gereformeerd leven in nederland

10 augustus 2018

Wees verheugd!

‘Uw wil geschiede’ – dat is een bede uit het bekende Onze Vader.
Volgens de Heidelbergse Catechismus betekent dat: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Met deze bede leggen we ons leven in handen van de God van hemel en aarde. We geven ons bestaan uit handen. In zekere zin althans.
En dat is lastig. Buitengewoon moeilijk zelfs. Jouw leven uit handen geven? Zo van: ik zie wel wat God voor mij in petto heeft? Dat is één van de ingewikkeldste dingen des levens!

Om misverstanden te voorkomen: wij blijven mensen met verantwoordelijkheid.
Wij behoren te leven naar Gods wet. Daarin is de wil van God vervat. Dat is het kader van ons leven.
Daarmee zijn echter niet alle problemen de wereld uit.
Immers – wij willen de zaakjes toch zelf regelen. En eigenlijk willen wij andere zaken, die we niet zelf in de hand hebben, graag ook organiseren.

Niet zo lang geleden voerde ik een paar goede gesprekken met een gelovige en zeer gewaardeerde broeder.
De betreffende broeder maakt zich zorgen over de kerk. ‘Het gaat fout op de kansel’, riep hij in het vuur van zijn betoog. Ach nee, deze man bedoelde heus niet dat er op de preekstoel ongereformeerde dingen worden gezegd.
Deze broeder bedoelde, als ik hem goed begrepen heb, vooral dit: de stijl van de kerk is zo anders als vroeger.
De tijden van K. Schilder (1890-1952) en M.B. van ’t Veer (1904-1944) boden meer verdieping, sprak de broeder bewogen.
En bovendien – na de kerkdienst op zondagmorgen gaat ’t alleen maar over koetjes en kalfjes. Het moge duidelijk zijn: deze broeder heeft weinig met dergelijke dieren; koetjes en kalfjes zijn niet aan hem besteed.

Jazeker – ik begrijp deze broeder heel goed.
Hoe vaak zien we niet een zekere afgang in de kerk?
Intussen wil deze broeder de rijkdom van formuleringen uit oude tijden vasthouden. Terwijl dat lang niet altijd kan. Al was het alleen maar omdat die formuleringen door jongeren vaak niet meer begrepen worden.

Bij de overdenking van dat gesprek kom ik uit bij de inzet van de algemene brief van de apostel Jacobus: “Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus, aan de ​twaalf stammen​ die in de verstrooiing zijn: wees verheugd!
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet”[2].

Jacobus is een aardse broer van de Here Jezus. Volgens een Joodse geschiedschrijver, Flavius Josephus, is Jacobus in 62 na Christus gestorven. De brief moet dus ergens in de jaren daarvóór zijn geschreven.

De christenen worden vervolgd. Jacobus is klaarblijkelijk bang dat pas bekeerde christenen hun geloof weer verliezen. Vanwege het feit dat ze worden weggedrukt. En ook door andere omstandigheden, wellicht.

Jacobus is een dienstknecht van God.
Laten wij daar vooral niet overheen lezen.
Jacobus leert aan zijn lezers dat de God van hemel en aarde de wereld in de hand heeft. Op deze manier herinnert Jacobus zijn lezers eraan dat het Hoofd van de kerk actief present is. De Heiland is er bij. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon, zeggen we in de kerk. Dat betekent: de hemelse Heer voert het plan dat Hij gemaakt heeft helemaal uit.
Het is heus niet zo dat de kerk in het luchtledige zwerft.
Het is ook niet zo dat Jezus Christus zich teleurgesteld terugtrekt. Zo van: die gelovige mensen op aarde redden zich maar. Welnee! De Redder van het leven beschermt Zijn kinderen, met de kracht die Hem eigen is.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.

Wees verheugd!, schrijft Jacobus. Want de beproeving van uw geloof geeft u meer volharding. U wordt getest. Hoeveel geloofskracht heeft u nu echt?
Eén ding is zeker: die geloofstraining geeft u meer doorzettingsvermogen.
Wees dus maar blij!
Het is belangrijk om dat duidelijk tegen elkaar te zeggen.

