gereformeerd leven in nederland

29 juni 2020

Dankbaar – een kenmerkend kerkwoord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De door de overheid afgekondigde corona-maatregelen zijn versoepeld. Er is weer meer toegestaan[1]. Nederland haalt opgelucht adem.
Er wordt gediscussieerd. Waarom hanteert Nederland de 1,5 meter-norm, houdt Frankrijk het op één meter, Duitsland soms op 1,5 meter en soms op 2 meter en Portugal op 2 meter?[2] Zit daar wel logica achter? De gewone man in de straat kan lang niet alles meer logisch uitleggen.

In de gegeven omstandigheden is het belangrijk om de focus elders te leggen. Laten we elkaar, nu het om een ander concentratiepunt gaat, wijzen op woorden van de apostel Paulus in Colossenzen 3: “En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar”[3].

Over Colossenzen 3 schreef ik niet zo lang geleden onder meer: “Waar gaat het in Colossenzen 3 om?
Kerkmensen moeten, schrijft Paulus, op de hemel gericht zijn. Wij hebben een magnifieke leefgemeenschap met Christus. Hij is altijd aanwezig. Juist daardoor kan ons leven zich op een prachtige wijze ontplooien. Aardse verlangens komen daarom altijd op het tweede plan. Seks, hebzucht, driftbuien, roddel… – dat past allemaal niet bij het leven met Christus.
Wat past daar dan wel bij? Antwoord: medelijden, goedheid, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, verdraagzaamheid, vergeving, dankbaarheid en lof aan God.
Ziet u dat? Dat zijn hele aardse dingen.
Nee, het gaat niet om kwalitatief uitstekende mystiek, of iets van dien aard. Leven in de leefgemeenschap met Christus, dat doen wij hier en nu. Dat doen wij met beide benen in de maatschappij van 2020”[4].

De vrede van God moet scheidsrechter zijn. Zo staat dat in Colossenzen 3. De vrede van God moet bepalend zijn bij het treffen van allerlei regelingen. De vrede van God moet de ondergrond wezen bij het maken van beleid.
Betekent dat Gereformeerden in alle rust onder een groene boom moeten gaan zitten en alles maar goed moeten vinden? Nee, dat betekent het niet. Gereformeerden mogen best ergens een mening over hebben.
Er staat een vorm van het woord eirene. De hier bedoelde vrede is met de Jezus Christus en Zijn Heilige Geest verbonden. Jezus Christus kwam op aarde “om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, en om onze voeten te richten op de weg van de vrede”[5]. Paulus schrijft aan de Romeinen: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn”[6].
Wat er ook in de wereld gebeurt, kinderen van God schuilen bij hun Zaligmaker. Het pakket van al of niet versoepelde coronamaatregelen is soms onoverzichtelijk en wellicht hier en daar ook onbegrijpelijk. Maar Gods kinderen blijven er rustig onder. Zij concentreren zich op het dagelijkse contact met God. Hij luistert altijd naar hen. Bij Hem is rust. Bij Hem is veiligheid te vinden. Hij is, om zo te zeggen, het ijkpunt van hun leven. Hij geeft de maatstaf. Zijn norm gaat boven alle aardse regels uit!

Wees dankbaar, schrijft Paulus.
Eucharistoi staat daar. Eu wil zeggen: goed, of ook: goed gedaan!  Charis betekent onder meer: dank, en: dankbaar.
Wij mogen de Heer van hemel en aarde dankbaar zijn. Dankbaar – omdat de erediensten in de kerk ook in het ‘nieuwe normaal’ blijken te passen. Dankbaar – omdat we in alle vrijheid mogen belijden dat we in de vergeving der zonden en een eeuwig leven geloven.
De mensen die de hemelse God heeft uitverkoren en bij elkaar heeft gezet, zijn in één lichaam geroepen. Om met Efeziërs 4 te spreken: wij moeten ons “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping”[7].
De Heilige Geest legt de vrede en de dankbaarheid in de harten van alle kerkmensen. Dankbaar – dat is daarom het typerende woord voor de sfeer in de kerk. 

De versoepeling van de coronamaatregelen geeft nieuwe mogelijkheden. Toegegeven – het ‘oude’ normaal is nog niet weer terug. Maar er is wel een deur naar de toekomst open gegaan. Laten wij daarom met nieuwe Geestdrift – ja: aangedreven door de Heilige Geest – onze arbeid in kerk en maatschappij weer aanpakken. Daarbij worden wij vanuit Colossenzen 3 aangespoord door  de apostel Paulus: “En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen, in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus”[8].  
En laten wij dan, met Psalm 43, maar blijmoedig zingen:
“Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt”[9].

