gereformeerd leven in nederland

15 mei 2019

Gods Woord en LHBT

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Gereformeerde mensen weten het: de Here kijkt door ons heen![1]
Hij weet precies wat ons bezig houdt. Hij weet welke kant het met ons op gaat.
Psalm 139 zegt het zo:
“Al is er nog geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk,
te hoog, ik kan er niet bij”[2].

Aan die grootsheid zijn wij, om zo te zeggen, gewend in de kerk. Meer precies: wij realiseren ons dat dit alles nimmer zullen doorzien. Altijd kijken wij, als kleine mensjes, tegen de Here op. Wij kijken omhoog. Wij knipperen tegen het scherpe licht.
En diep in ons hart beseffen wij het: aan het analyseren van deze situatie komen wij op deze aarde nimmer toe. Dat wordt nooit wat. Dat is iets wat pas in de hemel aan de orde komt. En dan is die analyse niet meer nodig…

En één ding weten gelovige mensen zeker: onze identiteit ligt eerst en vooral in Christus.
Wij worden, schrijft Paulus in Romeinen 3, “om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus[3].

Paulus vraagt in Romeinen 6: “Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?”[4]. Paulus stelt in Romeinen 6: “Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere”[5].

Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “Vrede zij u allen, die in Christus Jezus bent”[6].
In Christus Jezus vinden we onze bescherming.
Onze afscherming ook – wij worden niet zomaar omver geblazen door allerlei beweringen en stellingen die de wereld ons in de oren toetert. Paulus schrijft aan de christenen in Efeze: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”[7].

Dat pantser hebben we in deze wereld hard nodig.
Men dringt allerlei onchristelijke gedachtegangen aan ons op. Men leeft goddeloos.
Dat is met name te zien in het domein van de seksualiteit en op het terrein van de LHBT.

Die sfeer staat, in het algemeen genomen, ver van Gereformeerde mensen af.
Maar er zijn momenten waarop we toch met de invloed ervan te maken krijgen.

De NOS berichtte onlangs: “Het hoofdpodium van Paradiso heeft zaterdagavond plaatsgemaakt voor een catwalk. Voor het vijfde jaar op rij staat Superball op het programma, een internationale wedstrijd voor dragqueens. ‘Acht Europese draghouses strijden tegen elkaar in de rondes lip sync, dance off en catwalk’, vertelt organisator Peter van Vught. De winnende dames gaan er vandoor met een eretitel, een award en waardebonnen voor make-up”.
En voor alle duidelijkheid: “Een draghouse bestaat uit een dragmoeder die dragkinderen onder haar hoede heeft genomen. ‘Het is soms moeilijk om in je eentje je eerste stappen te zetten als dragqueen’, legt Ma’MaQueen uit. ‘Als je bijvoorbeeld voor het eerst als man een BH gaat kopen, is het fijn als er iemand met je mee gaat. Maar dragmoeders helpen ook met make-up en kleding’” [8].

Bent u daar nog?

Laat ik bij het bovenstaande twee opmerkingen maken.
1.
Een dragqueen is iemand in die in zijn/haar gedrag op humoristische wijze een discussie op gang wil brengen over mannen- en vrouwenrollen[9].
2.
Het gaat in dit alles vooral om een ‘zoektocht naar identiteit’. “Als man zijn er strikte gendernormen waar je je aan moet houden. Je hoort je niet vrouwelijk te kleden of vrouwelijk te gedragen. Ik voelde me daar jarenlang heel beperkt door”.
In het bovenstaande voelt de spreker zich als persoon niet compleet.

Gelovigen leven in Christus.
Zij leven met een pantser om zich heen. Gods kinderen zijn niet aaibaar en onaantastbaar.
Dat geldt voor al Gods kinderen.

Dat geldt zeker ook voor onze broeders en zusters die te kampen hebben met gevoelens in de LHBT-sfeer. Laten we hun strijd in dit leven overigens niet onderschatten!
Maar ook zij mogen weten dat zij in Christus zijn. Ook zij hebben gaven die zij in de kerk mogen inzetten. Ook zij hebben denkkracht en daadkracht.
En natuurlijk blijven er dan vragen over. Zoals:
* Moet ik mijn hele leven alleen blijven?
* Wat vraagt de Here van mij, in mijn bijzondere omstandigheden?
* Heb ik bijzondere gaven?
* De Here heeft mij geschapen, met gevoelens en al; hoe moet ik Hem met die gevoelens eren?
Hoe dat alles – ook deze broeders en zusters mogen leven en werken in de kerk.
Ook voor hen geldt:
“U sluit mij in van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij”.
Voor dat woord ‘insluiten’ mogen wij ook lezen: ‘gebonden aan’. Met andere woorden: de Heiland heeft Zich ook aan deze broeders en zusters verbonden. De God van hemel en aarde heeft een verbond met hen gesloten. Daarom mogen ook deze broeders en zusters tegen zichzelf zeggen: ik sta er niet alleen voor; ik voel Zijn hand dagelijks op mijn hoofd!

