gereformeerd leven in nederland

26 augustus 2022

Hartelijk dank!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, en door de Heilige Geest, bemoedigende woorden.
Paulus komt – zo schrijft hij – te Zijner tijd, samen met alle andere christenen, voor Jezus te staan. Op dat moment zal blijken hoe groot de genade van God is. Mensen die in hun aardse leven veel zonden hebben gedaan laat Hij toch toe in Zijn Goddelijke woonplaats. Wat is God barmhartig! Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Niettemin is het de waarheid die de Bijbel ons voorhoudt. Jezus is opgestaan nadat Hij Zijn verlossingswerk voltooid heeft. Zo’n opstanding zullen ook wij beleven.
Nee – de dood is niet het einde.
Ja – het mooiste deel van ons leven komt er nog aan.
Wat gaan wij doen als dat ons levensperspectief is?
Als het goed is wordt ons bestaan dan één groot stuk dank. Natuurlijk – ons bestaan is niet vlekkeloos en niet probleemloos. Maar de grondtoon is wel: hartelijk dank, Here!
De eerbiedige dank wordt voortdurend uitgesproken. Dat gebeurt overal ter wereld. Wij kunnen er niet over uit. Wat de Heiland heeft gedaan is ongelooflijk!
Zo wordt de eer van God steeds groter.
In een leven dat in de regel stampvol dank zit, verliezen we de moed niet.
Zeker – wij worden ouder. De lichamelijke en geestelijke mogelijkheden nemen langzaam af.
Maar intussen gebeurt er in ons leven van alles. Wij worden namelijk klaargemaakt voor een nieuwe toekomst.
Nogmaals – naarmate wij ouder worden worden onze mogelijkheden beperkter.
En we moeten maar ronduit zeggen dat de problemen in de wereld enorm zijn. Denkt u alleen maar aan de vluchtelingenproblematiek.
Ach, vergeleken met eeuwig geluk en vrede vallen de wereldproblemen bijna weg. Wij kunnen ons dat vandaag niet voorstellen. En voordat u ’t weet zegt iemand: ‘U mag de moeilijke vraagstukken van onze tijd niet kleineren’. Iemand vraagt: ‘Beseft u wel hoe moeilijk het allemaal is’?
Och – weet u wat Paulus in 2 Corinthiërs 4 schrijft?
Onder meer dit: “Wij weten immers dat Hij Die de Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. Want dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg”.
Paulus heeft het nota bene over een lichte verdrukking!
Wij kunnen ons geen voorstelling maken van geluk dat door niets bedorven kan worden. Wij kunnen ons geen voorstelling maken van vrede die niemand kapot kan schieten. De eeuwigheid is, in de meest letterlijke zin, onvoorstelbaar! De kloof tussen ons aardse leven en ons hemelse bestaan is werkelijk immens, onafzienbaar![1]

Als wij het bovenstaande overzien merken wij hoe genadig onze God is. Hij weet wat Hij van Zijn volk kan verwachten. Onze natuur is verdorven. Wij worden in zonden ontvangen en geboren. Van nature zijn wij uit op elk kwaad.
Maar Hij is ook consequent: een mens moet betalen voor zijn zonden.
Om het met de Heidelbergse Catechismus te zeggen:
“Kan een schepsel dat alleen maar schepsel is, voor ons betalen?
Antwoord: Nee, want ten eerste wil God geen ander schepsel straffen voor de schuld die de mens gemaakt heeft; ten tweede kan ook geen schepsel dat alleen maar schepsel is, de last van de eeuwige toorn van God tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen”.
“Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten wij dan zoeken? Antwoord: Een Middelaar die een echt en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen: die tegelijk echt God is”.
“Wie is dan deze Middelaar, die echt God en tegelijk een echt en rechtvaardig mens is?
Antwoord: Onze Here Jezus Christus, die ons door God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing”.
De hemelse God houdt ons voortdurend in het oog.
Wat zondige mensen niet kunnen, vult Zijn Zoon genadig aan.
De Koninkrijksregering staat voortdurend in contact met de burgers van het Koninkrijk[2].

