gereformeerd leven in nederland

19 oktober 2018

Woonplaats van Zijn heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat zou ik graag eens in de hemel willen kijken![1]
Gouden straten, juwelen op de wanden, schitterende vergezichten, overal gelukkige mensen… – ziet u dat voor u?[2]

Wie in de Bijbel op zoek gaat naar een beschrijving van die plaats komt echter niet veel verder dan: onbeschrijflijk mooi.
In 2 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Ik ken een mens in ​Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen. En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen in het ​paradijs​ en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken”[3].

Het is, met andere woorden, in de hemel zo oogverblindend schitterend dat we de woon- en werkomgeving aldaar niet kunnen overzien. Het is onbegrijpelijk, zo luisterrijk en prachtig.

Uit 2 Corinthiërs 12 blijkt overigens dat we er ook geen woorden aan mogen geven.
Iemand heeft in de hemel woorden gehoord die niet mogen worden doorgegeven.

Is dat spijtig?
Die vraag kunnen we bevestigend beantwoorden. Want nu hebben wij nog steeds geen informatie over de hemel.
Op die vraag kunnen we echter ook ontkennend reageren. Dat is, goed beschouwd, beter. Want dan wordt duidelijk dat de aarde op geen enkele manier bij de hemel past. De woonplaats van God bevindt zich in een totaal andere dimensie.
De hemel heeft echt alles te maken met geloof.

De hemel is de woonplaats van Jezus Christus, de Heiland. In Johannes 14 zegt Hij: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[4].
De hemel is open voor allen die geloven in Jezus Christus. Voor allen die Zijn verlossingswerk erkennen. Voor allen die geloven dat de beloften van de vergeving van zonden en het eeuwig leven werkelijkheid worden.
Er zijn menigten mensen die denken dat ze in de hemel komen. De basis van die veronderstelling ligt in de conclusie dat die mensen netjes geleefd hebben. Die mensen hebben keurig geleefd, niemand kwaad gedaan en nooit iets gestolen. Dan kom je in de hemel – toch? Niet dus. Het gaat erom dat je Jezus Christus eerbiedigt als jouw Redder!

De hemel is de residentie van de drie-enige God. Van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Die Drie-eenheid is onverbrekelijk. In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus belijden wij daarover:
“Waarom noemt u drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is?
Antwoord:
Omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God”[5].
Hoe zit die Drie-eenheid in elkaar? Hoe werkt die? Dat raadsel willen mensen gaarne ontrafelen. We kunnen in deze wereld al zovéél uitleggen. Waarom dit dan niet?
De dominee zegt het elke zondag in de kerk: “De ​genade​ van de Heere ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”[6]. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt onder meer op deze Bijbeltekst gewezen. En daar staat dan bij: “Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd dat er drie Personen zijn in één enig goddelijk Wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, geloven wij die nu op grond van het Woord en verwachten wij dat wij de volle kennis en vrucht ervan in de hemel zullen genieten”[7].
Kortom: heb geduld!
Wacht rustig af!
Geloof maar dat het te Zijner tijd volkomen duidelijk wordt!

Vanuit de hemel bestuurt God de Vader ons leven.
Hij is onze goedertieren hemelse Vader[8].
Om met Mattheüs 10 te spreken: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld”[9].

De kerk heeft, als het over de hemel gaat, een uiterst belangrijke Boodschap.
De apostel Paulus omschrijft die in Efeziërs 3 zó: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[10].
Dat is een heel lange zin. Wat je noemt een echt Paulinische constructie.
De gemeente – zeg maar even: de kerk – moet proclameren hoe wijs de God van hemel en aarde is. Dat blijkt altijd en overal. Van eeuwigheid, schrijft Paulus. Inderdaad – dat is voor mensen volstrekt onoverzichtelijk. De kerk moet het ronduit, zonder omwegen, verkondigen: de wijsheid van God gaat altijd en overal boven uit!

De hemel is, om zo te zeggen, het verzendhuis van de genade.
Denkt u maar aan Psalm 33 waar we zingend bidden:
“Zend o grote Koning,
uit uw hemelwoning
uw genade neer.
Wij, die U belijden,
ons in U verblijden,
hopen op U, Heer”[11].

