gereformeerd leven in nederland

9 oktober 2019

Kinderen op hun eigen plaats

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het twaalfde hoofdstuk van Paulus’ eerste brief aan de christenen in Corinthe is één der meest bekende gedeelten uit de Bijbel[1].

Ter oriëntatie een citaat: “Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam. En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig. Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist noodzakelijk”[2].

Velen kennen de boodschap van 1 Corinthiërs 12: God heeft de door Hem gekochte mensen gesierd met Geestelijke gaven; daarom horen al die mensen bij elkaar.

Vandaag de dag wordt dit hoofdstuk wel gebruikt om te verdedigen dat het mogelijk zou moeten zijn dat kinderen deelnemen aan de viering van het Heilig Avondmaal.
Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant schreef eens: “Elke tijd, situatie en gemeente kent de verleiding om delen van het lichaam te amputeren. Helaas gebeurt dat in veel kerken waar de kinderen (met de goddelozen en zondaren) de maaltijd niet mogen gebruiken. De vraag – naar analogie van 1 Korintiërs 12 – luidt dan: Als het kind zegt: ‘omdat ik geen volwassene ben hoor ik niet bij het lichaam’ – hoort het daarom niet tot dat lichaam? Paulus reactie zal zijn: onzin! Zijn conclusie in hoofdstuk 12 is immers: juist de zwakste delen zijn het meest noodzakelijk. Kinderen, heeft Paulus in hoofdstuk 7, vers 14 gezegd, zijn geheiligd. Dat is: apart gezet van de wereld, van de zondaren, opgenomen in zijn gemeente, ingedoopt in het lichaam van Christus. Het lichaam, dat zijn dood verkondigt als het de maaltijd gebruikt”[3].
De vraag is: maakt de hierboven bedoelde predikant een goed punt?

Het staat buiten kijf: kinderen horen bij het lichaam van Christus. Zij hebben daar een functie in. Zij zijn volop in beweging.
Maar daarbij is zonneklaar: kinderen missen nog heel wat kennis. Kinderen hebben nog relatief weinig van de wereld gezien. Zij weten, bijvoorbeeld, nog niet wat afgoderij precies inhoudt. Zij weten nog niet precies hoe makkelijk mensen zichzelf in het middelpunt zetten en vervolgens van God wegdwalen.
Paulus schrijft: “Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest”[4].
De Heilige Geest geeft die gaven op Zijn tijd.

In 1 Corinthiërs 11 heeft de apostel Paulus reeds genoteerd: “Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt. Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt”[5].
Iemand schrijft: “Om het avondmaal te vieren, is het nodig om jezelf te ‘beproeven’ (…). Dat betekent dat je nagaat: Geloof ik dat het waar is wat de Bijbel zegt over mijn zonden? En geloof ik in de beloften van het Evangelie, in het offer van Christus en de gave van de Heilige Geest? Het gaat er niet om dat je een ‘perfect’ geloof hebt dat nooit wankelt. Het gaat erom dat je Gods belofte gelooft, en die belofte is onwankelbaar!”[6].
Kinderen moeten op z’n minst begrijpen wat de dood van de Heiland voor de wereld betekent. En nee, dat weet je niet precies als je zes of zeven jaar bent.
Terecht schreef de Christelijk-Gereformeerde hoogleraar A. Huijgen eens in het Nederlands Dagblad: “Waar kinderen aan het avondmaal worden toegelaten, is er kennelijk geen catechese meer die tussen doop en belijdenis-doen (als toegang tot het avondmaal) plaatsvindt. Dat lijkt me een gemis. Onze tijd heeft niet minder, maar juist meer catechese nodig”[7]. Waarvan akte!

In 1 Corinthiërs 12 staat ook te lezen: “Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”[8].
Zoals de Heilige Geest het wil, zo gebeurt het. Het geschiedt ook op het tijdstip dat de Geest bepaald heeft.

Die laatste aantekening is van belang bij de gedachtevorming ten aanzien van kinderen aan het Heilig Avondmaal.
Soms lijkt het erop dat kinderen in de kerk geen kind meer mogen wezen. Zij moeten zo snel mogelijk volwassen worden. Zij moeten alles weten. Zij moeten aan alles meedoen.
Zullen we in de kerk onze kinderen maar gewoon kinderen laten blijven?

Wellicht wijst iemand op Psalm 8:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.
Uit de mond van kleine ​kinderen​ en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden”[9].
En de vraag is: pleit de psalmist er hier impliciet voor om kinderen overal aan mee te laten doen, dus ook aan de viering van het Heilig Avondmaal? Antwoord: dat is niet het geval. Jazeker, de Schepper Zelf legt een sterk fundament; dat stevige fundament komt er echter ondanks de beperkte mogelijkheden die kinderen en zuigelingen hebben. Ja, zo machtig is onze God!