Dat voortdurende contact steekt scherp af bij het doen en laten van de Nederlandse regering op dit moment.
In het Reformatorisch Dagblad van vrijdag 19 augustus jongstleden staat te lezen dat Arjen Boin, hoogleraar publieke instituties en openbaar bestuur aan de Universiteit Leiden, scherpe kritiek op het kabinet heeft. Het is, zegt hij, merkwaardig dat de overheid “signalen uit de samenleving lijkt te missen. Tijdens de coronapandemie zagen we dat ook. De overheid heeft een doel, en dat staat niet ter discussie. Vervolgens zoekt ze het beste instrument om dat uit te voeren, los van hoe burgers het zien. Terwijl eerst luisteren en dan besluiten nemen een wezenlijk is onderdeel van politiek leiderschap”.
Noëlle Aarts, communicatiewetenschapper aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is het wel met Boin eens. Zij spreekt uit: “Beleid is natuurlijk altijd een ongelooflijk compromis waar al heel veel partijen bij betrokken zijn. Het zou kunnen dat de betrokkenen bij de uitvoering dan buiten beeld raken”[3].

God wil Zijn genade aan ons tonen – altijd en overal. Hij doet niets liever! Hij staat in nauw contact met heel Zijn volk. Hij heeft contact met kleinen en groten. Dat blijft zo tot onze dood.
Nee – de dood is niet het einde.
Ja – het mooiste deel van ons leven komt er nog aan.
Laten we dus maar zorgen dat ons leven één groot stuk dank blijft!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 4:14-17.
[2] In deze alinea gebruik ik Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus. Uit diezelfde Catechismus citeer ik: Zondag 5, vragen en antwoorden 14,15 en: Zondag 6, vraag en antwoord 18.
[3] Ik citeer uit: “En weer werd beroerde boodschap beroerd gebracht”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 19 augustus 2022, p. 6.

7 juni 2022

Gods glorie fonkelt

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd. Nu gaan wij weer het gewone leven in. Wij lopen, zegt Hebreeën 12, voort “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God”[1][2].  

We bevinden ons op de renbaan.
Er dringt zich een vergelijking op met soldaten die hun conditie trainen op de stormbaan. Die conditie is nodig om het vaderland te kunnen verdedigen.
Als je geluk hebt komt de generaal langs om je een hart onder de riem te steken.     
Of desnoods de president. Zoals bijvoorbeeld president Zelensky in Oekraïne. Op zondag 29 mei jongstleden was de leider aan de frontlinie bij Charkov en zei: ‘Ik wil jullie allemaal bedanken. Jullie wagen je leven voor ons allemaal en voor ons land. Bedankt voor het verdedigen van de onafhankelijkheid van Oekraïne. Pas goed op jezelf’.
In Oekraïne is men nog niet zeker van de overwinning.
Maar in de kerk zijn we dat wel. 
Want Jezus Christus is al op het eindpunt. Hij bevindt zich op het culminatiepunt van de wereldgeschiedenis: de hemel, Zijn woonplaats. Daar toont Hij Zijn almacht[3]

Dat heeft Hij altijd al gedaan. De profeten hadden het er al over dat Christus moest lijden en zo Zijn heerlijkheid moest ingaan: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Emmaüsgangers –: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!  Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?”.
Hij heeft mensen ingezet om zijn blijde Boodschap de wereld in te brengen. Zo gaat dat in 2022 ook nog. Daarom is de kerk er. Midden in de storm, te midden van het woeden van de wereld richt de kerk haar oog op de Voleinder van het geloof[4].

Jezus Christus is in de tijd die Hij op aarde was diep, diep vernederd.
Maar nu zit Hij op de hoogste troon die er in de wereld is. Hij heeft meer macht dan de heren Poetin, Biden en Zelensky bij elkaar. Ja, alle wereldburgers moeten voor Hem buigen!

Dat brengt de kerk dus tot evangelisatiewerk. En tot zendingswerk.
Die evangelisatie- en zendingsactiviteiten vallen altijd op. Soms worden ze in de wereld druk besproken.
Hoe komt dat?
Omdat de kerk achter Jezus Christus aan gaat. Christus is de afstraling van Gods heerlijkheid, zegt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 1. Wij zien de weerschijn van die glorie in de kerk. Daarom zeggen de omstanders soms: die kerkmensen hébben wat.
Wat is de weerschijn van die glorie precies? Dat wordt omschreven in Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus: “Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”.
Laten wij goed lezen wat daar genoteerd is.
Er staat niet dat u de hele dag blij moet wezen.
Er staat niet dat een gelovig mens met een brede glimlach zijn werk doet, naar de supermarkt gaat, zijn eten kookt, aan mantelzorg doet en zijn hobby’s beoefent.
Er staat niet dat wijzelf, met een uiterste krachtsinspanning, het laatste restje blijheid uit onze harten moeten opdiepen.
Nee, wij hebben vreugde in ons hart door Christus. Er staat dus wel dat kinderen van God nooit helemaal hopeloos zijn. Wij ontlenen onze levenslust aan Gods beloften voor de toekomst.
Daarom gaan wij de zonden steeds meer mijden.
Paulus schrijft in dat kader aan de Romeinen: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?”. De zonde is dus geen overheersende macht meer in ons leven.
Laten wij maar eerlijk zijn: daar begrijpen die omstanders weinig van. Die kerkmensen hébben wat… maar wat? Welnu, kerkmensen mogen het uitleggen: dit is de fonkeling van Gods glorie[5].

