gereformeerd leven in nederland

16 maart 2020

Uit de crisis naar een nieuw leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Knarsend komt Nederland tot stilstand. De uitbraak van het coronavirus brengt onrust.
Op 12 maart 2020 zette de overheid de volgende crismaatregelen op een rij:
* Alle bijeenkomsten met meer dan honderd personen horen te worden geschrapt, in elk geval tot 31 maart.
* Sociale contacten dienen zoveel mogelijk te worden beperkt en grote groepen dienen te worden vermeden.
* Als het even kan thuiswerken, is tijdelijk de nieuwe norm; behalve uiteraard voor het personeel in de zorg en de crisisdiensten.
* Werknemers en overige burgers horen thuis te blijven en contacten te mijden bij klachten zoals neusverkoudheid, hoesten, keelpijn en eventueel ook koorts. Dat geldt ook voor scholieren en studenten.
* Zorgmedewerkers wordt gevraagd alleen thuis te blijven bij hoesten én koorts. Zij krijgen ook het dringende advies om reizen naar het buitenland te vermijden.
* Bezoeken aan ouderen, chronisch zieken en overige kwetsbare personen horen zoveel mogelijk te worden vermeden.
* Deze kwetsbare groepen wordt ook ontraden om nog langer te reizen met behulp van het openbaar vervoer.
* Ook in de collegezalen van universiteiten en hogescholen mogen niet meer dan honderd personen bijeen zijn. Deze onderwijsinstellingen moeten proberen hun lessen zoveel mogelijk online aan te bieden.
* Basisscholen en mbo- en hbo-instellingen mogen nog open blijven, maar het kabinet moet die maatregel van de Kamer dagelijks monitoren[1].
Op zondag 16 maart 2020 komen er nog maatregelen bij:
* Scholen en kinderdagverblijven gaan dicht vanaf maandag 16 maart tot en met maandag 6 april. Het gaat hierbij om scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo.
* Voor kinderen van ouders in bijvoorbeeld de zorg, politie, openbaar vervoer en brandweer is er wel opvang in de school en het kinderdagverblijf, zodat hun ouders kunnen blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten.
* Docenten gaan onderwijs op afstand organiseren voor kinderen die thuis zitten, met prioriteit voor eindexamenleerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo.
* Alle eet- en drinkgelegenheden gaan dicht vanaf zondag 15 maart 18.00 uur tot en met maandag 6 april.
* Sport- en fitnessclubs, sauna’s, sexclubs en coffeeshops sluiten vanaf zondag 15 maart 18.00 uur tot en met maandag 6 april.
* Iedereen in Nederland wordt gevraagd om waar mogelijk 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren. Ook bijvoorbeeld bij het boodschappen doen.
* Alle eerder genomen maatregelen worden verlengd tot en met maandag 6 april[2].

Mensen discussiëren met elkaar: wat is in de gegeven omstandigheden wijs? Daarachter zit een brok angst. Hoe loopt dit af? Men zegt zelfs: wellicht is dit een vorm van natuurlijke selectie.

Gereformeerde mensen hoeven zich, ook in deze omstandigheden, niet te laten lijden door angst. Natuurlijk zijn er vragen. Uiteraard zijn er meningen te over.
Maar laten wij het zuiver stellen: gelovige kinderen van God zullen deze crisis altijd overleven.
Wellicht zijn er lezers van dit artikel die thans hun wenkbrauwen optrekken.
Gaan we nu net doen alsof er niets aan de hand is? Doen we net alsof alles normaal is?
Nee, dat niet. Maar zelfs als Gods kinderen sterven weten zij: wij zijn voor eeuwig verlost! Zelfs als de dood dichtbij komt weten zij: het nieuwe leven komt er aan!
Daarom kunnen wij met overtuiging zeggen: gelovige kinderen van God zullen deze crisis altijd overleven.

Laten wij elkaar wijzen op Hebreeën 9 en 10.

Wij lezen: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[3].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën wil het er, om zo te zeggen, bij ons inpompen! In Hebreeën 10 legt hij het nog eens uit: “Want met één offer heeft Hij hen die ​geheiligd​ worden, tot in eeuwigheid volmaakt. En de ​Heilige​ Geest getuigt het ons ook. Want na eerst gezegd te hebben: Dit is het ​verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun ​hart​ geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”[4].
In die woorden zit, ook voor vandaag, een grote troost.

Welke troost is dat dan?
Door heel Nederland trilt onzekerheid. Doen we ’t wel goed? Voortdurend maken we afwegingen: doen we dit, of doen we dat? Steeds weer vragen we ons af: nemen we de goede beslissing? Het kan ons aanvliegen: wat een gefröbel is dit toch! Verbijsterd zien we hoe één virus, met de raadselachtige naam COVID-19, bijkans de hele wereld lamlegt. Wij zien dat al onze intelligentie, alsmede de talloze technische mogelijkheden ons niet in staat stellen dit virus binnen de kortste keren de baas te worden. Aldus worden wij geconfronteerd met onze tekortkomingen. Ja, met onze zonden. Wij ontdekken dat ons vertrouwen op God nog veel lek en gebrek vertoont. Wij merken dat velen op allerlei punten tegen Gods wet ingaan… In die situatie zegt de God van hemel en aarde tegen Zijn kinderen: “Ik zal Mijn wetten in hun ​hart​ geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”.
Overal ter wereld klinkt het Evangelie. Bij gelovige mensen mag het in het brein blijven echoën: “Aan hun ​zonden​ en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken”.
Al onze zonden raken uit het zicht.
Al onze ellende, al onze tekortkomingen – ze zijn niet meer aan de orde!