Laten we wel wezen: in dit leven voelt niemand zich helemaal compleet. Maar de Here zegt tegen de Bijbellezers van 2019, in Colossenzen 2: “En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”[10].
Alle gelovige kinderen hebben toegang tot de Goddelijke volheid[11]!

Iemand zei: “Toen ik in Rotterdam ging studeren, kwam ik in aanraking met drag. Het is voor mij een zoektocht naar mijn eigen identiteit. Ik weet nu waar ik ben en waar ik voor sta. Dat had ik zonder drag nooit gehad”[12].
Daarachter ligt een wereld waarin vrijwel alles met humor aangepakt wordt. Maar dat betreft dan wel humor waarbij men zichzelf permanent lijkt te overschreeuwen. Men suggereert: pak het leven maar een beetje losjes aan; en wees vooral jezelf.
In de kerk gaat het anders.
Daar gaan we zingen. Misschien maar heel zacht en een beetje onzeker. Maar toch…
“Ik loof het wonderbaar beleid
waarmee U mij hebt toebereid”[13].

Noten:
[1] De afkorting LHBT, die onder meer in de titel van dit artikel wordt gebruikt, is de afkorting van: lesbienne, homo, biseksueel, transgender. Men komt ook wel de afkorting LHBTI tegen. De I staat voor intersekseconditie; mannelijke en vrouwelijke kenmerken zijn verenigd in één persoon.
[2] Psalm 139:4, 5 en 6.
[3] Romeinen 3:24.
[4] Romeinen 6:3.
[5] Romeinen 6:11.
[6] 1 Petrus 5:14.
[7] Efeziërs 6:16.
[8] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[9] Zie hierover bijvoorbeeld https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ik-wil-laten-zien-dat-lhbt-ers-een-verrijking-zijn-voor-de-kerk~be3031b0/ ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[10] Colossenzen 2:10.
[11] Zie hierover de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Colossenzen 2:10.[12] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284174-dansende-diva-s-in-paradiso-drag-is-meer-dan-een-man-met-een-pruik-op.html ; geraadpleegd op maandag 13 mei 2019.
[13] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 139:6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 maart 2019

Blijf jezelf… of toch niet?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In welke wereld leven wij?

Wij leven en werken in een samenleving waarin seks en gender een grote plaats innemen.
In deftige taal heet dat: men legt grote nadruk op sociale, culturele, gedrags- en identiteitsaspecten van een sekse. Leidend is daarbij datgene wat je voelt. Als een man zich vrouw voelt… – so what? Als een vrouw zich man voelt… – nu ja, dat kan. Cross-dressing, travestie – in onze maatschappij is het allemaal mogelijk. Je moet jezelf zijn!

Wij leven in een wereld waarin persoonskenmerken ook tegen je kunnen werken.
Iemand die zich laat kennen als een aanhanger van de islam wordt, door sommigen althans, meteen gewantrouwd. Hij of zij past, zo suggereert men somtijds, niet echt in onze samenleving. Hij of zij zou eigenlijk niet zichzelf moeten zijn.

Kortom – Nederland is niet altijd even consequent.
Wanneer doe je ’t eigenlijk goed?

In verband hiermee wijs ik vandaag op woorden uit 2 Petrus 1: “Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[1].

De God van hemel en aarde roept Zijn kinderen bij Zich.
De God van hemel en aarde kiest Zijn kinderen uit.
De God van hemel en aarde verandert en vernieuwt Zijn kinderen.

Mogen zij dan niet zichzelf zijn? Jawel. Zeker wel.
Alleen maar – kinderen van God worden uit de invloedssfeer van Satan en zonde weggehaald. Zij komen in een andere wereld terecht. Zij krijgen een plaats in het Koninkrijk van God.
Daarom zijn zij in zekere zin een beetje wereldvreemd. Natuurlijk – zij weten best wat er in de wereld aan de hand is. Maar zij zijn niet zozeer meer op de aardse maatschappij gericht. Zij concentreren zich op hun nieuwe vaderland.
Daarbij geldt het adagium dat Petrus en de apostelen hen in Handelingen 5 leerden: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[2].
Wie zo leeft, zo noteert Petrus, zal nooit meer struikelen.
Dat klinkt geweldig. Immers – de volmaaktheid is nabij.
Maar is dat niet wat erg idealistisch? Een ieder weet dat de perfectie in dit leven niet bereikt wordt. We kunnen er niet omheen – ook Gereformeerden in Nederland zijn niet consequent. Ook niet anno Domini 2019.
Maar wat betekent de notitie van Petrus dan?
Antwoord: die houdt in dat de genade van God nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. Het is de sfeer van Psalm 37:
“Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen,
want de HEERE ondersteunt zijn hand”[3].
Trouwens, ook Jacobus 3 meldt het ons zonder omwegen: “Want wij struikelen allen in veel opzichten”[4].
Christenen, Gereformeerden inbegrepen, mogen zichzelf zijn.
Echter – de hemelse God brengt een veranderingsproces bij hen op gang. Hijzelf zorgt ervoor dat Zijn kinderen steeds vaker binnen de door Hem aangegeven grenzen blijven. Stap voor stap, gaandeweg, maakt Hij hen geschikt voor een heerlijk en permanent verblijf in Zijn woonplaats: de hemel.

