gereformeerd leven in nederland

28 september 2022

Gods macht in een problematische wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen”. Dat zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. Hij sprak die uit op Prinsjesdag, dinsdag 13 september 2022.
Mensen zijn begrensd. Zij hebben te maken met grenzen die door God gesteld zijn.
Job spreekt daar in hoofdstuk 14 ook over:
“Wie zal een reine geven uit een onreine?
Niet één.
Als zijn dagen vastgesteld zijn,
het getal van zijn maanden bij U bekend is,
en U zijn grenzen bepaald hebt, die hij niet kan overschrijden,
wend Uw blik dan van hem af, zodat hij rust heeft
en als een dagloner van zijn dag geniet”[1].

In Job 14 is Job in discussie met zijn vrienden. Vanaf hoofdstuk 12 formuleert hij een antwoord aan Zofar. Maar in Jobs betoog zitten vooral veel vragen aan God.
Wat is de lijn van Jobs betoog in dit hoofdstuk? Het is de volgende.
De mens is eindig. De mens is een schaduw die voorbijglijdt. De mens in zondig en onzuiver. Waarom, zo vraagt Job aan God, verwacht U zoveel van mij? Het is God die de grenzen van het aardse leven bepaalt; dat is zeker. Welnu, als dat dan zo is dan hoeft God niet langer op Job te letten. Laat mij nu maar met rust, zegt hij.
Een boom die omgehakt is – ja, daar groeit nog wel eens een takje uit. Maar als een mens sterft wordt hij begraven. En dan is het over. Einde. Alsof er een rivier opdroogt.
Berg mij maar op in het rijk van de doden, zegt Job. Dan wacht ik daar wel tot Uw toorn gestild is.
Als een mens sterft, kan hij toch niet weer levend worden? Als dat wel zo zijn, ja dan had ik hoop op een nieuw begin. Maar nu? God let op elke stap die ik zet. Geen enkele ongehoorzaamheid ziet Hij over het hoofd.
Al mijn hoop wordt totaal vernietigd. Alsof er een berg puin instort. Van het oorspronkelijke bouwwerk is niets meer over.
Een complete rots op een andere plaats zetten? – dat kan niet. Dat is ijdele hoop. Wat gebeurt er met planten die op zand groeien? Er waait nieuw zand op. En weg zijn die planten… Welnu, het lijkt wel alsof God net zo werkt.
De hemelse God kan mijn leven totaal veranderen – van vreugde naar verdriet. Als mens word je zomaar opgeslokt door pijn en ellende.
Dat is het betoog van Job.

Wij zien het: Job is in hoofdstuk 14 zeer gedeprimeerd. Er zit van alles tegen. God kan maar beter even niet naar mij kijken, zegt Job.
En is dat ook niet de sfeer in Nederland? Mensen protesteerden op Prinsjesdag langs de route waar de Glazen Koets voorbij kwam. Er hingen vlaggen omgekeerd, met de blauwe kleur boven. De koning werd uitgejoeld. De monarch werd zelfs een landverrader genoemd!
In de Troonrede zei koning Willem-Alexander: “Wat niet verandert, is dat samenwerking Nederland sterker maakt dan polarisatie. Dat is van alle tijden”. Met andere woorden: we moeten er samen bovenop zien te komen. Zeker, er werd nog heel even op God gewezen – “U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden” –, maar veel meer kon er niet af. Wij moeten het vooral zelf opknappen…
Mede daarom hangt in Nederland een ietwat gedeprimeerde sfeer. Want de moeilijkheden stapelen zich op. De stapel wordt hoger, hoger, steeds hoger.
Toegegeven – het is allemaal niet zo erg als in de tijd van Job. Maar vrolijk is het allemaal niet.

