gereformeerd leven in nederland

17 oktober 2017

Vast vertrouwen of wijze wetenschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe lezen wij de Bijbel? Met die vraag hebben heel wat mensen het reuze druk, vandaag.

Laatst stond het in de krant: “Het verstaan van de Schrift is in elke tijd nodig. Tegenwoordig staan christenen er minder onbevangen in dan vroeger”[1].
Veel Bijbellezers zijn minder makkelijk geworden. Het is, menen velen, te simpel om te zeggen dat onze God en Vader de schepping in stand houdt.

Eertijds stelde men de vraag: hoe leg ik Gods Woord uit aan de mensen? Of ook: hoe maak ik Gods wil bekend? Of misschien: hoe zorg ik ervoor dat de mensen de Bijbel begrijpen? Het vak waarin men dat leerde heet hermeneutiek.
Datzelfde woord – hermeneutiek – betekent vandaag de dag vaak: hoe komt de gelovige aan zijn visie op God, de wereld, de Bijbel en zichzelf? Er moet, zegt men, meer gefocust worden op de wisselwerking tussen woord en hoorder.

Niet zo lang geleden verscheen er een boek met de titel: ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’[2]. Daarin gaat het onder meer over locutie, illocutie, perlocutie, referentie, sense en significance, en over de syntactische, semantische, pragmatische en materiële dimensie in teksten. Dat klinkt ingewikkeld. En dat is het eigenlijk ook.
Maar intussen betekent hermeneutiek vandaag dus: het interpreteren van de Bijbel in hedendaagse context.

Voor ons beeld noteer ik het volgende.
Locutie betekent: de spreekwijze.
Illocutie betekent: datgene wat iemand met een uitdrukking zeggen wil.
Perlocutie betekent: het psychologische effect dat iemand met zijn spreken wil bereiken,
Referentie betekent: vergelijking, de maatstaf voor een vergelijking.
Sense is het Engelse woord voor bedoeling of duiding.
Significance is het Engelse woord voor betekenis, belang.
Syntaxis betekent: de wijze waarop woorden en woordgroepen worden samengevoegd tot zinnen.
In de semantiek houdt men zich bezig met de betekenis van woorden[3].

Als wij goed kijken, ontdekken we in de alinea hierboven al hoe mensen in het Bijbellezen centraal komen te staan. Het gaat over datgene wat mensen willen zeggen. En over psychologie. En klaarblijkelijk ook over het belang, het gewicht dat mensen aan Bijbelteksten toekennen[4].

Dit alles zo zijnde, komt de vraag naar voren: hoe interpreteren we Zondag 9 van de Heidelbergse Catechismus?
U weet wel: “Dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”[5].

In Zondag 9 gaat het over de trouwe Vader. En over ons onbegrensde vertrouwen op God, onze Vader.
Wij geloven in Hem. Het is niet zo dat wij alles om ons heen voortdurend interpreteren. Het is niet zo dat wij een eigen betekenis geven aan mensen en dingen in onze omgeving. Welnee.
Onze Vader heeft ons geschapen.
Om het met Job 33 te zeggen:
“De ​Geest van God​ heeft mij gemaakt,
en de adem van de Almachtige heeft mij levend gemaakt”[6].

De Almachtige heeft ons levend gemaakt, staat daar in Job 33.
Dat staat daar als een feitelijkheid.
Dat kunnen we natuurlijk op onze eigen manier uitleggen. Zo van: God heeft iets van mij gemaakt. Of bijvoorbeeld: God zorgt ervoor dat wij iets van ons leven kunnen maken. Of misschien: dankzij God krijgt ons leven een nieuwe dimensie. Of: zonder God wordt het in ons leven een tamelijk saaie, bijna dooie boel.
Misschien zegt u: maar dat staat er helemaal niet! Dat klopt. Dat staat er niet. Maar in de hermeneutiek lijkt men steeds vaker wel zulke redeneringen te volgen. Ziet u het probleem?

Waar geloof heeft alles te maken met een stellig weten en een vast vertrouwen. Zo staat dat in de Catechismus[7]. Welnu, bij veel wetenschappers is die zekerheid verdwenen. De leegte wordt opgevuld met dure woorden en vaagheden.

De apostelen deden hun zendingswerk in vertrouwen op de Here.
Zo staat dat bijvoorbeeld in Handelingen 14: “Zij verbleven daar (in Ikonium) dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn ​genade​ en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren”[8].

Laten ook wij, anno Domini 2017, zulk vertrouwen maar in praktijk brengen. Eenvoudig, en zonder opsmuk. Anders worden wij binnen de kortste keren door een kwellende onzekerheid bevangen.

Noten:
[1] “Christen minder onbevangen in lezen Schrift”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 september 2017, p. 2 en 3.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Ad de Bruijne en Hans Burger (redactie), “Gereformeerde hermeneutiek vandaag – theologische perspectieven” (TU-bezinningsreeks, nummer 18). – De Vuurbaak B.V., 2017. – 284 p.
[3] De meeste begrippen en hun betekenis kunt u vinden op http://www.encyclo.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 28 september 2017.
[4] Zie hierover ook: dr. G.A. van den Brink, “Niet vanuit de tekst, maar vanuit de hoorder”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 september 2017, p. 11.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[6] Job 33:4.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[8] Handelingen 14:3.

24 maart 2017

Nieuwe hermeneutiek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Wat verschijne,
wat verdwijne,
’t hangt niet aan een los geval.
In ’t voorleden
ligt het heden;
in het nu, wat worden zal”.
Dat schreef de geschiedkundige en dichter Willem Bilderdijk ooit[1][2].