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2338409-er-mag-meer-maar-alles-op-anderhalve-meter-de-versoepelingen-op-een-rij.html ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[2] Zie https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-frankrijk en https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-duitsland, https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-portugal ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[3] Colossenzen 3:15.
[4] Zie mijn artikel “Alles in Christus’ naam”, hier gepubliceerd op maandag 8 juni 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/06/08/alles-in-christus-naam/ .
[5] Lucas 1:79.
[6] Romeinen 8:15 en 16.
[7] Efeziërs 4:3 en 4.
[8] Colossenzen 3:23 en 24.
[9] Psalm 43:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 juni 2020

De puntjes op de i

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de kerk mogen en moeten we de puntjes op de i zetten. Dat is niet zo in de mode. Wie allerlei puntjes op de i zet wordt al gauw voor een scherpslijper versleten. Die scherpslijpers wordt verzocht om zich erin te trainen om wat rustiger te leven, en wat milder op allerlei al of niet vermeende misstanden te reageren.

Waarschijnlijk wordt Timotheüs in de ogen van velen ook een scherpslijper. Leest u maar mee in 2 Timotheüs 1: “Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[1].
In onzichtbare letters staat hierbij: ‘Prioriteit: hoog’. En: ‘Spoed!’. En: ‘Dringend!’.
Waarom?
Een exegeet schrijft: “Uit de werkwoordsvorm phulaxon -bewaar! gebiedende wijs- (…) kunnen we afleiden dat Timotheüs aan dit bevel direct moest voldoen. Kennelijk waren in de omgeving van Timotheüs dwaalleraars actief en moest hij de gezonde leer tegenover hun valse leer stellen (…). Timotheüs moet deze opdracht uitvoeren in de kracht van ‘de Heilige Geest die in ons woont’”[2].
Timotheüs krijgt hier geen vrijblijvende boodschap. Hij moet aan de slag gaan. Er is werk aan de winkel.

Het zelfstandig naamwoord (…) parakatatheke betekent ‘het toevertrouwde, pand, deposito’. Het is afgeleid van para-kata-tithemi ‘iets bij iemand neerleggen’ (…), zodat het eigenlijk betekent ‘(het) bij (iemand) neergelegde’[3].
Denkt u maar even aan het spaar- of termijndeposito, zoals dat in het bankwezen bekend is. In die situatie zet je een bepaald bedrag ‘vast’ bij een bank tegen een vooraf afgesproken periode en rente.
Welnu – Timotheüs moet meteen aan het werk met de blijde Boodschap. Die moet verkondigd worden. Dat zal een hoge rente opleveren. Geen aardse rente, maar de hemelse heerlijkheid: een werkelijkheid die nimmer meer eindigen zal!

Nee, Timotheüs hoeft niet koortsachtig op zoek te gaan naar mentale spankracht.
Terecht schrijven de kanttekenaren van de Statenvertaling bij deze tekst: “Dit doet hij daarbij, opdat Timotheüs deze bewaring niet aan zichzelven of aan zijn krachten zou toeschrijven, alzo dit in ons een werk en gave des Heiligen Geestes is” [4]. De verklaarders verwijzen daarbij naar Romeinen 15 en 1 Corinthiërs 12.
In Romeinen 15 staat te lezen: “De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest”[5]. In 1 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”[6].
Timotheüs krijgt dus kracht van de Heilige Geest.
Die kracht wordt aan al Gods kinderen gegeven.

Het is al een jaar of zeven geleden dat een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant naar aanleiding van 2 Timotheüs 1 schreef: de Bijbel belooft niet “dat wanneer je de Heilige Geest vraagt om meer van zijn werking in je leven, je er een scheut Geesteswerking bij krijgt. De Heilige Geest is (…) geen fles wijn: ik heb een deciliter, jij drie en zij vast een halve liter van zijn werking. De uitdrukking meer van de Geest kan niet snel genoeg in het vergeetboek raken”.
De predikant noteerde erbij: “Dat betekent dat ík aan de bak moet. Ik, samen met mijn medegemeenteleden. Strijden heet dat in de Bijbel. Windtegen accepteren, geduld oefenen, hoogte- en dieptepunten, goede en moeilijke jaren samen doormaken, volharding. (….) Hoe hard er ook wordt geroepen over meer van de Geest, tot Christus terug is leven we in het spanningsveld tussen het reeds van zijn overwinning en het nog niet van het einde. Het is altijd én-én in de Bijbel: de Geest wil in je wonen én je hebt je leven lang tegen de wet van mens te strijden, hoeveel gaven en kwaliteiten je verder ook mag ontvangen.
Méér van de Geest is niet nodig, het is al zo veel”[7].