De apostel Judas – waarschijnlijk de zoon van een ons onbekende Jacobus – schrijft in zijn algemene brief dan ook: “Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde, de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. ​Amen”[5][6].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar af en toe ook niet.
Het hangt er – bijvoorbeeld – van af wie u bent, en wat uw levensovertuiging is.
U moet zichzelf zijn.
Maar incidenteel ook niet.
Zo gaat dat in het Nederland van 2019.
Geen wonder dat er alom verwarring is. Welke kant moet het met ons op?
Heel wat wereldburgers zeggen: blijf dicht bij jezelf; vertrouw maar op jouw eigen inzicht, en misschien op een paar mensen om jou heen.

Gereformeerden mogen en moeten bidden om Gods genade.
Op een dergelijk gebed zinspeelt ook de dichter van Psalm 8:
“HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!
U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.
Uit de mond van kleine ​kinderen​ en zuigelingen
hebt U een sterk fundament gelegd, omwille van Uw tegenstanders,
om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.
Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?”[7].

In onze wereld word je opgeroepen om jezelf te zijn.
Maar zo nu en dan ook niet.
Waar gaat het naar toe?
En vooral – waar eindigt het?
Gods kinderen van alle tijden weten het. En zij mogen het, met de woorden van Paulus in 2 Corinthiërs 5, blijven belijden: “Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze ​tent​ zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden”[8].

Noten:
[1] 2 Petrus 1:10 en 11.
[2] Handelingen 5:29.
[3] Psalm 37:24.
[4] Jacobus 3:2 a.
[5] Judas, verzen 24 en 25.
[6] Zie over de identiteit van deze Judas https://christipedia.miraheze.org/wiki/Judas_(apostel) ; geraadpleegd op woensdag 20 maart 2019.
[7] Psalm 8:2-5.
[8] 2 Corinthiërs 5:1-4.

8 februari 2018

Waakzaamheid gevraagd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De uitverkiezing is voor kinderen van God een grote troost[1].
Gods kinderen weten het: onze hemelse toekomst is gegarandeerd.
Met die wetenschap kunnen we verder, ook op donderdag 8 februari 2018.

Als in de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt gesproken over het laatste oordeel wordt daar onder meer gesteld: “Terecht is (…) de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen, maar de rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen er vurig naar en putten er rijke troost uit. Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen. Hun onschuld zal dan door allen worden erkend…”[2].

Wat doen we met de vorenstaande kennis?
Mogelijk hebben we de neiging om met een zweem van een glimlach om onze lippen in onze fauteuil achterover te zakken, of ons comfortabel te zetelen in een chaise longue – u weet wel: zo’n leunstoel met een verlengd voeteneinde.
Werk in de kerk kost niet zelden veel energie. En we roepen allemaal wel eens: een ander moet het nu maar eens doen. Of: ik wil nu even iets voor mezelf doen, laat mij toch met rust!
Toegegeven: dat laatste kan soms heel gezond zijn.
Maar voordat je ’t weet treedt er verslapping op. Dan raken u en ik – om met Hebreeën 12 te spreken – achterop in de genade[3].

Christus’ komst verbeiden?
Ach, u en ik weten het – als het erop aankomt – best: afwachten wordt zomaar treuzelen.

In Lucas 12 kunnen wij lezen: “Laten uw lendenen omgord zijn en de ​lampen​ brandend. En u, wees gelijk aan mensen die op hun ​heer​ wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. Zalig zijn die ​slaven​ die de ​heer​ bij zijn komst wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden en hen aan ​tafel​ zal nodigen en bij hen zal komen om hen te dienen”[4].

Wij moeten, zo leren wij hierboven, wakker blijven.
Wakende mensen weten dat de toestand wezenlijk veranderen zal: Christus bedient ons.

Tegenwoordig zegt men wel eens: verbondenheid met Jezus Christus is genoeg.
U weet vast wel hoe die redenering ongeveer gaat. Als je bij Jezus hoort, dan komt het vast goed met je. Met die wetenschap huppelt men vervolgens door de wereld.

Dat is, geloof ik, wat te makkelijk.
Het gaat wat snel.

Want de vraag is wel: hoe zit die verbinding in elkaar?
In verband daarmee vraag ik vandaag: waken, wat is dat eigenlijk?