Tegenwoordig worden wij te pas en te onpas aangespoord om voor onze rechten op te komen.
Die beweging wandelt ook het kerkelijk terrein op, soms zonder dat men het opmerkt.
Maar laten we er maar niet omheen draaien: met de kinderrechten zit het bij de God van hemel en aarde wel goed. Hij geeft ook kinderen hun plaats; gewoon in de kerk, niet aan het Heilig Avondmaal.

Noten:
[1] De keuze van het onderwerp van dit artikel staat in verband met het feit dat 1 Corinthiërs 12 vanavond besproken zal worden tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] 1 Corinthiërs 12:18-22.
[3] Ds. Ulbe van der Meer, “De gemeente viert als geheel Heilig Avondmaal”. Ingezonden in: Nederlands Dagblad, vrijdag 19 juli 2019, p. 12 en 13.
[4] 1 Corinthiërs 12:8.
[5] 1 Corinthiërs 11:26-29.
[6] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/avondmaal ; geraadpleegd op donderdag 3 oktober 2019.
[7] A. Huijgen, “Geen Avondmaal zonder bekering”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 25 april 2018, p. 12 en 13.
[8] 1 Corinthiërs 12:11.
[9] Psalm 8:2 en 3.

21 juni 2019

Kinderen aan het Heilig Avondmaal?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Arnhem werd onlangs het besluit genomen dat kinderen mogen deelnemen aan het Heilig Avondmaal.
In het Nederlands Dagblad stond op woensdag 12 juni te lezen: “De gemeente kon niet meer verantwoorden waarom kinderen niet welkom zijn aan het avondmaal, zegt dominee Cornelis Hamstra. ‘In 1 Korintiërs 11 staat de tekst dat je je een oordeel kunt eten en drinken. Maar dit slaat niet op kinderen’.
Moet je geen bewuste keuze maken voor God, voordat je deelneemt aan het avondmaal? Hamstra: ‘Bij de doop vragen we dat ook niet aan het kind. We vinden het feit dat iedereen bij het lichaam van Christus hoort belangrijker dan begrijpen wat dit precies betekent. Ook ik begrijp de betekenis van het avondmaal niet volledig”.
En:
“Voor zover Hamstra weet, zijn er een of twee andere vrijgemaakte gemeenten die kinderen toelaten tot het avondmaal. Het is dus een baanbrekend besluit, waarmee de gemeente bovendien ingaat tegen de landelijke kerkorde.
‘We hebben gekozen het belang van de plaatselijke gemeente voorrang te geven boven de kerkorde’, legt Hamstra uit. Dat zorgde volgens hem ook voor discussie in de classis. ‘Ik verwacht dat de kerkorde wel een keer wordt aangepast. We willen andere gemeenten echter nu niet dwingen hiermee bezig te zijn.’ De vrijheid die Arnhem neemt, is dus ook bedoeld om andere gemeenten vrij te laten het anders te doen, stelt Hamstra”[1][2].

Van welke kant men het ook bekijkt, het Arnhemse besluit blijft opmerkelijk.

Men kan zeggen: kinderen namen in Israël ook deel aan het Pascha. Dat blijkt bijvoorbeeld in Deuteronomium 6: “Wanneer uw zoon u morgen vraagt: Wat zijn dat voor getuigenissen, verordeningen en bepalingen die de HEERE, onze God, u geboden heeft? dan moet u tegen uw zoon zeggen: Wij waren ​slaven​ van de ​farao​ in ​Egypte, maar de HEERE heeft ons met sterke hand uit ​Egypte​ geleid”[3].
Maar er zijn verschillen tussen Pascha en Heilig Avondmaal.
Eén van de belangrijkste zaken waar u en ik de vinger bij moeten leggen is dat mensen die aan de Avondmaalstafel zitten zichzelf moeten beproeven.
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 11: “Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt”[4].

In Arnhem zegt men klaarblijkelijk: dat slaat niet op kinderen.
Dat is merkwaardig. Tegen kinderen moet je blijkbaar zeggen: lees maar veel in de Bijbel, maar sla 1 Corinthiërs 11 voorlopig maar over.