Die broeder van hierboven heeft veel zorgen over de kerk.
En laten wij maar eerlijk wezen: we vragen ons allemáál wel eens af hoe het verder moet met de kerk. Want wij bemerken bij tijd en wijle een schrijnend gebrek aan Bijbelkennis. Wij zien verslapping, misschien. En ongeïnteresseerdheid, zo nu en dan.
Daar praten wij met elkaar over. Wij praten elkaar moed in. ‘Wij zijn er nog’, zeggen wij opgelucht. En: ‘laten wij maar volhouden en doorzetten’.
Echter: dergelijke conversatie moet niet de eerste prioriteit in ons leven hebben.
Want het eerste dat wij tegen elkaar moeten zeggen is:
* wat zijn we blij met God de Vader, die ons voortdurend verzorgt!
en:
* wat zijn we blij met onze Heiland, die Zijn kerk permanente bescherming biedt!
Die geloofskennis mag en moet eerst geformuleerd worden.
En daarná moet die kennis steeds op de achtergrond van onze conversaties blijven staan.
Laten we, in al ons doen en laten, maar tonen dat kerklidmaatschap altijd iets feestelijks heeft.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Daarmee zeggen wij dan, als het goed is, impliciet: geef dat wij steeds beter leren om onze eigen wensen aan de kant te zetten; geef dat wij zonder mopperen naar Gods wet gaan leven.

Jacobus schrijft: in feite moet geen enkele deugd die een christen eigen moet zijn bij u ontbreken.
Jacobus schrijft: al die deugden moeten bij u zijn gerijpt[3].

Christelijke deugden – welke zijn dat?
Wij kunnen denken aan de volgende: geloof, hoop, liefde, godsvrucht, ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, rechtvaardigheid, trouw, ingetogenheid, matigheid, zelfbeheersing, volharding, vrijgevigheid en mededeelzaamheid[4].

Die oproep van Jacobus klinkt wellicht wat zweverig.
Immers: alle deugden moeten gerijpt zijn.
Maar dat ideaal is toch onbereikbaar?
Moeten wij ons toch zorgen over de kerk gaan maken?
Zeker niet!
Want net als Jacobus zijn gelovigen van de eenentwintigste eeuw dienstknechten van God. Met andere woorden: godvruchtige mannen en vrome vrouwen zijn in dienst van God.
De Schepper van hemel en aarde geeft Zijn kinderen op aarde ieder een taak. Onze roeping is om die taak standvastig en volgzaam uit te voeren.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Die bede geeft geen reden voor onrust of paniek. Want de Machthebber van hemel en aarde heeft kerk en wereld in de hand.
Ook in 2018. Zonder K. Schilder. Zonder M.B. van ’t Veer.
Maar ook nu moet de volharding volledig doorwerken.
Dus gaan wij rustig onze gang.
Gelovig.
Vervuld van christelijke deugden.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Jacobus 1:1-4.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1:4.
[4] Zie hierover bijvoorbeeld http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Deugd ; geraadpleegd op vrijdag 27 juli 2018.

7 augustus 2018

Met ongekende kracht

De krachten van de hemel zijn enorm groot.
Als wij ons daar iets bij voorstellen, moeten we altijd bedenken: het is groter… nog luisterrijker… nóg magnifieker!

God – onze God – is fenomenaal en majestueus. Moeiteloos slaagt Hij er in om alle wereldburgers, hoofd voor hoofd, aan te sturen. Iedere minuut van de dag. En ja, ook ’s nachts.
Aldus gebeuren er goede, christelijke dingen in de wereld. God geeft ons er de gaven voor. Hij creëert de omstandigheden. Hij geeft de mogelijkheden.
En toch komt al dat werk op onze naam te staan. Wonderlijk maar waar!

Leest u maar mee in Hebreeën 6: “Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten en de liefdevolle inspanning die u Zijn Naam bewezen hebt, doordat u de ​heiligen​ gediend hebt en nog dient. Maar wij verlangen ernaar dat ieder van u dezelfde inzet toont, tot volle zekerheid van de hoop, tot het einde toe, opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de beloften beërven”[1].
Laat ik, in verband hiermee, enkele zinnen uit de Dordtse Leerregels in herinnering brengen: “En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft”[2].
Met andere woorden:
als we – na een groots Goddelijk werk – op gang zijn gebracht, willen we ook niet meer anders.

Als wij ons dat realiseren gaan we – bijvoorbeeld – Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus beter begrijpen.

De bede ‘Uw koninkrijk kome’ betekent: “Regeer ons zo door uw Woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan U onderwerpen; bewaar en vermeerder uw kerk; verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen U opstaat; verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin U alles zult zijn in allen”[3].
Dus:
de God van hemel en aarde buigt onze wil om. En daarna worden we ook zelf actief. Als lid van de militia Christi gaan wij de strijd aan!

Vervolgens is het wel zaak om vol te houden. Wij moeten volharden zolang wij adem hebben.

Bij de formulering van de vorenstaande zin heb ik gedacht aan een boek waarin ervaringen van een longarts beschreven staan[4]. Deze arts behandelt veel patiënten met longkanker. Van de honderd patiënten blijven er slechts vijftien in leven. De dokter heeft afgeleerd om ‘Het valt wel mee’ te zeggen; dat doet het namelijk meestal niet. De dokter doet buitengewoon moeilijk werk!
De Engelse arts Cicely Saunders, één van de grondleggers van hospices en palliatieve zorg zei over haar werk eens: ‘Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven’[5].
Wie dat leest, beseft: wat liggen troost en verdriet soms dicht bij elkaar![6]

Als wij dat tot ons laten doordringen worden wij bepaald bij het antwoord op de vraag: wat is nu echt leven?
Het antwoord daarop luidt: wij weten zeker dat Jezus Christus terugkomt! Het Koninkrijk Gods breekt in alle volheid aan, schrijft iemand[7]. Kijk, dat is echt leven. Dan vangt het nieuwe leven aan.