Jezus Christus zit aan Gods rechterhand. Daar is Hij neergezet. Het is God “uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten”. Zo staat dat in Efeziërs 1. Hij zit daar als Hogepriester. Hij doet dienst in het hemels heiligdom als onze Pleiter: ‘Spreek hem/haar vrij, want Ik heb Mijn lijden volbracht’.
Op die hogepriester moeten wij het oog op houden. Te Zijner tijd zullen wij Hem zien. Hij is, om zo te zeggen, in de wedloop voor ons uit gelopen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Want God graveert Zijn wet in onze harten. In Hebreeën 8 wordt het zo geformuleerd: “Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Wij dragen Gods wet in onze harten mee. Wij gaan, om zo te zeggen, gewapend de wereld in![6]

De Hemelvaartsdag ligt achter ons. De Pinksterdagen zijn gepasseerd.
Wij mogen verder gaan door het leven heen, op weg naar het schitterende eindpunt: de hemel, met het rechtstreekse zicht op onze Heiland.
Laten wij onderweg maar volop aan het werk blijven. Met activiteiten die – om  weer met Zondag 33 te spreken – “uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden”![7]  

Noten:
[1] Hebreeën 12:2.
[2] In dit artikel wordt aandacht besteed aan Hebreeën 12:2. Op zondag 29 mei 2022 werd in de morgendiensten van De Gereformeerde Kerk Groningen een preek gelezen over Hebreeën 12:2 en 3. Die zondagmiddag werd een preek gelezen over Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. Beide preken werden geschreven door ds. C. Koster, predikant van De Gereformeerde Kerk Lansingerland. Dit artikel is onder meer het resultaat van een verdere doordenking van die preken.
[3] Het citaat van de Oekraïense president Zelensky komt van https://nos.nl/liveblog/2430606-zelensky-alle-essentiele-infrastructuur-in-severodonetsk-is-vernietigd ; geraadpleegd op maandag 30 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 24:25,26.
[5] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Hebreeën 1:3 en Romeinen 6:1,2. Verder citeer ik antwoord 90 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.
[6] In deze alinea gebruik ik achtereenvolgens Efeziërs 1:20 en Hebreeën 8:1. Ik citeer Hebreeën 8:10.
[7] In deze alinea citeer ik een gedeelte van antwoord 91 uit Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus.

28 april 2022

God glorieert in de kerk

“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat wil zeggen: Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht. Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.
Er zijn veel Gereformeerde kerkgangers die kunnen zeggen dat ze die woorden al heel lang kennen. Ze staan in de Heidelbergse Catechismus. In Zondag 52, om precies te zijn.

Voor dat woord ‘koninkrijk’ staat er in het Grieks basileia. Dat woord kan behalve ‘koninkrijk’ ook ‘koningschap’ of ‘heerschappij’ betekenen. Daarom zijn er mensen die menen dat het in deze bede niet om Gods koninkrijk, maar om drie Goddelijke eigenschappen gaat: heerschappij, kracht en heerlijkheid.
Waar men ook voor kiest, duidelijk is wel dat het de bedoeling is dat wij God laten gloriëren. We bewonderen Hem. Wij geven Hem de hoogste eer die wij kunnen geven.
Ondertussen weten wij: het komt gegarandeerd goed met ons. Basileia – daarin herkennen wij ons woord ‘basiliek’. Dat is een aanduiding voor een belangrijk Rooms-katholiek kerkgebouw. Maar Gereformeerden mogen het wel zó zeggen: wij zijn in Gods basiliek – wij staan in Zijn invloedssfeer, wij leven en werken in Zijn machtsgebied, wij bewegen ons op het terrein waar alles Goddelijke glorie uitstraalt. De kerk is Zijn basilica, Zijn vorstelijke woning[1].

Daarom
is het zo belangrijk hoe wij ons in de kerk gedragen.
Daarom is het van groot belang om in de kerk altijd bij God te beginnen. Het gaat er niet om dat wij het in de kerk leuk hebben. Het gaat er niet om dat ons religieuze gevoel een beetje wordt gemasseerd en gestreeld. Het gaat er in de kerk om dat wij God eren. Het gaat er om dat we in de kerk weer teruggaan naar het kerndoel van ons bestaan: Gods glorie.