Kinderen aan het Avondmaal?
Het was de hervormde dr. C.A. Tukker – (1938-2007) ; Gereformeerde Bond – die daar in 1969 al bij aantekende: “Lidmaten kunnen verkozen worden tot de ambten. Voor predikanten van 13 à 14 jaar behoeven we niet bang te zijn, gezien de vereiste opleiding. Maar neemt een kerkeraad de Avondmaalsgang serieus en stelt hij na dispensatie de deelname ook voor kinderen open, dan kan de vereiste openbare belijdenis vervallen. Dan immers acht men het verband en de doop met bijgevoegd geloof voldoende. Dan is principieel ook de weg gebaand tot ambtsdragers van 13 à 14 jaar. Zo ook wanneer de bevestiging tot lidmaat verschoven is naar die vroege leeftijd”[5][6].
Moeten we ons nu af gaan vragen wanneer te Arnhem de eerste tieners in de kerkenraad zitting mogen nemen?

Onder de titel ‘Besef van heiligheid’ schreef dominee A.J. Mensink in 2012 in ‘De Waarheidsvriend’: “Door de doop behoren kinderen tot de gemeente. Daarom mogen ze op allerlei plaatsen ook deelnemen aan het avondmaal. In de gereformeerde traditie is echter een belijdend moment noodzakelijk. Is dat anno 2012 nog zo?”.
In een apart kader stonden daar onder meer de volgende overwegingen bij.
“* Jongeren van (bijvoorbeeld) zestien jaar die belijdenis willen gaan doen, overzien vaak nog niet de consequenties; weten ze om te gaan met strijd, met beproeving? Veel mensen die jong belijdenis hebben gedaan, hebben het daarna vaak erg moeilijk gekregen.
* Eén van de aspecten die men zich vaak te weinig gerealiseerd heeft, is de relatie tot de gemeente.
* Het is onze roeping om jonge gelovigen te bewaren voor beslissingen en voornemens die in een opwelling geboren worden.
* Het is onze roeping jongeren toe te rusten voor de strijd die een belijdend christen te voeren heeft”.
Bovenstaande bespiegelingen zijn ook in 2019 nog het overwegen waard[7][8].

Verder schreef de Christelijke Gereformeerde predikant D. Quant in 2017 over deze kwestie: “Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de leeftijd van belijdenis doen in de 16e eeuw behoorlijk lager lag dan veelal nu het geval is. Vaak ligt het bij ons veel dichter bij de 20 dan bij de 15 jaar – soms nog over de 20 jaar heen. Tieners zijn sterk op zoek naar hun eigen identiteit. Het is van groot belang om als kerk met hen op te lopen, niet alleen in het aanbieden van catechisaties, maar ook in het gunnen van – gepaste – taken. Dan weten ze zich gekend, en zijn er kansen om met hen in gesprek te gaan in hun geestelijke zoektocht. Wie weet leidt dat tot een vroeger ontwaken van vragen rond belijden en geloven – en in het verlengde daarvan avondmaal vieren”[9].

Het geheel overziende is de conclusie gewettigd dat het Arnhemse besluit niet erg gelukkig is. En dat is nog zacht gezegd.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 11: “Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt”[10].
Een exegeet noteert daar bij: “Het gaat erom dat de gelovigen onderscheiden (inzien) dat de gemeente het lichaam van de Here representeert. Juist het niet onderscheiden van die eenheid van het lichaam en de gelijkwaardigheid van al haar leden vormt de reden van Paulus’ vermaning”[11].

Kinderen aan het Heilig Avondmaal?
Dat lijkt heel sociaal. Maar het is geenszins een goed idee!

Noten:
[1] “Avondmaal met kinderen in Arnhem”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 juni 2019, p. 7.
[2] De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.P. Hamstra (geb. 1986) is predikant te Arnhem sinds 10 juli 2016.
[3] Deuteronomium 6:20 en 21.
[4] 1 Corinthiërs 11:28 en 29.
[5] Geciteerd uit: De Wekker, vrijdag 3 oktober 1969, p. 390.
[6] Meer informatie over dr. C.A. Tukker is te vinden op https://www.rd.nl/kerk-religie/dr-c-a-tukker-68-overleden-1.1337599 ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[7] Meer informatie over dominee Mensink is te vinden op https://nl.linkedin.com/in/a-j-mensink-511400aa ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[8] ‘De Waarheidsvriend’ is op internet te vinden op https://dewaarheidsvriend.nl/ ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[9] D. Quant, “Avondmaal en kinderen”. In: De Wekker, vrijdag 10 november 2017, p. 19.
[10] 1 Corinthiërs 11:29.
[11] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 11:29.

12 juni 2019

Opgewekt

Tijdens de afgelopen Pinksterdagen werd te Biddinghuizen de pinksterconferentie Opwekking gehouden. Vijftigduizend mensen bezochten op Eerste Pinksterdag de sing-in.

In het Nederlands Dagblad van 11 juni 2019 staat er een groot verhaal over[1].