Geloof en geduld: die twee zaken moeten Gereformeerde mensen vastgrijpen, zo lang als zij dat kunnen. En zij kunnen die beide dingen steeds in gedachten houden. Ook als zij zwakker worden. Ook als zij misschien wel snakken naar adem!

In Hebreeën 10 staat geschreven: “Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven”[8].
Dat woord ‘vrijmoedigheid’ heeft daar de kleur van: innerlijke zekerheid, vertrouwen[9].
Daar horen we, om zo te zeggen, de echo van Hebreeën 6.

Het is vakantietijd.
Na een druk kerkelijk seizoen ademen wij nu rustig in en uit.
Wij herademen, zogezegd.
Wij recreëren met diepe overgave en grote vreugd.
En dan kan ons, in een strandstoel, opeens de gedachte bekruipen: volgend seizoen moet ik het maar wat rustiger aan doen; dat is beter voor mij.
Laten wij, als wij zulke dingen denken, ook beseffen dat de Heilige Geest ons aanstuurt en dat God krachten geeft: laten wij vooral niet bang worden dat wij op een bepaald moment moe zullen wezen!
En trouwens: onze God werkt altijd.
Hij leidt ons door Zijn Woord en Geest.
Hij beschermt en vermeerdert Zijn kerk.
Het werk van de duivel maakt Hij uiteindelijk kapot.
Alle andere machten zullen ook stuk gemaakt worden.
De planning van iedereen die zich bezighoudt met het ondermijnen van Gods Woord en van het geloof wordt uiteindelijk totaal in de war geschopt.
Zo komt Gods Koninkrijk eraan, in al zijn glorie en volmaaktheid. Inderdaad, met ongekende kracht. Ongelooflijk, maar waar!

Noten:
[1] Hebreeën 6:10, 11 en 12.
[2] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 12.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 48, antwoord 123.
[4] De gegevens van dit boek zijn: Sander de Hosson, “Slotcouplet. Ervaringen van een longarts”. – Amsterdam: De Arbeiderspers, 2018. – 215 p.
[5] Zie over Cicely Saunders https://nl.wikipedia.org/wiki/Cicely_Saunders ; geraadpleegd op dinsdag 24 juli 2018.
[6] Zie hierover ook: Willy Wouters-Maljaars, “In stille kamers, achter dichte deuren”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 20 juli 2018, p. 11.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Hebreeën 6:11: “d.w.z. de zekerheid dat bij de wederkomst van Christus het Koninkrijk Gods in alle volheid aanbreekt en zij in de heerlijkheid van Christus zullen delen”.
[8] Hebreeën 10:35, 36 en 37.
[9] Zie de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Hebreeën 10:35.

27 juli 2018

Gebed om dienstbaarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Heidelbergse Catechismus gebruikt in Zondag 47 grote woorden.
Leest u maar mee.
“Wat is de eerste bede?
Antwoord:
Uw naam worde geheiligd. Dat wil zeggen: Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken, waarin uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen. Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – daarop richten, dat uw naam om ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt”[1].

Zegt u nu zelf: van onszelf komen wij daar nooit aan toe.
Dat wordt nooit wat.

Maar let dan op het eerste woordje in de tweede en derde zin van het antwoord: geef.
Dat roemen en prijzen wordt ons gegeven.
De Heilige Geest legt ons, om zo te zeggen, de juiste woorden in de mond.
Het gaat zoals Psalm 50 het zegt: “Ik geef u ruimte en gij zult Mij eren”[2].
Trouwens, de dichter van Psalm 67 draait er ook niet omheen:
“Hij, die alles geeft,
Hij zij hoog geprezen,
Hem moet ieder vrezen
die op aarde leeft”[3].