Dat blijkt ook in de kerkgeschiedenis.
Dat zult u hieronder alras zien.

In de editie van het opinieblad ‘Koers’ die op zaterdag 11 maart 1972 verschijnt, schrijft de Christelijk-Gereformeerde dominee J.H. Velema (1917-2007) over de manier waarop mensen zich op de Heilige Schrift beroepen.
In de rubriek Persschouw van het Nederlands Dagblad wordt het schrijven van de predikant overgenomen.

Dominee Velema begint met de situatie van vroeger.
Dat doet hij als volgt.

“Tot voor enige jaren stond het vast dat we ons als christenen, op de Schrift konden, mochten en moesten beroepen. Verkondigde iemand een bepaalde mening en hij kon daarvoor Schriftbewijzen geven, dan luisterden we. Of was het duidelijk dat iemand in zijn gevoelen met de Schrift in strijd kwam, dan plaatste hij zichzelf buiten de gemeenschap van de kerk.
Van oudsher – daarvoor zijn we kinderen der Reformatie – had het Woord het laatste woord”.

En hoe is de situatie in het jaar 1972?

“Over de situatie van nu schrijft ds. Velema dat een beroep op de Schrift zoals eertijds niet meer mogelijk is. Er is nu een nieuw ‘verstaan’ van de Schrift. Prof. dr. G. Rothuizen wordt als voorbeeld aangehaald. Deze schrijft in een rapport over de homofilie bestemd voor de Syn.-geref. synode dat men tegenwoordig een andere hermeneutische sleutel heeft, die ‘ons de zaken niet anders doet zien, maar ons wel toestaat er anders mee te werken’.
Ds. Velema leidt hier terecht uit af, dat men, denkend in dat kader er vanuit moet gaan dat de apostel in zijn tijd niet beter wist en dat wij vele dingen beter weten:
„Daarom kunnen we in concreto met zijn uitspraken over de homofilie weinig doen; zijn ze voor ons ook niet normatief en kunnen wij in feite een andere weg gaan.
Het resultaat is dat men een homofiele verbintenis als kerk moet gaan erkennen en dat het goed zou zijn de gemeente bij het feestelijk gebeuren van deze verbintenis te betrekken (…).
De reden voor dit anders benaderen van de Schrift ligt in de omstandigheden van de tijd. Romeinen 13 laat zich in een democratische samenleving niet meer waar maken. Op deze wijze wordt de Bijbel in feite buiten spel gezet en geeft niet de Bijbel, maar de tijd de toon aan.
Dan kan inderdaad de Bijbel wat anders zeggen dan vroeger. Als het er om gaat die oude Bijbel de letter van de tekst, functioneel te maken voor ons, dan beslist uiteindelijk de mens over het Woord Gods.
Het beroep op de Schrift is nooit meer een direct beroep, maar de tekst moet ‘gefilterd’ worden; de tekst moet door het filter van het levensgevoel van de moderne mens heen. Er kan dan heel wat anders uitkomen dan vroeger. Maar dat is geen bezwaar. (…) Dat is de droeve stand van zaken”.
Opnieuw terecht constateert ds. Velema dat een ieder die een beroep doet op de Heilige Schrift, belachelijk is in de ogen van de huidige theologen: „Oordeelt men niet al te gemakkelijk over het Woord van God omdat in de God van het Woord zo geheel anders geloofd wordt? Alles hangt met alles samen. We kunnen vele vragen stellen bij dit onderwerp. In het kader van de nieuwe opvattingen van de hermeneutiek – verklaringswijze – van de Bijbel, wordt een beroep op de Schrift voor een eenvoudig mens bijna onmogelijk. Zou dat Gods bedoeling zijn?”[3].

Wat mij betreft heeft het schrijven van dominee Velema een nieuwe actualiteit gekregen. Zijn artikel past verrassend goed op de redeneringen betreffende onder meer de vrouw in het ambt!
Er is, om het maar ronduit te zeggen, homiletisch bezien weinig nieuws onder de zon.

Zouden de bovenstaande redeneringen Gods bedoeling zijn?, zo vraagt dominee Velema.
Mijn overtuiging is dat dat zeker niet Zijn intentie kan wezen.

Wat mij betreft moeten alle zich Gereformeerd noemende mensen terug naar dat aloude adagium: verkondigt iemand een bepaalde mening en hij kan daarvoor Schriftbewijzen geven, dan luisteren wij!

Er is weinig nieuws onder de zon, schreef ik.
Dat vond Willem Bilderdijk ook. Hij noteerde:
“Opgaan, blinken,
en verzinken,
is het lot van ieder dag:
en wij allen
moeten vallen,
wie zijn licht bestralen mag”[4].
Bilderdijks somberheid mag uiteindelijk echter niet de onze wezen.

Zeker, soms lijkt het zo te zijn dat onze God één stap vooruit en vervolgens twee stappen achteruit zet. Maar dat heeft vooral te maken met Zijn genade, Zijn geduld en onze kortzichtigheid.
De God van het verbond volvoert echter Zijn plan. En waar loopt dat op uit? Paulus beschrijft het in 2 Corinthiërs 4: “Wij weten immers dat Hij Die de Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen.
Want dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God.
Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd.
Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een alles overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.
Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig”[5].

De blijdschap van Gods kinderen moet zijn:
In het verleden
ligt nu nog het heden
maar na aardse moeilijkheden
zullen wij de hemel binnentreden!