Gereformeerden behoren in die omstandigheden nog altijd te beseffen dat Jezus Christus, de Redder van de wereld, boven die enorme stapel problemen troont. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft. Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen”.
Wat zeggen bovenstaande woorden ons vandaag? In ieder geval wel dit: ook in 2022 leven we in een zondige wereld vol schier onoplosbare vraagstukken; maar wij mogen weten dat we gereinigd zijn van de zonden. Onze zonden worden vergeven, zo vaak als wij daar om vragen. De wereld is op allerlei punten volstrekt onoverzichtelijk. Maar de Here troont daarboven. Hij overziet de ganse kosmos, Zijn ogen missen niets. En vrees niet: Hij weet precies waar Zijn volk woont en werkt![2]

Job weet dat alles nog niet. Vanuit zijn ellende roept hij tot God. En zijn wanhoopsroep klinkt in grote delen van dit Bijbelboek: hoe moet mijn aardse leven toch verder; dit kan toch zo niet langer? Nee, Job overziet Gods plan niet. Hij weet niet hoe de Here Jezus Christus precies verlossing bewerken zal.
Maar anno Domini 2022 weten we in de kerk hoe de heilshistorie verder is gegaan. De kerk van vandaag moet het op alle mogelijke manieren proclameren: de almachtige God, die boven alle problemen uittorent en van Zijn troon heel de schepping regeert houdt alles in de hand. Hij leidt de geschiedenis van deze wereld tot aan het einde van de tijd. Om weer met Hebreeën 1 te spreken: “In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden”[3].

In deze wereld is heel veel ellende. De problemen in Nederland, Europa en in heel de wereld zijn soms moeilijk oplosbaar. Ja, er zijn wantoestanden waar wij – al of niet tijdelijk – mee moeten leren leven.
En misschien hebben sommige kinderen van God wel momenten waarop zij, net als Job indertijd, zeggen: ‘Here, let maar even niet op ons. Daar wordt ’t toch niet beter van…’.
Wij allen mogen echter blijven bedenken dat tegen onze Heiland is gezegd: “Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten”.
Onze God heeft alle macht, in heel de wereld![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit de Troonrede. Deze is onder meer gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, woensdag 21 september 2022, p. 8,9. Uit Gods Woord citeer ik Job 14:4-6.
[2] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:1-3.
[3] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:10,11,12.
[4] In deze alinea citeer ik Hebreeën 1:13b.

7 september 2022

Wanneer mag ik naar Huis?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Here ziet ons leed. Hij kent ons verdriet.
Echter – dwars door alles heen mogen en moeten wij zeggen: de Heiland doet de zonden weg.
Hij heeft ons bevrijd!
De God van hemel en aarde blijft voor ons aan het werk. Dat kan omdat Hij altijd Dezelfde blijft.
Hij zendt Zijn engelen uit om Zijn kinderen te ondersteunen, te helpen en op koers te houden.
In Hebreeën 1 staat het zo: “In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden. En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?”[1].

Bovenstaande woorden kunnen voor gelovige broeders en zusters tot grote troost zijn.
Laten wij maar eerlijk zijn: die troost is ook heel hard nodig.
Velen voelen zich onbegrepen. Ongetroost. Alleen.
En de ouderen?
Bejaarde, en soms ook hoogbejaarde, broeders en zusters voelen zich soms heel, heel eenzaam.
Zij wachten op hun einde.
Om hen heen sterven mensen die jonger zijn dan zijzelf.
Zij zijn vaak zo moe.
Dikwijls zijn zij zwak geworden. Het lichaam wil niet meer mee. De geest verdonkert soms. Er is bij sommigen mist in het hoofd, bijvoorbeeld vanwege voortschrijdende dementie. Anderen lossen kruiswoordraadsels op, of studeren op woordzoekers.
Er zijn avonden waarop men het gevoel heeft de volgende dag niet meer op aarde wakker te worden. Ergens is er dan de volgende ochtend een brokje teleurstelling: nóg is er dat aardse einde niet.
In het hoofd echoot de vraag die niet zelden ook wordt uitgesproken: wanneer mag ik naar Huis?

