gereformeerd leven in nederland

9 mei 2019

Geen beeld beschikbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mijn smartphone heeft geen beeld, hoe los ik dat op?
Dat is een hedendaagse vraag waaruit achtereenvolgens een grote mate van korzeligheid en een gestadig toenemende wanhoop spreekt.

Intussen is onze God in geen enkele afbeelding te vangen.
Hoe sfeervol het plaatje ook is –
Hoe fraai een beeld ook gebeeldhouwd is –
altijd is God nog mooier, nog groter, nog machtiger.

Men zegt wel: een beeld zegt meer dan duizend woorden. En heel vaak kan men dat beamen.
Niettemin zegt de Heidelbergse Catechismus, dat oude leerboek van de kerk: “God kan en mag op geen enkele manier afgebeeld worden. De schepselen mogen wel afgebeeld worden, maar God verbiedt dat wij een afbeelding van hen maken of hebben om die te vereren of God daardoor te dienen”[1].

En bij nader inzien is dat zo gek nog niet.

Een paar jaar geleden promoveerde de heer Tom Powell op een studie naar de effecten van tekst en beeld in het nieuws.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Een van de beelden waarmee de communicatiewetenschapper werkte, was de beroemde foto van de verdronken peuter Aylan uit Syrië die op het strand van het Turkse Bodrum lag. Het beeld schokte de wereld. Maar zorgde het beeld daarvoor, of was het voornamelijk de tekst bij de foto die mensen roerde?
Voor zijn onderzoek liet Powell de foto aan Nederlandse en Amerikaanse proefpersonen zien. Het beeld stond expres bij een bericht over een strenger vluchtelingenbeleid. Achteraf stelde Powell vragen als: wil je de petitie tekenen om meer vluchtelingen op te vangen in Nederland? Steun je de militaire interventie in Syrië?
Wat bleek? Het beeld van de verdronken peuter zet aan tot acties zoals doneren aan een hulporganisatie, maar de tekst zorgt uiteindelijk voor verandering van politieke standpunten”.
In het bericht stond ook te lezen: “Een tekst lezen kost meer tijd, maar laat je wel de exacte betekenis weten”[2].

Dus:
* tekst zorgt voor nuancering van meningen
* tekst zorgt voor verandering van opinies
* met tekst komt de precieze boodschap die men brengen wil beter over.

Aldus bezien komt Exodus 34 helder in het licht te staan: “U mag u geen gegoten ​goden​ maken”[3].
Dat verbod blijkt in het Nederland van 2019 reuze modern te zijn. Immers – wie een beeld aanbidt, loopt het reële gevaar om heel ongenuanceerd te worden. Hij let slechts op de grote lijn. Hij veronachtzaamt allerlei gegevens uit Gods Woord, die belangrijk zijn om meer over God te weten te komen.
De Here laat ons in Zijn werk de exacte betekenis van Zijn geboden en verboden weten. Het blijkt in de praktijk volstrekt onvoldoende om de grote lijn van Gods werk een beetje te volgen. Voordat je ’t weet ga je eigen betekenissen geven aan de woorden die God zegt.

Exodus 34 is een tekst die ook in 2019 heel goed past!

Het was de christelijke gereformeerde hoogleraar M.J. Kater die een paar jaar geleden schreef: “Misschien moeten we eerst eens met elkaar eens afspreken in de kerk dat we niet achter de feiten aan gaan lopen. In de samenleving is al weer duidelijk het verlangen aanwezig naar ‘ont-beamering’ en een informatiedieet en verschijnen boeken over de grote nadelen van een leven in flitsende beelden en one-liners. Evenmin is het juist te denken dat we vandaag voor het eerst in een visueel ingestelde maatschappij leven. Er zijn studies in overvloed die erop wijzen dat de ontwikkeling van het modernisme sinds de 17e eeuw gepaard ging met zien als hoogste zintuigelijke waarneming”[4].
Verbeelding en fantasie – dat zijn gaven van God. Dat is zeker!
Maar in de dienst aan God wordt niets aan de verbeelding overgelaten.
Laten we elkaar in dit verband wijzen op woorden uit 2 Koningen 18: “Hij – dat is Hizkia – nam de offerhoogten weg, sloeg de ​gewijde stenen​ in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de ​koperen slang, die ​Mozes​ gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe ​reukoffers​ aan gebracht hadden; men noemde hem Nehustan”[5]. Nehustan – dat wil zeggen: ‘ding van koper’. En de maatregel is duidelijk: weg met dat ding!