Noten:
[1] Citaat uit: Willem Bilderdijk (ed. Peter van Zonneveld), “Leven, ach! wat zijt gij toch? Bloemlezing uit de gedichten”. – Amsterdam: Athenaeum / Polak & Van Gennep 2006. – p. 52. Ook te vinden via http://www.dbnl.org/tekst/bild002leve02_01/bild002leve02_01_0023.php .
[2] Zie over Willem Bilderdijk https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Bilderdijk ;  geraadpleegd op woensdag 8 maart 2017.
[3] “Het beroep op de Schrift”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 23 maart 1972, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[4] Citaat uit: Bilderdijk, a.w. Zie verder noot 1.
[5] 2 Corinthiërs 4:14-18.

16 maart 2017

Treurige boodschap

Onlangs verscheen het nieuwe handboek van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Daarin schrijft dominee J.H. Kuiper dat het van belang is om “bij het uiteenzetten van de Bijbelse waarden een goed verhaal te houden en daarin ook blijk te geven van wat in de hulpverlening en de praktische theologie de hermeneutische competentie heet. Dat vraagt enerzijds om gekwalificeerde mensen die zo’n klus kunnen klaren, schrijft de emeritus predikant. Tegelijkertijd doemt aan de andere kant een probleem op: wat te doen als een plaatselijke gemeente er niet van te overtuigen is dat ze, Bijbels gezien, op het verkeerde spoor zit? ‘Hoe ver gaat de diversiteit?’ is dan de vraag die overblijft, aldus ds. Kuiper”
Ik citeer via het Reformatorisch Dagblad[1].

Als u het mij vraagt staat in het bovenstaande ten diepste een tamelijk treurige boodschap.

Een goed verhaal houden?
De kerk moet het Evangelie verkondigen. Dat is een scherp Evangelie. Dat is een Evangelie dat mensen tegenover elkaar zet, in twee kampen. Laat ik in dit verband wijzen op Psalm 75:
“Want niet uit het oosten of uit het westen
of uit de woestijn komt het verhogen,
maar God is Rechter:
Hij vernedert de een en verhoogt de ander.
Want in de hand van de HEERE is een beker.
Daarin schuimt de wijn, overvloedig gekruid.
Hij schenkt eruit; zelfs zijn droesem
moeten alle goddelozen van de aarde tot op de bodem opdrinken.
Maar ik zal het voor eeuwig verkondigen,
ik zal voor de God van Jakob psalmen zingen.
Ik zal alle horens van de goddelozen afhakken,
de horens van de rechtvaardige worden omhooggeheven”[2].
Laten wij – kortom – de ernst van het Evangelie niet wegpoetsen!

Dominee Kuiper heeft het over de hermeneutische competentie. Dat is een deftige term. Die betekent: “Het vermogen om enerzijds de bronnen van de christelijke traditie, gemeenschap en/of organisatie, die hij/zij vertegenwoordigt en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te vertolken”[3]. Zeg maar even: de kunst om de inhoud van Gods Woord in deze wereld dichtbij mensen te brengen.
Van die deftige woorden word ik persoonlijk een beetje kriebelig. Een tikkeltje argwanend, ook. Een beetje narrig zelfs.
Veel GKv-dominees laten de cultuur in de samenleving teveel prevaleren boven de zuivere en onverkorte uitleg van het Woord van God. De gang van zaken rond de kwestie van vrouwen in het ambt bewijst het.
Via het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Opvallend veel gemeenten zijn volgens de kroniekschrijver – dominee Kuiper dus, BdR – bezig met structuurveranderingen, waarbij in de meeste gevallen verantwoordelijkheden die vroeger bij de kerkenraad lagen, elders worden neergelegd. Daarbij dringt de vraag zich op hoe het ambt getypeerd moet worden, als de kerkenraad bijna alle bezoekwerk delegeert. En wat valt er nog aan ambten open te stellen voor vrouwen als de functie van de ambten geminimaliseerd is?”.
Het zal u waarschijnlijk niet verbazen dat schrijver dezes van die cursief gedrukte vraag een beetje sarcastisch wordt…

Er zijn, zo legt dominee Kuiper uit, uitleggers nodig. Exegeten, zogezegd.
Soms staan in de Bijbel dingen die kerkgangers liever niet willen horen. Die dingen doen zeer aan het oor. Van die dingen krijg je een ongemakkelijk gevoel. Extreem vervelend, dat begrijpt u.
Wat o wat gaan we doen als, kort door de bocht gezegd, niemand zich van de uitleg meer iets aantrekt?
Die vraag stelt dominee Kuiper. Luid en duidelijk.
Graag stel ik een tegenvraag. Namelijk deze: heeft dominee Kuiper wel eens van kerkelijke tucht gehoord? En ik noteer erbij: als die tucht niet – of slechts mondjesmaat – wordt toegepast, geraakt de kerk in een spiraal naar beneden!

Hoe ver gaat de diversiteit?, vraagt dominee Kuiper.
Oftewel: hoeveel verschillen mogen er in de kerk zijn?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: in de GKv zijn er teveel fundamentele verschillen. Her en der is sprake van ongeloof.
Veel GKv-predikanten blijven in het kerkverband arbeiden. Hun redenatie lijkt zo ongeveer te zijn: zolang ik nog vruchtbaar kan werken, blijf ik zitten waar ik zit. Of ook: zo lang mijn adviezen door een zeker deel van de kerkmensen nog wordt aanvaard, stel ik mijn kerkelijke overgang uit.
Schrijver dezes vraagt zich af: kunt u op een kerkschip blijven zitten, waarvan u zeker weet dat het op een verkeerde koers ligt?