Vandaag de dag wordt het werk van de Heilige niet zelden in verband gebracht met oecumene. Vaak ook met verkeerde, valse oecumene.
Dat blijkt onder meer uit een bericht dat op woensdag 27 mei jl. in het Nederlands Dagblad stond. Citaat: “Paus Franciscus ‘deelt het gezonde ongeduld van hen die soms denken dat we meer kunnen en moeten doen’ op het vlak van de oecumene. Hij spreekt over een ‘onherroepelijke verbintenis’ aan de oecumenische zaak. Paus Franciscus schreef de tekst ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de oecumene-encycliek Ut Unum Sint van paus Johannes Paulus II. Het schrijven van Franciscus kreeg de vorm van een brief aan kardinaal Koch, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen. Franciscus wees er verder op dat de encycliek van zijn voorganger werd gepubliceerd aan de vooravond van Hemelvaart, ‘onder het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid’.
Franciscus wijst verder op de groeiende wederzijdse kennis en waardering tussen kerken en wijst op de vele positieve stappen om ‘de wonden van eeuwen en millennia te helen’. Hij kondigde bovendien voor het najaar de publicatie van een oecumenisch handboek voor bisschoppen aan”[8].
Jazeker, de paus wijst op het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid. Intussen is de paus hoofd van het kerkgenootschap waar nog altijd eucharistievieringen zijn. Eucharistie – wat betekent dat? “De eucharistie is een heilige maaltijd, waarin christenen Jezus herdenken. Zij geloven dat de joodse man Jezus van Nazareth hen de weg naar God wijst. Door Hem in herinnering te roepen, komt Hij in hun midden”[9]. Een andere verklaring, in dezelfde trant, luidt: “De kruisdood van Jezus is het offer dat Hij voor het heil van de mensheid heeft gebracht. Als de priester dit offer in de eucharistie gedenkt, wordt het opnieuw – zonder bloed! – tegenwoordig gesteld en krijgen wij deel aan de verlossende kracht, in het hier en nu”[10].
Ziet u dat? Blijkbaar is de aanwezigheid van de Heilige Geest in onze harten niet genoeg. Er moet nog een menselijke eucharistie bij. Pas als aan die eucharistieviering wordt deelgenomen krijgt men blijkbaar deel aan Christus’ verlossingswerk!
Er zijn heel wat zich gereformeerd noemende mensen die zich best thuis voelen bij de sfeer in de Rooms-katholieke kerken. Terwijl er daar ten principale iets ontspoort: mensen kunnen en/of moeten klaarblijkelijk nog iets aan het Goddelijke werk toevoegen.
Toenadering tussen Gereformeerden en roomsen? Eigenlijk is dat heel merkwaardig!

Spreek gezonde woorden, schrijft Paulus aan Timotheüs.
Anno Domini 2020 heeft die stimulans ook voor ons nog niets van zijn actualiteit verloren.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 1:13 en 14.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Timotheüs 1:14.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie parakatatheken.
[4] Kanttekening bij 2 Timotheüs 1:14.
[5] Romeinen 15:13.
[6] 1 Corinthiërs 12:3.
[7] Adrian Verbree, “Meer van de Geest”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 27 juli 2013, p. 10. Dominee A.H. Verbree is momenteel predikant van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Hardenberg-Baalder.
[8] “Paus is vol ongeduld voor eenheid”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 mei 2020, p. 9.
[9] Geciteerd van https://www.kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/e/eucharistie ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.
[10] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.

27 mei 2020

Narconomie versus nieuw leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Narconomie: dat is de economie van de drugs, en van de drugskartels.
De NOS meldt: “De kartels hebben Nederland ontdekt als handige doorvoerhaven, waarbij de labs van xtc-producenten en hun netwerken gebruikt kunnen worden om de extreem verslavende harddrug te maken en exporteren.

Of Nederland een ‘walhalla’ is voor de kartels, zoals De Telegraaf kopte boven het artikel? Zo ver wil drugsonderzoeker Ton Nabben, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, niet gaan. Maar de ontwikkeling verbaast hem niet. ‘De grote drugsbendes zitten overal en dit past in het idee van de wereldwijde ‘narconomie’, zegt hij”[1].

Waarom worden er zoveel drugs gebruikt?
“Reden om met drugs te beginnen zijn vaak nieuwsgierigheid of omdat iemand bij een bepaalde groep wil horen”.
“Onder andere is aan coffeeshopbezoekers gevraagd waarom zij blowen. Zij gaven de volgende redenen op: ontspanning/rustgevend; gezelligheid; lekker; slaap-/ kalmeringsmiddel; smaak; prettig gevoel; roes; inspiratie/creativiteit; verveling; verslaving”[2].

Het lijkt er op dat mensen op zoek zijn naar een andere wereld. In deze samenleving kunnen zij het niet vinden. Er moet wat anders komen. En als die andere wereld er niet is, dan wil men die met nieuwe inspiratie en creativiteit gaan creëren.