Van de God van hemel en aarde bestaan geen goed gelijkende tekeningen.
Geen schilderijen.
Geen foto’s.
Geen beeldjes.
Geen hologrammen.
Geen powerpointpresentaties.
Niets van dat alles.
God zegt: ‘Ik ben oneindig veel groter dan uw animatietechniek en uw beeldmedia. Ik ben niet in een breedbeeld te vangen’.
God zegt: ‘lees Mijn Woord, en aanbidt Mij’.
God zegt: ‘weg met plaatjes, prentjes en poppetjes’.
God zegt: ‘Mijn Woord zegt genoeg. Meer dan genoeg. In dat Woord, daar leert u Mij kennen!’.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 35, antwoord 97.
[2] “Beelden zeggen niet altijd meer dan duizend woorden”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 21 september 2017, p. 10.
[3] Exodus 34:17.
[4] M.J. Kater, “Het Woord verkondigen in een visuele maatschappij”. In: De Wekker, vrijdag 1 september 2017, p. 6-9.
[5] 2 Koningen 18:4.

8 februari 2019

Gereformeerd: beginnen bij God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het woord ‘Gereformeerd’ wordt door vele christenen gebruikt.
Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.

Gereformeerd-zijn, dat betekent: God op Zijn Woord geloven.

Iemand schrijft: “Gereformeerd zijn betekent: de oorspronkelijke aanwijzingen van Jezus Christus navolgen, als mensen van nu”[1].
Daar zit wel wat in.
Alleen maar – wie dat zo zegt legt relatief veel nadruk op het inzicht van mensen.
En dat terwijl men moet beginnen bij God. En bij Zijn eer.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis doet dat zo: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[2].

De inzet van de Heidelbergse Catechismus is: “Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[3].

Gereformeerd zijn, dat is: vol vertrouwen de blik op God richten, Zijn eigenschappen bewonderen en dan, van daaruit keuzes maken in het leven.
Dat laatste levert in de praktijk nog wel eens problemen op. Immers – ongewild gaan mensen uit van hun eigen praktijk, hun eigen verwachtingen, hun eigen wens.

In dit verband denk ik onder meer aan een portret van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant R.J. Stolper – Ruard voor intimi. Dat stond onlangs in een bijlage van het Nederlands Dagblad.
Ik citeer: “Uiteindelijk heb ik na mijn studie gekozen voor geloof op heel rationele gronden. Ik ervaar God nu als heel erg goed en tegelijkertijd onnavolgbaar, grillig misschien. Ik kan niet zonder God, maar begrijp hem niet. De weg van Jezus vind ik de meest tegendraadse die er is. Ik vind het maar niets om te dienen of het minder te hebben dan anderen en ontdekte dat ik meer aan huis, geld en goed gehecht ben dan me lief is. Mijn diepste verlangen is dat ik over tien jaar nog steeds geloof, dat ik niet cynisch ben geworden”[4].
De uitlatingen van Stolper zijn best begrijpelijk.
Maar ze zijn niet goed.
Gereformeerden richten vol vertrouwen de blik op God.
U weet wel: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt…”[5].
Geloof geeft zekerheid.
Geloof geeft vertrouwen in God.
En dan mag je weten: God trekt mij steeds naar zich toe.
Dan mag je weten: God zal mij bij Zijn les houden.
Dan mag je weten: God zal ervoor zorgen dat ik niet cynisch word.

Bij dit alles denk ik ook aan die oude man wiens leven in een andere ND-bijlage geportretteerd wordt. Piet Holtman heet hij. Hij komt uit Arnhem en is 90 jaar.
Wederom een citaat: “Ik groeide op in een streng gereformeerd gezin; het was een kleine wereld. Ik werkte hard. Zo heb ik na de oorlog een hele winter geholpen met sloten graven. Ik had geen fatsoenlijke regenkleding en moest ’s morgens al in het pikkedonker aan de slag. Op zondag gingen we twee keer naar de kerk en ik zat op de jongelingsvereniging. Een keer per jaar hadden we een gezamenlijke jaarvergadering met de meisjes. Na afloop van zo’n vergadering heb ik Janny, mijn toekomstige vrouw, voor het eerst thuisgebracht. Wat me een tik heeft gegeven was de scheuring in de kerk in september 1944. We hadden een grote kerkgemeenschap en toen moest er zonodig gescheurd worden”[6].
De pijn en de frustratie van Holtman zijn voelbaar.
Het verdriet blijkt nog springlevend.
Maar de onderliggende vraag moet zijn: zou de God van hemel en aarde meer eer ontvangen hebben als de scheuring niet plaatsgevonden had? Het lijkt er toch werkelijk op dat het Gereformeerde leven z’n gangetje ging, en dat Holtman dat graag zo had willen houden. Wellicht onbewust maakt Holtman vooral een keuze voor zichzelf…