Waken: dat heeft te maken met het feit dat Verbondskinderen bevrijd worden.
Vlak vóórdat de Here de mensen die Hij uitgekozen heeft uit Egypte bevrijdt, blijven de uitverkorenen een nacht op. De opdracht is: “Kies uit, en neem voor uzelf kleinvee voor uw gezinnen, en slacht het paaslam”[5]. Daarna maken de Israëlieten zich klaar voor vertrek. In Exodus 12 lees ik: “En het gebeurde na verloop van vierhonderddertig jaar, op deze zelfde dag gebeurde het: alle legers van de HEERE zijn uit het land Egypte vertrokken. Een nacht van waken was dit voor de HEERE om hen uit het land Egypte te leiden. Daarom is dit een nacht ter ere van de HEERE: een waken voor alle Israëlieten, al hun generaties door”.

Mijn conclusie is: je kunt niet zomaar zeggen ‘als u verklaart dat u bij Christus hoort bent u in mijn omgeving welkom’. Waken betekent namelijk niet alleen: u laat zich door Hem leiden. Maar ook: u eert Hem altijd, omdat uit uw concrete levenspraktijk blijkt welke grote dingen de Here doet.

Als Gereformeerden waken, dan weten zij dat eerst en vooral de Here waakt. Dat begrijp ik ook als ik Spreuken 2 lees.
Ik citeer: “De HEERE geeft immers wijsheid,
uit Zijn mond komen kennis en inzicht.
Hij houdt voor de oprechten wijsheid gereed,
Hij is een ​schild​ voor hen die in oprechtheid hun weg gaan,
opdat zij de paden van het recht in acht nemen.
Hij bewaart de weg van Zijn gunstelingen.
Dan zul je ​gerechtigheid​ en recht begrijpen,
en billijkheid, op elk goed spoor.
Ja, in je ​hart​ zal wijsheid komen
en kennis zal aangenaam zijn voor je ziel
Bedachtzaamheid zal over jou waken”[6].

Dus: bij dat waken speelt de hemelse Here een grote rol.
Wij volgen Hem. Gereformeerden zijn al eeuwenlang volgzaam. En uit Spreuken 2 leid ik niet af dat dat zou moeten veranderen.
In Spreuken 2 leren wij dat we met Hem wandelen. Wij volgen Hem.
Dat achten wij in het leven onze hoofdtaak.
Dat is onze koers.
Daarin ligt, om het maar modern te zeggen, onze identiteit.
Wij gaan – als het goed is – maar één kant op: achter Christus aan.

Nu neem ik u mee naar Mattheüs 26.
Daar lees ik over de gebeurtenissen in de hof van Gethsemané. Daar zegt Jezus tegen Petrus: “En Hij kwam bij de discipelen en trof hen slapend aan en Hij zei tegen Petrus: Kon u dan niet één uur met Mij waken?”[7].
Daar, in Gethsemané, heeft Christus de leiding uit handen gegeven. Hij wordt daar, om zo te zeggen, door de Vader gekeurd. Zal Hij werkelijk doorgaan tot het uiterste? Antwoord: jazeker; Hij maakt Zijn verlossingswerk helemaal af!
Maar de discipelen slapen. Aldus bewijzen zij: aan onze verlossing kunnen wijzelf niets bijdragen.

Daaruit concludeer ik: Jezus Christus moet ons onze identiteit geven. Als het er op aankomt kunnen wijzelf op cruciale momenten niet eens wakker blijven.

Er zijn verschillende Schriftgedeelten voorbij gekomen.
Laat ik enkele conclusies op een rijtje zetten.
1. Door Hem uitgekozen mensen worden tot in eeuwigheid door Hem bediend.
2. Uitgekozen mensen zijn door Hem bevrijd.
3. Uitgekozen mensen kunnen niet attent blijven als de Here niet over hen waakt.
4. Uitgekozen mensen kunnen niets aan hun eigen verlossing bijdragen.
5. Uitgekozen mensen laten in het concrete leven zien dat zij helemaal van Hem afhankelijk zijn.
6. Uitgekozen mensen zorgen ervoor dat hun identiteit blijkt in onderwijs en werk.
7. Uitgekozen mensen zorgen er op alle mogelijke manieren voor dat hun identiteit nooit verwatert.
8. Uitgekozen mensen wandelen met God in het verbond.

Thans kom ik terug bij Lucas 12. Daar lees ik: “Laten uw lendenen omgord zijn en de ​lampen​ brandend. En u, wees gelijk aan mensen die op hun ​heer​ wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. Zalig zijn die ​slaven​ die de ​heer​ bij zijn komst wakend zal vinden”[8].
Ik lees daar nog meer.
Citaat: “En als hij komt in de tweede nachtwake of als hij komt in de derde nachtwake en hen zo aantreft, zalig zijn die ​slaven. Maar weet dit, dat als de ​heer​ des huizes geweten had op welk moment de ​dief​ komen zou, hij gewaakt zou hebben, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. U dan, wees ook bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen”[9].