In de kerk weten we daar alles van. Denkt u maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”[3].

En wat is dat ware geloof dan wel? “Wij geloven dat ons heil gelegen is in de vergeving van onze zonden om Jezus Christus’ wil. Daarin bestaat onze gerechtigheid voor God. Dat leren David en Paulus ons door te verklaren: Zalig is de mens aan wie God gerechtigheid toerekent zonder werken (…). En dezelfde apostel zegt, dat wij om niet, anders gezegd, uit genade gerechtvaardigd zijn door de verlossing in Christus Jezus (…). Daarom houden wij dit fundament altijd vast. Daarin geven wij alle eer aan God, terwijl wij onszelf vernederen en belijden wat voor mensen wij zijn, zonder ons ook maar enigszins op onszelf of op onze verdiensten te laten voorstaan. Wij steunen uitsluitend op de gehoorzaamheid van de gekruisigde Christus en rusten daarin. En deze gehoorzaamheid is de onze, wanneer wij in Hem geloven”[4].

Ware gelovigen worden opnieuw geboren. Zij gaan opnieuw beginnen. En waarom doen zij dat? Omdat zij naar de preek luisteren. Zij krijgen een heel nieuw leven.
Is dat niet opvallend? Dat is precies waar zoveel mensen naar op zoek zijn!

Nu is er tenminste één punt van aandacht: de Here biedt het nieuwe leven aan. Sterker nog: als mensen op zoek gaan naar een nieuw leven en vervolgens in de kerk terechtkomen, dan is dat werk van God.
Denkt u maar aan Lydia, die purperverkoopster uit Thyatira: “En een zekere vrouw, van wie de naam Lydia was, een purperverkoopster uit de stad Thyatira, die God diende, luisterde naar ons. En de Heere opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd”[5]. De Here had haar al geroepen. Immers – zij diende Hem al. En Hij nam haar in Handelingen 16 mee naar het volgende markeringspunt in de heilsgeschiedenis: vergeving van de zonden, omdat Jezus Christus ook voor haar zonden betaald heeft.

Echte gelovigen luisteren naar de preek. Paulus schrijft in Romeinen 10: “Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God”[6].
Het Woord wordt verkondigd op bevel van God. Dat Woord wordt gehoord. Dat Woord geeft de kaders van het leven aan. Gelovig leven is ingekaderd in Jezus Christus. Een paar hoofdstukken later, in hoofdstuk 12, schrijft Paulus: “Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar”[7]. In de kerk zijn wij “in Christus”. Hij geeft ons de ruimte. En Hij geeft ook de grenzen aan.
In de preek gebeurt, als het goed is, heel veel. En de consequenties in diverse mensenlevens zijn nog vele malen groter!
Wij spreken wel eens over de eigenwaarde van een mens. Je bent belangrijk!, zeggen ze. Dat klinkt mooi. Maar dat kunnen we alleen maar zeggen in Jezus Christus, onze Heiland. Hij bakent ons leven af. Hij zet de grenspalen neer. En Hij geeft ons uitzicht op een volmaakt leven.

In de kerk werkt de Heilige Geest. “Niemand kan zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”[8]. In de kerk heerst, om zo te zeggen, koortsachtige activiteit. De Heilige Geest is volop aan het werk. In de kerk wordt het nieuwe leven van heel veel mensen ontwikkeld. Het nieuwe leven wordt uitgevouwen.

Waarom gaan mensen aan het gebruiken van drugs beginnen? Antwoord: onder meer omdat zij bij een groep willen horen.
Welnu, in de kerk verzamelt de Here Zijn volk. In de kerk spreekt alles van Hem. In de kerk ontmoeten wij God. En wij ontmoeten Zijn volk.
 
De NOS meldt: “De Mexicaanse kartels zijn volgens hem mondiaal opererende organisaties die voortdurend reageren op vraag en aanbod. Dat kunnen ze ook razendsnel doen, want ze hoeven geen rekening te houden met regels”, zegt Nabben. ‘Het is een soort Risk, ze verplaatsen constant hun troepen. Je ziet het in Colombia, waar de guerrillabeweging FARC weg is uit de binnenlanden en kartels daar nu de cocaïneproductie overnemen’”.
De narconomie wordt een wereldmacht.
Maar Gods macht is groter. Veel en veel groter.
Daarom mogen wij in de kerk zonder terughoudendheid Psalm 27 zingen:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het strijdperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”.
En ook:
“Eén ding blijf ik steeds van de HERE vragen,
één enkel ding, dat heel mijn hart begeert:
om in zijn tempel al mijn levensdagen
bij Hem te zijn, te wonen bij mijn HEER.
Daar in zijn huis, waar alles spreekt van Hem,
wil ik aanschouwen ’s HEREN heerlijkheid,
zijn schone dienst, verricht in heiligheid.
Ik wil aandachtig luist’ren naar zijn stem”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2334281-mexicaanse-taferelen-in-de-polder-de-kartels-spelen-een-soort-risk.html ; geraadpleegd op zaterdag 23 mei 2020.
[2] Geciteerd van https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/waarom-worden-drugs-gebruikt/ ; geraadpleegd op zaterdag 23 mei 2020.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 23.
[5] Handelingen 16:14.
[6] Romeinen 10:17.
[7] Romeinen 12:4 en 5.
[8] 1 Corinthiërs 12:3 b.
[9] Psalm 27:2 en 3 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