Voor dat begrip ‘kracht’ staat er in het Grieks dunamis. Zonder moeite herkennen wij ons woord ‘dynamiek’.
Dat Griekse woord duidt op het vermogen om een boodschap over te brengen. In dit verband mogen wij zeggen: dunamis is het vermogen om de blijde Boodschap de wereld in te brengen, met alle consequenties van dien. Gods glorieuze Woord heeft betekenis in alle situaties die zich op aarde voor doen!
In een woordstudie over dunamis staat te lezen: “Op weer andere plaatsen krijgt men de indruk dat dunamis als het ware gepersonifieerd is: men denkt niet meer aan de kracht als zodanig of aan de daad van kracht, maar aan een persoon of instantie als ‘vertegenwoordiger van een bepaalde macht of kracht”. Leest u maar mee in Mattheüs 24: “En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden”. En in Marcus 14: “En Jezus zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel”. En in 1 Petrus 3: daar gaat het over de opstanding van Jezus Christus, “Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn”.
Het is duidelijk: in de kerk, vanuit de kerk en boven de wereld is er van alles in beweging[2].

Daarom is het van belang om de God van de hemel en de aarde in de wereld te representeren.
Daarom behoren wij, als het enigszins kan, beschikbaar te zijn als er in de kerk of in onze omgeving een beroep op ons wordt gedaan.
Daarom is de agenda van een Gereformeerd mens niet te vergelijken met die van een enthousiaste stadionganger of die van een gemiddelde kroegtijger. Ons leven is niet gemiddeld. Ons bestaan is, als het goed is, altijd en overal gericht op de God van het Koninkrijk.     

Voor het woord ‘heerlijkheid’ staat er in het Grieks doxa. Dat betekent: Goddelijke majesteit, hemelse glans. Die kunnen we op aarde in de regel niet zien. Zeker is wel dat we Gods lof op aarde kunnen uitspreken. Gods lof kunnen we ook bezingen. Dat is een kerntaak van de kerk!
Gebeden in de kerk beginnen heel vaak met een doxologie, een lofverheffing. God staat in het middelpunt. Bij Hem begint het. Vergeleken met Hem zijn wij maar klein. Vuil en vol tekorten.
De God van alle genade leidt zulke mensen naar een toekomst met Hem. Dankzij Jezus Christus die de schuld van onze zonden heeft weggedaan. Als de hemelse God naar ons kijkt heeft Hij ook Zijn Zoon in beeld. Wat een geluk!

Wij moeten deze bede lezen in het licht van Openbaring 19: “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”.
Het is zo’n tien dagen geleden dat wij Pasen vierden. We gaan naar Hemelvaartsdag toe: Jezus Christus heeft plaatsgenomen aan de rechterhand van Vader. Hij is Koning. En dat zal Hij voor immer blijven! Jezus’ proclamatie ‘Het is volbracht!’ wordt nooit meer herroepen. Hij voert Zijn plan uit. Uiteindelijk komt de Heiland terug op de wolken. En er is geen storm, geen klimaatveranderandering die Hem tegenhoudt. Pandemieën en puinhopen vormen voor Hém geen enkele belemmering.
Een dominee zei in verband met deze bede eens in een preek: “De geschiedenis is heilsgeschiedenis in het groot en in het klein. Zie maar in de wereld om u heen: steeds groeiende conflicten, toenemende spanningen, natuurrampen, gebeurtenissen die u verbijsteren. Het is toch allemaal heilsgeschiedenis van God in Christus. In uw eigen leven ook. Dat graf dat gedolven werd, het ongeluk dat u overkwam, de moeite in uw studie, de tegenslag in zaken, de teruggang in heel het economisch leven. Het is toch ontrolling van de heilsgeschiedenis van God in Christus: want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid”.
Dan komt er van alles dichterbij.
De oorlog in Oekraïne.
Het feit dat alles duurder wordt. Over economische teruggang gesproken!
Alle discussies rond euthanasie en ‘voltooid leven’.
Kanker en allerlei andere ziekten die sommige levens langzaam afbreken.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Agressie op straat en huiselijk geweld in woningen.
Enzovoort.
Al die gebeurtenissen laten zien dat we relatief weinig oplossingen kunnen bieden voor onze problemen. Als er al oplossingen zijn, dan is dat meestentijds slechts lapwerk. Echte verlossing moet komen van Jezus Christus, de Heiland.  Laten wij Hem dus maar loven en prijzen![3][4]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://debijbel.nl/leesplannen/verdiep-je-in-het-onzevader/10432 ; geraadpleegd op maandag 25 april 2022.
[2] In deze alinea gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie dunamis. Uit Gods Woord citeer ik Mattheüs 24:29, Marcus 14:62 en 1 Petrus 3:22.
[3] In deze alinea citeer ik Openbaring 19:6-9. Verder citeer ik uit een preek van ds. M.J.C. Blok sr. (1914-1976). De preek gaat over de vragen en antwoorden 128 en 129 van Zondag 52 uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdag 28 april 2022, een bespreking wijdt aan het slot van het ‘Onze Vader’: ‘Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
Bij de bespreking gebruikt men: ds. J.M. de Jong, “Want van u is de heerlijkheid eeuwig – Hoofdstuk 12 (pagina 69-72) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; Bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].