Het is mooi dat God aanbeden wordt. Stel je voor dat velen vloekend en tierend door de straten van Nederlandse steden lopen! Dat wil toch niemand? Dit is tenminste nog iets.

Toch wordt de schrijver van deze weblog niet bepaald gelukkiger van die grote conferentie.
Waarom niet?

Op één der internetpagina’s van Opwekking staat te lezen: “In de loop der jaren is deze gezinsconferentie uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats waar duizenden christenen uit verschillende kerken en gemeenten met elkaar het pinksterfeest vieren”[2].
Eenmaal per jaar doorbreekt men alle kerkmuren. Dan is men gedurende een dag of wat één. Goed, er gebeurt wel eens iets wat je als bezoeker niet zint. Maar ach, een kniesoor die daarop let… Het voelt zo goed. Het zingt zo fijn. Heerlijk dat er even geen kerkelijke regeltjes zijn!
Lijkt dat alles niet bedrieglijk veel op namaak? Voelt het niet een beetje nep?
Want vandaag is alles weer gewoon. De kerk blijkt er nog te staan. Er zijn, bij wijze van spreken, geen vijftigduizend opzeggingen van kerklidmaatschappen.
Dat is, op de keper beschouwd, merkwaardig. Hoogst merkwaardig.

Over het thema van de Pinksterconferentie werd geschreven: “Tijdens de Pinksterconferentie willen we mensen bemoedigen en aansporen om dieper gaan – door en met de Heilige Geest. Alleen als we dieper gaan zullen we meer ontdekken van Gods koninkrijk en van het levensveranderende werk van de Heilige Geest. Dat besef geeft hoop, niet alleen voor de toekomst, maar ook voor ons leven nu.
De klemtoon ligt deze conferentie op ‘met’ de Heilige Geest. Hiervoor is gekozen omdat we zelf een aandeel hebben in het werk van de Heilige Geest. De Bijbel maakt duidelijk dat we stappen moeten zetten in het leven met God, niet eenmalig, maar ons leven lang. Het is elke dag opnieuw onze keuze om onszelf over te geven en toe te wijden aan Christus, en daar vloeien concrete besluiten en acties uit voort.
Als we vol van de Heilige Geest leven en samen met Hem dieper durven te gaan, zullen we door Hem geleid worden in alle aspecten van ons leven. Dan zullen we in staat zijn om licht te brengen, om smaak te geven”[3].
Ziet u dat?
* Wij moeten dieper gaan – maar: dieper dan wát, eigenlijk?
* Wij moeten stappen zetten in het leven met God – maar dat doen wij dan wel in de kerk die we tijdens de Pinksterdagen links hebben laten liggen. Want de Pinksterconferentie is na enkele dagen ten einde.
* “Het is”, zo stelt men bij Opwekking, “elke dag opnieuw onze keuze om onszelf over te geven en toe te wijden aan Christus”. Zeker, we moeten Gods Geest in ons laten werken[4]. Alleen maar – daar begint het niet. In de Dordtse Leerregels staat te lezen: “…om hen [dat zijn de uitverkorenen] door Christus te behouden, besloot God tegelijk deze uitverkorenen aan Hem te geven en met kracht tot de gemeenschap met Christus te roepen en te trekken door zijn Woord en Geest. Of met andere woorden: God besloot hun het geloof in Christus te schenken, hen te rechtvaardigen en te heiligen en hen, nadat zij in de gemeenschap van zijn Zoon met kracht bewaard zijn, uiteindelijk te verheerlijken”[5]. Alles begint met een Goddelijk besluit, met Goddelijke genade!

Het ND meldt: “Op zondagavond vindt het tweede kenmerkende hoogtepunt van Opwekking plaats: de avonddienst waarin het heilig avondmaal wordt gevierd en voorganger Martin Koornstra samen met de bezoekers bidt voor de genezing van zieken”.
En: “Het heilig avondmaal is een feest van eenheid, zegt Ruben Flach, directeur van Stichting Opwekking”.
Alleen maar – het betreft hier een nep-eenheid.
Derhalve is dit, wat schrijver dezes betreft, regelrechte ontheiliging van het Heilig Avondmaal.

Tenslotte nog dit.
Het was in 2010 dat schrijver dezes naar aanleiding van een pinksterconferentie van Opwekking noteerde: “Het lijkt er (…) op dat de filosofie van stichting Opwekking ongeveer als volgt is: wij moeten iets doen. En ook: als wij ons maar voldoende aan elkaar aanpassen, dan komt het met de christelijke kerk wel goed.
Echter: de Heilige Geest doet, als ik dat zo zeggen mag, Zijn best om ons aan te passen aan het beeld van God. (…) Dat is heel wat anders”.
En:
“Het is niet:
* samen staan we sterk; we doen ons best en nu gaan we met z’n allen naar de hemel
maar:
* de Heilige Geest is aan het werk; Hij maakt Zijn kinderen geschikt om bij God te wonen”[6].
Dat is in 2019 nog altijd waar.