Zondag 47 lezend denk ik aan een artikel over de heer Trump, president van de Verenigde Staten.
Uit dat artikel geef ik graag enige citaten.
1.
“’Trump is de grote cowboy die de saloon schietend binnenkomt en verwarring zaait’, zegt Derk Jan Eppink. Hij is oud-medewerker van de Europese Commissie en nu senior fellow bij het London Center for Policy Research in New York. Trump weet volgens hem opschudding te veroorzaken, vervolgens de aandacht te trekken en daarvan te profiteren. ‘Hij weet precies wat hij wil’”.
2.
“Wanneer je groot denkt en zo onderhandelingen ingaat, kun je iemand worden die het proces verstoort. Als je zo ver buiten de grenzen denkt van wat voor mogelijk wordt gezien, verander je niet alleen het debat maar het hele kader waarin het debat wordt gehouden”.
3.
“Niet alleen op diplomatiek niveau, ook op het gebied van internationale handelsbetrekkingen stelt Trump zich op die manier op. Hij gebruikt invoerheffingen als drukmiddel voor onderhandelingen en legt ze eenzijdig op om zijn zin te krijgen.
‘Het is een ruwe, New Yorkse tactiek van intimidatie, van poker spelen. Zo haalt hij een akkoord of deal binnen”, zegt Derk Jan Eppink. “Dat zijn de traditionele politici in Europa en elders in de wereld niet gewend. Die cultuur kennen ze niet”[4].

Een president die als een grote cowboy de saloon schietend binnenkomt – nee, ik kan dat niet met Zondag 47 in lijn brengen.
In een uiteenzetting die ik las over enkele uitlatingen van de heer Trump werd op een rijtje gezet wat er van een aantal beweringen klopt. Het is verbijsterend om te zien hoeveel nonsens de Amerikaanse president wereldkundig maakt[5].
Beledigend spreken, schokkend optreden, stellingen verkondigen die deels of geheel gelogen zijn: dat past niet bij de stijl van de Here.

Natuurlijk – je kunt de boel eens flink opschudden door een aantal opvallende uitspraken te doen.
Ongetwijfeld kan het zo zijn dat president Trump maatregelen neemt en wetten uitvaardigt die de afbraak van Amerika als christelijke natie afremmen.
Maar dit gaat te ver.
Wat mij betreft demonstreert de Amerikaanse president vrij duidelijk hoe het niet moet.
Al met al is het zo dat president Trump al te vaak tekeer gaat als een olifant in de porseleinkast.
Deze manier van doen heeft, naar mijn inzicht, weinig te maken met Goddelijke almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid.

Zou het kunnen zijn dat het doen en laten van de Amerikaanse president een spiegel is voor het wereldwijde christendom?

Van christenen wordt gevraagd om, om zo te zeggen, iets van de Goddelijke glorie uit te stralen.
Daarom vragen we om wijsheid, teneinde verstandig te kunnen leven en werken.
Daarom willen we iedereen billijk en rechtvaardig behandelen.
Daarom laten we geen gelegenheid onbenut om te laten zien wat christelijke ontferming inhoudt.
Daarom houden we ons verre van leugens en halve waarheden.
Van nature zit dat niet in ons. Daarom leert de belijdenis om daarom te bidden.
Zondag 47 bindt ons op het hart om zo’n gebed nooit te vergeten!

Jezus Christus, de Heiland, leert al Zijn volgelingen ook om dienstbaar te zijn.
Kent u de geschiedenis van de voetwassing?
Die staat in Johannes 13. Jezus, de grote Meester, wast de voeten van al Zijn discipelen.
Wij lezen: “Toen Hij dan hun ​voeten​ gewassen had en Zijn ​kleren​ weer had aangedaan, ging Hij weer ​aanliggen​ en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb? U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw ​voeten​ gewassen heb, moet ook u elkaars ​voeten​ wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn ​heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft. Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet”[6].

En hoe doe je dat dan?
Daarover geeft de apostel Paulus ons enig onderwijs.
Hij schrijft aan de christenen in Corinthe: “De ​liefde​ is geduldig, zij is vriendelijk, de ​liefde​ is niet jaloers, de ​liefde​ pronkt niet, zij doet niet gewichtig”[7].
Ook in een andere brief noteert Paulus het een en ander over het belang van de liefde in de christelijke wereld.
In de brief aan Gods kinderen in Galatië noteert hij: “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige ​overtreding​ komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van ​Christus”[8].
Overigens zegt Jezus er Zelf ook iets over in Johannes 13: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar ​liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u ​liefde​ onder elkaar hebt”[9].

Zo gaan we van hooggeplaatste schietende cowboys naar dienende kerkleden.
Wij gaan van schokkende sprekers naar goedertieren gelovigen.
Toegegeven: het valt niet altijd mee om die dienstbaarheid vol te houden.
Het is daarom geen luxe dat Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus ons leert om in gebed naar Gods troon te gaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 47, vraag en antwoord 122.
[2] Psalm 50:7; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 67:3; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2241372-trumps-strategie-een-cowboy-die-schietend-de-saloon-binnenkomt.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[5] Zie https://www.nu.nl/weekend/5363021/nucheckt-klopt-er-van-uitspraken-van-trump-navo-top-.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[6] Johannes 13:12-17.
[7] 1 Corinthiërs 13:4.
[8] Galaten 6:1 en 2.
[9] Johannes 13:34 en 35.