Het gaat in Lucas 12 dus over de wederkomst van Christus.
En het gaat over het feit dat we moeten volhouden tot Hij terugkomt op de wolken.
Volgens mij betekent dat onder meer dat we, tot dat tijdstip aangebroken is, onze identiteit niet moeten laten versmallen. Bijvoorbeeld door allerlei omstandigheden. Of door de cultuur.

Tegenwoordig hoort men het vaak zeggen: ‘verbondenheid met Christus, dat is genoeg’.
Ik zou willen zeggen: dat is veel te simpel.
U weet inmiddels waarom.

Nee, het is niet mijn bedoeling om vandaag eens lekker ingewikkeld te doen. Natuurlijk niet.
Maar in de kerk moeten we wel alert blijven. Aandachtig. En oplettend.

“En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden en van hem aan wie men veel toevertrouwd heeft, zal men des te meer eisen”.
Dat staat ook in Lucas 12[10]. Wist u dat?

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 29 januari 2007.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[3] Hebreeën 12:15: “Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de ​genade​ van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden”.
[4] Lucas 12:35, 36 en 37.
[5] Exodus 12:21.
[6] Spreuken 2:6-11 a.
[7] Mattheüs 26:40.
[8] Lucas 12:35, 36 en 37 a.
[9] Lucas 12:38, 39 en 40.
[10] Lucas 12:48 b.

15 december 2016

Onderwijs naar Gods wil

Op maandag 12 december jongstleden kwam ik een uiterst merkwaardige kop in het Nederlands Dagblad tegen.
Het was een quote van Tamme Spoelstra. “Ik weet niet of vrijgemaakt onderwijs naar Gods wil was”. Tamme promoveerde op dinsdag 13 december jongstleden te Amsterdam op de geschiedenis van het vrijgemaakte onderwijs[1].

Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Nee, hij is niet bezig met een afrekening. ‘Het vrijgemaakte onderwijs heeft veel gebracht. Mijn ouders maakten zich oprecht zorgen over de kerkelijke gereformeerde opvoeding. En ik zie ook de winst. De gedrevenheid van de ouders heeft sterk emanciperend gewerkt.’
Maar dat neemt niet weg dat Spoelstra tijdens zijn onderzoek ook op vraagtekens is gestuit. Op een heel grote vraag, uiteindelijk: ‘Of het ontstaan van de vrijgemaakte scholen naar de wil van God is geweest, durf ik niet te zeggen’”[2].

Waarom vond ik die krantenkop zo merkwaardig?
Omdat de krantenkop suggereert dat u en ik nooit zeker weten of wij de wil van God doen.
En dat gaat, als u het mij vraagt, tegen uw en mijn belijdenis in.
Want met de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij: “Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden. Daarin heeft God uitvoerig beschreven op welke wijze wij Hem moeten dienen. Daarom is het de mensen, zelfs al waren het apostelen, niet geoorloofd anders te leren dan ons reeds geleerd is door de Heilige Schrift; zelfs niet een engel uit de hemel, zoals de apostel Paulus zegt (…). Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (…). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is”[3].
Dus: de Here heeft uitgebreid beschreven hoe wij Hem moeten dienen,
En: wat in Gods Woord staat, is volmaakt en in alle opzichten volledig.
Wij weten dus, als wij de Bijbel lezen, heel goed hoe wij de Here dienen moeten!

Spoelstra zegt: Gereformeerde scholen “zijn ontstaan in een veel breder levend sentiment: er was angst dat de gereformeerde en hervormde scholen zouden verwateren. De theologen/pedagogen Herman Bavinck en Jan Waterink waren sterk gericht op het klaarmaken van kinderen voor hun plek in de maatschappij – naast hun vorming tot goede christenen natuurlijk. De vraag was: hoe bewaak je de identiteit?”.
De mensen waren eertijds bang dat het christelijk onderwijs zou verwateren. Uit verhalen en artikelen in oude kranten begrijp ik dat dat proces ook al aan de gang was. Die angst was dus terecht.
En bovendien: Gereformeerden kennen de macht van de zonde. Zij weten hoe belangrijk het is om nauwkeurig in de gaten te houden of Gods wil bij de voortduur wordt gedaan.

Doen wij altijd Gods wil?
Laten wij op die vraag eerst maar eens antwoorden “dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”.
Dat is de inzet van de Heidelbergse Catechismus in Zondag 1[4].
En laten we er maar bij zetten “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”[5].
Maar op de vraag of wij altijd Gods wil doen moeten wij gelovig toegeven: “zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid”.
Daarmee is echter niet alles gezegd.
Want Gereformeerden richten hun bestaan zo in, “dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven”[6].