De wereld heeft last van een virus. Men spreekt over een beurskrach, over een financiële injectie om de economie op te houden en over sociale onthouding. Het is een drukte van belang bij de talkshow-tafels. Een belangrijke vraag die bij dit alles aan de orde moet komen is: zijn wij bereid om tot matiging over te gaan? Of ook: kunnen wij tevreden zijn met minder welvaart? Zijn wij nog gelukkig als we in de nabije toekomst wat minder geld hebben en een beetje minder mogelijkheden hebben?
Gereformeerde mensen mogen daarbij bedenken: die matiging is maar tijdelijk. In ons nieuwe vaderland is iedere beperking verdwenen. Waarom? Omdat het lijden van de Here Jezus Christus niet gematigd is geweest.
Laten we in dat verband enkele woorden uit Mattheüs 27 lezen: “Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de ​mantel​ uit, trokken Hem Zijn ​kleren​ aan en leidden Hem weg om Hem te ​kruisigen. Toen zij op weg gingen, troffen zij een man uit Cyrene aan, van wie de naam Simon was; die dwongen zij om Zijn ​kruis​ te dragen. En gekomen bij de plaats die Golgotha genoemd wordt, wat Schedelplaats betekent, gaven zij Hem ​wijn​ vermengd met gal te drinken; maar toen Hij die geproefd had, wilde Hij niet drinken. Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn ​kleren​ door het lot te werpen, opdat vervuld zou worden wat gezegd is door de ​profeet: Ze hebben Mijn ​kleren​ onder elkaar verdeeld en om Mijn kleding hebben ze het lot geworpen. En zij gingen zitten om Hem daar te bewaken.

En zij brachten boven Zijn hoofd een opschrift aan met de beschuldiging tegen Hem: Dit is Jezus, de koning van de Joden”[5].
Uiteindelijk komt de grote Koning in de hel terecht!
Zondag 15 uit de Heidelbergse Catechismus vraagt: “Heeft het een bijzondere betekenis dat Christus is gekruisigd en niet op een andere wijze is gestorven?”
Het antwoord op die vraag luidt: “Ja, want daardoor ben ik er zeker van, dat Hij de vloek die op mij lag, op Zich geladen heeft, omdat de kruisdood door God vervloekt was”[6].
Dus –
vanwege Christus’ lijden is onze matiging maar tijdelijk. Gods kinderen leven eeuwig! Daarom vinden zij aardse matiging niet zo erg.
Het is niet ernstig als je niet bulkt van het geld, en niet de hedendaagse Dagobert Duck kunt uithangen.
En ach, met wat minder mogelijkheden kan men ook best een goed leven leiden.

Zelfs als de dood dichtbij komt weten Gereformeerde mensen: het nieuwe leven komt er aan!
De eindeloze toekomst genaakt.
Laten wij ten langen leste nog één keer Hebreeën 9 lezen. Dit zijn de laatste verzen uit dat hoofdstuk: “Maar nu is Hij bij de voleinding van de eeuwen eenmaal geopenbaard om de ​zonde​ teniet te doen door het offer van Zichzelf. En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[7].

Noten:
[1] ‘De crisismaatregelen op een rij’. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 13 maart 2020, p. 6.
[2] Geciteerd van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/15/aanvullende-maatregelen-onderwijs-horeca-sport; geraadpleegd op maandag 16 maart 2020.
[3] Hebreeën 9:12.
[4] Hebreeën 10:14-17.
[5] Mattheüs 27:30-37.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 15, vraag en antwoord 39.
[7] Hebreeën 9:26 b, 27 en 28.

5 maart 2020

Beste veiligheidsgarantie

Het is zo, schrijft Paulus in Efeziërs 3, “dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in ​Christus, door het ​Evangelie”[1].

Welke mensen zijn bij Paulus in beeld?
De Basisbijbel parafraseert deze woorden als volgt. “Dit is Gods plan: de mensen van andere volken mogen samen met de Joden Gods erfenis ontvangen. Want als zij het goede nieuws geloven, horen ook zij bij Gods gezin. En daardoor zijn de dingen die God in Jezus Christus aan de Joden heeft beloofd, nu ook voor hén”[2].
Die heidenen – dat zijn wijzelf dus[3]. In Efeziërs 3 gaat het over ons.

Efeziërs 3 zien wij als Schriftbewijs terug in de Nederlandse Geloofsbelijdenis als wij daar belijden: “Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus”[4].
Met andere woorden: wij zijn welkom in de hemelse troonzaal.
Zeg niet: dat hemelse paleis is te hoog voor ons.
Zeg niet: de Heiland staat lichtjaren ver van ons vandaan; want Hij geeft ons de enige mogelijkheid om dicht bij God te komen. Een alternatief is er niet.

Dat zien wij ook terug in het Heilig Avondmaal. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt daarover: “…zo zeker als wij het sacrament ontvangen en in onze handen houden en het eten en drinken met onze mond, om ons leven in stand te houden, zo zeker ontvangen wij in onze ziel door het geloof — dat de hand en mond van onze ziel is — het ware lichaam en het ware bloed van Christus, onze enige Heiland, om ons geestelijke leven in stand te houden”[5].
Wij worden, om zo te zeggen, met Jezus Christus vereenzelvigd.
Zeg dus nooit: mijn geloof is niet goed genoeg.
Zeg dus nooit: ik ben niet godsdienstig genoeg.
Wij mogen ons zogezegd met de Heiland identificeren!