20 juli 2018

De kerk zegt ‘Onze Vader’

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat doet een mens als hij in nood is?
Dan roept hij om zijn moeder.

Toegegeven, ik val met de deur in huis.
Maar een en ander zal alras duidelijker worden.

Eerst citeer ik iets uit een portret van de filosoof Awee Prins[1].
Dat portret stond in een recent verschenen editie in het Nederlands Dagblad.
Er stond onder meer: “Awee Prins is het levende voorbeeld van zijn overtuiging dat het leven niet beter wordt en dat al die mensen die beweren dat ze gelukkig zijn en dat het ‘goed met ze gaat’ leven in een bubbel. ‘Geluk is iets dat je slechts zo nu en dan toevalt.’ In het najaar van 2014 overleed zijn vrouw. ‘Sindsdien ben ik dolend. Haar dood heeft me volkomen uit het veld geslagen. Sommige van mijn collega’s heeft dat verbaasd. Als filosoof ben je immers beroepshalve voortdurend bezig met ‘het zijn en het niets’, met de fundamentele betrekkelijkheid van het bestaan. We zijn na de dood van mijn vrouw naar onze gekoesterde plek op een Grieks eiland gegaan. Het verdriet en de eenzaamheid werden er alleen maar groter. Er bestaat blijkbaar zoiets als de grenzen van het vaderschap. Uiteindelijk draait alles om de moeder. Daar kun je als vader nooit tegenop. Er is geen soldaat die op het slagveld om zijn vader schreeuwt’”[2].
Awee spreekt over de grenzen van het vaderschap.
Want als er grote problemen in je leven zijn, roep je om je moeder.

Behalve in de kerk.
Want daar richten wij ons tot onze Vader.
Gaat u maar na: “Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw koninkrijk kome…”. Enzovoort.

En waarom zeggen we ‘Onze Vader’?
De Heidelbergse Catechismus geeft in Zondag 46 het antwoord: “Christus wil reeds bij het begin van ons gebed in ons het kinderlijk ontzag en vertrouwen jegens God wekken, waarop ons gebed gegrond moet zijn. God is immers door Christus onze Vader geworden en Hij zal ons nog veel minder onthouden wat wij met waar geloof van Hem vragen, dan onze vaders ons aardse dingen weigeren”[3].

Dat kinderlijk ontzag en vertrouwen op God – dat begrijpen we nog wel.
Maar dat weigeren… – je weigert je kind toch wel eens wat? Je wilt immers niet dat jouw kind tien koekjes achter elkaar eet? Je wilt ook niet dat jouw zoon het speelgoed afpakt van zijn zusje, terwijl zij net zo lekker speelt?

‘Onze Vader’ – wat betekenen die woorden eigenlijk?
Daarvoor kunnen we in de leer bij de profeet Jesaja.
Onze Vader leeft en werkt over de generaties heen. Steeds weer verlost Vader Zijn volk uit moeilijke en levensgevaarlijke situaties. Hij leidt Zijn kinderen steeds de goede kant op.
Denkt u maar aan Abraham.
En aan het volk Israël dat door de macht van God van de onderdrukking van Egypte verlost wordt.
In Jesaja 63 klinkt dat zo: “Kijk neer uit de hemel en zie uit Uw ​heilige​ en luisterrijke woning. Waar zijn Uw na-ijver en Uw machtige daden, Uw innerlijke bewogenheid en Uw ​barmhartigheid? Ze houden zich jegens mij in. Toch bent U onze Vader, want ​Abraham​ weet van ons niet en Israël kent ons niet. U, HEERE, bent onze Vader; onze Verlosser van oude tijden af is Uw Naam”[4].
Jesaja doet een beroep op de trouw van God. Die trouw ziet Jesaja in de geschiedenis van Zijn volk. Maar nu? Hij zou er nu wel meer van willen zien.
Onze Vader, dat houdt dus in ieder geval in:
* God werkt op alle tijden en plaatsen
* God geeft verlossing op het moment dat Hijzelf bepaalt
* God is trouw.

Dat laatste, die trouw van God, mogen we in ons gebed nadrukkelijk en bij herhaling benoemen.
Jesaja doet namelijk dat ook. Want een stuk verder, in hoofdstuk 64, bidt hij: “Er is niemand die Uw Naam aanroept, die zich beijvert om U vast te grijpen, want U verbergt Uw aangezicht voor ons en U doet ons wegkwijnen in de greep van onze ongerechtigheden. Maar nu, HEERE, U bent onze Vader! Wij zijn het leem en U bent onze ​Pottenbakker: wij zijn allen het werk van Uw handen. HEERE, wees niet al te vertoornd en denk niet voor eeuwig aan de ongerechtigheid. Zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk”[5].
De term ‘Onze Vader’ gebruiken we dus ook om er bij de God van hemel en aarde op aan te dringen dat Hij Zijn schepping zal blijven onderhouden en verzorgen.