Dat is een heel begrijpelijke vraag.
Iedere gelovige verlangt er naar om uiteindelijk eindeloos geluk te vinden bij de Heiland.
Dat verlangen is een blijk van groot geloof, zeker ook bij hen die in hun levensavond gekomen zijn.
Daarbij is het zaak niet ongeduldig te worden. Zo van: het is eigenlijk oneerlijk dat de Here mij hier nog laat zitten. Zo van: ik ben hier op aarde eigenlijk wel uitgediend, vind ikzelf…

Laten wij in dergelijke situaties bedenken dat de Here de bewoners van de aarde wel laat sterven, maar de hemelse God, Koning van de kosmos, blijft bestaan. Hij is er voor alle generaties, tot in eeuwigheid!
Jesaja spreekt daar ook over in hoofdstuk 51. De Here maakte, zo zegt de profeet namens zijn Opdrachtgever, Abraham tot een groot volk. Dat heeft de Here in Zijn hand. De stad Jeruzalem is nu een en al treurnis. Maar de stad wordt, om het zo te zeggen, een tuin van God…! Jesaja gaat verder. De Here zal het recht weer laten zegevieren. Alle volken op de wereld krijgen met die Goddelijke rechtspraak te maken. Jesaja profeteert: “Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden, want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed, Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden”. God komt de beloften aan Zijn volk echt wel na!
In 2 Petrus 3 staat geschreven dat de aardse vuiligheid en zonde wordt weggebrand. En er komt iets prachtigs voor in de plaats. Leest u maar mee: “Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen”. En even verder: “Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden”[2].

Bij al die gedachten mogen wij vergezeld weten van engelen.
Dienende geesten zijn dat, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Daar staat een vorm van het Griekse woord leitourgikos: behorend bij de dienst aan God, behorend bij de eredienst. Zo zijn de engelen liturgisch bezig voor Gods troon.
Ons leven op aarde is ook al eredienst – volstrekt niet perfect, maar toch. Dat geldt als wij 20 jaar zijn, of 60 of 85 of 95 jaar. Die niet perfecte eredienst beoefenen wij hier op aarde. Maar wij worden klaargemaakt voor de volmaakte eredienst, in de hemel. Daar helpen de engelen ons bij. Diakonia staat er: dienstwerk, liefdedienst.

Wij zullen de zaligheid beërven, staat er in de Herziene Statenvertaling. Ter plaatse staat er in het Grieks een vorm van het woord soteria – redding, heil, verlossing betekent dat. Jongeren, en zeker ook oude mensen, mogen om verlossing bidden. Verlossing uit het aardse lichaam.
Ja, het is een heel legitieme vraag: wanneer mag ik naar Huis?
Jongeren, ouderen en hoogbejaarde mensen mogen er van overtuigd blijven: Jezus Christus, de Heiland, komt ons halen!

Noten:
[1] Hebreeën 1:10-14.
[2] Achtereenvolgens citeer ik Jesaja 51:6, 2 Petrus 3:7 en 2 Petrus 3:10.

Materiaal uit dit dit artikel zal, zo de Here wil, gebruikt worden in een inleiding over Hebreeën 1. De inleiding wordt gelezen tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering is gepland op woensdagavond 28 september 2022.

6 september 2022

De heilshistorie belicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de brief aan de Hebreeën gaat het over het Hogepriesterschap van de Here Jezus.
Wij worden gemaand om ons te concentreren op Jezus, de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis. Hij is de echte Rust-brenger.
Hij is de grote Hogepriester in de hemel, die medelijden heeft met de zwakheden van de zijnen.
Hij is meer dan Aäron, de oudtestamentische hogepriester. In volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij voor onze zonden betaald.
Dat is de kern van de brief aan de Hebreeën.
En waar begint het dan mee in Hebreeën 1? Een Gereformeerde dominee vat dat hoofdstuk aldus samen: de heerlijkheid van haar Heer verplicht de gemeente om acht te slaan op Zijn Woord[1].

In de brief aan de Hebreeën wordt vaak naar het Oude Testament verwezen. De briefschrijver wil duidelijk maken: het Oude en Nieuwe Testament horen bij elkaar. In beide delen van de Bijbel wordt iets duidelijk van de manier waarop Gods heil tot stand komt. De lijn van de heilshistorie wordt scherp getrokken.