Gereformeerden heb je in soorten.
En dat is al jaren zo.
Echter – mensen schieten tekort. Zij zijn zondig. Op de keper beschouwd zijn zij geheel afhankelijk van Gods genade. Juist daarom is het van belang om, ook in 2019, te blijven beseffen wat Gereformeerd-zijn betekent!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.gkvzaltbommel.nl/index.php/wat-geloven-wij/wat-is-gereformeerd ; geraadpleegd op maandag 4 februari 2019.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, vraag en antwoord 1.
[4] “Mijn diepste verlangen: dat ik niet cynisch word”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 19 januari 2019, p. 24.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[6] ‘Als soldaat in Indië schreef ik elke dag een brief aan Janny’ – ouderenportret van Piet Holtman. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 26 januari 2019, p. 24.

28 januari 2019

Niets is te wonderlijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees. Zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?”.

Die vraag wordt gesteld in Jeremia 32[1].
En het antwoord op die vraag ligt voor de hand: nee, voor de Here is niets te gek; zelfs voor het grootste wonder draait Hij Zijn hand niet om!

Wanneer zegt de Here dat?

In Jeremia 32 moet Jeremia in opdracht van de Here een akker kopen. Zijn neef Hanameël komt naar Jeremia toe om de akker te koop aan te bieden. Jeremia krijgt het eerste recht van koop.
Dat gebeurt in tamelijk bijzondere omstandigheden. Want waar bevindt Jeremia zich? Antwoord: in de gevangenis.
Koning Zedekia heeft Jeremia laten arresteren, omdat hij geprofeteerd heeft over de inname van Jeruzalem. En, had Jeremia gezegd, Zedekia wordt ook naar Babel gedeporteerd. Welnu – dat soort boodschappen wenst Zedekia niet te horen. Dat pessimistische gepraat… de koning heeft er zijn buik vol van! Al die berichten uit de hemel… Zedekia wil er niet meer naar luisteren!
Als Hanameël het aanbod van de akker komt doen, begrijpt Jeremia het: dit is echt een dienstorder van de Here!
Gehoorzaam koopt hij het bouwland dat te koop staat. Er komt een officieel document, waarin de aankoop wordt bevestigd – keurig in tweevoud, zoals de Israëlitische wet dat voorschrijft. De koopbrieven worden netjes en zeer zorgvuldig bewaard.
Al met al is het, vanuit de mens bezien, echter een buitengewoon merkwaardige gang van zaken.
Een akker kopen in oorlogstijd? En dat terwijl de Babylonische legers al voor de stad staan om de macht over te nemen! Dat is hoogst opmerkelijk. In zo’n onzekere tijd ga je toch niet uitgebreid zaken zitten doen?

Jeremia begrijpt het ook niet. Natuurlijk, hij heeft gedaan wat de Here zei. Maar de logica van de gang van zaken ontgaat Jeremia volledig. Daarom gaat hij in gebed naar de Here toe.
Jazeker, Jeremia erkent het –
De God van hemel en aarde is machtig en wijs
De God van hemel en aarde ziet alles; Hij houdt het doen en laten van alle wereldburgers zorgvuldig in het oog
De God van hemel en aarde heeft indertijd in Egypte grote dingen gedaan: een heel volk bevrijdde Hij van slavernij en onderdrukking.
De God van hemel en aarde doet in de hele wereldgeschiedenis, en ook in de tijd van Jeremia geweldige dingen
Maar dit? –
De Here straft Zijn volk. En, meent Jeremia, de almachtige God heeft groot gelijk. Want heel het gepeupel loopt voortdurend bij de Here vandaan.
De Here heeft er Zelf voor gezorgd dat Jeruzalem ingenomen gaat worden. Oorlogstuig is er in overvloed. Voedsel wordt niet meer aangevoerd. Er breken ziektes uit; de pest bijvoorbeeld.
Kortom – Jeruzalem gaat plat.
En nu is er die aankoop van de akker.
Dat slaat toch nergens op?
Dat is toch het domste wat je kunt doen?