In dit artikel proeft u, neem ik aan, een zeker sarcasme. En nee, dat sarcasme verberg ik niet.
Maar onder dat sarcasme zit ook wat teleurstelling. En een beetje verdriet. Want mijn vrouw en ik zijn, zoals u waarschijnlijk wel weet, uit de GKv afkomstig. En wij zien de afgang. Die afgang wordt door dominee Kuiper beschreven. Daarom heeft hij, wat mij betreft, eigenlijk een treurige boodschap.

Er is bekering nodig.
Ja, bij ons allemaal. Ook bij schrijver dezes.
Daarover heeft Jezus in Marcus 2 gezegd: “Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”[4].
En in Lucas 15: “Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben”[5].
Dat Evangelie spreekt voor zondaars boekdelen!

Noten:
[1] “Kerk in ontwikkeling zoekt houvast”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 24 februari 2017, p. 2.
[2] Psalm 75:7-11.
[3] Geciteerd van www.che.nl/~/media/academie voor theologie/theologiebestanden/competenties.pdf ; geraadpleegd op maandag 27 februari 2017.
[4] Marcus 2:17.
[5] Lucas 15:7.

23 november 2016

Verzoening door voldoening

Vandaag gaat het op deze plaats vooral over verzoening door voldoening[1].
Daarbij neemt schrijver dezes zijn uitgangspunt in artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De eerste zin van dat artikel luidt: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd”.

Melchizedek is koning en priester tegelijk. In het Oude Testament is dat uniek.
Melchizedek is koning en priester van Salem, Jeruzalem. Hij zegent Abram na diens overwinning op het leger van Kedor-Laomer. Abram geeft vervolgens het tiende deel van de buit aan Melchizedek[2].
Eeuwen later krijgt David de belofte dat iemand uit zijn nageslacht koning en priester zal zijn, priester naar de orde van Melchizedek[3].

Melchizedek: die naam betekent ‘koning der gerechtigheid’. Salem wil zeggen: vrede.
Over zijn vader en moeder horen we in de Bijbel niets. Blijkbaar is Melchizedek niet door afstamming koning en priester geworden. Hij is in die functies benoemd.
Iemand legt uit: “Hiervoor is een parallel aan te wijzen in het Jodendom. Het was voor heidenen mogelijk over te gaan naar het Jodendom. In dat geval moest de proselietendoop bediend worden. Als een man zo opgenomen werd in de joodse gemeenschap, zeiden de rabbijnen: ‘een heiden heeft geen vader’. De rabbijnen bedoelen hier natuurlijk niet mee te zeggen dat een heiden helemaal geen natuurlijke vader heeft, maar dat hij geen vader heeft waarmee in het joodse recht rekening gehouden moet worden.

Op die wijze had Melchizedek geen vader of moeder door wie hij recht had op de troon en op het altaar. Zo kon Christus, uit de stam van Juda, geen rechten laten gelden op het priesterschap van Aäron”.

Van Melchizedek is geen geslachtsregister bekend.
Maar van Jezus Christus wel. Hij stamt uit Juda. Alle priesters komen echter uit de stam Levi. Hoe kan Christus dan priester worden? Antwoord: Hij is, om zo te zeggen, tot priester benoemd. Priester naar de orde van Melchizedek.

De uitlegger die ik hierboven aanhaalde, schrijft nog wat meer.
“Melchizedek zegende Abraham, en de laatste erkende hem als priester door hem de tienden te geven. Dit betekent, dat Melchizedek de meerdere was van Abraham.
Maar als we de geslachtslijn doortrekken, wordt duidelijk dat Levi een afstammeling is van Abraham. En als Abraham de mindere was van Melchizedek, dan is Levi, als nakomeling van Abraham, eveneens de mindere van Melchizedek.
Dit betekent, dat het priesterschap van Aaron minder is dan het priesterschap naar de orde van Melchizedek.
Dat betekent weer, dat Christus’ priesterschap meer is dan dat van de priesters in Israël”[4].

In het laatste gedeelte van Hebreeën 7, vanaf vers 11, wordt vastgesteld dat er daarom nu een andere wetgeving moet gelden.
De wet van Mozes hoort namelijk bij de orde van Aäron.
Maar Christus hoort bij de orde van Melchizedek. Jezus Christus is Koning en Priester.
En Hij is Borg geworden van een beter verbond[5].

Een verbond met betere beloften.
Die beloften staan in Hebreeën 8. De Here legt Zijn wetten in ons verstand. Hij zorgt dat ons hart vol van Hem wordt.
De Here denkt nooit meer terug aan onze zonden. Het oude verbond, met de priesterdienst en alle offers, is verdwenen. Er is een definitieve oplossing. Verlossing, door Christus[6].

En daarom is de deur naar de hemelse toekomst open.
In Hebreeën 10 staat het zo: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”[7].

Dat Evangelie wordt vaak verdraaid en genegeerd.
Sterker nog: Ja, het dogma “verzoening door voldoening” is alle eeuwen door een kerkelijk strijdpunt geweest.