Nog één keer citeer ik uit dat portret van Awee Prins.
“Het bestaan is broos, Prins heeft het ondervonden, en wil het graag meegeven: word niet kwaad, raak niet verbijsterd wanneer het ineens donker wordt om je heen. Besef dat het niet om overwinnen gaat, dat de wereld niet uit ‘problemen’ en ‘oplossingen’ bestaat, maar dat alles aankomt op doorstaan, op dulden”.
Hetgeen, als u het mij vraagt, in gewone taal neerkomt op: gewoon doorgaan en je van de omstandigheden zo weinig mogelijk aantrekken. Hooguit roep je een keer keihard om je moeder…

Ach, laten we het in de kerk maar gewoon bij onze Vader houden.
Weet u wat er in Jesaja 65 door de hemelse God beloofd wordt? Onder meer dit: “Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden, ze zullen niet meer opkomen in het ​hart. Maar wees vrolijk en verheug u tot in eeuwigheid in wat Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde en zijn volk blijdschap. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem en vrolijk zijn over Mijn volk”[6].
De vreugde spat er af!
De blijdschap ligt er dik boven op!
Dat is heel wat anders dan doorstaan.
Dat is meer dan passief dulden.

Laten we in de kerk maar gewoon ‘Onze Vader’ blijven zeggen.
Dat is beter.
Veel beter.

Noten:
[1] Meer informatie over Awee Prins is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Awee_Prins . Een ander interview met hem is te lezen op http://www.volzin.nu/magazine/nu-in-volzin/item/421293-awee-prins-het-leven-wordt-niet-beter . Geraadpleegd op maandag 9 juli 2018.
[2] Hugo de Bruijne, “Loskloppend denken” – portret van de filosoof Awee Prins. In: ND Zeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 26 mei 2018, p. 5 en 6.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 46, antwoord 120.
[4] Jesaja 63:15 en 16.
[5] Jesaja 64:7, 8 en 9.
[6] Jesaja 65:17, 18 en 19 a.

10 juli 2018

Bid, en u zal gegeven worden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“In Amsterdam heeft rond 04.00 uur een bestelauto het gebouw van De Telegraaf geramd. Daarna vloog het voertuig in brand. Er zijn geen gewonden gevallen”. Het betreffende gebouw staat een aardig eindje van de weg af. De politie vermoedt daarom dat hier opzet aan de orde is.
Aldus meldden diverse media op dinsdag 26 juni jongstleden[1].

Wij leven in een tijd waarin woorden als ‘terrorisme’ en ‘aanslag’ een geheel eigen kleur hebben gekregen. Dat is treurig. Maar het is waar.

Dit kan er uiteindelijk van komen als mensen de teugels laten vieren. Dit gebeurt er als mensen vergramd en grommend in de wereld staan. Dit gebeurt er als mensen, koste wat het kost, de aandacht van de media willen hebben.

In Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus leren we dat, als wij gaan bidden, “dat wij onze nood en ellende grondig kennen, om ons voor het aangezicht van zijn majesteit te verootmoedigen”.
Welnu – in het bovenstaande zien we vóór ons wat onze ellende is.

Nu hoor ik u protesteren.
Want hoor ês, we rijden niet allemaal tegen het gebouw van De Telegraaf aan. We zijn niet allemaal pyromanen. We zijn niet allen vertrouwd met pistolen, geweren en kogels.

Intussen spreekt de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de ongebondenheid van de mensen die bedwongen moet worden[2].
En laten we maar eerlijk zijn: we doen allemaal wel eens dingen die niet door de beugel kunnen.
En soms beleven wij er ook nog heimelijk plezier aan.
Op andere momenten beseffen we eigenlijk heel best dat we iets doen wat maar beter niet in de krant gepubliceerd kan worden. Maar we doen die slechte dingen toch. Eenvoudigweg omdat we er niet in slagen om onszelf af te remmen. Daar hebt u die ongebondenheid. En die ongebondenheid is een van de elementen in de voedingsbodem van het terrorisme.

Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus stuurt ons een heel andere kant op.
Kijkt u maar:
“Wat behoort tot een gebed dat God aangenaam is en door Hem verhoord wordt?
Antwoord:
Ten eerste dat wij alleen de enige ware God, die Zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft te bidden”.

Van harte
aanroepen, staat er. Dat is, als u het mij vraagt, nog wel een punt van aandacht. Want ach… bidden is voor Gereformeerde mensen zo gewoon. We doen het een paar keer per dag. En nee, ons hart is er niet altijd helemaal bij.

Daar komt nog iets bij. Het kan gebeuren dat je jarenlang om bijstand vraagt, maar dat er voor je gevoel niets gebeurt. Helemaal niets. Dat roept vragen op. Je wordt er misschien wel wanhopig van. Want je hebt hulp nodig. En dat weet God toch wel? Hoe moet dat toch?