6 mei 2020

Mooie wandeling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen”.

Zo staat dat in Galaten 5[1]. Het lijkt daar wel oorlog. Wij voeren oorlog met onszelf.

Denk erom, schrijft Paulus in dat hoofdstuk, dat u niet terugvalt in de verslaving van de zonde. De wetten van Mozes hebben, sinds Christus Zijn lijden heeft volbracht, voor u geen grote waarde meer. Het gaat nu niet meer om het leven volgens Mozaïsche wetten. Alles draait om uw vertrouwen op Christus’ verlossingswerk.
Gelooft u in de belofte van de vergeving van de zonden?
Gelooft u dat u eeuwig leven zult?
De Heilige Geest werkt in uw hart. Hij houdt uw geloof levend.
In de gemeente in Galatië zijn een paar mensen die zeggen: we moeten ons laten besnijden, net als in Mozes’ tijd. Denk erom, schrijft Paulus nadrukkelijk, dat u de gedachtegang van die mensen niet volgt!
We kunnen in het leven twee kanten op:
* ons eigen toegangskaartje voor de hemel regelen – door te leven naar Mozes’ regels
* vertrouwen op Christus’ beloften – en vervolgens voor altijd leven met Hem.
De geschiedenis is verder gegaan, betoogt Paulus. Blijf niet bij Mozes staan! In het leven van deze leider van het oude Israël ziet men slechts de contouren van Christus’ middelaarswerk. Nu Christus’ verlossingswerk is volbracht wordt de toekomst licht. Gods kinderen staan niet meer aan de schaduwkant van het leven. Het licht is opgegaan. Het is bevrijdingsdag geweest. De poort naar de hemel is nu voor altijd open!
Wij zijn vrij!
Vrij voor altijd!
Maar wil dat nu zeggen dat we nu lekker kunnen doen waar wij zelf zin in hebben? Zeker niet! Op deze aarde kun je zomaar terugvallen in de verslaving van de zonde. Paulus maakt het helder: de wil van Christus en onze eigen wens staan pal tegenover elkaar.
Regelen we onze eigen toegangskaart tot de hemel of vertrouwen we ons aan Christus toe?

In het bovenstaande is de strijd uitgetekend die Gods kinderen op aarde moeten voeren.
De kernvraag die daar achter ligt is: hoe is onze relatie met God? Anders gezegd: leven we in het verbond met God, of niet?

Die vragen komen op ons af in een tijd waarin, wat betreft relaties, van alles mogelijk is.
Het kan best zijn dat in het gezin van een alleenstaande moeder drie kinderen zijn van twee verschillende vaders.
Het kan best zijn dat een vrouw een moeilijke jeugd heeft gehad en dat zij nu een partner heeft die kinderen heeft uit een eerdere relatie; die kinderen zien zij – om maar eens wat te noemen – in het weekend vanwege het co-ouderschap en het ouderschapsplan. Als het een beetje wil, komen daar voor die vrouw nog wat problemen bij. Als daar zijn: rusteloosheid en hechtingsproblemen.
Het kan best zijn dat een jongen, samen met zijn broer, opgroeit bij twee moeders. “Als ik boven ben en niet weet wie er beneden is, dan roep ik ‘mama’ en dan zie ik wel wie er reageert”[2].
En dan is er ook nog het volgende ‘probleem’: “De wet werkt niet in het voordeel van gezinnen met twee vaders. Die zegt namelijk dat de vrouw uit wie een kind is geboren automatisch de juridische ouder is”[3].
In zo’n tijd wordt de kerk tot verbondstrouw opgeroepen.

Dat is trouwens niets nieuws.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Psalm 25:
“Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw
voor wie Zijn ​verbond​ en Zijn getuigenissen in acht nemen”[4].
Of bijvoorbeeld aan Psalm 78:
“Want hun ​hart​ was niet standvastig bij Hem,
en zij waren niet trouw aan Zijn ​verbond”[5].
Trouw aan Gods verbond – dat is een moeilijk punt voor de kerk van alle tijden.