Iemand als de bekende Frans-Duitse arts, theoloog en Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer (1875-1965) had met die geloofsleer grote moeite. Hij kon daar niets mee. Met het klassieke christendom kon hij totaal niet uit de voeten[8]. Schweitzer is één van de geleerde mensen die op dit punt gestruikeld zijn.
Ook professor dr. P. Smits ontkende in 1959 de verzoening met alle kracht die in hem was[9]. Hij formuleerde later zelf waar die verdraaiing uiteindelijk toe leidt. Smits voorspelde “dat religie in de westerse samenleving zou ontwikkelen tot het ‘ietsisme’, een niet-dogmatisch, vaag en op emoties gebaseerd spiritueel gevoel. Ook zelf raakte hij meer en meer los van het christelijke gedachtegoed”[10].
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, zei eens: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
In dit rijtje past ook dr. J.M. Burger. Hij is docent systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte universiteit in Kampen, en houdt er de offertheorie op na. Iemand vatte die theorie eens als volgt samen: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”[11].

Wie het Evangelie van verzoening door voldoening niet gelooft, komt al gauw in de buurt van de nieuwe hermeneutiek.

Weet u wat dat is?
In een kerkblad stond het eens zo: “De nieuwe hermeneutiek wil bij de Schriftverklaring heel sterk rekening houden met de zogenaamde ‘Umwelt’, dat is de situatie waarin de Bijbelschrijvers destijds hebben geleefd. Deze invloed wordt als een beslissende factor gezien bij de uitleg van de betekenis van het geschreven Schriftwoord.
Dat is ook verbonden aan het ontkennen van het absolute goddelijke gezag van de Heilige Schrift. Daar doet men van af door de inbreng van de schrijver en zijn cultuur en zijn omgeving, los te maken van de goddelijke inspiratie. Men erkent zo niet meer dat alle woorden van de Schrift van God afkomstig zijn”[12].
Men houdt in de nieuwe hermeneutiek dus rekening met de tijd waarin men leeft. Met de omgeving. En met de cultuur.
Mensen als Burger, Den Heyer en Smits doen – als u het mij vraagt – niet anders.

Verzoening door voldoening – dat moeten wij maar gewoon geloven.

Waarom?
Simpelweg omdat het in Gods Woord staat.
Ook vandaag spreken wij zonder enige reserve de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”[13].

Noten:
[1] Morgenavond, donderdag 24 november 2016, vergadert de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Het onderwerp ‘Verzoening’ zal besproken worden. Men gebruikt daarbij: Ds. A.O. Reitsema e.a., “Woorden van waarde: Bijbelse kernbegrippen”. – Barneveld: De Vuurbaak, 1996. – p. 18-28. Het onderwerp wordt ingeleid door mijn vrouw. Bij het maken van haar inleiding help ik graag een handje mee.
[2] Genesis 14:18, 19 en 20.
[3] Psalm 110:4.
[4] M.J. Paul, “Christus’ priesterschap naar de orde van Melchizedek”. In: De Waarheidsvriend, 27 december 1991, p. 7, 8 en 9. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[5] Zie Hebreeën 7:11-28.
[6] Zie Hebreeën 8:10-13.
[7] Hebreeën 10:14.
[8] Ds. M. van Kooten, “Albert Schweitzer”. In: Terdege, 9 september 2015, p. 35 (rubriek ‘Ogenblik’). Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] In “Woorden van Waarde” staat op pagina 25 per abuis het jaartal 1969.
[10] Zie hierover ook mijn artikel “De verzoeking is vlakbij”; hier gepubliceerd op vrijdag 25 maart 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/03/25/de-verzoeking-is-vlakbij/ .
[11] Over het bovenstaande schreef ik in mijn artikel “Verzoening verloochend”; hier gepubliceerd op donderdag 18 augustus 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/08/18/verzoening-verloochend/ .
[12] Over de nieuwe hermeneutiek schreef ik in mijn artikel “Rondom de nieuwe hermeneutiek”; hier gepubliceerd op maandag 10 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/10/rondom-de-nieuwe-hermeneutiek/ .
[13] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.

10 februari 2014

Rondom de nieuwe hermeneutiek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Op het kerkplein wordt voortdurend over hermeneutiek gesproken.
Zeker in het laatste decennium.

Al heel wat jaren horen wij over nieuwe hermeneutiek.
Wat is dat?
In het Gereformeerd kerkblad De Bazuin stond eens de volgende omschrijving: “De nieuwe hermeneutiek wil bij de Schriftverklaring heel sterk rekening houden met de zogenaamde ‘Umwelt’, dat is de situatie waarin de Bijbelschrijvers destijds hebben geleefd. Deze invloed wordt als een beslissende factor gezien bij de uitleg van de betekenis van het geschreven Schriftwoord.
Dat is ook verbonden aan het ontkennen van het absolute goddelijke gezag van de Heilige Schrift. Daar doet men van af door de inbreng van de schrijver en zijn cultuur en zijn omgeving, los te maken van de goddelijke inspiratie. Men erkent zo niet meer dat alle woorden van de Schrift van God afkomstig zijn”[1].
Gods heilig Woord wordt dus niet meer als uitgangspunt genomen. Men leest niet de Bijbel, om van daaruit keuzes te maken. Het leven van mensen is het beginpunt. Van daaruit worden Bijbelwoorden overwogen.