We komen hier op het terrein van de verhoring van ons gebed.
Zondag 45 zegt daarover: “dat wij deze vaste grond hebben, dat Hij ons gebed, al zijn wij dat niet waard, om Christus’ wil zeker verhoren wil, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft”[3].
Ik kwam ergens de volgende drieslag tegen:
Raketverhoring: een direct antwoord op het gebed. De bidder mag God danken en eren
Schildpadverhoring: er komt gaandeweg een antwoord, of later. De bidder moet geduld hebben.
Niet verhoren: de bidder mag erop vertrouwen dat God iets beters wil doen[4].

De Here vraagt van ons om te bidden naar Zijn wil.
Naar Zijn wil – in 1 Johannes 5 wordt die term ook gebruikt: “En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets ​bidden​ naar Zijn wil”[5].
En natuurlijk komt dan de vraag: wat wil God dan met mijn leven? Oftewel: wat is het doel van ons bestaan?
Er is niemand die precies uit kan leggen wat Gods bedoelingen zijn met het leven van een bepaalde man of vrouw. Dat blijkt vaak gaandeweg. En soms pas achteraf; dan kijkt u terug en dan gaat u een licht op.
Wat is het belangrijk dat wij leren om ons leven in Gods hand te leggen!

Laten we nog even teruggaan naar die bestelbus die te Amsterdam het gebouw van De Telegraaf ramde.
Wat was dat voor een merkwaardige actie? Het was, van welke kant je ’t ook bekijkt, vooral destructief. Wilde iemand de aandacht trekken van de media?

Eén ding is zeker: het is niet moeilijk om de aandacht van de Here te trekken.
Want Hij luistert altijd.
Leest u maar mee in Mattheüs 7: “Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden, Want ieder die ​bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden”[6].
De Here luistert altijd.
En met ons gebed gebeurt altijd wat. Het tijdstip van die Goddelijke reactie weten we echter niet.
Hoe dat zij: de deur van Gods troonzaal staat altijd open. Dat is alleszins rustgevend. Vindt u ook niet?

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2238436-busje-ramt-gebouw-de-telegraaf-politie-vermoedt-opzet.html ; geraadpleegd op dinsdag 26 juni 2018.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[3] Dit citaat en ook de voorgaande citaten uit de Heidelbergse Catechismus komen uit Zondag 45, antwoord 117.
[4] Zie http://www.herschepping.nl/07gv/bidden_12gebedsverhoring.php ; geraadpleegd op dinsdag 26 juni 2018.
[5] 1 Johannes 5:14.
[6] Mattheüs 7:7 en 8.

6 juli 2018

Bemoedigingsbeleid

Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus lijkt een strenge Zondag.
Leest u maar mee.

“Wat eist God in het tiende gebod?
Antwoord:
Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben.
Maar kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?
Antwoord:
Nee, want zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.
Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?
Antwoord:
Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Ten tweede dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken”[1].

Ontmoedigt deze zondag ons niet?
Kan het eigenlijk nog wel iets met ons worden?

Zijn de eisen van het tiende gebod in 2018 nog wel reëel?
De media vertellen ons dat de mentale druk op jongeren momenteel veel te hoog is.
De basisbeurs is afgeschaft. Bijbanen nemen veel tijd in beslag.
Je moet als jongere regelmatig gezien worden op sociale media.
Er is een snelle 24 uurseconomie. Daarin worden veel flexibele krachten gevraagd[2].
Ga er maar aan staan.

Over de ouderen hebben we het dan nog niet eens gehad.

Is Zondag 44 de Zondag van het ontmoedigingsbeleid?
Toch niet.
Want daar wordt ons geleerd:
* verwacht het niet van uzelf, maar van de Heiland waarover u in de Bijbel leest
* bidt om genade van de Heilige Geest
* kijk reikhalzend uit naar uw tweede vaderland en het eeuwig feest.

Als je op kantoor of in de fabriek je werk doet, doe je dat natuurlijk voor je leidinggevende. Voor het bedrijf of de instantie waar je werkzaam bent.
Maar is dat het enige motief dat jou aan het werk houdt? Of is er – bijvoorbeeld – ook nog een beetje prestatiedrang in het spel? Zo van: ik moet bewijzen dat ik best heel veel kan?
Een Ge-re-formeerd mens, een mens die vernieuwd wordt, werkt uiteindelijk als instrument in Gods hand.