Hoe reageert de God van hemel en aarde op deze menselijke logica?
Ik citeer:
“Welnu, daarom, zo zegt de HEERE, de God van Israël, van deze stad, waar u van zegt: Zij is door het ​zwaard, door de honger en door de pest in de hand van de ​koning​ van ​Babel​ gegeven: Zie, Ik ga hen bijeenbrengen uit al de landen waarheen Ik hen in Mijn toorn, in Mijn grimmigheid en in grote verbolgenheid verdreven zal hebben, en Ik zal hen terugbrengen naar deze plaats en hen onbezorgd doen wonen. Zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ík zal hun tot een God zijn. Ik zal hun één ​hart​ en één weg geven om Mij te vrezen, alle dagen, hun ten goede, en hun ​kinderen​ na hen. Ik zal een eeuwig ​verbond​ met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun ​hart​ geven, zodat zij niet van Mij afwijken. Ik zal Mij over hen verblijden en hun goeddoen. En Ik zal hen in getrouwheid in dit land planten, met heel Mijn ​hart​ en met heel Mijn ziel”[2].

De Here geeft een ommekeer.
De God van hemel en aarde begint helemaal opnieuw.
De God van het verbond maakt Zijn naam waar.

Er zijn heel wat mensen die het vandaag de dag niet meer zo zien zitten. Zelfs de meest orthodoxe gelovigen worden bevangen door twijfels.
Wat zie je nou van de kerk?
Wat heb je in de dagelijkse praktijk aan je geloof?
De invloed van God en geloof is vrijwel nihil. Het lijkt er op dat een fenomeen als Blue Monday – deprimaandag – in Nederland nog het meest samenbindend werkt[3]. Toegegeven – schaatsmarathons helpen ook. Maar verder?
De wereld dendert van onrecht.
Het zogeheten kinderpardon, bedoeld voor kinderen die voor hun achttiende langer dan 5 jaar in Nederland verblijven en niet langer dan drie maanden buiten het toezicht van de overheid hebben gestaan, levert bij tijd en wijle verhitte discussies op; de vonken spatten er zo’n beetje af. Intussen komen vele kinderen in het nauw.
De mensen raken zo nu en dan verstrikt in hun eigen redeneringen. Vromen die eertijds diepgelovig waren zien het niet meer zitten.

Jeremia 32 pepert het ons weer eens in: de God van hemel en aarde is in staat de situatie van de wereld 180 graden te draaien!

Kent u Zondag 21 nog?
Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus bedoel ik.
Daarin belijden we “dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben9 en eeuwig zal blijven”[4].
En:
“Omdat Christus voldaan heeft, wil God nooit meer denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang moet strijden. Maar God schenkt mij uit genade de gerechtigheid van Christus, zodat ik nooit meer door Hem veroordeeld word”[5].
Dus –
door Christus’ werk is het leven van Gods kinderen 180 graden gedraaid
door Christus’ werk kent het leven van Gods kinderen een revolutionaire ommekeer
door Christus’ werk komt het leven tot rust.

Jeremia predikt in Juda.
De heersers van zijn tijd ergeren zich bont en blauw aan zijn prediking.
Maar het blijkt nog maar een begin. Immers – “… zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[6].

Dat Evangelie proclameert de kerk. Ook in 2019.
Nee, in Nederland luisteren velen niet meer naar die blijde Boodschap.
Maar dat kan best weer veranderen.
Zou voor God ook maar iets te wonderlijk zijn? De vraag stellen is haar beantwoorden!

Noten:
[1] Jeremia 32:27.
[2] Jeremia 32:36-41.
[3] Zie over Blue Monday https://nl.wikipedia.org/wiki/Blue_Monday_(dag) ; geraadpleegd op dinsdag 22 januari 2019.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 54.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 56.
[6] Johannes 3:16.

30 oktober 2018

Christus is van alle eeuwigheid

Er zijn in Schrift en belijdenis teksten die, als het er op aankomt, ver boven ons bevattingsvermogen uitgaan.
Neem nu de volgende passage uit één van onze belijdenissen.
“Wij geloven dat Jezus Christus naar zijn goddelijke natuur de eniggeboren Zoon van God is, van eeuwigheid voortgebracht. Hij is niet gemaakt of geschapen — want dan zou Hij een schepsel zijn — maar één van wezen met de Vader, mede-eeuwig, Hem in alles gelijk. De Schrift noemt Hem: de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen (…). Hij is Gods Zoon, niet alleen sinds Hij onze natuur heeft aangenomen, maar van alle eeuwigheid”[1].