21 april 2022

Sancties

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Het woord zwalkt door het zwerk: sancties.
Het Nederlands Dagblad meldt op vrijdag 15 april: “Duizenden Russen in Nederland hebben een brief van de ING-bank gekregen waarin staat dat zij niet meer dan 100.000 euro op hun rekening mogen hebben. Ook krijgen nieuwe klanten uit Rusland of Belarus een ‘speciaal kenmerk’ in de administratie. ‘Daardoor kan het aanvragen van nieuwe producten voor deze groep mensen langer duren’, schrijft de ING. De ING is momenteel de enige bank die de sancties zo letterlijk uitvoert. Het zorgt voor flink wat emoties onder Russen in Nederland en een klachtenregen richting de ING”.
Daar staat dat woord: sancties.
Rusland wordt afgestraft voor de oorlog met Oekraïne.
En dat doet zeer. Heel zeer soms[1].

In de kerk weten we ook van straf. En van sancties.
Mensen hebben van nature levenslang oorlog met God.
De Heidelbergse Catechismus zegt het in Zondag 4 onomwonden: “God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen”.
De apostel Paulus schrijft in Romeinen 1: “Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken”. En even verder: “Want zij hebben, hoewel zij God kennen, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd. Terwijl zij zich uitgaven voor wijzen, zijn zij dwaas geworden”.
Kortom – wij hebben enorm veel sancties verdiend.
Sterker nog, zegt Zondag 4: “God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig. Daarom eist zijn gerechtigheid dat de zonde, die tegen de allerhoogste majesteit van God begaan is, ook met de zwaarste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft wordt”.
De zwaarste sanctie is zogezegd nog niet genoeg… In Zondag 5 staat zelfs dat wij onze schuld elke groter maken.
Het zou helemaal niet zo gek zijn als de hemelse God ons op alle fronten kortwiekte![2]

Laten wij nog even naar Rusland kijken. Het spreekt vanzelf dat men daar met allerlei ingewikkelde constructies probeert om onder die sancties uit te komen. Sanctiecoördinator Stef Blok zegt: “Ondernemers en financiële instellingen lopen tegen veel praktische vragen aan. Een voorbeeld is de Europese lijst met namen van gesanctioneerde bedrijven en personen. De mensen op die lijst zijn heel vaak eigenaar via een baaierd aan tussen-bv’s. Het kan gebeuren dat iemand voor nog geen 5% eigenaar is van een bedrijf, maar toch beslist wat er gebeurt. Dus hoe kom je er precies achter wie de echte eigenaar is? Dit vergt veel uitzoekwerk”.
Ook in de kerk zijn wij voortdurend op zoek naar vluchtwegen. In augustus 2015 ging het daar op deze internetpagina ook over. Toen werd geschreven: “We kennen de vragen van Zondag 4:
* Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan?
* Wil God zo’n ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten?
* Maar God is toch ook barmhartig?
Als het aan mensen maken we van de kerk een poldereconomie, een uitgebreide overlegcultuur.
Als het aan mensen ligt, hebben alle kerkmensen een beetje inspraak bij het besturen van de trein. En liefst bepalen we ook nog democratisch bij welke stations de trein zoal zal stoppen”.
Het moge duidelijk zijn: kerkmensen hebben geen behagen in Goddelijke sancties[3].

Welnu, in het verbond zijn de sancties voor gelovige mensen opgeheven. Maar dat gebeurde niet omdat wij een topprestatie hebben geleverd. Integendeel!
De Heidelbergse Catechismus leert ons:
“Krijgen dan alle mensen door Christus het heil terug, zoals zij in Adam veroordeeld zijn?
Antwoord: Nee, maar alleen zij die door waar geloof bij Hem worden ingelijfd en al zijn weldaden aannemen”.
En:
“Wat is waar geloof? Antwoord: Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[4].