De Nederlands Gereformeerde predikant A. van der Dussen legde het verschil tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ hermeneutiek eens als volgt uit.
“Onder hermeneutiek verstaat men van oudsher de theorie van het uitleggen, de ars interpretandi. De hermeneutiek stelt de vraag, hoe men een tekst, of enige andere uiting van de menselijke geest, dient te benaderen om die naar de daarin tot uitdrukking komende bedoeling te verstaan (…). Het gaat daarin om de juiste methode van (bijbel)uitleg. De nieuwe hermeneutiek is veelomvattender, doordat zij het begrip ‘interpretatie’ veel ruimer neemt. Zij gaat ervan uit, dat niet alleen ‘teksten’ geïnterpreteerd moeten worden, maar ook historische gebeurtenissen (“Wat heeft dat te betekenen?”), het menselijk leven (“ik snap mezelf niet”), ja, in feite de hele werkelijkheid (“wat is de zin van alles wat bestaat?”). Wanneer men de hermeneutiek op deze manier opvat, namelijk als de theorie van het ‘verstaan’ in het algemeen, is zij niets anders dan een soort filosofie geworden”.
En:
“Wezenlijk is, dat die ruime opvatting van het begrip ‘interpretatie’ samenhangt met de aardverschuiving in de westerse filosofie die te typeren is met de verlegging van het accent van het ‘objectieve’ naar het ‘subjectieve’. Van Nietzsche is de uitspraak afkomstig “Es gibt keine Tatsachen, nur Interpretationen!”. Daarmee is het afscheid van de ‘objectieve’ werkelijkheid in opperste radicaliteit geformuleerd”[2].

Laten wij nog wat nader bezien hoe de praktijk van de nieuwe hermeneutiek werkt[3].
Het woord ‘lijn’ kunnen u en ik op verschillende manieren gebruiken. Bijvoorbeeld als volgt:
* Ajax had deze keer een zwakke verdedigingslijn
* De minister hield zich strikt aan de partijlijn
* Alle telefoonlijnen zijn bezet
* De tekenaar kreeg geen lijn op papier
* Ambtenaren zijn lijntrekkers”.
Het woord ‘lijn’ krijgt pas betekenis als we het in het zinsverband lezen.
Een naam die in verband met de nieuwe hermeneutiek vaak valt is die van de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer (1900-2002)[4]. Die verandering van woordbetekenissen noemde hij ‘de hermeneutische cirkel’, of liever nog ‘de hermeneutische spiraal’. Iemand typeerde die cirkel zo: “De delen bepalen de betekenis van het geheel en het geheel bepaalt de betekenis van de delen”.
De heer Gadamer zelf heeft het voorbeeld van de rechtspraak gebruikt. Een rechter moet de wet toepassen in een specifieke zaak. Bij zijn uitspraak houdt hij rekening met al of niet verzachtende omstandigheden. In zijn uitspraak omschrijft de rechter wat de wet voor de verdachte in de rechtszaak precies te betekenen heeft.
Dat is dus het nut van de hermeneutische cirkel.
Welnu, meneer Gadamer zegt: we moeten zorgen dat we op een goede manier in die cirkel terechtkomen. “Ieder van ons brengt zijn eigen ‘denkwereld’ of denkkader mee, zijn bibliotheek van alles wat hij weet en heeft ervaren. Hoe we reageren, wat we voelen, wat we interessant vinden, hoe we waarnemen, wat we goedkeuren of afkeuren, enz. wordt altijd beïnvloed door dat denkkader. En dat is maar heel zelden bij alle mensen gelijk”.

Men zou de denkwijze van Gadamer kunnen samenvatten onder het kopje ‘Hermeneutiek van de identiteit’. “Begrijpen is pas gelukt als twee verschillende betekeniswerelden elkaar raken en in het proces van elkaar begrijpen uiteindelijk versmelten tot een nieuwe betekeniswereld”[5].

Men let dus niet meer zozeer op de logische structuur van een tekst. Alles draait om de vragen die in een bepaalde periode spelen.

U begrijpt wel: in de nieuwe hermeneutiek worden eigen ervaringen zomaar belangrijker dan Gods Woord.
Aan dat gevaar zijn de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) in de laatste jaren helaas niet ontkomen.

Die nieuwe hermeneutiek ziet u op ongedachte momenten terug.
Een zware delegatie van de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit Kampen ging een paar weken geleden naar Canada, om aldaar te confereren over nieuwe hermeneutiek. Bij die gelegenheid zei professor dr. M. te Velde: het gaat “om de vraag hoe je in verschillende culturen theologie bedrijft”[6].
Als ik het goed begrepen heb zei de professor impliciet: hoe je de Bijbel uitlegt, kan van werelddeel tot werelddeel nogal verschillen.
En de kwestie is vervolgens dus: in hoeverre wordt de exegese van Gods Woord beïnvloed door de eigen ervaringen, of door de cultuur waarin je leeft?

In 2008 wees de Amerikaanse presbyteriaanse voorganger dr. L.A. Curto al op de kernvraag: willen de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken nog buigen voor de Schrift[7]?
Dominee J. Moesker uit Canada zei indertijd ook: een nieuwe manier van Bijbellezen en uitleggen is niet per definitie verkeerd, maar wel als dit gebeurt onder druk van de moderne cultuur. “Als de kerk ruimte schept voor een nieuwe hermeneutiek, dan kunnen we wel voorspellen wat er gaat gebeuren. Dat hebben we al in zo veel kerken gezien”[8].
Wij moeten buigen voor de Heilige Schrift. Zondige mensen moeten capituleren. Wij moeten ons overgeven: als de Here ons vermaant, moeten wij ’t helemaal anders gaan doen. Ons leven ondergaat een koerswijziging: wij richten ons niet op deze wereld, maar op ons nieuwe vaderland. En daarmee vervreemden wij ons van het leven op deze aarde.

Het moge duidelijk zijn dat wij ons met die nieuwe hermeneutiek maar niet moeten inlaten[9].
Ware gelovigen mogen leven in de wetenschap dat de Here nog altijd aan het werk is. Hij voert Zijn plan uit.
Onverstoorbaar.
Onveranderlijk.
En ja – hij werkt óók voor de stillen in den lande.
En nog steeds staat Jesaja 43 in onze Bijbels: “Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde, ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb”[10].
Hij laat niet varen wat Zijn hand begon.