Wil dat zeggen dat het lijden in de samenleving ons bespaard blijft? Zeker niet!
Denkt u maar aan Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”[6].
Dwars door hun lijden heen zijn gelovige mensen op weg naar de hemelse glorie. Wij erven ’t rijk des Heren, zingen wij[7]. Zulk zingen leert ons over de problemen van dit leven heen te kijken!

Dat laatste geldt niet alleen voor Paulus. En het geldt zeker ook niet alleen voor ons.
Het geldt al voor Abraham. Dat valt op te maken uit Hebreeën 11: “Door het geloof is hij – dat is Abraham – een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in ​tenten​ gewoond, met Izak en ​Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte”[8].
Ook Abraham heeft in Genesis 11 en volgende al uitzicht op een heerlijk hemelleven. In alle tijden en op alle plaatsen brengt onze God Zijn kinderen samen!

Anno 2020 is het belangrijk om dat alles vast te houden. Natuurlijk weten we dit wel. Maar het wonderlijke ervan dringt vaak maar amper tot ons door.
Iemand schrijft: “De laatste jaren horen we steeds vaker dat de aandachtsboog van consumenten korter wordt. Korter zelfs dan die van een goudvis (…). Door de grote informatiestroom waar consumenten dagelijks mee te maken krijgen worden ze bovendien steeds beter in het filteren van informatie die ze interessant vinden”[9].
Het gevaar is dat wij het ietwat gewoon gaan vinden. Laten wij maar blijven bedenken: het werk van onze Heiland is niet interessant, maar levensreddend!

Wij hebben te maken met technologische ontwikkeling, globalisering en duurzaamheid.
Men schrijft: “Dankzij de exponentiële groei van informatie- en communicatietechnologieën -ICT- zullen bestaande samenwerkingstechnologieën over slechts vijf jaar minstens tien keer beter zijn dan vandaag de dag, en zullen zij over tien jaar honderd keer beter zijn dan nu het geval is”[10].
Het wereldwijde contact met Gods kinderen wordt er dus makkelijker op. Zij kunnen elkaar opzoeken. Zij kunnen van elkaar leren. Zij kunnen elkaar opscherpen. Zij kunnen elkaar meenemen naar Gods toekomst toe. Alleen daarom al is het verstandig verder te kijken dan onze neus lang is. Laten wij maar rondkijken in de wereld en ons daarbij afvragen: waar zitten onze broeders en zusters?
Men spreekt over duurzaamheid. Over duurzame energie. Over circulaire economie. Er is zelfs een Duurzame Dagen Kalender 2020[11]. Maar in de kerk moeten we bedenken: er is niemand duurzamer dan onze Here Jezus Christus. Zing daarom maar mee met Psalm 102:
“Gij, dezelfde, gist’ren, heden,
zult de toekomst tegentreden,
zult dezelfde zijn altijd,
eindeloos in majesteit.
Zo zult Gij uw trouw betonen,
ja, uw volk zal veilig wonen.
En de komende geslachten
zal altoos uw vrede wachten”[12].

Van onze God krijgen wij de beste veiligheidsgarantie die maar denkbaar is!

Noten:
[1] Efeziërs 3:6.
[2] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/efezi__rs/3 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[3] Efeziërs 3 is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdagavond 5 maart 2020, een avond aan dit hoofdstuk wijdt. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij de voorbereiding op die avond.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[6] Romeinen 8:17 en 18.
[7] Namelijk in Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] Hebreeën 11:9.
[9] Geciteerd van https://www.emerce.nl/achtergrond/dit-belangrijkste-social-trends-2020 ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[10] Geciteerd van https://www.servicefutures.com/nl/trends-in-de-toekomst-van-facility-management ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[11] Zie http://www.mvofactor.nl/de-duurzame-dagen-kalender/ ; geraadpleegd op maandag 2 maart 2020.
[12] Psalm 102:13.

2 januari 2020

Genade – ook in 2020

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze wereld hebben velen te lijden onder tergende onzekerheid: doen we ’t wel goed genoeg? Zou het nog beter kunnen?
Koning Willem-Alexander besteedde in zijn Kersttoespraak 2019 aandacht aan die prangende vragen.
Citaat:
“Dat streven naar geluk is mooi, maar het mag geen obsessie worden. Ook verdriet mag er zijn. Ook twijfels en gevoelens van eenzaamheid mogen er zijn. Ook mislukkingen en tegenslagen horen bij het leven.
In de jacht naar geluk en succes kunnen we onszelf soms voorbijlopen. We willen als vrije mensen het beste uit het leven halen en verwijten het onszelf als dat niet lukt. We spiegelen ons aan anderen, leggen de lat hoog en presenteren graag een perfecte versie van onszelf aan de buitenwereld. Alsof er een taboe rust op onzekerheid en tekortkomingen.
Maar niemand is perfect. Gelukkig maar.
Dit zeg ik ook tegen jonge mensen. Trek het je niet te veel aan als het eens tegenzit. Geef jezelf wat ruimte. Het is oké. Geluk laat zich niet dwingen. Het is ongrijpbaar. Het komt plotseling, als een geschenk uit de hemel.
Als we nagaan wat ons het meest gelukkig maakt, dan geeft bijna iedereen hetzelfde antwoord: de mensen om me heen. Familie en vrienden, maar ook mensen die je misschien nauwelijks kent en die gewoon aardig tegen je zijn.
Geluk zit in onze verbondenheid met anderen. Laten we elkaar daarom niet loslaten. Laten we naar elkaar luisteren en begrip tonen. Laten we elkaar troosten en moed geven. Het helpt als iemand je aankijkt en tegen je zegt: ‘Het is goed’.
Met een luisterend oor, een uitgestoken hand of een arm om de schouder geven we elkaar het mooiste geschenk dat een mens aan een mens kan geven. Niet alleen deze Kerst, maar ook daarna”[1].