Hoe dan?
Dat weten we heel vaak niet precies. Soms zien wij er plotsklaps iets van.
Dat overkomt Ananias in Damascus, bijvoorbeeld. Die Ananias is een discipel, een leerling van de Here. Hij moet naar Saulus toe gaan. Van die Saulus – die later Paulus zal gaan heten – is bekend dat hij een fanatiek christenvervolger is. Daarom is Ananias verbijsterd. Wat moet uitgerekend hij nou bij die Saulus, die christenhater? Maar de Here zegt in Handelingen 9: “Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”[3]. Daar hebt u het: Saulus wordt een instrument van de Here.
De God van hemel en aarde voert, om zo te zeggen, een Masterplan uit. Dat plan overzien wij niet. Maar zeker is wel: God geeft ons in de wereld de plaats die Hij van tevoren gereserveerd heeft.
De dichter van Psalm 73, Asaf, heeft het daar ook over:
“Ik zal echter voortdurend bij U zijn,
U hebt mijn rechterhand gegrepen.
U zult mij leiden door Uw raad,
daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen”[4].
Uw raad, dat betekent: Uw plan. God heeft de dagelijkse leiding in ons leven. Hij beslist wanneer we waar zijn, en wat wij daar doen.
Paulus zegt tegen de christenen in Efeze: alle dingen gebeuren zoals God dat wil. Hij formuleert het in zijn brief aan die christenen zó: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil”[5].
Hierboven staat een moeilijke zin, jazeker. Maar één ding staat als een paal boven water: als wij ons leven aan Hem overgeven, dan komt het gegarandeerd goed!

Wat betekent die term ‘de genade van de Heilige Geest’?
De God van hemel en aarde zette in het Oude Testament Zijn Geest af en toe zichtbaar in op speciale momenten, bij individuele mensen.
Vanaf de eerste Pinksterdag, die beschreven wordt in Handelingen 2, is de Heilige Geest beschikbaar voor alle gelovigen.
Paulus schrijft daarover aan de Efeziërs: “In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het ​Evangelie​ van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, ​verzegeld​ met de ​Heilige​ Geest​ van de belofte”[6].
Verzegelen – dat is, om te beginnen, een maatregel in de juridische sfeer. Als het gevaar dreigt dat spullen uit bijvoorbeeld een erfenis worden verdonkeremaand, vindt verzegeling plaats. De apostel bedoelt:
* u wordt afgeschermd;
* de duivel kan u niet bij de Here weglokken en aan zijn eigen leger toevoegen;
Verzegelen – dat doe je ook met een officiële verklaring die in een envelop zit. Niemand kan het Evangelie van de zaligheid van u afnemen.
Daarom heet Gods Geest hier ook de Heilige Geest van de belofte. Gods beloften kunnen namelijk nooit bij u weggepakt worden.
Zondige mensen krijgen Gods beloften aangereikt.
Gods Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Iedere dag brengt Hij het in hun gedachten:
* u geniet speciale bescherming
* de eeuwigheid komt eraan.
Paulus zegt in Romeinen 14: “…het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet uit eten en drinken, maar uit ​gerechtigheid​ en ​vrede​ en blijdschap in de ​Heilige​ Geest”[7].
Zo wordt het leven mooi!

We kijken reikhalzend uit naar het tweede vaderland en een eeuwig feest.
Gods kinderen hebben de Heilige Geest gekregen.
Jezus Christus, onze Heiland, heeft ons die Trooster gestuurd. De Geest woont in onze harten. Hij bewoont niet maar een paar kamers… – nee, Hij heeft in het hele huis de ruimte. In ons hele leven dus.
Wij, zondige mensen van 2018, worden – dankzij de Heiland – vrijgesproken van alle schuld. Daarom zal tegen ons worden gezegd: welkom in de hemel, de woonplaats van God!
Die boodschap moet de kerk uitdragen.
Dag aan dag.
Jaar in, jaar uit.

Kent u Paulus’ brief aan Titus? Die brief dateren we ongeveer 65 jaar na Christus. Titus is een belangrijke medewerker van Paulus[8].
Paulus schrijft hem onder meer dit: “Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn ​liefde​ tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest. Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door ​Jezus​ ​Christus, onze Zaligmaker, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn ​genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven. Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken”[9].

Nee, Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus voert geen ontmoedigingscampagne.
Zondag 44 voert een bemoedigingsbeleid.
Laat u dus niet deprimeren.
Maar ga de Heiland eren!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, vragen en antwoorden 113, 114 en 115.
[2] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/mentale-druk-op-jongeren-neemt-gevaarlijke-vormen-aan-1.1495094 ; geraadpleegd op dinsdag 19 juni 2018.
[3] Handelingen 9:15.
[4] Psalm 73:23 en 24.
[5] Efeziërs 1:11.
[6] Efeziërs 1:13.
[7] Romeinen 14:17.
[8] Zie hierover ook http://christipedia.nl/Artikelen/T/Titus_(bijbelboek) ; geraadpleegd op woensdag 20 juni 2018.
[9] Titus 3:4-8 a.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.