Hoe kunnen wij, ook in deze tijd, trouw blijven aan de Here en aan Zijn verbond?
Paulus schrijft: “Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen”.
Mogen Gods kinderen er zeker van zijn dat Gods Heilige Geest in hen woont? Antwoord: jazeker! Leest u maar mee in Mattheüs 7: “Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is”[6]. En in Romeinen 5: “En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[7]. En in 1 Corinthiërs 2: “Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God. En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God ​genadig​ geschonken zijn”[8].
Dominee M.J.C. Blok schreef in een schets over de brief aan de christenen in Galatië eens: “Christus heeft echter voor Zijn kerk de levendmakende Geest verworven, en Die ook in Zijn kerk uitgestort, en deze Geest voert nu de strijd tegen het vlees -het verdorven hart-. Het kan dus niet anders, of de Geest van Christus moet in deze strijd overwinnen (…) Dan zijn ze niet onder de wet, omdat de Geest hun de gezindheid geeft, die ook in Christus is, en nu komt de wetsvolbrenging als vanzelf: de wet staat in hun hart geschreven, zodat het een lieve lust wordt Gods geboden te volbrengen”[9].

Ja, de Heilige Geest van God is volop actief. Ook in mei 2020. In een tijd vol ontrouw en onzekerheid steunt Hij de kerk om trefzeker het Evangelie te proclameren.
“Wandel door de Geest”, schrijft Paulus. Kijk, dan is de oorlog uit de aanvang van dit artikel goeddeels gestreden. Uiteindelijk wordt het een mooie wandeling!

Noten:
[1] Galaten 5:16 en 17.
[2] Geciteerd van http://www.saracoster.nl/wp-content/uploads/gaykrant-4-kinderen_fragment.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[3] Geciteerd van https://www.oudersvannu.nl/zwanger-worden/kinderwens/homoseksueel-ouderschap/ ; geraadpleegd op dinsdag 28 april 2020.
[4] Psalm 25:10.
[5] Psalm 78:37.
[6] Mattheüs 7:18-21.
[7] Romeinen 5:5.
[8] 1 Corinthiërs 2:10, 11 en 12.
[9] M.J.C. Blok, “De brief aan de Galaten – 7 schetsen”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – 1983 (vierde ongewijzigde druk). – p. 29

31 maart 2020

Gods roepstem davert over de wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Corona – de aanduiding van een gevaarlijk virus is inmiddels een voorvoegsel geworden. ‘Coronatijd’ lijkt inmiddels een algemeen aanvaard woord te wezen.
Wat wil de God van het verbond ons via alle gebeurtenissen leren? Tenminste één ding: geduld.

Geduld – daarover leren wij onder meer in Hosea 3[1].
In dat hoofdstuk lezen wij: “De HEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar ​overspel​ pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot ​andere ​goden​ en houden van rozijnenkoeken. Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst kocht ik haar toen voor mij. En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij blijven, u mag geen ​hoererij​ bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen. Want de Israëlieten moeten veel dagen zonder ​koning​ en zonder vorst blijven, zonder ​offer​ en zonder ​gewijde steen, zonder efod en ​afgodsbeelden. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en ​David, hun ​koning. Zij zullen zich in diep ​ontzag​ tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd”[2].

Hosea krijgt van de Here opdracht aan zijn vrouw laten zien dat hij van haar houdt. Zijn vrouw houdt van avontuurtjes. Zij slaapt nogal eens met andere mannen. Om haar weer terug te krijgen betaalt Hosea haar vijftien zilverstukken en een paar zakken gerst. ‘Nu moet je bij mij blijven’, zegt de profeet. ‘Je mag niet meer naar andere mannen toe. Maar ik zal zelf ook niet naast jou slapen. Die contactloosheid zal een hele poos duren’.
De Basisbijbel vat de boodschap van de Verbondsgod als volgt samen: “Net zó zullen de Israëlieten heel lang zonder koning, zonder heerser, zonder offers, zonder heiligdom, zonder borsttas met beslissingsstenen   en zonder uitlegger van de wet zijn. Daarna zullen de Israëlieten weer bij Mij terugkomen. Ze zullen weer naar Mij verlangen, en naar een koning uit de familie van David. Aan het eind van de tijd zullen ze vol ontzag bij Mij terugkomen, want Ik ben goed voor hen”[3].