Zo zeggen wij dat in de kerk.
Zo hebben wij dat geleerd.
Maar het is niet te begrijpen.
Want Hij is van eeuwigheid. Van alle eeuwigheid zelfs!
Dat gaat ver, heel ver boven ons uit!

Maar als het niet te begrijpen is, waarom zeggen wij het dan toch?[2]
Antwoord: omdat het heel belangrijk is om een goed antwoord te hebben op de vraag: wie is Jezus?

De kerk zegt: Hij is God.
De Jehova’s getuigen zeggen: welnee.

Kerkmensen werpen dan tegen: maar Jezus wordt toch de Zoon van God genoemd? Bovendien: God de Vader is God; dan is de Zoon dat toch ook?

Hoho, zeggen de Jehova’s getuigen. Pas bij zijn geboorte is Hij tot Gods Zoon aangenomen. En eigenlijk kun je nog beter zeggen: pas na Zijn opstanding werd Hij Gods Zoon.

Kerkmensen komen vervolgens gedienstig aandragen met Johannes 1. U weet wel: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”[3].
Maar daar doemt het volgende probleem reeds op. Want dat is volgens de Jehova’s getuigen verkeerd vertaald.

Met zulk een standpunt zeggen de Jehova’s getuigen heel het Evangelie, Gods blijde Boodschap voor de wereld, op losse schroeven.

In de brief aan de christenen in Efeze schrijft Paulus in hoofdstuk 3 over “God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[4].
Jezus Christus is de Schepper van de wereld. Dat moet geproclameerd worden in de wereld. Zo komen de mensen erachter hoe groot en veelvuldig Gods wijsheid is. Op die manier wordt Gods plan, dat al van eeuwigheid bestaat, naar behoren uitgevoerd.

In Hebreeën 1 gaat het over “de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft”[5]. Dus: Gods Zoon was reeds bij de schepping actief!
Even verderop in Hebreeën 1 staat: “U hebt ​gerechtigheid​ lief en haat ongerechtigheid. Daarom heeft Uw God U ​gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen”[6]. Daar wordt gedoeld op de zalving van Jezus Christus. De Hebreeënschrijver heeft het laatste deel van de zin overigens geleend van de zonen van Korach. Die zeggen het zo in Psalm 45[7].

Als je zegt: Jezus werd pas Zijn opstanding de Zoon van God, dan is Hij dus geen God geweest in Zijn lijden en sterven.
En dat terwijl God de Zoon naar de aarde kwam om voor onze zonden te betalen. Een dominee typeerde dat eens zo: “Alsof je als christen uit Nederland emigreert naar Noord- Korea en je blootstelt aan vervolging en marteling”[8].
Die opoffering is onvoorstelbaar. Dat is een zaak van geloof. Maar de Jehova’s getuigen wijzen dat af. Zij hebben er niets mee. Zij geloven er niets van. In feite is dat ongeloof. Niet meer en niet minder.

En dat terwijl het nodig was, dat Jezus in zijn lijden en sterven veel meer was dan een mens.
Denkt u maar aan de Heidelbergse Catechismus. Daarin wordt gevraagd: kan een schepsel dat alleen maar schepsel is, voor onze zonden betalen?
En dan is het antwoord: “nee, want ten eerste wil God geen ander schepsel straffen voor de schuld die de mens gemaakt heeft; ten tweede kan ook geen schepsel dat alleen maar schepsel is, de last van de eeuwige toorn van God tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen”[9].
Iemand gebruikte eens het volgende voorbeeld.
“Als je Gods toorn met een olifant vergelijkt, dan zijn wij maar mieren. Stel je een mier voor die ene olifant weg moet duwen. Al zouden miljoenen mieren dat tegelijk proberen dan lukt dat nog niet. Daarvoor is iets nodig van andere orde. Al zouden alle mensen van de wereld die ooit geleefd hadden die toorn God proberen weg te duwen of ertegenin te zwemmen, onbegonnen werk. Daar zijn geen mensen voor nodig, daar is God voor nodig. Alleen God kan tegen die stroom van toorn inzwemmen, die last wegdragen”[10].

De Jehova’s getuigen knippen de kern uit het Evangelie!

Wie is Jezus?
Men maakt een karikatuur van Hem.
Bij de Jehova’s getuigen. Maar ook elders.

