gereformeerd leven in nederland

25 maart 2019

Hoeksteen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Nederland staan we naast elkaar; niet tegenover elkaar.
Misschien is het u wel opgevallen dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, de VVD, de eerste zin van dit artikel de laatste tijd gebruikt. In de campagne voor de jongstleden gehouden verkiezingen voor Provinciale Staten kwam dat statement met een zekere regelmaat langs.
Trouwens – u weet vast wel dat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, reeds jarenlang pleit voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, voor burgerschap en voor rechtvaardigheid[1].

Nu oogt die VVD-slogan best sympathiek.
En het aloude motto van het CDA is, op zichzelf genomen, ook zo gek nog niet.
Maar kunnen we ermee vooruit?
In het onderstaande zal dat blijken.

Het Schriftuurlijke uitgangspunt van dit artikel ligt in Handelingen 4. En wel bij de volgende woorden: “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

Dat zeggen Petrus en Johannes als zij in Handelingen 4 voor het Sanhedrin staan. Het Sanhedrin – dat is het Joodse gerechtshof. De discipelen moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Jezus’ leerlingen durven wel! ‘U hebt Jezus als een verachtelijk stuk vuil weggezet. Maar God maakte Hem de hoeksteen. De hoeksteen van de hemelse samenleving, wel te verstaan. Want alleen door Hem worden mensen zalig!’.
In Handelingen 4 klagen de beklaagden de rechters aan. Ongehoord eigenlijk!

Een hoeksteen – wat is dat precies?

Peter A. Slagter, voorganger in evangelische kringen, schrijft: “Een hoeksteen verbindt twee haaks op elkaar staande muren met elkaar. Bij oude bouwwerken werden dikwijls de afmetingen bepaald door eerst de zware, natuurstenen hoekblokken te plaatsen. Daartussen werd dan vaak van minder kostbaar materiaal, het eigenlijke muurwerk aangebracht. Bovenaan plaatste men soms opnieuw grotere hoekblokken. Later werden ook wel de hoeken van een gebouw over de volle hoogte door hoekblokken geaccentueerd”.
En even verder: “De onderste hoeksteen heeft te maken met het fundament, met de omvang en de vastheid van het bouwwerk. De bovenste hoeksteen echter, heeft te maken met de afronding, de voltooiing van het gebouw”[3][4].
Jezus Christus is, om zo te zeggen:
* de fundamentsteen waarop de kerk rust
* de hoogste gevelsteen die de kap van de kerk tot een echte en hechte eenheid maakt.

De predikant C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond, noteert onder meer: “Bij de Kanaänieten die vóór Israël het land Palestina bezaten, schijnt het leggen van een hoeksteen een hoogst gewijde en indrukwekkende ceremonie geweest te zijn. Onder zo’n belangrijke steen van tempels of andere grote gebouwen werden lichamen van kinderen of oudere personen gelegd, waardoor het bouwwerk door zo’n menselijk offer gewijd werd. Dit was een van de vele afschuwelijke riten en praktijken bij inwijding van een huis/ gebouw die Israël moest uitroeien”[5].

In Job 38 vraagt de Here aan Job: waarop zijn de pijlers van de aarde neergezet? “Of wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd”?[6]. De stabiliteit van de aarde en van heel de schepping is gegarandeerd!

Jesaja profeteert in Jesaja 28 over de Messias: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is”[7].
Het is duidelijk: de leiders van Israël en de ambtsdragers in de kerk moeten vooral niet teveel op zichzelf vertrouwen. Het fundament van Sion, de kerkstad, is onwrikbaar. Het ligt vast!

In Jeremia 51 wordt zonder omwegen verklaard dat hoekstenen niet bij Gods tegenstanders vandaan kunnen komen: “Zij zullen uit u (dat is Babel) geen steen halen voor een hoek of een steen voor fundamenten, want u zult eeuwige woestenijen worden, spreekt de HEERE”[8].