Geduld – dat komt in Hosea 3 vooral van God. Voor wie de Bijbel een beetje kent is de beeldspraak wel duidelijk.
Gods volk loopt voortdurend bij Hem weg. Andere goden zijn veel interessanter. Die zijn nieuw. Bij de dienst aan afgoden horen mooie rituelen. Van die afgodsdienst kun je veel zeggen, maar het ziet er in elk geval fraai en menselijk-doordacht uit…
Het gaat lang duren voordat de Israëlieten tot bezinning komen. De eerste tijd redden ze zich prima. Zij vormen zelfsturende teams. Iedere vorm van gezag wordt zo snel mogelijk weggeregeld. Maar er komt een moment dat Israël toch gaat terugverlangen naar oude tijden. ‘Vroeger was alles beter’ – u weet wel hoe dat gaat. Uiteindelijk komt het volk toch weer terug bij haar Maker en Eigenaar. Oftewel: de vrouw komt terug bij haar Man. Bij Hem is het goed toeven.
De trouwe God van hemel en aarde moet wel heel veel geduld hebben met Zijn volk! Er blijkt altijd wel een reden om Hem te negeren. Er is altijd wel iets waardoor men Hem, al was het maar voor even, behoedzaam doch beslist aan de kant kan schuiven…

Als het gaat om het motief van Man en vrouw is de profetie van Hosea trouwens niet uniek. Ook de profeet Jesaja gebruikt het. Leest u maar mee in Jesaja 54: “Want als een verlaten vrouw, een bedroefde van geest, roept de HEERE u, de vrouw van de jeugd, die afgewezen was, zegt uw God. Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar in grote ​barmhartigheid​ zal Ik u bijeenbrengen. In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u Mijn aangezicht een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser”[4].

God is geduldig.
Maar voor Israël is ook waar: wie bij God weggelopen is, zal zelf de gevolgen dragen.
Dat is van belang, zeker in coronatijd.
Is COVID-19, het virus dat over de wereld gaat, een oordeel van God?
Is COVID-19 een beproeving voor de wereld?
Is COVID-19 een test voor de kerk?
Niemand kan precies duiden waarom dit coronavirus over de wereld gaat.
Een commentator van het Reformatorisch Dagblad schreef: Gods oordeel is er eigenlijk altijd. Hij formuleerde het zo: het coronavirus “bepaalt ons erbij dat wij broze mensen zijn, die gezondheid, ziekte en leven niet in eigen hand hebben. En het laat zien dat naarmate de tijd voortschrijdt de tekenen van de tijd ernstiger en intenser worden.
In dat licht kan worden gezegd dat deze ziekte een oordeel is. Maar tegelijk is de nodige voorzichtigheid vereist. Te gemakkelijk wordt gedacht dat het oordeel zich nu bij uitstek manifesteert.
De dichter van Psalm 105 spreekt daar echter anders over. Hij zegt: ‘Gods oordelen zijn over de gehele aarde’. Dat is niet alleen bij bijzondere gebeurtenissen; het is een permanente situatie. Stel dat over drie maanden de corona-uitbraak voorbij is dan zijn de oordelen niet voorbij. Die gedachte kan weggedrukt worden.
Het is, zeker in deze tijd van zorg en spanning, ook nodig te lezen wat de dichter van Psalm 105 direct zegt na de constatering dat de oordelen er altijd zijn. ‘Hij -dat is de Heere- gedenkt Zijn verbond tot in der eeuwigheid’. Daar is ook het houvast te vinden voor de gelovige. Zo kan een mens in de grootste smarten in de Heere gerust blijven. Dat vertrouwen is van levensbelang bij een uitbraak van een gevaarlijke ziekte zoals corona”[5].

Hoe men het ook draaien of keren wil:
* de God van het verbond roept de wereld op om naar Hem te luisteren
* de God van het verbond roept de wereld op om te vragen om vergeving te vragen
* de God van het verbond roept de wereld op om ons voor te bereiden op een gelukkig en gezond leven in de hemel; daar zal Hij alles in allen zijn.
Het is de taak van de kerk om die oproep door te geven!

Intussen is de wereld zich aan het bezinnen. Hoe gaan we creatief om met de situatie die nu ontstaan is? Wat moeten we doen als er in de toekomst meer agressieve virussen over de wereld gaan? Het is heel goed om te proberen goede antwoorden op die vragen te vinden.
Maar de allerbelangrijkste vraag moeten wij formuleren in een gebed tot God: geef dat uw Heilige Geest in onze levens Zijn werk kan doen. Om het met 2 Corinthiërs 13 te zeggen: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest zij met u allen. ​Amen”[6].

Het belangrijkste en meest wijze besluit dat de wereld kan nemen, is: massaal terugkeren naar God.
Zoals in Hosea 6: “Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven. Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen, die het land natmaakt”[7].

De hemelse God komt naar ons toe. Ook vandaag. Sterker nog: Zijn roepstem davert over de wereld!
Laten wij geduldig en geconcentreerd naar Hem luisteren!