De kerk zingt Gods lof. Tot in lengte van de aardse dagen!
Om het tenslotte met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de Heer.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer.
Maar wij, wij zullen prijzen onze Heer
van nu aan heel ons leven”[12].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 26:4, berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986:
“Mijn handen was ik rein,
als ik voor U verschijn
en zingend om uw altaar schrijd.
Ik zal uw wond’ren noemen,
met liefde zal ik roemen
de woonplaats van uw heerlijkheid”.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://visie.eo.nl/2004/06/13-vragen-over-hemel-en-hel/ ; geraadpleegd op dinsdag 16 oktober 2018.
[3] 2 Corinthiërs 12:2, 3 en 4.
[4] Johannes 14:6.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 8, vraag en antwoord 25.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 9.
[8] De term komt uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[9] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[10] Efeziërs 3:8-11.
[11] Psalm 33:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] Psalm 115:8; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

21 september 2018

Nieuw begin door Gods Geest

God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.
Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad. Behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.
Zo belijden wij dat in de kerk[1].

Mensen zijn van nature geheel en al bedorven.

Toch kunnen zij, ook al doen zij aan God noch gebod, nog wel onderscheiden wat fatsoenlijk of onbetamelijk is.
Zij hebben enige kennis van God.
Zij zijn in staat om kinderen en jongeren op het juiste pad te brengen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat God genadig is.
Dankzij Hem geraakt deze wereld niet geheel en al in de vernieling.

Daarin zien we iets van Gods liefde.
Als God niet zou hebben ingegrepen was deze wereld binnen de kortste keren een woestenij geworden. Een puinhoop. De geschiedenis van de aarde zou roemloos geëindigd wezen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons een treurige les: als het aan onszelf ligt, wordt het niets meer met de wereld.
Maar diezelfde Catechismus brengt bij de kerk meteen ook Gods Heilige Geest in beeld.

Want in de kerk zorgt die Heilige Geest voor een nieuw begin.
In zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe omschrijft Paulus de activiteit van Gods Geest zo: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”[2].

Vroeger was er het oude verbond tussen God en Israël. Israël moest gehoorzaam zijn, en God zou Zijn volk zegenen. De regels die binnen dat verbond golden werden op twee tafels geschreven. De Tien Geboden waren, om zo te zeggen, in steen gegrift.
Maar nu is er een nieuw verbond.
Niet slechts met regels die voor ons liggen, en die Gods kinderen – waar zij zich ter wereld ook bevinden – moeten lezen. Het betreft niet alleen geschreven wetten die we toe moeten passen in ons dagelijkse doen.
Nee, er is meer.
In het nieuwe verbond creëert Gods Heilige Geest in de harten van gelovige mensen een heerlijk huis. De Heilige Geest is de gids op weg naar het eeuwige leven. De Heilige Geest is ook de garantie: dat eeuwige leven komt er echt aan!

Als wij met een schuin oog op het bovenstaande de krant gaan lezen, komt het nieuws heel anders bij ons binnen.
Neem nu het Nederlands Dagblad. In één editie vinden we de koppen “Grootschalig misbruik in Duitse kerk”, “Extra misbruikberaad in Rome”, “Toezicht op verwarde personen niet beter”, “Coalitie in Duitsland ruziet over inzet Syrië” en “Zo gelukkig is onze jeugd niet”[3].
Zo zit de wereld in elkaar.
Dat is de lijn in de wereld.
En dat verandert werkelijk niet.

Maar in de kerk staan de zaken anders.
Heel anders.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. A.N. Hendriks schreef daar eens over: “Hoezeer de nieuwe wereld van Gods herschepping reeds in onze wereld doorgedrongen is, brengt Paulus in 2 Korinte 5:17 treffend onder woorden: ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. De gelovige is niet slechts een nieuw schepsel, Paulus zegt het krasser: een nieuwe schépping. Hij deelt in wat in Christus’ opstanding openbaar werd: Gods nieuwe wereld.
Juist aan de gelovigen mag zichtbaar worden dat ‘het oude’ -de onverloste wereld- voorbijgegaan is en dat ‘het nieuwe’ -de verloste wereld- gekomen is.
Nee, Paulus vergeet niet dat de jongste dag nog moet aanbreken. De apostel weet dat de heerlijkheid nog over Gods kinderen geopenbaard moet worden (…). Maar deze wetenschap verhindert hem niet zo stellig te spreken over de grote doorbraak, die bij allen die in Christus zijn, zich mag voltrekken. Zij behoren niet meer tot de oude wereld, maar zijn burgers van Gods nieuwe wereld. In feite zijn zij al een stukje van die nieuwe wereld”[4].