In de kerk hoeven wij niet bang te zijn voor sancties. Want Jezus Christus heeft voor al onze schuld betaald. De Verbondsgod kortwiekt ons niet. Hij geeft ons alle ruimte om onze dankbaarheid te tonen. Wij zijn bij Hem in dienst. Iets mooiers bestaat er niet!
Laten wij daarom maar opgewekt onze weg door de wereld gaan. Opgewekt, in de zin van Psalm 32:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des Heren is bedekt.
De Here rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”[5].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “ING voert sancties door, Russische klanten boos”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 15 april 2022, p. 2.
[2] In deze alinea citeer ik uit: Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 10 en 11; Zondag 5, antwoord 13. En uit Romeinen 1: de verzen 18, 21 en 22.
[3] Het citaat van sanctiecoördinator Stef Blok is afkomstig van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/13/stef-blok-over-sancties-rusland-oekraine ; geraadpleegd op vrijdag 15 april 2022. Het citaat uit augustus 2015 komt uit mijn artikel ‘Op het perron’, hier gepubliceerd op dinsdag 11 augustus 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/08/11/ .
[4] In deze alinea citeer ik uit: Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, vragen en antwoorden 20 en 21.
[5] Psalm 32:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

11 april 2022

Dopen, Pasen en Pinksteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Wij gaan naar Pasen toe.
Het is opvallend hoe in de Heidelbergse Catechismus de doop en het Paasfeest met elkaar verbonden worden. In Zondag 26 lezen we het volgende.
“Hoe wordt u in de heilige doop onderwezen en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus aan het kruis u ten goede komt?
Antwoord: Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben. Dit is even zeker als ik gewassen ben met het water, dat de onreinheid van het lichaam wegneemt”.
In het water van de doop rimpelt het Paasfeest al. En het wordt nog duidelijker. En mooier.
“Wat betekent dat: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? Antwoord: Dat wij van God vergeving van de zonden hebben uit genade, om het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook, dat wij door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn, zodat wij hoe langer hoe meer van de zonde afsterven en godvrezend en onberispelijk leven”.
De doop, Pasen en Pinksteren worden dus in één adem genoemd. Want het gaat over het waterbad van de doop, over het bloed van Christus dat Hij vergoten heeft en over de Heilige Geest die ons vernieuwt[1].

Er loopt een lijn in de geschiedenis. Die loopt van Genesis 1 naar Openbaring 22. De hoge God weet precies hoe die lijn loopt. En ook hoe lang die lijn gaat worden.
Wij denken heel vaak in momenten en fragmenten. Of misschien in periodes en tijdperken. Wij spreken over de COVID-19-crisis. En over de oorlog in Oekraïne. Het verleden verdwijnt al snel uit onze geheugens. Wij kunnen niet in de toekomst kijken.
Zondag 26 van de Heidelbergse Catechismus bewijst ons eens te meer dat onze God de lijnen in ons leven trekt. Laten wij ons, met heel ons hebben en houden, in Zijn handen geven!

Wij lezen in de Heidelbergse Catechismus over het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft.
Als wij over dat bloedvergieten lezen denken we momenteel ook aan heel veel ander bloed. Het bloed van Oekraïeners, met name.
We denken aan het drama in Boetsja zijn op de straten tientallen lijken gevonden. Ook elders lagen lijken op straat; in Irpin bijvoorbeeld. De NOS meldde: “De vondst van tientallen lijken op de straten van de Oekraïense plaats Boetsja leidt wereldwijd tot geschokte reacties. Het lijkt erop dat terugtrekkende Russische soldaten uit frustratie en wraak willekeurige burgers dood hebben geschoten. De Oekraïense buitenlandminister spreekt van een ‘opzettelijke massaslachting’ door de Russen. Maar om in de rechtszaal te kunnen bewijzen dat het om oorlogsmisdaden gaat, moeten een paar belangrijke vragen worden beantwoord. Onderzoekers zijn daar nu al mee bezig”.
We denken bijvoorbeeld ook aan de vreselijke raketaanval in Kramatorsk, op donderdag 8 april jongstleden.
De gruwelijkheden der Russen zijn ronduit mensonwaardig.
Onmenselijk, in de meest letterlijke zin van het woord.
Wat er in Oekraïne gebeurt is een humanitaire ramp.
Het is verschrikkelijk.
Schokkend.
En net als we denken dat het niet erger kan, blijkt het nog monsterlijker, nog weerzinwekkender te kunnen worden.
Eigenlijk schieten woorden tekort.
Maar er is één ding dat we nimmer mogen vergeten: de God van hemel en aarde is de Schepper van alle leven. Zijn werk wordt vernield! Zijn werk wordt zwaar beschadigd!
De vraag klemt: zouden er onder al die doden ook kinderen van God zijn? Het antwoord is: zeer waarschijnlijk wel.
Of dat nu wel of niet zo is: drama’s als in Boetsja strepen Christus’ reddingswerk niet weg. Christus’ offer aan het kruis is namelijk borgtochtelijk: Hij heeft betaald voor de zondeschuld van allen die in Hem geloven! Dat staat recht overeind.
De feiten met betrekking tot dood en verderf in Oekraïne demonstreren menselijke frustratie, onmacht, wraaklust. En het moet maar weer eens tot ons doordringen: als de rem van Gods wet er niet op zit, doen wij dat zomaar net zo. Wellicht denken wij: zo erg is het met ons toch niet gesteld? Ach, laten wij het vooral nooit vergeten: in de kerk zitten mensen die van zichzelf één grote bron van smerigheid en vuil vormen. Als mensen niet beteugeld worden komen zij tot afgrijselijke en afzichtelijke dingen…
Zo bekeken is het een wonder dat er redding uit die ijzingwekkende ellende is!
Kinderen van God zijn met het bloed en de Geest van Christus gewassen. Dat verandert nooit. Gods kinderen zijn voor eeuwig schoon![2]