Noten:
[1] Over Hosea 3 publiceerde ik op deze plaats het artikel ‘Hosea 3: de noodzaak van lege handen’, hier geplaatst op woensdag 26 september 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/09/26/hosea-3/ .
[2] Hosea 3:1-5.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/hosea/3 ; geraadpleegd op woensdag 25 maart 2020.
[4] Jesaja 54:6, 7 en 8.
[5] “Houvast”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 29 februari 2020, p. 3.
[6] 2 Corinthiërs 13:13.
[7] Hosea 6:1, 2 en 3.

10 februari 2020

Zaaien in de Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Nederland hebben velen het moeilijk. En het wordt er niet makkelijker op.
Het Reformatorisch Dagblad meldt op maandag 3 februari: “De problemen in kwetsbare wijken in Nederland nemen toe. Mensen voelen zich onveiliger en de overlast wordt groter. Veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden.
Dat staat in een maandag verschenen onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van Aedes, de koepel voor woningcorporaties. Steeds meer mensen met sociale problemen wonen in dezelfde wijk: bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een lichte verstandelijke beperking of met psychiatrische problemen.
‘Het is nu tijd voor gezamenlijke actie om een tweedeling in wijken te voorkomen’, concludeert Hester van Buren, bestuurslid van Aedes”[1].

Bij het lezen van een dergelijk bericht kan een Gereformeerd mens zich zomaar enigszins machteloos voelen.
Zegt u nu zelf: u zou zo vaak veel meer willen doen; maar in een dag zitten maar vierentwintig uur, en u hebt ook uw rust nodig… En ach – daar is uw gezin, daar is uw dagelijks werk, daar is de kerk en o ja, daar bent u zelf ook nog; en u kunt warempel niet alles tegelijk.

Aan al die drukte besteedt de apostel Paulus in Galaten 6 geen aandacht. Hij gaat er simpelweg aan voorbij. Hij noteert eenvoudig: “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten. En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven. Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof”[2].
De apostel verandert onze blikrichting. Kijk niet naar de wereld, zegt hij, richt u op God!

In de Geest zaaien – wat is dat?[3]
Wie een antwoord op die vraag zoekt kan beginnen in Genesis 1: “En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!”[4]. De aarde moet weer onder Gods heerschappij worden gebracht. Mensen zijn daarbij instrumenten van God. Het is de Here Zelf die daarmee een prachtig begin maakt. Dat blijkt in Genesis 2: “Ook plantte de HEERE God een hof in ​Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had”[5]. En: “De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van ​Eden​ om die te bewerken en te onderhouden”[6].
Dat is het begin.
Het gaat Nieuwtestamentisch verder. In de woorden van Lucas 8: “En waar het ​zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed ​hart​ vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen”[7].
In de Geest zaaien – dat is: naar de preek luisteren, en de Heilige Geest Zijn werk laten doen. U weet wel: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toe-eigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[8].

De Heilige Geest stuurt Gods kinderen aan. Hij bepaalt wat goed voor ons is. Hij beslist uiteindelijk waar en hoe Hij ons inzet.
Een exegeet noteert daarbij: “We zullen de oogst uit de Geest ontvangen, als wij ‘niet moe worden’ en ‘niet verslappen’. Met nadruk wordt onze eigen verantwoordelijkheid onderstreept. Na lezing van de gehele brief, waaruit blijkt hoe Paulus op alle fronten de strijd met de dwaalleer aanbindt, zal het duidelijk zijn dat er geen enkele plaats is voor verdienste van de mens. Als wij het leven ontvangen, is en blijft dat alleen een genadegave van God. Toch ontvangen wij dit niet buiten ons geloof en onze concrete gehoorzaamheid om. Het zal er om gaan juist daarin te volharden, om straks te mogen ontvangen, wat God ons door Zijn Geest, uit louter genade, alleen op grond van het werk van Zijn Zoon wil schenken”[9].

In deze wereld rijzen de problemen ons soms bijna boven het hoofd. En dat terwijl we alles graag perfect willen doen. Wij doen het immers allemaal voor onze Here?
Wat staat ons te doen?
Doe goed aan alle mensen, maar vooral aan uw geloofsgenoten! Zo schrijft Paulus.
En laat het helder wezen: in Galaten 6 is die oproep niet bedoeld om ons flink op te jagen. Wie in de Geest zaait, blijft ontspannen aan het werk. Ook in tijden van volle agenda’s en ingewikkelde problemen.

Noten:
[1] “Kwetsbare wijken glijden verder af”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 3 februari 2020, p. 12.
[2] Galaten 6:7-10.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.zoeklicht.nl/artikelen/zaaien+op+de+akker+van+de+geest_3549 ; geraadpleegd op maandag 3 februari 2020.
[4] Genesis 1:28.
[5] Genesis 2:8.
[6] Genesis 2:15.
[7] Lucas 8:15.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 6:9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.