In dat licht bezien is de stimulans van de apostel Paulus in Efeziërs 4 heel logisch: “En bedroef de ​Heilige​ ​Geest​ van God​ niet, door Wie u ​verzegeld​ bent tot de dag van de verlossing”[5].
En wij begrijpen het wel: die stimulans is ook een troost – de duivel zal nooit in staat zijn Gods uitverkoren kinderen naar de oude wereld terug te trekken!

De wereld kijkt maar al te vaak narrig en verongelijkt naar de mensen in het Nederlandse kerkelijke leven. En men mompelt: ‘Het ziet er allemaal zo vroom uit, maar ondertussen…’.
Laten wij in die situatie 1 Petrus 4 maar naspreken: “Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van ​Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
Dat betekent:
* “De Geest wordt weliswaar door de ongelovigen gelasterd, dat wil zeggen: zij wijzen Christus af en gaan daarmee in tegen het werk van de Heilige Geest
* maar in de kring van de gelovigen wordt Hij verheerlijkt”[7].

De Zondagen 3 en 4 van de Heidelbergse Catechismus bepalen ons bij onze ellende. Jazeker.
Maar midden in die ellende schittert ook het licht van de nieuwe toekomst.
Wilt u die toekomst zien? Kom dan maar naar de kerk!

Noten:
[1] U vindt de woorden terug in de Heidelbergse Catechismus. Achtereenvolgens citeer ik uit Zondag 4, antwoord 10 en Zondag 3, antwoord 8.
[2] 2 Corinthiërs 3:5 en 6.
[3] Dat zijn koppen in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op donderdag 13 september 2018.
[4] Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 63 en 64.
[5] Efeziërs 4:30.
[6] 1 Petrus 4:14.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 4:14.

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

7 september 2018

Speciaal eigendom

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus”.
Dat is in kort bestek de troost die gelovige kinderen van God in dit leven hebben.
De zin waarmee dit artikel begint is voor vele lezers bekend; die komt uit Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Dat begrip ‘eigendom’ verdient enige nadere overpeinzing.

De Britse filosoof John Locke (1632-1704) heeft daar veel over geschreven[2].
Over het gedachtegoed van de Engelse wijsgeer schreef iemand het volgende.

“Door jouw arbeid te vermengen met de grondstoffen in de natuur verandert volgens Locke iets dat eerst tot het collectief behoorde – de wereld is van iedereen – in iets dat behoort tot jouw eigendom. De moeite die iemand ergens in steekt geeft diegene dus het recht op de grondstoffen en op de vruchten die iemand kan plukken van deze arbeid.

Locke was zich er echter ook van bewust dat het creëren van eigendom problemen oplevert. Het feit dat een persoon zijn of haar arbeid vermengt met een stuk land betekent namelijk dat iemand anders niet langer gebruik kan maken van diezelfde grond. Om over jouw land te lopen heb ik voortaan jouw toestemming nodig. Locke stelde daarom dat er grenzen zijn aan onze vrijheid om van natuurlijke grondstoffen privébezit te maken: je mag alleen iets als eigendom opeisen wanneer er ‘genoeg en van dezelfde kwaliteit’ (‘enough and as good’) overblijft voor anderen. Voor Locke had ieder mens in principe dezelfde rechten, en had niemand een grotere claim op natuurlijke grondstoffen dan anderen. Dit limiteert onze eigendomsclaims aanzienlijk”[3].

Wie het bovenstaande citaat leest begrijpt al snel dat nu de tolerantie aan de orde moet komen.
Ieder mens heeft, zo redeneerde Locke, het recht om zijn eigen leven zo goed mogelijk in te richten. We gunnen iedereen vrijheid. Je hebt zelf duidelijke overtuigingen. Maar andere visies wil je wel accepteren. Vrijheid is immers een groot goed?