Noten:
[1] “De wind en Geest waaien bij Opwekking”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 11 juni 2019, p. 2 en 3.
[2] Geciteerd van https://www.opwekking.nl/conferenties/pinksterconferentie/275-over-de-conferentie/511-pinksterconferentie-2017 ; geraadpleegd op dinsdag 11 juni 2019.
[3] Geciteerd van https://www.opwekking.nl/conferenties/pinksterconferentie/158-programma/1291-thema-pinksterconferentie-2019 ; geraadpleegd op dinsdag 11 juni 2019.
[4] Zie: Heidelbergse Catechismus; Zondag 38, antwoord 103.
[5] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 7.
[6] Dit citaat komt uit mijn artikel “Oecumenische opwinding”, dat gedateerd is op woensdag 26 mei 2010.

3 oktober 2018

Bij God aan tafel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Afgelopen zondag werd in De Gereformeerde Kerk Groningen het Heilig Avondmaal gevierd.
Waarom deden de kerkleden dat? Vanwege de gedachtenis aan Jezus Christus, de Heiland. Oftewel – de kerk realiseert zich dat God Zijn kerk liefheeft; Hij blijft Zijn kerk trouw.
De beloften van de vergeving van de zonden en een eeuwig leven zijn nog voluit geldig!
Zeker, de kerk is vol zonden.
Maar de God van hemel en aarde beschermt Zijn kinderen. Tot in eeuwigheid!

Uit berichten in de media blijkt dat het belangrijk is om dat blijvend te accentueren.

Op de website van het Reformatorisch Dagblad staat te lezen: “Eucharistie en avondmaal staan volop in de wetenschappelijke belangstelling, maar deelname wordt minder vanzelfsprekend. ‘Avondmaalsdiensten worden minder vaak goed bezocht. Het sacrament is in de marge terechtgekomen, ook bij jongeren’. Dat concludeert het onderzoek ‘Rond de tafel. Maaltijd vieren in liturgische contexten’ (uitgeverij Berne Media, Heeswijk), dat woensdag in Amsterdam wordt gepresenteerd”.
En:
“Terwijl er in de meeste kerken van de CGK een voorbereidingsbijeenkomst is op een doordeweekse avond, is dat bij de GKV niet meer het geval. Ook de censura morum heeft in de GKV geen prominente plek meer, evenals het lezen van het eerste deel van het avondmaalsformulier (waarin de zelfbeproeving aan de orde komt), één week van tevoren. Bij de CGK functioneert in onderscheid met de GKV een nabetrachtingspreek. Ook is er bij de GKV vaak een ‘lopende viering’.
In de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) is de aandacht verschoven van het offer naar het gemeenschapskarakter van de eucharistie. Waren vroeger de meeste rooms-katholieken erg terughoudend ten opzichte van de communie – er was veel eerbied voor het lichaam van Christus en men voelde zich onwaardig – nu dreigt het gevaar van nonchalance en automatisme, stelt Sam Goyvaerts over de eucharistische praktijk in Vlaanderen. ‘Het hoort er gewoon bij als onderdeel van het misritueel en heeft schijnbaar weinig effect’”[1].

Over de citaten hierboven zou veel te schrijven zijn.
In dit artikel wil ik graag de grote waarde van het Heilig Avondmaal benadrukken.
Dat doe ik in drieën.

1.
God heeft Zijn kinderen innig lief. Hij heeft er alles – echt: alles – voor over gehad om hen te redden. God de Vader had er zelfs Zijn geliefde Zoon voor over!
In de viering van het Heilig Avondmaal laten wij zien dat we beseffen dat die Vaderlijke liefde ook voor ons is.
Als iemand jou liefheeft, ga je graag naar diegene toe. Wie wil er niet dag aan dag genieten van genegenheid? Het is heerlijk om te weten dat er, wat er ook gebeurt, altijd Eén is die jou levenslang liefheeft!
Dat geldt zeker ook voor Gods liefde. Nee, die liefde zie je niet altijd. En je voelt die liefde soms helemaal niet. Maar Gods liefde is uniek. Want die genegenheid blijft bestaan, ook al is de wederkerigheid ervan soms ver te zoeken!