Dat stond, naar ik meen, de oprichters van Gereformeerde scholen indertijd voor ogen.
Daaraan wilden de voorvechters van Gereformeerd onderwijs werken. Zij wilden de kinderen leren dat zulk een voornemen op alle terreinen van het leven moet worden uitgewerkt.

Het echoot in mijn hoofd: “Of het ontstaan van de vrijgemaakte scholen naar de wil van God is geweest, durf ik niet te zeggen”.

Dat klinkt mij teveel als: die ijverige voorvaderen hadden er beter aan gedaan geen Gereformeerde scholen op te richten. Ach ja, hun gedrevenheid heeft “sterk emanciperend” gewerkt. Dat dan weer wel. Maar of het nou zo noodzakelijk was…

Laat ik nu even voor mijzelf spreken.
Ik wil hier graag mijn dankbaarheid uiten.
De dankbaarheid voor het geloof van mijn ouders, die mij leerden wat geloven is: in alle omstandigheden op God vertrouwen; want Zijn beloften worden waar!
De dankbaarheid voor het geloof van mensen als meneer den Otter, het hoofd van de dr. K. Schilderschool aan de Rode Kruislaan in Groningen. Hij liet mij – met lichamelijke beperking en al – toe op het Gereformeerde basisonderwijs. Terwijl dat in de jaren ‘60/’70 van de vorige eeuw helemaal niet zo gebruikelijk was. Want indertijd gingen gehandicapte kinderen veelal naar de mytylschool[7]. Meneer den Otter deed al aan zorgbreedte voordat dat woord uitgevonden was!
De dankbaarheid voor mensen van vroeger die mij leerden om naar Gods wil te leven.
De dankbaarheid voor broeders en zusters van nu; mensen die samen met mij achter Christus aan lopen.

Tamme Spoelstra is gepromoveerd.
Dat is prachtig.
Er staat vast veel waardevols in zijn dissertatie.
Maar één ding mag men, als u het mij vraagt, nimmer vergeten.
Dat is dit: de oprichting van Gereformeerde scholen was en is vooral een kwestie van geloofswetenschap.

Nee, Gereformeerd onderwijs biedt geen garanties voor levenslang gelovig leven.
Natuurlijk niet.
Maar de bede van Psalm 86 mogen wij uit volle borst meezingen:
“Leer mij naar uw wil te hand’len,
laat mij in uw waarheid wand’len.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwen naam”[8].

Wanneer handelen wij naar Gods wil?
Dat staat in Micha 6. Ik citeer: “Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God”[9].
Dat deden onze gelovige vaders en moeders, onze ooms en tantes, onze opa’s en oma’s. En ja, hun handelen was bevlekt met zonden. Maar zij waren, naar mijn overtuiging, instrumentarium van de Verbondsgod.
Laten wij hun geloof maar navolgen. Gewillig en met vreugde[10]. Want zo werkt dat in de kerk.

Noten:
[1] De titel van zijn proefschrift luidt: “Verbondsonderwijs. Geschiedenis van het gereformeerd-vrijgemaakt onderwijs in Nederland tot 1985”.
[2] “Ik weet niet of vrijgemaakt onderwijs naar Gods wil was”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 december 2016, p. 4 en 5.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, antwoord 115.
[7] Zie voor de betekenis van dit begrip https://nl.wikipedia.org/wiki/Mytylschool .
[8] Psalm 86:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[9] Micha 6:8.
[10] Deze formulering gaat terug op Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer vraag en antwoord 55: “Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen?
Antwoord:
Ten eerste dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken”.

4 augustus 2016

Lessen rond Lydia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Christenen zijn voortdurend in verwachting: ze hopen ergens op[1]. Zij weten zeker dat datgene waar zij op hopen werkelijkheid wordt. Daarom hoeven christenen het niet te maken in dit aardse leven.

Maar de daaruit volgende vraag is dan: zijn christenen nog wel zichzelf? Of spelen zij permanent toneel?
Moeten zij zichzelf inleveren als zij een nieuw, een wedergeboren mens worden?

Het antwoord op deze vragen is: christenen blijven zichzelf. Er moet wel veel worden ingeleverd. Maar dat levert geen leegte op. Want er komt ook het een en ander voor in de plaats.

In Handelingen 16 kunnen wij iets leren over dat veranderingsproces.
In dat Schriftgedeelte lezen we over Lydia, een zakenvrouw die purper verkoopt. Ik citeer: “En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Thyatíra, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd[2].