En daarom, ja daarom is Gods Woord het meest kostbare boek op aarde.

Noten:
[1]
Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/815 .
[2] Zie http://ngp.ngk.nl/Studiemat/Dussen-Hermeneutiek.pdf . Nietzsche zei dus: ‘er zijn geen feiten, alleen maar interpretaties’.
[3] In het onderstaande gebruik ik http://www.promeijn.nl/Filosofie%20en%20vrijmetselarij/Filosofie%20bouwstukken/filosofiepietromeijn-hera.html .
[4] Zie over hem http://nl.wikipedia.org/wiki/Gadamer .
[5] Zie http://mjschuurman.wordpress.com/2010/02/22/de-prediking-van-de-genade-in-de-postmoderniteit/ .
[6] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2014/januari/06/delegatie-tu-kampen-naar-canada .
[7] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2008/mei/30/nieuw-bijbelonderzoek-waagstuk-of-kans .
[8] “Synode GKV staat voor cruciaal besluit”. In: Reformatorisch Dagblad (31 mei 2008), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] In het onderstaande gebruik ik een stuk dat ik in juni 2008 schreef.
[10] Jesaja 43:5, 6 en 7.

12 juni 2013

De uitleg van Gods Woord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Gereformeerde mensen willen dicht bij het Woord van God leven. In heel hun leven doen ze daar hun best voor. Zij lezen in de Bijbel. Zij leggen Gods Woord uit. In de praktijk van hun dagelijks bestaan trekken zij consequenties uit de door hen gelezen Bijbelteksten.
Maar hoe weten die Gereformeerden nu zo zeker dat hun exegese van de Bijbel de juiste is?

De vraag is natuurlijk waar we op moeten letten als wij de Bijbel verklaren.
Het is, bijvoorbeeld, belangrijk om iets te weten over de historische achtergrond van de verschillende Bijbelboeken.

Over de functie en uitleg van Gods Woord maak ik hieronder een paar opmerkingen.

1.
Wie de omstandigheden van – bijvoorbeeld – profeten en apostelen niet kent, neemt maar al te gemakkelijk zijn eigen cultuur en leefomstandigheden als uitgangspunt.
Heel snel gaan we, misschien ongewild, in Gods Woord lezen wat wij er in willen zien.
Datzelfde doen vijanden van God ook. Zij lezen en interpreteren het Woord van God op hun manier.
Daarom zullen we, als het even kan, iets moeten weten van de omstandigheden in de tijden waarover de Bijbel ons verhaalt[1].

2.
Een dominee zei eens: “…als je de Assyriërs en Babyloniërs door elkaar haalt, is dat hetzelfde als de Russen en Amerikanen verwisselen”[2].
Verwisselen: dat kan ook heel snel met Herodessen gebeuren.
Die predikant legde uit: “De Herodes die de kinderen in Bethlehem ombracht, is een andere dan de Herodes die Jezus bespotte. De Herodes die Jakobus, Johannes’ broer, liet onthoofden, is weer een ander. Daarnaast zijn er nog minstens drie andere Herodessen geweest, die in de Bijbel onder een ander naam voorkomen”. Die Herodessen vormen “…een onfrisse kluwen. Moord, afgunst, overspel. Neem Herodes de Grote. Van hem zou je nu zeggen dat hij een persoonlijkheidsstoornis had. Hij hield zielsveel van zijn vrouw Marianne, maar vermoordde haar uiteindelijk. Grillig was hij”.

3.
Tussen de laatste geschiedenis van het Oude Testament en de geboorte van Christus zitten zo’n vier eeuwen.
Het werd stil rond het volk van God. Koning Herodes zat op de troon. Hij was een Edomiet. Je zóu zeggen: de geschiedenis van het volk van God gaat naar het einde toe; alle triomfen waarover dat volk eertijds sprak, verdwijnen zoetjes aan in de dikke mist van tekortschietende memorie en vage historie.
De hierboven bedoelde dominee zei daarover: “De Heere werkt door het wonder. Het gaat bij Hem altijd door het afgesnedene heen. Het Joodse volk had aan het einde van deze periode nauwelijks enig zelfbeschikkingsrecht meer. Koning Herodes zat op de troon: een Edomiet, een uit het geslacht van Ezau. Het leek een verloren zaak. (…) En toen kwam de Zaligmaker. We moeten nooit vergeten dat Christus het middelpunt is van de geschiedenis. Alles wat eraan voorafging, was dienstbaar aan Zijn komst”.

4.
Deze opmerking brengt ons bij de reden van ons Bijbellezen.
De reden dat wij iedere dag in de Bijbel lezen is niet: wij willen weten hoe we fatsoenlijk moeten leven.
Bijbellezen is niet: iedere dag een nieuw deel van de vervolgcursus ‘omgang met medemensen’.
Wij willen God leren kennen. God maakt Zich aan ons bekend. Dat is heel bijzonder. Het is een blijk van pure genade. Waarom? Omdat God zich ook wel stil had kunnen houden, onder het motto: de wereld is kapot en er is niks meer aan te doen.
Maar de Here laat zien wie Hij is. En als wij Zijn doen en laten nauwkeurig bekijken, kúnnen we niets anders dan Hem eren. De Here is ons genadig. Hij redt ons. En mét dat al wordt Zijn glorie voortdurend groter.
Gods Woord is geen handboek hogere burgerschapskunde. Gods Woord is openbaring. De Here maakt Zich bekend, en verkondigt een reddingsplan voor zondige stervelingen.
Op basis van het bovenstaande concludeer ik: in onze Bijbellezing moeten wij onze Here God altijd centraal stellen.