Het valt op dat de Nederlandse koning vooral naar de mensen kijkt. God komt er niet aan te pas. Dat is, wat schrijver dezes betreft, een ongepaste en onjuiste bezuinigingsmaatregel.
Want als er Iemand niet op hulp bezuinigt, dan is het God wel!
Dat blijkt onder meer in Hebreeën 13: “Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”[2].

Waarom eigenlijk?
Houdt de liefde voor broeders en zusters levend, noteert de Hebreeënschrijver.
Wees vooral gastvrij.
Denk aan gevangenen, en aan mensen die slecht behandeld worden.
Wees trouw in uw huwelijk.
Wees niet hebzuchtig; rijkdom is niet alles.
Kortom – de Hebreeënschrijver werpt een inspecterende blik op het leven. En hij begrijpt het best: er gaat van alles mis. Hij begrijpt wel dat je soms ijzersterk moet wezen om de moed niet te verliezen.
Daarom zegt hij: De Here helpt; op Hem kun je aan!

Wij horen hier de echo van Psalm 118:
“De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd.
Wat kan een mens mij doen?
De HEERE is bij mij, te midden van wie mij helpen,
daarom zie ík neer op wie mij haten”[3].
Bij de Here is sprake van Verbondstrouw. Die trouw is duidelijk te zien in Zijn komst op aarde. Hij trekt ons uit het moeras van aardse onzekerheden en onvolkomenheden.
Zeker, het was een mooi statement van de Nederlandse koning: “Trek het je niet te veel aan als het eens tegenzit. Geef jezelf wat ruimte. Het is oké”. Alleen maar – die stelling schuurt een beetje langs de Waarheid. Met andere woorden: ’t is het net niet. Het is namelijk niet oké. Nee, de Heiland maakt het oké!
Natuurlijk, het leven zit vol met vervelende dingen. En men vraagt zich om de haverklap af: wat moet ik hiermee doen? Of ook: hoe moet ik hiermee omgaan?
Welnu – de Heiland zegt: ‘Ik ben naar de aarde toe gekomen om voor al uw zonden te betalen. Nee, de perfectie zult u niet bereiken. Maar ik maak uw werk volmaakt’!

Het loont de moeite om, op dit punt aangekomen, het begrip coping te belichten.
Coping – wat is dat?
Een internetencyclopedie leert ons: “Coping is een begrip uit de psychologie, waarmee de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat wordt bedoeld. Het betreft de omgang met alle soorten voortdurende stressoren, zoals werkloosheid, echtscheiding, pijn of oorlog. Het Engelstalige begrip, dat ook in de Nederlandstalige literatuur gangbaar is, is afgeleid van to cope with -kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen iets-.
Verschillende onderzoekers hanteren verschillende definities van het begrip coping. Een belangrijke onderzoeker op het gebied van coping en stressreductie was de Amerikaanse psycholoog Richard Lazarus. Hij definieerde coping als ‘cognitieve en gedragsmatige inspanningen om interne en/of externe eisen en de conflicten daartussen te overwinnen, te verminderen of te tolereren’”[4][5].
Hetgeen dan weer niet betekent dat overal oplossingen voor kunnen worden gevonden.

Maar in de kerk zeggen we meer.
Want daar zeggen we: omgaan met problemen en stress? Hebreeën 13 geeft een goed recept: de Here helpt ons!

De theoloog Kees van der Knijff zei eens: “Je zou het zoeken naar aanwijzingen van God kunnen afdoen als coping: een manier om met keuzestress om te kunnen gaan. Jezelf indekken, omdat je de verantwoordelijkheid niet aankan: laat het maar aan God over. Maar dan doe je geen recht aan het oprechte verlangen naar Gods wil doen”.
En:
“Ik geloof dat God ons leidt door ons van binnenuit te veranderen. Hij geeft wijsheid en vormt ons tot mensen die in staat zijn goede beslissingen te nemen vanuit het perspectief van Gods koninkrijk. Je mag erop vertrouwen dat God leidt, ook als je dat niet direct zo ervaart”.
En:
“We blijven stomme dingen doen, dagelijks. Maar ik geloof dat waar beslissingen ons voor basale vragen plaatsen als ‘waarom ben ik hier op aarde, wat drijft mij?’, God met zijn Geest in ons werkt. Dat geeft ontspanning bij het maken van keuzes. Je hoeft niet bang te zijn Gods wil te missen en voor de rest van je leven in plan B terecht te komen”[6].

Nee, in de kerk hoeven wij het niet van coping te hebben.
Want de Heiland verlost ons van alle dilemma’s. Sterker nog – in de kerk stijgen wij daar ver, heel ver boven uit. De Hebreeënschrijver formuleert het in hoofdstuk 13 zo: “Jezus ​Christus​ is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen, want het is goed dat het ​hart​ gesterkt wordt door ​genade[7].
Laten wij, ook in 2020, dus maar genadig zijn voor onszelf.
Laten wij, ook in 2020, dus maar genadig zijn voor elkaar.
Want God is genadig. Ook in 2020.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.nu.nl/binnenland/6020151/integrale-tekst-van-de-kersttoespraak-van-koning-willem-alexander.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[2] Hebreeën 13:6.
[3] Psalm 118:6 en 7.
[4] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Coping_(psychologie) ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[5] Zie over de psycholoog Richard Lazarus onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Richard_Lazarus ; geraadpleegd op vrijdag 27 december 2019.
[6] Geciteerd uit: “Gods plan missen? Geen angst”. In: Nederlands Dagblad, maandag 24 juni 2019, p. 7.
[7] Hebreeën 13:8 en 9 a.