2.
In het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal dat in de Gereformeerde kerken wordt gebruikt, staat de volgende zin: “… wij erkennen, nu wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, dat wij midden in de dood liggen”[2].
Met andere woorden: als de Heiland niet ingegrepen had, was ons leven in feite al beëindigd.
Waarom? Omdat echt leven is: wandelen met God. Zeg het maar zo: iedere stap die je zet, iedere klus die je doet, ieder woord dat je zegt is een activiteit waar God bij is.
Hij pakt jou vast, en trekt je uit de viezigheid. Iedere dag weer. Voor onze God geldt: Hij is nooit afwezig.
Er zijn momenten dat wij Zijn levende presentie best lastig vinden. Op die ogenblikken lopen wij graag even weg. Wij doen even iets voor onszelf, zogezegd. En wat gaan we dan uitrichten? Ach – voor wij ’t weten worden wij, om zo te zeggen, vastgezogen in de bagger. Dan zitten we vast, voor de zóveelste keer, in het moeras van menselijke moeiten en wijsneuzigheid.
Misschien roepen we dan nog keihard: help! Maar dan is God ver weg…
Dat is wat er bedoeld wordt met: vanuit onszelf liggen we midden in de dood.

3.
Wie in alle ernst tot de Here roept, vindt altijd gehoor.
Populair gezegd: Hij laat ons nooit en te nimmer in de puinhopen van de zonde zitten. Hij trekt ons uit het moeras waarin mensen zich steeds weer willens en wetens laten vastzuigen.
Nu ja – hoe zien we eruit als we, om het zomaar te zeggen, net uit de smurrie getrokken zijn?
Ontoonbaar!
Afzichtelijk!
En toch zegt de liefdevolle Vader van onze Here Jezus Christus: kom maar bij Mij.
De Heiland zegt: Ik heb voor u aan ’t kruis geleden.
En daarom maak Ik u onberispelijk – voor God het aanzien waard!
Nee, dat is niet uit te leggen.
Dat moeten en mogen wij eenvoudigweg geloven.
Wij kunnen dan meteen met een bekend gezang instemmen:
“Christus droeg de vloek voor mij,
Christus is voor mij gestorven,
heeft gena voor mij verworven:
‘k ben van dood en zonde vrij!”[3].
Wie dat ten volle beseft wil graag bij de Here aan tafel zitten.
Wie dat ten volle beseft gaat niet uit een soort automatisme aan het Heilig Avondmaal deelnemen.
Wie dat ten volle beseft gaat hoopvol door het leven. Niet dat het aardse bestaan makkelijk is – welnee. Maar een gered mens weet: er komt een heerlijke toekomst aan: de hemelse toekomst.
Daarvan is het Heilig Avondmaal een klein beginnetje. Alle kinderen van God zitten te Zijner tijd aan tafel. Voor hen allen geldt die belofte uit Openbaring 3: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt”[4].

Tot slot:
Bij de God van hemel en aarde aan tafel – dat is een voorrecht. Een voorrecht dat tegelijk een wonder is!

Noten:
[1] Zie https://www.rd.nl/kerk-religie/viering-avondmaal-is-in-de-marge-terechtgekomen-1.1515599 ; geraadpleegd op donderdag 27 september 2018.
[2] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[3] Dit zijn de laatste regels van Gezang 16 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Openbaring 3:20, 21 en 22.

27 februari 2018

Schuilplaats van de kerk

Het Heilig Avondmaal vieren wij, als regel, op zondag in de eredienst.
Maar die viering heeft vervolgens ook alles te maken met de manier waarop wij in de maatschappij staan.
Dat zal hieronder alras blijken.

Als wij “het gekruisigd lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken” betekent dat onder meer “dat wij door de Heilige Geest, die tegelijk in Christus en in ons woont, steeds meer met zijn heilig lichaam verenigd worden, en wel zo, dat wij, hoewel Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn; en ook zo, dat wij door één Geest eeuwig leven en geregeerd worden, zoals de leden van het lichaam door één ziel”.
Zo belijden wij dat in Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Wie dat Catechismusantwoord tot zich door laat dringen, is wellicht geneigd om te vragen: dit kan toch helemaal niet?
Eén worden met zijn heilig lichaam – hoe kan dat?
Vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente – hoe is dat mogelijk?
Dat is toch te groot en te groots voor aardse mensjes?

Welnu, de Catechismus verwijst naar woorden uit Johannes 6: “Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij”[2].