5.
Nu is er, onder exegeten en gewone gelovigen, wel eens enig verschil in uitleg van Gods Woord. Soms wordt een bepaalde Bijbeltekst vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Soms worden verschillende accenten gelegd.
Het is goed om, wanneer het over Gods Woord gaat, ook de grondtekst te kunnen raadplegen. Wat staat er in het Hebreeuws, of in het Grieks? En hoe vertaal je dat adequaat in je eigen taal?
Ook is het nodig om te kijken naar het verband waarin een bepaalde tekst staat. Dat voorkomt dat wij, al te argeloos, onze eigen uitleg aan een Bijbelwoord geven.
Zo’n aanpak brengt ons al een eind op de goede weg.

6.
Tegenwoordig suggereren sommige mensen dat het voor Gereformeerden niet zoveel uitmaakt hoe je de Bijbel uitlegt. Zo’n bewering komt al snel in de buurt van de afdeling Weinig Waardevolle Redeneringen. Had men vroeger de leringen van – laten we zeggen – Pelagius en Arius maar in de kerk moeten toestaan? Die vraag stellen is haar beantwoorden.
Vandaag de dag zijn er wel geleerden die, als het over Gereformeerd-zijn gaat, in niveaus denken. Dan zeggen zij bijvoorbeeld:
* niveau 1 is de erfenis der Gereformeerden uit de zestiende eeuw; denkt u maar aan de rechtvaardiging, of ook aan het verbond
* niveau 2 wordt gevormd door bepaalde kerkelijke beslissingen, die gebaseerd zijn op uitleg van de Schrift
* op niveau 3 spreken we over procedures, of bijvoorbeeld over de liturgie en de te zingen liederen[3].
Van dat gedoe ‘op niveau’ word ik altijd erg argwanend: opeens gaat het over allerlei dingen die mensen in de kerk naar voren brengen. Dat kan de bedoeling toch niet wezen?

7.
Op deze internetpagina komen, in het algemeen genomen, heel wat Schriftteksten voorbij.
Is de uitleg die ik daar bij zet, de enig mogelijke? Vaak niet.
Ben ik het eind van alle uitspraak? Dat in ieder geval niet.
Niemand zal echter ontkennen dat ik steeds weer serieuze pogingen doe de hierboven omschreven zaken in mijn artikelen mee te nemen. Ik zet ze nog een keer op een rij:
* kennis van de historie en de omstandigheden in de tijden die Gods Woord beschrijft
* Jezus Christus in het middelpunt
* aandacht voor Gods genade, en Zijn plan om zondaren te redden
* aandacht voor de grondtekst van het Woord van God
* aandacht voor het verband waarin een Schriftwoord staat
* iedere vorm van mensmiddelpuntigheid wordt bestreden.

8.
Zijn hiermee alle vragen omtrent hermeneutiek – zeg maar even: de uitleg van de Bijbel – afdoende beantwoord?
Natuurlijk niet.
Maar dat hoeft ook niet.
Graag sluit ik mij tenslotte aan bij de Gereformeerd-vrijgemaakte emerituspredikant Joh. de Wolf die vierendertig jaar geleden, in 1979 dus, al schreef: “God wil zich openbaren aan ieder die gelovig luistert. En openbaren is juist het tegendeel van verhullen. De bijbel is geen duister boek, maar juist gegeven en bedoeld om ’t donker op te klaren -Psalm 119-. In de Heilige Schrift krijg ik van mijn plicht een klaar bericht -Psalm 19-. God gaf de hele bijbel terwille van onze zaligheid. Zou Hij dan stenen geven voor brood, duisternis voor licht? Zo mogen wij van de Heilige Schrift leren dat zij in principe en van karakter doorzichtig (perspicuus) is. Dat is wat anders dan doorgrondelijk. Het gaat erom dat wij kunnen weten wat God van ons wil en welke de weg ter zaligheid is. Of wij de Here en zijn woorden en werken kunnen doorgronden is een heel andere zaak. Het gaat om het verstaan, niet om het doorgronden”[4].

Noten:
[1]
Zie hierover ook: Ds. M.J. Kater, “Een les in uitleg van de Bijbel”. In: Reformatorisch Dagblad, 25 juni 2001, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dcebe2a2438e84db20f75/een-les-in-uitleg-van-de-bijbel/0 .
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Wim Hulsman, “Tussen Maleachi en Mattheüs”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, 23 november 2012, p. 10. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013ec98b8a0357c88ac5f159/tussen-maleachi-en-mattheus/0 .  De predikant die in dit artikel aan het woord woord wordt gelaten is Ds. A. Moerkerken, predikant binnen het verband van de Gereformeerde Gemeenten.
[3] Zie hierover ook: Ds. Mark van Leeuwen, prof.dr. Stefan Paas, dr. Hans Schaeffer, “Afwijkingen missionaire gemeenten komen niet voort uit vrijzinnigheid”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, 3 september 2012, p. 6 en 7.
[4] Joh. de Wolf, “Enkele hermeneutische vragen rond het thema ‘De Schrift is haar eigen uitlegster’”. In: Radix (1 april 1979), p. 51-70. Citaat van p. 55. Ook te vinden op http://forumc.digibron.nl/artikel?uid=00000000013098f7551d484b6bda34c1&docid=783 .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.