4 november 2019

Jezus Christus – Creator van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God”.
Hierboven staan woorden uit Hebreeën 3[1]. Als wij die naspreken, zeggen wij in onze wereld iets heel bijzonders. Want velen gaan vandaag uit van de evolutietheorie. En daar past Hebreeën 3 niet bij.

Hebreeën 3 wijst op Jezus Christus. Hij is, zo stelt de schrijver, de Hogepriester van ons geloof. De term ‘Hogepriester’ kennen we uit het Oude Testament. Hij is de man die één keer per jaar in het Heilige der Heiligen het zoenoffer bracht voor de zonden van Israël. Jezus Christus, de Heiland, heeft eenmalig Zijn leven gegeven om te betalen voor de zonden van heel Zijn volk, overal ter wereld. Alle volksgenoten mogen het geloven: Christus’ offer ontslaat ons van alle schuld. Zo is de Heiland de Hogepriester van ons geloof.

In de kerk – het huis van God – wonen mensen die allen vrijgesproken zijn. Onze Heiland is de Huismeester. De Hebreeënschrijver zegt: blijf vooral in dat huis wonen! Ga niet verhuizen omdat het elders beter lijkt. Daar is het namelijk niet beter.
Blijf in de kerk!
Blijf geloven in dat eenmalige offer van Christus!

Jezus Christus bouwt Zijn huis.
Sterker nog: Hij bouwt alles wat er in de wereld is. Dat is een refrein in het begin van de brief aan de Hebreeën.
Zie Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft[2].
En Hebreeën 2: “Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel ​kinderen​ tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[3].

God is de Schepper.
God is ook de Herschepper. De in zonde gevallen wereld maakt Hij weer als nieuw. Er komt nieuwe Geestdrift. Ons leven komt weer op de juiste koers te liggen, richting de hemelse heerlijkheid namelijk.
De Hebreeënschrijver zegt: blijf naar de Heiland kijken! Vertrouw op Zijn beloften!
Dat is de opdracht van de kerk.
Gods kinderen moeten vertrouwend leven.
God heeft alle macht – in de hemel en op de aarde.

Het bovenstaande is, om zo te zeggen, het beste medicijn tegen het gif van de evolutietheorie.
Alle argumenten die kerkmensen tegen die theorie in brengen, hebben ten diepste één basis: geloofsvertrouwen.

Onze goede God was er al vóór de wereld bestond[4].
Kijkt u maar in Psalm 90:
“Al vóór de bergen geboren waren
en U de aarde en de wereld voortgebracht had,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God”[5].
En in Psalm 106:
“Geloofd zij de HEERE, de God van Israël,
van eeuwigheid tot eeuwigheid;
laat heel het volk zeggen: ​Amen.
Halleluja!”[6].
Of ook in Psalm 147:
“Onze Heere is groot en geweldig in kracht,
Zijn inzicht is onmetelijk”[7].
In de evolutietheorie smijt men met miljoenen jaren. Met miljarden jaren zelfs. De oerknal klonk, zo zegt men, een dikke 13 miljard jaar geleden. De aarde ontstond, stelt men, ruim 4 miljard geleden. En de eerste levensvormen – dat zijn, vertelt men, de bacteriën – kwamen 3,6 miljard jaar geleden in de wereld[8].
In de christelijke wereld smijten we niet met miljoenen jaren. En ook niet met miljarden jaren. En ook niet met triljarden; een triljard is 1.000.000.000.000.000.000.000, duizendmaal triljoen[9]. Wij geloven eenvoudig: onze God is van eeuwigheid.

De kerk houdt het vast: Jezus Christus is onze Huismeester. Hij is altijd trouw. Hij is zo lang, zo breed en zo hoog dat wij daar geen aardse getallen aan kunnen verbinden.
Wij kunnen maar beter terugkeren naar Hebreeën 3: “Christus​ echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[10].
Jezus Christus is in deze wereld de grote Bouwer. Hij construeerde alles wat er in deze wereld is.
Maar onze Heiland is eerst en vooral het Hoofd van de kerk. De wereld heeft het druk met het ontstaan, het bestaan en het voortbestaan van de aarde. De kerk lijkt gering. Onbetekenend. Aan slijtage onderhevig, tevens. De kerk zal echter altijd blijven bestaan. Tot in eeuwigheid.
Ga daarom ’s zondags vooral naar de kerk, als u daartoe in staat bent!
Blijf maar werken in de kerk, zolang als u dat kunt!
Laten wij ondertussen Hebreeën 3 maar repeteren: “…Vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de ​zonde. Want wij hebben deel aan ​Christus​ gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden”[11].

Noten:
[1] Hebreeën 3:4.
[2] Hebreeën 1:1 en 2.
[3] Hebreeën 2:10.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://answersingenesis.org/nl/antwoorden/bestaat-god-echt/ ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[5] Psalm 90:2.
[6] Psalm 106:48.
[7] Psalm 147:5.
[8] Zie http://tijdslijn.eu/html/oer.htm ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Triljard ; geraadpleegd op maandag 28 oktober 2019.
[10] Hebreeën 3:6.
[11] Hebreeën 3:13 en 14.