In Zacharia 4 staat te lezen: “Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van ​Zerubbabel​ zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: ​Genade, ​genade​ zij hem!”[9].
Zacharia profeteert:
* Zerubbabel is aan de herbouw van de tempel begonnen
* Hij zal ook de sluitsteen leggen
Als dat gebeurd is, zullen de mensen beseffen dat Zacharia’s profetische woorden niet voortkomen uit een persoonlijke drive; hij spreekt woorden van God.

Het bovenstaande zet één ding volop in het licht: de kerkleiders uit Handelingen 4 hadden heel goed kunnen weten hoe de zaken er vóór stonden. Want dat woord ‘hoeksteen’ was heel bekend!

Het is belangrijk om te constateren dat de hoeksteen ook anno Domini 2019 nog veel betekenis heeft.

En dat niet alleen omdat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, de ‘hoeksteen’ weer van stal gehaald heeft.
En ook niet omdat de VVD ervoor ijvert dat wij ons in de samenleving naast elkander opstellen, en niet tegenover elkaar.

De hoeksteen van Handelingen 4 moeten wij ook vandaag duidelijk zien zitten.
Als fundament van de kerk.
En als kap van de kerk.
De Heiland is de Samenbinder in de kerk.
En uiteindelijk is alleen Hij Degene die het cement van de samenleving wezen kan.
Vorige week maandag is het te Utrecht weer duidelijk geworden wat er gebeurt als een mens slechts op afgoden of op zichzelf gericht is. Als mensen gaan navelstaren dan wel naar elkaar gaan kijken, moeten we niet verbaasd opkijken als dergelijke dingen zich voordoen.

Wij behoren de blik omhoog te richten.
Om met Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

Ziet u de hoeksteen nog wel zitten?

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2016/10/hoe-het-cda-wil-breken-met-de-oppervlakkigheid-379997/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[2] Handelingen 4:11 en 12.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/341/de-kostbare-hoeksteen ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[4] Zie over Peter A. Slagter onder meer https://www.morgenrood.nl/over-ons ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[5] Geciteerd via http://dsdenboer.refoweb.nl/voordrachten/Het%20bijbelse%20kernwoord%20hoeksteen.doc ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[6] Job 38:6 b.
[7] Jesaja 28:16.
[8] Jeremia 51:26.
[9] Zacharia 4:7.
[10] Efeziërs 2:18-22.

19 januari 2015

Zacharia viert Kerstfeest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

‘Jozua gerechtvaardigd’, staat boven het derde hoofdstuk van Zacharia’s profetie[1]. In dat Schriftgedeelte gaat het niet over Jozua die indertijd het volk Israël het land Kanaän binnen leidde.
De profeet Zacharia spreekt over een hogepriester die ook Jozua heet.

Die Jozua is een vertegenwoordiger van Gods volk. Een zondig volk. Een natie die, kijkend naar zichzelf, moet constateren dat zij voor God het aanzien niet waard is.
De satan – de tegenstander van God – doet voortdurend zijn best om al die zonden, al die vuiligheid, op de voorgrond te plaatsen. In Zacharia 3 blijkt dat meteen in het eerste vers: “Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel des Heren, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen”. Aanklachten schrijven: dat is de core business van de duivel. De aanklager wil het strafdossier van zondige mensen maar al te graag van een duidelijk stempel voorzien: ‘Afgekeurd! Deze mens verdient de eeuwige straf!’. En wat de satan betreft krijgt dat bestempelde strafdossier een prominente plaats in de rechtszaal.
Men zou denken: dit loopt op niets uit.
Men zou denken: dit wordt niets meer.
Maar dan wordt een ommekeer bewerkt. Het strafdossier krijgt geen autorisatiestempel.
Sterker nog: in de hemel wordt sterk overwogen om aan een ander strafdossier te gaan werken; dat van de satan! Wij lezen namelijk: “De Here bestraffe u, satan, ja de Here, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u”[2].