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 2. De psalmist zegt:
“Ik zal het besluit bekendmaken:
De Heere heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit”.
Door het werk van de Heilige Geest wijst de schrijver op Jezus Christus, de Heiland. De psalmist begrijpt waarschijnlijk zelf niet wat hij opschrijft. Maar het stáát er. De Heilige Geest verheldert dat Jezus Christus een grote greep heeft. Het werk van onze Heiland is wereldomvattend![2]

Laten wij elkaar wijzen op 2 Samuel 7.
De profeet Nathan moet namens de Here tegen David zeggen: “Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen: als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen. Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn”.
Uit David zal dus een complete dynastie voortkomen.
De hemelse Heer sluit een verbond.
Jezus Christus is de Zoon die uiteindelijk de grote Tempelbouwheer wordt[3].

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 97.
Wij lezen daarin:
“Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen
en zich op de afgoden beroemen.
Buig u voor Hem neer, alle goden.
Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, Heere”.
De God van hemel en aarde ontvangt alle hulde. Gezaghebbers uit de hele wereld zullen Hem bij Zijn terugkomst eerbiedig tegemoet treden. Alle machthebbers zullen het beseffen: hier is onze Meerdere[4].

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 104. Daar zingt de psalmschrijver:
“Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten,
Zijn dienaren tot vlammend vuur”.
De Koning van de kosmos heeft een heel leger van paleispersoneel dat Hem ten dienste staat![5]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 45. In dat kerklied staat:
“Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;
de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen”.
Dat kerklied bezingt de heerlijke relatie van de Gezalfde van de Here met Zijn bruid, de kerk.
Dat is ook het niveau van Hebreeën 1![6]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 102:
“Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen.
De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,
hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden”.
De aarde, en alles wat daarin en daarop woont, ontwikkelt zich voortdurend. Er worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Maar God is al volmaakt. Er valt niets meer te ontwikkelen. Er valt niets meer te verhogen. Want Hij is al de hoogste God. Hij blijft altijd op dezelfde hoogte![7]

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 110.
David proclameert daar:
De Heere heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
tot een voetbank voor Uw voeten”.
En:
“De Heere is aan Uw rechterhand,
Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn”.
De Here Jezus Christus is dus de grote Overwinnaar![8]

Hebreeën 1 tekent een lijn uit. Dat is de lijn van de heilshistorie. Die heilshistorie wordt werkelijkheid. Waarom? Omdat de God van hemel en aarde almachtig en genadig is.
Dat is de achtergrond van Hebreeën 1.

Noten:
[1] In deze alinea refereer ik aan Hebreeën 3:1, Hebreeën 4:14,15 en Hebreeën 5:1-10. Verder gebruik ik https://www.christipedia.nl/wiki/Hebreeënbrief ; geraadpleegd op woensdag 31 augustus 2022. En: Ds. L. Selles (samensteller), “De brief aan de Hebreeën – schetsen voor behandeling op Gereformeerde J.V.”. – [Zaltbommel:] Nederlandse Bond van Gereformeerde J.V., z.j., p. 7,8. Van de laatstgenoemde publicatie heb ik ook verderop in dit artikel dankbaar gebruik gemaakt.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 2:7,8.
[3] In deze alinea citeer ik 2 Samuel 7:12-16.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 97:7,8.
[5] In deze alinea citeer ik Psalm 104:4.
[6] In deze alinea citeer ik Psalm 45:7,8.
[7] In deze alinea citeer ik Psalm 102:27-29.
[8] In deze alinea citeer ik Psalm 110:1 en Psalm 110:5.

Materiaal uit dit dit artikel zal, zo de Here wil, gebruikt worden in een inleiding over Hebreeën 1. De inleiding wordt gelezen tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering is gepland op woensdagavond 28 september 2022.