13 september 2019

Hebreeën 9 en onze rolpatronen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

We leven in een tijd waarin rolpatronen op allerlei manieren doorbroken moeten worden.
In maart 2018 werd bericht: “Minister Ingrid van Engelshoven (Emancipatie) wil een einde maken aan de vanzelfsprekendheid in Nederland dat de man verantwoordelijk is voor het inkomen en de vrouw voor de zorg van kinderen”[1].
Het traditionele rolpatroon moet op de schop, zo roept men uit[2].
Dat klinkt krachtig. En stoer.
Maar wat vraagt de God van hemel en aarde eigenlijk van ons?

Teneinde een antwoord op die vraag te geven is het goed om eerst enig licht op Hebreeën 9 te werpen. En met name op deze woorden: “Maar nu is Hij bij de voleinding van de eeuwen eenmaal geopenbaard om de zonde teniet te doen door het offer van Zichzelf”[3].

Die woorden komen uit een Schriftgedeelte waarin wordt teruggeblikt op het Oude Testament.
Het betoog in Hebreeën 9 kan in vier punten worden samengevat.

1.
Eertijds waren er vaste regels, vaste tijden en vaste plaatsen voor het bidden tot God.
Er was een tent. Daarin stonden een kandelaar en een tafel met broden – toonbroden, om precies te zijn. De ruimte in de tent werd in tweeën gedeeld door een gordijn. Achter dat gordijn stond onder meer een gouden altaar. En een kist, de ark van het verbond.
In Hebreeën 9 staat genoteerd: “En boven op deze ark waren de ​cherubs​ van Gods heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden”.
In dat achterste deel kwamen maar heel weinig mensen. Eén keer per jaar ging de hogepriester er naar binnen. Hij ging er offeren om de zonden van Gods volk te verzoenen.
Het was duidelijk: de toegang tot het hemelse heiligdom was niet vrij. Men kon er niet zomaar naar binnen lopen.
De offers gaven, om zo te zeggen, een beeld van het hemelse heiligdom. Men vroeg de hemelse God om vergeving. Maar met die offers veranderde het hart van de mensen natuurlijk niet. Er waren, om het zo te zeggen, regels; maar geen open-hartoperaties.
Het wachten was, kortom, op iets beters.
2.
Christus is gekomen!
Hij stortte geen bloed van dieren, maar Zijn eigen bloed. Daarom kon Hij het hemelse heiligdom binnen gaan. Hij kon de deur van de hemel open zetten. Wagenwijd open. Al Gods kinderen kunnen nu ongehinderd de hemel binnengaan.
3.
Christus is nooit zondig geweest. Daarom is Zijn offer volmaakt. Perfect.
Derhalve gaat de reiniging van Hebreeën 9 verder. Het blijft niet bij de buitenkant. Ook de binnenkant wordt gereinigd.
Er wordt een nieuw verbond gesloten. De eeuwige erfenis ligt klaar!
4.
Nu het hierom gaat, moeten we één woord in grote letters op de voorgrond zetten: BLOED.
Leest u maar mee in Hebreeën 9: “Daarom is ook het eerste niet zonder bloed ingewijd. Want nadat elk gebod overeenkomstig de wet aan heel het volk door ​Mozes​ meegedeeld was, nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken met water en scharlakenrode wol en ​hysop, en besprenkelde het ​boek​ zelf en heel het volk, terwijl hij zei: Dit is het bloed van het ​verbond​ dat God u bevolen heeft te houden. Ook de ​tabernakel​ en ook al de voorwerpen voor de eredienst besprenkelde hij op dezelfde manier met het bloed[4].
In het Oude Testament gold de regel: zonder bloed geen vergeving. In het Nieuwe Testament is de regel: zonder bloed van Christus geen vergeving. Eén offer heeft Christus gebracht.
En dat was genoeg.
Genoeg voor altijd.
Genoeg voor iedereen.

Hebreeën 9 legt kraakhelder uit hoe het reddingswerk van de Heiland eruit ziet.
Om het maar modern te zeggen: Hij heeft altijd precies geweten wat Zijn rol in de wereldgeschiedenis was en is.
Hij heeft Zijn taak volbracht.
Zijn reddingswerk geeft ons een opening naar de toekomst!

Wat hebben we er in onze tijd aan om dit alles te weten?

In onze maatschappij hebben we het druk met rolpatronen. Die rolpatronen moeten doorbroken worden. Anders wordt het leven te saai. Te eenzijdig. Het leven wordt slaapverwekkend. Het wordt een tredmolen waarin men voortdurend dezelfde rondjes draait. En dat kan, zo vraagt men wanhopig, toch niet de bedoeling wezen?

Ook in de christelijke wereld ziet men dergelijke drukte.