In Handelingen wordt Lydia bijgepraat over de geweldige ontwikkelingen die er in de geschiedenis van de kerk zijn geweest.
Wij lezen over Lydia eerst dat zij God vereert. Daarna opent de Here haar hart.
Een paar verzen verder lezen we over een waarzegster. Wat zij zegt klinkt goed: “Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen”[3]. Maar zij wordt door Paulus bestraft. Haar gebruikt God niet.
Conclusie:
God vereren, of dingen zeggen over God die – op zichzelf genomen – waar zijn, is alleen goed mogelijk als ook de Heilige Geest actief is. Om het met een bekend gezang te zeggen:
Hij kiest de Zijnen uit, Hij roept die allen”[4].
De Heilige Geest werkt in de geschiedenis van de kerk.
Die geschiedenis verschilt, laten we zeggen, in Nederland van die in Griekenland. En in Zuid-Korea is de kerkgeschiedenis weer heel anders. De Heilige Geest is ongekend creatief!

Zeker – God verandert mensen. Maar Lydia blijft Lydia. En Paulus blijft Paulus.
De verschillen tussen die mensen worden door de Here ten volle benut. Juist in en door die verschillen wordt de Here gediend.
Paulus schrijft daarover in 1 Corinthiërs 12: “Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here; en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil”[5].
Karakters verschillen soms hemelsbreed. En de Heilige Geest maakt gebruik van die verscheidenheid. Zo wordt Hij des te meer geëerd. En dat is de bedoeling ook.

Gods kinderen blijven zichzelf.
Zij krijgen allemaal iets extra. Wat preciezer: zij ontvangen Iemand extra. De Heilige Geest komt in hun hart wonen.
Daardoor wint hun leven aan kwaliteit.
Een theoloog schreef daar eens over: “Maar wanneer de Geest Zijn intrek genomen heeft in ons leven, wordt het bordje boven de deur van ons hart verhangen: in plaats van ‘onbewoonbaar verklaard’ staat er nu ‘onverklaarbaar bewoond’, namelijk door de Geest van de Vader en van de Zoon”[6].

Zijn christenen per definitie mensen die niet erg bemiddeld zijn? Zitten christenen bijna altijd aan de onderkant van de samenleving?
Lydia laat ons zien dat wij die vragen rustig met ‘nee’ mogen beantwoorden.
Iemand schrijft: “Vermoedelijk werkte Lydia met echt purper, wat betekent dat haar klanten zich in het hogere segment van de markt bevonden. Misschien was zij zelf niet opvallend rijk, maar ze handelde wel in een luxeproduct. Door dit te vertellen laat Lucas onder meer zien dat het Evangelie niet uitsluitend voor de armen bestemd is”[7].
Christenen mogen echt zichzelf blijven. Waarvan akte!

Is het u trouwens wel eens opgevallen waar Lydia’s hart geopend wordt?
Laat ik nog maar even Handelingen 16 citeren: “En op de sabbatdag gingen wij de poort uit, de rivier langs, waar wij verwachtten, dat een gebedsplaats zou zijn; en nedergezeten, spraken wij tot de vrouwen, die samengekomen waren”[8].
Kunnen we nu zeggen dat Lydia naar de kerk is gegaan? Nou nee. Dat kunnen wij niet stellig beweren. Om in de synagoge een officiële joodse eredienst te kunnen houden, is de aanwezigheid van tenminste tien mannen nodig. Die zijn er in Philippi blijkbaar niet[9]. Maar juist daar, in die onofficiële bijeenkomst, opent de Here het hart van Lydia.
Het is belangrijk om dat als Gereformeerden in Nederland met een dikke stift te noteren. De kerkjes zijn klein. Nee, Gereformeerden kunnen geen vuist meer maken. De hemelse God werkt niet zelden in het klein. Dat zien we in Handelingen 16. En anno Domini 2016 is dat echt niet anders.

Tenslotte nog dit.
Christenen krijgen, om het maar eens modern te zeggen, een sterkere identiteit.
Een eeuwige identiteit, namelijk.
Die winst is niet in aardse cijfers uit te drukken!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 10 januari 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 554 en is getiteld ‘Identiteitswinst’.
[2] Handelingen 16:14.
[3] Handelingen 16:17.
[4] Dit is een regel uit Gezang 31:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] 1 Corinthiërs 12:4-11.
[6] Die theoloog is de Christelijke Gereformeerde emeritushoogleraar A. Baars. Hij schreef dat in: “Oog op inwonende zonde”. Reformatorisch Dagblad, zaterdag 31 januari 2015, katern Accent p. 5 [rubriek Toegespitst]. Ook te raadplegen via www.digibron.nl .
[7] Zie: Aza Goudriaan, “Purper”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 14 oktober 2009, p. 11 [rubriek Focus]. te raadplegen via www.digibron.nl .
[8] Handelingen 16:13.
[9] Zie: de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Handelingen 16:13.

11 februari 2016

Identiteit, kleur, ligging…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is u, naar ik aanneem, genoegzaam bekend wat mijn kerkelijke identiteit is[1]. Ik ben Gereformeerd.