Wat zullen wij van dit alles denken?
Als u het mij vraagt, mogen wij in ieder geval bedenken dat Zacharia 3 ons niet depressief maakt.
Zeker, in de eerste woorden lijkt dat wel even zo. Een ogenblik kan men denken: Jozua was zondig en ik ook; mijn leven is niets meer waard.
Maar dat is gezichtsbedrog. Want de Here negeert het strafdossier dat de satan zo ijverig heeft zitten schrijven.
De Here gaat dat dossier niet behandelen!

Wat zegt de Here over Jozua?
Hij vraagt: “is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt?”[3]. En het is duidelijk: ja, dat is Jozua wel. Op het laatste moment is hij aan een groot gevaar ontkomen.
Over welk verwoestend vuur gaat dat? Op welk gevaar doelt de Here eigenlijk? Antwoord: dat gevaar is de Babylonische ballingschap, waaruit Jozua teruggekeerd is. Gods volk zat met de neus op allerlei afgoderij. De zonden waren vlakbij. Maar de Heer van hemel en aarde heeft Jozua, en ook vele andere ballingen, uit die totaal geseculariseerde omgeving weggehaald. Hij heeft Jozua en zijn volksgenoten naar Zich toe getrokken. Want de Here wil Zijn volk genadig zijn!

Wat moeten wij, in onze situatie, over Jozua en het brandhout zeggen?
In ieder geval wel dit: ook vandaag wil de Here Zijn volk genadig zijn.
Het hoeft geen betoog dat Nederland een geseculariseerd land is. Men zou dus zomaar kunnen denken: met de kerk wordt het niks meer. Oftewel: doe de kerkdeur maar op slot en ga gauw naar huis, want in de kerk is niets meer te halen.
Maar als dat ons zicht op de kerk is, gaat er iets helemaal verkeerd. Zo zit de wereld niet in elkaar. Want de Here is aan het werk. En net als u begint te denken dat de kerk ten dode opgeschreven is, brengt de Here Zijn kinderen weer bij elkaar. In die situatie moeten Gods kinderen zich ook laten verzamelen!
Nee, dat vinden kinderen van God lang niet altijd aangenaam. Heel vaak hebben ze ongelooflijk weinig zin om de Here te gehoorzamen. Maar dat is geen nieuws. In de tijd van de profeet Amos – zeg maar even: zo’n 750 jaar voor Christus – was dat ook zo[4]. Leest u maar mee in hoofdstuk 4. Daar zegt de Here tegen Israël: “Ik heb onder u een omkering aangericht, gelijk God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft, zodat gij gelijk zijt geworden aan een brandhout uit het vuur gerukt. Toch hebt gij u niet tot Mij bekeerd, luidt het woord des Heren”[5].
Denkt u ook niet dat Zacharia 3 ook vandaag nog een actueel Schriftgedeelte is? Ik vraag het maar.

De Here geeft heldere dienstorders met betrekking tot Jozua: “Doet hem de vuile klederen uit. Hij zeide tot hem: Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan”.
In zijn feestkledij staat Jozua symbool voor de komst van Jezus Christus. Ik citeer weer: “Hoor toch, gij hogepriester Jozua, gij en uw gezellen die vóór u zitten – zij zijn immers mannen die ten wonderteken dienen – voorwaar, zie, Ik zal mijn knecht, de Spruit, doen komen; voorwaar zie, van de steen die Ik vóór Jozua neerleg – op die ene steen zijn zeven ogen – zal Ik zelf het graveersel graveren, luidt het woord van de Here der heerscharen, en Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen”[6].

De hogepriester Jozua en de mensen om hem heen zijn evenzoveel symbolen. Ze zijn het teken dat God werkt aan een oplossing. Aan structurele verlossing.
De Spruit zal komen.
Die aanduiding Spruit komen we ook elders in de Bijbel tegen. In Jeremia 23 bijvoorbeeld: “Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de Here onze gerechtigheid”[7]. Recht, gerechtigheid, rechtvaardigheid en veiligheid zijn bij God gegarandeerd!