Op maandag 9 september 2019 citeert het Nederlands Dagblad uit De Nieuwe Koers.
Als volgt.
“Ook mannen hebben wat aan feminisme, schrijft journalist Marinde van der Breggen in De Nieuwe Koers. Jarenlang wilde Van der Breggen moeder worden. Ze trouwde toen ze 21 was. Eenmaal getrouwd, veranderde dat. Ze realiseerde zich ‘dat het helemaal niet waar was’ wat ze altijd had geroepen. Naar eigen zeggen kwam dat door de verwachtingen in haar omgeving. ‘De normen en verwachtingen die mijn sociale omgeving had van een vrouw, projecteerde ik op mijn eigen leven’. Ze constateert dat christelijke vrouwentijdschriften vrouwelijkheid wel vieren, maar alleen een bepaalde soort. ‘We associëren kracht, zelfverzekerdheid, assertiviteit en zelfvertrouwen (…) nog steeds met mannen’. Die rolverdeling benadeelt vrouwen én mannen, meent Van der Breggen. De kerk heeft dan ook veel aan de gelijkheid tussen man en vrouw. ‘Als we in de kerk over de tussenschotten van de man-vrouwhokjes heen durven kijken, (…) zou dat ons heel veel op kunnen leveren”[5].
Wie dacht dat het feminisme niet bij christelijke denklijnen past, komt anno 2019 bedrogen uit!

Waar ligt in dit artikel de verbinding tussen Hebreeën 9 en die rolpatronen?
Laten wij het een en ander onder elkaar zetten.

a. Mannen en vrouwen hebben van God in deze wereld elk hun eigen rol gekregen. Men vertelt ons allerwegen dat we eigenlijk uit die rol zouden moeten vallen.
b. In Hebreeën 9 valt de Here Jezus Christus, onze Heiland, gelukkig niet uit Zijn rol. Integendeel! De Zoon zegt tegen Vader: Uw wil geschiede.

a. Men schrijft: ‘We associëren kracht, zelfverzekerdheid, assertiviteit en zelfvertrouwen (…) nog steeds met mannen’.
b. Het in a. gestelde is ongenuanceerde onzin. Mannen en vrouwen gebruiken hun energie en kracht op een verschillende wijze. En daarbij geldt: onze Here Jezus Christus is voor mannen en voor vrouwen gestorven.

a. Vrouwelijkheid moet gevierd worden, zo blijkt uit het bovenstaande citaat. Mannelijkheid moet klaarblijkelijk evenzo een vreugde wezen.
b. In Hebreeën 9 is Christus gerechtigd de hemeldeur open te doen; en Hij doet het ook. Het is onze taak om ons te beijveren om Hem biddend te volgen. Om met de Heidelbergse Catechismus te spreken: wij worden “door de Heilige Geest ingelijfd bij Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde is, maar in de hemel aan de rechterhand van God zijn Vader en dáár door ons wil worden aangebeden”[6].
Die gebedsoproep geldt voor mannen en voor vrouwen.

a. Mannen en vrouwen hebben in deze wereld een taak. Dat takenpakket mag, wat de wereldburgers van 2019 betreft, best grondig veranderen. Dat is zogezegd de uitdaging van de eenentwintigste eeuw.
b. In Hebreeën 9 leert Christus ons dat wij de heilsgeschiedenis niet moeten negeren. Het gaat van Oude Testament via Nieuwe Testament naar de wederkomst van de Heiland. Met andere woorden: focus u niet op 2019, maar kijk verder. Verwacht de terugkomst van de Heiland, en delibereer niet voortdurend over rolpatronen.

Door Zijn bloed heeft de Heiland de zonden teniet gedaan.
Laten mannen en vrouwen hun zo verschillende gaven maar inzetten tot Zijn lof en eer.
Mannen en vrouwen kunnen samen op weg gaan naar de toekomst met God. Want de hemeldeur is ontsloten!

Noten:
[1] Citaat van https://www.poraad.nl/nieuws-en-achtergronden/minister-wil-traditionele-rolpatronen-doorbreken ; geraadpleegd op maandag 9 september 2019.
[2] Zie hiervoor https://www.socialevraagstukken.nl/column/het-nieuwe-verdelen-het-traditionele-rolpatroon-op-de-schop/ ; geraadpleegd op maandag 9 september 2019.
[3] Hebreeën 9:26.
[4] Hebreeën 9:18-21.
[5] Nederlands Dagblad, maandag 9 september 2019, p. 7; rubriek Blogs en bladen.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, antwoord 80.

5 september 2019

Psalm 40 in de drugseconomie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De florerende drugseconomie heeft in Amsterdam nagenoeg vrij spel. Bij de overheid ontbreekt het aan kennis, regie en uithoudingsvermogen om criminelen en hun handlangers de pas af te snijden”. Aldus bericht het Nederlands Dagblad op donderdag 29 augustus 2019.
Er staat bij:
”In Amsterdam, bekend om zijn cultuur van tolerantie, worden veel drugs gebruikt. Dat blijkt onder meer uit onderzoeken naar het rioolwater en naar de uitgaanscultuur in de stad. Daarnaast is de stad sinds de jaren zeventig uitgegroeid tot een belangrijke marktplaats voor internationale drugshandel, aldus de onderzoekers. Onder meer vanwege de goede verbindingen met de rest van de wereld: door de lucht, over zee en over de weg. Bovendien maken de financiële en de digitale infrastructuur de stad aantrekkelijk voor criminelen uit de hele wereld”.
En:
“Het is niet voor het eerst dat er alarmerende conclusies over georganiseerde misdaad in Amsterdam worden getrokken. In 1996 verscheen er al een analyse van wetenschappers Frank Bovenkerk en Cyrille Fijnaut. Daarin concludeerden zij onder meer dat ‘wat begon als een wereld van flower power’ deels veranderde in een ‘omvangrijke en keiharde drugsmarkt’.
Onder meer naar aanleiding van die analyse uit 1996 werden er projecten gestart en maatregelen genomen om deze ontwikkeling tegen te gaan. Volgens Tops en Tromp [de heren die het recente onderzoek hebben verricht] ebde het enthousiasme voor de projecten langzaam weg. ‘Projecten komen, projecten gaan. We zien projecten die gericht zijn op individuen, op gebieden, op fenomenen’, schrijven ze in het onderzoek.
Allemaal nuttig, stellen ze. Maar een gezamenlijke strategie van de overheidsdiensten is volgens hen in Amsterdam niet sterk ontwikkeld.
Gemeentelijke diensten, hulpverlening, Rijk en politie werken vaak langs elkaar heen bij de aanpak van drugscriminaliteit, concluderen Tops en Tromp. Door die gefragmenteerde manier van werken (en soms ook door wet- en regelgeving) bereikt informatie dikwijls niet de diensten voor wie die relevant is”[1].