5 september 2022

Een beter leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom zijn wij vrij van zondeschuld? Omdat Jezus Christus onze schuld betaald heeft. Hij heeft voor ons geleden. Hij is opgestaan uit de dood. De Heiland heeft een groots verlossingswerk gedaan!
Dat is, zo maakt de schrijver van de brief aan de Hebreeën duidelijk, iets dat wij heel ons leven voor ogen moeten houden.
Die Hebreeën hebben de neiging om terug te gaan naar de wet van Mozes. De gedachte is: ‘als wij ons daaraan houden, dan komt het goed met ons’.
De Hebreeënschrijver drukt het zijn lezers op het hart: door Christus’ werk is er een nieuw deel van de wereldgeschiedenis begonnen. Dat tweede deel is verbonden met het eerste deel, de Oudtestamentische geschiedenis.
Ergens staat over deze brief geschreven: “De schrijver laat zien dat Jezus in alles beter en belangrijker is: Hij is belangrijker dan de engelen, belangrijker dan Mozes, en belangrijker dan de hogepriester. Zijn offer was beter dan de offers van het oude verbond en zijn nieuwe verbond is beter dan het oude verbond. Daardoor is het leven vanuit geloof in Jezus ook een beter leven dan een leven vanuit de wet van het oude verbond”.
Daarmee is de zaak helder samengevat[1].

In Gods Woord lezen wij in Hebreeën 1 onder meer: “Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen”.
Die Zoon is, om zo te zeggen, onze oudste broer. In de kerk zitten heel veel Familieleden van Hem[2].

Hij is de sprekende God. Want Hij spreekt een krachtig Woord.
In onze tijd hebben we heel afgoden: de macht, het geld en de economie, de seksualiteit, het grote genieten, onze vrijheid – en zo nog wat meer. Bij al die dingen komen mensen zelf in actie. En zij maken ervan wat ervan te maken valt… Want perfect wordt het niet. Welnu, als God spreekt gebeurt er wat. Hij maakt iets uit niets. En dat is iets dat mensen niet lukt. Ook niet in 2022. Als God met een krachtig Woord de schepping creëert, dan geldt daarvoor: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”.
Hij heeft Zijn Woord voor ons op Schrift gezet. Nu kunnen wij dat Woord gebruiken, schrijft Paulus in 2 Timotheüs 3: “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust”. Wie het Woord van de sprekende God in het dagelijkse leven gebruikt heeft voldoende in handen om zijn koers in het leven te bepalen[3].

Gods kinderen spreken Zijn Woord na. Zij laten blijken dat zij bij Hem horen. Zij laten blijken dat zij God en Zijn Woord voor in het hoofd hebben zitten. Met Psalm 103 belijden zij: “Zijn heil omsluit de komende geslachten;
zo volgen zij die zijn verbond betrachten,
van zijn barmhartigheid het lichtend spoor”.
En waar leidt dat oplichtende spoor dan heen? Antwoord: naar de heerlijkheid van de woonplaats van God.
Wij zijn niet op ons eentje onderweg. Er zijn mensen om ons heen die ook op pad zijn naar de zaligheid. Maar er is meer: er zijn veel engelen om ons heen. Zij zorgen dat wij veilig aankomen. Engelen zijn “dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven”. Zo staat dat in Hebreeën 1. Wie bij de God van hemel en aarde wil blijven wordt op koers gehouden.
En dat is hard nodig ook.
Er is in deze tijd immers vaak schokkend nieuws in de media[4].