Door Gods Heilige Geest worden wij verbonden met Jezus Christus.
Om het met de Dordtse Leerregels te zeggen: de mensen “willen noch kunnen terugkeren tot God en evenmin kunnen zij in hun verdorven natuur verbetering brengen of zich daarop richten, zonder de genade van de Heilige Geest, die opnieuw geboren doet worden[3].
En:
“Wat dan het licht der natuur en de wet niet tot stand kunnen brengen, dat doet God door de kracht van de Heilige Geest en door het woord of de bediening van de verzoening: het evangelie van de Messias. Het heeft God behaagd de gelovigen zowel onder het oude als onder het nieuwe verbond daardoor te behouden”[4].
Wij leven samen met Hem.
De Heiland en Zijn kinderen – samen trekken zij door de wereld van de eenentwintigste eeuw.

Met hun God aan het hoofd zijn Gods kinderen onderweg naar de toekomst. Op pad naar een toekomst die nooit ophoudt.
Er is immers sprake van eeuwig leven? De Geest blijft hen ook dan voortdurend regeren. Zodoende is er altijd perfecte harmonie. Overal heerst steeds weldadige rust.
Die kant gaat het met Gods kinderen op!

Het is, in dit verband, niet overdreven om over verbondstrouw te spreken. De Geest van God komt in ons leven; en in het verbond zijn wij onlosmakelijk aan Hem verbonden. Jezus zegt in Johannes 14: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem ​liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen”[5].
Er is sprake van innige wederzijdse liefde.
Een liefde voor het Leven.
Verbondenheid waarvan wij, hier op aarde, de intimiteit niet geheel kunnen aanvoelen.
Verbondenheid die nog veel vuriger is dan wij verlangen!

De viering van het Heilig Avondmaal geschiedt op zondag.
Maar de vreugde van die viering trilt in het gewone leven door.
Steeds weer mogen we, met woorden uit Efeziërs 3, vragen: wilt u, geliefde Heiland, in onze harten wonen en ons in de liefde wortelen en funderen?[6]
Over Efeziërs 3 schreef ik op deze pagina al eens: “Geworteld en gefundeerd: dat woordenpaar is, wat mij betreft, heel nuttig.
Want dat woordenpaar roept het beeld van het kerkhuis op. Een schitterend huis waarin iedereen en alles goed verzorgd is. De kerk – daar moet u wezen!
Dat beeld is echter geen plaatje waar u en ik vrijblijvend naar kunnen kijken.
Dat beeld is ook een oproep: laat u door de ontwerper en bouwmeester van het kerkhuis inmetselen in het kerkhuis.
In een huis moet worden geleefd. Een huis dat niet bewoond wordt, vervalt. Het wordt er stoffig. Het wordt een paradijsje voor ongedierte.
Laten wij er voor zorgen dat de kerk levend blijft. Wees maar actief in de kerk…”[7].

In die kerk verzamelt de God van het verbond de mensen die hun vastheid alleen bij Hem zoeken.
Zij worden hoe langer hoe meer één met Hem.
Zij volgen Hem waar Hij gaat.
Zij luisteren naar Zijn liefdevolle stem.
De activiteiten die zij op aarde ontplooien, voeren zij uit op Zijn gezag.

Daar valt het woord ‘gezag’.
Dat is in Nederland heel vaak tamelijk ver te zoeken. Wetshandhavers bij de politie en bij de rechterlijke macht hebben het bijzonder moeilijk. Vorige week kwam het bericht dat rechercheurs bij de politie hun werk niet half aan kunnen; tweeduizend (2000!) collega’s erbij, dat zou geen luxe wezen.
Nederland is een narcostaat geworden, zeggen sommigen. Dat is behoorlijk overdreven, roepen anderen. Maar dat er iets grondig mis is, dat staat wel vast.

In zo’n samenleving viert de kerk met enige regelmaat het Heilig Avondmaal.
En kerkmensen weten het: wij worden steeds meer met zijn heilig lichaam verenigd. Niet door eigen inspanning. Niet door eigen passie. Maar door de Heilige Geest, die ons steeds weer op de Heiland wijst.
De Avondmaalstafel in de eredienst: voor de kerk is dat de schuilplaats in een wereld waarin ‘gezag’ veelal een leeg en onbetekenend woord geworden is.
Daarom zingen we, met de dichter van Psalm 2:
“Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart”[8].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 28, vraag en antwoord 76.
[2] Johannes 6:55, 56 en 57.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 3.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 6.
[5] Johannes 14:23.
[6] Zie Efeziërs 3:17.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘Waardevol woordenpaar’, hier gepubliceerd op vrijdag 7 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/07/waardevol-woordenpaar/ .
[8] Psalm 2:4, Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 november 2017

Me too

Momenteel komen we ‘m allerwegen tegen: de Twitter-aanduiding #metoo.
Dat is, zoals u wel zult weten, een wereldwijde actie waarbij mensen hun ervaringen met seksueel misbruik of intimidatie openbaar maken.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte gisteren: “Een op de elf mannen zegt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag, blijkt uit een enquête onder 305 mannen in opdracht van het Algemeen Dagblad”.
En:
“Een op de zeven ondervraagden twijfelt of hij weleens over de schreef is gegaan, 9,2 procent denkt wel eens te ver te zijn gegaan. Driekwart zegt zeker te weten nooit een misstap te hebben begaan”[1].