De steen die hierboven bedoeld wordt, is de gevelsteen van de voltooide tempel[8]. U weet wel: zo’n steen met inscriptie: ‘deze steen is gelegd door…’.
Welnu, Israël hoeft, als het over die steen gaat, niet nadenken over een passende tekst. Want die wordt door God bedacht. En Hij zorgt Zelf voor de gravering van de inscriptie.
Die steen schept intussen ook een scherpe tegenstelling in de wereld. De manier waarop mensen naar die steen kijken is bepalend voor hun toekomst. Dat wordt duidelijk in 1 Petrus 2: “Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[9].

Wij zitten niet in de kerk om ons te trainen in het uitvoeren van religieuze rituelen.
Wij zitten niet in de kerk omdat wij aanleg hebben voor godsdienstigheid, of zoiets.
Wij zitten niet in de kerk, omdat daar een goed functionerend sociaal netwerk is.
Welnee.
Wij zitten in de kerk omdat wij bij Jezus Christus horen. Wij horen dus bij de Man die in één keer voor al onze zonden betaalde!

We kunnen het rustig zeggen: Zacharia viert hier een beetje Kerstfeest. Er is veel gewonnen als wij ons dat vandaag goed realiseren.

Noten:
[1] Volgende week woensdag, 21 januari 2015, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zal Zacharia 1:1-6:8 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] Zacharia 3:2 a.
[3] Zacharia 3:2 b.
[4] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Amos_(profeet) .
[5] Amos 4:11.
[6] Zacharia 3:8 en 9.
[7] Jeremia 23:5 en 6.
[8] Zie “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v., deel 6, p. 292. Kanttekening 31 bij Zacharia 3:9.
[9] 1 Petrus 2:6-10.

26 juli 2013

Ideale kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Hoe ziet de ideale kerk er uit?
Dat weet u vast wel. Persoonlijk kan ik ook wel een antwoord bedenken.
In de ideale kerk hoor ik alleen maar prachtige preken. Het orgel wordt bespeeld door een bekwame en begeesterde organist, en de zang is enthousiast.
Er wordt met elkaar meegeleefd. De mensen staan voor elkaar klaar als dat nodig is. De sfeer is gemoedelijk. Maar de wet van God wordt uiterst serieus genomen.
Alle kerkleden voelen zich echt begrepen.
Er heerst een welhaast serene rust in de kerk.
Velen komen nieuwsgierig kijken en luisteren. Hoe kan het, zo vraagt men verbaasd, dat de sfeer in die kerk zo harmonieus is? Nou, daar hebben de leden van de kerk wel wat antwoorden op.

De bovenstaande beschrijving ziet er mooi uit.
Wij begrijpen allen: dat verhaal kan nog veel langer worden. Een ijverige schrijver kan er, bij wijze van spreken, in één zomerperiode een aardig boek over schrijven.
Intussen bedenken wij: de ideale kerk bestaat niet, en die kómt er hier op aarde ook niet.
Er is echter wel meer te zeggen.

Gaat het in Gods Woord wel eens over de ideale kerk?
Het woord ‘ideaal’ komt in de N.B.G.-vertaling 1951 van Gods Woord niet voor. Het meervoud -‘idealen’- staat er ook niet in.
Maar daarmee zijn we niet uitgepraat.
In Hebreeën 10 lees ik bijvoorbeeld: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”[1].

De Studiebijbel becommentarieert onder meer als volgt: “De gelovigen worden hier evenals in Hebreeën 2:11 ‘de geheiligd wordenden’ genoemd. Aan de ene kant hebben de gelovigen de volmaaktheid (d.w.z. de volkomen verzoening met God) reeds ontvangen, aan de andere kant wordt de heiliging beschreven als een voortgaand proces. Het is echter ook mogelijk dat ‘de geheiligd wordenden’ alleen een omschrijving is van ‘gelovigen’”[2].