Dit alles overpeinzend denken wij terug aan een drama dat op zaterdag 27 augustus 2022 plaatsvond in Nieuw-Beijerland.
Een paar citaten uit het Nederlands Dagblad.
“Zes mensen zijn om het leven gekomen nadat een vrachtwagen zaterdagavond inreed op een barbecue in Nieuw-Beijerland. De verslagenheid in de gemeenschap is groot”.
En:
Een “groep mensen – het waren er ongeveer vijftig – was net begonnen met een barbecue toen om iets over zes de vrachtwagen van de dijk afdenderde. Hij schoot dwars door een tent die daar vanwege de barbecue was neergezet en kwam iets verderop tot stilstand”.
En:
“Zes mensen kwamen om het leven, zeven belandden in het ziekenhuis. Onder de gewonden zijn ook twee kinderen, van 5 en 9 jaar oud. De dodelijke slachtoffers zijn twee mannen en een vrouw uit Nieuw-Beijerland, een vrouw uit Oud-Beijerland en een man en een vrouw uit het naburige Goudswaard. Ze waren tussen de 28 en 75 jaar oud. Drie van hen kwamen uit één familie: een vrouw, haar zoon en haar hoogzwangere schoondochter”. Later werd het dodental van dit drama bijgesteld naar 7. Er kwam namelijk ook een ongeboren kind om het leven.
Zo’n catastrofe steekt schril af tegen de grootse perspectieven die Hebreeën 1 ons biedt.
Dit is toch verschrikkelijk?
Dit levert voor heel veel betrokkenen toch levenslange trauma’s op?
Jazeker, dat is waar.
Echter – wij moeten het ons realiseren: de Here ziet ons leed. Hij kent ons verdriet.
En dwars door alles heen mogen en moeten wij zeggen: de Heiland doet de zonden weg.
God spreekt, ook vandaag.
Hij spreekt met kracht.
En op aarde mogen wij het zeggen: ‘Met ons gaat het, ondanks alles, goed. En straks wordt het beter. Veel beter’.
Want Psalm 103 is honderd procent waar: “Ja, Hij heeft ons bevrijd”![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik van https://www.basisbijbel.nl/hebreeën/1 ; geraadpleegd op maandag 29 augustus 2022.
[2] Hebreeën 1:3,4.
[3] In deze alinea citeer ik Genesis 1:31 a en 2 Timotheüs 3:16,17.
[4] In deze alinea citeer ik enkele regels uit Psalm 103:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik Hebreeën 1:14.
[5] Het citaat uit het Nederlands Dagblad komt uit: “Oorzaak drama bij barbecue nog onduidelijk”. In: Nederlands Dagblad, maandag 29 augustus 2022, p. 4 en 5. De laatste regel van dit artikel is een citaat uit Psalm 103:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Materiaal uit dit dit artikel zal, zo de Here wil, gebruikt worden in een inleiding over Hebreeën 1. De inleiding wordt gelezen tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Die vergadering is gepland op woensdagavond 28 september 2022.

2 augustus 2022

Job rekent op de Verlosser

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wat is het doel van ons leven?
Wat is de taak die de hemelse God ons geeft?
Dat zijn vragen die Gereformeerde mensen moeten beantwoorden. Die beantwoording is niet altijd makkelijk. Heel vaak is het zo dat wij meer zouden willen doen. Wij zouden actiever willen zijn. Wij zouden meer energie willen hebben… Wij moeten het echter doen met de middelen die God ons aanreikt. Het aantal middelen vinden wij wellicht te beperkt. Maar: wat God doet, dat is welgedaan!
Voor ons gevoel is dat misschien niet altijd eerlijk.
Wij willen graag ons best doen om God de eer te geven. Waarom geeft Hij ons dan niet meer mogelijkheden?
Dat gevoel heeft Job in Job 19 ook. De God van hemel en aarde heeft hem de levensweg versperd. Het is donker op de weg waarop Job loopt. Die duisternis wordt mede veroorzaakt door mensen in zijn omgeving die opmerken: ‘Je zult wel heel wat zonden begaan hebben’.
Dat is een vergissing. Want het is God die Job, om zo te zeggen, uitkleedt.
Job is geïsoleerd geraakt. Zijn familie negeert hem. Zijn vertrouwelingen hebben hem in de steek gelaten. Eenzaamheid verergert het gevoel van krachteloosheid.
Daarom richt Job zich tot zijn vrienden. Diep indringend is zijn roep om medelijden. ‘Hebben jullie dan helemaal geen begrip voor mij? Kennen jullie geen genade?’.
Job ziet blijkbaar dat zijn vrienden ongenaakbaar en afstandelijk blijven.
Job ziet vervolgens een scenario voor zich waarbij hij overleden zal zijn en er niemand meer voor zijn eer opkomt. Helemaal niemand.
Daarom heeft hij een diepe wens: ‘Schrijf mijn klachten op! Laat ze maar als een inscriptie gegraveerd worden. Hak ze maar in een rots uit en vul ze maar op met lood’. Zo zal zijn nageslacht Jobs onschuld kunnen bewijzen…
Maar er is meer.
Job weet het eigenlijk heel goed: ‘Bij mensen moet ik uiteindelijk niet wezen. Daar krijg ik geen soelaas. Op aarde zijn er ten langen leste onvoldoende oplossingen voor mijn problemen. Ik moet bij de Here wezen. Hij zal mij redding geven. Hij heeft de macht om deze puinhoop op te ruimen. Hij heeft de almacht om in mijn omstandigheden in te grijpen!’ In de woorden van Job klinkt dat als volgt:
“Ontferm je over mij, ontferm je over mij, jullie, mijn vrienden!
Want de hand van God heeft mij getroffen.
Waarom vervolgen jullie mij, zoals God,
en worden jullie niet verzadigd van mijn vlees?
Och, werden mijn woorden maar opgeschreven.
Och, werden ze maar opgetekend in een boekrol!
Werden ze maar met een ijzeren griffel en lood
voor eeuwig in een rots uitgehakt!
Ik weet echter: mijn Verlosser leeft,
en Hij zal ten laatste over het stof opstaan”[1].