Heden ten dage is die aanduiding echter veelal onvoldoende.
U moet namelijk ook aangeven wat uw kleur is.
Kerkelijke kleur: wat is dat? Wel, die kleur duidt op de persoon die u bent.

Verder moet u weten dat het in onze tijd niet oké is om alleen maar te zeggen wat uw identiteit is en welke kleur u heeft. U moet – om zo te zeggen – achtereenvolgens aangeven wat uw identiteit, uw eigenheid en uw individualiteit zijn: daarbij gaat het om uw manier van Gereformeerd-zijn, uw kerkelijke kleur en uw klerikale ligging.
Nee, nee – Gereformeerd: dat is niet zomaar wat!

Ooit las ik in het Nederlands Dagblad woorden van de inmiddels geëmeriteerde Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar M. te Velde. Hij sprak indertijd over de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij zei toen dat de werkelijkheid “laat zien dat gemeenten hun eigen kleur en ligging hebben. Die ruimte moet er volgens hem zijn. ‘Dan heb ik het over kleur, niet over de vraag of het nog langer gereformeerd is’. Het betekent volgens hem dat kerken elkaar niet beconcurreren of uitsluiten vanwege kleur en ligging”[2].
Alsof u een emmer leeg gooit. Vindt u ook niet?

Eigenlijk hoop ik maar dat ik goed lig in de kerk.
Wilt u iets weten over mijn kleur? Vooruit dan.
Mijn ziel is zwart van zonde; ik weet dat zeer wel.
En mijn toekomst is zonnig; geel, zo u wilt. Laat ik het zo maar samenvatten.

In de Bijbel gaat het trouwens niet in de eerste plaats over de ligging van kerkmensen. En ook niet over hun kleur.

Gods Woord begint met de scheppende Machthebber: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren”[3].
Gods Woord eindigt met diezelfde hoge God die scheppende kracht heeft: “De genade van de Here Jezus zij met allen”[4].
Wie goed kijkt ziet de drie-enige God aan het werk: Vader, Zoon en Heilige Geest. In de kerk is ruimte voor Hem.
En het is zo dat de Here – die scheppende Machthebber, die God die hoog boven alle schepselen troont – een plek voor ons creëert in de vergadering van Zijn kinderen. Waarom zeuren wij dan nog over ‘onze’ plek?

De Bijbel schetst ons twee wegen:
“Welzalig de man die niet wandelt
in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht”[5].
Laten wij attent zijn.
Er staat: “Welzalig de man die niet wandelt…”.
Er zijn veel mensen die zeggen dat wij open moeten staan voor Gods Woord. De suggestie is duidelijk: als wij open staan voor wat God zegt, dan komen Zijn woorden als vanzelf tot ons. Laten wij echter voor zulk een passieve opstelling waken!
Want in Psalm 1 gaat het, om zo te zeggen, over onze handbagage tijdens de wandeling door de wereld. Wat ligt boven in de rugzak?
* Instructies van goedwillende, maar opdringerige goddelozen?
of
* het gezaghebbende en koersbepalende Woord van God?

Daar valt het woord ‘gezaghebbend’. En daarmee raak ik aan een fundamenteel probleem dat zich – naar mijn idee – in onze dagen voordoet.
Velen zijn, om zo te zeggen, te eigen met Gods Woord geworden. Men acht de Bijbel een belangrijk en belangwekkend Boek. Zeker wel. Maar om nu te zeggen dat dat overal absoluut gezag heeft, dat gaat heel wat mensen veel te ver.
Want luister eens: God gunt ons onze individualiteit, zo verkondigt men met veel aplomb. Ik mag bij Hem komen zoals ik ben, zeggen de mensen, terwijl de vreugde in hun stem meetrilt.
“’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is”, zingen massa’s mensen in de kerk[6]. Nou dan!
Voordat u ‘t weet is God de vriend van al die mensen.
Voelt u dat daar iets fout gaat?

Gods Woord heeft gezag. En dat moet in de praktijk blijken.
Dat is mijn conclusie vandaag.
Dat is natuurlijk niets nieuws.
Maar het is goed om dat weer eens tot mij door te laten dringen. En u, als lezer, heeft daar wellicht ook nog wel wat aan.

Identiteit, kleur, eigenheid, individualiteit, personaliteit, persoonlijkheid, ligging: zo lang dit soort woorden veelvuldig in allerlei kerken te horen zijn is er reden voor argwaan. De denkrichting is dan niet zelden helemaal verkeerd.
Zulk woordgebruik leidt niet zelden tot Woordmisbruik.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 9 februari 2007.
[2] “Gezocht: vrijgemaakt-gereformeerde ontspannenheid”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 februari 2007, p. 2.
[3] Genesis 1:1 en 2.
[4] Openbaring 22:21.
[5] Psalm 1:1 en 2 (onberijmd).
[6] Gezang 37:1 (Gereformeerd Kerkboek)

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.