Hoe kan dat nou? Er is sprake van volmaaktheid. Van perfectie. Daarnaast moet er echter ook nog heiliging plaatsvinden. Het perfectioneringsproces is klaarblijkelijk nog gaande. Hoe kan dat? Hoe is dat mogelijk?
Laat ik het beeld van een steen gebruiken. We hebben te maken met de boven- en de onderkant daarvan.
De ruwe kant ligt boven. Op aarde zien wij de noodzaak van voortgaande heiliging. Het leven moet schoongemaakt worden. Ons hele bestaan moet nog bewerkt worden. Er moet heel wat gebeuren. De Heilige Geest van God is een mensenleven lang bezig om die kant van de steen het aanzien waard te maken. Het is geweldig veel werk. Pas na tientallen jaren lijkt die kant van de steen op de andere kant ervan.
Ja, die kant is er ook. Dat is de volmaakte kant. Die ziet er perfect uit. Er hoeft niets meer aan te gebeuren. Die kant blinkt ons tegemoet. Als je die kant boven zou leggen zou de steen, om zo te zeggen, niet misstaan op een tentoonstelling. Die kant is het glorieuze resultaat van Christus’ werk.

Wij mogen, als het over deze dingen gaat, Psalm 118 in gedachten nemen:
“De steen die de bouwlieden versmaad hebben,
is tot een hoeksteen geworden;
van de HERE is dit geschied,
het is wonderlijk in onze ogen”[3].
Wij mogen in ons Bijbeltje ook doorbladeren naar 1 Petrus 2: “En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom staat er in een schriftwoord: zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen”[4].
Jezus Christus is de hoeksteen. Wat meer is, de levende steen.
En wij mogen en moeten ook levende stenen worden. Stenen waarmee een geestelijk huis gebouwd wordt. Een volmaakt domicilie. Het meest ideale onderkomen dat men zich denken kan.

“Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”.
Wie de betekenis van die tekst volledig peilen wil, moet beseffen wat het thema van de Hebreeënbrief is. Daarin gaat het over:
* de betere Persoon; de heerlijkheid van de Here Jezus Christus
* het betere deel; de betere priesterorde, het betere verbond, het betere offer
* de betere levenswandel: een galerij van geloofsgetuigen is tot voorbeeld[5].
Jezus Christus heeft Zijn verlossingswerk volmaakt gedaan. In het verbond dat Hij met ons opgericht heeft, komen ook wij bij die volmaaktheid. Wij worden perfecte kinderen van God voor wie alleen een hemels niveau nog passend is.
Alles wordt beter. Wat? Het wordt voortreffelijk en superieur!

Hoe ziet de ideale kerk er uit?
Hebreeën 10 werpt daar enig licht op.
In die kerk zitten de mensen die door God geheiligd worden.
Daar zitten de mensen die door Hem uitgekozen, uitverkoren zijn.
Daar zitten de mensen waarvan gezegd kan worden dat er nooit één moment is waarin de geheiligden niet in de volle waarde van het werk van Christus voor God staan[6].
Daar zitten de mensen die stellig weten en er vast op vertrouwen dat de volmaaktheid komt.

Nu weten wij meteen ook wie er niet in die kerk zitten.
Daar zitten niet de mensen die zeggen: we gaan op het kerkplein iets nieuws beginnen en we zien wel hoe ’t afloopt.
Daar zitten niet de mensen die de kerk hier op aarde willen idealiseren. Zo van: als wij flink ons best doen dan wordt het hier op aarde nog wel eens wat.
Daar zitten niet de mensen die nog niks in hun ziel gevoeld hebben en daarom denken dat zij niet uitverkoren zijn.

De ideale kerk – dat is geen kwestie van eigen gevoel of persoonlijk inzicht.
De ideale kerk – dat is een garantie die stevig gefundeerd is in het werk van de Heiland.

Noten:
[1]
Hebreeën 10:14.
[2] Zie de webversie van de Studiebijbel.
[3] Psalm 118:22 en 23.
[4] 1 Petrus 2:4, 5 en 6.
[5] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/OS1506.pdf .
[6] Deze formulering ontleen ik aan http://www.oudesporen.nl/Download/OS1609.pdf .

23 maart 2012

Niet vrijblijvend, wel blijvend blij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Wat is de taak van ware gelovigen in deze wereld?
Zij doen er alles aan om de Here God de eer te geven die Hem toe komt.
Dat Hij die eer krijgt, spreekt niet vanzelf. Zeker niet in 2012.
Daarover gaat dit artikel.