Die laatste woorden vormen de troost voor iedereen die vandaag, om wat voor reden ook, in de lappenmand zit.
Die laatste woorden vormen de troost voor allen die een ziekte doormaken, en voor allen die om de patiënt heen staan.
Die laatste woorden vormen de troost voor allen die het einde van hun leven op aarde zien naderen.
Die laatste woorden vormen de troost voor alle sterk verzwakte mensen die zich afvragen: hoe lang duurt het hier op aarde nog?
En daarbij mogen wij dan bedenken: Hij neemt het nageslacht van Abraham aan! Wie zijn dat? Dat zijn alle mensen die Christus Jezus belijden. Zij zijn, om zo te zeggen, geestelijk verhuisd. Door een transplantatie zijn zij geënt in die wortel en dat nageslacht van Abraham. Leest u maar mee in Hebreeën 2: “Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan. Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen”.
Hoe diep wij ook in de put zitten, wij mogen weten dat onze Hogepriester ons te hulp komt. In Hebreeën 7 wordt bij Zijn priesterschap aangetekend: “maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. Want zo’n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven”[2].

De situatie van Job kunnen wij zonder overdrijving rampzalig noemen.
Ja, onze eigen situaties zijn soms ook buitengewoon droevig. Misschien staat ons bij tijd en wijle het huilen nader dan het lachen.
Laten wij, desnoods met betraande ogen, maar kijken naar onze Pleiter. Hij is volmaakt, zuiver, onbevlekt, van hemelse klasse. Hij trekt ons naar Zich toe. Wonderlijk maar waar!

Noten:
[1] Job 19:21-25.
[2] In deze alinea gebruik ik: J. van der Graaf, “Globaal bekeken”. In: De Waarheidsvriend, donderdag 17 juni 2010, p. 16. Uit Gods Woord citeer ik Hebreeën 2:16,17 en Hebreeën 7:24-26.

7 juni 2022

Gods glorie fonkelt

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd. Nu gaan wij weer het gewone leven in. Wij lopen, zegt Hebreeën 12, voort “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”[1][2].  

We bevinden ons op de renbaan.
Er dringt zich een vergelijking op met soldaten die hun conditie trainen op de stormbaan. Die conditie is nodig om het vaderland te kunnen verdedigen.
Als je geluk hebt komt de generaal langs om je een hart onder de riem te steken.     
Of desnoods de president. Zoals bijvoorbeeld president Zelensky in Oekraïne. Op zondag 29 mei jongstleden was de leider aan de frontlinie bij Charkov en zei: ‘Ik wil jullie allemaal bedanken. Jullie wagen je leven voor ons allemaal en voor ons land. Bedankt voor het verdedigen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Pas goed op jezelf’.
In Oekraïne is men nog niet zeker van de overwinning.
Maar in de kerk zijn we dat wel. 
Want Jezus Christus is al op het eindpunt. Hij bevindt zich op het culminatiepunt van de wereldgeschiedenis: de hemel, Zijn woonplaats. Daar toont Hij Zijn almacht[3]

Dat heeft Hij altijd al gedaan. De profeten hadden het er al over dat Christus moest lijden en zo Zijn heerlijkheid moest ingaan: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Emmaüsgangers –: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!  Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”.
Hij heeft mensen ingezet om zijn blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zo gaat dat in 2022 ook nog. Daarom is de kerk er. Midden in de storm, te midden van het woeden van de wereld richt de kerk haar oog op de Voleinder van het geloof[4].