Gereformeerde mensen kunnen daar wel in mee gaan.
Want het is natuurlijk niet goed als de waarheid met geweld wordt opgelegd; dat geldt ook als wij Waarheid met een hoofdletter W schrijven.

De Amerikaanse filosoof als John Rawls (1921-2002) sprak ook over tolerantie[4].
Maar hij ging een stap verder en introduceerde de neoliberale tolerantie.
Iemand vatte de zienswijze van Rawls kernachtig samen: “In deze benadering wordt tolerantie gezien als een politiek ideaal. Er zijn geen vaststaande morele oordelen, en de overheid moet alle morele visies als gelijkwaardig beschouwen. Op politiek terrein mag je geen morele opvattingen hebben. Daar moet neutraliteit doorslaggevend zijn.

Tegen deze neoliberale visie zijn forse bezwaren in te brengen. Want in deze visie is allereerst vaak sprake van moreel scepticisme: wij kunnen niet weten wat moreel goed is en wat kwaad. Wat je kiest is subjectief. Het gaat er eigenlijk niet om wat je kiest, als je maar wat kiest”[5].

In die sfeer wordt de mening van de meerderheid al snel doorslaggevend. Hoe meer mensen een bepaalde keuze maken, hoe belangrijker die wordt.
Op de lange duur ontstaat er een zekere onverschilligheid: jij jouw mening, ik mijn eigen opinie – en verder leven wij langs elkaar heen.
In zo’n atmosfeer leven wij op dit moment.
Het idee van 2018 is: kies maar wat je wilt; vrijheid blijheid.
Bescherm uw eigendommen goed en maak op tijd persoonlijke keuzes – dan overleeft u ’t wel.

In zo’n leefomgeving blijft de kerk, als het goed is, bij Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: ik ben, met alles wat ik heb, het eigendom van Jezus Christus.
Hij kocht ons.
Niet omdat Hij zo tolerant is.
En al helemaal niet omdat Hij neutraal is. Integendeel.
Hij werd onze Eigenaar vanwege Zijn grote liefde voor ons.
De God van hemel en aarde sloot een verbond met ons.

Dat zien wij bijvoorbeeld in Exodus 19.
Dat is het hoofdstuk dat de inleiding vormt tot de proclamatie van de Tien Woorden van het verbond, in Exodus 20.
In Exodus 19 zegt de Here: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij”[6].
In die tekst zit iets opvallends. Dat is dit:
* de Here is Eigenaar van de hele wereld
* maar het volk dat Hij bijeenbrengt is Zijn speciáál eigendom.
Het is niet simpelweg zo dat de Here de mensen om zich heen tolereert.
De hemelse Heer grossiert niet in hemelse neutraliteit.
Het uitgangspunt is de liefde van God.
Onze God is een en al goedertierenheid en trouw. Van mensen vraagt Hij verbondsgehoorzaamheid. Dat doet Hij niet om de kerk leefbaar te houden. Hij maakt van mensen evenzovele verbondspartners. Dan spreekt het toch vanzelf dat je trouw en blijmoedig met Hem leven gaat?

In de filosofie van de hierboven genoemde John Locke wordt, als het om de vormgeving van een samenleving gaat, is er een ander uitgangspunt – macht, namelijk.
Daarbij kunnen wij dan denken aan:
* democratie: een bepaald aantal personen worden verkozen en komen aan de macht
* oligarchie: de macht is in handen van een kleine groep rijke en invloedrijke mensen.
* monarchie: de macht in handen van één persoon
* erfelijke monarchie: de macht is in handen van één persoon en zijn volgelingen
* gekozen monarchie: de macht is in handen van één verkozen persoon, tot zijn dood[7].

Maar bij de goede Herder ligt het beginpunt altijd bij de liefde. Die liefde gaat ongelooflijk ver: de Herder heeft er Zijn leven voor over!

