blijkt precies hetzelfde te zitten: een uiterst smakelijk gerecht. Met dezelfde kleur. Vanuit beide pannen stijgt, tot genoegen van de chefkok, dezelfde heerlijke geur op.
Als de kok het eten klaar heeft, worden de identieke gerechten in het restaurant opgediend. De ene pan gaat naar Tafel 1. De andere pan gaat naar Tafel 53 aan de andere kant van de zaal. Het is duidelijk dat de gasten aan beide tafels familie van elkaar zijn. Ze hebben klaarblijkelijk allen ongeveer dezelfde smaak. Ze converseren op luide toon met elkaar; andere gasten in de restaurantzaal kunnen meegenieten.
En de kok? Hij vraagt zich in stilte af waarom de gasten aan die tafels niet bij elkaar gaan zitten.
De gasten aan Tafel 1 en Tafel 53 herkennen elkaar.
Alle gasten erkennen dat het eten erg lekker is.
Waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

Dit ietwat merkwaardige beeld rijst op als wij kijken naar de DGK – De Gereformeerde Kerken in Nederland – en de GKN – de Gereformeerde Kerken Nederland.

In een brief aan de synode van De Gereformeerde Kerken (DGK), gedateerd op zaterdag 6 oktober 2018, wordt namens de generale synode GKN geschreven: “Allereerst is uitgesproken om u te herkennen als kerken van Christus, staande op het fundament van apostelen en profeten. Niet in ieder opzicht denken we helemaal gelijk, maar het is ook niet het fundament van de kerk dat we het in alles eens zijn. Wij verheugen ons zeer dat wij deze dingen in het huidige geestelijke klimaat mogen opmerken en we verwonderen ons”[7].
Laten we de zaken even op een rij zetten:
* alle gasten herkennen elkaar.
* alle gasten hebben ongeveer dezelfde smaak
* alle gasten erkennen dat het eten – zeg maar even: het geestelijk voedsel – erg lekker is.
* waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

De vraag dringt zich vandaag weer eens aan ons op: horen DGK en GKN echt bij elkaar?
Ik vraag het met een schuin oog op Hebreeën 5.
Duidt het mij niet euvel.

Noten:
[1] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[2] Psalm 15:3, 4 en 5.
[3] Zie over zintuigen onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Zintuig ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.
[4] 2 Corinthiërs 2:15 en 16 a.
[5] Spreuken 28:1.
[6] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; de vertaling van Spreuken 28:1.
[7] De brief is te vinden via https://www.gereformeerdekerkennederland.nl/2018/10/09/besluit-t-a-v-dgk/ ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.