In Lucas 20 tekent Jezus Christus in de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters de houding van Gods volk tegenover de eis van het verbond.
Ter oriëntatie citeer ik enkele verzen uit Lucas 20.
“Hij begon tot het volk deze gelijkenis te spreken: Iemand plantte een wijngaard en hij verhuurde die aan pachters en ging geruime tijd buitenslands. En toen het de tijd was, zond hij een slaaf tot de pachters, opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard zouden geven. Maar de pachters sloegen hem en zonden hem met lege handen weg. Maar hij ging voort en zond een andere slaaf. Zij sloegen ook die, behandelden hem smadelijk en zonden hem met lege handen weg. En hij ging voort en zond een derde. Zij verwondden ook die en wierpen hem buiten de wijngaard. Toen zeide de heer van de wijngaard: Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; die zullen zij wel ontzien. Maar toen de pachters hem zagen, overlegden zij met elkander en zeiden: Dit is de erfgenaam: laten wij hem doden, opdat de erfenis voor ons zij. En zij wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem”[1].

De leiders van de kerk protesteren luid.
Geen wonder ook: ze begrijpen dat deze parabel op hén slaat. Ten overstaan van vele luisteraars worden zij weggezet als niets ontziende criminelen. En dat is natuurlijk niet best!

Vandaag komt die gelijkenis op deze internetpagina voorbij.
In een artikel dat geschreven werd door een Gereformeerde man. In een artikel dat veelal door Gereformeerde mensen gelezen wordt.
Je zou zeggen dat Gereformeerde mensen Jezus wel aanvaarden als Redder van deze wereld.
Heeft Lucas 20 dan nog wel een boodschap voor ons? En hebben wij nog wel een boodschap aan Lucas 20?

In Nederland leven we in een samenleving waarin het geloof in Jezus iets van vroeger is.
Op 19 april aanstaande begint de Evangelische Omroep met een serie televisieprogramma’s waarin een presentator bekende Nederlanders bevraagt over hun christelijke opvoeding en wat daar nu nog van over is. “Adieu God?” heet het programma[2].
Massale kerkgang is iets uit vroegere decennia. Vandaag de dag gaat de jeugd, als het meezit, op stage bij een kerkgenootschap; bij een Rooms-katholieke parochie, of zo[3]. Dat is een goede manier om kennis te maken met geloof en beleving, zegt men dan. Ergens diep in hun hart hopen de kerkelijke kopstukken natuurlijk dat de stagiaires de klerikale steunpilaren van de toekomst zijn. Maar ja, dat weet je maar nooit.
Zo is de sfeer in Nederland.
In die wereld ligt de Bijbel open bij Lucas 20.

Maar daar is de vrijblijvendheid weg.
In Lucas 20 staat namelijk te lezen: “Maar Hij zag hen aan en zeide: Wat betekent dan dit, dat er geschreven is: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden? En ieder, die op die steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen”[4].
Jezus Christus is de hoeksteen.
Hij is de steen die twee hoeken van een bouwwerk met elkaar verbindt. Hij is de steen waar je niet aan voorbij kunt kijken.
Jezus Christus verbindt joden en heidenen met elkaar. Gods kinderen komen bijeen omdat de Middelaar hen bij elkaar zet. Om met Efeziërs 2 te spreken: “Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft”[5].
Vrede krijgen wij niet door op televisie met een zekere hunkering naar het verleden te kijken.
Vrede krijgen wij niet door een maatschappelijke stage in een kerk te lopen, omdat dat best leerzaam is.
Vrede krijgen wij omdat Christus zich aan ons verbindt.
Vrede krijgen wij omdat wij ons, in het verbond, aan Hem vastklampen.
Wie die vrede niet wil, gaat z’n dood tegemoet. Hij moet rekening houden met Gods afwijzende oordeel.