Waarom gebruiken mensen drugs?
Wie naar een antwoord op die vraag zoekt, komt woorden tegen als: ontspanning, rustgevend, slaapmiddel en kalmeringsmiddel[2].
Met drugs bewerkstelligt men dus een tijdelijke vlucht uit de werkelijkheid. Men gaat op zoek naar leegte. Naar het Rustgevende Niets.
Voor drugsbaronnen en dergelijke lieden is bovendien hebzucht aan de orde. En machtswellust, tevens.
Mensen raken – kortom – verstrikt in een web van verslaving, van criminaliteit, van geldzucht.

Wie naar de maatschappij kijkt, is daar niet verbaasd over. De wereld is hard. De overheid faalt op onderscheiden punten.
Dan ga je je troost elders zoeken. Bij degelijke mensen. Bij betrouwbare instanties. Alleen maar – degelijke mensen en betrouwbare instanties lijken er steeds minder te zijn.

Dit alles zo zijnde mogen wij elkaar op Psalm 40 wijzen.

Psalm 40 is een lied van David.
In dat kerklied zet hij uiteen dat hij vurig tot God gebeden heeft. En de Here luisterde naar David. De hemelse God werd volop actief; Hij trok David omhoog uit een zeer diep dal. David werd, om zo te zeggen, uit het drijfzand van de ellende getrokken; hij kreeg weer vaste grond onder de voeten!
Daarom, zingt David, is het nu tijd voor een nieuw lied. Want het is eens te meer bewezen: je kunt op God vertrouwen! De God van hemel en aarde is een Steunbeer waar je van op aan kunt – het is heerlijk om met Hem te leven!
De activiteit van God hangt, om zo te zeggen, aan elkaar van weldaden en wonderen. Het zijn er zoveel dat je ze eigenlijk niet op een rij kunt zetten. Nee, de Here werkt niet hap-snap; zeker niet.
En daarom wil de Here in de Godsdienst van Zijn kinderen ook geen hap-snap-beleid. Het brengen van allerlei offers is niet genoeg. Nee, heel het aardse bestaan moet aan God gewijd zijn. Alles moet in het teken staan van de eer aan God.
Welnu – dat is precies wat David wil doen. Dat is precies wat David zijn luisteraars wil leren. Davids mond loopt er van over. Iedereen, ja iedere wereldburger moet het horen: God is betrouwbaar. Iedereen moet het horen: God luistert naar je als je in het gebed naar Hem toe gaat!
David vraagt heel expliciet om Gods bescherming. En dat is nodig ook. Want David weet het: mijn leven staat bol van de zonde. David weet het: in mijn leven zijn tekortkomingen en zonden aan de orde van de dag. Goed beschouwd is het leven van David – zeker als hij Psalm 40 componeert – tamelijk hopeloos. Gods trouwe hulp is hard nodig!
Voordat je ’t weet gaan de mensen zeggen: ‘Nou, die God van David is geen knip voor de neus waard. En David? Hem kunnen we met een paar goede wapens zonder veel moeite om het leven brengen’.
Het is duidelijk – dit is exact wat David niet wil. Welnee! De mensen moeten juist zeggen: ‘De God van David doet magnifieke dingen. Wát een goede God is dat!’.
Even zo goed weet David het zeker: de Here zal Hem helpen! En daarom bidt Hij nogmaals dringend: Here, red mij!
Dat is Psalm 40.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën betrekt Psalm 40 op Jezus Christus. Hij doet dat als volgt: “Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de ​zonden​ wegneemt. Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en ​graanoffer​ hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt. Brandoffers​ en offers voor de ​zonde​ hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de ​boekrol​ is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God”[3].
De Hebreeënschrijver wil maar zeggen: de Heiland is voor de zonden gestorven. Voor de zonden van David, jazeker. Maar ook voor de zonden van heel de wereld.
De Heiland draagt een structurele oplossing aan: verlossing van alle schuld – er is betaald!
Zo moeten wij, vanuit Psalm 40, de lijn dóórtrekken.

Nederland in het algemeen, en Amsterdam in het bijzonder, is een knooppunt van de internationale drugshandel.
Hoe kan het zo van kwaad tot erger gaan?
Bij de beantwoording van die vraag is er één sleutelwoord: Woordverlating. Met andere woorden: dit krijg je ervan als je bij God wegloopt. Oftewel: dit krijg je ervan als je Gods wet negeert, en zelf oplossingen zoeken gaat!

Wat te doen aan de florerende drugseconomie?
Begin maar eens bij Psalm 40!

Noten:
[1] “Vrij spel voor drugscriminelen in Amsterdam”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 augustus 2019, p. 4 en 5.
[2] Zie hiervoor https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/waarom-worden-drugs-gebruikt/ ; geraadpleegd op donderdag 29 augustus 2019.
[3] Hebreeën 10:4-7.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.