In de Heidelbergse Catechismus belijden wij dat we door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn.
Wat betekent dat? Paulus schrijft daarover aan de christenen in Rome: “Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade”.
De zonde is er wel. Maar die zonde is niet meer het overheersende element in ons bestaan. In ons leven zien we vooral Gods goedheid. Zelfs in de meest deplorabele omstandigheden is er wel reden om optimistisch te blijven over het vervolg van ons leven.
Want zelfs als wij het aardse leven plotsklaps los moeten laten is er dat vervolg in de heerlijkheid. In de hemel is voor alle kinderen van God een prachtige plaats gereserveerd![3]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit Heidelbergse Catechismus: Zondag 26, antwoorden 69 en 70.
[2] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2423804-boetsja-drama-lijkt-oorlogsmisdaad-maar-hoe-bewijs-je-dat ; geraadpleegd op maandag 4 april 2022.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 6:12-14.

7 april 2022

Climax in Verbondsverkeer

Het eindgericht is een gebeurtenis die ons troosten kan. Niet zelden zijn we er, diep in ons hart, een beetje bang voor. Zouden we er wel dóórkomen?
Maar er is hoop.
Dat wordt – bijvoorbeeld – duidelijk in Jesaja 66.
Het gaat daar over het laatste oordeel. Maar ook over de tijd daarvóór.
Het gaat onder meer over Israëlieten die terug zullen keren uit de ballingschap.
De beelden lopen wat door elkaar.
De tijd waarin deze profetie gesproken werd moet voor Jesaja en zijn luisteraars nogal verwarrend zijn geweest. Gereformeerden van 2022 roepen weleens dat ze in moeilijke tijden leven. Dat moge zo zijn, maar in Jesaja’s tijd was het allemaal óók niet gemakkelijk.
Hoe dat zij – laten we het goed voor ogen hebben: Jesaja geeft troostrijke woorden van de Here door.
En het wordt volstrekt helder: de Verbondsgod kijkt dwars door de tijd heen. Ja, Zijn blik gaat over tijdperken heen.

Welnu – als de Here dwars door de tijd heen kijkt, dan ziet Hij ons nu ook. En ook vandaag wil Hij dichtbij ons zijn.
Hij wil in ons hart wonen.
En wij mogen in het gebed tot Hem naderen.
Tot Hem naderen: dat is een wat ouderwetse, een wat statige uitdrukking. Maar het gaat dan ook om de heilige God.