Jezus is een symbool, zeggen de mensen vandaag.
Neem nou de volgende zinnen. “Het lijden van Jezus is een symbool voor het lijden van de mensen en het lijden van de wereld. Jezus neemt door zijn eigen lijden het lijden van de mensen op zich”[11]. Die woorden zien er prachtig uit. Intussen wordt de betaling van de zonden een beetje weggemoffeld!
Tenslotte – laten we niet net doen alsof dit alles reuze innoverend is.
Een Gereformeerde dominee schreef meer dan veertig jaar geleden al: “Zo blijft gelovige bezinning wie Jezus nu werkelijk is vandaag zeer nodig. Want als Hij slechts dat is, wat de mensen vandaag in Hem zien en vinden, en niet Gods Zoon, zelf God, dan kan Hij onze Middelaar en Verlosser niet zijn”[12].

De passage uit de belijdenis die in het begin van dit artikel geciteerd werd bevat grote woorden.
Maar wie die moeilijke woorden stiekem laat verdwijnen knipt God op menselijke maat.
Wie die moeilijke woorden stiekem laat verdwijnen maakt van de Bijbel een boek dat geen Evangelie meer heten mag.

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 10.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.hervormdwaarder.nl/nederlandse+geloofsbelijdenis ; geraadpleegd op donderdag 25 oktober 2018.
[3] Johannes 1:1.
[4] Efeziërs 3:9 b, 10 en 11.
[5] Hebreeën 1:1 en 2.
[6] Hebreeën 1:9.
[7] Psalm 45:8.
[8] De formulering is van dominee D. Breure. Hij is van hervormde huize; hij behoort tot de Gereformeerde Bond.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 5, antwoord 14.
[10] Het voorbeeld werd gebruikt door dominee Breure.
[11] Geciteerd uit https://www.thepassion.nl/fileadmin/bestanden-2016/user_upload/2018-01/The_Passion_2018_Toolkit_PABO.pdf ; geraadpleegd op donderdag 25 oktober 2018.
[12] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden I: Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 53.

23 oktober 2018

Veiligheid

Zo ongeveer de hele wereld lijkt in dit roerig tijdsgewricht bezig met activiteiten met betrekking tot het begrip dat tevens de titel van dit artikel is.
Op de site van de Volkskrant staat op donderdag 18 oktober 2018 een artikel over de veiligheid van scootmobielen; en vooral het gebrek aan die veiligheid[1]. De NOS kopt op dezelfde dag: ‘Nederlandse bouwsector al jaren niet meer serieus bezig met veiligheid’.

Bezig zijn met veiligheid is een must. Zeker in een land waar op ruim 41.000 vierkante kilometer zo’n 17.260.000 mensen wonen[2].

We zijn als Neêrlandse burgers verantwoordelijk voor elkaars welzijn.
Dat is trouwens niets nieuws.
Het Woord van God spreekt er al over.

In Deuteronomium 22 lezen we onder meer: “Wanneer u een nieuw ​huis​ bouwt, moet u op uw ​dak​ een borstwering maken, zodat u geen ​bloedschuld​ op uw ​huis​ laadt, wanneer iemand eraf valt”[3].

Over dat hoofdstuk schreef ik al eens: “Deuteronomium 22 gaat over rechten en plichten ten opzichte van de naaste. Zeg maar gewoon: over maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Stel dat u beesten tegenkomt die verdwaald zijn, maar die u herkent als dieren die behoren tot de veestapel van uw buurman. Zulke dieren mag u niet laten lopen. U moet ze naar de buurman terugbrengen. Datzelfde geldt ook voor kleren. Het feit dat u de buurman niet zo goed kent kan niet als excuus gelden.
Men moet maatschappelijk verantwoord bouwen. Wie dat niet doet, kan zomaar de grootst mogelijke ongelukken veroorzaken.
Bouwland moet men niet uitbuiten. De grond mag niet uitgemergeld worden. Kortom: het leven dient te worden beschermd”[4].