Leest u maar mee in Johannes 10.
Daar staat: “Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen. Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen”[8].
Voor dat woord ‘eigendom’ –  hij “die de schapen niet tot eigendom heeft” – staat er het Grieks een vorm van het woord idios. Dat betekent:
* afgezonderd, afzonderlijk
* eigen
* eigenaardig, bijzonder[9].

Gods kinderen zijn het eigendom van Jezus Christus.
Zij zijn afgezonderd van de rest van de wereld.
Zij worden hoe langer hoe meer eigen aan het Hoofd van de kerk.
Zij krijgen een bijzondere plaats in de wereld.

John Rawls was zijn leven lang bezig met de vraag “hoe een rechtvaardige, moderne democratische samenleving, gekenmerkt door diversiteit, eruit behoort te zien”[10].
Welnu, Zondag 1 toont ons de mooiste samenleving die er is: de samenleving die gebaseerd is op de liefde van God, en op Zijn verbond.

Daarom mogen wij met de schrijver van de brief aan de Hebreeën zeggen: “De God nu van de ​vrede, Die de grote ​Herder​ van de schapen, onze Heere ​Jezus​ ​Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige ​verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door ​Jezus​ ​Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[2] Zie voor meer informatie over John Locke bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Locke_(filosoof) en https://historiek.net/john-locke-filosoof-liberalisme/70784/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[3] Geciteerd van https://bijnaderinzien.org/2014/10/06/heb-je-eigenlijk-wel-recht-op-eigendom/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[4] Zie voor meer informatie over John Rawls bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Rawls en https://www.filosofie.nl/john-rawls.html ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[5] Geciteerd uit: G.A. van den Brink, “Wees ouderwets tolerant”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 maart 2017, p. 13.
[6] Exodus 19:5.
[7] Geciteerd van https://www.studeersnel.nl/nl/document/universiteit-hasselt/rechtsfilosofie/overige/beknopte-samenvatting-denkwijze-filosoof-locke/134124/view ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[8] Johannes 10:11-15.
[9] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 10:12. Woordstudie over idios.
[10] Zie hiervoor https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-linkse-filosoof ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[11] Hebreeën 13:20 en 21.

6 september 2018

Uit beeld geschoven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
Op televisie treedt Annemarie regelmatig op als de woordvoerder van Groningers die door aardbevingen gedupeerd zijn.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof. Jezus ging naar de hoeren en tollenaars – mensen die met de nek werden aangekeken. Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant. Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”[1][2].

Daar staat het. Zomaar. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is: “Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant”.

Dat statement brengt ons onmiddellijk bij de Heidelbergse Catechismus. Bij Zondag 13 bijvoorbeeld.
Daar staat het volgende.
“Waarom wordt Christus de eniggeboren Zoon van God genoemd? Wij zijn toch ook Gods kinderen?
Antwoord:
Omdat alleen Hij de eeuwige en natuurlijke Zoon van God is. Maar wij zijn om Christus’ wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen.
Waarom noemt u Hem onze Here?
Antwoord:
Omdat Hij ons met lichaam en ziel, niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en uit alle macht van de duivel verlost heeft. Zo heeft Hij ons tot zijn eigendom gemaakt”[3].

Dat citaat uit de Heidelbergse Catechismus zet ik hier in extenso neer. Want die aanhaling maakt aanstonds duidelijk dat het, om in de terminologie van Annemarie Heite te blijven, wel degelijk interessant mag heten dat Christus de Zoon van God is.
Om voor onze zonden te kunnen betalen moest Christus echt mens en echt God wezen.
Wie dat niet van betekenis vindt, kijkt willens en wetens aan zijn of haar verlossing voorbij.