Jezus Christus is in de tijd die Hij op aarde was diep, diep vernederd.
Maar nu zit Hij op de hoogste troon die er in de wereld is. Hij heeft meer macht dan de heren Poetin, Biden en Zelensky bij elkaar. Ja, alle wereldburgers moeten voor Hem buigen!

Dat brengt de kerk dus tot evangelisatiewerk. En tot zendingswerk.
Die evangelisatie- en zendingsactiviteiten vallen altijd op. Soms worden ze in de wereld druk besproken.
Hoe komt dat?
Omdat de kerk achter Jezus Christus aan gaat. Christus is de afstraling van Gods heerlijkheid, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Wij zien de weerschijn van die glorie in de kerk. Daarom zeggen de omstanders soms: die kerkmensen hébben wat.
Wat is de weerschijn van die glorie precies? Dat wordt omschreven in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus: “Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”.
Laten wij goed lezen wat daar genoteerd is.
Er staat niet dat u de hele dag blij moet wezen.
Er staat niet dat een gelovig mens met een brede glimlach zijn werk doet, naar de supermarkt gaat, zijn eten kookt, aan mantelzorg doet en zijn hobby’s beoefent.
Er staat niet dat wijzelf, met een uiterste krachtsinspanning, het laatste restje blijheid uit onze harten moeten opdiepen.
Nee, wij hebben vreugde in ons hart door Christus. Er staat dus wel dat kinderen van God nooit helemaal hopeloos zijn. Wij ontlenen onze levenslust aan Gods beloften voor de toekomst.
Daarom gaan wij de zonden steeds meer mijden.
Paulus schrijft in dat kader aan de Romeinen: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?”. De zonde is dus geen overheersende macht meer in ons leven.
Laten wij maar eerlijk zijn: daar begrijpen die omstanders weinig van. Die kerkmensen hébben wat… maar wat? Welnu, kerkmensen mogen het uitleggen: dit is de fonkeling van Gods glorie[5].

Jezus Christus zit aan Gods rechterhand. Daar is Hij neergezet. Het is God “uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten”. Zo staat dat in Efeziërs 1. Hij zit daar als Hogepriester. Hij doet dienst in het hemels heiligdom als onze Pleiter: ‘Spreek hem/haar vrij, want Ik heb Mijn lijden volbracht’.
Op die hogepriester moeten wij het oog op houden. Te Zijner tijd zullen wij Hem zien. Hij is, om zo te zeggen, in de wedloop voor ons uit gelopen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Want God graveert Zijn wet in onze harten. In Hebreeën 8 wordt het zo geformuleerd: “Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Wij dragen Gods wet in onze harten mee. Wij gaan, om zo te zeggen, gewapend de wereld in![6]

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd.
Wij mogen verder gaan door het leven heen, op weg naar het schitterende eindpunt: de hemel, met het rechtstreekse zicht op onze Heiland.
Laten wij onderweg maar volop aan het werk blijven. Met activiteiten die – om  weer met Zondag 33 te spreken – “uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden”![7]  

Noten:
[1] Hebreeën 12:2.
[2] In dit artikel wordt aandacht besteed aan Hebreeën 12:2. Op zondag 29 mei 2022 werd in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen een preek gelezen over Hebreeën 12:2 en 3. Die zondagmiddag werd een preek gelezen over Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. Beide preken werden geschreven door ds. C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. Dit artikel is onder meer het resultaat van een verdere doordenking van die preken.
[3] Het citaat van de Oekraïense president Zelensky komt van https://nos.nl/liveblog/2430606-zelensky-alle-essentiele-infrastructuur-in-severodonetsk-is-vernietigd ; geraadpleegd op maandag 30 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 24:25,26.
[5] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Hebreeën 1:3 en Romeinen 6:1,2. Verder citeer ik antwoord 90 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
[6] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Efeziërs 1:20 en Hebreeën 8:1. Ik citeer Hebreeën 8:10.
[7] In deze alinea citeer ik een gedeelte van antwoord 91 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.