In Lucas 20 worden mensen voor de keus gesteld: vrede of vrijblijvendheid.
Nee, in Lucas 20 gaat het niet over een geseculariseerde samenleving. Het gaat over Israël. En over de leiders in de kerk.
Kijkt u maar even mee:
* “Hij begon tot het volk deze gelijkenis te spreken”.
* “En de schriftgeleerden en overpriesters trachtten op hetzelfde ogenblik de hand aan Hem te slaan, maar zij vreesden het volk. Want zij begrepen, dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had”[6].
We kunnen zeggen dat Jezus Christus de kerk voor de keus stelt: vrede of vrijblijvendheid.

Naar het mij voorkomt, schuilt daarin ook de betekenis van Lucas 20 voor vandáág.

In Israël verwachtte men de Messias. En tot het moment dat Hij gekomen zou zijn, voldeden alle burgers keurig aan hun religieuze verplichtingen. De leiders gingen daarbij voorop. Die kerkbestuurders hadden een hoop extra regels geformuleerd om te zorgen dat iedereen in de pas bleef lopen. Het ‘kerkelijk leven’ marcheerde, in het algemeen genomen, aardig goed.
In Nederland zijn, anno Domini 2012, best nog veel mensen die – naar zij zelf zeggen – nog wel godsdienstig zijn. De geachte gelovigen zijn inmiddels mondig geworden. Zij formuleren zélf hun regels als het over godsdienst gaat. Zij volgen hun gevoel als het gaat om de aansluiting bij een kerkgenootschap.
‘Ik heb een radicale keuze gemaakt voor Jezus’, zegt iemand.
‘Dat gezin met vijf kinderen is zeer gelovig’, merkt iemand op.
‘Ik ben gelovig, en mijn kinderen worden gelovig opgevoed; maar mijn man gelooft niet meer’, zegt een derde.
Het geloof is iets vaags geworden; iets waarop je je in het dagelijks leven oriënteert.
Het geloof leidt tot allerlei min of meer individuele keuzes.
Met het geloof kun je van alles doen. Je kunt erover praten. Je kunt erover schrijven. Maar je kunt het niet opleggen. Aan niemand.
In het geloofsleven van de eenentwintigste eeuw geldt: dat is iets van mijzelf; en ik ben nergens aan gebonden.

Men voelt de vrijblijvendheid.
En dát terwijl Jezus Christus in Lucas 20 het volk aanspreekt. Hij spreekt de kerkleiders aan.
Het christelijk geloof is blijkbaar geen kwestie van eenlingen.
Het christelijk geloof is blijkbaar geen kwestie van eigen keuzes.
Het is een zaak van het krachtige werk van Jezus Christus.

Jezus Christus, de Zoon van God, verbindt joden en heidenen.
Hij brengt Zijn kinderen in de kerk bijeen. Onontkoombaar. En onverstoorbaar.
In de kerk heerst geen vrijblijvendheid.
Maar er is wel vrede. De vrede van Gods verbond.
Daarom moeten ware gelovigen zich, ook in onze tijd, de vragen stellen: waar is Christus nú aan het werk? en: waar is Zijn vólk bijeen?

Als Gods kinderen die plek gevonden hebben, mogen zij blij zijn.
In de kerk zijn zij enthousiast over de eeuwige verbintenis met Jezus Christus, hun Heiland.
Vanwege dat eeuwige verbond is er óók vandaag alle reden om in de kerk te zingen:
“De steen, dien door de tempelbouwers
verachtlijk was een plaats ontzegd,
werd tot verbazing der beschouwers
ten hoeksteen door God zelf gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
door ’s HEREN hand alleen geschied.
Het is een wonder in onz’ ogen.
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet”[7].

Noten:
[1] Lucas 20:9-15.
[2] Zie http://www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/bekende_nederlanders_spreken_in_eo_programma_over_hun_christelijke_opvoeding_1_631322 .
[3] Zie bijvoorbeeld http://www.stageindegoedeherder.nl/ .
[4] Lucas 20:17 en 18.
[5] Efeziërs 2:14.
[6] Achtereenvolgens  citeer ik de verzen 1 en 19 van Lucas 20.
[7] Psalm 118:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Blog op WordPress.com.