Tot Hem naderen: dat doen wij in ons gebed. We zonderen ons van de wereld af en concentreren ons op Hem.
In onze eeuw is men in staat om zelfs over dat gebéd nog ruzie te maken.
Ooit – het was ergens in 2006 – kwam in het nieuws: “In de gemeenteraad van Dirksland is een rel ontstaan over het ambtsgebed. Het nieuwe PvdA-raadslid Henk Huber weigert deel te nemen aan het gebed, dat de burgemeester voor en na elke raadsvergadering uitspreekt. Als het aan Huber ligt, belandt die traditie nog vandaag in de prullenbak. Partijen als SGP en ChristenUnie in de Flakkeese gemeente zijn boos en verwijten de PvdA’er ‘onbeschoft en disrespectvol’ gedrag”.
In een dergelijke situatie is het maar beter niet in het openbaar te bidden.
Want wie in het gebed tot Hem naderen wil, moet dat vooral eerbiedig doen. Iedereen mag bij de Here komen. Maar als dat gaat geschieden in een sfeer van ‘ze bidden hier, en ik ben er toevallig ook bij’ – dan is er weinig begrip van de ‘entourage’ van een gebed.
Wat is die ‘entourage’? Bidden staat gelijk aan het betreden van de troonzaal. We komen binnen in de ruimte waar de Koning zetelt. Daar horen geen lange gezichten bij. Daar is tegenzin misplaatst, en narrig gedrag uit den boze. Dat komt – letterlijk! – bij de duivel vandaan.

Wij moeten Hem, zoals dat in de Heidelbergse Catechismus heet, “van harte aanroepen”.
En als we gaan bidden, kan dat niet anders dan in het besef dat wij kleine en onmachtige mensen zijn die alles van God moeten krijgen. Van onszelf maken wij er helemaal niets van.
Als we met zo’n houding bidden, dan wordt ons gebed verhoord[1].

Waarom weten we dat zo zeker?
Omdat we dat in de Bijbel lezen.
Denkt u maar eens aan Daniël.
Hij kwam niet bij God omdat hij zo’n nette en integere functionaris was. Hij kwam bij Hem omdat Hij een instrument was in Gods hand.
Daniël naderde tot God met een beroep op Zijn barmhartigheid. Leest u maar mee: “Nu dan, onze God, luister naar het gebed van Uw dienaar en naar zijn smeekbeden. Doe, omwille van de Heere, Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is. Neig Uw oor, mijn God, en hoor! Open Uw ogen om onze verwoestingen en de stad te zien waarover Uw Naam is uitgeroepen, want wij werpen onze smeekbeden niet voor U neer op grond van onze gerechtigheden, maar op grond van Uw grote barmhartigheid. Heere, luister. Heere, vergeef. Heere, sla er acht op en doe het, wacht niet langer – omwille van Uzelf, mijn God. Over Uw stad en over Uw volk is immers Uw Naam uitgeroepen”.

Als wij bidden doen wij een beroep op Gods genade.
Dat hebben we niet zelf georganiseerd.
Nee, het is het gevolg van Gods keuze.
Het is een gevolg van de uitverkiezing: het feit dat we uitgekozen zijn om een Goddelijke opdracht uit te voeren, een dienstorder van hemels niveau.
En voor al die geloofsactiviteit krijgen wij alles wat we nodig hebben[2].

Laten wij elkaar in dit verband wijzen op Johannes 15: “Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft. Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt”. De dingen die we krijgen staan op naam van de Christus. Want Hij heeft ze voor ons betaald. Hij heeft ze, om zo te zeggen, voor ons klaar laten leggen[3].

Maar hebben wij dan zelf niets in te brengen? Hélemaal niets??
Jawel. Toch wel.
De geloofsactiviteiten die we ontplooien zijn geen uitvloeisels van een zakelijke overeenkomst. We werken in liefde.
We hebben, als het goed is, de Here lief. Ons hele leven lang. En Jezus is duidelijk: “Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde. Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf. Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden”.
En: “Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb”.
Dat is ook Johannes 15!
Bidden: dat doen we ten principale omdat we uitgekozen zijn. En gaandeweg gaat ons bidden met meer Geestdrift gepaard – met een hoofdletter G. Want Gods Geest werkt in ons hart. Bidden – dat zit zogezegd in Gods keuzeprincipe. Het zit ‘m in de uitverkiezing![4].

Nu we dat weer even hebben ‘opgefrist’, weten we ook weer dat Gods kinderen niet bang hoeven te zijn voor het eindgericht. Zij zijn immers door God uitgekozen?
Wij beseffen ook dat wij, als we gaan bidden, dat niet overal en nergens moeten gaan doen. Bidden: dat doen we niet waar Jan Rap en zijn maat bij zit.
Bidden: dat zijn de hoogtepunten in het contact tussen de tronende God en Zijn uitverkoren volk.
Bidden: dat is het culminatiepunt van het Verbondsverkeer![5]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 45, antwoord 117.
[2] In deze alinea gebruik ik Daniël 9:17-19.
[3] In deze alinea citeer ik Johannes 15:16,17.
[4] In deze alinea gebruik ik Johannes 15:9-12.
[5] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik zo’n 16 jaar geleden schreef. Het artikel is gedateerd op donderdag 18 mei 2006.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.