Het is duidelijk: wij zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de veiligheid in de samenleving. Dat gegeven is al zo oud als de Bijbel. In een seculiere samenleving raken wij dat echter in snel tempo kwijt.
Wij leven in een maatschappij waarin verantwoordelijkheden nogal eens worden afgeschoven, of zelfs domweg worden genegeerd. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als de winstmarges in het bedrijfsleven onder druk staan. In zo’n situatie blijkt dat geld boven verantwoordelijkheid gaat.
De heer Tjibbe Joustra, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zegt: “Als er een probleem is, kijkt iedereen weg. Als het mis gaat, wijst iedereen naar de ander. Iedereen zit meer aan de aansprakelijkheid te denken dan aan de vraag: hoe zorgen we dat dit nooit weer gebeurt? We zien bij onderzoeken altijd hetzelfde stramien: veel spelers, weinig verantwoordelijkheid”[5].
Laten we het maar zonder omwegen vaststellen: gebrek aan verantwoordelijkheid – dat is een goddeloos uitgangspunt!
In de kerk moeten we daarom Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus maar regelmatig blijven repeteren: “…terwijl God afgunst, haat en toorn verbiedt, gebiedt Hij dat wij onze naaste liefhebben als onszelf, jegens hem geduldig, vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk zijn, zijn schade zoveel mogelijk voorkomen en dat wij ook onze vijanden goed doen”[6].

Alles begint en eindigt bij de God van hemel en aarde.
Bij Hem die in Deuteronomium 12 afkondigt: “Maar u zult de ​Jordaan​ oversteken en gaan wonen in het land dat de HEERE, uw God, u in erfelijk bezit geeft. Hij zal u rust geven van al uw vijanden rondom u, en u zult veilig wonen. Dan zal daar de plaats zijn die de HEERE, uw God, zal ​uitkiezen​ om Zijn Naam daar te laten wonen”[7].

De God van hemel en aarde geeft garanties voor veilig leven en wonen!
Wie de diepte van die constatering peilen wil, moet het geheel van het Bijbelboek Deuteronomium overzien.

Dat Bijbelboek herinnert Gods volk eerst aan al datgene wat de Heere voor en met Israël gedaan heeft sinds de uittocht uit Egypte, in een periode van bijna veertig jaar[8].
De wetten die de Here gegeven heeft worden nog eens herhaald. Ze worden nog wat uitgebreid en vooral ook nader verklaard. Het moet het volk van God helder voor ogen staan dat de veiligheid die de Here geeft, aangeboden wordt binnen het kader van de door Hem verstrekte voorschriften. In die zin is veiligheid echt een Verbondszaak[9].
Daarom houdt de Here de tien geboden nog eens nadrukkelijk aan Zijn volk voor. Het belang van gehoorzaamheid wordt er bijna ingehamerd[10].
Binnen het verbond bloeit het leven op. Dan zijn er altijd mensen die goed leiding kunnen geven. Geen wonder eigenlijk dat Mozes’ opvolging uitstekend geregeld wordt[11].
Zo garandeert de God van het Verbond veiligheid aan Zijn volk!

Onze God geeft veiligheidsgaranties.
Dat dat geen broze zekerheden zijn, zien we in de wereldgeschiedenis.
Wie optimaal van die garanties wil genieten moet gehoorzaam naar Gods wetten leven.
Die veiligheidsgaranties zullen ook in de toekomst gelden, als zich nieuwe generaties aandienen.
Onze God pakt de veiligheid van Zijn kinderen groots en integraal aan!
Zo ongeveer de hele wereld is druk doende met het bevorderen van de veiligheid in deze wereld.
Bezig zijn met veiligheid is heden ten dage absoluut noodzakelijk.
Maar kerkmensen staan, als het hierom gaat, met 1-0 voor.
Want in de kerk mogen wij weten: God biedt Zijn kinderen bescherming.
In de kerk moeten wij echter ook beseffen: de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van onze medemensen is ten diepste een kwestie die thuishoort binnen de kaders van het Verbond.

Noten:
[1] Te vinden op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-scootmobiel-gevaarlijker-dan-de-fiets-en-de-auto-aan-die-rem-moeten-ze-echt-wat-doen-~b47dcb40/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_landen_naar_oppervlakte en https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/bevolkingsteller ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[3] Deuteronomium 22:8.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Genderneutraal’, hier gepubliceerd op woensdag 25 oktober 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/10/25/genderneutraal/ .
[5] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/tjibbe-joustra-als-er-een-probleem-is-kijkt-iedereen-weg-als-het-mis-gaat-wijst-iedereen-naar-de-ander-~b6253525/ ; geraadpleegd op donderdag 18 oktober 2018.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 40, antwoord 107.
[7] Deuteronomium 12:10 en 11 a.
[8] Zie de hoofdstukken 1 tot en met 4 van dit Bijbelboek.
[9] Zie de hoofdstukken 5 tot en met 26 van dit Bijbelboek.
[10] Zie de hoofdstukken 27 tot en met 30 van dit Bijbelboek.
[11] Zie de hoofdstukken 31 tot en met 34 van dit Bijbelboek.