Van al die berichten neem ik met enige verbazing kennis. Zeker – ik weet dat ontucht, en wat daar verder volgt, aan de orde van de dag is. Maar dat er zo’n wereldwijde vloedgolf seksueel getinte alarmberichten over de wereld klotst, dat is toch wel verrassend.

Wat betreft staat #metoo eerst en vooral voor de verdorvenheid van kerk en wereld.
Ja, dat bederf komen we ook vaak in de Bijbel tegen.
Mozes spreekt er in Deuteronomium 32 bijvoorbeeld van:
“Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld;
het zijn Zijn ​kinderen​ niet. Een schandvlek!
Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan,
dwaas en onwijs volk?
Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft,
Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[2].
Bederf en verrotting: dat zit niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk.

Niet voor niets zegt het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal over de zelfbeproeving: “Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient”[3][4].
De metoo-tsunami wrijft het ons nog eens in: wij moeten ons voor God verootmoedigen. Ook kerkmensen zijn zondig en van nature goddeloos. Laag-bij-de-grondse gedachten, woorden en daden laten ook gelovige mensen zomaar uit de bocht van de smalle weg vliegen.
Laat ik het zo zeggen: strikt genomen hebben we allemaal gevangenisstraf verdiend! En waarom? Omdat onze Schepper ons gemaakt heeft. We werken, hier op aarde, nooit op het niveau waarop Hij ons heeft gezet.

Allen die – getrouwd of ongetrouwd – hun lichaam niet rein bewaren hebben, zo zegt datzelfde Avondmaalsformulier, geen deel aan het rijk van Christus[5]. Hun paspoort voor de hemel wordt hen afgenomen. Al die mensen hebben, om zo te zeggen, geen dubbele nationaliteit.

Met #metoo mogen Gereformeerde mensen zichzelf echter nooit de put in praten.

Kent u Efeziërs 5?
Ik citeer: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past”[6].
Paulus spreekt daar nadrukkelijk in het meervoud.
Wij kunnen nimmer op ons eentje kerk-zijn. Dat kan niet, en dat gebeurt ook niet.
Het enige wat ons te doen staat, is: samen in de lichtbundel van het Woord blijven.
Samen – elk lid van de gemeente mag het verwonderd zeggen: ik hoor er ook bij. I belong to the congregation; me too!

Laten wij daarbij letten op de zekerheid die de apostel Paulus in Efeziërs 5 uitstraalt: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht”[7].
Nu bent u licht in de Heere, noteert Paulus. Kinderen van God hoeven zich dat niet af te vragen. Kinderen van God wapenen zich niet dagelijks met vijfduizend twijfels en tienduizend vraagtekens. Dankzij het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland, bewegen we ons in het schitterende licht dat God geven wil.
Wandel als kinderen van het licht, noteert Paulus echter ook. Dat is dus een oproep. Het is nu beslist niet de bedoeling dat wij zelfverzekerd op een stoel gaan zitten. We moeten aan het werk blijven. Het is toch niet voor niets licht geworden in ons leven?

Nog één keer geef ik een troostvol citaat uit het Avondmaalsformulier. Dat citaat is helder en duidelijk. Het is, dunkt mij, niet nodig daar nog veel bij te schrijven.
“Maar wij hebben door de genade van de Heilige Geest over deze zonden van harte berouw. Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven. Daarom mogen wij er vast van verzekerd zijn, dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, kan verhinderen, dat God ons in genade aanneemt en ons waardig keurt aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben”[8].

Dat geeft u vast troost. Ja, dat geeft u zekerheid.
Me too.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/eén-op-elf-mannen-wel-eens-over-de-schreef-1.1443911 ; geraadpleegd op donderdag 9 november 2017.
[2] Deuteronomium 32:5 en 6.
[3] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 522.
[4] Het gebruik van het Avondmaalsformulier in dit artikel is niet geheel toevallig. In De Gereformeerde Kerk Groningen zal, Deo Volente, zondagmiddag 12 november aanstaande het Heilig Avondmaal worden gevierd. Deze week is dus de week waarin de leden van DGK Groningen zich op die viering voorbereiden.
[5] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[6] Efeziërs 5:1, 2 en 3.
[7] Efeziërs 5:8.
[8] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.