Want die betekenis is er wel.
Het is heel goed om vanuit het geloof te werken. Het is mooi om, samen met anderen, te werken aan goede oplossingen voor een groot probleem.
Nee, die oplossing komt er meestal niet van de ene op de andere dag. Niet zelden is er sprake van vertraging. Er is vaak sprake van tegenwerking. Onweerstaanbaar komt er dan ook de frustratie. En de woede. Dan worden er dingen gezegd die men beter vóór zich had kunnen houden. Er worden dingen gedaan die, bijvoorbeeld, beter nog even uitgesteld hadden kunnen worden; soms is zelfs afstel op zijn plaats.
Met name op die momenten komt de Heiland in beeld. Want kinderen van God weten: Jezus Christus is ook voor deze zonden gestorven. De Heiland heeft ook voor deze zonden betaald.
Kijk, dan is de frustratie dragelijker. Dan zakt de woede makkelijker weg. Vervolgens kan het werk met nieuwe energie aangepakt worden.
Dan kun je met nieuwe moed de toekomst in. In deze wereld blijft het vaak bij friemelen en frunniken. Maar ondanks dat menselijk gepeuter en gepulk brengt de God van hemel en aarde Zijn kinderen naar een schitterende toekomst. Is dat niet prachtig?

Heeft u ondertussen begrepen dat Annemarie Heite bijna nonchalant het hart uit het Evangelie wegsnijdt? De Heiland wordt zachtkens uit beeld geschoven.

De uitspraken van Annemarie brengen ons vervolgens ook naar de rand van de samenleving.

Jezus ging naar de hoeren en tollenaars, zo wordt gezegd.
En dat is waar.
Jezus ging onder meer naar de mensen die niet zo in tel waren. Naar de mensen die men het liefst negeerde.
Tegenwoordig haalt men dat gegeven gaarne naar voren. Wij moeten naar de drugsverslaafden, zegt men dan. Naar de zwervers. Naar de mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Jezus ging daar toch ook heen?
Ja, dat laatste is waar.
Maar daarmee is zeker niet alles gezegd.
Leest u maar even mee in Marcus 2: “En toen de ​schriftgeleerden​ en de ​Farizeeën​ Hem zagen eten met de ​tollenaars​ en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de ​tollenaars​ en zondaars? En toen ​Jezus​ dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ​ziek​ zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”[4].
Dat laatste is een hint voor de Joodse kerkleiders. Ook zij moeten erkennen dat zij zondaars zijn.
Ja – wij allen moeten het toegeven: wij zijn zondig, tot in het diepste van ons bestaan!
Wij hebben allen de Dokter nodig.

Jezus ging onder meer naar de hoeren en tollenaars. Dat zal waar wezen.
Maar Hij kwam naar de aarde voor iedereen. Voor tollenaars en voor dure types. Voor hoeren en voor zorgzame moeders. Voor zwervers en voor stoere vaders.
Wat mij betreft haalt Annemarie die hoeren en tollenaars wel wat snel van stal.

Tenslotte nog dit.
“Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”, zegt Annemarie.
Zij wil leven in de geest van Jezus Christus.
Dat is, op zichzelf genomen, heel mooi.
Maar een dergelijk getuigenis krijgt een wat onbestemd kleurtje als de kern van Gods blijde Boodschap bijna en passant wordt weggewuifd.

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Aan de uitspraken van Annemarie Heite in het Nederlands Dagblad besteedde ik ook aandacht in mijn artikelen ‘God is almachtig’ en ‘Het goddelijke in jezelf…?’, achtereenvolgens hier gepubliceerd op dinsdag 4 en woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/04/god-is-almachtig/ en https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 13, vragen en antwoorden 33 en 34.
[4] Marcus 2:16 en 17.

31 augustus 2018

Zondag 52, DGK en GKN

Dit artikel begint met woorden uit het laatste deel van de Heidelbergse Catechismus:
“Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat wil zeggen: Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht. Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Kenners hebben het bovenstaande mogelijk al wel herkend. Het zijn woorden uit Zondag 52[1].

Wij hoeven niet zo nodig gelijk te hebben. Alles draait om Gods heilige naam.
Zo staat dat in de laatste zin in het citaat: “Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht”.

Van daaruit is het maar een kleine stap naar de officiële contacten tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN)[2].
Dat zijn kerkverbanden die heel dicht bij elkaar staan.
Kerkleden uit beide kerkverbanden willen God loven. Met alles wat zij hebben.
Zowel DGK-ers als GKN-ers willen, als het goed is, niets liever dan God eren. Zij zelf zijn niet zo belangrijk. Hun status en reputatie doen er uiteindelijk niet zoveel toe.