19 oktober 2018

Woonplaats van Zijn heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou ik graag eens in de hemel willen kijken![1]
Gouden straten, juwelen op de wanden, schitterende vergezichten, overal gelukkige mensen… – ziet u dat voor u?[2]

Wie in de Bijbel op zoek gaat naar een beschrijving van die plaats komt echter niet veel verder dan: onbeschrijflijk mooi.
In 2 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Ik ken een mens in ​Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[3].

Het is, met andere woorden, in de hemel zo oogverblindend schitterend dat we de woon- en werkomgeving aldaar niet kunnen overzien. Het is onbegrijpelijk, zo luisterrijk en prachtig.

Uit 2 Corinthiërs 12 blijkt overigens dat we er ook geen woorden aan mogen geven.
Iemand heeft in de hemel woorden gehoord die niet mogen worden doorgegeven.

Is dat spijtig?
Die vraag kunnen we bevestigend beantwoorden. Want nu hebben wij nog steeds geen informatie over de hemel.
Op die vraag kunnen we echter ook ontkennend reageren. Dat is, goed beschouwd, beter. Want dan wordt duidelijk dat de aarde op geen enkele manier bij de hemel past. De woonplaats van God bevindt zich in een totaal andere dimensie.
De hemel heeft echt alles te maken met geloof.

De hemel is de woonplaats van Jezus Christus, de Heiland. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[4].
De hemel is open voor allen die geloven in Jezus Christus. Voor allen die Zijn verlossingswerk erkennen. Voor allen die geloven dat de beloften van de vergeving van zonden en het eeuwig leven werkelijkheid worden.
Er zijn menigten mensen die denken dat ze in de hemel komen. De basis van die veronderstelling ligt in de conclusie dat die mensen netjes geleefd hebben. Die mensen hebben keurig geleefd, niemand kwaad gedaan en nooit iets gestolen. Dan kom je in de hemel – toch? Niet dus. Het gaat erom dat je Jezus Christus eerbiedigt als jouw Redder!

De hemel is de residentie van de drie-enige God. Van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Die Drie-eenheid is onverbrekelijk. In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij daarover:
“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord:
Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[5].
Hoe zit die Drie-eenheid in elkaar? Hoe werkt die? Dat raadsel willen mensen gaarne ontrafelen. We kunnen in deze wereld al zovéél uitleggen. Waarom dit dan niet?
De dominee zegt het elke zondag in de kerk: “De ​genade​ van de Heere ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”[6]. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt onder meer op deze Bijbeltekst gewezen. En daar staat dan bij: “Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd dat er drie Personen zijn in één enig goddelijk Wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, geloven wij die nu op grond van het Woord en verwachten wij dat wij de volle kennis en vrucht ervan in de hemel zullen genieten”[7].
Kortom: heb geduld!
Wacht rustig af!
Geloof maar dat het te Zijner tijd volkomen duidelijk wordt!

Vanuit de hemel bestuurt God de Vader ons leven.
Hij is onze goedertieren hemelse Vader[8].
Om met Mattheüs 10 te spreken: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld”[9].

De kerk heeft, als het over de hemel gaat, een uiterst belangrijke Boodschap.
De apostel Paulus omschrijft die in Efeziërs 3 zó: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[10].
Dat is een heel lange zin. Wat je noemt een echt Paulinische constructie.
De gemeente – zeg maar even: de kerk – moet proclameren hoe wijs de God van hemel en aarde is. Dat blijkt altijd en overal. Van eeuwigheid, schrijft Paulus. Inderdaad – dat is voor mensen volstrekt onoverzichtelijk. De kerk moet het ronduit, zonder omwegen, verkondigen: de wijsheid van God gaat altijd en overal boven uit!

De hemel is, om zo te zeggen, het verzendhuis van de genade.
Denkt u maar aan Psalm 33 waar we zingend bidden:
“Zend o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer”[11].

De kerk zingt Gods lof. Tot in lengte van de aardse dagen!
Om het tenslotte met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de Heer.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer.
Maar wij, wij zullen prijzen onze Heer
van nu aan heel ons leven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 26:4, berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986:
“Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wond’ren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid”.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://visie.eo.nl/2004/06/13-vragen-over-hemel-en-hel/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 oktober 2018.
[3] 2 Corinthiërs 12:2, 3 en 4.
[4] Johannes 14:6.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 9.
[8] De term komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[9] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[10] Efeziërs 3:8-11.
[11] Psalm 33:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 115:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.