Een artikel waarin het gaat over de contacten tussen DGK en GKN maakt niet zelden nogal wat los. Er wordt gepraat. Men raakt niet zelden ontstemd. Er worden grote woorden gebruikt: sekte, scheurkerk… Dat soort termen moeten wij per onmiddellijk gaan vermijden. Zulke uitdrukkingen maken gedachtewisselingen vruchteloos.

God moet de eer krijgen die Hem toekomt.
Daar moet het om gaan als DGK en GKN contact met elkaar hebben.

Die contacten kunnen zomaar worden bemoeilijkt.
Bijvoorbeeld door een artikel in een landelijk kerkblad. Niet zo lang geleden is dat nog gebleken. Er werd tijdens een zitting van de generale synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland gesproken over een artikel in De Bazuin – het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken in Nederland – dat bij heel wat lezers nogal onaangenaam overkwam en tamelijk ruw landde.
In zulke situaties speelt van alles mee. De formulering van één of twee zinnen, bijvoorbeeld. En de timing van het publiceren van zo’n artikel, bijvoorbeeld.
Laten we maar eerlijk zijn: zulke gebeurtenissen blijven lang in het geheugen zwerven.
En steeds zijn daar die prangende vragen: wat is er precies verkeerd gegaan? En: hoe kunnen we ons leven beteren?
Feit is dat dergelijke zaken buitengewoon pijnlijk kunnen wezen. Laten we, als het daarom gaat, begrip voor elkaar opbrengen. Laten we het vooral ook aan de Here voorleggen. En laten we Hem maar dringend vragen: wilt u ons naar elkaar toe leiden, zodat wij u samen kunnen loven?

Die contacten worden ook bemoeilijkt door andere gebeurtenissen in het verleden. Door dingen die zijn gesuggereerd. Door dingen die zijn gezegd. Door daden die zijn gesteld.
Met het oog daarop worden soms voorwaarden geformuleerd. Dat is niet goed.
Waarom niet?
Vanwege Romeinen 8. Ik citeer: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest”[3].
Onze Heiland heeft voor de zonden betaald.
De zonden werden weggedaan.
Zo werd de weg vrijgemaakt voor de Heilige Geest. De apostel Paulus noteert: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij ​kinderen​ van God zijn”[4].
Daarom mag in de gesprekken tussen DGK en GKN steeds weer een nieuw begin worden gemaakt. Voor verkeerde en zondige dingen uit het recente verleden wordt, mogen wij aannemen, altijd vergeving gevraagd.
En dan geldt Psalm 103:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[5].

Opnieuw ga ik naar Zondag 52.
K. Schilder heeft in een preek over die Zondag eens gezegd: “Ware dankbaarheid is: gebruiken, wat de ander schenkt; de ander als het ware inademen in zijn geschenken, en dus hemzelf begeren en vlijtig het verkeer met hem zoeken. (…) En wanneer deze zesde bede vóór ons ligt, kunt u zien, hoe mooi de Heiland ons heeft leren bidden en vragen. Want in de zesde bede staat het zo, dat de kerk vraagt: Mijn God, wil alles in het leven zo schikken en de wegen zo effenen, dat wij in het leven van de heiligmaking Uw Geest nooit bedroeven; en waar U helemaal onze God bent, niet maar geschenken geeft, maar U-zelf, laat ons helemaal van U zijn…”[6].

De preek van K. Schilder is gedateerd op zondag 28 december 1941. Dat is nu, op een paar maanden na, zevenenzeventig jaar geleden.
Maar de innige wens die in het bovenstaande verwoord is mag en moet ook anno Domini 2018 de onze zijn.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 128.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van een brief d.d. 2 juni 2018 die door de Generale Synode Lansingerland 2017-2018 van De Gereformeerde Kerken in Nederland is verzonden aan de Gereformeerde Kerken Nederland. Te vinden op https://gereformeerde-kerken-hersteld.nl/generale-synode/lansingerland-2018 , doorklikken naar Brief aan GKN, Brief van synode DGK aan synode GKN, 2 juni 2018 ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.
[3] Romeinen 8:3, 4 en 5.
[4] Romeinen 8:16.
[5] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[6] De betreffende preek is te vinden via http://www.reformata.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 16 augustus 2018.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.